CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Koudenhoek Noord_vastgesteld_ Bijlagen toelichting 1

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord (36/2024)32.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord Bijlagen bij toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Koudenhoek Noord IDN: NL.IMRO.0268.BP26200-VG01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Milieueffectrapport

Bijlage 2

Toetsingsadvies MER

Bijlage 3

ODRN Koudenhoek Noord 2023

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek Koudenhoek Noord

Bijlage 5

Koudenhoek Noord Cluster 1+2+3

Bijlage 6

Koudenhoek Noord Cluster 5 +7+10 en Citadel

Bijlage 7

Koudenhoek Noord cluster 8 +9

Bijlage 8

Koudenhoek Noord cluster Watergang en park

Bijlage 9

Quickscan Citadelcollege

Bijlage 10

quickscan Wnb

Bijlage 11

Onderzoek fauna en flora

Bijlage 12

Stikstofonderzoek

Bijlage 13

Trillingsonderzoek

Bijlage 14

Zienswijzennota

Bijlage 15

Overzicht van wijzigingen

Bijlage 16

Overzicht onderzoeksrapporten

1

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

RAPPORT Milieueffectrapport Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf Klant:

Gemeente Nijmegen

Referentie: WATRC_BE8212_R0002F03 Versie:

03/Finale versie

Datum:

7 december 2016

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T +31 24 323 93 46 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Milieueffectrapport Ondertitel: MER Hof van Holland Referentie: WATRC_BE8212_R0002F03 Versie: 03/Finale versie Datum: 7 december 2016 Projectnaam: MER Hof van Holland Projectnummer: BE8212 Auteur(s): David Heikens (Royal HaskoningDHV, Maarten van Ginkel (Gemeente

Nijmegen), R. Lensink, D.B. Kruijt en G. Hoefsloot (Bureau Waardenburg) Opgesteld door: David Heikens Gecontroleerd door: Roel van de Laar Datum/Initialen: Goedgekeurd door: Datum/Initialen:

Classificatie Open

Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The quality management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001, ISO 14001 and OHSAS 18001. 7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

i

Open

Inhoud 1

Samenvatting

1

2

Inleiding

5

2.1

Aanleiding voor het plan

5

2.2

Waarom een milieueffectrapport

6

2.3

Wettelijk kader

8

2.4

Procedure voor het plan-m.e.r.

8

2.5

Vervolg

9

2.6

Informatie en inspraak

10

3

Het plangebied en de opgaven

11

3.1

Plangebied en karakteristieken

11

3.2

De opgave

12

3.3

De voorgenomen activiteit

13

3.4

Aanknopingspunten voor alternatieven

14

3.5

Alternatief 1: Klimaatdijk

20

3.6

Alternatief 2: Dijkpark

23

4

Milieueffecten Klimaatdijk en Dijkpark

25

4.1

Algemeen

25

4.2

Natuur

25

4.3

Cultuurhistorie

31

4.4

Archeologie

37

4.5

Water

39

5

Combinatie-alternatief

43

5.1

Beschrijving alternatief

43

5.2

Milieueffecten Combinatie-alternatief

45

6

Conclusies

46

7

Leemten in kennis en evaluatieprogramma

48

Literatuur

7 december 2016

49

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

ii

Open

BIJLAGEN 1. Actualisatietoets 2. Uitgangspunten waterkering 3. Onderzoek stikstofdepositie 4. Passende beoordeling 5. Cultuurhistorische analyse 6. Kaart cultuurhistorische waarden 7. Archeologisch bureauonderzoek 8. Onderzoek natuurwaarden 9. Nader onderzoek natuurwaarden 10. Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

iii

Open

1

Samenvatting

Waarom een MER? In de afgelopen jaren zijn diverse delen van de Waalsprong bebouwd. Een van de laatste grote gebieden die nog definitief moet worden ingevuld is gebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf (zie de ligging in figuur s1).

Figuur s1. Ligging plangebied met relevante namen

Ten behoeve van besluitvorming over de Waalsprong is in 2003 een Milieueffectrapport (MER) voor de gehele Waalsprong opgesteld. (Gemeente Nijmegen, 2003). Nu, in 2016 en 2017, worden de kaders voor de invulling van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf definitief gemaakt in bestemmingsplannen voor deze gebieden. Het is daarom nu van belang of de milieueffecten van deze invulling passen binnen de bandbreedte van de milieueffecten die in het MER van 2003 is onderzocht en of er wellicht een actualisatie van (een deel van) het MER 2003 nodig is. Dit is onderzocht door middel van een actualisatietoets (opgenomen als bijlage 1 bij dit MER), Conclusie uit deze toets is dat de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf op vrijwel alle aspecten binnen het MER uit 2003 passen. Voor enkele aspecten is een actualisatie nodig. Dit betreft:

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

1

Open

natuur, vanwege de nieuwe regels t.a.v. stikstofdepositie, waarvoor ook een Passende beoordeling wordt opgesteld;

cultuurhistorie, vanwege mogelijke aantasting van de waarden waarvan recent een nieuwe inventarisatie is uitgevoerd;

archeologie: er is nieuwe informatie over de archeologische waarden. Daarnaast is nieuw in het plan dat overwogen wordt bouwactiviteiten te ondernemen binnen de beschermingszone van de dijk aan de zuidzijde van het gebied (bijvoorbeeld woningbouw aan of op de dijk). Dergelijke activiteiten kunnen worden beschouwd als “wijziging van een rivierdijk”. Daarvoor is mogelijk een MER verplicht. 

De Gemeente Nijmegen heeft daarom besloten een MER op te stellen ter ondersteuning van het besluit over de bestemmingsplannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf. De voorgenomen activiteit Het bouwprogramma voor het gebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf bestaat uit: 

ca. 2.900 woningen (huur en koop, sociale woningbouw en vrije sector);

ca. 12.750 m2 winkels, waarvan 7000 m2 in een 1e fase;

ca. 23.000 m2 maatschappelijke voorzieningen, waaronder 4.000 m2 gezondheidscentrum gecombineerd met flexibele programmeerbare werkruimte;

ca. 5.000 m2 werklocaties (dienstverlening, kleinschalig kantoor).

Dit bouwprogramma binnen de bandbreedte die in het MER Waalsprong 2003 is onderzocht. Dijkversterking Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Waaldijk. Deze zal in de nabije toekomst moeten worden versterkt. Bij de uitwerking van de plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf wordt rekening gehouden met de huidige dijk en er wordt ruimte vrij gehouden voor toekomstige dijkversterkingsmaatregelen.

Alternatieven Met name voor de dijkzone zijn er verschillende mogelijkheden om het bouwprogramma te realiseren. Daarom zijn er in eerste instantie twee alternatieven opgesteld, mede gebaseerd op verwachte milieueffecten en op de relatie tussen woningbouw en de dijk. Op grond van de beoordeling van de twee alternatieven is een derde alternatief opgesteld (zie het eind van deze samenvatting). De alternatieven verschillen alleen in de dijkzone (ten zuiden van de singel). Het alternatief Klimaatdijk heeft als belangrijkste kenmerk de aanleg van een zeer brede dijk met een flauw talud aan de binnendijkse zijde. Op dit flauwe talud kan een deel van de woningbouwopgave voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf gerealiseerd worden, zonder dat dit de dijk nu en in de toekomst in de weg zit. De klimaatdijk wordt alleen ten noordwesten van het fort Beneden-Lent gerealiseerd. Aan de zuidoostzijde wordt de huidige dijk gehandhaafd, en blijft de bebouwing op afstand van de dijk. Daar wordt een waterkerend scherm aangebracht, als maatregel om het relatief natte gebied binnendijks aan de eisen ten aanzien van grondwaterstandsdiepte te laten voldoen. Het gehele programma aan woningen (waaronder 900 in de dijkzone) kan in dit alternatief worden gerealiseerd.

Het alternatief Dijkpark gaat uit van woningbouw op terpen, waarmee de woningen geen last hebben van het grondwater in dit bij tijd en wijle natte gebied. Woningbouw blijft op afstand van de dijk. Er worden in

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

2

Open

dit geval minder woningen gebouwd, ca. 500 tot 600 in de dijkzone; het overige deel moet dan elders in de Waalsprong worden gerealiseerd.

Milieueffecten algemeen In 2003 is reeds besloten over realisatie van de gehele Waalsprong, mede op basis van het MER dat voor dat doel is opgesteld. De beschrijving van de milieueffecten in dit planMER richt zich daarom vooral op de aspecten waarin het huidige plan mogelijk afwijkt van hetgeen in het MER van 2003 is onderzocht. Daarnaast kunnen de alternatieven onderling worden vergeleken op milieueffecten die geheel binnen de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003 vallen. Deze vergelijking dient dan louter om een keuze tussen de alternatieven te maken. Bij de beschrijving van milieueffecten is waar mogelijk gebruik gemaakt van nieuwe onderzoeken die in de afgelopen jaren beschikbaar zijn gekomen (bijv. nieuwe inventarisaties van flora en fauna en een actuele cultuurhistorische analyse). Effecten op natuur Door de stadsuitbreiding kunnen rust- en verblijfplaatsen of groeiplaatsen kunnen worden verstoord en/of vernietigd van enkele plant- en diersoorten, zoals het rapunzelklokje, de tongvaren, de blauwe reiger en de rugstreeppad. Het alternatief Dijkpark scoort in dit opzicht wel beter dan het alternatief Klimaatdijk omdat bij Dijkpark een groter deel van het bestaande oppervlak met bijbehorende landschappelijke structuren gespaard blijft. Er zijn geen directe effecten op Natura2000-gebied; wel is nagegaan of er indirecte effecten op kunnen treden, bijv.

door een toename van geluidbelasting, stikstofdepositie of visuele verstoring door hoge bebouwing op of direct achter de dijk. Geconcludeerd is dat deze effecten kunnen worden uitgesloten. Effecten op cultuurhistorie Uit een actuele cultuurhistorische analyse komen enkele wijzigingen ten opzichte van 2003 naar voren, met betrekking tot o.a. het gebied ten westen van het fort Beneden Lent, het Molenpad en de Waaldijk. Alternatief Klimaatdijk scoort op gebied van cultuurhistorie minder goed dan alternatief Dijkpark, omdat de e klimaatdijk een grotere aantasting van het cultuurlandschap en de (19 eeuwse) dijk zelf met zich meebrengt. Het alternatief Dijkpark houdt meer rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het maaiveld blijft grotendeels hetzelfde, waardoor het cultuurlandschap enigszins intact blijft. Door het toevoegen van bebouwing is er bij beide alternatieven wel sprake van aantasting van de fysieke en beleefde kwaliteit van het cultuurlandschap. Effecten op archeologie In principe leidt het alternatief Klimaatdijk tot potentieel de grootste aantasting door het grootschalig ophogen van het gehele noordelijke deel van het plangebied. Het waterkerend scherm dat in het zuidelijk deel wordt aangelegd heeft naar verwachting wel een positief effect.

Het alternatief Dijkpark geeft in potentie een geringere aantasting en heeft de mogelijkheid om de geplande terpen aan te passen aan de archeologische waarden. Dit alternatief wordt daarom per saldo positiever beoordeeld dan het alternatief Klimaatdijk. Effect op water In het stadsontwikkelingsgebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf heeft water vooral een faciliterende functie. Daarom is vanaf de start van de planvorming vooral aandacht besteed aan het voldoen aan de eisen die het stadsuitbreidingsgebied aan het watersysteem stelt. Ten noorden van de singel verschillen de effecten op gebied van water niet van hetgeen in het MER Waalsprong 2003 is beschreven. In de dijkzone ten zuiden van de singel verschillen de alternatieven in de omgang met het grondwater, dat met name tijdens hoogwater op de Waal voor natte omstandigheden zorgt. In alle gevallen wordt echter aan de eisen voldaan die de Gemeente Nijmegen samen met het Waterschap

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

3

Open

Rivierenland heeft gesteld. Samengevat is er op gebied van water weinig verschil tussen de twee alternatieven. Combinatie-alternatief Alternatief Klimaatdijk wordt op milieueffecten minder positief beoordeeld dan alternatief Dijkpark. Echter alternatief Dijkpark heeft als belangrijk nadeel dat er in de dijkzone slechts 500-600 van de beoogde 900 woningen kunnen worden gebouwd, terwijl in alternatief Klimaatdijk de woningbouwopgave wél wordt gehaald. Het Combinatie-alternatief gaat uit van het alternatief Dijkpark, met enkele aanpassingen en een toevoeging uit het alternatief Klimaatdijk. Het Combinatie-alternatief scoort op milieueffecten beter dan het alternatief Klimaatdijk, met name cultuurhistorie, archeologie, natuur en water, dan het alternatief klimaatdijk. De verschillen tussen het Combinatie-alternatief en het alternatief Dijkpark zijn gering en qua milieueffecten scoren beide alternatieven grotendeels vergelijkbaar. Bij het Combinatie-alternatief worden in de dijkzone ca. 700 woningen gerealiseerd.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

4

Open

2

Inleiding

2.1

Aanleiding voor het plan

De Gemeente Nijmegen bouwt aan de Waalsprong. In de afgelopen jaren zijn diverse delen van deze uitbreidingslocatie bebouwd en ingericht met woningen, infrastructuur, kantoren en voorzieningen zoals winkels en scholen. Per deel van het gebied worden vooraf ontwikkelingsbestemmingsplannen gemaakt, waarin de kaders voor de invulling van het gebied worden vastgelegd. Het gebied dat in de huidige plannen wordt aangeduid met de namen Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is een van de laatste grote gebieden die nog definitief moet worden ingevuld (zie de ligging in figuur 1).

Figuur 1. Ligging plangebied met relevante namen

Besluiten over de invulling van de Waalsprong worden mede gebaseerd op de verwachte milieueffecten. Daartoe is in 2003 een Milieueffectrapport (MER) voor de gehele Waalsprong opgesteld (Gemeente Nijmegen, 2003). Bij het opstellen van dit MER was de Gemeente Nijmegen zich er van bewust dat de ontwikkeling van de omvangrijke stadsuitbreiding – gezien de jarenlange realisatietijd - niet bij de start geheel zou kunnen worden vastgelegd. Daarom zijn in het MER verschillende bouwstenen en alternatieven breed onderzocht op milieueffecten. Nadien heeft nog een actualisatie van het MER plaatsgevonden vanwege een wijziging in de verkeersstructuur (Gemeente Nijmegen, 2007). Daarnaast 7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

5

Open

zijn aparte milieueffectrapportages opgesteld voor de Stadsbrug en het rivierverruimingsproject Ruimte voor de Waal – Nijmegen. Bij de definitieve vastlegging van de kaders voor de invulling van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is het van belang of de milieueffecten van deze invulling passen binnen de bandbreedte van de milieueffecten die in het MER van 2003 is onderzocht en of er wellicht een actualisatie van (een deel van) het MER 2003 nodig is. Dit is onderzocht middels een actualisatietoets (opgenomen als bijlage 1 bij dit MER), Op grond van de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is er op voorhand van uit gegaan dat voor in ieder geval het zuidelijke deel van het gebied, de dijkzone (zie figuur 1), een actualisatie van het MER uit 2003 en 2007 nodig is. Daarom is op 5 juli 2016 een Notitie Reikwijdte en Detailniveau uitgebracht als opstap naar een (plan)MER. De noodzaak tot opstellen van een MER is parallel nader onderzocht middels een actualisatietoets (zie volgende paragraaf).

2.2

Waarom een milieueffectrapport

2.2.1

Werkwijze actualisatietoets

Om te kunnen nagaan of – en zo ja op welke punten – een actualisatie van de milieueffecten nodig is voor vaststelling van het ontwikkelingsbestemmingsplan voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf, is een vergelijking gemaakt tussen het huidige plan voor deze gebieden (waarvan de uitgangspunten zijn vastgelegd in het Ambitiedocument (Gemeente Nijmegen, 2016)), en de plannen waar de milieueffecten voorheen op waren gebaseerd (m.n. MER Waalsprong 2003 en Aanvulling MER Waalsprong 2007). Specifiek is daarbij gelet op de factoren die bepalend zijn voor de aard en omvang van de milieueffecten, bijvoorbeeld het aantal en de dichtheid van woningen, de intensiteit van het verkeer of het maaiveld- en drainageniveau. Veranderen deze factoren niet, dan worden ook geen andere effecten verwacht. Dit is de eerste controle. Indien de effecten gelijk blijven, is het mogelijk dat de wet- en regelgeving ten aanzien van bepaalde milieueffecten sinds 2003 is veranderd, en de effecten inmiddels hier niet meer binnen passen. Hierop vindt – per milieuaspect - een tweede controle plaats.

2.2.2

Conclusies actualisatietoets

De verwachte milieueffecten van de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf zijn op het grootste deel van de milieuaspecten geen aanleiding om het MER Waalsprong 2003 of de Aanvulling MER Waalsprong 2007 aan te vullen of te actualiseren: 

in vrijwel alle gevallen vallen de factoren die de milieueffecten veroorzaken binnen de bandbreedte van de uitgangspunten van de alternatieven die in het MER Waalsprong 2003 zijn onderzocht. Dit geldt voor de milieuaspecten: water, bodem, werken en recreatie, verkeer en vervoer, geluid, veiligheid, klimaat en gezondheid;

voor enkele milieuaspecten, die op kunnen treden in de dijkzone van het plangebied, is dit anders. 

Natuur: De mogelijke effecten van stikstofdepositie vanuit het plangebied op het nabijgelegen Natura2000-gebied geeft volgens de huidige wet- en regelgeving aanleiding om een Passende beoordeling op te stellen, en die Passende beoordeling maakt ook het opstellen van plan-MER verplicht.

Cultuurhistorie: voor de onderdelen Dijklichaam van de Oosterhoutse dijk (Waalbandijk), Oosterhoutsewal, fort Beneden-Lent, Zaligestraat en cultuurhistorisch groen rondom

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

6

Open

Oosterhoutsedijk 88 is er aanleiding om het MER Waalsprong 2003 aan te vullen of te actualiseren. Beslissingen over dit aspect dienen in de bestemmingsplannen wel onderbouwd te worden, maar zijn niet MER-plichtig. 

Archeologie: Sinds de uitvoering van het MER Waalsprong 2003/2007 is de kennis van de archeologische opbouw van het Waalspronggebied aanmerkelijk toegenomen door gedurende de planontwikkeling uitgevoerde onderzoeken. Het milieuaspect archeologie geeft aanleiding om het MER Waalsprong 2003 aan te vullen met een overkoepelend overzicht (Bureauonderzoek). De geactualiseerde archeologische verwachting kan als basis dienen voor beslissingen over (eventueel) vervolgonderzoeken of het stellen van beschermingskaders.

Op gebied van landschap wordt opgemerkt dat - in tegenstelling tot de verwachting in het MER 2003 landschappelijke elementen slechts ten dele gespaard zullen kunnen blijven. Beslissingen over dit aspect dienen in de bestemmingsplannen wel onderbouwd te worden, maar zijn niet m.e.r.-plichtig. Op het aspect bodem vallen de huidige plannen binnen de bandbreedte van het MER 2003. De ophogingen in de dijkzone kunnen wel aanleiding zijn tot het opstellen van inrichtingsvarianten voor dit gebied. Daarnaast is nieuw in het plan dat overwogen wordt bouwactiviteiten te ondernemen binnen de beschermingszone van de dijk (bijvoorbeeld woningbouw aan of op de dijk, het aanbrengen van een waterkerend scherm in de dijk of het verbreden van de dijk tot een “klimaatdijk”). Deze activiteiten zijn primair ingegeven door overwegingen vanuit de Waalsprong, maar kunnen de functie als waterkering in enkele gevallen wel beïnvloeden. De plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf worden vastgelegd in meerdere bestemmingsplannen, waarvan bestemmingsplan Nijmegen Hof van Holland , Centrum en Nijmegen Woenderskamp de eerste zullen zijn.

De invloed van de plannen op de waterkering kan worden beschouwd als “wijziging van een rivierdijk”, waarvoor het op grond van de Wet Milieubeheer noodzakelijk is om deze in ieder geval te beoordelen op de mogelijke verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te volgen (kortweg is het bestemmingsplan “m.e.r.-beoordelingsplichtig”). Er zijn dus meerdere redenen voor een vervolg: 

de Passende beoordeling vanwege de stikstofdepositie, die verplicht tot het opstellen van een planMER;

de invulling van de dijkzone met a) de bovengenoemde milieueffecten die af kunnen wijken van hetgeen in de eerdere MERs beschreven was, en b) de mogelijke wijziging van de waterkering, die in ieder geval vraagt om een beoordeling op m.e.r.-plicht. Aangezien voor de Passende beoordeling al een planMER gemaakt moet worden, heeft de Gemeente Nijmegen besloten om ook de invulling van de dijkzone in hetzelfde planMER op te nemen.

De hoofd-verkeersstructuur in de huidige plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf zal niet afwijken van hetgeen in de Aanvulling MER Waalsprong uit 2007 is onderzocht. De verkeersstructuur en de vergelijking met de MER uit 2007 komen in dit planMER dus verder niet meer aan de orde. Conclusie Voor het plan Hof van Holland wordt een Passende Beoordeling en een planMER opgesteld. In het planMER zullen eveneens de effecten van de invulling van de dijkzone worden beschouwd, voor zover deze afwijken van het MER Waalsprong 2003.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

7

Open

2.3

Wettelijk kader

De m.e.r.-procedure is wettelijk geregeld in de Wet Milieubeheer en diverse uitvoeringsbesluiten. Er zijn twee mogelijke procedures; de uitgebreide procedure en de beperkte procedure. Wat betreft de stedelijke ontwikkeling in de Waalsprong is op basis van het Besluit milieueffectrapportage in 2003 een MER opgesteld. Die is opgesteld met een vergelijkbare procedure als die welke thans wordt aangeduid met de uitgebreide procedure. Zoals hiervoor aangegeven wordt in het nu op te stellen plan-MER onder meer ingegaan op de relevante wijzigingen in de project-/planomgeving die zich hebben voorgedaan na het MER 2003 (zoals aangevuld in 2007). Voor een plan-m.e.r. geldt de uitgebreide m.e.r.-procedure.

2.4

Procedure voor het plan-m.e.r.

Het voornemen om een plan te gaan opstellen moet op een geschikte wijze openbaar worden aangekondigd. Hierop kan iedereen inspreken. Deze kennisgeving wordt gedaan door het bevoegd gezag. Deze kennisgeving heeft plaatsgevonden op 14 juli 2016, met de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (zie hieronder). De procedure kent de volgende stappen: 1. Notitie reikwijdte en detailniveau De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) vereist verder dat, voordat een milieueffectrapport wordt opgesteld, partijen worden geraadpleegd over de aanpak van het m.e.r.-onderzoek (de reikwijdte en het detailniveau). Het is gebruikelijk hiertoe een notitie Reikwijdte en Detailniveau ter inzage te leggen, zodat iedereen daarop zijn zienswijze kan geven. Ook worden betrokken overheden en wettelijk adviseurs geraadpleegd. Advisering door de commissie voor de m.e.r. op de concept notitie Reikwijdte en Detailniveau is facultatief. De gemeente heeft ervoor gekozen advies te vragen aan de Commissie MER nadat de ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. In dat stadium kan de Commissie zich ook goed vergewissen van het maatschappelijk draagvlak voor de plannen n.a.v eventueel ingediende zienswijzen.

Het resultaat van de eerder genoemde raadpleging wordt neergelegd in een (definitieve) notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarin wordt aangegeven hoe met de ontvangen reacties rekening wordt gehouden. Zo is voor iedereen duidelijk wat de uitgangspunten zijn voor het m.e.r. Op basis van deze notitie wordt vervolgens het onderzoek gedaan en een eindrapport, het MER, opgesteld. De Notitie reikwijdte en detailniveau is door de Gemeente Nijmegen openbaar gemaakt op 14 juli 2016, en heeft tot 25 augustus 2016 ter inzage gelegen. Op deze notitie is een inspraakreactie van een particulier binnengekomen; en hebben enkele wettelijk adviseurs hun reactie gegeven (zie Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Hof van Holland-Woenderskamp-Broodkorf te Nijmegen). Met de reacties is rekening gehouden bij het opstellen van dit planMER

2. Opstellen MER Een MER moet in elk geval bevatten/beschrijven: 

een publieksvriendelijke samenvatting;

het doel van het project;

voor welk(e) besluit(en) het MER wordt gemaakt en welke besluiten met betrekking tot het project al aan het m.e.r. vooraf zijn gegaan;

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

8

Open

een beschrijving van het project en de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ alternatieven, zowel (bijvoorbeeld) qua ligging als qua uitvoeringswijze;

welke plannen er eerder voor deze activiteit zijn vastgesteld en welke alternatieven daarin waren opgenomen;

een beschrijving van de ‘huidige situatie en de autonome ontwikkeling’ in het plangebied;

welke gevolgen het project en de alternatieven hebben voor het milieu en een motivering van de manier waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven en een vergelijking van die gevolgen met de ‘autonome ontwikkeling’;

effectbeperkende c.q. mitigerende maatregelen;

leemten in kennis.

3. Openbaar maken van het MER en raadpleging Commissie voor de m.e.r. Het MER wordt ter inzage gelegd en voor advies verzonden aan de Commissie voor de m.e.r.; een inhoudelijk adviesorgaan. De terinzagelegging gebeurt in principe gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan en eventuele benodigde ontwerpvergunningen. 4. Zienswijzen indienen Iedereen kan zienswijzen indienen op het MER en de ontwerpbesluiten. De termijn daarvoor is 6 weken. 5. Advies Commissie voor de m.e.r. De Commissie voor de m.e.r. geeft eveneens een advies op de inhoud van het MER (toetsingsadvies) waarbij zij de ingekomen zienswijzen kan betrekken. Eventueel geven de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. aanleiding tot het maken van een aanvulling op het MER, bijvoorbeeld om een aantal zaken verder uit te diepen of accenten te leggen. 6. Vaststellen plan inclusief motivering Het bevoegd gezag stelt de definitieve plannen vast en geeft daarbij aan hoe rekening is gehouden met de in het MER beschreven milieugevolgen en wat de overwegingen zijn met betrekking tot de in het MER beschreven alternatieven, de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. 7. Bekendmaken plan De vastgestelde plannen en benodigde vergunningen worden bekendgemaakt; de genomen besluiten worden medegedeeld aan de adviseurs, betrokken overheidsorganen en reclamanten.

Daarna start de fase van een mogelijk beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 8. Evaluatie Na vaststelling van een m.e.r.-plichtig plan of het nemen van een m.e.r.-plichtig besluit moet het betreffende bevoegd gezag de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit onderzoeken.

2.5

Vervolg

Voordat met de uitvoering van de voorgenomen activiteiten kan worden begonnen zijn er nog verschillende besluiten nodig. Voor het planologisch mogelijk maken van de gebiedsontwikkeling is een nieuw ruimtelijk kader (in dit geval het bestemmingsplan) nodig in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Op grond van onder andere het MER zal hierover een besluit genomen worden. Voor de uitvoering van de plannen zijn omgevingsvergunningen nodig, waarin vergunningen voor diverse aspecten zijn opgenomen (bouw, milieu, etc.). Mogelijk is een vergunning in het kader van de

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

9

Open

Natuurbeschermingswet, een Waterwetvergunning of een ontheffing op grond van de Flora en Faunawet nodig.

2.6

Informatie en inspraak

Voor dit project zijn er twee formele inspraakmomenten. De eerste inspraakperiode heeft reeds plaatsgevonden in verband met de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Het was voor eenieder mogelijk voorstellen te doen voor aspecten of alternatieven die in het MER aan de orde zouden moeten komen. Tevens werd de notitie voorgelegd aan de wettelijke adviseurs en de te raadplegen bestuursorganen. De tweede inspraakperiode vindt plaats tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorend MER. Na verwerking van de zienswijzen zullen de definitieve besluiten worden vastgesteld. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend of die zich keren tegen wijzigingen in het bestemmingsplan door de Raad kunnen beroep instellen bij de Raad van State. Tevens staat beroep open voor belanghebbenden die vanwege een verschoonbare reden geen zienswijzen bij de raad hebben kunnen indienen.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

10

Open

3

Het plangebied en de opgaven

3.1

Plangebied en karakteristieken

Het plangebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is momenteel voor een groot deel in agrarisch gebruik, en is vooral aan weerszijden van de Griftdijk Noord bebouwd met woningen (nr. 11 t/m 27b), openbare voorzieningen (o.a. het Citadelcollege – zie nr. 1a en 1b in onderstaande luchtfoto). Tussen de Graaf Alardsingel, die met een boog midden door het plangebied loopt, en de Griftdijk Noord die Broodkorf en Woenderskamp scheidt, ligt ook de historische tuin Lent (2). Het gebied kent vele cultuurhistorische waarden, met als meest prominent aanwezige het fort Beneden Lent of Nieuw Knodsenburg (3) naast de Zaligestraat. Het fort stamt uit 1862, en is momenteel in beheer is bij Staatsbosbeheer. Naast de boomgaard in de historische tuin zijn onder meer nog twee andere boomgaarden aanwezig: een perenboomgaard naast het fort (4) en een kersenboomgaard naast het station Lent (5).

1a

2 Graaf Alardsingel

1b

4 3 5

6

7

Figuur 2. Luchtfoto plangebied

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

11

Open

Het plangebied wordt begrensd door de spoorlijn Nijmegen-Arnhem aan de oostzijde (6) en de Oosterhoutse dijk aan de zuidzijde. Ten zuiden van de dijk is een nevengeul gerealiseerd (7) in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier. Het gebied is van oorsprong laag gelegen en staat onder sterke invloed van de rivier. Bij hoog water kan het kwelwater tot op het maaiveld staan. Om het gebied voor woningbouw geschikt te maken moet er daarom maatregelen genomen worden zoals ophoging of civieltechnische maatregelen waarmee de kwel tegengehouden of afgevangen wordt. Een nadere beschrijving van de karakteristieken en waarden wordt gegeven in hoofdstuk 6.

3.2

De opgave

Het plangebied wordt gezien als het hart van stadsontwikkelingsgebied Waalsprong. Het vormt de verbindende schakel tussen de rivier en de woongebieden verder binnendijks, en tussen de Waalsprong en het bestaande dorp Lent. In het gebied zal een flink deel van de woningbouwopgave van de Gemeente Nijmegen gerealiseerd dienen te worden, en ook een deel van de voorzieningen (bijv. winkels, scholen en sportfaciliteiten) en kantoren. De realisatie van winkels wordt gefaseerd gezien de eventueel wijzigende marktomstandigheden. De realisatie van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf loopt van 2017-2028. Uit een analyse die ten grondslag ligt aan de planvorming blijkt dat de uitbreidingsbehoefte voor Nijmegen ca. 900 woningen per jaar bedraagt. Doelstelling is dat een groot deel van de uitbreidingsbehoefte in de Waalsprong wordt ingevuld, ca.600 woningen per jaar, waarvan gemiddeld ca. 250 woningen per jaar in het plangebied. Het totale programma voor bestaat uit: 

ca. 2.900 woningen (huur en koop, sociale woningbouw en vrije sector);

ca. 12.750 m2 winkels, waarvan 7000 m2 in een 1e fase;

ca. 23.000 m2 maatschappelijke voorzieningen, waaronder 4.000 m2 gezondheidscentrum gecombineerd met flexibele programmeerbare werkruimte;

ca. 5.000 m2 werklocaties (dienstverlening, kleinschalig kantoor).

Ter vergelijking: in het MER Waalsprong 2003 varieerde het programma voor het plandeel Hof van Holland-Woenderskamp-Broodkorf tussen de 2700 woningen voor het alternatief Wervende Woonmilieus met een voorzieningenhart van 27.000 m2 en 7.500 m2 winkels, en de 4900 woningen en 135.000 m2 centrumvoorzieningen voor het alternatief Stad aan de Rivier met vergrote knoop Lent. Het huidige plan valt dus binnen de bandbreedte die in het MER Waalsprong 2003 is onderzocht. Voor de dijkzone, dat is het deel van het plangebied ten zuiden van de watersingel, is een opgave van 900 woningen voorzien. Ter vergelijking: in het MER Waalsprong 2003 varieerde de dichtheid van bebouwing voor de Dijkzone van relatief laag (30 woningen/ha) tot hoog stedelijk (65 woningen/hectare).Dit leverde voor de dijkzone een bandbreedte op van 600 tot 1300 woningen op. Ook in deze zone vallen de woningaantallen dus binnen de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003. Het woningbouwprogramma van Hof van Holland heeft een looptijd van circa 10 jaar. In deze periode kan het woonprogramma mogelijk worden bijgesteld op grond van veranderingen in de marktvraag.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

12

Open

3.3

De voorgenomen activiteit

Het huidige plan voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf is in de periode 2015-2016 via een interactief proces opgesteld, in nauwe samenspraak met onder meer woonconsumenten, marktpartijen en de huidige bewoners, grondeigenaren en gebruikers van het gebied. Na een analysefase en een vergelijking van drie verschillende ontwikkelingsvarianten is een Ambitiedocument vastgesteld dat de uitgangspunten voor de planontwikkeling in dit gebied weergeeft (Gemeente Nijmegen, 2016). Er zullen binnen het plangebied woonmilieus worden gecreëerd met verschillende woningdichtheden en aantallen bouwlagen, variërend van 20 tot 55 woningen/hectare, en over het algemeen 2 tot 4 bouwlagen met enkele extra “hoogte-accenten”; gebouwen die enkele verdiepingen hoger zijn. Parkeren vindt zo veel mogelijk op maaiveld plaats of in de woonvoorzieningen; grootschalige of ondergrondse parkeergarages zijn niet voorzien. Bij de opzet van de ontsluiting van het gebied is aandacht besteed aan verbindingen voor langzaam verkeer (zie figuur 4), met onder meer een extra fietstunnel onder de Graaf Alardsingel (naast de bestaande fietsbrug “het Groentje” (figuur 3). Rond het fort Beneden Lent zijn verschillende verbindingen tussen het plangebied en de uiterwaarden, o.a. de Rietgraaf, Ressense Wal en Zalige straat.

Figuur 3. Fietsbrug het Groentje over de Graaf Alardsingel

De hoofdontsluitingen voor het autoverkeer (zie figuur 2 en 4) worden gevormd door de Graaf Alardsingel, de Griftdijk, de Italiëstraat en de M. van Mechelenweg (direct langs het spoor). Enkele overwegingen ten aanzien van de verkeersstructuur zijn beschreven in de Actualisatietoets (bijlage 1, par. 1.4 en 3.8).

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

13

Open

Griftdijk

M. van Mechelenweg

Italiëstraat

Graaf Alardsingel

Figuur 4. Hoofdontsluitingsstructuur voor autoverkeer (links) en fietsverkeer (rechts)

Midden door het gebied komt een watersingel te liggen, die een belangrijke functie vervult in de waterhuishouding van de hele Waalsprong. De watersingel en de waterbergende plassen die aan weerszijden van de Prins Mauritssingel liggen, zorgen voor de afvoer van regenwater en het op peil houden van het water in de singel in droge perioden. Het gedeelte van het plangebied gelegen tussen de watersingel en de Oosterhoutse dijk, de Dijkzone, is in het ambitiedocument benoemd als een speciaal woonmilieu. In dit woonmilieu wordt aangetakt op de nabijheid van het dijk- en rivierenlandschap. In het gebied is een aantal belangrijke bestaande structuren aanwezig, zoals het fort, de Oosterhoutsedijk en het buurtschap. Bestaande of nieuwe elementen zoals de Zalige straat en de Watersingel verbinden de Dijkzone met de overige deelgebieden van Hof van Holland. In Woenderskamp biedt een klimaatdijk (bebouwbare dijk) mogelijkheden om een woonmilieu met zicht op de rivier en uiterwaarden te realiseren.

3.4

Aanknopingspunten voor alternatieven

3.4.1

Inleiding

Er zijn verschillende manieren om de opgave voor wonen werken en voorzieningen in het plangebied te realiseren. In het kader van dit planMER is met name van belang op welke wijze wordt omgegaan met de te verwachten milieueffecten. Het is belangrijk zich te realiseren dat de besluitvorming over de realisatie van de Waalsprong inclusief Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf in zijn geheel reeds in 2003 heeft plaatsgevonden, op basis van een MER dat in 2003 is opgesteld. Uit de Actualisatietoets is gebleken dat het programma voor het plangebied zich binnen de bandbreedte van het MER van 2003 bevindt (zie par. 2.2.3). De beschrijving van de alternatieven en de milieueffecten in dit planMER richt zich daarom vooral op de aspecten waarin het huidige plan mogelijk afwijkt van hetgeen in het MER van 2003 is onderzocht. Daarnaast kunnen de alternatieven onderling worden vergeleken op milieueffecten die geheel

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

14

Open

binnen de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003 vallen. Deze vergelijking dient dan louter om een keuze tussen de alternatieven te maken. Er is een aantal issues op gebied van milieueffecten die mede bepalend zijn voor de planvorming voor het gebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf. Deze worden hieronder kort beschreven. De wijze waarop hiermee is omgegaan vindt u in de beschrijving van de alternatieven (par. 3.5 t/m 3.6 en hfst. 5). De alternatieven in dit MER zijn opgesteld door een projectgroep van de Gemeente en het Waterschap Rivierenland.

3.4.2

Water

De planvorming voor de dijkzone (het deel van het plangebied direct achter de Waaldijk, zie figuur 1) wordt in belangrijke mate bepaald door de omgang met het (grond)water. Het gebied is van oorsprong laaggelegen en staat onder sterke invloed van de rivier. Bij hoog water kan het kwelwater tot op het maaiveld staan. Om het gebied voor woningbouw geschikt te maken moet er daarom maatregelen genomen worden. Verschillende maatregelen zijn denkbaar: 

integraal ophogen;

ophogen in delen (terpen);

afschermen van de Waal met een waterkerend scherm in of nabij de dijk;

grondwaterpeil onder controle houden door drainage.

De eerste drie mogelijkheden zijn tijdens de planvorming voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf onderzocht. De vierde mogelijkheid is direct afgevallen, vooral omdat deze oplossing niet als duurzaam wordt gezien door de vermijdbare extra waterafvoer, die bovendien lastig opgevangen kan worden in het watersysteem van de Waalsprong en het hoofdwatersysteem van de Linge. De drie andere mogelijkheden zijn opgenomen in de alternatieven.

3.4.3

Toekomstige dijkversterking

Bij de planontwikkeling is niet alleen rekening gehouden met de wensen vanuit realisatie van de Waalsprong. Er diende ook rekening gehouden te worden met de noodzaak om in de nabije toekomst de Waaldijk te versterken die de zuidzijde van het gebied begrensd. De dijkbeheerder, Waterschap Rivierenland, heeft geconcludeerd dat de dijk een versterking behoeft om zijn functie in de toekomst te kunnen blijven vervullen. De dijk dient daarbij te gaan voldoen aan nieuwe normen die door het Ministerie van IenM zijn opgesteld en in de zomer van 2016 door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd. De dijk langs Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf behoort tot het diijkversterkingsproject “Wolferen-Sprok”. Onderzoek en planvorming voor deze diijkversterking is voorzien in de periode 2015-2020; de realisatie is gepland van 2020 tot 2023. Als onderbouwing voor de besluiten over de maatregelen zal ook een MER worden opgesteld (voorzien vanaf 2018) Op het moment van opstellen van dit MER is nog niet bekend welke diijkversterkingsmaatregelen nodig zijn, en welke consequenties deze hebben voor het ruimtebeslag en eventuele milieueffecten. De Gemeente Nijmegen heeft daarom met het Waterschap Rivierenland het volgende afgesproken: 

bij de beoordeling van de plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf worden de effecten van deze plannen op de huidige dijk beschouwd (bijv. als in de beschermingszone wordt gebouwd);

daarnaast worden de plannen kwalitatief beoordeeld op mogelijkheden of ruimte die ze bieden om de dijk in de nabije toekomst te versterken;

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

15

Open

in de plannen voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf wordt ruimte vrij gehouden voor toekomstige diijkversterkingsmaatregelen, op basis van een inschatting van het Waterschap Rivierenland (zie hieronder);

in het gebied Hof van Holland is in de huidige situatie sprake van kwel tijdens hoogwater. Dit is een bekend fenomeen in het gebied (zie ook par. 3.4.2). De verwachte toename van kwel door het project Ruimte voor de Waal Nijmegen heeft er toe geleid dat er in het kader van dat project er een omvangrijk waterkerend scherm onder de dijk is aangebracht ter hoogte van de gebieden de Stelt, Hoge Bonger, en ook langs het meest oostelijke stuk van Hof van Holland. Met dit scherm zijn de negatieve grondwatereffecten teniet gedaan. Het is denkbaar dat het huidig waterkerend scherm verder wordt doorgetrokken naar het westen, wat ruimere mogelijkheden geeft voor de invulling van het gebied binnendijks;

los van deze kwel kunnen lokale grondwaterstromen door de dijk het zand in of onder de dijk meevoeren en zo een risico vormen voor de stabiliteit van de dijk (“piping”). Ook hiervoor kan een scherm in de dijk een oplossing zijn. De mogelijkheden voor een waterkerend scherm en/of een maatregel tegen piping worden – vooruitlopend op de diijkversterking – door de Gemeente Nijmegen in nauwe samenwerking met het Waterschap beschouwd, en zijn opgenomen in de alternatieven voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf (zie par. 3.5 t/m 3.6 en hfst. 5).

Het Waterschap Rivierenland is nagegaan welke ruimte er nodig is voor toekomstige dijkversterkingen. Basis hiervoor is het document ‘Ontwerpuitgangspunten Primaire Waterkeringen’ dat op 29 april 2016 door het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland is vastgesteld. Waterschap Rivierenland anticipeert bij haar diijkversterkingsprojecten op de nieuwe Waterwet die op 1-1-2017 van kracht wordt. Het Waterschap heeft eerst een inschatting gemaakt van de ruimte die de dijk bij de aankomende diijkversterkingsronde nodig zou hebben, het zgn. ontwerpprofiel. Daarbij is uitgegaan van de te verwachten waterstanden waar in de aankomende diijkversterking van uit zou moeten worden gegaan, en de nieuwe normen voor de dijken zoals die zijn opgesteld door de Minister van IenM en vastgesteld door de Tweede Kamer. Conform de Ontwerpuitgangspunten Primaire Waterkeringen is daar omheen een profiel van vrije ruimte gedefinieerd, om ook in de verdere toekomst voldoende ruimte te hebben voor dijkversterking. De wijze van berekenen is opgenomen in bijlage 2. Op grond van deze benadering is bepaald hoe ver bebouwing van de dijk moet blijven, om geen belemmering te vormen voor dijkversterking. De aangehouden maat is de afstand tussen de buitenkruinlijn van de huidige dijk (dus de rand van de kruin van de dijk aan de rivierzijde) en de bebouwing. Deze afstand is bepaald op 55 meter.

In het geval waarin een klimaatdijk zou worden aangelegd geldt een ander principe. Deze dijk wordt aan de binnenzijde zoveel breder gemaakt dat de functie van waterkering niet beïnvloed wordt door bebouwing op het binnentalud (zie ook beschrijving alternatieven). Ook wordt de kruin breder gemaakt zodat een toekomstige dijkverhoging goed inpasbaar is. Daardoor kan er op het binnentalud van deze klimaatdijk in principe tot aan de kruin van de dijk gebouwd worden. Ter plaatse van het fort Beneden Lent kan de bovengenoemde afstand tot de dijk niet worden aangehouden (zie ook figuur 5 hieronder). Uitgangspunt is dat het fort met zijn slotgracht behouden blijft. Bij de dijkversterking zal hier dus maatwerk geleverd moeten worden, om ruimte te sparen, mogelijk met een constructieve oplossing. De exacte oplossing is in het kader van dit MER voor de Bestemmingsplannen van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf niet van belang; uitgangspunt is dat het fort behouden blijft, de dijkversterking zal zich hier te zijner tijd op aanpassen. Ook voor het zuidelijke deel van de dijk langs bestaande bebouwing kan maatwerk nodig blijken.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

16

Open

Figuur 5: zone binnen afstand van 55 m. van buitenkruinlijn dijk

3.4.4

Landschap en cultuurhistorie

In het kader van de planvorming is overlegd met Staatsbosbeheer over de toekomstige functie van het Fort Beneden Lent. Het fort wordt in de toekomst omgeven door woningen en voorzieningen. Momenteel kent het fort alleen een toegang vanaf de dijk, aan de zuidzijde. De vraag is of het fort een publieksfunctie moet krijgen (bijv. kleinschalige, recreatieve functies en cultuur), en of het fort daartoe een extra ontsluiting aan de noordzijde moet krijgen. De verschillende opties voor het fort zijn opgenomen in de alternatieven. NB: omdat het fort Rijksmonument is, en de eigenaar (Staatsbosbeheer) zelf bezig is een plan voor dit monument te maken, zal de beslissing hierover in een andere procedure dan de nu aan de orde zijnde bestemmingsplannen plaatsvinden Een ander issue is de omgang met de historische tuinderij Lent (nr. 2 in figuur 2). Deze tuin is deels een operationele kwekerij met diverse oude fruit- groenten- en plantenrassen, en deels een museum met huisraad, gebruiksvoorwerpen en werktuigen die de tuinders vroeger gebruiken. De tuin is een bovenwijkse voorziening die ook een maatschappelijke functie vervult. De Gemeente Nijmegen heeft met de vertegenwoordiging van de Historische tuin de mogelijkheden verkend om de tuin te incorporeren in de ontwikkeling van het omliggende gebied.

Er is een akkoord om de vorm van de historische tuin te veranderen, waarbij echter het oppervlak gelijk zal blijven. De twee boomgaarden in het gebied worden opgenomen in de stedenbouwkundige plannen. In het MER 2003 werd er van uitgegaan dat zowel de kersenboomgaard bij het station als de perenboomgaard naast het fort Beneden Lent zouden verdwijnen. In de huidige plannen blijft de boerderij behouden; het weiland binnen de boomgaard wordt wel bebouwd. Van de kersenboomgaard bij het station Lent blijft in de huidige plannen een deel van de fruitbomen behouden. 7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

17

Open

Een ander issue is de relatie tussen de dijk en het binnendijks gebied. In het Ambitiedocument 2016 is gezocht naar mogelijkheden de dijk en de woonbebouwing binnendijks sterker met elkaar te verbinden en daardoor een betere relatie met de rivier te leggen. Hiervoor is voor een deel van de dijkzone ten noordwesten van het fort de mogelijkheid geïntroduceerd om op een brede bebouwbare dijk (“klimaatdijk”) aan te leggen. De ruimte voor een dergelijke oplossing is in principe begrensd tot het gebied tussen de kruin van de huidige dijk en de aan te leggen watersingel. Het gebied tussen de watersingel en deze klimaatdijk wordt dan als glooiend landschap aangelegd waardoor het mogelijk wordt tot aan de kruin van de dijk te bouwen. De dijk dient voldoende omvang te hebben om ook in de toekomst zijn functie als waterkering te kunnen blijven vervullen. Deze optie is opgenomen in één van de alternatieven.

3.4.5

Onderscheid in alternatieven

Het interactieve proces dat is gevolgd voor de planvorming voor Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf heeft voor het grootste deel van het gebied, te weten alle areaal ten noorden van de watersingel, geleid tot een plan, dat is beschreven in het Ambitiedocument (Gemeente Nijmegen, 2016). Alleen voor de dijkzone ten zuiden van de watersingel zijn nog verschillende mogelijkheden in beeld (zie ook bovenstaande milieu-issues). Daarom is besloten om voor de dijkzone in eerste instantie twee alternatieven te definiëren en op effecten te beoordelen. Op basis van de beoordeling van deze alternatieven heeft de Gemeente Nijmegen in nauwe samenspraak met het Waterschap Rivierenland besloten een combinatie-alternatief op te stellen, waarin de positieve aspecten van de eerste twee alternatieven worden verenigd. Voor het deel van het plangebied ten noorden van de watersingel, dus buiten de dijkzone, is er 1 plan zonder alternatieven. In het centrumgebied van Hof van Holland worden circa 1.050 woningen gerealiseerd. Tevens is er ruimte voor: 

circa 12.750m2 winkels;

950 m2 horeca;

circa 6.000 m2 school en sporthal

circa 5.000 m2 aan kantoren (zoals opgenomen in de lijst Staat van Bedrijvigheid)

circa 4.000 m2 overige (commerciële) voorzieningen (waaronder ook maatschappelijke functies en lichte, ambachtelijke bedrijvigheid). In het gebied Woenderskamp worden circa 510 woningen gerealiseerd. Tevens is er ruimte voor circa 6.000 m2 voor een school en sportzaal. De realisatie van enkele wijkgebonden horecavoorzieningen (bijvoorbeeld een cafetaria) behoort eveneens tot de mogelijkheden. 

In de dijkzone is niet alleen de omgang met het water van belang, maar ook de ruimte die nodig is voor toekomstige dijkversterking (zie par. 3.4.3). In de planvorming is de dijk daarom ingedeeld in 6 trajecten, die in de alternatieven een verschillende invulling krijgen (zie figuur 5). Traject 1 bevindt zich ten noorden van de Graaf Alardsingel, traject 2 betreft de kruising tussen dijk en de Graaf Alardsingel ter hoogte van de aanbrug van de Oversteek, traject 3 is het deel tussen de Oversteek en fort Beneden Lent, traject 4 het deel langs het fort, traject 5 ligt ten zuiden ervan tot aan de bestaande bebouwing, traject 6 ligt langs de bestaande bebouwing.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

18

Open

Figuur 6. Indeling dijkzone in trajecten

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

19

Open

3.5

Alternatief 1: Klimaatdijk

De stedenbouwkundige, landschappelijke en waterhuishoudkundige inrichting van de dijkzone wordt bij dit alternatief hoofdzakelijk bepaald door de dijkvorm en de manier waarop met kwelwater wordt omgegaan. Deze is per dijktraject anders. Er worden in dit alternatief conform de opgave in de dijkzone circa 900 woningen gerealiseerd. Een visualisatie van de stedenbouwkundige invulling is opgenomen als figuur 9a en b.

Figuur 7. Locatie trajecten met klimaatdijk

In traject 1, 2 en 3 is ruimte binnendijks; hier is gekozen voor aanleg van een klimaatdijk; een dijk met een extra brede kruin, en een flauw aflopend binnentalud, waardoor deze aanzienlijk breder is dan noodzakelijk voor de functie van waterkering. De binnenteen van de dijk zal ca. 100 meter verder landinwaarts komen dan in de huidige situatie. Op het binnentalud kan worden gebouwd. Het principe van deze klimaatdijk is afgebeeld in onderstaand figuur 8. Op traject 2, zal worden aangesloten op het talud van de Graaf Alardsingel net voor de aanbrug van de Oversteek, woningbouw is hier ook voorzien op het opgehoogde maaiveld binnendijks.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

20

Open

Figuur 8. Principe-profiel klimaatdijk

Indien de dijk in de toekomst moet worden opgehoogd, kan dat op de brede kruin. Andere versterkingsmaatregelen (bijv. voor het tegengaan van piping) kunnen binnen het ruimtebeslag van de klimaatdijk worden gerealiseerd. In bijlage 2 is een tweetal technische profielen opgenomen (2a en 2b) waarin wordt geïllustreerd hoe de klimaatdijk gerealiseerd zou kunnen worden. Deze profielen zijn in samenspraak met het Waterschap Rivierenland opgesteld. Consequentie van de aanleg van de klimaatdijk is dat de huidige dijk niet meer herkenbaar aanwezig is, maar “verstopt” wordt onder een breed bebouwd grondlichaam. De klimaatdijk levert wel extra ruimte op voor bebouwing. De klimaatdijk reikt tot dicht bij de watersingel. Ter hoogte van het fort Beneden Lent (traject 4) is geen ruimte voor een klimaatdijk of andersoortige grootschalige ophoging. Hier blijft de huidige dijkvorm behouden, en zal de dijk t.z.t. met ruimtebesparende technische maatregelen worden versterkt (voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage 2, profiel 1b of 2c).. Woningbouw is alleen voorzien op het terrein van de huidige perenboomgaard (de boerderij en een deel van de boomgaard blijven daarbij behouden), en ten noordoosten van het fort. Ten behoeve van de waterhuishouding is een waterkerend scherm voorzien. Om het fort een publieksfunctie te geven wordt aan de noordzijde een extra toegang gemaakt.

Ten zuiden van het fort (traject 5 en 6) wordt de huidige dijkvorm gehandhaafd. Om deze zone bebouwbaar te maken wordt hier gekozen voor een waterkerend scherm in de teen van de dijk, die de toevoer van grondwater bij hoogwater stremt en daarmee de grondwaterstanden laag houdt. Dit waterkerend scherm is reeds aanwezig bij traject 6 (aangelegd voor het project Ruimte voor de Waal – 1 Nijmegen), en zal in dit alternatief doorgezet worden over traject 5 . Het bestaande maaiveld zal alleen hoeven te worden opgehoogd voor bouwrijp maken. De landschappelijke en cultuurhistorische structuur van de dijkzone op deze twee trajecten blijft herkenbaar. Een voorbeeld van de mogelijke wijze van versterken van de dijk is opgenomen in bijlage 2, profiel 1d voor traject 5 en 6). Specifiek zij vermeld dat de Zalige straat in dit Alternatief in de ontsluitingsstructuur wordt opgenomen, maar de straat verliest zijn huidige profiel en beplanting en wordt tweezijdige woonstraat. 1

Het waterkerend scherm bij Ruimte voor de Waal had als doel om de effecten van de aanleg van de nevengeul op het grondwater te beperken; het waterkerend scherm bij Hof van Holland is bedoeld om de grondwaterstanden bij hoogwater te verlagen en daarmee te bij te dragen aan de vereiste ontwateringsdiepte in het stadsontwikkelingsgebied.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

21

Open

Figuur 9a. Alternatief Klimaatdijk (geheel)

Figuur 9b Alternatief Klimaatdijk (uitsnede dijkzone)

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

22

Open

3.6

Alternatief 2: Dijkpark

Een tweede alternatief is ontstaan vanuit het idee om op een andere wijze om te gaan met het gegeven van de grondwaterkwel in de dijkzone. Dit idee gaat er van uit dat de kwel niet wordt verdrongen of verstopt onder een omvangrijke ophoging van het maaiveld, maar juist aan het maaiveld kan blijven komen en door bestaande landschappelijke structuren en sloten afgevangen en richting de nieuwe singel gevoerd. Woningbouw met de vereiste drooglegging (dat is de gemiddelde grondwaterstand onder maaiveld) wordt mogelijk gemaakt door middel van terpen. Tussen de woningbouw ontstaat een groene openbare ruimte en daarmee ontstaat een nieuw woonmilieu, een zogeheten “Dijkpark”. Het alternatief Dijkpark is gebaseerd op de karakteristieken van het bestaande landschap in het gebied. Woningbouw blijft buiten de zone van 55 meter die het Waterschap aanhoudt als ruimte voor toekomstige dijkversterking (zie par. 3.4.3); er vindt dus geen bebouwing op de dijk plaats. De huidige structuur met een afwisseling van (lage) delen, hogere ruggen in combinatie met sloten en greppels vormt de basis voor de stedenbouwkundige structuur van het gebied. Het bestaande landschap wordt van spoorbrug tot aan landgoed Oosterhout grotendeels behouden. De woonterpen worden aangelegd op trajecten 1, 3, 5 en 6 (bij 6: ten noorden van de huidige woningen).

Een voorbeeld van hoe de dijk in de toekomst versterkt zou kunnen worden is opgenomen in bijlage 2, profiel 1a of 1e (traject 1, 3 en 5). Op traject 6 zal in verband met de bestaande woningen door het Waterschap een maatwerkoplossing toegepast worden. Op traject 2 (rond de Graaf Alardsingel) is geen bebouwing voorzien. Op traject 4, bij het fort Beneden Lent, zal de dijk t.z.t. met ruimtebesparende technische maatregelen worden versterkt (een voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage 2, profiel 1b of 2c). Woningbouw is alleen voorzien op het terrein van de huidige perenboomgaard (de boerderij en een deel van de boomgaard blijven daarbij behouden). Specifiek punt is dat de Zalige straat in dit Alternatief met zijn huidige profiel (smalle dijkachtige weg met tweezijdige laanbeplanting en begeleidende greppels) in de verkeersstructuur wordt opgenomen. Nader onderzoek zal uit moeten wijzen of dit een eenrichtingsweg of een langzaam-verkeersverbinding wordt. Door het concept van wonen op terpen en het hanteren van een 55 meter brede vrijwaringszone vanaf de dijk kunnen bij dit alternatief in de dijkzone fors minder woningen worden gerealiseerd, namelijk naar verwachting 500 tot 600 woningen (opgave voor de dijkzone was 900 woningen). Een visualisatie van de stedenbouwkundige invulling is opgenomen als figuur 10a en 10b.

Doordat in dit alternatief een lager woningaantal wordt gehaald dan in het ambitiedocument alternatief, blijft de restopgave voor het totale Waalspronggebied hoger.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

23

Open

Figuur 10a. Alternatief Dijkpark (geheel)

Figuur 10b. Alternatief Dijkpark (uitsnede dijkzone)

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

24

Open

4

Milieueffecten Klimaatdijk en Dijkpark

4.1

Algemeen

Het voorliggende MER is een aanvulling op het MER Waalsprong 2003, specifiek voor het plangebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf, ter onderbouwing van de bestemmingsplannen voor dit plangebied. Daarom worden hier alleen de effecten beschreven van aspecten van de inrichting van het gebied die buiten de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003 vallen (zoals de aanleg van een klimaatdijk of woonterpen) of de milieuaspecten waarvoor nieuwe wet- en regelgeving geldt (bijv. stikstofdepositie). Voor de overige effecten wordt verwezen naar het MER Waalsprong 2003. Op grond van de bevindingen uit de actualisatietoets gaat het om de volgende milieuaspecten: natuur (m.n. vanwege stikstofdepositie), cultuurhistorie en archeologie en water. Voor al deze aspecten worden 2 de effecten vergeleken met de huidige situatie; deze geldt als referentie.

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie

Bronnenonderzoek In 2015 is door Bureau Waardenburg een bronnenonderzoek uitgevoerd naar alle informatie over natuurwaarden in het plangebied (Kruijt, D.B., 2015). Daaruit resulteert het volgende overzicht. In 2002-2003 zijn alle deelgebieden van de Waalsprong onderzocht op het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten (Kwak 2002). De deelgebieden Hof van Holland en de Graaf Allardsingel zijn in 2006 opnieuw onder de loep genomen (Kwak & Wamelink 2006). De afgelopen jaren zijn in het plangebied en omgeving daarvan verschillende Flora- en faunawet onderzoeken uitgevoerd en is onderzoek gedaan naar de huidige verspreiding van de steenuil (Hoefsloot, 2013; Volkers, 2012, 2013). Aanvullend hierop zijn door Waardenburg gegevens uit waarneming.nl gebruikt. Beschikbare gegevens uit de drie relevante deelgebieden zijn verzameld, geanalyseerd op actualiteit en op kaart weergegeven. Het plangebied is op vrijdag 23 oktober 2015 door medewerkers van Bureau Waardenburg bezocht om te controleren of er in de huidige situatie geschikt leefgebied aanwezig is voor de beschermde soorten die uit de omgeving bekend zijn. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc.).

Tijdens het veldbezoek is tevens de aanwezigheid van beschermde soorten en van waardevolle natuuren landschapselementen zoals bomen, boomgaarden, hagen, sloten en poelen in kaart gebracht (zie figuur 11).

2

NB: De huidige situatie is wél anders dan de situatie in 2003; inmiddels zijn verschillende werken die in het MER van 2003 werden voorzien inmiddels gerealiseerd. Dit betreft: een deel van de Waalsprong, de Tweede Stadsbrug en de dijkverlegging en nevengeul in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier.

7 december 2016

MER HOF VAN HOLLAND

WATRC_BE8212_R0002F03

25

Open

Figuur 11. Waardevolle natuur- en landschapselementen (bron: Kruijt D.B., 2015)

Beschermde soorten Flora- en Faunawet In de Flora- en faunawet (AmvB art. 751) worden drie beschermingsregimes onderscheiden. Voor soorten uit ‘Tabel 1’ geldt vrijstelling van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor soorten van ‘Tabel 2’ (’overige beschermde soorten’), ‘Tabel 3’ (‘strikt beschermde soorten’) of vogels met een jaarrond beschermde nestplaats geldt geen vrijstelling en kan aanvraag van een ontheffing aan de orde zijn bij overtreding van verbodsbepalingen. Hieronder is per beschermde soort aangegeven in welke categorie deze is opgenomen. Het bronnenonderzoek heeft geleid tot de volgende lijst van (mogelijk) te verwachten beschermde planten- en diersoorten binnen het plangebied: rapunzelklokje, kleine modderkruiper, steenmarter (allen tabel 2 AMvB artikel 75), kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad, bittervoorn, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, buizerd, sperwer, huismus, havik, ransuil en steenuil (allen tabel 3 AMvB artikel 75). Voor enkele soorten kon het bronnenonderzoek nog geen uitsluitsel geven, daarvoor is nader (veld)onderzoek uitgevoerd (Kruijt, D.B., van Kessel, N. & G. Hoefsloot, 2016). Dit betreft vogels met jaarrond beschermde nestplaats, planten, vleermuizen en amfibieën. 7 december 2016

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=da8026b2-8970-4787-adef-cb2a64f2d9e1