CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Koudenhoek Noord_vastgesteld_Bijlagen toelichting 2

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord (36/2024)26.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Griftdijk Noord Margaretha van Mechelenweg Prins Mauritssingel Railverkeer

Geluidsbelasting in dB inclusief aftrek art. 110 Wgh in prognosejaar 2033 Voorkeurswaarde Maximale Hoogste berekende waarde geluidsbelasting op eerstelijns bebouwing 48 63 54 48 63 58 48 Voorkeurswaarde

Nijmegen-Arnhem

55

38

63 Maximale waarde 68

53 Hoogste berekende geluidsbelasting 68

6 Conclusie Het bestemmingsplan Koudenhoek Noord maakt woningen mogelijk binnen de geluidszone van de Margaretha van Mechelenweg, Griftdijk Noord, Italiëstraat, Prins Mauritssingel en de spoorlijn Nijmegen-Arnhem. Uit onderzoek blijkt dat:      

De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden. De voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai wordt overschreden. De maximaal toelaatbare waarde voor beiden niet wordt overschreden Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van een Hogere grenswaarde voor. Er zal een beperking gelden op het aantal door spoorweglawaai hoger dan de voorkeursgrenswaarde belaste woningen. Significantie is een factor van betekenis. De geluidwering dient hierop afgestemd te worden.

De vast te stellen Hogere waarde voor de Griftdijk Noord bedraagt: 54 dB. De vast te stellen Hogere waarde voor de Prins Mauritssingel bedraagt: 53 dB. De vast te stellen Hogere waarde voor de Margaretha van Mechelenweg bedraagt: 58 dB. De vast te stellen Hogere waarde voor de spoorlijn Nijmegen Arnhem bedraagt: 68 dB Dit betekent dat: 

Woningen die aan een gevel met meer dan 53 dB(A) wegverkeerslawaai of 58 dB(A) spoorweglawaai zijn belast, een slaapkamer aan een geluidsluwe zijde (<48dB(A) (wegverkeerslawaai) en/of (<55 dB(A) (spoorweglawaai) dienen te hebben. Een geluidsluwe zijde kan ook door indelingskeuzes en bouwkundige maatregelen worden gerealiseerd. Ten minste één buitenruimte van de woning aan de geluidsluwe zijde ligt. Een geluidsluwe buitenruimte kan ook door indelingskeuzes en bouwkundige maatregelen worden gerealiseerd.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Figuren

Bestemmingsplan Koudenhoek Noord, figuur 3; Ligging Toetspunten

Bestemmingsplan Koudenhoek Noord, figuur 4; Contourlijnen Griftdijk Noord op de hoogst mogelijke woonlaag

Bestemmingsplan Koudenhoek Noord, figuur 5; Contourlijnen Margaretha van Mechelenweg op de hoogst mogelijke woonlaag

Bestemmingsplan Koudenhoek Noord, figuur 6; Contourlijnen Prins Mauritssingel op de hoogst mogelijke woonlaag

Bestemmingsplan Koudenhoek Noord, figuur 7; Contourlijnen spoorweglawaai op de hoogst mogelijke woonlaag (oost)

Bijlagen

Bijlage 1 Akoestische begrippen A-weging Het menselijk gehoor neemt midden – en hoge tonen beter waar dan lage – en zeer hoge tonen van eenzelfde sterkte. Met deze selectieve gevoeligheid van het gehoor wordt rekening gehouden door het toepassen van een zogenaamd A-filter in de meetapparatuur. Correctie artikel 110g Wgh Tijdelijke aftrek voor het stiller worden van het wegverkeer. De aftrek bedraagt 2 dB, 3 dB of 4 dB voor wegen met een representatief te achten snelheid, van de categorie lichte motorvoertuigen, van 70 km/uur of meer (zie art. 3.4 van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012). Voor snelheden onder de 70 km/uur is deze aftrek 5 dB. Cumulatie Geluid van alle gezoneerde bronnen, volgens de Wet geluidhinder, tezamen (wegverkeerslawaai, railverkeer en industrielawaai). Alleen de bronnen die zorgen voor een overschrijding van de voorkeurswaarde moeten in de cumulatie worden betrokken. Bij wegverkeerslawaai zonder de correctie artikel 110g Wgh. Decibel (dB) De sterkte van het geluid wordt uitgedrukt in decibel (dB). Omdat de luchttrillingen bij harde geluiden vele miljoenen malen heviger zijn dan bij zachte, is de decibel een logaritmische verhoudingswaarde in plaats van een rechtlijnige maat.

Dove gevel Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van de constructie en 33 dB, alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Een dergelijke constructie valt niet onder het begrip ‘gevel’ van de Wet geluidhinder. Equivalent geluidniveau Het gemiddelde geluidniveau binnen een bepaalde periode. Frequentie Aantal trillingen per seconde. Geluiden met verschillende frequenties hebben andere toonhoogten. Geluid Voor mensen hoorbare luchttrillingen. Geluidbelasting in dB Geluidbelasting in Lden op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.0007.00 uur van een jaar. Bij wegverkeerslawaai inclusief de correctie artikel 110g Wgh. Geluidniveau in dB Geluidbelasting in Lden op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.0007.00 uur van een jaar. Bij wegverkeerslawaai exclusief de correctie artikel 110g Wgh. Geluidgevoelige ruimte van een woning Ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.

Geluidluwe zijde Een zijde waarop de geluidbelasting niet meer bedraagt dan de voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder. Gevel Bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw of woning scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak.

Voorkeurswaarde De in de Wet geluidhinder ten hoogste toelaatbare geluidbelasting per bron, waarbij sprake is van een goed akoestisch klimaat.

Waarneempunt (rekenpunt) Het punt waarop de geluidbelasting wordt gemeten of berekend. Waarneemhoogte Hoogte ten opzichte van het aanliggende maaiveld in meters. Zone Aandachtsgebied van een geluidbron waarbinnen de normen van de Wet geluidhinder gelden. Zone rond industrieterrein Het gebied vanaf de grens van het industrieterrein tot de 50 dB(A) contour er omheen. Zone langs een weg Het gebied vanaf de as van de weg tot de in de Wet geluidhinder genoemde afstand én de ruimte boven en onder de weg. Zone langs een spoorweg Gebied tussen de buitenste spoorstaaf en de op de sporenkaart aangegeven afstand.

Bijlage 2 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012

Algemeen De geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai wordt bepaald aan de hand van hoofdstuk 3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en dat van railverkeer aan de hand van hoofdstuk 4. Hierin staan regels over de wijze waarop geluidbelastingen moeten worden berekend en gemeten. In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 worden zowel voor weg- als railverkeer een standaard meetmethode en twee standaard rekenmethoden beschreven. In principe moet rekenmethode II worden toegepast. Rekenmethode I is alleen bedoeld voor eenvoudige berekeningen en kan worden toegepast bij (bijna) rechte wegen en als zich tussen de bron en het waarneempunt niet al te veel obstakels bevinden. Wegverkeerslawaai Het wegverkeerslawaai wordt verdeeld in vier categorieën motorvoertuigen. Voor geluidberekeningen worden er echter maar drie gebruikt (lichte –, middelzware – en zware motorvoertuigen). CATEGORIE LICHTE MOTORVOERTUIGEN

OMSCHRIJVING VOLGENS BESLUIT motorvoertuigen op 3 of meer wielen, met uitzondering van de voertuigen uit de categorieën 'middelzware' en 'zware' voertuigen

ALLEDAAGSE OMSCHRIJVING - alle personenauto's - de meeste bestelauto's - vrachtwagens met 4 wielen

MIDDELZWARE MOTORVOERTUIGEN

gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van 1 achteras met 4 banden

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

ZWARE MOTORVOERTUIGEN

gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen met een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen motorvoertuigen op 2 wielen al dan niet voorzien van een zijspanwagen

- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger alle motorfietsen (inclusief zijspan)

MOTORRIJWIELEN

PROFIEL

Bijlage 3 Invoergegevens rekenmodel, wegverkeerslawaai (jaar 2032H)

Akoestische rekenmodellen bevatten veel data. Het is niet zinvol om alle gegevens uit te draaien. Deze data is bovendien nauwelijks te interpreteren. Het digitale rekenmodel kan daarom op afspraak worden ingezien bij de gemeente Nijmegen. De modelbestanden kunnen bij de gemeente Nijmegen ook opgevraagd worden. Om deze bestanden te kunnen raadplegen heeft u speciale commerciële software nodig. De gemeente Nijmegen gebruikt zelf het DGMR-computerprogramma Geomilieu. Van het wegverkeerslawaai is de data wel in deze bijlage opgenomen. Het gaat om de:  Etmaalintensiteiten (weekdag - maandag tot en met zondag);  Verkeersverdeling per uur binnen de periodes van een etmaal (dag 07:00-19:00, avond 19:00-23:00 uur en nacht 23:0007:00 uur);  Verkeersverdeling van de verschillende categorieën motorvoertuigen (lichte –, middelzware – en zware motorvoertuigen);  Maximum toegestane snelheid in km/uur;  Deklaag van de weg.

Daarnaast zijn de berekende waarden weergegeven (geluidbelasting aan de Koudenhoek Noord inclusief de aftrek ex art. 110g Wgh – en de totale geluidniveaus - zonder de aftrek ex art. 110g Wgh).

Rapport Projectnummer: 51006154-01 Referentienummer: NL21 51006154-01C0 Datum: 28-04-2022

Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, cluster 1+2+3

Concept

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Denys van den Berg Adviseur Bodem en Ondergrond M ++31 6 10783102

Verantwoording Titel

Subtitel

Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, cluster 1+2+3

Projectnummer

51006154-01

Referentienummer

NL21 51006154-01C0

Revisie

C0

Datum

28-04-2022

Auteur(s)

Denys van den Berg

E-mailadres

denys.vandenberg@sweco.nl

Gecontroleerd door

Judith Beks

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Wout Nijhoving

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

2

(37)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Informatiebronnen.................................................................................................... 6

2.3

Onderzoekslocatie ................................................................................................... 6

2.4

Terreinsituatie .......................................................................................................... 7

2.5

Asbestverdenking .................................................................................................... 9

2.6

Resultaten locatiebezoek ........................................................................................ 9

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................ 9

2.8

Bekende bodemkwaliteitgegevens .......................................................................... 9

2.9

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................. 12

2.10

PFAS ..................................................................................................................... 12

2.11

Conclusies vooronderzoek .................................................................................... 12

2.12

Onderzoekshypothese en -strategie ..................................................................... 13

3

Veldonderzoek ..................................................................................................... 15

3.1

Onderzoeksstrategie ............................................................................................. 15

3.2

Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek .............................. 16

3.3

Visuele beoordeling grond ..................................................................................... 16

3.4

Grondwateronderzoek ........................................................................................... 17

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 19

4.1

Monsterselectie, analysepakketten en afwijkingen ............................................... 19

4.2

Toetsingskaders .................................................................................................... 20

4.3

Hergebruik van grond ............................................................................................ 21

4.4

Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................. 32

5

Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 33

5.1

Verontreinigingssituatie ......................................................................................... 33

5.1.1

Zintuiglijke waarnemingen...................................................................................................33

5.1.2

Voormalige boomgaard .......................................................................................................33

5.1.3

Olievlek trekker 2004 ..........................................................................................................33

5.1.4

Peilbuis olie 1994 ................................................................................................................34

5.1.5

Brandplaats .........................................................................................................................34

5.1.6

Droogstaande sloot .............................................................................................................34

5.1.7

Rest van de onderzoekslocatie ...........................................................................................34

3

(37)

6

Conclusie en advies ............................................................................................ 36

6.1

Conclusie ............................................................................................................... 36

6.2

Advies .................................................................................................................... 36

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie met gaten, boringen en peilbuis

Bijlage 3

Veldonderzoek

Bijlage 4

Analysecertificaten

Bijlage 5

Toetsingstabellen

Bijlage 6

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 7

Kwaliteitsborging

4

(37)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek en asbest in bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het gebied bekend als Koudenhoek Noord. Dit gebied is gelegen tussen de Margaretha van Mechelenweg, Griftdijk Noord en Dijkstraat te Lent (Nijmegen). Binnen dit gebied beslaat deze rapportage het deel bekend als cluster 1+2+3. Het verkennend bodemonderzoek is afgeleid van de volgende onderzoeksnormen:  NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.  NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.  NEN 5707+C2:2017 nl – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de geplande (her)ontwikkeling met woningbouw waarvoor de Gemeente Nijmegen de actuele bodemkwaliteit in kaart wil hebben gebracht. In verband hiermee is geactualiseerd inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek geeft inzicht in de algemene bodemkwaliteit.

Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2);  het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3);  het laboratoriumonderzoek inclusief resultaten(hoofdstuk 4);  de interpretatie van alle resultaten (hoofdstuk 5);  conclusie en advies (hoofdstuk 6). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

5

(37)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ uit de NEN 5725. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Informatiebronnen De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn eveneens in dit hoofdstuk weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Tabel 2.1

Overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek

Bron

Korte toelichting

Internet www.bodemloket.nl

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

www.ahn.nl

Ligging t.o.v. NAP

www.dinoloket.nl

Ondergrondgegevens

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.bagviewer.kadaster.nl

Gegevens over bebouwing (bouwjaar)

PFAS viewer Sweco

Indicatie verdachtheid voor PFAS op basis van openbare gegevens

Gemeente / Regionale Uitvoeringsdienst Bodemarchief

Milieuatlas Nijmegen, rapporten eerder uitgevoerde onderzoeken en luchtfoto’s

Bodemkwaliteitskaart

Te verwachten bodemkwaliteit en Lokale Maximale Waarden (LMW)

Provincie Wateratlas

Drinkwatergegevens

2.3 Onderzoekslocatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. In tabel 2.2 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie

Margaretha van Mechelenweg ongenummerd

Kadastrale gegevens locatie Coördinaten

Nijmegen, F16, F21, F37, F38, F39, F40, F206, F259 X: 187405, Y: 431590

Hoogteligging (m t.o.v. NAP)

+9,50

Oppervlakte locatie (in m²)

31.850

waarvan al eerder onderzocht (in m²)

31.850, waarvan 2.000 waterzuiveringsinstallatie

Huidig gebruik

Braakliggend, deels in gebruik voor een waterzuiveringsinstallatie

Verhardingen

Onverhard

Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1.

6

(37)

Figuur 2.1

Overzicht onderzoekslocatie (Blauw: locatiecontour, Oranje: voormalige boomgaard, gearceerd: Terrein waterzuivering, rood: voormalige ernstige verontreiniging olie, paarse lijn: sloot/greppel)

2.4 Terreinsituatie De onderzoekslocatie is onverhard en ligt grotendeels braak. De locatie is gelegen tussen de Griftdijk Noord, Dijkstraat en Margaretha van Mechelenweg. Nabij ligt het gebouw van het Citadel College. Ten noorden van de locatie ligt de Oosterhoutse Plas en ten westen ligt de Prins Mauritssingel. Binnen de grens van de locatie is een deel ingericht voor een waterzuiveringsinstallatie, hier zal geen herontwikkeling plaatvinden. Binnen de locatie is ook een sloot/greppel aanwezig ten oosten van de waterzuivering. Zie ook figuur 2.1. Tot circa 1960 was de volledige locatie in gebruik voor weiland. Rond 1960 tot circa 1975 is het zuidwestelijke deel in gebruik geweest als boomgaard. Rond 1975 tot circa 1990 heeft ten zuiden en westen van de locatie De Lentse Potgrond gestaan, inclusief kassen. Bekend is dat hiervoor op grote schaal organochloorbestrijdingsmiddelen zijn toegepast. Verder heeft De Lentse Potgrond hier zeker tot en met 2004 potgrond gefabriceerd, en daartoe zijn er (natuurlijke) grondstoffen en eindproducten opgeslagen in depots op het terrein, onder anderen klei, zand, veen, boomschors en rijstenkaft. In 2004 is dit terrein door de gemeente Nijmegen onderzocht om het aan te kopen i.v.m. de toekomstige nieuwbouw op locatie.

De afgelopen jaren is het terrein door de gemeente Nijmegen gebruikt voor de tijdelijke opslag van vrijkomende grond uit bouw- en woonrijp gebieden. Er staat voor de locatie een herontwikkeling met woningbouw gepland. In bijlage 2 is een kaart met de geplande herindeling voor heel Koudenhoek Noord opgenomen.

7

(37)

1960

1975

1990 Figuur 2.2

2010 Historische kaarten

8

(37)

2.5 Asbestverdenking De onderzoekslocatie is op basis van de bekende gegevens alleen lokaal verdacht op de aanwezigheid van asbest. De locatie is in zeer beperkte mate bebouwd geweest rond 1975, op de locatie waar nu de waterzuiveringsinstallatie staat, en daar is in het verleden al asbestonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is lokaal asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen en ook asbest aangetoond. Buiten de omgeving van de voormalige bebouwing hebben binnen de onderzoekslocatie geen asbestverdachte activiteiten plaatsgevonden. Na 2009 heeft ook nog opslag van grond uit de omgeving van Nijmegen plaatsgevonden, waarvan de samenstelling ten tijde van schrijven niet bekend is. Op de opgeslagen grond zijn partijkeuringen uitgevoerd, de partijen grond van de grondopslag zijn opgeslagen (geweest) op folie. maaiveld. 2.6 Resultaten locatiebezoek Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer E. Veldman van Sweco B.V. op 28 februari 2022. Het locatiebezoek is uitgevoerd vlak voor de uitvoering van het veldwerk. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. Er is tijdens het locatiebezoek een stookplaats/brandplek aangetroffen in het zuidoosten van de onderzoekslocatie.

De locatie van de brandplek is ingetekend in bijlage 2 en er is een foto van deze brandplek opgenomen in bijlage 3.Verder zijn er geen bijzonderheden of afwijkingen waargenomen van de bekende informatie. 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel. De gegevens uit deze tabel zijn ontleend aan www.dinoloket.nl. De maaiveldhoogte binnen de onderzoekslocatie komt globaal overeen met NAP +9,50 m. Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m -mv)

Samenstelling

Geohydrologische eenheid

Formatie

0,0-2,10

Klei

Slecht doorlatende laag

Formatie van Echteld

2,10-19,10

Zand

Eerste watervoerend pakket

Formatie van Kreftenheye

19,10-40,00

Zand

Tweede watervoerend pakket

Formatie van Waalre

Op basis van (de provinciale wateratlas/TNO/DGV gegevens) wordt geconcludeerd dat vermoedelijk sprake is van een infiltratiesituatie. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt in westelijke richting. De freatische, ondiepe grondwaterstand op de locatie bedraagt circa 7,8 m +NAP of 3,2 m -mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet exact aan te geven en kan plaatselijk afwijken door de aanwezigheid van (gedempte) sloten, rioleringen en dergelijke in de directe omgeving. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een waterwingebied of boringsvrije zone (bron: provincie Gelderland). 2.8 Bekende bodemkwaliteitgegevens Uit het bodemloket en de milieuatlas van de gemeente Nijmegen blijkt dat op de locatie eerder onderzoek bekend is. In de omgeving van de locatie is ook onderzoek uitgevoerd, al deze onderzoeken zijn doorgenomen:  Inventariserend onderzoek aan de Dijkstraat 7 te Lent, CBB, 1092402, 28 mei 1997. o In de jaren ’90 is er verbouwd aan De Lentse Potgrond. De grond die daarbij is vrijgekomen is verwerkt in een aarden wal met een gronddoek eroverheen op het noordelijk deel van het terrein dat in dit onderzoek van CBB is onderzocht. Er is onderzocht op extraheerbare organochloorverbindingen. Deze zijn in de vaste bodem niet aangetroffen. Lokaal zijn licht verhoogde gehaltes PAK, cadmium, zink, nikkel in de 9

(37)

bodem gemeten. Verder zijn er in het grondwater lokaal licht verhoogde concentraties trichloormethaan, 1,1 dichloorethaan, cadmium, chroom en lood aangetroffen. Ter plaatse van peilbuis 1 is een sterk verhoogde concentratie minerale olie aangetoond in het grondwater. Deze sterk verhoogde concentratie is destijds aangetoond binnen het zuidwestelijke deel van de huidige onderzoekslocatie. Verkennend bodemonderzoek Griftdijk Noord 26 te Lent, BMA, NEN.20040035, 25 oktober 2004. o Deze locatie bevindt zich ten westen van de huidige onderzoekslocatie. De (zuid)westelijke strook van de huidige onderzoekslocatie valt er ook onder. Er is lokaal een matig verhoogd gehalte minerale olie in de bodem aangetroffen ter plaatse van een voormalig depot van de Lentse Potgrond ongeveer 150 meter ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Ter plaatse van de bovengrondse olietank en OBAS van De Lentse Potgrond is lokaal een matig verhoogde concentratie olie in het grondwater en een sterk verhoogd gehalte olie in de bodem aangetroffen. Dit gaat om een volume grond van ongeveer 120m3. Deze verontreiniging bevindt zich ongeveer 250 meter ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Slootdempingen en slib in sloten zijn onderzocht. Slib is hierbij niet aangetroffen. In de slootdempingen zijn hooguit licht verhoogde gehalten aangetroffen.

Verspreid over de locatie van dit onderzoek zijn lokaal licht verhoogde gehalten koper, chroom, arseen, zink, PAK, EOX, PCB, OCBs, en minerale olie aangetroffen. Monitoringsrapportage Griftdijk Noord 26 , BMA Milieu, 20070338, 07-01-2008 o In dit onderzoek uit 2008 is een peilbuis die in het bovenstaande onderzoek uit 2004 is geplaatst, herbemonsterd: de peilbuis bij een voormalige afgiftepomp en ondergrondse olietanks. Deze bevindt zich ongeveer 60 meter ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie. Er zijn in dit onderzoek geen verhoogde gehaltes van de onderzochte stoffen in die peilbuis aangetoond. In 2004, toen de peilbuis werd geplaatst, is er in deze peilbuis alleen een licht verhoogde concentratie aan chroom aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Perceel Looijs aan de Griftdijk Lent, Grontmij, GLD9780, 24-07-2002 o Dit onderzoek gaat om kadastraal perceel F39, wat binnen de huidige onderzoekslocatie ligt. Lokaal zijn er in de bodem licht verhoogde gehalten aan nikkel aangetroffen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan Cis 1,2 dichlooretheen aangetroffen. Het licht verhoogde gehalte aan nikkel ligt beneden de lokale achtergrondwaarde voor deelgebied Waalsprong op de bodemkwaliteitskaart van gemeente Nijmegen. Op twee locaties binnen het terrein is er asbesthoudend materiaal aangetroffen.

o In de omgeving van de stal was asbest op het maaiveld aangetroffen. In de bodem was ook analytisch asbest aangetoond, maar dit was minder dan 1,0 mg/kg. o In de sloot aan de zuidkant van deze onderzoekslocatie zijn asbestdeeltjes, puindeeltjes, en licht verhoogde gehalten aan zink, PAK’s, en minerale olie aangetroffen. Het aangetoonde gehalte aan zink overschreed daar de Lokale Maximale Waarde. Het gehalte aan asbest bij de sloot overschrijd de Interventiewaarde ruim met 2.300 mg/kg op basis van het plaatmateriaal. De grond zelf is niet geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De met asbest verontreinigde grond in de sloot betreft ongeveer 20 m3. o Onder een tractor in de voormalige overdekte opslag is een olievlek aangetroffen. Tussen 0,0 m -mv en 0,2 m -mv is een sterke verontreiniging met olie aangetoond. In de onderliggende laag is geen verhoogd gehalte 10

(37)

aan olie aangetoond. Het volume aan met minerale olie verontreinigde grond is op basis daarvan bepaald op maximaal 10 m3. Vanwege de beperkte volumes van de bekende verontreinigingen werd aanvullend onderzoek niet kosteneffectief geacht en werd aangeraden om zonder aanvullend onderzoek te saneren, in overleg met het bevoegd gezag. Een verslag van deze voorgestelde sanering is niet beschikbaar via de milieuatlas van de gemeente Nijmegen of de provincie Gelderland.  Verkennend bodemonderzoek en aanvullend asbestonderzoek Griftdijk Noord (percelen Opgenoort) te Lent, Grontmij, 268336, 03-06-2009 o De onderzoekslocatie ligt ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie. De (noord)westelijke hoek van de huidige onderzoekslocatie valt binnen het onderzoeksgebied van de Percelen Opgenoort. De sloten zijn onderzocht en daar zijn er geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen in aangetoond, waaronder OCB’s. Hierbij is geen onderscheid gemaakt in de bovenste 0,25 m en de onderste 0,25 m van de bovengrond, zoals tegenwoordig wel gebruikelijk is. In een gedempte sloot is een zwakke bijmenging aan puin aangetroffen. Hier is geen asbest aangetoond. Op de zuidgrens van deze onderzoekslocatie is een puinlaag aangetroffen, in het zuidoostelijke gedeelte van de huidige onderzoekslocatie. Deze bestaat volledig uit puin en betreft daarom geen bodem. Deze bevat geen asbest.

Verder zijn er geen verhoogde gehalten aangetoond in de bodem. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan barium en naftaleen aangetoond o Er is lokaal veel asbest op het maaiveld aangetroffen, ongeveer 75 meter ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Aanvullend asbestonderzoek heeft aangetoond dat dit een geval van ernstige verontreiniging met asbest is in de zin van de wet Bodembescherming. De asbestverontreiniging is destijds afgeperkt en valt niet binnen de huidige onderzoekslocatie. De verontreiniging is verticaal afgeperkt tot maximaal 0,5 m diepte. Bij de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland is geen verslag van sanering van deze asbestverontreiniging bekend. Er zijn geen andere verhoogde gehaltes aan onderzochte stoffen in de bodem gemeten in, of grenzende aan, het huidige onderzoeksgebied. VOCL-pluim voormalig Philips-terrein  Saneringsonderzoek Pastoor van Laakstraat 92 (voormalig Philips-terrein) te Lent, Tauw, 443827711-10-2006  Gefaseerd deelsaneringsplan Pastoor van Laatstraat te Lent, Tauw, 4566402, 2104-2008 o Dit is een onderzoek naar een groter gebied waar onder andere de huidige onderzoekslocatie inligt. Ongeveer 100 meter ten oosten van de huidige onderzoekslocatie heeft in het verleden een fabriek van Thermion/Philips gelegen. Daar zijn in het verleden CKW’s geloosd.

De pluim aan CKW’s is echter wel onder bijna de gehele huidige onderzoekslocatie aanwezig, omdat de grondwaterstroming hier hoofdzakelijk naar het westen is gericht. o Er is een sterke grondwaterverontreiniging met CKW aangetroffen tot 60 m -mv. CKW wordt aangetroffen in het gehele eerste watervoerende pakket en in de pluim treed nauwelijks natuurlijke afbraak op. o In waterbodems en oevers van sloten in de directe omgeving van de voormalige fabriek zijn sterke verontreinigingen met CKW en cadmium aangetroffen, en lichte verontreinigingen met minerale olie, koper en nikkel. Dit is 100 meter verderop, dus deze invloed zal ter plaatse van het huidige onderzoeksgebied niet merkbaar zijn.

11

(37)

Saneringsplan Pastoor van Laakstraat 90-92, Sweco, 282456, 12-04-2017 o Dit is het saneringsplan van het fabrieksterrein van Thermion/Philips en betreft dezelfde CKW-pluim als het deelsaneringsplan uit 2008. In het grondwater is op 4-5 m-mv cis ruim boven de interventiewaarde en vc ruim boven de tussenwaarde maar net onder de interventiewaarde aangetoond. Het is onwaarschijnlijk dat deze verhoogde concentraties aan CKW’s ook aanwezig zijn in het freatisch grondwater. Voorgaande onderzoeken hebben deze ook niet aangetoond.

2.9 Bodemkwaliteitskaart In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nijmegen ligt de onderzoekslocatie binnen de zone Waalsprong. Dit komt overeen met de historische kaarten (figuur 2.2) voor het bredere gebied. Van de zone Waalsprong is bekend dat er verhoogde gehalten aan OCB’s aanwezig zijn vanwege de historische aanwezigheid van boomgaarden. Door de gemeente Nijmegen zijn voor zware metalen, PAK, PCB en OCB’s Lokale Maximale Waarden (LMW’s) vastgesteld vanwege het historische gebruik. OCB’s zijn voor de gehele omgeving van Nijmegen opgenomen, ook voor locaties waar deze niet gebruikt zijn. 2.10 PFAS De locatie is voor zover bekend nooit onderzocht op PFAS. De door Sweco zelf ontwikkelde PFAS-viewer is daarom geraadpleegd. Deze combineert alle openbaar beschikbare gegevens over PFAS-bronnen en bronlocaties in een landelijke risicokaart. Hierin is er geen puntbron voor PFAS gevonden. Vanuit de gemeente is voor heel Nijmegen indicatief bodemonderzoek voor PFAS uitgevoerd (Rapport Vaststelling kentallen PFAS, S. Broekman, geen kenmerk, 15 juli 2020). Hierbij is voor de hele gemeente Nijmegen PFAS onderzoek uitgevoerd om kentallen vast te stellen. Voor alle zones, waaronder ook Waalsprong, zijn geen gehalten aangetoond boven de landelijke achtergrondwaarden en voor veel stoffen ook niet boven de detectielimiet.

Er worden hooguit verhoogde gehalten verwacht in de bovengrond als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de PFAS-gehalten waarschijnlijk voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in het Handelingskader PFAS van december 2021. Indien toch verhoogde gehalten aan PFAS aanwezig zijn voldoen ze waarschijnlijk nog wel aan de waarden voor Wonen/Industrie. 2.11 Conclusies vooronderzoek Uit de verzamelde informatie zijn de onderstaande conclusies getrokken over de te verwachten bodemkwaliteit. Door de gemeente Nijmegen zijn Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor zware metalen, PAK, PCB en OCB’s. Bij het historisch onderzoek zijn ten aanzien van PFAS geen potentiële risico-activiteiten geconstateerd. De locatie is voor zover bekend nooit onderzocht op PFAS maar bij het gemeente-brede onderzoek zijn geen gehalten boven de landelijke achtergrondwaarden aangetoond. Verwacht wordt dat de PFAS-gehalten voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in het Tijdelijke Handelingskader PFAS. 12

(37)

Op het zuidoostelijke gedeelte van de locatie is een boomgaard aanwezig geweest in de jaren ‘50/’60 en voor zover bekend is deze nooit onderzocht. Dat gedeelte van de locatie is daarom extra verdacht op de aanwezigheid OCB’s. De locatie als geheel is ook verdacht voor OCB’s vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de omgeving, maar in mindere mate. In het diepe grondwater op de locatie is een sterke verontreiniging met cis tri en vc bekend vanuit de voormalige Philips/Thermionfabriek. Deze zou niet aanwezig moeten zijn in het freatische grondwater. Ter plaatse van het waterzuiveringsstation dat in het zuiden van de onderzoekslocatie is gelegen is geen onderzoek noodzakelijk. Het waterzuiveringsstation blijft gehandhaafd en dat gedeelte van het terrein is daarmee geen onderdeel van de geplande herontwikkeling. De greppel in het zuiden van de locatie waar asbesthoudende plaatmateriaal was aangetroffen is nog verdacht op de aanwezigheid van asbest. Er is namelijk geen documentatie beschikbaar van een uitgevoerde sanering, mogelijk is er nog steeds een verontreiniging met asbest aanwezig. De olievlek die in 2002 is aangetoond is ook nog steeds verdacht op minerale olie, omdat er net als voor de greppel met plaatmateriaal geen documentatie is van een uitgevoerde sanering.

Ook de plek van de peilbuis waar in 1997 een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie is aangetoond in het grondwater is nog verdacht op de aanwezigheid van minerale olie. Voor zover bekend is deze verhoogde concentratie verder nooit onderzocht. Tijdens het locatiebezoek is een brandplaats waargenomen, deze locatie wordt apart onderzocht in verband met de waargenomen verbrandingsresten. Op een paar stukken van beperkte oppervlakte na is binnen de huidige onderzoekslocatie geen bodemonderzoek uitgevoerd. De delen waar wel bodemonderzoek is uitgevoerd zijn onderzocht met een minder intensieve onderzoeksopzet dan tegenwoordig gebruikelijk is voor locaties verdacht voor OCB’s. De gehele onderzoekslocatie wordt daarom beschouwd als verdacht op in elk geval OCB’s en de locatie van de voormalige boomgaard wordt beschouwd als extra verdacht op OCB’s en wordt daarom apart onderzocht. De onderzoekslocatie is voor het grootste deel niet specifiek verdacht op de aanwezigheid van asbest. Om verrassingen tijdens de geplande herontwikkeling te voorkomen en om aan te sluiten bij de onderzoeksopzet voor de NEN-5740 wordt de gehele onderzoekslocatie ook voor asbest onderzocht als een verdachte locatie.

2.12 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 2.11, en in overleg met de opdrachtgever zijn in tabel 2.4 de hypotheses gedefinieerd.

13

(37)

Tabel 2.4

Hypothese en onderzoeksstrategie

Locatie

Oppervlakte (m2)

Bodemlaag (m -mv)

Hypothese

Strategie

NEN-5740 (milieukundig bodemonderzoek) Voormalige boomgaard

6.800

0,0 – 0,5

Verdacht op diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld specifiek OCB’s op basis van historie als boomgaard

VED-HE

Olievlek tractor 2004

25

0,0 - 0,5

Verdacht op puntbelasting met olie uit voorgaand onderzoek

Maatwerk gebaseerd op VEP

Peilbuis olie 1997

25

0,0 – 3,0

Verdachte locatie voor olie in grondwater op basis van voorgaand onderzoek

Maatwerk gebaseerd op VEP

Brandplaats

25

0,0-2,0

Verdachte locatie op basis van aanwezigheid brandplaats

Maatwerk gebaseerd op VEP

Rest onderzoekslocatie

23.000

0,0 – 0,5

Verdacht op diffuse bodembelasting met zware metalen, PAK, PCB’s en OCB’s op basis van historie. Wordt ook onderzocht voor actualisatie

VED-HE

NEN-5707 (asbest bodemonderzoek) Gehele locatie

29.850

0,0 – 0,5

Wordt onderzocht als verdachte locatie om aan te sluiten bij strategie voor NEN-5740

VED-HE

Droogstaande sloot

20

0,0 – 2,0

Verdachte locatie op basis van voorgaand onderzoek en afwezigheid documentatie sanering

Maatwerk gebaseerd op VEP

De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.

14

(37)

3

Veldonderzoek

3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk is uitgevoerd, zoals in tabel 3.1 beschreven: Tabel 3.1

Uitgevoerd veldwerk

Locatie

Oppervlakte (m2)

Aantal boringen tot 0,5 m-mv

Aantal boringen tot 1,0 m-mv

Aantal boringen tot 2,0 m-mv

Aantal peilbuizen

Voormalige boomgaard

6.800

10

3

3

1

Olievlek tractor 2004

25

2

1, gestuit op 0,7 m -mv

-

-

Peilbuis olie 1997

25

-

-

2

1

Brandplaats

25

2

-

1

-

Rest onderzoekslocatie

23.000

30

1

5

4

Asbestinspectiegaten 0,5 m-mv

Aantal doorgeboord tot 1,0 m-mv

Aantal doorgeboord tot 2,0 m-mv

NEN-5740

NEN-5707 Gehele locatie

29.850

37

3

7

Droogstaande sloot

20

2

1

-

Het veldwerk is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. (certificaatnummer VB 082/4) op 1, tot en met 4, 7 en 22 maart 2022. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018 (zie bijlage 7). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 3. De bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is uitgevoerd door de heer E. Veldman op 18 maart 2022. De locaties van de boringen, peilbuizen en gaten zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek, het terreingebruik en de maaiveldinspectie. Bij de uitvoering van het veldwerk is een afwijking van de NEN 5707 opgetreden. Het betreft het niet zeven van al het monstermateriaal. Vanwege het grindgehalte kon het monstermateriaal niet altijd gezeefd worden. Van de NEN 5740 is niet afgeweken.

15

(37)

3.2 Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek Uitvoering Het maaiveld is geïnspecteerd door de deellocaties in stroken van 1,5 m haaks op elkaar te belopen. Bij de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bevindingen Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld. De maaiveldinspectie heeft geen aanleiding gegeven tot herindeling van de deellocaties. Bemonstering Omdat geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen, zijn geen monsters genomen. 3.3 Visuele beoordeling grond Uitvoering Bij het verrichten van boringen en het graven van gaten is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. Voor het asbestbodemonderzoek is de grond gezeefd over een zeef met maaswijdte van 2 cm en is de uitgezeefde grove fractie geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Hierbij zijn de asbestverdachte stukken verzameld, geteld en gewogen per type materiaal. De boringen en gaten zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie cq de zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2:

Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen

Boringnummer

Maximale boordiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

01-01 01-02 01-05 01-08

3,00 3,50 0,50 0,50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klei Klei Klei Klei

01-10 01-11 01-12 01-13

0,50 0,52 0,50 0,60

0,25 - 0,50 0,10 - 0,50 0,02 - 0,52 0,00 - 0,50 0,00 - 0,10 0,35 - 0,60

Klei Klei Klei Klei

01-15 01-17 01-19 01-21 01-23 01-24

0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,25

Klei Klei Klei Klei Klei Zand

01-28

1,00

0,00 - 0,50

Zand

Sporen baksteen Sporen baksteen Niet gezeefd. Sporen plastic, sporen baksteen, Niet gezeefd. Niet gezeefd. Niet gezeefd. Niet gezeefd. Niet gezeefd. Klinker Zwak puinhoudend, 0,4 kg puin >20mm. Geen asbestverdacht materiaal waargenomen Niet gezeefd. Niet gezeefd. Sporen baksteen, Niet gezeefd. Sporen baksteen Niet gezeefd. Sporen puin, 0,5kg puinsporen >20mm Matig puinhoudend

16

(37)

Boringnummer

01-29

01-32 01-33 01-38 01-58 Brandplek Br-01 Br-02 Br-03 Trekker olie To-02

Maximale boordiepte (m -mv) 1,30

0,50 2,00 0,50 0,50 0,60 0,60 2,00

0,70

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

0,00 - 0,50

Zand

0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,20 0,00 - 0,50

Zand Klei Klei Zand Klei

Matig puinhoudend, 4,2kg >20mm Matig puinhoudend Sporen baksteen Laagjes zand Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend

0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,30 0,30 - 0,40

Klei Klei

0,50 - 0,70

Klei

Klei

Matig kolengruishoudend Matig kolengruishoudend Volledig kolengruis Matig kolengruishoudend Sterk puinhoudend, geen oliewater reactie, Gestaakt vanwege puin

Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Voor het bodemonderzoek naar asbest is de opgegraven grond bemonsterd door het samenstellen van mengmonsters per deellocatie, na verwijdering van de grove fractie >2 cm. Gezien de grondslag kon bij enkele boringen niet overgegaan worden tot zeving om de grove fractie >2 cm te verwijderen. Van de asbestverdachte materialen zijn per type monsters genomen. 3.4 Grondwateronderzoek Uitvoering Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht:  het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen.  het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater.  het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. Hierbij is een afwijking van SIKB protocol 2002 opgetreden: De peilbuis 01-59 was ten tijde van bemonstering belucht. De grondwaterstand van 1,73 mmv was lager dan de bovenkant van het filter van 1,7 m-mv. Hierdoor zijn eventuele vluchtige stoffen in het grondwatermonster mogelijk deels of volledig vervlogen. Gezien het verschil met de bovenkant van het filter beperkt is wordt aangenomen dat de peilbuis maar voor een korte periode belucht zal zijn geweest en worden de resultaten van de analyses op die manier beoordeeld.

17

(37)

Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen In tabel 3.3 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.3:

Resultaten veldmetingen grondwater

Monstercode

Filterstelling (m -mv)

Grondwater-stand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

01-01-1-1 01-02-1-1 01-03-1-1 01-04-1-1 01-59-1-1 Po-01-1-1

2,00 - 3,00 2,40 - 3,40 2,30 - 3,30 1,20 - 2,20 1,70 - 2,70 2,00 - 3,00

1,74 1,76 1,87 0,74 1,73 1,52

6,7 7,2 6,5 7,2 7,0 7,3

1870 1880 1360 1370 1000 1390

33,4 8,56 15,8 33,4 28,8 22,6

Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Bij de bespreking van de analyseresultaten wordt rekening gehouden met de hoge NTU zoals aangetroffen in alle peilbuizen behalve peilbuis 01-02. De in tabel 3.5 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd.

18

(37)

4

Laboratoriumonderzoek

4.1 Monsterselectie, analysepakketten en afwijkingen Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. Ten aanzien van asbest is hierbij de volgende strategie aangehouden: Om het gemiddelde asbestgehalte te verkrijgen in de homogene deellocaties zijn mengmonsters samengesteld in het veld. De monsterselectie voor asbestanalyses is opgenomen in tabel 4.2. Het standaardpakket grond bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbinfenylen (PCB) en minerale olie. De grondmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. Monsters uit de bovengrond zijn ook geanalyseerd op OCB’s. De grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuizen zijn geanalyseerd op het standaardpakket grondwater, bestaande uit zware metalen, vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. De geselecteerde monsters voor de analyses op de standaardpakketten zijn in het laboratorium van Eurofins Analytico B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 4.

In bijlage 4 zijn enkele afwijkingen op de analyseprotocollen vermeld, te weten:  Het volume van MM_ASB-01-6 voor het asbestonderzoek was onvoldoende. Na drogen was 9,196 kg ds over, minder dan de voorgeschreven 10 kg ds. De consequentie is dat de resultaten van MM_ASB-01-6 in principe als indicatief moeten worden beschouwd. Gezien het gebrek aan drooggewicht minimaal is en er geen asbest is aangetoond worden de resultaten alsnog als representatief beschouwd;  De conserveringstermijn voor de analyse op minerale olie was in alle monsters geanalyseerd op minerale olie overschreden. De consequentie is dat deze analyseresultaten in principe als indicatief beschouwd moeten worden. Voor de meeste monsters is er geen minerale olie aangetoond en zijn er ook geen zintuiglijke waarnemingen in het veld geweest van olie. Voor die monsters wordt dit daarom niet als een kritieke afwijking beschouwd. In de analysemonsters 01-58-2 en T0-02-3 is wel minerale olie aangetoond en wordt bij de bespreking van de resultaten rekening gehouden met deze afwijking;  De conserveringstermijn voor de extractie van PAK/PCB was voor MM1_1-10, MM_01Br-01 en MM_01-BR-02 overschreden. De consequentie is dat deze analyseresultaten in principe als indicatief beschouwd moeten worden.

De overschrijding van de conserveringstermijn was echter minimaal en in de meeste andere analysemonsters is er geen PAK of PCB aangetoond. Om deze redenen worden de analyseresultaten alsnog als representatief beschouwd;  Voor MM_1-01, MM_1-02, 01-58-1 en 01-58-2 is voor PCB 138 en PCB 153 aangegeven dat deze positief beïnvloed kunnen zijn door respectievelijk PCB 163 en PCB 132. Het aangetoonde gehalte aan PCB’s kan hierdoor hoger zijn dan daadwerkelijk aanwezig is in de bodem. Voor deze analysemonsters zijn PCB’s niet de maatgevende of niet de enige maatgevende parameter en wordt dit daarom niet als een kritieke afwijking beschouwd.

19

(37)

Opgemerkt wordt dat de fractie respirabele vezels op basis van de volgende overwegingen niet is bepaald:  De gehalten niet-hechtgebonden en hechtgebonden overschrijden de risicowaarden niet (100 respectievelijk 1000 mg/kg ds gg) en  De locatie is niet verdacht van respirabele vezels, en  Er is geen asbest aangetroffen in de fracties <0,5 mm, 0,5-1 mm en 1-2 mm. 4.2 Toetsingskaders Wbb en Bbk Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde (dikgedrukt geschreven), het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. De volledige toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport.

Matig verhoogd

Sterk verhoogd

(0,01-0,50)

(0,51-1,0)

(1+) interventiewaarde

Licht verhoogd

(-)

tussenwaarde

Niet verhoogd

streefwaarde

grondwater

interventiewaarde

grond

tussenwaarde

achtergrondwaarde

De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in de navolgende tabel 4.1. Hierbij zijn alleen de gehalten weergegeven die de toetsingswaarden overschrijden (weergegeven als een indexwaarde: Index = ((Gehalte minus Achtergrondwaarde) / (Interventiewaarde minus Achtergrondwaarde)). De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

20

(37)

Niet

Verhoogd

Criterium voor nader

Sterk verhoogd

Sterk verhoogd

hechtgebonden

onderzoek 100 mg/kg ds gg

verhoogd

hechtgebonden

100 mg/kg ds gg

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg Asbest in grond en puin

1000 mg/kg ds gg

Asbest Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De met dit verkennend onderzoek verkregen asbestgehalten, moeten volgens de NEN 5707 beschouwd worden als indicatieve gehalten. Deze indicatieve gehalten asbest zijn getoetst aan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg ds gg. Directe toetsing aan de interventiewaarde (100 mg/kg ds gg) is niet mogelijk door de lagere onderzoeksintensiteit in het verkennend onderzoek. Desalniettemin toetst Sweco de indicatieve gehalten aan asbest wel aan de interventiewaarde om inzicht te krijgen in de ernst van de verontreiniging. De toetsingsmogelijkheden voor asbestgehalten verkregen met een verkennend bodemonderzoek asbest zijn als volgt:

Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. De berekeningen van de asbestgehalten zijn opgenomen in bijlage 6. De berekende asbestgehalten en de toetsing is per bodemlaag opgenomen in de navolgende tabel 4.2 4.3

Hergebruik van grond

Standaard-

Altijd

parameters

toepasbaar

klasse Wonen

interventiewaarde

waarde industrie

(lokale) maximale

waarde wonen

(lokale) maximale

achtergrondwaarde

De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse voor dechemische parameters, zijn samengevat in tabel 4.4. De hergebruiksklassen zijn als volgt:

klasse industrie

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar

Maximale

emmissiewaarde

In grootschalige bodemtoepassing

De gehalten voor de Bbk zijn ook getoetst aan de Lokale Maximale Waarden voor de klasse Waalsprong. Op basis van het huidige beleid van de gemeente Nijmegen is de LMW voor minerale olie gelijk aan de Achtergrondwaarde/ waarde Wonen en is daar niet apart aan getoetst. 21

(37)

Tabel 4.1

Monsterselectie en toetsing analyseresultaten Wbb

Monster

Monster traject (m -mv)

Voormalige boomgaard MM_1-01 (top 0,00 - 0,25 puin) MM_1-02 (onder puin)

0,25 - 0,50

MM_1-07 (top)

0,00 - 0,25

MM_1-08 (onder)

0,25 - 0,50

MM_1-14 (top)

0,00 - 0,25

MM_1-15 (onder)

0,25 - 0,50

MM_1-12 (OG)

0,50 - 1,30

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

>AW

>T

>I

Oordeel Wbb

01-24 (0,00 - 0,25) 01-28 (0,00 - 0,25) 01-29 (0,00 - 0,25) 01-28 (0,25 - 0,50) 01-29 (0,25 - 0,50)

NEN-pakket incl. OCB

Puinhoudende zandige toplaag

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Puinhoudende zandige onderlaag

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond toplaag

PCB (0,01) Koper (0,15) PAK (0,02) PCB (-) Kobalt (0,07) Nikkel (0,24) PAK (0,12) Kobalt (-) Nikkel (0,01)

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond onderlaag

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond toplaag

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond onderlaag

Kobalt (0,01) Nikkel (0,1)

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket

Ondergrond

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

01-04 (0,00 - 0,25) 01-30 (0,00 - 0,25) 01-31 (0,00 - 0,25) 01-40 (0,00 - 0,25) 01-04 (0,25 - 0,50) 01-30 (0,25 - 0,50) 01-31 (0,25 - 0,50) 01-40 (0,25 - 0,50) 01-45 (0,00 - 0,25) 01-46 (0,00 - 0,25) 01-49 (0,00 - 0,25) 01-52 (0,00 - 0,25) 01-45 (0,25 - 0,50) 01-46 (0,25 - 0,50) 01-49 (0,25 - 0,50) 01-52 (0,25 - 0,50) 01-04 (0,50 - 1,00) 01-31 (0,50 - 1,00) 01-36 (0,80 - 1,30)

22

-

(37)

Monster

Monster traject (m -mv) Olievlek tractor 2004 To-01-1 0,00 - 0,25

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

>AW

>T

>I

Oordeel Wbb

To-01 (0,00 - 0,25)

Minerale Olie

-

-

-

To-01-2

0,25 - 0,50

To-01 (0,25 - 0,50)

Minerale Olie

-

-

-

To-02-1

0,00 - 0,25

To-02 (0,00 - 0,25)

Minerale Olie

-

-

-

To-02-2

0,25 - 0,50

To-02 (0,25 - 0,50)

Minerale Olie

-

-

-

To-02-3

0,50 - 0,70

To-02 (0,50 - 0,70)

Minerale Olie

Minerale olie (0,2)

-

-

To-03-1

0,00 - 0,25

To-03 (0,00 - 0,25)

Minerale Olie

-

-

-

To-03-2

0,25 - 0,50

To-03 (0,25 - 0,50)

Minerale Olie

Oliespot trekker toplaag Oliespot trekker onderlaag Oliespot trekker toplaag Oliespot trekker onderlaag Oliespot trekker ondergrond Oliespot trekker toplaag Oliespot trekker onderlaag

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Overschrijding achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde

Peilbuis olie 1997 Po-01-5 1,20 - 1,50

Po-01 (1,20 - 1,50)

Minerale Olie

-

-

-

Po-02-5

1,20 - 1,50

Po-02 (1,20 - 1,50)

Minerale Olie

-

-

-

Po-03-5

1,20 - 1,50

Po-03 (1,20 - 1,50)

Minerale Olie

Vroegere peilbuis olie Vroegere peilbuis olie Vroegere peilbuis olie

-

-

-

Brandplaats MM_01-BR01

0,00 - 0,40

Br-01 (0,00 - 0,10) Br-02 (0,00 - 0,10) Br-03 (0,30 - 0,40)

PFAS, NENpakket

Brandplaats toplaag

Koper (0,55)

-

Overschrijding achtergrondwaarde

Br-01-1

0,00 - 0,10

Br-01 (0,00 - 0,10)

Koper

Brandplaats toplaag uitsplitsen

Nikkel (0,04) Zink (0,25) Molybdeen (-) Lood (0,07) -

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

23

(37)

Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde

Monster

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

>AW

>T

>I

Oordeel Wbb

Br-02-1

Monster traject (m -mv) 0,00 - 0,10

Br-02 (0,00 - 0,10)

Koper

Brandplaats toplaag uitsplitsen

Koper (0,03)

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

Br-03-2

0,30 - 0,40

Br-03 (0,30 - 0,40)

Koper

Brandplaats toplaag uitsplitsen

-

-

Koper (5,05)

Overschrijding interventiewaarde

MM_01-BR02

0,10 - 0,90

Br-01 (0,10 - 0,60) Br-02 (0,10 - 0,60) Br-03 (0,40 - 0,90)

NEN-pakket

Brandplaats onderlaag

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

01-58 (0,00 - 0,25)

NEN-pakket incl OCB

Zwak puinhoudende kleiige toplaag

PCB (-) Zink (0,08) Cadmium (-) Lood (0,07) PAK (0,02) PCB (0,01) Minerale olie (0,06) Kobalt (0,02) Nikkel (0,06) PAK (0,22) PAK(-)

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

PAK (-)

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

Rest onderzoekslocatie 01-58-1 (top 0,00 - 0,25 puin)

01-58-2 (onder puin)

0,25 - 0,50

01-58 (0,25 - 0,50)

NEN-pakket incl. OCB

Zwak puinhoudende kleiige onderlaag

MM_1-03 (top baksteen)

0,00 - 0,25

NEN-pakket incl. OCB

Baksteenhoudende toplaag

MM_1-04 (onder baksteen) MM_1-05 (top zand)

0,25 - 0,50

01-01 (0,00 - 0,25) 01-08 (0,00 - 0,25) 01-19 (0,10 - 0,25) 01-01 (0,25 - 0,50) 01-08 (0,25 - 0,50) 01-19 (0,25 - 0,50) 01-10 (0,00 - 0,10) 01-14 (0,00 - 0,25) 01-20_b (0,00 - 0,25)

NEN-pakket incl. OCB

Baksteenhoudende onderlaag Zandige toplaag

0,00 - 0,25

NEN-pakket incl. OCB

24

(37)

Monster

MM_1-06 (onder zand)

Monster traject (m -mv) 0,25 - 0,50

MM_1-09 (top)

0,00 - 0,25

MM1_1-10 (onder)

0,25 - 0,50

MM_1-16 (top)

0,00 - 0,25

MM_1-17 (onder)

0,25 - 0,50

MM_1-18 (onder zand)

0,25 - 0,50

MM_1-11 (OG)

0,50 - 1,00

MM_1-19 (OG)

0,50 - 1,00

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

>AW

>T

>I

Oordeel Wbb

01-14 (0,25 - 0,50) 01-20_b (0,25 - 0,50)

NEN-pakket incl. OCB

Zandige onderlaag

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

01-05 (0,00 - 0,25) 01-12 (0,00 - 0,25) 01-15 (0,00 - 0,25) 01-18 (0,00 - 0,25) 01-05 (0,25 - 0,50) 01-12 (0,25 - 0,50) 01-15 (0,25 - 0,50) 01-18 (0,25 - 0,50) 01-35 (0,00 - 0,25) 01-42 (0,00 - 0,25) 01-43 (0,00 - 0,25) 01-59 (0,00 - 0,25) 01-35 (0,25 - 0,50) 01-42 (0,25 - 0,50) 01-43 (0,25 - 0,50) 01-59 (0,25 - 0,50) 01-54 (0,25 - 0,50) 01-56 (0,25 - 0,50) 01-57 (0,25 - 0,50) 01-01 (0,50 - 1,00) 01-02 (0,50 - 1,00) 01-07 (0,50 - 0,80) 01-17 (0,50 - 1,00) 01-03 (0,50 - 1,00) 01-27 (0,50 - 1,00) 01-33 (0,50 - 1,00) 01-59 (0,50 - 1,00)

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond

alfa-HCH (-)

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zintuiglijk schone bovengrond

Kobalt (0,07) Nikkel (0,45)

-

-

Overschrijding achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Ondergrond

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket incl. OCB

Zandige ondergrond

--

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket

Ondergrond

Nikkel (0,06)

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

NEN-pakket

Ongeroerde ondergrond

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde

25

(37)

Monster

Monster traject (m -mv) Uitsplitsen MM_1-16 op nikkel 01-35-1 0,00 - 0,25

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

>AW

>T

>I

Oordeel Wbb

01-35 (0,00 - 0,25)

Nikkel

-

-

-

01-42-1

0,00 - 0,25

01-42 (0,00 - 0,25)

Nikkel

-

-

-

01-43-1

0,00 - 0,25

01-43 (0,00 - 0,25)

Nikkel

-

-

-

01-59-1

0,00 - 0,25

01-59 (0,00 - 0,25)

Nikkel

Uitsplitsen MM_116 nikkel Uitsplitsen MM_116 nikkel Uitsplitsen MM_116 nikkel Uitsplitsen MM_116 nikkel

-

-

-

Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde Voldoet aan achtergrondwaarde

Tabel 4.2

Monsterselectie en toetsing analyseresultaten asbest

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

Analysepakket

Aanleiding

Gewogen gehalte (mg/kg ds)

Bovengrens (mg/kg ds)

Oordeel asbest

M_ASB-01-58 (puin)

0,00-0,50

01-58 (0,00-0,50)

Asbest in grond

Kleiige Puinhoudende laag

-

-

Geen asbest aangetoond

MM_ASB-01-1 (puin)

0,00-0,50

01-28 (0,00-0,50) 01-29 (0,00-0,50)

Asbest in grond

Zandige Puinhoudende laag

0,9

1,1

Asbest aangetoond beneden criterium voor nader onderzoek

MM_ASB-01-2 (zuid)

0,00-0,50

01-41 (0,00-0,50) 01-48 (0,00-0,50) 01-56 (0,00-0,50) 01-57 (0,00-0,50)

Asbest in grond

Zuidhoek met voormalige boerderij

-

-

Geen asbest aangetoond

MM_ASB-01-3 (zuid)

0,00-0,50

01-24 (0,00-0,50) 01-54 (0,00-0,50) 01-56 (0,00-0,50) 01-57 (0,00-0,50)

Asbest in grond

Zuidhoek met voormalige boerderij

-

-

Geen asbest aangetoond

26

(37)

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

Analysepakket

MM_ASB-01-4

0,00-0,50

01-12 (9,00-0,50) 01-15 (9,00-0,50) 01-17 (9,00-0,50) 01-19 (9,00-0,50) 01-23 (9,00-0,50)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=6b5cb371-2048-4d16-9b0a-d52403710387