CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)_vastgesteld_3_Toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 17 december 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) (Herstelbesluit) (97/2025)32.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) Toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie) 06 oktober 2025 IDN: NL.IMRO.0268.BP10007-VG02 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

3

4

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding en doel Plangebied Juridisch-planologisch regime Procedure Leeswijzer

7 7 12 13 15 17

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Huidige situatie ENGIE-terrein ENGIE-terrein in haar omgeving

19 19 21

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

25 25 32 35

Hoofdstuk 4 4.1 4.2

Planbeschrijving Gebiedsvisie Waal Energie Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit

37 37 40

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17

Omgevingsaspecten Inleiding Milieueffectrapportage Milieuzonering nieuwe stijl Duurzaamheid en klimaatadaptatie Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie - flora en fauna Ecologie - passende beoordeling Gezondheid Archeologie Landschap en cultuurhistorie Ontplofbare oorlogsresten

47 47 47 49 51 54 57 58 59 60 67 70 73 77 83 84 88 91

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Juridische planopzet Systematiek Regels over activiteiten Regels over geluid, geur en stikstof

93 93 94 97

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Financieel-economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

103 103 103

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

5

Hoofdstuk 8

Herstelbesluit

6

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

105

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

1.1.1

Aanleiding

ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna: ENGIE) is eigenaar van het terrein Centrale Gelderland in Nijmegen. Al sinds 1936 is het terrein in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 2013 is het Energieakkoord opgesteld (paragraaf 3.1). In dit akkoord werd onder andere de sluiting van vijf Nederlandse kolencentrales uit de jaren '80 geregeld. Centrale Gelderland was een van deze centrales en is eind 2015 dan ook gesloten. Deze inmiddels voormalige kolen- en biomassa gestookte energiecentrale is nu gesloopt. Daarmee komt het terrein in 2023 vrij voor nieuwe ontwikkelingen. Centrale Gelderland heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de stad Nijmegen en de regio en vormde een baken op de plek waar de Waal en het Maas-Waalkanaal samen komen. De centrale heeft zich in al die jaren steeds aangepast aan nieuwe vormen van energieproductie, het gebouw en de inrichting van het terrein weerspiegelden die transities. Nederland zit nu in een belangrijke nieuwe transitie, waarbij we gaan overstappen van fossiele energie naar hernieuwbare energie en waarin we de emissie van CO2 aanzienlijk gaan terugdringen. De huidige sloop van Centrale Gelderland en de beoogde transformatie van het terrein passen in die ontwikkeling.

Met de sloop van de centrale komt een groot terrein vrij in de stad, direct gelegen aan de Waal en met veel waardevolle energie-infrastructuur. We raken snel gewend aan de plek zonder de kolen- en biomassa gestookte energiecentrale. Maar eens was daar het grote gebouw, de industrie, met de rookpluim die al van ver te zien was. De gebouwen zijn gesloopt, de schoorsteen is weg. Dit alles is al ingezet ten behoeve van de energietransitie, als ook de transitie van het terrein. Dat is op dat moment nog niet zo zichtbaar. Maar er zijn al grote stappen gezet. De plaatsing van de windturbines en het zonnepanelenveld zijn daar zichtbare resultaten van. Minder zichtbaar, maar wel heel belangrijk voor de toekomst van het voormalig terrein van de kolen- en biomassa gestookte energiecentrale is dat ENGIE en de gemeente Nijmegen gedeelde ambities hebben. Samen hebben zij de Gebiedsvisie Waal Energie opgesteld (paragraaf 4.1). Deze is door de raad in 2019 vastgesteld. In de Gebiedsvisie Waal Energie zijn daarvoor de volgende ambities en het toekomstbeeld meegegeven: 1.

Een nieuw energiehart dat positief bijdraagt aan de energietransitie, door de opwek, buffering en distributie van (hernieuwbare) energie.

2.

Ruimte voor duurzame, emissieloze logistiek (watergebonden op- en overslag en stadsdistributie) die bijdraagt aan verbetering van de luchtkwaliteit.

3.

Een nieuwe (deels watergebonden) werklocatie in de stad, die ruimte biedt aan verschillende soorten ondernemers.

4.

Een nieuwe groene verbinding tussen Nijmegen, Weurt en buitengebied en een optimale aansluiting van NYMA met o.a. fietsroutes, wandelroutes, uitkijkpunten en parkeren.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

7

Deze ambities uit de gebiedsvisie zijn door Kuiper Compagnons stedenbouwkundig vertaald in "Waal Energie, aanjager voor een duurzame stad - stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit" (paragraaf 4.2). De herontwikkeling volgens de ambities van de gebiedsvisie en het stedenbouwkundig raamwerk passen niet in het geldende bestemmingsplan. Om deze herontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voorbereid. Tevens is een mer-procedure (Milieu-effect rapportage-procedure) doorlopen. ENGIE blijft als bedrijf en grondeigenaar aanwezig op de locatie en is op zoek naar partners om in de komende jaren in afstemming met de omgeving tot invulling van het terrein te komen.

1.1.2

Het nieuwe energiehart

Er spelen een aantal belangrijke factoren een rol in het creëren van een nieuw energiehart, maar ook geeft dit de noodzaak voor een nieuw energiehart weer. Op dit moment is er sprake van energiecongestie. Dit betekent dat er op sommige momenten te weinig aanbod van stroom is. Voor nieuwe bedrijven in de omgeving die veel energie nodig hebben, betekent dit dat ze niet op het stroomnet kunnen worden aangesloten om die grote hoeveelheid energie te ontvangen. Dit betekent op dat punt een stagnatie in de economische ontwikkeling van de regio, maar ook heeft dat effect op het aanbod van arbeidsplaatsen. De maatschappij is grote stappen aan het zetten in de energietransitie. Woningen gaan van het gas af, bedrijven gaan van het gas af en auto's gaan steeds meer elektrisch rijden. Deze ontwikkelingen zorgen er voor dat de behoefte aan elektriciteit steeds meer toeneemt. Daarbij wordt de energiecongestie steeds groter. Er zal daarom een groter aanbod aan elektriciteit nodig zijn. Het mooist zou zijn als dit volledig opgewekt kan worden met de windturbines en zonnepanelen op het terrein van Waal Energie en in de omgeving. Zon en wind zijn helaas niet altijd in voldoende mate voorhanden. Er zal dus een 'achtervang' nodig zijn. Hiervoor is een energiecentrale mogelijk nodig.

Ook deze energiecentrale zouden we met zijn allen het liefst gelijk op een fossielvrije brandstof laten functioneren, bijvoorbeeld fossielvrije waterstof. Waterstof is nu en de komende jaren helaas nog niet beschikbaar in de grote hoeveelheid die een energiecentrale nodig heeft. Dit is wel het doel. Het Rijk streeft daar ook naar. Daarover later meer. Dit betekent dat de energiecentrale als hybride centrale zal worden gebouwd. In de huidige visie die het Rijk heeft ontwikkeld zal, zodra fossielvrije waterstof in voldoende mate beschikbaar is, dat de brandstof voor de energiecentrale worden. Dat betekent dat dat het moment is dat er geen, of in eerste instantie minder, fossiele brandstof nodig is. In de periode daarvóór is het gebruik van aardgas voor de energiecentrale niet te vermijden. Zouden we dat niet doen, dan stagneert ook de energietransitie die de maatschappij nu inzet. Woningen en bedrijven kunnen niet van het gas af. En elektrische auto's kunnen op minder plekken, of langzamer opladen. Dit zal naar verwachting de omschakeling naar elektrische auto's vertragen. Ook dat heeft een grote impact op ons leefmilieu. Bij elektrische auto's is het neveneffect ook dat ze stiller zijn, en daarmee ook bijdragen aan een prettiger leefmilieu. Het Rijk werkt hard mee aan de energietransitie.

Het terrein van Waal Energie is op rijksniveau (Barro) aangewezen als terrein voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Dit betekent dat het Rijk het noodzakelijk vindt dat er op voldoende plekken in Nederland op grootschalige wijze elektriciteit wordt opgewekt, om energiecongestie, dus een tekort aan stroom, te voorkomen of te verminderen. Het Rijk heeft als doelstelling dat in 2045 deze grote centrales CO2-neutraal zullen zijn. Ook ENGIE en gemeente Nijmegen hebben deze doelstelling. Het Rijk werkt er aan om het landelijke aardgasnetwerk te vervangen door een landelijk waterstofnetwerk. Ook

8

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

ENGIE zal daarop worden aangesloten. ENGIE gaat dus automatisch mee in de ontwikkeling die er op rijksniveau wordt ingezet. De energiecentrale komt er niet zomaar. Daaraan zijn voorwaarden verbonden. Niet alleen het belang van ENGIE telt hierin; er moet een meerwaarde zijn voor de maatschappij. De energiecentrale heeft noodzakelijkerwijs een belangrijke plek gekregen in het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en in het MER. Om deze energiecentrale mogelijk te maken, zullen de maximale scenario's in beeld moeten worden gebracht. En dat is ook gedaan.

1.1.3

Energiecampus

Waal Energie bestaat echter niet alleen uit deze energiecentrale. De huidige inrichting van het terrein is niet toegankelijk, terwijl het terrein een belangrijke plek inneemt in de omgeving. Hoe mooi zou het zijn als deze plek te bezoeken is? Daar is in het stedenbouwkundig raamwerk invulling aan gegeven. In aansluiting op de lijn die er in het Waalfront en NYMA al is ingezet, komt er een wandelverbinding met de uiterwaarden van Beuningen. Er komt een plek waar bezoekers het gebied in kunnen. Daarmee zal het gebied veel meer onderdeel worden van de omgeving, in plaats het afgesloten en afgeschermde gebied wat het nu is. Er zijn plannen voor een parkeergarage, bijvoorbeeld voor de bezoekers van de nieuwe bedrijven, maar ook voor de bezoekers en bedrijven van NYMA. Ook een Park & Bike zal hier dan onderdeel van zijn: de auto parkeren en op de fiets verder (minder auto's in de stad, betere luchtkwaliteit). Bij de parkeergarage wordt gedacht om op het dak een fantastisch uitzichtpunt te creëren: uitzicht op het nieuwe energielandschap, uitzicht over de mooie ontwikkeling van NYMA en uitzicht over de prachtige Waal en de uiterwaarden. Een energiecampus zal verder zorgen voor een vloeiende overgang tussen het industrieterrein van Waal Energie naar NYMA. Een gebied dus met meer kantoorachtige functies, zoals bijvoorbeeld onderwijs en research en development.

Ook zal het terrein er aantrekkelijker uit komen te zien. Het straatprofiel zal veel groener en breder zijn. Ook zal er op belangrijke plekken een groene invulling worden gegeven.

1.1.4

Andere bedrijven

Natuurlijk blijft het industrieterrein ook een industrieterrein. Waal Energie heeft een mooie ligging aan de Waal en aan het Maas-Waalkanaal, met ook nog eens een eigen haven. De bedrijven die zich hier vestigen zullen daarom voornamelijk een link moeten hebben met de ligging aan het water: watergebonden en waterverbonden bedrijfsactiviteiten. Het huidige BCTN, de containerterminal in het noorden van het plangebied valt hier bijvoorbeeld onder. Of de bedrijven moeten een link hebben met het energielandschap. Bijvoorbeeld door zero emissie stadsdistributie mogelijk te maken. Dit betekent dat de vrachtwagens die de stad moeten bevoorraden, hier overladen naar emissieloze logistiek, bijvoorbeeld elektrisch vervoer. Gezocht wordt naar bedrijven die een verbinding met elkaar aangaan, bijvoorbeeld in hoge mate afhankelijk zijn van de energie-infrastructuur, watergebonden bedrijven die grondstoffen aanleveren voor een naastgelegen bedrijf e.d.

1.1.5

Het verhaal achter de milieueffecten

Zoals iedereen weet hadden we hier een aantal jaren geleden nog een grote kolen- en biomassa gestookte energiecentrale staan. De milieueffecten hiervan hadden een grote

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

9

omvang. Dat zal veel minder worden. In directe zin al heel veel, maar ook in indirecte zin. De energiecentrale is eigenlijk te zien als een grote cv-ketel. Deze moet gestookt worden, net als thuis. Daarnaast komen er ook andere bedrijven, zoals hiervoor al is uitgelegd. We hebben als gemeente doelen en wensen met betrekking tot milieu, natuur en omgeving. Voor stikstof bijvoorbeeld. Stikstof zorgde over het hele land voor effecten. Het wordt mogelijk dat er een nieuwe energiecentrale komt, eerst op aardgas, later op waterstof. De stikstofeffecten hiervan zijn vele malen kleiner dan van de kolen- en biomassa gestookte energiecentrale. Ook de andere bedrijven binnen Waal Energie vallen binnen deze kleinere stikstofruimte. Dat zorgt ervoor dat er grote delen van het land niet meer de effecten van de centrale hebben. In de ruime regio zal de energiecentrale bijdragen aan de energietransitie. Daardoor nemen in indirecte zin de stikstofeffecten ook nog eens af. Steeds minder gasgestookte cv-ketels, steeds minder auto's op diesel en benzine, steeds minder effecten door de industrie. De achtergronddepositie van stikstof neemt daarmee af. Ook komt met het aanpassen van het bestemmingsplan ruimte vrij voor bijvoorbeeld waterstoftanken, E-laden en grootschalige energieopslag in de vorm van batterijen. Driedubbele winst dus.

De geluidscontour blijft hetzelfde en toch zal geluid kunnen verminderen. Hoe zit dat? De geluidsruimte is namelijk verdeeld in dit Chw-bestemmingsplan. Per gebied is vastgelegd hoeveel geluid er mag zijn. Als er minder geluid wordt gebruikt, dan kan dit niet worden opgebruikt door andere bedrijven buiten dat gebied. En ook niet door bedrijven buiten Waal Energie. En dus kunnen de geluidseffecten mogelijk verminderen. Voor geur geldt dat het nooit meer kan worden dan de cumulatieve norm die de provincie Gelderland of (t.z.t.) de gemeente Nijmegen hiervoor heeft. Het verkeer zal ook stiller worden. Elektrische auto's maken maar weinig geluid. Dit is dus een indirect effect dat bijdraagt aan een betere leefomgeving. Ook de luchtkwaliteit zal verbeteren. De nieuwe energiecentrale zal veel minder fijnstof en CO2 in de lucht brengen. Bovendien is vastgelegd dat de energiecentrale in 2045 CO2-vrij moet zijn. Ook is zero emissie stadsdistributie mogelijk gemaakt. Goed voor mens en milieu dus.

10

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

De effecten van de ontwikkeling Waal Energie op de luchtkwaliteit (Bron: gemeente Nijmegen)

1.1.6

Waarom een bestemmingplan verbrede reikwijdte?

Binnenkort krijgen we één omgevingsplan, doordat dan de Omgevingswet in werking treedt. Een omgevingsplan kan andere dingen regelen dan nu met een bestemmingplan kan. Bijvoorbeeld milieuregels. Om hier alvast mee te oefenen is daar een bestemmingplan met verbrede reikwijdte voor geïntroduceerd in de Crisis- en herstelwet (Chw). Dit plan voor Waal Energie is zo'n plan met milieuregels. Maar waarom hebben we dat dan nodig? Nu zijn alleen ENGIE en BCTN op dit terrein actief. Dat gaat straks (en eigenlijk nu al) veranderen. Er zullen veel meer bedrijven komen. Ieder bedrijf moet dan de eigen milieuregels volgen. Maar wie let dan nog op het totaal? Eigenlijk niemand. Dat willen we dus niet. We willen dat er op het hele terrein van Waal Energie gekeken wordt wat er allemaal voor effecten zijn. Bij elkaar opgeteld, dus cumulatief. Zodat van te voren het totale effect al vaststaat, vastgelegd in dit bestemmingplan met verbrede reikwijdte. En dus niet dat er steeds wat extra bij kan komen. Dat is het grote voordeel. Een beheerorganisatie gaat dit allemaal bijhouden en hierover ook rapporteren.

1.1.7

Veranderingen tussen ontwerp en vastgesteld bestemmingplan

Het plan Waal Energie gaat steeds meer vorm en invulling krijgen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

11

Van te voren zijn het nog abstracte contouren. Nu is al veel meer duidelijk. Daar hebben we dus ook de onderzoeken en regels op kunnen afstemmen. Zo heeft ENGIE beter inzicht gekregen in de benodigde capaciteit voor de toekomst. Daarom kon een energiecentrale met minder grote milieu- en stikstofeffecten worden berekend. In het MER is deze laagimpactvariant uitgewerkt in de voorkeursvariant. Ook is nu meer duidelijk wat de rijksaanwijzing voor grootschalige elektriciteitsopwekking betekent. Het Rijk heeft aangegeven dat, (1) de Barro aanwijzing voor grootschalige energie opwekking op dit terrein van toepassing blijft, (2) de energiecentrales te gaan ondersteunen in de energietransitie door op termijn waterstof via een landelijk netwerk aan te bieden. Dat is een belangrijke stap, zoals hiervoor al is te lezen. Het "Stedenbouwkundig raamwerk en beeldkwaliteit" was gelijktijdig afgerond met het ontwerp bestemmingplan. Bij nadere inzien konden de uitgangspunten daarvan nog verder worden versterkt in het bestemmingplan. We leggen nu bijvoorbeeld de profielen van de wegen vast, zodat er een groene ruimte in het straatbeeld ontstaat. Meer aandacht voor kwaliteit dus.

1.1.8

Afsluiting

Er zijn al grote stappen gezet in de (her)ontwikkeling van Waal Energie. En er zullen nog grote stappen volgen. Dit bestemmingplan met verbrede reikwijdte (Chw-bestemmingsplan) is daarin heel belangrijk. Dit gaat dus niet alleen om de ontwikkeling van het fysieke terrein van Waal Energie tot een aantrekkelijk en beleefbaar energie- en bedrijvenpark. Uiteindelijk zal deze ontwikkeling een enorm belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie van Nijmegen, de regio en van de maatschappij.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de oksel van de Waal en het Maas-Waalkanaal en is onderdeel van het ‘Haven- en industrieterrein TPN-West’ van de gemeente Nijmegen. Ten oosten van het plangebied ligt het terrrein van de Nyma en de Vasim: een evenementenlocatie met een industrieel karakter. Daarnaast is het een broedplaats voor cultuur en creatieve industrie. Naast dit terrein ligt de nieuwe stadsbrug De Oversteek, met verder naar het oosten de nieuwbouwwijk Batavia, onderdeel van de herontwikkeling van het Waalfront. Ten zuidoosten van het terrein ligt het Mercuriuspark, ook onderdeel van Industrieterrein TPN-West. Hier bevinden zich nog enkele niet ontwikkelde kavels. Aan de westkant, aan de overkant van het Maas-Waalkanaal, liggen de dorpen Weurt en Beuningen en de uiterwaarden van de Waal. Aan de noordkant grenst het terrein aan de Waal met aan de overkant ook uiterwaarden van die rivier en de Waalsprong, in het bijzonder de westkant van het eiland Veur Lent.

12

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

figuur 1.1: kaart met plangebied (gele omlijning)

1.3

Juridisch-planologisch regime

Voor het plangebied geldt nu bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens, vastgesteld op 17 december 2014. Daarin heeft het grotendeels de bestemming 'Bedrijf - Elektriciteitscentrale' en is het bestemd voor onder meer 'de bouw van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de opwekking van elektriciteit door middel van olie, gas en/of steenkool met de daarbijbehorende andere gebouwen, bouwwerken en werken, zoals kantoorgebouwen, rookgasontzwavelingsinstallaties, opslag- en/of stortplaatsen voor kolen, vliegas en slakken [...]'.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

13

figuur 1.2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens

Voor het plangebied geldt ook een aantal themagerichte (facet)bestemmingsplannen: De bescherming van (verwachte) archeologische waarden in het Facetbestemmingsplan Archeologie, vastgesteld op 25 juni 2014, is overgenomen in de dubbelbestemming Waarde-Archeologie in het later vastgestelde bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens. In het Facetbestemmingsplan Parkeren, vastgesteld op 13 september 2017, zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. In het Facetbestemmingsplan Kamerverhuur, vastgesteld op 2 februari 2022, zijn regels opgenomen voor verkamering van woningen. Omdat wonen niet is of wordt toegestaan in het plangebied, is dit facetbestemmingsplan hier niet relevant.

In het plangebied is ook een aantal ontwikkelingen mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 onder a lid 3 Wabo (buitenplanse afwijking), zoals onder andere: Windpark De Groene Delta d.d. 20 februari 2019 heeft de bouw van twee windturbines mogelijk gemaakt. Nijmegen Kanaalhavens - 2 (Lichtmasten CTN) d.d. 17 augustus 2015 maakte op het terrein van CTN lichtmasten mogelijk tot een hoogte van 30 m (in plaats van 25 m). Nijmegen Kanaalhaven - 3 (Biomassagestookte basislastketel en warmtekrachtcentrale) d.d 2 juni 2015 maakte de bouw van een biomassacentrale van 8 MW en een

14

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

warmtekrachtcentrale van 20 MW mogelijk. De vergunningaanvraag is in het kader van de Wet natuurbescherming ingetrokken. Nijmegen Kanaalhavens - 5 (LNG bunkeren van Truck to Ship) d.d. 23 januari 2017 maakt in het betreffende besluitgebied het bunkeren van binnenvaartschepen mogelijk vanuit een LNG-tankwagen van ENGIE.

1.4

Procedure

MER In juni 2018 hebben ENGIE en de gemeente Nijmegen afspraken gemaakt over de juridischplanologische procedure die de herontwikkeling van het terrein van Centrale Gelderland mogelijk moet maken. Er is besloten om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Het MER is noodzakelijk bevonden omdat het bestemmingsplan een kader schept voor de toekomstige 'oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water' (onderdeel D 22.1 bijlage Besluit m.e.r.). Paragraaf 5.2 beschrijft de milieueffectrapportage voor de herontwikkeling van het ENGIE-terrein en de resultaten ervan.

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Bij het besluit over de m.e.r.-procedure besloten ENGIE en de gemeente Nijmegen ook dat tegelijk een nieuw bestemmingsplan verbrede reikwijdte zou worden opgesteld. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een experimenteel plan als bedoeld in artikel 2.4 Crisis- en Herstelwet (Chw) in samenhang met artikel 7c Besluit uitvoering Chw. Het plangebied is als bijlage 76 en onder de naam Groene Delta bij dat besluit opgenomen. Gemeente Nijmegen meldt de herontwikkeling van het ENGIE-terrein bij de minister aan als een innovatief project waarvoor een bestemmingsplan verbrede reikwijdte kan worden opgesteld. Artikel 7c Besluit uitvoering Chw somt op van welke regels in onder meer de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet geluidhinder kan worden afgeweken. Paragraaf 6.1 licht de systematiek van dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte toe, in het licht van de mogelijkheden die dat artikel biedt. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gaat uit van uitnodigingsplanologie en loopt vooruit op de doelen en de systematiek van het omgevingsplan op basis van de Omgevingswet.

Met een globale afbakening van kaders en bestemmingen kan door een gemeente worden vastgelegd waaraan een project moet voldoen voor wat betreft de eisen voor onder andere geluid of geur, zodat de veiligheid en gezondheid, of milieu en duurzaamheid worden gewaarborgd. Een gemeente controleert en waarborgt de kaders van het bestemmingsplan waarbinnen initiatieven en ontwikkelingen vanuit de markt tot stand komen. Herontwikkeling van het ENGIE-terrein op basis van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is een aangewezen manier om het milieubelang en de maatschappelijke belangen die met de herontwikkeling gepaard gaan, op een flexibele wijze vast te leggen. Voor het bepalen van de beschikbare milieugebruiksruimte wordt voorzien in een benadering waarbij van buiten naar binnen wordt gekeken: de (bestaande) milieugebruiksruimte wordt vastgelegd en initiatieven moeten daar binnen passen. Er worden plafonds bepaald voor geluid- en geurbelasting door middel van milieuzonering nieuwe stijl (zie paragraaf 5.3).

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

15

Figuur 1.3: begrenzing aanwijzgingsgebied Crisis- en herstelwet Groene Delta

Coördinatie In artikel 3.30 Wro is de mogelijkheid opgenomen dat de gemeenteraad een besluit neemt om de voorbereiding en bekendmaking van besluiten te coördineren, voor de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Burgemeester en wethouders kunnen in dat kader andere bestuursorganen verzoeken de medewerking te verlenen die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Als bevoegd gezag coördineert gemeente Nijmegen het MER en het bestemmingsplan op grond van de Wet milieubeheer. Provincie Gelderland is bevoegd om een besluit te nemen over de aanvraag omgevingsvergunning milieu, in samenspraak met de gemandateerde toezichthouder ODRN. Ook is tussen gemeente en provincie afgesproken dat de voorbereiding en bekendmaking van het MER, het bestemmingsplan en de natuurvergunning gecoördineerd plaatsvinden. Dit betekent dat er eerst een MER wordt opgesteld, met daarin een Voorkeursvariant. Op basis daarvan is dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld. Gelijktijdig met dit traject wordt een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voorbereid en ingediend bij de provincie Gelderland. Het MER, het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpbeschikking in het kader van de Wet natuurbescherming worden vervolgens tegelijk ter inzage gelegd door de gemeente Nijmegen. Daarna vindt de definitieve besluitvorming plaats.

16

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 licht de huidige situatie toe, zowel op het ENGIE-terrein binnen het plangebied zelf als in de omgeving ervan. Hoofdstuk 3 gaat in op relevant rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 licht het plan toe, aan de hand van de Gebiedsvisie Waal Energie en het Stedenbouwkundig verhaal. In hoofdstuk 5 komt de beoordeling aan bod van de effecten van het plan op een aantal omgevingsaspecten, aan de hand van de onderzoeken die in het kader van het plan-MER zijn verricht. Hoofdstuk 6 licht de systematiek toe van dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte en verantwoordt de keuzes in de regels in het licht van wet- en regelgeving, beleid en/of effecten op omgevingsaspecten. Hoofdstuk 7 tenslotte licht de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid toe.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

17

18

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

ENGIE-terrein

Het terrein van Centrale Gelderland (hierna: het ENGIE-terrein) is al sinds 1936 in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. De kolen- en biomassagestookte energieentrale Gelderland 13 die nu gesloopt is, werd in 1981 geopend en had vermogen van 585 MW. Er werkten circa 150 mensen. Gelderland 13 is eind 2015 uit productie genomen. Deze sluiting is het gevolg van het Energieakkoord waarin onder andere de sluiting van vijf Nederlandse kolencentrales uit de jaren '80 werd geregeld (zie paragraaf 3.1).

Eigendom Het ENGIE-terrein heeft een oppervlakte van circa 32 hectare. Een groot deel hiervan is eigendom van ENGIE, inclusief de insteekhaven (rood in figuur 2.1). Op het terrein van ENGIE ligt ook de containerterminal van BCTN en de insteekhaven. Aan de west- en de noordkant zijn de gronden in eigendom van Rijkswaterstaat (groen in figuur 2.1): het Maas-Waalkanaal, de Waal en ook de Verkeerspost Nijmegen die het scheepvaartverkeer op het traject Millingen – Beuningen begeleidt. De verkeerspost en de containerterminal zijn nu ontsloten via het ENGIE-terrein en moeten dat in de toekomst blijven. De primaire waterkering aan de zuid- en de oostkant is in eigendom van Waterschap Rivierenland (licht blauw in figuur 2.1).

figuur 2.1: eigendom op en rond het ENGIE-terrein

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

19

ENGIE ENGIE neemt zelf het grootste deel van het terrein in beslag voor de opwekking van elektriciteit. De terreinindeling van de voormalige energiecentrale bestond uit grotere en kleinere gebouwen, met bijbehorende installaties. Op dit moment wordt deze bebouwing gesloopt. Het terrein is gelegen rondom de insteekhaven. De indeling van het terrein is in de afgelopen decennia een aantal maal uitgebreid of gewijzigd, inspelend op veranderende inzichten en ontwikkelingen op het vlak van elektriciteitsopwekking.

Duurzame energiebronnen Op het terrein bevinden zich zonnepanelen en windturbines. Het bestaande zonnepark is ongeveer 3 ha groot en ligt aan de oostkant van het terrein. Het zonnepark bestaat uit circa 8.000 zonnepanelen. De panelen worden - op termijn en indien mogelijk - verplaatst naar daken en gevels van nieuwe gebouwen op het terrein. Op het noordelijk deel van het terrein zijn twee windturbines gebouwd die ongeveer 5.000 huishoudens van groene stroom kunnen voorzien.

figuur 2.2: huidige energie-infrastructuur ENGIE-terrein (bron: KuiperCompagnons)

Ondergrondse en bovengrondse infrastructuur Ondergronds ligt een structuur van constructies, kabels en leidingen. Momenteel wordt onderzocht welke delen hiervan moeten worden gesloopt en welke delen kunnen worden gehandhaafd voor toekomstig hergebruik. De insteekhaven, bijbehorende kades en enkele hoofdwegen blijven bestaan. Voor wat dat betreft ligt een deel van de invulling van het terrein dus al vast.

20

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

BCTN Een deel van het ENGIE-terrein (circa 4 ha) is in gebruik als containerterminal en verhuurd aan BCTN, een intermodaal containertransportbedrijf. De containerterminal heeft een gunstige ligging aan Waal, het Maas-Waalkanaal en nabij de snelwegen A15, A50 en A73, waardoor een directe verbinding met andere landen via de Noordzee mogelijk is, zonder extra overslag in Rotterdam of Antwerpen. (BCTN heeft een zeehavenvergunning: zeeschepen kunnen direct afmeren aan de kade van BCTN.) De terminal is 24 uur per dag en zeven dagen per week operationeel. Het grootste deel van het terrein is in gebruik voor slechts korte duur opslaan van containers.

2.2

ENGIE-terrein in haar omgeving

NYMA-terrein Buiten het plangebied, aan de oostkant, ligt de bruisplaats NYMA: een evenementenlocatie met een industrieel karakter en een culturele broedplaats met allerlei soorten bedrijven en horeca en ook een sportterrein.

figuur 2.3: NYMA-terrein (bron: KuiperCompagnons)

Verbindingen Regio Nijmegen heeft voor zowel vervoer over water als vervoer over de weg een strategische positie tussen de Randstad (met de mainports Europoort en Schiphol) en het Duitse achterland (met onder andere het Ruhrgebied). Figuur 2.4 toont de gunstige ligging ten opzichte van

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

21

(inter)nationale verbindingen: de Waal, het Maas-Waalkanaal, de snelwegen A73, A50 en in het bijzonder (de doortrekking van) de A15 - de Corridor Oost.

figuur 2.4: ligging KuiperCompagnons)

ENGIE-terrein

ten

opzichte

van

ontsluitingsmogelijkheden

(bron:

Het ENGIE-terrein zelf is gunstig gelegen ten opzichte van de ontsluitingsmogelijkheden (A15 en N325/A15 via de ringweg S100) aan de ene kant en het centrum van Nijmegen aan de andere kant. Ook ligt het terrein aan de doorgaande fietsroute van Beuningen-Weurt naar het centrum van Nijmegen.

22

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

figuur 2.5: ligging ENGIE-terrein ten opzichte van het centrum en lokale verbindingen

Industrie Het ENGIE-terrein maakt deel uit van industrie terrein TPN-West aan de westkant van Nijmegen: de Noord- en Oostkanaalhavens. Het is het oudste industrieterrein van Nijmegen, heeft een omvang van circa 175 hectare en heeft een belangrijke regionale functie voor economie en werkgelegenheid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

23

figuur 2.6: Overzicht TPN-West (bron Gebiedsvisie TPN-West)

24

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, staan de plannen van de rijksoverheid op het gebied van ruimte en mobiliteit. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI stelt vier strategische, integrerende opgaven voor het omgevingsbeleid: g 1. 2. 3. 4.

naar een duurzame en concurrerende economie; naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; naar een toekomstbestendige en bereikbarewoon-en werkomgeving; naar een waardevolle leefomgeving.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte – voorganger van de NOVI – is uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze uitwerking is opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt en geldt dan als de uitwerking van het beleid dat in de NOVI staat.

De nationale belangen die nu nog in het Barro worden geborgd betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied).

Het Barro bevat voor deze onderwerpen regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Dit zijn regels waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen in het vervolg rekening moeten houden.

In het Barro is in artikel 2.8.2 in samenhang met bijlage 5.4 het ENGIE-terrein aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Grootschalige elektriciteitsopwekking is volgens het Barro 'elektriciteitsproductie met een of meer elektriciteitsproductie-installaties met een gezamenlijk vermogen van ten minste 500 MW en de daarmee verbonden werken en infrastructuur, uitgezonderd elektriciteitsproductie-installaties

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

25

die elektriciteit opwekken door splijting of versmelting van atoomkernen en uitgezonderd elektriciteitsproductie-installaties die elektriciteit opwekken door middel van windenergie'. Artikel 2.8.3 Barro bepaalt vervolgens dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op zo'n vestigingsplaats a) grootschalige elektriciteitsopwekking toelaat, b) voorziet in de fysieke ruimte daartoe en c) geen hoogtebeperkingen bevat voor installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking.

figuur 3.1: vestigingsplaats grootschalige elektriciteitsopwekking (bijlage 5.4 Barro)

26

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Ook valt het plangebied binnen de contouren van het rivierbed, conform het Barro artikel 2.3.2 in samenhang met bijlage 3. In dat artikel is bepaald dat een bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aanwijst in geval er sprake is van: a.

een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. Als er toch resterende waterstandeffecten zijn of als er een afname van het bergend vermogen is, dan moet dit worden gecompenseerd (lid 2) en moet de wijze waarop dit gebeurt in het bestemmingsplan worden vastgelegd (lid 3). Bevoegdheid opstellen bestemmingsplan Artikel 9b, lid 1, aanhef en onder b, van de Elektriciteitswet schrijft dwingend voor dat de procedure in artikel 3.35, lid 1, aanhef en onder c, van de Wro van toepassing is op de aanleg van een productie-installatie (met inbegrip van de aanleg van de aansluiting van die installatie op een net), met een capaciteit van ten minste 50 MW, als het een installatie betreft voor de opwekking van duurzame elektriciteit anders dan met behulp van windenergie.

Dit heeft tot gevolg dat de Elektriciteitswet 1998 dwingend voorschrijft dat de procedure van artikel 3.35, lid 1, aanhef en onder c, van de Wro gevolgd moet worden en er voor de ontwikkeling een Rijksinpassingsplan opgesteld moet worden. De minister is verzocht om af te zien van een rijksinpassingsplan. Het minister van EZK heeft deze procedure opgestart. Energieakkoord en (ontwerp-)Klimaatakkoord In 2013 is door 47 partijen het Energieakkoord ondertekend dat gericht is op een duurzame groei. Sindsdien is er steeds meer aandacht gekomen voor een gezamenlijke aanpak voor het verduurzamen van de Nederlandse energievoorziening. Een van de redenen van dit akkoord was dat Nederland destijds, met een aandeel van 4% hernieuwbare energie, achterop lag bij andere Europese landen. Ook in 2018 scoorde Nederland, met een aandeel van 7,4%, het slechtst van alle Europese landen op energie uit hernieuwbare bronnen. Dit heeft gezorgd voor een ambitieuze bijstelling van doelen: het aandeel hernieuwbare energie had in 2020 14% moeten zijn. Ook dit doel is niet behaald: Nederland kwam ruim 6% tekort. Onderdeel van het Energieakkoord is het sluiten van vijf Nederlandse kolencentrales die in de jaren tachtig zijn gebouwd. Concreet worden drie kolencentrales (waaronder Borssele) per 1 januari 2016 gesloten en de laatste twee (Maasvlakte I en II) volgen per 1 juli 2017.

De centrale hier in Nijmegen, Centrale Gelderland, was een van de vijf kolencentrales die gesloten is. In de nacht van zondag 20 op maandag 21 december 2015 is de Centrale Gelderland buiten bedrijf gesteld.

Met het sluiten van Centrale Gelderland is de weg vrijgekomen voor herontwikkeling van het terrein van ENGIE, rekening houdend met de bepalingen uit het Barro. Het moet duidelijk zijn dat als het energieakkoord niet gesloten zou zijn, Centrale Gelderland gewoon in bedrijf zou blijven. Sindsdien zijn er geen (nieuwe) stikstof veroorzakende activiteiten meer geweest en Centrale Gelderland wordt nu gesloopt.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

27

Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. De nog lopende afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. Het akkoord bevat een pakket aan maatregelen om het doel van 49% CO2-reductie in 2030 te halen, verdeeld over vijf sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik en mobiliteit. De sector 'elektriciteit' heeft de grootste opgave, namelijk 20,2 megaton CO2-reductie. Hiervoor wordt gestreefd naar het opschalen van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. Meer dan de helft hiervan zal van wind op zee moeten komen (49 TWh), de rest uit hernieuwbare energie op land (35 TWh). De hernieuwbare energie op land zal voornamelijk uit wind- en zonne-energie bestaan. Contouren Nationaal plan energiesystemen In een brief van 10 juni 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie de ambitie voor Nederland kenbaar gemaakt: klimaatneutraal in 2050. Dit betekent dat de komende decennia een omschakeling moet plaatsvinden in ons energiegebruik en de manier waarop we in onze energiebehoefte voorzien. Een omschakeling van een energiesysteem grotendeels gebaseerd op fossiele bronnen naar een systeem dat leunt op hernieuwbare en andere CO2-vrije2 bronnen.

Een omschakeling van een energiesysteem dat de primaire oorzaak vormt van klimaatverandering, naar een systeem dat bijdraagt aan het beperken van klimaatverandering, door uitstoot van CO2 te stoppen en CO2 uit de atmosfeer te onttrekken en vast te leggen. Deze ambities worden vervat in een Nationaal plan energiesysteem. Dit Nationaal plan energiesysteem zal een centrale rol vervullen bij het voeren van de regie in de transitie. Het behalen van de klimaatdoelen is daarbij het uitgangspunt. Daarnaast zet het kabinet in op een rechtvaardige afweging van de publieke belangen die bij deze transitie spelen: leveringszekerheid, betaalbaarheid, veiligheid, leefomgevingskwaliteit, maatschappelijke betrokkenheid en duurzaamheid. Het Nationaal plan energiesysteem ziet toe op een meer gecoördineerde ontwikkeling van de energietransitie, waarbij de verschillende schakels in het energiesysteem zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. Dit kan gaan over aard (bijvoorbeeld welke energiebronnen), omvang (hoeveel elektronen en moleculen), tijd (op welk moment), ruimte (op welke plek) en de daarvoor benodigde infrastructuur. Een mismatch tussen deze aspecten is namelijk kenmerkend bij een transitie, maar kan zeer kostbaar en pijnlijk zijn.

Het Nationaal plan energiesysteem beschrijft richtpunten en routes voor de ontwikkeling van het energiesysteem naar 2050, inclusief onzekerheden en afwegingen. Het doel van het Nationaal plan energiesysteem is om de transitie in goede banen te leiden via ontwerpprincipes, uitgangspunten en (samenhangende) beleidskeuzes, met oog voor de maatschappelijk gewenste ontwikkeling van het energiesysteem. De vier samenhangende pijlers waarlangs het energiesysteem vormgegeven wordt In het Nationaal plan energiesysteem zal het energiesysteem worden benaderd vanuit vier samenhangende pijlers. Onderstaande figuur visualiseert de onderlinge afhankelijkheid tussen deze pijlers. 1. 2. 3. 4.

Het beperken van de binnenlandse energievraag en aanpassen van de vraag richting gebruik van CO2-vrije energiedragers. Het ontwikkelen van binnenlandse productiemogelijkheden. Het bevorderen van de ontwikkeling van internationale markten voor duurzame energie. Het ontwikkelen van flexibiliteits en transport- en distributie-infrastructuur die vraag en aanbod op betrouwbare wijze aan elkaar verbindt.

Elektriciteit vormt de basis van het toekomstige energiesysteem

28

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

Elektriciteit zal in het toekomstige systeem de belangrijkste energiedrager worden. Het gebruik van elektriciteit neemt flink toe door elektrificatie van onder meer industriële processen, gebruik van elektrische voertuigen, (hybride) warmtepompen en de aandrijving van geothermische en CO2-afvang-enopslaginstallaties. Daarom zet het kabinet reeds in op een sterke opschaling van wind op zee, uitrol van hernieuwbaar op land in het kader van de RES’en, de ombouw van gascentrales naar CO2-vrije centrales en zet het stappen voor de bouw van twee kerncentrales. Ruimtelijk inpassen van het toekomstige energiesysteem De energie- en klimaattransitie heeft grote invloed op álle aspecten van de leefomgeving. De omvang, vorm en plaats van die effecten wordt bepaald door keuzes in rijksbeleid en in gebieden, naast keuzes van bedrijven en burgers binnen de kaders die de overheid stelt. Verschillende delen van het land zijn geschikter voor productie of opslag van bepaalde vormen van energie dan andere. Naast geschiktheid spelen ten aanzien van de ruimte echter ook andere overwegingen, die invloed kunnen hebben op wat op een bepaalde plek acceptabel is. Toepassen van de afwegingsprincipes uit de Nationale Omgevingsvisie helpt de (ruimtelijke) haalbaarheid van de transitie te vergroten.

Brandstofvariant In Nederland zijn een aantal brandstoffen beschikbaar die kunnen worden ingezet voor grootschalige energieopwekking. Het Barro vereist dat hier ruimte voor geboden wordt. Echter door voortschrijdende Landelijke regelgeving en vanwege lokale omstandigheden zijn sommige brandstoftypen niet geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Deze worden nader toegelicht: Kernenergie: Deze brandstof is op grond van het Barro uitgesloten om te kunnen worden ingezet. Dit brandstoftype wordt ook dan in de planregels uitgesloten. Stookolie: In Nederland is de inzet van stookolie niet meer gebruikelijk voor grootschalige energieopwekking. Dit brandstof type wordt dan ook in de planregels uitgesloten. Kolen: De inzet van kolen als brandstof in nieuw te bouwen energiecentrales is in Nederland op grond van het energie akkoord niet meer toegestaan. Dit type brandstof wordt dan ook in de planregels uitgesloten. Biomassa: Biomassa wordt in Nederland voornamelijk als secundaire brandstof ingezet voor grootschalige energiecentrale samen met andere vaste brandstoffen. Omdat de inzet van kolen als brandstof voor nieuwe energiecentrales niet meer is toegestaan is de inzet van biomassa bijstook niet aan de orde.

De inzet van biomassa als hoofdbrandstof is gezien de maatschappelijke discussie over de duurzaamheid en de negatieve omgevingseffecten op geur en luchtkwaliteit eveneens geen optie om verder uit te werken. Gas: Gas betreft hier niet enkel aardgas, maar kan ook als biogas, syngas en/of waterstof worden gelezen. Aardgas: aardgas is momenteel de brandstof die wordt ingezet voor grootschalige energieopwekking, waarbij dient te worden opgemerkt dat met de duurzaamheidsdoelstelling in Nederland de inzet van aardgas dient te worden afgebouwd.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

29

Biogas, syngas: Om biogas en syngas in het Nederlandse hoofdtransport gasnetwerk (transportnet Waterstof) te mogen voeden dienen deze gassen te voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als aardgas. Ten aanzien van de beoordeling van de luchtkwaliteit zal een verdere uitwerking van een variant op basis van het brandstof type biogas of syngas niet tot een verschil leiden. Waterstof: Is een gasvormige brandstof die op dit moment nog niet op een schaal aanwezig om als brandstof te worden ingezet bij grootschalige energieopwekking. Bij de inzet van waterstof als brandstof zullen de stikstof emissies naar verwachting toenemen ten opzichte van een energiecentrale gestookt op aardgas. De stikstof emissies voor de energiecentrale in de beoogde ontwikkeling zullen op grond van de Wnb vergunning op NOx emissie vracht worden begrensd en het doorvoeren van een variant met waterstof zal dan ook niet leiden tot andere inzichten in luchtkwaliteit. De levering van gas zal plaats vinden via rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse hoofdtransport gasnetwerk (transportnet waterstof). Het gas in dit netwerk zal van 100% aardgas nu in de toekomst worden bijgemengd met biogas, syngas en/of waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden.

De leiding die hier wordt bedoeld is het transportnet waterstof zoals opgenomen in de routekaart waterstof uit het nationaal waterstof programma van de rijksoverheid 1. De aanvoer van gas voor de beoogde energiecentrale via de weg is geen onderdeel van de beoogde ontwikkeling omdat dit gezien de benodigde volumes een te grote impact op de verkeersbelasting van de weginfrastructuur in de gemeente Nijmegen en regio zou hebben. De aanvoer van gas via het water is niet mogelijk omdat hiervoor geen infrastructuur aanwezig is en ook een gasterminal voor lossen van gassen geen onderdeel is van de beoogde ontwikkeling omdat de impact hiervan op de omgeving ten aanzien van bijvoorbeeld het milieuaspect geluid te groot en niet inpasbaar is. De beoogde energiecentrale zal via een rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse transportnet waterstof functioneren. Het gas in dit netwerk zal van 100% aardgas nu in de toekomst worden bijgemengd met biogas, syngas en/of waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. De beoogde energiecentrale zal vanaf de bouw direct geschikt zijn om alle gassen of mengsels daarvan te kunnen verstoken. De energiecentrale zal op moment van bouwen worden gebaseerd op de best beschikbare techniek om daarmee als de meest efficiënte energiecentrale te kunnen worden aangeduid.

Programma Energiehoofdstructuur (PEH) In een brief van 10 juni 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie mede namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een schets gegeven van de hoofdlijnen van de keuzes die in het PEH worden voorzien. Het PEH richt zich op de benodigde ruimte voor infrastructuur van nationaal belang vanuit verschillende scenario’s die de hoekpunten vormen van het speelveld. Opgave Meer ruimte is nodig omdat het energiesysteem verandert. Hernieuwbare energie wordt meer verspreid geproduceerd en de productie kent meer schommelingen dan bij fossiele energiebronnen. Bij veel energie uit de wind en zon zullen overschotten van de

30

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

elektriciteitsproductie in de toekomst moeten worden opgeslagen, bijvoorbeeld in batterijen. Of het kan worden omgezet naar waterstof dat op een later moment bijvoorbeeld opnieuw wordt ingezet in duurzame energiecentrales die een back-up vormen als er weinig wind en zon is. Met de verduurzaming verandert ook de vraag; bijvoorbeeld voor de industrie die deels zal elektrificeren of deels op waterstof overgaat. De restwarmte van de industrie kan benut worden voor de duurzame verwarming van woningen. Er is veel infrastructuur nodig om deze verandering mogelijk te maken, en dit vraagt fysieke ruimte voor kabels en leidingen, maar ook voor batterijen, waterstofproductie en duurzame energiecentrales. Regie op ruimte voor het energiesysteem Energieplanologie is noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen. De ruimtelijke vormgeving van energieprojecten organiseren we nu veelal op het moment dat er nut en noodzaak blijkt en een initiatiefnemer wil starten. Van oudsher is het vinden van ruimte het sluitstuk van de uitvoering. We zien echter dat die ruimte niet altijd beschikbaar is zonder dat knelpunten optreden. Voor de langere termijn zullen we moeten anticiperen en slim combineren; ruimte en ruimtelijke kwaliteit zullen daardoor steeds vaker een sturende factor zijn. Scope Programma Energiehoofdstructuur Het uitgangspunt van PEH is om efficiënt met ruimte om te gaan.

Daarom gaat het PEH zoveel mogelijk uit van bestaande ruimtelijke reserveringen, zoals het hergebruik van buisleidingenstroken en het hergebruik van locaties van grote energiecentrales. Bij nieuwe ontwikkelrichtingen kiest de minister voor ordeningsprincipes die de noodzaak voor nieuwe locaties of tracés voor infrastructuur zoveel mogelijk uitsparen. Zie ook Bijlage 22 Brief EZK: Programma Energie Hoofdstructuur. Conclusies ruimtelijke impact energiesysteem 2050 Op basis van een systeemstudie en een ruimtelijke effectanalyse, werkt de minister samen met andere ministeries, netbeheerders, decentrale overheden en maatschappelijke partijen aan de gewenste en noodzakelijke invulling van ruimtelijke keuzes en sturingsinstrumenten. Op hoofdlijnen kan daaruit geconcludeerd worden dat er in het toekomstige energiesysteem: Extra ruimte nodig is voor de diverse componenten van de elektrische infrastructuur (centrales, hoogspanningsstations, elektrolysers, batterijen, converterstations, hoogspanningslijnen). Met name rondom industriële clusters en aanlandpunten van windenergie op zee grote extra ruimte claims voor nationale energie-infrastructuur worden voorzien. Op systeemniveau zal beperkt extra ruimte nodig zijn voor het nationale buisleidingennetwerk voor energie na de ombouw van delen van het aardgasnet naar een waterstofnet, en voor andere gevaarlijke stoffen.

Dit geldt op enkele aftakkingen en aansluitleidingen na en geldt wel onder bepaalde voorwaarden, zoals het versterken van toezicht en handhaving. Meer ruimte nodig is voor ondergrondse opslag voor waterstof in zoutcavernes.

Bestaande ruimtelijke aanwijzingen voor grote energiecentrales behouden voor CO2-neutraal regelbaar vermogen In totaal is er voor het energiesysteem van de toekomst naar verwachting tot circa 30GW aan regelbaar vermogen nodig om de leveringszekerheid te kunnen borgen bij alle weerssituaties. In het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) zijn locaties aangewezen waar grootschalige energiecentrales zijn gevestigd. Het behoud van deze locaties is belangrijk, omdat ze goed zijn aangesloten op het hoogspanningsnet, en vaak ook al op het buisleidingennetwerk. In het PEH wordt aangegeven of elke Barro-locatie voor grootschalige

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

31

elektriciteitsopwekking moet worden herijkt, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken naar functies die niet verenigbaar zijn met grootschalige energiehoofdstructuur.

Conclusie De herontwikkeling van het ENGIE-terrein - met ruimte voor innovatieve projecten op het gebied van duurzame energie en voor waterverbonden en -gebonden bedrijven - draagt bij aan de realisatie van de opgaven in het NOVI. Dit bestemmingsplan voldoet aan de eisen die het Barro aan het gebied stelt: het plangebied is in beginsel volledig beschikbaar voor grootschalige elektriciteitsopwekking en er geldt geen hoogtebeperking voor deze functie. De sluiting van de inmiddels voormalige kolen- en biomassa gestookte energiecentrale en het behoud van het ENGIE als locatie voor duurzame energieopwekking vloeien voort uit de afspraken in het Energieakkoord en het Klimaatakkoord en dragen bij aan de doelstellingen ervan. Verder is de ontwikkeling in lijn met de door de minister geschetste visie voor het Nationaal plan Energiesystemen en het Programma Energiehoofdstructuur.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Daarin staan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid en de ambities voor thema's als ruimte, energie, klimaat, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De doelstelling van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij ligt de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. De Omgevingsvisie omschrijft de doelstelling als volgt: Gezond: een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van onze flora en fauna. Veilig: voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen; aandacht voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen; het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Welvarend: een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.

Met betrekking tot de energietransitie is het steven van de provincie Gelderland om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. Er zijn forse ingrepen in de gebouwde omgeving nodig om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen. Naast terugdringen van het energieverbruik zet de provincie in op duurzame opwekking: wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht. Ze stimuleert de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën. Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig: windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap.

In de themakaart Ruimtelijk beleid bij de visie zijn locaties opgenomen voor windenergie en zonneparken (figuur 3.2) Het ENGIE-terrein is een 'windenergie aandachtsgebied'; de

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

windturbines in het noordelijke deel van het plangebied staat als (gerealiseerde) windturbinelocatie op de kaart.

figuur 3.2: themakaart Ruimtelijk Beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Omgevingsverordening Gelderland Op 15 december 2021 actualiseerden Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland, met regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening eist dat gemeentebesturen per regio een Regionaal Programma Werklocaties opstellen voor de typen werklocaties, waarvan door Gedeputeerde Staten voor die regio is aangegeven dat daarover regionale afspraken nodig zijn. Voor de regio Arnhem-Nijmegen is het Regionaal Programma Werklocaties 2021-2024 opgesteld. Daarin is de herontwikkeling van het ENGIE-terrein meegenomen (zie hierna).

Daarnaast stelt de omgevingsverordening instructieregels voor de inhoud van bestemmingsplannen. In de eerste plaats kan een bestemmingsplan alleen een nieuw bedrijventerrein of een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein mogelijk maken voor zover deze ontwikkeling past binnen het vigerende Regionaal Programma Werklocaties. In de tweede plaats stelt het specifiek voorwaarden aan een bestemmingsplan met betrekking tot een kadegebonden bedrijventerrein: 1.

Een bestemmingsplan bestemt bedrijfskavels die door een kade zijn ontsloten alleen voor bedrijvigheid die voor goederenoverslag of productieactiviteiten afhankelijk is van een

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)

33

vestigingslocatie direct aan vaarwater met een eigen kade of in de directe nabijheid van een openbare kade. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan een bestemming voor andere dan watergebonden bedrijvigheid mogelijk maken als in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. een bestemming tot watergebonden bedrijvigheid om ruimtelijke of milieuhygiënische redenen niet gewenst is, of b. uit onderzoek geen behoefte aan kavels voor watergebonden bedrijvigheid blijkt. In dit bestemmingsplan zijn expliciet regels gesteld met betrekking tot watergebonden en -verbonden bedrijven, ook met betrekking tot het gebruik van de kades (zie paragraaf 6.2)

Gelders Energieakkoord en Gelders Klimaatplan 2021-2030 In het Gelders Energieakkoord is vastgelegd dat de provincie in 2050 klimaatneutraal is. Hiermee worden de afspraken uit het Energieakkoord in een Gelderse context geplaatst. Dit akkoord is tot stand gekomen in overleg met onder andere 35 gemeenten, 3 waterschappen en diverse branche-, huurders- en bedrijvenverenigingen. De provincie stelt zichzelf het doel dat lokaal opgewekte duurzame energie in 2020 minstens 100.000 Gelderse huishoudens voorziet.

Uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland komt ook naar voren dat de provincie in 2030 55% minder broeikasgassen moet uitstoten vergeleken met 1990. In het Gelders Klimaatplan wordt hieraan uitvoering gegeven. Per domein in het Klimaatakkoord (gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik, met uitzondering van elektriciteit) is bepaald hoeveel de maximale emissie in 2030 mag zijn, zodat de doelstelling van 2030 behaald kan worden.

Regionale Energiestrategie Arnhem-Nijmegen Alle regio's zijn gestart met de Regionale Energiestrategie. Hierin wordt per regio in beeld gebracht wat de ruimtelijke mogelijkheden en ambities zijn ten aanzien van warmtenetten en het opwekken van duurzame energie. De RES 1.0 brengt zoekgebieden in beeld waar toekomstige opwekking van duurzame energie mogelijk is. De RES heeft een integrale aanpak en hierdoor worden kansen vanuit verschillende hoeken met elkaar gecombineerd. Omdat de herontwikkeling van het ENGIE-terrein in het teken staat van duurzame energieopwekking sluit het wel aan bij de ambities van het RES.

Regionaal Programma Werklocaties 2021-2024 Het Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen, vastgesteld op 2 december 2020, vormt het kader voor het regionaal bedrijventerreinenbeleid. Uitgangspunt van het RPW is de regionale visie Arnhem-Nijmegen, ofwel de Groene metropoolregio, waarin wordt gestreefd naar een gebalanceerde economische ontwikkeling, met daarin ruimte voor landschap, duurzaamheid en een ontspannen leefkwaliteit. Dit terrein is het in het RPW aangewezen als bijzondere werklocatie. Dit heeft onder andere als gevolg dat uitgifte op dit terrein een connectie moet hebben met de specifieke thematische profilering; in dit geval een Groene Hub. De beschrijving van Gebiedsvisie Waal Energie (paragraaf 4.1) gaat nader in op deze aanwijzing als bijzondere werklocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a24d22ea-427a-4e20-b2bc-db6b7e37bf86