Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Tekst van het document
aangevraagd. De Nota geeft aan wat er aan
opgaven van de stad. Daar waar we ons nu richten
middelen nodig is voor het beheer en de langdurige
op instandhouding van de functies en
instandhouding van de openbare ruimte, waarmee
kapitaalgoederen, zullen we, vanuit strategisch
Nijmegen invulling geeft aan de wettelijke
perspectief, de openbare ruimte ook anders willen
verplichtingen en verantwoordelijkheden. En de
gaan gebruiken. We hoeven in de toekomst niet
invulling van die verantwoordelijkheid landt
meer alles een-op-een te vervangen.
uiteindelijk in de Stadsbegroting. Wel zijn er inzichten op het gebied van de
Van daaruit kan de beheerorganisatie de vertaling naar hun jaarplannen/beheerplannen maken.
Nota door het college kunnen worden uitgewerkt en meegenomen in de P&C-cyclus.
beantwoorden van de vraag: Waarom doe ik wat ik doe? Het mag, met alle in deze Nota beschreven zaken, duidelijk zijn dat het in stand houden van de openbare ruimte dus niet alleen over geld gaat. We zorgen voor een duurzame, waardevolle openbare ruimte met maximale inwonertevredenheid tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Aanvraag in P&C-cyclus Voor 2026 en 2027 zijn er voldoende investeringsmiddelen beschikbaar. Daarna niet meer. In 2028 is er een tekort van €4,6 miljoen en in 2029 van €10 miljoen. Het structureel benodigde budget wordt betrokken bij de voorbereidingen van de Stadsbegroting 2026. Hiermee krijgen de vernieuwingsgolf en de bijbehorende investeringsbehoefte het benodigde structurele karakter.
Om de e ectiviteit van de aanpak en vernieuwingsopgave blijvend te volgen, is een continue monitor van de kwaliteit van de kapitaalgoederen nodig. Dit start met het opzetten van conditiemetingen voor alle kapitaalgoederen die in deze eerste Nota zijn opgenomen. Tijdens het verzamelen van de informatie en het in beeld brengen van bijvoorbeeld de VRI en het straatmeubilair, blijkt dit soort informatie niet (direct) voor handen. Juist in de huidige tijd waarin we veel data digitaal voor handen hebben en hier analyses op kunnen maken, is dergelijke informatie van belang. Dit resulteert in een kaartgerichte werkwijze die
Aanpassing in afschrijvingstermijnen Vanuit het Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa uit 2013, zijn afschrijvingstermijnen gehanteerd die ver onder de levensduur van onze kapitaalgoederen liggen. De vanuit het Kader toegepaste afschrijvingstermijnen zijn in figuur 6.2 weergegeven. De BBV schrijft echter voor dat de financiële afschrijving voldoende moet aansluiten op de werkelijke levensduurverwachting van de kapitaalgoederen. We kijken dan naar de situatie waarin de financiële kant aansluit op de praktijk. Dat betekent in het geval van Nijmegen dat een aanpassing van de oorspronkelijke termijnen
30
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Eigenlijk geeft het iedere collega hulp bij het
financiën, die volgend op de vaststelling van de
wenselijk is. In figuur 6.1 is naast de huidige, ook de voorgestelde termijn opgenomen.
Bedragen x1000
Kapitaallasten nieuwe investeringen
Jaar Verschil tussen afschrijvingstermijn en levensduur van kapitaalgoederen
Huidig
Nieuw
2025
€
1.325
€
1.036
2026
€
2.548
€
1.908
2027
€
4.090
€
3.046
2028
€
5.684
€
4.113
2029
€
6.843
€
4.881
2030
€
7.218
€
5.093
object eerder dan die 50 jaar kapot gaat of
2031
€
7.102
€
5.022
vroegtijdig moet worden vervangen, moet het
2032
€
6.986
€
4.951
restant van de boekwaarde in één keer worden
2033
€
6.870
€
4.881
afgeboekt. Dat risico komt dan direct als
2034
€
6.754
€
4.810
onvoorziene kostenpost ten laste van de
Totale kapitaallasten
€
55.420
€
39.741
Daarbij stellen we voor om de afschrijvingsduur van de investering korter te laten zijn dan de totale levensduur (techniek) van een kapitaalgoed. Als een investering over 50 jaar wordt afgeschreven, neemt de boekwaarde in 50 jaar af naar €0. Als een
exploitatie.
Figuur 6.1- E ect omzetting afschrijftermijnen Lagere kapitaalslasten
Ontschotten van investeringsbudgetten
vernieuwd, komen de lasten daarvan als
In de Nota en de LTAP is uitgegaan van een
afschrijving + rente in de begroting te staan. De
integrale budgetbenadering. De Nota
duur in jaren bepaalt de hoogte van de
kapitaalgoederen gaat over meerdere programma’s
kapitaalslasten.
en de e ecten van de openbare ruimte gaan zelfs
Met het opstellen van de Nota is inzicht gekomen in het e ect van het verruimen van de afschrijvingstermijnen op de nieuwe investeringen. Zie figuur 6.1. De grafiek toont het verschil tussen de afschrijvingstermijnen. In beide gevallen is er sprake van een stijging vanwege de continu hogere
over nog meer programma’s en ambities. Deze aanpak sluit aan op de gedachte dat als 1 kapitaalgoed slecht functioneert, dit e ect heeft op de totale beleving van de openbare ruimte. De openbare ruimte zien we dus als één geheel, waarbinnen vernieuwing nodig is.
investeringsbehoefte. Door deze investeringen over
Om de financiële inrichting hierop aan te laten
een langere periode dan nu gebruikelijk is af te
sluiten is ontschotting wenselijk. Dit bevordert
schrijven, ontstaat vanaf 2028 ruimte van ca. €2
namelijk de integrale samenhang en aanpak,
miljoen op de jaarlijkse kapitaallasten. Deze ruimte
doordat er in aanvang geen gescheiden budgetten
is, gezien de hogere investeringsbehoefte de
bestaan. Op dit moment zijn de budgetten veelal
komende jaren, wenselijk om het e ect op de
specifiek gelabeld aan productgroepen en
begroting te dempen.
programma’s.
We adviseren dan ook om de nieuwe investeringen volgens de langere afschrijvingstermijnen te activeren. De tabel toont het verschil tussen de huidige en nieuwe situatie voor de totale kapitaallasten voor nieuwe investeringen de komende 10 jaar:
In de vervolguitwerking zal het college laten uitzoeken of het wenselijk is om uit te gaan van 1 investeringsbudget, van waaruit aparte budgetten worden verdeeld. De claim die voor de diverse kapitaalgoederen in een jaar wordt gedaan, is afhankelijk van de noodzaak op de meerjarenplanning. En zo wordt het benodigd
31
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Zodra een kapitaalgoed wordt vervangen/
Figuur 6.2 - Afschrijvingstermijnen uit het Kader en de nieuw voorgestelde termijnen per voorziening
standaard jaarlijkse verdeling. Dit omvat onder andere het verkennen hoe een dergelijke insteek werkbaar en in overleg met de budgetbeheerders kan worden vormgegeven en wat bijkomende e ecten zijn. In den lande worden hierop bijvoorbeeld voorzieningen of reserves
Een aandachtspunt voor het vervolg van de Nota is dat er capaciteit en middelen nodig zijn voor het oppakken ervan. Het uit zich in (extern) advies, begeleiding, ontwikkeling van een instrumentarium en de verbetering van processen.
opgericht die het integrale en meerjarige karakter
Hiertoe adviseren we in 2025 een
van de investeringen ondersteunen.
Uitwerkingsstrategie op te stellen waarin prioriteiten worden gesteld en waaraan capaciteit en budget kan worden toegekend. Hieruit komt dan ook zicht op eventuele behoeften die middels de geëigende processen kunnen worden aangevraagd.
Figuur 6.3 - E ect omzetting afschrijftermijnen
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
32
budget op noodzaak verdeeld en niet vanuit een
.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
33
Bijlage1:
Begrippen uitgelegd: Onderhoud en Investeringen
Bijlage 2:
Wet- en regelgeving, documentenoverzicht en bronvermelding
Bijlage 3:
Staalkaarten per kapitaalgoed/ asset
Bijlage 4:
Nieuwsbericht NOS over vernieuwingsgolf gemeenten
Bijlage 5:
Assetmanagement – beheer(sen) van risico’s
NEN 2767
Bijlage 7:
Uitgangspunten financiën
Bijlage 8:
AssetResolutions Rapport LTAP Nijmegen 22 januari 2025 – Versie d1.01
34
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Bijlage 6:
Groot Onderhoud Bij groot onderhoud is sprake van meer ingrijpend Bij het beheer van de openbare ruimte wordt onderscheid gemaakt in exploitatiebudgetten en investeringen. Het onderhoud bestaat uit service/storings-, regulier en groot onderhoud. De essentie van onderhoud is dat het maatregelen zijn, die nodig zijn om een kapitaalgoed gedurende een bepaalde levensduur voldoende en veilig te laten functioneren. Er is nadrukkelijk geen sprake van levensduur-verlengende maatregelen, maar het kapitaalgoed behoudt wel zijn waarde (en nut) binnen de geplande levensduur. Het service-, regulier en groot onderhoud worden om deze ten laste gebracht van de exploitatie. Bij investeringen is er wel sprake van levensduurverlenging of van
onderhoud op een groot deel van het kapitaalgoed. Het is gericht op het in stand houden van het object. Het vervangen van een deklaag van een asfaltweg of het planmatig snoeien van bomen zijn voorbeelden van groot onderhoud. Groot onderhoud vereist een projectmatige aanpak en afstemming met de omgeving. Dit vanuit de complexiteit of de hoogte van de kosten. Als de kwaliteitsverbetering substantieel is, is er geen sprake meer van groot onderhoud, maar sprake van een herinrichtingsmaatregel (investering). De maatregelen worden dan niet (of slechts deels) betaald vanuit de exploitatiebegroting en de investering wordt dan geactiveerd.
een complete vervanging. Vervanging (investering)
Niet gepland, correctief service-onderhoud dat bestaat uit het reageren op meldingen, het (nietplanmatig) repareren van (storm)schades en vernielingen en het ondersteunen van initiatieven van inwoners. Vaak worden de werkzaamheden uitgevoerd naar aanleiding van meldingen door inwoners of op basis van eigen waarnemingen door medewerkers van Nijmegen of Dar. Voorbeelden zijn de aanpak van losliggende stoeptegels, het verminderen van wortelopdruk of kapotte verlichting voorzien van een nieuwe lamp.
Er is sprake van een vervanging als een kapitaalgoed het einde van de levensduur heeft bereikt. Als de functie (nut) en de inrichting moet worden behouden, spreken we van technische vervanging (rehabilitatie). Het een-op-een vervangen van lichtmasten, speelvoorzieningen, ondergrondse containers, (zieke) bomen, en verkeerregelinstallaties zijn voorbeelden van technische vervanging. Vervanging is een kapitaalinvestering waarvoor de kosten moeten worden geactiveerd. Als er kwaliteit verbeterende maatregelen worden uitgevoerd, is er geen sprake meer van technische vervanging, maar van een herinrichting.
Regulier Onderhoud Planmatig, preventief onderhoud dat frequent wordt uitgevoerd (periodiek terugkerend) of betrekking heeft op ingrepen op een klein gedeelte van het kapitaal . Het grootste deel van het dagelijks onderhoud gaat over het “vegen, maaien en scho elen”. Tot slot is ook het aanpakken van ziekten en plagen, zoals eikenprocessierups, plaagdierenbestrijding, Japanse duizendknoop of essentaksterfte, een aanzienlijke taak in het regulier onderhoud.
Herinrichting en vernieuwing (investering) Het vernieuwen van een object met een gewijzigde inrichting en/of functie. Feitelijk is er dan sprake van een nieuwe openbare ruimte. Herinrichting gaat verder dan de technische instandhouding. Hierbij kunnen ook externe factoren spelen die om andere inrichting vragen zoals mobiliteit of woningbouw. Herinrichting is per definitie een investering en moet worden geactiveerd.
35
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Service-/storingsonderhoud
Geraadpleegde documenten:
Stadsbegroting 2025 Nijmegen
Beheersystemen Stadsbeheer
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen
Wegenverkeerswet
NEN-normering
CROW.nl
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
36
7.3.1 Wegen Omschrijving
Areaal
Hoofdwegen
1.615.400 m2
Woonstraten
6.322.800 m2
Fietspaden en overige verharding
952.800 m2
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting Bij de hoofdwegen is sprake van een overwegen uitstekende/ goede technische kwaliteit. Bij de woonstraten met asfalt is sprake van een aanzienlijk deel (30%) waarbij sprake is van een matige tot zeer slechte technische kwaliteit. Het gaat hierbij vooral om woonstraten die in de jaren ’60 zijn aangelegd. Bij de vernieuwing van deze straten zal waar mogelijk asfalt voor klinkers worden vervangen. Bij de herinrichting van de woonstraten zal rekening worden gehouden met het instellen van 30 km/uur.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
37
7.3.2: Openbare Verlichting Omschrijving
Areaal
Masten
Ca. 28.000 stuks
Armaturen
Ca. 40.000 stuks
Kabel + verdeelkasten
Ca.750 km/ 290 stuks
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting De kwaliteit van de lichtmasten en voedingskabels behoeft aandacht. Een aanzienlijk deel van de masten/ armaturen is aan vernieuwing toe. Als een van de weinige gemeenten is de gemeente Nijmegen ook eigenaar van de voedingskabels en verdeelkasten. De voedingskabels zijn dringend aan vernieuwing toe. Dit om storingen te voorkomen en effectief bij te kunnen dragen aan de verkeers- en sociale veiligheid. Ca. 1/3 van de armaturen is voorzien van LED-armaturen. Bij de vernieuwing van de masten en armaturen willen we volledig inzetten over het verder verLEDden.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
38
7.3.3: Groen en Bomen Omschrijving
Areaal
Gras
5.812.000 m2
Plantsoen
3.742.000 m2
Bomen
Ca. 65.800 stuks
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting Groen: Het areaal plantsoenen, bossen en grasvegetaties wordt zowel cultuurlijk als ecologisch onderhouden. We onderhouden dit op basis van onze nota beplantingen, nota poelenbeheer en nota maaibeheer. Bomen Het areaal betreft verschillende typen openbare bomen zoals vrij uitgroeiende bomen en knotbomen. Zowel in historische parken als in woonstraten. Bomen worden beheerd volgens de uitgangspunten uit het bomenbeleid en boombeheerplan
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
39
7.3.4: Civiele Kunstwerken Omschrijving
Areaal
Bruggen
110 stuks
Geluidschermen
5.900 m1
Kleine kunstwerken
260 stuks
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting Het kwaliteitsbeeld van de civiele kunstwerken betreft het areaal dat bij stadsbeheer in onderhoud is. Voor de stadsbrug de Oversteek en de bruggen in het rivierpark zijn 25-jarige onderhoudscontracten afgesloten. Daarnaast zijn diverse bruggen in onderhoud bij Rijkswaterstaat (waalbrug) en ProRail. De kwaliteit van deze bruggen is niet meegenomen in de kwaliteitsbeoordeling.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
40
7.3.5: Verkeersregelinstallaties Omschrijving
Areaal
Verkeersregelinstallaties
115 stuks
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting Het moment van het vernieuwen wordt daarbij bepaald op basis van verouderde software dat niet langer geschikt is om het verkeer effectief af te wikkelen. De gemiddelde technische levensduur van een VRI is 15 jaar. Bij het afnemen van een VRI wordt ook een onderhoudscontract met de leverancier afgesloten voor 15 jaar. Bij het vernieuwen wordt steeds meer gebruik gemaakt van slimme VRI’s. Daarbij sluit de gemeente Nijmegen landelijk aan bij maatregelen om de privacy (AVG) voldoende te kunnen borgen.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
41
7.3.6: Spelen Omschrijving
Areaal
Speeltoestellen
2.400 stuks
Ondergrond
64.200 m2
Sportplek
21.900 m2
Kwaliteitsbeeld 2024
Kwaliteit
Kwaliteit scores : 1 = Uitstekend 2 = Goed 3 = Redelijk 4 = Matig 5 = Slecht Toelichting De veiligheid speeltoestellen is geregeld via het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS 2023). Speeltoestellen worden daarbij jaarlijks gekeurd op de veiligheid. Onveilige speeltoestellen moeten daarbij veilig worden gemaakt of verwijderd. Een aanzienlijk deel van de speeltoestellen is aan vernieuwing toe. Bij het vernieuwen willen we inzetten op sociale groene knooppunten in de wijken en natuurlijk spelen.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
42
door het rijk. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze het geld aan uitgeven. NOS Nieuws – 1 september 2024 Gemeenten moeten infrastructuur vernieuwen, maar hebben er geen geld voor
"Veel van dat geld gaat naar sociale dienstverlening en ondersteuning van inwoners, zoals de bijstand, energietoeslag, jeugdzorg", zegt Van Burgsteden namens de VNG. "En dat betekent dat er minder geld overblijft voor onderhoud van wegen." Hij
Jorien Leendertse redacteur Binnenland
Lokale overheden vragen met spoed om geld van het rijk om de infrastructuur op peil te houden. 80
maakt de vergelijking met een sluipmoordenaar. "Je ziet het pas als het te laat is."
procent van alle bruggen, sluizen, viaducten en wegen is in beheer van gemeenten. Veel daarvan zijn aan het einde van hun levensduur, maar lokale overheden schuiven onderhoud en vernieuwing voor zich uit, omdat ze het geld ervoor niet hebben of het niet genoeg prioriteit geven. Veel infrastructuur dateert uit de jaren 60 en 70, en daardoor zijn veel constructies aan vervanging toe. zwaarder belast. Dat versnelt slijtage. Nederland staat hiermee dus voor een grote uitdaging. Nu al is jaarlijks 2,4 miljard euro nodig. Dat loopt op tot 3 miljard per jaar in 2040, blijkt uit een rapport van onderzoeksbureau TNO dat vorig jaar uitkwam. Gemeenten draaien op voor meer dan de helft voor deze kosten. Daarin zijn de kosten die gemaakt moeten worden als gevolg van bodemdaling, zwaardere voertuigen en verduurzaming nog niet meegenomen. Lokale overheden moeten onderhoudskosten betalen uit het gemeentefonds, dat wordt gevuld
Het jarenlange uitgestelgedrag van gemeenten heeft drie redenen, zegt Marcel Boogers, bijzonder hoogleraar Democratie en Transitie van de Universiteit Utrecht. Ten eerste is er jarenlang bezuinigd op infrastructuur. In 2020 gaf meer dan 40 procent van de gemeenten aan te bezuinigen op onderhoud. Ook is vaak onduidelijk wie de eigenaar is van bijvoorbeeld een brug. De constructie kan van Rijkswaterstaat zijn, maar het wegdek is dan weer van de gemeente, en daardoor worden er geen besluiten genomen. "En veel gemeenten hebben financiële problemen. Dus die komen daar nog eens bovenop." Gemeenten willen dus extra geld van de landelijke overheid om hun infrastructuur op peil te brengen. Maar of dat ook echt de oplossing is, betwijfelt Boogers. "Het kan alleen werken als gemeenten geoormerkt geld krijgen. Anders kunnen ze het alsnog aan andere zaken uitgeven." Volgens hem is het wel goed dat het beheer van
Figuur - Bijlage 4 - 4.1
deze infrastructuur bij gemeenten of provincies blijft. "Die zitten er dichter op dan het rijk."
Keuzes maken, zegt minister Minister Madlener (PVV) wijst erop dat infrastructuur "een van de kerntaken" is van gemeenten. "Als er bepaalde tekorten zijn, zullen gemeenten keuzes moeten maken. Dat kunnen ook pijnlijke keuzes zijn. Dat kan ik niet mooier maken dan het is."
43
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
Wegen worden bovendien steeds meer en
Uitstelgedrag
Zelfs als er extra geld vanuit Den Haag komt, zijn de
brug als een apart nieuw project. Vervang ze in
problemen nog niet opgelost. Uit een rapport van
series, alsof ze uit de fabriek komen. Als je dat
onderzoeksbureau TNO van vorig jaar blijkt dat
samen regelt, hoeft niet elke gemeente het wiel
gemeenten zich er over het algemeen onvoldoende
opnieuw uit te vinden. De vernieuwing komt dan in
van bewust zijn dat er een vervangingsopgave is.
een versnelling."
Van de 342 gemeenten had slechts 12 een
Ook is het een-op-een vervangen niet altijd nodig,
prognose van de vernieuwingsopgave. Ook geven
zegt Rasker. "Je kan ook renoveren, versterken of
lokale overheden niet altijd prioriteit aan deze
opnieuw berekenen of die ene brug of viaduct ook
vernieuwingen en zijn er vragen over
langer mee kan. Maar ook dat moet wel gebeuren
eigenaarschap.
en kost geld. En als je dat niet doet is een-op-een vervanging uiteindelijk onvermijdelijk."
"En daar komen de regelmatige bestuurswisselingen bovenop", zegt Peter Rasker, marktdirecteur gebouwde omgeving bij TNO. "Die maken het lastig voor gemeenten om voor lange termijn geld te reserveren."
Oplossing? wordt opgericht van gemeenten, provincies en het rijk, omdat gemeenten de grote onderhoudsopgave niet alleen aankunnen. De Algemene Rekenkamer constateerde eerder al dat lokale overheden te weinig geld vrijmaken voor onderhoud. Ook Rasker denkt dat samenwerken de meest voor de hand liggende oplossing is. "Beschouw niet elke Figuur – Bijlage 4 - Foto NOS
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
44
Van Burgsteden ziet het liefst dat er een fonds
juiste prestaties van al onze assets in de openbare ruimte, gedurende hun totale levensduurcyclus. De afgelopen decennia zien we dat het vakgebied van beheer zich heeft ontwikkeld van een voornamelijk technische aangelegenheid naar een werkveld waar steeds meer aandacht is voor participatie, ontmoeten, tevredenheid en betrokkenheid van de gebruikers van de openbare ruimte.
Hierdoor kan beter langjarig vooruit worden gekeken. Assetmanagement is dus een systeem om (nog) professioneler te werken. Dat is van groot belang nu we staan voor de vervangings- en renovatie opgave van onze infrastructurele assets/ kapitaalgoederen.
Anderzijds dienen we nog steeds voldoende oog te hebben om onze kapitaalgoederen in de openbare
Figuur Bijlage 5- 5.1 - Principe van Assetmanagement
ruimte schoon, heel en veilig te houden. Dit vraagt ook om aandacht voor kapitaalgoederen die het einde van hun technische levensduur hebben bereikt of op de korte termijn gaan bereiken. Om deze kapitaalgoederen (en functie ervan) te behouden, dienen zij aan het einde van hun technische levensduur te worden vernieuwd. Het permanent proces. Om hier als stad voldoende grip op te krijgen en de complexiteit in de vernieuwingsopgave sturing te kunnen geven, werken we steeds meer volgens de Assetmanagement-systematiek. Met deze denk- en werkwijze in het beheer vertalen we de ambities uit ons beleid, zoals leefbaarheid, participatie, toegankelijkheid, mobiliteit en klimaatadaptatie, naar de benodigde beheermaatregelen. De kwaliteit van onze kapitaalgoederen (ook wel assets) blijft centraal staan, maar we gaan de kwaliteit wel vanuit meer invalshoeken beschouwen. Het beheer van alle kapitaalgoederen/assets
Risicomanagement en optimaal scenario Het opstellen van een doorrekening voor de lange termijn is een vak waarin het meer draait om de grote lijnen dan om de precieze uitkomsten. Elk antwoord is namelijk alleen waar indien de bijbehorende aannames over heden en toekomst ook kloppen. Veel minder gevoelig voor de precieze aannames zijn de trends in de uitkomsten, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van de prestaties, kosten en risico’s over de jaren heen.
noemen we Assetmanagement. Dit zijn alle gecoördineerde activiteiten om de openbare ruimte optimaal bij te laten dragen aan de doelen en de
De centrale vraag die we met onze
ambities van de stad. Bij assetmanagement draait
werkwijze dan ook trachten te
het om de beste balans tussen risico’s, prestaties
beantwoorden is: Wat is het beste
en kosten. Bij het afwegen van beheermaatregelen
moment om de kapitaalgoederen te
kijken we zowel naar de kosten als naar de e ecten
vervangen?
op bijvoorbeeld de omgevingskwaliteit of de klimaatadaptatie.
De toegepaste aanpak noemen we ook wel risicomanagement. Met deze aanpak kunnen we
Doel hiervan is het tegen aanvaardbare kosten en
goed de trends, kantelpunten en relatieve
binnen acceptabele risico’s beschikken over de
verschillen in beeld brengen. Deze hoofdlijnen
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
45
vernieuwen van de openbare ruimte is dan ook een
blijven namelijk in het algemeen overeind indien
Aansluiting op het huidige investeringsbudget;
bepaalde aspecten van de wereld veranderen.
Optimum tussen financiële en niet-financiële risico’s;
Risicomatrix De gevolgen van falen (risico’s die werkelijkheid worden) kunnen zowel financieel als niet-financieel (maatschappelijk) zijn. Om de niet-financiële risico’s op een juiste manier mee te wegen is gebruik gemaakt van de risicomatrix van AssetResolutions4 . Daarmee is aan de niet-
Tenminste gelijkblijvende kwaliteit.
Het scenario dat hierbij aansluit omschrijft zich als: Optimaal met groeiend budget tot toereikend niveau. In dit scenario wordt gestart met het huidige budget van €19,1 miljoen per jaar. Dit groeit vervolgens na 5 jaar naar €21,1 miljoen.
financiële risico’s een waarde gegeven. Op die manier wordt het mogelijk op juiste wijze in verhouding te zetten. Het optimale moment voor vervanging (interventie) wordt vastgesteld middels een marginale vergelijking. Dit toont of het uitstellen van de interventie meer oplevert (voornamelijk in financiële termen) dan het aan risico kost (inclusief wordt gekenmerkt door het snijpunt van baat(groene lijn) en risico(rode lijn). Dit is in figuur 5.2 met de rode cirkel weergegeven.
Optimum De optimalisatie van het vervangingsmoment, zoals hiervoor uitgelegd, is voor alle kapitaalgoederen bepaald. Op die basis is een optimum bepaald voor de instandhouding van de kapitaalgoederen. De uitgangspunten hiervoor zijn: Figuur Bijlage 4 – 5.2 - Optimalisatie van het vervangingsmoment (fictief voorbeeld)
4
Zie het separate rapport Lange Termijn Asset Planning – AssetResolutions – juni 2024
46
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
de niet-financiële aspecten). Het optimum daarin
investeringen m.b.t. aanpassingen en verbeteringen van het beheerobject e ect op de
Wat is een conditiescore? Een conditiescore is, technische toestand of staat waarin een bouwdeel verkeert, uitgedrukt in een conditiescore. De conditiescore is een objectieve waarde van de conditie uitgedrukt in een zespuntsschaal (1 t/m 6). Het resultaat van een conditiemeting is dat er door de genormaliseerde methode van NEN 2767 een objectief (transparant en herleidbaar) inzicht ontstaat in de belangrijke informatie over de aanwezige waargenomen gebreken. Deze informatie bestaat uit: • de ernst van het gebrek • de intensiteit van het gebrek
samenstelling van de MJOP. Hiermee kan gestuurd worden op prestatie-eisen, zodat een eigenaar of beheerder inzicht heeft in de aanwezige gebreken en weet welke risico’s hij loopt als die niet worden opgelost. De norm zorgt ervoor dat inspecteurs betrouwbare informatie aanleveren waardoor meerjarenprogramma’s kunnen worden ontwikkeld. Hiermee krijgt de eigenaar/beheerder input voor zijn beleid en kan zo ook richting geven aan het stellen van prioriteiten voor herstel van gebreken. Zo is er grip op de technische toestand, de risico’s en kosten op korte en lange termijn. Onderhoudskosten zijn een belangrijk deel van de
• de omvang van het gebrek
benodigde budgetten voor de gebouwde omgeving.
Het resultaat hiervan is dat op basis hiervan een
kwaliteit van inspecties en de daarop gebaseerde
desbetre ende bouwdeel. Deze conditiescore kan worden geaggregeerd naar de hogere abstractieniveaus element en beheerobject.
onderhoudsplannen sterk kunnen variëren. Van daaruit is bij de beheerders en eigenaren de behoefte ontstaan aan een transparante en herleidbare inspectiemethodiek voor de gehele gebouwde omgeving.
Vertaling naar een MJOP Onderhoud aan een gebouw, infrastructureel
Technisch
object of ander beheerobject brengt kosten met
De conditiemeting kent nadrukkelijk een
zich mee. Een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is
technische invalshoek. Bij het ondersteunen van
een voorwaarde om deze kosten te beheersen.
beleid en beheer voor onderhoud is het van belang
Daarbij gaat het om onderhoudskosten op korte en
te onderkennen dat de conditie slechts één van de
op lange termijn. Als de onderhoudskosten in een
factoren is die van invloed is.
bepaald jaar erg hoog uitvallen, kan daar rekening
Andere thema’s die een rol kunnen spelen zijn onder andere verzorging van het object, voldoen aan wet- en regelgeving, gebruikskwaliteit,
Figuur Bijlage 6- 5.1- Raming totale vervangingswaarde kapitaalgoederen 2024
47
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
conditiescore kan worden berekend voor het
Beheerders en eigenaren hebben ervaren dat de
maatschappelijke kwaliteit, locatie, imago,
binnen de meerjaren-programmering. Wanneer
flexibiliteit en de gevolgen bij uitval.
groot onderhoud of vervanging niet binnen de
De conditiemeting is dus één van de relevante
programmering past, noemen we dat achterstallig
hulpmiddelen die input levert voor ondersteuning,
onderhoud. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als de
toetsing en onderbouwing van het beleid van een
onderhoudsvoorraad op basis de technische
beheerorganisatie. Dit beleid bepaalt de
inspecties te groot is om binnen vijf jaar weg te
randvoorwaarden waaronder de resultaten van de
werken. Bij het vervangen van de openbare ruimte
conditiemeting worden vertaald in toepassingen.
houden we rekening met het bereikbaar houden van de stad, de grootschalige
Wanneer er op basis van de technische inspecties wordt bepaald dat het object moet worden
herinrichtingsplannen en de financiële mogelijkheden die beschikbaar zijn.
vervangen, dan wordt deze vervanging ingepland
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
48
Uitgangspunten:
Prijspeil 2024 (ex btw)
De huidige omvang van het bezit
Actueel (omslag)rentepercentage (2%)
Conform actuele wettelijke voorschriften voor toegankelijkheid en veiligheid
Budgetten voor kapitaallasten voor vervanging, renovatie of restauratie worden gescheiden van die voor het verwerven van aanvullend bezit wegens groei van de stad
Afschrijvingsduur conform maximale waarden in de door de gemeenteraad vastgestelde afschrijvingstabel
Geen restwaarden. Naar toekomst toe is dit wel wenselijk i.v.m. circulariteit
Horizon van 50 jaar
Lineaire afschrijving
Normprijzen conform Rijkwaterstaat, provincie en landelijke standaarden (CROW, DNR, SSK)
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
49
Lange Termijn Asset Planning (LTAP) Gemeente Nijmegen Eindrapport versie d1.01 – januari 2025
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
50
Auteur: R. Roodbol (Beleidsadviseur openbare ruimte Stadsontwikkeling)
In samenwerking met: F. Aalders (Strategisch adviseur Stadsbeheer) R. Brouwer (Strategisch adviseur Financiën & control) J. Doorduin (Manager Duurzame Leefomgeving Stadsontwikkeling) F. Graveth (Adviseur Financiën & control) M. Meier (Strategisch adviseur Financiën & control) D. Smitjes (Adviseur Financiën & control) N. Sonneveldt – Vink (Concernmanager Stadsbeheer) B. Swartjes (Strategisch adviseur Financiën & control)
Vormgeving en lay-out: F. Aalders (Strategisch adviseur Stadsbeheer)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van gemeente Nijmegen.
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
51
"
Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte 2025-2029
52
Lange Termijn Asset Planning Gemeente Nijmegen Eindrapport Ype Wijnia 22 januari 2025 Versie d1.01
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
1
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................................................... 3 1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 6 2 VERANTWOORDING ................................................................................................................................. 7 2.1 RELEVANTE ONZEKERHEDEN ........................................................................................................................... 7 2.2 GEVOLGEN VOOR DE ANTWOORDEN................................................................................................................. 7 3 ASSETBASE GEMEENTE NIJMEGEN ............................................................................................................ 8 3.1 OVERZICHT ASSETBASE .................................................................................................................................. 8 3.2 ENIGE BIJZONDERE KENMERKEN VAN DE ASSETBASE........................................................................................... 10 3.3 BETEKENIS VOOR DEZE STUDIE ......................................................................................................................
10 4 PRINCIPES MODELLERING ....................................................................................................................... 11 4.1 WAARDERING VAN NIET-FINANCIËLE ASPECTEN ................................................................................................ 11 4.2 FAALMODEL PER ASSETTYPE.......................................................................................................................... 12 4.3 CONDITIEMODEL PER ASSET .......................................................................................................................... 13 4.4 FAALMODEL CONSERVERING ......................................................................................................................... 13 4.5 OPTIMALISATIE IN HET MODEL ...................................................................................................................... 14 4.6 WERKING VAN DE SIMULATIE ........................................................................................................................ 15 5 VERZAMELING DATA .............................................................................................................................. 17 5.1 INFORMATIEBEHOEFTE ................................................................................................................................
17 5.2 GEVOLGDE WERKWIJZE................................................................................................................................ 17 6 RESULTATEN ........................................................................................................................................... 18 6.1 REFERENTIE SCENARIO: REACTIEVE VERVANGING (SETTING 1) .............................................................................. 19 6.2 OP FINANCIËLE AFSCHRIJFTERMIJN ZONDER BUDGETBEPERKING (SETTING 2) .......................................................... 20 6.3 OPTIMAAL ZONDER BUDGETBEPERKINGEN (SETTING 3) ...................................................................................... 21 6.4 OPTIMAAL MET BUDGETBEPERKING TOT GEMIDDELD BUDGET.............................................................................. 22 6.4.1 Integraal budget (setting 4) .......................................................................................................... 22 6.4.2 Assetbase exclusief riolering en Pompen&gemalen (setting 5)..................................................... 24 6.4.3 Riolering apart (setting 6) .............................................................................................................
25 6.5 OPTIMAAL MET TOEREIKEND BUDGET TOT EINDE SIMULATIE ................................................................................ 26 6.5.1 Budget toereikend voor 50 jaar ex riolering (setting 7)................................................................. 26 6.5.2 Budget toereikend voor 50 jaar riolering apart (setting 8) ........................................................... 27 6.5.3 Gemiddeld budget met 8 jaar vervroeging riolering apart (setting 9) ......................................... 28 6.6 OPTIMAAL MET GROEIEND BUDGET TOT TOEREIKEND NIVEAU ............................................................................. 29 6.6.1 Integraal (Settting 10) ................................................................................................................... 29 6.6.2 Ingroei ex riolering (Setting 11) ..................................................................................................... 30 6.6.3 Budget ingroei in 5 jaar riolering apart (setting 12) ...................................................................... 31 6.6.4 Budgetingroei vanaf 2027 ex riolering (setting 13) ....................................................................... 32 6.7 SAMENVATTENDE BEVINDINGEN ....................................................................................................................
33 7 ANTWOORD OP DE ONDERZOEKSVRAGEN ............................................................................................. 35 8 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ............................................................................................................ 36 8.1 KERNMERKEN ASSETBASE ............................................................................................................................. 36 8.2 MOGELIJKE VERVANGINGSSTRATEGIEËN .......................................................................................................... 36 8.3 RESULTATEN.............................................................................................................................................. 36 8.4 AANBEVELING............................................................................................................................................ 37 A. GEBRUIKTE BRONNEN EN RESULTATEN .................................................................................................. 39 B. GEVOELIGHEIDSANALYSE ....................................................................................................................... 41
© 2025 AssetResolutions B.V.. Alle informatie in deze publicatie is en blijft eigendom van AssetResolutions B.V. Deze publicatie wordt verstrekt in strikt vertrouwen, en zal noch geheel, noch gedeeltelijk worden verveelvoudigd zonder voorafgaande toestemming van AssetResolutions B.V. Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
2
Samenvatting Gemeente Nijmegen voert het beheer over de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Deze omvatten wegen, civiele kunstwerken (o.a. bruggen, tunnels en viaducten), openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, riolering, water, groen en spelen. De totale jaarlijkse uitgave aan de instandhouding van deze kapitaalgoederen bedraagt momenteel ongeveer € 38 miljoen per jaar 1. De omvang van het beheerde areaal bedraagt een kleine 2,5 miljard euro aan nieuwbouwwaarde en een kleine 1,9 miljard euro aan vervangingswaarde. Dat deze bedragen niet aan elkaar gelijk zijn komt omdat bij een vervanging niet altijd de gehele asset vervangen hoeft te worden. Bij wegen kan bijvoorbeeld het fundament van de weg in het algemeen opnieuw gebruikt worden. Van het momenteel beschikbare budget wordt grofweg de helft besteedt aan het dagelijkse beheer en onderhoud, de andere helft is beschikbaar voor groot onderhoud, renovaties en vervangingen. Gegeven de vervangingswaarde van de assetbase van 1,9 miljard euro komt dat neer op een gemiddelde levensduur van de assets ongeveer 100 jaar. Dit is onrealistisch lang. Domein Wegen Riool Openbare verlichting Pompen en gemalen Civiele kunstwerken Verkeersregelinstallaties Groen Spelen Totaal
Jaarlijkse uitgave Nieuwbouw waarde Vervangingswaarde Beheer en onderhoud k€ 1.336.649 k€ 391.005 k€ 9.780 k€ 639.278 k€ 1.025.275 k€ 1.216 k€ 71.500 k€ 109.000 k€ 2.037 k€ 13.469 k€ 13.469 k€ 163 k€ 147.512 k€ 73.756 k€ 885 k€ 21.400 k€ 21.400 k€ 589 k€ 234.852 k€ 234.852 k€ 4.912 k€ 11.321 k€ 11.321 k€ 246 k€ 2.475.980 k€ 1.880.078 k€ 19.827
Grote delen van het areaal zijn aangelegd in de jaren 60/70/80 van de vorige eeuw en naderen mogelijk het einde van hun economische of zelfs technische levensduur. Dit is zichtbaar in het afnemen van de conditie van de assets en het toenemen van hun faalkans. Om het areaal in stand te houden zullen dan op niet al te lange termijn substantiële delen van het areaal vervangen moeten worden. Er zijn meerdere manieren om deze vervangingsopgave aan te pakken. De hoofdrichtingen zijn hieronder kort samengevat. Variant 0
Naam Reactief
1
Financieel gestuurd
2
Maatschappelijk optimum
Omschrijving In deze variant worden asset pas vervangen als ze echt kapot zijn. Het voordeel is dat de maximale levensduur uit de asset wordt gehaald. Een nadeel is dat een kapotte asset zijn functie niet kan vervullen en er vaak enige tijd zit tussen falen en correctieve vervanging. Correctieve vervangingen zijn ook meestal duurder en slecht voorspelbaar. Assets worden in deze variant vervangen als ze financieel afgeschreven zijn. Het voordeel is dat de boekwaarde van de assetsbase en de afschrijvingen constant en voorspelbaar zijn. Het nadeel is dat de afschrijftermijnen in het algemeen veel korter zijn dan de technische levensduren waardoor dit een heel erg dure strategie is. Bij deze benadering worden assets vervangen als het risico van instandhouding net zo groot wordt als het voordeel van uitstel van de vervanging. Hierbij worden alle maatschappelijke impacts meegewogen, niet alleen de financiële. Het voordeel is dat er een goede balans tussen kosten, prestatie en risico wordt bereikt. Nadeel is dat de waardering van de niet-financiële impacts enige subjectiviteit heeft en dat er dus discussie kan ontstaan over de uitkomsten.
Varianten 1 en 2 repliceren zonder aanvullende randvoorwaarden grotendeels het tempo waarin de assets zijn aangelegd. Bovendien zullen eventuele achterstanden (=assets die eigenlijk al vervangen 1
https://nijmegen.begroting-2023.nl/p53999/openbare-ruimte?q=nota+kapitaalgoederen
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
3
hadden moeten zijn) direct in het eerste jaar opgelost worden. Beide factoren kunnen ervoor zorgen dat de capaciteit van de organisatie (tijdelijk) overvraagd wordt. Om de belasting van de organisatie te beperken (zowel financieel als personeel) kunnen beide varianten gecombineerd worden met een budgetplafond in diverse smaken. Om de vervangingsstrategie te kunnen toepassen op het areaal van de gemeente Nijmegen is de assetbase opgedeeld in een 40-tal assettypen die ongeveer op een vergelijkbare manier verouderen. Per assettype is met de deskundigen van gemeente Nijmegen vastgesteld wat de levensduurverwachting is (zowel een realistisch minimum als het technische maximum) en wat de gevolgen bij falen zijn (meerkosten en maatschappelijke impact). Gecombineerd geeft dit de mogelijkheid een optimale vervangingscyclus te bepalen. Deze optimale vervangingsleeftijd is gevalideerd bij de deskundigen op praktisch realisme. Met de lengte van de optimale vervangingscyclus kan ook een eerste inschatting worden gemaakt van het langjarig gemiddelde budget dat nodig is om dat assettype in stand te houden. In de onderstaande tabel is dat teruggerekend naar de domeinen. Een eerste bevinding is dat het benodigde budget ongeveer 49 M€ per jaar is, beduidend hoger dan het huidige bedrag van 38 miljoen. Domein Wegen Riool OVL P&G CK VRI Groen Spelen Totaal
Vervangingswaarde k€ 391.005 k€ 1.025.275 k€ 109.000 k€ 13.469 k€ 73.756 k€ 21.400 k€ 234.852 k€ 11.321 k€ 1.880.078
Cyclus 55 99 49 34 94 15 38 15 64
Gemiddelde Beheer en Kosten totaal per Herinvestering per jaar onderhoud per jaar jaar k€ 7.146 k€ 9.780 k€ 16.926 k€ 10.358 k€ 1.216 k€ 11.574 k€ 2.246 k€ 2.037 k€ 4.283 k€ 393 k€ 163 k€ 556 k€ 788 k€ 885 k€ 1.673 k€ 1.427 k€ 589 k€ 2.015 k€ 6.217 k€ 4.912 k€ 11.128 k€ 753 k€ 246 k€ 999 k€ 29.327 k€ 19.827 k€ 49.154
Om de budgetbehoefte ook in de tijd te kunnen zetten moet de optimale cyclus nog gecombineerd worden met de leeftijdsopbouw van het areaal. De herinvestering zal immers pas nodig zijn als assets daadwerkelijk hun optimale vervangingsmoment bereiken. Om de verschillende varianten dan weer goed vergelijkbaar te maken worden deze verschillende toekomstige uitgavenpatronen teruggerekend naar een contante waarde. Dit is weergegeven in de onderstaande tabel. Voor de variant afschrijvingen is gewerkt met een afschrijftermijn van de ongestoorde levensduur min 20%, om extreme (en niet realistische) kosten te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de totalen voor de gehele assetbase voor de onderzochte varianten weergegeven, waarbij de separate budgetten voor riolering en de overige assets weer bij elkaar zijn geteld.
Budget aanvang
Budget Einde
NCW financieel M€ 1.266
NCW niet financieel M€ 981
NCW Totaal m.e. M€ 2.248
Conditie tekort M€ 565
Gemiddelde Totaal uitgaven per waardeverlies jaar M€ 2.813 M€ 47,4
M€ 2.299
M€ 66
M€ 2.365
M€ 61
M€ 2.426
M€ 86,0
ID 1
Scenario Referentie
2
Financieel gestuurd op afschrijftermijn
3
Optimaal zonder budget beperking
M€ 1.372
M€ 159
M€ 1.531
M€ 344
M€ 1.875
M€ 51,3
4
Optimaal met budget beperking tot gemiddelde Optimaal met separate budgetten op gemiddelde Optimaal toereikend separate budgetten
M€ 49,1
M€ 49,1
M€ 1.292
M€ 229
M€ 1.520
M€ 386
M€ 1.906
M€ 48,3
M€ 49,1
M€ 49,1
M€ 1.263
M€ 760
M€ 2.023
M€ 537
M€ 2.560
M€ 47,3
M€ 53,5
M€ 53,5
M€ 1.259
M€ 428
M€ 1.687
M€ 482
M€ 2.168
M€ 47,1
Optimaal toereikend separate budgetten bij vervroeging riool Optimaal met budget ingroei in 5 jaar tot gemiddelde Optimaal met budgetingroei 5 jaar separate budgetten Optimaal met vertraagde budgetingroei 5 jaar separate budgetten
M€ 51,2
M€ 51,2
M€ 1.279
M€ 415
M€ 1.694
M€ 471
M€ 2.166
M€ 47,9
M€ 38,0
M€ 49,1
M€ 1.289
M€ 262
M€ 1.551
M€ 398
M€ 1.949
M€ 48,2
M€ 38,0
M€ 54,1
M€ 1.260
M€ 488
M€ 1.748
M€ 494
M€ 2.242
M€ 47,1
M€ 38,0
M€ 54,8
M€ 1.262
M€ 612
M€ 1.873
M€ 515
M€ 2.388
M€ 47,2
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
4
5+6 7+8 7+9 10 11+ 12 12+ 13
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
De meest opvallende conclusie is het financieel niet heel erg veel uitmaakt welke variant gekozen wordt, behoudens dan die waarbij op financiële afschrijving wordt gestuurd. Alle overige assets kosten tussen de 47,1 en 51,2 miljoen euro per jaar. Dit sluit aan bij de geconstateerde gemiddelde behoefte van 49,1 miljoen euro per jaar. De varianten schelen wel duidelijk in de maatschappelijke impact. Over alle varianten heen geldt dat hoe eerder assets vervangen worden hoe kleiner dit maatschappelijke waardeverlies is. De beste variant over alle waarden is variant 3, optimaal zonder budgetbeperking. Deze wordt op de voet gevolgd door variant 4 (optimaal met gemiddeld budget) en variant 10 (optimaal met ingroei over 5 jaar tot het gemiddelde). Het verdient daarom vanuit de totale maatschappelijk impact geredeneerd aanbeveling om zo snel als redelijkerwijs mogelijk het gemiddeld benodigd budget beschikbaar te stellen voor de instandhouding van de assetbase.
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
5
1 Inleiding Gemeente Nijmegen voert het beheer over de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Deze omvatten wegen, civiele kunstwerken (oa bruggen, tunnels en viaducten), openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, riolering, water, groen en spelen. De totale jaarlijkse uitgave aan de instandhouding van deze kapitaalgoederen bedraagt momenteel ongeveer € 38 miljoen per jaar 2. Grote delen van het areaal zijn aangelegd in de jaren 60/70/80 van de vorige eeuw en naderen mogelijk het einde van hun economische of zelfs technische levensduur. Dat zou betekenen dat op niet al te lange termijn substantiële delen van het areaal vervangen moeten gaan worden. Voor deze vervanging is nog geen financiering voorzien. Een complicatie bij het oppakken van de vervangingsopgave is dat nut en noodzaak mogelijk nog niet overal als zodanig ervaren worden. Zolang de kapitaalgoederen nog werken lijkt er immers weinig noodzaak tot actie. Ook wordt de onvolledigheid van data als een probleem ervaren om een planning op te stellen. Daarnaast geldt dat er binnen de gemeente een diversiteit is in de kwaliteit van assetmanagement, het veelgebruikte (en genormeerde) concept om de assetbase ook op lange termijn in stand te houden. Bij de gemeente Nijmegen bestaat de behoefte om meer zicht te krijgen in de omvang van de vervangingsopgave. Hierbij spelen vragen als: 1. 2. 3. 4. 5.
Wat is het beste moment om de kapitaalgoederen te vervangen? Wat betekent dat voor de kosten, prestatie en risico van de asset base als geheel? Is dat uitvoerbaar voor de organisatie? Wat gebeurt er als we de vervangingen in de tijd verschuiven? Welke opties zijn er om zaken te combineren, zowel binnen de opgave als gecombineerd met andere opgaven als klimaatadaptatie en verduurzaming?
Gemeente Nijmegen heeft AssetResolutions gevraagd te ondersteunen bij het beantwoorden van deze vragen. Dit rapport bevat het verslag van het onderzoek naar deze vragen. Het begint met een korte verantwoording: wat voor soort antwoord kan met het rekenmodel gegeven worden, en hoe hebben we ervoor gezorgd dat dit aansluit bij de vraag die leeft. Daarna staan we kort stil bij de assetbase van gemeente Nijmegen, inclusief een eerste orde schatting van de gemiddelde instandhoudingskosten. Het volgend hoofdstuk besteedt aandacht aan de gebruikte principes van de modellering. In hoofdstuk 5 gaan we kort in op de aanvullende informatie die verzameld is. Daarna tonen we in hoofdstuk 6 de resultaten voor diverse scenario’s inclusief een samenvattend overzicht van de bevindingen. In hoofdstuk 7 geven we een kort antwoord op de gestelde onderzoeksvragen. We sluiten af met conclusies en aanbevelingen.
2
https://nijmegen.begroting-2023.nl/p53999/openbare-ruimte?q=nota+kapitaalgoederen
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
6
2 Verantwoording Het opstellen van planningen voor de lange termijn is een vak waarin het meer draait om de grote lijnen dan om de precieze uitkomsten. Elk antwoord is namelijk alleen dan waar indien de bijbehorende aannames over heden en toekomst ook kloppen. Aan deze voorwaarde wordt nooit vooraf met zekerheid voldaan omdat de toekomst fundamenteel onkenbaar is. Veel minder gevoelig voor de precieze aannames zijn de trends in de uitkomsten, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van de prestaties, kosten en risico’s over de jaren heen. Het kan bijvoorbeeld onzeker zijn wanneer een storingsgolf precies zal optreden in een verouderende assetbase, maar dat er een storingsgolf komt is (behoudens extreme aannames) vaak veel minder onzeker.
2.1
Relevante onzekerheden
Het antwoord op de gestelde vraag is afhankelijk van: 1. De gewenste kwaliteiten en kaders. Eigen prognoses zijn vaak gebaseerd op de (impliciete) conditiegerichte kaders die door de beheerders gebruikt worden. Er kunnen echter ook heel andere kaders gehanteerd gaan worden, zoals bijvoorbeeld: – Maximale uitnutting assets – Optimale financierbaarheid – Geoptimaliseerd naar maatschappelijke waarde (risicomatrix) – Minimaal risico – Best uitvoerbaar – Goedkoopste voor de benodigde functionaliteit 2. De voorspelbaarheid van de conditie van de assets / storingen aan de assets – Onzekerheden in huidige staat (conditie, leeftijd) – Onzekerheden in levensduurverwachting 3. De voorspelbaarheid van externe ontwikkelingen – Groei van de asset base – Extra opgaven (bijvoorbeeld energietransitie en klimaatadaptatie) – Inflatie 4. Onzekerheid in de grondslag van de berekeningen – Onduidelijk in kostenopgaven (in/ex btw, in/ex overhead) – Verborgen kosten van de assets
2.2
Gevolgen voor de antwoorden
Om ondanks deze onzekerheden toch een zinvol antwoord te geven hanteren we de volgende aanpak: 1. We geven het totale antwoord zoveel als mogelijk op basis van gevalideerde antwoorden per domein/assettype en sluiten in de kostenberekening aan bij de waarden uit de beheerplannen, benchmarks en andere bronnen. Desondanks is er in de kostenberekening nog steeds een onzekerheid van ±10-20% (bandbreedte dus 20-40%). 2. We werken met de asset base “as is” en vaste kosten. Groei en inflatie nemen we niet mee omdat dat de interpretatie van de resultaten veel moeilijker maakt 3. We tonen de resultaten in gemiddelden per periode van 4 jaar om de illusie van een hogere nauwkeurigheid te vermijden 4. We onderwerpen ons antwoord aan een stresstest en een gevoeligheidsanalyse. 5. We beperken onze bevindingen en conclusies tot zaken die relatief ongevoelig zijn voor de genoemde onzekerheden. Met deze aanpak kunnen we goed de trends, kantelpunten en relatieve verschillen in beeld brengen, inclusief de verklaring. Deze hoofdlijnen blijven namelijk in het algemeen overeind indien bepaalde aspecten van de wereld veranderen.
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
7
3 Assetbase Gemeente Nijmegen 3.1
Overzicht assetbase
De onderstaande tabel bevat de assetbase die voor deze studie is gebruikt. De aantallen voor het overgrote deel gebaseerd op de gegevens zoals vastgelegd in de assetregisters. Per type is een script3 geformuleerd om het aantal reproduceerbaar vast te stellen. Tabel 1: Assetbase in types plus eerste orde inschatting van gemiddelde instandhoudingskosten NR 1 2 3 4 5
Domein Wegen Wegen Wegen Wegen Wegen
Groep Asfalt Asfalt Elementen Overig Overig
6 7 8 9 10 11 12
Wegen Riool Riool Riool Riool Riool Riool
Overig Persleiding Persleiding Persleiding Vrijverval Vrijverval Vrijverval
13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26
Riool OVL OVL OVL OVL OVL OVL OVL OVL OVL P&G P&G P&G P&G
Vrijverval Lichtpunt Lichtpunt Lichtpunt Kabel Kabel Kabel Lichtpunt Lichtpunt Kabel Pompen&gemalen Pompen&gemalen Pompen&gemalen Pompen&gemalen
27 28
CK CK
Verkeer Verkeer
29 30 31 32 33 34 35
CK CK CK VRI Groen Groen Groen
Verkeer Overig Overig Verkeer Bomen Plantsoenen Plantsoenen
36
Groen
Plantsoenen
37 38
Groen Groen
Plantsoenen Plantsoenen
39
Spelen
Toestellen
40
Spelen
Toestellen
41
Spelen
Ondergrond
42 43 44
Spelen Spelen Spelen Totaal
Ondergrond Meubilair Sportplek
Type Hoofdwegen Woonstraten Woonstraten Fietspaden Cementbeton Overige verhardingen Kunststof AC Overig Beton>300 Beton<=300 Gres <=300 Kunststof/overig <=300 Mast_klein Armatuur Lamp GPLK RAVO-G PVC Mast_groot Elektronica Voedingskast Bouwkundig Elektrisch Mechanisch Pomp CK beton (brug, viaduct, tunnel) Stalen brug Ck klein hout (brug, steiger, trap) Geluidsscherm CK klein overig VRI Bomen Gras cultuurlijk Gras ecologisch Beplanting cultuurlijk Beplanting ecologisch Water Houten toestellen Overige toestellen Kunststof ondergrond Overige ondergrond Meubilair Sportplek
Areaal 1.615.399 1.291.400 5.031.382 678.876 40.182
Unit m2 m2 m2 m2 m2
Afschrijf termijn 15 15 15 15 15
Cyclus 39 58 71 45 49
Nieuwbouwwaarde k€ 242.310 k€ 193.710 k€ 754.707 k€ 101.831 k€ 2.009
Vervangingswaarde k€ 80.770 k€ 64.570 k€ 201.255 k€ 33.944 k€ 4.621
Herinvestering k€ 2.071 k€ 1.113 k€ 2.835 k€ 754 k€ 94
Beheer en onderhoud k€ 1.777 k€ 1.421 k€ 5.535 k€ 747 k€ 44
Kosten totaal k€ 3.848 k€ 2.534 k€ 8.369 k€ 1.501 k€ 139
233.783 34.494 1.853 10.287 254.778 476.000 7.745
m2 m m m m m m
15 70 70 70 70 70 70
21 70 72 74 100 98 122
k€ 42.081 k€ 27.595 k€ 1.482 k€ 8.230 k€ 203.822 k€ 285.600 k€ 4.647
k€ 5.845 k€ 41.393 k€ 2.224 k€ 12.344 k€ 305.734 k€ 476.000 k€ 7.745
k€ 278 k€ 591 k€ 31 k€ 167 k€ 3.057 k€ 4.857 k€ 63
k€ 257 k€ 43 k€ 2 k€ 13 k€ 321 k€ 600 k€ 10
k€ 535 k€ 635 k€ 33 k€ 180 k€ 3.378 k€ 5.457 k€ 73
179.836 28.000 40.000 40.000 350.000 100.000 300.000 7.000 40.000 290 275 447 290 235
m # # # m m m # # # # # # #
70 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15
113 42 49 22 78 58 88 45 13 30 56 21 32 14
k€ 107.902 k€ 15.400 k€ 18.000 k€ 4.000 k€ 8.750 k€ 2.500 k€ 7.500 k€ 7.000 k€ 4.000 k€ 4.350 k€ 8.505 k€ 2.400 k€ 1.408 k€ 1.155
k€ 179.836 k€ 15.400 k€ 18.000 k€ 4.000 k€ 26.250 k€ 7.500 k€ 22.500 k€ 7.000 k€ 4.000 k€ 4.350 k€ 8.505 k€ 2.400 k€ 1.408 k€ 1.155
k€ 1.591 k€ 367 k€ 367 k€ 182 k€ 337 k€ 129 k€ 256 k€ 156 k€ 308 k€ 145 k€ 152 k€ 114 k€ 44 k€ 83
k€ 227 k€ 63 k€ 90 k€ 90 k€ 788 k€ 225 k€ 675 k€ 16 k€ 90 k€ 1 k€ 85 k€ 24 k€ 42 k€ 12
k€ 1.818 k€ 430 k€ 457 k€ 272 k€ 1.124 k€ 354 k€ 931 k€ 171 k€ 398 k€ 146 k€ 237 k€ 138 k€ 86 k€ 94
56 54
# #
15 15
112 79
k€ 115.859 k€ 9.885
k€ 57.930 k€ 4.942
k€ 517 k€ 63
k€ 695 k€ 59
k€ 1.212 k€ 122
170 5921 90 107 65809 1910143 3901888
# m # # # m2 m2
15 15 15 15 15 15 15
32 82 129 15 50 30 30
k€ 9.218 k€ 7.158 k€ 5.392 k€ 21.400 k€ 131.618 k€ 12.893 k€ 26.338
k€ 4.609 k€ 3.579 k€ 2.696 k€ 21.400 k€ 131.618 k€ 12.893 k€ 26.338
k€ 144 k€ 44 k€ 21 k€ 1.427 k€ 2.632 k€ 430 k€ 878
k€ 55 k€ 43 k€ 32 k€ 589 k€ 582 k€ 1.280 k€ 234
k€ 199 k€ 87 k€ 53 k€ 2.015 k€ 3.214 k€ 1.710 k€ 1.112
883618
m2
15
20
k€ 31.258
k€ 31.258
k€ 1.563
k€ 1.290
k€ 2.853
2853454 1348276
m2 m2
15 15
54 33
k€ 23.644 k€ 9.101
k€ 23.644 k€ 9.101
k€ 438 k€ 276
k€ 1.027 k€ 499
k€ 1.465 k€ 775
689
#
15
10
k€ 1.378
k€ 1.378
k€ 138
k€ 17
k€ 155
1717
#
15
13
k€ 5.151
k€ 5.151
k€ 396
k€ 43
k€ 439
18977
m2
15
11
k€ 664
k€ 664
k€ 60
k€ 19
k€ 79
45620 801 21863
m2 # m2
15 15 15 19
35 12 37 64
k€ 1.141 k€ 801 k€ 2.186 k€ 2.475.980
k€ 1.141 k€ 801 k€ 2.186 k€ 1.880.078
k€ 33 k€ 67 k€ 59 k€ 29.327
k€ 137 k€ 8 k€ 22 k€ 19.827
k€ 169 k€ 75 k€ 81 k€ 49.154
3
In het algemeen een filterinstelling in een draaitabel over de data, soms een kleine verrijking middels de combinatie van enige velden. Incidenteel zijn ook handmatig subtypes samengevoegd.
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
8
Tabel 2: Assetbase in domeinen plus eerste orde inschatting van gemiddelde instandhoudingskosten Domein Wegen Riool OVL P&G CK VRI Groen Spelen Totaal
Afschrijf termijn 15 70 15 15 15 15 15 15 19
Cyclus 55 99 49 34 94 15 38 15 64
Nieuwbouw VervangingsBeheer en waarde waarde Herinvestering onderhoud Kosten totaal k€ 1.336.649 k€ 391.005 k€ 7.146 k€ 9.780 k€ 16.926 k€ 639.278 k€ 1.025.275 k€ 10.358 k€ 1.216 k€ 11.574 k€ 71.500 k€ 109.000 k€ 2.246 k€ 2.037 k€ 4.283 k€ 13.469 k€ 13.469 k€ 393 k€ 163 k€ 556 k€ 147.512 k€ 73.756 k€ 788 k€ 885 k€ 1.673 k€ 21.400 k€ 21.400 k€ 1.427 k€ 589 k€ 2.015 k€ 234.852 k€ 234.852 k€ 6.217 k€ 4.912 k€ 11.128 k€ 11.321 k€ 11.321 k€ 753 k€ 246 k€ 999 k€ 2.475.980 k€ 1.880.078 k€ 29.327 k€ 19.827 k€ 49.154
De nieuwbouwwaarde van de assetbase die tot nu toe in beeld is gebracht is een kleine 2,5 miljard euro. Dit is het bedrag dat het zou kosten om alle assets tegen de huidige prijzen volledig opnieuw te bouwen. De vervangingswaarde is iets minder dan 1,9 miljard euro. Dit is het bedrag dat het kost om tegen huidige prijzen alle assets te vervangen. Dat dit bedrag lager is dan de nieuwwaarde komt omdat een deel van de asset behouden zal blijven als die vervangen wordt. Denk aan de grond, het fundament en dergelijke. Je hoeft dus niet alles te vervangen. De vervangingswaarde in deze tabel is overigens nog exclusief de sloopkosten. Voor de gemiddelde herinvestering is gewerkt met de vervangingswaarde (het gaat om instandhouding van bestaande voorzieningen) en de gemiddelde lengte van de berekende optimale vervangingscyclus. Let wel, deze cyclus is veel langer dan de afschrijftermijn. Gemiddeld over de hele asset base betreft het 64 jaar optimale cycluslengte ten opzichte van een afschrijvingstermijn van 19 jaar. De kosten voor beheer en onderhoud zijn gebaseerd op het huidige gewenste kwaliteitsbeeld en bedragen een kleine 20 miljoen euro per jaar. In dit bedrag zit ook de vervanging van onderdelen die een kortere cyclus hebben dan de opgegeven totale cyclus. Denk hierbij aan de slijtlaag op asfaltwegen.
De weg als geheel kan mits goed onderhouden tientallen jaren mee, maar de bovenste laag zal elke 10-15 jaar vervangen worden. De opgegeven onderhoudskosten bedragen 0,8% van de nieuwwaarde of 1,6% van de vervangingswaarde. Dit zit onderin de range van 0,5%-3% op basis van nieuwwaarde die binnen asset management vaak gehanteerd wordt.
Eindrapport LTAP 2024 Gemeente Nijmegen
© 2025
WWW.ASSETRESOLUTIONS.NL
9
3.2
Enige bijzondere kenmerken van de assetbase
1. De gemiddelde opgegeven cyclus is ruim 3 keer zo lang als de opgegeven afschrijftermijn. Dit kan een mismatch geven met de boekhoudkundige werkelijkheid 2. De kosten van de assetbase zijn niet evenredig over de typen verdeeld. Een ordening op totale jaarlijkse kosten laat zien dat met 15 assettypen al 85% van de jaarlijkse kosten in beeld is en al 91% van de nieuwbouwwaarde.
Tabel 3: Top 15 assettypen met meer dan 1 miljoen euro aan kosten per jaar NR
Domein
Groep
Type
3 Wegen
Elementen
Woonstraten
11 Riool
Vrijverval
1 Wegen
Asfalt
10 Riool
Vrijverval
33 Groen
Bomen
Areaal
Unit
Afschrijf Nieuwbouw- Vervangings- HerBeheer en Kosten termijn Cyclus waarde waarde investering onderhoud totaal
5.031.382 m2
15
71
k€ 754.707
k€ 201.255
k€ 2.835
Beton<=300
476.000 m
70
98
k€ 285.600
k€ 476.000
Hoofdwegen
1.615.399 m2
15
39
k€ 242.310
k€ 80.770
Beton>300
254.778 m
70
100
k€ 203.822
65809 #
15
50
36 Groen
Bomen Beplanting Plantsoenen cultuurlijk
883618 m2
15
2 Wegen
Asfalt
Woonstraten
1.291.400 m2
15
32 VRI
Verkeer
107 #
13 Riool
Vrijverval
VRI Kunststof/overig <=300
34 Groen
Plantsoenen Gras cultuurlijk
4 Wegen
Overig
37 Groen
Fietspaden Beplanting Plantsoenen ecologisch