CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Rotonde Houtlaan (61-Bopa-20250128)

Besluitronde (raadsvergadering) 4 februari 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Buitenplanse omgevingsactiviteit Rotonde Houtlaan (61-Bopa-20250128) (122/2025)20.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.6.1.5 Conclusie Cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt mogelijk een belemmering voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Realisatie van de voorgenomen ontwikkeling mag niet: - de doorgaande historische (zicht)lijn van de Heyendaalseweg verder vertroebelen; zou deze bij voorkeur juist versterken, en - de zichtlijn van de Kwekerijweg op de toren van het Berchmanianum verstoren. Het is zeer onwenselijk om eventueel het oude trafohuisje af te breken om de ontwikkeling mogelijk te maken. In het ontwerp is rekening gehouden met het behoud van het trafohuisje. Het trafohuisje is in beheer en eigendom van Liander. Ook Liander heeft geen plannen om het huisje te verwijderen. Daarmee kan het oude trafohuisje behouden blijven.

Deze BOPA is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect erfgoed als voldaan wordt aan de volgende voorwaarde(n): - De doorgaande (zicht)lijn van de Heyendaalseweg wordt in stand gehouden en indien mogelijk versterkt, en - De zichtlijn van de Kwekerijweg op de toren van het Berchmanianum wordt in stand gehouden.

43

6.7

Veiligheidsaspecten

6.7.1 Omgevingsveiligheid 6.7.1.1 Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en risico’s door windturbines. Het risico wordt bepaald door de kans op een incident per jaar te vermenigvuldigen met het aantal slachtoffers dat kan vallen op een bepaalde locatie of in een gebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Naast deze risicobenadering is in de Omgevingswet een effectbenadering geïntroduceerd met het begrip ‘aandachtsgebieden’. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico voor (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen.

Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Het plaatsgebonden risico wordt op basis van de vastgestelde afstanden vastgelegd in een contour. Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. (artikel 5.15 van het Bkl).

44

Afbeelding: aandachtsgebieden (bron: www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl).

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren (effectgebieden en geen risico-afstanden) zichtbaar op de kaart (Zie Atlas Leefomgeving op www.atlasleefomgeving.nl, Register externe veiligheid), zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken. De gemeente mag een brand- of explosie –aandachtsgebied (of delen ervan) aanwijzen als voorschriftengebied waardoor er extra bouwkundige eisen gaan gelden voor nieuwe gebouwen. Kwetsbare functies Bij de beoordeling van de hiervoor beschreven risico’s wordt uitgegaan van een onderscheid in zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, beperk kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties.

Of een bepaald gebouw of een bepaalde locatie is aan te merken als één van voornoemde gebouwen of locaties volgt uit het Bkl (Bijlage VI). Gebouwen met een woonfunctie zijn kwetsbare gebouwen; de meeste basisscholen, kinderdag- verblijven en gebouwen met 24-uurszorg zijn voorbeelden van zeer kwetsbare gebouwen. Deze indeling is gemaakt op basis van de volgende afwegingen: • Hoeveel personen zijn in dat gebouw of op die locatie gelijktijdig aanwezig? • Wat is de aanwezigheidsduur van die personen? • In hoeverre zijn die personen in staat zichzelf in veiligheid te brengen bij een incident. Het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties is niet mogelijk binnen een plaatsgebonden risicocontour. Voor het overige geldt dat rekening dient te worden gehouden met de relevante plaatsgebonden risicocontouren, aandachtsgebieden en het groepsrisico. Dat vraagt om een afweging en motivering (verantwoording) bij het toedelen van functies aan locaties. Daarnaast moet het bevoegd gezag motiveren (artikel 5.14 Bkl) waarom van een brand- en/of explosie-aandachtsgebied een voorschriftengebied wordt gemaakt als in dit gebied nieuwe (beperkt-) kwetsbare gebouwen mogelijk worden gemaakt.

6.7.1.2 Toetsing In het gebied is er geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour noch van een aandachtsgebied. Er wordt tevens geen gebouw mogelijk gemaakt. Vanuit omgevingsveiligheid zijn er dan ook geen specifieke aandachtspunten voor het realiseren van de rotonde. Er dient voldaan te worden aan de uitgangspunten van de regionale handreiking bluswater en bereikbaarheid.

6.7.1.3 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.

6.7.2 Kabels en leidingen 6.7.2.1 Algemeen Er kunnen kabels en leidingen in of nabij het besluitgebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, rioleringsleidingen of gasleidingen), beschermingszones en dergelijke. Kabels en leidingen zijn onderdeel van de fysieke leefomgeving, waarvoor gemeenten regels moeten stellen, gericht op het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten (artikel 2.1 Ow). Incidenten met kabels en leidingen kunnen zorgen voor ongemak, maar ook voor gevaar, (maatschappelijke) ontwrichting of (milieu)schade. Daarom is het van belang rekening te houden met kabels en leidingen.

45

Het ontwerp van de rotonde is meerdere malen besproken in het combi-overleg waarbij de NUTS-beheerders zijn aangesloten. Daarbij is de ligging van de rotonde en aanverwante zaken ten opzichte van de kabels en leidingen getoetst. De volgende, belangrijkste knelpunten zijn hierbij geconstateerd: 1. Het trafo-huisje langs de Heijendaalseweg; 2. kabels en leidingen onder gesloten verharding; 3. mogelijkheden voor toekomstige uitbreiding kabels en leidingen; 4. twee NUTS-kasten langs de Heijendaalseweg; 5. vervangen van Gietijzeren leidingen in het trottoir van de Heijendaalseweg richting de Kwekerijweg; 6. drinkwaterleiding; 7. verhogen van de rotonde ten opzichte van het huidige kruispunt. Hieronder wordt per bovenstaand knelpunt de besproken maatregel omschreven. 1.

2.

3.

4.

5.

6. 7.

Het ontwerp van de rotonde is in overeenstemming met Liander (eigenaar en beheerder van het trafohuisje) dusdanig opgesteld dat het huisje op de huidige locatie behouden blijft. Hierbij zijn de voorschriften van Liander in acht genomen zodat hier veilig gewerkt kan worden. De NUTS-partijen hanteren de stelregel dat er geen kabels en leidingen onder (nieuw aan te brengen) gesloten verharding mogen komen te liggen. Anders moeten de kabels en leidingen worden verlegd. Daarom is met de beheerders overeengekomen dat de rotonde in elementverharding wordt uitgevoerd. Alleen de fietspaden worden in (rood) asfalt aangelegd (wens mobiliteit). De NUTS-beheerders hebben hier geen bezwaar tegen. Door deze ontwerpkeuze kunnen de kabels en leidingen blijven liggen. De NUTS-beheerders willen de mogelijkheid behouden om in de toekomst het netwerk uit te breiden. Daarom hebben de NUTS partijen in overleg met de gemeente een tracé vastgesteld waar in de toekomst het netwerk uitgebreid kan worden. Dit tracé blijft vrij van obstakels die deze uitbreiding onmogelijk maken. De NUTS-beheerders stellen als voorwaarden dat er geen T-splitsingen van kabels en leidingen onder nieuw aan te brengen verharding komen te liggen. In het ontwerp liggen twee T-splitsingen onder de rijbaan van de rotonde.

Afgesproken is dat deze twee T-splitsingen tijdens de uitvoeringswerkzaamheden aan de rotonde verlegd worden naar het naastgelegen groen. In het trottoir van de Heijendaalseweg naar de Kwekerijweg liggen twee verouderde gietijzeren leidingen. Die worden vervangen door nieuwe leidingen. Deze leidingen liggen onder het huidige en toekomstige trottoir. De NUTS-beheerders kunnen deze vervangingswerkzaamheden ten alle tijden als gebruikelijk uitvoeren. De rotonde vormt dus geen belemmering voor de vervanging. Onder het huidige kruispunt ligt een belangrijke drinkwaterleiding. Uit onderzoek blijkt dat deze leiding voldoende diep ligt. Daarom is er geen risico op beschadiging. Zie ook punt 7. In overleg met de NUTS-beheerders, de verkeerskundige en groenbeheerders is bepaald dat de gehele rotonde hoger wordt aangelegd dan het huidige kruispunt. Dit heeft op de voorgenoemde disciplines het volgende voordeel dat het risico op beschadiging van kabels en leidingen tot een minimum wordt beperkt.

6.7.2.2 Toetsing Het ontwerp is door en met de NUTS-partijen besproken en getoetst. Met de voorgenoemde maatregelen zien de beheerders geen bezwaren om de rotonde conform ontwerp aan te leggen.

6.7.2.3 Conclusie De aanleg van de rotonde vormt geen belemmering voor de bestaande kabels en leidingen en de mogelijke uitbreiding hiervan. De NUTS-beheerders hebben dan ook geen bezwaar tot de aanleg hiervan.

46

6.7.3 Ontplofbare Oorlogsresten 6.7.3.1 Algemeen Het grondgebied van de gemeente Nijmegen is in de Tweede Wereldoorlog langdurig en intensief strijdtoneel geweest. Daarom is in grote delen van de gemeente nog steeds de kans aanwezig op het aantreffen van niet gesprongen explosieven (officiële term tegenwoordig: Ontplofbare Oorlogsresten). In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de afwegingen omtrent het stellen van regels aan activiteiten, is het wenselijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in het besluitgebied waarop deze BOPA betrekking heeft.

6.7.3.2 Toetsing Uit de informatie die is opgenomen in de Milieuatlas Nijmegen is het besluitgebied niet verdacht ten aanzien van [óf onderzocht op] de aanwezigheid van Ontplofbare oorlogsresten. Echter, het standaardadvies voor grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente is om het protocol “toevalsvondst van een explosief” te gebruiken en dit vóór aanvang van de werkzaamheden met de aannemer te bespreken. Dit protocol kan verkregen worden via: bevoegdgezagOOO@nijmegen.nl

6.7.3.3 Conclusie Bij de planvorming is rekening gehouden met niet gesprongen explosieven.

6.7.4 Windhinder 6.7.4.1 Algemeen Wind kan hinder geven of zelfs gevaarlijk zijn. Windhinder treedt vooral op rond hoge gebouwen, waarbij sprake kan zijn verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn. Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Ow). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Het Rijk heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen regels opgesteld. Er is dan ook geen formele, landelijke vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel wordt voor de beoordeling vaak gebruik gemaakt van de NEN 8100. De NEN 8100 (norm voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) geeft aan wanneer er aanleiding is om onderzoek te doen naar windhinder. Onderzoek naar windhinder is noodzakelijk bij een bouwhoogte van meer dan 30 meter.

6.7.4.2 Toetsing Het betreft hier de realisatie van een rotonde. Van een bouwhoogte van meer dan 30 meter is geen sprake. Windhinder is voor dit plan dan ook geen issue.

6.7.4.3 Conclusie Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.

6.7.5 Sociale veiligheid Sociale veiligheid wordt gedefinieerd als “de ervaring van (on)veiligheid van een individu veroorzaakt door de inrichting in relatie tot menselijk handelen in de openbare ruimte. Het betreft niet alleen de overlast en criminaliteit die een persoon ervaart, maar ook de onveiligheidsbeleving.” De gevoelens van onveiligheid nemen toe door toenemende overlast, verloedering en criminaliteit in de fysieke leefomgeving. Deze gevoelens van (on)veiligheid bepalen de mate van sociale veiligheid in een gebied. Onveiligheid of het gevoel hebben dat het onveilig is in een gebied, kan ervoor zorgen dat mensen worden belemmerd in hun sociale bezigheden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de sociale veiligheid in de fysieke leefomgeving kan worden bevorderd. Dit kan door het nemen van drie typen maatregelen: 47

1.

2.

3.

Maatregelen gericht op de keuze en situering van de verschillende doelgroepen: deze maatregelen zijn gericht op het kiezen voor een woningbouwprogramma dat gericht is op doelgroepen die naar verwachting niet bijdragen aan een vergroting van de problematiek in het gebied, maar juist bijdragen aan de versterking van de sociale cohesie binnen en tussen doelgroepen in dit gebied. Maatregelen gericht op menging van functies en doelgroepen: door menging van woningbouw en andere functies, als winkels, commerciële dienstverlening en horeca met terrassen, wordt een gebied zowel overdag als ’s avonds levendig. Door winkelstraten en horeca wordt ontmoeting tussen bewoners gestimuleerd. Het toevoegen van woningen zorgt voor meer ‘ogen op straat’. De menging van verschillende doelgroepen zorgt ervoor dat segregatie wordt tegengegaan. Maatregelen gericht op de inrichting van de openbare ruimte: door toepassing van de ZETA-richtlijnen kan worden gezorgd voor een adequate vormgeving en inrichting van de openbare ruimte, die de sociale veiligheid van het besluitgebied en de directe omgeving bevorderen. De afkorting ZETA staat voor Zichtbaarheid, Eenduidigheid, Toegankelijkheid en Aantrekkelijkheid.

6.7.4.2 Toetsing Er spelen geen noemenswaardige zaken voor sociale veiligheid. Dit aspect is eventueel relevant voor projecten in de binnenstad.

6.7.4.3 Conclusie Bij de planvorming is sociale veiligheid geen issue.

6.8

Gezondheidsaspecten

6.8.1 Gezondheid 6.8.1.1 Algemeen De gezondheid van de mens wordt bepaald door verschillende factoren, waaronder erfelijkheid, leefstijl, toegang tot de gezondheidszorg en de sociale en fysieke leefomgeving. De gemeente Nijmegen is verantwoordelijk voor de volksgezondheid van haar inwoners. Het volksgezondheidsbeleid en de uitvoering daarvan ligt vast in de Gezondheidsagenda. Eén van de speerpunten van deze agenda is een gezonde fysieke leefomgeving. Dit speerpunt is opgenomen in de omgevingsvisie onder ‘Groene, gezonde stad’. De fysieke leefomgeving heeft op verschillende manieren invloed op de gezondheid van de inwoners. Denk bijvoorbeeld aan kwaliteit van woningen, luchtkwaliteit, aanwezigheid van groen en inrichting van de openbare ruimte. De Omgevingswet gaat over de inrichting en activiteiten in de fysieke leefomgeving. Eén van de maatschappelijke doelen van deze wet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Bij het verlenen van een BOPA willen we rekening houden met het belang van gezondheid van onze inwoners. Het gaat dan om bescherming en bevordering van de gezondheid en om het faciliteren van een gezondere leefstijl.

Bij het bieden van bescherming gaat het om bescherming tegen invloeden vanuit het milieu, zoals geluid en luchtverontreiniging, maar ook tegen ziekteverwekkers uit de veeteelt, elektromagnetische straling en de gevolgen van klimaatverandering. Dit krijgt in het omgevingsplan onder meer vorm door te voorzien in een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies (milieuzonering) en het stellen van regels voor activiteiten over aspecten als geur, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, bodemkwaliteit en hittebestendigheid/verkoeling. Op deze aspecten is ingegaan in de voorgaande paragrafen van deze motivering. Bij het bevorderen van gezondheid en faciliteren van een gezondere leefstijl gaat het om een aantrekkelijke en veilige inrichting en om maatregelen die bijdragen aan een gezondere leefstijl. Het gaat dan om mogelijkheden tot bewegen, spelen, sporten en ontspanning en om de aanwezigheid van dagelijkse voorzieningen in de buurt. Maar ook om mogelijkheden van het maken van gezonde keuze als het gaat om voeding, ontmoeten, sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Verder gaat het om gedragsbeïnvloedende maatregelen, zoals rookvrije openbare locaties. De fysieke omgeving kan op verschillende manieren positieve dan wel negatieve invloed hebben op de gezondheid van inwoners.

Daarom wordt de invloed van het initiatief op gezondheid van gebruikers en de directe omgeving 48

(naast de verschillende onderdelen) ook in totaliteit bekeken en afgewogen. Een negatief effect op gezondheid vanuit één aspect wordt niet automatisch gecompenseerd door een positief effect op een ander aspect. Dit hangt van de situatie en de betrokken aspecten af.

6.8.1.2 Toetsing Voor een gezonde leefomgeving is het van belang dat er goede en veilige langzaamverkeersverbindingen zijn voor voetgangers en fietsers. Dit plan draagt bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid voor vooral fietsers en daarnaast ook voetgangers. Kwalitatief groen is ook van belang voor gezondheid, in dit geval is de beoordeling onder het onderdeel biodiversiteit en ecologie leidend en zijn er voor gezonde leefomgeving geen aanvullende punten. De planlocatie is aangewezen als Bovenwijks Beweegnetwerk conform het Uitvoeringskader 2024 BOSS (Bewegen Ontmoeten Spelen Sporten). Dit plan draagt zoals eerder genoemd bij aan de verbetering van langzaamverkeersverbindingen voor fietsers en is daarom in lijn met de ambities uit het BOSS-kader.

6.8.1.3 Conclusie Bij de planvorming is rekening gehouden met het aspect gezondheid.

6.8.2 Toegankelijkheid 6.8.2.1 Algemeen De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Daaronder valt ook de toegankelijkheid van de openbare ruimte, gebouwen en (delen van) de stad en het ommeland. Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is dan ook het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Het Bkl geeft (in artikel 5.162) aan dat een BOPA voor een project dat voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, rekening wordt gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.

6.8.2.2 Toetsing Het plan voldoet aan de CROW-richtlijnen.

6.8.2.3 Conclusie Bij de planvorming is rekening gehouden met het aspect toegankelijkheid.

6.9

M.e.r.-beoordeling

6.9.1. Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan (inclusief BOPA) en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. 49

De plan-m.e.r.-beoordeling is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets vindt plaats aan de hand van de criteria van bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

6.9.2 Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt.

6.9.3 Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

50

7. Financiële haalbaarheid 7.1

Wijze van bekostiging

De gemeente heeft de ambitie om onze mobiliteitstransitie te versnellen, om zo de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Met als doel een bereikbare stad via alle modaliteiten lost de gemeente onveilige knelpunten op. Het aanpassen van infrastructuur ten bate van de doorstroming van het verkeer én de verkeersveiligheid van de weggebruikers is daarbij een wettelijke taak van de overheid. De voorliggende ontwikkeling wordt dan ook gerealiseerd op initiatief van de gemeente Nijmegen als wegbeheerder van elk van de betrokken wegen. In de gemeentelijke begroting is in het programma Bereikbaarheid voor 2025 – 2026 een investering opgenomen voor de realisatie van de verkeersrotonde Houtlaan – Heyendaalseweg ter grootte van de raming voor het project. Het college heeft deze investering inmiddels verbijzonderd waardoor de investering ook daadwerkelijk kan worden uitgegeven voor dit doel. Vanuit haar investeringsimpuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid heeft het rijk bovendien een substantiële subsidie beschikbaar gesteld voor de realisatie van de rotonde. Gelet op de aard van de ontwikkeling wordt geen substantiële nadeelcompensatie verwacht. De financieel-economische uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling is hiermee voldoende aangetoond.

51

8. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Voorliggende Bopa motivering beschrijft het ruimtelijke kader. Daarnaast geldt tevens de gemeentelijke regelgeving (via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/): Omgevingsplan gemeente Nijmegen. Eveneens gelden de regels van (via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/): • Provincie; • Waterschap; en • Rijk. Op basis van de motivering kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: - De werkzaamheden worden archeologisch begeleid conform een goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) voor een Opgraving variant archeologische begeleiding. - De doorgaande (zicht)lijn van de Heyendaalseweg wordt in stand gehouden en indien mogelijk versterkt, en - De zichtlijn van de Kwekerijweg op de toren van het Berchmanianum wordt in stand gehouden. Genoemde voorwaarden zullen worden opgenomen in de betreffende omgevingsvergunning. Middels de te doorlopen Bopa wordt de verkeersrotonde vergund.

52

9. Verwerking in het omgevingsplan 9.1

Algemeen

Gemeenten hebben de verplichting om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen 5 jaar in het omgevingsplan. Als er veel Bopa's gelden naast het omgevingsplan, kan het namelijk onduidelijk zijn welke activiteiten op een locatie zijn toegestaan. Daarom bepaalt artikel 4.17 van de Omgevingswet dat gemeenten een voortdurende Bopa verwerken in het omgevingsplan. Dit gebeurt binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de Bopa. Deze wettelijke verplichting geldt vanaf 1 januari 2032.

9.2

Wijze waarop deze Bopa verwerkt wordt

Voorliggende Bopa-motivering maakt een verkeersrotonde mogelijk. Binnen deze motivering zijn de ruimtelijke kaders weergegeven. Na realisatie kan de bestaande situatie worden vastgelegd conform de uitgangspunten van het Omgevingsplan.

53

10. Bijlagenoverzicht Bijlage 1 Quickscan soorten- en gebiedenbescherming Houtlaan, Nijmegen Bijlage 2 AERIUS-berekening en conclusie Stikstof Bijlage 3 Advies Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Bijlage 4 Boom Effect Analyse (BEA) met bijlagen Bijlage 5 Verkeersveiligheidsrapportage Bijlage 6 Schaduwanalyse

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3e18cd12-6e10-48d2-8876-1beec65fd345