Koopovereenkomst Living Inn - Hof van Holland met bijlagen
Tekst van het document
Art. 2.16 Faillissement en beslag 1.
Indien de Koper vóór de (Af)levering in staat van faillissement is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, is de Verkoper gerechtigd de Koopovereenkomst zonder voorafgaande ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst en zonder aanspraken van de Koper op schadevergoeding of anderszins, te ontbinden.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
10
2.
Voor het geval de Koopsom al geheel of gedeeltelijk is voldaan, zal deze worden gerestitueerd voor zover deze het bedrag van de kosten, boeten en overige schade waarop de Verkoper aanspraak heeft, te boven gaat.
Art. 2.17 Hoofdelijkheid/ondeelbaarheid 1.
2.
Indien in de Koopovereenkomst meer dan één Koper wordt vermeld dan zijn de partijen die de Koper vormen hoofdelijk jegens de Verkoper aansprakelijk voor de nakoming van alle verplichtingen uit de Koopovereenkomst. Alle verplichtingen van de Koper(s) jegens de Verkoper zijn één en ondeelbaar.
Art. 2.18 Gedoogplicht openbare voorzieningen 1.
2.
3.
4.
5. 6.
7.
De Koper is verplicht te gedogen en toe te staan dat al hetgeen ten behoeve van openbare voorzieningen en/of doeleinden op, in of boven de Onroerende zaak is aangebracht, kan worden onderhouden en voorts dat al hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van openbare voorzieningen en/of doeleinden op, in of boven de Onroerende zaak kan worden aangebracht en kan worden onderhouden. De gedoogplicht omvat ook de verplichting van de Koper om aan de door het College aangewezen bedrijven en instellingen toe te staan de voorzieningen aan te (doen) brengen, te (doen) inspecteren, onderhouden, herstellen, vervangen en op te nemen en om tot deze doeleinden aan te wijzen derden toegang te verlenen tot de Onroerende zaak, met de nodige materialen en werktuigen, op een in redelijk overleg met de Koper te bepalen wijze. Voor zover aan de gedoogplichtige Onroerende zaak schade wordt toegebracht in verband met het bepaalde in de leden 1 en 2 dan zal deze schade door de Verkoper of de door de Verkoper aangewezen bedrijven worden vergoed. De bewijslast dat schade is toegebracht, de hoogte van de schade en het verband tussen de in de leden 1 en 2 bedoelde werkzaamheden en de schade, rust op de Koper.
De Koper is verplicht zich te onthouden van enig handelen waardoor het deugdelijk functioneren van vorenbedoelde voorzieningen kan worden belet of belemmerd dan wel de voorzieningen kunnen worden beschadigd. De Koper is te allen tijde aansprakelijk voor alle schade welke door beschadiging van de aanwezige zaken, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, door zijn toedoen of nalaten wordt veroorzaakt. De in dit artikel genoemde bedingen hebben te gelden als kwalitatieve verplichtingen en zullen dus overgaan op degenen die de Onroerende zaak onder bijzondere titel zullen verkrijgen. De betreffende bedingen worden dan ook in de notariële akte vermeld. Bij gebreke daarvan is de Koper verplicht op eerste verzoek van de Verkoper en op zijn kosten aan notariële vastlegging mee te werken. De rechthebbende op de Onroerende zaak is verplicht van degene(n) die van hem een recht tot gebruik van het Verkochte zullen verkrijgen, de in dit artikel vermelde verplichtingen op te leggen en te handhaven.
Art. 2.19 Meewerken aan controle De rechthebbende op het Verkochte is verplicht ambtenaren van de Gemeente tot het Verkochte toe te (doen) laten ter controle op de naleving van de in de Koopovereenkomst en de Algemene verkoopvoorwaarden vermelde verplichtingen. Behoudens calamiteiten zal het (doen) verschaffen van toegang ter controle in onderling overleg worden bepaald.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
11
Art. 2.20 Kettingbeding 1.
2.
3.
De Koper is verplicht en verbindt zich jegens de Verkoper, bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de Onroerende zaak of vestiging van een zakelijk genotsrecht, de bij de Koopovereenkomst expliciet als kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding aangegeven bepalingen en de artikelen 1.2, 2.2, 2.13 lid 2, 2.18, 2.19, van deze Algemene verkoopvoorwaarden als kwalitatieve verplichting en voor zover dat niet mogelijk is, als kettingbeding in de koopovereenkomst met de rechtverkrijgende en de notariële akte op te nemen en van toepassing te verklaren en aan de rechtverkrijgende op te leggen. Op gelijke wijze als in artikel 2.20 lid 1 bepaald, verbindt de Koper zich jegens de Verkoper om de nieuwe eigenaar of zakelijk gerechtigde te verplichten de in 2.20 lid 1 bedoelde verplichtingen bij (door)verkoop ook weer en onverkort aan zijn opvolgende eigenaar of zakelijk gerechtigde op en door te leggen. Bij niet-nakoming van één of meer van deze verplichtingen verbeurt de Koper of zijn rechtsopvolger, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, aan de Verkoper een onmiddellijk opeisbare boete gelijk aan de helft van de met de Verkoper in de Koopovereenkomst overeengekomen koopprijs, dit onverminderd alle overige rechten van de Verkoper uit overeenkomst en de wet, waaronder het recht op schadevergoeding voor zover de schade de boete overtreft en nakoming.
Art. 2.21 Boetebeding 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Voor elke toerekenbare tekortkoming in de nakoming van enige verplichting uit de Koopovereenkomst en deze Algemene verkoopvoorwaarden, verbeurt de Koper, al dan niet na ingebrekestelling en (in geval van ingebrekestelling) bij uitblijven van nakoming door de Koper binnen de in die ingebrekestelling bepaalde termijn, ten behoeve van de Verkoper de hierna te vermelden onmiddellijk opeisbare boete(s). Indien de Koper tekort schiet in tijdige betaling van de Koopsom en /of medewerking aan de Levering op de overeengekomen datum en deze tekortkoming niet binnen acht dagen na door de Verkoper schriftelijk in gebreke te zijn gesteld, ongedaan heeft gemaakt zodat de Levering kan plaats vinden, verbeurt de Koper - onverminderd het bepaalde in artikel 2.4 lid 2 - ten behoeve van de Verkoper een onmiddellijk opeisbare boete van tien procent van de Koopsom. In alle andere gevallen van tekortschieten in de nakoming van enige verplichting uit de Koopovereenkomst of deze Algemene verkoopvoorwaarden bedraagt de boete één procent van de Koopsom ineens en één promille van de Koopsom voor iedere dag dat de Koper, na daartoe in gebreke te zijn gesteld met een redelijke termijn om alsnog na te komen, in gebreke blijft.
Naast het gestelde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel behoudt de Verkoper het recht (naast de boete(s)) ook schadevergoeding te vorderen en de bevoegdheid om bij niet-nakoming van verplichtingen van de Koper gebruik te maken van haar overige contractuele en wettelijke rechten. De in artikel 2.21 lid 1 tot en met lid 4 vastgelegde boetebedingen zijn niet van toepassing als op de betreffende niet-nakoming in de Koopovereenkomst of de Algemene verkoopvoorwaarden een specifieke boete is gesteld. Verkoper is steeds gerechtigd zich op een door Koper gestorte waarborgsom of een door Koper gedeponeerde bankgarantie te verhalen ten aanzien van de in dit artikel vermelde en/of overige aanspraken van Verkoper op Koper.
Art. 2.22 Geen overdracht van rechten Het is de Koper vóór Levering verboden rechten en verplichtingen uit de Koopovereenkomst en/of eventuele met de Koopovereenkomst samenhangende overeenkomsten tussen partijen, geheel of gedeeltelijk aan een derde over te dragen. De hier bedoelde (vorderings)rechten zijn goederenrechtelijk onoverdraagbaar als bedoeld in artikel 3:83 lid 2 BW.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
12
Art. 2.23 (Buitengerechtelijke) ontbinding/vernietiging Tenzij in de Koopovereenkomst, deze Algemene verkoopvoorwaarden of bij Levering anders bepaald, is (buitengerechtelijke) ontbinding en/of vernietiging uitgesloten.
Art. 2.24 Nietigheid/vernietigbaarheid/anderszins niet van toepassing Indien één of meer bepalingen van de Koopovereenkomst of van deze Algemene verkoopvoorwaarden nietig, vernietigbaar of anderszins niet van toepassing zouden (kunnen) zijn dan laat dit onverlet de geldigheid van alle overige bepalingen van de Koopovereenkomst en deze Algemene verkoopvoorwaarden. In het geval van nietigheid, vernietigbaarheid of anderszins niet van toepassing (kunnen) zijn als hier bedoeld, is de Koper verplicht op eerste verzoek van de Verkoper mee te werken aan een wijziging van de betreffende bepaling(en) zodanig, dat deze zoveel mogelijk tegemoet komen aan hetgeen met deze bepaling(en) door de Verkoper werd beoogd.
Art. 2.25 Geen rechtsverwerking De uitoefening door de Verkoper van de uit de Koopovereenkomst voortvloeiende rechten, de tijdstippen waarop en de volgorde waarin deze zullen worden uitgeoefend, is naar keuze van de Verkoper zonder dat het niet uitoefenen van enig recht kan worden uitgelegd als zou de Verkoper van dat recht afstand hebben gedaan of dit recht zou hebben verwerkt.
Art. 2.26 Reststroken Tenzij in de Koopovereenkomst anders bepaald zijn op de verkoop en Levering van Reststroken de artikelen 2.2 lid 1, 2.8, 2.9, 2.10, 2.11 en 2.12 van deze Algemene verkoopvoorwaarden niet van toepassing.
Art. 2.27 Toepasselijk recht, geschillenregeling 1. 2.
Op de Koopovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen, die naar aanleiding van de Koopovereenkomst of daarmee samenhangende overeenkomsten mochten ontstaan, van welke aard en omvang ook, zullen in eerste aanleg worden beslecht door de bevoegde rechter van de rechtbank Gelderland.
Hoofdstuk 3: Slotbepalingen Art. 3.1 Vaststelling en inwerkingtreding Deze Algemene verkoopvoorwaarden zijn door het College op 3 december 2019 vastgesteld en bekend gemaakt in het Gemeenteblad en op 1 januari 2020 in werking getreden.
Art. 3.2 Aanduiding Deze Algemene verkoopvoorwaarden kunnen worden aangehaald als: “Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de Gemeente Nijmegen 2020” of “AVGN 2020”.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
Bijlage 2
Ontwikkelingsbedrijf Planeconomie en Grondzaken
CONDITIES BOUW- EN WOONRIJP MAKEN WAALSPRONG
Algemeen 1. Schadevergoeding Indien de ontwikkelaar schade toebrengt aan eigendommen van de gemeente of derden dient de ontwikkelaar dat onmiddellijk aan de gemeente te melden. Schade dient door de ontwikkelaar onverwijld te worden hersteld. Indien de ontwikkelaar daartoe niet meteen overgaat, is de gemeente gemachtigd de betreffende werkzaamheden in haar opdracht en voor haar rekening uit te voeren. De ontwikkelaar verklaart zich voor dat geval bij deze akkoord met de herstelwerkzaamheden en zal de kosten daarvan aan de gemeente vergoeden. Indien schade wordt veroorzaakt door werkzaamheden uitgevoerd in opdracht van de gemeente, is de gemeente verplicht deze schade te herstellen. Kosten voor herstelwerkzaamheden komen voor rekening van de gemeente. 2. Definitie bouwrijp Onder bouwrijp wordt verstaan: - de kavels zijn afgewerkt op het peil conform het aan de ontwikkelaar ter hand gestelde peilenplan; - de kavels zijn bereikbaar middels door de gemeente aangelegde bouwwegen; - nabij de kavels zijn rioolleidingen t.b.v. de huisaansluitingen aangelegd. Infrastructuur Algemeen 3. Peilhoogten a. De gemeente stelt de ontwikkelaar uiterlijk 4 weken voor het starten van de bouwrijpwerkzaamheden een peilenplan ter hand, waarop de geadviseerde vloerpeilhoogten en de relevante peilhoogten van de woonrijpsituatie van het openbare gebied staan aangegeven.
Op deze tekening staan ook de afwerkhoogten van de uit te geven kavels in de bouwrijpfase aangegeven. Het uitgangspunt hierbij is dat er gewerkt wordt met een gesloten grondbalans. Mocht de ontwikkelaar een andere afwerkhoogte voor de kavels in de bouwrijpfase gerealiseerd willen hebben, dan dient hij dit binnen 4 weken na het verstrekken van het peilenplan aan te geven. In dat geval zullen bij het afwerken van de bouwkavels de door de ontwikkelaar gewenste afwerkhoogten worden aangehouden. b. Een eventuele afwijking van de op het peilenplan aangeduide afwerkhoogte van het bouwterrein ten opzichte van de werkelijke peilhoogte (schouw), komt voor rekening en risico van de ontwikkelaar. Voordat de technische overdracht plaatsvindt, heeft de ontwikkelaar het recht de afwerkhoogte van de betreffende kavels te verifiëren. 1 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
c. De ligging van de DWA rioolhuisaansluitingen is standaard in het midden van het gebouw/de woning. De huisaansluitingen zullen tijdens het bouwrijp maken tot 0,50 meter door de erfgrens heen gelegd worden. De ontwikkelaar dient de controleput op eigen terrein tegen de erfafscheiding te plaatsen. Revisie gegevens van de aangelegde rioolhuisaansluitingen zijn beschikbaar voor start van de bouw. d. Vrijkomende grond mag niet buiten de kavels worden opgeslagen. 4. Bouwroute en bouwwegen a. De gemeente bepaalt de route van het bouwverkeer van en naar het bouwterrein. Het is de ontwikkelaar niet toegestaan van de door de gemeente geduide route af te wijken. De route van het bouwverkeer zal door de gemeente voor de aanvang van de werkzaamheden aan de ontwikkelaar worden doorgegeven. Het is de gemeente te allen tijde toegestaan de aangegeven route te wijzigen. b. De bouwwegen welke staan aangegeven op de bouwwegentekening worden aangelegd/ontworpen door/op kosten van de gemeente volgens de normen welke horen bij bouwwegen binnen een bouwplan gelijkwaardig aan as-druk van 11,5 ton per enkele as. Het profiel van de wegen is zodanig dat zij voldoende kunnen zorgdragen voor de afvoer van het hemelwater over de oppervlakte. De bouwweg heeft een breedte van circa 5-6 m1, terwijl de bochten worden afgeschuind. Het is niet toegestaan bouwwegen van een puinverharding te voorzien. c.
De gemeente onderhoudt de bouwwegen (op moment dat er geen bouwactiviteiten plaatsvinden) zodanig dat de berijdbaarheid en de afvoer van hemelwater voldoende en naar redelijkheid gewaarborgd blijft. Indien nodig worden de bouwwegen schoongemaakt en waar nodig hersteld. Zodra bouwactiviteiten plaatsvinden, is de ontwikkelaar verantwoordelijk voor het schoonhouden van de bouwwegen. d. De bouwwegen dienen te allen tijde vrij toegankelijk te zijn, ook voor andere gebruikers, zoals de nutsbedrijven en eventuele bewoners. Het is verboden de bouwwegen te blokkeren. 5. Watergangen a. Het is de ontwikkelaar niet toegestaan te lozen op de zich in het plangebied bevindende watergangen, tenzij er geen verstoringen aan de natuurlijke afwatering wordt toegebracht en er toestemming van het waterschap Rivierenland wordt gevraagd en verkregen. b. Het is de ontwikkelaar niet toegestaan greppels, wadi’s en watergangen te blokkeren. 6. Ondergrondse infra De ontwikkelaar dient er rekening mee te houden dat mogelijk tijdens de bouw de volgende voorzieningen worden aangelegd: warmteleidingen en nutsvoorzieningen.
2 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
Fase realisatie opstallen Indien de ontwikkelaar (tijdelijke) voorzieningen aanlegt in het toekomstige openbaar gebied, die benodigd zijn voor de realisatie van de opstallen in het plangebied, dienen deze voorzieningen te voldoen aan de volgende bepalingen. 7. Beschikbaarheid werkterrein a. De ontwikkelaar levert ter beoordeling en goedkeuring van de door de gemeente aangewezen directievoerder uiterlijk vier weken vóór aanvang van de werkzaamheden door de ontwikkelaar een tekening van het door de ontwikkelaar te gebruiken werkterrein aan de gemeente aan. De tekening dient tenminste informatie te geven over de situering, het ruimtebeslag, de toegang, de opslag van materialen en materieel, de toe te passen verhardingen en de hiervoor benodigde riolering, drainage en greppels. Eerst na schriftelijke goedkeuring door de gemeente van de tekening van het werkterrein is het de ontwikkelaar toegestaan het werkterrein als zodanig in te richten. Door het verlenen van goedkeuring aanvaardt de gemeente geen enkele verantwoordelijkheid voor het werkterrein. De volledige verantwoordelijk en aansprakelijkheid berust bij de ontwikkelaar. b.
De ontwikkelaar dient bij de aanleg en inrichting van het werkterrein de volgende bepalingen in acht te nemen: o de sanitaire installaties die op het werkterrein worden geplaatst, mogen uitsluitend op het vuilwaterriool worden aangesloten, de neerslag op het, indien aanwezig, hemelwaterriool. Er dient gebruik te worden gemaakt van de aanwezige standpijpen met uitleggers; o er geldt in principe een gesloten grondbalans. Mocht er toch grond vrijkomen, dan vervalt deze grond aan ontwikkelaar. Mocht er echter een grondtekort ontstaan, dan dient ontwikkelaar deze grond zelf aan te voeren. o het is niet toegestaan het werkterrein/de bouwplaats te voorzien van een puinverharding. c. De ontwikkelaar dient de gemeente na de opheffing van het werkterrein in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of als gevolg van het gebruik als werkterrein de bodem is verontreinigd. Indien uit het in opdracht van de gemeente uitgevoerde onderzoek blijkt dat er een verontreiniging aangetroffen wordt die het gevolg is van het gebruik als werkterrein en waarvan sanering wenselijk is, is de ontwikkelaar gehouden de geconstateerde verontreiniging zo spoedig mogelijk te saneren. De kosten van het in opdracht van de gemeente uitgevoerde bodemonderzoek worden in dat geval op eerste verzoek van de gemeente door de ontwikkelaar aan haar vergoed. 8. Riolering en drainage a.
Binnen het plangebied laat de gemeente een gescheiden systeem aanleggen. Vanaf het hoofdriool worden door de gemeente DWA-uitleggers Ø 125 mm aangebracht. De DWA-uitleggers t.b.v. de afvoer van huishoudelijk afvalwater worden tot 0,50 meter binnen de toekomstige erfgrens gelegd.
3 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
b. Voor het vuilwater wordt door de gemeente per woning één huisaansluiting op het DWA-riool gerealiseerd. Het vuilwaterriool zal bij start van de bouwactiviteiten nog niet in zijn volledige omvang functioneren. c. De ontwikkelaar sluit de afvoeren van de woningen aan op de uitleggers, waar nodig met hulpstukken om de overgang in verticale- en horizontale zin mogelijk te maken. De ontwikkelaar dient ter plaatse van de erfgrens op eigen terrein een controleput van type PK315aan te brengen. Kosten welke voortvloeien uit het niet goed aansluiten op de uitleggers worden bij de ontwikkelaar in rekening gebracht. d. De ontwikkelaar zorgt ervoor dat zodanige voorzieningen worden getroffen dat een deugdelijke afwatering van het bouwterrein en de daarop te realiseren bebouwing verzekerd is. Het water van het bouwterrein en de daarop te realiseren bebouwing dient te worden aangeboden op het peil dat is aangeduid op de in artikel 3a genoemd peilenplan. De eventuele aanleg van woningblokdrainage is voor rekening en risico van de ontwikkelaar. Behoudens toestemming van de gemeente Nijmegen is het niet toegestaan woningblokdrainage aan te sluiten op het drainagenetwerk in het openbaar gebied. De gemeente Nijmegen kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden. e.
Eventueel door de ontwikkelaar gewenste aanvullende voorzieningen voor af- en ontwatering van het bouwterrein en/of van het (de) daarop gesitueerde werkterrein(en) komen voor zijn rekening en zijn slechts toegestaan indien voorafgaande goedkeuring is verkregen van het bevoegd gezag. De ontwikkelaar dient hiervan een afschrift te verstrekken aan de gemeente. Alle hieraan verbonden handelingen en kosten van de gemeente zijn voor rekening van de ontwikkelaar. De ontwikkelaar dient aanvullende voorzieningen na beëindiging van het gebruik te verwijderen en de grond terug te brengen in de oorspronkelijke staat. f. Voordat de ontwikkelaar met de uitvoering van de werkzaamheden op het bouwterrein een aanvang maakt, zal de gemeente het in haar opdracht aangelegde rioleringssysteem laten inspecteren. Van deze inspectie zal een rapport worden opgemaakt. Voordat de gemeente een aanvang maakt met de aanleg van de definitieve weginfrastructuur, zal opnieuw een inspectie van het rioleringssysteem worden uitgevoerd. Ook van deze inspectie zal een rapport worden opgemaakt. Indien deze tweede inspectie schade constateert op het door de ontwikkelaar gebruikte gebied die bij de eerdere inspectie niet aanwezig was, wordt deze schade vermoed door de ontwikkelaar veroorzaakt te zijn. Schade aan de riolering wordt door de gemeente op kosten van de veroorzaker hersteld. 9. Af- en ontwatering a.
De ontwikkelaar zorgt ervoor dat het overtollig hemelwater wordt afgevoerd van het werkterrein naar het openbaar gebied. De gemeente is verantwoordelijk voor de afwatering van het openbaar gebied. Op diens verzoek mag de ontwikkelaar een aansluiting op het drainagesysteem maken. Deze aansluiting mag alleen gebruikt worden voor het afvoeren van overtollig hemelwater en dient in overleg met de directievoerder van de gemeente te worden gerealiseerd.
4 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
b. Er bestaat voor de ontwikkelaar de mogelijkheid om een drainage aan te leggen in achtertuinen voor de afvoer van overtollig hemelwater naar het openbaar gebied, gedurende de eerste periode van bewoning en zolang de grond van de tuin onvoldoende water opneemt. Deze drainage kan na verkregen toestemming van de gemeente worden aangesloten op het drainagesysteem in het aangrenzende openbaar gebied. De aanleg van de drainage, en eventuele daarvoor benodigde aanvullende werkzaamheden in het openbaar gebied, zijn voor rekening en risico van de ontwikkelaar. 10. Bemaling Het bij bemaling t.b.v. bouwactiviteiten uitkomende water wordt door de ontwikkelaar geloosd op de waterpartijen/afvoergreppels c.q. geschikte afvoerleidingen, een en ander in overleg met de gemeente en conform de benodigde vergunningen, welke door de ontwikkelaar dienen te worden aangevraagd en verkregen bij het bevoegd gezag. Elke onttrekking moet ruim voor de uitvoering aangemeld worden bij bevoegd gezag. Deze bepaalt of de onttrekking is toegestaan en onder welke voorwaarden. Verder zal bevoegd gezag aangeven welke rapportages t.b.v. de onttrekking aangeleverd moeten worden. De kosten voor onttrekking zijn voor rekening ontwikkelaar. Eventuele schade als gevolg van bemaling wordt voor rekening van de ontwikkelaar door of vanwege de gemeente hersteld. 11.
Kabels en leidingen Onder de voorwaarde dat het betreffende nutsbedrijf haar medewerking verleent, zijn nabij het werkterrein voorzieningen van bouwwater en bouwstroom aanwezig. De ontwikkelaar dient voor eigen rekening en risico bij de betreffende netwerkbeheerder een aanvraag in voor een al dan niet tijdelijke aansluiting. Na beëindiging van de werkzaamheden dienen aansluitingen, die niet in gebruik blijven voor de gerealiseerde opstallen, door de ontwikkelaar te worden verwijderd. De kosten voor de aansluiting, verbruik, afsluiting en verwijdering zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Fase woonrijp maken van bouwkavels 12. Grondwerken a. Er geldt in principe een gesloten grondbalans. Hiervoor wordt verwezen naar artikel 7b, 2e gedachtestreepje. b. De ontwikkelaar werkt voor eigen rekening de bouwkavels op hun definitieve hoogte af. De ontwikkelaar neemt daarbij het bepaalde in artikel 3b in acht. c. De gemeente geeft de hoogtes in de woonrijpe situatie aan, van het openbaar gebied grenzend aan het eigen terrein van de ontwikkelaar. Op deze hoogtes dient de ontwikkelaar met zijn eigen terrein in de eindfase aan te sluiten. 13. Realisering openbaar gebied a.
Binnen het gehele plangebied wordt, daar waar mogelijk, de definitieve woonomgeving gerealiseerd tijdens de afbouw/oplevering van de woningen en voordat de bewoners hun intrek hebben genomen, met inachtneming van het bepaalde onder b. 5 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
b. De gemeente en de ontwikkelaar verplichten zich tot het maken van een zogenaamd aansluitschema aan de hand van het opleveringsschema, dat er als volgt uitziet: o 60 Werkbare dagen voor oplevering van de eerste woning een opleveringsschema van de woningen maken en dit bespreken met de gemeente, waarbij de gemeente aansluiting van inrichting openbaar gebied aan oplevering van de woningen vastlegt; o tenminste 40 werkbare dagen voor de oplevering laat de ontwikkelaar de meterkasten goedkeuren door de nutsbedrijven; o tenminste 40 werkbare dagen voor het opleveren van de woningen laat de ontwikkelaar het bouwterrein ter plaatse zodanig ontruimen dat het aanbrengen van de dienstleidingen en bestratingen mogelijk is. Is het benodigde terrein voor het leggen van kabels en/of leidingen en het aanbrengen van verhardingen niet tijdig door de bouwkundige aannemer ontruimd en beschikbaar gesteld, dan is de ontwikkelaar aansprakelijk voor de consequenties. o tenminste 25 werkbare dagen voor de oplevering van een blok woningen het particulier terrein afwerken en erfgrensafscheidingen plaatsen, een en ander in relatie tot de nutshuisaansluitingen en het straatwerk. Partijen doen hun uiterste best om voornoemde termijnen volledig en voorbehoudloos in acht te nemen en te respecteren.
o in de periode van 20 werkbare dagen voor de oplevering tot aan de oplevering (of zo nodig later als het opleveringsschema van de woningen aan de andere zijde van de straat daartoe aanleiding geeft) van een blok woningen richt de gemeente, daar waar mogelijk en in overleg met de ontwikkelaar, het openbare gebied in (verhardingen, straatverlichting en dergelijke). c. Ontwikkelaar verplicht zich om de gemeente in staat te stellen het terrein woonrijp te maken. Dit houdt in dat het woonrijp te maken terrein minimaal 20 werkbare dagen vrij van obstakels is. In deze periode worden geen woningen opgeleverd. Het toch opleveren van woningen leidt tot schadeplichtigheid van de betreffende ontwikkelaar. d. Definitief aangelegde wegen mogen niet meer door bouwverkeer worden gebruikt. De herstelkosten als gevolg van schade door bouwverkeer, worden bij de ontwikkelaar in rekening gebracht. Bij ontwikkeling van een bouwlocatie welke alleen te bereiken is via definitief aangelegde wegen dient de ontwikkelaar rekening te houden met routes voor het bouwverkeer welke door de gemeente worden aangewezen. Eventuele schade optredend aan deze route zullen in opdracht van de gemeente, maar voor rekening van de opdrachtgever van de veroorzaker, hersteld worden. Vergunningen 14. Kosten inritvergunning, rioolaansluiting en precario a.
In de door de gemeente in rekening gebrachte grondprijs zijn legeskosten voor een inritvergunning inbegrepen. b. De kosten voor het realiseren van de rioolaansluiting op openbaar terrein zijn begrepen in de grondkosten. Op eigen terrein zijn deze kosten voor rekening van de ontwikkelaar.
6 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
c. In de door de gemeente in rekening gebrachte grondprijs is geen vergoeding voor precario begrepen. Indien de gemeente Nijmegen precario heft, komen deze kosten voor rekening van de ontwikkelaar. Overdracht 15. Overdracht van terreinen De overdracht van terreinen en gronden wordt vastgelegd in een overdrachtsdocument, dat op het moment van de inspectie (voorafgaand aan de juridische en feitelijke eigendomsoverdracht) aan ontwikkelaar wordt overhandigd. De feitelijke eigendomsoverdracht vindt gelijktijdig plaats met de juridische eigendomsoverdracht, tenzij in de koopovereenkomst anders is overeengekomen. Tijdens de overdracht (of zoveel eerder/later als gemeente en ontwikkelaar overeenkomen) wordt door de gemeente aan de ontwikkelaar de nodige informatie verstrekt betreffende onder andere: - De bouwrijpsituatie, bouwwegen, watergangen en riolering - De gerealiseerde nutsvoorzieningen en warmteleidingen - De peilhoogten in de woonrijpsituatie - Het matenplan.
7 Condities bouw- en woonrijp maken (definitief d.d. 8-1-2020)
Bijlage 3
ALGEMENE VERKOOPBEPALINGEN PARTICULIEREN WAALSPRONG
Artikel 1: Begripsomschrijving Deze bepalingen verstaan onder: a. “onroerende zaak”: in eigendom uit te geven casu quo uitgegeven grond, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met die grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van een andere onroerende zaak en/of de met die grond verenigde beplantingen; b. “opstallen”: de te eniger tijd boven, op en/of in de onroerende zaak aanwezige gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van een andere onroerende zaak; c. “bouwterrein”: grond, beoogd ingezet te worden ten dienste van bebouwing; d. “omzetbelasting”: de belasting toegevoegde waarde, als bedoeld in de Wet op de Omzetbelasting 1968; e. “ontwikkelaar”: de vennootschap/onderneming die op een bouwterrein bebouwing ontwikkelt en realiseert dan wel voor wiens rekening op een bouwterrein bebouwing wordt ontwikkeld of gerealiseerd; f. “koper”: de koper(s) c.q. koopster(s) van een bouwterrein; g. “koopovereenkomst”: de tussen de ontwikkelaar en koper gesloten koopovereenkomst dan wel koop- en aannemingsovereenkomst betreffende een bouwterrein; h. “koopprijs”: tegenprestatie; i. “het verkochte”: het object van de koopovereenkomst; j.
“gemeente”: de gemeente Nijmegen; Artikel 2: Algemeen artikel De verkoop geschiedt: a. tegen een koopprijs; b. met toepassing van deze Algemene Verkoopbepalingen Particulieren Waalsprong, voor zover daarvan bij de koopovereenkomst niet expliciet schriftelijk wordt afgeweken; c. met toepassing van de overige, voor elke afzonderlijke verkoop vast te stellen bijzondere bedingen.
1 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
Artikel 3: Notariële akte 3.1 De ontwikkelaar zal de notaris aanwijzen die zal zorg dragen voor het verlijden van de voor de eigendomsoverdracht van het bouwterrein vereiste notariële akte. 3.2 De akte van levering tot eigendomsoverdracht wordt gepasseerd op een in de koopovereenkomst nader te omschrijven moment. Artikel 4: Aanduiding en toestand van het bouwterrein; vrijwaring Bij gebreke van een nadere, partijen bindende, aanduiding van de erfgrenzen, zal de gelijkluidende aanwijzing van de erfgrenzen van het bouwterrein door partijen aan de bevoegde ambtenaar van de landmeetkundige dienst van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers bindend zijn. Artikel 5: Bodemkwaliteit De ontwikkelaar verklaart dat het verkochte geschikt is voor het voorgenomen gebruik ten behoeve van woningbouw. Artikel 6: Het bouwterrein 6.1 Tenzij in de koopovereenkomst anders is bepaald zullen achter- en/of zijpaden tot het bouwterrein behoren en zal in de notariële akte een regeling worden opgenomen omtrent te vestigen erfdienstbaarheden, kwalitatieve rechten en verplichtingen, of mandeligheid ter zake van bedoelde achter- en/of zijpaden. 6.2 Het langs de openbare weg gelegen gedeelte van het bouwterrein dient door en voor rekening van de ontwikkelaar te worden afgescheiden met een op het verkochte te plaatsen constructie/afscheiding, indien dat in de koopovereenkomst is bepaald.
Artikel 7: Kwalitatieve verplichtingen / kettingbedingen 7.1 Ten behoeve van de gemeente worden in de akte van levering de volgende kwalitatieve verplichtingen vastgelegd : a. Aan koper wordt de verplichting opgelegd dat hij niet de gemeente zal aanspreken ter zake de oppervlakte en afmeting van het verkochte noch wegens enige tekortkoming en/of onrechtmatige daad tot sanering van, vervanging van of het treffen van maatregelen aan het verkochte, dan wel tot vergoeding van enige schade. b. Koper is verplicht toe te laten dat door de gemeente of door haar aan te wijzen derden op, in, aan of boven de onroerende zaak zoveel en zodanige palen, kabels, leidingen, draden en andere voorwerpen worden aangebracht en onderhouden, als dat met het oog op openbare voorzieningen wenselijk is. Terzake het voorgaande is de gemeente niet verplicht tot schadevergoeding, tenzij de schade voor koper van zodanige omvang is dat deze in redelijkheid niet voor zijn rekening behoort te komen.
2 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
c.
7.2
7.3
De koper is verplicht op eigen terrein voor de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid zorg te dragen. Deze bepaling geldt uitsluitend indien het definitieve bouwplan daarin voorziet, zulks ter beoordeling van de gemeente. d. Het onbebouwde gedeelte van het bouwterrein moet als tuin worden aangelegd en onderhouden en daarop mogen geen voorwerpen, los of vast, worden geplaatst, buiten hetgeen behoort tot de aanleg van de tuin en dient overigens te worden gebruikt overeenkomstig het doel, waarvoor het bouwterrein is uitgegeven. e. Koper is verplicht de erfafscheiding als bedoeld in artikel 6.2 door en voor zijn rekening te onderhouden en in stand te houden. Zonder schriftelijke toestemming van de gemeente is het koper niet toegestaan langs de openbare weg een andere dan de hiervoor genoemde erfafscheiding te plaatsen. f. Voor zover de schuine taluds langs (een) waterpartij(en) deel uitmaken van het bouwterrein, is koper verplicht deze in stand te houden. Derhalve mag (mogen) deze niet worden opgehoogd, afgegraven of bebouwd, zonder schriftelijke toestemming van de gemeente en voor zover deze taluds onderdeel uitmaken van een zogenaamde A-watergang, ook niet zonder schriftelijke toestemming van het Waterschap Rivierenland (WSRL). Aan een eventueel te verlenen toestemming kan de gemeente/WSRL nadere voorwaarden verbinden.
Koper is bij niet-naleving van de in artikel 7.1 sub a genoemde verplichting een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd aan de gemeente van € 100.000,00 (zegge: honderd duizend euro). In geval van overtreding van de verplichtingen genoemd in artikel 7.1 sub b tot en met 7.1 sub f verbeurt koper per overtreding, alsmede voor elke maand of gedeelte daarvan, gedurende welke de overtreding voortduurt, een direct opeisbare boete verschuldigd aan de gemeente van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro). In beide gevallen laat de verbeurte van de boete onverlet het van rechtswege aan de gemeente toekomend recht aanvullende schadevergoeding en/of nakoming te vorderen. Voor zover de hiervoor genoemde bedingen niet als kwalitatieve verplichting aan koper kunnen worden opgelegd, althans niet als kwalitatieve verplichting hebben te gelden, wordt ten behoeve van de gemeente bedongen dat koper deze bedingen in de vorm van een kettingbeding aan zijn rechtsopvolgers oplegt. Indien koper in gebreke blijft aan deze verplichting te voldoen verbeurt koper aan de gemeente een direct opeisbare boete van € 100.000,00 (zegge: honderd duizend euro). De verbeurte van de boete laat onverlet het van rechtswege aan de gemeente toekomend recht aanvullende schadevergoeding en/of nakoming te vorderen.
3 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
Artikel 8: Vestiging erfdienstbaarheid In de akte van levering worden de volgende erfdienstbaarheden gevestigd: Ten nutte en ten laste over en weer, van alle aan elkaar grenzende kavels: a. de erfdienstbaarheid van licht inhoudende: de verplichting van de eigenaar van het dienende erf om te dulden, dat aan en in de op het heersend erf volgens het ten tijde van het passeren van de akte van levering tot eigendomsoverdracht bestaande bouwplan te bouwen of gebouwde opstallen, op kortere afstand van de grens met het dienende erf wordt gebouwd dan in de wet is toegestaan en dat, balkons, ramen en lichten aanwezig zijn, zonder dat hiervoor één der in de wet genoemde beperkingen geldt; b. de erfdienstbaarheid van uitzicht, inhoudende: het verbod voor de eigenaar van het dienende erf om de voortuin en eventueel de zijtuin, voor zover deze onmiddellijk grenst aan de openbare straat en voor zover de eigenaar van het heersende erf hierover uitzicht heeft naar de openbare straat waaraan het heersende erf is gelegen, anders te gebruiken dan als siertuin en hierin zodanige beplantingen of opstallen te hebben, dat hierdoor het uitzicht uit de ramen in de voorgevel van de volgens het ten tijde van het passeren van de akte van levering tot eigendomsoverdracht bestaande bouwplan op het heersende erf te bouwen casu quo gebouwde woning, wordt belemmerd; c.
de erfdienstbaarheid van overbouw, inhoudende: de verplichting van de eigenaar van het dienende erf om te dulden, dat bij de uitvoering van het ten tijde van het passeren van de akte van levering tot eigendomsoverdracht bestaande bouwplan eventueel een op het heersend erf te bouwen of gebouwde woning of de daarbij behorende schuur, casu quo garage, gedeeltelijk op het dienende erf is gebouwd, casu quo hierboven uitsteekt, casu quo de versnijdingen van de funderingen in het dienende erf zijn gelegen of de bij de op het heersende erf gebouwde woning toebehorende leidingen gedeeltelijk in het dienende erf zijn aangebracht; Ten nutte en ten laste over en weer, van de bouwkavels, voor zover de woningen en/of garages/bergingen onder één kap zijn gebouwd: d. de erfdienstbaarheid van afvoer van regenwater en drop, inhoudende: de verplichting van de eigenaar van het dienende erf om het overlopende water van de volgens het ten tijde van het passeren van de akte van levering tot eigendomsoverdracht bestaande bouwplan te bouwen opstallen te ontvangen overeenkomstig de aan te brengen, (mol)goten, leidingen en putten.
Voor zover de hiervoor genoemde erfdienstbaarheden mede inhouden de verplichting tot het dulden van onderhoud casu quo vervanging, dient dit onderhoud casu quo vervanging te geschieden op een voor de eigenaar van het dienende erf minst storende wijze, en moet eventuele schade op kosten van de onderhoudsplichtige worden hersteld.
4 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
Artikel 9: Vestiging opstalrecht De ontwikkelaar zal de op het verkochte te stichten opstallen vanwege de naamloze vennootschap Vattenfall Warmte N.V., hierna te noemen “Vattenfall”, doen voorzien en voorzien houden van leidingen met bijbehorende werken en apparatuur, dienende tot aansluiting van deze opstallen op de stadsverwarming te Nijmegen, deze intact te laten, alsmede het onderhoud en eventuele vernieuwing daarvan toe te staan en te gedogen, zodat een ongestoorde levering van warmte via de stadsverwarming te allen tijde mogelijk is. In het kader daarvan zal in de akte van levering een opstalrecht gevestigd worden ten behoeve van Vattenfall, welk recht van opstal aan de opstalhouder de bevoegdheid geeft om gedurende de duur van dit recht van opstal in, aan, op of boven de percelen waarop dit recht wordt gevestigd ten behoeve van (een) door Vattenfall aan te leggen stadsverwarmingssystemen, warmwaterleidingen, aansluitset (afleverset), sondes, kabels casu quo leidingen te hebben, te leggen, te houden, te onderhouden (waaronder begrepen te inspecteren), te repareren, te vervangen en te verwijderen.
Gemeld recht geeft de opstalhouder de bevoegdheid tot het te allen tijde in, aan op en boven het belaste perceel al datgene te verrichten of te doen verrichten, wat naar het oordeel van de opstalhouder nodig is in verband met de voorbereiding en uitvoering van de hiervoor bedoelde werkzaamheden. De verlening van het opstalrecht zal geschieden onder de navolgende voorwaarden en bepalingen: 1. Het recht van opstal wordt gevestigd voor onbepaalde tijd en kan door de eigenaar niet worden opgezegd. 2. Het opstalrecht kan door de opstalhouder worden overgedragen. Bij gehele en gedeeltelijke overdracht of overgang van werken van de opstalhouder treedt de rechtverkrijgende in alle rechten en verplichtingen van de opstalhouder uit deze overeenkomst. 3. De opstalhouder heeft te allen tijde het recht om het opstalrecht bij een aan de eigenaar gericht aangetekend schrijven of deurwaardersexploit op te zeggen. Reeds nu voor alsdan verklaart de eigenaar zich daarmee akkoord en machtigt hij de opstalhouder om op kosten van de opstalhouder al datgene te (doen) verrichten, wat nodig is om de inschrijving van het opstalrecht in de openbare registers te doen doorhalen. 4.
De eigenaar zal zich onthouden van het toebrengen van schade op welke wijze dan ook en voorts van al datgene waardoor de werken van de opstalhouder gevaar zouden kunnen lopen of waardoor inbreuk op het opstalrecht zou kunnen worden gemaakt of een ongestoorde uitoefening daarvan zou kunnen worden belemmerd. 5. De eigenaar staat ervoor in, dat derden geen rechten welke de uitoefening van het opstalrecht kunnen belemmeren, op het belaste perceel zijn toegezegd of verleend. 6. De opstalhouder zal bij de uitoefening van haar opstalrecht zoveel mogelijk rekening houden met de belangen en de wensen van de eigenaar of andere rechtmatige gebruiker en in het algemeen zo weinig mogelijk belemmering, hinder en schade veroorzaken. De eigenaar zal bij de uitoefening van zijn eigendomsrechten ook zoveel mogelijk rekening houden met de belangen en de wenden van de opstalhouder en in het algemeen zo weinig mogelijk belemmering, hinder en schade veroorzaken.
5 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
7. De opstalhouder zal na ontgravingen en andere werkzaamheden, het belaste perceel zoveel en zo spoedig mogelijk weer in de vorige toestand brengen. 8. De opstalhouder vergoedt aan de eigenaar of andere rechtmatige gebruiker van het belaste perceel, indien zij het opstalrecht eerbiedigen, alle door hen op bedoeld perceel geleden schade, die een gevolg is van de aanwezigheid van de werken van de opstalhouder of van de door of vanwege de opstalhouder in, op en boven het belaste perceel verrichte werkzaamheden, indien en voorzover die schade niet aan de schuld van de eigenaar of aan de schuld van personen, voor wie laatstgenoemde of zijn ondergeschikten of hulppersonen verantwoordelijk zijn, te wijten is. 9. Bij het eindigen van het recht van opstal, op welke wijze of om welke oorzaak of reden dit ook zij, zal de verwarmingsinstallatie in de woning niet worden verwijderd en zal deze van rechtswege, zonder enige vergoeding terzake, eigendom worden van de eigenaar. 10. De grond- en alle andere zakelijke lasten, die van de voormelde onroerende zaak geheven worden, blijven voor rekening van de eigenaar. KETTINGBEDING (aansluiting Stadsverwarming) a. De ontwikkelaar en haar (rechts) opvolgende eigenaren verbinden zich jegens de naamloze vennootschap Vattenfall Warmte N.V.
(hierna te noemen “Vattenfall”), om gedurende de duur van het hiervoor vermelde recht van opstal (stadsverwarming) op dit stadsverwarmingssysteem een aansluiting1 te hebben en in stand te houden met inachtneming van het bepaalde in de Warmtewet en het bepaalde onder b, zulks onder al de voorwaarden en tegen voldoening van de vergoedingen, die Vattenfall nodig of redelijk acht ten behoeve van de aanleg en exploitatie van dit systeem. b. Een (rechts)opvolgend eigenaar van de ontwikkelaar kan deels de aansluiting door Vattenfall laten verwijderen, met inachtneming van het bepaalde in de Warmtewet. Bij het afsluiten van een deel van de aansluiting worden de aansluitset en warmtemeter verwijderd. De aansluiting vanuit de openbare weg cq de kruipruimte tot in de meterkast van de woning blijft hierbij intact. Na verwijdering is de eigenaar geen (periodieke)kosten hoe ook genaamd meer verschuldigd aan Vattenfall. Bij een eventuele heraansluiting is de eigenaar kosten verschuldigd aan Vattenfall.
Aansluiting: de leidingen van Vattenfall die de verwarmlngsinstallatie of de verwarmingsinstallatie en de warmtapwaterinstallatie met de hoofdleidingen verbindt, met inbegrip van de aansluitset. Aansluitset: het samenstel van apparatuur waaronder de meetinrichting en/of apparatuur voor de stadswarmtelevering en/of bereiding van warm tapwater dat, als onderdeel van de individuele aansluiting, zich bevindt tussen de warmteinfrastructuur en het leveringspunt. 1
6 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
c. De ontwikkelaar en haar (rechts)opvolgende eigenaren zijn verplicht bij elke gehele of gedeeltelijke vervreemding van het bij deze akte verkochte de hiervoor onder a en b genoemde bepalingen, alsmede de onderhavige bepaling, op te nemen in de akte van overdracht, op straffe van verbeurte van een boete van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) per woningequivalent (waarbij één woning of 150 m2 utiliteit gelijk wordt gesteld aan één woningequivalent) door de overdragende partij die dit verzuimt en indien meer personen als overdragende partij optreden, door hen als hoofdelijke debiteuren verschuldigd, ten bate van Vattenfall, dan wel haar rechtsopvolger(s), en te betalen binnen veertien (14) dagen na daartoe strekkende aanmaning van Vattenfall, met dien verstande dat nimmer enige uitdrukkelijke ingebrekestelling is vereist, ongeacht de verplichting alsnog nakoming te vorderen en tot vergoeding van kosten en (meer) geleden schade.
Artikel 10: Kettingbeding / kwalitatieve verplichtingen Koper of opvolgende verkrijger(s) is (zijn) verplicht bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de onroerende zaak dan wel bij het verlenen van een beperkt recht, de voor hem uit de Algemene Verkoopbepalingen Particulieren Waalsprong en de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen in de akte van levering tot eigendomsoverdracht als kettingbeding (voor zover het doen-verplichtingen betreffen) respectievelijk kwalitatieve verplichting (voor zover het verplichtingen tot dulden en niet-doen betreffen) aan de nieuwe rechtverkrijgende(n) op te leggen en van toepassing te verklaren. Artikel 11: Boetebeding Partijen zijn bij niet-naleving van de uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, de Algemene Verkoopbepalingen Particulieren Waalsprong daaronder begrepen, per overtreding, alsmede voor elke maand of gedeelte daarvan, gedurende welke de overtreding voortduurt, een direct opeisbare boete van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) aan de wederpartij verschuldigd, zulks onverkort het aan partijen van rechtswege toekomend recht aanvullende schadevergoeding en/of nakoming te vorderen.
Artikel 12: Ingebrekestelling Indien koper enige verplichting niet nakomt, dan wel niet nakomt binnen de daartoe gestelde termijn, is hij door enkele niet-nakoming van de verplichting, dan wel door het enkele verloop van de gestelde termijn in verzuim, zonder dat daartoe een ingebrekestelling of gerechtelijke tussenkomst wordt vereist. Artikel 13: Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid Indien de eigendom aan twee of meer (rechts)personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk tegenover de ontwikkelaar aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen die bij de verkoop zijn gesteld.
7 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
Artikel 14: Aanhaling van deze algemene bepalingen Deze bepalingen kunnen worden aangehaald onder de titel “Algemene Verkoopbepalingen Particulieren Waalsprong”.
8 Algemene verkoopbepalingen particulieren (definitief d.d. 9-1-2020)
Bijlage 4
Bijlage 5
Richtlijnen voor levensloopgeschikte woonruimten en rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8, lid 2 en lid 3 Huisvestingsverordening Nijmegen 2017) Levensloopgeschikte woonruimten 1.
2.
3.
4.
Goed bereikbare entree a. De entree van de woonruimte dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken: b. De toegangsroute naar een woning dient verhard en voldoende stroef te zijn c. Breedte van de toegangsroute dient groter dan 900 mm te zijn d. Hoogteverschil dient kleiner dan 250 mm te zijn, te overbruggen met helling niet steiler dan 1:12 e. De toegangsroute naar een woongebouw dient verhard en voldoende stroef te zijn f. Breedte van de toegangsroute groter dan 1200 mm g. Hoogteverschil tussen 250 en 500 mm, te overbruggen met een helling niet steiler dan 1:12 h. Hoogteverschil vanaf openbare weg mag niet meer zijn dan 500 mm i. Bij appartementen dient een lift aanwezig te zijn voor woonruimten die niet op de begane grond liggen. j. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1200 x 1200 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde minimaal 1200 m breed en 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. Indeling Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze onderling verbonden door een veilige trap.
Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet tevens de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen. Drempels en draaicirkels a. In de woonruimte zijn lage (max. 20 mm) of geen drempels. Dat geldt ook voor de toegangsdeuren tot de woonruimte of het woongebouw (in het geval van appartementen e.d.). b. Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door een hellingbaan te worden overbrugd. c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1200 mm mogelijk is. d. In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur bij voorkeur haaks op de lengterichting van de toiletpot te staan. De vertrekken a. Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 750 mm breed zijn. b. Een woonruimte van minimaal 19 m2 en een breedte van minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij uitzicht. c. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 x 1200 mm, met de bereikbaarheid conform punt 1c. d. Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij voorkeur 2400 mm en een vrije ruimte achter het aanrecht van minimaal 1200 mm diep.
e.
5.
6.
7.
Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m2, een breedte van minimaal 2700 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 800 mm. f. Een badruimte met een bij voorkeur drempelloze douche, wastafel en toilet, en antislipvloer. g. Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede toilet van minimaal 1100 mm x 850 mm. Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. De aanwezigheid van een intercom/videofoon. b. Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen, enz. c. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree. d. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare berging. e. Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de buitenzijde van minimaal 1500 mm x 1500 mm, op waterpas niveau. f. In de entreehal een vrije ruimte van 1500 x 1500 mm excl. een vaste zitplaats voor 2 personen g. Een lift met een binnenbreedte van minimaal 900 mm breed en 1300 mm diep, met schuifdeur of automatische deur . h. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1200 mm breed. i. Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 800 mm breed en drempelloos dan wel met een lage drempel. j. Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobielen. In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn.
Indien sprake is van een woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te bieden. Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van het Handboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen stellen.
Rolstoelgeschikte woonruimten Naast de hierboven voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor rolstoelgeschikte woonruimten de volgende aanvullende voorschriften: 1.
2.
Goed bereikbare entree a. De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken. b. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1500 mm x 1500 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde eveneens minimaal 1500 mm x 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. De vertrekken a. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 mm x 1500 m. b. Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m2, een breedte van minimaal 3000 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 900 mm; c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1500 mm mogelijk is. d. Het aanrecht dient onderrijdbaar en nastelbaar te zijn voor iemand in een rolstoel. e. Een badruimte met extra ruimte in voor de grotere draaicirkel van een rolstoel en extra parkeerruimte naast closet en douchezitje.
In het geval van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen dat alle deuropeningen minimaal 850 mm breed en drempelloos te zijn. Indien dit niet anders kan, dient een drempel max. 20 mm hoog te zijn). 3.
Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een bergingsgang van minimaal 1100 mm breed. b. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1500 mm breed. c. Bij voorkeur licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 850 mm breed en drempelloos.
Bijlage 6
Ruimtelijke Ontwikkeling
SELECTIE BESLUIT ARCHEOLOGIE 31 JANUARI 2019
Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon 14024 Telefax (024) 329 95 80 E-mail gemeente@nijmegen.nl
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Hof van Holland en Woenderskamp Op 12 maart 2018 is een selectiebesluit genomen met betrekking tot de omgang met de archeologische waarden binnen het te ontwikkelen plangebied van Woenderskamp en Hof van Holland. Gewijzigde inzichten op basis van nieuw onderzoek maken een nieuw selectiebesluit noodzakelijk. Onderhavig selectiebesluit vervangt het op 12 maart 2018 genomen besluit. Resultaten archeologisch onderzoek Het gebied is in 2018 onderzocht door middel van proefsleuven en een opgraving ter plaatse van de watersingel die door beide plangebieden inmiddels is gegraven. Op basis van deze onderzoeken zijn in het selectiebesluit dd. 12-03-2018 in het plangebied benoemde behoudenswaardige vindplaatsen nader onderzocht. Onlangs is de conceptrapportage van dit onderzoek verschenen (C. Koot e.a., Definitief onderzoek Hvh1-vindplaats 2 en Inventariserend Veldonderzoek, proefsleuven (IVO-P), Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 251, concept 2019). De vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd zijn opgegraven. Op basis van de landschappelijke reconstructie worden in de onderhavige plangebieden geen behoudenswaardige vindplaatsen meer verwacht.
Conclusie archeologische vindplaatsen Na verdere bestudering van de onderzoeksresultaten van hierboven genoemd vooronderzoek en op basis van een nadere afweging van kennislacunes is de conclusie getrokken dat de aard van de eerder als behoudenswaardige gedefinieerde vindplaats zodanig is dat nader onderzoek slechts tot een uiterst beperkte kenniswinst erover zal leiden. Daarom wordt het selectiebesluit dd. 12-03-2018 ingetrokken en wordt er voor het plangebied Woenderskamp en Hof van Holland een nieuw selectiebesluit genomen. Besluit Op basis van de uitkomsten van het onderzoek heeft de gemeente Nijmegen voldoende aanwijzingen om binnen het plangebied van Woenderskamp en Hof van Holland, inclusief watersingel, volgens afb. 1, geen behoudenswaardige vindplaatsen te verwachten. In het kader van de geplande ontwikkeling wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht en het plangebied wordt derhalve geheel vrijgegeven voor graafwerkzaamheden. De initiatiefnemer wordt aangeraden desalniettemin rekening te houden met het aantreffen van toevalsvondsten, die gemeld dienen te worden op basis van de Erfgoedwet. Deze melding dient tevens te geschieden bij de gemeente Nijmegen via bevoegdgezagarcheologie@nijmegen.nl. Gezien de genoemde onderzoeken en ander onderzoek in de nabijheid is dit namelijk niet geheel uit te sluiten.
www.nijmegen.nl bijlage: 1 situatieschets.
20190131_Selectiebesluit_Hof van Holland Woenderskamp 2019
Gemeente Nijmegen Ruimtelijke Ontwikkeling
Vervolgvel
1
Namens de gemeente Nijmegen, I.M. Haas Sr. Beleidsadviseur archeologie
Locatie Volgende pagina: Afb. 1 Ligging plangebied en Woenderskamp en Hof van Holland (zie legenda). De gearceerde delen zijn nu ook vrijgegeven van archeologisch onderzoek.
www.nijmegen.nl
20190131_Selectiebesluit_Hof van Holland Woenderskamp 2019
Gemeente Nijmegen Ruimtelijke Ontwikkeling
Vervolgvel
2
www.nijmegen.nl
20190131_Selectiebesluit_Hof van Holland Woenderskamp 2019
Bijlage 7
TOOLBOX NATUURINCLUSIEF ONTWIKKELEN EN BOUWEN Leidraad voor de Waalsprong Gemeente Nijmegen
14 JANUARI 2020 GEWIJZIGD DOOR GEMEENTE NIJMEGEN
TOOLBOX NATUURINCLUSIEF ONTWIKKELEN EN BOUWEN
Contactpersonen VERIAN KLARUS Adviseur Natuur
T +31 6 151 186 072 M +31 6 151 186 072 E verian.klarus@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
MAX KLASBERG Stadsecoloog
T +31 6 27 06 06 69 E max.klasberg@arcadis.nl
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
Arcadis Nederland B.V. Postbus 33 6800 LE Arnhem Nederland
2 van 57
INHOUDSOPGAVE 1
2
INLEIDING
4
1.1
Ambitie voor de Waalsprong
4
1.2
Inwisselen van verblijfplaatsen voor groen
4
1.3
Uitgangspunten groene omgevingsmaatregelen
5
1.4
Inzet van de leidraad binnen Waalsprong
5
LEIDRAAD NATUURINCLUSIEF BOUWEN
6
2.1
Stap 1 – bepalen aantal nestvoorzieningen uit SMP-N
6
2.2
Stap 2 – bepalen van de relevante zone
7
2.3
Stap 3 – bepalen van de inwisselbaarheid van aan te brengen nestvoorzieningen
9
2.4
Stap 4 – bepalen van type maatregelen
10
2.5
Stap 5 – registratie en presentatie maatregelen
11
BRONNEN
56
BIJLAGEN BIJLAGE A – RELEVANTE MAATREGELEN PER SOORT EN ZONE (TOOLBOX)
12
BIJLAGE B – INWISSELEN VERBLIJFPLAATSEN VOOR GROENE MAATREGELEN
19
BIJLAGE C – INFORMATIE DOELSOORTEN
21
BIJLAGE D – INFORMATIE OVER DE ZONES
33
BIJLAGE E – OVERZICHT MOGELIJKE MAATREGELEN VOOR DE DOELSOORTEN IN MITIGATIECATALOGUS
40
BIJLAGE F – PROJECTFORMULIER NATUURINCLUSIEF ONTWIKKELEN EN BOUWEN
45
BIJLAGE G – REKENVOORBEELDEN REFERENTIEPROJECTEN
46
COLOFON
57
Onze referentie: 084007625 B - Datum: 14 januari 2020
3 van 57
1
INLEIDING
1.1
Ambitie voor de Waalsprong
Nijmegen is de stad aan de Waal met het meeste aantal inwoners van de Provincie Gelderland. Een stad die blijft groeien en daarmee een opgave heeft om voldoende woningen en een prettige leefomgeving te realiseren. Voor haar burgers, maar ook voor de beschermde flora en fauna in de omgeving. De gemeente heeft op dit vlak al de nodige resultaten geboekt: • Handvat Natuurinclusief bouwen en ontwerpen. • Notitie ‘Groen in Nijmegen(-Noord), Hapklare blokjes voor een natuurinclusieve wijk’. • Soortenmanagementplan Nijmegen (SMP-N) voor het duurzame behoud van beschermde soorten binnen de Waalsprong. Op basis hiervan is door de provincie een gebiedsontheffing verleend in het kader van de Wet natuurbescherming. Met het SMP-N streeft de gemeente naar een effectieve en efficiënte instandhouding en versterking van een aantal (beschermde) diersoorten bij de ontwikkelingen in de Waalsprong. Onderdeel van het SMP-N is tevens het natuurinclusief bouwen dat zich richt op de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Tussen gemeente Nijmegen en de provincie is een ambitieniveau afgesproken over de betreffende gebouwgebonden diersoorten. Zie ook onderstaande tabel. Daarnaast gaat het ook om aanvullende maatregelen zoals gevelgroen en heggen. Tabel 1 - Ambitieniveau natuurinclusief bouwen SMP-N
Soort woning
Gewone dwergvleermuis
Gierzwaluw
Huismus
Hoogbouw Vanaf 2020 circa 1.800 woningen (volgens rekenmodel 40 gebouwen)
1 winterverblijfplaats per kopgevel
20 voorzieningen per kopgevel/gevel met gewenste oriëntatie
20 voorzieningen per kopgevel
Grondgebonden woningen Vanaf 2020 circa 3.000 woningen
1.2
Totaal circa 40 voorzieningen
1 voorziening per kopgevel Totaal circa 375 voorzieningen
Totaal circa 800 voorzieningen
Totaal circa 800 voorzieningen
3 voorzieningen per woning aan de voorgevel
3 voorzieningen per woning aan de achtergevel
Totaal circa 9.000 voorzieningen Totaal circa 9.000 voorzieningen
Inwisselen van verblijfplaatsen voor groen
Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen beperkt. Voor écht natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is dus meer variatie in de maatregelen nodig. Daarom wordt door de gemeente de mogelijkheid geboden om de verplichte nestvoorzieningen uit SMP-N in sommige gevallen ‘in te wisselen’ met groene omgevingsmaatregelen. Dat is vooral van belang in een meer stenige omgeving met weinig tuinen en openbaar groen. Zie bijlage B voor de achtergrond van deze keuze. Voor dit doel is de onderhavige Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen opgesteld. Met deze groene omgevingsmaatregelen wordt ook de stedelijke biodiversiteit versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage geleverd aan klimaatadaptatie. In dit kader dient nog vermeld te worden dat het niet gaat om waterbergingsvraagstukken. Het watersysteem van de Waalsprong is namelijk al klimaatbestendig opgezet en wordt beheerd vanuit het waterhuiskundig plan. Desalniettemin kunnen groene omgevingsmaatregelen - waarmee het versteende areaal wordt beperkt positief doorwerken op de waterhuishouding in de Waalsprong.