Omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Tekst van het document
4.4.1
Doorwerking plangebied
Het pand Bloemerstraat is centraal gelegen in het A1-kernwinkelgebied, direct verbonden met Plein 1944. Voorheen was het een winkel, bestaande uit meerdere lagen detailhandel. In het kernwinkelgebied is de functie “detailhandel” toegestaan. Supermarkt op deze locatie is passend binnen het beleid.
4.5
Milieu
4.5.1
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1.1
Wettelijk kader
Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in bestemmingsplannen vast te leggen is gebruikgemaakt van milieuzonering. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor een handreiking opgesteld: de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'(2009). In deze handreiking wordt aangegeven hoe door middel van milieuzonering de afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies voldoende blijft. Milieuzonering zorgt er onder andere voor dat nieuwe bedrijfsactiviteiten op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd. Niet ieder bedrijf heeft evenveel invloed op de omgeving. In de handreiking worden bedrijfsactiviteiten daarom ingedeeld in zes categorieën. Per milieucategorie zijn richtafstanden opgenomen die aangehouden kunnen worden om hinder te voorkomen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
33
4.5.1.2
Analyse
Het bouwplan omvat een woongedeelte en een winkelgedeelte met fietsenkelder. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangesloten bij het bestaande bestemmingsplan waarbij de toelaatbaarheid van bedrijven gekoppeld is aan de "Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen". Het betreft een algemene lijst, gebaseerd op de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". Bedrijven die in gebieden met gemengde functies goed samengaan met een woonfunctie (milieucategorie 1 en 2) zijn binnen de bestemmingen Centrum, Gemengd-3, Gemengd-4 en Gemengd-5 toegestaan. De winkelfunctie is een bedrijfscategorie die valt onder categorie 1 met een richtafstand van 0 meter voor gemengde gebieden, waarvan hier sprake is. Op grond hiervan is de winkel in principe toelaatbaar. In het kader van de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening dienen echter alle geluidniveaus te worden beschouwd. In deze omgevingsvergunning zal worden vastgelegd dat de winkel alleen in de dagperiode (7:00 -19:00 uur) kan laden en lossen. Hinder van deze activiteiten wordt over het algemeen alleen ervaren in de avond en nachtperiode. Gezien het binnenstedelijke karakter van de locatie, waarbij de laad en losactiviteiten in de dagperiode zullen opgaan in het achtergrondgeluid, is de verwachting dat deze activiteiten niet zullen leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefmilieu.
4.5.2
Bodem
Er is geen bodemonderzoek nodig, omdat het bestaande bouwwerk zo wordt gebouwd dat het er op neer komt dat enkel met een kelder wordt uitgebreid; én in ons bodeminformatiesysteem geen aanwijzing is gevonden dat er bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden; Uit de historische informatie blijk dat de locatie na de tweede wereldoorlog is herbebouwd en er mogelijk oorlogspuin in de bodem ligt; bij een bodemonderzoek ter plaatse van het tegenoverliggende Plein 1944 vielen de verontreinigingen ten gevolge het oorlogspuin echter mee. Fysiek kan men dus nog wel veel puin tegenkomen onder het gebouw.
Daarom zullen er zover het de bodem betreft geen bijzondere financiële of milieutechnische problemen bestaan. Voor deze locatie geldt dat geen bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden om te toetsen of de bodem geschikt is voor de gewenste ontwikkeling.
4.5.3
Geluid
4.5.3.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidhinder dat wordt veroorzaakt door autoverkeer, railverkeer en industrie op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen. De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een weg. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig.
34
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
4.5.3.2
Plangebied
Op het perceel Bloemerstraat 133 worden nieuwe woonbestemmingen mogelijk gemaakt. De omliggende wegen zijn 30 km wegen en hebben dus geen geluidszone. De geluidsbelasting door het verkeer op deze wegen hoeft niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. In het kader van goede ruimelijke ordening is de geluidsbelasting door het verkeer op de omliggende 30 km wegen bepaald en daaruit blijkt dat de geluidsbelasting dermate hoog is dat het niet gewenst is om woningbouw toe te staan zonder rekening te houden met de geluidsbelasting. Er hoeft dus geen hogere waardenbesluit Wet geluidhinder te worden genomen maar er moeten wel voldoende geluidwerende maatregelen worden getroffen om aan het binnenniveau van het Bouwbesluit te voldoen.
In de bovenstaande figuur staan de gecumuleerde geluidbelastingen (zonder aftrek artikel 110 Wgh) van alle wegen op basis van de verkeersprognoses van 2030. Per punt wordt de geluidsbelasting op 6, 10, 20 en 30 meter boven lokaal maaiveld aangegeven.
4.5.4
Lucht
Bestaande situatie De luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie wordt belast door verkeersuitstoot van de Bloemerstraat. Overige bronnen zijn voor zover bekend niet relevant of niet aanwezig. Voor het rekenjaar 2015 is voor NO2 jaargemiddelde de contour ingevoegd. Ter plaatse vinden net geen overschrijdingen van de grenswaarden plaats voor PM10, NO2 en PM2,5.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
35
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
36
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Daggemiddelde grenswaarde PM10 Tabel: luchtkwaliteit
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. In het onderhavige plan bestaat het voornemen om op de locatie van de huidige woonwinkelbebouwing vervangende nieuwbouw te plegen met min of meer dezelfde functies. De netto verkeersaantrekkende werking die deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden.
Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. De woningen zijn geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van het plan zijn de concentraties stikstofdioxide en fijnstof niet hoger dan de grenswaarden (tot 28 ìg/m3 stikstofdioxide). Het plangebied ligt op korte afstand van de Bloemerstraat maar ter plaatse ligt de etmaalintensiteit beneden de 10.000 mvt/etmaal. De bijdrage wordt veroorzaakt door het aandeel busverkeer op de weg.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
37
4.5.5
Externe veiligheid
4.5.5.1
Wettelijk kader
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het gebied. Het spoor van Den Bosch naar Arnhem De Waal Broekman Logistics 4.5.5.2
Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR)
Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR 10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR 10-6 contour bedoeld. De PR contour van de spoorlijn Den Bosch naar Arnhem en de Waal komt niet buiten de transportas zelf. Ook de PR contour van Broekman blijft bijna op eigen terrein en zijn dus zeer ver verwijderd van het plangebied. Het PR vormt dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5.5.3
De verantwoording van het groepsrisico
Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Voor de verantwoording van het groepsrisico rond bedrijven geldt een ander afwegingskader dan de verantwoording van de risico's rond transportroutes. De opslag van giftige stoffen bij Broekman Logistics kunnen in een zeer onwaarschijnlijk scenario het plangebied bereiken (afstand 3,6 km). Het groepsrisico dat hierdoor kan ontstaan is zeer klein en is verantwoord in de beleidsvisie externe veiligheid die februari 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad (Beleidsvisie EV Nijmegen, pag 33) . Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de Waal veroorzaakt een groepsrisico. De planontwikkeling ligt echter op respectievelijk 470 en 430 meter. Op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden afgezien van een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico indien de ontwikkeling verder dan 200 meter van de transportas ligt. Ook de visie van de gemeente Nijmegen geeft aan dat gebruik kan worden gemaakt van de standaardverantwoording.
38
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
4.6
Milieu conclusie
Vanuit milieuaspecten zijn er geen belemmeringen voor deze locatie.
4.7
Verkeer
4.7.1
Bereikbaarheid
Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt in het centrumgebied aan de Bloemerstraat, Regulierstraat en Doddendaal. De ontsluiting vindt voor het gemotoriseerd verkeer via deze wegen plaats. De hier genoemde wegen zijn eenrichtingwegen, uitgezonderd voor fietsers en bromfietsers en lijnbussen. Op eigen terrein bevinden zich geen auto-parkeerplaatsen. Langzaam verkeer Het plangebied kan vanuit de Bloemerstraat, Regulierstraat en Doddendaal in beide richtingen ontsloten worden voor fiets- en voetgangers. Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aangewezen op de haltevoorzieningen aan Plein 1944. Deze bevinden zich op loopafstand (circa 50 meter) van het plangebied.
4.7.2
Expeditie
Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer. Een opstelplaats voor het laden en lossen wordt gesitueerd in de Doddendaal.
4.7.3
Parkeren
Parkeren auto's Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” het plangebied 'Bloemerstraat 133' valt in gebied "Binnenstad". Het aantal vaste parkeerplaatsen moet in principe op eigen terrein worden opgelost. Via de omgevingsvergunning is in bepaalde gevallen ontheffing mogelijk. Het aandeel bezoekers wordt in de “Binnenstad” in de openbare parkeergelegenheden opgelost. De dichtbij zijnde locaties zijn in de Mariënburggarage, Molenpoortdak en de Eiermarktgarage. Parkeren fietsen Voor de berekening van de fietsparkeervraag is gebruik gemaakt van de door het CROW opgestelde Fietsparkeerkencijfers. De inpassing van deze fietsparkeerplekken zijn inpandig voor het niet bezoekers aandeel aanwezig. Bezoekers met een fiets kunnen gebruik maken van de omliggende fietsenstallingen om de fiets te stallen.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
39
4.7.4
Verkeersveiligheid
Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg' Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan de Bloemerstraat, Doddendaal en Regulierstraat dit zijn erftoegangswegen waar een maximumsnelheid van 30 km/h geldt.
4.7.5
Conclusie
Op grond van verkeer zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.8
Natuur en Landschap
4.8.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde houtopstanden. Beschermde gebieden (Natura2000) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' – ten noordoosten van het plangebied - bedraagt circa 955 meter.
40
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Globale ligging van het besluitgebied ten opzichte van Natura2000-gebied 'Rijntakken' (bron: Atlas Leefomgeving). De werkzaamheden worden op enkele honderden meters uitgevoerd van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied ligt - los van de stikstofuitstoot - buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Er zijn buiten eventuele stikstofeffecten geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Stikstof Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage).
De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
41
Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Het plangebied betreft in de huidige situatie onbebouwde en braakliggende grond. Het gehele terrein is recent schoongemaakt. Op het terrein zijn geen natuurlijke elementen aanwezig als bomen, een sloot of poeltjes. Het terrein is hierdoor ongeschikt als verblijfs- of foerageergebied voor beschermde diersoorten. Hierdoor zijn er geen beschermde soorten (zoals planten, amfibieën en broedende vogels) te verwachten in het plangebied en is nader onderzoek naar de aanwezigheid van (essentiële elementen van) dergelijke soorten niet noodzakelijk.
4.8.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en –verordening Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de verordening is het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt op circa 800 meter afstand van het Gelders deel van Natuurnetwerk Nederland (GNN). De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen plaatsvinden. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van het GNN dan ook niet aan en past binnen het beleid van de provincie Gelderland. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen. De Omgevingsvisie en -verordening zijn wat dat betreft niet van toepassing.
4.8.3
Gemeentelijk beleid
Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken
42
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. Voorliggende ontwikkeling maakt op de locatie Bloemerstraat 133 een nieuw appartementengebouw mogelijk. De locatie ligt op circa 200 meter van het Kronenburgerpark, dat bestaat uit meer dan 0,5 hectare vlakgroen. Hiermee wordt voldaan aan de norm van de topindicator groen.
Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in 'De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen' en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.
De hoofdgroenstructuur en de hoofdbomenstructuur zijn de basis en de ruggengraat van het groen in Nijmegen. Deze structuren houden we dan ook in stand. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de hoofdgroenstructuur.
Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegse bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. De volgende uitgangspunten staan daarbij centraal: Optimale inzet van middelen. Waarborgen van een vitaal bomenbestand. Zorgen voor draagvlak; zorgvuldig afwegen, bewust besluiten en tijdig communiceren. Meer bomen en meer kronen. Inzet op kwantiteit en kwaliteit.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
43
Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen. Deze structuur vormt samen met de hoofdgroenstructuur de basis van het groen in Nijmegen. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden geen bomen gekapt en de ontwikkeling heeft geen invloed op de hoofdbomenstructuur. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Nijmegen heeft de ambitie om bij nieuwe ontwikkelingen kansen voor natuur te benutten. Door het nemen van inrichtings- en beheermaatregelen kan de ontwikkeling leiden tot een verbetering van de biodiversiteit. Met name in aansluiting op plassen en watergangen.
De biodiversiteit kan worden gestimuleerd door het maaiveld in te richten en te beheren als bloemrijk grasland met plukjes struweel. De beplanting dient bij voorkeur te bestaan uit een menging van inheemse soorten. Deze maatregelen komen ten goede aan onder andere insecten, kleine zoogdieren en vogels. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals voorliggend plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Het bewust aanbrengen van schuil en nestgelegenheden aan gebouwen is een kans die eenvoudig benut kan worden. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. De gemeente heeft de ecologische structuren, ecologische hotspots en ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking.
44
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet in of nabij een waardevolle ecologische hotspot of structuur en de ontwikkeling die in het plangebied mogelijk wordt gemaakt is hier daarom niet op van invloed.
Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Het verdient aanbeveling hier na realisatie van het plan rekening mee te houden, door bijvoorbeeld de realisatie van nestgelegenheid.
Groen en klimaat Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Het voorliggende besluitgebied is in de huidige planologische situatie reeds volledig bebouwd. Het plan zal daarom niet zorgen voor
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
45
een verdere verstening en bijkomende wateroverlast of temperatuurstijgingen.
4.9
Water
4.9.1
Watertoets
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
4.9.2
Algemeen
Het plan behelst de realisatie van nieuwbouw op de hoek van Doddendaal en Bloemerstraat nabij het busstation Plein 1944. Het plangebied ligt in de wijk Stadscentrum en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
4.9.3
Oppervlaktewater
Binnen het plangebied en directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.
4.9.4
Grondwater
Het plangebied bevindt zich niet meer in een grondwaterbeschermingsgebied. De juridische beperkingen van het waterwingebied gelden dus niet meer. In de bodemparagraaf zijn mogelijk randvoorwaarden voor infiltreren aangegeven. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen.
Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen
46
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem.
4.10 Eindconclusie De aanvraag omgevingsvergunning is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
47
48
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
De belanghebbende is eigenaar van de gronden binnen het plangebied. Op grond van artikel 6.12 van de Wro zal ten behoeve van dit plan geen exploitatieplan worden opgesteld. Tussen belanghebbende en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Derhalve kan gesteld worden dat het projectbesluit financieel-economisch uitvoerbaar is. Via de anterieure overeenkomst is het kostenverhaal verzekerd en hoeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Uit het gevraagde projectbesluit kan schade voortvloeien als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening om welke reden er gerede twijfel bestaat over de vereiste economische uitvoerbaarheid van de gevraagde planologische maatregel. Er dient voorkomen te worden dat de gemeente voor particuliere initiatieven planschade betaalt. Om die reden is in de overeenkomst opgenomen dat de initiatiefnemer zich ten behoeve van de economische uitvoerbaarheid van de planologische maatregel bereid verklaart de daaruit voortvloeiende voor vergoeding in aanmerking komende planschade volledig aan de gemeente te compenseren. Derhalve kan gesteld worden, dat de ontwikkeling financieel-economisch uitvoerbaar is.
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Conform de inspraakverordening heeft er inspraak plaatsgevonden via de zienswijzenprocedure. Het ontwerpprojectbesluit heeft gedurende zes weken terinzage gelegen. De zienswijzen zijn samengevat in de zienswijzennota.
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
49
50
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
Hoofdstuk 6
Bijlagen
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
51
notitie Flora en Fauna
52
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
D160892203 D160892203
NOTITIE Bruisten + Janssen architectenbureau A. Piels Postbus 51 6640 AB Beuningen (Gld.) DATUM:
3 september 2012
ONS KENMERK:
12-576/12.04171/JosZu
UW KENMERK:
uw email van 27 augustus 2012
AUTEUR:
ing. J.A.M. van Zundert
PROJECTLEIDER:
ir. ing. G. Hoefsloot
STATUS:
versie 1.0
Flora- en faunawet quick scan Doddendaal 1, Nijmegen Beleggings- en Beheersmaatschappij Dornick B.V. heeft het voornemen om het pand aan de Doddendaal 1 in Nijmegen (hierna: het pand) te slopen. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 30 augustus 2012) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep beoordeeld in het kader van de Flora- en faunawet.
Conclusie Bij de sloop van het pand aan Doddendaal 1 bestaat geen risico op het overtreden van verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Een ontheffing van de Flora- en faunawet 1 is voor de sloop niet nodig .
Toelichting Plangebied en werkzaamheden Huidige situatie: Het pand staat op de hoek van Doddendaal en de Bloemerstraat, schuin tegenover Plein 1944. Het pand bestaat deels uit baksteen en verder beton. Het pand heeft een plat dak. De gevel bestaat op de begane grond grotendeels uit glas (etalage winkel van Intersport en Sleepoutlet). Vanaf de eerste verdieping is de gevel deels uitgebouwd met betonelementen. De bovenrand van deze uitbouw is voor een klein deel schuin afgewerkt en bedekt met plaatmateriaal. Figuur 1 is een foto van het pand gezien vanaf Doddendaal.
1
In het kader van de WABO en het aanvragen van de omgevingsvergunning betekent dit dat u het onderdeel ‘Handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten’ niet aan uw aanvraag hoeft toe te voegen.
Figuur 1. Foto van het te slopen pand gezien vanaf de straat Doddendaal. Het pand staat in het centrum van Nijmegen temidden van andere bebouwing. De dichtstbijzijnde locaties waar groenstroken en parken aanwezig zijn betreft het gemeentegroen met een oppervlakte van ongeveer 0,35 ha bij Plein 1944 op ongeveer 75 meter afstand. De recent aangelegd beplanting bestaat uit platanen en gazon en heeft geen bijzondere natuurwaarde. Op 150 meter ligt park Doddendaal en op 600 meter afstand ligt het Valkhofpark. Deze parken zijn ecologisch gezien interessanter, er staan oudere bomen en in park Doddendaal zijn vijverpartijen aanwezig. Methodiek Omdat het een pand in het stadscentrum van Nijmegen betreft, kan bij voorbaat uitgesloten worden dat de ingreep effect heeft op de soortgroepen ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen. Bij de veldinspectie is gelet op geschiktheid van het plangebied en omgeving voor beschermde soorten uit de soortgroepen planten 2 (muurplanten), vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen . Het pand is op 30 augustus 2012 bezocht. Het te slopen pand is aan de buitenzijde nauwkeurig geïnspecteerd op groeiplaatsen van beschermde soorten planten, geschikte broedplaatsen voor huismus en gierzwaluw en holten en spleten die voor vleermuizen en steenmarter toegankelijk zijn. Verder is sporenonderzoek uitgevoerd naar pootafdrukken, uitwerpselen en haren.
Op basis van kenmerken van de bebouwing en expert judgement is beoordeeld of deze geschikt is als verblijfplaats voor beschermde soorten van het 2
In de Flora- en faunawet worden drie beschermingsregimes onderscheiden. Voor soorten uit Tabel 1 geldt vrijstelling van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor soorten van Tabel 2 of 3 geldt geen vrijstelling en kan aanvraag van een ontheffing aan de orde zijn bij overtreding van verbodsbepalingen. In de lopende tekst is per beschermde soort aangegeven in welke beschermingscategorie deze is opgenomen.
Flora- en faunawet quick scan Doddendaal 1, Nijmegen
2
stedelijk gebied die in de regio voorkomen. Aanvullend op het bezoek heeft beperkt bronnenonderzoek plaatsgevonden (telmee.nl, waarneming.nl). Resultaten Planten Bij de inspectie van het pand is gelet op de aanwezigheid van groeiplaatsen van beschermde (muur)planten. Er zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Op grond hiervan is beoordeeld dat het pand geen betekenis heeft voor beschermde soorten planten. Vleermuizen In de omgeving van het pand komt onder andere de gebouwbewonende soort gewone dwergvleermuis voor (Tabel 3 Flora- en faunawet). De parken in de omgeving van het pand zijn geschikt als foerageergebied voor gebouwbewonende vleermuizen. Voor vleermuizen zijn in het pand geen toegankelijke spleten of holten aanwezig. De ruimte onder de dakbedekking is voor vleermuizen niet toegankelijk via spleten aan de dakrand. Het te slopen pand is daarom niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Bij het veldbezoek zijn geen uitwerpselen van vleermuizen gevonden. Het pand heeft geen betekenis voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren De steenmarter is een beschermde diersoort van Tabel 2 van de Flora- en faunawet die in Nijmegen voorkomt. De soort kan besloten ruimtes in gebouwen, bijvoorbeeld zolders, als verblijfplaats gebruiken. Het pand aan de Doddendaal 1 is voor de steenmarter ongeschikt als verblijfplaats.
Er zijn geen besloten ruimtes die via openingen bereikbaar zijn voor de steenmarter. Bij het veldbezoek zijn geen uitwerpselen, latrines of prooiresten van de steenmarter gevonden. Op basis van deze gegevens wordt aangenomen dat het pand geen functie heeft voor de steenmarter. In de groenstroken en parken in de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten beschermde zoogdieren van Tabel 1 van de Flora- en faunawet voor zoals egel, mol en verschillende soorten muizen. Het pand heeft geen functie voor deze soorten. 3
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Voor de gierzwaluw en huismus zijn geen geschikte nestholten aanwezig. Het pand heeft geen betekenis voor soorten vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is. Ook voor andere soorten stadvogels zoals merel, kauw en zwarte roodstaart zijn geen geschikte nestplaatsen aanwezig.
3
Op grond van door het ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.
Flora- en faunawet quick scan Doddendaal 1, Nijmegen
3
Effecten Het pand heeft geen betekenis voor beschermde soorten flora of fauna. Nadelige gevolgen voor beschermde soorten door het slopen van het pand zijn daarom uitgesloten. Literatuur Internet: Telmee.nl Waarneming.nl
Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met projectleider Gerlof Hoefsloot Akkoord voor uitgave:
Teamleider Bureau Waardenburg bv drs. G.F.J. Smit
Paraaf:
Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Quist Vastgoed Ontwikkeling Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder vooraf-gaande schrif-telijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001:2008.
Flora- en faunawet quick scan Doddendaal 1, Nijmegen
4
Stikstofberekening
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)
57
Aerius-berekening Projectnaam Projectnummer Datum
Aerius Luxor Nijmegen 2020-134 2021-02-26
AERIUS-BEREKENING – SAMENVATTING
Samenvatting Samenvatting Projectnaam Versie Tekening(en) Opdrachtgever Gemaakt door
Aerius Luxor Nijmegen V05 1804 TO-1.1 t/m TO-6.0 2020-07-22 Flow Architecten E. Beckers
Rekenzone Gebruiksfunctie
Woontoren met commerciële plint Winkelfunctie en woonfunctie
d.d.
Resultaat eis <0,005 depositie 0,000
mol/ha/j mol/ha/j voldoet
Dit rapport beschrijft de uitgangspunten die gebruikt zijn in de AERIUS Calculator om de stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied in kaart te brengen. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Uit de AERIUS berekening volgt dat er geen effecten op Natura-2000 gebieden zijn, die hoger zijn dan de drempelwaarde (0,005 mol/ha/jaar). Middels het leggen van rekenpunten op het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen, onder meer Rijntakken, is bepaald dat de bijdrage lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Derhalve geldt geen meldings- of vergunningplicht. De AERIUS rapporten zijn bijgevoegd in de bijlagen.
AERIUS-BEREKENING – UITGANGSPUNTEN
Uitgangspunten Bestaande situatie Leeg terrein.
Nieuwe situatie Voor de nieuwe situatie is 1 scenario bekend: 1. 136 appartementen met commerciële plint In de nieuwe situatie genereren de volgende bronnen de emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3): - Aanlegfase – mobiele werktuigen - Aanlegfase – werkverkeer - Gebruiksfase – verkeersaantrekkende werking Emissie door CV-installaties en kooktoestellen is niet aan de orde bij dit plan vanwege het gebruik van uitsluitend elektrische installaties (gasloos). Substantiële ammoniakemissies (NH3) zijn tevens niet aan de orde.
Emissie door mobiele werktuigen Binnen het plan zal gebruik gemaakt worden van mobiele werktuigen, zie onderstaande tabel. De emissie is in de Aerius Calculator berekend aan de hand van de rekenmethode eigen specificatie. Tijdens de bouw zijn graafmachines, betonstorters, hijskranen en gereedschap nodig. De hijskranen, graafmachines en het gereedschap zijn elektrisch aangedreven. Het gebruik van elektrische mobiele werktuigen dient te worden gewaarborgd door de aannemer. De elektrische mobiele werktuigen hebben geen emissie en zijn derhalve niet opgenomen in onderstaande emissietabel. Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Vermogen [kW]
Belasting [%]
Draaiuren
Betonstorter
≥ 2019
diesel
200
70
105
Graafmachine
-
elektrisch
100
-
52
Hijskraan
-
elektrisch
224
-
358
Emissie door werkverkeer Naast de inzet van werktuigen vinden ook verkeersbewegingen plaats. Het vervoer van materialen en personen van en naar het plan is gebaseerd op ervaringscijfers. Het werkverkeer is ingevoerd als lijnbron vanaf de oprit in het plangebied, via de Bloemerstraat naar de Nassausingel. Vanaf deze weg zal het verkeer opgaan in het heersend verkeersbeeld. In onderstaande tabel zijn het aantal ritten van het werkverkeer aangegeven. Het dubbele hiervan geeft het aantal bewegingen. Het aantal bewegingen zijn ingevoerd in de Calculator. Werktuig
Ritten
Bewegingen
Zwaar vrachtverkeer
287/jaar
574/jaar
Middelzwaar vrachtverkeer
15/jaar
30/jaar
Licht verkeer
604/jaar
1208/jaar
AERIUS-BEREKENING – UITGANGSPUNTEN
Emissie door verkeersaantrekkende werking De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. In onderstaande tabel is de berekening van de verkeersgeneratie opgenomen van het plangebied. Door de goedkeurende instantie is aangegeven dat er voor appartementen kleiner dan 50 m2 geen parkeervoorzieningen ten behoeve van lichte motorvoertuigen is vereist. In navolging hiervan is in het plan een fietsenstalling gerealiseerd. De commerciële ruimte wordt gevuld door een supermarkt waar alleen gebruik wordt gemaakt van mandjes, geen winkelwagens. Dit heeft een aantrekkende werking op stadsinwoners zonder motorische voertuigen. Het is niet reëel om geen rekening te houden met de verkeersaantrekkende werking van lichte motorvoertuigen, vandaar hebben we het uitgangspunt genomen dat een deel van de gebruikers van appartementen en een deel van de gebruikers van de supermarkt gebruik maken van lichte motorvoertuigen gestald in openbare parkeergarages. De woningen zijn appartementen in de huursector in het centrum in een sterk stedelijk gebied. De woningen zijn gelegen in de binnenstad, dus geen bezoekers en bewoners parkeren. Wel nog pakketdiensten en verhuizingen etc. Aanname 10% van totaal aan verkeersgeneratie (worst case)1. De commerciële ruimte is een full-service supermarkt in het duurder segment (Albert Heijn).
Dit betreft een to-go-concept en is gelegen in de binnenstad waar bezoekers in openbare parkeergarages moeten parkeren. Derhalve 25 van totale norm, dus 25% van 1 aan verkeersgeneratie2. De verkeersaantrekkende werking is ingevoerd als lijnbron vanaf de oprit in het plangebied, via de Bloemerstraat naar de Nassausingel. Vanaf deze weg zal het verkeer opgaan in het heersend verkeersbeeld. Aanname
Generatie
3,7
0,37 (10%)
50,52
16,0
4,0 (25%)
37,96
Kencijfer Functie
Plan
Eenheid
Appartement etage
136 woningen
1 woning
Commerciële ruimte
949 m2 BVO
100m2 BVO
12
Poppe B. & Oomen P. (25 februari 2021). 0.4 verkeersgeneratie KSN_Bloemerstraat. Gemeente Nijmegen
AERIUS-BEREKENING – BIJLAGEN
Bijlagen AERIUS Calculator rapport Aanlegfase AERIUS Calculator rapport Gebruiksfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S6GHY6ps1JZV (25 februari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
SMART Bouwexperts
Bloemerstraat 133, 6511EH Nijmegen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Luxor Nijmegen
S6GHY6ps1JZV
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
25 februari 2021, 15:02
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
15,73 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase nieuwbouw woontoren met 136 appartementen en commerciële plint V04
Situatie 1
S6GHY6ps1JZV (25 februari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
14,70 kg/j
Wegverkeer aanlegfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,03 kg/j
S6GHY6ps1JZV (25 februari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Mobiele werktuigen aanlegfase 187665, 428710 14,70 kg/j < 1 kg/j
Naam
Situatie 1
Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Betonstorter
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
14,70 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Wegverkeer aanlegfase 187586, 428566 1,03 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
574,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
30,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
1.208,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
S6GHY6ps1JZV (25 februari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
S6GHY6ps1JZV (25 februari 2021) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RS8WdQGqo5BV (26 februari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
SMART Bouwexperts
Bloemerstraat 133, 6511EH Nijmegen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Luxor Nijmegen
RS8WdQGqo5BV
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 februari 2021, 08:33
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
11,11 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase nieuwbouw woontoren met 136 appartementen en commerciële plint V05
Situatie 1
RS8WdQGqo5BV (26 februari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Verkeersgeneratie woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
2,12 kg/j
Verkeersgeneratie commerciële ruimte Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
8,99 kg/j
RS8WdQGqo5BV (26 februari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
50,3 / etmaal NOx NH3
2,12 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Verkeersgeneratie woningen 187591, 428569 2,12 kg/j < 1 kg/j
Verkeersgeneratie commerciële ruimte 187595, 428572 8,99 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
38,0 / etmaal NOx NH3
1,60 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
8,1 / etmaal NOx NH3
2,96 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
8,1 / etmaal NOx NH3
4,43 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RS8WdQGqo5BV (26 februari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RS8WdQGqo5BV (26 februari 2021) pagina 5/5
Wij ontzorgen SMART in de bouw
SMART Bouwexperts Schoutlaan 22a 6002EA Weert 0495-204900 Info@smartbouwexperts.nl SMARTBouwexperts.nl
BIM & TEKENWERK
BOUWFYSICA & BOUWBESLUIT
LASERSCANNEN & INMETEN
DUURZAAMHEID & ENERGIE
INSPECTIES & ADVIES
VISUALISATIES & ANIMATIE
74
vastgesteld omgevingsvergunning Nijmegen Centrum Binnenstad - 2 (Bloemerstraat 133)