CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)_VG02_Toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit) (129/2024)35.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

En dat we veilige en leefbare wijken hebben die aansluiten bij de behoeften van de inwoners.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

53

5.4.8

Sport- en beweegnota 2022

Nijmegen heeft de ambitie dat iedere Nijmegenaar een leven lang met plezier kan sporten en bewegen. We streven naar inclusie, waardoor iedereen naar eigen vermogen mee kan doen. Een drietal uitgangspunten staan centraal: 1. De hardware: de fysieke (sport) infrastructuur werk faciliterend. De hardware bestaat uit de totale fysieke (sport) infrastructuur die voor iedereen toegankelijk is. Dit betekent dat we in Nijmegen streven naar een fysieke basis die op orde is en dit vanuit de gemeente faciliteren en/of hiervoor samenwerken met andere partijen binnen de sport- en beweegsector. Dit vraagt enerzijds om te blijven investeren en faciliteren in duurzame, multifunctionele binnen- en buitensportaccommodaties. Anderzijds vraagt dit om een uitdagende, beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte. Binnensportaccommodaties en buitensportaccommodaties moeten bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn voor iedere inwoner van de stad. We hebben hierbinnen een focus op spreiding, duurzaamheid, multifunctionaliteit en innovatie. De kaders zijn hiervoor vastgelegd in de nota buitensportaccommodatiebeleid (2018-2022) en de nota binnensportaccommodatiebeleid (2021) waarbij uitgangspunt is dat de omvang van het huidige areaal van sportaccommodaties ook in de toekomst minimaal noodzakelijk blijft.

Zoals in het coalitieakkoord opgenomen kijken we ook naar mogelijkheden om sportaccommodatie multifunctioneel in te zetten voor ontmoeting. 2. De software: het inclusief sport- en beweegaanbod Naast een sterke sport- en beweeginfrastructuur is de sportstimulering- en activering minstens net zo belangrijk. Gezamenlijk met onze partners oriënteren we ons op succesvolle (erkende) sport- en beweeginterventies en sportstimuleringsactiviteiten die aansluiting vinden bij de wensen en behoeften van het individu en de sportaanbieders. Daarnaast is begeleiding, coaching, communicatie en voorlichting net zo belangrijk om te enthousiasmeren en motiveren. 3. De orgware: het proces om te komen tot succes. We hebben te maken met een veelzijdig en complex netwerk. We gaan door met het verder versterken van de samenwerking. Dat wil zeggen dat we de aanwezige orgware (zoals buurtbewoners, (informele) sportaanbieders, kinderopvang en het onderwijs, welzijnswerk, kenniscentra, de buurtsportcoach en projectontwikkelaars) meer effectief willen inzetten en benutten. Uiteindelijk met als doel om ervoor te zorgen dat het potentiéle sport- en beweeggedrag gemaximaliseerd kan worden. Als basis hanteren we hiervoor de wijkgerichte benadering.

5.4.9

Nijmegen Goed op Weg

In de nota 'Nijmegen goed op weg' heeft Nijmegen haar ambities voor mobiliteit voor de periode 2019 tot 2030 vastgelegd. Deze nota is vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van 25 september 2019. Regionale samenwerking is hierbij essentieel om de bereikbaarheid van Nijmegen en van de regio Arnhem Nijmegen te verbeteren. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat we regionaal, nationaal en internationaal bereikbaar blijven. Daarom wordt intensief samengewerkt met regio, provincie en rijk. De verwachting is dat het aantal inwoners van Nijmegen fors blijft groeien. Ook het aantal banen zal meegroeien, naar verwachting met 10.000 extra banen de komende 10 jaar. Extra mensen betekent ook extra verplaatsingen. Extra verplaatsingen betekent extra druk op de soms toch al volle bestaande wegen, fietspaden, bussen en treinen. Dit betekent niet alleen dat - zonder extra maatregelen - de bereikbaarheid van Nijmegen onder druk komt te staan, maar ook dat we steeds meer de negatieve kanten van de mobiliteit gaan ervaren, denk aan geluidshinder, slechte luchtkwaliteit of verkeersonveiligheid. De ruimtelijke opgaven van

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Nijmegen hierbij zijn dat de stad aantrekkelijk, duurzaam, economisch veerkrachtig en sociaal en gezond wil zijn. De ruimtelijke mogelijkheden in de stad om de mobiliteitsgroei te faciliteren zijn echter beperkt. Waar in het verleden vooral werd gewerkt aan uitbreiden van de infrastructuur ligt het accent nu meer op het efficiënter benutten van de bestaande infrastructuur. In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg wordt hierbij de verkeersveiligheid benoemd als randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in de stad. De gemeente Nijmegen richt zich de komende jaren op het slimmer en doeltreffender gebruiken van bestaande verkeersnetwerken. Om de groei van de stad te faciliteren wordt ingezet op de meest duurzame en ruimte-efficiënte vervoermiddelen: lopen, fiets en OV. Ze wil het gebruik van deelauto's stimuleren en de fiets voor korte afstanden. Ook is er meer aandacht voor voetgangers en wordt nieuwe technologie gebruikt om het verkeer zo slim mogelijk door of om de stad te leiden. Er komt extra aandacht voor duurzaam vervoer, verkeersveiligheid en mobiliteitsknooppunten. Langzaam verkeer We gaan uit van het principe, waarbij we bij ontwikkelingen in de stad eerst kijken naar voetgangers (stappers) en fietsers (Trappers) en dan OV, deelmobiliteit en dan de auto.

Als stad werken we samen in de City Deal Ruimte voor Lopen, waar we samen met andere gemeenten de aandacht voor voetgangers en het belang van goede inrichting in de stad willen verhogen. Voor de gemeente Nijmegen zal dit onder andere resulteren in een loopagenda met concrete acties rondom in ieder geval OV knooppunten en binnenstad. Nijmegen is een fietsstad bij uitstek. De afgelopen jaren is veel aandacht besteed aan de fiets. Er zijn verschillende regionale en lokale (snelle) fietsroutes aangelegd en het aantal stallingen in de binnenstad is uitgebreid. We zien dat het fietsgebruik binnen de gemeente Nijmegen mede door het ingezette beleid is toegenomen. Deze lijn willen we behouden en uitbreiden. Daarnaast zien we een toename van de typen fietsen: e-bikes, speedpedelecs, krat- en bakfietsen zorgen voor meer diversiteit op het fietspad. Binnen het samenwerkingsverband van ambitieuze fietssteden (F10) hebben we de ambitie uitgesproken om het fietsgebruik met 20% te laten groeien (in de periode 2017 - 2027). Om de groei te faciliteren zal er niet alleen aandacht zijn voor de uitbreiding van het fietsnetwerk maar ook voor de kwaliteit en breedte van de huidige fietsroutes. In regionaal verband is een fietsvisie opgesteld. In deze fietsvisie wordt aangegeven welke nieuwe netwerken wenselijk zijn.

Ook staat beschreven waar kansen liggen voor optimalisatie van huidige routes of aantakking op andere routes of overstappunten. Tot slot faciliteren we extra fietsparkeervoorzieningen, bijvoorbeeld door het creëren van stallingsruimte voor fietsen binnen parkeergarage Kelfkensbos. Naast infrastructurele aanpassingen wordt er vanuit de fietsvisie gewerkt aan een aanvullende gedragsaanpak om fietsgebruik te stimuleren maar ook om de verkeersveiligheid en het fietscomfort te vergroten. Gegeven de groei van het fietsverkeer en de steeds grotere diversiteit in typen fietsen wordt het steeds wenselijker om de breedte van fietspaden daarop aan te passen. In lijn met het verkeersbeleid en het streven naar een duurzame stad is het daarom wenselijk om planologisch mogelijk te maken dat de smalle fietspaden langs de Stationsstraat (op termijn) worden verbreed. Openbaar vervoer De provincie Gelderland is opdrachtgever van het openbaar vervoer. De regio Arnhem en Nijmegen is continu met de provincie in overleg om tot een optimaal busnetwerk te komen. Op het gebied van openbaar vervoer heeft de gemeente in 2019 het 'Toekomstbeeld stedelijk

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

55

openbaar vervoer Arnhem en Nijmegen' vastgesteld. Belangrijke uitgangspunten hierin zijn: Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV); HOV – corridors tussen het Centraal Station Nijmegen en de omliggende kernen en tussen het Centraal Station Nijmegen en Heyendaal. HOV-lijnen zijn gestrekte routes en zijn meer gericht op verbinden dan op ontsluiten. HOV bussen rijden frequent (minimaal zes keer per uur in de stad in de spits), hebben betrouwbare snelle reistijden en goede haltevoorzieningen. Door Nijmegen zijn acht HOV-lijnen voorzien, die verder worden uitgewerkt door de provincie Gelderland. Goede verbinding station en centrum; Elke wijk rechtstreeks met het station en/of centrum verbinden met een frequentie van minimaal twee keer per uur. Flexibel OV systeem; flexibele OV systemen als aanvulling op en eventueel als vervanging van bussen als het aantal reizigers te laag is voor regulier OV. De bovenstaande uitgangspunten verbeteren de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het busvervoer in onze stad, met als gevolg meer busreizigers. Dit draagt bij aan onze vier grote opgaven (aantrekkelijke stad, duurzame stad, sociale en gezonde stad, economisch veerkrachtige stad). Vanuit het thema sociale stad wordt tevens gekeken of flexibel openbaar vervoer, binnen bepaalde wijken of voor bepaalde doelgroepen een aanvulling kan zijn op het bestaande vervoersaanbod.

Expeditieverkeer De groeiende stroom aan logistieke voertuigen zorgt voor drukke straten en voor luchtvervuiling. Om de luchtkwaliteit te verbeteren wordt gestreefd naar verschoning van het goederen vervoer zowel over de weg als over het water. Parkeren Het parkeerbeleid is ondersteunend aan de visie op mobiliteit. Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning binnen het plangebied wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren 2022“ , vastgesteld 8 april 2022. In het parkeerbeleid wordt nadere invulling gegeven aan de ambities uit de Omgevingsvisie en Ambitiedocument. Zo worden bij de ontwikkeling van objecten lagere parkeernormen en ritgeneratie voor de auto gehanteerd, ten opzichte van die uit de geldende gemiddelde CROW-richtlijn. Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk” heeft. Conclusie Op basis van de nota Nijmegen Goed op Weg zal er in en rond het plangebied ingezet worden op het versterken van de infrastructuur en verbindingen (auto, fiets, OV) om toekomstige groei van verkeersstromen in goede banen te leiden. Tevens moet dit een stimulans zijn voor het plangebied, dat is aangeduid als belangrijk groot werkgelegenheidsgebied.

In de plannen van het gebied van het bedrijventerrein en zijn omgeving wordt de infrastructuur aangepakt, zo ook voor het langzaam verkeer. In het bestemmingsplangebied zullen langzaamverkeerroutes mogelijk worden gemaakt en kunnen deze ook (op termijn) verbreed worden.

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

5.4.10 Erfgoedstrategie Nijmegen 2020 Op 23 september 2020 stelde de gemeente Nijmegen de 'Erfgoedstrategie Nijmegen 2020' vast. De Erfgoedstrategie gaat over zowel bovengronds als ondergronds erfgoed (cultuurhistorie en archeologie). De Erfgoedstrategie legt het accent op bescherming en instandhouding, en op kennis en inspiratie. De gemeente Nijmegen wil de identiteit en eigenheid van de stad zo veel mogelijk behouden en versterken. Cultureel erfgoed draagt hier in grote mate aan bij, of het nu gaat om een gebiedsontwikkeling zoals bijvoorbeeld het Waalfront of het Valkhofkwartier of om het beleefbaar maken van het UNESCO Werelderfgoed van de Limes. Het laat zien dat de geschiedenis leeft in Nijmegen. De gemeente Nijmegen zet in op een drietal opgaven: Een betere instandhouding en bescherming van ons erfgoed; Een krachtiger publieksbereik; Profilering als oudste stad in het algemeen en het beleefbaar maken van de Romeinse Limes in het bijzonder. In paragraaf 6.10 van deze toelichting is nader ingegaan op archeologie en in paragraaf 6.11 op cultuurhistorie.

5.4.11 Uitvoeringsagenda Duurzaamheid 2019 Nijmegen heeft de ambitie om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen. In paragraaf 6.18 van deze toelichting is nader ingegaan op klimaatadaptatie en energie.

5.4.12 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het gemeentelijk beleid, maar vormt een nadere invulling van dat beleid. Als een gemixt woon-werkgebied speelt Nijmegen in op de beleidsambities voor werken en bedrijvigheid. Inwoners, studenten en bedrijven bevinden zich in hetzelfde gebied. Dit is bevorderend voor de leefbaarheid en veerkrachtigheid van het gebied (diverse activiteiten in een gebied). Bovendien kan met deze mix de verbinding tussen de doelgroepen worden aangegaan, om zo de economische identiteit (met name health & high-tech) van de regio kunnen versterken. Er wordt daarnaast met het voornemen tegemoet gekomen aan de behoefte aan een aantrekkelijk voorzieningenpakket voor zowel bewoners als de andere doelgroepen in het gebied (werknemers). Voorzieningen moeten goed bereikbaar zijn voor hen, en moeten passen bij hun behoefte. Door voldoende voorzieningen in het gebied te realiseren, en hierbij in te spelen op de behoefte vanuit inwoners en werknemers, wordt Winkelsteeg een aantrekkelijke, leefbare en gezonde wijk om in te wonen en werken.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

57

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Hoofdstuk 6

Sectorale aspecten

6.1

Milieueffectrapportage (MER)

6.1.1

Procedure

Om de ontwikkeling Winkelsteeg mogelijk te maken wordt een m.e.r.-procedure doorlopen. Zo kan milieu een volwaardige plaats krijgen binnen de toekomstige bestuurlijke besluitvorming (bestemmingsplanwijzigingen). Op 25 januari 2022 is de 'Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Winkelsteeg' (NRD), met onderzoeksopzet voor het MER, door het college vastgesteld. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Begin februari 2022 is ook een webinar georganiseerd. Er zijn 13 reacties binnengekomen: van 5 bedrijven, instellingen en bewoners en van 8 (bestuurs)organen. De raad is in de gelegenheid gesteld om via een wensen- en bedenkingen procedure te reageren. Op 31 mei 2022 heeft het college de reactienota NRD, met beantwoording van de reacties, en een brief aan de raad, waarbij is ingegaan op de twee aangenomen wensen van raad, vastgesteld. Het was niet nodig om de onderzoeksopzet in de NRD voor het MER hierop aan te passen en/of aan te vullen. Het MER voor gebiedsontwikkeling Winkelsteeg wordt nu tegelijkertijd met het eerste ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Het voorliggend bestemmingsplan is het eerste bestemmingsplan waarin (een gedeelte van) de gebiedsontwikkeling mogelijk wordt gemaakt; zodoende wordt gelijktijdig met deze bestemmingsplanprocedure een m.e.r.-procedure doorlopen.

Het MER is als bijlage toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan en bestaat uit twee delen (zie paragraaf 6.1.2). Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op de MER. Daarnaast wordt de Commissie m.e.r. om advies gevraagd.

6.1.2

Opbouw MER Winkelsteeg

Het eerste deel van het MER is het hoofdrapport. Dit geeft een overzicht van de gebiedsontwikkeling, de kenmerken van het plan- en studiegebied en een samenvatting van de beschreven effecten. Niet alleen de werkwijze, maar ook de belangrijkste uitgangspunten en resultaten van de effectbeschrijving zijn in dit document beschreven. Deel 1 van het MER is toegevoegd als Bijlage 32 bij de toelichting. Voorafgaand aan het hoofdrapport is een samenvatting gegeven. In het tweede deel van het MER worden beleid, wet- en regelgeving en de onderzoeken naar de verschillende milieueffecten in detail beschreven en beoordeeld. Het Onderzoeksrapport bevat een uitgebreide beschrijving van alle onderzoeken die zijn uitgevoerd. Deel 2 van het MER is toegevoegd als Bijlage 33 bij de toelichting.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

59

6.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering moet worden gezien als het instrument wat het mogelijk maakt om enerzijds hinder en gevaar voor alle betrokkenen te voorkomen en waarmee het anderzijds ook voor overige bedrijvigheid mogelijk wordt gemaakt om zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen en zich te ontwikkelen. Een milieuzone rondom bedrijvigheid is daarmee in eerste instantie bepalend om de ruimtevraag, die nodig is voor optimale ontwikkeling van verschillende functies te kunnen bepalen. Bij zorgvuldige milieuzonering tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies kan gebruik worden gemaakt van twee verschillende principes. Bij de toepassing van het principe van functiescheiding wordt voldoende ruimtelijke scheiding aangebracht tussen gevoelige functies en milieubelastende functies om overlast zo veel mogelijk te beperken. Bij de toepassing van het principe van functiemenging wordt gebruik gemaakt om een met een gevarieerde mix aan functies een levendige stedelijke omgeving te creëren. Voor het voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van beide principes. In de deelgebieden waar nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, kunnen zich verschillende functies vestigen.

In Stationsomgeving worden bedrijven, maatschappelijke voorzieningen, consumentverzorgende dienstverlening, cultuur en ontspanning en woningen gerealiseerd in een hoge dichtheid om zo een levendige stedelijke omgeving te creëren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het principe functiemenging. Anderzijds wordt gebruik gemaakt van functiescheiding om de (relatief grotere) bedrijven op het bedrijventerrein rondom het plangebied ruimtelijk te scheiden van de stedelijke woon-werkomgeving. Omdat verschillende principes worden toegepast is het ook belangrijk om onderscheid te maken in het type bedrijven dat wordt toegestaan. Binnen de stedelijke gemengde omgeving worden bedrijven toegestaan die passen in een gebied waar ook wonen mogelijk is. Op het bedrijventerrein worden bedrijven van een ander type toegestaan, waarvoor het principe van functiescheiding passender is. In de hierna volgende paragrafen wordt de toepassing van de principes functiescheiding en functiemenging behandeld in relatie tot het voorliggend bestemmingsplan.

6.2.1

Toepassing van functiescheiding

Het principe van functiescheiding wordt in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen in Stationsomgeving Goffert toegepast voor de bestaande bedrijvigheid rondom de nieuwe ontwikkelingen. Het bestaande bedrijventerrein en de bedrijfsfuncties rondom Noviotech Campus worden ruimtelijk en functioneel gescheiden van de voorgenomen ontwikkelingen om ter plekke van de nieuwe stadsontwikkeling een goed woon- en leefklimaat te borgen en om de bestaande bedrijven niet te belemmeren in hun bedrijfsvoering. Een zorgvuldige functiescheiding tussen de bedrijfsfuncties en de nieuwe stadsontwikkeling wordt enerzijds geborgd door de planologische milieucategorie van het bestaande bedrijventerrein gedeeltelijk te verlagen en anderzijds door de ontwikkeling zodanig te positioneren dat voldoende afstand wordt gehouden tot de bestaande bedrijven. Om te bepalen of sprake is van voldoende functiescheiding is zoals gebruikelijk gebruik gemaakt van de richtafstanden van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG). In de handreiking ‘Milieuzonering en bedrijven’ van de VNG is een tabel opgenomen met de richtafstanden per milieucategorie voor het omgevingstype rustige woonwijk (en rustig buitengebied). In diezelfde handreiking staat vermeld dat de richtafstand kan worden verkleind met één afstandsstap als de omgeving wordt aangemerkt als gemengd gebied.

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Een rustige woonwijk is een gebied waar bedrijfsmatige functies en infrastructuur grotendeels ontbreken. Gebieden met veel verschillende functies en gebieden die direct langs hoofdinfrastructuur liggen worden tot het omgevingstype gemengd gebied gerekend. Stationsomgeving Goffert kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied met veel bedrijvigheid en hoofdinfrastructuur. Aangezien sprake is van veel activiteiten binnen een relatief klein gebied, kunnen de richtafstanden die horen bij het omgevingstype rustige woonwijk in de voorliggende situatie met één afstandsmaat worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Op de navolgende afbeelding zijn de milieugevoelige functies 'Gemengd', 'Maatschappelijk' en 'Wonen' weergegeven. Daarnaast zijn de milieubelastende functies binnen het plangebied weergegeven met de daarbij bijbehorende richtafstanden voor gemengd gebied. Een grotere versie van de kaart is toegevoegd als Bijlage 6 bij de toelichting. Voor de bedrijven binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg Stationsomgeving Goffert' wordt inwaarts gezoneerd. Daarbij wordt uitgegaan van functiescheiding gemeten vanaf de bestaande milieugevoelige functies (o.a.

woningen Neerbosch-Oost), vanaf de nieuwe milieugevoelige functies die mogelijk worden gemaakt met het voorliggend bestemmingsplan en vanaf de toekomstige milieugevoelige functies die worden gerealiseerd in de volgende fases van de gebiedsontwikkeling Winkelsteeg, gebaseerd op de vastgestelde Ontwikkelvisie Winkelsteeg 2035. Voor de toekomstige milieugevoelige functies is inwaarts gezoneerd vanuit de ontwikkelvelden die de gemeente Nijmegen in de grondexploitatie heeft opgenomen. Vooruitlopend op de ontwikkeling van deze deelgebieden wordt ook vanuit deze gebieden inwaarts gezoneerd op het bedrijventerrein. Om de inwaartse zonering te regelen in het bestemmingsplan wordt in het voorliggend bestemmingsplan de maximale milieucategorie partieel herzien. Er is sprake van voldoende functiescheiding ten opzichte van bedrijven buiten het plangebied. Ten zuiden van de Nieuwe Dukenburgseweg ligt een gedeelte van de nieuwe milieugevoelige functies binnen de richtafstand van de naastgelegen sport-/recreatiebedrijven. Ter plekke van de nieuwe ontwikkelingen wordt gebouwd conform het principe van functiemenging, waarbij milieubelastende functies van het type A en B kunnen worden gerealiseerd direct naast woningen.

De betreffende sport-/recreatiebedrijven kunnen eveneens worden gekenmerkt als bedrijven in deze categorieën, waardoor deze bedrijven met de voorgenomen ontwikkeling niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

61

Kaart: Inwaartse milieuzonering op het bedrijventerrrein Winkelsteeg Noord Voor bestaande bedrijven is in beeld gebracht of de nieuwe ontwikkeling van milieugevoelige functies ligt. Voor de volledigheid is in de tabel hierna voor relevante bedrijven met milieucategorie 3.1 en hoger de richtafstand weergegeven en beoordeeld of de richtafstand wordt gehaald. Zoals volgt uit de tabel wordt voor de meeste bedrijven de bijbehorende richtafstand gehaald. In drie gevallen wordt de richtafstand niet direct gehaald. Van de richtafstand kan echter gemotiveerd worden afgeweken. De betreffende bedrijven worden hierna individueel behandeld. Bedrijven milieucategorie 3.1 en hoger Winkelsteeg Nr Bedrijf

Milieucatego Max. Max. rie bedrijf in planologische planologische kwestie milieucategorie milieucategorie voorliggend BSP huidig

Richtafst Richt-afst and and tot gehaald? 'gemengd

gebied' (m) 1 Bedrijven ten noorden van Nieuwe Dukenburgseweg (m.u.v. bedrijven ten noorden St. Teunismolenweg) 1.1 Ampleon 3.1 4.2 H&H 3.1 30 Ja Netherlands 1.2 Shell station 3.1 (met lpg) 2 +benzineservi 2 +benzineservice 30 Nee Neerbosschew cest. st. 10 (circa 28 eg 2 zonder met lpg (zonder lpg) m) (lpg) Ja

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

1.3 NXP 4.1 4.2 Vergunde 100 Semiconductor activiteiten NXP s Netherlands + 4.1, 3.2, 3.1 1.4 Lincoln 3.2 4.2 n.v.t. 50 Smitweld 1.5 Plaza Foods 3.2 4.2 n.v.t. 50 2 Bedrijven ten zuiden van Nieuwe Dukenburgseweg 2.1 Crematorium 3.2 3.2 n.v.t. 50 en Begraafplaaats 2.2 Brandweer 3.1 3.2 n.v.t. 30 Nijmegen, Post West 2.3 Jan Massinkhal 3.1 3.2 in 30 functiemengingsge bied 2.4 Natuursteenbe 3.2 3.2 n.v.t. 50 drijf G. van Leeuwe 2.5 50 kV 3.1 3.2 n.v.t. 30 Onderstation (Liandon) 3 Bedrijven ten noorden van St. Teunismolenweg 3.1 Antargaz 4.2 4.2 n.v.t. 200 3.2 EN Motoren 4.1 4.2 n.v.t. 100 Nijmegen 3.3 Kendall 3.2 4.2 n.v.t. 50 Motoroil Novoil 3.4 Gelder 3.2 4.2 n.v.t. 50 Autoschade Nijmegen 3.5 Cryo-gas 3.2 4.2 n.v.t. 50 Nederland 3.6 Huisdieren 3.2 4.2 n.v.t. 50 Crematorium Amadeus

Nee (circa 50 m) Ja Ja Ja

Ja

Nee (0 m) Ja

Ja

Ja Ja Ja Ja

Ja Ja

NXP Semiconductors NXP Semiconductors is niet zonder meer eenvoudig in te delen bij één van de milieucategorieën uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Uitgaande van Bijlage 1 bij de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) sluiten de activiteiten van NXP het best aan bij hoofdgroep 26 (Het vervaardigen van elektrische apparaten en benodigdheden), meer concreet SBI-code 271, 273: “Schakel- en installatiemateriaalfabrieken”. Het gaat dan om milieucategorie 4.1. Op basis van de opslag van gevaarlijke stoffen zou NXP mogelijk zelfs ingedeeld moeten worden als categorie 5.2-inrichting. Omdat NXP niet zonder meer eenvoudig is in te delen, zijn voor NXP de relevante milieueffecten afzonderlijk beschouwd en is een specifieke regeling (maatbestemming) opgenomen. In de planregels is opgenomen dat de vergunde bedrijfsactiviteiten van NXP zijn toegelaten, door een specifieke aanduiding hiervoor op te nemen. De gronden krijgen op de verbeelding de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - vervaardiging van halfgeleiders'. Ter

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

63

plaatse worden de gronden bestemd voor 'het ontwikkelingen van transitoren, diodes en geïntegreerde schakelingen' en de daarvoor benodigde voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen met het oog op een ononderbroken energievoorziening. Daarnaast is binnen het terrein een onderverdeling van milieucategorieën gemaakt. De milieucategorieën zijn niet bepalend voor NXP, maar uitsluitend voor eventuele andere bedrijfsactiviteiten, die niet passen binnen de functieomschrijving die behoort bij de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - vervaardiging van halfgeleiders'. Geluid: NXP is aan te merken als een zogenaamde grote lawaaimaker vanwege het vergunde thermische- en elektrisch vermogen. NXP heeft een milieuvergunning waarbij de vergunde activiteiten zijn opgenomen in het geluidzonebeheermodel voor het geluidgezoneerd industrieterrein. De geluidbelastende activiteiten van NXP kunnen niet leiden tot een grotere geluiduitstraling dan op basis van de geluidzone is toegestaan. Daarmee is de geluidruimte van NXP vastgelegd in het bestemmingsplan. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 6.3 Geluid. Gevaar: NXP is een Bevi-inrichting, waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en worden toegepast in de bedrijfsvoering. In paragraaf 6.6 Externe veiligheid is toegelicht dat de risico's voor de omgeving beperkt zijn.

In paragraaf 6.6.1.2 zijn onder andere het groepsrisico en het plaatsgebonden risico van NXP toegelicht. Het groepsrisico is verwaarloosbaar klein. Op basis van de huidige vergunning van NXP zijn de plaatsgebonden risicocontouren (PR-contouren) bepaald en kan worden geconcludeerd dat deze contouren niet over de gebieden liggen waar in het voorliggend bestemmingsplan nieuwe (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten kunnen worden opgericht. Voor de huidige vergunde bedrijfssituatie van NXP kan voor het aspect gevaar worden gesteld dat sprake is van voldoende functiescheiding tussen de nieuwe woon-werkgebieden en de bedrijfslocatie. Om ook in de toekomst voldoende functiescheiding te borgen tussen woon-werkgebieden en het bestaande Bevi-bedrijf NXP is in artikel 4.1 van het voorliggend bestemmingsplan een nieuwe bepaling opgenomen voor bestaande Bevi-bedrijven, die partieel wordt toegevoegd aan de geldende bestemmingsplanregels. NXP heeft als bestaand Bevi-bedrijf de mogelijkheid om de risicovolle activiteiten te verplaatsen binnen de inrichting. De regel maakt het mogelijk dat de plaats van de risicovolle activiteit kan worden gewijzigd, zo lang de PR-contour binnen de grens van de inrichting blijft.

Op die manier behoud NXP flexibiliteit binnen de inrichting en is ook in de toekomst voldoende functiescheiding gewaarborgd tussen de woon-werkomgeving en risicovolle activiteiten van het Bevi-bedrijf NXP. Er is daarnaast in artikel 4.1 de reeds geldende planregel overgenomen, die de vestiging van nieuwe Bevi-bedrijven uitsluit. Met deze regel is de oprichting van nieuwe bedrijven met risicovolle activiteiten uitgesloten. NXP is een bestaand Bevi-bedrijf, waardoor deze planregel niet van toepassing is voor NXP. Shell Het Shell-station is nog slechts een categorie 2-bedrijf, nu geen LPG meer is toegestaan. De bijbehorende richtafstand van 10 meter wordt gehaald. De LPG-installatie was al enige tijd geleden door Shell verwijderd. De LPG-omgevingsvergunning milieu is inmiddels ook onherroepelijk ingetrokken. Jan Massinkhal De Jan Massinkhal is in de huidige situatie een sporthal met de mogelijkheid om evenementen te organiseren. Hiervoor geldt in beginsel een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. In het voorliggend bestemmingsplan worden op 0 meter afstand woningen gerealiseerd. De Jan Massinkhal wordt in de plannen vervangen door een nieuwe hal en wordt daarbij herbestemd als gemengd gebied waar sprake is van functiemenging. De regels voor functiemenging zijn van toepassing voor de nieuwe Jan Massinkhal. De evenementenhal moet voldoen aan het

64

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Activiteitenbesluit en komt in een omgeving te liggen met veel nieuwe woningen en andere milieugevoelige functies. De bestaande Jan Massinkhal wordt echter niet direct afgebroken en blijft onder het overgangsrecht nog aanwezig. Om te borgen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening is voor geluid een specifieke regeling opgenomen. In paragraaf 6.3.2.2 wordt verder ingegaan op het aspect industrielawaai. Het aspect milieuzonering hoeft niet nader te worden beschouwd.

6.2.2

Toepassing van functiemenging

Het begrip gebied met functiemenging wordt gebruikt om een gebied aan te duiden waar men te maken heeft met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd of waar men een grote levendigheid tot stand wil brengen. Belangrijk is dat de functies in dat gebied tenminste in enige mate elkaar moeten afwisselen. Dus niet bijvoorbeeld alleen aan de randen van dat gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG Handreiking Bedrijven en Milieuzonering zijn in dat geval niet toepasbaar. In bijlage 4 van de handreiking worden drie milieucategorieën (A, B en C) toegekend. Het gaat daarbij in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. Het betreft onder andere kleinschalige, ambachtelijke bedrijvigheid, productieen/of laad- en loswerkzaamheden die alleen in de dagperiode plaatsvinden en activiteiten die hoofdzakelijk inpandig plaatsvinden. De categorieën zijn als volgt ingedeeld: Categorie A Bedrijfsactiviteiten die zodanig weinig milieubelastend zijn dat deze direct naast of beneden woningen zijn toegestaan. De eisen uit het Bouwbesluit zijn toereikend. Categorie B Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies.

Categorie C Activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is. Toepassing binnen Stationsomgeving In Stationsomgeving Goffert wordt functiemenging toegepast voor de gebieden waar nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden gerealiseerd. Door functiemenging toe te passen wordt rondom het station een levendige stedelijke omgeving gecreëerd. Op de navolgende kaart is weergegeven voor welke gronden functiemenging wordt toegepast. Het betreft alle bouwvlakken binnen de gronden met bestemming 'Gemengd - 1'. In elk van deze deelgebieden worden functies in de categorieën A en B toegestaan. Ten noorden van het spoor worden ook functies in categorie C toegestaan. Voor de overige gebieden binnen het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van het principe functiescheiding. Functiemenging wordt toegepast voor alle bedrijvigheid en voorzieningen die worden beoogd binnen de bestemming 'Gemengd - 1'. Voor de vestiging van bedrijvigheid, consumentverzorgende dienstverlening en cultuur & ontspanning geldt dat de functies zijn toegestaan voor zover deze zijn opgenomen in de Staat van Bedrijvigheid in Bijlage 2 bij de regels. De maatschappelijke voorzieningen kunnen zowel milieugevoelige als milieuveroorzakende functies zijn.

Voor zover het maatschappelijke voorzieningen met milieueffecten, dient te worden geconformeerd aan maximaal toegestane categorie uit de Staat van Bedrijvigheid. Voor zover het maatschappelijke voorzieningen betreft die milieugevoelig zijn dient sprake te zijn van voldoende scheiding ten opzichte van overige

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

65

functies uit de Staat van Bedrijvigheid. Naast de regels voor functiemenging gelden voor horeca aanvullende regels, conform de Staat van horeca-activiteiten, die als Bijlage 3 onderdeel uitmaakt van de regels. De nieuwe stedelijke functies ten noorden en ten zuiden van het NS-station worden via de Graafseweg ontsloten voor gemotoriseerd verkeer. Activiteiten met een relatief grote verkeersaantrekkende werking (categorie C) worden daarom uitsluitend toegestaan ten noorden van het station in de nabijheid van de nieuwe aansluiting op de Graafseweg.

Deelgebieden waarvoor gebruik wordt gemaakt van functiemenging Flexibiliteit De Staat van Bedrijven voor functiemenging blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten. De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de Staat van Bedrijven voor functiemenging is verondersteld. In artikel 6.5 van de regels is daarom bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Om te kunnen afwijken moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de Staat van Bedrijven voor functiemenging niet zijn vermeld, maar die qua aard en invloed

66

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan. Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het college van burgemeester en wethouders kan afwijken en vestiging van een dergelijk bedrijf kan toestaan. Om te kunnen afwijken moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven.

6.3

Geluid

6.3.1

Toetsingskader

In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) worden grenzen gesteld aan de geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Het gaat daarbij om de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door verkeer (weg en rail) en industrie. Voor deze geluidsbronnen gelden verschillende voorkeurswaarden die alleen onder voorwaarden mogen worden overschreden. Geluidsbelastingen boven de voorkeurswaarden moeten met een besluit Hogere Waarden worden vastgelegd. In de gemeentelijke Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013 is vastgelegd onder welke voorwaarden geluidsbelastingen boven de voorkeurswaarden zijn toegestaan. Uitgangspunten Omgevingsvisie: We voorkomen veiligheids- en gezondheidsrisico's. Daarom willen we een leefbare, veilige en schone stad met aandacht voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geluid en de gevolgen van klimaatverandering (hitte).

6.3.2

Planvoornemen

In het plangebied worden nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De voorkeursgrenswaarden worden overschreden. Omdat het bestemmingsplan globaal van opzet is en er nog geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan is, wordt voor de nieuw te bouwen gevoelige functies de maximale geluidsbelasting op de randen van de bouwvlakken vastgelegd. Dit gebeurt via een besluit Hogere Waarde. In de planregels is opgenomen dat omgevingsvergunningaanvragen voor bouwen moeten worden getoetst aan het hogere waardenbesluit en de daaraan verbonden voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat, als de geluidsbelasting van een nieuwe woning groter is dan 53 dB wegverkeer en/of 58 dB railverkeer, dan moet ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde liggen. Een andere voorwaarde is dat bij de omgevingsvergunning met een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de geluidwering van de gevel voldoende is om het vereiste binnenniveau te halen.

6.3.2.1

Verkeerslawaai (weg en rail)

Het plan maakt een nieuwe stedelijke woonomgeving mogelijk in een gebied waar meerdere hoofd- ontsluitingswegen liggen. De hoofdwegenstructuur wordt aangepast ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Om de effecten van (spoor)wegverkeer op nieuwe en bestaande woningen in kaart te brengen is een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie Bijlage 7). Uit het geluidonderzoek blijkt onder andere dat de voorkeurswaarden worden overschreden. Nieuwbouw van woningen Wegverkeerslawaai De hoogste berekende geluidsbelasting per (sub)deelgebied voor wegverkeerslawaai per bron

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

67

bedraagt 66 dB voor de deelgebieden met de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - 1 en 'specifieke vorm van gemengd - 3'. Ten gevolge van de Graafseweg, Neerbosscheweg/Weg door Jonkerbos, Nieuwe Dukenburgseweg, Muntweg en spoorlijn Oss - Nijmegen wordt de voorkeurswaarde overschreden op de randen van de nieuw te realiseren nieuwe bouwblokken. Ten gevolge van de Graafseweg, Neerbosscheweg, Nieuwe Dukenburgseweg en de spoorlijn Oss – Nijmegen wordt ook de maximale ontheffingswaarde overschreden. Met geluidreducerend asfalt op een aantal locaties kan de geluidbelasting worden gereduceerd. Bij toepassing van bronmaatregelen wordt de maximale ontheffingswaarde ten gevolge van de Graafseweg en de Nieuwe Dukenburgseweg niet meer overschreden. Na toepassing van bronmaatregelen wordt alleen aan de oostzijde van het bouwvlak ten zuiden van het station (een gedeelte van de ontwikkellocatie met aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1') de maximale ontheffingswaarde overschreden ten gevolge van wegverkeer op de Neerbosscheweg (maximale geluidbelasting 66 dB). Het bouwen is uitsluitend mogelijk indien aan deze zijde een dove gevel wordt opgericht. Voor de nieuwe woningen worden hogere waarden vastgesteld (zie ook paragraaf 6.3.2.4 Hogere waarden). Het geluid van het verkeer op 30 km/u-wegen hoeft niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder.

Spoorwegverkeerslawaai De hoogste berekende geluidsbelastingen per (sub)deelgebied voor railverkeer is 79 dB* voor de deelgebieden met de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - 1 en 'specifieke vorm van gemengd - 3'. Het betreft de deelgebieden direct ten noorden en zuiden van het spoor. Voor de spoorlijn kunnen raildempers en afschermende maatregelen worden toegepast om een reductie van de geluidbelasting te realiseren. Daarnaast worden op korte termijn de de geluidproductieplafonds verlaagd. Op dit moment is deze wijziging nog niet in het geluidregister verwerkt, waardoor er nog niet mee gerekend kan worden. Inschatting is dat hiermee de resultaten voor spoor circa 5 dB lager zullen uitvallen. Voor de nieuwe woningen worden hogere waarden vastgesteld (zie ook paragraaf 6.3.2.4 Hogere waarden). In het Besluit hogere waarden is uitgegaan van de huidige geluidproductieplafonds en de daarbij behorende noodzaak om maatregelen te treffen. Het betreft de gevels direct ten noorden en zuiden van het spoor. Aanpassing hoofdwegenstructuur Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt de hoofdwegenstructuur van de stad aangepast. Het akoestisch onderzoek richt zich daarom mede op de aanpassing van de Graafseweg en de Neerbosscheweg in relatie tot bestaande woningen.

De wijziging leidt tot een toename van de geluidbelasting van ten hoogste 3 dB ten gevolge van de wijziging aan de Graafseweg en ten hoogste 5 dB ten gevolge van de wijzigingen aan de Neerbosscheweg. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De ten hoogste toelaatbare overschrijding van 5 dB wordt niet overschreden. Aangezien sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder is onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen om de overschrijding ongedaan te maken. Het doel daarbij is om de toekomstige geluidbelasting zo veel mogelijk terug te brengen tot de grenswaarde. Bronmaatregelen zorgen ervoor dat de toename ten gevolge van de wijzigingen grotendeels worden opgelost. Een gedeelte van de toenames ten gevolge van de wegverlegging kunnen niet met bronmaatregelen worden opgelost. Voor deze woningen worden hogere waarden vastgesteld (zie ook paragraaf 6.3.2.4 Hogere waarden). De gecumuleerde geluidbelasting op een gedeelte van de woningen leidt er toe dat isolatiemaatregelen

68

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

uitgevoerd dienen te worden om een acceptabel binnenniveau te kunnen waarborgen.

6.3.2.2

Geluid van bedrijven (industrielawaai)

In en om het plangebied wordt straks gewoond en gewerkt. Er is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de invloed van bedrijvigheid in de omgeving op de woningbouw (zie Bijlage 9). Toelichting reikwijdte akoestisch onderzoek industrielawaai Er is een gecombineerd akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert' en het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Geluidzone Winkelsteeg'. Het bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert' heeft betrekking op het realiseren van (onder andere) nieuwe woningen. De aanpassing van de geluidzone wordt voorzien in het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Geluidzone Winkelsteeg'. Het onderzoek bestaat uit een aantal onderdelen (zie ook onderzoeksopzet op pagina 13 van het onderzoeksrapport): 1. Bepalen van de ligging van de nieuwe zone na gedeeltelijke dezonering. Deze zone moet zodanig zijn dat de bedrijven die op het gezoneerde terrein blijven liggen door de aanpassing geen beperkingen ondervinden. 2. Bepalen op welke wijze met het nieuwe gezoneerde terrein sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende geplande woningbouw. 3. Bepalen of de bedrijven die buiten het gezoneerde terrein komen te liggen beperkingen (gaan) ondervinden als gevolg van het opheffen van de zonering voor deze bedrijven. 4.

Bepalen binnen welke afstand het bestemmingsplan mogelijk beperkingen voor bedrijven oplevert én waar mogelijk geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderdeel 1 en 3 zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Geluidzone Winkelsteeg'. Onderdeel 2 en 4 zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert' Het gecombineerde onderzoek dat is uitgevoerd is toegevoegd als bijlage bij beide bestemmingsplanen (zie Bijlage 9). Er is een separaat onderzoek uitgevoerd voor het op te richten Islamitisch Cultureel Centrum; dat onderzoek is uitsluitend toegevoegd aan het bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert' (zie Bijlage 10).

Geluidgezoneerd industrieterrein Het bedrijventerrein Winkelsteeg Noord is een geluidgezoneerd industrieterrein. In een separaat facetbestemmingsplan wordt het geluidgezoneerd industrieterrein, met bijbehorende 50 dB(A) geluidzonegrens, verkleind. De geluidzone wordt vastgelegd in het Facetbestemmingsplan Geluidzone Winkelsteeg. De geluidzone omvat het gebied tussen de IL 50 dB(A)-etmaalwaarde geluidcontour en de grens van het geluidgezoneerde industrieterrein.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

69

Kaart met de ligging van de geluidgezoneerde industrieterrein Winkelsteeg (bruin) en de IL 50 dB(A)-etmaalwaarde geluidcontour (groen) In het voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidzone uit het Facetbestemmingsplan Geluidzone Winkelsteeg overgenomen. Op de onderstaande afbeelding is weergegeven hoe de geluidzone zich verhoudt ten opzichte van het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan.

70

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Kaart met de ligging van de nieuwe geluidzone in relatie tot het bestemmingsplan De nieuwe geluidgevoelige functies in het plangebied Stationsomgeving Goffert komen niet te liggen op het huidige geluidgezoneerd industrieterrein, maar in de huidige geluidzone daaromheen. De aanpassing van het geluidgezoneerd industrieterrein (en de bijbehorende geluidzone) is daarom niet direct nodig voor voorliggend bestemmingsplan, maar wel voor de ontwikkeling van deelgebieden in de volgende fase. Het is van belang dat bedrijven na de aanpassingen hun bedrijfsactiviteiten nog onbelemmerd kunnen voortzetten en dat er bij de woningbouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit het geluidonderzoek blijkt dat dit het geval is. Wel zijn maatregelen bij de woningen nodig om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Dit betreft deels dove gevels (gevels zonder te openen delen) of bouwkundige maatregelen die de geluidbelasting terugbrengen tot ten hoogste de grenswaarde (IL 55 dB(A)). Hierbij kan gedacht worden aan verglaasde loggia's of dichte balkonschermen, afhankelijk van de benodigde reductie. Wanneer een bouwkundige maatregel wordt getroffen om te openen delen te kunnen realiseren, is het nodig dat Hogere Waarden worden afgegeven voor deze woningen (zie ook paragraaf 6.3.2.4 Hogere waarden).

De hogere waarde op de gevel achter deze bouwkundige voorziening moet IL 55 dB(A) bedragen. Om de realisatie van geluidwerende gebouwmaatregelen te borgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Jan Massinkhal Bij een deel van de nieuwe woningen moet daarnaast rekening gehouden worden met de Jan Massinkhal. De Jan Massinkhal kan niet langer aan de huidige voor haar geldende voorschriften voor geluid voldoen als de woningbouw wordt gerealiseerd. Daarom is het nodig, binnen de op de verbeelding aangegeven contour, rekening te houden met de Jan Massinkhal, door het treffen van maatregelen bij het bedrijf, in de overdracht of bij de gevels van de woningen. In de planregels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

71

Kaart geluidzone Jan Massinkhal Islamitisch Cultureel Centrum De Wet ruimtelijke ordening geeft aan dat een bestemmingsplan gemaakt of gewijzigd moet worden met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Bij een goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Voor het onderbouwen van de goede ruimtelijke ordening van de voorgenomen ontwikkeling van het Islamitisch Cultureel Centrum is akoestisch onderzoek verricht (zie Bijlage 10). Voor het Islamitisch Cultureel Centrum wordt op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand aangehouden van 10 m in gemengd gebied. Het nieuwe Islamitisch Cultureel Centrum en de omliggende woningen liggen minimaal 15 m uit elkaar, waardoor aan deze richtafstand wordt voldaan. Wel is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een akoestisch prognose-onderzoek uitgevoerd om de geprojecteerde situatie inzichtelijk te maken. Uit het akoestisch onderzoek volgt voor de reguliere dag wordt voldaan aan de streefwaarden uit stap 2 van het stappenplan uit Bedrijven en milieuzonering. In de dag- en nachtperiode voldoet ook de niet-reguliere dag aan de streefwaarden uit stap 2. In de avondperiode voldoen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de niet-reguliere dag niet aan de streefwaarden uit stap 2, maar voldoen wel aan de streefwaarden uit stap 3.

De maximale geluidsniveaus en indirecte hinder door verkeersaantrekkende werking voldoen in de avondperiode aan stap 2. Onder de niet-reguliere dag vallen het Suikerfeest, Offerfeest en tweemaal per jaar een brasserie/kermis. De niet-reguliere dag komt hiermee incidenteel voor. De overschrijding vindt enkel in de avondperiode plaats. Het betreft enkel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Aangezien de waarden passen binnen de toetswaarden uit stap 3, het om een incidentele situatie gaat en het Islamitisch Cultureel Centrum in alle situaties voldoet aan de voor haar geldende regelgeving is in dit geval sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

72

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vestiging van het Islamitisch Cultureel Centrum in Stationsomgeving. Overige bedrijven Voor geluid van overige bedrijven (Van Leeuwe Natuursteen, onderstation Liander en Plaza Foods) blijkt uit het akoestisch onderzoek dat wordt voldaan aan de toetswaarden bij de nieuwe woningen. Conclusie geluid van bedrijven Met bovengenoemde maatregelen en verplichtingen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de bedrijven in en om het gebied niet beperkt. De toegestane bedrijvigheid is ook afgestemd op de omgeving in het kader van bedrijven en milieuzonering. De planologische milieucategorieën in de omgeving worden ingeperkt, voor zover dat nodig is om de woningbouw mogelijk te maken (zie hiervoor paragraaf 6.2 Bedrijven en milieuzonering).

6.3.2.3

Cumulatie en vervolgonderzoek

Bij het vaststellen van een hogere grenswaarde voor een geluidgevoelig object moet op grond van artikel 110 f van de Wet geluidhinder aandacht geschonken worden aan de eventuele cumulatie met andere gezoneerde geluidbronnen, indien het geluidgevoelig object tevens binnen de geluidzone van een of meer van deze geluidbronnen ligt. Uit de resultaten volgt dat de cumulatieve geluidbelasting op de randen van de nieuwe bouwvlakken 62 tot 75 dB bedraagt. Bij de stedenbouwkundige uitwerking van het plan wordt een meer gedetailleerd onderzoek uitgevoerd op gebouwniveau en worden gebouwmaatregelen uitgewerkt om het geluid bij de woningen te reduceren. Op basis van het geluidbeleid dient voor elke woning waarvoor de voorkeurswaarde Wet geluidhinder wordt overschreden te worden onderzocht of deze ten minste één geluidluwe zijde heeft aan de hand van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Vervolgens dient worden onderzocht welke mogelijkheden er wel of niet zijn om deze te realiseren door het nemen van maatregelen. De gemeente Nijmegen heeft de gronden die worden ontwikkeld in eigendom en heeft daarom de regie om te borgen dat bij de uitwerking van de bouwplannen wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.

6.3.2.4

Hogere waarden

Voor de woningen in en rondom het plangebied is het vaststellen van hogere waarden noodzakelijk. De gemeente Nijmegen heeft in de "Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder 2013 gemeente Nijmegen" beschreven onder welke voorwaarden geluidsbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde worden toegestaan. Toetsing aan de gemeentelijke beleidsregels is alleen mogelijk als er een concreet stedenbouwkundig plan voorhanden is. Het voorliggend bestemmingsplan is een globaal bestemmingsplan, dat niet geschikt is om te toetsen aan de beleidsregels. De toets aan het gemeentelijk geluidbeleid is daarom uitgesteld tot de ontwerpfase. Hiermee wordt voldoen aan het geluidbeleid een ontwerpopgave voor de ontwikkelende partij. Het betreft woningen op een open plaats tussen bestaande bebouwing. Bovendien liggen de woningen op een maximale afstand van 500 meter ten opzichte van het OV-knooppunt Nijmegen Goffert. Hiermee wordt voldaan aan criterium 3 en 5 van het gemeentelijke geluidbeleid. Het plan komt dus in aanmerking voor hogere waarden. Tegelijkertijd met de ter inzage legging

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

73

van het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerpbesluit hogere grenswaarden ter inzage gelegd. Daarbij is uitgegaan van het aantal woningen dat conform het voorliggend bestemmingsplan mag worden gerealiseerd. Het ontwerpbesluit is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen. Het definitief besluit hogere waarde is toegevoegd als Bijlage 8 bij de toelichting.

6.3.2.5

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar bestemmingsplan.

6.4

Luchtkwaliteit

Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit

Jaargemiddelde grenswaarde NO2

norm 40 µg/m3

ingangsdatum 1 januari 2015

Jaargemiddelde grenswaarde PM10

40 µg/m3

1 juni 2011

Daggemiddelde grenswaarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3

1 juni 2011

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of

74

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van woningen, nieuwe bedrijvigheid en maatschappelijke bestemmingen. Voor de gebiedsontwikkeling Winkelsteeg is een MER opgesteld. Als onderdeel van het MER is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd.

Hierin zijn de volgende conclusies opgenomen die ook voor het voorliggend bestemmingsplan 'Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert', als deelgebied van de totale gebiedsontwikkeling, van toepassing zijn. Die conclusies zijn als volgt. In het MER worden verschillende alternatieven behandeld. Wat betreft luchtkwaliteit is er bij zowel bij gevoelige bestemmingen als bij de bestaande en nieuwe woningen geen sprake van een toename hoger dan 1,2 µg/m3. Het plan is daarmee NIBM.

Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een woning of een bedrijf is geen gevoelige bestemmingen. De maximale concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 in het 0-alternatief en in het basisalternatief va de MER overschrijden de grenswaarden voor luchtkwaliteit niet. Daarom is de conclusie dat de effecten van de alternatieven op grond van art. 5.16, eerste lid, onder a, Wm als neutraal kunnen worden beoordeeld.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Stationsomgeving Goffert (Herstelbesluit)

75

De 2005-WHO-advieswaarden voor alternatieven, niet overschreden.

jaargemiddelde

concentraties

worden,

in

beide

De gemeente Nijmegen heeft zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=65c18be7-bf31-41ff-8c34-8a4b5ed0ecd8