Koersdocument 2025
Tekst van het document
Koersdocument 2025
1
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding ......................................................................................................................................................................3 Waar staan we nu? ......................................................................................................................................................4 Schaarstes nader geduid................................................................................................................................................4 Ruimte op het elektriciteitsnet ..................................................................................................................................4 Ruimte .........................................................................................................................................................................5 Krapte op de arbeidsmarkt ........................................................................................................................................5 Financiën .....................................................................................................................................................................6 Conclusie .....................................................................................................................................................................6
3.
Uitgangspunten voor de koers 2025 en verder .........................................................................................................7 Een sluitende begroting: ............................................................................................................................................7 Focus op realiseren van onze ambities uit het coalitieakkoord, zoals verwerkt in de begroting: .........................8 We gaan projecten/activiteiten prioriteren en temporiseren: .................................................................................8 We kijken naar de activiteiten in de totale begroting of deze voldoende bijdragen aan onze ambities: ..............8
4.
Keuzes voor de koers ..................................................................................................................................................9 4.1 Prioritering en temporisering in het ruimtelijk domein: projecten en investeringen ...........................................9 4.2 Koers voor het sociaal domein: sterke sociale basis, beheersmaatregelen en ombuigen .................................10 4.3 Koers voor externe en interne dienstverlening: werken in en aan de winkel......................................................12
5.
Praktische afspraken voor de Stadsbegroting 2025 - 2028 ....................................................................................14 Doelenboom .................................................................................................................................................................14 Aanpassingen taakvelden in programmastructuur ....................................................................................................14 Indexeringen en aantallen: grondslagen en uitgangspunten Stadsbegroting 2025 – 2028 .....................................14 Indexeringspercentages ...........................................................................................................................................14 Aantallen inwoners en woningen ............................................................................................................................14 Rente .........................................................................................................................................................................15 Bijlage 1: Financieel beeld 2025-2028 .........................................................................................................................16 Ontwikkeling algemene
middelen...........................................................................................................................16 Financiële knelpunten ..............................................................................................................................................16 Terugbrengen investeringsplan naar € 90 miljoen per jaar ...................................................................................17 Financiële uitgangspunten voor de Stadsbegroting 2025 -2028 ...........................................................................17 Bijlage 2: toelichting ontwikkeling algemene middelen ............................................................................................18 Bijlage 3: hoe is het ravijn 2025-2026 gedempt? .........................................................................................................20 Bijlage 4: voorjaarsnota en het regeerakkoord op hoofdlijnen en effecten op het gemeentefonds .......................21 Bijlage 5: nieuwe normeringssystematiek gemeenfonds: koppeling volume en prijs .............................................22 Bijlage 6: knelpunt Jeugd: verschil prognose en begroting nader geduid ................................................................23 (excl.
effect nieuwe aanbestedingen)..........................................................................................................................23 Financiële scenario’s jeugdzorg ..............................................................................................................................24
2
1.
Inleiding
Bij het maken van ons tweede koersdocument zijn we als college halverwege onze bestuursperiode. Veel van onze ambities zijn omgezet in plannen en die zijn of komen snel in de fase van uitvoering. We liggen goed op koers met de realisatie van onze ambities. Maar knelpunten zijn er ook, zoals vrijwel altijd. Daar willen we in onze koers op anticiperen. In dit koersdocument leggen we onze afwegingen en uitgangspunten voor, om keuzes te maken voor de Stadsbegroting 2025-2028, zodat uw raad hiervoor de kaders kan stellen. We benoemen de belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op de koers die we willen uitstippelen en hoe we daarmee omgaan. Dit koersdocument bouwt voort op het Koersdocument 2024. Toen voorzagen we dat we rekening moesten gaan houden met meer schaarste, niet alleen aan financiële middelen, maar ook op andere gebieden zoals materialen, stikstofruimte of capaciteit op het elektriciteitsnet. De vorig jaar geconstateerde schaarstes zijn er nog steeds en noodzaken nog meer tot concretere keuzes en prioriteiten. De beperkte ruimte op het elektriciteitsnet is tastbaar geworden en is van grote invloed op onze ambities voor economische ontwikkeling en verduurzaming van woningen, voor bedrijven en mobiliteit. Ook de krapte op de arbeidsmarkt doet zich meer en meer voelen.
We verwachten dat de impact hiervan de komende jaren gaat toenemen, zowel in onze eigen organisatie als bij onze partners in de stad en organisaties waarmee we contracten hebben of die subsidies ontvangen om bij te dragen aan onze ambities. Ook voor de komende jaren hebben we financiële verdeelvraagstukken. We willen natuurlijk dat alle plannen die we gemaakt en uitgewerkt hebben, ook uitgevoerd kunnen worden, maar daarin zullen we moeten prioriteren: wat nu en wat later? We willen blijven verduurzamen, de stad laten groeien en haar mooier en groener maken, bestaanszekerheid en kansengelijkheid bevorderen, zodat onze inwoners op eigen benen kunnen staan en er voor hen zijn, als dat niet lukt. Daarop zijn onze keuzes in dit koersdocument gericht. Dit zijn keuzes op hoofdlijnen, maar op onderdelen wel concreter dan in ons vorige koersdocument. Hierover gaan we graag in debat met de gemeenteraad. De zaken waar we graag expliciet antwoord van de raad op willen, hebben we in dit koersdocument rood geaccentueerd. Wij zijn benieuwd naar uw kijk hierop. Daarna vertalen we de opbrengst van het debat naar de keuzes voor de nieuwe Stadsbegroting. Leeswijzer In de hoofdtekst vindt u de voorstellen voor onze koers voor 2025 en de jaren daarna. We gaan in op de impact van de schaarstes en hoe we onze koers daarop uitzetten, zowel ruimtelijk als sociaal en voor onze dienstverlening.
Dit koersdocument bevat ook een aantal bijlagen, met name met verdieping op onderdelen van het financiële beeld en de knelpunten daarin.
3
2.
Waar staan we nu?
Na twee jaar besturen zien we dat we op vrijwel al onze ambities uit het coalitieakkoord goede voortgang boeken. Dat houden we graag vast. We hebben onder meer ambitieuze agenda’s gemaakt voor de mobiliteitstransitie, groen en de binnenstad, die we nu gaan uitvoeren. In het sociaal domein is de aanpak met de buurtteams effectief en werpt zijn vruchten af. Dat geeft meer rust. Opnieuw hebben we ons extra ingezet om vluchtelingen op te vangen, deze keer in Winkelsteeg. Voor onze inwoners met een laag inkomen hebben we de energietoeslag geregeld, die groot verschil maakte voor veel mensen. Hier zijn we trots op, maar we zien ook dat dit veel gevraagd heeft en nog vraagt, van onze medewerkers. In de openbare ruimte boeken we goede voortgang in de vernieuwingsgolf die nodig is. De inbreng en reflecties van bewoners daarbij vinden we waardevol en inspirerend. Ook op sportief gebied staat Nijmegen er goed voor, zowel qua accommodaties als prestaties. We bouwen gestaag door in de Waalsprong, het Waalfront en het Stationsgebied. De nieuwbouw van Metterswane is nu echt gestart, in het Waalfront rijzen de woontorens op en het hart van de Waalsprong is een levendig gebied aan het worden.
De stads- en wijkmonitor laat onder andere zien dat het met de cultuurparticipatie in Nijmegen uitstekend gaat en Nijmegen steeds duurzamer wordt; inmiddels heeft meer dan de helft van de woningen in Nijmegen minimaal energielabel B. Ook op ingewikkelde, taaie ambities, waarbij het flink tegen kan zitten, zetten we stapjes vooruit, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van het warmtenet in Dukenburg. Tegelijkertijd hebben we ook zorgen en zijn er onzekerheden. Het blijft onrustig op het wereldtoneel. Vorig jaar hebben we gemerkt hoe plotseling en ingrijpend de gevolgen daarvan kunnen zijn. En binnenkort treedt een nieuw kabinet aan, dat andere prioriteiten stelt dan de vorige kabinetten en een hoofdlijnenakkoord gesloten heeft, waardoor veel van de impact voor ons nog afwachten is. De impact van schaarstes wordt steeds voelbaarder in onze stad. Een sociale stad blijven met de structurele financiële tekorten op Wmo en Jeugdhulp, een krapper wordende arbeidsmarkt in de zorg en een groeiende vraag naar ondersteuning, is een zorg voor ons. En we zijn ons ervan bewust dat voldoende realisatiekracht cruciaal is. Keuzes moeten maken is niet nieuw. We moeten en willen kiezen voor prioriteit voor de uitvoering, ook als we op andere gebieden dan minder kunnen doen. En voor activiteiten en beleid dat verschil maakt voor de Nijmegenaren, Nijmeegse organisaties en bedrijven.
Schaarstes nader geduid Vorig jaar zagen we al schaarstes; aan capaciteit op het elektriciteitsnet, een toenemende krapte op de arbeidsmarkt en aan financiële middelen, toen zeker vanwege de hoge inflatie en de sterk gestegen energiekosten. Die noodzaakten ons toen al om te prioriteren, temporiseren en heroverwegen. Die noodzaak is niet verminderd.
Ruimte op het elektriciteitsnet Netcongestie is in Nijmegen en de omliggende regio inmiddels een feit. Op basis van de meeste recente prognoses van de netbeheerders zijn de vooruitzichten dat er tot 2030 voldoende netcapaciteit is om de geplande woningen aan te sluiten. Voor de aansluiting van grootverbruikers, met name bedrijven, maar ook voorzieningen zoals bijvoorbeeld een school of een sportaccommodatie is echter geen ruimte op het net en het systeem van wachtlijsten blijft bestaan. Op het gebied van mobiliteit is er in de prognose ruimte voor kleinschalige voorzieningen en opties voor slim laden, maar niet voor grote laadpleinen.
4
De cijfers kunnen veranderen en ook andere “claims”, bijvoorbeeld warmtepompen, op het net kunnen grote effecten hebben op het totaalbeeld. Ook ligt er vanuit economie nog een forse vraag naar ruimte én zijn hiervoor in de toekomst aansluitingen voor grootverbruikers nodig (o.a. VIA-T, De Grift, nieuwe bedrijven op bestaande terreinen, etc.). We gaan ervan uit dat er op termijn weer ruimte gaat ontstaan. Dit gesprek over de inzet van het net blijven we met Liander voeren. De komende jaren blijft netcongestie een fors risico en voelen de analyses die tot ons komen als dagkoersen. Slimme maatregelen (balanswijken bijv.) blijven gewenst.
Ruimte De groei van Nijmegen en alle ambities voor het versterken van de kwaliteit van de stad brengen een intensivering van het ruimtegebruik met zich mee: op gebiedsniveau vraagt dit keuzes tussen wonen, economie en voorzieningen, op wijkniveau tussen bijvoorbeeld groen en parkeergelegenheid, op het kleinste schaalniveau is er grote druk in de ruimte ondergronds. Dit gegeven is niet nieuw, er zijn ruimtelijke uitgangspunten voor geformuleerd en vastgesteld. Dit vraagt op korte termijn geen expliciete bestuurlijke keuzes en dus ook niet in dit koersdocument. Dat geldt ook voor andere ruimtelijke schaarstes, zoals stikstof of water & bodem sturend. Op de langere termijn zijn een groeistrategie voor de stad en ruimtelijke keuzes per stadsdeel echter wel wenselijk. Deze afwegingen vinden plaats in de Omgevingsvisie en in een bestuurlijk gesprek over de groeistrategie van de stad. Als we niet gericht keuzes maken in de groeistrategie van de stad, of in alle ambities die een ruimteclaim met zich meebrengen, zouden we weinig regie en strategie over de stedelijke ontwikkeling van Nijmegen voeren en missen we kansen voor slimme en efficiënte combinaties.
De schaarste in ruimte is in het kader van het Koersdocument met name relevant omdat er wel een relatie is met het thema netcongestie: in de ondergrond vragen aanpassingen in stroomnet de nodige ruimte, en bovengronds leggen opties voor batterijen en andere energieopslag een ruimteclaim.
Krapte op de arbeidsmarkt Deze schaarste zien we in een aantal sectoren optreden en we moeten er rekening mee houden dat deze toeneemt. In onze organisatie merken we de impact nu al. Onze uitvoeringskracht staat sinds enige tijd om
uiteenlopende redenen onder druk, terwijl de collega’s in de uitvoering essentieel zijn voor het behalen van onze doelen. De werkdruk is, mede hierdoor, op veel plekken in de organisatie al (te) hoog. Dit gecombineerd met een groeiende stad én een groeiend aantal taken, maakt dat bestuur en organisatie in de nabije toekomst onvermijdelijk moeilijke keuzes moeten maken. Op de uitvoerende afdelingen die extra taken als de energietoeslag en de coronaregelingen uitgevoerd hebben, heeft de boog lang tot het uiterste gespannen gestaan en daarvan merken we nu de gevolgen. En op onderdelen zien we dat de kwaliteit van de geleverde diensten achteruitgaat: op sommige plekken lopen de wachtlijsten op, we halen wettelijke termijnen niet altijd en zaken worden soms niet goed afgehecht. Het werken in de gemeentelijke uitvoering wordt door extra taken bovendien steeds ingewikkelder. Dit vergroot de urgentie om oplossingen te bedenken die onze uitvoeringskracht vergroten. De krapte op de arbeidsmarkt maakt dat de in-, door- en uitstroom toenemen. Deze is gestegen met 7% naar 35% per jaar. Het aantal externe vacatures is verviervoudigd tot 168 per jaar en voor 5-10% van de externe vacatures vinden we geen geschikte kandidaat. De kans is groot dat dit voor steeds meer functies moeilijk gaat worden.
Op steeds meer plekken worden vacatures die in de krappe arbeidsmarkt moeilijk in te vullen zijn, opgevangen door zelf medewerkers op te leiden. Ook externe partners kampen met personeelstekorten, zoals bouwbedrijven, zorgaanbieders en horecapersoneel bij evenementen. Ook bij netcongestie is personele krapte een factor van belang. Dit doet afbreuk aan de realisatiekracht van gemeentelijke plannen. Op de middellange en lange termijn zal ook de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg grote impact hebben, onder andere op de leveringszekerheid van zorg en ondersteuning. 5
We zien dit nu al ontstaan bij de huishoudelijke hulp en de hulpmiddelen. We houden daar middelen over omdat de aanbieders niet alles kunnen leveren door personeelstekorten. Gevolgen zijn wachtlijsten en langere wachttijden voor onze inwoners.
Financiën De ontwikkeling van de algemene middelen is gunstig ten opzichte van een jaar geleden. Ook ons weerstandsvermogen is gezond, maar fluctueert sterk, vooral door ons actief grondbeleid en onzekerheden daarbinnen. Hier staat tegenover dat we in alle programma’s specifieke knelpunten zien in de uitvoering en de realisatie van onze ambities. Deze tellen op tot tientallen miljoenen en zijn dan ook aanmerkelijk omvangrijker dan de financiële ruimte, dus we zullen keuzes moeten maken, op alle gebieden. In bijlage 1 vindt u een toelichting op het actuele financiële beeld en in bijlagen 1 en 6 een toelichting op de financiële knelpunten en onzekerheden. Het is noodzakelijk om scherp te kiezen waar we geld voor vrij maken. Keuzes in het ruimtelijk domein hebben financiële gevolgen in de grondexploitaties. We verwachten structurele financiële tekorten in het sociale domein, die kunnen oplopen tot enkele tientallen miljoenen per jaar. Op dit gebied zijn we enerzijds afhankelijk van keuzes die het rijk gaat maken, zoals toegelicht in de bijlage ‘knelpunt Jeugd, verschil prognose en begroting nader geduid’, anderzijds zullen we ook over de volle breedte moeten kijken hoe we de tering meer naar de nering zetten. Zeker ook met de toenemende vergrijzing. Kwesties vanuit in- en externe dienstverlening hebben we hier nadrukkelijk ook bij te betrekken.
Met alle ontwikkelingen in het fysieke en sociaal domein hebben we de puzzel te leggen hoe onze organisatie eruit moet zien als we de huidige ambities, al dan niet in bijgestelde versie, willen kunnen realiseren. Door de groei van de stad en de organisatie zijn we voor onze dienstverlening sowieso krap ingericht. Dit geldt zowel voor de krappe bezetting in de uitvoering als op de te omvangrijke ‘span of attention’ van managementlagen in sommige afdelingen. Van de 10 afdelingen zijn er 6 groter dan de in 2020 afgesproken norm en dat geldt ook voor 40% van de bureaus. Overschrijding van de span of attention leidt potentieel tot kwaliteitsverlies van de resultaten. De groeiende gemeentelijke organisatie en de groei aan diensten vragen bovendien extra beheer en ondersteuning. De extra middelen die in 2023 hiervoor beschikbaar zijn gesteld zijn onvoldoende geweest om op alle fronten van bedrijfsvoering aan de kwantitatieve en kwalitatieve ondersteuningswensen te kunnen blijven of gaan voldoen. De extra middelen zijn vooral aangewend voor de gewenste ontwikkelcapaciteit binnen bedrijfsvoering, terwijl we ook te investeren hebben in vernieuwing.
Conclusie De schaarstes financiële middelen en ruimte op het elektriciteitsnet hebben we kwantitatief goed in beeld. Wel is er voortdurend sprake van voortschrijdende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. De meicirculaire is bv. nog niet verwerkt in het financiële beeld en naar verwachting staat er net voor de zomer een nieuw kabinet op het bordes met de koning, dat een andere koers vaart dan het vorige kabinet en in het hoofdlijnenakkoord niet over alle onderwerpen die gemeenten raken, iets heeft vastgelegd. De gevolgen van de plannen van het nieuwe kabinet voor gemeenten worden de komende maanden duidelijker. En wat betreft het stroomnet, fluctueren de prognoses voor de beschikbare ruimte en dat blijft voorlopig zo. We zullen dus voortdurend moeten anticiperen en wendbaar moeten blijven. Op de werkdruk in onze organisatie hebben we zicht. Maar de krapte op de arbeidsmarkt en de gevolgen voor de economische ontwikkeling en onze eigen organisatie en ambities vragen nog nadere analyse. Het macrobeeld laat nu al een omslag zien van een structureel overschot aan arbeidskrachten t.o.v. het aantal banen, naar een structureel tekort aan arbeidskrachten. We hebben behoefte aan een beter beeld van de verwachte krapte in sectoren die voor onze ambities en organisatie van belang zijn en voor de stad.
Als kennisstad heeft Nijmegen een relatief jonge en hoogopgeleide beroepsbevolking die bovendien langer blijft groeien in omvang dan in veel
6
andere gemeenten. Wat dit betekent voor de stad en waar we invloed kunnen uitoefenen, willen we scherper in het vizier krijgen.
3.
Uitgangspunten voor de koers 2025 en verder
De schaarstes die we in het vorige hoofdstuk nader geduid hebben, zijn groter, concreter en urgenter geworden sinds vorig jaar en daarmee ook de noodzaak om bij te blijven sturen. We willen immers tijdig anticiperen, (bij)sturen, keuzes maken en richting geven zodat de schaarstes ons niet ‘overkomen’. We willen onze ambities zo goed mogelijk blijven realiseren, zodat de stad zich ontwikkelt zoals we dat voor ons zien, onze ondersteuning en voorzieningen de mensen bereiken die die het hardst nodig hebben en we onze inwoners en bedrijven goed van dienst blijven. Niet ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’, of het nu gaat om het bouwen van woningen, of jeugdhulp. In ons vorige koersdocument hebben we daarvoor een aantal principes geformuleerd. Wat ons betreft zijn die grotendeels nog steeds van toepassing voor onze koers. Alleen het principe ‘Gemeentelijke inkomsten worden niet extra verhoogd’ handhaven we niet expliciet. Vorig jaar kozen we dit principe omdat we onze inwoners en bedrijven in tijden van hoge inflatie niet wilden confronteren met nog meer kostenstijgingen. Onze financiële opgave is nu echter zo fors dat we geen enkele maatregel a priori uitsluiten. We gaan scherper richting geven op deze principes. We zetten ze hieronder op een rij en duiden wat ze betekenen voor onze koers.
In het volgende hoofdstuk concretiseren we wat ze betekenen voor onze koers ruimtelijk, sociaal en voor onze dienstverlening. De relevante uitgangspunten zijn: • Een sluitende begroting • Focus op realiseren van onze ambities uit het coalitieakkoord, zoals verwerkt in de begroting; • We gaan projecten/activiteiten prioriteren: wat eerst en wat later?; • We kijken naar alle activiteiten en heroverwegen of deze nog voldoende bijdragen aan onze ambities; • De financiële spelregels die wij hebben afgesproken en de wettelijke financiële richtlijnen.
Een sluitende begroting: Ons college hecht aan het op orde zijn van de meerjarenbegroting en het weerstandsvermogen. Het actuele financiële beeld vindt u in bijlage 1. Wij zullen na de zomer een sluitende Stadsbegroting 2025– 2028 aanbieden. Aangezien het bedrag aan financiële knelpunten veel groter is dan de beschikbare financiële ruimte, zullen we stevige keuzes moeten maken om tot een sluitende begroting te komen. De financiële uitgangspunten die we daarvoor hanteren zijn: • Een meerjarig sluitende begroting; • We stellen keuzes niet uit; • De ambities uit het investeringsplan worden teruggebracht naar € 90 miljoen per jaar; • We accepteren dat het bij sommige ombuigingen tijd kost voordat ze effect hebben en accepteren dan in het eerste jaar een tekort; • De financiële spelregels die wij hebben afgesproken en de wettelijke financiële richtlijnen. Ons college kan zich voorstellen dat in specifieke situaties van bovenstaande uitgangspunten wordt afweken.
7
Focus op realiseren van onze ambities uit het coalitieakkoord, zoals verwerkt in de begroting: We blijven prioriteit geven aan de projecten, het beleid en de uitvoering die de meeste impact hebben in de stad en het meeste bijdragen aan onze ambities en houden daaraan vast. Daarin zullen we prioriteiten moeten stellen en keuzes maken. We weten steeds beter wat er op ons afkomt en gaan daar stap voor stap op bijsturen en de opties die we hebben, inzetten om knelpunten op te lossen. We houden oog op de bal en laten ons niet afleiden. Daarbij hebben we aandacht voor de uitvoeringskracht en haalbaarheid, in onze eigen organisatie en bij onze partners. Juist nu we in deze bestuursperiode op veel gebieden in de uitvoeringsfase van onze ambities zijn aanbeland is dit van cruciaal belang. We zoeken naar ruimte om de organisatie mee te laten groeien met de stad en de bedrijfsvoering mee te laten ademen met de omvang van de primaire processen, zodat we zelf in staat zijn zo veel mogelijk van onze ambities te realiseren.
We gaan projecten/activiteiten prioriteren en temporiseren: Schaarstes als netcongestie, financiën en de krappe arbeidsmarkt maken het noodzakelijk om onze plannen en investeringen realistisch uit te zetten in de tijd, volgende stappen te zetten in de hervormingen in het sociaal domein en onze organisatie te versterken en te laten doorontwikkelen. Daarvoor maken we doordachte keuzes op basis van ons lange termijnbeleid. In het volgende hoofdstuk leggen we hierover concrete keuzes voor de koers voor.
We kijken naar de activiteiten in de totale begroting of deze voldoende bijdragen aan onze ambities: Er zijn fors meer financiële knelpunten, dan financiële ruimte in de begroting. Deze knelpunten zullen we afwegen tegen bestaande inzet en ambities. Dit doen we volledig transparant. We sluiten op voorhand niets uit, tenzij we dat evident onverstandig vinden. Ook willen we de mogelijkheid openhouden om ruimte te maken voor nieuw beleid en daarvoor een afweging te maken over de inzet van middelen ten opzichte van bestaande inzet en ambities.
8
4.
Keuzes voor de koers
In dit hoofdstuk leggen we concrete keuzes voor over onze koers. Zowel ruimtelijk, als sociaal en in onze dienstverlening, heeft een combinatie van de beschreven schaarstes impact. Die impact is verschillend en ook de afwegingscriteria zijn verschillend. De prioritering in projecten en investeringen kent andere afwegingscriteria en financiële consequenties dan prioritering in beleid en uitvoering in het ruimtelijke en sociale domein en in de bedrijfsvoering. Om die reden presenteren we hier de uitgangspunten en kaders voor een drietal perspectieven: het ruimtelijk domein, het sociaal domein en dienstverlening, om handelingsperspectieven aan te reiken voor het beïnvloeden van de schaarstes waar mogelijk.
4.1 Prioritering en temporisering in het ruimtelijk domein: projecten en investeringen Hier speelt een combinatie van schaarste aan ruimte op het elektriciteitsnet en de financiële gevolgen daarvan, noodzaak van zorgvuldige ruimtelijke keuzes en prioriteiten en de krappe arbeidsmarkt. Om te beginnen geeft netcongestie forse risico’s voor onze ruimtelijke plannen. Er is onvoldoende ruimte op het stroomnet om zowel onze woningbouwambities en de mobiliteitstransitie te realiseren als onze ambities voor bedrijven en voorzieningen. We zullen op basis van de prognoses van en het overleg met de netbeheerders voortdurend moeten bijsturen in onze plannen. Anders komt er een moment dat we voor nieuwe aansluitingen ‘zonder stroom zitten’. In dat geval verliezen we de regie en wat we dan wel of niet kunnen realiseren in de stad overkomt ons. Niet bijsturen in onze ruimtelijke plannen en ambities zal leiden tot concurrentie tussen bestaande projecten (en tot grote druk op onze organisatie). In het negatiefste geval hebben wij straks gebouwen en infra zonder stroomaansluiting en maken we de ambities voor woningbouw, economische ontwikkeling en schone mobiliteit niet waar. Prioriteren en temporiseren van plannen als gevolg van netcongestie, heeft ook financiële gevolgen in de grondexploitaties.
Hier zijn bewuste keuzes en gerichte sturing van belang om deze zo veel mogelijk te beperken en verantwoord op te vangen. Projecten die geen extra capaciteit van het elektriciteitsnet vragen (no regret) of die hier een positieve invloed op hebben, kunnen doorgaan. We constateren ook dat we meer woningen in de planning hebben dan we kunnen realiseren. We hebben op dit moment 142% plancapaciteit. Als we deze terugbrengen naar 130% van onze woningbouwopgave, houden we ons nog altijd aan de afspraken in de Woondeal 2.0 met het Rijk. Ook biedt dit voldoende ruimte in de programmering om vertraging of uitval van plannen op te vangen en het tempo in de gebiedsontwikkeling te houden lucht geven in de werkdruk (personeelsschaarste) en ruimteschaarste in de stad. Keuzes in de ruimtelijke plannen vanwege netcongestie en de krappe arbeidsmarkt maken we aan de hand van een inhoudelijk afwegingskader om plannen te prioriteren die passen bij de gewenste koers voor de stad. We werken de komende tijd aan de actualisatie van de Omgevingsvisie en willen dat deze visie voldoende sturend wordt om echt keuzes te maken.
Tot die tijd hanteren we de uitgangspunten uit de contourennotitie voor de Omgevingsvisie om onze ruimtelijke projecten te prioriteren en realistisch uit te zetten in de tijd, binnen de kaders van de capaciteit op het elektriciteitsnet, 130% plancapaciteit en in zorgvuldige ruimtelijke afweging. Deze contourennotitie is immers het meest actuele, met de raad besproken document met kaders voor ruimtelijke inrichting van de stad. Naast de richting die de omgevingsvisie en daarop voorsorterende besluitvorming geeft, vinden we het ook van groot belang om de sociale impact van een plan op onze stad en de leefbaarheid als criteria mee te wegen bij deze prioritering. Dan gaat het om projecten en ontwikkelingen in wijken die een investering nodig hebben in voorzieningenniveau en/of sociale structuur, bijvoorbeeld wonen voor aandachtsgroepen of een herstructurering in de bestaande stad die een positief effect heeft op de leefbaarheid. Ook onze investeringsplanning voor de bestaande stad houden we tegen het licht. We zetten de investeringen realistisch uit in de tijd en stellen prioriteiten op basis van noodzaak en uitvoerbaarheid. In bijlage 1 staat een 9
uitgebreidere toelichting. Ons voorstel is een uitwerking hiervan voor te leggen bij de Stadsbegroting. We houden wel vast aan onze ambitie: een investeringsagenda van € 547 miljoen. Vanuit het oogpunt van schaarste houden we als richtlijn aan dat we per jaar maximaal een bedrag van 90 miljoen euro aan investeringen kunnen realiseren; we stellen daarmee de ambitie per jaar op ongeveer 200% van het jaargemiddelde van de afgelopen vijf jaar. Noodzakelijke nieuwe investeringen moeten binnen deze ruimte worden ingepast. Vanuit dat perspectief onderzoeken we hoe we de huidige investeringen en noodzakelijk geachte nieuwe investeringen in de tijd kunnen prioriteren. Voor nieuwe investeringen zal dekking binnen de beschikbare middelen moeten worden gezocht. We gaan aan de slag om impactanalyses te maken, aan de hand van deze criteria en de beschikbare capaciteit. Deze prioritering van onze ruimtelijke plannen, kan financiële gevolgen hebben voor de grondexploitaties, die we op basis van de prioritering moeten laten landen in de Stadsbegroting en van een oplossing voorzien. Voorstel keuzes voor de koers in het ruimtelijk domein: ▪ Bij prioritering van onze ruimtelijke projecten gebruiken we de uitgangspunten uit de contourennotitie Omgevingsvisie om keuzes te maken, in combinatie met de sociale impact en leefbaarheid.
▪ Als in een project schaarste geen rol speelt (no regret), of het netcongestiepositief is, kan het doorgaan. ▪ De financiële impact zullen we vanuit de bovenstaande prioritering verwerken we in de begroting, niet per sé in 1 keer in 2025 ‘afrekenen’ met de saldireserve. ▪ We zetten onze investeringen realistisch uit in de tijd en houden als richtlijn aan dat we per jaar maximaal € 90 miljoen aan investeringen kunnen realiseren. Noodzakelijke nieuwe investeringen moeten binnen deze ruimte worden ingepast.
4.2 Koers voor het sociaal domein: sterke sociale basis, beheersmaatregelen en ombuigen In het sociaal domein maken vooral de schaarste aan middelen en in de nabije toekomst de krappe arbeidsmarkt in zorg en ondersteuning, keuzes noodzakelijk. Om met dat laatste te beginnen; we schreven er al over op p. 5. Er ontstaat een structureel tekort aan personeel in de zorg. We zien dit nu al bij de huishoudelijke hulp en hulpmiddelen Wmo. Inwoners die deze ondersteuning nodig hebben, moeten er langer op wachten en we houden middelen over. Dat laatste kan de tekorten verminderen, maar risico is dat als mensen hulp nodig hebben maar niet kunnen krijgen, hun problemen verergeren en de hulpbehoefte toeneemt. Daar is niemand bij gebaat. Financiële knelpunten en risico’s zijn er voornamelijk in de jeugdhulp, Wmo en BUIG. Voor jeugd hebben we een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de vraag en deze gecombineerd met de beschikbare budgetten, afspraken tussen rijk en gemeenten en onzekerheden over de financiën. Daarvoor hebben we drie scenario’s gemaakt (zie bijlage 6). Ons voorstel is om scenario 1: bestaande afspraken zijn uitgangspunt, te hanteren voor de Stadsbegroting 2025-2028. In dit scenario is de prognose van het tekort € 9,6 miljoen. Ander knelpunt is de aanbesteding van ambulante jeugdhulp en Wmo per 2025. De contracten lopen eind dit jaar af.
In de aanbesteding moeten we rekening houden met hogere tarieven als gevolg van de inflatie en gestegen lonen. Deze zijn geraamd op € 7,5 -€ 12 miljoen per jaar (prijspeil 2024). Daarnaast verwachten we een toename van het gebruik van Wmo-ondersteuning als gevolg van de vergrijzing en de ambulantisering in de zorg (GGZ, ouderenzorg). De buurtteams volwassenen slagen erin een deel van deze stijging op te vangen, maar desalniettemin moeten we rekening houden met een toename van de vraag naar individuele ondersteuning op het gebied van beschermd wonen, ambulante begeleiding, hulpmiddelen en hulp bij
10
het huishouden. Exclusief tariefstijgingen, ramen we die op € 4 miljoen in 2025, oplopend naar circa € 7 miljoen in 2027. Hiervan is ongeveer de helft te bestempelen als een risico, de rest is echt een hard knelpunt. Verder blijft Nijmegen een nadeelgemeente voor BUIG, het budget voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet. We ramen een tekort van € 3-€ 4 miljoen per jaar, maar de omvang is onzeker. In 2018 heeft de gemeenteraad met het vaststellen van het Masterplan BUIG besloten dat afwijkingen ten opzichte van de gemeentelijke programmabegroting op BUIG in het jaarrekeningresultaat verwerkt worden, conform de financiële spelregels. Al sinds de decentralisaties in 2015 hebben we te maken met financiële tekorten. Ondanks voortdurend bijsturen en transformeren, o.a. Beschermd thuis en de Buurtteams, blijven de tekorten bestaan. We komen op het punt dat we moeten concluderen dat we de toename van de vraag naar individuele Wmo-ondersteuning en jeugdhulp niet kunnen blijven faciliteren. We lopen nu tegen de financiële grenzen aan en op middellange termijn ook tegen de krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende vergrijzing. We ontkomen er niet aan om keuzes te maken om de schaarste te verdelen, op een zo verantwoord mogelijke manier. Want deze keuzes hebben direct gevolgen voor mensen.
We stellen de volgende stappen voor: We gaan het gesprek aan met de gemeenteraad, onze inwoners en aanbieders van hulp en ondersteuning, dat we op verschillende vlakken meer los moeten laten omdat we als gemeente niet meer de middelen hebben om voor alles ondersteuning en hulp te bieden en er in de toekomst ook te weinig medewerkers voor zijn. De gemeente wordt ook op het gebied van zorg en ondersteuning steeds meer het vangnet voor hen die het niet zelf redden. Meer zelfredzame inwoners zullen meer zelf moeten oplossen of langer wachten tot ondersteuning beschikbaar is. We zorgen allereerst voor een stevige sociale basis1. Hier kan iedereen terecht die behoefte heeft aan hulp en ondersteuning. De sociale basis is waardevol in zichzelf en bevordert de veerkracht en het zelfoplossend vermogen van mensen. Een belangrijk effect van een stevige sociale basis is preventie: het voorkomen van (toename van) zorgvraag, door meer collectief aanbod en sociale verbinding, zodat er minder individuele ondersteuning nodig is. Ook de Buurtteams Volwassenen en Jeugd & Gezin blijven een belangrijke rol vervullen. De beweging om 80% van de ondersteuningsvragen door de buurtteams te laten beantwoorden zetten we door.
In de individuele ondersteuning Jeugd en Wmo gaan we scherper prioriteit geven aan de mensen die deze het hardst nodig hebben en voor wie het aanbod in de sociale basis niet toereikend is. Dit combineren we met beheersmaatregelen zoals bv. budgetplafonds voor jeugdhulp en individuele begeleiding Wmo. We schatten in dat hierdoor een besparing van in totaal € 7 miljoen mogelijk is. Dit type maatregelen vereist een nauwgezette verkenning en voorbereiding en bovenal een zorgvuldige uitvoering. Om te beginnen, vraagt dit gesprekken met de gemeenteraad, onze inwoners en onze contract- en subsidiepartners. De daadwerkelijke introductie van budgetplafonds vergt minstens 6 maanden, het landelijk We hanteren hierbij de begrippen en definities uit ‘Samen werken, samen sterk’: De sociale basis is het web van betekenisvolle relaties tussen mensen. Dit brengt verbinding, ondersteuning en zingeving. De sociale basis is deels geformaliseerd in organisatorische verbanden: de sociale basisinfrastructuur. Een gangbare definitie hiervan is: het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maakt dat mensen in redelijkheid in sociale verbanden (buurten, groepen, netwerken, gezinnen) samen kunnen leven en kunnen participeren in de samenleving. Vaak wordt deze basisinfrastructuur gezien als de sociale basis.
Dat doet echter te weinig recht aan de eigenheid en autonomie van informele netwerken en alledaagse betrekkingen tussen inwoners. 1
Uitgaande van deze brede opvatting van sociale basis is enige inkadering noodzakelijk. Wij richten ons daarom primair op de beleidsterreinen welzijn, gezondheid, sport (als middel) en preventief jeugdbeleid (inclusief onderwijs). Dit in samenhang en samenwerking met cultuur(-participatie), werk en inkomen (schuldhulp, activering en participatie), wijkaanpak en wijkaccommodatiebeleid. De verbinding met de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet via de buurtteams (brede basisteams) is daarbij essentieel.
11
voorgeschreven minimum, tot 12 maanden na aankondiging door de gemeente. Uiteraard moeten de sociale basis en eventuele andere alternatieven dan geëquipeerd zijn om meer ondersteuning te leveren. En we moeten maatregelen nemen om zorgvuldig te prioriteren en risico’s zoals te lange wachttijden en verergering van de problematiek zo veel mogelijk te voorkomen, zoals een procedure voor toepassing van een hardheidsclausule. Om middelen en uitgaven in evenwicht te brengen is meer nodig. Breder in het sociaal domein gaan we ombuigingsopties onderzoeken op haalbaarheid, tempo en opbrengst. We streven naar een bedrag van € 10 miljoen. Daarmee hebben we nog niet alle knelpunten van een oplossing voorzien. Daarvoor zullen we breder in de programma’s moeten zoeken naar ombuigingsmogelijkheden. Deze ombuigingen zullen uiteraard gevolgen hebben in de stad, er zijn weinig pijnloze ombuigingen. Welke, is afhankelijk van de keuzes, bijvoorbeeld voor mensen met lage inkomens of schulden, voor kinderen in een achterstandssituatie of voor de ‘couleur locale’, voorzieningen voor alle inwoners van Nijmegen om bv. te sporten of van cultuur te genieten, wat goed is voor het fysiek en mentaal welzijn. Bij deze zoekrichting zal gezocht moeten worden naar een goede mix van kostenreductie in relatie tot (ongewenste) effecten in de stad.
Voorstel keuzes voor de koers in het sociaal domein: ▪ We gaan het gesprek aan met de gemeenteraad, Nijmegenaren en onze subsidie- en contractpartners over de schaarste aan menskracht en middelen in het sociaal domein. ▪ We gaan taakstellende budgetplafonds voor aanbieders van Wmo en Jeugdhulp hanteren en prioriteren in doelgroepen voor individuele ondersteuning: wie ondersteuning het hardst nodig heeft. Hieraan koppelen we taakstellend een bedrag van € 7 miljoen. ▪ Bij deze beheersmaatregelen hoort een sterke sociale basis, voor lichtere hulpvragen en meer zelfredzame mensen. ▪ Op basis van de definitie in de nota: Samen werken, samen sterk, definiëren we welke delen van de sociale basis als substantieel effect preventie van (toename van) ondersteuningsbehoefte hebben. Deze onderdelen sluiten we uit als zoekrichting voor ombuigingen. ▪ We hanteren scenario 1 jeugdhulp: bestaande afspraken zijn uitgangspunt. We houden rekening met een structureel tekort van € 9,6 miljoen en verwerken dit in de begroting. Zie voor de scenario’s bijlage 6: ‘Knelpunt Jeugd, verschil prognose en begroting nader geduid’ ▪ In het sociaal domein verkennen we ombuigingsopties naar haalbaarheid, tempo en opbrengst. De opbrengst hiervan is taakstellend € 10 miljoen. Ook breder in de programma’s zoeken we ombuigingsopties om de financiële knelpunten het hoofd te bieden.
4.3 Koers voor externe en interne dienstverlening: werken in en aan de winkel In de afgelopen periode heeft een aantal ontwikkelingen veel impact gehad op de organisatie. Nijmegen groeit, niet alleen in aantallen inwoners, maar ook in ambities en stedelijke opdrachten. De ambtelijke organisatie groeit mee met de ontwikkelingen om de stad klaar te maken voor de toekomst. De organisatie breidt uit en de verwachting is dat deze tendens de komende tijd nog doorzet. Dit werpt nieuwe uitdagingen op. Het kunnen blijven garanderen van de kwaliteit vraagt om een evenwichtige groei waarbij de ondersteunende en leidinggevende functies gelijke tred houden met de uitbreiding van taken. De afgelopen jaren is hierin onbalans ontstaan. Daarnaast plaatst de groei ons voor vraagstukken op het punt van onze externe en interne dienstverlening.
Externe Dienstverlening We hebben bewuste keuzes te maken voor de kwaliteit van onze externe dienstverlening. Waar zetten we maatwerk voorop en waar kiezen we voor eenvoud en snelle uitvoering? En als we langere wachttijden accepteren, hebben we daar als bestuur en organisatie ook voor te gaan staan. Bij dienstverlening voor inwoners leiden besparingen in de frontoffice vaak tot extra werk elders in de backoffice. Keuzes voor meer digitale dienstverlening hebben veel impact. Onderzoek is nodig, hoe bij proactieve en digitale dienstverlening beter én goedkoper hand in hand kunnen gaan. 12
Interne Dienstverlening (Bedrijfsvoering) Juist in een tijd van schaarste willen we blijven investeren in het verder ontwikkelen van de organisatie, onze medewerkers en onze werkwijzen. Graag leren we daarbij van creatieve oplossingen elders in het land. We willen onze organisatie transformeren naar een moderne, responsieve overheid waarin de Nijmegenaar centraal staat. Ons beleid en de uitvoering daarvan worden niet in de dienstgebouwen gemaakt, maar komen tot stand door actief samen te werken met de stad en de regio. We werken de visie op onze organisatie verder uit en brengen samenhang aan. We werken op uiteenlopende terreinen aan het ambtelijk vakmanschap van onze medewerkers, zoals op het gebied van informatievoorziening en bestuurlijke advisering. Ook wijkgericht werken, taken in het kader van de Omgevingswet, dienstverlening, informatiebeveiliging, privacy, archivering en frauderisicobeheersing verdienen extra aandacht. Onze uitvoeringskracht wordt versterkt met een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. Hiervoor is een extra impuls nodig. Nieuwe taken op het gebied van privacy, informatiebeveiliging, ethiek, inclusie, veiligheid en ondermijning, vragen om nieuwe functies. De groei van de organisatie heeft effecten op de reguliere bedrijfsvoering: er is meer vraag en de vragen zijn complexer. Momenteel zijn we MS365 aan het invoeren.
Daarmee willen we onze onderlinge samenwerking verder faciliteren en verbeteren, evenals de samenwerking met de stad. Daarnaast willen we bewerkstelligen dat onze archivering gaat verbeteren. Dit geeft ook kansen om onze informatievoorziening naar een hoger peil te brengen, bijvoorbeeld voor onderzoeken van de Rekenkamer of vragen van inwoners of onze gemeenteraad. Om de informatiefunctie te optimaliseren gaan we de maatregelen van het plan informatievoorziening op orde uitvoeren. De digitale infrastructuur is helder en ondersteunend. We actualiseren de bestaande organisatievisie en concretiseren deze binnen alle organisatieonderdelen. We implementeren opgaven, programma’s, projecten en regulier werk zodat duidelijk is hoe deze zich tot elkaar verhouden, en doen dit door flexibel samen te werken. Het is goed om erbij stil te staan of onze huidige organisatiestructuur en sturings- en inrichtingsprincipes nog aansluiten bij de bij de groei van de organisatie en of dat kan leiden tot knelpunten. We signaleren dat een groot aantal organisatieonderdelen getalsmatig groter is dan de norm, wat kan leiden tot kwaliteitsverlies in de resultaten. Ook zien we dat de ondersteunende functies niet op alle onderdelen in balans zijn met het groeiend aantal taken.
We verkennen nu of en in welke mate een aanpassing van de organisatie en mogelijk ook onze sturings- en inrichtingsprincipes noodzakelijk is om de (groei)uitdagingen die onze stad en onze organisatie hebben, het hoofd bieden.
Bekostiging Bedrijfsvoering In 2023 zijn extra middelen beschikbaar gesteld, maar naar de toekomst toe zien we dat er meer nodig is om op alle fronten van bedrijfsvoering aan de kwantitatieve en kwalitatieve ondersteuningswensen te kunnen blijven of gaan voldoen. Op meerdere dienstverlenende afdeling zijn flinke financiële knelpunten. En ook informatiehuishouding vergt structureel extra inzet en financiële middelen. Het is op dit moment niet exact te zeggen hoeveel extra budget dit gaat vergen en op welke momenten precies, daarom verwachten we dat we dit thema de komende jaren meermaals in gaan brengen in de P&C-cyclus, Een eigen variant van het ‘trap op trap af’-mechanisme kan naar de toekomst toe uitkomst bieden om op basis hiervan de dienstverlening en bedrijfsvoering te laten mee-ademen met de omvang van de organisatie. Om zo de verwachte en wenselijke ondersteuning kwalitatief en kwantitatief waar te maken in een groeiende en zich ontwikkelende organisatie. We werken de komende tijd uit hoe dit eruit zou kunnen gaan zien. Voorstel keuzes voor de koers voor dienstverlening en bedrijfsvoering:
▪
We verwachten dat we de komende jaren verder moeten investeren in de interne en externe dienstverlening. Wij gaan dit niet uit de weg. Om deze reden zullen we jaarlijks in beeld brengen wat er (extra) nodig is en met voorstellen komen hoe hierin te voorzien. 13
▪
5.
We ontwikkelen een Trap-op-trap-af systematiek om de bedrijfsvoering mee te laten bewegen met de primaire processen.
Praktische afspraken voor de Stadsbegroting 2025 2028
Doelenboom De afgelopen maanden is gewerkt aan de actualisatieslag van de doelenboom. Dit heeft inmiddels geleid tot een update van ambities en doelen. Ons streven is om deze geactualiseerde doelenboom, te integreren in de structuur van de Stadsbegroting 2025-2028.
Aanpassingen taakvelden in programmastructuur Dit voorjaar zijn nieuwe voorschriften gepubliceerd voor het aanleveren van financiële informatie aan het rijk (de IV-3). In de Stadsbegroting 2025 – 2028 zullen deze nieuwe voorschriften verwerkt worden. Naast wat meer financieel technische aanpassingen zijn de taakvelden op het gebied van WMO en Jeugd herzien. Concreet gaat het om wijzigingen met als doel onduidelijkheden uit een eerdere verfijning weg te nemen, er zoveel mogelijk wordt aangesloten bij informatie-uitvragen in het sociaal domein en de Hervormingsagenda Jeugd van de juiste informatie te voorzien. Deze veranderingen voeren we door in de begroting maar hebben geen consequenties voor de programma-indeling.
Indexeringen en aantallen: grondslagen en uitgangspunten Stadsbegroting 2025 – 2028 Indexeringspercentages Op grond van het centraal economisch plan (cep) van het centraalplan bureau (cpb) komen we tot de volgende indexeringscijfers voor de komende Stadsbegroting: Indexeringspercentages
loonsom
Indexering 2025 nacalculatie Totaal
4,40% 2,90% 7,30%
materiële lasten 2,00% -2,90% -0,90%
inflatie (CPI)
Gemeentelijke tarieven
2,80% 0,60% 3,40%
Subsidies
4,57%
4,57%
Aan de indexeringspercentages valt op dat het cpb vorig jaar de loonontwikkeling te laag en de materiële lasten ontwikkeling te hoog heeft ingeschat. De bijstelling leidt zelfs tot een negatief indexeringspercentage van de materiële lasten.
Aantallen inwoners en woningen In de begroting wordt gerekend met de ontwikkeling van de woningbouw en het aantal inwoners. Hiervoor gebruiken we cijfers van Onderzoek en Statistiek en het programma Wonen. Deze aantallen worden onder meer gebruikt voor de ramingen van de belastingopbrengsten. Voor de raming van het gemeentefonds gebruiken we de uitgangspunten die het ministerie van Binnenlandse Zaken gebruikt in haar verdeelmodel. Stadsbegroting 2025 - 2028
2024
2025
2026
2027
2028
woningproductie per jaar: Bestaande stad Waalfront Waalsprong Totaal Woningbouwproductie verschil t.o.v. Stadsbegroting 2024-2027
358 200 229 787 -263
1.047 243 1.192 2.482 882
370 170 877 1.417 -233
418 0 499 917 -383
519 170 0 689 689*
187.000
188.300
189.600
190.800
192.000
Aantal inwoners per 1-1
14
Toename inwoners
1.300
1.300
1.200
1.200
1.200
*In de Stadsbegroting 2024-2027 was nog geen raming opgenomen voor 2028.
Rente Voor de komende jaren verwachten we lagere rentelasten. Indicatief leidt dit tot een voordelig resultaat, oplopend naar € 3 miljoen in 2028. Dit heeft verschillende oorzaken. Ten eerste is de marktrente gedaald. Ten tweede is met het voordelig rekeningresultaat 2023 ons eigen vermogen toegenomen, waardoor we minder hoeven in te lenen. De rekenrente gebruiken wij als sleutel om de begrote rentekosten op de investeringen door te boeken naar de verschillende taakvelden in de stadsbegroting. De effecten van de dalende rente en de eventuele aanpassingen in het investeringsplan op de rekenrente is nu moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt de huidige rekenrente van 1,6% aangehouden. Wellicht dat later, uiterlijk bij de Stadsbegroting 2025-2028, een aanpassing wordt voorgesteld. Onderstaande tabel geeft de rentepercentages weer, die wij verwachten voor nieuw aan te trekken financiering. 2025 1,6% 1,6% 2,50% 3,50%
Inzet van reserves en voorzieningen (rekenrente) Doorberekening aan investeringen (rekenrente) Langlopende leningen Kortlopende leningen
15
2026
2027
2028
2,25% 3,25%
2,00% 3,00%
2,00% 3,00%
Bijlage 1: Financieel beeld 2025-2028 Het weerstandsvermogen is met de Stadsrekening 2023 versterkt en de ontwikkeling van de algemene middelen is, met de kennis van nu, voor de Stadsbegroting 2025 – 2028 positief. De financiële uitgangspositie voor de Stadsbegroting 2025-2028 is daarmee gunstig. Echter, op de verschillende domeinen zien we wel financiële knelpunten. Deze knelpunten zijn fors groter dan het plusje op de algemene middelen. Dit betekent dat keuzes nodig zijn om tot een sluitende begroting te komen.
Ontwikkeling algemene middelen Inclusief de ontwikkeling uit de voorjaarsnota van het rijk wordt nu uitgegaan van een ontwikkeling van de algemene middelen van: bedragen * € 1 miljoen, Ontwikkeling algemene middelen
2025 -2,1
2026 6,5
2027 5,2
2028 9,3
bedragen * € 1 miljoen
2025
2026
2027
2028
September- en decembercirculaire 2023 gemeentefonds Prijscompensatie in volume ontwikkeling gemeentefonds Effecten prijscompensatie (deels GF) Eénmalige korting gemeentefonds 2025 Definitief bevriezen opschalingskorting (vanaf 2026) Verder doorvoeren nieuw verdeelmodel gemeentefonds Rente
-0,4
-0,4
2,7 -7,4
-4,5
5,4 -5,0 -7,1
12,8 -10,0 -6,7
7,4
7,4
2,5
3,0
7,4 2,7 3,0
Belangrijke verklaringen van de ontwikkelingen zijn:
1,5
In de bijlage ‘toelichting ontwikkeling algemene middelen’ wordt dit nader toegelicht. Nieuw regeerakkoord en ‘het ravijn ‘in de begroting van Nijmegen In het nieuwe regeerakkoord is niets opgenomen over het compenseren van gemeenten voor het ‘ravijn’ in 2026 dat door het kabinet Rutte IV is ontstaan. Ook zijn geen bezuinigingen op het gemeentefonds opgenomen. Omdat het ravijn in de begroting van Nijmegen al was verwerkt zorgt dit niet voor een aanvullend financieel probleem. In de bijlage ‘hoe is het ravijn 2025-2026 gedempt?’ wordt dit nader toegelicht. In de bijlage ‘de voorjaarsnota van het rijk en het regeerakkoord op hoofdlijnen en effecten op het gemeentefonds’ wordt een inschatting gegeven van deze zaken op het gemeentefonds.
Financiële knelpunten Een eerste ruwe inventarisatie levert forse knelpunten op van tientallen miljoenen euro’s. Vooral de volumegroei en de prijsstijgingen van de zorg worden fors hoger ingeschat. In de Stadsrekening 2023 heeft uw raad kunnen lezen dat de kosten voor jeugdzorg fors zijn gestegen. Ook de komende jaren moet we uitgaan van fors hogere kosten, oplopend naar bijna € 10 miljoen. In de bijlage ‘knelpunt Jeugd: verschil prognose en begroting nader geduid’ wordt dit nader toegelicht. Naast deze groei van de jeugdzorg verwachten we nog meer kostenstijgingen. Ook op andere zorgonderdelen verwachten we meer gebruik en daarnaast moeten we voor 2025 verschillende zorg opnieuw aanbesteden. De verwachting is dat dit fors meer gaat kosten dan waar onze begroting nu in voorziet. Als het gaat om de andere programma’s dan zien we ook daar grotere kostenstijgingen dan waar de begroting in voorziet en worden knelpunten in de uitvoering van taken gezien. In de voorbereiding op de Stadsbegroting 20252028 zullen we deze knelpunten scherp in beeld brengen. Dit geldt ook voor mogelijke oplossingsrichtingen en ombuigingsmogelijkheden. De waarschuwing die hier vooral op zijn plaats is dat we voorzien dat de financiële knelpunten niet zonder moeilijke keuzes in te passen zijn in de meerjarenbegroting.
16
Terugbrengen investeringsplan naar € 90 miljoen per jaar In onderstaande tabel is het huidig investeringsplan opgenomen, dit is zonder de eventuele investeringen die voor de Stadsbegroting 2025-2028 worden gedaan: bedragen * € 1 miljoen Huidig Investeringsplan Inventarisatie nieuwe investeringen
totaal 546,5 pm
2024 289,9
2025 135,4 pm
2026 84,5 pm
2027 36,8 pm
2028 pm
Het huidig investeringsplan telt op tot bijna € 550 miljoen in de periode 2024 – 2028. Dit is ongeveer € 110 miljoen per jaar. De afgelopen jaren blijkt dat er gemiddeld € 44 miljoen gerealiseerd wordt. Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat de realisatie tijdens de coronaperiode lager was. Dat neemt niet weg dat er een fors verschil is tussen de ambities uit het investeringsplan en de realisatie. We willen dit verschil terugbrengen en wel om twee redenen. De eerste reden is het versterken van het investeringsplan als sturingsinstrument. De tweede reden is dat met het opnemen van een investering in het investeringsplan ook de bijbehorende kapitaallasten in de programmabegroting moeten zijn geregeld. Dit betekent dat we in de begroting te veel middelen opzijzetten om kapitaallasten op te vangen. Omdat wij ook begrijpen dat vanwege allerlei redenen de realisatie van investeringen vaak meer tijd kost dan van tevoren wordt ingeschat, stellen wij voor om het investeringsplan terug te brengen naar € 90 miljoen per jaar. Wij zullen hiervoor een voorstel doen bij de Stadsbegroting 2025-2028.
Financiële uitgangspunten voor de Stadsbegroting 2025 -2028 Vorig jaar schreven wij in het Koerdsdocument al dat we hechten aan het op orde zijn van de (meerjaren-) begroting en het weerstandsvermogen. Het college zal na de zomer daarom een sluitende Stadsbegroting 2025 – 2028 aanbieden. De financiële uitgangspunten die we daarvoor hanteren zijn: • Sluitende begroting; • We stellen keuzes niet uit; • De ambities uit het investeringsplan worden teruggebracht naar € 90 miljoen per jaar; • We accepteren dat het bij sommige ombuigingen tijd kost voordat ze effect hebben en accepteren dan in het eerste jaar een tekort; • De financiële spelregels die wij hebben afgesproken en de wettelijke financiële richtlijnen. Het college kan zich voorstellen dat in specifieke situaties van bovenstaande uitgangspunten wordt afweken.
17
Bijlage 2: toelichting ontwikkeling algemene middelen bedragen * € 1 miljoen
2025
2026
2027
2028
September- en decembercirculaire 2023 gemeentefonds Prijscompensatie in volume ontwikkeling gemeentefonds Effecten prijscompensatie (deels GF) Voorjaarsnota Rijk Verder doorvoeren nieuw verdeelmodel gemeentefonds Rente
-0,4
-0,4
2,7 -7,4
-4,5 7,4
5,4 -5,0 -7,1 7,4
1,5
2,5
3,0
12,8 -10,0 -6,7 7,4 2,7 3,0
September- en decembercirculaire 2023 gemeentefonds en Prijscompensatie in volumeontwikkeling In de huidige Stadsbegroting zijn de effecten van de september- en decembercirculaire van 2023 niet opgenomen. Vooral de effecten van de septembercirculaire 2023 zijn in eerste instantie groot omdat daarin (voor het eerst) een uitwerking wordt gegeven van de nieuwe manier van het bepalen van de omvang van het gemeentefonds (de zogenaamde normeringssystematiek. Met de nieuwe normeringssystematiek is de omvang van het gemeentefonds afhankelijk van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en niet meer van de omvang van de rijksbegroting. De koppeling met het BBP wordt uitgesplitst naar prijs- en volumeontwikkeling. In de septembercirculaire is een forse volumeontwikkeling gepresenteerd. In de brief aan de raad over deze circulaire is aangegeven dat een deel van deze volumeontwikkeling nodig zal zijn voor het opvangen van prijseffecten. Dat is omdat in de prijsontwikkeling van het BBP niet de volledige loonontwikkeling is opgenomen. Het deel ‘koopkrachtstijging’ of ‘de reële loongroei’ is opgenomen in de volumeontwikkeling. Op grond van cijfers van het centraal planbureau is dit ingeschat op € 5 miljoen in cumulatief per jaar vanaf 2027. In de bijlage ‘nieuwe normeringssystematiek gemeenfonds: koppeling volume en prijs’ wordt dit nader toegelicht.
Met de nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds is het nodig om de manier waarop we rekening houden met prijscompensatie vanuit het gemeentefonds te herzien. In de komende Stadsbegroting zal hier een voorstel voor worden gedaan. Effecten prijscompensatie In de effecten prijscompensatie zijn twee grote effecten opgenomen. Het eerste effect is dat voor de Stadsbegroting 2025-2028 en de Stadsbegroting 2026-2029 te weinig opzij is gezet voor het opvangen van prijscompensatie. Dit heeft onder meer te maken met de wisselingen van de manier waarop prijscompensatie is opgenomen in het gemeentefonds en de effecten die dit had op eerdere berekeningen. Het tweede grote effect heeft te maken met een voordelig effect van de indexering van de stadsbegroting 2025-2026. Dit voordeel wordt veroorzaakt door het grote verschil tussen de indexering van de materiële lasten en de loonsom. Eenmalige korting gemeentefonds 2025 en definitief bevriezen opschalingskorting In de voorjaarsnota van het rijk is de definitieve bevriezing van de opschalingskorting opgenomen. Dit levert een voordeel op van € 7,4 miljoen vanaf 2026. Overigens was hier al mee gerekend in het financieel beeld dat in maart is gepresenteerd. Daarnaast is afgesproken dat de nieuwe normeringssystematiek van het gemeentefonds per 2024 wordt ingevoerd.
De effecten die gepaard gaan met de eerdere invoering worden deels gecompenseerd. In 2024 is deze compensatie 100%, voor 2025 is de compensatie niet volledig. Concreet betekent dit een nadeel in 2025 van € 7,4 miljoen. Verder doorvoeren nieuw verdeelmodel gemeentefonds In lijn met voorgaande jaren en ook de huidige Stadsbegroting 2024-2027, gaan we ervan uit dat het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds verder wordt doorgevoerd. Dit levert een voordeel op in 2028 van € 2,7 miljoen.
18
Rente Vorig jaar werd uitgegaan van een stijging en daarna een stabilisatie van de rente op 3,5%. Op grond van de huidige inzichten gaan we uit van een daling van de rente in 2025 en een verdere daling in de jaren daarna. Dit levert een voordeel op van oplopend naar € 3 miljoen in 2028. In hoofdstuk 5 van het koersdocument ‘Praktische afspraken voor de Stadsbegroting 2025-2028” zijn de nieuwe renteverwachtingen opgenomen.
19
Bijlage 3: hoe is het ravijn 2025-2026 gedempt? De daling van het gemeentefonds in 2026 (het ‘ravijn’) is een belangrijke oorzaak van tekorten in de meerjarenbegroting bij gemeenten. In Nijmegen hebben we het ravijn gedempt. Hieronder is aangegeven hoe dit is gedaan. In de Stadsbegroting 2023-2026 werd uitgegaan van een daling van het gemeentefonds in 2026 met € 35,4 miljoen ten opzichte van 2025. De Stadsbegroting 2023-2026 is vastgesteld met een nadelig resultaat in 2026 van € 3,4 miljoen. In de Stadsbegroting 2023-2026 is het ravijn min of ‘gedempt’ met € 32 miljoen. Belangrijke elementen waarmee de lasten in 2026 zijn terug gebracht zijn: • Beleidsaanpassingen (zie tabel hieronder) € 3,4 miljoen • Niet alles uit te geven in 2025 en extra toe te voegen aan de saldireserve € 18,1 miljoen • Minder ‘te sparen’ ten gunste van de saldireserve in 2026 € 3,8 miljoen2 • Geen reservering volumegroei zorg € 4,5 miljoen2 Beleidsaanpassingen; bedragen * € 1.000