Milieujaarverslag 2023
Tekst van het document
Met andere vrijwilligers hebben we een vleermuismonitoring opgezet (BAT024). We optimaliseren de uitvoering op het gebied van riolering en water We hebben in 2023 als innovatie met drones duikers geïnspecteerd. Deze methode was succesvol en bespaarde kosten. Daarnaast zijn wij gestart met diverse onderzoeken. Een onderzoek naar de reinigingsmethode van de infiltratieriolen heeft nu al geleid tot verbeterde inzichten en mogelijke kostenreducties voor het beheer. luiermateriaal. De gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal verloopt voorspoedig. Onze inwoners weten de containers in de openbare ruimte, bij kinderdagverblijven en milieustraten steeds beter weten te vinden. Met projecten stimuleerden we de circulaire economie in onze regio In 2023 voerden we verschillende activiteiten uit om de circulaire economie te versnellen. Een paar voorbeelden: We zijn gestart met het opzetten van een collectief afvalinzamelingsysteem bij het Nymaterrein. We hebben een succesvol pilotproject opgezet voor de inzameling en verwerking van verfresten waarbij circa 2.500 liter verf werd ingeleverd en verwerkt tot nieuwe verf. Op 18 januari 2023 is een Green Deal gesloten tussen bedrijven en overheid waarmee ingezet wordt om bedrijventerrein TPN-West te verduurzamen.
Binnen de ontwikkeling van het stationsgebied hebben we het nieuwbouwproject bij de Hezelpoort (‘Duet’) aanbesteed op circulariteit en meten we het ontwerp in samenwerking met de Groene Metropoolregio door met de Circulaire Impactladder. Het Nymakwartier wordt een sprekend voorbeeld van circulair hergebruik van gebouwen door jonge bedrijven. Daarnaast organiseerden we verschillende programma’s in de Week van de Circulaire economie en hebben we bijgedragen aan het Lifeport festival circulair. Hier werden verschillende initiatieven vanuit de regio gepresenteerd in het teken van zorg.
40
Met onze aanbestedingen versnellen we de transitie naar een circulaire grond-, weg-, en waterbouw (GWW) In 2023 hebben we bij de vervanging van houten bruggen in Nijmegen Noord het gunningscriterium opgenomen om zoveel mogelijk tweedehands hout te gebruiken. Voor onze bruggen is tweedehands hout gebruikt uit eerdere projecten. Ook hebben we in 2023 samen met de Groene Metropoolregio een start gemaakt met een regionale materialenbank en blijven we bij het onderhoud van asfalt en beton erop inzetten om het percentage hergebruikt en biobased materiaal verder te verhogen.
Paragraaf 5.2 Verduurzaming en aardgasvrije gemeentelijke vastgoedportefeuille Verbruik gas en elektriciteit In het kader van de energietransitie zet de gemeente in op het verminderen van het verbruik van gas en elektriciteit. Er wordt alleen regionaal opgewekte groen elektriciteit ingekocht waarbij sinds 2023 bij de opwek geen biomassa is gebruikt. Bij de inkoop van gas is afgesproken dat steeds meer wordt overgeschakeld naar groen gas. In onderstaande tabel staan de verbruiksgegevens over de afgelopen jaren. Jaar
Gas m³
Elektriciteit kWh
2023
1.528.411
25.473.297
2022
1.608.026
23.171.141
2021
1.874.311
22.459.768
2020
1.703.922
23.009.069
2019
1.784.635
24.343.996
2018
2.090.128
25.152.709
Peildatum verbruikscijfers 01-02-2024. Door mutaties, later opgenomen meterstanden, en correcties kunnen verbruikscijfers (beperkt) wijzigen gedurende opeenvolgende kalenderjaren.
Er wordt sinds enige jaren gewerkt met een meerjarenplan dat is opgesteld voor verduurzaming van het vastgoed en dat moet leiden tot minder CO2-uitstoot en aardgasvrij voor 2036. Om een duurzame en aardgasvrije vastgoedportefeuille te realiseren zal het energieverbruik zoveel als mogelijk worden beperkt en daar waar mogelijk wordt energie opgewekt (zonnepanelen). Daarnaast worden de panden afgekoppeld van het aardgas. Na het uitvoeren van deze maatregelen blijft er een restenergiebehoefte bestaan (bij de eigen panden kan niet zoveel energie worden opgewekt als er wordt verbruikt). De benodigde energie die niet zelf kan worden opgewekt, zal lokaal en duurzaam worden ingekocht. Om het doel te realiseren is de opgave opgesplitst in twee onderdelen: gebouwaanpassingen en bewustwording van energieverbruik. De gebouwaanpassingen, zoals bijvoorbeeld na-isoleren van vloeren, gevels en daken, ledverlichting, energiemanagementsystemen en warmtepompen, zullen worden uitgevoerd op natuurlijke momenten. Het belangrijkste natuurlijke moment is het onderhoud aan een pand. Jaarlijks worden op basis van de onderhoudsplanning verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd. Andere natuurlijke momenten zijn verbouwingen, lokale initiatieven (warmtenetten), wettelijke verplichtingen of duurzaamheidspilots.
Jaarlijks wordt onderzocht welke van deze momenten zich aandienen en op basis daarvan wordt het duurzaamheidsjaarplan opgesteld. In 2023 is wederom geïnvesteerd in initiatieven op het gebied van duurzaamheid, klimaat en de uitvoering van de asbestbeheerplannen. Er is, door te koppelen aan natuurlijke vervangmomenten, 1,2 miljoen uitgegeven aan niet-
41
revolverende maatregelen, en voor circa € 636.000 aan revolverende maatregelen. Door het uitvoeren van de duurzaamheids- en klimaatvoorzieningen, met name het aanbrengen van LED verlichting, isolatie en energiemanagement op installatieniveau, zijn de gebouwen duurzamer geworden en neemt het energieverbruik af. Tevens is daarmee invulling gegeven aan de wettelijke eisen ten opzichte van energie-labels enerzijds en duurzaamheidsambities van de gemeente anderzijds. Er zijn circa 20 panden verduurzaamd waardoor deze panden ook voldoen aan de Erkende Maatregelen Lijst voor verduurzaming van panden met een grootverbruik (EML). Energielabels gemeentelijk vastgoed In totaal hebben 188 panden een energielabel. Een nieuw energielabel wordt aangevraagd als het oude verlopen is, of als dat vanuit wetgeving nodig is (bijv. label C-verplichting voor kantoren). In 2023 is voor een tiental panden een aanvraag gedaan voor een energielabel. T.o.v. 2022 zijn er in de categorie A+++ en A+ panden bijgekomen. Hieronder een diagram met het aantal panden per label
Paragraaf 5.3 Verduurzaming via samenwerkingsverbanden en netwerken We streven naar een aantrekkelijke duurzame toekomst voor iedereen. Dat vergt de komende decennia transities op gebied van energie, mobiliteit, afval, materiaalgebruik, voedselsystemen, natuurbehoud en biodiversiteit. Ook in en rond Nijmegen. Deze grote maatschappelijke opgaven willen we en kunnen we alleen samen realiseren, vanuit een brede sociale basis. Dat stimuleren we door lokale duurzaamheidsnetwerken en -initiatieven actief te steunen en door kennis te vergroten met deelname aan enkele internationale netwerken. We hopen zo het verduurzamen van de samenleving te versnellen. Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is, als opvolger van de regio Arnhem-Nijmegen, op 1 januari 2021 van start gegaan. Onze regio bestaat uit achttien gemeenten. De groene Metropoolregio werkt aan vijf opgaven: Circulaire regio, Productieve regio, Ontspannen regio, Groene groeiregio en Verbonden regio. Met een regionale agenda wordt hier vorm en inhoud aan gegeven. De achttien gemeenten beslissen elk over deelname aan deze opgaven, de beschikbare middelen en het mandaat dat aan de uitvoering ervan wordt meegegeven. In de regio en
42
maar ook richting ‘Den Haag en Brussel’ profileren we ons als dé Groene Metropoolregio van Nederland en als (inter)nationale circulaire topregio 2050. Circulaire regio Eén van de opgaven van de Groene Metropoolregio is de Circulaire Regio. In de Circulaire Regio werken we samen met de regio aan vier speerpunten: (1) circulaire bouw en infra, (2) circulaire economie grondstoffen en ketens, (3) water en klimaatadaptatie en (4) transitie naar duurzame energie. Met deze agenda wil de Groene Metropoolregio dé circulaire regio van Nederland worden. Door onze krachten in de regio te bundelen, kunnen we daadwerkelijk een versnelling maken. Zo zetten we onze gezamenlijke inkoopkracht in om de grond-, weg en waterbouw steeds duurzamer aan te besteden en werken we samen aan een agenda om conceptueel en circulair te bouwen in de praktijk te brengen. Gemeente Nijmegen is voorzitter en bestuurlijk opdrachtgever voor de opgave Circulaire Regio. Dar en MARN Samen met 6 regiogemeenten is Nijmegen aandeelhouder in Dar NV en via de gemeenschappelijke regeling MARN in de afvalenergiecentrale ARN bv. Binnen Dar werken we in gezamenlijkheid aan een efficiënte inzamelstructuur en recycling voor de huishoudelijke afvalstromen. ARN is een belangrijke partner vom de energietransitie in onze regio mede vorm en inhoud te geven.
Via-T Via-T is een publiek-private samenwerking om te komen tot hét (kennis)centrum voor vakmanschap, innovatie en duurzaamheid in de regio. De gemeente Nijmegen is partner in de ontwikkeling van het centrum en wethouder Duurzaamheid is lid van de stuurgroep. Er is 1 miljoen gereserveerd voor de realisatie. Daarmee willen we een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor opgaven op het gebied van circulaire (woning)bouw, tekort aan technisch personeel en innovatie door bedrijven. Het NYMA-terrein is de beoogde locatie van het pand. Stimuleren van duurzame inwonersinitiatieven Het stimuleren van duurzame inwonersinitiatieven is in 2023 voortgezet met het project “aanjagen van duurzame inwonersinitiatieven”. Dat is aanbesteed aan Wiltgroei voor de periode 2022-2024. In 2023 is de experimentele aanpak van het project, gericht op sociale cohesie als belangrijke drager voor fysieke duurzaamheidstransities, aangepast voor een nieuw experiment in 2024. Het eerste in 2022 gestarte traject in de wijk Leuvensbroek is vrijwel afgerond. Netwerk Kleurrijk Groen We hebben in 2023 bijgedragen aan voortzetting van het in 2018 ontstane Netwerk Kleurrijk Groen, dat o.a. heeft gezorgd voor festival Di-Vers, een leergang over duurzaamheidsthema’s, voorlichting over energiebesparing en het in contact brengen van mensen met diverse culturele achtergronden met de (regionale) natuur.
Netwerk Kleurrijk Groen is een belangrijke stimulans voor inclusieve duurzaamheid. Duurzaamheidscafés We hebben ook bijgedragen aan de stichting Duurzaam aan de Waal, voor het organiseren van vier duurzaamheidscafés in 2023. Dat is gelukt met een breed en divers publiek. Groene Vrijdag We hebben in 2023 geen vervolg meer gegeven aan Groene Vrijdag. Er is een verkenning uitgevoerd naar een eventueel alternatief in een heel andere vorm dan een evenement. Er zijn geen stappen gezet richting dat eventuele alternatief.
43
European Green Capital Network Als winnaar van de European Green Capital award 2018 is Nijmegen automatisch lid van het internationale netwerk van European Green Capital award winnaars en finalisten. Dit netwerk bestaat inmiddels uit ongeveer 35 steden. Wij nemen actief deel aan bijeenkomsten en workshops om kennis over duurzaamheidsthema’s op te bouwen en uit te wisselen. In 2023 zijn we aanwezig geweest bij een fysieke netwerkbijeenkomst in Tallinn European Green Capital 2023, om daar het 5 year report van Nijmegen European Green Capital 2018 te presenteren. Namens het European Green Capital Network heeft wethouder Van Elferen een bijdrage geleverd aan een sessie van de European Week of Regions and Cities in Brussel. ICLEI Nijmegen is lid van ICLEI, een wereldwijd netwerk van meer dan 2500 duurzame steden en regio’s. We ondersteunen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waarvan de directeur zitting heeft in het bestuur van ICLEI Europe. De GMR heeft bijdragen geleverd aan diverse ICLEI-gerelateerde bijeenkomsten, o.a. het ICLEI World Congress en het European Urban Resilience Forum, en heeft bijgedragen aan ICLEI-sessies van de European Week of Regions and Cities. Gemeenten4GlobalGoals De Gemeente Nijmegen steunt de “Gemeenten4GlobalGoals” campagne van de VNG, ter bevordering van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.
Rondom de internationale SDG action day hebben we op 25 september deelgenomen aan de Gemeenten4GlobalGoals vlaggendag met het door wethouder Brom hijsen van de SDG-vlag op het stadhuis en het publiceren van een boodschap van het College over impact ondernemen.
Paragraaf 5.4 Indicator CO2-uitstoot In 2021 is gekozen voor certificering de CO2prestatieladder niveau 3 om de verduurzaming van de eigen organisatie te ondersteunen. Het instrument is een managementsysteem dat tot doel heeft de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie structureel te verminderen door elk jaar de CO2-footprint te monitoren én energieen brandstofbesparende maatregelen te treffen. In 2022 is hiervoor het certificaat behaald. Hieronder een overzicht van de uitstoot door de jaren heen als gevolg van respectievelijk het gas – en brandstofverbruik (1), elektriciteitsverbruik en stadswarmte (2), werkverkeer (3) en de totale uitstoot (4). De gegevens van 2023 zijn nog niet bekend. 1. Gemeentelijke organisatie uitstoot 1: tonnen CO2-uitstoot gebruik gas en brandstof 2019 2020 2021 2022 Gas 3.373,0 3.210,2 3.531,2 3.253,1 Brandstof bedrijfsmiddelen - diesel 1,3 1,2 4,8 Brandstof bedrijfsmiddelen - benzine 7,8 4,9 5,5 3,7 Brandstof wagenpark - diesel 50,5 48,8 31,4 21,1 Brandstof wagenpark - benzine 10,3 7,9 11,6 8,3 Brandstof wagenpark - LPG 0,4 0,5 1,1 3,3 Brandstof wagenpark - CNG 135,6 125,9 77,5 68,0 Totaal 3.578,8 3.398,2 3.659,4 3.358,7 2.
Gemeentelijke organisatie uitstoot 2: tonnen CO2-uitstoot gebruik elektriciteit en stadswarmte 2019 2020 2021 2022 Elektriciteit - grijze stroom 12.639,4 8.955,1 1.123,9 0,4 Elektriciteit - groene stroom Elektriciteit - wagens -
44
Stadswarmte/koude Totaal
232,5 223,4 215,3 196,1 12.871,9 9.178,5 1.339,2 196,5
Gemeentelijke organisatie tonnen CO2-uitstoot werkverkeer 2019 2020 Gedeclareerde kilometers 68,6 56,4 Gedeclareerde kilometers trein Gedeclareerde kilometers bus 11,6 2,5 Gedeclareerde kilometers metro Gedeclareerde kilometers tram Totaal werkverkeer 80,2 58,9
2021 41,0 0,0 41,0
2022 67,4 67,4
Gemeentelijke organisatie tonnen totale CO2-uitstoot en voortgang 2019 2020 2021 2022 Uitstoot 1, uitstoot 2 en werkverkeer 16.530,9 12.635,6 5.039,6 3.626,2 Absolute voortgang 100% - 24% - 70% - 78%
45
Bijlage 1: Indicatoren uit stadsrekening 2022 Duurzaamheid 2014
2015
2016
2017
2018
2019 2020
Percentage hernieuwbare elektriciteit
0,4%
0,8%
1,5%
4,1%
4,7%
5,9% 8,4%
Gemiddelde benchmark
1,3%
1,6%
2,2%
3,0%
3,9%
5,3% 7,9%
Aantal zonne-energie installaties op woningen en bedrijven per 1.000 inwoners 12,3
16,9
22,3
29,0
39,6
55,7
Gemiddelde benchmark
14,4
19,6
26,2
35,4
47,6
Opgesteld vermogen van zonnepanelen op woningen en bedrijven (kW per 1.000 inwoners) Gemiddelde benchmark
10,2
Opgesteld windvermogen (op Land) (MW)
2021
2022
70,7
86,8
93,5
62,3
77,3
86,3
0,2
0,3
0,4
0,3
0,4
0,5
10
10
10
10
10
10
Gemiddeld elektriciteitsverbruik voor woningen (kWh)
2.640
2.620
2.540
2.470
2.390
2.380 2.440
2.470
Gemiddelde benchmark
2.738
2.724
2.654
2.624
2.528
2.471 2.494
2.534
Gemiddeld standaardjaarverbruik gas voor woningen (temperatuurgecorrigeerd) (m3)
1.280
1.230
1.200
1.230
1.200
1.150 1.150
1.150
Gemiddelde benchmark
1.254
1.186
1.168
1.169
1.163
1.133 1.130
1.128
3,8%
5,4%
7,0%
7,3%
7,8% 8,2%
8,7%
Percentage woningen aangesloten op stadsverwarming
17,2
Percentage woningen met energielabel B of beter
22%
24%
27%
29%
31%
39%
46%
48%
Gemiddelde benchmark
21%
23%
26%
26%
31%
37%
42%
44%
Percentage utiliteitsgebouwen met energielabel C of beter
61%
63%
63%
62%
65%
67%
Gemiddelde benchmark
59%
64%
66%
68%
70%
72%
Aantal (semi)publieke laadpunten voor elektrische auto's
385
534
710
1011
Gemiddelde benchmark
539
676
841
1236
91
81
Omvang fijn huishoudelijk restafval (kg per inwoner)
117
104
92
91
88
88
Gemiddelde benchmark
192
185
179
163
160
156
Percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval
67%
70%
73%
72%
72%
72%
153 73%
74%
Toelichting • Percentage utiliteitsgebouwen met energielabel C of beter Onder een utiliteitsgebouw verstaan we gebouwen als kantoren, scholen, fabrieken, ziekenhuizen e.d. (gebouwen niet zijnde woningen). Het aantal Nijmeegse utiliteitsgebouwen waarvoor een label bekend is, is gestegen van 440 in 2016 naar 1.395 in 2021. • Percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval De nascheiding van afval is meegerekend; denk aan nascheiding van grof restafval en bouw- en sloopafval. • Gemiddelde benchmark Het gemiddelde voor de steden Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg.
46
47