Nijmegen Koudenhoek Noord_vastgesteld_ Bijlagen toelichting 1
Tekst van het document
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
26
Open
Nederlands Natuurnetwerk Het bronnenonderzoek van Bureau Waardenburg naar beschermde gebieden heeft geresulteerd in de volgende bevindingen. Het fort Beneden Lent en de populieren/perenlaan in het noorden van het plangebied maken deel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), onderdeel van het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) (zie figuur 12). Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens een zoekgebied van 7.300 ha voor de te realiseren 5.300 ha nieuwe natuur. Het fort en het terrein rondom het fort is aangemerkt als bestaande natuur, de populierenlaan (ook wel genaamd perenlaantje) is aangemerkt als beheertype houtwal en houtsingel. Natura2000-gebied Het plangebied grenst met de zuidwestzijde aan het buitendijks gelegen Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. Uiterwaarden Waal is een Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijngebied. Het gebied is aangewezen voor verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels. Slechts een beperkt deel hiervan komt voor binnen de invloedsfeer van het plangebied van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf.
Wat betreft habitattypen komt in de uiterwaard tussen de spoorbrug en de nieuwe Oversteek een zandige strook voor als oeverwal met stroomdalgrasland. In de Oosterhoutse Waard komen langs de oevers van een aantal tichelgaten en een voormalige rivierarm (strang) zachthoutooibos, slikkige rivieroevers en vegetaties met fonteinkruiden. In de Bemmelse Waard komen ook natte ruigten voor. Van de habitattypen in de nabijheid van het plangebied zijn de stroomdalgraslanden het meest gevoelig voor additionele stikstofdepositie; zij hebben de laagste kritische depositiewaarde. Andere habitattypen komen alleen op ruimere afstand van het plangebied voor. Vermeldenswaarde habitatsoorten in het buitendijks gebied zijn onder meer Bittervoorn, grote modderkruiper en kleine modderkruiper die kunnen voorkomen in de tichelgaten en de strang in de Oosterhoutse Waard. De uiterwaarden ter hoogte van Hof van Holland kunnen dienen als foerageergebied voor de aalscholver. Verder kunnen de dodaars, de blauwborst en de ijsvogel in de uiterwaarden bij het plangebied voorkomen. Voor niet-broedvogels, die leven op de wateren binnen het winterbed van de Waal en deels fourageren in de uiterwaarden, is het voorkomen nabij het plangebied met minder zekerheid vast te stellen, mede door de grote omvang van het telgebied.
Tot deze groep behoren onder meer de slobeend, de wulp, de kievit en de grutto, en ook de brandgans, grauwe gans, kolgans, kleine zwaan en wilde zwaan en de krakeend, wintertaling, pijlstaart, meerkoet en smient.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
27
Open
Figuur 12. Beschermde gebieden (bron: Kruijt, D.B., 2015)
4.2.2
Effecten op beschermde soorten
Uit het bronnen- en veldonderzoek en de voorgestelde inrichting van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf concludeert Waardenburg dat door de werkzaamheden voor de stadsuitbreiding de komende jaren vaste rust- en verblijfplaatsen of groeiplaatsen kunnen worden verstoord en/of vernietigd van rapunzelklokje, tongvaren, huismus, ransuil, blauwe reiger, buizerd, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rugstreeppad. Dit betekent mogelijk overtreding van verbodsbepalingen, in welk geval een ontheffing van de Flora- en faunawet nodig is. Voor soorten waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd moeten daarnaast mitigerende en mogelijk compenserende maatregelen worden getroffen. De verstoring of vernietiging van rust- en verblijfplaatsen of groeiplaatsen was ook beschreven in het MER
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
28
Open
Waalsprong 2003; dit effect hangt immers samen met de omvorming van een hoofdzakelijk groen gebied naar een bebouwd gebied, met woningen, kantoren en voorzieningen. Het alternatief Dijkpark scoort in dit opzicht wel beter dan het alternatief Klimaatdijk omdat bij Dijkpark een groter deel van het bestaande oppervlak met bijbehorende landschappelijke structuren gespaard blijft. In het bijzonder geldt dit voor drie structuren:
de omgeving van de Oosterhoutse Wal (onderdeel GNN), waar in het plan Klimaatdijk door de ophoging tot aan de wal de landschappelijke context verdwijnt;
de Zaligestraat, waar in het plan Klimaatdijk de beplanting langs de Zaligestraat inclusief paarverblijfplaatsen voor de ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis verwijderd worden;
de extra ontsluiting van het fort Beneden Lent (onderdeel GNN), waar de waldoorsnijding areaalverlies oplevert en, afhankelijk van de locatie van de doorsnijding; een kolonie blauwe reigers zou kunnen verstoren. De wezenlijke kenmerken van beide GNN gebieden worden overigens niet door deze ingrepen aangetast.
Gezien de lange uitvoeringstermijn van de realisatie van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf wordt geadviseerd om de inventarisatie van soorten zo nodig te actualiseren, zodat de gegevens niet langer dan 3 jaar oud zijn wanneer een Flora- en Faunawetontheffing wordt aangevraagd. Ook kan dan rekening worden gehouden met de exacte begrenzing van de ingrepen. In 2016 wordt de nieuwe Natuurwet van kracht. Deze wet vervangt de huidige Boswet, Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet. Bureau Waardenburg verwacht dat de nieuwe Natuurwet voor plangebied Waalsprong geen extra beschermde soorten zal bevatten die relevant zijn voor de effectbeoordeling.
4.2.3
Effecten op beschermde gebieden: Natura2000
De mogelijke effecten op beschermde gebieden zijn apart door Bureau Waardenburg onderzocht (Lensink R., 2016). Hieronder volgen de bevindingen uit dit onderzoek. Inleiding In de twee alternatieven voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is geen sprake van directe effecten of ruimtebeslag in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. Wel is nagegaan of indirecte effecten op kunnen treden. Drie factoren zijn van belang:
een mogelijke toename van geluidsbelasting als gevolg een toename in activiteiten en verkeer;
een mogelijke toename van de uitstoot en depositie van stikstof als gevolg van een toename in activiteiten en verkeer;
hoge bebouwing op of direct achter de dijk kan aanleiding zijn tot visuele verstoring.
Hof van Holland, Broodkorf en Woenderskamp zullen in de loop van een aantal jaren worden gerealiseerd. Het maximale effect wordt dus pas aan het einde van de bouw, bij volledige ingebruikname, bereikt. Het vervolg gaat over het effect na realisatie. Tot die tijd is het effect altijd kleiner, zowel in stikstof, geluid, verlichting als hoogbouw. Daarom wordt verder geen aandacht besteed aan het effect van de realisatie-fase.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
29
Open
In de afgelopen tien jaar is de stadsbrug De Oversteek gerealiseerd en in gebruik genomen. Het gebied in de uiterwaarden dat in de toekomst door Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf wordt beïnvloed overlapt met het gebied dat door De Oversteek wordt beïnvloed (geluid, visueel, verlichting), zie figuur 13.
Figuur 13. Invloedssfeer van de Oversteek (Gemeente Nijmegen, 2013).
Effecten van stikstofdepositie De realisatie van een nieuw woon- en werkgebied brengt een toename met zich mee van stikstofdepositie in de omgeving. Nagegaan is of de stikstofdepositietoename tot significante effecten kan leiden c.q. de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied kan aantasten. Blijkens een berekening met daartoe geëigende rekenmodel Aerius komt in het eerste jaar (2018) van de realisatie op het meest nabij gelegen deel van de Rijntakken 0.00 mol N/ha/jaar additionele stikstofdepositie, in het tweede tot en met het vijfde jaar 0,01 mol N/ha/jr en in de laatste vijf jaren 0,02 mol N/ha/jaar (Dolman, E., 2016, zie bijlage 3). Deze extra depositie zal geen effecten hebben op habitattypen of soorten. Er is op dit punt geen verschil tussen de alternatieven. Effecten van geluidsbelasting De geluidsbelasting in de uiterwaarden die door verkeer in de Waalsprong (waaronder het plangebied) gegenereerd wordt is met name afkomstig van het verkeer over de hoofdontsluiting, de S100 (waaronder de Oversteek). Deze geluidsbelasting is in beeld gebracht en de effecten daarvan zijn gecompenseerd in de besluitvormingsprocedure van de Oversteek (MER, Passende Beoordeling, NB-wetvergunning en bestemmingsplan).
Ten opzichte van de indertijd berekende geluidbelasting is het programma van het plandeel Hof van Holland - Woenderskamp - Broodkorf niet gewijzigd (Gemeente Nijmegen, 2016). Wel is de realisatie later in de tijd komen te liggen door vertragingen in de ontwikkeling van de Waalsprong. Significante effecten hiervan op habitattypen en soorten kunnen worden uitgesloten. Er is hier geen verschil tussen de alternatieven. 7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
30
Open
Effecten van hoogbouw Opgaande elementen zoals bomenrijen en hoogbouw kunnen een verstorend effecten hebben op soorten die een open landschap prefereren met zicht naar alle zijden. Weidevogels, ganzen en zwanen zijn goede voorbeelden. Deze soorten zullen deze opgaande elementen mijden en bij voorkeur op gepaste afstand blijven; 50-100 m afhankelijk van de soort. Dit leidt er toe dat nabij opgaande elementen de dichtheid van gevoelige soorten lager is. In de plannen voor Hof van Holland zijn op een aantal locaties nabij de dijk gebouwen van 6-8 verdiepingen hoog gedacht. Dit betekent dat 4-6 verdiepingen boven de hoogte van de dijk uitkomen. In de huidige situatie steekt de dijk al meer dan 7 m boven het bestaande maaiveld van de uiterwaarden uit. Daarnaast kan lichtuitstraling vanuit hoogbouw effect hebben op de geschiktheid van het aanliggende terrein voor broedvogels; de uiterwaarden nabij het plangebied liggen binnen de lichtkoepel van stad en bedrijven van Nijmegen. De huis-, tuin- en keuken-verlichting van hoogbouw (4-6 verdiepingen) aan de andere zijde van de dijk gaat hier niets aan toevoegen. Effecten van deze visuele verstoring op habitattypen en soorten zijn uitgesloten, bij beide alternatieven.
4.2.4
Effecten op het Nederlands Natuurnetwerk (NNN)
Op grond van de plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf concludeert Bureau Waardenburg het volgende (Lensink, R., 2016). Effecten op het functioneren van het NNN zijn niet te verwachten. De wezenlijke waarden en kenmerken worden bij beide alternatieven niet aangetast. Eventuele effecten van stikstofdepositie zijn door het gehanteerde maairegime uitgesloten. In de uiterwaarden en in fort Lent (en op de flora en fauna in deze gebieden) kunnen in principe effecten van additionele depositie op vegetaties en leefgebieden worden verwacht; alsook van verstoring als gevolg van een toename in geluidbelasting. Net als bij het Natura2000-gebied (beschreven in vorige paragraaf) wordt hiervan geen effect verwacht op de habitats en soorten in het NNN-gebied.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1
Huidige situatie
Ten behoeve van de MER 2003 is destijds een cultuurhistorische analyse opgesteld (Bijlage Stadslandschap MER Waalsprong 2003). De uitgangssituatie is ondertussen veranderd: een aantal cultuurhistorische elementen is verdwenen, is destijds niet gewaardeerd of er wordt nu ten behoeve van de ontwikkeling anders mee omgegaan. Om deze redenen is er nu een geactualiseerde cultuurhistorische analyse opgesteld waarbij is ingezoomd op het plangebied Hof van Holland. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2003 zijn:
de boerderij Woenderskamp 8 (gemeentelijk monument) is verplaatst naar Griftdijk 41. Slechts de mogelijk in de ondergrond nog aanwezige terpachtige verhoging wordt nog beschreven;
het gebied direct ten westen van fort Beneden Lent wordt nu beschreven en gewaardeerd als waardevol relict van het historische agrarische landschap in het Rivierengebied;
het Molenpad, de verdwenen verbinding tussen de Oosterhoutsedijk en de dorpskern van Lent, wordt nu beschreven en gewaardeerd;
de Waaldijk wordt substantieel versterkt, er is een specifieke waardering opgesteld voor het middeleeuwse deel en voor het 19de-eeuwse deel.
In het plangebied zijn diverse waardevolle cultuurhistorische elementen, structuren en gebieden aanwezig. Het betreft niet alleen monumenten, maar ook niet-beschermd erfgoed, zoals opgenomen in de aandachtspandenlijst, waardevolle historische structuren en zones. Een uitgebreide cultuurhistorische
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
31
Open
analyse is opgenomen in bijlage 5; hieronder wordt alleen een samenvatting van de bevindingen opgenomen. De locatie van de cultuurhistorische waarden is te vinden op de kaart in bijlage 6. Monumenten In en nabij het onderzoeksgebied liggen enkele beschermde gemeentelijke monumenten; aan de GriftdijkNoord 41 (een boerderij) en enkele monumenten aan de Oosterhoutse dijk (met name aan de zuidkant, in de buurt van de spoordijk). Daarnaast is het rijksmonument buitenplaats Oosterhout, aan de noordzijde van het plangebied aan de Van Boetzelaerstraat vermeldenswaard, en vanzelfsprekend rijksmonument fort Beneden-Lent, aan de Zaligestraat. Historisch woonerf Woenderskamp Aan het einde van de ruilverkavelingsweg Woenderskamp ligt het historische woonerf waar oorspronkelijk de monumentale boerderij De Woenderskamp stond. De boerderij is in 2012 integraal verplaatst naar de Griftdijk 41. De boerderij stamt uit de 19de eeuw maar het is waarschijnlijk dat er zich op het perceel een voorganger heeft bevonden. Mogelijk bevinden zich in de ondergrond nog de resten van deze oudere boerderij en van een eventuele terpachtige verhoging waar deze op gestaan heeft. Historische wegenstructuur In het onderzoeksgebied ligt een aantal historische wegen: Oosterhoutsedijk, Zaligestraat en GriftdijkNoord.
Aan de zuidelijke zijde van het onderzoeksgebied is het beloop van het Molenpad nog herkenbaar in de verkaveling. De Woenderskamp is een ruilverkavelingsweg die enkele decennia geleden is aangelegd langs een gedeelte van de Beneden Zeeg. Dwarskaden In het onderzoeksgebied liggen twee dwarskaden, afkomstig uit de middeleeuwse maatregel tegen overstromingen. Vanwege hun kenmerkendheid en ouderdom (10e-11e eeuw) zijn de dwarskaden zeer waardevolle cultuurhistorische structuren. Waalbandijk, wielen en kolken De Waalbandijk stamt uit het eind van de 13de eeuw / begin 14de eeuw. Kenmerkend voor de dijk is het profiel en het slingerend beloop. Het tracé van de Waalbandijk ten westen van het Hof van Holland is in 1809 gewijzigd. Destijds werd na een dijkdoorbraak landinwaarts een nieuw dijklichaam aangelegd. Kenmerkend voor deze dijk is het strakke, hoekige tracé. In dit verband zijn ook vermeldenswaard de zogenaamde wielen of doorbraakkolken, die bij een dijkdoorbraak ontstonden ten gevolge van de schurende werking van het binnenstromende water. De drie e e e buitendijkse wielen in het plangebied stammen uit de 16 , 17 en 19 eeuw. De Grift De huidige Griftdijk volgt het tracé van kanaal De Grift, dat tussen 1595 en 1611 tussen Arnhem en Nijmegen aangelegd, en dat dienst deed voor vracht- en personenvervoer.
Langs De Grift werden percelen uitgegeven voor bebouwing, zodat lintbebouwing ontstond. Toen in 1707 het Pannerdensch Kanaal werd geopend, stagneerde de vaart op De Grift. Uiteindelijk is De Grift in 1742 voor alle scheepvaartverkeer gesloten en in gedeelten verkocht. In 1930 werd De Grift gedempt voor de aanleg van de nieuwe Waalbrug en de aansluitende rijksweg. Spoordijk en coupure De spoordijk met noordelijk bruggenhoofd en spoorbrug dateren in essentie uit de jaren ’70 van de 19de eeuw. Het noordelijk landhoofd had als onderdeel van de vesting Nijmegen een opstellingsplaats voor een geschutsbatterij. Deze is gedeeltelijk behouden gebleven bij de poort over de Oosterhoutsedijk. Kort na
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
32
Open
1951 werd de spoordijk onderdeel van de IJssellinie. De doorgangen in de dijk moesten hiervoor worden aangepast en afsluitbaar worden gemaakt. De poortdoorgang bij de Griftdijk staat als object op de Aandachtslijst voor Cultureel Erfgoed. Fort Beneden-Lent Het fort Beneden-Lent diende ter afsluiting van de Oosterhoutsedijk. Daarnaast was de functie van het fort Boven-Lent het bestrijken van de rivier. Na invoering van de Vestingwet in 1874 werden de vestingwerken van en rondom Nijmegen opgeheven, echter met uitzondering van fort Beneden-Lent, fort Boven-Lent en fort Krayenhoff. Deze forten kregen de functie om de nieuw gebouwde spoorbrug te verdedigen. Rondom deze forten lag een schootsveld, dat vrijgehouden diende te worden van obstakels. In tegenstelling tot de vestinggronden en schootsvelden van de vesting Nijmegen, die na 1874 bebouwd konden worden, bleven de beperkingen rond deze drie forten tot na de Tweede Wereldoorlog van kracht, hetgeen invloed had op de inrichting van het landschap. fort Beneden-Lent verloor zijn militaire functie in 1969. Kazemat Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd de IJssellinie gemoderniseerd. Langs de dijk bij Lent verrees een linie van kazematten en andere verdedigingsobjecten. Ten oosten van het onderzoeksgebied bevindt zich tegen de spoordijk nog één van de drie in Lent bewaard gebleven kazematten.
Deze brugkazemat werd in 1936 gebouwd ter verdediging van de verkeersbrug en de spoorbrug over de Waal. De kazemat is aangewezen als beschermd rijksmonument. Waalmonument Het Waalmonument (ontwerp door Marius van Beek) werd op 18 september 1984 onthuld ter nagedachtenis aan het overlijden van zevenenveertig Amerikaanse soldaten, die in september 1944 de Waal overstaken, en met deze actie het mogelijk maakten om de spoorbrug en later de Waalburg te veroveren. Grenssteen Aan de landzijde van het talud van de Waalbandijk bevindt zich een grenssteen die een oude bestuurlijke grens markeert. De grenspaal is aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Historisch groen Er is een aantal karakteristieke groenstructuren in het gebied. Het gaat dan met name om de boomgaarden, de oude opstanden zuidelijk van de Dijkstraat (populieren/wilgen), de laanbeplanting langs de Griftdijk Noord (vooral zuidelijk gedeelte), de groenstructuren langs de Oosterhoutse wal en het groen in enkele particuliere tuinen (hagen, fruitbomen, solitairen). Aan de Griftdijk Noord nr. 11 bevindt zich de historische tuin Lent, die een beeld geeft van een gemengd tuinbouwbedrijf (of warmoezeniersbedrijf), zoals dat in de jaren dertig volop was te vinden in Lent en omgeving. Aan de buitenrand van de fortgracht, onder meer langs de Zaligestraat, staat doornige struiken.
Deze hadden een defensieve functie en dienden als natuurlijk prikkeldraad.
4.3.2
Effectbeoordeling
De effectbeoordeling ten aanzien van cultuurhistorie draait om de omgang met cultuurhistorische waarden bij de realisatie van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf. Hierbij wordt inpassing van cultuurhistorische waarden positief beoordeeld (aangeduid met scores +/++), behoud van de huidige situatie neutraal (score 0) en een aantasting of vernietiging negatief (scores -/--).. Hieronder is de beoordeling van de elementen in de verschillende trajecten per alternatief voor cultuurhistorie weergegeven. Vervolgens volgt per alternatief een nadere toelichting op de beoordeling.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
33
Open
Alternatief Klimaatdijk Traject 1: De bandijk heeft in dit deel een lage waardering, omdat het een negentiende-eeuwse dijk betreft die tot stand is gekomen na een doorbraak. Met een klimaatdijk zal er echter geen sprake meer zijn van een herkenbare dijk, zoals er tot nu toe geweest is. De klimaatdijk is daarom zowel een fysieke aantasting van de negentiende-eeuwse dijk als een aantasting van de belevingswaarde van de dijk (score --). Met de aanleg van de klimaatdijk verdwijnt het cultuurlandschap geheel. Het cultuurlandschap in vak 1 is laag gewaardeerd, omdat er sprake is van een grootschalige verkaveling en weinig tot geen reliëf van het historisch rivierlandschap. De nieuwe bebouwing, bestaande uit een groot aantal appartementen en dicht op elkaar, die op de klimaatdijk zal komen zal invloed hebben op de belevingswaarde van het open rivierlandschap buitendijks, met onder andere de cultuurhistorisch waardevolle kolk (score --). De Oosterhoutsewal is een eeuwenoude dwarskade met waardevolle groenstructuur. De wal komt als een laag element naast de klimaatdijk. In beide gevallen is de klimaatdijk een aantasting van zowel de fysieke als de beleefde kwaliteit van de Oosterhoutsewal. Het betreft een klein deel van de gehele wal, maar niettemin toch een verlies van cultuurhistorische waarden (score -). Er is geen sprake van inpassing van cultuurhistorische waarden.
Traject 2: De bandijk heeft in dit deel een lage waardering, omdat het een negentiende-eeuwse dijk betreft die tot stand is gekomen na een doorbraak. Daarnaast is door de aanleg van De Oversteek dit gedeelte van de dijk al doorsneden. Met een klimaatdijk zal er geen sprake meer zijn van een herkenbare dijk, zoals er tot nu toe geweest is. De klimaatdijk is daarom zowel een fysieke aantasting van de negentiende-eeuwse dijk als een aantasting van de belevingswaarde van de dijk (-).Er is in dit traject geen sprake van cultuurlandschap. Traject 3: Deels is er in dit traject sprake van de lager gewaardeerde negentiende-eeuwse dijk en deels van de oudere bandijk. Ter plaatse van de negentiende-eeuwse dijk komt een klimaatdijk. Met een klimaatdijk zal er geen sprake meer zijn van een herkenbare dijk, zoals er tot nu toe geweest is. De klimaatdijk is daarom zowel een fysieke aantasting van de negentiende-eeuwse dijk als een aantasting van de belevingswaarde van de dijk. Bij de oudere bandijk komt een waterkerend scherm en wordt de dijk naar verwachting te zijner tijd door het Waterschap verbreed met een steunberm. De score wordt per saldo (--). Door gebruik van het gebied voor grondopslag de afgelopen jaren is het cultuurlandschap reeds aangetast.
Ten opzichte van de huidige situatie is er daarom geen sprake van een verdere aantasting van het cultuurlandschap door het ophogen ten behoeve van een klimaatdijk. De relatief dichte bebouwing op de klimaatdijk heeft evenwel invloed op de beleefde kwaliteit van het open rivierlandschap zowel binnendijks als buitendijks (--). Traject 4: Een extra toegang tot het fort is een aantasting van de fysieke, beleefde en inhoudelijke kwaliteit van het fort. De gaafheid van het fort wordt aangetast doordat er een doorbraak in de omwalling wordt gemaakt. Het fort heeft een besloten vorm met een sterk introvert karakter. Dit besloten karakter is belangrijk voor de oorspronkelijke functie, de vijand moest immers buiten het fort gehouden worden. Door de omwalling van een doorgang te voorzien wordt de beslotenheid aangetast en daarmee ook intrinsieke waarde (militair-historisch) en belevingswaarde (--). Bij de oude bandijk is door de eeuwen heen altijd sprake geweest van versterking. Dat de dijk ook nu versterkt moet worden hoort bij de historische ontwikkeling van de dijk. Het huidige dijkprofiel wijzigt (-). Er is sprake van een zeer gaaf bewaard gebleven ensemble van cultuurlandschap, fort, boerderijen en perenboomgaard. Elke toevoeging van woningen is een aantasting van de openheid van het landschap en het ensemble.
Door wijziging van de hydrologie wordt de kwel in de slotgracht minder, waardoor de
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
34
Open
maximale waterstanden worden verlaagd. Zowel de beleefde kwaliteit van het ensemble als de fysieke kwaliteit van de afzonderlijke elementen wordt door toevoeging van woningen negatief beïnvloed. Door het aantal woningen beperkt te houden en goed in te passen kan de aantasting van het ensemble zoveel mogelijk beperkt worden (-). Traject 5: Door de ophoging ten behoeve van het bouwrijp maken van het gebied verdwijnt het cultuurlandschap (aantasting fysieke kwaliteit). Er wordt een groot aantal woningen toegevoegd. De openheid van het huidige landschap wordt hierdoor ook aangetast (aantasting beleefde kwaliteit) (--). De Zaligestraat wordt ingericht als woonstraat en zal ten behoeve hiervan worden verbreed. Dit is een aantasting van de fysieke, de beleefde en de inhoudelijke kwaliteit van de eeuwenoude dijk: het oorspronkelijke profiel van de dijk wordt aangetast en de in oorsprong middeleeuwse dwarskade is door de opschaling niet meer als zodanig herkenbaar en beleefbaar (--). Traject 6: Door behoud van het bestaande maaiveld blijft het bestaande cultuurlandschap behouden. Er worden enkele woningen toegevoegd. De invloed op het cultuurlandschap is hiermee beperkt (-). Alternatief Dijkpark Traject 1: De bandijk heeft in dit deel een lage waardering, omdat het een negentiende-eeuwse dijk betreft die tot stand is gekomen na een doorbraak.
Wel laat dit gedeelte de historische ontwikkeling van het rechttrekken van de dijk na doorbraak zien. Het cultuurlandschap heeft hier een lage waarde, omdat er sprake is van een grootschalige verkaveling en weinig tot geen reliëf van het historisch rivierlandschap. Met het toevoegen van terpen blijft het cultuurlandschap, afhankelijk van de wijze waarop de tussenliggende ruimte wordt ingericht, grotendeels herkenbaar, maar de beleefde kwaliteit van het open rivierlandschap wordt wel aangetast door het toevoegen van bebouwing (-).Wanneer de Oosterhoutse Wal met het Perenlaantje zorgvuldig in het plan worden ingepast blijven deze cultuurhistorische waarden behouden (0). Traject 2: De bandijk heeft in dit deel een lage waardering, omdat het een negentiende-eeuwse dijk betreft die tot stand is gekomen na een doorbraak. Wel laat dit gedeelte de historische ontwikkeling van het rechttrekken van de dijk na doorbraak zien. Er is geen sprake van cultuurlandschap (0).. Traject 3: Deels is er in dit traject sprake van de lager gewaardeerde negentiende-eeuwse dijk en deels van de oudere bandijk. De negentiende-eeuwse bandijk heeft een lage waardering. Wel laat dit gedeelte de historische ontwikkeling van het rechttrekken van de dijk na doorbraak zien. Door gebruik van het gebied voor grondopslag de afgelopen jaren is het cultuurlandschap reeds aangetast.
In dit alternatief wordt het oorspronkelijke maaiveld weer teruggebracht en worden nieuwe greppels en beplantingsstructuren geïnspireerd op het historische cultuurlandschap. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Het oorspronkelijke reliëf van het cultuurlandschap zal verdwenen zijn, maar het open rivierlandschap zal weer beleefbaar zijn (+). Traject 4: In dit alternatief vindt er geen verandering van de ontsluiting van het fort plaats (0). Er is sprake van een zeer gaaf bewaard gebleven ensemble van cultuurlandschap, fort, boerderijen en perenboomgaard. Elke toevoeging van woningen is een aantasting van de openheid van het landschap en het ensemble. Door wijziging van de hydrologie wordt de kwel in de slotgracht minder, waardoor de
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
35
Open
maximale waterstanden worden verlaagd. Zowel de beleefde kwaliteit van het ensemble als de fysieke kwaliteit van de afzonderlijke elementen wordt door toevoeging van woningen negatief beïnvloed. Door het aantal woningen beperkt te houden en goed in te passen kan de aantasting van het ensemble zoveel mogelijk beperkt worden. De nieuwe singel komt dichterbij het fort te liggen en er zullen geen urban villa´s meer gerealiseerd worden. Het is niet duidelijk of hierdoor ook de groene buffer tussen fort en centrumdeel met appartementen zal verdwijnen (-). Traject 5: Door behoud van het bestaande maaiveld blijft het bestaande cultuurlandschap behouden. Er wordt een groot aantal woningen toegevoegd. Er zullen meer appartementen zijn dan in het alternatief klimaatdijk. De openheid van het huidige landschap wordt hiermee aangetast en door het toevoegen van meer appartementen is deze aantasting voor deze waarde groter dan bij het alternatief klimaatdijk. De zegen en sloten zullen zoveel mogelijk op dezelfde plek behouden blijven (-). De Zaligestraat wijzigt in dit alternatief niet. De straat blijft verhoogd in het landschap als oude kade herkenbaar (0). Traject 6: Door behoud van het bestaande maaiveld blijft het bestaande cultuurlandschap behouden. De cultuurhistorische waarde ligt hier met name in het kleinschalige buurtschap en het Molenpad. Er worden enkele woningen toegevoegd.
Dit past binnen het kleinschaliger karakter. Er is sprake van een zorgvuldige inpassing (0). Samenvatting effectbeoordeling Met het alternatief Klimaatdijk worden cultuurhistorische waarden in ernstige mate aangetast. De dijk die eeuwenlang de grens tussen rivier en cultuurlandschap heeft gemarkeerd is met de klimaatdijk niet meer als zodanig herkenbaar. Het binnendijkse cultuurlandschap verdwijnt onder een ophogingslaag en er ontstaat één groot plateau met bebouwing, die tevens van invloed is op het open rivierlandschap aan de buitendijkse zijde. Het fort Beneden-Lent wordt aangetast door het maken van een extra toegang. Of de bereikbaarheid en daarmee het gebruik van het fort toeneemt is niet met zekerheid te zeggen. De beleefbaarheid wordt aangetast omdat er minder sprake is van een besloten fort, een van de meest wezenlijke kenmerken en waarden van dit fort. Vanwege het toevoegen van grote hoeveelheid bebouwing in het oostelijke deel van het gebied is er eveneens sprake van een flinke aantasting van de cultuurhistorische waarden, met name het cultuurlandschap. Cultuurhistorisch waardevolle elementen, zoals het fort en ernaast gelegen boerderij met boomgaard blijven behouden en worden ingepast. Het alternatief Dijkpark houdt meer rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden dan het alternatief Klimaatdijk.
Het maaiveld blijft grotendeels hetzelfde, waardoor het cultuurlandschap enigszins intact blijft. De sloten blijven hun oorspronkelijke functie houden. Door het toevoegen van bebouwing is er echter wel sprake van aantasting van de fysieke en beleefde kwaliteit van het cultuurlandschap. Het cultuurhistorisch zeer waardevolle ensemble van fort Beneden-Lent met omringend cultuurlandschap en boerderijen is zorgvuldiger ingepast dan bij het alternatief Klimaatdijk, ook al komt de singel dichterbij het fort te liggen en daarmee ook de hoge bebouwing van het centrumdeel van Hof van Holland. Toch is ook hier sprake van aantasting van cultuurhistorische waarden door het toevoegen van bebouwing. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan het alternatief Dijkpark positiever worden beoordeeld, met name omdat de dijk als dijk herkenbaar blijft, het cultuurlandschap niet/nauwelijks wordt opgehoogd, er zorgvuldiger met het fort en het ensemble rondom het fort wordt omgegaan. Het toevoegen van bebouwing is in beide alternatieven een aantasting van fysieke en beleefde kwaliteiten van het cultuurlandschap.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
36
Open
4.4
Archeologie
4.4.1
Huidige situatie
In zijn algemeenheid kunnen in het plangebied nederzettingssporen, begravingen en andere overblijfselen uit de periode vanaf ongeveer 1800 voor Chr. (midden-bronstijd) tot heden verwacht worden. De aanname in het genoemde rapport is dat de kans op nederzettingssporen en begravingen in de zuidelijke helft gering te noemen is. Daar staat tegenover dat juist watervoerende (rest)geulen met name in de bronstijd, maar ook nog in latere perioden, opgezocht werden voor het deponeren van kostbaarheden, vermoedelijk offergaven. De vondst van twee bronzen spelden en een versierde speerpunt langs de Verburgtskolk bij Oosterhout en van diverse bronzen speerpunten en andere voorwerpen uit natte contexten in NijmegenNoord mag hier als voorbeeld worden gesteld. Andere overblijfselen die juist in de zuidelijke zone kunnen liggen, zijn allerhande sporen van militaire activiteit als gevolg van de ‘aantrekkingskracht’ die de nog iets zuidelijker gelegen vesting Knodsenburg vanaf 1585 had. Het in 1863 voltooide fort Beneden-Lent, gelegen in de kern van de nieuwe buurt Hof van Holland, is alleen in september 1944, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, strijdtoneel geweest. Lopend onderzoek verfijnt het beeld uit het genoemde conceptrapport maar is nog niet in de volle breedte beschikbaar. Gaande het proces zal dit verwachtingsmodel preciezer worden.
Figuur 14 Uitsnede uit de gemeentelijke Archeologische Beleidskaart (ABAK) van het plangebied en omgeving De topografische situatie is van circa 2010. bron: Gemeente Nijmegen, archeologische berichten, briefrapport 197.
4.4.2
Effecten
Gezien het abstractieniveau van de plannen en de nog beperkte kennis van het gebied worden de effecten op archeologie kwalitatief beoordeeld. Archeologie is binnen de planologie een conserverende waarde. Immers, archeologie is een niet aanvulbare waarde, wat wil zeggen: dat wat eenmaal vernietigd is, kan nooit meer hersteld worden.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
37
Open
Behoud, bij voorkeur in situ, staat daarom voorop. De effectbeoordeling wordt ten opzichte van de huidige situatie (stand van zaken 2016) verricht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de verzamelde kennis over dit aspect (Gemeente Nijmegen, 2015). Voor een deel van het plangebied, ter hoogte van de geplande watersingel, is een Inventariserend veldonderzoek met behulp van proefsleuven uitgevoerd. In de effectbeoordeling wordt veiligstelling van conservering positief beoordeeld, het vermijden van aantasting neutraal en (mogelijke) aantasting negatief of sterk negatief al naar gelang de mate van aantasting en de aan te tasten archeologische waarde. De beoordeling wordt als expert judgement bepaald ten aanzien van de mate waarin het plan ruimte biedt om bekende waarden en nog te lokaliseren waarden te ontzien. Ten opzichte van de huidige situatie voorzien de plannen in aantasting van archeologische waarden. Hoewel dit als positief neveneffect heeft dat onze kennis van de archeologie hierdoor vergroot wordt en er mogelijk aanleidingen gevonden worden om de geschiedenis als thema in de planontwikkeling een rol te geven of te verbeelden, is dit in principe een negatief effect. Er zijn ten gevolge van gebiedsontwikkeling een viertal processen die kunnen leiden tot aantasting en vernietiging van archeologische waarden:
vergraving; bijvoorbeeld door het aanleggen van funderingssleuven of infrastructuur;
aantasting kwetsbare archeologische artefacten als gevolg van tijdelijke of permanente veranderingen in de waterhuishouding;
zetting als gevolg van ophoging;
verblauwing van sporen (reductie), door afdekking.
Met name op gebied van ophoging, waterhuishouding en vergraving zijn verschillen te constateren tussen beide alternatieven. Ook worden de effecten op nu reeds bekende archeologische waarden weergegeven. Alternatief Klimaatdijk Ophoging: In principe leidt het alternatief Klimaatdijk tot potentieel de grootste aantasting door het grootschalig ophogen van het gehele noordelijke deel van het plangebied (trajecten 1 en 2 en deels 3). Waterhuishouding: Het gebied kent een sterk wisselende grondwaterstand, afhankelijk van de hoogte van de Waal. In het plan Klimaatdijk wordt deze Waalinvloed in het zuidelijk plandeel (trajecten 4, 5 en 6) door een waterkerend scherm beperkt. Hiermee zijn de effecten van dit alternatief positiever ten opzichte van het alternatief Dijkpark. Grondverzet: Voor beide plannen zal ten behoeve van bodemverbetering, infrastructuur en funderingen grondverzet plaats vinden. In het plangebied Klimaatdijk wordt meer grondverzet voorzien waardoor het negatief effect voor dit plan groter is. Alternatief Dijkpark Ophoging: Het alternatief Dijkpark kent een minder intensieve ophoging (en ook een minder intensieve bebouwing), maar deze ophoging kan, door de noodzaak terpen te maken, in het westelijke deel van het gebied tot lokaal grotere ophogingen dan het alternatief Klimaatdijk leiden. In dit gebied is alleen nog sprake van een archeologische verwachting.
Concrete archeologische waarden zijn nog niet vastgesteld. Verwacht mag echter worden dat de ophogingen binnen het plan Dijkpark een negatief effect zullen hebben op de 7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
38
Open
eventueel aanwezige archeologische waarden. Er is binnen het plan beperkte ruimte om met de vorm en locatie van de terpen te schuiven. Voorafgaand aan de ontwikkeling zullen de archeologische waarden dan ook in kaart worden gebracht en indien nodig veiliggesteld door behoud ex situ. Waterhuishouding: Het gebied kent een sterk wisselende grondwaterstand, afhankelijk van de hoogte van de Waal. In het alternatief Dijkpark blijft deze invloed prominenter in stand, hetgeen mogelijk op de langere termijn negatief kan zijn voor de conservering van bodemmateriaal. Grondverzet: Voor beide plannen zal ten behoeve van bodemverbetering, infrastructuur en funderingen grondverzet plaats vinden. Het alternatief Dijkpark scoort hier iets beter doordat er in dit plan minder woningen met bijbehorend grondverzet opgenomen zijn en doordat de bebouwing geconcentreerd is. Effecten op bestaande waarden In het noorden van het plangebied ligt vindplaats N-07 met hoge archeologische waarde. De mate waarin deze vindplaats in het plangebied doorloopt is nog niet bepaald. Het plan Dijkpark biedt hier meer mogelijkheden de vindplaats te ontzien dan het plan Klimaatdijk. Ter hoogte van het fort Beneden Lent en de naastgelegen boerderijen is een vindplaats met verwachtingenwaarde 2 aanwezig.
Beide plannen voorzien hier in behoud van de huidige situatie met een nader door het Waterschap te bepalen constructieve versterking van de dijk. De Zaligestraat is in beide plannen opgenomen, maar zal in het plan Klimaatdijk zijn huidige profiel verliezen en een intensievere verkeersfunctie krijgen dan in het plan Dijkpark. Dit gaat ten koste van de cultuurhistorische waarde, maar hoeft niet per se ten koste van de archeologische waarde te gaan. Het plan Dijkpark lijkt hier echter meer zekerheid aan te geven. NB Indien de Zaligestraat teruggaat op een Romeinse weg, is deze a priori als behoudenswaardig te classificeren. Conclusie Het alternatief Dijkpark geeft in potentie een geringere aantasting van de archeologische waarden en een grotere kans op behoud van archeologische waarden door mogelijke planaanpassingen. Dit alternatief wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Het alternatief Klimaatdijk heeft die flexibiliteit niet en voorziet in een grotere aantasting van het bodemarchief. Dit plan wordt daarom als negatief beoordeeld.
4.5
Water
4.5.1
Inleiding
De waterhuishouding van de Waalsprong staat ten dienste van de gebruiksfuncties in het stadsontwikkelingsgebied. Wateroverlast dient voorkomen te worden, maar ook droogvallende watergangen in droge perioden. Daarnaast zijn ook de waterkwaliteit en de ecologische aspecten van het water van belang. Met de realisatie van de Waalsprong wordt ook een groot areaal verhard oppervlak geïntroduceerd, waardoor regenwater sneller tot afvoer komt dan in de oorspronkelijke situatie. Als al dit snel afstromende water direct naar het hoofdwatersysteem, dat is de Linge, zou worden afgevoerd, dan zou de Linge worden overbelast. Het reguleren van de afvoer van water en het vermijden van overbelasting is dus ook vanaf het begin een belangrijke factor geweest bij de planvorming.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
39
Open
In het MER Waalsprong 2003 zijn verschillende manieren onderzocht waarop het watersysteem kan worden ingericht, bijvoorbeeld met en zonder waterbuffers in de vorm van plassen, met een diepe of ondiepe watersingel, en met of zonder wateraanvoer vanuit de Linge. Na de keuze van het Voorkeursmodel voor de Waalsprong is de inrichting van het watersysteem uitgewerkt in het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong 2009 (Royal Haskoning, 2009). Dit plan is tot op heden het uitgangspunt voor de invulling van alle delen van de Waalsprong, inclusief Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf. Op gebied van waterkwaliteit en ecologische aspecten zijn de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf ook niet anders dan onderzocht is in het MER Waalsprong 2003. In het kader van dit planMER is met name nagegaan op welke aspecten de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf anders zijn dan hetgeen in het kader van het MER Waalsprong 2003 is onderzocht, en hoe deze verschillen kunnen worden beoordeeld. Vooraf wordt eerst een korte karakteristiek gegeven van de huidige waterhuishoudkundige situatie, toegespitst op de dijkzone waarin de verschillen met het MER Waalsprong 2003 zich voordoen.
4.5.2
Huidige situatie
Opbouw ondergrond De opbouw van de ondergrond bestaat uit verschillende geologische lagen. Afhankelijk van het type sediment dat in deze lagen voorkomt, kunnen de lagen worden onderverdeeld in watervoerende pakketten en slecht (water)doorlatende lagen. Direct onder het maaiveld bevindt zich een matig waterdoorlatende deklaag van enkele meters dik. Daaronder ligt een grofzandig pakket van 10 tot 20 meter dikte dat goed waterdoorlatend is, en ook belangrijk voor de effecten van inrichtingsmaatregelen. De sterke invloed van de Waal op het grondwatersysteem die hierboven beschreven is komt omdat het water in het zomerbed van de Waal in directe verbinding staat met het grondwater in het grofzandpakket waarin de Waal zich heeft ingesneden. Onder dit pakket bevindt zich in het grootste deel van het gebied een kleilaag, die slecht doorlatend is en een barrière vormt voor de doorwerking van effecten. De lagen onder deze kleilaag zijn in het kader van dit MER niet van belang. Afwatering Lent maakt onderdeel uit van het afwateringsgebied Over-Betuwe. Vanuit dit afwateringsgebied wordt afgevoerd op de Linge. In het gebied werden oorspronkelijk twee deelgebieden worden onderscheiden met aparte streefpeilen. De scheiding tussen deze gebieden werd gevormd door de Prins Mauritssingel.
De afwatering van de westzijde van het gebied vond plaats in noordwestelijke richting naar de Linge, via een stelsel van waterlopen en stuwen. De afwatering van de oostzijde was naar het noorden, via Ressen op het lage pand van de Linge. Uitgangspunt voor de Waalsprong is echter dat zo veel mogelijk water binnen het gebied wordt gehouden, waarbij de aangelegde plassen in de Landschapszone als buffer dienen voor natte én droge perioden. Er is geen inlaat van water mogelijk vanuit de Linge. Door de aanleg van het nieuwe oppervlaktewatersysteem met singels en plassen is er één watersysteem ontstaan. Ook de sloten ten oosten van de Turennesingel wateren af op deze vijvers. Alleen de sloten langs de Vossenpelsestraat wateren nog af naar Bemmel. Dat geldt ook voor het gebied Ressen (Vlek 14) ten noorden van de Cinemec. Relatie tussen Waal en grondwater De Waal heeft een sterke invloed op het grondwatersysteem langs de rivier. Dicht bij de Waal is de invloed op dit systeem het sterkst merkbaar, hoe groter de afstand tot de rivier, hoe kleiner deze invloed wordt. De grondwaterstanden bewegen mee met de Waal, zij het gedempt, en met enige vertraging. In een gemiddelde situatie en tijdens een situatie met laag water (zomersituatie) is het peil van de Waal
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
40
Open
lager dan de grondwaterstand in de omgeving en heeft de Waal een drainerende werking. Tijdens perioden met hogere waterstanden (wintersituatie) is het peil van de Waal hoger dan de grondwaterstand in de omgeving en heeft de Waal een infiltrerende werking. Tijdens deze situaties stroomt grondwater naar binnendijks gebied waar afhankelijk van het peilbeheer en de opbouw van de ondergrond het water opkwelt.
Grondwateroverlast Door de invloed van de Waal op het grondwater, maar ook bij hevige neerslag, bestaat in bebouwd gebied het risico op grondwateroverlast. Grondwater kan dan bijvoorbeeld in de kruipruimte van woningen komen te staan of binnendringen in niet goed waterdicht gemaakte kelders of deze kelders doen opdrijven. Deze situaties dienen vanzelfsprekend te worden vermeden, zowel in het nieuw te realiseren woongebieden van de Waalsprong als in de bestaande bebouwing. Een beeld van de zone waar in het verleden wateroverlast is opgetreden, wordt gegeven in figuur 15. Deze figuur is gebaseerd op een inventarisatie van klachten over grondwateroverlast in het verleden en op luchtfoto’s van de hoogwatersituatie in 1996. Onderstaand beeld betreft de situatie zonder inrichtingsmaatregelen, en nog zonder de inmiddels gerealiseerde nevengeul en dijkteruglegging in het kader van Ruimte voor de Waal - Nijmegen.
Figuur 15. Beeld van potentiële locaties met grondwateroverlast (zonder inrichtingsmaatregelen en zonder Ruimte voor de Waal – Nijmegen)
Maatregelen Ruimte voor de Waal - Nijmegen Bij de planvorming en de realisatie van de nevengeul en de dijkteruglegging is rekening gehouden met het potentiële effect op het grondwater. De nevengeul zorgt in eerste instantie voor een nog beter contact tussen Waal en grondwater, en brengt het effect van de fluctuerende Waalwaterstanden ook verder landinwaarts. Om negatieve effecten hiervan te voorkomen voor het dorp Lent, is besloten om een waterkerend scherm aan te leggen, dat het bovenste grofzandpakket afsluit. Het tracé van dit scherm is afgebeeld in figuur 16. De dijkteruglegging, de nevengeul en het waterkerend scherm zijn inmiddels gerealiseerd.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
41
Open
Figuur 16. Tracé waterkerend scherm (zwarte lijn). Het blauwe vlak geeft aan waar de nevengeul direct contact heeft met het grofzandpakket
4.5.3
Effecten
Bij de bepaling van de effecten van de ontwikkeling van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf op gebied van water is de aandacht voornamelijk gericht op het voldoen aan de eisen die het stadsuitbreidingsgebied aan het watersysteem stelt. Deze eisen zijn geformuleerd in het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong 2009 (Royal Haskoning, 2009). Sterk sturend blijkt de eis met betrekking tot de ontwateringsdiepte (de gemiddelde grondwaterstand onder maaiveld). Om onder de voor stedelijk water maatgevende omstandigheden - aan deze eis te kunnen voldoen zijn in principe twee maatregelen onderzocht:
ophogen van het maaiveld (aanvullend op de standaard ophoging ten behoeve van het bouwrijp maken van de terreinen);
het beperken van de toestroom van grondwater vanuit de Waal, door de aanleg van een waterkerend scherm in de teen van de Waaldijk (in het verlengde van de maatregel die in het kader van het project Ruimte voor de Waal – Nijmegen is genomen). De aanleg van extra drainage is bewust niet overwogen, om onnodige afvoer naar de Watersingel en daarmee naar de Linge te vermijden, zoals afgesproken tussen de Gemeente Nijmegen en het Waterschap Rivierenland op grond van het WIW 2009.
De hierboven genoemde maatregelen komen reeds in de twee alternatieven voor (zie par. 3.5 en 3.6) voor de dijkzone. Bij de effectbepaling is nagegaan of aanvullend op de zones die met een klimaatdijk of de terpen worden opgehoogd, nog aanvullend ophoging nodig is. De resultaten hiervan zijn verwerkt in het ontwerp voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf. Op het punt van ontwateringsdiepte is er dus geen verschil tussen de alternatieven. Ophoging zorgt niet alleen voor een vereiste drooglegging voor bebouwing. Een hoger maaiveld betekent ook dat er meer ruimte is voor de grondwaterstand om te stijgen. Er is daarmee ruimte om een tijdelijk extra aanbod van water vanuit de Waal (toevoer tijdens hoogwater) of vanuit neerslag in de grond te bergen en vertraagd tot afvoer naar de watersingel en de Linge te laten komen. De grond fungeert dus als 7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
42
Open
natuurlijke buffer, en de piekafvoeren naar de watersingel worden vermeden; dit effect wordt als positief beoordeeld. Het effect zou groter kunnen zijn bij alternatief Klimaatdijk (vanwege de omvangrijker ophoging) dan bij alternatief Dijkpark. Vanuit de grondbalans van de gebiedsontwikkeling geredeneerd, valt het alternatief Klimaatdijk iets negatiever uit. De piekafvoeren op de watersingel dienen (echter) ook bij alternatief Dijkpark binnen de normen van het WIW 2009 blijven. Er zullen daartoe zullen bij de uitwerking van het plan (cultuur)technische maatregelen worden getroffen om het water op maaiveld te bergen. De alternatieven zullen daardoor op dit punt niet van elkaar verschillen. Het opvangen van water op maaiveld maakt het water wel zichtbaar, en de gevolgen van hoogwater op de rivier wel beleefbaar binnendijks, dit zou als positief punt kunnen worden opgevat. Het alternatief Dijkpark scoort op dit punt beter dan het alternatief Klimaatdijk, waar het water “verstopt’ blijft onder de omvangrijke ophogingen. Samengevat is er op gebied van water weinig verschil tussen de twee alternatieven. Dat hangt samen met de functie van water als faciliterend element voor de functies van het stadsontwikkelingsgebied. Daarnaast zijn de alternatieven ten noorden van de watersingel ook aan elkaar gelijk.
In totaal kunnen er in deze variant circa 700 woningen worden gerealiseerd, deze zullen buiten de kernen beschermingszone gebouwd gaan worden. Door het verleggen van de watersingel kunnen circa 50 woningen extra in het centrumgebied worden gerealiseerd. Hiermee is het totaal aantal woningen in deze variant ca. 750. Het combi-alternatief is in lijn met de eisen en wensen van het Waterschap ten aanzien van dijkversterking en waterhuishouding.
5
Combinatie-alternatief
5.1
Beschrijving alternatief
Naar aanleiding van de beoordelingen van de alternatieven Klimaatdijk en Dijkpark is door de projectgroep van de Gemeente Nijmegen en Waterschap Rivierenland een combinatie-alternatief opgesteld, die elementen uit beide plannen met zich verenigt en daarmee de voor beide organisaties meest optimale ontwikkeling weergeeft. Alternatief Klimaatdijk wordt op milieueffecten minder positief beoordeeld dan alternatief Dijkpark. Echter alternatief Dijkpark heeft als belangrijk nadeel dat er in de dijkzone slechts 500-600 van de beoogde 900 woningen kunnen worden gebouwd. In alternatief Klimaatdijk wordt de woningbouwopgave wél gehaald. Het Combinatie-alternatief gaat uit van het alternatief Dijkpark, met enkele aanpassingen en een toevoeging uit het alternatief Klimaatdijk. Het combinatie-alternatief heeft de volgende kenmerken. In traject 1 wordt het terpenlandschap zoals in het alternatief Dijkpark gerealiseerd, zodat de dijk daar als dijk herkenbaar blijft en de historische lijn van de Oosterhoutse wal zichtbaar blijft. Ten westen van de Oversteek (traject 2) wordt het talud verbreed tot een beperkte bebouwbare dijk. Daarmee kan een bijzonder, stedelijk woonmilieu worden gecreëerd rond de aanlanding van de Oversteek en kunnen, in overeenstemming met het ambitiedocument, ook woningen tot op dijkhoogte worden gerealiseerd.
De woningbouw blijft hier wel op afstand van de dijk, te weten 55 meter vanaf de buitenkruinlijn. Ten westen van het fort (traject 3) zet het terpenlandschap zich door zoals bij het alternatief Dijkpark.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
43
Open
In dit alternatief wordt nog geen keus gemaakt over het al dan niet realiseren van een extra brug naar het fort. Hierover zal te zijner tijd door de eigenaar (Staatsbosbeheer) een afzonderlijke procedure gevoerd worden, waarin onder meer de bevoegde gezagen op het gebied van monumenten en natuur bij betrokken zullen worden. Op traject 4 vervallen de vier bebouwingsblokken die in het alternatief Klimaatdijk ter hoogte van het fort waren gepland, en wordt de watersingel iets dichter nabij de slotgracht gelegd. Hierdoor ontstaat aan de noordzijde van de watersingel meer ruimte voor de daar geplande stedelijke bebouwing in het centrumgebied. In het daaraan grenzende gebied zuidelijke gebied (traject 5) tussen het buurtschap en het fort wordt een terpenlandschap gecreëerd, gebaseerd op het bestaande slotenpatroon. Hiermee blijft de landschappelijke waarde van dit gebied zo veel mogelijk behouden. Dit gebied herbergt op dit moment ook de belangrijkste landschappelijke kwaliteiten, zoals de Zalige straat en het fort Beneden-Lent met naastgelegen boerderijen en boomgaard. Nabij de bestaande bebouwing (traject 6) wordt geen terp gerealiseerd, maar wordt het buurtschap, in de sfeer van de bestaande bebouwing verder uitgebreid.
Grondwateroverlast is hier geen issue, omdat hier momenteel al een waterkerend scherm in de dijk aanwezig is, gerealiseerd in het kader van Ruimte voor de Waal – Nijmegen.
Figuur 17. Alternatief Klimaatdijk (links) en Dijkpark (rechts) - uitsnede voor de dijkzone
Figuur 18. Het Combinatie-alternatief - uitsnede voor de dijkzone
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
44
Open
5.2
Milieueffecten Combinatie-alternatief
Omdat de milieueffecten van het Combinatie-alternatief voor een groot deel vergelijkbaar zijn met de effecten van het alternatief Dijkpark, worden de effecten hieronder kort beschreven. Natuur. De stadsuitbreiding leidt tot verstoring of vernietiging van rust- en verblijfplaatsen of groeiplaatsen van enkele beschermde soorten flora of fauna. Dit effect is ook beschreven in het MER Waalsprong 2003; dit effect hangt immers samen met de omvorming van een hoofdzakelijk groen gebied naar een bebouwd gebied, met woningen, kantoren en voorzieningen. Op het Natura2000-gebied Uiterwaarden Waal zijn geen effecten te verwachten, niet direct (er worden geen maatregelen in de uiterwaarden genomen), en niet indirect (de extra stikstofdepositie, geluidsbelasting en (visuele) verstoring door de stadsontwikkeling binnendijks zijn te gering om effecten op het uiterwaardengebied te sorteren). In zowel het Natura2000gebied als het gebied dat beschermd is onder de titel van Nederlands Natuurnetwerk worden de wezenlijke kenmerken en waarden niet aangetast. Het Combinatie-alternatief kan net als het alternatief Dijkpark iets positiever worden beoordeeld dan alternatief Klimaatdijk, omdat er in de twee eerstgenoemde alternatieven enkele voor natuur relevante landschappelijke structuren worden gespaard. Cultuurhistorie.
Het Combi-alternatief houdt net als het alternatief Dijkpark meer rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden dan het alternatief Klimaatdijk. Door het toevoegen van bebouwing is er echter wel sprake van aantasting van de fysieke en beleefde kwaliteit van het cultuurlandschap. In traject 3 scoort het Combinatie-alternatief daardoor iets negatiever dan het alternatief Dijkpark. Doordat het talud van de Oversteek wordt verbreed ontstaat er een plateau dat dit dijkvak voor een groot deel over de bijna gehele breedte (tussen dijk en watersingel) opvult. Er ontstaat dus een compleet nieuw en afwijkend landschap terwijl in de Dijkparkvariant het oorspronkelijke maaiveld weer wordt teruggebracht en er nieuwe greppels en beplantingsstructuren geïnspireerd op het historische cultuurlandschap worden aangebracht. Hierop scoort dit alternatief net iets negatiever dan het alternatief Dijkpark. Het uitbreiden van het buurtschap in traject 6 in plaats van het realiseren van een terp aldaar doet beter recht aan de kleinschalige organische ontwikkeling die dit gebied kenmerkt. Archeologie: Het Combi-alternatief is voor archeologie vergelijkbaar met het alternatief Dijkpark en scoort daarmee net iets beter dan het alternatief Klimaatdijk. In traject 3 scoort het alternatief door de ophoging iets slechter.
Water: Bij alle alternatieven wordt voldaan aan de ontwateringsdiepte die nodig is voor de functies in het stadsontwikkelingsgebied. Ook de afvoer naar de watersingel blijft binnen de normen die gesteld zijn in het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong 2009. Bij het Combinatie-alternatief kan net als in het alternatief Dijkpark de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het water tussen de terpen met name tijdens hoogwater als een positief punt worden opgevat.
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
45
Open
6
Conclusies
Uit het voorliggende MER kan het volgende worden geconcludeerd:
de ontwikkeling van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf speelt zich grotendeels af binnen de bandbreedte van inrichtingsmogelijkheden die in het MER Waalsprong 2003 is onderzocht. Enkele milieuaspecten zijn in het kader van deze Aanvulling op het MER nader bekeken, vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving (m.n. bij Natuur, vanwege de regelgeving m.b.t. stikstofdepositie), vanwege nieuwe informatie over de huidige waarden (relevant bij cultuurhistorie en archeologie) en vanwege nieuwe maatregelen zoals de Klimaatdijk en het waterkerend scherm (relevant voor water, natuur, cultuurhistorie en archeologie);
onderzoek naar de alternatieven Klimaatdijk en Dijkpark heeft inzicht gegeven in de voor- en nadelen van beide alternatieven. Op basis van deze informatie is het combi-alternatief samengesteld, hierin zijn de positieve elementen van beide alternatieven zoveel mogelijk overgenomen en zijn de negatieve effecten zoveel mogelijk beperkt.
de drie alternatieven die zijn gedefinieerd, verschillen onderling alleen voor de dijkzone, dat is het gebied ten zuiden van de watersingel. De verschillen zijn gelegen in de mate van ophoging van het maaiveld (ruim bij alternatief Klimaatdijk, beperkt bij Dijkpark en het Combinatie-alternatief), de aanwezigheid van een waterkerend scherm en een extra toegang tot het fort Beneden Lent (beiden alleen bij Klimaatdijk);
uit de vergelijking van de alternatieven op milieueffecten resulteert het volgende beeld:
natuur: De stadsuitbreiding leidt tot verstoring of vernietiging van rust- en verblijfplaatsen of groeiplaatsen van enkele beschermde soorten flora of fauna. Dit effect is ook beschreven in het MER Waalsprong 2003; dit effect hangt immers samen met de omvorming van een hoofdzakelijk groen gebied naar een bebouwd gebied, met woningen, kantoren en voorzieningen. Op het Natura2000-gebied Uiterwaarden Waal zijn geen effecten te verwachten, niet direct (er worden geen maatregelen in de uiterwaarden genomen), en niet indirect (de extra stikstofdepositie, geluidsbelasting en (visuele) verstoring door de stadsontwikkeling binnendijks zijn te gering om effecten op het uiterwaardengebied te sorteren). In zowel het Natura2000-gebied als het gebied dat beschermd is onder de titel van Nederlands Natuurnetwerk worden de wezenlijke kenmerken en waarden niet aangetast. Het Combinatie-alternatief kan net als het alternatief Dijkpark iets positiever worden beoordeeld dan alternatief Klimaatdijk, omdat er in de twee eerstgenoemde alternatieven enkele voor natuur relevante landschappelijke structuren worden gespaard.
cultuurhistorie: Het Combi-alternatief houdt net als het alternatief Dijkpark meer rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden dan het alternatief Klimaatdijk. Door het toevoegen van bebouwing is er echter wel sprake van aantasting van de fysieke en beleefde kwaliteit van het cultuurlandschap. In traject 3 scoort het Combinatie-alternatief daardoor iets negatiever dan het alternatief Dijkpark. Doordat het talud van de Oversteek wordt verbreed ontstaat er een plateau dat dit dijkvak voor een groot deel over de bijna gehele breedte (tussen dijk en watersingel) opvult. Er ontstaat dus een compleet nieuw en afwijkend landschap terwijl in de Dijkparkvariant het oorspronkelijke maaiveld weer wordt teruggebracht en er nieuwe greppels en beplantingsstructuren geïnspireerd op het historische cultuurlandschap worden aangebracht. Hierop scoort dit alternatief net iets negatiever dan het alternatief Dijkpark.
archeologie: Het alternatief Klimaatdijk leidt van de twee alternatieven tot potentieel de grootste aantasting van archeologische waarden door de grootschalige ophogingen en grondverzet. Het waterkerend scherm dat bij dit alternatief is voorzien heeft een positief effect door het beperkend effect op de fluctuaties van het de grondwaterstand. Voor één vindplaats (N-07) in het noorden van
7 december 2016
MER HOF VAN HOLLAND
WATRC_BE8212_R0002F03
46
Open
het gebied biedt alternatief Dijkpark meer mogelijkheden om deze vindplaats te behouden dan alternatief Klimaatdijk; Het Combi-alternatief is voor archeologie vergelijkbaar met het alternatief Dijkpark en scoort daarmee net iets beter dan het alternatief Klimaatdijk. In traject 3 scoort het alternatief door de ophoging iets slechter.