CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag Bureau Leerplicht Nijmegen 2020-2021

Besluitronde (raadsvergadering) 2 februari 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 7 december 2021 inzake Jaarverslagen Leerplicht en Regionale Meld en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten schooljaar 2020-202115.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.2 Meldingen bij leerplicht Scholen zijn wettelijk verplicht om meer dan 16 uur verzuim of te laat komen gedurende een periode van 4 achtereenvolgende lesweken te melden bij het verzuimloket van DUO. Deze verzuimmeldingen komen bij Bureau Leerplicht en RMC binnen. 100% van de meldingen wordt in behandeling genomen. De meldingen zijn onder te verdelen in: • Absoluut verzuim: er is sprake van absoluut verzuim als een leerplichtige jongere, zonder een vrijstelling van inschrijving, niet op een school ingeschreven staat. • Relatief verzuim: de leerplichtige jongere staat op een school ingeschreven, maar verzuimt zonder geldige reden les- of praktijktijd. • Luxe verzuim: dit treedt op als een leerling zonder toestemming tijdens de schoolperiode op vakantie gaat. 2018-2019

2019-2020

2020-2021

Absoluut verzuim

545

653

372

Relatief verzuim

1034

915

861

Vrijstelling van geregeld schoolbezoek

18

4

5

Vrijstelling van inschrijving

94

84

88

Zorg en bemiddeling

67

49

59

Vervangende leerplicht

0

0

1

Totaal

1758

1705

1386

In maart 2020 is in verband met de coronapandemie door de rijksoverheid het schoolbezoek verboden. Met dit verbod verviel de verplichting tot schoolbezoek en was het niet mogelijk voor de scholen om een verzuimmelding te doen. Ook het schooljaar 20200-2021 heeft te maken gehad met beperkingen vanwege de coronamaatregelen. Het is daarom moeilijk om conclusies te trekken uit het aantal meldingen.

3.3 Vrijstellingen In sommige gevallen worden jongeren (tijdelijk) vrijgesteld van de leerplicht. Artikel 5 van de Leerplichtwet 1969 kent drie gronden voor vrijstelling van de leerplicht als het gaat om de verplichting tot inschrijving bij een school: a. de jongere is op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt om tot een school of een instelling te worden toegelaten; b. de ouder(s)/verzorger(s) heeft overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden1; c. de jongere volgt onderwijs buiten Nederland. Aantallen schooljaar 2020-2021

Soort vrijstelling Art 5 lid a lichamelijke en/of psychische gronden Art 5 lid b bedenkingen tegen de richting v/h onderwijs Art 5 lid c onderwijs in het buitenland

Kennisgeving 14 37 32

Vrijstelling 10 31 31

1 Volgens de wet mag het kind in het jaar voorafgaande aan de kennisgeving niet geplaatst zijn geweest op een school

waartegen bedenkingen worden geuit; 17

Vrijstelling op grond van artikel 5 lid a.

Ouder(s)/verzorger(s) kunnen een beroep doen op deze vrijstelling wanneer hun kind niet in staat is om onderwijs te volgen. Hiervoor is een verklaring van een onafhankelijk arts nodig. De gemeente Nijmegen heeft hierover afspraken gemaakt met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Gelderland Zuid. Als ouder(s)/verzorger(s) een aanmeldingsformulier indienen, dan wordt de aanvraag en het dossier doorgestuurd naar de vrijstellingsarts van de GGD. Dit jaar zijn er 10 leerlingen van rechtswege vrijgesteld. Van de 14 aanvragen is bij 3 de aanvraag afgewezen en bij 1 van de aanvragen is de toekenning door een andere gemeente gedaan. Het totaal aantal kinderen in Nijmegen dat geen onderwijs volgt vanwege psychische/ lichamelijke ongeschiktheid komt hiermee op 65.

Vrijstelling op grond van 5 lid b Ouder(s)/ verzorger(s) kunnen een beroep doen op deze vrijstelling door het indienen van een kennisgeving bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere staat ingeschreven. De leerplichtambtenaar stelt vast of de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet. Als dat zo is ontstaat van rechtswege de vrijstelling. Dit betekent dus dat er hierbij geen sprake is van een toekenning of een afwijzing. Als niet aan de eisen van de wet wordt voldaan, moet het kind worden ingeschreven op een school. Gebeurt dat niet, dan is er sprake van absoluut verzuim. Ouder(s)/verzorger(s) overtreden dan de leerplichtwet. De leerplichtambtenaar zal dan proces verbaal opmaken2. Van 3 aanvragen is het beroep ingetrokken. 2 aanvragen zijn niet rechtsgeldig en 1 aanvraag is afgewezen.

Vrijstelling op grond van artikel 5 lid c

Volgen kinderen onderwijs in het buitenland, dan kunnen ouder(s)/verzorger(s) zich beroepen op vrijstelling van de leerplicht. Zij hoeven hun kind niet in te schrijven bij een Nederlandse school. Ouder(s)/verzorger(s) moeten jaarlijks aan de gemeente laten weten dat hun kind in het buitenland naar school gaat. Zij hebben hiervoor een bewijs van inschrijving nodig van de buitenlandse school. Binnen de gemeente Nijmegen wordt blijvend samenwerking gezocht met andere afdelingen. Van één aanvraag is het verzoek ingetrokken.

Vrijstelling op grond van artikel 15

Een andere vrijstellingsgrond is te vinden in artikel 15 van de Leerplichtwet: In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kunnen burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling verlenen, indien wordt aangetoond, dat de jongere, die kwalificatieplichtig is, op andere wijze voldoende onderwijs geniet. In het schooljaar 2020-2021 is vijf keer een beroep gedaan op deze vrijstellingsgrond, wat in twee gevallen heeft geleid tot een toegekende vrijstelling. Bij één geval is de aanvraag ingetrokken, een aanvraag is niet rechtsgeldig geweest en één aanvraag is niet akkoord bevonden.

3.3.1 Pilot aanpak vrijstelling op grond van artikel 5 lid a in het PO Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een wijziging van de leerplichtwet aangekondigd. De wijziging betreft vrijstelling van onderwijs voor kinderen die door een zware lichamelijke of psychische beperking niet naar school kunnen (vrijstelling art 5 lid a). Er heeft een internetconsultatie ronde plaatsgevonden. Momenteel wordt het wetsvoorstel verder uitgewerkt. Op basis van de ideeën uit het wetsvoorstel vrijstelling leerplicht (m.b.t. art 5 lid a) maken het samenwerkingsverband Stromenland, de GGD jeugdgezondheidszorg en Bureau Leerplicht Nijmegen samenwerkingsafspraken. Met als doel om: • de signaleringsfunctie te verbeteren: wat zijn de onderwijsbehoeften van een kind, wat is een passend onderwijs aanbod en is dat onderwijsaanbod ook daadwerkelijk te realiseren, • leerlingen/kinderen samen beter in beeld hebben, • ons allen inspannen om het best mogelijke/passende ‘onderwijs’ voor kinderen te realiseren, • elkaar eerder en makkelijker vinden, wat kan leiden tot een betere samenwerking tussen SWV Stromenland, GGD en Bureau Leerplicht Nijmegen. De verwachting van de wetswijziging is dat het aantal vrijstellingen naar beneden gaat en meer kinderen en jongeren naar onderwijs en of zorg geleid kunnen worden, omdat de onderwijskundige benaderingswijze betrokken moet worden.

Voor de kinderen en jongeren die in aanmerking komen voor een vrijstelling betekent dit dat het de hoop/verwachting is dat zij wel naar het onderwijs en of zorg kunnen en tot ontwikkeling kunnen komen.

2 In principe moet dit beroep bij aanvang van elk schooljaar opnieuw gedaan worden

18

In Nijmegen spreken we niet van streefcijfers, omdat elk kind telt. Het doel is dat er voor elk kind het beste besluit wordt genomen (al dan geen vrijstelling) om zo een passend aanbod te realiseren.

Om welke groep kinderen gaat het?

Het gaat om kinderen die door een zware lichamelijke of psychische beperking (tijdelijk) niet in staat zijn onderwijs te volgen. Het gaat ook om de groep kinderen dat (gedeeltelijk) leerbaar is, maar (nog) niet schoolbaar. Het is van belang om samen met het samenwerkingsverband en de jeugdgezondheidszorg te kijken naar wat mogelijk is voor een kind. Voor sommige kinderen is het mogelijk om onder begeleiding en met een onderwijskundige benaderingswijze, te groeien en schoolbaar te worden, waardoor deelname aan onderwijs mogelijk wordt en vrijstelling in sommige situaties kan worden voorkomen. Nota bene: Een beroep op een vrijstelling van de leerplicht kan uitsluitend door ouder(s)/verzorger(s) worden gedaan, en mag nooit het gevolg zijn van een gebrek aan een zo passend mogelijk onderwijsaanbod, maar alleen het onvermijdelijke resultaat van ernstige lichamelijke en/of psychische klachten.

Wat houdt de wijziging in?3

a. Onderwijskundig advies wordt een vereiste De wijziging houdt in dat de vrijstellingsarts* die een verklaring geeft over een vrijstelling van onderwijs bij zijn afweging altijd een advies krijgt van een onderwijskundige. Zowel van het regionaal ondersteuningsaanbod als van de individuele leermogelijkheden van het kind dient een volledig beeld te zijn, alvorens overgegaan kan worden tot het accepteren van de kennisgeving afgeven van een vrijstelling. Dat moet er voor zorgen dat een vrijstelling alleen wordt afgegeven als dit het beste aansluit bij het kind. *De vrijstellingsarts is een jeugdarts met de taak beoordeling aanvragen leerplicht vrijstellingen. b. Het afwegingskader wordt verbreed De vrijstellingsarts geeft nu volgens de wet een verklaring af of een kind tot een school kan worden toegelaten louter op medische gronden. Deze afweging zal worden verbreed, zodat een vrijstelling alleen wordt afgegeven, als dit het beste aansluit bij het kind. In het wetsvoorstel wordt vastgelegd dat de vrijstellingsarts die beoordeelt of een kind psychisch of lichamelijk niet geschikt is om onderwijs te volgen, ook altijd een advies vanuit een onderwijskundige benaderingswijze tot zijn beschikking heeft bij zijn afweging. Welke elementen verder onderdeel worden van het afwegingskader wordt nader uitgewerkt. c.

Periode van vrijstelling wordt flexibeler te bepalen Er komt meer variatie in de duur van een vrijstelling. Hierdoor is meer maatwerk mogelijk en kan er tussentijds gekeken worden of het kind of de jongere inmiddels weer naar school kan. Door de ontwikkelingen binnen onderwijs en zorg kan tussentijds bezien worden of er een passend onderwijs- of zorgaanbod tot stand is gekomen waardoor het kind of de jongere onderwijs zou kunnen volgen. Daarnaast vervalt de keuze voor een vrijstelling voor een jaar of voor de gehele schoolperiode. Voortaan moet de termijn bepaald worden op basis van het ontwikkelingsperspectief (medisch en psychisch schoolbaar) van het kind. Op deze manier wordt directer bij de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen aangesloten. d. Een casusregisseur wordt aangewezen De gemeente benoemt een casusregisseur die verantwoordelijk is voor het proces rondom de vrijstelling, de monitoring en de evaluatie. Deze casusregisseur houdt daarmee zicht op de (ontwikkeling van de) behoeftes en ontwikkelingsmogelijkheden van het kind en draagt er zorg voor dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Het ligt voor de hand dat deze rol door de leerplichtambtenaar zal worden ingevuld maar dit is nog punt van nadere uitwerking. De inhoudelijke afweging aangaande de vrijstelling blijft bij de vrijstellingsarts liggen.

Implementatie van de ideeën van de mogelijke wetswijziging vrijstelling leerplicht in Nijmegen

Afgelopen schooljaar hebben de drie in Nijmegen betrokken partijen meerdere keren met elkaar overleg gehad voor het implementeren van de ideeën uit de mogelijke wetswijziging in onze werkwijze. We hebben met elkaar afgesproken om elkaar voortaan bij vragen van ouder(s)/verzorger(s) betreffende een vrijstelling 5 lid a, op te zoeken en samen tot afstemming te komen. Hier zijn we met ingang van januari 2021 mee gestart, vooruitlopend op de definitieve wetswijziging.

Uitgangspunten bij het verlenen van een vrijstelling

De betrokken partijen zijn het eens over onderstaande uitgangspunten: Alleen in een uiterst geval wordt een vrijstelling toegekend. Een vrijstelling wordt het liefst voor een zo kort mogelijke periode afgegeven. 3 https://www.internetconsultatie.nl/vrijstellingleerplicht en https://www.internetconsultatie.nl/leerrecht).

19

-

Contact met ouder(s)/verzorger(s) is essentieel en het proces moet transparant zijn. Als ouder(s)/verzorger(s) hiermee akkoord gaan, dan zoeken vrijstellingsarts, het samenwerkingsverband en leerplicht contact met elkaar om samen te kijken wat er mogelijk is voor het betreffende kind. Immers: de vrijstellingsarts is niet altijd op de hoogte van wat het onderwijs kan bieden en het onderwijs is geen deskundige als het gaat om medische of psychische mogelijkheden en belemmeringen.

Nota bene: Bij wet gaat het om een kennisgeving. We kunnen niet afdwingen dat ouder(s)/verzorger(s) akkoord gaan met overleg tussen partijen. Als de wetswijziging een feit is, dan kan een onderwijskundige verklaring opgevraagd worden door de leerplichtambtenaar, zonder toestemming van ouder(s)/verzorger(s). Tot die tijd vragen we toestemming aan ouder(s)/verzorger(s) om te overleggen met het samenwerkingsverband.

3.3.2 Vrijstelling op grond van 5 lid b - ontwikkelingen Ouder(s)/verzorger(s) kunnen een beroep doen op deze vrijstelling door het indienen van een kennisgeving bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere staat ingeschreven. De leerplichtambtenaar stelt vast of de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet. Als dat zo is ontstaat van rechtswege de vrijstelling. Dit betekent dus dat er hierbij geen sprake is van een toekenning of een afwijzing. Als niet aan de eisen van de wet wordt voldaan, moet het kind worden ingeschreven op een school. Gebeurt dat niet, dan is er sprake van absoluut verzuim. Ouder(s)/verzorger(s) overtreden dan de leerplichtwet. De leerplichtambtenaar zal dan proces verbaal opmaken4. De laatste jaren gaan veel gemeenten een stap verder. Leerplichtambtenaren gaan het richting bezwaar toetsen. Vaak moeten de ouder(s)/verzorger(s) per school uit hun omgeving aangeven welk bezwaar ze hebben tegen de richting van de school. Ook nodigen gemeenten ouder(s)/verzorger(s) steeds vaker uit voor een gesprek. Gemeenten willen dan weten of de bezwaren zich echt richten op de grondslag van de school en bijvoorbeeld niet op de inrichting van het onderwijs. Dit wordt als ouder(s)/verzorger(s) ervaren als wantrouwen. Als ouder(s)/verzorger(s) niet mee werken, dreigt soms een gang naar de strafrechter.

Strafrechtelijke vervolging geeft stress en onzekerheid voor het gehele gezin. In Nijmegen doet de leerplichtambtenaar tot op heden slechts een toetsing op de eisen van de wet. Komend schooljaar willen we verkennen of het wenselijk is onze aanpak te wijziging en tenminste in alle gevallen een gesprek aan te gaan met ouder(s)/verzorger(s). Nota bene: insteek zal dan zijn een gesprek aangaan vanuit vertrouwen met als doel informatie uitwisseling.

3.3.3 Mogelijkheid voor alternatieve trajecten niet zijnde onderwijs Afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht nagedacht over het bij uitzondering instemmen met een alternatief traject, niet zijnde onderwijs, voor leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren. Het komt steeds vaker voor dat het vinden van een passende onderwijsplek niet haalbaar is. Uitgaande van leerrecht in tegenstelling tot schoolplicht, hebben we afgelopen schooljaar richtlijnen geformuleerd, waar we komend schooljaar mee willen gaan werken.

De richtlijnen zijn als volgt -

-

Een alternatief traject, niet zijnde onderwijs is akkoord, als een leerling (VO of het MBO), een duurzaam toekomstperspectief heeft en een kansrijke alternatieve route (geen onderwijs) daar naar toe en er sprake is van langdurige stagnatie in het onderwijs Een alternatief traject (niet zijnde onderwijs) is een optie vanaf 16 jaar, echter in uitzonderlijke gevallen moet maatwerk voor een 15-jarige mogelijk zijn.

Onder een kansrijke route verstaan wij -

-

een maatwerk traject voor een jongere dat past bij de talenten en de motivatie van een jongere, dat leidt tot het ontwikkelen van vaardigheden die kunnen bijdragen aan het verkrijgen van een plek om werkervaring op te doen, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage, of liefst tot het verkrijgen van een duurzaam arbeidscontract, Als zorg voorliggend is, dan dient de zorg of begeleiding bij te dragen aan een duurzaam toekomstperspectief waarin het opdoen van werkervaring, of het weer deel kunnen gaan nemen aan onderwijs, één van de doelstellingen zou moeten zijn.

4 In principe moet dit beroep bij aanvang van elk schooljaar opnieuw gedaan worden

20

Langdurige stagnatie in het onderwijs

Onder langdurige stagnatie in het onderwijs verstaan we situaties waarbij er sprake is van langer durend (tenminste een half jaar) thuiszitten en situaties waarbij er geen perspectief is op een passend onderwijs en/of zorgaanbod. De mogelijkheden voor passend onderwijs moeten zijn onderzocht door het SWV en de mogelijkheden voor een passend zorgaanbod moet zijn onderzocht door betrokken hulpverlening of (jeugd) arts. Als het gaat om stagnatie in het onderwijs, dan gaan wij er vanuit dat het situaties betreft waarbij er sprake is van onmacht. Als er sprake lijkt te zijn van onwil, dan is het van belang om goed te onderzoeken of de onwil niet voortkomt uit gevoelens van onmacht. Aanvullende opmerking: Als er echt sprake is van onwil, dan werken we volgens de MAS.

Voorwaarde: ondersteunende volwassene -

-

Een ondersteunende volwassene is iemand die een stabiele, motiverende vertrouwensrelatie heeft met de jongere, die ook beslissingen mag nemen voor/over de jongere en ‘verantwoordelijk gesteld’ kan worden voor het bewaken en waar nodig bijsturen van het traject. Doorslaggevend is dat de jongere het zo ervaart, niet de ouder(s)/verzorger(s). Ouder(s)/gezaghebbende moet wel akkoord zijn met wie als ondersteunend volwassene wordt aangewezen. Een ondersteunende volwassene is een harde voorwaarde voor het aangaan van een alternatief traject. Als er niemand in het netwerk van de jongere is, dan zal dit een betrokken professional moeten zijn. We gaan ook akkoord met een alternatief traject als er zorgen zijn in het gezin en ook als Veilig Thuis betrokken is, mits: • het traject in het belang is van de leerling, • er een ondersteunde volwassene betrokken is. Notabene: dit hoeven niet de ouder(s)/verzorger(s)/verzorgers te zijn. • er afspraken zijn over monitoring, • er is afgestemd met betrokken hulpverlening.

Wat als het niet werkt?

Als een jongere een alternatief traject niet zijnde onderwijs gaat doen, dan moet vooraf heel concreet gemaakt worden wat de voorwaarden zijn. Eén van de voorwaarden moet altijd zijn dat als het traject niet loopt of verandert, dit gemeld moet worden bij leerplicht en dat vervolgens opnieuw onderzocht wordt wat op dat moment de mogelijkheden en verplichtingen zijn.

Bij verhuizing Als een leerling met een alternatief traject, niet zijnde onderwijs, verhuist naar een andere gemeente, dan zorgen we voor een warme overdracht, met in achtneming van AVG regels.

Communicatie over deze werkwijze

Een eventuele nieuwe aanpak waarin we alternatieve trajecten toestaan wordt breed gecommuniceerd door de manager en wordt, waar nodig, op schoolniveau door de contact leerplichtambtenaar toegelicht, waarbij aangegeven wordt dat het om maatwerk/uitzonderingen gaat.

21

4.

Meldingen en resultaten van interventies

In dit hoofdstuk verantwoorden wij ons over onze inzet op het gebied van verzuim. Echter aangezien de Coronaperiode invloed heeft (gehad) op het aantal meldingen is het de vraag of een vergelijking met voorgaand schooljaren zinvol is.

Fysiek onderwijs, sluiting scholen, gedeeltelijke heropening en volledige heropening

In maart 2020 sloten de scholen voor het eerst fysiek hun deuren vanwege de Corona-crisis. Scholen richtten in korte tijd ‘onderwijs op afstand’ in. Het kwam voor dat leerlingen of ouder(s)/verzorger(s) uit beeld raakten bij school. Scholen slaagden er dan soms niet in deze leerlingen te bereiken. Het afgelopen jaar heeft het onderwijs te maken gehad met verschillende periodes waarin er volledig fysiek onderwijs mogelijk was, alleen online onderwijs of een combinatie van beide vormen. Er is veel geleerd van de eerste lockdown in het schooljaar 2019-2020. In de gehele Corona periode stond de functie van de leerplichtambtenaar gericht op de bescherming van het recht op onderwijs voorop. Het contact met de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere stond centraal. Juist door in contact te treden, bijvoorbeeld door het afleggen van deurbezoeken, hebben leerplichtambtenaren tijdens de corona-crisis scholen, jongeren en hun ouder(s)/verzorger(s) ondersteund. Bureau Leerplicht en RMC heeft in nauwe samenwerking met scholen, JGZ en hulpverleningsinstanties, procesafspraken gemaakt met als hoofddoel het contact tussen leerling en school zo snel mogelijk te herstellen en ervoor te zorgen dat de leerling weer zou deelnemen aan het onderwijs op afstand.

Daarnaast werd ingezet op het inschakelen van de juiste hulp instanties, wanneer er signalen waren dat er andere problemen speelden rondom het kind en/of gezin. De leerplichtambtenaar kon dan samen met school bepalen welke maatregelen gewenst waren om het volgen van onderwijs te stimuleren. Tijdens de periode dat er onderwijs op afstand werd gevolgd hanteerde Bureau Leerplicht en RMC onderstaande uitgangspunten. De school is en blijft verantwoordelijk. 1. Bureau leerplicht en RMC heeft een aanvullende rol op het aanspreken van ouder(s)/verzorger(s) en leerlingen als de school hen er niet toe kan bewegen om deel te nemen aan onderwijs op afstand. 2. Bureau leerplicht en RMC heeft eveneens een aanvullende rol als het de school niet lukt om met leerling en/of ouder(s)/verzorger(s) in contact te komen. 3. De school heeft aantoonbaar alle mogelijke inzet gepleegd om met de leerling/ouder(s)/verzorger(s) in contact te komen. De oorzaken van het ‘digitale verzuim’ vertoonden in veel gevallen meestal veel overeenkomsten met het ‘normale’ fysieke verzuim. Het ging dan vaak om motivatieproblemen. Soms speelden psychische klachten een rol, of hebben jongeren problemen ondervonden met het dagritme. Soms lagen communicatieproblemen ten grondslag aan de ‘digitale afwezigheid’.

Het ging dan bijvoorbeeld om ouder(s)/verzorger(s) die de Nederlandse taal niet machtig zijn, niet begrepen wat de bedoeling was of scholen die geen actuele contactgegevens meer hadden. Leerplichtambtenaren hebben het in het afgelopen schooljaar lastig gevonden dat ze de scholen niet altijd konden bedienen zoals ze gewend waren en zoals ze het zouden willen. Het vrijwel niet kunnen maken van fysieke afspraken met ouder(s)/verzorger(s)s en leerlingen is als een gemis ervaren. Alleen voor gesprekken met een tolk, of voor het opmaken van proces verbaal werden jongeren en hun ouder(s)/verzorger(s) op kantoor uitgenodigd. In een enkel geval zijn deurbezoeken afgelegd of zijn er wandelafspraken gemaakt met een leerling. Collega’s wilden graag meer en wilden ook graag weer op scholen kunnen komen, zeker na de heropening van de scholen. Bureau Leerplicht heeft echter de oproep ‘werk zoveel mogelijk thuis’ steeds gevolgd. Hierdoor is ook ervaren dat er veel werk door heeft kunnen gaan en dat online contact ook mogelijkheden biedt.

4.1 Absoluut verzuim In het afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht 372 meldingen absoluut verzuim verwerkt. Zoals al gezegd gaat het bij absoluut verzuim om leerplichtige jongeren die niet op een school ingeschreven staan. In 66% van de meldingen ging de jongere, na afsluiten van het werkproces weer naar school. In een aantal van de gevallen wordt geconstateerd dat de jongere al op school zit, maar dat de inschrijving niet correct of niet op tijd door de school is doorgegeven aan DUO. In een kleiner aantal werd actief bemiddeld door de leerplichtambtenaar tussen ouder(s)/verzorger(s)/leerling en scholen en/of de samenwerkingsverbanden, om de leerling op een passende school te krijgen, al dan niet met ondersteuning en/of hulpverlening. 22

In 21% van de meldingen werd er een vervolgactie ingezet. Deze vervolgactie kan zijn dat: ouder(s)/verzorger(s) een beroep doen op vrijstelling van inschrijving. Dit betrof in het afgelopen schooljaar 32 personen; de melding zo laat in het schooljaar wordt gedaan dat deze in het lopende schooljaar niet meer afgehandeld kan worden. De consequentie is dan dat de melding wordt meegenomen naar het volgende schooljaar en niet in het lopende schooljaar wordt afgehandeld; proces verbaal wordt opgemaakt; Bij 56 meldingen (13%) van de meldingen is geconstateerd dat de jongere niet (meer) leerplichtig is geworden of is verhuisd.

4.2 Relatief verzuim

In het afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht 862 meldingen relatief verzuim verwerkt. Dit betreft een afname van 54 meldingen over dezelfde periode ten opzichte van het schooljaar 2019-2020. Aangezien dit schooljaar als geheel niet te vergelijken is met andere jaren, stellen we voor het aantal meldingen goed te blijven monitoren, voordat we concluderen dat er sprake is van een gewijzigd patroon. Bij relatief verzuim staat de leerplichtige jongere op een school ingeschreven, maar verzuimt zonder geldige reden lesof praktijktijd. Redenen voor melding zijn: 1. Frequent te laat komen. 2. Licht verzuim: te laat komen gecombineerd met af en toe spijbelen. 3. Signaal verzuim: frequent verzuim (te laat komen, ziekmelden, spijbelen), dat niet aan de meldcriteria voldoet, maar waarbij er vermoedens zijn van achterliggende problematiek. 4. Ziekteverzuim: frequent ziekmelden (4x of meer in een periode van 12 weken) of langdurig verzuim (2 weken aaneengesloten) moet door school worden besproken met ouder(s)/verzorger(s) en leerling. Als het ziekteverzuim vragen oproept, of vragen om een aangepast rooster, dan kan de leerling worden doorverwezen naar de jeugdarts.

Bij gerede twijfels over het ziekteverzuim, als leerling en/of ouder(s)/verzorger(s) zich niet houden aan de afspraken met de jeugdarts of als ouder(s)/verzorger(s) en/of leerling weigeren gehoor te geven aan de oproep van de jeugdarts, dan is dat reden voor melding bij leerplicht. 5. Overig: bijv. conflict tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, waarbij ouder(s)/verzorger(s) hun kind thuishouden. De mate waarin welk type melding voorkomt is weergegeven in onderstaande tabel. Afgedaan 264 Andere school 32 Foutieve melding 48 Naar school 281 Niet (meer) leerplichtig 55 Overdracht volgende schooljaar 99 Start ander werkproces 14 Verhuisd 24 Verzuim geoorloofd 28 Einde lesrooster Eindexamen 17 Totaal 862 Bij een melding bij leerplicht start de leerplichtambtenaar een onderzoek. Het onderzoek van de leerplichtambtenaar richt zich op: het verzamelen van informatie, het analyseren van feiten en omstandigheden, het betrekken van de direct betrokkenen, inwinnen van adviezen van deskundigen, en het motiveren van alle partijen om tot een oplossing te komen. In geval van ongeoorloofd schoolverzuim gaat er tijdens het onderzoek veel aandacht uit naar de achtergronden van het verzuim. De leerplichtambtenaar gaat in gesprek met ouder(s)/verzorger(s) en leerling en andere betrokkenen om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie.

De leerplichtambtenaar adviseert en bemiddelt en handhaaft waar nodig.

23

Resultaat van het onderzoek van de leerplichtambtenaar: - In 36 % van de gevallen werd het verzuim opgelost en gaat de leerling weer naar school zonder sanctie van de leerplichtambtenaar. - In 3% van de gevallen bleek uit het onderzoek van de leerplichtambtenaar dat het verzuim geoorloofd was. - In 11% van de gevallen was er een vervolgactie van leerplicht noodzakelijk. Denk hierbij aan de ouder(s)/verzorger(s) wijzen op de mogelijkheden van een vrijstellingsaanvraag. Of, in het overgrote deel van deze casussen, 11%, is de problematiek zo complex of wordt de melding aan het eind van schooljaar gedaan, waardoor deze niet in 1 schooljaar op te lossen is. - In 31% van de gevallen werd overgegaan tot het geven van een waarschuwing, een verwijzing naar HALT of het opmaken van een proces verbaal. De leerplichtambtenaar kan ouder(s)/verzorger(s) en/of leerling dwingend adviseren (hun kind) naar school te (laten) gaan. Als dwingend advies niet oplevert dat de leerling (op regelmatige basis) naar school gaat, dan kan de leerplichtambtenaar proces-verbaal opmaken en zal (indien het OM besluit te vervolgen) de rechter een uitspraak doen. Een proces-verbaal wordt echter, sinds de invoering van de MAS, alleen in het uiterste geval opgemaakt. Bijvoorbeeld als ouder(s)/verzorger(s) of leerlingen niet mee willen werken aan een hulpverleningstraject om te zorgen dat het schoolverzuim stopt.

- In 6 % van de gevallen is na onderzoek geconstateerd dat er een foutieve melding is gedaan omdat er geen sprake was van ongeoorloofd verzuim. - In 6 % van de gevallen is de jongere 18 jaar geworden en daarmee niet meer leerplichtig. - Verder werd er in het schooljaar 2020-2021 20 keer proces verbaal opgemaakt en10 keer verwezen naar HALT en werden er 264 schriftelijke waarschuwingen gegeven. 2 van de processen verbaal en 6 van de schriftelijke waarschuwingen werden afgegeven omdat er sprake was van luxe verzuim.

Proces Verbaal De leerplichtambtenaar kan bij verzuim een proces verbaal opmaken tegen de leerling en/of de ouder(s)/verzorger(s) als er sprake is van verwijtbaarheid met betrekking tot het schoolverzuim. Bij signaalverzuim wordt altijd een kopie van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming gestuurd. De Officier van Justitie vraagt aan de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en een advies op te stellen. De ouder(s)/verzorger(s) en jongere krijgen, afhankelijk van de ernst van het schoolverzuim en de zorgen, een oproep om te verschijnen bij de Officier van Justitie of bij de rechtbank. Naast een (voorwaardelijke) taakstraf kan er (gedwongen) hulpverlening worden opgelegd. Ouder(s)/verzorger(s) kan ook een geldboete worden opgelegd. Dit gebeurt echter vrijwel alleen in het geval het luxe verzuim overtredingen betreft.

HALT verwijzingen

Wanneer er geen complexe problematiek ten grondslag ligt aan het verzuim, kan er een Halt afdoening worden opgemaakt. Halt legt een taakstraf in de vorm van een leer- en/of werkopdracht op, waardoor de jongeren worden geconfronteerd met hun gedrag en de gevolgen daarvan. Halt is een belangrijk instrument dat wordt gebruikt om jongeren in een vroeg stadium te confronteren met hun gedrag en de gevolgen.

4.3 Thuiszitters Een thuiszitter is een leer-of kwalificatieplichtige leerling (5-18 jaar), die voldoet aan de volgende kenmerken: - staat ingeschreven op een school en: - gaat 4 weken of langer niet naar school;5 - heeft geen vrijstelling van de Leerplichtwet; - is niet ziek of; - is ziek, maar conform plan van aanpak protocol ziekteverzuim in staat om (gedeeltelijk) naar school te gaan; - staat niet ingeschreven op een school (absoluut verzuim). 5 Er is geen wettelijke definitie van een thuiszitter. Die discussie wordt momenteel gevoerd. In den landen wordt door

veel gemeenten aangehouden dat een thuiszitter pas een thuiszitter is als de leerling langer dan 3 maanden thuis zit. Landelijke cijfers van thuiszitters zijn dus discutabel, omdat de tellingen van gemeenten in veel gevallen niet onderling te vergelijken zijn. In Nijmegen beschouwen we een leerling een thuiszitter, vanaf het moment dat de leerling 4 weken volledig thuis zit. We beschouwen de leerling als een Nijmeegse thuiszitter vanaf de eerste dag dat een leerling volledig thuiszit, maar ook als de leerling minder dan 50% van de lestijd aanwezig is.

24

Als er sprake is van thuiszitten, dan wordt, net als bij andere verzuimmeldingen, in gezamenlijkheid met ouder(s)/verzorger(s) en leerling en andere samenwerkingspartners, gekeken naar wat er nodig is om een zo spoedig mogelijke terugkeer naar het onderwijs te realiseren. Soms is het nodig dat de leerling naar een andere school of (tijdelijk) andere vorm van onderwijs overstapt om de schoolloopbaan weer te kunnen vervolgen. Soms is (tijdelijk) extra ondersteuning en/of hulpverlening nodig.

Aantal thuiszitters.

Vanaf de start van de sluiting van de scholen in verband met de Corona periode van 16 maart tot en met juli 2020, is er volgens de leerplichtwet sprake van een vrijstelling van geregeld schoolbezoek, waardoor in deze periode geen thuiszitters zijn geregistreerd. In het schooljaar 2020-2021 zijn er 46 leerlingen thuiszitter geweest.

Soort opleiding MBO PO SO VO VSO Geen onderwijssoort bekend Totaal

20202021 13 8 2 21 1 1 46

20192020 32 16 3 22 11 9 93

20182019 31 16 4 41 17 4 113

20172018 33 10 8 39 20 18 110

20162017 23 12 4 72 15 3 129

Van deze 46 leerlingen waren: 32 leerlingen leerplichtig. 14 leerlingen kwalificatie plichtig.

Thuiszitters zonder school van inschrijving

Dit schooljaar is er 1 thuiszitter geweest zonder inschrijving op een school.

Thuiszitters met een school van inschrijving

Dit schooljaar zijn er 45 thuiszittende leerlingen geweest met een school van inschrijving. 7 leerlingen hebben korter dan 4 weken thuis gezeten. 21 leerlingen hebben korter dan 3 maanden thuis gezeten. 23 leerlingen hebben langer dan 3 maanden thuis gezeten.

Preventieve aanpak Nijmeegse thuiszitters -

43 leerlingen met een werkproces, zijn conform de afspraak in het regionaal beleidskader opgepakt vóórdat het criterium voor thuiszitten was bereikt.

De oorzaak van het thuiszitten ligt vaak in persoonlijke problematiek. Kinderen kampen bijvoorbeeld met internaliserende problematiek (angst, depressie, anorexia, autisme) of juist met internaliserende problematiek (ADHD, gedragsproblematiek), waardoor functioneren in een schoolsetting bemoeilijkt wordt. Ook hoogbegaafdheid/hoog-sensitiviteit kan een belangrijke oorzaak zijn dat kinderen niet mee kunnen in het klassikale onderwijs. Belastbaarheidsproblematiek hangt in de meeste gevallen eveneens samen met een gebrek aan psychisch welbevinden. Soms zit een kind thuis, omdat de school van inschrijving niet passend is. Er is dan soms wel een andere passende school – bijvoorbeeld in het SO of VSO – maar daar is geen plek. Het kan ook voorkomen dat kinderen thuiszitten omdat er simpelweg geen passende onderwijsplek is. Het gebeurt bijvoorbeeld dat kinderen ook op het SO of VSO niet mee kunnen. Zij hebben baat bij nog meer persoonlijke aandacht, in een traject waar naast onderwijs ook zorg wordt geboden. Tot slot komt het in een enkel geval voor dat een schoolbestuur een bepaalde school passend vindt, maar ouder(s)/verzorger(s) het daar niet mee eens zijn. Er zijn ook thuiszitters met een schoolinschrijving die wel een zinvolle dagbesteding hebben. Soms gaan kinderen uren of hele dagen naar een zorginstelling. Sommigen krijgen ‘onderwijs op afstand’ aangeboden door de school.

25

Waar scholen vaak mee worstelen, is dat ze niet weten wat ze mogen verwachten van kinderen in een zorgtraject. Ze hebben behoefte aan een inschatting van de belastbaarheid van de kinderen, maar ook voor jeugdartsen is dit soms moeilijk aan te geven. Hoeveel dagen of dagdelen zou een kind – realistisch gezien – naar school kunnen? De samenwerking met zorgpartners loopt hierbij nog niet altijd vlekkeloos. Scholen geven ook wel aan dat zorginstellingen soms moeilijk te bereiken zijn, en zich bovendien terughoudend opstellen als het gaat om het delen van informatie, vaak vanwege privacyoverwegingen. Een aantal thuiszitters met een schoolinschrijving krijgt geen passende zorg, omdat ze op een wachtlijst voor (jeugd)hulp staan. Hiermee is het risico reëel dat de problematiek verergert en de afstand tot het onderwijs alleen maar toeneemt.

4.4 Doorstroom naar MBO: VVA Sinds september 2020 is de landelijke voorziening vroegtijdig aanmelden MBO (VVA) in de lucht. Alle MBOinstellingen zijn daar inmiddels op aangesloten. De aansluiting van VO-scholen in Nijmegen blijft ondanks de wettelijke verplichting daartoe nog wat achter. In Nijmegen hebben veel VO scholen zich aangesloten bij Intergrip. Leerplicht Nijmegen gaat leerlingen die door de VO scholen als ‘MBO-ganger’ zijn aangemerkt, maar niet zijn aangemeld bij het MBO, monitoren via de VVA. Dit om te kijken of leerlingen uiteindelijk aankomen bij het MBO. Half juni zijn er voor de eerste keer brieven verstuurd aan jongeren die volgens de VVA nog niet zijn aangemeld op 15 juni 2021 of waarbij na de aanmelding geen inschrijving heeft plaatsgevonden bij de mbo-opleiding. Bij sommige scholen was het gebruik van de VVA nog niet helemaal duidelijk. Sommige scholen hebben ook leerlingen aangemeld die niet naar het MBO gaan, maar bijvoorbeeld de overstap maken naar 4 Havo. Voor de start van het nieuwe schooljaar zullen leerlichtambtenaren actief contact zoeken met leerlingen waarvan uit de VVA blijkt dat ze nog niet zijn aangekomen (ingeschreven) op het MBO. Er zijn dit jaar 365 signalen door het voortgezet onderwijs in de VVA afgegeven. Er zijn 92 brieven verstuurd. En er is in 25 gevallen contact gezocht met de ouder(s)/verzorger(s) en of leerling.

4.5 Conclusie Vanwege Corona is een vergelijking met voorgaande schooljaren niet mogelijk. Wij blijven als Bureau leerplicht en RMC inzet om het aantal thuiszitters zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor werken we samen met onze partners in het veld zoals beschreven in hoofdstuk 2.

4.6 Speerpunten voor het schooljaar 2021/2022 De maatschappij blijft zich ontwikkelen en zo ook de context rondom bureau Leerplicht en RMC. Hieronder geven we de ontwikkelpunten weer en wordt er vermeld welke rol er hierin vanuit Bureau Leerplicht en RMC wordt verwacht. De lijst is niet volledig en onderwerpen staan nooit op zichzelf maar hangen met elkaar samen. -

-

Het terugdringen van verzuim en het terugdringen van de duur van het schoolverzuim blijven speerpunten. Het deelnemen aan of het initiëren van pilots in de versterking van aansluiting tussen jeugdhulp en V(S)O scholen. Het deelnemen aan of het initiëren van pilots in de versterking van de aansluiting tussen mbo en zorg. Het meedenken bij het ontwikkelen van een doorbraakaanpak met afspraken over procesregie bij complexe casuïstiek of langdurig thuiszitten. Het meedenken bij het ontwikkelen, monitoren en verspreiden van de preventieve aanpak schoolverzuim en het helder positioneren van de Leerplichtambtenaar in het veld van alle samenwerkingspartners. Het maken van afspraken met scholen en samenwerkingsverbanden over het delen van gegevens en registreren van verzuim. Het meedenken bij het inzetten van preventieve projecten gericht op het voorkomen van schooluitval, langdurig thuiszitten, het bevorderen van positieve gezondheid en de inzet van specialistische jeugdhulp. Het blijven signaleren van actuele maatschappelijke thema’s, wet- en regelgeving. Het verkennen, onderzoeken en experimenteren met het doorbreken van problematisch geoorloofd verzuim door hierin als leerplicht een rol te pakken en hierbij samen op te trekken met zorg en welzijnspartners, ouder(s)/verzorger(s), docenten en de leerling zelf.

Blijvend inzetten op de preventieve aanpak schoolverzuim, denk hierbij ook aan het scherper voeren van het gesprek met scholen over ‘het horen en zien’ van leerlingen en hun ouder(s)/verzorger(s). Als een leerling en zijn/haar ouder(s)/verzorger(s) zich gehoord en gezien voelt, is de kans op schooluitval kleiner en de kans op terugkeer na een periode van uitval, groter. 26

-

-

Verbeteren van een effectieve samenwerking met professionals van scholen en andere onderwijs en hulpverleningsinstellingen. Dit doen we onder andere door op vijf scholen in Nijmegen de pilot met een andere aanpak van ziekteverzuim in het VO uit te voeren. Daarnaast verkennen we de mogelijkheid om de pilot in de komende tijd te verbreden naar andere scholen in Nijmegen. Het streven is om de aanpak, na evaluatie en waar nodig bijstelling, op alle scholen te implementeren. Verbeteren van de registratie van dossiers in het leerplicht systeem, opdat we de problematiek rondom verzuim en thuiszitten scherper in beeld krijgen, beter kunnen analyseren en effectiever kunnen interveniëren. We zijn bezig met de herinrichting van ons registratiesysteem.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7801088b-3485-4672-af28-a1db7d94da5f