CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Luchtkwaliteit Jaarrapportage 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 18 december 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D12 d.d. 29 oktober 2024 over Jaarrapportage luchtkwaliteit11.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarrapportage luchtkwaliteit gemeente Nijmegen 2024

1

Samenvatting De gemeente Nijmegen werkt aan een veilige en gezonde leefomgeving voor haar inwoners. Luchtkwaliteit is daarbij een belangrijk thema. Met het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2020-2030 zijn er 29 maatregelen opgesteld om een positieve bijdrage te leveren aan de luchtkwaliteit in Nijmegen. In deze jaarrapportage wordt een toelichting gegeven op de status van de maatregelen in hoofdstuk 2. In een overzichtelijke tabel wordt met kleur aangegeven wat de status is. In de bijlagen wordt met tekst uitgebreid toegelicht wat er gebeurd is op deze maatregelen. In Nijmegen wordt ook de luchtkwaliteit op diverse locaties gemeten. In deze jaarrapportage worden de metingen uit 2023 besproken, omdat dat de meest recente metingen zijn. Voor zowel stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) nemen de waarden gestaag af. Voor roet is afgesproken dat de concentratie met 40% omlaag moest gaan ten op zichtte van 2015. Deze roetreductie norm is gehaald. In hoofdstuk vier wordt omschreven dat er een aantal knelpunten zijn om de nieuwe wettelijke EU-grenswaarden die in 2030 ingaan te halen. Op een aantal drukke wegen in Nijmegen zullen de waarden voor stikstofdioxide hoger uitvallen. Naast het beleid voor luchtkwaliteit in Nijmegen, spelen er ook andere factoren een rol in het beeld voor de toekomst.

In hoofdstuk 5 worden een aantal ontwikkelingen toegelicht zoals netcongestie, het landelijke beleid, de mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van TPN-West. Dit zijn zowel kansen als risico’s voor de luchtkwaliteit in Nijmegen. In het concluderende hoofdstuk beschrijven we dat er extra inspanning geleverd moet worden om de nieuwe richtlijnen in 2030 te halen. Het voorstel is om in 2025 het uitvoeringsprogramma te evalueren en waar nodig aan te scherpen.

2

Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................................................................................2 1

Inleiding ......................................................................................................................................................................4

2

Voortgang van de maatregelen .................................................................................................................................5

3

Resultaten van luchtkwaliteitsmetingen 2023 .........................................................................................................7 3.1 Stikstofdioxide ..........................................................................................................................................................7 3.2 Fijnstof .......................................................................................................................................................................8 3.3 Roet (BC)....................................................................................................................................................................9

4

Knelpunten wettelijke grenswaarden .....................................................................................................................11 4.1 Gevolgen van de nieuwe Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland ......................................................11 4.3 Tweede voortgangsmeting SLA .............................................................................................................................12 4.4 Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)......................................................................................12 4.4 WHO-advieswaarden ..............................................................................................................................................13

5

Doorkijk naar de toekomst ......................................................................................................................................15

6

Conclusie en aanbevelingen ....................................................................................................................................19

Bijlage ................................................................................................................................................................................20 1

Werken aan schoner vervoer ............................................................................................................................20

2

Minder uitstoot door schepen ..........................................................................................................................22

3

Schone Nijmeegse bedrijven ............................................................................................................................23

4

Een gezonde inrichting van de stad .................................................................................................................24

5

Wat doen we nog meer? ....................................................................................................................................25

6

Monitoring .........................................................................................................................................................25

Literatuurlijst ....................................................................................................................................................................28

3

1 Inleiding De gemeente Nijmegen werkt aan een veilige en gezonde leefomgeving voor haar inwoners. Luchtkwaliteit is daarbij een belangrijk thema. De Omgevingsvisie onderstreept niet voor niets het belang van goede luchtkwaliteit vanwege de positieve invloed op de gezondheid van de Nijmegenaren. Op basis van ons bestaande beleid in “Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit; Uitvoeringsprogramma 2020–2030” en de acties uit het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) zetten we concrete stappen op de belangrijkste bronnen wegverkeer, binnenvaart, industrie en houtstook. Met alle bronnen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit zijn we actief bezig en zo werken we aan schonere lucht in de stad. Jaarlijks rapporteren we over de luchtkwaliteit en geven we een update over de voortgang van ons uitvoeringsprogramma. In deze jaarrapportage Luchtkwaliteit komt een aantal zaken aan bod: allereerst een tabel met de voortgang op de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma. In de bijlage is een uitgebreide stand van zaken over de maatregelen te vinden. Daarnaast komt ook de gemeten luchtkwaliteit in Nijmegen in 2023 aan bod. De gegevens hiervan over 2024 zijn nog niet beschikbaar, dus hier worden de meetgegevens tot en met 2023 besproken. Ook wordt er uitgebreid ingegaan op de implicaties van de huidige ontwikkelingen op de voorspelling van de luchtkwaliteit in 2030.

De gemeenteraad is op 2 april 2024 geïnformeerd over de nieuwe EU-grenswaarden die eraan zitten te komen met een uitgebreide raadsbrief1. De nieuwe EU-grenswaarden voor fijnstof (PM2,5 & PM10) en stikstofdioxide (NO2) gaan omlaag voor 2030 om in 2050 ‘Zero Pollution’ te kunnen bereiken. Daarnaast wordt het streven naar de WHOadvieswaarden genoemd als doel. Deze rapportage neemt de uitgangspunten daaruit mee in het hoofdstuk met doorkijk naar 2030. In deze rapportage worden ook een aantal toezeggingen en een raadsmotie besproken. De raad is toegezegd in Q1 op de hoogte te worden gesteld van de stand van zaken van de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 2 staat een overzichtstabel en in de bijlage worden de maatregelen verder toegelicht. Met deze jaarrapportage wordt deze toezegging afgedaan. De raadsmotie ‘WHO-normen zijn er niet voor niks’ (231101.08) verzoekt het college om te rapporteren of er aanvullende maatregelen nodig zijn om de WHO-advieswaarden te gaan halen. Omdat er nog een aantal onzekerheden bleven bestaan over de nieuwe EU-grenswaarden hebben we besloten dat we dat nu samenvoegen met de jaarrapportage over 2024. In augustus 2024 heeft het college toegezegd de raad jaarlijks te rapporteren over houtstook. In de begeleidende brief bij deze rapportage is hier al op ingegaan. Binnen deze rapportage gaan de maatregelen 19 en 20 hierop in.

Ook deze toezegging is hiermee afgedaan. Komend jaar gaan we aan de slag met het tussentijds evalueren van het uitvoeringsprogramma. We zijn dan op de helft van de uitvoeringstermijn en kijken naar waar we staan met de maatregelen. We zullen bezien of er maatregelen bij moeten of af kunnen, aangescherpt kunnen worden of al voltooid zijn. Daarnaast zullen we komend jaar onderzoeken of en in welke vorm het uitvoeringsprogramma een (thematisch) programma onder de omgevingsvisie kan worden. Leeswijzer In deze jaarrapportage wordt allereerst de voortgang op de maatregelen van het uitvoeringsprogramma 20202030 besproken. Vervolgens laten we zien waar de luchtkwaliteit in Nijmegen staat in 2023. In hoofdstuk 4 gaan we in op de nieuwe EU-grenswaarden en de implicaties daarvan voor onze stad. Daarna lopen we de verschillende grens- en advieswaarden van de EU en de WHO langs. Als laatste kijken we in hoofdstuk 6 door naar de toekomst. Wat zit er nog meer aan te komen? Welke andere ontwikkelingen kunnen effecten gaan hebben op de luchtkwaliteit van Nijmegen en is het nodig daar maatregelen op in te zetten.

Document Nijmegen - Brief aan de raad EU-grenswaarden luchtkwaliteit en uitstel voortgangsrapportage luchtkwaliteit 2024 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 1

4

2 Voortgang van de maatregelen Het uitvoeringsprogramma bestaat uit 29 maatregelen, verdeeld over 6 aandachtsgebieden. In dit hoofdstuk staat een tabel waarin alle maatregelen met de planning en een korte toelichting staan. In de laatste kolom van de tabel geeft een kleurcode aan wat de status is. Groen betekent dat de maatregel in uitvoering is, oranje geeft aan dat de maatregel vertraging heeft of anders wordt uitgevoerd dan dat de bedoeling was. Rood geeft aan dat een maatregel niet meer uitgevoerd gaat worden. In de bijlage staat per maatregel een uitgebreidere toelichting van de stand van zaken. Voor de leesbaarheid van het hele document is ervoor gekozen om in deze tabel te werken met kleuren voor een snelle eerste indruk. Tabel 1 Overzicht van de status en planning van de 29 maatregelen met een korte toelichting Maatregel

Planning

Korte toelichting

2025

In uitvoering

Instellen zero-emissiezone stadlogistiek 2 centrum, Hof van Holland en Campus Heijendaal

2025

In voorbereiding

3 Convenant met logistieke bedrijven

2025

Gaat in andere vorm door, wordt opnieuw onderzocht

4 Duurzame OV-concessie

2022

Onzeker door oa netcongestie

5 Duurzame concessie doelgroepenvervoer

doorlopend

In uitvoering, in toekomst mogelijk hinder door netcongestie

6 Verduurzamen gemeentelijk wagenpark

doorlopend

In uitvoering

2025

In voorbereiding

doorlopend

Vertraging door netcongestie

doorlopend

Wacht voor invoering op landelijke nieuwe regels

2025

In de onderzoeksfase

Status

Werken aan schoner vervoer

1

7

Maatregel 1. Toevoegen logistieke groene

hubs

Weren van brommers en snorfietsen van voor 2011 Minder uitstoot van schepen

8 Aanleg walstroom 9

Korting op haven- en overslaggelden voor schone schepen

10 Beperken toegang havenbekkens 11

Realiseren van een Energy Transhipment Hub Nijmegen (ZES)

2025

Bestemmingsplan is goedgekeurd, vervolg in uitvoering

12

RHINE (varen op waterstof/CONDOR project)

2028

In voorbereiding

13 Stimuleren nageschakelde technieken

doorlopend

In uitvoering

14 Lobby voor een schone scheepvaart

Doorlopend

In uitvoering

15 Meetnet luchtverontreiniging langs de Waal

doorlopend

Minder noodzakelijk door ontgassingsverbod

5

Schone Nijmeegse bedrijven

16

Inzet LNG als brandstof voor trucks en schepen

doorlopend

LNG is geen reële alternatieve brandstof meer, alternatieven worden onderzocht

17

Vergunningverlening en handhaving bij bedrijven

doorlopend

In uitvoering

18

Subsidie ZZP en MKB voor aanschaf schone voertuigen

2020 – 2024

De regeling is in uitvoering, maar wordt niet gebruikt. We zoeken een alternatief.

doorlopend

In uitvoering

20 Stookverbod in wijken en havens

Doorlopend

Er komt voorlopig geen verbod op houtstook vanwege uitdagingen op het gebied van handhaving.

21 Bescherming kwetsbare groepen

Doorlopend

In uitvoering

Mobiele werktuigen en machines emissievrij

Doorlopend

In uitvoering

23 Green deal duurzaam GWW

doorlopend

In combinatie met maatregel 22

24 Duurzame evenementen

Doorlopend

In uitvoering

Doorlopend

Minder elektrische voertuigen mogelijk door netcongestie

26 Meetnet luchtkwaliteit

Doorlopend

In uitvoering

27 Wagenparkscan

Doorlopend

In uitvoering

Doorlopend

Resultaten beschreven in hoofdstuk 4

jaarlijks

In uitvoering

Een gezonde inrichting van de stad 19 Lokale acties houtstook

22

Wat doen we nog meer?

25 Duurzame afvalinzameling Monitoring

28 Modelberekeningen 29

Monitoring, rapportage en bijstelling programma

6

3 Resultaten van luchtkwaliteitsmetingen 2023 De luchtkwaliteit wordt in Nijmegen op verschillende manieren gemeten. Deels als onderdeel van het Landelijk Meetnet Luchtverontreiniging (LML van RIVM). Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen sinds 2005 ook een eigen meetnet. In het Nijmeegs meetnet worden aanvullende metingen verricht op een groot aantal locaties voor stikstofdioxide om verschillen in de stad preciezer te kunnen bepalen. Via de website Nijmegen West en Weurt zijn alle locaties en resultaten van het Nijmeegse netwerk te vinden. De twee belangrijkste stoffen die voor de luchtkwaliteit gemeten worden zijn stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10). Deze worden hieronder verder toegelicht. In het volgende hoofdstuk worden de implicaties van deze metingen en trends besproken voor de toekomst van Nijmegen. Nijmegen heeft in 2016 een roetreductienorm opgesteld. Omdat hier een rapportageverplichting bij komt kijken is ook roet meegenomen in dit hoofdstuk. We staan in de jaarrapportage ook regelmatig stil bij andere stoffen zoals benzeen en PAKs (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Deze zijn niet standaard in het meetnet opgenomen en worden op projectmatige basis gemeten. In 2023 is dit echter niet gemeten en deze stoffen worden dus ook niet gerapporteerd. Vanaf 2024 wordt benzeen wel weer (structureel) gemeten.

3.1 Stikstofdioxide Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat in Nederland voor een groot gedeelte door het autoverkeer wordt geproduceerd. Het is daarom een belangrijke indicator voor de luchtverontreiniging door verkeer. Langs drukke wegen komen hoge concentraties voor die afnemen tot lage concentraties naarmate verder van de weg wordt gemeten. Om hier inzicht in te krijgen staan gemeente Nijmegen twee LML meetstations; één aan de Graafseweg (hier wordt vooral het effect van verkeer gemeten) en één aan de Ruyterstraat (dit station meet de achtergrondconcentratie dus zonder de invloed van het verkeer). In figuur 1 staan de gemeten jaargemiddelden van stikstofdioxide op twee meetpunten van het LML weergegeven. De blauwe lijn geeft het effect van het verkeer op de Graafseweg weer, tegenover de achtergrondconcentratie van de Ruyterstraat in het groen. De groene stippellijn geeft de huidige wettelijke grenswaarde aan. De donkerblauwe stippellijn daaronder representeert de nieuwe EU-grenswaarde die in 2030 gaat gelden en lichtblauw geeft de WHO-advieswaarde aan. In de grafiek is te zien dat de trend dalend is; de concentratie stikstofdioxide in de lucht neemt af. Sinds de laatste metingen in 2023 zelfs onder aanstaande EU-grenswaarde. In 2020 is een duidelijke daling te zien, die het jaar daarna weer even stijgt.

Dit is het effect van de coronapandemie; er waren toen beduidend minder verkeersbewegingen.

Figuur 1 Trend jaargemiddelde uurwaarde NO2 concentratie (µg/m3)

7

In figuur 2 is hetzelfde beeld te zien voor de meetwaarden uit het meetnetwerk van de gemeente. De concentratie stikstofdioxide neemt op alle plekken af. De achtergrondconcentratie in het groen als laagst en de concentratie langs drukke wegen in het centrum het hoogst. De daling van stikstofdioxide is het resultaat van het schoner worden van verschillende voertuigen, zowel van de scheepvaart, het wagenpark en het verkeer. De zogenaamde autonome verschoning; het steeds minder uitstoten van stikstofdioxide door wegverkeer.

Figuur 2 Verloop jaargemiddelde NO2-concentratie (µg/m3)

3.2 Fijnstof In de figuren 3 en 4 worden de fijnstof concentraties weergegeven. In figuur 3 is zichtbaar dat voor PM10 alleen nog maar wordt gemeten op de Graafseweg en niet meer op de Ruyterstraat. Ook voor beide categorieën fijnstof is zichtbaar dat de trend dalend is, al daalt deze minder sterk dan voor stikstof. Hieruit kunnen we concluderen dat voor fijnstof verkeer niet de belangrijkste bron is, anders zouden we eenzelfde afname in concentratie verwachten. Onder andere het stoken van hout en vooral de achtergrondconcentratie van buiten Nijmegen zijn belangrijke bronnen van fijnstof. Wel is zichtbaar dat we voor beide categorieën fijnstof ruim onder de wettelijke grenswaarde zitten en sinds 2022 ook onder de nieuwe EU-grenswaarden.

8

Figuur 3 Trend jaargemiddelde uurwaarde PM10 concentratie

Figuur 4 Trend jaargemiddelde uurwaarde PM2,5 concentratie

3.3 Roet (BC) In Nijmegen is afgesproken dat er in 2022 een reductie van 40% uitstoot van roet (BC) ten opzichte van 2015 bereikt zou moeten worden, de zogenaamde roetreductienorm. Ook hiervoor zijn de gegevens van de meetstations van het LML gebruikt. In grafiek 5 is te zien dat de roetreductienorm bij het station aan de Graafseweg al in 2020 bereikt is. Het achtergrondstation heeft in 2023 de roetreductienorm van 40% gehaald.

9

Figuur 5 Trend jaargemiddelde uurwaarde roet (BC) concentratie

10

4 Knelpunten wettelijke grenswaarden Met ingang van 2030 worden de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit aangescherpt. In dit hoofdstuk zetten we kort uiteen wat deze aanscherpingen inhouden. We gaan dieper in op de haalbaarheid van deze nieuwe grenswaarden. Hierbij baseren we ons op de meeste recente prognoses van het RIVM. We gebruiken de meest recente gegevens om te berekenen in hoeverre in 2030 de nieuwe grenswaarden worden overschreden. We doen dit specifiek voor Nijmegen met behulp van het landelijke Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). We proberen hiermee duidelijk te maken, op basis van meeste recente inzichten, voor welke uitdagingen Nijmegen staat richting 2030. We eindigen dit hoofdstuk met een korte doorkijk naar welke uitdagingen er nog meer zouden zijn wanneer we niet alleen de aangescherpte wettelijke grenswaarden willen halen in 2030, maar ook de WHO-advieswaarde van 2021.

4.1 Gevolgen van de nieuwe Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland Op 26 oktober 2022 heeft de Europese Commissie voorgesteld om de Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn van 2008 meer in lijn te gaan brengen met de voortschrijdende wetenschappelijke inzichten met betrekking tot gezondheidseffecten door luchtverontreiniging. Deze nieuwe EU-grenswaarden zijn meer in lijn met de WHOadvieswaarden van 2021.

Tabel 2: overzicht grens- en advieswaarden NO2 en fijnstof

De nieuwe EU-grenswaarde moeten per 2030 in werking treden. De lidstaten hebben tot 2029 tijd om eventueel een derogatie-regeling aan te vragen. Dat zou kunnen betekenen dat er bijvoorbeeld voor specifieke plekken uitzonderingen gemaakt mogen worden. Dit is met de voorwaarde dat er een plan wordt opgesteld hoe de luchtkwaliteitsnormen zo snel mogelijk bereikt gaan worden. Daarnaast is besloten dat de lidstaten in de wetgeving op moeten nemen dat burgers en belanghebbenden toegang krijgen tot de rechtbank. Zij hebben recht op compensatie als gevolg van gezondheidsschaden als lidstaten intentioneel of door te beperkte inspanningen de doelen niet bereiken. Dit is nieuw ten opzichte van de oude wetgeving. In het geval dat burgers in gelijk worden gesteld kan dit betekenen dat álle projecten die een negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit (tijdelijk) worden stopgezet. Op 13 december 2022 heeft de Nederlandse regering het RIVM gevraagd om de haalbaarheid van de nieuwe EUgrenswaarden voor de concentraties fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) en de streefwaarde voor ozon te onderzoeken. Uit dit onderzoek volgt dat: • op wijkniveau (representatief voor gemiddelde bevolkingsblootstelling) de grenswaarden in 2030 haalbaar lijken. Er wordt hierbij in kaartvierkanten (250x250 meter of 1x1 km) gerekend.

Er is niet gekeken naar specifieke pieklocaties binnen deze vierkanten. • langs 2% van de wegen beperkte overschrijdingen van de NO2-grenswaarde ontstaan. • bij het realiseren van de jaargemiddelde grenswaarde (voor PM2,5, PM10 en NO2) overschrijding van het toegestane aantal dagen met te hoge dagwaarden onwaarschijnlijk is; • er onzekerheid bestaat over of er na 2030 minder dan 18 dagen zullen zijn waarbij de richtwaarde wordt overschreden. De door het RIVM in 2023 getrokken conclusies zijn nog omgeven door een aantal onzekerheden en gebaseerd op een aantal aannames:

11

• • • • • • • •

Nederland voldoet aan de afgesproken 55% emissiereductie van broeikasgassen; Klimaatmaatregelen kunnen gaan leiden tot hogere NO2 concentraties; In de Klimaat- en Energieverkenning (KEV2022) wordt uitgegaan van 16% elektrische voertuigen in 2030; Regeerakkoord (Rutte IV) rondom klimaat en stikstof en NPLG; Er wordt vanuit gegaan dat het reeds afgesproken SLA beleid wordt uitgevoerd; Er wordt vanuit gegaan dat de luchtbeleidsplannen in de omringende landen worden uitgevoerd; Het convenant Schoon en emissieloos bouwen is nog niet in de 2030 projecties meegenomen; Het effect van de voorgestelde Euro-7/VII emissienormen in nog niet meegerekend.

Een aantal van deze aannames zullen lastig gehaald kunnen worden. Het nieuwe regeerprogramma van het kabinet Schoof heeft bijvoorbeeld het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) aan de kant gezet. Dat betekent dat de conclusies die het RIVM in 2023 getrokken heeft, nog onzekerder worden qua haalbaarheid.

4.3 Tweede voortgangsmeting SLA In de tweede voortgangsmeting heeft het RIVM in 2024 een beeld geschetst van de emissie ontwikkelingen in deze eeuw. De data van de EmissieRegistratie (ER) zijn hiervoor gebruikt. Vervolgens zijn er vier scenario’s doorgerekend waarmee de ontwikkelingen voor emissies van NO2 en fijnstof in het jaar 2030 zichtbaar worden. Met deze scenario’s wordt doorgerekend wat de gezondheidswinst wordt, of WHO (2005) advieswaarden worden behaald en in hoeverre de SLA nevendoelen worden behaald. De scenario’s zijn: • • • •

KEV-scenario: vastgesteld beleid uit de Klimaat- en EnergieVerkenning; VES-scenario: KEV + voorgenomen beleid inclusief SLA beleid; ILL-scenario: illustratief scenario (inclusief VES), hierin is een inschatting gemaakt van de effecten van de aanvullende klimaatregelen van Rutte IV; NPLG-scenario: effecten van het voorgenomen stikstofbeleid uit Nationaal Programma Landelijk Gebied (inclusief ILL).

Gezondheidswinst Bij volledige uitvoering van KEV en VES berekent het RIVM tussen 2016 en 2030 een gezondheidswinst van 45%. Als daarnaast ook nog het ILL en NPLG scenario wordt uitgevoerd berekent het RIVM dat SLA doel van 50% gezondheidswinst gehaald zou kunnen worden. WHO-advieswaarden (2005) Concentratieberekeningen (op schaal 1 x 1 km) laten zien dat het VES-scenario leidt tot het halen van de WHOadvieswaarden van 2005 in het grootste deel van het land. Op enkele hotspots blijkt dat met het doorgerekend beleid niet haalbaar. Deze hotspots zijn het Rotterdamse havengebied en de Tweede Maasvlakte, gebied rondom Schiphol en Amsterdam, het IJmondgebied, wegen rondom Utrecht en op diverse locaties met een hoge veedichtheid. Indien er op een groter detailniveau wordt gerekend (toetspunten langs drukke wegen) zullen meer overschrijdingen plaatsvinden. In de gemeente Nijmegen zijn er geen directe grote hotspots, maar berekenen we wel overschrijdingen langs een aantal drukke wegen. SLA nevendoelen De emissiedoelen van het SLA lijken haalbaar. Alleen voor de sector binnenvaart zou voor NO2 een extra inspanning nodig zijn. De bijdrage aan levensduurverlies door binnenlandse bronnen lijken met het huidige geformuleerde beleid voor verkeer en mobiele werktuigen (bouw) niet haalbaar.

4.4 Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) Het CIMLK is sinds 2023 het landelijke rekeninstrument om de monitoring van de luchtkwaliteit in Nederland te ondersteunen. In dit instrument worden allerlei verschillende modellen over de luchtkwaliteit bij elkaar genomen. Denk bijvoorbeeld aan gegevens uit lokale verkeersmodellen (aantal en de soort auto’s en doorstroming), de hoeveelheid veehouderijen, het aantal schepen enzovoorts. Of de wettelijke grenswaarden gehaald worden, wordt getoetst met het CIMLK en niet met metingen. Vanaf 1 januari 2024 gebeurt deze monitoring in het kader van de Omgevingswet. Nijmegen heeft in totaal 1694 ‘vooraf gedefinieerde’ toetspunten. Deze zijn geplaatst op de wettelijk voorgeschreven 10 meter afstand van drukke wegen. Het RIVM heeft berekend dat in 2030 langs 2% van de wegen ‘beperkte’ overschrijdingen van de 12

nieuwe NO2 grenswaarden zullen ontstaan. Met behulp van de monitoringstool CIMLK is dit specifiek voor Nijmegen berekend op 97 toetspunten. De toetspunten zijn weergegeven in figuur 6. Hierin is duidelijk te zien dat op het overgrote deel van de toetspunten zal worden voldaan aan de grenswaarden in 2030. Dit is gevisualiseerd door de groene bolletjes. Op 97 punten (rode bolletjes) vindt overschrijding plaats. Op nog eens 136 punten (oranje bolletjes) vindt overschrijding plaats indien een veiligheidsmarge van 10% wordt aangehouden. CIMLK voorspelt voor 2030 overschrijdingen langs een aantal drukke wegen, zoals de Prins Mauritssingel, de Waalbrug, de Energieweg, de Oranje-/Canisiussingel en de Neerbosscheweg. Deze voorspelde overschrijdingen kunnen juridische en procedurele risico's opleveren voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten, wanneer getoetst wordt op gevolgen voor luchtkwaliteit. Wanneer deze projecten of plannen extra wegverkeer opleveren op die wegen met overschrijdingen, zal een verslechtering van de luchtkwaliteit ongedaan moeten worden gemaakt op deze wegvakken. In de huidige wetgeving zit een relatief hoge bovengrens op de toegestane verslechtering (de zgn. NIBM-regeling, “niet in betekenende mate” toevoegen aan een bestaande overschrijding). Hoe dit in de nieuwe implementatie eruit gaat zien, is nu nog niet bekend.

Figuur 6: weergave toetspunten CIMLK

4.4 WHO-advieswaarden De WHO heeft op 22 september 2021 nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. Deze advieswaarden zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. Dit aangescherpte advies kent interim targets om toe te werken naar het behalen van de advieswaarden. De WHO heeft geen jaartal genoemd waarin de waarden moeten zijn bereikt. Wel heeft het zogeheten interim-waarden (IT-niveaus) voorgesteld. De EU heeft besloten om de strengste interim-waarde (IT-niveau IV) als nieuwe grenswaarde in 2030 in te voeren. Nijmegen moet dus in 2030 aan de nieuwe Europese grenswaarde voldoen zoals weergegeven in paragraaf 4.1. Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in 2022 een onderzoek (Maas et al., 2022) gepubliceerd naar de haalbaarheid van de WHO advieswaarden. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek voor gemeente Nijmegen zijn: • Er zijn verstrekkende maatregelen nodig waarvan een aantal op weerstand kunnen stuiten. Daarnaast lijken deze maatregelen niet allemaal uitvoerbaar door gebrek aan financiële middelen en vakmensen;

13

•

• •

De huidige stand van de techniek rondom de schoonste technieken is ontoereikend. In combinatie met het realiseren van de in het regeerakkoord Rutte IV geformuleerde doelstellingen met betrekking tot stikstof en klimaat verlaagt de concentraties fijnstof tot op 1-2 µg/m3 boven de WHO-advieswaarde van 5 µg/m3. Het is nog onzeker wat de concrete plannen van het kabinet Schoof zijn wat betreft ambities op het gebied van luchtkwaliteit. De ambitie om stikstofemissies (zowel ammoniak als stikstofdioxide) te verlagen ten opzichte van 1990 zou verhoogd moeten worden van 50% naar minimaal 70%; Bij volledige uitvoering van het voorgenomen energie en schone luchtbeleid wordt een gezondheidswinst van circa 44 % geboekt ten opzichte van 2016. Dit levert 3,5 maand extra levensverwachting op. Het volledig behalen van de WHO-advieswaarde van 2021 zou de gezondheidswinst verhogen tot circa 68 %, dit levert nog eens 2 maanden extra gezondheidswinst op.

14

5 Doorkijk naar de toekomst We zijn in Nijmegen bezig met het maken van beleid op luchtkwaliteit, maar daarnaast spelen er ook andere zaken die effect hebben op de luchtkwaliteit of het uitvoeren van maatregelen, zowel lokaal als landelijk. In dit hoofdstuk worden een aantal onderwerpen kort behandeld die zowel kansen als risico’s voor de luchtkwaliteit meebrengen. TPN-West TPN-West is een groot binnenstedelijk industriegebied waar ruimte is voor (watergebonden) activiteiten met een grotere milieubelasting. TPN-West heeft grote ambities om een toekomstbestendig bedrijventerrein te zijn in 2030. Daarbij zijn er kansen om bij te dragen aan de circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie. Hoewel gewenst staan deze ontwikkelingen soms op gespannen voet met een gezonde leef- en werkomgeving. Zo kan de transitie naar een circulaire economie leiden tot meer uitstoot van schadelijk stoffen. Dat zien we bijvoorbeeld als materialen worden hergebruikt in de productie of door de toenemende aan- en afvoer van herbruikbare materialen en secundaire grondstoffen per schip of per vrachtwagen. Uit het onderzoek Industrie en Omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid blijkt dat we meer oog moeten hebben voor de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van omwonenden.

Als reactie hierop stellen we op dit moment, samen met gemeente Beuningen en de Provincie Gelderland de uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden TPN-West op. In deze agenda worden aanvullende maatregelen genoemd die ertoe moeten leiden dat omwonenden beter worden beschermd tegen industriële emissies. De uitvoeringsagenda kent drie actielijnen: • Beter zicht op industriële emissies TPN-West • Gezondheid centraal in het VTH-proces • Samenwerking met bedrijven en omwonenden verbeteren Mobiliteitstransitie Nijmegen groeit van nu 180.000 naar ruim 200.000 inwoners en het aantal banen groeit naar rato mee. Daarmee groeit ook de behoefte aan mobiliteit. Deze voorspelde groei van de stad vraagt om ingrepen in de mobiliteit, zodat we de stad leefbaar houden. Dat betekent dat er geen ruimte is voor extra autoverkeer. Om de groei in autoverkeer aan te pakken is de ‘Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie’ opgesteld. Hierin zijn de ambities voor mobiliteit uitgewerkt voor de periode tot 2035. We streven naar: - 10% afname autoverkeer - 20% afname autobezit - 20% toename fiets- en OV gebruik Zonder maatregelen verwacht de stad een toename van circa 10 a 20% autoverkeer. De maatregelen uit de ‘Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie’ zorgen ervoor dat we deze berekende groei ombuigen naar een afname van 10% van het autoverkeer.

Daarvoor stimuleren we onze inwoners, werknemers en bezoekers om te lopen, fietsen en het openbaar vervoer te gebruiken. Deze mobiliteitsvormen nemen namelijk minder plek in beslag. Hiermee bieden we ook ruimte voor andere opgaven die een plek vragen in onze straten, zoals klimaatadaptatie. De genoemde afname van het autoverkeer zal zorgen voor verminderde uitstoot door het wegverkeer. Eén onderdeel van de versnelling mobiliteitstransitie is dat een aantal huidige 50 km/u wegen omgezet zullen worden naar 30 km/u wegen. Het effect op de luchtkwaliteit hiervan zal beperkt negatief zijn. Regeerprogramma kabinet-Schoof Sinds de zomer is het nieuwe kabinet van de partijen PVV, NSC, BBB en VVD onder leiding van Dick Schoof aan de slag. Over luchtkwaliteit zijn geen directe zaken opgenomen in het regeerprogramma, maar een paar zaken zijn indirect wel van belang en deze kunnen vooral impact hebben op de luchtkwaliteit en op bouwprojecten. • • •

het kabinet schaft het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) af. Dit betekent dat de provinciale plannen die hieruit voorvloeien tot stilstand kunnen komen; daarnaast wordt er gestreefd naar doelsturing voor klimaat- en stikstofemissies waarbij ondernemers voldoende tijd gaan krijgen om aan de doelen te voldoen; tevens zet het kabinet in op het door ontwikkelen van innovaties om emissies te beperken.

Dit alles kan er toe leiden dat geprognotiseerde daling van ammoniak (NH3) in de lucht minder snel zal gaan. Ammoniak reageert tot secundair fijnstof in de klasse PM2,5. Dit soort stoffen beperken zich niet tot de gemeentegrenzen. Hierdoor bevinden deze zich in de zogenaamde achtergrondconcentratie. Grofweg de helft van de vervuilende stoffen in de Nijmeegse lucht komt van buiten de gemeentegrenzen. Om in de toekomst (2030) de 15

nieuwe wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit in Nijmegen te halen is het van belang dat maatregelen die de achtergrondconcentratie verlagen snel en effectief werken. De huidige plannen zijn hierin onduidelijk, beperkt financieel ondersteund en gebaseerd op niet bewezen of tegenvallende resultaten die innovaties hebben laten zien. Het niet halen van grenswaarden voor luchtkwaliteit biedt in de toekomst iedere belanghebbende toegang tot de rechtbank om project (veelal bouwprojecten) die bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, stil te leggen. Het RIVM heeft berekend dat in 2030 de nieuwe Europese grenswaarden van 2030 op veel plekken zullen worden gehaald, bij deze berekeningen is men uitgegaan van volledige uitvoering van bestaand beleid, dus inclusief het NPLG. Engie energiecentrale Het Omgevingsplan biedt de mogelijkheid dat er een duurzame energiecentrale in Nijmgen wordt gerealiseerd. Mocht dit daadwerkelijk gaan gebeuren dan zal dit via een stappenplan gebeuren waarbij in eerste instantie gebruik gemaakt kan worden van een aardgasgestookte centrale, die geleidelijk omschakelt naar waterstof. Hiervoor is door de provincie een emissie van ongeveer 200.000 kg NO2/jaar vergund. In figuur 7 is de ontwikkeling van de NO2 emissies in Nijmegen weergegeven (ER, 2024). Hierin is ook de prognose voor het jaar 2030 weergeven op basis van VES-scenario (RIVM, 2024).

Voor de beeldvorming is nogmaals het jaar 2030 opgenomen met daarin de vergunde NO2-emissie van de energiecentrale. Dit is een absoluut worst case scenario. Het is zeer waarschijnlijk dat deze situatie niet in 2030 maar pas jaren later plaats zal vinden, echter schetst het wel een beeld wat het met de emissie in de stad doet en dat dit vervolgens ook invloed zal hebben op de gemeten en berekende NO2 concentraties in de stad.

Figuur 7: Ontwikkeling emissie NO2 in Nijmegen

Woningbouwopgave & Schoon en emissieloos bouwen In heel Nederland ligt een grote woningbouwopgave door het woningtekort, zo ook in Nijmegen. Hierdoor hebben we in de recent vastgestelde Woonagenda 2024-2029 ten doel gesteld om tussen de 10.000 en 12.000 huizen te realiseren tot 2030. Deze bouwopgave is nodig om de stad te laten groeien en mensen een huis te kunnen bieden. Dat leidt echter, in met name de bouwfase maar ook de gebruiksfase, tot meer luchtvervuiling. Meer mensen betekent immers meer luchtvervuiling. Bouwmaterieel stoot met name NO2 en roet uit. Het beperken van de NO2 uitstoot is belangrijk om de EU-grenswaarden die in 2030 ingaan niet te overschrijden. Om de uitstoot te beperken zal het bouwen met zoveel mogelijk elektrisch bouwmaterieel belangrijk zijn. Het elektrisch bouwen kan volgens het convenant Schoon en emissieloos bouwen. Hierin staat per klasse bouwmaterieel welke emissie-eisen gesteld worden. Dit convenant geldt momenteel alleen voor het gemeentelijk aan te besteden werk. Het promoten van elektrisch bouwmaterieel voor de private sector en de ontwikkeling van de beschikbaarheid van ZEbouwmaterieel in combinatie met de prijs, zal van invloed zijn op de luchtvervuiling van deze bron.

16

Netcongestie Er is krapte op het elektriciteitsnet, de zogenaamde netcongestie. De vraag naar of het aanbod van elektriciteit is op piekmomenten namelijk groter dan het elektriciteitsnet kan transporteren. Dit heeft tenminste tot 2030 gevolgen voor de gemeente Nijmegen. Verduurzamingsprojecten (grootschalige zon op dak-projecten bijvoorbeeld) en uitbreiding van bedrijventerreinen worden geraakt. Bij verder oplopende netcongestie, wanneer congestieverzachtende maatregelen onvoldoende resultaat hebben, lopen ook woningbouwplannen voor 2030 vertraging op. Netcongestie speelt daarnaast een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie. De inzet van elektrische voertuigen is namelijk niet altijd mogelijk of wordt vertraagd, wanneer de aansluitmogelijkheden voor laadinfrastructuur beperkt is. Netcongestie speelt direct en indirect een rol voor de luchtkwaliteit. Direct omdat veel maatregelen uit het uitvoeringsprogramma geraakt worden door netcongestie. Indirect omdat de vertraagde woningbouw leidt tot minder bouwverkeer en gebruik van mobiele werktuigen. In onderstaande paragrafen is dit verder besproken Directe effecten 12 maatregelen van het uitvoeringsprogramma worden beïnvloed door netcongestie. Deze zijn in onderstaande tabel verder uitgewerkt.

Maatregel Toevoegen logistieke groene hubs (maatregel 1) invoeren zero emissie zones (maatregel 2) Convenant met logistieke bedrijven (maatregel 3) Duurzame OV-concessie (maatregel 4) Duurzame concessie doelgroepenverkeer (maatregel 5) Gemeentelijk wagenpark (maatregel 6) Aanleg walstroom (maatregel 8) Subsidie ZZP en MKB voor de aanschaf van schone voertuigen (maatregel 18) Mobiele werktuigen en machines emissievrij (maatregel 22) Voorschriften in evenementenvergunning (maatregel 24) Duurzame afvalinzameling (maatregel 25) Wagenparkscans (maatregel 27)

Toelichting De maatregel is nog in de onderzoeksfase. Mogelijk vertraging in de toekomst. Momenteel geen effect, de invoering van de Zero Emissie Zones voor stadslogistiek gaat door, maar er is risico op vertraging in de opvolgende fasen. De maatregel is nog in de onderzoeksfase. Mogelijk vertraging in de toekomst. Effect vanaf 2026 (nieuwe OV-concessie), tijdige implementatie van elektrische bussen is onzeker vanwege netcongestie. De beschikbaarheid van laadinfrastructuur is een uitdaging in de transitie naar elektrisch doelgroepenverkeer. Momenteel geen effect, de elektrificatie van het gemeentelijk wagenpark wordt doorgezet. De capaciteitsuitbreiding van de walstroomvoorziening op de Waalkade is niet mogelijk door netcongestie. Geen effect, er wordt momenteel nauwelijks gebruik gemaakt van de subsidie voor laadinfra voor bestelbusjes. Momenteel geen effect, de routekaart van het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen wordt gevolgd. Mogelijk vertraging van in de toekomst. Mogelijk vertraging van de transitie tot elektrische mobiele werktuigen en aanleg van stroomaansluitingen op evenementenlocaties. Vertraging van de transitie tot elektrische voertuigen. Mogelijk langzamere transitie bij de elektrificatie van het wagenpark

Indirecte effecten Naast de directe effecten op de maatregelen in ons uitvoeringsprogramma, heeft netcongestie een breder effect op de luchtkwaliteit. Uitstel van bouwprojecten betekent minder bouwverkeer en uitstoot door mobiele werktuigen. Mobiele werktuigen zijn immers verantwoordelijk voor 12% van de stikstofoxidenuitstoot en 15% van de roetuitstoot in Nijmegen. Uitstel van bouwprojecten heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. Een ander resultaat van netcongestie is dat nieuwbouw niet altijd direct aangesloten kan worden op het stroomnet. Dit resulteert in de inzet van dieselaggregaten, iets wat een negatief effect heeft op de luchtkwaliteit. Met name op de stikstofoxidenuitstoot. Warmtenet

17

In 2050 moeten we allemaal van het gas af zijn. Cv-ketels worden vervangen door warmtepompen of woningen worden aangesloten op het warmtenet. Ook worden gasfornuizen vervangen door koken op inductie. Hiermee neemt de uitstoot van stikstofoxiden door huishoudens af. De verbranding van biomassa (hout/pellets) is overigens geen goede methode om van het gas af te gaan. Hierbij is de uitstoot van fijnstof namelijk hoog. Dit geeft overlast en gezondheidsklachten bij omwonenden. De weg naar aardgasvrij staat in de Nijmeegse warmtevisie, die recentelijk door het college is vastgesteld. Een deel van de woningen in Nijmegen zullen aangesloten worden op het warmtenet. Een systeem dat restwarmte van de ARN gebruikt voor de verwarming van woningen. Door TAUW is in 2017 een onderzoek gedaan naar het effect van een warmtenet in Nijmegen op de luchtkwaliteit. Dit ging toen over ‘vermeden’ uitstoot als nieuwbouwwijken worden aangesloten op het warmtenet in plaats van op gas. Volgens hen is een warmtenet gunstig voor de luchtkwaliteit. In wijken die op het warmtenet zijn aangesloten liggen de ‘vermeden’ jaargemiddelde NO2 concentraties ten gevolge van het wegvallen van emissies van verbrandingstoestellen (zoals cv-ketels en hr-ketels) op bijna 1 �g/m3. Vlak buiten deze wijken is dit circa 0,2 �g/m3, verder van de wijken af is het effect zeer klein.

Overigens wordt er in de warmtevisie niet alleen gesproken over aardgasvrije nieuwbouw, maar ook over de transitie van bestaande bouw naar aardgasvrij. Het is echter nog niet bekend hoe veel woningen en op welke termijn deze transitie plaats zal vinden. De ARN blijft bij het warmtenet wel een bron van NO2, al is er geen sprake van verhoogde productie door de ARN als gevolg van het warmtenet.

18

6 Conclusie en aanbevelingen Concluderend kunnen we stellen dat de nieuwe EU-grenswaarden voor NO2 in 2030 in Nijmegen op de meeste plekken gehaald zullen worden. Er zijn echter ook plekken waar dat niet het geval is. Het gaat dan om een aantal drukke wegen; de Prins Mauritssingel, de Waalbrug, de Energieweg, de Oranjesingel en de Neerbosscheweg. Zeker gezien het grote aantal onzekerheden waar we mee te maken hebben (zoals netcongestie en onzeker nationaal beleid) betekent dat er werk aan de winkel is in Nijmegen. We zullen de komende jaren scherp blijven monitoren en jaarlijks de nieuwste inzichten gebruiken om toekomstige overschrijdingen zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Deze voorspelde mogelijke overschrijdingen kunnen juridische en procedurele risico's opleveren voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten, wanneer getoetst wordt op gevolgen voor luchtkwaliteit. Hoe dit in de nieuwe implementatie in de landelijke wetgeving eruit gaat zien, is nu nog niet bekend. Verder zullen we nader gaan onderzoeken hoeveel bestaande woningen er op of rond de overschrijdingspunten liggen om de daadwerkelijke blootstelling nog scherper te krijgen. Voor fijnstof is momenteel de verwachtingen dat er 2030 geen overschrijdingen zullen plaatsvinden.

We willen in 2025 (wanneer we precies halverwege het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2020-2030 zijn) het programma evalueren en verder aanscherpen. Extra inspanning is ook nodig om in 2030 de grenswaarden te halen. We zullen nieuwe maatregelen toevoegen, maar ook maatregelen die niet meer relevant zijn, of die al uitgevoerd zijn weglaten. Daarnaast willen we onderzoeken of het wenselijk is om van het uitvoeringsprogramma een (thematisch) programma onder de Omgevingswet te maken. Hier moet nader onderzoek naar gedaan worden, omdat dit geen vrijblijvende keuze is. Een programma onder de Omgevingswet stelt eisen aan het participeren van bewoners, het monitoren en het behalen van de doelen. Dit brengt ook risico’s met zich mee over de haalbaarheid. Vandaar dat dit nog nader bekeken wordt. We adviseren ook in te zetten op een aparte agenda uitstootvrije mobiliteit, waarin de verschillende maatregelen rondom mobiliteit een plek kunnen vinden. We hebben het convenant schoon en emissieloos bouwen ondertekend en hiervoor loopt nu een pilot in de gemeente. Dit is nog in een opstartfase, dus hier meer energie in steken kan hopelijk zaken nog meer in gang zetten.

19

Bijlage 1

Werken aan schoner vervoer

Maatregel 1. Toevoegen logistieke groene hubs Het gaat hier om een regionaal project om te komen tot 1 of meer logistieke groene hub(s) in de regio Arnhem/Nijmegen. Deze maatregel is opgenomen in het regionaal programma Slim & Schoon onderweg. De overheden zorgen voor kaders en randvoorwaarden, marktpartijen voor de realisatie van het initiatief. In juni 2024 is de Beleidsaanpak Stadslogistiek voor Nijmegen vastgesteld door het college. Dit is een nadere uitwerking van deze maatregel en geeft invulling aan de Nijmeegse ambitie voor schonere en slimmere logistiek. In de beleidsaanpak staan kaders en uitgangspunten voor stadslogistieke ontwikkelingen in de stad. Ook is hierin opgenomen waar welke soort logistieke hubs wenselijk zijn op basis van ruimtelijke argumenten. Dit biedt perspectief aan marktpartijen en ontwikkelaars. Verder is de gemeente Nijmegen zelf ‘launching customer’ door het gebruik van hubs aan te moedigen of verplicht te stellen in aanbestedingen met leveranciers. Cruciaal voor het functioneren van een logistieke hub is namelijk voldoende volume en voldoende klanten. In Nijmegen zien we een groei van lokale logistieke diensten (onder ander de Klok Logistics en Velocity), aan de rand van de stad met afnemers in Nijmegen maar ook daarbuiten.

Ook wordt de inzet van dit soort hubs onderzocht voor bouwprojecten en wordt dit bij de ontwikkeling van het Stationsgebied toegepast zodat het als voorbeeld kan dienen voor de vele binnenstedelijke projecten. Verder ondersteunen we ook dit jaar het onderzoeksproject van Hogeschool Arnhem Nijmegen, het Living Lab Heijendaal, wat inmiddels is opgeschaald naar meer regionale projecten en meer samenwerkingspartners. Maatregel 2. Invoeren Zero Emissie Zones Vanaf 2025 zijn de binnenstad van Nijmegen, de campus Heijendaal en het nieuwbouwgebied Hof van Holland zero-emissiezones voor bedrijfsvoertuigen (bestelbussen en vrachtwagens). In 2023 is er veel gebeurd in voorbereiding op de komst van de zero-emissiezones stadslogistiek (ZE-zones). Er is een communicatiecampagne gestart om ondernemers te informeren en te inspireren voor de transitie naar schone en efficiënte logistiek. Ondernemers waren al op de hoogte van de komst van de ZE-zones, maar nu dat de datum van invoering dichterbij komt is het belangrijk dat iedereen ook weet wat hem of haar te doen staat om goed voorbereid te zijn. De gemeente wil daarbij ondernemers zo goed mogelijk ondersteunen. Zo is er een ZE-adviseur ingesteld die veel kennis in huis heeft over de ZE-zones, verschillende logistieke oplossingen en randvoorwaardelijke ontwikkelingen zoals voorzieningen om elektrische voertuigen op te laden.

De ZE-adviseur kan één op één met ondernemers bespreken wat de verschillende mogelijkheden en perspectieven zijn voor zijn of haar logistiek. Daarnaast biedt de gemeente een subsidie aan voor de aanschaf van een laadpaal voor elektrische bestelbussen. Verder is er gewerkt aan de ‘hardware’ voor de ZE-zones, denk aan het aanschaffen van camera’s en het opstellen van het verkeersbesluit. Op 15 februari 2024 is het ontwerp-verkeerbesluit met het ontheffingenbeleid gepubliceerd. Hier kon eenieder een zienswijze op indienen. De inzageperiode liep tot en met 28 maart. Er zijn veel (ruim 200) zienswijzen ingediend, zowel door inwoners als ondernemers. De reacties zijn per onderwerp beantwoord in een nota van beantwoording. De concept-nota van beantwoording met een eerste reactie is ingediend bij de raad en besproken tijdens het debat op 3 juli. Hier zijn twee moties uit voortgekomen. Ten eerste het verlengen van de gewenningsperiode naar 1 augustus 2024, ten tweede het algemeen ontheffen van kermisondernemers. Beide moties zijn verwerkt in het definitieve verkeersbesluit en ontheffingenbeleid. Tijdens de besluitronde van 11 september is een derde motie aangenomen, namelijk voor het ontheffen van woonwerkverkeer. Of en hoe deze motie wordt verwerkt zal nog bekend gemaakt worden. Deze ontheffing zou dan vallen onder de afwijkingsbevoegdheid van het college.

Op 10 september 2024 is het definitieve verkeersbesluit, het ontheffingenbeleid en de nota van beantwoording vastgesteld door het college. Ook zijn hierin de nodige mandaten ondertekend voor het aansluiten aan het landelijke ontheffingenloket. Op 23 september wordt het verkeersbesluit en alle bijbehorende bijlagen gepubliceerd in het gemeenteblad. Op 9 oktober worden naar verwachting de benodigde aanpassing in de gemeentelijke legesverordening vastgesteld door de raad. Daarna zal het mogelijk zijn om ontheffingen aan te vragen voor de zone. Alle overige voorbereiding op de invoering van de zone (bestellen van bebording, installeren van camera’s, communicatie) zijn in volle gang. Maatregel 3. Convenant met logistieke bedrijven Eind 2022 is besloten dat een convenant niet het juiste middel is om het doel (verschoning wagenpark bedrijventerreinen) te bereiken. Voor het zware vrachtvervoer (vrachtwagens) geldt dat een autonome verschoning van het wagenpark zichtbaar is. Elektrisch vervoer is echter nog erg in ontwikkeling en zal de komende jaren nog niet voldoende beschikbaar zijn. Op de korte termijn valt de meeste winst te behalen bij bestelbussen. Wij richten ons daarom op specifieke doelgroepen, met name ZZP en MKB, die veelal bestelbussen 20

hebben. Bureau &Morgen is de opdracht te geven om nader te bepalen wat nodig is in de doelgroepenaanpak. Hieruit is een alternatieve aanpak gekomen die meer gericht is op ‘gedrag en ondersteuning’ van bedrijven. Dit heeft geleid tot een ‘proeftuin’ met verschillende zero-emissievoertuigen. Deze heeft in de zomermaanden plaatsgevonden. De volgende stap is een pilotproject met een deelvoertuig voor ondernemers in de binnenstad. Verder wordt op langere termijn op zoek gegaan naar structurelere samenwerkingsverbanden die moeten leiden tot minder én schonere rijbewegingen, in samenwerking met het regionale netwerk, Logistics Valley. Maatregel 4. Duurzame OV-concessie Eind juni 2026 start de nieuwe ov-concessie. De provincie is nu de aanbesteding aan het voorbereiden. De wens is dat alle bussen met de start van de nieuwe concessie zero-emissie zijn. Door netcongestie zijn er echter niet voldoende laadvoorzieningen beschikbaar waardoor deze doelstelling niet haalbaar is. Elektrische bussen zijn nu (nog) de enige reële zero-emissie oplossing, maar tijdige implementatie daarvan in 2026 is onzeker. De provincie (opdrachtgever van het busvervoer) geeft aan hierover in gesprek te zijn met de netbeheerder. Nijmegen samen met de GMR roept de provincie op om enkel de nieuwste en schoonste bussen op het gebied van NO2 uitstoot toe te staan die rijden op groen gas. Maatregel 5.

Duurzame concessie doelgroepenvervoer (Reinout Heutink) Binnen Avan doelgroepenvervoer zijn er in Nijmegen in 2023, 80.180 ritten met een totaal van 434.743 km gemaakt. In 2024 verwachten we weer een groei in ritten en dus waarschijnlijk ook in aantal kilometers. De stad vergrijst en meer ouderen doen een beroep op de Wmo en dus ook het vervoer. Avan heeft met de ingang van de contracten (medio 2020), fors ingezet op duurzaamheid. Dat houdt in dat er gebruikt gemaakt wordt van biobrandstoffen (biogas en biodiesel) en elektriciteit. Hierbij is voor medio 2024 ingezet op een aandeel van 95% duurzame productie kilometers voor zowel vraagafhankelijk- als routevervoer. Voor vraagafhankelijk vervoer (Wmo) is daarvan 35% zero emissie en voor routevervoer (Jeugdwet en Leerlingenvervoer) is daarvan 5% zero emissie. In 2023 werd al voldaan aan deze doelstellingen. Het WMO heeft 532.253 ritkilometers gemaakt waarvan 190.451 zero emissie dit is 36%. Echter ligt het werkelijk aantal km hoger aangezien het hier enkel de ritten betreft waarbij passagiers aanwezig waren. Voor het doelgroepen vervoer was dit 956.038 km in totaal waarvan 267.238 km zero emissie, dit is 28% en daarmee fors hoger dan het doel van 5% in 2024. Vanaf 2024 wordt fors ingezet op de transitie van bio brandstoffen naar zero emissie doelgroepenvervoer.

Het voorstel is dat er vanaf 1 januari 2025 sprake is van een volledig duurzaam doelgroepenvervoer en vanaf 1 januari 2028 volledig zero emissie. Waarbij het vraagafhankelijke vervoer al per 1 januari 2027 volledig zero emissie moet zijn. De beschikbaarheid van laadinfrastructuur is hier een uitdaging.

Maatregel 6. Gemeentelijk wagenpark We houden het eigen wagenpark onder de loep, niet alleen voor luchtkwaliteit maar ook in het kader van de CO2prestatie ladder van de gemeente. Een groot deel van het gemeentelijk wagenpark rijdt op CNG. Een enkele auto rijdt nog op diesel en het aandeel elektrisch neemt gestaag toe. Toezicht en Handhaving, Parkeertoezicht en Geldinning (12 voertuigen) hebben een volledig elektrisch wagenpark. Ook de Buitendienst (16 voertuigen) volgt binnenkort met een geheel elektrisch wagenpark, waarbij de aanbesteding momenteel in de afrondende fase zit. Van de 57 voertuigen rijden er slechts 2 op diesel en tenminste 12 volledig elektrisch. De gemeente heeft zelf 7 poolauto’s, waarvan 6 hybride en 1 geheel elektrisch. Met een gedeeltelijke vergoeding van het OV en een 21

vitaliteitsbudget stimuleren we werknemers de auto te laten staan. In 2024 wordt het landelijk verplicht om de vervoerswijze van het woon-werkverkeer in kaart te brengen. In het kader hiervan wordt een mobiliteitsscan uitgevoerd door Slim en Schoon onderweg om meer inzicht te krijgen in het reisgedrag van eigen medewerkers. Maatregel 7. Weren van brommers en snorfietsen van voor 2011 Het voorbereidend werk is verricht voor de drie milieuzones voor brom- en snorfietsen van vòòr 2011. Dit toegangsverbod geldt op de fietspaden in de zones Binnenstad, Heijendaal en Hof van Holland met ingang van 2025. Met een afzonderlijk raadsbesluit is besloten om per 2028 een zero-emissiezone voor de gehele bebouwde kom van Nijmegen en Lent in te voeren. Ter voorbereiding op de milieuzones van 2025 hebben we in 2021 een subsidieregeling voor de vervanging of sloop van oude brom- en snorfietsen van voor 2011 opgezet. Deze subsidie loopt t/m 2024 en is elk jaar met een bepaald budget beschikbaar. De subsidie is volledig benut gedurende de afgelopen subsidieperiodes. Er zijn van 2021-2023 in totaal meer dan 800 oude brom-/snorfietsen van de weg gehaald. De verwachting is dat inclusief de subsidieregeling van dit jaar ca. 20% van de in totaal 5.000 oude bromen snorfietsen (aantal in december 2020) wordt gesloopt.

Voor de subsidieregeling van 2024 is een wijziging opgenomen, namelijk dat de eerste drie maanden de subsidie enkel open staat voor inwoners met een lager inkomen. Daarna is de subsidie weer open voor de overige inwoners met een brom-snorfiets van voor 2011. Voor de jaren 2025-2027 is een aanvraag ingediend bij het Rijk voor een Specifieke Uitkering voor een inruilregeling van brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor. In totaal zou hiermee €300.000,- beschikbaar kunnen worden gesteld voor de komende jaren. Over de aanvraag krijgen wij uiterlijk eind oktober bericht.

2

Minder uitstoot door schepen

Maatregel 8. Aanleg walstroom De start van de aanleg van de capaciteitsuitbreiding van de walstroomvoorziening op de Waalkade stond op de planning voor 2024. In 2023 waren er beperkte middelen vanuit de SPUK SLA-subsidie beschikbaar, waardoor er niet gestart kon worden met de aanleg. Hierdoor is ervoor gekozen om in 2024 opnieuw aanspraak te doen op de SLA-subsidie. Er is reeds een vooronderzoek gedaan naar de uitbreiding van de huidige walstroomvoorziening. Echter bleek dat netcongestie een belemmerende factor was voor de uitbreiding van de walstroomcapaciteit. Door gebrek aan ruimte op het stroomnet kan er geen extra capaciteit geleverd worden tot ten minste 2030. Bij doorgaan zou jaarlijks een besparing van 23 kg PM10 emissies en 650 kg NOx emissies opgeleverd hebben. In het najaar 2024 wordt de opdracht voor het verplaatsen van enkele walstroomkasten uitgezet waarmee de beschikbare capaciteit beter kan worden benut. Deze optimalisatieslag is nodig omdat de huidige kasten niet optimaal gesitueerd staan doordat de riviercruiseschepen in de afgelopen jaren langer geworden zijn. Dit zal medio 2025 gerealiseerd worden. Voor de realisatie op particuliere industriehavens wordt in 2024 en 2025 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Maatregel 9. Korting op haven- en overslaggelden Deze maatregel is al jarenlang in werking.

Schepen die in het bezit zijn van het zogenaamde Green Award Certificaat krijgen 15% korting op haven- en overslaggelden. Het nieuwe landelijke emissielabelsysteem is eind 2021 geïntroduceerd, maar is vrijwillig en heeft daarmee geen wettelijke basis om het verplicht te stellen. Tot voor kort was er een landelijk voornemen voor een verplichtstelling voor het hebben van een emissielabel. Dit voornemen is opgeschort. De landelijke overheid gaat alternatieven onderzoeken. Er is een voornemen om vanuit meerdere gemeenten met een binnenhaven te onderzoeken of we het gebruik van het emissielabelsysteem toch kunnen stimuleren. In 2025 wordt samen onderzocht of er korting gegeven kan worden op basis van het emissielabel. Maatregel 10. Beperken toegang havenbekkens Deze maatregel bevindt zich nog in de onderzoeksfase. Gemeente Rotterdam heeft de beperking van schepen tot de havenbekkens die niet aan de CCR 2-normering voldoen (voorlopig) stopgezet vanwege druk vanuit de sector en het ontbreken van een juridische basis. Dit betekent dat een beperking vooralsnog niet in de haven van Nijmegen ingevoerd kan worden omdat het om een gezamenlijke aanpak betrof ten behoeve van een eenduidig systeem voor de verladers. Het komend jaar wordt in overleg met Rotterdam en mogelijk met de SLA-werkgroep binnenvaart alternatieven onderzocht. Maatregel 11.

Elektrisch varen (voorheen Energy Transhipment Hub Nijmegen) De plannen (voorheen Energy Transhipment Hub) van Elektrisch varen, zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van het ENGIE-terrein. Dit wordt uitgevoerd door Zero Emission services (ZES). Nu het nieuwe bestemmingsplan goedgekeurd is kunnen ZES, Engie en BCTN de overeenkomst sluiten om de elektrische batterij laadlocatie te 22

realiseren en de benodigde vergunningen aan gaan vragen. De ambitie van ZES is om 2025 over te gaan tot realisatie. Met deze batterijcontainers kunnen binnenvaartschepen elektrisch en dus zero-emissie varen. Dit draagt direct bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit. Deze batterijcontainers kunnen wellicht in een later stadium ook voor andere doelen gebruikt worden dan de binnenvaart, bijvoorbeeld voor het laden van zware voertuigen of voor festivals. Maatregel 12. Waterstof voor de Rijn-Alpine corridor: RH2INE De internationale ontwikkeling van waterstof containers bestemd voor het aandrijven van de binnenvaartschepen is in volle gang. Een van deze ontwikkelingen is het CONDOR-project opgericht vanuit het RH2INE netwerk. In dit project wordt toegewerkt door overheden en de sector om binnenvaartschepen op waterstof te laten varen. Gemeente Nijmegen is primary partner van het CONDOR-project. Naast de gemeente zijn ook ENGIE en BCTN inmiddels primary partner geworden. Bij de ontwikkeling van het ENGIE-terrein is het de bedoeling dat er naast een elektrisch oplaadpunt ook een waterstofcontainer oplaadstation gerealiseerd gaat worden waarbij schepen van waterstofcontainer kunnen wisselen om daarmee duurzaam en emissieloos te varen. Maatregel 13.

Stimuleren schonere motoren en nageschakelde technieken Landelijk is er een subsidieregeling van in totaal €76,4 miljoen voor het verschonen van de motoren en katalysatoren met de looptijd 2021 tot en met 2025. Door middel van lobby maken we ons hard voor het verder stimuleren van de verschoning van de scheepsvaart door subsidie. Tegelijkertijd zetten we in op het opschorten van de accijnsvrije status van luchtverontreinigende brandstof voor de scheepsvaart om plaats te maken voor accijnsvrije duurzame brandstof zoals duurzaam opgewekte elektriciteit. Maatregel 14. Lobby voor een schone scheepvaart Gemeente Nijmegen is sinds 2024 op directieniveau vertegenwoordigd aan de binnenvaarttafel als themadeelnemer duurzaamheid. Dit is een initiatief vanuit het ministerie van I&W waar marktpartijen (belangenverenigingen van o.a. scheepsvaart & verladers), samen enkele overheidspartijen (I&W, Rijkswaterstaat, Rotterdam en Nijmegen), aan tafel zitten om de toekomst van de binnenvaart te bespreken. Dit biedt een goed podium om de belangen van Nijmegen te vertegenwoordigen en voor ons belangrijke onderwerpen te agenderen. Naast de binnenvaarttafel maakt gemeente Nijmegen zich op de diverse SLA bijeenkomsten op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau hard voor het verschonen van de binnenvaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1acdd946-025c-421e-a285-c38eb7938849