CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingseffectrapport 2020

Besluitronde (raadsvergadering) 28 mei 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D2 d.d. 25 maart 2025 over Ontwerpbesluit ‘Omgevingsvisie gemeente Nijmegen: De Nabije Stad’31.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Nijmegen inclusief aanvullingen Klant:

Gemeente Nijmegen

Referentie: BG9482TPRP2006111353 Status:

Definitief/02

Datum:

11 juni 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Nijmegen Ondertitel: Aangevuld OER Omgevingsvisie Nijmegen Referentie: BG9482TPRP2006111353 Status: 02/Definitief Datum: 11 juni 2020 Projectnaam: MER/OER Nijmegen Projectnummer: BG9482 Auteur(s): Anja Boekenoogen, Mark Groen

Gecontroleerd door: Anja Boekenoogen Datum/paraaf: 11-06-2020, AB Goedgekeurd door: Mark Groen Datum/paraaf: 11-06-2020, MG

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

i

Projectgerelateerd

Inhoud Leeswijzer

vi

Samenvatting

viii

1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

De m.e.r.-procedure

1

1.3

Opzet van de Omgevingsvisie

3

1.4

Opzet document en leeswijzer

3

2

Beoordelingsmethodiek

4

2.1

Referentiesituatie

5

2.2

Beoordeling opgaven en alternatieven

6

2.3

Keuzes Omgevingsvisie

6

2.4

Passende beoordeling

6

3

De referentiesituatie

7

3.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling.

7

3.2

Overzicht beoordeling

10

3.3

Behoud biodiversiteit

11

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4

Natuurgebieden Waardevolle en beschermde soorten Voedselproductie Samenvatting behoud biodiversiteit

11 12 14 14

3.4

Bescherming ondergrond

14

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4

Bodemkwaliteit Grondwater Archeologische en aardkundige waarden Samenvatting bescherming ondergrond

14 15 16 17

3.5

Klimaatadaptatie

17

3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4

Waterveiligheid Hittestress Wateroverlast Samenvatting klimaatadaptatie

17 18 18 20

3.6

Energie

20

3.6.1 3.6.2 3.6.3

Opwekking duurzame elektriciteit Duurzame warmte Samenvatting energie

23 24 24

3.7

Gezond en veilig

24

3.7.1

Geluid

24

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

ii

Projectgerelateerd

3.7.2 3.7.3 3.7.4 3.7.5 3.7.6

Gezonde luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Bewegen en ontmoeten Veilige infrastructuur voor fietsers en voetgangers Samenvatting gezond en veilig

26 29 29 31 32

3.8

Leefomgeving

32

3.8.1 3.8.2 3.8.3 3.8.4 3.8.5

Leefbaarheid Functiemenging Diversiteit woonomgeving Waardering leefomgeving Samenvatting leefomgeving

32 33 34 36 37

3.9

Economie

37

3.9.1 3.9.2 3.9.3

Werkgelegenheid Bijdrage economische ontwikkeling Samenvatting economie

37 38 39

3.10

Bereikbaarheid

39

3.10.1 3.10.2 3.10.3

Bereikbaarheid (multimodaal) van werklocaties Bereikbaarheid over weg en water Samenvatting bereikbaarheid

39 40 41

3.11

Recreatie

41

3.11.1 3.11.2 3.11.3

Recreatiemogelijkheden Cultureel erfgoed Samenvatting recreatie

41 42 44

4

Effectbeoordeling en -vergelijking

45

4.1

Opgaven in de aanloop van de Omgevingsvisie

45

4.2

Behoud biodiversiteit

47

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Natuurgebieden Waardevolle en beschermde soorten Voedselproductie

47 47 48

4.3

Bescherming ondergrond

49

4.3.1 4.3.2 4.3.3

Bodemkwaliteit Grondwaterkwaliteit Archeologische en aardkundige waarden

49 49 50

4.4

Klimaatadaptatie

50

4.4.1 4.4.2 4.4.3

Waterveiligheid Hittestress Wateroverlast

50 50 51

4.5

Energie

51

4.5.1 4.5.2

Opwekking duurzame energie Duurzame warmte

51 52

4.6

Gezond en veilig

52

4.6.1 4.6.2

Geluid Luchtkwaliteit

52 53

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

iii

Projectgerelateerd

4.6.3 4.6.4 4.6.5

Omgevingsveiligheid Bewegen en ontmoeting Veilige infrastructuur voor fietsers en voetgangers

53 53 54

4.7

Leefomgeving

54

4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4

Leefbaarheid Functiemenging Diversiteit woonomgeving Waardering leefomgeving

54 55 55 55

4.8

Economie

56

4.8.1 4.8.2

Werkgelegenheid Bijdrage economische ontwikkeling

56 56

4.9

Bereikbaarheid

57

4.9.1 4.9.2

Bereikbaarheid (multimodaal) van werklocaties Bereikbaarheid over weg en water

57 58

4.10

Recreatie

58

4.10.1 4.10.2

Recreatiemogelijkheden Cultureel erfgoed

58 59

4.11

Effectvergelijking opgaven

60

4.11.1 4.11.2

Effectvergelijking op hoofdlijnen Aandachtspunten per thema

61 61

5

Keuzes Omgevingsvisie

63

5.1

Ruimteclaim Omgevingsvisie

63

5.2

Beoordeling keuzes

65

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8

Compacte, dynamische stad Toekomstbestendige wijken Een groene, gezonde stad Duurzame mobiliteit We werken aan de energieopgave Een groter centrumgebied Sterke campussen We omarmen het kanaal

65 66 68 69 70 70 72 73

5.3

Botsproeven

74

6

Conclusies en aanbevelingen voor vervolg

77

6.1

Risico’s

77

6.2

Kansen

77

6.3

Monitoringsprogramma

78

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

iv

Projectgerelateerd

7

Referentielijst

80

Bijlagen Bijlage 1 Onderbouwing Beoordelingscriteria Bijlage 2 Kaarten van de opgaven Bijlage 3 Reactienota NRD Bijlage 4 Botsproeven Bijlage 5 Huidige situatie en autonome ontwikkelingen Bijlage 6 Ruimtegebruik/ruimteclaim Bijlage 7 Aanzet Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie Bijlage 8 Risicoanalyse effecten Natura 2000

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

v

Projectgerelateerd

Leeswijzer Dit stuk begint met een samenvatting van het hele rapport. Hierin is noodzaak en opzet van het onderzoek kort beschreven. Vervolgens geeft de samenvatting de belangrijkste resultaten. We raden aan om eerst de samenvatting te lezen. Het Omgevingseffectrapport (OER) is opgezet aan de hand van de onderzoeksmethode. In de eerste hoofdstukken is de inleiding opgenomen (hoofdstuk 1) en wordt de onderzoeksopzet behandeld (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt eerst de referentiesituatie beoordeeld aan de hand van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Aan de hand van de beoordeling van de referentiesituatie volgt de effectbeoordeling van de vier opgaven uit de Omgevingsvisie (hoofdstuk 4). Deze beoordeling leidt tot een aantal aandachtspunten, deze worden in hoofdstuk 4.11 behandeld. Deze risico’s zijn in de Omgevingsvisie verwerkt in de keuzes voor de hoofdkoers. In hoofdstuk 5 worden de effecten van de acht keuzes van de Omgevingsvisie beschreven en wordt nagegaan middels botsproeven in hoeverre de keuzes elkaar onderling beïnvloeden. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 enkele conclusies beschreven en een aanzet voor de monitoring. Deze opzet is in onderstaande figuur schematisch weergegeven.

Figuur A: Overzicht hoofdstukindeling OER

Samenhang proces Omgevingsvisie en OER Het OER is nauw verweven in het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie. Analyse van de Omgevingskwaliteiten en de mogelijke effecten hierop bij uitwerking van de opgaven leidde tot aanscherping van de producten van de Omgevingsvisie. Tegelijkertijd leidde de ontwikkeling van de opgaven tot het aanscherpen van de onderzoeksvraag in het OER. Het OER geeft aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de keuzes uit de Omgevingsvisie en de monitoring van Omgevingswaarden bij deze uitwerkingen. Vanwege deze wisselwerking tussen de Omgevingsvisie en het OER is het eveneens van belang om bij het lezen van dit OER de samenhang te kennen. De figuur op de volgende pagina is hiervan een beknopte weergave.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

vi

Figuur B: Samenhang proces Omgevingsvisie en (aangevuld) OER

Projectgerelateerd

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

vii

Projectgerelateerd

Managementsamenvatting Inleiding Nijmegen kiest, conform de uitgangspunten van de Omgevingswet, een brede aanpak in de Omgevingsvisievisie. De Nijmeegse Omgevingsvisie ‘Stad in beweging’ bevat hoge ambities op het gebied van de kwaliteit van leefomgeving en acht heldere ruimtelijke keuzes. Hierbij heeft het milieubelang al een belangrijke rol gekregen. Een duidelijk voorbeeld is het uitgangspunt om de groei van de stad binnen bestaand stedelijk gebied te laten plaatsvinden. Dit ontziet het landschap rond de stad en biedt kansen voor een duurzame mobiliteitsontwikkeling. De gemeente Nijmegen kiest er voor om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen. Dit doet zij bewust omdat ze groot belang hecht aan het volwaardig meewegen van (potentiële) milieu- en omgevingseffecten in de integrale keuzes in de Omgevingsvisie. Dit OER onderzoekt de mogelijke effecten, kansen of risico’s van de Omgevingsvisie op de leefomgeving. OER staat voor Omgevingseffect-rapport en gaat alleen over de leefomgeving. Effecten op bijvoorbeeld het sociale domein of maatschappelijke vraagstukken komen hier niet aan de orde. Het OER is het resultaat van een wettelijk verplichte procedure: de m.e.r. Dit staat voor milieu-effectrapportage en is een wettelijk instrument om milieueffecten een plek te geven in besluitvorming. De m.e.r. kan voor concrete projecten gelden en voor plannen of visies.

In dit geval is de m.e.r. verplicht voor de Omgevingsvisie, omdat er in de Omgevingsvisie keuzes gemaakt worden over de ontwikkeling van woningen en bedrijvigheid. Door middel van de m.e.r. krijgen milieu- en omgevingseffecten een plek in de totstandkoming van en besluitvorming over de Omgevingsvisie. Het OER is parallel en in wisselwerking met de Omgevingsvisie opgesteld op basis van kwalitatief onderzoek op een gelijkwaardig detailniveau als dat van de Omgevingsvisie. De resultaten van het OER zijn daardoor direct in het proces van de Omgevingsvisie meegenomen. Door deze wisselwerking hebben beide stukken elkaar continu beïnvloed. Het OER is onderdeel van de Omgevingsvisie, maar is wel een apart document. Het OER is namelijk door een andere partij gemaakt, zodat de kansen en risico’s onafhankelijk en zo objectief mogelijk in beeld worden gebracht. De Commissie m.e.r. heeft het OER ook getoetst en een voorlopig advies uitgebracht om het OER aan te vullen met: • Inzicht of de acht ruimtelijke keuzes (het voorkeursalternatief uit de visie) de gewenste leefomgevingskwaliteit opleveren. • Een methodische zorgvuldigere en transparantere uitwerking in het OER. Voorliggend document betreft het aangevulde OER waarin het advies van de Commissie m.e.r. is verwerkt. Het detailniveau van het OER sluit aan op het detailniveau van de Omgevingsvisie.

De Omgevingsvisie kijkt naar de lange termijn (tot 2040) en is richtinggevend. De omgevingseffecten zijn daarom niet in detail berekend, maar in grote lijnen beschreven. De toekomst is immers erg onzeker. Vanwege deze onzekerheid zijn de omgevingseffecten niet gedetailleerd beschreven, maar zijn vooral risico’s en kansen gesignaleerd. De Omgevingsvisie is een dynamisch document. Om te zorgen dat de Omgevingsvisie steeds zo actueel mogelijk is, wordt de visie in ieder geval elk jaar geactualiseerd. In de Aanzet voor de Uitvoeringsagenda die in bijlage 7 is beschreven valt te lezen met welke onderwerpen de gemeente het komende jaar aan de slag gaat. Deze zullen in de actualisatie aan bod komen.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

viii

Projectgerelateerd

Onderzoeksmethode De kansen en risico’s zijn voor 26 criteria in beeld gebracht. Deze criteria komen voort uit de opgaven die de gemeente Nijmegen zelf bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie heeft opgenomen. Voor elk criterium is eerst de huidige situatie en autonome ontwikkeling bekeken. De autonome ontwikkeling is wat er gebeurt als het huidige beleid van de gemeente wordt uitgevoerd en er geen nieuwe Omgevingsvisie is. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie. In hoofdstuk 3 worden deze op kaart weergegeven. In bijlage 5 wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling uitgebreider beschreven. Op basis van deze referentiesituatie is de uitwerking van de Omgevingsvisie onderzocht. Het OER volgt de methode van de Omgevingsvisie zelf. De Omgevingsvisie is ontwikkeld aan de hand van vier opgaven: ▪ Sociale en gezonde stad; ▪ Aantrekkelijke stad; ▪ Economisch veerkrachtige stad; ▪ Duurzame stad. In het OER zijn alle opgaven apart als alternatief beoordeeld. Hieruit kwamen kansen en risico’s naar voren. Vervolgens zijn elementen uit de opgaven samengevoegd tot één integrale Omgevingsvisie. De kansen en risico’s zijn hierin meegenomen. De methode is ook weergegeven in de figuur bij de Leeswijzer (figuur A). Het onderzoek is op globaal niveau uitgevoerd. De mogelijke effecten zijn kwalitatief beschreven en beschouwd.

Er zijn geen kwantitatieve detailstudies uitgevoerd. De Omgevingsvisie geeft een koers aan, die mede gebaseerd is op de beoordeling van de opgaven in dit OER.

Kansen en aandachtspunten van separate opgaven Alle aandachtspunten of risico’s komen voor bij de opgave voor een aantrekkelijke en economisch veerkrachtige stad. In deze opgaven wordt de verstedelijkingsopgave nadrukkelijk vormgegeven. De druk op de stad neemt hierdoor toe, waardoor er meer risico’s voor de leefomgevingskwaliteit ontstaan. De opgave sociaal en gezonde stad richt zich daarentegen vooral op het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit. Hierin wordt niet expliciet de keuze gemaakt om de groei te faciliteren, behalve mogelijk in Nijmegen West (Dukenburg e.o.), maar wordt vooral gekeken naar hoe de leefomgeving verbeterd kan worden. Dit is terug te zien in de beoordelingen, er zijn geen risico’s of aandachtspunten voorzien, maar alleen verbeteringen en kansen in relatie tot een gezonde en veilige leefomgeving. Voor de duurzame stad geldt in principe hetzelfde, hoewel hier wel stadsontwikkeling en nieuwe woonwerk locaties worden benoemd. Voor deze opgave worden vooral extra kansen gezien voor waardevolle en beschermde soorten en voor de leefomgeving. Het combineren van verschillende opgaven is noodzakelijk en lijkt een goede mogelijkheid waarbij kansen en risico’s elkaar kunnen opvangen. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie moet uiteraard blijken in hoeverre dit ook mogelijk is en optreedt.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

ix

Projectgerelateerd

Waardevolle en beschermde soorten (flora en fauna) Voedselproductie Bodemkwaliteit

Bescherming ondergrond

Grondwaterkwaliteit Archeologische en aardkundige waarden Waterveiligheid

Klimaatadaptatie

Hittestress Wateroverlast Opwekking duurzame energie

Energie Duurzame warmte Geluid Gezonde luchtkwaliteit Gezond en veilig

Omgevingsveiligheid Bewegen en ontmoeten Veilige verkeersinfrastructuur voor voetgangers en fietsers Leefbaarheid Functiemenging

Leefomgeving Diversiteit woonomgeving Waardering leefomgeving Werkgelegenheid Economie

Bijdrage economische ontwikkeling Bereikbaarheid van werklocaties

Bereikbaarheid Bereikbaarheid over weg en water Recreatiemogelijkheden Recreatie Cultureel erfgoed

 

Duurzaam

Behoud biodiversiteit

Economisch veerkrachtig

😊 😊 😐 😐 😐 😊 😊 🙁 😐 🙁 🙁 😊 😊 😊 😊 😐 😊 🙁 🙁 😊 😐 😐 😐 🙁 😊 😊

Natuurgebieden

Aantrekkelijk

Beoordelingscriterium

Sociaal en gezond

Thema

Referentiesi tuatie

Overzicht effectbeoordeling opgaven

 

   

 

 

     

        

     

Legenda:

😊 😐 🙁

11 juni 2020

Voldoende

Neutraal (aandachtspunt) Onvoldoende

Kans op positief effect of bijdrage aan doelbereik Geen onderscheidende effecten of bijdrage aan doelbereik

Risico op negatief effect of beperking op doelbereik

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

x

Projectgerelateerd

Aandachtspunten per thema Behoud biodiversiteit Nijmegen is een groene stad waar veel waardevolle en beschermde soorten (flora en fauna) voorkomen. Nieuwe natuurparels en meer verbinding van groengebieden in de stad zijn positief voor de biodiversiteit. De mogelijkheden voor voedselproductie in de stad zijn kleinschalig van aard en dragen niet of in beperkte mate bij aan de biodiversiteit. Belangrijke aandachtspunten voor de biodiversiteit zijn het recreatief gebruik van het groen en het verdichten en drukker worden van de stad als gevolg van de toenemende inwonersaantallen, waardoor de druk op de biodiversiteit toeneemt. Bescherming ondergrond Het vigerende beleid ten aanzien van de ondergrond werkt goed in Nijmegen. Het is niet de verwachting dat dit bij één van de opgaven of in een combinatie wezenlijk verandert. Bij ontwikkelingen op locaties met een bodem- of grondwaterverontreiniging, wordt de verontreiniging aangepakt. Dit wordt als positief beschouwd. Klimaatadaptatie De ligging aan de Waal maakt dat waterveiligheid altijd al belangrijk is geweest voor Nijmegen. Dit is ook zichtbaar in de beoordeling van de referentiesituatie en de opgaven. Ten aanzien van hittestress en wateroverlast is dit duidelijk anders. Er is wel veel aandacht voor en er is een regionale adaptatiestrategie uitgewerkt, maar de lokale doorwerking is nog niet uitgewerkt.

Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen voorzien in de opgaven waardoor de effecten van wateroverlast en hitte naar verwachting toenemen, terwijl er geen specifieke maatregelen voor zijn opgenomen in de opgaven. Energie Ten aanzien van de doelstellingen van de energietransitie heeft Nijmegen een grote uitdaging. Door het relatief beperkte buitengebied heeft Nijmegen weinig ruimte voor de grootschalige opwekking van duurzame wind- of zonne-energie en is daardoor afhankelijk van regionale samenwerking en initiatieven vanuit de markt. Regionale samenwerking krijgt inmiddels vorm in de RES. In de alternatieven is de RES nog niet verwerkt omdat afspraken in dit verband nog moeten worden gemaakt in de periode 2020-2021. Gezond en veilig De gemeente Nijmegen kent een goede uitgangssituatie met betrekking tot het thema Gezond en Veilig. De inzet op meer en veilige verbindingen, parklinten en groene verblijfsgebieden wordt gezien als een positieve ontwikkeling. De groei van het verkeer en de hoeveelheid mensen die dicht op elkaar wonen kunnen leiden tot meer hinder. Vooral bij functieveranderingen is het van belang aandacht te hebben voor de uitfasering van bestaande bedrijven die hinder veroorzaken of veiligheidscontouren hebben. Het vroegtijdig aanbrengen van groenstructuren en mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten zijn eveneens belangrijke aandachtspunten bij functieveranderingen.

Leefomgeving Voor de gemeente Nijmegen geldt dat de waardering van de leefomgeving en de leefbaarheid over het algemeen goed zijn. Het groene karakter van de gemeente is hierin een belangrijke schakel. Verschillende elementen uit de opgaven dragen hier verder in bij, zoals bijvoorbeeld de nieuwe natuurparels. De functiemenging in de wijken en de diversiteit van de woonomgeving is over het algemeen wat beperkt. De nadrukkelijke aandacht voor de mix van wonen, werken en ontmoeten in de verschillende opgaven/alternatieven worden hier positief op beoordeeld.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xi

Projectgerelateerd

Economie Vanuit de opgave voor de aantrekkelijke stad en de economisch veerkrachtige stad is er veel aandacht voor functiemenging, wonen en werken rondom de stations en de campusontwikkeling. Dit biedt goede kansen voor de (ruimtelijk) economische ontwikkeling van de gemeente. Daarnaast is er ook nog ruimte voor andere belangrijke groeisectoren. De werkgelegenheid lijkt zich hierdoor in de breedte te kunnen ontwikkelen in lijn met vraag en aanbod. Bereikbaarheid Met de groei van de stad blijft de bereikbaarheid een uitdaging. Autonoom is er veel aandacht voor de bereikbaarheid van de stad en de werklocaties. De opgaven zijn vooral gericht op het stimuleren van OV, fiets en lopen. Voor auto en vrachtverkeer is er in Nijmegen vrijwel geen ruimte voor nieuwe infrastructuur. Naar verwachting levert dit een toenemende druk op de bereikbaarheid. Dit is een belangrijk aandachtspunt dat voor een deel kan worden opgelost door de inzet op andere modaliteiten, gedragsverandering en bijvoorbeeld deelmobiliteit en gecoördineerde stadsdistributie. Recreatie Nijmegen is een stad met een herkenbare geschiedenis. Bij de ontwikkeling van de stad wordt die geschiedenis waar mogelijk beleefbaar gemaakt zodat de aantrekkelijkheid voor de recreatie wordt vergroot. Ook de inzet op extra verbindingen met het buitengebied maken de stad aantrekkelijk om er te wonen, te verblijven en te recreëren.

Keuzes Omgevingsvisie Uit de beoordeling van de afzonderlijke opgaven/alternatieven zijn 7 aandachtspunten voortgekomen. Deze zijn in figuur A weergegeven. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in de keuzes die in de Omgevingsvisie gemaakt worden. Onderstaand is dit toegelicht. Op de volgende pagina is tevens de Omgevingsvisiekaart waarin alle afzonderlijke keuzes samenkomen weergegeven. Compacte, dynamische stad Voor een aantrekkelijke woonomgeving gaat de gemeente voor verdichting en vermenging. Hiermee wordt het buitengebied gespaard en kan groei plaatsvinden binnen de stad. Verdichting en vermenging zorgen tevens voor kortere afstanden tussen verschillende functies en meer plaats voor bedrijven en woningen. De verdichtings- en vermengingsopgave landt in eerste instantie vooral bij de OV-knopen. Hierdoor ontstaan dynamische stedelijke milieus. Deze toegenomen functiemenging komt ook de levendigheid en aantrekkelijkheid van deze gebieden ten goede. Tevens wordt ingezet op meer functiemenging in stedelijk compacte milieus. Er is veel aandacht voor kwaliteit en diversiteit van de woonomgeving. Een aandachtspunt hierbij blijft om in de hogere dichtheden de leefkwaliteit op peil te houden. Verdichting brengt namelijk ook risico’s mee, zoals drukte in het verkeer, kans op meer geluidsoverlast, kans op meer hittestress en een grotere druk op de biodiversiteit.

In de overige keuzes wordt aandacht besteed aan deze punten.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xii

Projectgerelateerd

Figuur C: kaart Omgevingsvisie. Voor legenda en een korte toelichting daarbij zie pagina 39 Ontwerp Omgevingsvisie.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xiii

Projectgerelateerd

Toekomstbestendige wijken Deze keuze leidt tot een grotere diversiteit van de woonomgeving. Een diverse woonomgeving wordt geborgd door bij elk nieuwbouwplan te kijken naar de verhouding tussen de verschillende wooncategorieën. Op het gebied van leefkwaliteit moet elke wijk voorzieningen en een goede openbare ruimte hebben met groen, water, natuur, speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte en goede verbindingen met het buitengebied. Hierdoor biedt de Omgevingsvisie veel kansen om de leefbaarheid en de biodiversiteit te verbeteren. Van belang is wel dat de druk op het groen door de mens niet te groot wordt. Negatieve effecten voor de biodiversiteit kunnen worden voorkomen door het opzetten van een monitoringsprogramma voor het voorkomen van waardevolle en beschermde soorten flora en fauna en het gebruik en beheer van de openbare ruimte af te stemmen op de waarnemingen. Een groene, gezonde stad Met deze keuze zet de gemeente in op een verbetering van de omgeving, biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid. Dit is erg belangrijk in relatie tot diverse benoemde aandachtspunten. Ter eerste neemt de druk op de stad toe (zie ook keuze 1), waardoor er risico’s ontstaan voor leefbaarheid. Met deze keuze kan de gemeente deze risico’s opvangen. Ten tweede verandert het klimaat, waardoor de stad in de toekomst geconfronteerd wordt met meer droogte, hitte en wateroverlast.

Dit is in hoofdstuk 3 en 4 als risico benoemd. Ook omdat juist de plekken ontwikkelen die nu kwetsbaar zijn voor hittestress en wateroverlast (het centrum, de OV-knopen en Heyendaal). Meer groen en water zorgt voor verkoeling en infiltratie en buffering van regenwater. De regio’s Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en met regionale stakeholders de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld. In de RAS zijn zes actiethema’s benoemd om de uitdagingen aan te pakken. Met de aandacht in deze keuze voor een robuuster natuurlijk systeem en de ondergrond zijn er goede kansen om de effecten van klimaatverandering in Nijmegen te beperken. Klimaatadaptatie als randvoorwaarde benoemen voor ontwikkelingen draagt hier aan bij. De lokale uitwerking van de RAS dient hier verder vorm aan te geven. Biodiversiteit is het derde aandachtspunt dat in deze keuze meegenomen is. Juist als de stad verdicht, wordt de kwaliteit van de groene en blauwe netwerken en plekken in de stad steeds belangrijker. Het bestaande groen zal namelijk door meer mensen gebruikt worden. Het risico is dat dit ten koste gaat van de biodiversiteit. In de Omgevingsvisie wordt de versterking van ecologie gelinkt aan andere opgaven, zoals hittestress en wandelroutes en wordt ingezet op het breed toepassen van natuurinclusief bouwen.

Bij de uitwerking hiervan blijft de bescherming van biodiversiteit in relatie met een drukkere stad een aandachtspunt (zie ook monitoringsprogramma bij 5.2). Tenslotte wordt ook het bewegen, spelen en ontmoeten in deze keuze nadrukkelijk verbonden aan het wonen. Concrete voorstellen voor beweegroutes en groene ontmoetingsplekken dragen er aan bij dat de Omgevingsvisie op het criterium bewegen en ontmoeten positief wordt gewaardeerd. Duurzame mobiliteit Uit de beoordeling van de opgave komt als risico de toenemende drukte in de stad naar voren, met als gevolg meer druk op of de bestaande infrastructuur. Het is aannemelijk dat de filedruk hierdoor nog toeneemt. Dit is een blijvende uitdaging voor een groeiende stad. In de Omgevingsvisie wordt uitdrukkelijk gekozen voor multimodale, duurzame mobiliteit en niet het verder faciliteren van de groei van het autoverkeer. De nadruk ligt op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Om de stad bereikbaar te houden, worden werkgevers en werknemers gestimuleerd om buiten de spits te rijden en worden de mogelijkheden voor mobiliteit verbreed. Een voorbeeld hiervan is mobiliteit als een service. Dat houdt ook in dat de gemeente bij elke gebiedsontwikkeling aandacht heeft voor goede loop- en fietsroutes,

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xiv

Projectgerelateerd

bereikbaarheid van het OV, voldoende infrastructuur voor elektrisch laden, collectieve voorzieningen voor thuisbezorgdiensten en het aanbieden van deelvoertuigen, zoals deelfietsen en deelauto’s, op allerlei locaties in de stad. Tenslotte zet de gemeente ook in op meer mogelijkheden voor Park & Ride, Park & Bike/Walk aan de randen van de stad en binnenstad. Al deze maatregelen gezamenlijk maken dat er goede kansen zijn om de bereikbaarheid van Nijmegen en van de werklocaties op peil te houden. Andere voordelen van het pakket aan maatregelen voor duurzame mobiliteit zijn gelegen in verbetering van de luchtkwaliteit, minder geluidhinder en het beschikbaar komen van openbare ruimte voor voetganger, groen en/of spelen. Dit is ook belangrijk in relatie tot gezondheid en klimaatadaptatie. We werken aan de energieopgave De gemeente Nijmegen is al volop bezig met de energietransitie. De Omgevingsvisie zet de huidige plannen voort. Om dit verder te brengen werkt de gemeente samen met regionale partijen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De regionale samenwerking is van belang omdat de fysieke ruimte van de gemeente voor de opwekking van duurzame energie beperkt is.

Vanwege het intensieve ruimtegebruik binnen het grondgebied van de gemeente en daarmee de beperkte mogelijkheden voor het toepassen van grootschalige energieopwekking door zon of wind, is het voor de gemeente een grote uitdaging om haar doelstellingen te behalen. Afspraken die hierover in regionaal verband worden gemaakt geven hierin mogelijk meer inzicht. Een groter centrumgebied De aandachtspunten ‘functiemenging’ en ‘diversiteit woonomgeving’ komen hier in terug. Hiermee beoogd de gemeente verschillende, gemengde en aantrekkelijke milieus rondom het centrum en de Waal. Naast inzet op functiemenging en meer diversiteit van wonen wordt hierbij ook ingezet op groen, water en duurzame mobiliteit. De combinatie van doelstellingen maakt dat een groter centrumgebied een positieve waardering krijgt op deze criteria. Verwacht wordt dat ook de gezondheid, de economie en de recreatie positief beïnvloed worden bij vergroting van het centrumgebied. Sterke campussen Deze keuze draagt bij aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in Nijmegen. Een belangrijk aandachtspunt blijft de multimodale bereikbaarheid van de campusterreinen. Voor Heyendaal zijn reeds afspraken gemaakt om de bereikbaarheid per fiets en OV te verbeteren met positieve resultaten. De Novio Tech Campus is al goed ontsloten voor diverse modaliteiten maar per fiets en wandelend is die bereikbaarheid minder goed.

Heyendaal zou hier als voorbeeld in de ontwikkeling dienen te worden betrokken. Daarnaast zijn er goede kansen voor bescherming van de ondergrond, gezondheid, leefbaarheid en het betrekken van cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingen. We omarmen het kanaal Diversiteit van de woonomgeving en functiemenging zijn belangrijke uitgangspunten voor deze keuze. Met de Omgevingsvisie wordt erop ingezet om in de gebieden rondom het kanaal aantrekkelijke en gevarieerde wijken te maken die ook veel meer als onderdeel van de stad kunnen worden beschouwd. De jaren ’70, ’80 en ’90 wijken zijn aandachtsgebieden voor leefbaarheid. De Omgevingsvisie biedt goede kansen voor verbetering als gevolg van de inzet op groen, gezondheid en toekomstbestendigheid. De transformatie van Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens vormen de grootste uitdagingen waar het gaat om functiemenging en omgevingsveiligheid, vooral voor de combinaties van wonen en werken. Door de groei rondom het kanaal verkleint de psychologische afstand tussen de stad en Dukenburg en Lindenholt. Het maakt nieuwe verbindingen mogelijk voor zowel fietsers als wandelaars en betere verbindingen van het groen. Ook kan deze ontwikkeling bijdragen aan de economische ontwikkeling van Nijmegen door een

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xv

Projectgerelateerd

hogere arbeidsintensiteit en kan het bijdragen aan het op peil houden van het voorzieningenniveau in het westen van de stad. Botsproeven Bovenstaande acht keuzen zijn beoordeeld in het OER en zijn middels botsproeven met elkaar in relatie gebracht. Belangrijk is te constateren dat de keuzes elkaar vooral versterken. Er zijn drie botsproeven waar zekere risico’s zijn geconstateerd: •

•

•

Groene en gezonde stad X Duurzame mobiliteit Er zijn diverse aandachtspunten die de botsproef laten zien. Het intensiveren van de gebieden rondom de vervoersknooppunten staat op gespannen voet met de groene en gezonde stad. Denk bijvoorbeeld aan hoe hittestress in deze gebieden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Op andere gebieden zijn deze twee keuzes complementair, zoals bijvoorbeeld bij de afwaardering van 50 km/uur wegen naar 30 km/uur. Groenblauwe en grijze netwerken begeven zich beide in de invloedsfeer van de gemeente. Hierdoor kunnen de ontwikkelingen hand in hand gaan: bij renovatie van infrastructuur dienen direct de groene en gezonde doelstellingen integraal meegenomen te worden en evenwichtig te worden uitgewerkt. Daarnaast zijn diverse fysieke barrières in de Omgevingsvisie benoemd om oplossingsrichtingen voor uit te werken. Duurzame mobiliteit X Energietransitie Ruimtelijk kan Nijmegen aan de extra opwekopgave die de verduurzaming van de mobiliteit met zich mee brengt geen grote bijdrage leveren vanwege de beperkte ruimte binnen de gemeentegrenzen voor duurzame energie-opwekking. Daar staat tegenover dat de wijze waarop duidelijk wordt gekozen voor het stimuleren van duurzame mobiliteit, bijvoorbeeld door toepassing van “Mobility as a service” in ontwikkelgebieden een bijdrage kunnen leveren aan netstabiliteit.

Electrische auto’s, zeker als deze collectief beheerd worden, kunnen hieraan bijdragen. Energietransitie X sterke campussen De campussen zijn de innovatiecentra van de stad en als zodanig een kennisbron voor energietransitie. De grotere daken van de gebouwencomplexen lenen zich goed voor zonneparken. In zoverre versterken deze keuzes elkaar. De campussen zijn tegelijkertijd de grootste energieverbruikers in de stad, op een schaal die niet lokaal duurzaam op te wekken is. Hoewel hier aan wordt gewerkt in regionaal verband, zijn dit voor de stad in beginsel tegengestelde keuzes.

In bijlage 4 zijn de botsproeven verder uitgewerkt.

Conclusies en aanbevelingen voor vervolg Risico’s Druk op de ruimte Er komen steeds meer inwoners, bedrijven en functies in de stad. De gemeente Nijmegen kiest uitdrukkelijk voor inbreiding, verdichting en combineren, in tegenstelling tot uitbreiden buiten de bebouwde kom. Hiermee wordt het buitengebied gespaart, maar komt wel meer druk op de ruimte binnen de stad. Dit brengt risico’s met zich mee, aangezien er beperkte ruimte is, waarin nieuwe functies gerealiseerd moeten worden én andere kwaliteiten op peil gehouden. De Omgevingsvisie zet ook sterk in op kwaliteitsverbetering van de leefomgeving, maar doet er verstandig aan een monitoringsprogramma op te zetten om de ontwikkeling van de biodiversiteit te volgen. Klimaatverandering Door klimaatverandering komen er extra risico’s in de toekomst, meer piekbuien en langere perioden van hitte en droogte. De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte 11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xvi

Projectgerelateerd

langer vastgehouden. Ook zijn er plekken in de stad waar regenwater zich ophoopt, waardoor wateroverlast kan ontstaan. Als de stad zich niet goed op voorbereidt op de veranderingen, heeft dit invloed op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van buurten, comfort in woningen en gebouwen, op de arbeidsproductiviteit, en leidt dit mogelijk tot economische schade (factsheet Hittestress, Climate Proof Cities, TNO). Aandacht voor klimaatadaptatie wordt een uitgangspunt bij gebiedsontwikkelingen conform de Omgevingsvisie. De manier waarop dient nog wel verder te worden uitgewerkt. Energietransitie Voor het onderdeel energietransitie is Nijmegen grotendeels afhankelijk van de samenwerking met regionale partners, bedrijven en maatschappelijke partijen. Er zijn al veel trajecten in gang gezet om de strategie voor een energieneutraal Nijmegen verder uit te werken en waar te maken. Vanwege de afhankelijkheid en onzekerheid blijft dit een aandachtspunt. Kansen Gezondheid, groen en bewegen Nijmegen is een groene stad en de Omgevingsvisie biedt voldoende kansen om dit te versterken. Door de groene gebieden met elkaar te verbinden worden de kwaliteiten van het groen verbetert. Daarnaast wordt er ingezet op de wandel- en fietsinfrastructuur. Hierdoor worden meer rondjes gecreëerd en worden de wijken beter verbonden met het buitengebied. De mogelijkheden voor gezonde mobiliteit nemen toe.

Ook op andere gezondheidsaspecten ontstaan kansen, zoals bij luchtkwaliteit, geluid en hittestress. Hittestress is hierboven ook aangemerkt als risico voor de toekomst. Het groen helpt dit risico te mitigeren. Door de verbreding van de inzet op natuurinclusief bouwen wordt verwacht dat de kansen goed benut kunnen worden. Bereikbaarheid/mobiliteit Nijmegen kiest expliciet voor het niet langer faciliteren van de groei van het autoverkeer. Dit kan een risico zijn voor de bereikbaarheid van de stad. Het brede pakket van maatregelen waar zowel in regionaal als in lokaal verband al aan wordt gewerkt, in combinatie met de extra aandacht vanuit de Omgevingsvisie voor duurzame mobiliteit maken het een kans voor de gemeente om zich juist op dit vlak te profileren. Economie Door een verbetering van de omgevingskwaliteit wordt Nijmegen aantrekkelijker als werk- en vestigingslocatie. Door functiemenging en meer ruimte voor bedrijven kan de stad meer bedrijven een plek bieden waarmee in de breedte wordt bijgedragen aan werkgelegenheid. Dit is een kans voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid. Monitoringsprogramma Binnen de gemeente Nijmegen wordt er reeds veel gemonitord. Hiervoor zijn specifieke programma’s ontwikkeld. Grotendeels zijn dit bestaande programma’s, zoals programma Luchtkwaliteit en Actieplan Geluid.

Deels zijn dit ook nieuwe programma’s die op basis van de Omgevingsvisie zijn gedefinieerd, zoals bijvoorbeeld de Woondeal. In bijlage 7 is beschreven aan welke (monitorings)programma’s wordt gewerkt en welke uitwerkingen er plaats gaan vinden. Daarnaast is het belangrijk dat diverse thema’s en criteria vanuit dit OER worden gemonitord. Hierbij gaat het om biodiversiteit, stikstofdepositie, hittestress en wateroverlast, bereikbaarheid en energie.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

xvii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

Dit document betreft het Omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie Nijmegen Stad in Beweging 2020 - 2040. Dit document is opgesteld gelijktijdig met het ontwikkelen en opstellen van de Omgevingsvisie en vormt een zelfstandig leesbaar document bij die visie. Er heeft derhalve veel wisselwerking plaatsgevonden bij de totstandkoming van beide documenten. Het verdient daarom aanbeveling bij het lezen van het OER ook kennis te nemen van de Omgevingsvisie.

1.1

Aanleiding

In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Hoofddoel is vereenvoudiging en integratie van beleid en regelgeving voor het totaal van de fysieke leefomgeving, met meer ruimte voor maatwerk en meer flexibiliteit om sneller in te kunnen spelen op veranderingen. De wet bundelt bestaande wetten op het gebied van bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, landschap en natuur. Eén van de nieuwe instrumenten is de Omgevingsvisie: een integrale visie voor de langere termijn op de kwaliteit, inrichting, gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving. De gemeente Nijmegen is in 2018 begonnen met de Omgevingsvisie. Er zijn vier opgaven gedefinieerd waar de gemeente tot 2040 op inzet in haar Omgevingsvisie: ▪ Sociale en gezonde stad; ▪ Aantrekkelijke stad; ▪ Economisch veerkrachtige stad; ▪ Duurzame stad. In 2020 wordt de Omgevingsvisie Nijmegen Stad in Beweging 2020 - 2040 vastgesteld. Nijmegen kiest, conform de uitgangspunten van de Omgevingswet, een brede aanpak in de Omgevingsvisievisie. De Nijmeegse Omgevingsvisie ‘Stad in beweging’ bevat hoge ambities op het gebied van de kwaliteit van leefomgeving en acht heldere ruimtelijke keuzes. Hierbij heeft het milieubelang al een belangrijke rol gekregen. Een duidelijk voorbeeld is het uitgangspunt om de groei van de stad binnen bestaand stedelijk gebied te laten plaatsvinden.

Dit ontziet het landschap rond de stad en biedt kansen voor een duurzame mobiliteitsontwikkeling. De gemeente Nijmegen kiest er voor om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen. Dit doet zij bewust omdat ze groot belang hecht aan het volwaardig meewegen van (potentiële) milieu- en omgevingseffecten in de integrale keuzes in de Omgevingsvisie. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is derhalve de m.e.r.-procedure (formeel een milieueffectrapportage). Voorliggend (aangevuld) Omgevingseffectrapport (OER) is hier het product van en levert de informatie die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de Omgevingsvisie.

1.2

De m.e.r.-procedure

Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen. M.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van m.e.r. is het bieden van voldoende informatie om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken. Het resultaat is een milieueffectrapport, afgekort MER. Het MER voor de Omgevingsvisie gaat niet alleen in op milieuaspecten, maar beschrijft ook breder de effecten op de leefomgevingskwaliteit (waaronder bv. sociaal economische aspecten). Om deze reden wordt dit stuk geen MER, maar een OER genoemd: Omgevingseffectrapport.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

1

Projectgerelateerd

Waarom een OER ten behoeve van de Omgevingsvisie? De inhoud van de Omgevingsvisie bepaalt of het verplicht is een m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit is het geval, wanneer: a) De Omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten die volgens de wet m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn. Denk bijvoorbeeld aan stedelijke ontwikkelingsprojecten, (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen, oprichting van windturbineparken of de aanleg/wijziging van autowegen; b) Op voorhand niet kan worden uitgesloten dat als gevolg van de strategische keuzes in de Omgevingsvisie significante negatieve effecten optreden op Natura 2000-gebieden. Enkele thema’s binnen de Omgevingsvisie zijn kaderstellend voor toekomstige m.e.r.-plichtige activiteiten. Het betreft vooral de herstructurering en/of transformatie van bestaande woningvoorraad en werklocaties. De gemeente Nijmegen kiest er voor om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen. Dit doet zij bewust omdat ze groot belang hecht aan het volwaardig meewegen van (potentiële) milieu- en omgevingseffecten in de integrale keuzes in de Omgevingsvisie. Naast het voldoen aan de wettelijke verplichting wordt met de m.e.r. ook beoogd om transparant te zijn over het proces en de inhoud van de Omgevingsvisie. Daarnaast genereert het OER beslisinformatie voor een integrale afweging van beleidskeuzes.

Dat houdt in dat het OER inzicht geeft in de (samenhang tussen) omgevingseffecten en het doelbereik (de mate waarin ambities worden verwezenlijkt) van keuzes waarop de Omgevingsvisie betrekking heeft. Wat zijn de stappen voor de m.e.r.-procedure? De stappen in het planproces voor de Omgevingsvisie en de uitvoering van het OER zijn nauw aan elkaar verbonden. Er vindt een wisselwerking plaats tussen inhoudelijke uitwerking van de thema’s en voorstellen vanuit het visie-spoor, en de beoordeling van effecten en advisering vanuit het m.e.r.-spoor. Daarnaast kent de m.e.r.-procedure een aantal stappen: • Stap 1: Mededeling, kennisgeving over het voornemen. • Stap 2: Inspraak, raadpleging betrokken bestuursorganen, wettelijke adviseurs en advies over reikwijdte en detailniveau. • Stap 3: De gemeente stelt het OER op gekoppeld aan de ontwerp Omgevingsvisie. Dat betreft dit rapport. Het OER is tot stand gekomen tijdens de uitwerking van de Omgevingsvisie. In het OER zijn de thema’s, die in de visie een plek krijgen, uitgewerkt. Ook is duidelijk gemaakt welk van deze thema’s een mogelijke impact hebben op de leefomgevingskwaliteit. • Stap 4: Dit OER (met de leefomgevingstoets) wordt begin 2020 gelijktijdig met de ontwerp Omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. • Stap 5: Inspraak. Een ieder kan zienswijze indienen op de ontwerp Omgevingsvisie en het OER. • Stap 6: De Commissie m.e.r.

brengt advies uit over het OER (toetsingsadvies), binnen de termijn die ook voor de zienswijzen geldt. In dit geval is een voorlopig advies uitgebracht en heeft de Commissie enkele aanvullingen aanbevolen voor de besluitvorming. • Stap 7: Definitief besluit: De gemeente neemt een definitief besluit. Daarbij geeft het aan hoe rekening is gehouden met de in het OER beschreven gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit, de zienswijzen en het advies van de commissie m.e.r.. • Stap 8: Bekendmaking besluit. Gedurende de inspraak periode voor de ontwerp Omgevingsvisie was inspraak op het OER mogelijk op dezelfde wijze als op de ontwerp Omgevingsvisie.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

2

Projectgerelateerd

Commissie m.e.r. Het bevoegd gezag wordt in haar besluitvorming met betrekking tot het OER geadviseerd door de Commissie m.e.r. Deze onafhankelijke commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, natuur, leefomgeving en duurzaamheid. Zij beoordeeld dit OER in relatie tot de Notitie Reikwijdte en Detailniveau op volledigheid en objectiviteit en vormt op basis hiervan een advies voor het bevoegde gezag. De Commissie m.e.r. heeft het OER inmiddels getoetst en een voorlopig advies uitgebracht om het OER aan te vullen met: • Inzicht of de acht ruimtelijke keuzes (het voorkeursalternatief uit de visie) de gewenste leefomgevingskwaliteit opleveren. • Een methodische zorgvuldigere en transparantere uitwerking in het OER. Voorliggend document betreft het aangevulde OER waarin het advies van de Commissie m.e.r. is verwerkt.

1.3

Opzet van de Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie is opgesteld aan de hand van vijf opgaven uit het coalitie akkoord. Deze zijn in een eerder stadium gedefinieerd als de vijf opgaven voor de stad. De Omgevingsvisie beschrijft eveneens de uitgangssituatie: de staat van de stad of ook de stad in beeld. Vervolgens is aan de hand van elke opgave een toekomstvisie geschetst, waarbij die opgave helemaal uitgewerkt is. De opgave Moderne Overheid is in de Omgevingsvisie wel uitgewerkt, maar het betreft vooral een manier van werken waaraan geen omgevingseffecten kunnen worden gerelateerd. In het OER komt deze opgave daarom niet verder terug. Op basis van de uitwerking van de opgaven heeft de gemeente samen met stakeholders en inwoners en op basis van de OER de uiteindelijke Omgevingsvisie vormt. Figuur 1: De opgaven van de Omgevingsvisie

1.4

Opzet document en leeswijzer

In hoofdstuk 1 is een inleiding gegeven en beschrijft het kader voor het OER. In hoofdstuk 2 wordt de beoordelingsmethodiek beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven en beoordeeld. Dit vormt de referentiesituatie. Daarna worden de opgaven afzonderlijk beschreven en beoordeeld in hoofdstuk 4. De aandachtspunten die hieruit volgen zijn in het Omgevingsvisieproces meegenomen om te komen tot acht keuzes. In hoofdstuk 5 zijn de acht keuzes en de effecten hiervan beschreven. Ook is middels botsproeven nagegaan of de keuzes elkaar onderling beïnvloeden. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies en aanbevelingen voor het vervolg inclusief een aanzet voor de monitoring.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

3

Projectgerelateerd

2

Beoordelingsmethodiek

Het beoordelingskader bestaat uit een set criteria die het doelbereik van de Omgevingsvisie en de invloed op de leefomgeving toetsen. De criteria zijn onderverdeeld in thema’s. In het kader hieronder is te lezen hoe deze set criteria tot stand is gekomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle criteria inclusief een onderbouwing van de wijze van beoordelen. Totstandkoming beoordelingskader De omgevingsvisie en het OER zijn parallel aan elkaar opgesteld. Beide stukken hebben elkaar gedurende het proces beïnvloed. Naarmate de Omgevingsvisie vorderde, is het OER hierop aangepast en vice versa. De (voorlopige) resultaten van het OER hebben de totstandkoming van en de keuzes in de Omgevingsvisie beïnvloed. De OER is immers bedoeld om omgevingseffecten een volwaardige plaatst te geven in de planvorming. Door dit iteratieve proces zijn de beoordelingsmethodiek en gebruikte criteria gaandeweg aangepast. Enerzijds doordat de Omgevingsvisie zelf veranderde en anderzijds door voortschrijdend inzicht over de leesbaarheid en navolgbaarheid van het OER zelf. Hierdoor wijkt het beoordelingskader af van het voorgestelde beoordelingskader uit de NRD. Ook komen niet alle criteria in het OER overeen met de opgaven uit de Omgevingsvisie. In bijlage 1 is een overzicht gegeven welke doelstellingen en ambities beschouwd zijn om te komen tot beoordelingscriteria.

In de NRD is het beoordelingskader gepresenteerd met twee sets criteria: criteria waarop het doelbereik van de Omgevingsvisie wordt beoordeeld en criteria die het effect op de omgeving beschrijven. Deze zijn ook weergegeven in bijlage 1. In dit OER zijn de twee groepen samengevoegd. Er was overlap tussen een aantal criteria en de gescheiden indeling veroorzaakte verwarring. Om deze reden is dit in dit OER aangepast tot één beoordelingskader waarin alle criteria terugkomen. De Omgevingsvisie is vervolgens ontwikkeld in samenspraak met de stad en op basis van de beoordeling in het OER. Soms zijn hierbij ook doelen of criteria enigszins aangepast of gewijzigd. De criteria uit het OER zijn hierop niet aangepast omdat de beoordeling reeds had plaatsgevonden en de resultaten hiervan wel van belang zijn voor het OER. In het kader van de Omgevingsvisie is in 2019 de staat van de stad vastgelegd. De bijlage Stad in Beeld bij de Omgevingsvisie vormt de weergave hiervan. De Stad in Beeld vormt de uitgangssituatie voor de start van de Omgevingsvisie en kan worden beschouwd als de huidige situatie. In dit OER wordt de referentiesituatie beoordeeld aan de hand van de geformuleerde criteria. De referentiesituatie is de situatie dat het huidige beleid wordt doorgezet richting 2040 zonder dat er nieuw beleid in de Omgevingsvisie wordt vastgesteld.

De referentiesituatie is weergegeven, beschreven en beoordeeld in het volgende hoofdstuk. Een uitgebreide toelichting op de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen is opgenomen in bijlage 5 van dit OER. Na de beoordeling van de referentiesituatie wordt het nieuwe beleid beoordeeld aan de hand van de vier opgaven. Vanuit de opgaven is de inhoudelijke hoofdkoers van de Omgevingsvisie bepaald. Voor alle beoordelingen wordt het richtjaar 2040 gebruikt. De werkwijze is hieronder schematisch weergegeven, in de volgende paragrafen wordt de methodiek per onderdeel verder toegelicht.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

4

Projectgerelateerd

Figuur 2: Overzicht werkwijze beoordeling en opzet hoofdstukken OER

2.1

Referentiesituatie

De huidige situatie en de autonome ontwikkelingen vormen de referentie bij het bepalen van de effecten van de Omgevingsvisie in het OER. Met autonome ontwikkelingen wordt de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied bedoeld zonder de realisatie van de Omgevingsvisie. De autonome ontwikkeling is de ontwikkeling die optreedt als gevolg van: ▪ Voortzetting van het vigerend gemeentelijk omgevingsbeleid; ▪ Autonome dominante trends waarmee Nijmegen te maken krijgt, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen van de vastgoedmarkt. ▪ Reeds genomen besluiten over plannen, programma’s en projecten die zijn geïnitieerd door andere partijen, zoals de Provincie, waterschap en Rijkswaterstaat. De referentiesituatie is beoordeeld op basis van beleid(sevaluaties), maatschappelijke en demografische ontwikkelingen, en openbare informatiebronnen zoals de monitor van de leefomgeving en Atlas Natuurlijk kapitaal. Een overzicht van de bronnen staat in hoofdstuk 0. De referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 3. Om een beeld te geven van de status van de referentiesituatie is tevens een beoordeling toegekend (volgens het beoordelingskader zoals beschreven in bijlage 1). Hierbij is onderscheid gemaakt in: Score

Waardering referentiesituatie

😊

Voldoende

😐

Neutraal (aandachtspunt)

🙁

Onvoldoende

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

5

Projectgerelateerd

2.2

Beoordeling opgaven en alternatieven

Vervolgens wordt het toekomstige beleid getoetst. Om een keuze te maken voor een goede koers maakt de gemeente gebruik van vier opgaven. Elke opgave uit de Omgevingsvisie wordt als een alternatief beschouwd (zie onderstaand overzicht). Dat alternatief zet volledig in op de betreffende opgave, zonder op de andere opgaven in te gaan. De kern van ieder alternatief is wel dat de verstedelijkingsopgave volledig binnen de bestaande stad wordt opgevangen, omdat de Omgevingsvisie in het kader van het Besluit m.e.r. vooral kaderstellend is voor stedelijke ontwikkelingsprojecten. De alternatieven hebben onderling ook invloed op elkaar, dus ze worden op alle criteria beoordeeld. De beoordeling is kwalitatief van aard en gaat uit van de verandering ten opzichte van de referentiesituatie. Onderstaand schema geeft weer hoe de effecten van de alternatieven beoordeeld worden. Tabel 2-1: Opgaven (die als alternatief beoordeeld worden) en beoordelingsmethodiek

Opgave 1: Sociale en gezonde stad

Opgave 2: Aantrekkelijke stad

Opgave 3: Economisch veerkrachtige stad

Opgave 4: Duurzame stad

2.3

Score

Waardering leefomgevingseffecten en doelbereik Kans op positief effect of bijdrage aan doelbereik Geen onderscheidende effecten of bijdrage aan doelbereik

Risico op negatief effect of beperking op doelbereik

Keuzes Omgevingsvisie

Op basis van de effectbeoordeling van de verschillende alternatieven is nagegaan in hoeverre de verschillende kansen en risico’s van belang zijn voor de keuzes die in de Omgevingsvisie worden gemaakt. De Omgevingsvisie is op basis van dit OER ook door-ontwikkeld om enkele van de belangrijkste risico’s reeds goed te adresseren in de visie zelf of in de verdere uitwerking ervan.

2.4

Passende beoordeling

Voor deze Omgevingsvisie is geen Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd omdat op voorhand de visie niet tot significante effecten op Natura 2000-gebieden lijkt te leiden. Ter onderbouwing van deze conclusie is een risicoanalyse op hoofdlijnen uitgevoerd naar de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden. Deze analyse is opgenomen in bijlage 8. De conclusie uit de risicoanalyse is dat ontwikkelingen die concreet genoeg zijn voor de risicoanalyse op hoofdlijnen, te weten Stationsomgeving/binnenstad en Winkelsteeg/NTC/kanaalzone, kunnen worden gerealiseerd binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De maatregelen/randvoorwaarden daarbij ten aanzien van het stikstofaspect zijn eveneens in de bijlage beschreven.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

6

Projectgerelateerd

3

De referentiesituatie

In dit OER (omgevingseffectrapport) worden de effecten beschreven die worden verwacht als gevolg van de keuzes die nu worden gemaakt in de Omgevingsvisie. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de zogenaamde referentiesituatie. Dit is de leefomgevingskwaliteit zoals die in de toekomst (2040) wordt verwacht bij ongewijzigd vigerend beleid en waarbij rekening wordt gehouden met verschillende autonome trends en ontwikkelingen in de leefomgeving (zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de vastgoedmarkt). Op basis van een referentiesituatie is het mogelijk om knelpunten van het bestaand beleid inzichtelijk te maken en na te denken over de te formuleren kernkwaliteiten. Voor het beoordelen van de referentiesituatie is de volgende aanpak gehanteerd: ▪ De huidige situatie en de autonome ontwikkelingen zijn beschreven en verbeeld op basis van beschikbare informatie. ▪ Er zijn criteria geformuleerd gebaseerd op een bureauonderzoek naar beschikbare bronnen waarin de huidige en/of toekomstig verwachtte leefomgevingskwaliteiten zijn beschreven (zie referentielijst en bijlage 1). ▪ De referentiesituatie is beoordeeld op basis van de beschikbare informatie voor: o De huidige situatie (2018); o De toekomstige situatie in een eventueel tussentijds doeljaar en/of; o De toekomstige autonome situatie in 2040 (tevens het zichtjaar van de Omgevingsvisie).

▪ In de verschillende bronnen worden niet altijd dezelfde zichtjaren gehanteerd. In de tekst en in bijlage 1 is duidelijk aangegeven hoe met de tijdshorizon is omgegaan in relatie tot de beschikbaarheid van gegevens. ▪ De conclusie ten aanzien van de autonome leefomgevingskwaliteit is op basis van expert judgement (door verschillende specialisten) ingeschat op basis van de onderliggende bronnen. In dit OER is er expliciet voor gekozen om de referentiesituatie te beoordelen en niet ook de huidige situatie. Beoordeling van de huidige situatie biedt geen meerwaarde ten opzichte van de keuzes die er in het kader van de Omgevingsvisie dienen te worden gemaakt. De opgaven en de visie zelf kijken naar 2040; het is belangrijk om na te gaan in hoeverre het reeds ingezette beleid moet worden geactualiseerd om de doelen en ambities voor 2040 te realiseren. Om die reden worden de opgaven en de visie zelf altijd vergelijken met de autonome ontwikkeling (referentiesituatie). Er vindt geen vergelijking plaats met de huidige situatie, waardoor een beoordeling daarvan niets toevoegt in relatie tot de te maken keuzes. In de tekst wordt van alle criteria waarvan informatie van de huidige situatie beschikbaar is, deze informatie uiteraard wel beschreven, zodat duidelijk is op welke gegevens de effectvoorspellingen (autonoom, van de opgaven en de visie) zijn gebaseerd.

3.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling.

Huidige situatie De huidige situatie is beschreven in bijlage 5 op basis van de Stads- en Wijkmonitor. De monitor geeft een beeld van de staat van de stad en deelgebieden daarbinnen. Voor het OER is gebruikgemaakt van de deze stadsmonitor. De Stadsmonitor zal ook ingezet worden om de effecten van de Omgevingsvisie in de toekomst te monitoren. Hiervoor wordt de monitor mogelijk uitgebreid met relevante aspecten uit de Omgevingsvisie en de aandachtpunten uit het OER.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

7

Projectgerelateerd

Figuur 3: Huidige situatie Nijmegen

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

8

Projectgerelateerd

Autonome ontwikkeling Naast de huidige situatie is de autonome ontwikkeling van belang voor de beoordeling van de referentiesituatie. Voor de autonome ontwikkeling is in dit OER uitgegaan van het beleid wat voor 1 januari 2020 was vastgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van de Stadsbegroting 2020 – 2023 en Voortgangsrapportage Grote projecten 2019. Een uitgebreide beschrijving is eveneens opgenomen in bijlage 5. Onderstaande kaart betreft een ruimtelijke weergave van de autonome ontwikkelingen.

Figuur 4: Ruimtelijk beeld autonome ontwikkelingen Nijmegen

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

9

Projectgerelateerd

3.2

Overzicht beoordeling

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeling van de referentiesituatie. In de paragrafen hierna wordt dit per thema toegelicht. Tabel 3-1: Effectbeoordeling referentiesituatie Thema

Beoordeling referentiesituatie

Beoordelingscriterium Natuurgebieden

Behoud biodiversiteit

Waardevolle en beschermde soorten (flora en fauna) Voedselproductie Bodemkwaliteit

Bescherming ondergrond

Grondwaterkwaliteit Archeologische en aardkundige waarden Waterveiligheid

Klimaatadaptatie

Hittestress Wateroverlast Opwekking duurzame energie

Energie Duurzame warmte Geluid Gezonde luchtkwaliteit Gezond en veilig

Omgevingsveiligheid Bewegen en ontmoeten Veilige verkeersinfrastructuur voor voetgangers en fietsers Leefbaarheid Functiemenging

Leefomgeving Diverse leefomgeving Waardering woonomgeving Werkgelegenheid Economie Bijdrage economische ontwikkeling Bereikbaarheid van werklocaties Bereikbaarheid Bereikbaarheid over weg en water Recreatiemogelijkheden Recreatie Cultureel erfgoed

😊 😊 😐 😐 😐 😊 😊 🙁 😐 🙁 😐 😊 😊 😊 😊 😐 😊 🙁 🙁 😊 😐 😐 😐 🙁 😊 😊

Legenda:

😊 😐 🙁 11 juni 2020

Voldoende Neutraal (aandachtspunt) Onvoldoende

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

10

Projectgerelateerd

3.3

Behoud biodiversiteit

3.3.1

Natuurgebieden

De natuurgebieden in de gemeente Nijmegen zijn de uiterwaarden van de Waal (Natura 2000) en aan de randen van de gemeente liggen stukken Gelders Natuurnetwerk. Naast de GNN zijn er Groene Ontwikkelingszones (GO). Die verbinden de natuurgebieden met elkaar en laten ruimte voor economische ontwikkeling. Dit zijn dus zoekgebieden (landbouwgronden) waarbinnen nog gronden aangekocht en bestemd moeten worden. De Ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en rustgebieden voor overwinterende ganzen. Ten zuiden van Nijmegen ligt een groot GO rondom Landgoed Grootstal en bosgebied Elshof waar met beide gemeenten wordt ingezet op dassenbescherming en stadslandbouw. In de stad zelf liggen een paar grotere parken, zoals de Goffert en ecologische hotspots (zie ook onderdeel beschermde soorten). Deze zijn niet of nauwelijks verbonden met de bos- en natuurgebieden aan de stadsranden. De natuurgebieden worden beschermd en in stand gehouden. In beleidsdocument De Groene Draad staat beleid om de groenstructuur uit te breiden. In het beleid wordt ingezet op het creëren van een robuust netwerk van groene zones en aders. De huidige gebieden worden dus beschermd door middel van ‘nee, tenzij’ beleid en beheer. Daarnaast wordt er in de autonome situatie ingezet op de verbinding van de natuurgebieden om de natuurwaarden te versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3096b5a5-a696-42e0-baa2-99491586776b