Jaarverslag leerplicht 2019-2020
Tekst van het document
Jaarverslag Bureau Leerplicht Nijmegen 2019-2020
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding en kaders 1.1 De Methodische Aanpak Schoolverzuim (de MAS) 1.2 Regionaal Beleidsplan Leerplicht 1.3 Verzuimprotocollen
3 4 4 4
2.
Wat doet Bureau Leerplicht 2.1 Leerplichtwet, kwalificatieplicht en RMC taken 2.2 Aanpak melding afhankelijk van het type verzuim 2.3 Samenwerking en schakelrol voor leerplichtambtenaar 2.3.1 Samenwerking met scholen 2.3.2 Passend Onderwijs en samenwerking 2.3.3 Samenwerking met ouder(s)/verzorger(s) 2.3.4 Samenwerking met de jeugdarts 2.3.5 Samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming 2.3.6 Samenwerking met andere partners 2.3.7 Complexiteit van samenwerken met verschillende partners
5 5 6 7 7 8 8 9 9 10 10
2.4 Opschalingsmodel en interventiemogelijkheden 2.4.1 Intern opschalingsmodel 2.4.2 ITVO (Interventie Team Voortgezet Onderwijs)
11 11 11
3.
Algemene cijfers 3.1 Leerplichtigen 3.2 Meldingen bij leerplicht 3.3 Vrijstellingen
13 13 13 13
4.
Meldingen en resultaten van interventies 4.1 Absoluut verzuim 4.2 Relatief verzuim 4.3 Thuiszitters 4.4 Conclusies 4.5 Speerpunten voor het schooljaar 2019/2020
15 15 16 17 19 20
2
1.
Inleiding en kaders
Leerplicht Nijmegen is actief betrokken bij jeugdigen waarbij de schoolgang (mogelijk) stagneert. De preventieve wijze van het uitvoeren van de leerplichttaken staat zeker in deze tijd nog meer centraal. We pakken verzuim en voortijdig schoolverlaten onverminderd aan, dit jaar ook ondanks het ontbreken van handhavende middelen in de tijd dat de scholen fysiek gesloten waren als gevolg van de corona pandemie. Dit doen we door een brede samenwerking met netwerkpartners aan te gaan, een fijn gesprek te voeren met een leerling en/of ouders/verzorgers, of door een noodzakelijk duwtje in de rug te geven. Zo streven we te allen tijde naar het recht op onderwijs voor iedereen. Scholen zijn wettelijk verplicht om verzuim te melden als leerlingen zonder geldige reden niet op school komen. Dit varieert van een paar keer te laat komen of beginnend spijbelgedrag tot volledige schoolweigering of thuiszitten als gevolg van het ontbreken van een passend onderwijs en/of zorg aanbod. De meldcriteria in de leerplichtwet zijn zodanig opgesteld, dat afweging of een inhoudelijke interpretatie niet nodig is. Door melding bij de leerplichtambtenaar op basis van deze objectieve criteria, kan elke mogelijke schijn van willekeur worden weggenomen. Het traject dat volgt ná melding bij Bureau Leerplicht, zal altijd bestaan uit maatwerk waarbij contact is met de school.
Naast verzuim dat voldoet aan het wettelijk meldcriterium van 16 uur verzuim in een periode van 4 weken, is in de verzuimprotocollen afgesproken ook het zogenoemde signaalverzuim te melden. Dit type verzuim wordt gezien als een signaal waar (meerdere) problemen, zoals pesten, psychische problemen, verslaving, gedragsproblematiek of een zorgelijke thuissituatie mede de oorzaak kunnen zijn van schoolverzuim. Echter het komt regelmatig voor dat dit verzuim herhaaldelijk net niet het wettelijk meldcriterium bereikt. Cumulatief kan er per leerling per schooljaar dan sprake zijn van veel verzuim. Gezien het feit dat in dergelijke situaties verzuim een voorbode zou kunnen zijn voor verder oplopend verzuim of uiteindelijk thuiszitten, vinden wij het van belang dat dergelijk signaalverzuim ook wordt gemeld. Het beeld van de leerplichtambtenaar wordt voor velen nog altijd bepaald door de rol van toezichthouder. Echter al een aantal jaar is de leerplichtambtenaar een actieve deelnemer in de onderwijs- en (jeugd)hulpverleningsketen. We streven naar een laagdrempelige en snelle bereikbaarheid van de leerplichtambtenaar om de vroegtijdige betrokkenheid mogelijk te maken. In preventieve zin is de leerplichtambtenaar betrokken bij casuïstiek en gesprekspartner van scholen: de leerplichtambtenaar ondersteunt en adviseert de school om het verzuim een halt toe te roepen.
De preventieve inbreng van de leerplichtambtenaar kan bestaan uit advies geven, meedenken over oplossingen, toetsen of wet- en regelgeving wordt gevolgd of een bemiddelende rol spelen tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, om bijvoorbeeld te voorkomen dat een leerling door ouder(s)/verzorger(s) wordt thuisgehouden, gaat verzuimen of wordt geschorst door de school. De leerplichtambtenaar wordt ingezet als een stagnerende schoolgang dreigt. De leerplichtambtenaar geeft de wettelijke kaders aan en denkt mee in overleg over maatwerktrajecten. Zo is er zo snel mogelijk in een casus duidelijkheid over de rechten en plichten. Dit bespaart tijd voor hulpverlening en scholen. Betrokkenheid van de leerplichtambtenaar in een vroegtijdig stadium leidt bij zwaarder wordende cases ook tot een ononderbroken vervolg in de aanpak. Omdat leerplicht werkt op basis van verzuimmeldingen van de scholen, is sinds een aantal jaren ook ingezet op het verbeteren van kwaliteit en kwantiteit van de verzuimmeldingen door te investeren in de scholenaanpak, waarover elders in dit jaarverslag meer. Door middel van een goede aansluiting op en verbinding tussen gemeente, onderwijs en de sociale infrastructuur in de stad/regio willen we dit samen met onze maatschappelijke partners voor elkaar krijgen. Daarbij is het van belang om onderscheid te maken in soorten en achtergronden van het verzuim.
Het ene verzuim is het andere niet. Het verzuim kan een signaal zijn dat er meer aan de hand is. Voor zowel het onderwijs als de leerplichtambtenaar is het belangrijk om de juiste aandacht aan het verzuim te besteden. Wel lijkt het dat er steeds vaker sprake is van jongeren met meer en complexere problematiek. Er zijn 3 belangrijke kaders die het werk van de leerplichtambtenaar in de gemeente Nijmegen mede bepalen: 1. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (de MAS). 2. Het Regionale Beleidsplan Leerplicht 2015-2019. 3. De verzuimprotocollen.
3
1.1 de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) In maart 2017 is de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) gepresenteerd als landelijke visie op de aanpak van schoolverzuim. In deze visie staat niet de strafrechtelijke kant centraal, maar wordt primair ingezet op de preventie en vrijwillige (jeugd)hulp. De leerplichtambtenaar vervult de schakelrol voor gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners. Deze kanteling is ingezet vanuit de overtuiging dat het volgen van onderwijs essentieel is voor de ontwikkeling van een kind en voor het verwerven van een goede plek in de maatschappij. Structureel verzuim kan een voorbode zijn van (ernstige) gedragsproblemen en leidt niet zelden tot criminaliteit. Ook kan schoolverzuim de voorbode zijn van voortijdige schooluitval, waardoor jongeren het onderwijs verlaten zonder diploma en/of startkwalificatie en/of niet zijn toegerust voor de arbeidsmarkt. Werkloosheid of uitkeringsafhankelijkheid kunnen het gevolg zijn. De kanteling die door de bespreking tussen ketenpartners al rond 2015 is ingezet, is door de formele lancering van de MAS in maart 2017, ook in het afgelopen schooljaar zowel landelijk als ook in het Nijmeegse, verder geactualiseerd (april 2020) en uitgekristalliseerd. In de MAS zijn de volgende uitgangspunten leidend: Het doel van de aanpak is terug-/toeleiding naar een passend onderwijsprogramma.
Vroegtijdige inzet van (jeugd)hulp bij verzuim staat voorop. Ketensamenwerking draagt bij aan een effectieve aanpak van schoolverzuim. De aanpak is licht waar het kan en zwaar(der) waar het nodig is, maatwerk dus.
1.2 Regionaal Beleidsplan Leerplicht In december 2015 is het Regionaal Beleidsplan Leerplicht 2015-2019 vastgesteld. Het vertrekpunt in dit beleidskader is de wettelijke opdracht die gemeenten hebben voor handhaving van de leerplichtwet en aanpak van voortijdig schoolverlaten (VSV). Het karakter van de taak kan op drie wijzen worden ingedeeld: preventief, curatief en repressief. Met het beleidskader is gekozen voor een meer preventieve inzet van leerplicht, op basis van de ambitie om het aantal thuiszitters terug te dringen. Deze aanpak zetten we de komende jaren voort.
1.3 Verzuimprotocollen Een adequaat verzuimbeleid op scholen is een belangrijk preventief middel om verzuim en eventueel voortijdig schoolverlaten op latere leeftijd te voorkomen en mogelijke andere problematieken te signaleren. In de protocollen zijn de afspraken en verwachtingen over de samenwerking vastgelegd tussen de betrokken gemeenten en de in het convenant genoemde besturen. Er zijn verschillende verzuimprotocollen: Het Nijmeegse Verzuimprotocol Primair Onderwijs d.d. 12 feb 2018 Het Regionaal Verzuimprotocol Voortgezet (Speciaal) Onderwijs d.d. 12 feb 2018 Het Regionaal Verzuimprotocol ROC Nijmegen en gemeenten Rijk van Nijmegen d.d.20 feb 2020 Het Regionaal Verzuimprotocol Helicon MBO Nijmegen d.d. 20 feb 2020 In de protocollen zijn afspraken vastgelegd die voortvloeien uit de geldende wet- en regelgeving en de afspraken om schoolverzuim te voorkomen. Het protocol bevat afspraken betreffende de in- en uitschrijvingen van een leerling of student, wat er precies onder verzuim wordt verstaan, hoe verzuim gemeld wordt, wie welke verantwoordelijkheid draagt en de rol van de leerplichtambtenaar hierin. Het is een ondersteunende en praktische handreiking om het verzuimbeleid uit te voeren. Het schept duidelijkheid naar scholen, ouder(s)/verzorger(s) en leerplichtambtenaren over regels, afspraken en taken.
4
2. Wat doet Bureau Leerplicht 2.1 Leerplichtwet, kwalificatieplicht en RMC taken Het doel van de Leerplichtwet is dat jongeren de kennis en vaardigheden krijgen die zij nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te verwerven. Jongeren van 5 t/m 16 jaar zijn leerplichtig. Wanneer ze bij de start van het nieuwe schooljaar 16 jaar zijn, vallen ze tot hun 18e verjaardag onder de kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is een diploma op minimaal MBO-2 of HAVO niveau. De taken met betrekking tot de kwalificatieplicht worden regionaal uitgevoerd door Bureau Leerplicht Nijmegen. Daarnaast voert de gemeente Nijmegen voor de gemeente Berg en Dal de leerplichttaken uit. In dit jaarverslag zijn alleen de cijfers opgenomen van kinderen/jongeren die woonachtig zijn in Nijmegen. De beschrijving van RMC taken, werkwijzen en resultaten zijn onderdeel van het regionale RMC jaarverslag en niet opgenomen in dit jaarverslag Leerplicht.
Leerplichtambtenaar
De leerplichtambtenaren hebben als taak te zorgen dat alle leerplichtige kinderen en jongeren in de gemeente onderwijs kunnen volgen. Wanneer er sprake is van schoolverzuim, heeft dit meestal een achterliggende reden. De leerplichtambtenaar heeft verschillende instrumenten om schoolverzuim te stoppen. Een leerplichtambtenaar gaat altijd eerst in gesprek met de jongere en ouder(s)/ verzorger(s) om de oorzaak van het verzuim te achterhalen. Dit kan op school, op het gemeentehuis of tijdens een huisbezoek. De leerplichtambtenaar kan doorverwijzen naar hulp en zorg, bemiddelen tussen school en leerling, of wanneer nodig, de jongere doorsturen naar Halt voor een leerstraf. In uiterste gevallen kan de leerplichtambtenaar ook een proces-verbaal opmaken. Bij al deze mogelijkheden blijft contact met leerling en ouder(s)/ verzorger(s) het belangrijkste, de interventie van de leerplichtambtenaar stopt niet na het opmaken van het proces verbaal. Ook werkt Bureau Leerplicht met de landelijke verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Aan de hand van 5 stappen bepaalt de leerplichtambtenaar of hij/zij een melding moet doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Met ingang van januari 2019 is de meldcode aangescherpt. De aanscherping betekent een aanpassing van de vijfde, tevens laatste stap uit de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Bij (vermoedens van) acuut of structureel onveilige situaties van kindermishandeling of huiselijk geweld is het een vereiste om, ook als de professional zelf hulp verleent, melding te doen.
Medewerker meld- en informatiepunt Er zijn meerdere medewerkers, leerplichtambtenaren binnendienst, die dagelijks vragen van allerlei mensen beantwoorden, zowel telefonisch als via mail. Het gaat om vragen van ouder(s)/verzorger(s), scholen en andere organisaties over algemene en informatieve zaken die leerplicht gerelateerd zijn, maar ook om specifieke situaties of leerlingen, zoals vragen van ouder(s)/verzorger(s), contact met hulpverlening, contact met leerlingen, vragen over studie en bemiddeling, enz. Vragen kunnen ten alle tijden doorgezet worden naar een van de leerplichtambtenaren.
Preventieve aanpak verzuim/thuiszitters
Bureau Leerplicht werkt preventief in het bestrijden van verzuim en het voorkomen van thuiszitters. Dat doet de leerplichtambtenaar wanneer een leerling het risico loopt om thuis te zitten of wanneer een leerling korter dan vier weken thuis zit. Er wordt steeds meer, ook landelijk, over leerrecht in plaats van over leerplicht gesproken en over het investeren in ontwikkelingskansen van jongeren in plaats van het behalen van een startkwalificatie als ultiem te bereiken doel te zien. Leerplicht is niet de verantwoordelijke partij als het gaat om het vinden van een juiste onderwijsplek, maar in de praktijk blijk dat de leerplichtambtenaar steeds vaker de rol van bemiddelaar heeft. De preventieve inbreng van de leerplichtambtenaar kan bestaan uit advies geven, meedenken over oplossingen, of een bemiddelende rol spelen tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, om bijvoorbeeld te voorkomen dat een leerling door de ouder(s)/verzorger(s) wordt thuisgehouden, gaat verzuimen of wordt geschorst door de school. De leerplichtambtenaar is zoveel mogelijk op (school)locatie beschikbaar als meedenkende ketenpartner en streeft er naar de rol van casusregisseur helder te beleggen bij één van de ketenpartners. De leerplichtambtenaar realiseert een verbinding tussen onderwijs-, zorg- en strafrechtketen.
Zoals al eerder gezegd: in deze aanpak staat niet de strafrechtelijke inzet centraal, maar wordt primair ingezet op analyse van het achterliggende probleem en waar nodig op de inzet van vrijwillige (jeugd)hulp. Ouder(s)/verzorger(s) benaderen Bureau Leerplicht steeds vaker uit zichzelf. Dit gebeurt vooral wanneer ze hulp of advies willen bij het vinden of behouden van een onderwijsplek voor hun kind. De leerplichtambtenaar kan met ouder(s)/verzorger(s) en school in gesprek gaan om het probleem te achterhalen en bespreekbaar te maken. Indien noodzakelijk wijst de leerplichtambtenaren de scholen op de verplichtingen met betrekking tot passend onderwijs.
5
Maatschappelijke tendens
Het werk van de leerplichtambtenaar staat onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en tendensen. Eén van die ontwikkelingen is het medicaliseren van opvoedvragen. Door toegenomen kennis en kunde, zijn we in staat om meer ‘afwijkingen’ te definiëren, te herkennen en te diagnosticeren. De invoering van de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs zijn bedoeld om ook zonder diagnose voor bekostiging in aanmerking te komen. Uitgegaan moet worden van de ondersteuningsbehoefte, wat heeft een kind/jongere nodig, in plaats van diens diagnose. Om echter toegang te krijgen tot bijvoorbeeld bekostiging van zorg door een zorgverzekeraar is nog steeds een diagnose nodig. Daarnaast wordt in de samenleving sterk uitgegaan van normen als: Streven naar maximale resultaten en prestaties van leerlingen in het onderwijs. De prestaties van een individu worden vergeleken met leeftijdgenoten. Er wordt gezocht naar oorzaken en oplossingen om het kind aan de norm te laten voldoen. Of anders om het afwijken van de norm te rechtvaardigen. Deze maatschappelijk tendens is één van de redenen waardoor casuïstiek van de leerplichtambtenaar in de afgelopen jaren steeds complexer geworden.
2.2. Aanpak melding afhankelijk van type verzuim Voor de aanpak van verzuim is het van belang onderscheid te maken in de verschillende categorieën verzuim/thuiszitten. Deze aanpak vloeit voort uit de MAS en hebben we in het afgelopen schooljaar toegepast:
Aan ouder(s)/verzorger(s)/leerling ‘verwijtbaar’ verzuim/thuiszitten
De categorisering ‘verwijtbaar’ is gerelateerd aan het niet mee (willen) werken aan een constructieve oplossing. Bij een deel van de thuiszitters is de afstemming tussen onderwijs en zorg niet of deels voorhanden, wat kan leiden tot geheel of gedeeltelijke schoolweigering van een leerling. Als er sprake is van schoolweigering, dan is het thuiszitten verwijtbaar aan leerling en/of ouder(s)/verzorger(s). Vaak speelt hier echter een combinatie van persoonlijke (niet ondersteunend gezinssysteem/multi problem) en psychische problematiek. De leerplichtambtenaar doet onderzoek naar: 1. de bereidheid en het vermogen bij ouder(s)/verzorger(s)/jongere om hulp te aanvaarden en 2. aanwezigheid van emotionele, lichamelijke, leer- en/of gedragsproblemen (waaronder een mismatch van mogelijkheden leerling en onderwijsniveau) bij de jeugdige en/of 3. aanwezigheid van opvoedingsproblemen bij de ouder(s)/verzorger(s). Vervolgens zal, na eventuele consultatie bij de Raad voor de Kinderbescherming, ingezet worden op de inzet van hulpverlening in een vrijwillig kader. Mocht dit echter niet effectief zijn en er sprake is van ernstig aanhoudend schoolverzuim en er geen bereidheid of vermogen is om hulp te aanvaarden dan kan de leerplichtambtenaar samen met betrokken ketenpartners besluiten de route dwang in civiel kader te volgen.
Dat kan ook als er sprake is van ernstige opvoedingsproblemen bij de ouder(s)/verzorger(s) en/of signalen van huiselijk geweld/kindermishandeling. Als waarschuwingen en afspraken niet hebben geholpen en/of er geen bereidheid of vermogen is om hulp te aanvaarden en het verzuim kan de jongere/ouder(s)/verzorger(s) worden verweten dan pas is dwang in strafrechtelijk kader een mogelijke route.
Verzuim/thuiszitten niet verwijtbaar aan ouder(s)/verzorger(s)/leerling en ook niet verwijtbaar aan ‘het onderwijs-zorg systeem’
Bij een deel van de jongeren is er sprake van een belastbaarheidsprobleem i.v.m. (vastgestelde) medische en of psychische problematiek. In deze gevallen is het thuiszitten niet verwijtbaar aan leerling en/of ouder(s)/verzorger(s). In een dergelijk geval zal de leerplichtambtenaar, waar nodig een schakelrol op zich nemen om te zorgen dat betrokken partners hun rol pakken. De leerplichtambtenaar ziet er op toe dat de jeugdarts wordt ingeschakeld, dat er heldere afspraken zijn of komen over de noodzakelijke ondersteuning en mogelijke opbouw van belastbaarheid van de leerling.
Aan het onderwijs-zorg systeem ‘verwijtbaar’ thuiszitten In deze categorie vallen jongeren waarop de volgende situaties van toepassing kunnen zijn:
6
-
-
Leerlingen waarvoor (nog) geen passend aanbod onderwijs en of zorg voorhanden is. Dit kunnen ook verhuisleerlingen zijn met een zorgdossier. De samenwerking tussen onderwijs- en zorgpartners gaat nog niet altijd vanzelf. Wetgeving, financieringsmogelijkheden, wachtlijsten, afstemmingsproblemen of interpretatieverschillen kunnen er toe leiden dat het tot stand komen van een passend onderwijs-zorg aanbod lang duurt. Ook hier vervult de leerplichtambtenaar soms een initiërende rol, maar vaak een bemiddelende en bewakende rol: komt het overleg tussen partners tot stand, wie is de casusregisseur en pakt deze functionaris zijn/haar rol? En zo niet, wat is er dan nodig om het proces vlot te trekken en wie moet of kan, wat in dit proces doen? Bijvoorbeeld leerlingen die in afwachting zijn van: plaatsing in het SO/VSO, een intake bij het ROC of een zorginstelling, wachtlijsten bij zorginstellingen, het doorlopen van juiste procedures.
2.3 Samenwerking en Schakelrol van de leerplichtambtenaar Om het ‘volgen van onderwijs’ voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners in het sociaal domein en/of de jeugdstrafrechtketen vereist. De leerplichtambtenaar vervult in deze aanpak van schoolverzuim een schakelrol en neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op verzuimmeldingen. Dit gebeurt in overleg met de ketenpartners. De leerplichtambtenaar start een verzuimonderzoek zodra verzuim gemeld is en monitort het vervolg. Afspraken over de regie worden per casus gemaakt. Afhankelijk van de achterliggende redenen en het soort verzuim kunnen verschillende routes worden gevolgd. Terug- dan wel toeleiding naar een passend onderwijsprogramma staat in elke route centraal. Uiteindelijk gaat het om het recht op passend onderwijs van de jongere en het gezamenlijk met de ketenpartners streven naar één kind, één gezin, één plan om dit doel te realiseren. Zoals hiervoor al gezegd, heeft de formele lancering van de MAS gemaakt dat ook deze schakelrol in de afgelopen schooljaren verder heeft vorm gekregen. Deze kanteling vraagt echter nog steeds aandacht in de communicatie over de rol van de leerplichtambtenaar en de verwachtingen die partners nog met regelmaat hebben over de m.n. handhavende rol van de leerplichtambtenaar.
Afgelopen schooljaar hebben de leerplichtambtenaren hier voorlichting over gegeven bij verschillende scholen en netwerkpartners, desondanks is het nog geen gemeengoed dat de leerplichtambtenaar slechts in het uiterste geval proces verbaal opmaakt.
2.3.1 Samenwerking met scholen In de verzuimprotocollen is de gemeente met de schoolbesturen een adviserende rol voor de leerplichtambtenaar overeengekomen. Op deze manier brengen ze samen eventuele tekortkomingen en ontwikkelpunten in beeld, in de veronderstelling dat alle partijen de intentie hebben om het verzuimbeleid op orde te hebben en te houden en daarmee te voldoen aan de Leerplichtwet. Scholen melden verzuim soms niet, te weinig of te laat. Als dat het geval is, dan betekent dat dat we niet weten wat er speelt en we ook geen rol kunnen spelen in het oplossen van eventuele knelpunten. Goed contact met scholen is een voorwaarde voor leerplicht om te kunnen werken. Continuering en waar nodig verbetering van het contact is een belangrijk aandachtspunt.
Werken op locatie Aan elke school(locatie) is een leerplichtambtenaar als vaste contactpersoon gekoppeld. Hierbij is vervaging geregeld. De leerplichtambtenaar werkt zoveel mogelijk 1 dagdeel per week, op vrijwel alle VO-schoollocaties, op de Nijmeegse locaties op het ROC en op Helicon MBO Nijmegen. Op basisscholen wordt niet standaard op locatie gewerkt. In het basisonderwijs is het aantal meldingen per school veel lager dan op scholen voor voortgezet onderwijs en op het MBO. Als er wel sprake is van meldingen, dan wordt per melding bekeken waar gesprekken plaatsvinden. Dit kan zijn op school, op kantoor van de leerplichtambtenaar of bij een andere samenwerkingspartner. (Bijvoorbeeld het samenwerkingsverband of een hulpverleningsorganisatie) of op huisbezoek. Door aanwezig te zijn binnen de school, krijgt de leerplichtambtenaar een gezicht. Er zijn korte lijnen tussen intern begeleiders, zorgcoördinatoren of andere netwerkpartners die met een casus zitten en leerlingen en ook de ouder(s)/verzorger(s) kunnen op school gesproken worden. Daarnaast heeft de aanwezigheid van de leerplichtambtenaar op school een preventieve werking naar de andere leerlingen en hun ouder(s)/verzorger(s). Wanneer dit niet gebeurt, zal leerplicht ervaren worden als een op afstand staande partij, die weinig feeling heeft met de dagelijkse praktijk op school.
Het werken op scholen is onderdeel van het preventieve werken.
7
Jaarlijkse schoolbezoeken
In Nijmegen is, zoals al eerder is genoemd, ingezet op het verbeteren van verzuimmeldingen door te investeren in de scholenaanpak. In de scholenaanpak is de preventieve aanpak van leerplicht onder andere vormgegeven, waarbij leerplicht een aanpak nastreeft waarbij samen met het onderwijs naar oplossingen wordt gezocht voor structurele problemen rond verzuim, thuiszitters, etc. Dit doen we zowel in overleg met de mensen uit de uitvoering als ook op directie- en waar nodig, op bestuurlijk niveau. De leerplichtambtenaren scholenbenadering leggen jaarlijks schoolbezoeken af. In deze gesprekken worden ervaringen met de uitvoering van het verzuimbeleid besproken en geëvalueerd. Afgesproken is dat waar nodig partijen de uitvoeringspraktijk bijstellen. Van een dergelijk schoolbezoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt aan de schoolleiding en het bestuur gestuurd. Als leerplicht zich ernstig zorgen maakt over leerlingen op school, (leerlingen vallen tussen wal en schip en/of de school is niet in control) dan kan de leerplichtambtenaar hierover een signaal afgeven aan de inspectie. De schoolleiding, het bestuur en de wethouder onderwijs zullen hierover vooraf geïnformeerd worden. De onderwerpen zijn: in- en afschrijvingen, verzuimregistratie, verzuimmeldingen, vrijstellingen, schorsingen, verwijderingen, verzuimbeleid, thuiszitters en eventuele actuele ontwikkelingen.
In verband met de Corona- periode hebben er in de periode maart 2020 tot einde schooljaar geen schoolbezoeken plaatsgevonden. Deze bezoeken zullen in het schooljaar 2020-2021 weer worden hervat. Waar mogelijk zullen deze schoolbezoeken fysiek worden afgelegd, maar als dit vanwege de corona omstandigheden nog niet kan, dan zullen de schoolbezoeken middels online gesprekken worden gedaan.
2.3.2 Passend onderwijs en samenwerking Sinds het schooljaar 2014-2015 zijn scholen vanuit de wet passend onderwijs er verantwoordelijk voor om alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere scholen en speciaal onderwijs samen in regionale samenwerkingsverbanden. Passend onderwijs betekent ook een verschuiving in de taken voor leerplicht. Sinds de invoering van passend onderwijs is er nog meer aandacht gekomen voor het terugdringen van verzuim en thuiszitten. Thuiszitten wordt immers als contra indicator voor passend onderwijs gezien. In de Wet passend onderwijs gaat het steeds om ‘zo passend mogelijk onderwijs’, ook omdat onderwijs een collectieve aangelegenheid is. Passend onderwijs lijkt door velen een grotere belofte in zich te dragen, namelijk: onderwijs op maat. Bovendien zien we dat de ondersteuningsbehoefte complexer aan het worden is. Het kan als gevolg hebben, dat hoewel scholen, samenwerkingsverbanden en hun partners in de (jeugd)zorg weldegelijk komen tot een passender aanbod dan voorheen, het aantal mensen dat tevreden is over het onderwijsaanbod niet stijgt. Om schoolverzuim tegen te gaan, is samenwerking met andere partijen noodzakelijk.
Wanneer leerplicht door scholen sneller betrokken wordt bij kinderen en jongeren die dreigen uit te vallen, dan kan met elkaar preventief worden ingezet en gekeken naar de benodigde ondersteuning en een juiste plek en passende oplossing voor het kind/de jongere worden gevonden om de schoolgang te kunnen behouden of hervatten. School heeft hierbij uiteraard de belangrijkste rol: zij doen (vanuit wettelijke verplichting) de meldingen van verzuim en proberen de schoolgang van een kind/de jongere te behouden.
2.3.3 Samenwerking met ouder(s)/verzorger(s) Ouder(s)/verzorger(s) hebben een complexe maar essentiële rol: Soms worden de ouders/verzorgers door professionals onvoldoende betrokken en/of voelen zich niet serieus genomen tijdens gesprekken over hun kind(eren), terwijl zij thuis een beeld hebben van wat hun kind(eren) nodig hebben. Een gebrek aan zeggenschap voor kinderen en ouder(s)/verzorger(s) leidt vaak tot een gebrek aan gedragen oplossingen. Kennis over bepaalde ondersteuningsbehoeften of hulpvragen in de ondersteuningsstructuur laat soms te wensen over of ontbreekt geheel, waardoor ouder(s)/verzorger(s) soms zelf veel moeten/gaan uitzoeken. Soms hebben ouder(s)/verzorger(s) te hoge verwachtingen van het onderwijs al dan niet in combinatie met een zorgaanbod. De assertiviteit van ouder(s)/verzorger(s) is groter dan een aantal jaar geleden. Soms hebben ouder(s)/verzorger(s) een aandeel in het probleem van hun kind(eren). Denk aan de invloed van psychische problemen, verslavingsproblematiek, schuldenproblematiek, etc. Ouder(s)/verzorger(s) staan soms een oplossing in de weg (willen niet).
8
Nota bene: Vraag is of de betrokken professionals rondom een gezin zich voldoende bewust zijn van de context binnen een gezin (denk aan bijvoorbeeld geloofsovertuiging, licht verstandelijke beperking, hoogbegaafdheid, culturele achtergrond, enzovoort).
2.3.4 Samenwerking met de jeugdarts Om frequent en langdurig ziekteverzuim van leerlingen scherper te kunnen signaleren en aanpakken, werkt Leerplicht nauw samen met de jeugdartsen van de GGD. De rol van de jeugdarts is beschreven in de verzuimprotocollen. Bij ongeveer 30% van de thuiszitters medische en/of psychische problemen een belangrijke rol in het verzuim. De jeugdarts is daarmee een cruciale partner als het gaat om de aanpak van ziekteverzuim. In het gesprek tussen leerplichtambtenaar en school wordt actief ingezet op het analyseren van het verzuim en de rol die de jeugdarts daarin heeft, in het geval er sprake is van langdurig of frequent ziekteverzuim. Op het moment dat een leerling op school regelmatig afwezig is door ziekte, dan kan de school doorverwijzen naar de jeugdarts van de GGD. Dit consult heeft tot doel de school feedback te geven over de te verwachte belastbaarheid van de leerling, zodat school passende afspraken kan maken over de schoolgang en eventuele aanpassingen. Deze ‘medische’ inschatting is voorbehouden aan een arts en niet aan een functionaris van school of leerplichtambtenaar. De jeugdarts adviseert ook de leerling en ouder(s)/verzorger(s), maar neemt niet de rol van behandelend arts over. Het doel is dat goede afspraken kunnen worden gemaakt die leiden tot meer balans en duidelijkheid in de belasting van de leerling.
Aangezien scholen de weg naar de jeugdarts steeds beter vinden, blijken er inmiddels wachttijden te ontstaan om een leerling door de jeugdarts op te kunnen laten roepen. Deze wachttijden kunnen de doorlooptijden van verzuim en soms ook volledig of gedeeltelijk thuiszitten doen oplopen. Er is overleg geweest tussen de gemeente, de samenwerkingsverbanden en de GGD om te analyseren of de capaciteit van de ingekochte uren jeugdarts voldoende zijn, of dat de werkwijze zoals deze in de verzuimprotocollen is afgesproken, aangepast dient te worden. De uitkomst is dat het proces van ziekteverzuim is doorgelicht door de gemeente Nijmegen in samenwerking met de GGD afdeling JGZ, het samenwerkingsverband VO, twee VO scholen en Bureau Leerplicht. Doel van deze procesdoorlichting is dat het proces ziekteverzuim effectiever en efficiënter wordt gemaakt, zodat leerlingen eerder en beter geholpen zijn in het belang van uiteindelijk hun eigen toekomstperspectief. In het schooljaar 2020-2021 start een pilot aanpak ziekteverzuim VO op drie scholen in Nijmegen en een school in Wijchen. Eén van de opbrengsten is dat we met elkaar constateren dat het van groot belang is dat leerlingen en hun ouder(s)/verzorger(s) gehoord en gezien worden. De rol van de mentor is hierbij cruciaal.
Daarnaast hebben we geconstateerd dat de samenwerking tussen school, jeugdarts en leerplichtambtenaar flexibeler moet worden vormgegeven: meer in afstemming en samenwerking met elkaar en minder volgtijdelijk en apart. Om de samenwerking en het overleg beter te faciliteren, zal er op de pilotscholen volgens het principe van Same Time Same Place worden gewerkt. Dat betekent dat de jeugdarts, de leerplichtambtenaar en de zorgcoördinator zoveel als mogelijk een zelfde dagdeel per week (of 2 weken) op school aanwezig zijn of online beschikbaar voor overleg en afstemming en wanneer nodig voor het organiseren van MDO’s.
2.3.5 Samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming Het is de taak van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om bij een strafrechtelijk proces tegen een jongere een onderzoek uit te voeren naar de levensomstandigheden van deze jongere en de officier van justitie te adviseren over de strafrechtelijke vervolging. Zo ook bij jongeren die vanaf twaalf jaar strafrechtelijk worden vervolgd voor het overtreden van de Leerplichtwet. Schoolverzuim is namelijk een belangrijke voorspeller voor vroegtijdig schoolverlaten en crimineel gedrag. Tijdig en adequaat ingrijpen is belangrijk. De leerplichtambtenaar, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) van de gemeente, is bevoegd een procesverbaal op te maken. De civiele aanpak van schoolverzuim heeft echter de voorkeur. Schoolverzuim is namelijk veelal een symptoom van achterliggende problematiek. Wanneer afspraken met jeugdhulp niet nagekomen worden, kan de leerplichtambtenaar alsnog besluiten een proces-verbaal schoolverzuim op te maken. Voordat de leerplichtambtenaar dit inzet, moet er, conform de MAS, advies worden ingewonnen bij een medewerker van de Rvdk. Deze medewerker is wekelijks een ochtend aanwezig op kantoor bij Bureau Leerplicht.
2.3.6 Samenwerking met andere partners Samenwerking met andere partners is van belang voor de aanpak van schoolverzuim. Als jongeren gaan verzuimen dan is er vrijwel altijd meer aan de hand dan een spijbelende jongere die even geen zin heeft om alle lessen op school 9
te volgen. Om jongeren goed te kunnen begeleiden en ondersteunen bij de oorzaken van hun verzuim en hetgeen ze in hun leven tegenaan lopen, is goed contact met scholen, samenwerkingsverbanden en hulpverlening essentieel. Hier zal dan ook blijvend op worden ingezet. In Nijmegen zijn de Sociale Wijkteams (SWT’s) een belangrijke partij. Zij zijn verantwoordelijk voor passende ondersteuning en hulpverlening, zowel op school als in de thuissituatie. Naast de SWT’s zijn er ook andere (zorg)organisaties die hulp en ondersteuning kunnen bieden, zoals GGZ (geestelijke gezondheidszorg) instellingen, voogdij instellingen, Veilig Thuis. Binnen de gemeente werkt de leerplichtambtenaar veel samen met de procesregisseurs en er is geregeld contact met het Veiligheidshuis, waar ook de Jeugd Beschermingstafel plaatsvindt. Signalen van jongeren die dreigen af te glijden worden besproken en de jongeren zijn in beeld.
2.3.7 Complexiteit van samenwerken met verschillende partners In steeds meer casussen hebben we te maken met meer samenwerkingspartners. Dit betekent dat afstemming en samenwerking essentieel is. Het soepel laten verlopen van interprofessioneel samenwerken, kent nog wel wat uitdagingen. In de afgelopen tijd is steeds helderder geworden dat de volgende problemen aandacht vragen: Kennis over elkaars werk blijkt vaak beperkt of ontbreekt. (Men heeft niet altijd scherp waar de ander precies van is en wat van elkaar verwacht kan worden.) Bijna niemand heeft kennis over het gehele speelveld rondom jongeren en het systeem Soms gaan professionals op elkaars stoel zitten. Noodzaak tot samenwerking vraagt andere competenties van mensen. Professionals spreken niet altijd elkaars taal, laat staan dat er sprake is van een gezamenlijke taal. In dit interprofessionele speelveld lopen we er daarnaast steeds vaker tegen de volgende zaken aan: Onmacht/handelingsverlegenheid bij professionals. Onduidelijkheid over rol, verantwoordelijkheid en casusregie. Veel professionals voelen zich niet competent of gelegitimeerd de rol van casusregisseur op te pakken. Aansturingsvragen: wie kan wie aansturen? (Bijvoorbeeld de gecertificeerde instellingen voor voogdij en zelfstandige behandelaars.) Het elkaar aanspreken en zich verantwoorden is zowel binnen zorg als onderwijs niet de cultuur.
Veel verschillende organisaties betrokken, met ook steeds wisselende professionals. Samenwerkingsrelaties opbouwen lukt dan nauwelijks. Werkdruk bij professionals en volle agenda’s werkt vertragend op de doorlooptijd: plan maar eens een Multi Disciplinair Overleg. Het uitgangspunt is dat we met elkaar samenwerken volgens het principe: één gezin, één plan, één regisseur. Dit wordt in de praktijk echter niet gerealiseerd. Ook angst voor het uitwisselen van informatie als gevolg van de aanscherping van de AVG speelt een rol in de samenwerking tussen professionals. Daarnaast is er: Behoefte aan een gezamenlijke grondslag om relevante informatie te kunnen delen en af te stemmen. (AVG). Wachtlijsten problematiek. In sommige gevallen speelt ook dat de belangen van aanbieders domineren. Soms zou het helpen als sneller erkend wordt dat een bepaalde professional niet de juiste persoon is in een bepaalde casus, wat leidt tot een situatie waarin ‘doorgemodderd’ wordt. Financieringsproblematiek. Aanbodgerichte in plaats van vraag gestuurde hulp.
2.4 Opschalingsmodel en interventiemogelijkheden 2.4.1 Intern opschalingsmodel Als samenwerking in een casus niet vanzelf gaat, heeft Bureau Leerplicht een intern opschalingsmodel afgesproken. Als een leerplichtambtenaar in een casus vastloopt in de samenwerking met een samenwerkingspartner, dan bespreekt de leerplichtambtenaar dit met de betreffende professional. Leidt dit niet tot een bevredigende uitkomst, dan legt de leerplichtambtenaar een signaal neer bij de leerplichtambtenaar scholenbenadering. Deze zoekt 10
vervolgens contact met de manager van de betreffende professional om incidentele, maar vaker incident overstijgende signalen te bespreken. Het uitwisselen van ervaringen en wederzijdse beelden en verwachtingen blijkt regelmatig nodig te zijn om een casus vlot te kunnen trekken of om afspraken over toekomstige samenwerking in casuïstiek te maken. Vorig jaar beschreven we in ons jaarverslag dat we verder gaan investeren in onze samenwerkingsrelaties (op alle niveaus), omdat we geloven dat we door de samenwerking te verbeteren, een betere bijdrage leveren aan het voorkomen van afglijden van jongeren en het vergroten van de kans op het behalen van een startkwalificatie door de jongere. Dat hebben we afgelopen jaar gedaan, maar het blijft onverminderd en voortdurend noodzakelijk in ons werk om te investeren in deze samenwerkingsrelaties.
2.4.2 ITVO (Interventie Team Voortgezet Onderwijs) Als casuïstiek breder vastloopt dan in een één op één samenwerking met een andere samenwerkingspartner, is in 2017 een stads breed opschalingsoverleg georganiseerd voor casussen in het voortgezet onderwijs. De inrichting van het ITVO (Interventie Team Voortgezet Onderwijs) is ook onderdeel van de aanpak thuiszitters.
Doelen -
-
Het doel van het ITVO is een doorbraak forceren in complexe trajecten waarbij een leerling thuiszit/dreigt thuis te komen zitten, zodat de leerling met de juiste ondersteuning en hulpverlening weer tot een bestendige schoolgang komt. Daarnaast heeft het ITVO als doel het afstemmen van jeugdhulpvoorzieningen met Onderwijsvoorzieningen voor de doelgroep van het ITVO. Verder heeft het ITVO als doel op casus overstijgend niveau inzicht te verkrijgen in knelpunten in de reguliere processen rond jongeren. Dit inzicht kan een bijdrage leveren aan verbeteringen in de reguliere ondersteuningsstructuur. Idealiter maakt het ITVO zichzelf op termijn overbodig.
Meerwaarde De meerwaarde van het ITVO is gelegen in de directe samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en leerplicht, waarbij het nadrukkelijk niet de bedoeling is de al betrokken partijen te vervangen. Het ITVO zet in op tijdelijke aansluiting en alleen in die gevallen waarbij het reguliere proces is vastgelopen. Vaste deelnemers aan het ITVO zijn het Samenwerkingsverband VO-VSO Nijmegen e.o., Leerplichtzaken en de regieteams van de gemeente Nijmegen, Sterker sociaal werk en GGD Gelderland Zuid. Daarnaast is er ruimte voor casus specifieke deelnemers. Van belang is dat alle ITVO-leden een beslissingsbevoegdheid hebben; zij zijn niet de uitvoerenden. Zij beschikken over budget en formatie om tot snelle uitvoering van de ondersteuning vanuit hun eigen organisatie over te kunnen gaan. De gemeente en het samenwerkingsverband maken bindende afspraken om, bij stagnerende besluitvorming, – binnen gestelde kaders – te bepalen welke school of instelling verplicht is voor dit kind een passende onderwijs/zorgplek te bieden. In die gevallen waarin door onbereidwilligheid van ouder(s)/verzorger(s) en/of jongere het proces stagneert en “mee-oplopen” niet afdoende is gebleken, kan de leerplichtambtenaar zijn bevoegdheden inzetten om toch een doorbraak te forceren.
Het ITVO onderscheid twee typen interventies: A: Het reguliere proces van ondersteuning moet vlot getrokken worden B: Er is meer nodig dan het reguliere proces van ondersteuning kan of mag bieden.
Resultaat Het ITVO is afgelopen schooljaar niet één keer geconsulteerd. Wel zijn er een paar casussen besproken met individuele partners van de ITVO. Deze interventies bleken voldoende om het proces weer vlot te trekken. Het neemt echter niet weg dat geen aanmeldingen voor het ITVO niet betekent dat er geen casussen zijn die stagneren of slechts zeer langzaam vooruit komen. Opschaling en doorbraak blijft om aandacht en om doorontwikkeling vragen. We constateren namelijk, evenals voorgaande schooljaren, dat het ontstaan van situaties waarin een leerling thuis komt te zitten niet helemaal door de jeugdhulpverlening en het onderwijs te voorkomen is. Er ontstaan regelmatig situaties waar instanties geen invloed op hebben. Het gaat om leerlingen die op meerdere domeinen kampen met problemen die de ondersteuningsstructuur van de school, het samenwerkingsverband en/of hulpverlening 11
overstijgen en daardoor uitvallen of dreigen uit te vallen. De ervaring van afgelopen schooljaar leert dat er geen snelle oplossingen zijn, maar dat de samenwerking en afstemming tussen verschillende betrokken partijen beter moet. Het realiseren van het uitgangspunt één kind, één gezin, één plan is niet eenvoudig en ook nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Ondanks de inspanningen gebeurt het helaas nog steeds dat casussen opnieuw vastlopen, dat problematiek zich herhaalt of verergert. We zien casussen die we al jaren kennen en waarbij betrokken professionals zich toch vaak onmachtig (blijven) voelen. Te vaak is er nog onduidelijkheid over rol, verantwoordelijkheid en casusregie, zowel op het niveau van de uitvoerende professionals als binnen de betrokken organisaties (ook de organisaties van de ITVO-leden). Ook in situaties waarin wel duidelijkheid is aangebracht, blijkt dit na verloop van tijd ook weer te vervagen. Het is belangrijk dat wij hier met elkaar aandacht voor houden. Casusregie wordt ervaren als een zeer complexe taak, waar collega’s zich vaak ook niet voor toegerust en/of gelegitimeerd voelen. Daarnaast blijft het elkaar aanspreken op ieders verantwoordelijkheden lastig, omdat zowel binnen zorg als onderwijs dit niet gebruikelijk is in de cultuur.
In complexe casussen zijn vaak veel verschillende organisaties betrokken, die ook nog eens steeds wisselende professionals sturen. Dat maakt dat het lastig is een samenwerkingsrelatie op te bouwen.
Aanmeldingen blijven nog steeds achter bij de verwachting
Aanmeldingen blijven, zoals hiervoor al gezegd, nog steeds achter bij de verwachting. Het is niet met zekerheid te stellen waar dat aan ligt. Bij de eerste evaluatie was het vermoeden dat de strenge aanmeldcriteria hiervoor een reden zouden kunnen zijn. De aanmeldcriteria zijn al vorig schooljaar vervolgens wat verruimd, wat niet tot een verhoging van het aantal aanmeldingen leidde. Aanmelders geven aan dat het verkrijgen van toestemming van ouder(s)/verzorger(s) moeizaam is. Een van de redenen die hiervoor wordt gegeven is dat ouder(s)/verzorger(s) de meerwaarde van het ITVO niet zien (“mijn kind wordt al in meerdere overleggen besproken”). De ITVO-leden vragen zich af of werkdruk van de professionals een rol speelt: hebben ze wel de tijd om dit te regelen? Ook is het wellicht mogelijk dat professionals zelf de meerwaarde van het ITVO niet zien of over kunnen brengen. Aanvankelijk is geëxperimenteerd met anonieme casusbespreking, maar dit had als grote nadeel dat er dan maar zeer beperkt concrete acties konden worden uitgezet. In schooljaar 2019-2020 had het ITVO een vergaderschema van 1 x per 8 weken, maar bleek het vanwege het ontbreken van nieuwe input steeds niet nodig in deze frequentie bij elkaar te komen. In een aantal casussen bracht het voornemen om het ITVO in te schakelen de zaak al voldoende in beweging, waardoor actieve inzet van het ITVO niet meer nodig was.
Er zullen per schooljaar 2020-2021 geen nieuwe vaste overleggen worden gepland. Het ITVO blijft wél beschikbaar wanneer nodig. Op het moment dat het ITVO nodig is, na aanmelding van een dossier, zullen de ITVO partners, waaronder Bureau Leerplicht weer bij elkaar komen.
12
3.
Algemene cijfers
3.1 Leerplichtigen Leerplichtig zijn alle kinderen tussen 5 en 16 jaar die in Nederland wonen. Bureau Leerplicht is verantwoordelijk voor de kinderen tussen deze leeftijd die in de gemeente Nijmegen wonen. Dit zijn 18908 leerlingen. Kwalificatieplichtig zijn jongeren tussen 16 en 18 jaar die geen startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Per peildatum 01-01-2020 waren er 2846 kwalificatie plichtige jongeren zonder startkwalificatie. 828 jongeren hebben in het schooljaar 2019-2020 een startkwalificatie behaald.
3.2 Meldingen bij leerplicht Scholen zijn wettelijk verplicht om meer dan 16 uur verzuim of te laat komen gedurende een periode van 4 achtereenvolgende lesweken te melden bij het verzuimloket van DUO. Deze verzuimmeldingen komen bij Bureau Leerplicht binnen. 100% van de meldingen wordt in behandeling genomen. De meldingen zijn onder te verdelen in: • Absoluut verzuim: er is sprake van absoluut verzuim als een leerplichtige jongere, zonder een vrijstelling van inschrijving, niet op een school ingeschreven staat. • Relatief verzuim: de leerplichtige jongere staat op een school ingeschreven, maar verzuimt zonder geldige reden les- of praktijktijd. • Luxe verzuim: dit treedt op als een leerling zonder toestemming tijdens de schoolperiode op vakantie gaat.
3.3 Vrijstellingen In sommige gevallen worden jongeren (tijdelijk) vrijgesteld van de leerplicht. Artikel 5 van de Leerplichtwet 1969 kent drie gronden voor vrijstelling van de leerplicht als het gaat om de verplichting tot inschrijving bij een school: a. de jongere is op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt om tot een school of een instelling te worden toegelaten; b. de ouder(s)/verzorger(s) heeft overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden1; c. de jongere volgt onderwijs buiten Nederland. Aantallen schooljaar 2019-2020
Soort vrijstelling Art 5 lid a lichamelijke en/of psychische gronden Art 5 lid b bedenkingen tegen de richting v/h onderwijs Art 5 lid c onderwijs in het buitenland
Kennisgeving 21 18 34
Vrijstelling 18 18 34
Vrijstelling op grond van artikel 5 lid a.
Ouder(s)/verzorger(s) kunnen een beroep doen op deze vrijstelling wanneer hun kind niet in staat is om onderwijs te volgen. Hiervoor is een verklaring van een onafhankelijk arts nodig. De gemeente Nijmegen heeft hierover afspraken gemaakt met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Gelderland Zuid. Als ouder(s)/verzorger(s) een aanmeldingsformulier indienen, dan wordt de aanvraag en het dossier doorgestuurd naar de vrijstellingsarts van de GGD. Dit jaar zijn er 18 leerlingen van rechtswege vrijgesteld. Van de 21 aanvragen is bij 2 leerlingen het beroep ingetrokken, bij 1 is de aanvraag afgewezen en bij 1 van de aanvragen is de toekenning door een andere gemeente gedaan. Het totaal aantal kinderen in Nijmegen dat geen onderwijs volgt vanwege psychische/ lichamelijke ongeschiktheid komt hiermee op 71.
1 Volgens de wet mag het kind in het jaar voorafgaande aan de kennisgeving niet geplaatst zijn geweest op een school
waartegen bedenkingen worden geuit; 13
Vrijstelling op grond van 5 lid b
Ouder(s)/ verzorger(s) kunnen een beroep doen op deze vrijstelling door het indienen van een kennisgeving bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere staat ingeschreven. De leerplichtambtenaar stelt vast of de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet. Als dat zo is ontstaat van rechtswege de vrijstelling. Dit betekent dus dat er hierbij geen sprake is van een toekenning of een afwijzing. Als niet aan de eisen van de wet wordt voldaan, moet het kind worden ingeschreven op een school. Gebeurt dat niet, dan is er sprake van absoluut verzuim. Ouder(s)/verzorger(s) overtreden dan de leerplichtwet. De leerplichtambtenaar zal dan proces verbaal opmaken2.
Vrijstelling op grond van artikel 5 lid c
Volgen kinderen onderwijs in het buitenland, dan kunnen ouder(s)/verzorger(s) zich beroepen op vrijstelling van de leerplicht. Zij hoeven hun kind niet in te schrijven bij een Nederlandse school. Ouder(s)/verzorger(s) moeten jaarlijks aan de gemeente laten weten dat hun kind in het buitenland naar school gaat. Zij hebben hiervoor een bewijs van inschrijving nodig van de buitenlandse school. Binnen de gemeente Nijmegen wordt blijvend samenwerking gezocht met andere afdelingen.
Vrijstelling op grond van artikel 15. Een andere vrijstellingsgrond is te vinden in artikel 15 van de Leerplichtwet: In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kunnen burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling verlenen, indien wordt aangetoond, dat de jongere, die kwalificatieplichtig is, op andere wijze voldoende onderwijs geniet. In het schooljaar 2019-2020 is 3 keer een beroep gedaan op deze vrijstellingsgrond, wat in 3 gevallen heeft geleid tot een toegekende vrijstelling.
2 In principe moet dit beroep bij aanvang van elk schooljaar opnieuw gedaan worden
14
4.
Meldingen en resultaten van interventies
In dit hoofdstuk verantwoorden wij ons over onze inzet op het gebied van verzuim. Echter aangezien de Coronaperiode invloed heeft (gehad) op het aantal meldingen relatief verzuim in de periode van maart 2020 tot en met juli 2020 is een vergelijking met voorgaand schooljaar niet zinvol. Sluiting scholen In maart 2020 sloten de scholen fysiek hun deuren vanwege de Corona-crisis. Scholen richtten in korte tijd ‘onderwijs op afstand’ in. Het kwam voor dat leerlingen of ouder(s)/verzorger(s) uit beeld raakten bij school. Scholen slaagden er dan soms niet in deze leerlingen te bereiken. In de gehele Corona periode stond de functie van de leerplichtambtenaar gericht op de bescherming van het recht op onderwijs voorop. Het contact met de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere stond centraal. Juist door in contact te treden, bijvoorbeeld door het afleggen van deurbezoeken, hebben leerplichtambtenaren tijdens de corona-crisis scholen, jongeren en hun ouder(s)/verzorger(s) ondersteund. Bureau Leerplicht heeft in nauwe samenwerking met scholen, JGZ en hulpverleningsinstanties, procesafspraken gemaakt met als hoofddoel het contact tussen leerling en school zo snel mogelijk te herstellen en ervoor te zorgen dat de leerling weer zou deelnemen aan het onderwijs op afstand.
Daarnaast werd ingezet op het inschakelen van de juiste hulp instanties, wanneer er signalen waren dat er andere problemen speelden rondom het kind en/of gezin. Op het moment dat scholen in de periode dat de scholen waren gesloten, melding deed, gebruikten scholen hiervoor alleen de verzuimsoort ‘overig verzuim’. Formeel was er namelijk geen sprake van ongeoorloofd verzuim. De leerplichtambtenaar kon dan samen met school bepalen welke maatregelen gewenst waren om het volgen van onderwijs te stimuleren. Tijdens de periode dat er onderwijs op afstand werd gevolgd hanteerde Bureau Leerplicht onderstaande uitgangspunten De school is en blijft verantwoordelijk. 1. Bureau leerplicht heeft een aanvullende rol op het aanspreken van ouders en leerlingen als de school hen er niet toe kan bewegen om deel te nemen aan onderwijs op afstand. 2. Bureau leerplicht heeft eveneens een aanvullende rol als het de school niet lukt om met leerling en/of ouder(s)/verzorger(s) in contact te komen. 3. Het niet deelnemen van leerlingen aan onderwijs op afstand was op dat moment een dermate zwaarwegende reden dat hiervoor door de school informatie gedeeld kon worden met Bureau Leerplicht. 4. De school heeft aantoonbaar alle mogelijke inzet gepleegd om met de leerling/ouder(s)/verzorger(s) in contact te komen.
In de periode dat de PO en VO scholen en het MBO weer (gedeeltelijk) open zijn gegaan, betekende dit dat de normale situatie weer van kracht werd, wat betekent dat de leerplichtambtenaar in een uiterst geval handhavend kon optreden en een proces-verbaal kon opmaken wanneer duidelijk werd dat kinderen zich niet aan de leerplicht hielden. Bureau Leerplicht heeft in de periode vanaf de sluiting van de scholen tot en met 31 juli in totaal 143 meldingen gekregen van scholen. Het betrof meldingen waarbij de school leerlingen/ ouder(s)/verzorger(s) niet konden bereiken en/of dat zij er niet in slaagden leerlingen te laten deelnemen aan het onderwijs (op afstand). De oorzaken van het ‘digitale verzuim’ vertoonden in die gevallen meestal veel overeenkomsten met het ‘normale’ fysieke verzuim. Het ging dan vaak om motivatieproblemen. Soms spelen psychische klachten een rol, of hebben jongeren problemen met het dagritme. Soms lagen communicatieproblemen ten grondslag aan de ‘digitale afwezigheid’. Het ging dan bijvoorbeeld om ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn, niet begrepen wat de bedoeling was of scholen die geen actuele contactgegevens meer hadden.
4.1 Absoluut verzuim In het afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht 646 meldingen absoluut verzuim verwerkt. Zoals al gezegd gaat het bij absoluut verzuim om leerplichtige jongeren die niet op een school ingeschreven staan. In 83% van de meldingen ging de jongere, na afsluiten van het werkproces weer naar school. In een aantal van de gevallen wordt geconstateerd dat de jongere al op school zit, maar dat de inschrijving niet correct of niet op tijd door de school is doorgegeven aan DUO. In een kleiner aantal werd actief bemiddeld door de leerplichtambtenaar tussen
15
ouder(s)/verzorger(s)/leerling en scholen en/of de samenwerkingsverbanden, om de leerling op een passende school te krijgen, al dan niet met ondersteuning en/of hulpverlening. In 21% van de meldingen werd er een vervolgactie ingezet. Deze vervolgactie kan zijn dat: ouder(s)/verzorger(s) een beroep doen op vrijstelling van inschrijving. Dit betrof in het afgelopen schooljaar 32 personen; de melding zo laat in het schooljaar wordt gedaan dat deze in het lopende schooljaar niet meer afgehandeld kan worden. De consequentie is dan dat de melding wordt meegenomen naar het volgende schooljaar; proces verbaal wordt opgemaakt; Bij 59 meldingen (9%) van de meldingen is geconstateerd dat de jongere nier (meer) leerplichtig is geworden of is verhuisd.
4.2 Relatief verzuim In het afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht 895 meldingen relatief verzuim verwerkt. Dit betreft een afname van 45 meldingen over dezelfde periode ten opzichte van het schooljaar 2018-2019. Het is niet duidelijk waar deze afname door komt. Aangezien dit schooljaar als geheel niet te vergelijken is met andere jaren, stellen we voor het aantal meldingen goed te blijven monitoren, voordat we concluderen dat er sprake is van een gewijzigd patroon. Bij relatief verzuim staat de leerplichtige jongere op een school ingeschreven, maar verzuimt zonder geldige reden lesof praktijktijd. Redenen voor melding zijn: 1. Frequent te laat komen. 2. Licht verzuim: te laat komen gecombineerd met af en toe spijbelen. 3. Signaal verzuim: frequent verzuim (te laat komen, ziekmelden, spijbelen), dat niet aan de meldcriteria voldoet, maar waarbij er vermoedens zijn van achterliggende problematiek. 4. Ziekteverzuim: frequent ziekmelden (4x of meer in een periode van 12 weken) of langdurig verzuim (2 weken aaneengesloten) moet door school worden besproken met ouder(s)/verzorger(s) en leerling. Als het ziekteverzuim vragen oproept, of vragen om een aangepast rooster, dan kan de leerling worden doorverwezen naar de jeugdarts.
Bij gerede twijfels over het ziekteverzuim, als leerling en/of ouder(s)/verzorger(s) zich niet houden aan de afspraken met de jeugdarts of als ouder(s)/verzorger(s) en/of leerling weigeren gehoor te geven aan de oproep van de jeugdarts, dan is dat reden voor melding bij leerplicht. 5. Overig: bijv. conflict tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, waarbij ouder(s)/verzorger(s) hun kind thuishouden. De mate waarin welk type melding voorkomt is weergegeven in onderstaande tabel. Afgedaan 254 Andere school 56 Foutieve melding 62 Naar school 350 Niet (meer) leerplichtig 53 Overdracht volgende schooljaar 42 Start ander werkproces 22 Verhuisd 25 Verzuim geoorloofd 31 Totaal 895 Bij een melding bij leerplicht start de leerplichtambtenaar een onderzoek. Het onderzoek van de leerplichtambtenaar richt zich op: het verzamelen van informatie, het analyseren van feiten en omstandigheden, het betrekken van de direct betrokkenen, inwinnen van adviezen van deskundigen, en het motiveren van alle partijen om tot een oplossing te komen. In geval van ongeoorloofd schoolverzuim gaat er tijdens het onderzoek veel aandacht uit naar de achtergronden van het verzuim. De leerplichtambtenaar gaat in gesprek met ouder(s)/verzorger(s) en leerling en andere betrokkenen om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie. De leerplichtambtenaar adviseert en bemiddelt en handhaaft waar nodig.
16
Resultaat van het onderzoek van de leerplichtambtenaar: - In 45 % van de gevallen werd het verzuim opgelost en gaat de leerling weer naar school zonder sanctie van de leerplichtambtenaar. - In 3,5% van de gevallen bleek uit het onderzoek van de leerplichtambtenaar dat het verzuim geoorloofd was. - In 7% van de gevallen was er een vervolgactie van leerplicht noodzakelijk. Denk hierbij aan de ouder(s)/verzorger(s) wijzen op de mogelijkheden van een vrijstellingsaanvraag. Of, in het overgrote deel van deze casussen, 10%, is de problematiek zo complex of wordt de melding aan het eind van schooljaar gedaan, waardoor deze niet in 1 schooljaar op te lossen is. - In 28% van de gevallen werd overgegaan tot het geven van een waarschuwing, een verwijzing naar HALT of het opmaken van een proces verbaal. De leerplichtambtenaar kan ouder(s)/verzorger(s) en/of leerling dwingend adviseren (hun kind) naar school te (laten) gaan. Als dwingend advies niet oplevert dat de leerling (op regelmatige basis) naar school gaat, dan kan de leerplichtambtenaar proces-verbaal opmaken en zal (indien het OM besluit te vervolgen) de rechter een uitspraak doen. Een proces-verbaal wordt echter, sinds de invoering van de MAS, alleen in het uiterste geval opgemaakt. Bijvoorbeeld als ouder(s)/verzorger(s) of leerlingen niet mee willen werken aan een hulpverleningstraject om te zorgen dat het schoolverzuim stopt.
- In 7 % van de gevallen is na onderzoek geconstateerd dat er een foutieve melding is gedaan omdat er geen sprake was van ongeoorloofd verzuim. - In 6 % van de gevallen is de jongere 18 jaar geworden en daarmee niet meer leerplichtig. - Verder werd er in het schooljaar 2019-2020 51 keer proces verbaal opgemaakt en 22 keer verwezen naar HALT en werden er 190 schriftelijke waarschuwingen gegeven. 28 van de processen verbaal en 23 van de schriftelijke waarschuwingen werden afgegeven omdat er sprake was van luxe verzuim.
Proces Verbaal De leerplichtambtenaar kan bij verzuim een proces verbaal opmaken tegen de leerling en/of de ouder(s)/verzorger(s) als er sprake is van verwijtbaarheid met betrekking tot het schoolverzuim. Bij signaalverzuim wordt altijd een kopie van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming gestuurd. De Officier van Justitie vraagt aan de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en een advies op te stellen. De ouder(s)/verzorger(s) en jongere krijgen, afhankelijk van de ernst van het schoolverzuim en de zorgen, een oproep om te verschijnen bij de Officier van Justitie of bij de rechtbank. Naast een (voorwaardelijke) taakstraf kan er (gedwongen) hulpverlening worden opgelegd. Ouders kan ook een geldboete worden opgelegd. Dit gebeurt echter vrijwel alleen in het geval het luxe verzuim overtredingen betreft.
HALT verwijzingen
Wanneer er geen complexe problematiek ten grondslag ligt aan het verzuim, kan er een Halt afdoening worden opgemaakt. Halt legt een taakstraf in de vorm van een leer- en/of werkopdracht op, waardoor de jongeren worden geconfronteerd met hun gedrag en de gevolgen daarvan. Halt is een belangrijk instrument dat wordt gebruikt om jongeren in een vroeg stadium te confronteren met hun gedrag en de gevolgen.