CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3_Toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 29 november 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum-Stationsomgeving -3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan) (108/2023)25.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Uit het vervolgonderzoek, zie Bijlage 14 Nader onderzoek Wnb, 29 september 2023, blijkt dat drie beschermde soorten aanwezig zijn binnen het plangebied. Het betreft de gewone dwergvleermuis, steenmarter en huismus.

4.9.2

Provinciale Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).

4.9.2.1

Gelders Natuurnetwerk

In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

59

natuurwaarden worden versterkt.

4.9.2.2

Groene ontwikkelingszone

De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.

4.9.2.3

Conclusie

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing.

4.9.3

Gemeentelijk beleid

4.9.3.1

Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040

Uitgangspunten Omgevingsvisie We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren.

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Figuur 24: uitsnede kaart Groen, gezonde stad Op de bovenstaande kaart is zichtbaar dat het plangebied behoort tot de stedelijke groenstructuur. Zowel de Tunnelweg als de route langs het spoortalud zijn weergegeven als beweegroutes. Het plangebied moet dusdanig ingericht worden dat de functie als groenstructuur in stand blijft. Bij de inrichting van het plangebied moet het belang van de groene en blauwe netwerken geborgd zijn.

4.9.3.2

Topindicator groen (2010)

In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Er wordt voldaan aan de topindicator, daarnaast wordt er een grote hoeveel groen toegevoegd aan het gebied.

4.9.3.3

Groenplan De groene draad (2007)

Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

61

samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.

Figuur 25: uitsnede groenplan De groene draad. Het gebied valt binnen de groenvlakken bos/natuur en stedelijk niveau. Beide zijn van de zwaarste categorie en essentiële dragers van de groene hoofdstructuur. Met name het lijnvormige element dat de stad doorsnijd er belangrijk. Het is dan ook belangrijk om deze lijn te behouden en versterken. Het plan voorziet hierin doordat de ingang van het station in een groen setting wordt geplaatst. Daarnaast wordt de kwaliteit verbetert en zal naast de westelijke entree het gebied vergroend gaan worden.

4.9.3.4

Bomenplan Nijmegen (2021)

Het bomenplan vervangt het Handboek Stadsbomen: het Groene Kapitaal van Nijmegen uit 2009. Sindsdien is er veel veranderd. De stad is hard gegroeid en zal dat de komende decennia blijven doen. Door deze en andere ontwikkelingen in en rond de stad neemt de druk op het openbare groen en de bestaande bomen toe en wordt ruimte voor nieuwe bomen meer beperkt. Thema's als biodiversiteit, klimaatadaptatie, waterberging en een gezonde buitenruimte worden voor de stad en onze inwoners steeds belangrijker. We merken dit aan de feedback van bewoners, bedrijven en belangenverenigingen. We zien ook hoe het klimaat verandert en wat voor effect het heeft op de stad. Daarom zien we ook de noodzaak om bij te dragen aan het

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

nationaal klimaatakkoord en aan klimaatadaptatie in de stad. Bomen zijn namelijk onmisbaar in het verbeteren van de leef- en omgevingskwaliteit van onze buitenruimte. De praktijk loopt tegen deze veranderingen en reeds veranderende inzichten aan. Het kappen van bomen is steeds minder vanzelfsprekend. Dat vraagt om een betere bescherming van bomen. Daarnaast is gebleken dat de regels rondom de kapvergunning complex waren en ze niet meer aan sloten bij de huidige vraagstukken en aandachtsgebieden. Het groen en de bomen in onze stad vragen daarom om nieuwe handvatten. Om nog zorgvuldiger te kunnen handelen en gebaseerd op de juiste waarden. De gemeenteraad heeft met het aannemen van het initiatiefvoorstel Niet bomen, maar planten opdracht gegeven om het handboek Stadsbomen te actualiseren met oog voor de huidige inzichten en omstandigheden.

Hoofdbomenstructuur We willen dat de belangrijkste bomen in de stad samen een groene beschermde verbindende structuur vormen die de stad dooraderd. We gaan daarom de eerdere hoofdboomstructuur uit het Handboek Stadsbomen 2009 updaten en versterken. Uitgangspunt voor deze nieuwe hoofdboomstructuur zijn drie belangrijke waarden voor de stad, die het belang van instandhouding en uitbreiding of versterking rechtvaardigen. We richten ons op: 1. Beeldkwaliteit: lommerrijk groen en statige lanen 2. Ecologie: verbindingselementen en bevordering van biodiversiteit 3. Cultuurhistorie: historische (veld)wegen en monumentaal stadsgroen We combineren de hoofdboomstructuur met andere doelen zoals de gezonde stad, klimaatadaptatie en beleving.

Netwerk in de wijken Het is echter niet voldoende om alleen in te zetten op de hoofdboomstructuur. Ook een fijnmazig netwerk van bomen op wijkniveau is van groot belang: het vormt de routes om te bewegen, te wandelen en te fietsen in de wijk. Het maakt een buurt gezond, aantrekkelijk en leefbaar. Het voorkomt hitte-eilanden dichtbij huis en maakt de stad, juist in de wijken, klimaatadaptief. De hoofdboomstructuur vormt samen met het groen in de wijken, de totale groenstructuur van de stad Nijmegen. Het gebied wordt aan de tunnelweg en Koninginnelaan omsloten hoofdbomenstructuur. Deze structuren worden met het plan niet aangetast.

door

een

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De uiterlijke verschijningsvorm van de stad weerspiegelt haar ontwikkelingsgeschiedenis en bepaalt mede de identiteit van een gebied. Archeologische vondsten en historische bebouwing vormen het fysieke archief van de stad. De grond, waarop we staan is laag voor laag opgebouwd, waarbij iedere laag iets vertelt over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

63

afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Rijksmonumenten komen in het plangebied niet voor en ook niet in de nabije omgeving. Er lopen geen procedures om te komen tot aanwijzing van rijksmonumenten. Voor het plangebied is geen procedure voor aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht in voorbereiding.

64

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Figuur 26: Cultuurhistorische beleidskaart Gemeentelijk beleid Het gedachtengoed uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening zijn aanleiding geweest om ook het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de Nota Cultureel Erfgoed, die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis &

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

65

inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed wordt ingezet om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is een belangrijke factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het plangebied Het plangebied is gelegen op de hoek van de Tunnelweg en de Koninginnelaan en grenst aan de spoordijk (spoorlijn Nijmegen-Arnhem). Het plangebied valt binnen gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart. In gebiedstype 2 gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen.

Het plangebied is niet beschermd en er liggen ook geen beschermde monumenten.

Figuur 27: Uitsnede Cultuurhistorische beleidskaart met in groen de ligging van het plangebied.

Cultuurhistorische analyse Het plangebied is lang onbebouwd gebleven en grenst aan een vijfsprong van wegen: de Koninginnelaan (1881), Tweede Oude Heselaan (1892), Marialaan (1904), Krayenhofflaan (1881), Eerste Oude Heselaan (1892) en aan de Tunnelweg (1965). De Eerste en de Tweede Oude Heselaan hebben een oudere oorsprong als Heselaan, de weg van de stad naar Hees, maar zijn iets verlegd en later hernoemd na de aanleg van de spoordijk. Het plangebied ligt pal achter de spoordijk, aangelegd in 1878 om het spoor op hoogte te brengen voor de oversteek van de Waal via de Spoorbrug. Het treinstation aan de andere zijde van de spoordijk was oorspronkelijk gesitueerd aan de rand van de stad en van oudsher gericht op de binnenstad, het singelgebied en de oostelijke uitbreidingswijken. Vanaf het begin van de twintigste eeuw groeide de bebouwing in het landelijk gebied ten westen van het station. De hoge spoordijk sloot dit gebied echter van de rest van de stad af. Er waren enkel oversteekmogelijkheden bij de Hezelpoort en de Graafseweg. In de jaren dertig werd al de mogelijkheid van een ondertunneling overwogen. Nadat het station en omgeving bij het bombardement van 1944 zwaar waren getroffen, werd in het wederopbouwplan van 1949 een tunnel onder het station geprojecteerd.

De tunnel had tot doel om Nijmegen-West uit zijn isolement te halen en het centrum rechtstreeks te verbinden met de industriegebieden in het

66

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

westen. Na de wederopbouw van het station in 1952-1954 door architect Sybold van Ravesteyn volgde in 1965 de bouw van tunnel naar ontwerp van dezelfde architect. De Tunnelweg doorsneed het tot dan toe onbebouwde perceel achter de Spoordijk. De eenzijdige oriëntatie van het station veranderde hiermee niet. De historische wegenstructuur achter de spoordijk is van belang. In 1947 werd op de locatie in opdracht van de Stichting Don Bosco een schooltje gebouwd met twee lokalen voor godsdienstonderwijs. Na de sloop van het schooltje werd in 1971 werd het Districtskantoor van het gemeentelijk administratiekantoor (GAK), later UWV, gebouwd naar ontwerp van het Nijmeegse architectenbureau Reuser-Van Groningen, later Reuser-Baas. Uitbreidingen volgden in 1979 en 1990.

Figuur 28. De locatie met het UWV gebouw vanaf het station gezien (foto Ber van Haren 1989). Beoordeling planvoornemen vanuit cultuurhistorisch oogpunt Het UWV gebouw, dat wordt gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw, heeft geen bijzondere architectuurhistorische of stedenbouwkundige waarden. Vanwege de voormalige functie kan het gebouw enige cultuurhistorische waarde niet worden ontzegd. Daarentegen kan nieuwbouw een enorme verbetering betekenen voor het plangebied. Het gebouw zou richting spoordijk in hoogte kunnen oplopen, zodat de lagere delen beter aansluiten bij de bebouwing aan de Koninginnelaan en de rest van de vijfsprong, terwijl het hoge deel een front maakt naar de spoordijk en de nieuwe uitgang van het treinstation. De inrichting van de openbare ruimte is van groot belang. Deze zou in de planvorming moeten worden meegenomen zoals men dat ook deed aan de oostzijde van de spoordijk in 1894 met de aanleg van het huidige

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

67

station en de wederopbouw ervan in 1952-1954.

4.10.2 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.

Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet , op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.

Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan

68

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan) ligt momenteel in een gebied met meerdere archeologische waarden. Het gaat daarbij om de waarde 1 en de waarde 2. Deze laatste is als dubbelbestemming in het bestemmingsplan opgenomen. Waarde 1 gebieden betreffen gebieden waarbij de verwachting op het aantreffen van archeologische waarden laag of middelhoog is, of waar door het ontbreken van (voldoende) onderzoek geen uitspraak gedaan kon worden over een verwachting. Waarde 2 gebieden hebben een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden, die door middel van al uitgevoerd historisch en archeologisch onderzoek in de omgeving gemotiveerd is. Ook de landschappelijk ligging kan hier een rol spelen. Aan de waarden is zijn ondergrenzen gekoppeld voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Bij een waarde 1 gebied gaat het daarbij om bodemverstorende ingrepen die dieper gaan dan 30 cm onder maaiveld, bij een plangebied dat groter is dan 2.500 m2. Bij waarde 2 gebieden zijn de ondergrenzen bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm en een totaal oppervlak van de ingrepen groter dan 100 m2.

Onderzoeken en nieuwe waarde dubbelbestemming in het plangebied Er zijn recentelijk enkele onderzoeken uitgevoerd voor het plangebied of terreinen die daar direct aan gerelateerd zijn. Dit zijn: L.M. Flokstra en M. Smit, Project Metterswane te Nijmegen. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, AE-rapport 1, 2019; E. Goossens, Bureauonderzoek PHS Nijmegen, Arcadis archeologische rapporten 182, 2019; M. van Kooten, Bureauonderzoek Herinrichting stationsgebied, gemeente Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 279, 2019; M. van Kooten, Bureauonderzoek herinrichting stationsgebied – vijfknoop, snelfietsroute west en Van Schaeck Mathonsingel oost Gemeente Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 357, 2022 A. Daniël en M. van Kooten, Archeologische resten uit de late bronstijd tot en met de nieuwe tijd in het Stationsgebied West, gemeente Nijmegen. Proefsleuvenonderzoek op het UWV terrein en fietsenstalling, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 339, 2022

Verder is de sloop begeleid van het perceel Fresiastraat 3. De voornaamste conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat de verwachting op ongestoorde bodems buiten de contouren van de bestaande bebouwing inderdaad klopt. M. van Kooten, Beknopt selectieverslag, Sloopbegeleiding stationsgebied: Fresiastraat 3, Gemeente Nijmegen, Opgraving, variant Archeologische Begeleiding (AB), 2019

Het proefsleuvenonderzoek uit 2022 heeft aangetoond dat binnen een deel van het plangebied een behoudenswaardige archeologische vindplaats aanwezig is. Het betreft een vindplaats met archeologische resten uit de late bronstijd tot en met de late nieuwe tijd. De meeste proefsleuven bevatten één of meerdere sporen, maar deze concentreren zich hoofdzakelijk in de noordelijk gelegen deel, alwaar een sporencluster uit de late bronstijd en de midden-Romeinse tijd is aangetroffen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

69

In het overige deel van het onderzochte gebied zijn geen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aangetroffen en kan dus worden vrijgegeven voor de beoogde ontwikkeling.

Advieskaart uit het bureauonderzoek uit 2022. Nummer 24 (rood) betreft de behoudenswaardige archeologische vindplaats. Nummers 17, 19 en 20 (groen) zijn vrijgegeven. Nummer 44 is nog niet onderzocht. Hier dienen bodemingrepen dieper dan 30 cm voorafgegaan te worden door archeologisch vooronderzoek. Daarnaast zijn er in de directe omgeving, met name aan de westelijke, zuidwestelijke en zuidelijke kant van het plangebied diverse archeologische onderzoeken en waarnemingen bekend. Deze zijn helaas slecht ontsloten en niet gepubliceerd. Het gaat daarbij om de projecten Toh1, Kg1, Mr1 en Be1. Uit deze onderzoeken blijkt dat op diverse locaties sporen en vondsten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en (late) middeleeuwen tot nieuwe tijd voorkomen.

70

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Belangrijk, en ook verwerkt in het bureauonderzoek van Van Kooten 2019, is een kaart uit 1888 opgesteld door de H.B.S. leraar Van Abeleven. Daaruit wordt duidelijk dat ook ten zuiden van de Marialaan nog Romeinse graven voorkomen, wat in lijn ligt met de mededeling dat in het oostelijk deel van het project Mr1 (in 2002) meerdere intacte Romeinse graven geregistreerd werden. Tot nu toe werd vaak aangenomen dat de Marialaan, en in het oostelijk verlengde deel de Tunnelweg, als het einde van het grote Romeinse grafveld van de noordwestelijk gelegen stad Ulpia Noviomagus functioneerde. Dit is dus niet meer houdbaar. Daarmee neemt de kans toe dat Romeinse graven ook in het plangebied kunnen voorkomen. De sporen en vondsten van de perioden voor en na de Romeinse tijd die in de omgeving voorkomen, kunnen van zowel nederzettingen, graven of grafvelden alsmede andere complextypen stammen. Ondanks lokale verstoringen lijkt de kwaliteit van het bodemarchief redelijk intact. De analyse van de genoemde projecten laat ook zien dat de archeologie relatief dicht aan het huidige maaiveld kan voorkomen. Dit alles leidt tot de conclusie dat een deel van het plangebied kan worden vrijgegeven. De aangetroffen vindplaats dient in situ behouden te blijven. Hier zijn geen bodemingrepen mogelijk zonder nader archeologisch onderzoek in de vorm van een opgraving.

Voor de overige delen van het plangebied geldt het advies zoals geformuleerd in het selectiebesluit op basis van het proefsleuvenonderzoek en het advies in het bureauonderzoek archeologie uit 2022. Bestemmingsplanregels Voor het deel van het plangebied waar een behoudenswaardige archeologische vindplaats aanwezig is gaat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' gelden. Aan de oostzijde van het plangebied zijn de gronden vrijgegeven tot een diepte van respectievelijk 9,30+ Nap en 9,80+ NAP. Deze gronden krijgen de bestemming 'Waarde - Archeologie maatwerk 2' met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie nap 9,30' of specifieke vorm van waarde archeologie nap 9,80'. Benodigd onderzoek Indien een plan op basis van het bestemmingsplan vergunningplichtig is, kunnen voorwaarden ten aanzien van archeologie aan de vergunning worden verbonden. Uitgangspunt hierbij is de verplichting van de initiatiefnemer om het bevoegd gezag te voorzien van gegevens die aantonen hoe het met de archeologische waarden in het plangebied is gesteld, zodat een besluit genomen kan worden hoe hiermee om te gaan bij de planrealisatie. De exacte eisen zullen daarom pas geformuleerd kunnen worden als de concrete, bodemverstorende ingrepen bekend zijn en kan worden beoordeeld welke impact de voorgenomen ingrepen op die waarden hebben.

Ten laatste bij de vergunningaanvraag zullen die als concrete plannen bekend moeten zijn. Belangrijk zijn de uitgangspunten van het gemeentelijk archeologiebeleid: streven naar behoud in situ en enkel daar waar nodig en noodzakelijk onderzoek ter behoud ex situ. Daar waar geopteerd wordt voor behoud in situ zijn parameters als behoud van huidige waterhuidhouding, grondsamenstelling en gronddruk van belang. In samenspraak met het bevoegd gezag wordt, zodra het planvoornemen uitgewerkt is en de beleidsuitgangspunten indachtig, bepaald worden welke ingrepen wel of niet raadzaam zijn, en indien uitgevoerd, welke gevolgen daar vanwege de archeologie voor de initiatiefnemer aan verbonden zullen worden. Deze maatregelen, en de archeologische onderzoeken die vooraf kunnen gaan aan een dergelijk besluit, worden bij voorkeur als maatwerk toegepast. Ze worden dus zoveel mogelijk per geval bekeken. Er zijn verschillende opties voor het te verrichten archeologisch onderzoek, die hieronder kort worden weergegeven.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

71

Figuur 29: Uitgebreid archeologisch onderzoekschema, naar de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Het ruitje in het midden van de bovenstaande afbeelding staat voor het rapport dat moet aantonen hoe het met de archeologie binnen het plangebied is gesteld. De daarboven staande onderzoekstappen kunnen elkaar opvolgen, maar er kan ook gekozen worden om maar één bepaald soort onderzoek uit te voeren. In het algemeen geldt dat hoe lager men in de boom komt, hoe hoger de kosten worden, maar ook dat de data die gegenereerd worden steeds beter worden. Op basis van het advies kan de gemeente maatregelen opleggen. Deze variëren van het vrijgeven van het terrein tot het nemen van langdurige fysieke beschermingsmaatregelen. Een andere vorm kan het behoud van de archeologische waarden zijn door middel van een opgraving. Dit wordt ook wel behoud ex situ genoemd. Specifiek voor de ontwikkeling van het Stationsgebied -3 geldt dat bij de benodigde onderzoeken wordt teruggegrepen op de genoemde bestaande rapporten, met name afb. 6.2 in het bureauonderzoek van Van Kooten 2019. Daarnaast zal voortschrijdend inzicht blijvend een rol spelen, als gaandeweg meer onderzoeksresultaten bekend zullen worden. Meldingsplicht art.

5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan

72

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Verkeer en vervoer Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg. In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg is verkeersveiligheid de randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting. De stedelijke hoofdstructuur in Nijmegen is vastgelegd in het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg. De locatie is gelegen aan een knooppunt van verschillende lokale en regionale snelfietsroutes. De route Tweede Oude Heselaan - Tunnelweg maakt deel uit van de snelle fietsroute die Nijmegen West en Lindenholt verbindt met het stadscentrum. Daarnaast is de Koninginnelaan voorzien als nieuwe aansluiting op de snelle fietsroute tussen Wijchen en Nijmegen. De Krayenhofflaan kan een zelfde functie gaan vervullen voor de snelle fietsroute tussen Beuningen en Nijmegen. Voor voetgangers is de looproute langs de Tunnelweg van belang voor de bereikbaarheid van de westentree van het station, vooral vanuit de wijken Wolfskuil en de Biezen. Daarnaast heeft ook de route langs het spoortalud potentie als nieuwe (groene) voetgangersverbinding. De ligging direct naast de nieuwe westelijke entree van station Nijmegen maakt deze locatie bij uitstek bereikbaar met het openbaar vervoer.

Naast de uitstekende bereikbaarheid per trein, is het gebied ook per bus goed ontsloten. Momenteel bevindt de dichtstbijzijnde bushalte zich aan de andere zijde van de tunnel aan de Tunnelweg. Na realisatie van de westelijke stationsentree zal deze bushalte verplaatst worden naar direct naast de planlocatie. Hiermee zal de bereikbaarheid van de planlocatie per openbaar vervoer nog verder worden verbeterd. Uiteraard is de aanwezigheid van het busstation aan de oostelijke zijde van het station ook onderdeel van de uitstekende OV-bereikbaarheid van de planlocatie. Doorgaand gemotoriseerd verkeer in Nijmegen dient zoveel mogelijk via de S100 te rijden. Voor de bereikbaarheid van locaties binnen deze gedeeltelijke ringweg dienen de overige S-wegen als uitvalswegen. Daarbij geldt dat in dit gebied de prioriteit wordt gegeven aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De S102 (Marialaan-Tunnelweg) ligt direct aan het plangebied. Deze gebiedsontsluitingsweg zal als hoofdontsluiting van het plangebied fungeren. De aansluiting op deze ontsluitingsweg verdient bijzondere aandacht door de samenkomst van verschillende verkeersstromen gecombineerd met een knooppunt van snelfietsroutes.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

73

Figuur 30. Snelle fietsroutes regio Nijmegen.

74

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Figuur 31. Uit te werken HOV-verbindingen regio Nijmegen. Voor het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar de planlocatie geldt dat de aanrijroute loopt via de Koninginnelaan en de Fresiastraat. De 5-takskruising Koninginnelaan/Tweede Oude Heselaan/Marialaan/Krayenhofflaan/Tunnelweg zal hiervoor geschikt gemaakt worden voor de te verwachten verkeersintensiteiten. Daarbij kan worden aangetekend dat op basis van modelstudie blijkt dat de bestaande kruising de toegenomen intensiteiten door toevoeging van het programma van de planlocatie nog kan verwerken. Toch is het wenselijk om voor het goed ontsluiten van de planlocatie en de directe omgeving voor alle modaliteiten de 5-takskruising aan te pakken. Direct naast de planlocatie is tevens voorzien in een Kiss&Ride bij de nieuwe westentree van het station. Deze Kiss&Ride route kan eventueel eveneens dienen als voorrijroute voor de planlocatie waar het gaat om verkeer ten behoeve van het halen en brengen. Deze Kiss&Ride zal eveneens via de Fresiastraat worden ontsloten. Hierbij verdient naast bovengenoemde 5-tak ook de aansluiting van de Kiss&Ride route de aandacht. Voor het realiseren van een verkeersveilige aansluiting van de Kiss&Ride route op de Fresiastraat dient rekening gehouden te worden met de aanwezige hoogteverschillen in en rond het plangebied.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

75

4.11.2 Parkeren Het parkeerbeleid is opgenomen in de nota "Parkeren in Nijmegen Auto en Fiets 2020-2030" (Parkeernota). De oplossingen die nu gekozen worden zijn van grote invloed op het leefklimaat, op het toekomstig autogebruik, de toekomstbestendigheid en op de verkoopbaarheid of verhuurbaarheid van woningen en voorzieningen. Omdat parkeren ruimte intensief is maakt het deel uit van de duurzame stedelijke ontwikkeling. Vooraf moet goed in beeld gebracht worden wat de effecten zijn van parkeeroplossingen. Zowel voor de bewoners als hun bezoekers. De invloed van geparkeerde auto's op verkeersveiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte moeten ook meegewogen worden. Nijmegen kent een Facetbestemmingsplan parkeren (vastgesteld op 13 september 2017). Op basis van dit bestemmingsplan moet voldaan worden aan de beleidsregels parkeren. Zo ook in dit bestemmingsplan. In de beleidsregels parkeren wordt helderheid gegeven over het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij diverse functies en de werkwijze bij het bepalen van de parkeernormen. Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan deze regels ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. De omgevingsvergunning wordt getoetst aan de op dat moment geldende parkeernormen conform de dan geldende beleidsregels.

Bij het beoordelen van een ontwikkeling kijkt de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Op deze manier wordt overlast in de omgeving zoveel mogelijk beperkt. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. De parkeernormering wordt in eerste instantie bepaald aan de van de binnenstad. Dit betekent dat op deze locatie het bezoekersparkeren niet op eigen terrein hoeft te worden opgelost. Bezoekers zullen worden verwezen naar nabijgelegen publieke parkeervoorzieningen zoals de Keizer Karel Parkeergarage en de toekomstige parkeergarage bij de Hezelpoort. In de omgeving van het gebied geldt vanaf februari 2022 een gereguleerd parkeerregime. De vraag naar parkeergelegenheid van toekomstige bewoners en werknemers op deze planlocatie dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. Bewoners en werknemers van de planlocatie zullen daarmee geen recht hebben op een bewoners- of ondernemersvergunning voor parkeren in de openbare ruimte.

Fietsparkeren Bij nieuwe planontwikkelingen moet rekening worden gehouden met normen voor fietsparkeren. Deze zijn opgenomen in de nota "Parkeren in Nijmegen Auto en Fiets 2020-2030" (Parkeernota). Ten behoeve van de nieuwe westelijke stationsentree wordt een nieuwe fietsenstalling gerealiseerd voor een totaal van 3000 fietsen, ontsloten vanaf het zuidelijke fietspad op de Tunnelweg. Deze fietsenstalling kan niet worden ingezet voor het invullen van de fietsparkeerbehoefte van de overige functies in het gebied. Overige functies zullen in hun eigen behoefte aan fietsparkeervoorzieningen moeten voldoen. Een deel van deze fietsparkeervoorzieningen kan ook inpandig worden gerealiseerd. Waar het de fietsparkeerbehoefte voor bezoekers betreft geldt echter dat deze openbaar toegankelijk dienen te zijn.

4.11.3 Expeditie / bevoorrading Expeditie en bevoorrading van de planlocatie dient te geschieden langs de Fresiastraat op de aan te brengen laad/losplek. Deze is bereikbaar vanaf de Fresiastraat, waarbij het verkeer eerst de Anjelierenweg in kan steken om vervolgens achteruitrijdend de laad/losplek op te rijden. Vanaf deze locatie dient de verdere logistieke afhandeling binnen het gebouw plaats te vinden.

76

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

4.12 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die een evidente belemmering vormen voor het planvoornemen of moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan.

4.13 Trillingen De UWV-locatie in Nijmegen, gelegen tussen de Koninginnelaan, Tunnelweg, Fresialaan en het spoor, wordt herontwikkeld tot een complex met meerdere gebouwfuncties. Omdat het complex gerealiseerd wordt op korte afstand van het spoor, is onderzoek naar trillingshinder vereist. DGMR heeft in het kader van onderhavig planvoornemen een trillingsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij onderhavig bestemmingsplan, zie Bijlage 5 Trillingsonderzoek. Onderstaand worden beknopt de conclusies weergegeven. Uit dit onderzoek blijkt dat trillingen zelfs in het “worst case” scenario ruim beneden de grenswaarden uit de SBR-richtlijn blijven.

4.14 Windhinder Er is een indicatief onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de herontwikkeling aan de Koninginnelaan 164 te Nijmegen. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het toekomstige windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Hiervoor is de geplande bebouwingssituatie inclusief geplande begroeiing onderzocht. Tevens is een berekening gedaan waarbij een luifel is toegevoegd aan het plan. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij onderhavig bestemmingsplan, zie Bijlage 15 Windhinder. Onderstaand worden de resultaten uit dit onderzoek weergegeven. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: In de geplande situatie met de geplande begroeiing is het windklimaat bij de planlocatie naar verwachting nagenoeg overal goed voor lopen. De geplande begroeiing draagt hier in grote mate aan bij. Geadviseerd wordt om dit groenplan aan te houden en zoveel mogelijk bladhoudende, meerstammige begroeiing te kiezen. Hierbij dient op te worden opgemerkt dat nieuwe geplante begroeiing doorgaans nog niet volgroeid is en dus nog niet maximaal effectief is zoals wordt verondersteld in de berekening.

Het toevoegen van een luifel zorgt voor een kleine verbetering van het windklimaat in de onderzochte situatie. In het gebied rond het plan wordt in geen overschrijding van het gevaarcriterium geprognosticeerd.

Naar aanleiding van een ingediende zienswijze is een nieuw onderzoek, Bijlage 16 Windhinder, aanvullende notitie uitgevoerd waarbij de windklimaatsituatie is doorgerekend zonder de aanwezigheid van de toekomstige begroeiing.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

77

Uit de notitie blijkt dat er ook zonder begroeiing geen overschrijding van het windgevaar optreedt. Een slecht windklimaat voor de activiteit doorlopen is nergens vastgesteld. Voor de gevels en in de directe omgeving van het plan is overwegend een goed windklimaat voor doorlopen vastgesteld. Ook komt de kwalificatie windgevaar of een beperkt risico op windgevaar niet voor.

4.15 Klimaat en Duurzaamheid 4.15.1 Duurzaamheidsagenda De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering.

4.15.2 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1dac8e8da5a9 4e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.

In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress,

78

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte. Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen.

Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw.

Hittestress De locatie ligt in een aandachtsgebied voor hittestress en is gevoelig voor hitteoverlast. De ambitie is om de hittestress op deze locatie te verlagen. De toepassing van veel groen en natuurlijke materialen heeft hierop een positief effect. Vanaf 1 januari 2021 gelden nieuwe normen voor het voorkomen van hittestress in nieuwbouwwoningen (BENG norm, inclusief TOjuni berekening). HIOR Nijmegen heeft de basisrichtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte ondergebracht in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze is te vinden onder https://nijmegen.hior.nl/ Een voorbeeld van een richtlijn is: Pas alleen verharding toe waar nodig (Operatie Steenbreek).

4.15.3 Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik van Nijmegen en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Gemeente Nijmegen stelt dit instrument kosteloos ter beschikking aan planontwikkelaars binnen de gemeentegrenzen. Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

79

mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Wij adviseren het gebouw nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning.

Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet (indien mogelijk) of verwarmen met een warmtepomp. In dit gebied zijn plannen voor het aanleggen van een warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het gebouw hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Voor het bepalen van de voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden.

4.15.4 Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Ook het bestaande gebouw kan circulair worden gesloopt, zodat zoveel mogelijk materialen hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. Naast circulaire materialen zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid.

80

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.3

Beschrijving per bestemming

Gemengd Het gehele plangebied krijgt de enkelbestemming Gemengd. Binnen deze bestemming worden de activiteiten toegestaan die binnen het programma zijn ondergebracht, waaronder wonen, hotel, co-working spaces, commerciele dienstverlening en lichte horeca. Ook kantoren en leisurefuncties zijn binnen deze bestemming toegestaan, hoewel daar op moment van schrijven geen concrete initiatieven voor kenbaar zijn gemaakt. Deze functies zijn echter wel passend op de locatie. De functies die zijn toegestaan, zijn ondergebracht in de bestemmingsomschrijving. Na de bestemmingsomschrijving volgt in de regels de uitwerking van de bouwmogelijkheden. Hierin staat beschreven dat hoofdgebouwen enkel binnen het bouwvlak mogen worden opgericht en dat de maatvoering zoals is opgenomen op de verbeelding in acht moet worden genomen. Waarde - Archeologie 2 Ter bescherming van de mogelijk voorkomende archeologische waarden in het plangebied is een dubbelbestemming opgenomen, waarmee de bouwmogelijkheden en grondwerkzaamheden vanaf een bepaalde omvang worden gekoppeld aan een

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

81

omgevingsvergunningplicht, te onderbouwen met een archeologisch onderzoek.

82

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid De herontwikkeling van de UWV-locatie bestaat uit nieuwbouw van een complex waarbinnen woningen, een hotel, commerciële dienstverlening, horeca en co working spaces (kantoor) worden gerealiseerd en aanpassing van de openbare ruimte. De herontwikkeling en realisatie vindt voor eigen rekening en risico van een ontwikkelaar plaats. Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte.

Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst en planschade overeenkomst gesloten ter verzekering van het kostenverhaal voor de gemeente. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingsplanwijziging financieel-economisch uitvoerbaar is.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

83

84

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is op 15 maart 2023 een vooraankondiging gepubliceerd. De zienswijzenprocedure wordt tevens als inspraak gezien. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 30 maart tot en met woensdag 10 mei 2023 voor eenieder ter visie gelegen. Er zijn in totaal 3 zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn in de zienswijzennota samengevat en voorzien van een beoordeling door het college van burgemeester en wethouders, zie Bijlage 17 Zienswijzennota. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de weerlegging van de overige onderdelen van de zienswijze. De ontvankelijke zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. Ook is aangegeven of de zienswijzen al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan hebben geleid.

7.2

Overleg

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van dit vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan toegestuurd naar de volgende overlegpartners: Waterschap Rivierenland Provincie Gelderland

Waterschap Rivierenland Het waterschap Rivierenland heeft in haar mail van 2 november 2022 een reactie gegeven. Het plan is conform de uitgangspunten en wensen van het waterschap. Provincie Gelderland Op 31 oktober 2022 heeft de Provincie Gelderland aangegeven dat zij zich kunnen vinden in onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving - 3 (hoek Tunnelweg-Koninginnelaan)

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b0fce918-340f-4633-b343-dc87fa7b1ecb