CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 16 december 2025 over Programma water en riolering 2026-202925.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Nijmegen

Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029 Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 0912-2025

Concept

Besluit vast te stellen;

1

Artikel I Het 'Omgevingsprogramma water en riolering' opgenomen in Bijlage A.

Artikel II Dit besluit treedt in werking per 07-01-2026 Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 09-12-2025 De gemeentesecretaris, A. van de Klift De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsprogramma water en riolering

Concept

1 Inleiding 1.1 Aanleiding In dit Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2029 (hierna afgekort als PWR) beschrijven wij hoe de gemeente Nijmegen invulling gaat geven aan de wettelijke taken voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater voor de periode 2026 tot en met 2029. Hierbij wordt ook de zorg voor het oppervlaktewater meegenomen als onderdeel van het hemelwaterstelsel. In veel opzichten is dit programma een voortzetting van het beleid van het voorgaande Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2023 (GRP). Belangrijke aandachtspunten in dit programma zijn verder: • Het helder in beeld krijgen wat de vervangingsopgave is. • De invloed van klimaatverandering op de reguliere werkzaamheden binnen de waterketen. • De bebouwde omgeving en de invloed daarvan op het watersysteem. • Het risico gestuurd beheer.

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Daarmee is de wettelijke plicht voor gemeenten om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, vervallen. De wetgever heeft in de memorie van toelichting bij de Omgevingswet wel aangegeven dat het belangrijk blijft om een Water- en rioleringsprogramma op te stellen. Daarvoor zijn vier redenen genoemd: • De beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie verder uit te werken en in samenhang te beschrijven. • Het is een stimulans om het rioolstelsel op orde te houden en aan inwoners en bedrijven duidelijk te maken wat zij van de gemeente kunnen verwachten. • Het bevordert de goede beleidsafstemming tussen gemeente en waterschap. • Het maakt de besteding van de rioolheffing transparant.

Er is een duidelijk verband tussen de verschillende instrumenten van de Omgevingswet: dit PWR is een uitwerking van de omgevingsvisie - die in september 2025 ter besluitvorming aan de raad voorligt - en een kapstok voor eventuele in het Omgevingsplan op te nemen regels. Het water- en rioolsysteem is een belangrijk onderdeel van de leefomgeving en heeft een directe relatie met de bovengrond en de ondergrond. De afvalwaterketen voert het vuile water af naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI) en het overtollige hemelwater naar de bodem of het oppervlaktewater. Het watersysteem houdt hemelwater lokaal vast voor de functies die hiervan afhankelijk zijn zoals waterlopen en groenvoorzieningen. Maar het dient ook om wateroverlast te beperken (berging) en uit de bebouwde omgeving af te voeren als dat nodig is. Een goed werkend water- en rioolsysteem draagt bij aan een gezonde leefomgeving voor inwoners, dieren en planten. Grondwater is daarbij belangrijk voor de drinkwaterwinning in Nijmegen. Goedwerkende voorzieningen, zoals riolering, goten en wadi’s, zijn nodig om al deze waterstromen in goede banen te leiden voor de volgende hoofddoelen: • Het beschermen van de volksgezondheid en een gezonde leefomgeving (afvoeren en zuiveren afvalwater als voorbeeld). • Het beschermen van het milieu (voorkomen verontreinigingen enz.) • Het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.

Dit PWR geeft aan hoe we dit bereiken.

2

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

De waterketen

3

1.2 Wettelijke verplichtingen - zorgplichten In dit WRP geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten invullen: Thema

Zorgplicht

Stedelijk afvalwater

Op grond van de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval) riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, mechanische riolering, een individuele behandeling van afvalwater (IBA) of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.17 lid 1-a2 uit de Omgevingswet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).

Afvloeiend hemelwater

Vanuit de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen, niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen of het hemelwater te gebruiken.

Grondwater

In de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grond)waterbeheerder of de provincie behoort. De verantwoordelijkheid voor grondwater ligt primair bij de perceeleigenaar, de gemeente komt pas in beeld als de perceeleigenaar nadelige gevolgen redelijkerwijs niet zelf kan voorkomen. Tot de uitvoering van het kwalitatieve grondwaterbeheer behoort de omgang met historische grondwaterverontreinigingen, maar ook het reguleren van infiltraties en lozingen op en in de bodem. Grondwaterkwaliteitsbeheer gaat ook over het voorkomen van nieuwe verontreiniging van het grondwater en het omgaan met nieuwe bedreigingen voor de grondwaterkwaliteit. Hier zijn raakvlakken met het beheer van historische grondwaterverontreinigingen, waarvoor het regionale waterprogramma van de provincie richtinggevend is.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept 4

Thema

Zorgplicht

Drinkwater

De gemeente draagt zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening, samen met het Rijk, provincie en waterschap, (Drinkwaterwet, artikel 2). Hierbij wordt rekening gehouden met het grondwaterbeschermingsgebied en drinkwaterwinningsgebied en de mogelijke restricties die hieruit voortkomen. Volgens art. 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet in het Omgevingsplan rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen, waaronder ook de gevolgen voor de grondwaterkwaliteit.

Besluit kwaliteit leefomgeving

Op grond van het Bkl (artikel 3.16) zorgt de gemeente ervoor dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: 1. Het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater. 2. Lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en 3. Het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.

1.3 Totstandkoming Dit PWR is integraal met meerdere partijen tot stand gekomen samen met de adviseurs van Sweco en de projectgroep. Voorafgaand aan het opstellen van het PWR is er een stakeholdersanalyse en een participatieplan opgesteld (collegebesluit en ter kennis aangeboden aan de raad op 18 juni 2024). Uit de stakeholdersanalyse zijn de belanghebbende partijen, zowel binnen als buiten de gemeente Nijmegen, in beeld gebracht. In het participatieplan is aangegeven hoe wij de belanghebbende partijen wilden betrekken met het opstellen van dit PWR. Door middel van een vijftal werksessies zijn naast medewerkers van de gemeente Nijmegen ook medewerkers van Waterschap Rivierenland en van de Groene Metropoolregio betrokken geweest. Met Rijkswaterstaat hebben we consulterend gesproken. Het stadspanel, als vertegenwoordigers van de inwoners van Nijmegen, is benaderd via een schriftelijke enquête. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in dit PWR.

1.4 Leeswijzer In onderstaande afbeelding is de opbouw van het PWR weergegeven. Aan de terugblik op de vorige GRPperiode (2017-2023) hebben we een apart rapport gewijd. In paragraaf 2.1 is die evaluatie beknopt samengevat. Daarna kijken we in het hoofdstuk 3 ‘Visie en beleid’ naar de Omgevingsvisie als vertrekpunt en werken dit verder uit in doelen voor de watertaken. In hoofdstuk 4 beschrijven we de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen, de verwachtingen die wij van elkaar hebben en hoe wij gaan samenwerken. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 5 de huidige situatie. In hoofdstuk 6 beschrijven we onze opgave en worden de gestelde doelen vertaald naar maatregelen en onderzoeken die we de komende planperiode willen uitvoeren. Ten slotte komen in hoofdstuk 7 de personele en financiële middelen alsook de sturingsmiddelen die we nodig hebben aan de orde.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Leeswijzer PWR

5

In dit PWR worden vaktermen en afkortingen gebruikt. In bijlage II is een lijst van afkortingen en definities opgenomen.

2 Monitoring en evaluatie GRP 2.1 Evaluatie GRP In 2024 heeft de gemeente een evaluatie van het GRP uitgevoerd. De evaluatie is beschreven in een separaat rapport, dat aan het college is aangeboden. De algemene conclusie is dat de gemeente de gemeentelijke watertaken goed invult en dat het door de vele nieuwe ontwikkelingen soms moeilijk is scherpte en focus te houden. We moeten anticiperen op klimaatverandering en inzetten op klimaatadaptatie. Hieronder een overzicht van de activiteiten die zijn opgenomen in dit PWR voortkomend uit de evaluatie van het GRP in 2024. • Aanleg: we gaan de eisen en afwegingen voor nieuw aan te leggen infrastructuur en voorzieningen voor de gemeentelijke watertaken en aansluitingen daarop concreter en duidelijker vastleggen. Ook gaan we aan de slag met de beoordeling van de mogelijkheden voor aansluiting op de riolering van de laatste niet aangesloten panden. • Gegevensbeheer: door het personeelstekort en door een stroperig proces bij de overdracht van (de revisiegegevens van) nieuw aangelegde infrastructuur en voorziening is een deel van de gegevens niet op orde. Dat gaan we verbeteren. • Reinigen, inspecteren, beoordelen en onderhoudsmaatregelen: we analyseren onze inspectiegegevens onvoldoende. Ook hebben we de frequentie van inspecteren onvoldoende onderbouwd. Dit hebben we in 2024 al opgepakt en daar gaan we mee verder.

• Vernieuwen (renoveren en vervangen) en verbeteren: mede door een personeelstekort hebben we objecten onvoldoende vernieuwd en verbeterd. We zijn al gestart met een inhaalslag. En daarmee gaan we door. • Meldingen en klachten afhandelen: we registreren de klachten over (grond)wateroverlast onvoldoende. Dat gaan we verbeteren. • Vergunningen, toezicht en handhaving: het toezicht op lozingsregels en maatwerkvoorschriften is onvoldoende. We gaan daartoe de ODRN beter aansturen. • Beleid en planvorming, advies: we handelen incidenten niet volgens het incidentenplan af. Dit plan gaan we actualiseren. Ontwikkelperspectieven zijn visies die de stip op de horizon duiden en aangeven waar wij met het watersysteem naar toe werken. Twee van drie ontwikkelperspectieven hebben we volledig of bijna volledig afgerond. We gaan aan de slag met het ontwikkelperspectief voor het gebied de Biezen. • Onderzoek naar en monitoren van het functioneren van stelsels en voorzieningen: infiltratievoorzieningen testen we zeer beperkt. Dit gaan we verbeteren. • Voorlichting en communicatie: landelijke voorlichtingscampagnes voeren we lokaal niet uit. Dat gaan we oppakken. We gaan daartoe een communicatieplan opzetten. Ook willen we de subsidie voor het afkoppelen structureel onder de aandacht brengen.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Tijdens de evaluatie van het huidige GRP hebben we een aantal lessen getrokken.

Concept

De huidige financiële structuur biedt een duidelijk kader met aandacht voor slagvaardigheid en sturing. Die structuur behouden we. Ook hebben we weer een meerjarenplanning voor investeringen opgesteld. Beide documenten vormen de basis voor de sturing op het programmeren van de werkzaamheden.

6

We kennen onze systemen van het stedelijk afvalwater. We kunnen beter inzetten op vermindering hoeveelheid stedelijk afvalwater bijvoorbeeld via afkoppelen We kunnen beter campagne voeren voor goed rioolgebruik. We hebben een goede klimaatadaptatiestrategie die richting geeft. De vertaling naar de uitvoering gaat niet altijd soepel. Dat moeten we verbeteren. En soms is eerst nog onderzoek nodig, die onderzoeken gaan we uitvoeren. Dit PWR zorgt voor betere integratie van klimaatadaptatie in ons reguliere werk en bij vervangingen. We hebben veel kennis over (de kwaliteit van) ons stelsel en het functioneren ervan. We weten door een branchestandaardonderzoek gemeentelijke watertaken dat we een personeelstekort hebben. Daar gaan we iets aan doen. Het personeelstekort heeft gevolgen voor de verdeling van de taken en de prioritering van werkzaamheden. Ook gaan we de werkprocessen in beeld brengen, afspraken vastleggen en nakomen.

2.2 Enquête In februari 2025 is een peiling gehouden onder het bewonerspanel met een respons van 1625 respondenten. Uit deze peiling blijkt vooral een behoefte te zijn aan voorlichting en communicatie over goed rioolgebruik en kennis van het stelsel/watersysteem. Enkele uitkomsten: • 33% van de respondenten heeft weleens een rioolverstopping gehad. • Voor 83% was duidelijk wie ze hiervoor moesten inschakelen. • 88% heeft op het woonadres nog geen wateroverlast ervaren. • 91% heeft geen overlast ervaren van oppervlaktewater zoals stank of andere problemen. • 88% heeft geen overlast gehad van een te hoge grondwaterstand. (In het gedeelte waar een vrije opmerking kon worden geplaatst waren er meerdere opmerkingen gemaakt over grondwateroverlast in de wijk Hees). • Het benaderen van de gemeente over wateroverlast en overlast van oppervlaktewater heeft in 1/3 bij de respondenten met problemen wel iets opgeleverd, in 1/3 van de gevallen soms wel en soms niet en in 1/3 van de gevallen niets. Bij grondwaterproblemen heeft het in 84% van de gevallen niets opgeleverd (26 respondenten). • 67% van de respondenten weet wat ze aan rioolheffing betalen.

In bijlage VII zijn alle resultaten van de enquête opgenomen. Veel respondenten hebben ook van de mogelijkheid gebruik gemaakt om opmerkingen door te geven. Deze zijn verzameld en worden meegenomen in de voorlichting & communicatie en bij de ontwikkeling en uitvoering van werkzaamheden.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Voorbeeldvraag peiling februari 2025

Voorbeeldvraag peiling februari 2025

3 Visie en beleid: wat willen we? 3.1 Inleiding Gemeenten zijn verplicht om een Omgevingsvisie vast te stellen. In de gemeentelijke Omgevingsvisie geeft elke gemeente aan op welke wijze zij haar taken invult en welke strategische beleidsdoelen en ambities voor de fysieke leefomgeving gelden. De Omgevingsvisie toont de hoofdlijnen van het langetermijnbeleid en is daarbij voldoende concreet om het vaststellen van programma’s en/of juridisch bindende regels in het Omgevingsplan te legitimeren. Een Omgevingsvisie biedt zo een samenhangende beleidsmatige basis voor inzet van juridische, financiële of andere instrumenten, om de beleidsdoelen in de visie na te streven. De geactualiseerde Omgevingsvisie (onder behoud van vaststelling) van de gemeente Nijmegen, de Omgevingswet en de klimaatstrategie vormen het vertrekpunt voor dit PWR. In het GRP uit 2017 zijn werkambities opgenomen. Die zijn grotendeels vervangen door doelen op basis van onze Omgevingsvisie (onder behoud van vaststelling) en de doelen voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater op basis van de Omgevingswet. Ook worden de ontwikkelingen zoals waterkwaliteit, circulariteit en water- en bodemsturend nader uitgewerkt. In hoofdstuk 6 gaan we verder in op de opgave die nodig is om onze doelen te halen en lichten we de maatregelen toe.

3.2 Omgevingsvisie, klimaatadaptatiestrategie en gemeentelijke watertaken 3.2.1 Inleiding In de vernieuwde Omgevingsvisie van de gemeente Nijmegen (vaststelling onder voorbehoud) komen de beleidsdoelen en opgaven voor de gemeentelijke watertaken aan bod. In de Omgevingsvisie zijn hoofdlijnen geformuleerd en vertaald naar hoofddoelen. Een hoofddoel dat invloed heeft op het PWR en specifiek onze hemelwaterzorgtaak is:

Hoofddoel

7

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

In 2050 willen we de stad klimaatadaptief hebben ingericht. De prioritaire gebieden willen we in 2035 klimaatadaptief met voorrang hebben aangepakt. Maar er zal meer tijd nodig zijn voordat de gebieden volledig klimaatadaptie zijn. De opgave vanuit de Omgevingsvisie is groot waarbij het doel is om uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad te hebben die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Dit is ook nodig voor een gezonde leefomgeving. Prioritaire gebieden zijn locaties waar de urgentie hoog is en waar een extra inspanning wordt gevraagd. Het raakvlak met dit PWR zit vooral in het aspect wateroverlast en deels verdroging In onderstaande afbeelding staat een afbeelding van de prioritaire gebieden1. Van de 10 prioritaire gebieden hebben er vijf te maken met wateroverlast, deze locaties pakken we met voorrang op. Prioritaire gebieden klimaatadaptatie

Klimaatadaptatiestrategie Nijmegen, oktober 2023 1

Bron: Klimaatadaptatiestrategie Nijmegen dd. 31 oktober 2023

3.2.2 Wateroverlast Om wateroverlast te beperken is ons streefdoel dat bij een hevige bui van 70 mm in een uur: •

8

Hoofdwegen beschikbaar blijven, tenzij er een goede alternatieve route is.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

•

Hulpdiensten hun bestemming binnen de gewenste tijd kunnen bereiken.

•

Waterschade niet leidt tot stroomuitval.

•

Regenwater in de openbare ruimte niet leidt tot structurele schade aan panden.

Nieuwbouw dient zodanig te worden aangelegd, dat er geen schade optreedt bij een bui van 70 mm in een uur, met een verwachte herhalingstijd van 1 x per 100 jaar in het klimaat van 2050. Het regenwater houden we zoveel mogelijk vast op de plek waar het valt. We zetten in op water besparen en benutten, infiltreren in de bodem en verwerken in het oppervlaktewater. We geven daarbij de voorkeur aan natuurlijke oplossingen boven technische. Voor nieuwbouw en reconstructies stellen we regels op in het omgevingsplan. Bij hevige buien zien we dat het regenwater van de hoger gelegen delen van de stuwwal via de uitgesleten droogdalen afstroomt en tot wateroverlast en schade leidt in de lagergelegen delen van de stad. Overtollig hemelwater, dat we niet kunnen vasthouden en infiltreren, voeren we af via (groen/blauwe) afvoerstructuren. Ook zijn beschermende maatregelen op gebouwniveau denkbaar als adaptieve maatregel. Daarnaast zorgen we voor gevolgbeperking van overstromingen bij de overstroombare gebieden langs de Waal en buitendijkse gebieden. Dit doen we in samenwerking met Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat.

We werken aan meerlaagse veiligheid; preventie, ruimtelijke ordening en crisisbeheersing.” Naast de doelen voor wateroverlast zijn er in de Omgevingsvisie ook doelen en opgaven geformuleerd voor schoon en voldoende grond- en oppervlaktewater als sturend principe voor nieuwe ontwikkelingen. Hoogteverschillen Nijmegen

Nijmegen van hoog in het oosten naar laag in het westen

3.2.3 Vuil- en hemelwater De voorzieningen voor inzameling, transport en zuivering van stedelijk afvalwater verkeren in een zodanige technische staat dat deze kunnen functioneren waarvoor ze zijn aangelegd. Op het afvalwatersysteem zitten nagenoeg geen aansluitingen die de doelmatigheid van inzameling, transport en zuivering belemmeren. Het hemelwater verwerken we zoveel mogelijk in de bodem of het oppervlaktewater. Zo streven we naar een robuust watersysteem en met (ook in perioden van langdurige droogte) voldoende gronden oppervlaktewater. Zeker in gebieden waar het hemelwater in de bodem of het oppervlaktewater verwerkt wordt, streven we ernaar, dat dit water zo schoon mogelijk is en dat dit niet tot uitloging van bodemver-

9

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

ontreiniging leidt. Waar mogelijk zorgen we voor een goede bodempassage en beperken het gebruik van verontreinigende materialen of activiteiten, zoals het autowassen op straat en het gebruik van uitlogende materialen in de bouw. Het volledig proces van inzamelen, transporteren en zuiveren (voor zover bij de gemeente, bijvoorbeeld met IBA’s (lokale zuiveringsvoorziening)) van afvalwater en hemelwater is in 2050 CO2-neutraal en levert minimale vervuiling op in de leefomgeving.

10

Watersysteem We zien dat met het veranderende klimaat en stijgende inwonersaantallen de druk op het watersysteem toeneemt. We streven daarom naar een robuust watersysteem: • We dragen bij aan voldoende en schoon grondwater, mede als bron voor onze drinkwatervoorziening; • We dragen bij aan voldoende, schoon en ecologisch waardevol oppervlaktewater, waarbij invloed vanuit het stedelijk afvalwater en gezondheidsrisico’s geminimaliseerd zijn. Bron: Omgevingsvisie gemeente Nijmegen

Oppervlaktewater We zetten ons in voor een zo natuurlijk mogelijke inrichting van ons oppervlaktewater, en vergroten de belevings- en gebruikswaarde van het water. Waar we kunnen dragen we mede bij aan een zo goed mogelijke waterkwaliteit. Bron: Omgevingsvisie gemeente Nijmegen

Grondwater Ten aanzien van het grondwater hebben we een heldere regiefunctie. Voor vragen over grondwater en grondwaterproblematiek zijn wij aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. We monitoren, waar doelmatig, de grondwaterstanden en informeren bij navraag hierover. De gemeentelijke grondwatertaak betekent dat wij in het openbaar gebied doelmatige waterhuishoudkundige maatregelen moeten treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in de openbare ruimte – voor de aan de grond gegeven bestemming – zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Wij hebben die taak alleen als het waterschap, provincie of Rijk niet verantwoordelijk zijn. Daarnaast hebben we met andere overheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het grondwater. Met deze overheden bepalen we hoe we de kwaliteit van het grondwater (onze potentiële drinkwatervoorraad) kunnen beschermen. Bron: Omgevingsvisie gemeente Nijmegen Verder staan er in de omgevingsvisie gemeente Nijmegen de volgende uitgangspunten die invloed hebben op de gemeentelijke watertaken en van belang voor het PWR: • We zorgen voor minder verharding in de bestaande stad, volgens het “groen, tenzij-principe”. Dit betekent dat we alleen daar verharden, waar dat strikt noodzakelijk is. Overbodige verharding halen we zoveel mogelijk weg.

• Groenperken leggen we waar mogelijk verdiept aan voor extra waterberging. • Voor nieuwbouw en reconstructies leggen we regels voor waterberging vast in het Omgevingsplan. We zetten in op water besparen en benutten, infiltreren in de bodem en verwerken in het oppervlaktewater.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Watersysteem

Klimaatadaptief watersysteem Omgevingsvisie gemeente Nijmegen / Studio D

11

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

3.2.4 Water en bodem sturend

Concept

Een natuurlijk water- en bodemsysteem geldt als uitgangspunt voor de ruimtelijke inrichting van de stad. In de omgevingsvisie gemeente Nijmegen is ook een aantal principes voor ‘water en bodem sturend’ opgenomen die betrekking hebben op de gemeentelijke watertaken: We dragen mede zorg voor de kwaliteit van het grondwater in heel Nijmegen bij het uitvoeren van de wettelijke watertaken, waarbij een specifieke focus ligt op het grondwaterbeschermingsgebied. • Het hemelwater verwerken we zoveel mogelijk in de bodem of het oppervlaktewater. Zo streven we naar een robuust watersysteem en met (ook in perioden van langdurige droogte) voldoende grond- en oppervlaktewater. • We zetten ons in voor een zo natuurlijk mogelijke inrichting van ons oppervlaktewater, waarbij we de belevings- en gebruikswaarde van het water vergroten. Waar we kunnen dragen we mede bij aan een zo goed mogelijke waterkwaliteit en daarmee en schoon milieu. • In principe bouwen we niet, of zonder nadelig effect, op de natuurlijke waterhuishouding en op locaties waar dit vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet gewenst is, zoals in de droogdalen. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een toename van grondwateroverlast en kwel ten opzichte van de bestaande situatie. In gebieden met een hoge grondwaterstand of kwel wordt bij voorkeur ingezet op bouwkundige maatregelen om overlast te voorkomen.

Het uitgangspunt hiervoor is niet graven, maar ophogen of bouwen zonder kruipruimte.

3.2.5 Werkambities Voor dit PWR zijn de volgende werkambities overgenomen uit het GRP 2017-2023: • Samenwerking en dienstverlening: samen met onze waterpartners en buurgemeenten werken we effectief en slagvaardig samen in de waterketen en het watersysteem. We bouwen samen kennis op, we delen onze kennis, én we zorgen voor professionele dienstverlening aan onze burgers. • Circulariteit: zoals in de omgevingsvisie is aangegeven, zijn we op weg naar een circulaire economie. We verlengen zoveel mogelijk de levenscyclus van onze voorzieningen, hergebruiken materiaal waar mogelijk en zien water steeds meer als grondstof die we niet zomaar afvoeren. • Optimaliseren van de beheeractiviteiten: we ontwikkelen een plan voor risico gestuurd beheer om zo effectief mogelijk onze beheertaken uit te voeren.

3.3 Doelen voor de gemeentelijke watertaken 3.3.1 Inleiding Met de Omgevingswet, Klimaatadaptatiestrategie en de Omgevingsvisie gemeente Nijmegen als vertrekpunt, zijn onderstaande doelen geformuleerd per watertaak. Ook de doelen die het oppervlaktewater en de waterkwaliteit betreffen in relatie tot deze watertaken zijn opgenomen.

3.3.2 Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater omvat zowel huishoudelijk afvalwater of een combinatie van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Technische staat We zorgen ervoor dat de voorzieningen voor inzameling en transport naar de zuivering van stedelijk afvalwater in een zodanige technische staat verkeren dat ze kunnen functioneren waarvoor ze zijn aangelegd. Wij gaan uit van vrijverval en grijpen technisch in alleen daar waar noodzakelijk. Bedrijfszekerheid We zorgen ervoor dat de bedrijfszekerheid van het gehele rioolsysteem is gewaarborgd. Ook verkleinen wij de risico’s van het raken van leidingen bij graafwerkzaamheden. Nieuwe aanleg

12

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Wanneer we nieuwe voorzieningen aanleggen voor het afvalwatersysteem, zorgen we ervoor dat dat klimaatadaptief gebeurt en dat deze meehelpen aan het beperken van eventuele wateroverlast. Daarnaast hanteren we uitgangspunten die op onze gebiedsprincipes zijn gebaseerd.

Concept

Vuiluitworp

13

We blijven ons inzetten op het beperken van vuiluitworp vanuit de afvalwaterketen via overstorten naar oppervlaktewater in het geval van (hoos)buien. Aansluitingen en wijze van inzameling We willen geen foutaansluitingen op het afvalwatersysteem die de doelmatigheid van inzameling, transport en zuivering belemmeren of de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater negatief beïnvloeden. Bedrijfsafvalwater hoeven we als gemeente niet in te zamelen. Als we het doen, doen we dat doelmatig: we hebben zicht op de omvang en samenstelling van bedrijfsafvalwater. Als dat qua kwantiteit én kwaliteit geen nadelige gevolgen heeft voor het beheer van onze stelsels en voor de RWZI, zamelen we het in. Dit doen we in afstemming met het waterschap.

3.3.3 Afvloeiend hemelwater Hemelwater is al het water dat uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw en hagel. In eerste instantie is een perceeleigenaar verantwoordelijk voor de verwerking op het eigen terrein, mits dat redelijkerwijs kan. We hebben als gemeente een inspanningsverplichting voor het verwerken van (overtollig) afvloeiend hemelwater vanuit het openbaar gebied en voor het water van particuliere percelen die het niet zelf kunnen verwerken. Water robuust zijn en het beperken van wateroverlast zijn leidende principes. Technische staat We zorgen ervoor dat de voorzieningen voor het inzamelen, bergen, infiltreren en/of transporteren van hemelwater zodanig functioneren waarvoor ze zijn aangelegd, zowel bovengronds als ondergronds. Voor het beheer van de hemelwatervoorzieningen zetten we ook in op een risico gestuurde aanpak. Afvoercapaciteit Schade – hinder – overlast Wij werken aan een water robuuste stad in 2035/2050. We doen dit door te streven naar het verwerken van een regenbui van 70 mm in één uur, met een verwachte herhalingstijd van 1 x per 100 jaar in het klimaat van 2050. De mogelijkheid om water te bergen kan per gebied wisselen, daar houden we rekening mee. We maken onderscheid in drie situaties: • hinder • overlast • schade In onderstaande tabel wordt het verschil duidelijk.

Dit is een tabel die gebruikt wordt voor de communicatiedoeleinden, het is geen juridische interpretatie. In de praktijk is geen situatie gelijk, dat vraagt om maatwerk. Wat wel duidelijk is, is dat met het toenemen van de weersextremen en dus het meer voorkomen van zwaardere buien, we hinder zullen moeten accepteren. Overlast en schade willen we zoveel mogelijk voorkomen, maar kunnen dat niet altijd garanderen. Er kunnen altijd buien vallen, die we niet zonder overlast en schade kúnnen verwerken.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Verschil hinder, overlast en schade

Hydraulische uitgangspunten Nijmegen Het functioneel ontwerp van systemen voor de verwerking van hemelwater wordt steeds belangrijker. De ondergrondse riolering en de (openbare) buitenruimte hebben beide een voorname functie in het verwerken van hemelwater. Deze paragraaf beschrijft de maatgevende neerslaggebeurtenissen die we als gemeente hanteren bij de beoordeling (modelmatige toetsing) van het functioneren van rioolsysteem. Dit geldt voor zowel de openbare terreinen van de gemeente als voor private percelen. We sluiten hierbij aan bij de Klimaatadaptatiestrategie. Basis voor de modelmatige toetsing van de maatgevende neerslaggebeurtenissen zijn de zorgplichten: • Het verantwoord afvoeren en verwerken van hemelwater (in zowel de ondergrondse riolering als de bovengrondse buitenruimte). In gemengde rioleringssystemen houdt dit in om de overstorthoeveelheden- en frequentie te minimaliseren; • De particuliere zorgplicht voor de verwerking van hemelwater op privaat terrein.

Voor de toetsing en ontwerp van watersystemen worden uitgangspunten gehanteerd die zijn gebaseerd op het verwachte klimaat in 2050. We brengen periodiek het hydraulische functioneren van de riolering en de openbare ruimte in beeld. Daarbij bekijken we verschillende modelmatige uitgangspunten voor verschillende neerslagsituaties. Hiervoor wordt er voor de komende PWR-planperiode een nota uitgewerkt met hydraulische ontwerpuitgangspunten inclusief uitgangspunten voor HWA-voorzieningen. In de onderstaande tabel worden de uitgangspunten voor modelmatig toetsen en ontwerpen weergegeven. In bijlage V staan de hydraulische uitgangspunten en maatgevende neerslaggebeurtenissen verder uitgewerkt.

14

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Uitgangspunten modelmatige toetsing

15

Scheiden hemelwater en vuil water Schoonhouden – scheiden – zuiveren Afvloeiend hemelwater wordt gezien als een relatief schone waterstroom. Daarom willen we vuilwater zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van hemelwater en houden we rekening met de voorkeursvolgorde van schoonhouden – scheiden – zuiveren. Vervuilende stoffen die niet in het water terecht komen, hoeven er ook niet uit worden gehaald. Een bronaanpak is daarom vaak de beste aanpak. We streven naar het zoveel mogelijk beperken van uitlogende bouwmaterialen, bestrijdingsmiddelen en autowassen op straat. Zeker op plaatsen waar het hemelwater in de bodem of het oppervlaktewater wordt verwerkt. Soms is een ‘end-of-pipe’ oplossing doelmatiger, dat verschilt per stof. In de aanpak van waterstromen wegen we dit af. Wanneer schoon water vervuild is, door vermenging met vuilwater of contact met vervuilde oppervlakken, scheiden we het zoveel mogelijk van schone waterstromen. Of wanneer de wet het vereist, voeren we zowel regenwater als vuilwater af. Vasthouden – benutten – bergen – afvoeren Bij nieuwe ontwikkelingen of bij herinrichtingen houden we rekening met de voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater. Bij voorkeur houden we water vast waar het valt. In Nijmegen zijn er echter uitzonderingen. Watersysteem Nijmegen-Noord is als zelfvoorzienend systeem ontworpen.

Bij het ontwerp is rekening gehouden met de verwerking van het hemelwater in de singels en plassen. Het zelfvoorzienende karakter vraagt om aanvoer van neerslag en dus niet vasthouden op eigen terrein. We stimuleren het benutten van het vastgehouden water. Door het bijvoorbeeld op te vangen in een regenton en het te gebruiken voor het wateren van de planten. Dan bergen we het water, bij voorkeur in een bovengrondse en natuurlijke oplossing. Pas daarna voeren we het water af. Bij hevige buien zal afvoer over het oppervlak nodig zijn om het water daar naar toe af te voeren waar het zo min mogelijk schade veroorzaakt.

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Vasthouden, benutten, bergen en afvoeren

Waar mogelijk kiezen we voor een natuurlijke en bovengrondse verwerking, zoals het vasthouden van water in een retentiegebied of het afvoeren naar oppervlaktewater. Dit ziet er aantrekkelijker uit, bevordert de combinatie met andere maatschappelijke functies en opgaven, vergroot de bewustwording en vereenvoudigt het beheer en de handhaving. Aansluitingen en manier van inzameling We lozen geen vuilwater op het hemelwatersysteem en zorgen ervoor dat er zo min mogelijk foutaansluitingen zijn. Een foutaansluiting is een verkeerd aangesloten riool, kolk, perceel, of lozingstoestel waardoor van een bepaalde soort (inclusief hemelwater) in een systeem terechtkomt dat daarvoor niet is bedoeld. Foutaansluitingen komen voor bij gescheiden rioolsystemen, drainagesystemen en hemelwatervoorzieningen. Particulieren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor het inzamelen en verwerken van regenwater wat op eigen terrein valt. Echter, als zij dit niet op eigen terrein kunnen verwerken, dan helpen wij bij de inzameling en de verwerking van hemelwater, mits doelmatig. Hemelwaterkwaliteit Hemelwater verwerken we waar mogelijk in de bodem of het oppervlaktewater, hemelwater is alleen niet altijd schoon. Hemelwater van drukke pleinen en straten lozen we niet of niet direct op oppervlaktewater. Per gebied maken we een gedegen afweging van de opties.

Waterschap Rivierenland heeft dit samengevat in een afwegingskader uit de nota Samen door één buis (2019), zoals te zien in onderstaande tabel.

16

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Afwegingskader omgang afstromen hemelwater

Samen door één buis, WSRL 2019

3.3.4 Grondwater Grondwater is het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat. Het grondwatersysteem is een regionaal systeem. Het grondwater wordt met name gevoed door hemelwater en vanuit het oppervlaktewater. Bij langdurige droogte zakt het grondwater weg en in natte perioden stijgt het grondwater. In Nijmegen is er ook een sterke invloed van de Waal en het Maaswaal kanaal op de grondwaterstand. Er is dus altijd sprake van een bepaalde mate van fluctuatie in de grondwaterstand. Het is belangrijk dat we inzicht hebben in de manier waarop grondwatersysteem zich gedraagt. Technische staat De voorzieningen voor de inzameling en het verwerken van overtollig grondwater hebben een goede technische staat, waarbij ze functioneren waarvoor ze zijn aangelegd. Regierol Ten aanzien van grondwater hebben we een regierol. Voor vragen over grondwater en grondwaterproblematiek zijn wij het aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. We monitoren de grondwaterstanden (in afstemming met de andere waterbeheerders). We verstrekken informatie over de grondwaterstanden, grondwateroverlast en eventueel te nemen maatregelen. Hiervoor versterken we onze loketfunctie en treden we adviserend op.

Particuliere verantwoordelijkheid ten aanzien van grondwater Een perceeleigenaar is op het eigen perceel zelf verantwoordelijk voor het voorkomen en oplossen van (grond)wateroverlast. Een perceeleigenaar heeft ook een eigen verantwoordelijkheid om te zorgen voor de goede staat van zijn perceel en de werken en gebouwen op dat perceel. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn eisen gesteld aan de waterdichtheid van een kelder. Afhankelijk van de situatie zijn die eisen wel of niet van toepassing: • Als een kelder als verblijfsruimte wordt gebruikt, dient deze waterdicht te zijn aangelegd. Een verblijfsruimte is een ruimte waar mensen regelmatig verblijven (bijv. een keuken, slaapkamer, of een beneden maaiveld gelegen badkamer, souterrain of winkelruimte). Hier ligt een duidelijke verantwoordelijkheid voor de particuliere eigenaar voor het treffen van bouwkundige en/of waterhuishoudkundige maatregelen. • Als een kelder als opslagruimte of loze ruimte wordt gebruikt, gelden deze eisen uit het Bbl niet. Water in de kelder kan dan dus voorkomen, zonder dat dit wordt gezien als een bouwkundig gebrek. Als de eigenaar zo’n kelder waterdicht wil hebben, zal hij hiervoor zelf maatregelen moeten nemen.

17

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Een perceeleigenaar is er dus zelf voor verantwoordelijk om op eigen terrein alle mogelijke maatregelen te nemen om de overlast te beperken. Invulling van de gemeentelijke grondwatertaak.

Concept

De verantwoordelijkheid voor grondwater ligt primair bij de perceeleigenaar, de gemeente komt pas in beeld als de perceeleigenaar nadelige gevolgen redelijkerwijs niet zelf kan voorkomen. De gemeente rekent het volgende tot haar grondwatertaak: het treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de te hoge grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, tenzij het treffen van maatregelen tot de taak van een andere waterbeheerder (waterschap, provincie of Rijkswaterstaat) behoort. De gemeentelijke taak kan dan bestaan uit het nemen van doelmatige maatregelen in openbaar gebied als die de belemmering kunnen verhelpen. De maatregelen zijn vooral gericht op de waterhuishouding. Beoordelingscriteria gemeentelijke grondwatertaak Grondwateroverlast beschouwen we als structureel als er: • structureel (minimaal 30 dagen per jaar en gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren); • te hoge grondwaterstanden zijn (hoger dan 0,7 m beneden maaiveld); én • er meldingen zijn over structurele, aantoonbaar nadelige gevolgen (in bovengrondse delen van de woning).

Maatregelen in het openbaar gebied achten we doelmatig als de maatschappelijke baten opwegen tegen de maatschappelijke kosten. Daarin wegen de omvang en duur van de overlast en het aantal getroffen percelen mee. Dit is niet van toepassing op: • Buitendijks gelegen gebieden. Bij hoge rivierstanden kan de grondwaterstand immers niet worden gereguleerd. • Woningen die na 1992 zijn gebouwd. Deze dienen te voldoen aan de waterdichtheidseisen uit het Bouwbesluit 1992 of haar opvolger(s). Indien deze woningen overlast ondervinden van hoge grondwaterstanden (ook bij grondwaterstanden hoger dan 0,7 m onder maaiveld) is er sprake van een bouwkundig gebrek en zijn bouwkundige maatregelen noodzakelijk waarvoor de gebouweigenaar verantwoordelijk is.

Bij nieuwbouw houden we rekening met de grondwaterstanden om een duurzame inrichting te realiseren. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een structurele toename van grondwateroverlast en kwel ten opzichte van de bestaande situatie. In gebieden met een hoge grondwaterstand of kwel wordt ingezet op bouwkundige maatregelen om overlast te voorkomen. Het uitgangspunt is niet graven, maar bijvoorbeeld ophogen of bouwen zonder kelder of kruipruimte.

Wateroverlast Nijmegen West In Nijmegen West is in de periode eind 2023/2024 de grondwaterstand gestegen met natte kelders als gevolg. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de problematiek door RHDHV (zie evaluatie GRP 2017-2023). We voeren een vervolgonderzoek uit, waarbij gekeken wordt of er mogelijkheden zijn en er noodzaak is om het (grond)watersysteem toekomstbestendiger te maken. Zie voor de overige maatregelen hoofdstuk 6 Opgave. Grondwaterkwaliteit Grondwaterkwaliteit wordt een steeds belangrijker aandachtspunt. Grondwater wordt gebruikt als bron voor drinkwater. Steeds vaker worden stoffen aangetroffen die invloed hebben op de drinkwaterbereiding. Om te voorkomen dat er vanuit de riolering ongewenste stoffen doorsijpelen naar het grondwater, moeten we ervoor zorgen dat leidingen en putten in de grondwaterbeschermingsgebieden waterdicht zijn en geen lekkage vertonen. We onderzoeken of we in het omgevingsplan regels voor saneringen bij bestaande grondwaterverontreinigingen kunnen opnemen. Ditzelfde geldt voor het reguleren van infiltratie en lozingen op en in de bodem.

18

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

3.3.5 Oppervlaktewater Oppervlaktewater maakt ook deel uit van het hemelwaterstelsel. Het is essentieel voor de afvoer van overtollig hemelwater uit de gemeente, maar ook voor berging om hemelwater vast te houden voor droge tijden. De gemeente is verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening en het beheer van de openbare ruimte, inclusief het zorgen voor een goede afwatering en het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast houdt de gemeente rekening met de kwaliteit van het oppervlaktewater bij nieuwe ontwikkelingen. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van de waterkwaliteit en de waterkwantiteit in de regio, inclusief het onderhoud van waterlopen en het zuiveren van afvalwater. Beide werken samen om een duurzaam en efficiënt waterbeheer te waarborgen. Rijkswaterstaat is beheerder van de Waal en van het Maaswaalkanaal. De provincie speelt een belangrijke rol als het gaat om zwemwaterlocaties. Berging- en/of afvoercapaciteit Het oppervlaktewater in Nijmegen heeft een belangrijke functie als berging en/of afvoer voor (overtollig) hemelwater. Doordat er berging mogelijk is in oppervlaktewater, kan eventuele schade door hevige regenbuien zoveel mogelijk worden beperkt. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk op basis van gebiedskenmerken te beoordelen of berging in droogvallende voorzieningen of in oppervlaktewater passend is.

Bij de wens voor nieuw oppervlaktewater moet er een goede waterkwaliteit bereikt kunnen worden. Water(bodem)kwaliteit De kwaliteit van het water en van de bodem is erg belangrijk. Daarom spannen we ons in om bij het treffen van maatregelen, de waterkwaliteit in stand te houden of te verbeteren. We zorgen ervoor dat lozingen op zogenaamde KRW-wateren zo min mogelijk negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Ook willen we de belevings- en gebruikswaarde van het oppervlaktewater voor bewoners en bezoekers vergroten. We geven stedelijk water op een zo natuurlijk mogelijke manier vorm. We passen de juiste inrichting toe om de chemische, biologische en fysische kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Wij hanteren een effectief bestrijdingsprotocol waarmee we de afgelopen jaren uitbraken van botulisme hebben voorkomen. Relatie oppervlaktewater met hemelwater en grondwater Hemelwater, grondwater en oppervlaktewater staan in relatie met elkaar. Het goed functioneren van het geheel is belangrijk om overlast te voorkomen maar ook voor bijvoorbeeld biodiversiteit. We zorgen ervoor (voor zover het binnen onze beleidsverantwoordelijkheid ligt) dat het niet goed functioneren van het oppervlaktewater (functiebehoud) in de toekomst geen over- of onderlast van hemelwater en grondwater veroorzaakt.

Beheer Daar waar het noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij brughoofden en viaducten vervangen wij de beschoeiingen. Op locaties waar ze niet meer nodig zijn, laten we ze vervallen of realiseren we, in overleg met het waterschap, natuurvriendelijke oevers als daar voldoende ruimte voor is.

3.3.6 Drinkwater Drinkwaterbedrijven leveren 24/7 betrouwbaar en betaalbaar drinkwater aan miljoenen Nederlanders, een voorwaarde voor gezondheid en welzijn. Dit is niet vanzelfsprekend. Door factoren als klimaatverandering en bevolkingsgroei staan de kwaliteit en kwantiteit van ons drinkwater steeds meer onder druk. De gemeente wil het gebruik van drinkwater zoveel mogelijk beperken en ondersteunt het drinkwaterbedrijf Vitens door in haar communicatie inwoners hiervan bewust te maken. Daarnaast geeft de gemeente een goed voorbeeld door drinkwater zo min mogelijk toe te passen voor ‘laagwaardige’ functies. Zo wordt grondwater gebruikt om fonteinen op peil te houden en zetten wij deze uit tijdens een sproeiverbod.

3.3.7 Toetsingskader De doelen, ambities en uitgangspunten zijn als hulpmiddel voor het dagelijkse werk verwerkt in een toetsingskader. Door aan deze doelen ook functionele eisen en maatstaven te koppelen, is de rioleringszorg toetsbaar gemaakt. In bijlage IV is een overzicht van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden opgenomen. In deze planperiode actualiseren we deze en ontwikkelen we het door.

19

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

Toetsingskader

3.4 Ontwikkelingen De komende jaren verwachten we een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op de invulling van onze watertaken. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden houden we daar zoveel als mogelijk rekening mee. Demografische ontwikkelingen De komende jaren neemt de vergrijzing toe. Dat is ook voor de (afval)waterketen relevant. Zo heeft bijvoorbeeld een toenemend gebruik van medicijnen effect op de kwaliteit van het afvalwater en dus voor de kwaliteit van bijvoorbeeld overstortwater. Ook het gebruik van nieuwe/ zorgwekkende stoffen door bedrijven kan leiden tot emissie en effect hebben op de leefomgeving. Daarnaast is het gebruik van water door bedrijven voor productieprocessen een blijvend aandachtspunt. Waterkwaliteit / Kader Richtlijn Water De Kader Richtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die als doel heeft om de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa op orde te brengen en te waarborgen. De KRW bepaalt dat alle aangewezen KRW-lichamen in 2027 een goed leefgebied moeten vormen voor de planten en dieren die er thuishoren. Voor de grote wateren in Nederland zijn specifieke doelen vastgelegd, zodat wordt toegewerkt naar gezond water voor mens, dier en plant. Voor grondwaterkwaliteit is dit verder uitgewerkt in de Grondwaterrichtlijn (Gwr).

In de PWR-periode zetten wij ons in om de huidige situatie beter in beeld te krijgen, zodat we gericht en doelmatig maatregelen kunnen nemen voor zover die onder de verantwoording van de gemeente vallen. Zowel in de bestaande stad als bij nieuwe ontwikkelingen. Op de lange termijn streven we naar schoon en ecologisch water. Naast de waterkwaliteit van KRW-lichamen, willen we ook meer inzicht in de kwaliteit van afstromend hemelwater. Landelijk is daar regelmatig onderzoek naar gedaan. Aandachtsgebieden zijn in ieder geval industrieterreinen en drukke wegen en pleinen. De uitkomsten daarvan moeten we lokaal vertalen. Hiervoor kan het nodig zijn dat we metingen en onderzoek gaan uitvoeren. Met de uitkomsten van onderzoeken en metingen kunnen we concrete maatregelen uitwerken. Circulariteit en duurzaamheid Circulariteit is een belangrijk uitgangspunt in onze aanpak van rioleringsbeheer oor te streven naar het verlengen van onze voorzieningen en het materiaal te hergebruiken. Het rioolsysteem speelt een belangrijke rol in onze leefomgeving, maar de manier waarop we materialen hergebruiken of inzetten, is niet altijd duurzaam. Inzetten op levensduur en beheerarme toepassingen kan in het kader van duurzaamheid soms meer opleveren dan circulariteit.

Daarom kijken we kritisch naar hoe we circulariteit toepassen binnen het rioleringsbeheer en zorgen we ervoor dat het in lijn is met de duurzaamheidsdoelen binnen de gemeente. Kansen en knelpunten in de openbare ruimte Het optimaal gebruik maken van de aanwezige openbare ruimte is een belangrijk onderwerp. De openbare ruimte is zowel boven- als ondergronds beperkt. Om genoeg ruimte over te houden voor riolering en verwerking van hemelwater, is het van belang om meerdere functies samen te voegen en te stapelen. Daarbij moet een optimale afweging plaatsvinden omdat niet alle functies gestapeld kunnen worden zonder kwaliteitsverlies van die functies.

20

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Er zijn ook kansen in de openbare ruimte. De mobiliteitstransitie waarbij veel wegen in Nijmegen van 50 km/h naar 30 km/h worden teruggebracht, creëert mogelijkheden voor herontwikkeling. Deze herontwikkeling biedt ruimte voor extra groen wat helpt bij het opvangen en verwerken van (afstromend) hemelwater. Daarnaast worden er vernieuwingsgolf projecten uitgevoerd waarbij de gehele openbare ruimte wordt aangepast zowel onder- als bovengronds.

Concept

Nieuwe richtlijn EU-afvalwater Urban Waste Water Treatment Directive (UWWTD) De nieuwe Europese richtlijn UWWTD is eind 2024 vastgesteld en in overeenstemming met de ambities van de Europese Green Deal. Voor stedelijke gebieden met meer dan 100.000 inwoners, zoals Nijmegen, moet een veelomvattend ‘beheerplan’ uiterlijk in 2033 klaar zijn. Deze plannen moeten iedere zes jaar herzien worden om te verzekeren dat ze in lijn zijn met de vereisten van de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast gelden monitoringseisen op relevante punten van voor de volksgezondheid relevante parameters in lozingen van overstortingen en regenwateruitlaten. De richtlijn is nog niet naar Nederlandse wetgeving vertaald. Pas als dit is gedaan, weten we wat deze richtlijn precies van ons gaat vragen. Daarom is het belangrijk om deze planperiode de ontwikkelingen over de richtlijn goed te blijven volgen en ons te focussen om onze beheergegevens goed op orde te brengen. Dat is ook belangrijk om de communicatie naar burgers te kunnen waarborgen. Klimaatverandering Het klimaat verandert, dat is dynamisch. In 2050 willen we klimaatrobuust zijn, maar wat dat precies inhoudt, is nog in ontwikkeling. Die ontwikkeling volgen we. Het KNMI brengt circa eens per 10 jaar nieuwe klimaatscenario’s uit.

De KNMI-klimaatscenario's zijn een vertaling van de wereldwijde klimaatprojecties van het IPCC - het klimaatpanel van de Verenigde Naties - naar Nederland. De vier nieuwe scenario’s schetsen hoe het toekomstige klimaat in Nederland eruit kan zien. Ze vormen de basis voor onderzoek naar de effecten van klimaatverandering en adaptatie aan die verandering. De meest recente scenario’s tijdens het opstellen van dit PWR zijn die van 9 oktober 2023.

4 Verantwoordelijkheden: wie doet wat? 4.1 Overzicht: wie doet wat? Binnen het watersysteem werken meerdere overheden samen. Wie waar verantwoordelijk voor is, wordt in onderstaand schema uitgelegd. Overzicht wettelijke verantwoordelijkheden per overheidsinstelling of voor de inwoner

Sweco

21

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

4.2 Wat doet de gemeente? De gemeente is verantwoordelijk voor een goede invulling van de gemeentelijke watertaken zoals in het schema is aangegeven. De invulling van de gemeentelijke watertaken kan alleen tot stand komen als betrokken vakgebieden samenwerken zoals water, groen en mobiliteit en onze waterpartners zoals het waterschap. Zo heeft de inzameling van zowel afval- als hemelwater raakvlak met de zorg voor een goede kwaliteit van het oppervlaktewater, raakt de omgang met hemelwater thema’s als circulariteit, gebiedsontwikkelingen en het waarborgen van voldoende schoon drinkwater. Maar ook dragen waterbergende voorzieningen bij aan thema’s als ecologie, klimaatadaptatie, het vasthouden/infiltreren van water en de gezonde leefomgeving van de inwoners.

4.3 Wat doet de gemeente in samenwerking met anderen? Samenwerken was, is en blijft uitermate belangrijk voor de invulling van onze watertaken. Afstemming tussen verschillende disciplines binnen de gemeente en met belanghebbende partijen is met de komst van de Omgevingswet nog belangrijker geworden, maar ook complexer. Dit vanwege de gedeelde verantwoordelijkheden tussen inwoner en overheden. Gezien de huidige ontwikkelingen kan overtollig hemelwater niet ‘continu’ via de riolering worden afgevoerd. Het lokaal vasthouden van en zuinig omgaan met water wordt steeds belangrijker. Integraal werken is noodzakelijk, net als afstemming en participatie met anderen partijen. Samenwerking Klimaat Adaptatie en Afvalwaterketen regio Nijmegen (SKAN) Nijmegen werkt samen in de SKAN (voorheen Werkregio Nijmegen). Dit is een samenwerkingsverband van Waterschap Rivierenland en de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Berg en Dal, Nijmegen, West Maas en Waal en Wijchen. Binnen het samenwerkingsverband werken de partijen intensief samen aan klimaatadaptatie. Hiervoor is de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) met uitvoeringsplan tot stand gekomen. Inzet is een eenduidig regionaal beleid, regelgeving en een doelmatige uitvoering. Zo wordt er gewerkt aan een gezamenlijke aanpak indirecte lozingen waarbij er werkafspraken zijn gemaakt tussen gemeenten, waterschap en de ODRN.

De SKAN wordt begeleid door een netwerkgroep en aangestuurd door bestuurders van de verschillende partijen. Waterschap Rivierenland We continueren de goede samenwerking met het waterschap, waarbij we kennis delen en elkaar meenemen in nieuwe ontwikkelingen in de waterketen en -systeem (zie ook evaluatie hoofdstuk 2). Samenwerking tussen de gemeente en het waterschap is op diverse thema’s, zoals waterkwaliteit en klimaatadaptatie nodig. De samenwerking tussen gemeente en het Waterschap Rivierenland is intensief en wordt de komende jaren verder geïntensiveerd. Het afvalwaterakkoord is een voorbeeld waarin afspraken zijn belegd. Het is de wens om het afvalwaterakkoord te actualiseren. Daarnaast bestaat de behoefte om gezamenlijk te kijken naar de thema’s Klimaatadaptatie en Kaderrichtlijn Water. In landschapszone Waalsprong werken we samen aan de herinrichting van de oevers ter vergroting van de biodiversiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. In Lindenholt willen we samen met het waterschap bij een aantal oevers beschoeiingen verwijderen en vervangen door natuurvriendelijker oevers. Tot slot kunnen gemeente en waterschap op het gebied van communicatie meer in gezamenlijkheid optrekken.

Informatie kan bijvoorbeeld gedeeld worden over waar welk water naartoe gaat, welke maatregelen inwoners zelf kunnen treffen en hoe een klimaatadaptieve inrichting eruitziet op zowel openbaar als privaat terrein. Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) De GMR is een samenwerkingsverband van zeventien gemeenten op basis van een gemeenschappelijke regeling. Hoofdzakelijk houdt de GMR zich bezig met uitdagingen in het ruimtelijke domein en klimaatadaptatie. Het gaat dan om ontwikkeling op het gebied van circulariteit, water en bodem sturend in de woningbouw, landschapsontwikkeling en klimaatdaptatie. Provincie Gelderland Met de provincie vindt geregeld afstemming plaats over maatregelen ten aanzien van grondwaterkwaliteit, zowel binnen als buiten het grondwaterbeschermingsgebied van Heumensoord. Gemeentelijk Water Netwerk (GWN)

22

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Concept

De gemeente Nijmegen neemt deel aan de GWN overleggen georganiseerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Naast gemeenten en de VNG neemt ook Stichting Rioned (Koepelorganisatie afvalwater) deel aan de overleggen. Op landelijk niveau worden ontwikkelingen besproken over diverse onderwerpen binnen de waterketen. Ook wordt de GWN gebruikt als platform om bijvoorbeeld nieuwe wetgeving te toetsen. De gemeente koppelt de uitkomsten van deze bijeenkomsten terug naar de SKAN.

4.4 Wat wordt van inwoners en bedrijven verwacht? We kunnen als gemeente veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Ook inwoners hebben een belangrijke invloed op het functioneren van de riolering. Inwoners en bedrijven hebben op basis van de Omgevingswet de taak om hemelwater op hun perceel te verwerken, tenzij dit redelijkerwijs niet van hen kan worden verwacht. Om dit te stimuleren, worden communicatiecampagnes en subsidies ingezet. Nijmegen werkt op verschillende manieren aan het voorkomen van wateroverlast, droogte- en hittestress en het zorgen voor een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving. Zoals reeds aangegeven, hebben perceeleigenaren ook een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater en het voorkomen van problemen op het gebied van wateroverlast, droogte- en hittestress. Een groot deel van het grondgebied binnen de bebouwde kom is namelijk in particulier bezit. Dit betekent dat een groot deel van de neerslag op particulier terrein valt. Daarnaast hebben inwoners en ondernemers ook een eigen verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld voor het in goede staat zijn van perceel en gebouwen op dat perceel, voldoende groen/onverhard terrein en het eventueel waterdicht maken van kelders en andere ondergrondse bouwlagen. De gemeente verwacht dat: a.

inwoners en ondernemers drinkwater zorgvuldig gebruiken, zodat het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk wordt voorkomen; b. inwoners en ondernemers zodanig lozen dat de werking van riolering en zuiveringsinstallaties niet nadelig wordt beïnvloed en geen schade aan het milieu ontstaat; Dat betekent geen schadelijke stoffen lozen en ook geen lozingen in hoeveelheden die het systeem niet aan kan; c. inwoners en ondernemers het riool verstandig gebruiken. Dat betekent geen stoffen lozen die niet in de riolering thuishoren, zoals verfresten, (oliebollen)vet en doekjes; d. rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd zodat foutaansluitingen worden voorkomen; e. inwoners en ondernemers hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen, bergen en verwerken. Infiltreren is hierbij de norm, dat draagt bij aan droogtebestrijding. Daarbij wordt rekening gehouden met de ondergrond en grondwaterstanden; f. hinder zoals water-op-straat meer wordt geaccepteerd. Tijdens buien zal water steeds meer enige tijd op straat blijven staan; en g. inwoners en ondernemers bij hoge grondwaterstanden controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is. In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL 3.64) is opgenomen dat een kelder waterdicht moet zijn als dit een verblijfsruimte is. We streven naar lokale maatwerkoplossingen voor optredende problemen indien deze tot onze verantwoordelijkheid behoren.

5 Huidige situatie: wat hebben we? 5.1 Huidige situatie: stedelijk afvalwater en hemelwater 5.1.1 Nog niet aangesloten panden In Nijmegen zijn van de circa 103.000 adressen, 31 objecten nog niet aangesloten op de riolering, waaronder 11 ligplaatsen voor woonschepen. Dus 99,97% is aangesloten. Een overzicht is opgenomen in bijlage VI. Een deel van deze nog niet gerioleerde objecten wordt aangesloten als ontwikkelingen dat mogelijk maken (De Grift, Veur Lent, Waalfront).

5.1.2 Areaal We beheren een uitgebreid stelsel van verschillende voorzieningen voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Onderstaande tabel geeft een overzicht.

23

Concept

(van 4-12-2025 11:57)

Voorzieningen in beheer Object

Type

Hoeveelheid

Concept

Vrijvervalriolering

Eenheid 989

km

Gemengd

328

km

Hemelwaterriool

219

km

Infiltratie-transportriool (IT)

22

km

Drainage-infiltratieriool (DIT)

81

km

Vuilwaterriool

342

km

Goten

9

km

Drukriolering

47

km

Persleidingen

47

km

Gemalen

150

stuks

Drukunits

20

stuks

Duikers

16

km

Overstortleiding

2

km

BBB

7

stuks

Beschoeiingen

31

km

Oevers zonder beschoeiingen

2

km

In onderstaande afbeelding is te zien dat qua lengte riolering circa 1/3 van onze riolering van het gemengde type is en circa 2/3 van het gescheiden type. Types riolering

Lengte vrijvervalriolering per type en aanlegperiode

De gemeente heeft op vijf locaties in de stad overstortvijvers, zie onderstaande afbeelding. Een riool kan overstorten wanneer het systeem meer water moet verwerken dan het aankan, bijvoorbeeld door hevige regenval. Bij het overstorten in een overstortvijver komt er vervuild water in de vijver terecht. Dit is een overstort vanuit het gemengde riool. Dit kan leiden tot zuurstofgebrek door een teveel aan voedingsstoffen waardoor voornamelijk vissen in moeilijkheden komen. Het vissen en het uitzetten van vissen in deze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cb5af2d8-c51d-4282-badc-30eb0c2fc7c8