Onderzoek fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Tekst van het document
RAPPORT
In opdracht van: Gemeente Nijmegen Projectnummer: M07945-R-E2 Datum: 17 mei 2024
Onderzoek fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
1.
MANAGEMENTSAMENVATTING
5
1.1
Achtergrond en aanpak
5
1.2
Wat zijn we onderweg tegengekomen
5
1.2.1
Overzicht van richtlijnen en normen
5
1.2.2
Buurtbezoeken
6
1.2.3
Oplossen van knelpunten
7
1.2.4
Aanscherpen van het handboek
7
1.2.5
Afhankelijkheid van andere beleidsterreinen
7
1.2.6
Bewustwording
8
1.2.7
Aanbevelingen
8
2.
INLEIDING
10
2.1
Aanleiding
10
2.2
Aanpak
10
3.
OVERZICHT VAN RICHTLIJNEN RONDOM TOEGANKELIJKHEID
13
4.
DE BUURTBEZOEKEN
16
4.1
Aanpak buurtbezoeken
16
4.2
Algemene bevindingen
17
4.2.1
One-size-does-not-fit-all
17
4.2.2
Het afritje is vaak niet bruikbaar
18
4.2.3
Obstakels op het trottoir
18
4.2.4
Beheer en onderhoud bevordert toegankelijkheid
18
4.2.5
De relatie tussen handhaving en toegankelijkheid
19
4.2.6
Tijdelijke inrichtingen doen er ook toe
21
4.2.7
Het dagelijkse gebouwbeheer beïnvloedt de toegankelijkheid
21
4.2.8
Auditieve toegankelijkheid is niet vanzelfsprekend
22
5.
INVENTARISATIE VAN OPLOSSINGEN
24
5.1
Aanscherpen van het handboek
24
5.2
Afhankelijkheid van andere beleidsterreinen
26
5.3
Bewustwording
30
Pagina 2 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
35
7.
BIJLAGE 1 OVERZICHT RICHTLIJNEN
37
7.1
VN-verdrag handicap
37
7.2
Europese richtlijnen voor toegankelijkheid (NEN ISO 21542, NEN EN 17210)
37
7.2.1
ISO 21542 building construction – accessibility and usability of the built environment
37
7.2.2
NEN-EN 17210 Accessibility and usability of the built environment – Functional requirements
38
7.3
Richtlijnen buitenruimten
39
7.3.1
Richtlijn toegankelijkheid CROW
39
7.3.2
Voetpaden voor iedereen
39
7.3.3
Handboek Nijmegen Toegankelijk
40
7.4
Tactiele & visuele routegeleiding voor mensen met een visuele beperking 2021
41
7.5
Richtlijnen binnenruimten
42
7.5.1
Integrale Toegankelijkheidsstandaard (Itstandaard) 2023
42
7.5.2
Bouwbesluit
42
7.5.3
NEN 9120
43
8.
BIJLAGE 2 BEVINDINGEN PER BUURTPROFIEL
44
8.1
Stadscentrum
44
8.2
Hees
45
8.3
Wolfskuil
46
8.4
Altrade en Hunnerberg
47
8.5 Biezen
49
8.5
Dukenburg
50
8.6
Brakkenstein
51
8.7
Lent
52
8.8
Hof van Holland en Woenderskamp
53
9.
BIJLAGE 3 KNELPUNTEN UIT DE EVALUATIE
55
Pagina 3 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Colofon Aan dit rapport werkten de volgende mensen mee: Kristel Bronsvoort, Otto Cazemier, Babet Hendriks, Stephen Kurz (allen werkzaam bij Mobycon) en Jan Jaap de Kroes Dit project is begeleid door Sophie Bekkers van gemeente Nijmegen. Het Zelfregiecentrum Nijmegen en de Seniorenraad hebben meegewerkt aan het project door hun ervaringsdeskundigheid in te brengen.
Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.
Pagina 4 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
1.
MANAGEMENTSAMENVATTING
1.1 Achtergrond en aanpak Gemeente Nijmegen heeft aan Mobycon gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de toegankelijkheid in Nijmegen. De uitkomsten van dit onderzoek leiden tot uitgangspunten voor nieuw toegankelijkheidsbeleid van de stad. Aanleiding hiervoor is allereerst de evaluatie van het Handboek Nijmegen Toegankelijk. Uit deze evaluatie kwamen diverse verbeter- en verbredingspunten voor het toegankelijkheidsbeleid van Nijmegen naar voren. Het handboek geeft namelijk nog geen invulling over toegankelijkheid in publieke gebouwen, gebiedsontwikkeling en woningbouw. Ten tweede zijn er door de gemeenteraad 2 moties aangenomen. De 1e motie ‘design for all, overall’ gaat over de invloed van de gemeente met betrekking tot gebouwen. De 2e motie ‘ontwerpen voor iedereen als leidend principe’ wil dit principe toepassen voor zowel openbare ruimte als publieke gebouwen. We hebben het onderzoek uitgevoerd in 3 fases. Als eerste analyseerden we de bestaande richtlijnen op het gebied van toegankelijkheid met daarbij een overzicht van hoe deze richtlijnen zich tot elkaar verhouden. Vervolgens hebben we de toegankelijkheid van de stad getoetst. Hiervoor wandelden we met ervaringsdeskundigen routes in verschillende wijken. We vergeleken de situatie met het opgestelde beleid zoals in Handboek Nijmegen Toegankelijk.
Op basis van onze bevindingen hebben we werksessies met zowel ambtenaren als ervaringsdeskundigen georganiseerd waar vier routes in detail zijn doorgelopen. Hiermee confronteerden we de ervaringen van gebruikers met de expertise en dilemma’s van gemeentelijk specialisten, waarmee nieuwe relevante inzichten naar voren kwamen. Het eindresultaat van dit onderzoek zijn handvatten voor het verbeteren van het toegankelijkheidsbeleid in Nijmegen. Vanaf de start van het onderzoek tot het eind werkten we samen met vertegenwoordigers van ervaringsdeskundigen vanuit het Zelfregiecentrum Nijmegen en de Seniorenraad. Zij vertegenwoordigden Nijmegenaren met een auditieve, visuele of fysieke beperking. Zij adviseerden ons over de aanpak en hebben met name in de tweede en derde deelproduct een grote bijdrage geleverd. Definitie toegankelijkheid In dit rapport gebruiken we de volgende definitie van toegankelijkheid zoals gebruikt in de motie “Ontwerpen voor iedereen als leidend principe”: “Om mensen met een beperking op voet van gelijkheid deel te kunnen laten nemen aan de samenleving.” Hierbij kijken we naar de toegankelijkheid van de fysieke leefomgeving. We richten ons vooral op mensen met een visuele, auditieve of fysieke beperking. Maar dit is echter ook van invloed op ouderen, ouders met kinderen, etc.
1.2 Wat zijn we onderweg tegengekomen 1.2.1
Overzicht van richtlijnen en normen
Het VN-verdrag Handicap (sinds 2016) is de wettelijke basis waaraan Nederland moet voldoen voor toegankelijkheid. Er bestaan diverse toegankelijkheidsrichtlijnen voor de openbare ruimte en gebouwen. De volgende documenten geven richtlijnen voor de gebouwde omgeving: • de internationale en Europese normen ISO 21542 en NEN-EN 17210;
Pagina 5 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
• een nieuwe NEN-norm: NEN 9210, wordt in 2024 gepubliceerd als landelijke richtlijn, gebaseerd op bestaande normen en het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’; • bouwbesluit; • ITstandaard; • handboek voor toegankelijkheid. Op het bouwbesluit na zijn de bovengenoemde richtlijnen niet verplicht. Het bouwbesluit stelt harde eisen. Voor buitenruimten bestaan ook verschillende richtlijnen, zoals de richtlijnen van CROW en de publicatie ‘Voetpaden voor Iedereen’. Ook deze zijn niet wettelijk verplicht. Nijmegen hanteert een eigen handboek voor buitenruimtes, gefocust op verschillende zintuiglijke aspecten. Hiervoor hebben de uitgebreide CROWrichtlijnen de basis gevormd. Dit is conform de belangrijkste normen. De nieuwe NEN 9010 norm zal duidelijke, praktische en complete informatie geven over het toegankelijk ontwerpen van binnenruimten. Het wordt aangeraden om In de toekomst deze norm als uitgangspunt te gebruiken voor binnenruimten via de gemeentelijke bouwverordening. 1.2.2
Buurtbezoeken
Samen met ervaringsdeskundigen met verschillende fysieke beperkingen hebben we verschillende routes afgelegd die vanaf de voordeur naar voorzieningen (zoals winkelcentra, buurtcentra of zorgcentra) leiden. We bezochten en beoordeelden 10 buurten met verschillende buurtprofielen op basis van periodes waarin ze zijn ontwikkeld en gebouwd. De buurtbezoeken vonden op verschillende tijdstippen plaats. Tijdens de bezoeken werden knelpunten vastgelegd en getoetst aan de gemeentelijke richtlijnen. De knelpunten zijn gecategoriseerd op basis van de zintuigen: horen, zien, verplaatsen, tasten en gebruiken. Tijdens de buurtbezoeken in Nijmegen hebben we belangrijke lessen geleerd die de toegankelijkheid van de stad beïnvloeden. Een aantal belemmeringen komen personen met een functiebeperking in alle delen van Nijmegen tegen. De algemene lessen zijn gesorteerd in de volgorde van hoe we de buurtbezoeken hebben geanalyseerd. Dit betekent dat de eerste les zich richt op hoe mensen zich voorbereiden. Algemene lessen 2, 3, 4 en 5 gaan over de obstakels die mensen tegenkomen in de openbare ruimte als ze onderweg zijn. De laatste algemene lessen: 6, 7 en 8 gaan over de overgang van de openbare ruimte naar de gebouwen en de toegankelijkheid in gebouwen. De algemene lessen zijn: 1.
er is niet 1 norm of pakket aan richtlijnen dat ervoor zorgt dat de openbare ruimte toegankelijk is voor elke gebruiker. Iedere gebruiker bereidt zich op zijn eigen manier voor hoe de openbare ruimte gebruikt wordt. Dit sluit niet altijd aan op hoe de ruimte is ontworpen; 2. problemen met op- en afritjes van trottoirs: zijn vaak te stijl, ontbreken of zijn niet recht tegen over elkaar aangelegd; 3. obstakels op trottoirs veroorzaakt door geparkeerde fietsen, auto's en andere objecten; 4. nalatig beheer en onderhoud zorgt voor ontoegankelijkheid zoals losse tegels, slecht wegdek en onkruid; 5. de toegankelijkheid is afhankelijk van de mate van handhaving en het gedrag van inwoners, zoals bij terrasuitstallingen en foutief parkeren; 6. tijdelijke inrichtingen moeten ook voldoen aan toegankelijkheidseisen; 7. gebouwbeheer en dagelijks gebruik beïnvloeden toegankelijkheid inclusief de inrichting van toiletten en de plaatsing van automatische deuren; 8. auditieve toegankelijkheid is niet vanzelfsprekend dankzij problemen met ontbrekende of slecht functionerende voorzieningen.
Pagina 6 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Deze inzichten benadrukken de noodzaak van structurele verbeteringen in beleid, ontwerp, beheer en handhaving om de toegankelijkheid van Nijmegen naar een hoger niveau te brengen. 1.2.3
Oplossen van knelpunten
In de derde fase van het onderzoek onderzochten we hoe we de knelpunten, die tijdens buurtbezoeken aan bod zijn gekomen, opgelost kunnen worden. We organiseerden 3 werksessies met ambtenaren en ervaringsdeskundigen waarbij we keken naar knelpunten op 4 routes: Dukenburg, Noord (Lent), Centrum en West. Ambtenaren van verschillende beleidsterreinen sloten aan zoals stedenbouw, beheer & onderhoud, handhaving, inclusie, gebiedsontwikkeling, ontwerp en uitvoering. Deelnemers bespraken problemen en kwamen tot conclusies over oorzaken en oplossingen. Oplossingen zijn onderverdeeld in drie categorieën: • aanscherpen van het handboek; • afhankelijkheid van andere beleidsterreinen; • bewustwording. 1.2.4
Aanscherpen van het handboek
Op basis van ons onderzoek hebben we een aantal verbeterpunten voor het handboek. Dit zijn zowel aanpassingen als aanvullingen: 1. we adviseren dat een aantal richtlijnen in het Handboek Nijmegen Toegankelijk aangescherpt wordt: open afritjes van stoepen en geleidelijnen bij bushaltes; 2. het is wenselijk dat het handboek wordt aangevuld met specifieke richtlijnen voor het plaatsen van obstakels om auto’s te weren. Daarnaast moeten er expliciete richtlijnen in het handboek opgenomen worden voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte tijdens renovaties en bouwwerkzaamheden; 3. we adviseren het handboek aan te vullen met een verwijzing naar de richtlijnen voor de openbare ruimte direct rondom een gebouw. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de locatie van een gehandicapten parkeerplaats en de route tussen parkeerplaats en hoofdingang. In principe valt dit onder de richtlijnen voor de gebouwen. Door een koppeling te maken in het handboek, groeit de aandacht voor deze overgangszone. Er is een aantal relevante zaken ter sprake gekomen gedurende het project die buiten de scope van het handboek liggen. Denk bijvoorbeeld aan de oproep voor het realiseren van meer rolstoeltoegankelijke woningen in Nijmegen. Ook de toegankelijkheid van bestaande private gebouwen zoals winkels en restaurants wordt genoemd als aandachtspunt.
Bij bestaande bouw kan de gemeente aanpassingen aan het gebouw stimuleren met behulp van subsidie maar er kan geen verplichting worden opgelegd. De toegankelijkheid van alle nieuwbouw wordt via het bouwbesluit en de lokale bouwverordening geregeld. 1.2.5
Afhankelijkheid van andere beleidsterreinen
Veel beleidsterreinen zijn van invloed op de toegankelijkheid. Dit zorgt voor complexiteit bij het verbeteren van toegankelijkheid. De onderstaande aangrenzende terreinen zijn uit de werksessies naar voren gekomen: • de toegankelijkheid wordt beïnvloed door de keuze voor het straatbeeld bij het ontwikkelen of herinrichten van straten. In veel vooroorlogse straten zijn smalle trottoirs die, in combinatie met obstakels zoals lantaarnpalen, laadpalen en parkeerpalen, ontoegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. De ontwerpprincipes die we hanteren beïnvloeden de toegankelijkheid van een straat. De mate van toegankelijkheid is in veel gebieden afhankelijk van het gevoerde parkeerbeleid.
Pagina 7 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
•
•
•
•
Veel vooroorlogse straten zijn bijvoorbeeld niet gemaakt voor het huidige aantal auto’s. Geparkeerde auto’s nemen een groot deel van de straat in en meer dan eens ook een deel van de stoep. Minder geparkeerde auto’s in woonstraten betekent meer ruimte voor een meer toegankelijke openbare ruimte. In nieuw te ontwikkelen gebieden of bij reconstructies kan er in woonstraten bijvoorbeeld meer gewerkt worden met een woonerf principe. Hiermee wordt de beschikbare openbare ruimte zo efficient mogelijk ingericht om verblijven, lopen en fietsen ruimte te geven.. Hierbij is de hele weg op gelijke hoogte en zijn er geen stoepen. Een uitdaging hierbij is dat er voor mensen met een visuele beperking duidelijke routes te vinden zijn in het woonerf. Bijvoorbeeld door te werken met contrasten in bestrating en het aanleggen van natuurlijke gidslijnen. Een alternatief kan zijn om de parkeernorm te verlagen en de gewonnen ruimte terug te geven aan de stoep. In de samenwerking tussen stedenbouw en verkeer zal er vanuit beide invalshoeken nagedacht moeten worden over de beste oplossingen om zowel een aantrekkelijk straatbeeld te realiseren als een goede toegankelijkheid. we constateren dat groenvoorzieningen de toegankelijkheid beïnvloeden. Groen is uitermate belangrijk voor een leefbare stad maar kan tegelijkertijd ruimte innemen van (bijvoorbeeld?) voetgangers.
Denk aan brede boomspiegels of overhangend groen. Bij herinrichting kan worden nagedacht over hoe de toegankelijkheid te verbeteren is zonder de waarde van groen te verliezen; het beheer van de openbare ruimte is vooral reactief. Zodra onderdelen in de openbare ruimte niet meer functioneren is het de rol van beheer om dit op te lossen. Een meer proactieve aanpak kan problemen voorkomen voordat ze ontstaan maar dit vereist projectgerichte, individuele aanpak of expertadvies; het dagelijks beheer van gebouwen beïnvloedt de toegankelijkheid. Bij het overdragen van een opgeleverd gebouw naar het dagelijks beheer zou een bezoek met ervaringsdeskundigen helpen om te toetsen of het gebouw functioneert. Zo kunnen kleine zaken zoals een ontoegankelijke mindervalidentoilet, bewegwijzering in het gebouw of een te hoge drempel gecorrigeerd kunnen worden; handhaving zorgt ervoor dat door de gemeente gestelde regels worden nageleefd. Bijvoorbeeld waar fietsen geparkeerd mogen worden, hoe groot terrassen zijn en waar vuilnis aan de straat wordt gezet. Op dit moment is de werkwijze hier reactief. Een proactieve handhaving door in gesprek te gaan met beheerders van openbare voorzieningen, ondernemers en Nijmegenaren kan bijdragen aan de bewustwording en aanpassing van gedrag. Dit vergt wel meer capaciteit van handhaving.
1.2.6
Bewustwording
Verbeteringen in bewustzijn op alle niveaus, bij zowel inwoners, ambtenaren als hulporgansitaties, bevorderen de toegankelijkheid van Nijmegen. Als inwoners zich bewuster zijn van hun bijdrage aan de toegankelijkheid van openbare ruimte, zal het verbeteren. Bijvoorbeeld door minder vaak obstakels te plaatsen in de openbare ruimte (planten, bankjes) of hun fiets of auto beter te parkeren. Als ambtenaren nadrukkelijker toegankelijkheid integreren in hun werk worden de belangen tussen toegankelijkheid en andere beleidsdoelen beter afgewogen en worden ontwerpen nog beter. Het inzetten van ervaringsdeskundigen zorgt ervoor dat ontwerpfouten eerder worden opgespoord en het gebruik van meldingssystemen wordt verbeterd. Hulporganisaties moeten beter geïnformeerd worden over het gebruik van de Meld & Herstelapp. 1.2.7
Aanbevelingen
Ons onderzoek geeft handvatten om invulling te geven op de moties ‘design for all, overall’ en ‘ontwerpen voor iedereen als leidend principe’ en de evaluatie van het Handboek Toegankelijk Nijmegen. Hoewel er al veel goed gaat met de toegankelijkheid in Nijmegen zit de uitdaging in de details. We adviseren om het pad naar een betere toegankelijkheid in te zetten door toegankelijkheid integraal op te nemen in gemeentelijke werkprocessen.
Pagina 8 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Dit is nodig om ontoegankelijkheid in de toekomst te voorkomen of te herstellen. Een toegankelijke fysieke ruimte is meer dan alleen het volgen en uitvoeren van ontwerprichtlijnen. Het pad naar toegankelijkheid wordt schematisch weergegeven in figuur 1. Het pad naar betere toegankelijkheid start in de fase van beleidsontwikkeling. Vanuit diverse beleidstereinnen is er een nadrukkelijke relatie. De mate van toegankelijkheid is bijvoorbeeld afhankelijk van de beleidskeuzes rondom ontwerpprincipes van woonstraten, parkeren, groenvoorzieningen, beheer van de openbare ruimte en handhaving. Concreet moeten er een aantal richtlijnen in het Handboek Nijmegen Toegankelijk aangescherpt en aangevuld worden. In de realisatiefase adviseren we het proces aan te scherpen door ervaringsdeskundigen eerder te betrekken bij een ontwerp. Zoals dat nu al gebeurt in het stationsgebied. Ook het verbeteren van de communicatie tussen projectleiders draagt bij aan een toegankelijkere fysieke ruimte. Zo kan er ook kennis worden ingebracht over nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld rondom de mogelijkheden van auditieve ondersteuning in publieke gebouwen. Voor beheer ligt er een rol weggelegd om ontoegankelijke plekken te herstellen. Vanuit handhaving kan proactiever gehandeld worden, bijvoorbeeld door een heel gebied te toetsen op toegankelijkheid en hiervoor een verbeterplan te maken.
Ook kan handhaving in gesprek van met Nijmegenaren en ondernemers, dit bevordert dat de bewustwording van Nijmegenaren over hun rol in de toegankelijkheid van Nijmegen. Zo kan het gebruik van de fysieke ruimte verbeterd worden. Het bekender maken van de Meld & Herstelapp kan burgerparticipatie stimuleren voor een toegankelijker Nijmegen. We stellen voor dat de gemeente aan de slag gaat met het creëren van bewustzijn op al deze vlakken zodat toegankelijkheid in elk geval expliciet onderdeel is van afwegingen. Daarnaast is het van belang om het bewustzijn bij het publiek nog verder te vergroten, daarom is het sterk aan te raden om een bewustwordingscampagne over het thema te lanceren die met name de knelpunten van mensen met een beperking belicht.
Figuur 1. Overzicht van te nemen stappen om beter toegankelijkheid te realiseren
Pagina 9 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
2.
INLEIDING
2.1 Aanleiding De gemeente Nijmegen heeft Mobycon gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de toegankelijkheid van Nijmegen. De uitkomsten van dit onderzoek leiden tot uitgangspunten voor nieuw toegankelijkheidsbeleid van de stad. Aanleiding hiervoor is de evaluatie van het Handboek Nijmegen Toegankelijk. Uit deze evaluatie kwamen mogelijke verbredingspunten voor het toegankelijkheid beleid van Nijmegen. Het handboek geeft namelijk nog geen invulling over (publieke) gebouwen. Tevens zijn er door de raad twee moties aangenomen. De eerste motie (design for all, overal) vraagt het college om te onderzoeken welke richtlijnen er voor toegankelijkheid zijn en hoe deze zich tot elkaar verhouden. En om te kijken hoe en welke invloed de gemeente heeft en kan hebben bij complexe situaties zoals gebiedsontwikkelingen. In de tweede motie (ontwerpen voor iedereen als leidend principe) spreekt de raad zich uit: “Om ontwerpen voor iedereen, in de geest van het VN-verdrag Handicap, als leidend principe te stellen bij alles wat we als gemeente aanbesteden, herinrichten, ontwikkelen en bouwen in de openbare ruimte voor publiek gebruik.” De gemeente wil graag inzicht krijgen in de verschillen richtlijnen die er zijn rondom toegankelijkheid en hoe deze zich onderling verhouden. Daarnaast is aan Mobycon gevraagd om de toegankelijkheid van de stad te beoordelen.
Voor een aantal locaties is gezamenlijk, met de gemeente en gebruikers, gezocht naar oplossingen om de toegankelijkheid te verbeteren. Als laatst is gevraagd om handvatten voor het garanderen van toegankelijkheid in gebiedsontwikkelingen. Definitie toegankelijkheid In dit rapport gebruiken we de volgende definitie van toegankelijkheid zoals gebruikt in de motie “Ontwerpen voor iedereen als leidend principe”: “Om mensen met een beperking op voet van gelijkheid deel te kunnen laten nemen aan de samenleving.” Hierbij kijken we naar de toegankelijkheid van de fysieke leefomgeving. We richten ons vooral op mensen met een visuele, auditieve of fysieke berperking. Maar dit is echter ook van invloed op ouderen, ouders met kinderen, etc.
2.2 Aanpak Gedurende het project werkten we intensief samen met vertegenwoordigers van ervaringsdeskundigen. Samen met afgevaardigden van het Zelfregiecentrum Nijmegen en de Seniorenraad zijn we meerdere keren samen gekomen om te borgen dat de ervaringsdeskundigheid goed benut werd in het project. Zij vertegenwoordigen Nijmegenaren met een auditieve, visuele en/of fysieke beperking. Allereerst hebben ze geadviseerd op de wijze van onderzoeken en geadviseerd hoe we het onderzoek het beste konden insteken. Daarnaast hebben ze in meerdere werksessies meegewerkt, ook in gezamenlijkheid met collega’s binnen gemeente Nijmegen, om te reflecteren op de resultaten en hun ervaringen direct te delen.
Pagina 10 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Ook hebben zij hun netwerk ingezet om Nijmegenaren te werven voor de buurtbezoeken waardoor de buurtbezoeken een succes zijn geworden. De uitgevoerde stappen wijken af van de voorgestelde aanpak in de oorspronkelijke startnotitie. Samen met de vertegenwoordigers van ervaringsdeskundigen stelden we vast dat het zinvoller is om naar hun dagelijkse verplaatsingen te kijken. Zo hebben we echt kunnen ervaren wat de knelpunten zijn in het dagelijkse gebruik van de openbare ruimte en gebouwen. Deze informatie is op dit punt meer van waarde voor het doel van het onderzoek dan een analyse van de complete stad. Daarnaast hebben we ervoor gekozen om geen top 15 te selecteren. Gedurende het project bleek dat het structureel verbeteren van toegankelijkheid verweven is in allerlei gemeentelijke processen. Daarom hebben we ervoor gekozen om samen met collega’s vanuit de organisatie en ervaringsdeskundigen in te zoomen op deze processen. Het onderzoek is uitgevoerd in drie deelproducten. In het eerste deelproduct beschrijven we de bestaande richtlijnen op het gebied van toegankelijkheid. We geven hierbij een overzicht van hoe deze richtlijnen zich tot elkaar verhouden. In het tweede deelproduct toetsen we de toegankelijkheid van de stad door met ervaringsdeskundigen routes in verschillende wijken af te leggen.
De knelpunten die dit opleverden hebben we vergeleken met Handboek Nijmegen Toegankelijk. In het derde deelproduct beschrijven we waar de oplossing zit om deze knelpunten in de toekomst te voorkomen. Dit is tot stand gekomen met behulp van ambtenaren en ervaringsdeskundigen. In werksessies hebben we vier van de tien routes in detail doorgelopen. Het eindresultaat van dit onderzoek zijn handvatten voor het verbeteren van het toegankelijkheidsbeleid in Nijmegen.
Pagina 11 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Deelproduct 1
Pagina 12 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
3.
OVERZICHT VAN RICHTLIJNEN RONDOM TOEGANKELIJKHEID
In de eerste fase van het onderzoek is een analyse uitgevoerd naar de bestaande richtlijnen rondom toegankelijkheid. In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag: welke verschillende richtlijnen bestaan er en hoe verhouden deze zich onderling? In Bijlage 1 bespreken we per richtlijn het detailniveau van de uitwerking, voor welke doelgroepen de richtlijnen zijn opgesteld en of er rekening wordt gehouden met verschillende niveaus van toegankelijkheid. Sinds 2016 geldt het VN-verdrag handicap in Nederland. Het doel is dat de positie van mensen met een beperking verbetert. In dit verdrag staan een aantal punten waaraan moet worden voldaan op het gebied van toegankelijkheid. In dit document is echter niet uitgewerkt hoe dit bereikt kan worden. In Nederland bestaan verschillende documenten waarin richtlijnen en normen worden opgesteld om de toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen te waarborgen. In ons deskresearch hebben we een analyse gemaakt van de volgende bestaande richtlijnen: • VN-verdrag Handicap; • Europese richtlijnen voor toegankelijkheid (NEN ISO 21544, ISO 23599, NEN EN 17210); • CROW richtlijn toegankelijkheid (ISBN: 9789066286337); • Voetpaden voor Iedereen (Bouw Advies Toegankelijkheid); • Handboek Nijmegen toegankelijk; • ITstandaard 2023; • Handboek voor Toegankelijkheid; • Bouwbesluit; • NEN 9120.
In Bijlage 1 bespreken we per richtlijn het detailniveau van de uitwerking, voor welke doelgroepen de richtlijnen zijn opgesteld en of er rekening wordt gehouden met verschillende niveaus van toegankelijkheid.In dit hoofdstuk geven een overzicht van de onderlinge relatie tussen de richtlijnen, zie ook Figuur 1. Daarnaast duiden we wat verplicht is en wat een richtlijn is. Het VN-verdrag handicap is de wettelijke basis waaraan Nederland moet voldoen op het gebied van toegankelijkheid. Internationale en Europese richtlijnen die voorschriften geven voor de gebouwde omgeving zijn de ISO 21542 en NEN-EN 17210. Begin 2024 wordt een nieuwe NEN-norm, NEN 9120, gepubliceerd die een eenduidige landelijke richtlijn voor iedereen in het werkveld moet zijn. Deze norm is gebaseerd op de twee NEN normen en het “Handboek voor Toegankelijkheid”. De NEN 9120 wordt niet verplicht maar kan wel gebruikt worden in de eigen gemeentelijke bouwverordening. Naast deze NEN-normen zijn er een aantal richtlijnen opgesteld voor de Nederlandse situatie, deze zijn op te delen in richtlijnen voor binnenruimte en buitenruimte. De volgende richtlijnen voor de binnenruimte hebben we meegenomen: Itstandaard 2023, Handboek voor Toegankelijkheid en het bouwbesluit.
Het bouwbesluit is wettelijk verplicht en hierin staan de minimale toegankelijkheidseisen waaraan alle nieuwbouw moet voldoen, deze is vooral gericht op rolstoelgebruikers. De Itstandaard is gebaseerd op “design for all” maar deze is niet standaard verplicht voor openbare gebouwen. Het handboek voor toegankelijkheid is een veel gebruikt naslagwerk voor ergonomie van stedelijke inrichting, gebouwen en woningen. Deze is ook niet verplicht voor openbare gebouwen.
Pagina 13 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Daarnaast zijn er een aantal richtlijnen voor de buitenruimte. Het CROW heeft een richtlijn toegankelijkheid waarin minimale afmetingen voor onder andere vrije breedte zijn opgenomen. Het VN-verdrag vormt de wettelijke basis voor deze richtlijn. Deze richtlijn is gericht op álle mensen (met bagage, kinderen, hulpmiddelen, lichaamsbouw, fysieke beperkingen etc.). Een ontwerpnorm op straatniveau is “voetpaden voor iedereen”, dit handboek wordt geraadpleegd door ontwerpers van openbare ruimte en is gebaseerd op het bouwbesluit en handboek toegankelijkheid van het CROW. Nijmegen heeft, net als veel andere steden, een eigen handboek voor toegankelijkheid. Deze is gebaseerd op (onder andere) CROW-richtlijnen en focust zich op richtlijnen per aspect (zien, horen, tasten, verplaatsen en gebruiken) in de buitenruimte. Richtlijnen voor toegankelijke binnenruimten zijn hier niet in opgenomen. Dit is geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. Voor uitgebreide en toepasbare richtlijnen, die als uitgangspunt voor het Handboek Nijmegen Toegankelijk kunnen dienen, raden we gemeente Nijmegen aan de Itstandaard, de CROW richtlijnen en de (in ontwikkeling zijnde) NEN 9120 te raadplegen. Daarnaast adviseren we de NEN 9120 ook te raadplegen om in de gemeentelijke bouwverordening aanvullende richtlijnen op te nemen rondom toegankelijkheid, in aanvulling op het bouwbesluit.
Figuur 1. Overzicht richtlijnen toegankelijkheid
Pagina 14 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
DEELPRODUCT 2
Pagina 15 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
4.
DE BUURTBEZOEKEN
In de afgelopen jaren heeft de gemeente Nijmegen gewerkt aan de toegankelijkheid van de openbare ruimte in Nijmegen. Uit de evaluatie van de voortgang toegankelijkheid openbare ruimte werd duidelijk dat Nijmegen goed op weg is. Bij herinrichting is te zien dat toegankelijkheid het uitgangspunt is. Ook tijdens de buurtbezoeken hoorden wij van verschillende deelnemers dat ze vinden dat de toegankelijkheid verbeterd is in de laatste jaren. Natuurlijk zijn er altijd verbeteringen mogelijk. In de tweede fase van het onderzoek hebben we in kaart gebracht hoe toegankelijk de stad Nijmegen in de praktijk is en waar nog ruimte voor verbetering is. Participatie speelt hierbij een groot onderdeel. Samen met ervaringsdeskundigen zijn buurten met verschillende profielen bezocht om te ervaren welke obstakels zij in het dagelijks leven tegenkomen wanneer zij een verplaatsing vanuit huis naar voorzieningen maken. Hierbij zijn de richtlijnen zoals ze opgesteld zijn in het handboek vergeleken met de uitvoering in de praktijk.
4.1 Aanpak buurtbezoeken Het doel van de buurtbezoeken is om de dagelijkse verplaatsingen van ervaringsdeskundigen te toetsen op toegankelijkheid. Dit geeft inzicht in de toegankelijkheid van Nijmegen. We hebben dit gedaan door samen met 1 of 2 deelnemers een route af te leggen van huis naar een voorziening (bijvoorbeeld winkelcentrum, buurtcentrum of openbaar vervoer halte). Voorafgaand aan de route werd een kort gesprek gehouden met de deelnemer(s) om te achterhalen op welke manier de deelnemers zich gewoonlijk door hun buurt verplaatsen. Dit maakte expliciet hoe deelnemers zich dagelijks door de openbare ruimte manoeuvreren en welke aanpassingen zij zelf doen om hun bestemmingen te bereiken. Tijdens de wandeling legden we de door de deelnemers ervaren knelpunten vast en toetsten we deze knelpunten aan de richtlijnen van de gemeente Nijmegen. Zo zijn er punten genoteerd die wel voldoen aan de richtlijnen maar als belemmering worden ervaren én punten die niet voldoen aan de richtlijnen en als belemmeringen worden ervaren. De buurtbezoeken zijn zoveel mogelijk geëindigd in een gebouw of er is tijdens de wandeling een gebouw bezocht. Dit heeft ons inzicht gegeven in de toegankelijkheid rondom gebouwen en in gebouwen. Via het Zelfregiecentrum Nijmegen en Seniorenraad zijn uitnodigingen voor de buurtbezoeken verspreid onder inwoners van Nijmegen met een functiebeperking.
Voor de buurtbezoeken zijn personen met een fysieke, visuele en auditieve beperking uitgenodigd. Uitendelijk waren er deelnemers die verschillende hulpmiddelen gebruikten, zoals elektrische- of hand aangedreven rolstoel, scootmobiel, rollator, tast- of herkenningsstok en cochleair implantaat1. Een aantal deelnemers kregen ook ondersteuning met verplaatsingen in de vorm van een begeleider. Met de deelnemer met een auditieve beperking hebben we ons gefocust op de auditieve toegankelijkheid van gebouwen waar de deelnemer regelmatig komt voor wijkbijeenkomsten. De buurtbezoeken zijn ingepland in verschillende wijken en op wisselende tijdstippen. De toegankelijkheid van een route kan overdag anders beleefd worden dan in de avond.
1 Elektronisch gehoorapparaat dat het gehoor gedeeltelijk herstelt bij mensen met een ernstig gehoorverlies of doofheid.
Pagina 16 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
4.2 Algemene bevindingen Er zijn een aantal algemene bevindingen, die we leren uit de buurtbezoeken, die gelden voor de hele stad. Hieronder vallen ook een aantal belemmeringen die personen met een functiebeperking tegenkomen in alle delen van Nijmegen en daarmee niet specifiek zijn voor een buurt. De algemene lessen zijn gesorteerd in de volgorde van hoe we de buurtbezoeken hebben geanalyseerd. Dit betekent dat de eerste les zich richt op hoe mensen zich voorbereiden. Algemene lessen twee, drie, vier en vijf gaan over de obstakels die mensen tegenkomen in de openbare ruimte als ze onderweg zijn. De laatste algemene lessen, zes, zeven en acht, gaan over de overgang van de openbare ruimte naar de gebouwen en de toegankelijkheid in gebouwen. In bijlage 2 beschrijven we de knelpunten per buurt. 4.2.1
One-size-does-not-fit-all
Er is niet één norm of pakket aan richtlijnen dat ervoor zorgt dat de openbare ruimte toegankelijk is voor elke gebruiker. Iedere deelnemer bereidt zich op zijn of haar eigen manier voor om onderweg te gaan. Hoe mensen de openbare ruimte gebruiken sluit niet altijd aan bij de manier waarop de ruimte is ontworpen. Door ervaring en gewenning gebruiken mensen de openbare ruimte op hun eigen manier. Bovendien werkt de ene inrichting wel voor de ene maar vormt dit een obstakel voor de ander. Zoals duidelijk omschreven in de handreiking toegankelijke stationskwartieren2 opgesteld door Kennis over Zien is er een variatie aan gebruikers van de openbare ruimte met een visuele beperking. Zo zijn er mensen met een visuele beperking die zonder hulpmiddel voortbewegen. Deze groep heeft nog een beetje zicht (restvisus). Voor hen zijn zichtlijnen, contrast en verlichting belangrijk. Daarnaast zijn er mensen die gebruikmaken van een taststok, voor hen zijn gids- en geleidelijnen van belang. De laatste groep heeft (altijd) hulp met voortbewegen in de vorm van een hond of begeleider. Deze verschillen in beperking en verplaatsen kwamen ook terug in de buurtbezoeken. Zo maken niet alle deelnemers met een visuele beperking gebruik van de aanwezige gidslijnen en geleidelijnen.
Verschillende redenen werden door de deelnemers genoemd: • de vaardigheid om gids- en geleidelijnen te voelen niet aangeleerd; • altijd op pad met een begeleider; • een aantal routes uit het hoofd geleerd waardoor het niet nodig is om de lijnen te volgen. De verschillende type rolstoelen zorgen ook voor een verschillend gebruik. Er is een verschil tussen elektrisch en handaangedreven rolstoelen. Dit zorgt voor een verschil in kracht op (lange) hellingen en de op- en afritjes. Daarnaast is er een verschil tussen de hoeveelheid en grootte van wielen. Rolstoelen met kleine wieltjes aan de voorzijde maken het gebruik van op- en afritjes moeilijk doordat deze wieltjes de kleine richels en gootjes moeilijk doorkomen. Mensen in dergelijke rolstoelen zijn gebaat bij een egale weg. Terwijl rolstoelen met alleen grote wielen makkelijker een klein hoogteverschil overbruggen. Ook voor mensen met een auditieve beperking is er nog geen oplossing die voor iedereen werkt. Zo kunnen personen met slechthorendheid een gehoortoestel gebruiken, veelal ouderen, die aan te sluiten is op een ringleidingsysteem.
2 https://www.crow.nl/downloads/pdf/mobiliteit/handreiking-stationskwartieren_23okt2023.aspx
Pagina 17 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
De ontwikkelingen rondom auditieve ondersteuning gaan snel waardoor er in verschillende gebouwen verschillende faciliteiten zijn. Doordat het niet altijd voorspelbaar is, kan de drempel hoger liggen om bijvoorbeeld een gemeentelijke bijeenkomst bij te wonen. 4.2.2
Het afritje is vaak niet bruikbaar
Een van de belemmeringen die meerdere deelnemers onderweg aankaartten zijn de op- en afritjes van trottoir naar de weg. Deze worden vaak als te stijl ervaren of zijn niet recht tegenover elkaar gelegen. Ook zorgt een slechte aansluiting tussen afrit en weg voor problemen van vastzittende rolstoelwieltjes. Soms wordt de overgang van oprit van woning als een hellingsbaan met een kleine hellingshoek, hierdoor loopt het trottoir schuin af wat hinderlijk is voor rolstoelgebruikers. Vanwege de bovengenoemde obstakels maken veel rolstoel en scootmobiel gebruikers uit noodzaak gebruik van de weg om zich te verplaatsen. Ook voor mensen met een visuele beperking kunnen de afritjes voor problemen zorgen. Er is namelijk niet altijd een waarschuwingstegel. Ook bij afritjes met een waarschuwingstegel gaat het mis want regelmatig zijn de afritjes niet recht tegenover elkaar geplaatst of ontbreekt een oprit aan de andere kant van de oversteek. In de normentabel van het handboek toegankelijkheid Nijmegen wordt de voorkeur gegeven aan verlaagde trottoirbanden bij afritjes, in de praktijk zien we dit weinig terug. 4.2.3
Obstakels op het trottoir
Niet alle ervaren belemmeringen worden veroorzaakt door het al dan niet voldoen aan de richtlijnen van het Handboek Toegankelijkheid. Het gebruik van de openbare ruimte door inwoners en bezoekers van Nijmegen heeft een grote invloed op de toegankelijkheid. Tijdens de buurtbezoeken zijn we regelmatig obstakels tegengekomen die de doorgang op het trottoir blokkeerden. Vaak werd dit veroorzaakt door andere gebruikers, bijvoorbeeld geparkeerde fietsen, fietsers op het trottoir en auto’s of bestelbusjes op de stoep. Maar soms heeft het ook te maken met andere beleids- en ontwerpkeuzes in de openbare ruimte. Hieronder vallen bijvoorbeeld geplaatste lantarenpalen en verkeersborden, paaltjes en bollen, en andere objecten die op het trottoir geplaatst worden zoals laadpalen voor elektrische auto’s. Deze obstakels versmallen de al beperkte ruimte voor gebruikers van rolstoelen. Ook zijn ze een grote last voor personen met een zichtbeperking. Vaak ontbreekt een contrastkleur op deze objecten, waardoor ze voor slechtzienden wegvallen in het beeld.
De volgende obstakels kwamen we tegen op het trottoir: • parkeerplaatsen vlak langs het trottoir waardoor auto’s overhellen op het voetpad; • locaties voor verzamelpunten van afvalcontainers die de doorgang blokkeren wanneer containers aan de straat worden gezet; • bollen en paaltjes tegen geparkeerde auto’s; • lantarenpalen en verkeersborden; • laadpalen; • elektriciteitskastjes; • deelscooters; • en andere objecten die op het trottoir geplaatst worden. 4.2.4
Beheer en onderhoud bevordert toegankelijkheid
Op dit moment is beheer en onderhoud van de openbare ruimte geen onderdeel van het Handboek Toegankelijkheid terwijl dit een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan de mate van toegankelijkheid.
Pagina 18 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Een groot deel van de ervaren knelpunten tijdens de buurtbezoeken gaat over scheef- en losliggende stoeptegels of een ingezakt en daarmee te schuin trottoir, zie Foto 1. In het handboek staan hier wel normen voor opgenomen maar deze worden regelmatig overschreden. Daarnaast zijn er ook straten met groot achterstallig onderhoud waardoor een oversteek met een rolstoel of rollator een uitdagend parcours wordt, zie Foto 2.
Foto 1 Scheve stoeptegels op de Sint Canisiussingel
Foto 2 Slecht onderhoud op het kruispunt Kanunnik Pelsstraat en Kanunnik Mijlinckstraat
Onder beheer en onderhoud valt ook het onderhoud aan gemeentelijk groen. Woekerend onkruid, overhellende takken en ander ongewenst groen kan een belemmering vormen voor gebruikers van het voetpad. 4.2.5
De relatie tussen handhaving en toegankelijkheid
We constateren dat er een relatie is tussen de mate van toegankelijkheid en handhaving. Denk bijvoorbeeld aan de handhaving van terrasuitstallingen. Aan Kelfkensbos verdwijnt het trottoir als het terras uitgestald is en in gebruik is. Op onderstaande Foto 3, genomen op een woensdagochtend, lijkt er weinig aan de hand. In het terrasseizoen is dit een onprettige locatie omdat er hier ook nog eens veel tegen het verkeer in wordt gefietst op het fietspad. Zo raken voetgangers in de verdrukking. Daarnaast speelt ook het gedrag van inwoners een rol. Zo zorgen geparkeerde auto’s, bestelbusjes en fietsen voor een verminderde toegankelijkheid (zie Foto 4 en 5). Vaak zijn het auto’s of bestelbusjes die een korte periode ‘fout’ geparkeerd staan. Voor de toegankelijkheid van het trottoir zou het beter zijn als deze automobilisten kort parkeren op de rijbaan met waarschuwingslichten aan. Op dit moment delft de meeste kwetsbare deelnemer, de voetganger, het onderspit.
Pagina 19 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
De regel in Nijmegen is dat geparkeerde fietsen maximaal 15 minuten buiten de rekken mogen staan.3 Het communiceren van deze regel in combinatie met strenger handhaven van deze regel kan op fietsparkeer hotspots zorgen voor een verbeterde toegankelijkheid. Een ander voorbeeld van hinder die verholpen kan worden door handhaving van afspraken, zijn afspraken die gemaakt worden met aannemers rondom werkzaamheden. Bij tijdelijke verkeersmaatregelen worden afspraken gemaakt, hierop kan vaker gecontroleerd worden. Tijdens de buurtbezoeken kwam naar voren dat werkzaamheden vaak hinder veroorzaken, bijvoorbeeld doordat duidelijke afbakening en tijdelijke afritjes ontbreken. Aan de Waterstraat ontstonden er problemen door niet opgeruimde hekken na het afronden van de werkzaamheden, zie Foto 6. Hoewel proactieve handhaving gewenst is, is dit niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld door het gebrek aan capaciteit. Naast handhaving spelen communicatie ook een rol bij het aanpassen van gedrag. Alternatieve maatregelen die ingezet kunnen worden zijn communicatie- en gedragscampagnes.
Foto 3 Terassen op Kelfkenbos
Foto 4 Geparkeerde fietsen op trottoir Waterstraat
3 https://www.nijmegen.nl/diensten/parkeren-verkeer-en-vervoer/fiets-stallen/#c10701
Pagina 20 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Foto 5 Bestelbusje blokkeert trottoir 4.2.6
Tijdelijke inrichtingen doen er ook toe
Foto 6 Niet opgeruimde hekken zorgen voor obstakels
Er zijn meerdere gebieden in Nijmegen volop in ontwikkeling. We constateren dat de toegankelijkheid van de openbare ruimte terwijl een gebied nog niet af is maar al wel bewoond wordt, beter georganiseerd kan worden. Ruim een jaar geleden, in 2022, is het Gezondheidsplein De Boog in gebruik genomen. De omgeving is nog volop in ontwikkeling en in aanbouw. We zien dat de directe omgeving van de Boog daarom een tijdelijke inrichting heeft. De tijdelijke openbare ruimte rondom De Boog is volstrekt onvoldoende, als in aanmerking genomen wordt dat de situatie nu al bijna 1,5 jaar functioneert. Wat opvalt is dat er in deze tijdelijke inrichting geen rekening is gehouden met de bereikbaarheid voor diverse doelgroepen. Er is geen opstelplaats voor bijvoorbeeld een taxi of mantelzorgers die iemand komen brengen of ophalen. Bewegwijzering ontbreekt geheel, zodat de aanwezige gehandicaptenparkeerplaatsen onder een gedeelte van het gebouw alleen kunnen worden gevonden als men er al eerder geweest is. Fietsenstallingen blijken ook onder het gebouw gesitueerd te zijn. Vanaf de parkeerplaats en fietsenstalling is niet duidelijk wat de ingang van het Gezondheidsplein is. Het trottoir aan de voorzijde van de Boog is hobbelig en niet prettig te gebruiken met een rollator of rolstoel. Waar de toegang van het sportcomplex op dezelfde locatie is, is net zo onduidelijk.
Wat daar nog meespeelt is dat de klapdeuren in het gebouw zo zwaar opengaan dat dit voor diverse doelgroepen een barrière is. De diverse ruimten en het gehandicaptentoilet zijn in het sportcentrum goed toegankelijk. Er is een lift naar alle verdiepingen die logisch gesitueerd is en de tribune is (deels) toegankelijk voor rolstoelen. 4.2.7
Het dagelijkse gebouwbeheer beïnvloedt de toegankelijkheid
Tijdens de buurtbezoeken zijn verschillende gebouwen bezocht. Onder andere de bibliotheek, de Stadswinkel, het gezondheidsplein en de sporthal in de Boog.
Pagina 21 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
We constateren tijdens de bezoeken dat er een aantal praktische zaken in het gebouwbeheer bijdragen aan de toegankelijkheid. De uitvoering van het gebouwbeheer en het dagelijkse gebruik laten ons zien dat er niet altijd met ervaringsdeskundigen is gekeken. Denk bijvoorbeeld aan de plaats van de drukknop voor automatische deuren, een prullenbak die zo is neergezet dat de deur van het gehandicaptentoilet niet volledig open kan of een te hoge balie. In het Gezondheidsplein is de toegankelijkheid van het gehandicaptentoilet lastig door de opstelling van informatiepanelen en meubilair daar direct in de omgeving. De lift naar de verdieping is niet duidelijk aangegeven of gemarkeerd en bevindt zich achter het trappenhuis. De stadswinkel is recent samen met ervaringsdeskundigen bezocht en beoordeeld waardoor hier al een aantal kleine wijzigingen zijn doorgevoerd die het verschil maken. Zo zit er nu een bel op het gehandicaptenentoilet zodat mensen niet eerst met de lift naar boven hoeven om de sleutel aan de bewaking te vragen. Samen met ervaringsdeskundigen periodiek evalueren hoe het gebouw het beste gebruikt kan worden, draagt bij aan het verbeteren van de toegankelijkheid. 4.2.8
Auditieve toegankelijkheid is niet vanzelfsprekend
De auditieve toegankelijkheid van openbare gebouwen is niet vanzelfsprekend, met name voor het bijwonen van openbare (wijk)bijeenkomsten. De ITS-standaard schrijft voor dat er verschillende audiovisuele faciliteiten moeten zijn om de auditieve toegankelijkheid te verzekeren: ringleiding, loketringleiding, zend- en ontvanginstallatie van Radiofrequenties (RF) of Infrarood (IR), bluetooth, wifi, dynamische (visuele) informatiepanelen. Er wordt geadviseerd om tenminste een ringleiding te faciliteren omdat deze vooral door ouderen nog gebruikt wordt. Door onze samenwerking met vrijwilligers van stichting HoorMij hebben we inzicht gekregen in het functioneren van ringleidingen in buurtcentra, het gemeentehuis en bij semi-publieke gebouwen die ingezet worden voor publieksbijeenkomsten. Bij een deel van de gebouwen ontbrak een ringleiding bij het opleveren van het gebouw en is dit achteraf hersteld dankzij het attenderen van stichting HoorMij. Daarnaast is de ringleiding vaak incompleet geïnstalleerd of is de organisatie onvolledig in het beschikbaar stellen van de ringleiding tijdens een bijeenkomst. De apparatuur moet klaar staan in de betreffende ruimte van de bijeenkomst, de apparatuur moet volledig opgeladen zijn en de facilitator moet op de hoogte zijn van de werkwijze. Helaas lukt dit niet altijd.
Het zit dus zowel in het ontwerp van een gebouw als in de uitvoering door een betreffende organisatie.
Pagina 22 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Deelproduct 3
Pagina 23 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
5.
INVENTARISATIE VAN OPLOSSINGEN
In dit hoofdstuk beantwoorden we de vraag hoe de knelpunten, die we hebben geïnventariseerd in de buurtbezoeken, opgelost kunnen worden. Hiervoor organiseerden we drie werksessies met zowel ambtenaren als ervaringsdeskundigen. In deze sessies hebben we de knelpunten bekeken die ervaringsdeskundigen ervaren bij vier van de routes die gevolgd zijn tijdens de buurtbezoeken. Dit waren Dukenburg, Noord (Lent), Centrum en West. Deze routes hebben we gekozen in overleg met ambtenaren en ervaringsdeskundigen. Deze vier geven een goed beeld van de verschillende buurtprofielen door de verschillende tijdsperiodes waarin de buurten ontwikkeld zijn. Deelnemers werden aangemoedigd om het probleem te bespreken en tot conclusies te komen over de oorzaak en mogelijke oplossingen. Terwijl sommige toegankelijkheidsknelpunten gemakkelijk kunnen worden aangepakt door kleine aanpassingen aan het straatontwerp, is voor andere een meer structurele aanpak nodig die samenwerking tussen verschillende partijen vraagt. Met dit in gedachten kunnen we oplossingen indelen in drie (soms onderling gerelateerde) categorieën: 1. aanscherpen van het handboek; 2. afhankelijkheid van andere beleidsterreinen; 3. bewustwording. Voor elke categorie geven we voorbeelden vanuit de werksessies maar deze zijn niet uitputtend.
5.1 Aanscherpen van het handboek Doordat we in de buurtbezoeken fysieke knelpunten hebben getoetst aan het handboek, hebben we een aantal aanknopingspunten voor het verbeteren van het handboek. Hierbij gaat het zowel om aanscherpingen van bestaande regels of aanvullen van het handboek. We sluiten de paragraaf af met een beschrijving van de situaties rondom gebouwen en wat de rol van de gemeente hier is en welke verbetermogelijkheden er zijn. a) Aanpassen richtlijn in het handboek Op- en afritjes van de stoep naar de rijbaan De op- en afrit van de stoep naar de rijbaan is een cruciaal punt voor iedereen die met een rollator of rolstoel over straat gaat. Ze bestaan in verschillende vormen en materialen en worden niet altijd op dezelfde manier aangebracht. Zo zijn ze regelmatig te smal of te steil voor rolstoelgebruikers. De plaatsing van de oprit heeft ook invloed op de toegankelijkheid. Op veel plaatsen wordt de oprit op de hoek van het trottoir geplaatst. Hierdoor worden voetgangers schuin de straat opgestuurd in plaats van in een rechte lijn de straat over te kunnen steken. We adviseren dat er voor op- en afritjes een scherpere richtlijn komt in het handboek zodat ze minder steil zijn en meer manoeuvreerruimte bieden.
Geleidelijnen bij bushaltes Geleidelijnen worden niet alleen gebruikt om informatie over een bepaalde ruimte te communiceren, maar ook om slechtzienden naar hun gewenste bestemming te leiden. Op dit moment zijn bushaltes meestal uitgerust met geleidelijnen bij de halte zelf, maar de geleidelijnen die de route naar de halte aangeven ontbreken soms. Dit maakt al deel uit van de ITS-standaard, maar wordt niet altijd correct uitgevoerd. Door in het handboek duidelijkere normen op te nemen over de aansluiting van geleidelijnen richting bushaltes en hun omgeving, kan dit in de toekomst voorkomen of verbeterd worden.
Pagina 24 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
b) Aanvullen van het handboek Halve bollen op de stoep Op verschillende kruispunten in Nijmegen zijn halve bollen (ongeveer 0,5 m hoog) geplaatst om auto’s te weren van de stoep. Deze bollen vormen een struikelblok voor slechtzienden die ze niet altijd zien. Op sommige locaties werden deze bollen wit geschilderd om het visuele contrast te versterken. Idealiter zouden deze bollen vervangen worden door iets wat makkelijker te zien is, zoals plantenbakken, maar dit is niet altijd mogelijk. Een compromis voor de korte termijn is het aanbrengen van voldoende visueel contrast, bijvoorbeeld door ze wit te schilderen. Op lange termijn zou de gemeente moeten kijken naar andere maatregelen om autoverkeer tegen te houden en tegelijkertijd de visuele en fysieke toegankelijkheid te waarborgen. Toegankelijkheid rondom (bouw)werkzaamheden Uit onze buurtbezoeken en werksessies met ervaringsdeskundigen bleek dat werkzaamheden in de openbare ruimte vaak een probleem vormen voor gebruikers. Ruimte op de stoep en voetgangersoversteekplaatsen worden geblokkeerd door achtergebleven materialen of hekken, of er worden onvoldoende maatregelen genomen om een toegankelijke oversteekplaats te garanderen tijdens de werkzaamheden. De gemeente maakt afspraken met een aannemer over het borgen van de toegankelijkheid tijdens renovaties en bouwwerkzaamheden. Toch wordt dit regelmatig niet volledig nageleefd.
De richtlijnen hiervoor zouden daarom expliciet gemaakt kunnen worden in het handboek openbare ruimte. c) Gebouwen Er zijn wettelijke regels over de toegankelijkheid van nieuwbouwgebouwen opgenomen in het bouwbesluit. Dit zijn basiseisen waaraan nieuwbouw moet voldoen. Daarnaast bestaan er ook uitgebreidere standaarden zoals de Integrale Toegankelijkheid standaard (Itstandaard). Gemeentelijke gebouwen De gemeente heeft direct invloed op de gebouwen die in eigendom en beheer van de gemeente zelf zijn, zoals openbare voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan het stadhuis, buurtcentra, de bibliotheek, theaters. Een belangrijke constatering is dat de toegankelijkheid van gebouwen niet achter de voordeur of ingang begint maar al bij de overgang van de openbare ruimte naar het gebouw. In het bouwbesluit zijn (sinds 2019) eisen opgenomen over toegankelijke toegangen van nieuwbouwwoningen en publiek toegankelijke gebouwen. Hierbij wordt ook benoemd dat de toegangen vanaf de openbare weg bereikbaar zijn voor iedereen. Tijdens de buurtbezoeken was te zien dat dit in de praktijk nog niet altijd goed geregeld is. De rolstoeltoegankelijke ingang en -parkeerplaats bevindt zich soms op een andere plek dan de hoofdingang, maar bewegwijzering en informatie hierover ontbreekt. Dit zorgt voor verwarring en ongemak voor rolstoelgebruikers die het gebouw voor het eerst bezoeken.
Idealiter zou de toegangsroute en de toegang voldoen aan de uitgebreide eisen zoals opgenomen in de Itstandaard 2023. Wanneer de toegankelijke ingang zich toch op een andere plek bevindt dan de hoofdingang moet dit duidelijk aangegeven zijn. De gemeente kan ervoor kiezen de Itstandaard voor deze overgangszone op te nemen in het Handboek Nijmegen Toegankelijk zodat het een beleidsuitgangspunt wordt. Daarnaast is het zinvol voor toetsers van ontwerpen om bewust te zijn van de context van een gebied zoals in paragraaf 6.2 staat.
Pagina 25 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
Een uitdaging ligt ook in het dagelijks beheer van publiek toegankelijke gebouwen. Dit wordt soms door gemeente Nijmegen zelf uitgevoerd en soms door andere partijen. In de praktijk blijkt bijvoorbeeld dat de toegankelijkheid van een gehandicaptentoilet lastig is. Er moet bijvoorbeeld een sleutel gevraagd worden bij een receptiebalie of er staan obstakels (prullenbakken of een kast) in de weg. Ook het functioneren van auditieve ondersteuningsfaciliteiten is afhankelijk van dagelijks beheer. In samenwerking met ervaringsdeskundigen kan er bij in gebruik name van het gebouw beoordeeld worden hoe dit het beste georganiseerd kan worden. Ook de toegankelijkheid in tijdelijke situaties, als een gebied nog volop in (her)ontwikkeling is, kan verbeterd worden. De deskundigheid die bij de gemeente beschikbaar is dient hierbij actief ingezet te worden. Tevens dienen de tijdelijke maatregelen bij voorkeur ook met ervaringsdeskundigen afgestemd en teruggekoppeld te worden. De lessen die daaruit voortkomen kunnen in het vervolg worden toegepast. Private gebouwen De gemeente heeft beperkte invloed op de toegankelijkheid van bestaande private gebouwen zoals winkels. Een manier om invloed te hebben is een stimuleringsregeling om aanpassingen te doen aan een gebouw. Denk bijvoorbeeld aan het weghalen van een drempel, aanpassen van deuren of het toegankelijk maken van een toilet.
Een dergelijke stimuleringsregeling is er geweest in Nijmegen. De gemeente kan nagaan of de oude stimuleringsregeling in een nieuwe vorm weer gebruikt zou kunnen worden om meer en betere publiek toegankelijke voorzieningen te realiseren. Hierbij hebben we speciale aandacht voor toegankelijke toiletten. In de binnenstad en de grotere winkelcentra zijn toiletten, die minimaal geopend zijn tijdens de openingsuren, een grote aanwinst. In overleg met beleggers, winkeliers en horecabedrijven kunnen passende en financieel haalbare oplossingen ontwikkeld worden. De gemeente kan hierbij het initiatief nemen in samenwerking met bijvoorbeeld het Zelfregiecentrum Nijmegen. Woningen In dit onderzoek hebben we ons niet gericht op toegankelijkheid van woningen. Wel is ter sprake gekomen dat woningen in veel gevallen slecht toegankelijk zijn voor mensen met een rolstoel. Vanuit ervaringsdeskundigen wordt aangedrongen om hiervoor in de komende woningbouwprogramma’s extra aandacht aan te geven. Een situatie die ook voorkomt is dat een aangepaste woning in de praktijk slecht toegankelijk is door de inrichting van de openbare ruimte rondom de woning. Door meer woningen toegankelijk te ontwerpen en te bouwen, kunnen mensen ook langer in hun buurt blijven. Mensen die door ouderdom slechter ter been raken kunnen in hun huis blijven wonen.
De gemeente kan op dit vlak proactiever zijn door in de woningbouwprogramma’s meer rolstoeltoegankelijke woningen op te nemen. Dit gaat verder dan de algemene eisen in het Bouwbesluit. Denk bijvoorbeeld aan de steeds grotere elektrische rolstoelen die het voor sommige doelgroepen mogelijk maken om grotendeels zelfstandig te wonen. Hiervoor zijn speciale aanpassingen van de woningen noodzakelijk, die bij voorkeur al in de ontwerpfase moeten worden meegenomen. Bij de inrichting van de openbare ruimte rondom woningen moet de toegankelijkheid integraal onderdeel zijn van het ontwerp.
5.2 Afhankelijkheid van andere beleidsterreinen Veel beleidsterreinen zijn van invloed op de toegankelijkheid wat bijdraagt aan de complexiteit van het probleem en de mogelijke oplossingen.
Pagina 26 van 57
Adviesrapport fysieke toegankelijkheid in Nijmegen
In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste aangrenzende beleidsterreinen die een rol spelen bij het verbeteren van de toegankelijkheid. Dit is geen uitputtende lijst maar een samenvatting van onze bevindingen uit de werksessies. a) Ontwerpprincipes bij herinrichting of aanleg van straten De ontwerpprincipes die we hanteren bij herinrichting of aanleg van straten beïnvloedt, vanzelfsprekend, in hoge mate de toegankelijkheid. In vergelijking met het autoverkeer hebben voetgangers een relatief klein deel van de ruimte in het wegprofiel. Dit is niet uniek voor Nijmegen. Het is het geval in de meeste steden in het land waar gedurende een groot deel van de 20e eeuw en de eerste decennia van de 21e eeuw de auto prioriteit kreeg in de ontwikkeling van de stad. Bovendien is de stoep vaak bezaaid met andere elementen van het straatprofiel, zoals bewegwijzering, verlichting, vuilnisbakken en groen. Alles bij elkaar beperkt dit de vrije doorloopruimte voor voetgangers, vooral voor gehandicapten die vaak een breder en obstakelvrij loopoppervlak nodig hebben. De trottoirband vormt de visuele en fysieke scheiding tussen ruimte voor auto’s en die voor voetgangers. Tegelijkertijd wordt het ook als een barrière ervaren door mensen met een fysieke beperking omdat gebruikers bij elk kruispunt erop- en af moeten rijden.
Een veelgehoorde klacht was dat op- en afritten te steil, te smal of niet voorzien waren van voldoende tactiel of visueel contrast. Als gebruikers deze ruimte gedeeltelijk zouden delen door soepelere grenzen tussen weggedeelten, zou er veel ruimte gewonnen kunnen worden voor voetgangers, fietsers en groen. In het geval van een woonstraat zou het verwijderen van trottoirbanden ook betekenen dat voetgangers, fietsers en auto’s allemaal hetzelfde wegdek delen. De verkeersintensiteit wordt laag gehouden door het installeren van verkeersremmende maatregelen die ervoor zorgen dat de straat niet door sluipverkeer kan worden gebruikt en dat de maximum snelheid wordt beperkt tot 15 km/u. Een dergelijk straatontwerp is niet nieuw en staat bekend als een woonerf. Bij nieuw aan te leggen woonstraten of bij reconstructies zou er vaker vanuit het woonerf gewerkt kunnen worden. Hoewel het erfontwerp het voordeel heeft dat er ruimte wordt gewonnen voor mensen in een rolstoel , kan het ook problemen opleveren voor slechtzienden. Als het goed wordt uitgevoerd, met voldoende visueel contrast, natuurlijke gidslijnen, voldoende lage snelheden en verkeersvolumes, kan het succesvol geïmplementeerd worden. Toch is er geen pasklare oplossing. Het verbeteren van toegankelijkheid op plekken met beperkte ruimte.
De samenwerking tussen stedenbouw en mobiliteit is hierin cruciaal om te komen tot goede maatwerkoplossingen. b) Parkeerbeleid Straten voorzien niet alleen in ruimte om te bewegen, ruimte om te verblijven, maar ook in ruimte om te parkeren. Het is een voortdurende uitdaging om de juiste balans te vinden tussen ruimte om te bewegen en ruimte om te verblijven. Gedurende een groot deel van de 20e eeuw heeft het parkeren van auto’s een deel van de openbare ruimte in beslag genomen. In stadscentra worden de laatste jaren grote investeringen gedaan om het parkeren van auto’s in gebouwde voorzieningen of buiten het centrum te plaatsen, om ruimte vrij te maken voor voetgangers, fietsers en andere activiteiten zoals terrassen, pleinen en kunst. Woonwijken vormen in dit opzicht een grotere uitdaging. Bewoners zijn gewend zo dicht mogelijk bij hun voordeur te parkeren. Verder zijn ondergrondse parkeervoorzieningen voor woningen vaak niet haalbaar. Parkeren op straat kan daarom een aanzienlijke belemmering vormen voor de toegankelijkheid, vooral op plekken waar toch al ruimtegebrek bestaat.