Nijmegen Waalfront - 5 Bijlage 4 regels Toolbox natuurinclusief
Tekst van het document
12 Limpens et al., 1997. 13 De gewone dwergvleermuis overwinterd ook in mergelgroeves. Daarbij is een voorkeur vastgesteld voor ingangen met een
dynamisch (wisselend) klimaat en relatief koude plekken tussen de 4 en 6 graden Celsius. Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
28 van 57
Kwetsbare perioden van de gewone dwergvleermuis (globale weergave). Bron: BIJ12, 2017.
Eisen verblijfplaatsen Zoals eerder omschreven hebben vleermuizen verschillende verblijfplaatsen met andere functies door het jaar heen. Bepaalde eisen gelden echter voor alle verblijven. Verblijfplaatsen kunnen ook door meerdere soorten vleermuizen (tegelijk) gebruikt worden. Daarom zijn de verblijfplaatseisen niet per soort maar per doelfunctie omschreven. Daarbij is nog een losse opsomming met andere mogelijke functies voor de beschreven drie soorten gegeven. Voor de meeste verblijven geldt dat deze ook geschikt kunnen zijn voor andere vleermuissoorten. Algemene eisen: plaatsing verblijf • Hoogte van invliegopeningen op minimaal 2,5 meter hoog om predatie te voorkomen. • Aanvliegroute vrije vliegruimte en de locatie vrij van kunstlicht 14, vrij van verstoring en buiten bereik van predatoren. • De in- en uitvliegopeningen zijn vrij van obstakels als takken of bomen. • Licht: er mag geen lichtbron vlakbij zijn. • Verschillende microklimaten bieden (clustering met verschillende richtingen). Algemene eisen: invliegopening • De toegang tot de invliegopening dient uit ruw (niet scherp) materiaal te bestaan zodat vleermuizen grip kunnen krijgen met landen (bijvoorbeeld hout, stenen, metselwerk, houtwolcement, etc.). • Invliegopening invliegsteen of horizontale open voeg: minimaal 5 cm breed en optimaal 2,5 tot maximaal 3 cm hoog.
Ingang licht schuin omhoog oplopend tegen inwatering en gebruik door vogels. • Invliegopening stootvoegen: minimaal 2,5 cm breed tot maximaal 3 cm breed en hoogte zelfde hoogte als de steen. • Voor kleinere soorten (onder andere gewone dwergvleermuis) kan volstaan worden met een stootvoeg van 15 mm breed. • Invliegopening dakpan(rand) en daklood; opening minimaal en optimaal 2,5 cm onder pan of loodslab en minimaal 5 cm breed. Langs dakrand meerdere of doorlopende invliegrand.
14
Berthinussen, A., Richardson, O.C., Smith, R.K., Altringham, J.D. & Sutherland, W.J. (2018) Bat Conservation. Pages 67-93 in: W.J. Sutherland, L.V. Dicks, N. Ockendon, S.O. Petrovan & R.K. Smith (eds) What Works in Conservation 2018. Open Book Publishers, Cambridge, UK. Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
29 van 57
Algemene eisen: verblijfplaats • Eenzelfde gebouw kan meerdere typen verblijfplaatsen herbergen in meerdere aantallen. • De verblijfplaats mag niet toegankelijk zijn voor mensen. • Voorzieningen dienen geïntegreerd in de constructie plaats te vinden. Dus onlosmakelijk en duurzaam onderdeel van het object uit te maken. • Materiaal dient geschikt te zijn voor vleermuizen: • De binnenkant moet ruw zijn (geen glad beton, folie, kunststof, volkern, of glad hout), niet geverfd en duurzaam. • Verblijfplaatsen zijn gemaakt van duurzaam materiaal zoals houtwolcementplaat, wedi-plaat, houtbeton of opgeruwd betonmultiplex. • Het toepassen van ondervorsten, dakfolies en dampremfolies en losse isolatie en pur-afdichtingen dient achterwege te blijven uit de verblijfsplekken onder het dak en in de gevels. • Indien dit niet kan moet het afgedekt worden met fijnmazig kunststof gaas met een maximale maaswijdte van 1 tot 2 mm om verstrengeling te voorkomen. Dit gaas dient voldoende duurzaam te zijn en mag niet makkelijk breken of losgetrokken worden. • Eventueel gebruikte houtbehandelingsmiddels moeten zoogdiervriendelijk zijn • Te herstellen of te vervangen verblijfplaatsen onder dakbedekking (met name voor laatvlieger) onder de dakpannen dienen gelijkwaardig te zijn aan bekende verblijfplaatsen onder type RBB-dakpannen en sneldekdakpannen.
Hout of ruwe dakbeschot bedekking, overbrugging spouw, geen gladde folies of kunststof afsluitingen, doorgang onder gehele dakbedekking mogelijk, meerdere uitvliegopeningen). • Met name de omkasting aan de onderzijde dient vloeistofdicht te zijn • Exacte maatvoering afhankelijk van benutting bestaande en te realiseren holle constructie ruimten zoals overstekken, dakranden, overtollige isolatieplaatranden, schoorstenen, verlaagde plafond, loze zolderruimten, etc. Groot zomerverblijf/kraamverblijf • Tevens geschikt als paarverblijf en jaarrond verblijf. • Alleen inwendig in het gebouw. • In de verblijfplaats moeten verschillende microklimaten aanwezig zijn. • Prefab inbouwkasten voldoen in beginsel niet als standaardoplossing voor deze verblijfsfunctie. Enkel bij geschakelde toepassing van vaak 4 of meer prefab elementen kan deze voldoen aan de functie kraamverblijf voor gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Voor de overige soorten is deze oplossing onvoldoende bewezen functioneel voor grootschalige en generieke toepassing. • Minimale oppervlakte vooraanzicht van 0,7 m² x 3 compartimenten. Hoe groter de verblijfplaats hoe groter de kans op succesvol in gebruik name. • Minimaal 3 verschillende compartimenten bestaan waartussen vleermuizen kunnen bewegen • Minimaal 2 compartimenten van 22 mm breed voor kleine en middelgrootte vleermuissoorten (o.a.
gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis). • Minimaal 1 compartiment van 30 mm breed voor grote vleermuissoorten (o.a. laatvlieger, meervleermuis). • Toepassing onder dakbedekking altijd in combinatie met toegang tot een spouw of loze ruimte in een dakrand of overstek. • Toepassing binnen plangebied afhankelijk van type werkzaamheden. Toepassing enkel in gevel is beperkend voor bijzondere soorten, combinatie verblijf in schoorsteen, brede spouwruimte, loze ruimte in dakrand of overstek of gelaagde ruimte onder dakpannen biedt wel kansen voor soorten als laatvlieger. • Enkel toepassing van plaatvormige gevelkasten biedt onvoldoende functionaliteit voor de bijzondere soorten als laatvlieger. Voor deze soorten dient een combinatie met dakrand, dak en schoorsteen uitgewerkt te worden per project.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
30 van 57
Groot jaarrond verblijf/massawinterverblijf gewone dwergvleermuis • Eveneens geschikt als jaarrond verblijf voor bijna alle voorkomende soorten. • Massawinterverblijfplaatsen zijn zeer kritische en specifieke verblijfplaatsen. Bij aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats dient in alle gevallen met de betreffende projectecoloog gekeken worden hoe deze verblijfplaatsen behouden kunnen worden met werkzaamheden. • Alleen inwendig in het gebouw. • Indien spleetvorming haaks op de constructie niet mogelijk zijn (zoals dilataties in metselwerk en betonelementen) dan dient er met plaatvormige en onderling geïsoleerde spleetvormige gelaagde materialen een ruimte te worden gecreëerd waartussen dieren gemakkelijk kunnen verplaatsen. • Verblijfplaats dient vorstvrij te zijn maar bij voorkeur een temperatuurvariatie te hebben met ruime spleetvormige hangplekken. De compartimenten dienen een variabele temperatuurbuffering te bieden bij temperatuurwisselingen zodat grote aantallen dieren altijd de optimale winterrustplek kunnen vinden in de constructie. • Er dient een stabiele temperatuur tussen de 0 en 10 °C in grote delen van de verblijfplaats te zijn ongeacht weersomstandigheden. • Massawinterverblijfplaatsen kunnen slechts in bepaalde type gebouwen gecreëerd worden die voldoende oppervlakte hebben: • Grote appartementencomplexen. • Kerken. • Flats. • Andere grote gebouwen.
• Minimale oppervlak circa 2,5 m² x het aantal gelaagdheid. Dit betreft voor nieuwbouw een minimale eis. Er is echter niet bekend welke oppervlaktes voor massawinterverblijfplaatsen nodig zijn. Voor een optimale situatie moet echter worden uitgegaan van een oppervlak van enkele tientallen vierkante meters. Dit vraagt per definitie om maatwerk. • Meerdere in- en uitvliegmogelijkheden aanbieden per verblijfplaats. • Stabiele binnentemperatuur in verblijfplaats Klein zomer / najaarsverblijf • Tevens geschikt als beperkt winterverblijf. • Minimale oppervlakte van 0,4 m². • Een verblijfplaats dient minimaal 2 verschillende compartimenten te hebben. Indien er meerdere verblijfplaatsen gebouwd worden mogen deze ook onderling verschillen maar intern gelijk zijn. • 1 ruimte van 22 mm tussen twee plaatvormige elementen voor kleine en middelgrootte vleermuissoorten (o.a. gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis). • 1 tussenruimte van 30 mm voor grote vleermuissoorten (o.a. laatvlieger). • Prefab verblijfplaatsen hebben een afwijkende maatvoering maar voldoen voor gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuis bij toepassing minimale maatvoering aan de functie klein zomer/baltsverblijf. Voor laatvlieger dienen extra plekken onder dakbedekking te worden gerealiseerd bij toepassing prefab inbouwkasten.
Eisen omgeving Een geschikt leefgebied bestaat uit een combinatie van onderstaande elementen in de directe omgeving (100 à 200 meter) van de beoogde verblijfplaats. Daar waar er een of enkele elementen ontbreken als gevolg van de werkzaamheden rondom het bouwkundig versterken kunnen deze worden aangelegd. Wanneer er kansen zijn om een ‘plus’ voor het leefgebied aan te leggen wordt dat gedaan. Dit wordt door de projectecoloog bepaald. De volgende elementen dienen aanwezig te zijn om een gebied als geschikt leefgebied te beoordelen. • Nabijheid van water. • Nabijheid van bomenrijen, bossen met open plekken en/of donkere gazons met alleenstaande bomen. • Nabijheid van lijnvormige structuren (bijvoorbeeld bomenrijen en/of bosranden). • Voldoende voedselaanbod (insecten). • Geen verlichting die schijnt op verblijfplaatsen, waterelementen, lijnvormige structuren en alleenstaande bomen. • Indien toch verlichting gebruikt wordt dient vleermuisvriendelijke verlichting toegepast te worden (rood of amberkleurig).
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
31 van 57
Samenvatting generieke eisen gebouwbewonende vleermuizen In de onderstaande checklist zijn de meest algemene eisen waaraan een vleermuisverblijf moet voldoen samengevat. Onderdeel
Generieke eis
Algemeen
Voorzieningen moeten geïntegreerd zijn in de constructie.
Optimalisatie ontwerp
Plaatsing invliegopeningen
Bouw invliegopening
Verblijfplaats
Meerdere (typen) verblijfplaatsen kunnen in een gebouw worden geplaatst. (Verbonden) verblijfplaatsen op andere windrichtingen. Minimaal 2,5 meter hoog boven maaiveld en/of plat dakoppervlakte. Aanvliegroute vrij van obstakels, kunstlicht, verstoring en predatoren. Geen obstakels als takken of bomen voor de opening. Ruw (niet scherp) materiaal (bijv. hout, stenen, metselwerk, houtwolcement etc.) gebruiken. Ingang licht schuin omhoog oplopend. Niet toegankelijk voor mensen. De binnenkant moet ruw zijn, niet geverfd en duurzaam. Bijv. houtwolcementplaat, houtbeton. Gladde materialen zoals beton of wediplaat opruwen. Opruwen kan met bijvoorbeeld tegellijm of (kunst) gaas van max 10 mm doorsnee. Geen ondervorsten, dakfolies, dampremfolies, losse isolatie en pur-afdichtingen in het verblijf. Deze kunnen afgedekt met fijn kunststof gaas (2 mm maaswijdte) zoals PE 5016 of PP5230 van TOP7EVEN. Glaswol in de spouw afdekken met een dunne ruwe plaat. Bij gebruik van houtbehandelingsmiddelen moeten deze zoogdiervriendelijk zijn. De omkasting aan de onderzijde moet vloeistofdicht zijn.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
Toelichting Dit maakt de voorziening onlosmakelijk en duurzaam. Dit zorgt voor verschillende microklimaten waardoor het verblijf voor een grotere range doelen en soorten een functie heeft. In verband met verstoring, roofdieren en valruimte. Vleermuizen hebben grip nodig om te kunnen landen. Tegen inwatering en voor mestafvoer. In verband met verstoring.
Vleermuizen hebben grip nodig.
Deze zijn slecht voor vleermuizen zo kunnen ze erin verstrikt raken of de toegang kan belemmerd worden. Sommige soorten pesticide en antischimmel zijn ook giftig voor vleermuizen. In verband met uitwerpselen.
32 van 57
BIJLAGE D – INFORMATIE OVER DE ZONES Landschappelijk wonen Karakterisering De zone ‘landschappelijk wonen’ (groen op de kaart) loopt als een donut door het plangebied en is volop in ontwikkeling. De zone bestaat uit een plassengebied (in ontwikkeling) en is bedoeld als groen-blauwe zone en ecologische corridor. Het is een herkenbare ring rondom het gebied van Lent aan de buitenkant van de watersingel die in verbinding staat met de plassen in de Waaijer. In het oosten sluit de zone aan op Landschapspark de Lingezegen, in het zuiden op de uiterwaarden en het Rivierenpark en in het westen op Landgoed Oosterhout. Aan de binnenkant van de watersingel is al bebouwing aanwezig in de vorm van rijtjeswoningen, tweekappers, vrijstaande woningen en appartementen. Verschillende besloten woongebiedjes worden met elkaar verbonden door groene routes. Deze zorgen voor een goede verbinding met de omgeving. In ‘landschappelijk wonen’ worden woonmilieus ontwikkeld die een meer gebiedseigen karakter geven en een toevoeging zijn aan het bestaande palet van woonmilieus in de Waalsprong.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
33 van 57
Naast woonfunctie bevat deze zone ook groene elementen zoals open water (in de vorm van plassen en singels met natuurvriendelijke oevers), rietoevers, moerassen, wadi’s, struweel, bos, solitaire bomen en weiden. Met name vruchtbomen, knotwilgen en populieren kenmerken de vegetatie in het gebied. De boomgaarden in deze zone bevatten een diversiteit aan bloesem- en (deels) vruchtdragende bomen in een natuurlijk grasland met gemaaide paden, maar ook gazonstroken ter plaatse van de boomgaard met vruchtdragende bomen. Natuurfunctie Er vindt in de zone habitatverbetering plaats voor de steenuil, ransuil en kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, poelkikker en rugstreeppad. Van de gebouwbewonende soorten zullen vooral de huismus en gewone dwergvleermuis optimaal kunnen profiteren van de verblijfplaatsen in nieuwbouw (verplichting vanuit SMP-N). De landschappelijke aankleding van deze gebieden maakt het een ideaal leefgebied. Ook andere soorten zullen profiteren, zoals de merel, egel, groene kikker, wilde bij en dagvlinder. Groenfunctie Realisatie van gevelgroen, aanplant van groen, verbeteren van de kwaliteit van open water en het plaatsen van nestkasten/ verblijfplaatsen aan gebouwen draagt bij aan diverse doelstellingen: • De belevingswaarde van de woonwijk. • Medegebruik van groen en water binnen de woonwijk door kleine fauna en insecten.
• Medegebruik van woonwijk door typische fauna van woonwijken, uitbreiding van leefgebied.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
34 van 57
Groen Stedelijk Karakterisering Inmiddels is ongeveer de helft van het geplande aantal van de bijna 12.000 woningen voor de Waalsprong gerealiseerd aan de westzijde van het spoor Nijmegen-Arnhem in en rondom Woonpark Oosterhout en Lent aan de oostzijde van het spoor. Deze gebieden liggen in de zone ‘groen stedelijk’. Ze hebben als hoofdfunctie ‘wonen’ met stedelijke voorzieningen binnen handbereik in nadrukkelijke combinatie met het genieten van het buitenleven en een dorps karakter. De wijken zijn ruim opgezet en kenmerken zich door ruimte, groen en water. Woningen hebben een (ruime) tuin en/of staan in woonhofjes. Delen van de ontwikkelingen sluiten zich aan bij reeds bestaande woonwijken en dorpskernen. In het zone deel ‘Oosterhout’ ligt de Betuwe in de achtertuin. Ook zijn een aantal wijken in deze zone omgeven door watergangen.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
35 van 57
De woningen in de wijk bestaan grotendeels uit een combinatie van appartementen, rijtjeswoningen en tweeonder-een-kapwoningen. Een goede dooradering van wegen, fiets- en wandelpaden is aanwezig. Er is in min of meerdere mate groen en open water en er zijn parkeergelegenheden voor bewoners. Binnen een woonwijk in deze zone bestaat het groen behalve uit openbaar groen, ook uit tuinen van de bewoners. Woonwijken bieden over het algemeen een gemengde biotoop en kennen hierbinnen een verschil in menselijke dynamiek. Openbaar groen, waaronder groenstroken, maar ook solitaire bomen en bomenrijen, vormen geschikt leefgebied voor verschillende soorten fauna en insecten. Open water vormt geschikt leefgebied voor watergebonden soorten. Daarnaast hebben de woningen een functie voor gebouw bewonende soorten, mits er openingen en verblijfsruimten aanwezig zijn. De zone is voorzien van verschillende groengebieden (deels gazon en deels kruidenrijk grasland) met wadi’s, sloten, natuurvriendelijke oevers en struiken- en bomenclusters en hagen. Natuurfunctie Door de aanwezigheid van verspreid groen binnen een woonwijk, kan er sprake zijn van stapstenen die niet goed met elkaar verbonden worden. Vaak wordt echter wel een groenblauwe dooradering beoogd en gerealiseerd die deze stapstenen met elkaar verbindt. Stadsparken hebben hierbij vaak een belangrijke functie als leefgebied binnen de wijk.
Tuinen vormen daarnaast geschikt leefgebied en hebben vaak een functie voor de gebouwbewonende soorten die in de directe omgeving foerageren. Het ‘verstenen’ van tuinen draagt echter bij aan een verslechtering van de biotoop voor de aanwezige soorten als geheel. Van de gebouwbewonende soorten zullen vooral de huismus en gewone dwergvleermuis kunnen profiteren van de verblijfplaatsen in nieuwbouw (verplichting vanuit SMP-N). De groene aankleding van deze gebieden zal de noodzakelijke foerageer- en migratiefunctie garanderen (leefgebied). Ook andere soorten zullen profiteren, zoals de merel, egel, groene kikker, wilde bij en dagvlinder. De gierzwaluw is niet direct afhankelijk van de hoeveelheid groen binnen deze zone. Het succes staat en valt vooral met het treffen van de juiste maatregelen (realisatie nestvoorzieningen). Groenfunctie Realisatie van gevelgroen, aanplant van groen, verbeteren van de kwaliteit van open water en het plaatsen van nestkasten/ verblijfplaatsen aan gebouwen draagt bij aan diverse groene functies: • De belevingswaarde van de woonwijk. • Geluiddemping en ruimtelijke scheiding van wonen en verkeer. • De wateropgave: bijdrage aan waterhuishouding in plaats van verharding. • Medegebruik van groen en water binnen de woonwijk door kleine fauna en insecten. • Medegebruik van woonwijk door typische fauna van woonwijken, uitbreiding van leefgebied.
• Relevante soorten: gewone dwergvleermuis, gierzwaluw, egel, merel, huismus.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
36 van 57
Stedelijk Karakterisering De zone ‘stedelijk’ is de meest stedelijke woonomgeving van de Waalsprong. Stedelijke zones met grootschalige bebouwing worden gekenmerkt door middel- en hoogbouw, goed ontsloten voor autoverkeer, fietsverkeer en openbaar vervoer. Met de verdichting van de stad, wordt de inrichting van de buitenruimte en de aanwezigheid van openbaar groen nog belangrijker, omdat de stad intensiever wordt gebruikt. Dit deel van de waalsprong wordt met name gebruikt voor wonen, winkelen en werken. Dit vereist een buitenruimte van hoge kwaliteit, die groen en mogelijkheden voor recreatie, bewegen en verblijven verbindt, en daarmee bijdraagt aan de gezondheid van de bewoners en gebruikers.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
37 van 57
Natuurfunctie De zone van grootschalige bebouwing bestaat vooral uit een stenig milieu en kent een hoge menselijke dynamiek. Het groen is veelal beperkt tot straatbomen, kleine plantsoenen en sierperken. In deze zone hebben bewoners kleine privé tuinen, stadstuinen en dakterrassen. Slechts mobiele soorten (stadsvogels en sommige insectensoorten) zijn in staat om dit soort groene eilandjes te bereiken. De gebouwen – die in hoogte variëren – hebben soms platte daken. Dieren van rotsachtige milieus (gierzwaluwen, vleermuizen en slechtvalk) zijn vaste bewoners van dit stenige landschap mits de gebouwen faunavriendelijk zijn ingericht. Een groene omgeving rondom is voor deze soorten een pre maar geen vereiste. Interessante biotopen en groeiplekken vormen ook braakliggende terreinen (pioniervegetatie en ruderale ruigte) en ongebruikte gebouwen met tijdelijke kansen voor planten en dieren. Dit is aan de orde als bouwprojecten enkele jaren op zich laat wachten. Indien waterpartijen aanwezig zijn neemt de soortenrijkdom direct toe. Water en oevers vormen broed- en voedselgebied voor vogels en vleermuizen. Kruidenrijke rietvegetaties kunnen bijzonere planten herbergen en vormen leefgebied voor talrijke insecten.
Van de gebouwbewonende soorten zullen vooral de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis kunnen profiteren van de verblijfplaatsen in nieuwbouw (verplichting vanuit SMP-N), hoewel de situatie voor de gewone dwergvleermuis waarschijnlijk suboptimaal zal zijn. Groene aankleding van deze gebieden kan de situatie sterk verbeteren (foerageer- en migratiefunctie). Ook andere soorten zullen dan profiteren, zoals de merel, egel, groene kikker, wilde bij en dagvlinder. De gierzwaluw is niet direct afhankelijk van de hoeveelheid groen binnen deze zone. Het succes staat en valt vooral met het treffen van de juiste maatregelen (realisatie nestvoorzieningen). Groenfunctie Realisatie van daktuinen, gevelgroen en groene terrassen op de gebouwen draagt bij aan diverse groene functies: • De belevings- en gebruikswaarden van hoogbouw (en middenbouw). • De realisatie van klimaatdoelstellingen op het gebied van wateropvang en isolatie. • De bestrijding van hittestress.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
38 van 57
Bedrijventerrein Karakterisering Bedrijvengebieden bezitten in principe een informeel, sober en functioneel architectonisch beeld. Onderling zijn er verschillen. Er zijn bedrijvengebieden, waarin vooral producerende of verwerkende bedrijven het beeld bepalen, maar er zijn ook gebieden, waar het accent meer op dienstverlening ligt. Kortom, de aanwezige functies hebben invloed op het beeld van een gebied. Gebieden hebben vaak een hiërarchische opbouw, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het kantoorgedeelte en de bedrijfshal. De meer formele bebouwing van kantoren, of bedrijven met een kantoordeel, staan langs hoofdroutes. Aan achtergebieden en langs zijstraten staan vaak de meer informele onderdelen van het complex. De architectuur is over het algemeen eenvoudig, niet alleen in massacompositie, maar ook in uitwerking en materiaal gebruik. Delen van de bedrijventerreinen grenzen aan de zone landschappelijk wonen of agrarische gebied. Andere delen grenzen aan de zone groen stedelijk. De afwatering van plangebied voor bedrijventerrein ‘de Grift’ loopt via sloten op kavelgrenzen naar een stelsel van watergangen. De ruggengraat hiervan wordt gevormd door een zuid-noord lopende watergang. Met uiteindelijke afvoer richting de Linge. De aanwezige watergangen zijn in potentie geschikt voor de Grote Modderkruiper.
Natuurfunctie Hoewel bedrijventerreinen voornamelijk bestaan uit een stenig milieu met dichte bebouwing, zijn deze over het algemeen ruim opgezet met een afwisseling aan brede groenstroken, hagen en braakliggende terreinen. De dynamiek is vrij laag, maar de infrastructuur is ruim opgezet omdat groot verkeer zich hierover moet kunnen verplaatsen. Behalve mobiele soorten, zijn ook minder mobiele soorten in staat zich hier te handhaven, mits het aanwezige groen en de dooradering van voldoende kwaliteit is. Het gaat daarbij om hagen, bomenlanen, ecologisch beheerde groenstroken die met elkaar verbonden zijn. Voor gebouw bewonende soorten zijn mogelijkheden beperkt, vanwege de kenmerken – het ontbreken van geschikte openingen – van bedrijfsgebouwen en opslagloodsen. Van de gebouwbewonende soorten zullen vooral de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis kunnen profiteren van de verblijfplaatsen in nieuwbouw (verplichting vanuit SMP-N), hoewel de situatie voor de gewone dwergvleermuis waarschijnlijk suboptimaal zal zijn. Groene aankleding van deze gebieden kan de situatie sterk verbeteren (foerageer- en migratiefunctie). Ook andere soorten zullen dan profiteren, zoals de merel, egel, groene kikker, wilde bij en dagvlinder. De gierzwaluw is niet direct afhankelijk van de hoeveelheid groen binnen deze zone.
Het succes staat en valt vooral met het treffen van de juiste maatregelen (realisatie nestvoorzieningen). Vooral gebouwen met een bakstenen gevel en dakpannen komen daarbij in aanmerking. Groenfunctie Realisatie van groene daken, gevelgroen en aanplant van groen draagt bij aan diverse doelstellingen: • De belevings- en gebruikswaarden van bedrijventerrein. • De realisatie van klimaatdoelstellingen op het gebied van wateropvang. • Medegebruik van groen en water door kleine fauna en insecten.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
39 van 57
BIJLAGE E – OVERZICHT MOGELIJKE MAATREGELEN VOOR DE DOELSOORTEN IN MITIGATIECATALOGUS Inleiding Aanleiding en doel catalogus In Nederland ontbreekt tot op heden een compleet overzicht van (duurzame) natuurinclusieve maatregelen die bewezen zijn of zouden moeten werken (nog niet bewezen), zoals in het Verenigd Koninkrijk. Arcadis is daarom in 2017 gestart met het opstellen van een landelijke Mitigatiecatalogus voor natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen in het kader van Soortmanagementplannen (SMP’s) voor woningcorporaties en gemeenten. Deze catalogus is openbaar en is ook geschikt voor onderhavige leidraad. Het is daarbij te gebruiken als: • inspiratiebron voor natuurinclusieve maatregelen in en rondom gebouwen; • praktische handleiding voor het natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van woningen en gebouwen; • wettelijke randvoorwaarde voor mitigerende maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming; • stimulans voor ecologen en overheden om beschikbare kennis te delen en hiaten te onderzoeken; • stimulans voor bouwwereld om natuurinclusieve bouwwijzen en materialen te standaardiseren Het gaat daarbij zowel om (duurzame) generieke maatregelen als een set van voorbeelden voor maatwerkoplossingen bij bijzondere verblijfsfuncties.
Een natuurinclusief gebouw prevaleert daarbij boven inbouwvoorzieningen, omdat dit veel effectiever is voor de betreffende soorten. De catalogus vervangt nadrukkelijk niet de ecologisch deskundige. Uitgangspunt voor het gebruik van deze catalogus is dat de keuze, het ontwerp en de uitvoering van de mitigerende maatregelen wordt uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog op het gebied van mitigatie van gebouwbewonende beschermde soorten. Er wordt dus uitgegaan van ‘een goede verstaander’. Versiebeheer De mitigatiecatalogus is een levend document waarbij gestreefd wordt naar de vergroting van de kennis van de effectiviteit van de maatregelen. Dit kan ook leiden tot aanpassing van de ontwerpeisen. Vraag de ecoloog van de gemeente daarom voor de laatste versie. In de nabije toekomst komt de catalogus ook online beschikbaar.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
40 van 57
Overzicht geschikte verblijfplaatsen en omgevingsmaatregelen In en op de gevel Overzicht van natuurinclusieve maatregelen in en op de gevel voor gebouwbewonende soorten met de mogelijke functie per soort inclusief status (kleuren) en geschiktheid (plusjes). Het betreft een short-list van maatregelen die zich inmiddels bewezen hebben of waarvan de algemene opinie is vanuit ecologen en bevoegde gezagen dat de mitigatie effectief is. In het laatste geval zal monitoring moeten plaatsvinden om dit beeld te bevestigen. Zie de betreffende maatregelen (factsheets) voor een indicatie van de effectiviteit per soort in de Mitigatiecatalogus.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
41 van 57
Schoorsteen, dak en dakrand Overzicht van natuurinclusieve maatregelen schoorsteen, dak en dakrand voor gebouwbewonende soorten met de mogelijke functie per soort inclusief status (kleuren) en geschiktheid (plusjes). Het betreft een short-list van maatregelen die zich inmiddels bewezen hebben of waarvan de algemene opinie is vanuit ecologen en bevoegde gezagen dat de mitigatie effectief is. In het laatste geval zal in de toekomst monitoring moeten plaatsvinden om dit beeld te bevestigen. Zie de betreffende maatregelen (factsheets) voor een indicatie van de effectiviteit per soort.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
42 van 57
Zolder, kelder en schuur Overzicht van natuurinclusieve maatregelen in zolder, kelder en schuur voor gebouwbewonende soorten met de mogelijke functie per soort inclusief status (kleuren) en geschiktheid (plusjes). Het betreft een shortlist van maatregelen die zich inmiddels bewezen hebben of waarvan de algemene opinie is vanuit ecologen en bevoegde gezagen dat de mitigatie effectief is. In het laatste geval zal in de toekomst monitoring moeten plaatsvinden om dit beeld te bevestigen. Zie de betreffende maatregelen (factsheets) voor een indicatie van de effectiviteit per soort.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
43 van 57
Omgeving Overzicht van belangrijke natuurinclusieve maatregelen in de directe omgeving van woningen en gebouwen voor de foerageerfunctie van gebouwbewonende soorten inclusief status (kleuren). Het betreft een short-list van maatregelen die zich inmiddels bewezen hebben of waarvan de algemene opinie is vanuit ecologen en bevoegde gezagen dat de mitigatie effectief is. In het laatste geval zal in de nabije toekomst monitoring moeten plaatsvinden om dit beeld te bevestigen. Zie de betreffende maatregelen (factsheets) voor een indicatie van de effectiviteit per soort.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
44 van 57
BIJLAGE F – PROJECTFORMULIER NATUURINCLUSIEF ONTWIKKELEN EN BOUWEN Projectformulier natuurinclusief ontwikkelen en bouwen Projectnaam
…..
Verantwoordelijke ontwikkelaar Datum opgesteld Geplande einddatum realisatie Zone
Landschappelijk wonen / groen stedelijk / bedrijventerrein
Type woningbouw
Appartement / grondgebonden woningen
Doelsoort
Aantal verblijven
Percentage ingewisseld
Huismus Gierzwaluw Gewone dwergvleermuis
Omgevingsmaatregelen
Aantal punten
Als bijlage bij dit formulier moet kaartmateriaal worden gevoegd waarop de nest- en groenvoorzieningen staan aangegeven.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
45 van 57
BIJLAGE G – REKENVOORBEELDEN REFERENTIEPROJECTEN Definities Kopgevel (KG): De eerste en laatste gevel aan weerszijden van een huizenrij, huizenblok, tweekappers of (appartementen-)gebouw Voorgevel (VG): Buitenmuur aan de voorzijde van een huis of gebouw Achtergevel (AG) Buitenmuur aan de achterzijde van een huis of gebouw
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
46 van 57
A.
Tweekappers Groen stedelijk
Stap 1 Bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N In totaal gaat het hier om 29 grondgebonden woningen en 30 kopgevels. Uit de tabel in de toolbox (paragraaf 2.1.) volgt de volgende initiële minimale verplichting aan nestvoorzieningen:
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Grondgebonden woningen
30 voorzieningen KG (30 kopgevels x 1)
87 voorzieningen VG (29 woningen x 3)
87 voorzieningen AG (29 woningen x 3)
Stap 2 Bepalen relevante zone Het betreft hier Groen stedelijk gebied.
Stap 3 Bepalen inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen In Groen stedelijk gebied is het volgens de tabel in paragraaf 2.3 van de toolbox mogelijk om (facultatief) maximaal 25% van de nestvoorzieningen voor alle drie de soorten in te wisselen voor groenmaatregelen. In dat geval moeten er 6 punten gescoord worden op groenmaatregelen uit de lijst van bijlage A van de toolbox. Het gaat hier om maatregelen als groene daken, gevelgroen, natuurlijke hagen etc.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
47 van 57
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Initiële opgave
30 voorzieningen KG (30 kopgevels x 1)
87 voorzieningen VG (29 woningen x 3)
87 voorzieningen AG (29 woningen x 3)
Maximaal inwisselbaar
25% 8 nestvoorzieningen KG
25% 22 nestvoorzieningen VG
25% 22 nestvoorzieningen AG
22 nestvoorzieningen KG
65 nestvoorzieningen VG
65 nestvoorzieningen AG
Opgave bij maximaal ingewisseld
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
6 punten op groenmaatregelen
48 van 57
B.
Rijtjeswoningen Groen stedelijk
Stap 1 Bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N In totaal gaat het hier om 85 grondgebonden woningen en 16 kopgevels. Uit de tabel in de toolbox (paragraaf 2.1.) volgt de volgende initiële minimale verplichting aan nestvoorzieningen:
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Grondgebonden woningen
16 voorzieningen KG (16 kopgevels x 1)
255 voorzieningen VG (85 woningen x 3)
255 voorzieningen AG (85 woningen x 3)
Stap 2 Bepalen relevante zone Het betreft hier Groen stedelijk gebied.
Stap 3 Bepalen inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen In Groen stedelijk gebied is het volgens de tabel in paragraaf 2.3 van de toolbox mogelijk om (facultatief) maximaal 25% van de nestvoorzieningen voor alle drie de soorten in te wisselen voor groenmaatregelen. In dat geval moeten er 6 punten gescoord worden op groenmaatregelen uit de lijst van bijlage A van de toolbox. Het gaat hier om maatregelen als groene daken, gevelgroen, natuurlijke hagen etc.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
49 van 57
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Initiële opgave
16 voorzieningen KG (16 kopgevels x 1)
255 voorzieningen VG (85 woningen x 3)
255 voorzieningen AG (85 woningen x 3)
Maximaal inwisselbaar
25% 4 voorzieningen KG
25% 64 voorzieningen VG
25% 64 voorzieningen AG
12 voorzieningen KG
191 voorzieningen VG
191 voorzieningen AG
Opgave bij maximaal ingewisseld
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
6 punten op groenmaatregelen
50 van 57
C.
Tweekappers en rijtjeswoningen Landschappelijk wonen
Stap 1 Bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N In totaal gaat het hier om 23 grondgebonden woningen en 12 kopgevels. Uit de tabel in de toolbox (paragraaf 2.1.) volgt de volgende initiële minimale verplichting aan nestvoorzieningen:
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Grondgebonden woningen
12 voorzieningen KG (12 kopgevels x 1)
69 voorzieningen VG (23 woningen x 3)
69 voorzieningen AG (23 woningen x 3)
Stap 2 Bepalen relevante zone Het betreft hier Landschappelijk gebied.
Stap 3 Bepalen inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen In Landschappelijk gebied is het volgens de tabel in paragraaf 2.3 van de toolbox niet mogelijk om nestvoorzieningen in te wisselen voor groenmaatregelen. De initiële opgave is ook de uiteindelijke opgave.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
51 van 57
D.
Appartementencomplex en rijtjeswoningen Stedelijk
Stap 1 Bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N In totaal gaat het hier om 1 appartementencomplex met 2 kopgevels en 31 grondgebonden woningen met 10 kopgevels. Uit de tabel in de toolbox (paragraaf 2.1.) volgt de volgende initiële minimale verplichting aan nestvoorzieningen:
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Appartementen en hoogbouw
2 winterverblijfplaatsen KG (2 kopgevels x 1)
40 voorzieningen KG (2 kopgevels x 20)
40 voorzieningen KG (2 kopgevels x 20)
Grondgebonden woningen
10 voorzieningen KG (10 kopgevels x 1)
93 voorzieningen VG (31 woningen x 3)
93 voorzieningen AG (31 woningen x 3)
Stap 2 Bepalen relevante zone Het betreft hier Stedelijk gebied.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
52 van 57
Stap 3 Bepalen inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen In Stedelijk gebied mogen volgens de tabel in paragraaf 2.3 van de toolbox geen nestvoorzieningen voor de gierzwaluw worden ingewisseld voor groenmaatregelen. Wel moet (niet facultatief) er minimaal 25% van de nestvoorzieningen voor de gewone dwergvleermuis en de huismus worden ingewisseld voor groenmaatregelen.15 Dit mag (facultatief) oplopen tot 50% van de nestvoorzieningen Er moeten dus minimaal 6 punten gescoord worden en er kunnen maximaal 9 punten gescoord worden op groenmaatregelen uit de lijst van bijlage 1 van de toolbox. Het gaat hier om maatregelen als groene daken, gevelgroen, natuurlijke hagen etc.
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Appartementen en hoogbouw
2 winterverblijfplaatsen KG (2 kopgevels x 1)
40 voorzieningen KG (2 kopgevels x 20)
40 voorzieningen KG (2 kopgevels x 20)
Opgave inwisselbaar (minimaal)
25% 0 winterverblijfplaatsen KG
0%
25% 10 voorzieningen KG
Maximaal inwisselbaar
50% 1 winterverblijfplaats
0%
50% 20 voorzieningen KG
Grondgebonden woningen
10 voorzieningen KG (10 kopgevels x 1)
93 voorzieningen VG (31 woningen x 3)
93 voorzieningen AG (31 woningen x 3)
Opgave inwisselbaar (minimaal)
25% 3 voorzieningen KG
0%
25% 23 voorzieningen AG
Maximaal inwisselbaar
50% 5 voorzieningen KG
0%
50% 47 voorzieningen AG
2 winterverblijfplaatsen KG appartementencomplex; en 7 voorzieningen KG woningen
40 voorzieningen KG appartementencomplex; en 93 voorzieningen VG woningen
30 voorzieningen KG appartementencomplex; en 70 voorzieningen AG woningen
Initiële opgave
6 punten op groenvoorzieningen
Opgave bij maximaal ingewisseld
1 winterblijfplaats KG appartementencomplex; en 5 voorzieningen KG woningen
40 voorzieningen KG appartementencomplex; en 93 voorzieningen VG woningen
20 voorzieningen KG appartementencomplex; en 46 voorzieningen AG woningen
9 punten op groenvoorzieningen
15 Voor zover ook aan de afstandseisen uit de tabel in paragraaf 2.3. van de toolbox wordt voldaan.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
53 van 57
E.
Appartementencomplexen Stedelijk
Stap 1 Bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N In totaal gaat het hier om 5 appartementencomplexen (gebouwblokken die aan een kant aan elkaar vastzitten) met 10 kopgevels. Uit de tabel in de toolbox (paragraaf 2.1.) volgt de volgende initiële minimale verplichting aan nestvoorzieningen: Soort woning
Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw
Huismus
Appartementen en hoogbouw
10 winterverblijfplaatsen KG (10 kopgevels x 1)
200 voorzieningen KG (10 kopgevels x 20)
200 voorzieningen KG (10 kopgevels x 20)
Stap 2 Bepalen relevante zone Het betreft hier Stedelijk gebied. Stap 3 Bepalen inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen In Stedelijk gebied mogen volgens de tabel in paragraaf 2.3 van de toolbox geen nestvoorzieningen voor de gierzwaluw worden ingewisseld voor groenmaatregelen. Wel moet (niet facultatief) er minimaal 25% van de nestvoorzieningen voor de gewone dwergvleermuis en de huismus worden ingewisseld voor groenmaatregelen.16 Dit mag (facultatief) oplopen tot 50% van de nestvoorzieningen Er moeten dus minimaal 6 punten gescoord worden en er kunnen maximaal 9 punten gescoord worden op groenmaatregelen uit de lijst van bijlage 1 van de toolbox. Het gaat hier om maatregelen als groene daken, gevelgroen etc.
16 Voor zover ook aan de afstandseisen uit de tabel in paragraaf 2.3. van de toolbox wordt voldaan.
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
54 van 57
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Nestvoorzieningen (initieel)
10 winterverblijfplaatsen KG (10 kopgevels x 1)
200 voorzieningen KG (10 kopgevels x 20)
200 voorzieningen KG (10 kopgevels x 20)
Opgave inwisselbaar (minimaal)
25% 3 winterverblijfplaatsen KG
0%
25% 50 voorzieningen KG
7 winterverblijfplaatsen KG
200 voorzieningen KG
150 voorzieningen KG
Initiële opgave 6 punten op groenvoorzieningen Maximaal inwisselbaar
50% 5 winterverblijfplaatsen
0%
50% 100 voorzieningen KG
5 winterverblijfplaatsen KG
200 voorzieningen KG
100 voorzieningen KG
Opgave bij maximaal ingewisseld 9 punten op groenvoorzieningen
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
55 van 57
BRONNEN https://www.waalsprong.nl/oosterhout/ https://www.waalsprong.nl/lent/ https://www.waalsprong.nl/landschapszone/ https://www.waalsprong.nl/hofvanholland/ https://parkwaaijenstein.nl/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Nijmegen https://www.nijmegen.nl/ https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7416644/1/RIS301953_bijlage_het_rapport
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
56 van 57
COLOFON TOOLBOX NATUURINCLUSIEF ONTWIKKELEN EN BOUWEN LEIDRAAD VOOR DE WAALSPRONG
KLANT Gemeente Nijmegen AUTEUR Verian Klarus PROJECTNUMMER C05062.000571.0100 ONZE REFERENTIE 084007625 A.1 DATUM 14 januari 2020 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Max Klasberg Senior Stadecoloog
Yvonne Sanders Projectleider
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
57 van 57