Milieujaarverslag 2025
Tekst van het document
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Handhaving APV vergunningen
1
0
8
7
6
16
Handhaving Bouwlawaai
1
1
2
2
3
2
Handhaving Vierdaagse feesten en marsen
0
0
1
1
1
1
Handhaving Milieuvergunningen Wm
8
9
10
8
5
-
Handhaving Omgevingsvergunningen
5
Klachten geluidhinder (complex)
63
Verbeteren geluidsisolatie bij oudere woningen Een aantal bestaande woningen langs drukke wegen met een hoge geluidsbelasting komen in aanmerking voor geluidsisolatie op kosten van de Rijksoverheid. De uitvoering is gedelegeerd aan de gemeente Nijmegen. Wij voeren de gevelisolatie-projecten uit. . Gesaneerde woningen 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Met gevelisolatievoorzieningen 11 9 0 3 8 0 Zonder isolatievoorzieningen 3 85 0 49 68 93
Paragraaf 4.3 Bodem en ondergrond We werken aan een vitale en veerkrachtige ondergrond. Met betrekking tot de chemische bodemkwaliteit betekent dat het voorkomen, wegnemen of beheersen van gezondheidsrisico’s en risico’s voor ecologie. Maar met onze bodemadviezen beperken we ons niet meer tot chemische kwaliteit. De bodem heeft namelijk nog veel meer kwaliteiten. Om er een paar te noemen: het biedt ruimte aan ondergrondse infrastructuur, levert groeiplaats en groeikracht aan planten en bomen, kan energie en drinkwater leveren en zorgt voor regenwaterafvoer. Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn de regels voor het omgaan met de bodem ingrijpend gewijzigd ten opzichte van wat er onder de Wet bodembescherming geregeld was. Het Rijk regelt minder. Dit betekent dat we maatwerkregels in het Omgevingsplan moeten opnemen. De Raad heeft het definitieve wijzigingsbesluit op 11 maart 2025 vaststelt. Spoedlocaties In het kader van het convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 zijn wij verdergegaan met onderzoek bij locaties, waar mogelijk bodemverontreiniging aanwezig is, die voor risico kan zorgen (risico’s voor mensen of voor verspreiding via grondwater). Deze locaties worden spoedlocaties genoemd en zouden volgens de
42
convenantafspraken in 2020 gesaneerd of beheerst moeten zijn. Dat is niet volledig gelukt, maar dat was voorzien. Inmiddels is voor bijna alle spoedlocaties de sanering in uitvoering. Saneringen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen De meeste saneringen vinden plaats in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Meestal gaat het om verontreinigingen die geen risico’s opleveren. De grootste ontwikkelingen die in 2025 in uitvoering waren, zijn het Waalfront, de Waalsprong het stationsgebied en Winkelsteeg. Daar werd gelijktijdig met het bouwrijp maken/bouwen, indien nodig, gesaneerd. In het Waalfront met name vanwege de aanwezigheid van te hoge gehalten lood in de grond, in de Waalsprong vooral vanwege hoge gehalten met bestrijdingsmiddelen, olieverontreinigingen bij voormalige ketelhuizen en met asbest vervuilde erfverhardingen of slootdempingen. In het stationsgebied is een deel van het voormalige van Swaay-terrein, verontreinigd met vooral kwik, gesaneerd. In Winkelsteeg is een start gemaakt met het in kaart brengen van de noodzakelijke saneringsmaatregelen, maar is inmiddels ook een verontreiniging met PFAS grotendeels gesaneerd. Wettelijke taken; afhandelen beschikkingen en meldingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een deel van de VTH-taken op het gebied van bodem bij de ODRN belegd.
Alleen daar waar overgangsrecht aan de orde is staat de gemeente Nijmegen nog aan de lat voor het beoordelen van saneringen op basis van een BUS-melding of saneringsplan en na afloop het afhandelen van evaluatieverslagen die na een sanering bij ons ter goedkeuring worden ingediend. Na inwerkingtreding van de omgevingswet is gebleken dat het overgangsrecht door de formulering in de wet op meer locaties van toepassing te zijn dan bedoeld was. In 2025 hebben wij als gevolg van overgangsrecht 8 beschikkingen opgesteld Eén besluit ernst en spoed en 7 instemmingen met saneringsplannen. Daarnaast hebben we één melding in het kader van BUS beoordeeld. In onderstaande tabel zijn de meldingen en informatieplichten opgenomen die de ODRN in 2025 heeft ontvangen van Milieubelastende activiteiten gerelateerd aan de bodem. activiteit aantal Graven kleiner of gelijk aan de Interventiewaarde 59 Graven groter dan de Interventiewaarde 33 Saneren 13 Toepassen van grond 88 Opslaan van grond 21 Gesloten Bodemenergie systemen 14
Adviezen bij aan- en verkoop, bouwvergunningen, milieuvergunningen, OPA’s en BOPA’s Wij gaven adviezen in het kader van binnen- en buitenplanse omgevingsplan activiteiten, bij grote projecten in het ruimtelijk domein en ten aanzien van de inrichting en beheer van de openbare ruimte(intern), bouwvergunningen, milieuvergunningen (advies aan ODRN) en aan- en verkoop van grondpercelen door gemeente Nijmegen. Project diffuus lood in Nijmegen Van het rijk hebben we subsidie ontvangen om de verspreiding van diffuus lood in Nijmegen in beeld te brengen. In 2025 hadden we niet de benodigde capaciteit om dit project verder te brengen. Project PFAS We hebben samen met de provincie Gelderland en de gemeente Arnhem subsidie ontvangen om de omvang van het voorkomen van PFAS op verdachte locatie in beeld te brengen. Dit is uitgevoerd op locaties waar als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten mogelijk PFAS in de grond kan zijn gekomen én die zijn gelegen in of nabij gevoelige bestemmingen. In 2025 is dit project afgerond. In Nijmegen zijn binnen de scope van dit onderzoek 97
43
locatie geïnventariseerd als mogelijke bronlocatie. Op 35 locaties is vervolgens vooronderzoek uitgevoerd. Het doel van dit dossieronderzoek was om meer inzicht te verkrijgen over het gebruik van PFAS bij PFAS-verwerkende industrie/bedrijven en de daarmee samenhangende actuele contact- en of verspreidingsrisico’s van PFAS. Uiteindelijk is op 11 locaties verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op één locatie zijn sterk verhoogde gehalten aan PFAS aangetroffen. Het bodeminformatiesysteem en de Milieuatlas Alle bodemonderzoeken worden opgeslagen in het bodeminformatiesysteem. Via de zogenaamde ‘Milieuatlas’ heeft iedereen toegang tot deze gegevens. Burgers, makelaars, ontwikkelaars, adviesbureaus, notarissen, banken etc. kunnen dus zelf via internet de bij ons bekende bodeminformatie opzoeken. De Milieuatlas is op internet goed te vinden en wordt goed bezocht en gewaardeerd. Bodemonderzoeken naar soort 2025 Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Saneringsplan, BUS en BUS TU Evaluatierapport (incl. nieuwe verontreiniging) Monitoring/nazorg
10 68 8 1 24 3
Grondverzet Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten toepassingen van grond worden gemeld bij de ODRN. Daardoor hebben we geen overzicht meer in de hoeveelheid grond die sinds 2024 is toegepast. De ODRN kan wel het aantal ontvangen meldingen reproduceren, maar dat zegt niets over de omvang. Circulair gebruik van grond Om zo min mogelijk beslag te leggen op natuurlijke grondstoffen en zo min mogelijk vervoersbewegingen te maken moeten we zo veel mogelijk grond in Nijmegen hergebruiken. De Nota Bodembeheer van 2021 maakt het mogelijk om binnen de Gemeente Nijmegen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze licht verontreinigde grond als bodem te hergebruiken. Dit lukt vaak niet omdat projecten die grond over hebben nooit tegelijk wordt uitgevoerd met een project dat grond nodig heeft. Er wordt dus nog veel grond uit Nijmegen afgevoerd en veel grond van buiten aangevoerd. Vanwege de ontwikkelingen in Winkelsteeg en het verwachte grondverzet proberen we binnen dat project een tijdelijke grondbank in te richten binnen Winkelsteeg. Er is in 2025 gestart met het opstellen van een businesscase om te kijken of het haalbaar is een Nijmeegse grondbank op te zetten.
Paragraaf 4.4 Indicatoren Lucht Indicator: percentage gezondheidswinst (als gevolg van verminderde concentraties verontreinigende stoffen in de lucht) • Definitie: De gezondheidswinst wordt berekend op basis van modelberekeningen aan concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De relatie tussen deze concentraties en gezondheidswinst is gebaseerd op epidemiologische onderzoek (RIVM); • Draagt bij aan: Gezonde lucht, gezonde leefomgeving; • Toelichting: I&W en diverse gemeenten (zoals gemeente Nijmegen) hebben op 13 januari 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Het akkoord beoogt, onder meer, om in 2030 een gezondheidswinst van 50% ten opzichte van 2016 te realiseren.
44
De GGD heeft een tool ontwikkeld waarbij de blootstelling aan NO2, PM2,5 en PM10 wordt omgerekend in ‘verlies aan levensdagen’ en ‘meegerookte sigaretten’. Door voor het zowel voor 2016 als 2025 op dezelfde manier te berekenen kan er, indicatief, procentuele verbetering worden berekend. Dit is voor het LML meetstation aan de Ruyterstraat berekend. Dit is een zogenaamd achtergrond station. De op deze plek gemeten waarden komen overeen met de luchtkwaliteit waar de meeste Nijmegenaren aan blootgesteld worden. Als er wordt gekeken naar het gecombineerde effect van fijnstof en stikstofdioxide dan is het verlies aan levensdagen gedaald met 33 % ten opzichte van 2016. Om dit getal nog wat meer te visualiseren is dit uit te drukken in het aantal meegerookte sigaretten per dag. Dit percentage is in dezelfde periode gedaald met 32 % en komt overeen met 3,6 meegerookte sigaretten per dag.
Geluid Indicator: toename km geluidsarme wegvakken waarbij het geluidsniveau minimaal 1,5 dB is gedaald door toepassing van geluidsarm asfalt. Of de maximumsnelheid is verlaagd. Monitoring duurzaamheidsagenda Datum export Greenpoint
Percentage geluidarme wegdekken (geluidarmasfalt en snelheidsverlaging) Totale km's 50+ Totale km's Totale km's Totale km's Totaal wegen ABG SMA5 naar 30 geluidarm
% van totaal
11-10-2019
266
36
10
3,5
49,5
18,6%
5-3-2021
265
37
10
4,7
51,7
19,5%
25-2-2022
265
40
10
5,1
55,1
20,8%
10-3-2023
265
41
10
5,6
56,6
21,4%
9-2-2024
265
41
11
5,6
57,6
21,7%
7-2-2025
243
41
11
6,7
58,7
24,2%
13-1-2026
244
42
11
6,7
59,7
24,5%
Verklaring: Greenpoint: wegbeheersysteem waar de gegevens uit komen 50+ wegen: wegen conform CROW wegtype 1, 2 en 3 ABG: Asfaltbeton geluidreducerend, wegvak met volwaardig geluidreducerend asfalt SMA5: SMA-NL5, asfalt met beperkte geluidreducerende eigenschappen (-1,5 dB) Wegen naar 30: voormalige 50 km/h-wegen die onlangs zijn afgewaardeerd naar 30 km/h
Wegen naar 30:
Lengte:
Jaar:
Bloemerstraat:
0,3
2016
Muntweg (deels):
0,1
2017
Daalseweg:
0,8
2018
Hertogstraat:
0,2
2018
Heyendaalseweg (deels):
0,2
2018
Laauwikstraat midden:
0,3
2018
Malderburchtstraat:
0,6
2019
Parkweg/Doddendaal:
0,4
2019
Steenbokstraat:
0,5
2019
Waalkade oost:
0,4
2019
Hengstdalseweg (deels):
0,5
2020
45
Vossenpelssestraat:
0,4
2020
Laauwikstraat oost:
0,3
2020
Waterstraat fase 1:
0,4
2021
Hoogstraat
0,2
2022
Weurtseweg
0,9
2024
Kanaalstraat
0,2
2024
Totaal:
6,7 km
In 2025 zijn geen wegen naar 30 km afgewaardeerd
46
Hoofdstuk 5: Duurzame overheid Duurzaamheid is een vast thema in de gemeentelijke organisatie. Bijvoorbeeld; we nemen duurzaamheid en circulariteit als gunningscriterium bij tenders en projecten in de ruimtelijke ontwikkelingen mee. In de meeste van onze projecten speelt duurzaamheid een rol. In 2025 leverde dit bijvoorbeeld de volgende aansprekende projecten op. In de Waalsprong is Talis gestart met het project Groei. In dit project komen wonen, zorg en duurzaamheid samen. Een beschutte woonvorm voor jongeren én tien duurzame appartementen voor zorgprofessionals. De draagconstructie is van hout en de buitenzijde hout van Staatsbosbeheer (deels uit Groesbeek) uitgevoerd. In de Vlierstraat is in maart 2025 de bouw gestart van de 22 woningen van CPO Elzendal. Het ontwerp is van de hand van ORGA-architecten uit Nijmegen. De woningen en appartementen worden volledig in hout gebouwd, met uitzondering van de parkeergarage. In de tender voor het sportcentrum Winkelsteeg had het meest energiezuinige ontwerp al gewonnen. De duurzaamheid van dit project zal nog groter worden door de toepassing van 480 PVT panelen op het dak. Deze leveren zowel elektriciteit als warmte. In dit hoofdstuk geven we een beeld van de wijze waarop de gemeente omgaat met de verduurzaming bij het beheer van de openbare ruimte en het gemeentelijk vastgoed.
Ook belichten we onze deelname aan diverse netwerken ter versterking van het draagvlak voor verduurzaming in de samenleving. We ronden af met de stand van zaken ten aanzien van de indicator die aangeeft hoeveel CO2 we als gemeentelijke organisatie uitstoten.
Paragraaf 5.1 Inrichting en beheer openbare ruimte Ook in 2025 is verder gewerkt aan de verduurzaming van de openbare ruimte met behulp van de handreiking voor Stadsbeheer om zaken duurzaam aan te pakken. Al in 2020 hebben 15 gemeenten (van de 18) van de regio Arnhem-Nijmegen, waaronder Nijmegen, samen met provincie Gelderland de intentieverklaring ondertekend dat gewerkt wordt aan de doelen zoals omschreven in de Green Deal Duurzaam GWW 2.0. Dit project is ondergebracht bij de Groene Metropoolregio. De Green Deal GWW 2.0 heeft als ambitie de CO2-emissie te reduceren met 40% in 2030 en de circulariteit te verhogen met 50% in 2030. Hieronder volgen enkele voorbeelden waar in 2025 aan is gewerkt: Nieuwe dienstvoertuigen Stadsbeheer is in 2024 een aanbesteding gestart voor nieuwe schone dienstvoertuigen in verband met de invoering van een 3-tal zero emissieloze zones. In 2024 zijn er 5 elektrische Toyota Proace voertuigen aan het wagenpark toegevoegd. Inmiddels zijn de voertuigen die op gas reden grotendeels verkocht en rijden we vrijwel volledig elektrisch. In de buitendienst zijn er inmiddels 14 elektrische voertuigen in gebruik. Er wordt nog slechts 1 voertuig gebruikt dat op CNG-gas rijdt. Dit voertuig wordt gebruikt voor de piketdienst en heeft ontheffing tot 1-1-2030.
Het voornemen is om de komende periode de tractor en de shovel, beiden nu nog rijdend op diesel, te vervangen door een volledig elektrische tractor en shovel. Asfaltonderhoud In 2025 werkten we samen met onze vaste aannemer aan duurzaam asfaltonderhoud. Door te kiezen voor innovatieve en milieuvriendelijke oplossingen hebben we het afgelopen jaar 274 ton CO2 bespaard. Enkele van de maatregelen die we hebben toegepast zijn:
•
Warm mix asfalt (WMA): dit asfalt wordt op een lagere temperatuur geproduceerd, waardoor het minder energie verbruikt. In 2025 bestond 69% van ons voor onderhoud aangebrachte asfalt uit WMA. Goed voor een besparing van 41 ton CO2. In 2026 streven we naar 100% WMA.
47
•
Duurzame wegmarkering: hoewel het maar een klein onderdeel van de weg is, heeft wegmarkering een relatief grote impact op de CO2-uitstoot. Door te kiezen voor een duurzamere variant hebben we 39 ton CO2 bespaard.
•
Emissieloos materieel: bij verschillende projecten hebben we gewerkt met machines die geen uitlaatgassen produceren. Daarmee hebben we 194 ton CO2 bespaard. Recycling speelt ook een belangrijke rol; 38% van het asfalt dat we gebruikten bestond uit gerecyclede materialen (partiële recycling; PR). Schoon en emissieloos bouwen. Op 24 oktober 2023 heeft Nijmegen het convenant Schoon en Emissieloos bouwen ondertekend. In 2025 zijn we diverse projecten gestart waarbij zoveel mogelijk emissieloos materieel wordt ingezet, bijvoorbeeld op Kelfkensbosch, bij het bouwrijp maken van Stelt -Oost, op de Groesbeekseweg en de Cort van de Lindstraat. In de Spoorbuurt in Nijmegen-Oost heeft Stadsbeheer in 2025 de voorbereidingen voor de vernieuwingsgolf afgerond en is een start gemaakt met de uitvoering. Zo is een groot riool aangelegd met inzet van emissieloze kranen, waarmee de kans op wateroverlast aanzienlijk is verkleind. Tegelijkertijd wordt, in samenwerking met Liander en woningcorporatie Woonwaarts, gewerkt aan het verbeteren van het elektriciteitsnet, zodat woningen in de toekomst geschikt zijn voor verwarming met warmtepompen. Daarnaast zetten we in op vergroening van de buurt om hittestress te beperken en de biodiversiteit te vergroten. In samenwerking met De Bastei is bovendien gewerkt aan het afkoppelen van daken en het vergroenen van tuinen.
Circulair • Uitgangspunten voor duurzaam ontwerpen en het hergebruik van materialen zijn als eis opgenomen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). In het HIOR toetsen we of een ontwerp voldoet aan de richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte. De uitgangspunten voor circulair ontwerp gaan we in 2026 verder uitwerken, zodat deze in al onze projecten vanaf het begin worden meegenomen. • Vanuit Stadsrealisatie wordt vanaf de start van projecten meegedacht over duurzaamheid, zoals hergebruik, het verminderen van verharding en duurzaam inkopen. In diverse projecten, zoals Neerbosch-Oost, Kanunnikenbuurt en Voorstadslaan, wordt ingezet op hergebruik van materialen. De uitvoering start vanaf de zomer van 2026. We zetten Duspot steeds meer in voor het voorraadbeheer van materialen voor hergebruik. Daarnaast fungeert DuSpot als een digitale marktplaats voor hergebruik van materialen voor heel Nederland. • We hebben onderzocht welke tools er zijn om circulariteit in projecten te meten. Binnen het project Waterstraat gaan we starten met de Tool van Eco-monitor om duurzaamheid te meten op basis van MKI (Milieukostenindicator). We vergelijken meerdere tools om te onderzoeken welke het beste aansluit bij onze behoeften. • Innovatie. Betonstraatstenen en stoeptegels die uit projecten vrijkomen zijn vaak kwalitatief nog goed, maar we vinden ze niet meer mooi.
We hebben uitgevraagd of er startups zijn met ideeën hoe we deze betonproducten kunnen hergebruiken. Materialen- en gronddepot. Er zijn businesscases opgesteld voor een materialen HUB (tijdelijke opslag voor hergebruik) en een gronddepot (eigen grondbank ten behoeve van hergebruik). Hieruit blijkt dat het financieel haalbaar is om materialen uit de openbare ruimte op te slaan voor hergebruik. Met de opslag van grond kunnen we als gemeente veel geld besparen. In 2026 gaan we op zoek naar een tijdelijke materialen HUB, als voorbereiding op een mogelijke definitieve HUB. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een tijdelijk of definitief gronddepot. Machinaal straten. We onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om machinaal te straten met hergebruikte materialen. De ontwikkelingen hierin gaan snel. We gaan dit steeds meer toepassen, wat de fysieke belasting voor stratenmakers vermindert.
48
Duurzaam groenbeheer. Er is een begin gemaakt met het toepassen van meer Biobased materialen in het groenonderhoud, ter vervanging van plastic. Building Balance kan ondersteuning bieden bij deze ontwikkeling. Naar aanleiding van een motie uit de raad hebben we in ons moederbestek opgenomen dat we alleen nog turfvrije potgrond toepassen. We maken steeds vaker gebruik van samenwerking en ondersteuning op het gebied van duurzaamheid, bijvoorbeeld met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, WOW en BouwCirculair. LED openbare verlichting. In de afgelopen 8 jaar hebben we 14.480 traditionele lampen vervangen door energiezuinig LED-verlichting. Hergebruik van verkeersborden. In 2025 was 100% van de aan ons geleverde verkeersborden voor beheer en onderhoud refurbished. Op basis van een geschatte levering van 2.355 verkeersborden voor 4 jaar resulteert dit in een CO2-reductie van circa 33.857 kg ten opzicht van nieuw geproduceerde borden. Daarnaast wordt maximale circulariteit bereikt door het hergebruik van bestaande verkeersborden. Sinds januari hebben we een nieuw contract met AGMI voor het leveren van RVV bebording (de standaard verkeersborden). Het contract eist dat minimaal 80% van de te leveren verkeersborden bestaat uit refurbished borden (hergebruikte aluminium verkeersborden), in plaats van volledig nieuw geproduceerde borden.
Om dit mogelijk te maken, leveren wij onze oude aluminium borden ook weer in bij AGMI. Eisen in contracten. De maximale MKI (Milieukostenindicator) conform de eisen van BouwCirculair voor betonproducten en asfalt wordt standaard meegenomen in contracten. Ook de routekaart van SEB wordt eveneens opgenomen in de contracten.
Paragraaf 5.2 Verduurzaming en aardgasvrije gemeentelijke vastgoedportefeuille Verbruik gas en elektriciteit In het kader van de energietransitie zet de gemeente in op het verminderen van het verbruik van gas en elektriciteit. Er wordt alleen regionaal opgewekte groen elektriciteit ingekocht waarbij sinds 2023 bij de opwek geen biomassa is gebruikt. Bij de inkoop van gas is afgesproken dat steeds meer wordt overgeschakeld naar groen gas. Door te isoleren willen we de energiebehoefte verkleinen. Door bijvoorbeeld steeds meer warmtepompen in te zetten vermindert het aardgasverbruik, maar stijgt het (groene) stroomverbruik. In onderstaande tabel staan de Verbruiksgegevens over de afgelopen jaren. Jaar
Gas m³
Elektriciteit kWh
2025
1.431.201
24.120.768
2024
1.386.609
27.090.984
2023
1.528.411
25.473.297
2022
1.608.026
23.171.141
2021
1.874.311
22.459.768
2020
1.703.922
23.009.069
2019
1.784.635
24.343.996
2018
2.090.128
25.152.709
Door tussentijdse mutaties kunnen verbruikscijfers (beperkt) wijzigen gedurende opeenvolgende kalenderjaren.
49
Er wordt sinds enige jaren gewerkt met een meerjarenplan dat is opgesteld voor verduurzaming van het vastgoed en dat moet leiden tot minder CO2-uitstoot en uiteindelijk tot een aardgasvrije vastgoedportefeuille. Om een duurzame en aardgasvrije vastgoedportefeuille te realiseren zal het energieverbruik zoveel als mogelijk worden beperkt en daar waar mogelijk wordt energie opgewekt (bijvoorbeeld met zonnepanelen). Daarnaast worden de panden afgekoppeld van het aardgas waar dat kan. Helaas zien we door netcongestie dat het overstappen van verwarming op gas naar een alternatief vaak nog niet mogelijk is. Hierdoor is de oude doelstelling om in 2036 aardgasvrij te zijn, mede door netcongestie, niet haalbaar en te ambitieus gebleken. In 2026 zal naar verwachting een aangepaste doelstelling worden vastgesteld. Na het uitvoeren van deze maatregelen blijft er een restenergiebehoefte bestaan (bij de eigen panden kan niet zoveel energie worden opgewekt als er wordt verbruikt). De benodigde energie die niet zelf kan worden opgewekt, zal lokaal en duurzaam worden ingekocht. Om het doel te realiseren is de opgave opgesplitst in twee onderdelen: gebouwaanpassingen en bewustwording van energieverbruik. De gebouwaanpassingen, zoals bijvoorbeeld na-isoleren van vloeren, gevels en daken, ledverlichting, energiemanagementsystemen en warmtepompen, zullen worden uitgevoerd op natuurlijke momenten.
Het belangrijkste natuurlijke moment is het onderhoud aan een pand. Jaarlijks worden op basis van de onderhoudsplanning verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd. Andere natuurlijke momenten zijn verbouwingen, lokale initiatieven (warmtenetten), wettelijke verplichtingen of duurzaamheidspilots. Jaarlijks wordt onderzocht welke van deze momenten zich aandienen en op basis daarvan wordt het duurzaamheidsjaarplan opgesteld. In 2025 is wederom geïnvesteerd in initiatieven op het gebied van duurzaamheid, klimaat en de uitvoering van de asbestbeheerplannen. Door het uitvoeren van de duurzaamheids- en klimaatvoorzieningen, met name het aanbrengen van LED verlichting, isolatie en energiemanagement op installatieniveau, zijn de gebouwen duurzamer geworden en neemt het energieverbruik af. Ook is daarmee invulling gegeven aan de wettelijke eisen ten opzichte van energie-labels enerzijds en duurzaamheidsambities van de gemeente anderzijds. Jaarlijks saneren we asbest in onze gemeentelijke panden Energielabels gemeentelijk vastgoed In totaal hebben 210 panden in ons eigendom een energielabel. Daarvan behoren 175 panden tot onze kernportefeuille. T.o.v. 2023 zijn er in de categorie A+++, A++ , A+ , A, en B panden bijgekomen. Hieronder een diagramtabel met het aantal panden per label in de kernportefeuille (Peildatum 22-01-2026). De energielabels worden eens in de 10 jaar geüpdatet. Energielabel
Aantal objecten
A+++++
1
A++++
1
A+++
6
A++
4
A+
4
A
58
B
11
C
8
D
14
E
6
F
19
50
G
43
Eindtotaal
175
Paragraaf 5.3 Verduurzaming via samenwerkingsverbanden en netwerken We streven naar een aantrekkelijke duurzame toekomst voor iedereen. Dat vergt de komende decennia transities op gebied van energie, mobiliteit, afval, materiaalgebruik, voedselsystemen, natuurbehoud en biodiversiteit. Ook in en rond Nijmegen. Deze grote maatschappelijke opgaven willen we en kunnen we alleen samen realiseren, vanuit een brede sociale basis. Dat stimuleren we door lokale duurzaamheidsnetwerken en -initiatieven actief te steunen en door kennis te vergroten met deelname aan enkele internationale netwerken. Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is, als opvolger van de regio Arnhem-Nijmegen, op 1 januari 2021 van start gegaan. Onze regio bestaat uit achttien gemeenten. De groene Metropoolregio werkt aan vijf opgaven: Circulaire regio, Productieve regio, Ontspannen regio, Groene groeiregio en Verbonden regio. Met een regionale agenda wordt hier vorm en inhoud aan gegeven. De achttien gemeenten beslissen elk over deelname aan deze opgaven, de beschikbare middelen en het mandaat dat aan de uitvoering ervan wordt meegegeven. In de regio en maar ook richting ‘Den Haag en Brussel’ profileren we ons als dé Groene Metropoolregio van Nederland en als (inter)nationale circulaire topregio 2050.
Hieronder een greep uit de samenwerkingsverbanden waaraan de gemeente deelneemt. Circulaire Regio Eén van de opgaven van de Groene Metropool Regio is de Circulaire Regio. In de Circulaire Regio werken we samen met de regio aan vier speerpunten: (1) circulaire bouw en infra, (2) circulaire economie grondstoffen en ketens, (3) water en klimaatadaptatie en (4) transitie naar duurzame energie. Met deze agenda wil de Groene Metropoolregio dé circulaire regio van Nederland worden. Door onze krachten in de regio te bundelen, kunnen we daadwerkelijk een versnelling maken. Zo zetten we onze gezamenlijke inkoopkracht in om de grond-, weg en waterbouw steeds duurzamer aan te besteden en werken we samen aan een agenda om conceptueel en circulair te bouwen in de praktijk te brengen. Gemeente Nijmegen is voorzitter en bestuurlijk opdrachtgever voor de opgave Circulaire Regio. RES We nemen via de Groene Metropoolregio (GMR) deel aan overleggen in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) en hebben o.a. bijgedragen aan de totstandkoming van het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energiesysteem. In het bijzonder hebben we periodiek overleg met Liander over de gevolgen en aanpak van netcongestie. Energy Board We participeren rechtstreeks en via de bestuurlijk vertegenwoordiger van de GMR in de Energy Board in provinciale trajecten.
Dat betrof onder meer de voorbereiding van de pMiek 2.0 (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat). Stedelijk Managementoverleg (SMO) 2 à 3 keer per jaar komt het Stedelijk Managementoverleg (SMO) Energietransitie bijeen om kennis uit te wisselen en af te stemmen over de energietransitie. In het SMO zitten vertegenwoordigers van duurzame bewonersorganisaties (Steunpunt Energietransitie), bedrijven, woningcorporaties, netbeheerders, energiebedrijven en kennisinstellingen (RU en HAN).
51
Dar en MARN Samen met 6 regiogemeenten is Nijmegen aandeelhouder in Dar NV en via de gemeenschappelijke regeling MARN in de afvalenergiecentrale ARN bv. Binnen Dar werken we in gezamenlijkheid aan een efficiënte inzamelstructuur en recycling voor de huishoudelijke afvalstromen. ARN is een belangrijke partner voor de energietransitie in onze regio mede vorm en inhoud te geven. Via-T Via-T is een publiek-private samenwerking om te komen tot hét (kennis)centrum voor vakmanschap, innovatie en duurzaamheid in de regio. De gemeente Nijmegen is partner in de ontwikkeling van het centrum en wethouder Duurzaamheid is lid van de stuurgroep. In 2024 zijn de gelden uit de Regiodeal officieel toegekend waarvoor wij vast 450.000 euro cofinanciering bijdragen. Daarnaast hebben wij het gereserveerde half miljoen van de begroting eind 2025 uitgekeerd voor verdere ondersteuning van Via-T. Daarmee willen we een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor opgaven op het gebied van circulaire (woning)bouw, tekort aan technisch personeel en innovatie door bedrijven. VIA-T heeft een nieuwe locatie gevonden op Toernooiveld 100, in het oude UBC-gebouw op campus Heijendaal. In 2026 zal de locatie officieel geopend worden. Netwerk Kleurrijk Groen We hebben in 2025 bijgedragen aan voortzetting van het in 2018 ontstane Netwerk Kleurrijk Groen, dat o.a.
heeft gezorgd voor festival Di-Vers, een leergang over duurzaamheidsthema’s, voorlichting over energiebesparing en het in contact brengen van mensen met diverse culturele achtergronden met de (regionale) natuur. Netwerk Kleurrijk Groen is een belangrijke stimulans voor inclusieve duurzaamheid. Werkregio Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie Dit is een samenwerkingsverbanden van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk die uitvoering geven aan het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Ze werken aan een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland in 2050 door risico's op overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress te beperken. Er zijn 45 van zulke werkregio’s in Nederland. The Economic Board/ cluster Slimme Duurzaamheid en Lifeport@ Samen met kennisinstellingen RU, HAN, HVHL en het MKB wordt hier gewerkt aan circulariteit en klimaatadaptatie. Dit netwerk wordt onder meer benut om kennis en ervaring op te halen op thema’s als vergroening, rechtvaardigheid, duurzame economie. En om consortia te bouwen voor bv Regio Deal projecten die bijdragen aan brede welvaart. Stichtingen Wijland en Huis van Compassie Met deze stichtingen wordt samengewerkt om groepen inwoners te bereiken die in een relatief maatschappelijk kwetsbare positie zitten.
Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) De afdeling Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) binnen Museum de Bastei verbindt natuur- en duurzaamheidsorganisaties, scholen (PO, VO, beroepsonderwijs) en de gemeente Nijmegen. Zij leveren een aanbod aan natuur- en duurzaamheidseducatie voor de verschillende doelgroepen. In het afgelopen jaar is de afdeling NDE samengevoegd met de afdeling Steenbreek tot Groenmakers. De taken van NDE onder Groenmakers zijn hetzelfde gebleven. De volgende prestaties zijn het afgelopen jaar geleverd.
•
In totaal zijn er 310 boekingen gemaakt via de NDE gids. Daarmee zijn 10.429 basisschoolleerlingen hebben bereikt. Naast dit aantal hebben scholen ook direct bij natuurorganisaties geboekt, maar daarover hebben we geen inzicht in de aantallen.
•
Van het totaal aantal basisschoolleerlingen hebben 8.845 deelgenomen aan activiteiten aangeboden door de vijf actieve organisaties binnen de Gemeentelijke Stimuleringsregeling (Museum de Bastei, IVN natuureducatie, Natuurtuin Goffert, Boerderij Goffert en Historische tuin Warmoes).
52
•
De bereikte leerlingen zijn afkomstig van maar liefst 41 basisscholen en 2 middelbare scholen waarvan 8 scholen onder het speciaal onderwijs vallen (SBO en VSO).
•
Eén MBO student heeft bij NDE stage gelopen en één MBO student is ge-examineert voor het praktijkexamen.
•
Daarnaast heeft een groep van 6 universitaire studenten, in opdracht van NDE een behoefte onderzoek uitgevoerd bij scholen naar NDE.
• •
Er zijn 91 leskisten door de Uitleenservice van Museum De Bastei uitgeleend aan basisscholen.
•
Tijdens de juf- en meesteravond in de bibliotheek Mariënburg zijn 74 leerkrachten geïnformeerd en enthousiast gemaakt voor het NDE aanbod.
•
Landelijk hebben 27 basisscholen meegedaan aan het duurzaamheidsproject Groene Voetstappen, dat mede is georganiseerd door NDE. In totaal hebben 831 leerlingen meegedaan aan dit project.
Tijdens het evenement Watersportdagen heeft NDE een les verzorgd voor 20 verschillende basisschoolklassen.
Werkgroep Woningcorporaties (Talis, Woonwaarts, Portaal, SSHN) Hierin wordt samengewerkt over onderwerpen energie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Duurzaamheidscafés We hebben bijgedragen aan de stichting Duurzaam aan de Waal, voor het organiseren van vier duurzaamheidscafés in 2025. Dat is gelukt met een breed en divers publiek, met drie uitverkochte en 1 bijna uitverkochte avonden. G40/VNG We participeren (proportioneel) in het G40-stedennetwerk en VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Het G40-stedennetwerk is het netwerk van 41 (middel)grote steden in ons land, die elkaar vinden in de stedelijke vraagstukken waar de leden van het netwerk voor staan. De gemeente is onder meer lid van de Themagroep Duurzaamheid van de G40 waarin bijvoorbeeld ook energievraagstukken/wetgeving worden besproken en van reactie worden voorzien. European Green Capital Network Als winnaar van de European Green Capital award 2018 is Nijmegen automatisch lid van het internationale netwerk van European Green Capital award winnaars en finalisten. Dit netwerk bestaat inmiddels uit ongeveer 35 steden. Wij nemen waar mogelijk actief deel aan bijeenkomsten en workshops om kennis over duurzaamheidsthema’s op te bouwen en uit te wisselen. In 2025 was Vilnius Green Capital. ICLEI Nijmegen is lid van ICLEI, een wereldwijd netwerk van meer dan 2500 duurzame steden en regio’s.
We ondersteunen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waarvan de directeur zitting heeft in het bestuur van ICLEI Europe. De GMR heeft bijdragen geleverd aan diverse ICLEI-gerelateerde bijeenkomsten, o.a. het ICLEI World Congress en het European Urban Resilience Forum, en heeft bijgedragen aan ICLEI-sessies van de European Week of Regions and Cities. Gemeenten4GlobalGoals De Gemeente Nijmegen steunt de “Gemeenten4GlobalGoals” campagne van de VNG, ter bevordering van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Tot slot Er zijn veel reguliere contacten met diverse Bewonersorganisaties en Ondernemersverenigingen.
53
Paragraaf 5.4 Indicator CO2-uitstoot In 2021 is gekozen voor certificering door middel van de CO2prestatieladder niveau 3 om de verduurzaming van de eigen organisatie te ondersteunen (zie ook https://www.nijmegen.nl/over-de-gemeente/plannen/plan-minderco2/). Het instrument is een managementsysteem dat tot doel heeft de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie structureel te verminderen en hierover goed te communiceren. In 2022 is hiervoor voor het eerst het certificaat behaald. Jaarlijks vindt er een onafhankelijke audit plaats om te controleren of aan de certificaatseisen wordt voldaan. Inmiddels zijn de eisen voor een certificaat aangescherpt (handboek CO2-prestatieladder 4.0 trede 1). Via een onafhankelijke audit is gebleken dat we aan de nieuwe eisen voldoen en dat we het certificaat kunnen behouden. Hieronder een overzicht van de uitstoot door de jaren heen als gevolg van respectievelijk het gas – en brandstofverbruik, werkverkeer elektriciteitsverbruik/stadswarmte, en de totale uitstoot (4). De gegevens van 2025 zijn nog niet bekend. In de tabel is af te lezen dat gemeente Nijmegen 81% minder CO2 uitstoot ten opzichte van het referentiejaar 2019. Dit nagenoeg gelijk aan de uitstoot van 2023. Totale uitstoot in tonnen
2019 2020 2021 2022 2023 16.530,9 12.635,6 5.039,6 3.626,2 2.913 100% - 24% - 70% - 78% -82%
Hieronder is uitgesplitst hoe groot de uitstoot is geweest in tonnen CO2 per bron per jaar. Gemeentelijke organisatie tonnen CO2-uitstoot gebruik gas en brandstof Uitstoot 2019 2020 2021 2022 Gas 3.373,0 3.210,2 3.531,2 3.253,1 Groengas Brandstof bedrijfsmiddelen - diesel 1,3 1,2 4,8 Brandstof bedrijfsmiddelen - benzine 7,8 4,9 5,5 3,7 Brandstof wagenpark - diesel 50,5 48,8 31,4 21,1 Brandstof wagenpark - benzine 10,3 7,9 11,6 8,3 Brandstofverbruik wagenpark - HVO Brandstof wagenpark - LPG 0,4 0,5 1,1 3,3 Brandstof wagenpark - CNG 135,6 125,9 77,5 68,0 Totaal 3.578,8 3.398,2 3.659,4 3.362,4
2023 2.460 61 3,9 33,7 16,4 65,4 2.627,5
2024 2530,3 145,3 7,5 28,8 18,5
Gemeentelijke organisatie tonnen CO2-uitstoot werkverkeer Uitstoot 2019 2020 2021 Gedeclareerde kilometers 68,6 56,4 41,0 Gedeclareerde kilometers trein Gedeclareerde kilometers bus 11,6 2,5 0,0 Gedeclareerde kilometers metro Gedeclareerde kilometers tram Totaal werkverkeer 80,2 58,9 41,0
2023 54,1 2,4 56,5
2024 58,5 0,9 0,8 0 0 60,2
Gemeentelijke organisatie tonnen CO2-uitstoot gebruik elektriciteit en stadswarmte Uitstoot 2019 2020 2021 2022 2023 Elektriciteit - grijze stroom 12.639,4 8.955,1 1.123,9 Elektriciteit - groene stroom Elektriciteit - wagens 0,4 0,3 Stadswarmte/koude 232,5 223,4 215,3 196,1 215 Totaal 12.871,9 9.178,5 1.339,2 196,5 213,1
2024 0 0 1,8 224,9 226,7
54
2022 67,4 67,4
70,6 2801
2024 3.089 -81%
55
Bijlage 1: Indicatoren uit stadsrekening 2025 Indicatoren 2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Percentage hernieuwbare elektriciteit 2,2%
3,8%
4,7%
5,9%
7,6%
9,6%
14,3%
Gemiddelde benchmark
3,0%
3,9%
5,1%
7,5%
9,6%
14,3%
Omvang fijn huishoudelijk restafval (kg per inwoner) 92
91
88
88
91
81
Gemiddelde benchmark
178
162
160
157
Aantal netto toegevoegde door Stadsbeheer onderhouden bomen in de openbare ruimte -221
1462
643
924
Percentage openbaar groen dat ecologisch wordt beheerd
41,7%
2025
74
75
72
154
148
149
149
-389
1.300
1.200 1.250 1.132
basisset (BBV)
2,3%
gevraagd door raad
441
56,3%
58,2% 56,4% 57,9%
Opgesteld vermogen van zonnepanelen woningen [kW per 1.000 woningen]
0,3
0,5
0,6
0,7
0,9
1,0
Gemiddelde benchmark
0,3
0,4
0,5
0,7
0,9
1,0
Opgesteld vermogen van zonnepanelen bedrijven [kW per 1.000 bedrijven]
0,7
1,1
1,4
1,9
2,1
4,6
Gemiddelde benchmark
1,3
2,0
2,5
3,1
3,4
4,6
Percentage dat in de eigen woning regelmatig overlast van de warmte ervaart
19%
Totaal jaarverbruik gas woningen die aangesloten zijn op het gasnet (temperatuur gecorrigeerd) (miljoen m3) 92
92
94
93
91
90
82
76
Percentage woningen dat van het gas af is (warmtenet + transitie gedreven) 5,2%
6,0%
7,1%
7,5%
8,1%
8,7%
9,5%
10,5% 11,4% 12,2%
Percentage woningen met energielabel B of beter 27%
29%
31%
39%
46%
48%
53%
58%
58%
63%
Gemiddelde benchmark
26%
26%
31%
37%
42%
44%
46%
50%
50%
57%
Percentage utiliteitsgebouwen met energielabel C of beter
61%
63%
63%
62%
65%
67%
71%
73%
74%
Gemiddelde benchmark
59%
64%
66%
68%
70%
72%
75%
76%
79%
56
28%
31%
27%
63
65
Percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval 69%
69%
70%
70%
71%
73%
73%
72%
72%
Toelichting Het jaar 2025 is nog niet overal gevuld. Dit kan komen doordat de cijfers voor 2025 pas in de loop van 2026 ter beschikking komen. Dat geldt onder meer voor veel van de verplichte indicatoren, waarvoor waarstaatjegemeente.nl de bron is. Daarnaast geldt voor diverse indicatoren dat deze tweejaarlijks gemeten worden (en enkele zelfs vierjaarlijks). •
•
• •
•
• •
•
•
Gemiddelde benchmark Het gemiddelde voor de steden Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg. Percentage hernieuwbare elektriciteit Het aandeel hernieuwbare elektriciteit (zonnestroom, windenergie) in het totale stedelijke elektriciteitsverbruik. De ervaring leert dat het lang duurt voordat de cijfers bij deze indicator geactualiseerd worden. Op 10 maart 2026 was het percentage voor 2023 nog niet beschikbaar. Aantal netto toegevoegde door Stadsbeheer onderhouden bomen in de openbare ruimte Eind 2025 werden er 65.882 bomen door Stadsbeheer onderhouden, versus 64.750 eind 2024. Percentage openbaar groen dat ecologisch wordt beheerd In 2019 is de nota maaibeheer opgesteld. Vanaf dat moment zijn we in het bermbeheer meer ecologisch beheer toe gaan passen. Ecologisch groenbeheer is gericht op het behoud of het ontwikkelen van de ecologische waarden. Dit doen we in inheemse natuurlijke beplantingen zoals de bermen, poelen, watergangen, bosplantsoenen en stadsbossen. Tijdens het onderhoud houden we rekening met de omgeving en de natuurlijke processen. Dit houdt o.a.
in: geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen toepassen, gefaseerd onderhouden, rekening houden met verticale en horizontale gelaagdheid, natuurlijk afval zoals bladstrooisel en snoeihout waar mogelijk achterlaten in het gebied, behouden van beschutting voor fauna en behouden en/of versterken van diversiteit in soorten. Percentage dat in de eigen woning regelmatig overlast van de warmte ervaart De bron voor deze indicator is onze Burgerpeiling. Vanaf 2021 stellen we de vraag over het ervaren van warmteoverlast in de woning tweejaarlijks in plaats van vierjaarlijks. Percentage woningen met energielabel B of beter Dit percentage heeft betrekking op de woningen waarvoor het energielabel bekend is. Percentage utiliteitsgebouwen met energielabel C of beter Onder utiliteitsgebouwen verstaan we gebouwen als kantoren, scholen, fabrieken, ziekenhuizen e.d. (gebouwen niet zijnde woningen). Dit percentage heeft betrekking op de utiliteitsgebouwen waarvoor het energielabel bekend is. Percentage woningen dat van het gas af is (warmtenet + transitie gedreven) Het aantal woningen dat op een warmtenet is aangesloten plus het aantal woningen dat vanwege de energietransitie van het gas afgegaan is gedeeld door het totaalaantal woningen. Percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval De cijferreeks is t.o.v.
voorgaande jaren iets aangepast; de ‘nascheiding’ van grof restafval en bouw- en sloopafval is niet meer meegerekend.
57