CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 16 december 2025 over Programma water en riolering 2026-202925.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

vijvers is daarom niet wenselijk. De overstortvijvers maken officieel deel uit van het rioolstelsel, vissen en andere dieren horen hier niet in thuis.

Concept

Locaties overstortvijvers

5.1.3 Databeheer Tijdens de planperiode van het PWR zet de gemeente zich in om de actualiteit en continuïteit van data zo goed mogelijk te waarborgen. Dit betreft zowel de rioleringsbeheersoftware als het hydraulisch model, waarbij meetgegevens worden gebruikt om de modelresultaten voortdurend te valideren. Goede data zijn nodig om het beheer goed uit te kunnen voeren en de benodigde werkzaamheden goed te kunnen onderbouwen. Dit proces sluit aan bij de focus op datakwaliteit, zoals benoemd in de datastrategie, en vormt tevens een belangrijk speerpunt binnen de opgave Digitale Transformatie (Programma Datakwaliteit Nijmegen,2023). Het doel is om datagedreven werkprocessen optimaal te integreren in de basisactiviteiten van het gemeentelijk rioleringsbeheer. Een concreet voorbeeld hiervan is de implementatie van gestandaardiseerd dataverkeer via het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW, Stichting RIONED) binnen de rioleringsbeheersoftware. Het GWSW is een ontologie, een speciale datastructuur die systemen en processen op het gebied van stedelijk waterbeheer beschrijft. Het GWSW is een verplichte open standaard volgens de pas-toe-of-leg-uit-lijst van Forum Standaardisatie. Dat maakt uitwisseling van gegevens eenduidiger en eenvoudiger. Momenteel wordt de GWSW-structuur verwerkt in de database, met als verwachting dat deze in 2026 volledig geïmplementeerd is.

Deze structuur vormt de basis voor het actueel houden van het hydraulisch model. Dit model wordt gebruikt om het hydraulisch functioneren van het rioolsysteem te toetsen, benodigde maatregelen te bepalen voor systeemverbetering en de invloed van nieuwe ontwikkelingen te analyseren. Met andere woorden, het hydraulisch model simuleert de werkelijke werking van het rioolstelsel, zodat de effecten van maatregelen, bijvoorbeeld op wateroverlast, kunnen worden geëvalueerd. Daarom is het van groot belang om actuele en correcte data als input voor het hydraulisch model te gebruiken. Daarnaast spelen meetgegevens een bepalende rol. Tijdens de planperiode wordt de output van het hydraulisch model gespiegeld aan de meetgegevens, om de betrouwbaarheid van het model te vergroten en de effecten van aanpassingen op het hydraulisch functioneren te blijven monitoren.

5.1.4 Staat van de objecten Technische staat Over het algemeen is de staat van de riolering in Nijmegen goed. Tussen 2019 en 2023 zijn er weinig inspecties uitgevoerd, de jaren daarvoor is er meer geïnspecteerd. In de PWR-periode zal deze achterstand risicogericht inlopen. De implementatie van RIOBASE zal hierbij helpen. Als er bij inspecties schades worden geconstateerd, worden maatregelen opgenomen in de meerjareninvesteringsplanning. De deelreparaties die uit de inspecties naar voren komen worden uitbesteed. Bij grotere reparaties wordt gekozen voor het relinen of vervangen.

25

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

De data over de gemalen worden bijgehouden in het beheerprogramma SAM. Met deze data wordt het onderhoudsprogramma gemaakt met daarbij de planning en de benodigde kosten. Het onderhoud wordt uitbesteed. Overstortlocaties (meters) worden 4 keer per jaar gekalibreerd. Zodra er een overstort heeft plaatsgevonden bij een overstortvoorziening dat op oppervlaktewater loost, wordt er rondom de overstort gereinigd. Naast overstortmeters beschikken we ook over regenmeters, zodat we neerslaggegevens hebben, waarmee we onze modellen kunnen toetsen aan de praktijk. Het beheer en onderhoud hiervan wordt ook uitbesteed.

5.1.5 Functioneren van het systeem Hydraulisch functioneren Het hydraulische functioneren wordt regelmatig getoetst voor delen van de riolering, als er problemen zijn of maatregelen moeten worden getroffen. Een totaaloverzicht (SSW-Systeemoverzicht Stedelijk Water) hiervan is niet voorhanden. Er zijn verschillende deelrapportages, een bruikbaar hydraulisch model voor het grootste deel van Nijmegen. Daarnaast is er het Handboek Water waarin circa 70% van de onderwerpen en gegevens van een SSW in staan. Dit Handboek Water is in ontwikkeling en wordt de komende jaren afgerond. Daarmee kan dan ook relatief eenvoudig een SSW worden opgesteld. De gebieden waarvoor met deelrapportages het hydraulisch functioneren inzichtelijk is gemaakt, zijn: • Klimaatstudie hoofdbemalingsgebied De Biezen 2019 • Waterrobuust Dukenburg -Lindenholt 2024 • Toetsing en actualisatie rioleringsmodel De Biezen 2024 • Toetsing kwaliteit rekenmodel “De Biezen” Nijmegen 2024 • Ontwikkelingsplan Lindenholt Dukenburg • Ontwikkelingsplan Nijmegen Noord • Pompenplan Waalsprong 2017.

We hebben met het vuilwatersysteem, hemelwatersysteem, oppervlaktewatersysteem (zie figuur 5-5) alle systemen in beeld voor heel Nijmegen. Voor bemalingsgebied De Biezen (alles tussen de Waal en Maas-Waalkanaal), Lindenholt en Dukenburg zijn de systemen goed in beeld, inclusief het hydraulisch functioneren. Hiervoor zijn er bruikbare modellen met validatie en analyserapporten (evaluatie). Grondwater is het minst in beeld in bemalingsgebied De Biezen omdat het heel diep zit en de invloed hiervan beperkt is op het functioneren van onze systemen. Milieutechnisch functioneren Een totaaloverzicht van het milieutechnisch functioneren ontbreekt door gebrek aan personele capaciteit. Ook hiervoor geldt dat wanneer het nodig is, op onderdelen het milieutechnisch functioneren wordt berekend. We hebben (nog) geen inzicht in foutaansluitingen. Als uit onderzoek blijkt dat de waterkwaliteit achter lozingspunten te wensen overlaat, kunnen foutaansluitingen een oorzaak zijn. Het verkrijgen van inzicht daarin is dan nodig. De gemeente heeft (exclusief de overstortpompen) 28 gemengde overstorten waarvan zes overstorten naar overstortvijvers en -velden gaan. Bij deze zes overstorten verdwijnt het water niet definitief uit het systeem. Een deel van het overstortende water stroomt na de piek van de bui weer terug het stelsel in. Dat water wordt alsnog naar de zuivering afgevoerd.

Bij de overige 22 overstorten, stort water over naar wateren die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat of Waterschap Rivierenland. Van de 28 gemengde overstorten zijn er in 2021 en 2022 twintig bemeten. Acht externe overstorten worden niet meer bemeten omdat is vastgesteld dat we het gewenste inzicht, in het functioneren in relatie tot het systeem, verkregen is. In bijlage VIII staat een overzicht van alle overstorten in de gemengde stelsels

5.1.6 Risicogestuurd beheer Voor een goed functionerend gemeentelijk riool- en watersysteem voeren we onderhoud uit. Om dit op een efficiënte manier te blijven doen, gaan we steeds meer over op risicogestuurd beheer. Door het hanteren van een risicogestuurd beheerplan, wordt er gerichter geïnspecteerd, niet het aantal kilometers dat geïnspecteerd wordt is het doel, maar de kwaliteit, ligging en risicofactoren van het riool bepalen de frequentie. Een riool onder een druk verkeersplein krijgt een ander onderzoeks- en beheerregime dan een riool aan het eind van een rustige woonstraat. Bovenstaande geldt ook voor onderhoud. In plaats van een vaste onderhoudsfrequentie voor riolen, gemalen en andere objecten, stemmen we het onderhoud af op het gebruik, de omgevingsfactoren en de eventuele risico’s die we hierbij lopen. Waar nodig intensiveren we het onderhoud, en waar mogelijk

26

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

verminderen we het. Aan de hand van inspecties en onderzoeken bepalen we of objecten gerepareerd, verbeterd of vervangen moeten worden. We hebben veel informatie beschikbaar, door het inzetten van risicogestuurd beheer kunnen we deze informatie effectiever inzetten en kunnen we ook de schaarse middelen efficiënter inzetten.

Concept

Oppervlaktewatersysteem in Nijmegen

Overzicht riolering Nijmegen

5.2 Huidige situatie: grondwater 5.2.1 Monitornetwerk We hebben een grondwatermonitornetwerk. Het monitornetwerk is niet overal even uitgebreid. In de Waalsprong zijn er veel meetpunten, hier hebben we dus veel informatie over het grondwater. In de rest van de stad is het meetnet minder uitgebreid en is er dus minder kennis over de grondwaterstanden. Om betere metingen te krijgen is het belangrijk het netwerk uit te breiden met meer peilbuizen. Van de 26 fonteinen zijn er zes fonteinen die voor de beluchting van rioolvoorzieningen functioneren. Deze fonteinen worden gevoed met grondwater. Bewust wordt ervoor gekozen om geen drinkwater te gebruiken zodat dit kan worden bespaard. Sier- of speelfonteinen krijgen wel drinkwater en worden uitgezet tijdens droogte.

27

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

5.2.2 Functioneren van het systeem In Nijmegen hebben we over het algemeen niet veel last van te hoge of lage grondwaterstanden. Op een aantal locaties zijn de grondwaterstanden echter gestegen waardoor er sprake is van overlast.

Concept

5.2.3 Oppervlaktewater: Waal en Maas-Waalkanaal Dwars door Nijmegen stroomt de rivier de Waal. De Waal is de grootste arm van de Rijn en wordt gevoed door regen- en smeltwater uit de Zwitserse Alpen. Door klimaatverandering komen we vaker in situaties met veel neerslag en smeltwater, wat leidt tot hogere waterstanden in de rivier, met beïnvloeding van de (grond)waterstanden in de stad. In tijden van droogte zal de waterstand van de rivier laag worden, ook dat beïnvloedt de (grond)waterstanden. De Waal speelt ook een belangrijke rol in de scheepvaart en het transport, en is ook van belang voor de economische groei van Nijmegen. Daarnaast biedt de rivier volop recreatiemogelijkheden, zoals wandel- en fietspaden langs de oevers, en is de Waal belangrijk voor de waterhuishouding in de regio. Het Maas-Waalkanaal doorsnijdt de stad. Het zorgt voor een continue stroom van kwel richting Lindenholt en Dukenburg. Via de gemalen Neerbosch en Malden wordt stedelijk water door het waterschap afgevoerd op het kanaal. De stad en Waterschap Rivierenland hebben verschillende maatregelen genomen om zich te beschermen tegen hoge waterstanden, zoals dijkversterkingen, verhoging van de waterkeringen en wateropvanggebieden. De Waal draagt ook bij aan de biodiversiteit in de omgeving, wat belangrijk is voor zowel natuurbehoud als de leefkwaliteit en gezondheid van de inwoners.

5.2.4 Oppervlaktewater voorzieningen De gemeente heeft een aantal vijvers en sloten zelf in beheer. Hier zijn we verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en voor het onderhoud van de oevers. We hebben ongeveer 31 kilometer aan beschoeiingen in Nijmegen.

5.2.5 Staat van de objecten Wij hebben grotendeels inzichtelijk welke beschoeiingen vervangen moeten worden. Het grootste gedeelte van de beschoeiing moet verwijderd worden (meer dan 20km) en slechts een klein deel moet vervangen worden (rondom brughoofden en andere voorzieningen). Waar verwijdering en vervanging plaatsvindt, kan de toepassing van natuurvriendelijke oevers overwogen worden. Door te weinig ruimte tussen wegen en paden langs het water is dit overigens niet altijd mogelijk. Onderhoud van natuurvriendelijke oevers wordt door groenbeheer gedaan dan wel uitbesteed.

5.2.6 Functioneren van het systeem De gemeente is eigenaar van de vijvers in Lindenholt en Dukenburg. Bij de waterspeelplaats is er sprake van een slechte waterkwaliteit. Door de speelplaats te verplaatsen en de watergang te verdiepen kan meer doorstroming plaatsvinden waardoor de waterkwaliteit verbeterd. De recreatieplassen bij de Waalsprong hebben diverse functies en doelen (ecologisch – recreatie), waardoor het balanceren is om hieraan tegemoet te komen. Het huidige watersysteem heeft over het algemeen een goede waterkwaliteit, maar er is behoefte aan meer duidelijkheid over de functie van het water en het beheer ervan zodat de kwaliteit hiervan niet verminderd.

6 Aanleg, onderzoeken en maatregelen: wat gaan we doen? 6.1 Opgave In dit hoofdstuk beschrijven we de opgave, aanleg, onderzoek en maatregelen die we deze planperiode 2026-2029 gaan doen. De opgave is gerubriceerd in 12 categorieën, die ook in de financiële rapportage worden gehanteerd. Dat maakt het eenvoudig om periodiek te actualiseren en inzicht te geven in de stand van zaken. Per categorie wordt, in samengevatte vorm, aangegeven wat wij gaan doen, hoeveel uren er zijn geraamd en welke bedragen er nodig zijn. In een tabel is overzichtelijk weergegeven welke activiteiten behoren tot de categorieën en onder wel doel (Hoofdstuk 3) het valt. In de tabel staat ook ‘overig’ als doel. Dit betekent dat de activiteit een link heeft met de coördinatie of aansturing. De categorieën zijn: a. aanleg; b. gegevensbeheer; c. onderhoud; d. vernieuwen; e. verbeteren;

28

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

f. g. h. i. j. k. l.

meldingen en klachten; vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH Riolering); beleid en planvorming; onderzoek; monitoring; voorlichting & communicatie; en overige.

6.2 Aanleg In deze planperiode worden nieuwe voorzieningen aangelegd. Dat zijn hoofdzakelijk inbreidingen die toebehoren aan werkzaamheden van projectontwikkeling- en realisatie. Water en bodem zijn hierbij sturend, zoals aangegeven in paragraaf 3.2. Ontwikkelingen moeten klimaatbestendig worden uitgevoerd, met voldoende waterberging om wateroverlast bij hevige neerslag zoveel mogelijk te voorkomen. De huidige invulling van “klimaatbestendig” is voor wateroverlast dat een bui van 70 mm in een uur, met een verwachte herhalingstijd van 1 x per 100 jaar in het klimaat van 2050, niet tot schade leidt. De verwerking en berging van hemelwater is maatwerk en wordt beschreven in het Handboek Water. De toerekening van de kosten van ontwikkelingen (herstructurering) aan de rioolheffing wordt in 2026 uitgewerkt en besproken met als doel om heldere afspraken te maken over de verdeling van de kosten van de (grote) herstructureringsopgaven in Nijmegen. Deze planperiode staan vanuit riolering en stedelijk water de onderstaande reguliere activiteiten op de agenda rondom aanleg. Relatie doelen-maatregelen Aanleg

In de onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Aanleg Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

2284

1,7

€ 174.351

€ 104.611

€0

€ 278.962

0

0

€0

€0

€ 750.000

€ 750.000

2027

2284

1,7

€ 174.351

€ 104.611

€0

€ 278.962

0

0

€0

€0

€ 750.000

€ 750.000

2028

2284

1,7

€ 174.351

€ 104.611

€0

€ 278.962

0

0

€0

€0

€ 750.000

€ 750.000

2029

2284

1,7

€ 174.351

€ 104.611

€0

€ 278.962

0

0

€0

€0

€ 750.000

€ 750.000

6.3 Gegevensbeheer Een goed beheer van de gegevens is noodzakelijk om de gemeentelijke watertaken goed uit te kunnen voeren. Het beheer van de gegevens kan gezien worden als de fundering voor de invulling van de wettelijke watertaken. De gegevens/data zijn de basis waarop onderzoeken, investeringen, maatregelen en het dagelijks beheer is gebaseerd.

29

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Met de komst van de nieuwe Urban Waste Water Treatment Directive (UWWTD) wordt dit alleen maar belangrijker. De UWWTD bevat de plicht om op relevante posities op relevante stoffen te meten en te monitoren. De volledigheid en actualiteit van gegevens zijn onder meer nodig om dit te kunnen invullen. Het actueel houden van de gegevens en het opslaan hiervan gebeurt conform het Gemeentelijk Woordenboek Stedelijk Water GWSW. In 2002 is er uit een rekenkameronderzoek geconcludeerd dat de gemeente Nijmegen tekortschoot in kennis over de werking en het functioneren van het stelsel. Vanaf die tijd is begonnen met het opzetten van een meetnet en is er vanaf 2008 een goed onderbouwd meetplan opgesteld en in uitvoering genomen. In het vervolgonderzoek van de rekenkamer (2008) is positief gereageerd op de genomen stappen. De kennis over het functioneren is sindsdien fors toegenomen. Met een goed functionerend meetsysteem en de juiste personele aandacht daarvoor is Nijmegen in staat het functioneren van één van de belangrijkste systemen in de stad te bewaken en mogelijk te verbeteren. Deze planperiode staan vanuit riolering en stedelijk water de onderstaande reguliere activiteiten op de agenda rondom gegevensbeheer. Relatie doelen-maatregelen Gegevensbeheer

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Gegevensbeheer Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

3320

2,5

€ 253.435

€ 152.061

€ 82.000

€ 487.496

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

3320

2,5

€ 253.435

€ 152.061

€ 82.000

€ 487.496

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

3320

2,5

€ 253.435

€ 152.061

€ 67.000

€ 472.496

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

3320

2,5

€ 253.435

€ 152.061

€ 67.000

€ 472.496

0

0

€0

€0

€0

€0

6.4 Reinigen, inspecteren, beoordelen en onderhoudsmaatregelen Onze voorzieningen worden ouder en vervuilen ook. Daarom inspecteren en reinigen we riolen, gemalen, grondwatervoorzieningen en overige objecten. De inspectiegegevens analyseren en beoordelen we. Indien nodig (bijvoorbeeld als we schades zien of overmatige verontreiniging) treffen we maatregelen. Reparaties kunnen we relatief snel uitvoeren. Renovaties, vervangingen en verbeteringen komen in de investeringsplanning. Inspectie van riolen vindt plaats met een rijdende camera, dat gebeurt in gereinigde riolen. Waar mogelijk gebruiken we innovatieve technieken. We inspecteren en reinigen steeds meer risicogestuurd: de aandacht gaat vooral uit naar locaties waar het risico van disfunctioneren het grootst is. Een riool onder een zeer drukke verkeersader inspecteren we daarom vaker dan een eindriool in een verkeersluwe buitenwijk. We ontwikkelen hiervoor een ‘beheerplan risicogestuurd beheer en onderhoud’. Deze planperiode voorzien we de onderstaande reguliere activiteiten.

30

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Relatie doelen-maatregelen Reinigen, inspecteren, beoordelen en onderhoudsmaatregelen

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen reinigen, inspectie, beoordelen en repareren voor de jaren 2026-2029 Exploitatie

Investeringen

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

3,5

€ 346.565

€ 207.939

€ 3.622.625

€ 4.177.129

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

3,3

€ 331.298

€ 198.779

€ 3.622.625

€ 4.132.701

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

3,3

€ 253.435

€ 198.779

€ 3.622.625

€ 4.132.701

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

3,3

€ 253.435

€ 198.779

€ 3.622.625

€ 4.132.701

0

0

€0

€0

€0

€0

jaar

Uren

6.5 Vernieuwen: renoveren en vervangen Voorzieningen voor de gemeentelijke watertaken zoals riolen, putten, gemalen, infiltratievoorzieningen en beschoeiingen bij oppervlaktewater verouderen en gaan uiteindelijk kapot. Daarom moeten ze tijdig worden vernieuwd. Als het zinvol en mogelijk is doen we dat door te renoveren. Door bijvoorbeeld riolen van een nieuwe binnenbekleding te voorzien (relinen), kunnen ze vaak weer decennialang mee, besparen we op grondstoffen, hoeft het wegdek niet open, hebben bewoners minder overlast en wordt op kosten bespaard. Als renoveren niet mogelijk is, is wellicht vervanging aan de orde. In de ene situatie vervangen wij riolering, in de andere kunnen wij renoveren. In sommige gevallen is relinen ofwel renoveren mogelijk maar wordt toch gekozen voor vervangen. Het betreft altijd maatwerk. Omdat onze voorzieningen steeds ouder worden, neemt de vernieuwingsbehoefte de komende decennia toe. Dat legt een steeds groter beslag op capaciteit en middelen. Ons adagium is werk-met-werk-maken. We stemmen af met andere disciplines om te kijken of gezamenlijke uitvoering mogelijk is. Dit bespaart kosten en vermindert de overlast voor inwoners en bedrijven. Als we gemengde riolering vervangen, leggen we bijvoorbeeld waar mogelijk gescheiden riolering terug. We koppelen zo het hemelwater af van de rioolwaterzuivering.

Dat hemelwater infiltreren we bijvoorbeeld in de bodem, vangen wij op in wadi’s of voeren we af naar oppervlaktewater. Dit kan overigens niet overal, vervuilde oppervlakken koppelen we bijvoorbeeld niet af om te voorkomen dat vervuild hemelwater in de bodem of direct op oppervlaktewater wordt geloosd. Beter robuust gemengd dan fout gescheiden! We maken waar mogelijk gebruik van duurzame materialen met een zo gering mogelijke milieu-impact, we hanteren de R-ladder waar mogelijk. De R-ladder is een ranglijst van circulariteitsstrategieën.

31

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

R-ladder

De meerjareninvesteringsplanning laat zien welke investeringen nodig zijn voor de komende planperiode en verder. Klimaatadaptatie (extreme neerslag) is hierin meegenomen. De investeringsprojecten zijn als volgt te onderscheiden: • Reguliere vervangingen (inclusief klimaatadaptatie/beperken wateroverlast). • Vernieuwingsgolfprojecten waarbij de gehele openbare ruimte zowel bovengronds als ondergronds wordt vernieuwd (rekening houdend met optimalisatie maatregelen van het stelsel en inclusief klimaatadaptatie/beperken wateroverlast). • Ontwikkelprojecten/gebiedsontwikkeling (waarbij er een beheeropgave aanwezig is, inclusief klimaatadaptatie en mogelijke optimalisatie). • Investeringen die nodig zijn om wateroverlast te beperken.

In de meerjareninvesteringsplanning zijn ook een aantal projecten geraamd die voorrang hebben aangezien zij behoren tot de prioritaire gebieden (zie hoofdstuk 3). In prioritair gebied 1 zijn investeringen opgenomen voor de Spoorbuurt (onderdeel vernieuwingsgolfproject) en het Javaplein/Borneostraat. In prioritair gebied 5 wordt gestart met het Takenhofplein. Zie voor de prioritaire gebieden de afbeelding in paragraaf 3.2.1. De meerjareninvesteringsplanning (MJP) wordt een aantal keren per jaar geëvalueerd en bijgehouden (dynamisch). Zo kan tijdig op veranderingen ingespeeld worden. In bijlage IX staat de meerjareninvesteringsplanning. Voor het voorbereiden en aansturen van de projecten uit de meerjareninvesteringsplanning zijn de onderstaande reguliere activiteiten nodig. Relatie doelen-maatregelen Vernieuwen: renoveren en vervangen

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven.

32

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Exploitatie en investeringen vernieuwen

Concept

Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

E T F

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

640

5 0,

€ 48.855

€ 29.313

€0

€ 78.168

0

0

€0

€0

€ 7.848.523

€ 7.848.523

2027

640

5 0,

€ 48.855

€ 29.313

€0

€ 78.168

0

0

€0

€0

€ 8.125.908

€ 8.125.908

2028

640

5 0,

€ 48.855

€ 29.313

€0

€ 78.168

0

0

€0

€0

€ 10.247.512

€ 10.247.512

2029

640

5 0,

€ 48.855

€ 29.313

€0

€ 78.168

0

0

€0

€0

€ 9.265.814

€ 9.265.814

6.6 Verbeteren Onderzoek naar het functioneren van de stelsels en voorzieningen is nodig om te toetsen of dat functioneren nog aan de eisen voldoet. De eisen veranderen met de tijd, bijvoorbeeld door beter inzicht in de effecten van klimaatverandering of de effecten van lozingen op de waterkwaliteit. Daarom is het nodig om regelmatig het functioneren te onderzoeken. Zo onderzoeken we hoe we de watersystemen in de stad toekomstbestendig kunnen inrichten. Als er onderzoek is gedaan naar het functioneren van de stelsels en voorzieningen (6.4) en het blijkt dat er niet aan de eisen wordt voldaan, dan is het nodig om verbetermaatregelen te treffen (optimalisatie). In het MJP zijn de optimalisatie maatregelen opgenomen als investering. Om de optimalisatie of verbetermaatregelen voor te bereiden en aan te sturen zijn de onderstaande activiteiten nodig komende planperiode. Relatie doelen-maatregelen verbeteren

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen verbeteren Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

E T F

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

400

3 0,

€ 30.534

€ 18.321

€0

€ 48.855

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

400

3 0,

€ 30.534

€ 18.321

€0

€ 48.855

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

400

3 0,

€ 30.534

€ 18.321

€0

€ 48.855

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

400

3 0,

€ 30.534

€ 18.321

€0

€ 48.855

0

0

€0

€0

€0

€0

6.7 Afhandelen meldingen en klachten We ontvangen meldingen en klachten over het functioneren van voorzieningen voor de gemeentelijke watertaken (Meld- en Herstel App) en deze worden binnen de afgesproken termijn en kwaliteitscriteria afgehandeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om storingen aan gemalen en regen- en grondwateroverlast. Ook kunnen incidenten voorkomen. Die handelen we af volgens het incidentenplan riolering. Het incidentenplan houden we actueel. Deze planperiode hebben we de onderstaande activiteiten voorzien. Relatie doelen-maatregelen afhandelen meldingen en klachten

33

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen afhandelen meldingen klachten

Concept

Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

1460

1,1

€ 111.450

€ 66.870

€ 100.000

€ 278.321

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

1610

1,2

€ 122.901

€ 73.740

€ 100.000

€ 296.641

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

1610

1,2

€ 122.901

€ 73.740

€ 100.000

€ 296.641

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

1460

1,1

€ 111.450

€ 66.870

€ 100.000

€ 278.321

0

0

€0

€0

€0

€0

6.8 Vergunningen, toezicht en handhaving Vanuit de UWWTD worden er stevige eisen gesteld aan de effluentkwaliteit vanuit RWZI’s. Die effluentkwaliteit wordt mede bepaald door de kwaliteit van het water dat de RWZI binnenkomt. Daarom is het belangrijk om grip te hebben op de lozingen op de riolering. Ook hebben lozingen op de riolering invloed op de kwaliteit van het overstortende water en dus op de waterkwaliteit. Lozingen van bedrijven zijn geregeld in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) onder de Omgevingswet. De gemeente kan via maatwerkvoorschriften of het omgevingsplan aanvullende voorwaarden stellen. Samenwerking met het waterschap is hierbij onontbeerlijk. De komende jaren moet worden nagedacht over wat Nijmegen doet met de zogenaamde Bruidsschatregels in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Dat moet voor eind 2031 geregeld zijn. De handhaving is door de gemeente Nijmegen ondergebracht bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). De gemeente stuurt de ODRN hierin aan en ondersteunt bij de handhaving. Bij het afgeven van vergunningen wordt maatwerk geleverd. Dit houdt in dat de gemeente samen met het ODRN zorgvuldig kijkt naar het type bedrijf en de werking ervan. In eerste instantie wordt gekeken naar de landelijke categorisering van bedrijven en milieuzonering.

In de “Staat van Bedrijvenactiviteiten en Bedrijfsterreinen” is opgenomen welke milieucategorie een bedrijf heeft. De Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG) is hierbij van toepassing, maar beschrijft niet specifiek hoe er met lozingswater om moet worden gegaan. Desondanks kan deze categorisering worden gebruikt om te bepalen op welke manier lozing van water plaats mag vinden. De mogelijk betrokken partijen in dit proces zijn de ODRN, de gemeente, de provincie, Rijkswaterstaat en het waterschap. De ODRN en de gemeente zijn altijd betrokken bij het proces, het waterschap is doorgaans ook betrokken. De provincie en Rijkswaterstaat worden alleen ingeschakeld wanneer het om specifieke wateren gaat of wanneer het onttrekkingen van water betreft. Het waterschap heeft in het document “Samen door één buis” advies opgesteld over welke type lozing of afvoer gewenst is, afhankelijk van het type water (kwetsbaar of niet kwetsbaar) en de milieucategorie. Dit biedt veel inzicht en handvatten. Uiteindelijk blijft het maatwerk, maar er moet altijd voldaan worden aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). In het Bal wordt specifiek beschreven welke stoffen en bijbehorende inrichtingen wel en niet toelaatbaar zijn, en in welke mate.

De ODRN toetst op de naleving van het Bal, terwijl de gemeente beoordeelt hoe het ontvangen water geloosd moet worden en welke voorziening (riool, oppervlaktewater, rijkswater) daarvoor geschikt is. Bij horecagelegenheden en zelfstandige ondernemers zorgt de gemeente ervoor dat zij de juiste voorzuiverende voorzieningen hebben om verontreiniging te voorkomen voordat ze vuilwater lozen op het vuilwaterriool. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van olie- en vetafscheiders. De ODRN stelt de voorwaarden waaraan deze voorzieningen moeten voldoen en heeft de verantwoordelijkheid voor het controleren van de werking hiervan. Daarnaast houden we rekening met de mogelijkheid van foute lozingen. Dit betekent dat we bij het ontwerp van het systeem zoveel mogelijk inlaatpunten op het regenwater riool of direct op het vuilwaterriool (zonder voorzuiverende voorziening) proberen te voorkomen. Voor lozingen op de Waal en het MaasWaalkanaal is een vergunning van Rijkswaterstaat vereist. In de planperiode richten we ons op:

34

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Relatie doelen-maatregelen Vergunningen, Toezicht en Handhaving

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Vergunningen, Toezicht en Handhaving Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

227

0,2

€ 17.328

€ 10.397

€ 50.000

€ 77.725

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

227

0,2

€ 17.328

€ 10.397

€ 50.000

€ 77.725

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

227

0,2

€ 17.328

€ 10.397

€ 50.000

€ 77.725

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

227

0,2

€ 17.328

€ 10.397

€ 50.000

€ 77.725

0

0

€0

€0

€0

€0

6.9 Beleid- en planvorming Beleid- en planvorming omvat het volgen van (beleidsmatige) ontwikkelingen die van invloed zijn op het werkveld, kennisontwikkeling en innovatie, het opstellen en evalueren van beleid, externe en interne beleidsmatige afstemming en het doorvertalen naar opgaven voor de organisatie. Het opstellen van dit PWR valt daar bijvoorbeeld onder, alsmede de jaarlijkse monitoring ervan. Op deze manier is het mogelijk jaarplannen op te stellen en de voortgang bij te houden. De voortgang en een totale evaluatie van dit PWR komt bij het vaststellen van het PWR weer terug als vast bespreekpunt (zie ook hoofdstuk 8). Het Handboek Water werken we verder uit waarbij we per hoofdgebied leidende gebiedsprincipes voor afvalwater, hemelwater en grondwater beschrijven. Dit handboek is een ‘tool’ om de inhoudelijke samenwerking binnen en buiten de gemeente Nijmegen te bevorderen. Belangrijke input voor het handboek zijn de ontwikkelperspectieven die de stip op de horizon in 2050 beschrijven. De ontwikkelperspectieven zijn gestart in de vorige GRP periode en worden tijdens de planperiode van het PWR verwerkt in het Handboek Water. Voor de verschillende onderdelen van onze (afval)watersystemen hebben we beheerplannen nodig die beschrijven op welke wijze deze worden beheerd. Dat zorgt voor een eenduidige, efficiënte en reproduceerbare aanpak.

Deze planperiode richten we ons op afvalwater, drainage, hemelwaterafvoer, mechanische riolering en oppervlaktewater. Naast het opstellen van plannen en ontwikkelperspectieven hoort bij deze activiteit ook de samenwerking binnen de waterketen, de strategische, tactische en operationele aansturing hiervan. Dit betreft het opstellen van de strategische jaarplannen, het programmeren van de meerjareninvesteringsplanning, het optimaliseren van de beheerprocessen maar ook de toetsing van de doelen volgens het ‘DoFeMaMeprincipe’(doelen-functionele eisen-maatstaven-meetmethoden, zie bijlage IV). Deze DoFeMaMe actualiseren we deze periode. Deze planperiode staan de onderstaande beleids- en planvormingsactiviteiten op de agenda.

35

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Relatie doelen-maatregelen Beleid en Planvorming

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Beleid en planvorming Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

5409

4,1

€ 412.901

€ 247.740

€ 141.000

€ 801.641

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

5209

4,0

€ 397.634

€ 238.580

€ 141.000

€ 777.214

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

4409

3,4

€ 336.565

€ 201.939

€ 41.000

€ 579.504

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

5062

3,9

€ 386.412

€ 231.847

€ 91.000

€ 709.260

0

0

€0

€0

€0

€0

6.10 Onderzoek naar het functioneren van stelsels en voorzieningen Onderzoek naar het functioneren van de stelsels en voorzieningen is nodig om te toetsen of dat functioneren nog aan de eisen voldoet. De eisen veranderen met de tijd, bijvoorbeeld door beter inzicht in de effecten van klimaatverandering of de effecten van lozingen op de waterkwaliteit. Daarom is het nodig om regelmatig het functioneren te onderzoeken. Hiervoor stellen wij komende planperiode een SSW op. Een SSW is een systeem overzicht stedelijk water, de opvolger van een basisrioleringsplan. De zorgplichten voor het stedelijk waterbeheer zijn immers breder dan alleen de riolering (ondergrondse infrastructuur), het gaat om al het water binnen de scope van de gemeentelijke zorgplichten. Een SSW is daarom breder dan een basisrioleringsplan. In een SSW beschrijven we het hydraulische en milieutechnische functioneren van ons stelsel. Daarvoor gebruiken we een model dat is toegesneden op Nijmegen. Het milieutechnische functioneren in het licht van de Kaderrichtlijn Water (KRW) is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Opgemerkt wordt dat rivieren kanaalwaterstanden een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de grondwaterstand. Meer inzicht daarin is nodig. We zetten in op het uitvoeren van waterkwaliteitstresstesten.

We beoordelen samen met het waterschap wat de kwaliteit is en welke aanvullende monitoring of maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast voeren wij diverse onderzoeken uit die specifiek bedoeld zijn om de opgave voor klimaatadaptatie verder te concretiseren. Deze onderzoeken zijn nodig om het streven naar een robuust watersysteem te bewerkstelligen. Wij onderzoeken en stellen waterplannen op waaruit gaat blijken welke maatregelen en/of investeringen er nodig zijn om wateroverlast te beperken en een groenblauwe structuur aan te brengen. Zo onderzoeken wij ook wat het effect van infiltratie is op grondwaterstanden en welke maatregelen er nodig zijn om de waterkwaliteit te verbeteren. Het is cruciaal om deze onderzoeken af te ronden zodat duidelijk wordt welke investeringen er nodig zijn vanaf 2030 en wat de complete uitvoeringsopgave zal zijn voor klimaatadaptatie. Nieuwe inzichten uit vervolgonderzoeken kunnen aanleiding geven tot aanpassingen. De aanpassingen worden meegenomen met de reguliere evaluaties en jaarplanningen van dit programma.

36

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Voor de komende planperiode worden dus diverse onderzoeken uitgevoerd, hiervoor wordt expertise ingehuurd. Zo ook voor het onderzoek naar grondwateroverlast in de wijk Nijmegen West, waarin gekeken wordt naar de effecten van overlast en hoe dit beperkt kan worden. Deze planperiode hebben we de onderstaande activiteiten opgenomen.

Concept

Relatie doelen-maatregelen Onderzoek functioneren

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Onderzoek naar het functioneren Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

530

0,4

€ 40.458

€ 24.275

€ 350.000

€ 414.733

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

530

0,4

€ 40.458

€ 24.275

€ 320.000

€ 384.733

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

450

0,3

€ 34.351

€ 20.611

€ 135.000

€ 189.962

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

450

0,3

€ 34.351

€ 20.611

€ 135.000

€ 189.962

0

0

€0

€0

€0

€0

6.11 Monitoren van het functioneren van stelsels en voorzieningen Voor monitoring is een proces van het regelmatig controleren en beheren van systemen nodig om de prestaties en beschikbaarheid te waarborgen. Het gaat dan om het structureel vastleggen van meetgegevens en het beoordelen ervan met als doel te kunnen bepalen of het systeem doet wat het moet doen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Door een gebrek aan personele capaciteit is er te weinig gedaan aan monitoring. De UWWTD benoemt in artikel (43) en (44): “Er is passende monitoring nodig om de naleving van de nieuwe eisen van deze richtlijn inzake microverontreinigingen, niet-huishoudelijke verontreiniging, energieneutraliteit, de overstorting en stedelijk afstromend hemelwater te verifiëren. Monitoring moet, voor zover technisch haalbaar en passend, worden ondersteund met digitale instrumenten. Met name voor het operationele beheer van opvangsystemen en zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater moet het systematische gebruik van digitale instrumenten worden overwogen”.

en “Microplastics en relevante microverontreinigingen moeten, waar relevant, worden gemonitord in lozingen van overstortingen en in lozingen van stedelijk afvalwater van gescheiden systemen met een representatief monsternemingsprogramma dat het mogelijk maakt de concentratie te schatten met het oog op modellering van de waterkwaliteit.” Monitoring is voor onszelf belangrijk én vanuit Europa wordt er dus steeds meer geëist. We doen het risicogestuurd: de nadruk zal liggen op die locaties en die processen die waarbij de risico’s het grootst zijn, zoals plaatsen die gevoelig zijn voor wateroverlast of voor verontreiniging bijvoorbeeld in het kader van de Kaderrichtlijn Water KRW. We doen mee met de ecoscans die Waterschap Rivierenland uitvoert. Die zijn een maat voor de waterkwaliteit bij overstorten en regenwateruitlaten. We doen samen met het waterschap ook onderzoek naar de beste aanpak voor specifieke zeer zorgwekkende stoffen (medicijnresten, nano- en micro plastics, PFAS, PFOA, PFOS). Deze planperiode focussen we ons de onderstaande zaken.

37

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Monitoring functioneren Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

E T F

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

1965

51,

€ 150.000

€ 90.000

€ 95.000

€ 335.000

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

1965

51,

€ 150.000

€ 90.000

€ 120.000

€ 360.000

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

1965

51,

€ 150.000

€ 90.000

€ 95.000

€ 335.000

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

1965

51,

€ 150.000

€ 90.000

€ 95.000

€ 335.000

0

0

€0

€0

€0

€0

6.12 Voorlichting en communicatie De gemeentelijke watertaken voeren we uit om voor onze inwoners en bedrijven om een gezonde, veilige leefomgeving te creëren. Maar inwoners en bedrijven hebben daarbij ook een eigen verantwoordelijkheid, zie ook paragraaf 4.4. Om inwoners en bedrijven bewust te maken van die eigen verantwoordelijkheid, is voorlichting en communicatie belangrijk, naast natuurlijk de gebruikelijke communicatie over de uitvoering van werkzaamheden. Uit de enquête die onder de panelleden is gehouden (zie hoofdstuk 2) is gevraagd naar de informatiebehoefte van onder andere goed rioolgebruik en de werking van de riool- en watervoorzieningen. Circa 30% geeft aan hier kennis van te hebben. Circa 45% geeft aan hier meer informatie over te willen ontvangen. Om goed rioolgebruik te bevorderen en de kennis bij inwoners te verhogen wordt er in eerste instantie een communicatieplan opgesteld. Verder wordt communicatie (campagnes, voorlichting, enzovoort) binnen het samenwerkingsverband SKAN opgepakt. Actie Steenbreek zetten wij voort via de inzet van de Bastei. We spannen ons in om inwoners zo goed mogelijk van informatie te voorzien, over wat ze van de gemeente mogen verwachten, maar ook over wat ze zelf kunnen doen. We zorgen voor goede informatie (Waterloket) op de website, waarbij inwoners ook de grondwaterstanden online kunnen raadplegen.

Belangrijk is om goed bereikbaar te zijn voor vragen en informatie van inwoners over vuil water, hemelwater en grondwater. Naast het melden van bijvoorbeeld overlast via Meld & Herstel (ook bijvoorbeeld over blauwalg en botulisme), wil de gemeente ook bereikbaar zijn voor vragen en advies over bijvoorbeeld maatregelen die inwoners zelf kunnen uitvoeren of inwoners ondersteunen bij wie ze terecht kunnen. Hiervoor wordt het Waterservicepunt ingericht en uitgebreid met een grondwaterloket. Belangrijk hierbij is dat het Waterservicepunt goed zichtbaar is voor de inwoners. Daarnaast wordt er in het communicatieplan aandacht geschonken aan communicatie over de overige klimaatextremen (droogte, hitte en overstromingen). Mocht het mogelijk zijn dan pakken wij dit ook binnen het samenwerkingsverband op. Het op te stellen communicatieplan schept duidelijkheid over de aanpak van alle communicatie die wij in gaan zetten. Belangrijke richtlijn is het stellen van prioriteiten als het gaat om de onderwerpen waarover gecommuniceerd gaat worden en zetten wij in op een breed doelgroepenbeleid. Naast de subsidieregelingen voor groene daken en afkoppelen (bekostiging activiteiten valt onder 6.12) wordt ook ingezet op afkoppelcoaches en grondwatercoaches als extra dienstverlening voor inwoners. Deze ‘waterfixers’ komen bij inwoners thuis om hen van advies te voorzien.

In de planperiode voeren we de onderstaande werkzaamheden uit.

38

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Relatie doelen-maatregelen Voorlichting & Communicatie

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Voorlichting en Communicatie Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

1695

1,3

€ 129.389

€ 77.634

€ 370.000

€ 577.023

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

1695

1,3

€ 129.389

€ 77.634

€ 310.000

€ 517.023

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

1695

1,3

€ 129.389

€ 77.634

€ 310.000

€ 517.023

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

1302

1,0

€ 99.389

€ 59.634

€ 310.000

€ 469.023

0

0

€0

€0

€0

€0

6.13 Overige bijdragen Naast de direct aan de gemeentelijke watertaken gerelateerde activiteiten en kosten, wordt ook een aantal andere zaken uit de rioolheffing betaald. Belangrijk is dat deze meer dan zijdelings met de watertaken te maken hebben (> 10%), anders mogen ze niet uit de rioolheffing worden bekostigd. Uit de rioolheffing worden de volgende zaken betaald: a. inning rioolheffing: de rioolheffing moet jaarlijks worden geïnd. Dit noemen we perceptiekosten en die bedragen € 130.000 per jaar; b. straatvegen: door regelmatig de straat te vegen, komt er minder vuil in de riolering terecht en hoeft die minder vaak te worden gereinigd. In Nijmegen reken we 33% toe aan de rioolheffing, voor de planperiode is dat (extracomptabel) € 2.560.000 per jaar. Onze inzet hiervoor is de aansturing en controle van DAR; c. watersysteemheffing: De gemeente moet aan het waterschap Watersysteemheffing afdragen voor wegen. De extracomptabele kosten hiervoor bedragen in de planperiode € 214.000 per jaar; d. rattenbestrijding: ratten komen van nature voor in oppervlaktewater. De riolering vormt een aantrekkelijk biotoop voor ratten. Ratten kunnen ernstige ziektes, zoals de ziekte van Weil, overbrengen op mensen. Bescherming van de gezondheid is een hoofddoel van de gemeentelijke watertaken. Bestrijding van ratten draagt daarmee bij aan de doelen van de gemeentelijke watertaken.

Rattenbestrijding draagt ook bij aan een aangename en gezonde leefomgeving (beheer van de openbare ruimte). Het belang van rattenbestrijding is voor de gemeentelijke watertaken en het beheer van de openbare ruimte ongeveer even groot. Op basis daarvan is bekostiging uit de rioolheffing van 50% van de kosten voor rattenbestrijding redelijk. De extracomptabele kosten bedragen € 110.000 per jaar; e. afkoppelsubsidie (Pijpen Kappuh, € 100.000 per jaar); en f. subsidieregeling Groendaken (€ 575.000 per jaar). Voor de subsidieregelingen afkoppelen en groene daken voer wij de onderstaande reguliere activiteiten uit. Relatie doelen-maatregelen subsidies afkoppelen en groene daken

39

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

In onderstaande tabel staat een overzicht van de geraamde tijdsbesteding en de benodigde uitgaven. Exploitatie en investeringen Overige bijdragen (exclusief extracompatabele kosten)

Concept

Exploitatie

Investeringen

jaar

Uren

E T F

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten Totaal

Uren

FTE

Loonsom

Overhead

Kosten derden

Kosten totaal

2026

1022

80,

€ 78.015

€ 46.809

€ 445.000

€ 569.824

0

0

€0

€0

€0

€0

2027

922

70,

€ 70.382

€ 42.229

€ 930.000

€ 1.042.611

0

0

€0

€0

€0

€0

2028

930

70,

€ 70.992

€ 42.595

€ 930.000

€ 1.043.588

0

0

€0

€0

€0

€0

2029

946

70,

€ 72.214

€ 43.328

€ 930.000

€ 1.045.542

0

0

€0

€0

€0

€0

7 Personele en financiële middelen: wat hebben we nodig? 7.1 Personele middelen 7.1.1 Inleiding Gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor de riolering en het stedelijk waterbeheer. Op basis van de Omgevingswet heeft de gemeente de zorgplicht voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater (het vuile water), de inzameling en verwerking van hemelwater (voor zover dit niet redelijkerwijs door de perceeleigenaar zelf kan worden gedaan) en voor eventuele grondwatermaatregelen. Kort gezegd betekent dit dat de gemeente verantwoordelijk is voor zowel de aanleg als het beheer van riolering in brede zin (zowel ondergronds als bovengronds). Om aan deze zorgplichten te voldoen, zijn aanleg, onderzoek en verschillende maatregelen nodig, zoals inspecties, onderhoud, renovatie of vervanging. Dit vraagt zowel kennis en expertise als tijd. De riolering in Nederland, en ook in Nijmegen, is in veel gevallen goed onderhouden en werkt over het algemeen probleemloos. Toch vormt de kwetsbaarheid op personeelsgebied een belangrijk aandachtspunt, ook binnen de gemeente Nijmegen.

7.1.2 Tussenevaluatie 2021 Het vorige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) heeft een looptijd van 2017 tot en met 2023 (in december 2023 is het GRP verlengd met 2 jaar, tot en met 2025). Dit is een relatief lange planperiode voor een gemeentelijk rioleringsplan, wat heeft geleid tot een tussenevaluatie in 2021. Uit deze evaluatie bleek dat een aantal watertaken onvoldoende werd uitgevoerd vanwege een capaciteitstekort, waardoor de daadwerkelijke uitgaven achterbleven bij de begroting.

7.1.3 Branchestandaard Naar aanleiding van de tussenevaluatie is er in 2023 een formatieonderzoek uitgevoerd, in combinatie met een Branchestandaardonderzoek Gemeentelijke Watertaken. Het doel van dit onderzoek was om te bepalen of de huidige personeelsformatie voor de gemeentelijke watertaken (de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater) zowel kwantitatief als kwalitatief op orde is. Het onderzoek berekende de benodigde formatie aan de hand van de te beheren rioolvoorzieningen (assets), de ontwikkelingen die hier invloed op hebben (zoals klimaatadaptatie, projectontwikkeling/uitbreiding areaal) en de veranderende wetgeving, waaronder de Omgevingswet. Het formatieonderzoek concludeerde dat er een tekort van circa 6 tot 6,5 fte is in de capaciteit. Dit is inclusief de werkzaamheden voor coördinatie en overdracht bij nieuwbouw, bestuurlijke advisering, participatie en communicatie, en ontwikkelingen zoals de energietransitie en circulariteit.

7.1.4 Activiteiten WRP: capaciteitstekort De uitkomsten van het Branchestandaardonderzoek hebben geleid tot een herziening van de activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de wettelijke watertaken. Dit betreft zowel reguliere activiteiten (de ‘going concern’) als nieuwe activiteiten die vertaald moeten worden naar reguliere taken (zoals klimaat-

40

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

adaptatie voor wateroverlast, communicatie en participatie in het kader van de Omgevingswet, nieuwe Europese richtlijnen voor afvalwater, enzovoort). Daarnaast zijn activiteiten noodzakelijk voor sturing en coördinatie (zoals aansturing en meerjarig programmeren).

Concept

De financiële structuur van het voorgaande Gemeentelijk Rioleringsplan was onderverdeeld in 12 activiteiten, zoals beschreven in hoofdstuk 6. Voor dit PWR is de structuur behouden en de inhoud geactualiseerd, waarbij een koppeling is gemaakt met de benodigde uren en de betrokken afdelingen. Benodigde fte exploitatie Uit de herziening blijkt dat er voor de 12 activiteiten een tekort van 6 fte is. Dit komt overeen met de uitkomsten van het Formatie- en Branchestandaardonderzoek. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de benodigde fte’s per afdeling. Benodigde personele capaciteit exploitatie 1 fte = 1310

Totaal 5.2.1 t/m 5.2.12

Totaal

Stadsbeheer

Stadsrealisatie

Stadsontwikkeling

Overig

Totaal FTE

Huidig

7,1

2,4

1,9

0

11,4

2026

10,41

3,56

3,18

0,78

17,9

2027

10,33

3,51

3,13

0,70

17,7

2028

10,14

3,27

2,88

0,71

17,0

2029

10,05

3,40

2,92

0,72

17,1

Gemiddeld

10,23

3,43

3,03

0,73

17,4

Benodigde fte uitvoeringen investeringen Het tekort aan 6 fte zoals hierboven beschreven betreft de reguliere werkzaamheden die staan beschreven in hoofdstuk 6 en betreft vaste formatie (over de drie afdelingen) die extra nodig is voor de gemeente (exploitatie). Het aanvullen van het tekort aan formatie is vooral van belang voor activiteiten zoals het meten en monitoren (1,5 fte nodig), het gegevensbeheer (2,4 fte nodig), reiniging en inspectie (3,5 fte nodig) en de beleidsontwikkeling waaronder activiteiten vallen zoals het opstellen van beheerplannen, strategische planvorming, sturing en coördinatie enz. (4 fte nodig). Voor de uitvoering van de investeringsprojecten die beschreven staan in de meerjarenplanning is geen vaste formatie binnen het PWR nodig. De fte’s die onder deze projecten vallen worden bekostigd door de rioolheffing (via het investeringsproject) en betreffen voornamelijk projectleiders en wateradviseurs e.d. (projectteam binnen of buiten de gemeente) van tijdelijke aard (gedurende het investeringsproject). Op basis van de meerjarenplanning zijn de volgende fte’s nodig gedurende de planperiode van het PWR (2026-2029) om tot uitvoering van de investeringsprojecten te komen. Benodigde personele capaciteit investeringen Percentage en engineeringkosten t.o.v. projectkosten

20%

20%

20%

20%

Engineeringskosten per jaar o.b.v. MJP

€ 1.569.705

€ 1.643.182

€ 2.049.502

€ 1.853.163

100k loonsom per FTE (schaal 10)

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

FTE's projectteamleden nodig voor uitvoeren projecten

15,7

16,4

20,5

18,5

Risico’s Om een goede invulling te geven aan de wettelijke watertaken (inclusief klimaatadaptatie) is het van belang om de benodigde extra 6 fte’s te werven en in te zetten op de tekorten per afdeling. Het is een uitdaging om voor dit tekort voldoende geschikt personeel te werven, gezien de krapte op de arbeidsmarkt.

41

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

7.2 Manier van werken

Concept

Integraal werken Een speerpunt in onze werkwijze voor de komende jaren is de focus op een integrale aanpak. De schaarse ruimte, complexiteit van de opgaven en het samenwerken als doel van de Omgevingswet vraagt hierom. Bodem en water vormen de leidende principes van de ruimtelijke inrichting, overige thema’s zijn hierop aansluitend of volgend. Het natuurlijke bodem- en watersysteem is sturend bij het bepalen van inrichtingsmaatregelen. We benaderen water dan ook multifunctioneel. Aan- en afvoer zijn geen gescheiden onderwerpen. Met een integrale aanpak richten we ons op afstemming tussen de afvalwaterketen, het watersysteem en de leefomgeving. Klimaatadaptatie als het nieuwe normaal Onderdeel van integraal werken is dat alle nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen klimaatbestendig, toekomstgericht, waterrobuust en duurzaam worden uitgevoerd. Het besef groeit dat het veranderende klimaat niet meer uitsluitend met technische maatregelen is op te vangen (bijvoorbeeld grotere rioolbuizen), maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Risicobewust werken Het rioleringsbeheer in Nederland is met een overgang bezig. Eerder was er een strategie op basis van één normkwaliteit voor onze voorzieningen en normatief onderhoud. Langzaamaan stappen we over naar een risicogestuurde aanpak.

Belangrijke objecten en onderdelen in ons (afval)watersysteem krijgen hierdoor de aandacht die hiervoor noodzakelijk is. Programmatisch werken Programmatisch werken is uitvoeren conform een vooraf opgesteld programma, dus zowel denken als doen. Met de twaalf activiteiten (financiële structuur) alsook de meerjareninvesteringsplanning breng je samenhang in het Water en rioleringsprogramma. Samen met het toetsingskader (dofemame) verbindt het PWR de doelen met de uitvoering. Door de middelen hieraan te koppelen wordt duidelijk welke middelen nodig zijn om de inspanningen te verrichten. Het is van belang om het programmatisch werken als werkwijze blijvend door te voeren.

7.3 Uitgaven en kosten In bijlage X is een totaaloverzicht opgenomen van alle uitgaven. Nijmegen werkt (met uitzondering van de kosten van De Waalsprong) met directe investeringen, er wordt niet geleend voor de investeringen voor de gemeentelijke watertaken (Raadsbesluit 18 december 2024). Er worden geen nieuwe kapitaallasten opgebouwd. De totale uitgaven en de btw-component zijn in onderstaande tabel aangegeven. Totale uitgaven 2026-2029, prijspeil 2025 Jaar

Exploitatie incl. extracompt.

Kapitaallasten Waalsprong

BTW

Investeringen aanleg

Investeringen Vernieuwen

BTW

2026

€ 11.106.163

€ 1.622.585

€ 293.545

€ 750.000

€ 7.848.523

€ 1.547.734

2027

€ 11.673.806

€ 1.845.289

€ 333.697

€ 750.000

€ 8.215.908

€ 1.613.863

2028

€ 11.409.921

€ 1.929.942

€ 348.857

€ 750.000

€ 10.247.512

€ 1.979.552

2029

€ 11.475.843

€ 1.930.935

€ 349.047

€ 750.000

€ 9.265.814

€ 1.802.846

Totaal

€ 45.665.733

€ 7.328.751

€ 1.325.146

€ 3.000.000

€ 35.577.756

€ 6.943.996

Van het totaalbedrag aan investeringen van € 35.577.756,00, is € 15 miljoen bestemd voor klimaatadaptatieve maatregelen/projecten. In de exploitatie zijn kosten opgenomen voor klimaatadaptatie (circa € 4 miljoen), resterende bedragen voor klimaatadaptatie zijn geïntegreerd met bestaande reguliere werkzaamheden.

7.4 Kostendekking 7.4.1 Heffingsgrondslag Nijmegen heft rioolheffing volgens de ‘Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2025’. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar

42

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel.

Concept

In 2025 is het tarief 0,0444% met een maximum van € 4.440,- (overeenkomend met een WOZ-waarde van € 10 miljoen). Een gemiddeld huis met een waarde van € 450.000 betaalt dus € 198 euro aan rioolheffing. Dat is onder het landelijk gemiddelde van 2023 (€225,-). De opbrengst is geraamd op € 16,6 miljoen. Het tarief is, op langere termijn, maximaal kostendekkend. Nijmegen werkt met een (vervangings-)voorziening om bij schommelingen in de uitgaven een meer gelijkmatige tariefontwikkeling mogelijk te maken. Geld dat wordt opgehaald voor de gemeentelijke watertaken, blijft op die manier daarvoor beschikbaar.

43

Concept

7.4.2 Rioolheffingsontwikkeling planperiode PWR Voor de planperiode van dit PWR (2026-2029) is een verloop van de rioolheffing berekend. De komende jaren is een stijging noodzakelijk om alle noodzakelijke uitgaven te kunnen bekostigen. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven. In 2026 is een tarief nodig van 0,008% (WOZ waarde) ten opzichte van 2025 een stijging met 18%. Benodigde ontwikkeling rioolheffing (prijspeil 2025) Jaar

Prognose Rioolheffing prijspeil 2026

2025

0,04440%

2026

0,05240%

0,00800%

18,0%

€ 236

2027

0,06040%

0,00800%

15,3%

€ 272

2028

0,06840%

0,00800%

13,2%

€ 308

2029

0,07640%

0,00800%

11,7%

€ 344

Stijging absoluut

Stijging %

Rioolheffing WOZ 450.000 € 200

In bovenstaande tabel is ook een voorbeeld aangegeven (laatste kolom) hoe de rioolheffing verloopt voor iemand met een woning met een WOZ waarde van € 450.000. In 2026 betaalt deze eigenaar 36 euro meer dan in 2025 (exclusief inflatiecorrectie). Ook de jaren erna is de stijging rond de 36 euro per jaar. De geschetste ontwikkeling is daarnaast ook nodig om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt, dat is vanuit de regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten BBV) niet toegestaan. Om de stijging relatief beperkt te houden, zetten we de komende jaren de huidige voorziening in. Bij de in tabel gegeven ontwikkeling neemt de voorziening af van € 12,3 miljoen begin 2026 tot € 1,9 miljoen eind 2029.

7.4.3 Rioolheffingsontwikkeling langere termijn De komende jaren staan forse investeringen op het programma, dat zorgt ervoor dat de rioolheffing moet stijgen. Op de langere termijn krijgen we te maken met een toenemende vernieuwingsbehoefte door het ouder worden van ons stelsel. De kosten zullen vooral na 2045 aanzienlijk stijgen door de veroudering van ons stelsel. Dat beeld is geschetst in onderstaande afbeelding. De komende planperioden krijgen we steeds meer zicht op de werkelijke ontwikkelingen en in de volgende PWR’s zullen we dan ook bijbehorende voorstellen doen voor de ontwikkeling van de rioolheffing in de betreffende planperiode.

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Benodigde ontwikkeling rioolheffing langere termijn

44

Zoals aangegeven is de stijging na 2045 gerelateerd aan de ouderdom van het stelsel. Ook de daling na 2052 heeft daarmee te maken. In de praktijk zullen de ze grote pieken en dalen min of meer afvlakken. Voor de benodigde rioolheffing heeft dat overigens relatief weinig effect, het volume aan investeringen zal immers vroeger of later wel moeten worden ingezet om het stelsel op orde te houden.

8 Procedure 8.1 Beleidscyclus In de Omgevingsvisie gemeente Nijmegen is een hoofdstuk gewijd aan de sturingsfilosofie. Een aantal belangrijke uitgangspunten daaruit zijn: • verantwoordelijkheden daar waar ze thuishoren; • de omgevingsvisie is het kader voor initiatieven, de uitwerking komt in beleid en projecten; • we hebben bij voorkeur een ‘ja-mits’-houding; • we vinden samenwerking essentieel; en • we hebben een ambitie van een continue dialoog.

In dit Omgevingsprogramma Water en Riolering zijn deze uitgangspunten omarmd. We werken volgens de beleidscyclus:

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Schematische weergave van de beleidscyclus

45

Daarnaast is er met het Omgevingswetstelsel een nieuw beleidshuis ontstaan van visie en programma’s. In het volgende schema is dit samengevat.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Schematische weergave van het beleidshuis

De omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Dit Omgevingsprogramma Water en Riolering is als thematisch omgevingsprogramma een uitwerking van de visie en wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

8.2 Procedure Dit omgevingsprogramma betreft een 'vrijwillig programma'. Een vrijwillig programma is aangewezen in de paragrafen 3.2.2 tot en met 3.2.4 van de Omgevingswet. Voor vrijwillige programma's gelden geen procedure-eisen. Het vaststellende bestuursorgaan kan dus zelf beslissen hoe ze de voorbereiding van het programma vormgeeft. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent twee voorbereidingsprocedures: • de reguliere voorbereidingsprocedure (titel 4.1 Awb) • de uitgebreide voorbereidingsprocedure (uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb)

De gemeente heeft er voor gekozen de uitgebreide voorbereidingsprocedure te doorlopen. Dit betekent dat het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd (artikel 3:11 Awb). Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijzen tegen het omgevingsprogramma indienen.

8.3 Zienswijzen Het ontwerp ‘omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029’ heeft in de periode van vrijdag 2706-2025 tot en met donderdag 07-08-2025 voor een ieder ter inzage gelegen. Er is in totaal 1 zienswijze binnengekomen. De ingediende zienswijze wordt ondersteund met een petitie van 140 handtekeningen afkomstig van bewoners uit Nijmegen West. De zienswijze is in een zienswijzennota samengevat (Bijlage XI) en voorzien van een beoordeling. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de reactie op de overige onderdelen van de zienswijze. De zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. Ook is aangegeven of de zienswijze al dan niet tot aanpassing van het omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029 heeft geleid. De binnengekomen zienswijzen hebben geleid tot tekstuele aanpassingen van het PWR. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de zienswijzennota, die als bijlage XI is opgenomen.

8.4 Mer-plicht Een milieueffectrapportage brengt de milieugevolgen van een plan, project of programma in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. De initiatiefnemer van het plan, programma of project beschrijft de verwachte gevolgen voor het milieu in een milieueffectrapport. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cb5af2d8-c51d-4282-badc-30eb0c2fc7c8