Jaarverslag Bureau Leerplicht Nijmegen 2020-2021
Tekst van het document
Jaarverslag Bureau Leerplicht Nijmegen 2020-2021
1
Samenvatting Wederom een jaar van schoolsluiting en gedeeltelijk fysiek onderwijs
Het afgelopen jaar heeft het onderwijs te maken gehad met verschillende periodes waarin er volledig fysiek onderwijs mogelijk was, alleen online onderwijs of een combinatie van beide vormen. Er is veel geleerd van de eerste lockdown in het schooljaar 2019-2020. In de gehele Corona periode stond de functie van de leerplichtambtenaar gericht op de bescherming van het recht op onderwijs. Het contact met de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere stond centraal. Juist door in contact te treden, bijvoorbeeld door het afleggen van deurbezoeken, hebben leerplichtambtenaren tijdens de corona-crisis scholen, jongeren en hun ouder(s)/verzorger(s) ondersteund. De oorzaken van het ‘digitale verzuim’ vertoonden in veel gevallen meestal veel overeenkomsten met het ‘normale’ fysieke verzuim. Het ging dan vaak om motivatieproblemen. Soms speelden psychische klachten een rol, of hebben jongeren problemen ondervonden met het dagritme. Soms lagen communicatieproblemen ten grondslag aan de ‘digitale afwezigheid’. Het ging dan bijvoorbeeld om ouder(s)/verzorger(s) die de Nederlandse taal niet machtig zijn, niet begrepen wat de bedoeling was of scholen die geen actuele contactgegevens meer hadden.
Minder verzuim
In het afgelopen schooljaar heeft Bureau Leerplicht 372 meldingen absoluut verzuim en 862 meldingen relatief verzuim verwerkt. Deze aantallen zijn fors lager dan vorig jaar én het schooljaar ervoor. Aangezien dit schooljaar als geheel niet te vergelijken is met andere jaren, stellen we voor het aantal meldingen goed te blijven monitoren, voordat we concluderen dat er sprake is van een gewijzigd patroon. In de meeste gevallen gaan de jongeren na de tussenkomst van de Leerplichtambtenaar weer naar school.
Preventieve aanpak vraagt goede samenwerking
In maart 2017 is de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) gepresenteerd als landelijke visie op de aanpak van schoolverzuim. In deze visie staat niet de strafrechtelijke kant centraal, maar wordt primair ingezet op de preventie en vrijwillige (jeugd)hulp. De visie sluit aan op de preventieve koers die Bureau Leerplicht Nijmegen al langer vaart. De leerplichtambtenaar vervult de schakelrol voor gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners. Deze kanteling is ingezet vanuit de overtuiging dat het volgen van onderwijs essentieel is voor de ontwikkeling van een kind en voor het verwerven van een goede plek in de maatschappij. Structureel verzuim kan een voorbode zijn van (ernstige) gedragsproblemen en leidt niet zelden tot criminaliteit. Ook kan schoolverzuim de voorbode zijn van voortijdige schooluitval, waardoor jongeren het onderwijs verlaten zonder diploma en/of startkwalificatie en/of niet zijn toegerust voor de arbeidsmarkt. Werkloosheid of uitkeringsafhankelijkheid kunnen het gevolg zijn. Om het ‘volgen van onderwijs’ voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners in het sociaal domein en/of de jeugdstrafrechtketen vereist. De leerplichtambtenaar vervult in deze aanpak van schoolverzuim een schakelrol en neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op verzuimmeldingen.
Samenwerking gaat nog niet altijd vanzelf en vraagt blijvende aandacht van alle betrokken partijen. Professionals hebben vanuit verschillende invalshoeken geen vanzelfsprekende gezamenlijke aanpak. De samenwerking is echter essentieel om de preventieve aanpak van verzuim te laten slagen. Daarom dat hier juist op wordt geïnvesteerd. Het komende schooljaar gaat Bureau Leerplicht RMC, samen met haar samenwerkingspartners, door met de inzet op het versterken van deze samenwerking. Zo wordt de pilot doorlichting schoolverzuim verlengd en wordt er gewerkt aan een doorbraakaanpak voor thuiszitters. Ook wordt er zowel in het VO als MBO geïnvesteerd in ‘vaste gezichten en solide samenwerking’. Dat is begonnen bij het maken van kennismaking en basisafspraken tussen de nieuwe Buurtteams Jeugd en Gezin en de scholen. Naast de buurtteams hebben welzijnswerkers en hulpverleners ook een positie in dit netwerk, die we de komende periode gaan verduidelijken.
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding en kaders 1.1 De Methodische Aanpak Schoolverzuim (de MAS) 1.2 Opdracht Leerplicht 1.3 Opdracht RMC 1.3 Verzuimprotocollen
3 4 4 5 6
2.
Wat doet Bureau Leerplicht 2.1 Aanpak 2.1.1 Aanpak melding afhankelijk van het type verzuim 2.2 Samenwerking en schakelrol voor leerplichtambtenaar 2.2.1 Samenwerking met scholen 2.2.2 Passend Onderwijs en samenwerking 2.2.3 Samenwerking met ouder(s)/verzorger(s) 2.2.4 Samenwerking met de jeugdarts 2.2.5 Samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming 2.2.6 Samenwerking met Jeugdcoaches (voorheen straatcoaches) 2.2.7 Samenwerking met andere partners 2.3 Opschalingsmodel en interventiemogelijkheden 2.3.1 Intern opschalingsmodel 2.3.2 Samenwerking en regie 2.3.3 De rol van casusregisseur 2.3.4 Aansluiting onderwijs-jeugdhulp in het VO 2.3.5 Overeenkomst gegevensuitwisseling Samenwerkingsverband VO en Bureau Leerplicht en RMC
6 6 7 9 9 10 10 11 12 12 12 13 13 14 15 16
3.
Algemene cijfers 3.1 Leerplichtigen 3.2 Meldingen bij leerplicht 3.3 Vrijstellingen 3.3.1 Pilot aanpak vrijstelling op grond van artikel 5 lid a in het primair onderwijs 3.3.2 Vrijstelling op grond van 5 lid b – ontwikkelingen 3.3.3 Vrijstelling op grond van artikel 5 lid c 3.3.4 Vrijstelling op grond van artikel 15 3.4 Mogelijkheid voor alternatieve trajecten niet zijnde onderwijs
17 18 18 18 18 20 20 21 21
4.
Meldingen en resultaten van interventies 4.1 Absoluut verzuim 4.2 Relatief verzuim 4.3 Thuiszitters 4.4 Doorstroom naar MBO: VVA 4.5 Conclusies 4.6 Speerpunten voor het schooljaar 2021/2022
22 23 24 25 27 27 29
16
3
1.
Inleiding en kaders
Leerplicht Nijmegen is actief betrokken bij kinderen en jeugdigen waarbij de schoolgang (mogelijk) stagneert. De preventieve wijze van het uitvoeren van de leerplichttaken staat zeker in deze tijd nog meer centraal. We pakken verzuim en voortijdig schoolverlaten onverminderd aan, ook in dit afgelopen bijzondere jaar, waarin er zowel fysiek, online als hybride vormen van onderwijs werden geboden als gevolg van de coronapandemie. Ook voor de leerplichtambtenaren was het zoeken naar andere vormen van contact met ouder(s)/verzorger(s), leerlingen, scholen en netwerkpartners. De aanpak van verzuim bestaat uit een brede samenwerking met scholen en onze netwerkpartners, een goed gesprek met een leerling en/of ouder(s)/verzorger(s), of door een noodzakelijk duwtje in de rug te geven. Zo streven we te allen tijde naar het recht op onderwijs voor iedereen. Scholen zijn wettelijk verplicht om verzuim te melden als leerlingen zonder geldige reden niet op school komen. Dit varieert van een paar keer te laat komen of beginnend spijbelgedrag tot volledige schoolweigering of thuiszitten als gevolg van het ontbreken van een passend onderwijs en/of zorgaanbod. De meldcriteria in de leerplichtwet zijn zodanig opgesteld, dat afweging of een inhoudelijke interpretatie niet nodig is.
Door melding bij de leerplichtambtenaar op basis van deze objectieve criteria, wordt mogelijke schijn van willekeur weggenomen. Het traject dat volgt ná melding bij Bureau Leerplicht, zal altijd bestaan uit maatwerk waarbij er altijd contact is met de school. Naast verzuim dat voldoet aan het wettelijk meldcriterium van 16 uur verzuim in een periode van 4 weken, is in de verzuimprotocollen afgesproken ook het zogenoemde signaalverzuim te melden. Dit type verzuim wordt gezien als een signaal waar (meerdere) problemen, zoals pesten, psychische problemen, verslaving, gedragsproblematiek of een zorgelijke thuissituatie mede de oorzaak kunnen zijn van schoolverzuim. Echter het komt regelmatig voor dat dit verzuim herhaaldelijk niet het wettelijk meldcriterium bereikt. Cumulatief kan er per leerling per schooljaar dan sprake zijn van veel verzuim. Gezien het feit dat in dergelijke situaties verzuim een voorbode kan zijn voor verder oplopend verzuim of uiteindelijk thuiszitten, vinden wij het van belang dat dergelijk signaalverzuim ook wordt gemeld. Het beeld en de werkwijze van de leerplichtambtenaar wordt voor velen nog altijd gezien als toezichthouder van de leerplichtwet. Echter al een aantal jaar is de leerplichtambtenaar een actieve deelnemer in de onderwijs- en (jeugd)hulpverleningsketen.
We streven naar een laagdrempelige en snelle bereikbaarheid van de leerplichtambtenaar om de vroegtijdige betrokkenheid mogelijk te maken. In preventieve zin is de leerplichtambtenaar betrokken bij casuïstiek en gesprekspartner van scholen: de leerplichtambtenaar ondersteunt en adviseert de school om het verzuim een halt toe te roepen. De preventieve inbreng van de leerplichtambtenaar kan bestaan uit advies geven, meedenken over oplossingen, toetsen of wet- en regelgeving wordt gevolgd of een bemiddelende rol spelen tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, om bijvoorbeeld te voorkomen dat een leerling door ouder(s)/verzorger(s) wordt thuisgehouden, gaat verzuimen of wordt geschorst door de school. De leerplichtambtenaar wordt ingezet als stagnerende schoolgang dreigt. De leerplichtambtenaar geeft de wettelijke kaders aan, denkt mee in overleg over maatwerktrajecten en pakt indien nodig, tijdelijk de regie totdat er een andere partner gevonden is die de regie op ondersteuning en hulp voor de betreffende leerling of het gezin, oppakt. Zo is er zo snel mogelijk in een casus duidelijkheid over de rechten en plichten. Dit bespaart tijd voor hulpverlening en scholen en draagt bij tot een snellere deelname aan het onderwijs.
Omdat leerplicht werkt op basis van verzuimmeldingen van de scholen, wordt ook ingezet op het verbeteren van kwaliteit en kwantiteit van de verzuimmeldingen door te investeren in de scholenaanpak, waarover elders in dit jaarverslag meer. Door middel van een goede aansluiting op en verbinding tussen gemeente, onderwijs en de sociale infrastructuur in de stad/regio willen we dit samen met onze maatschappelijke partners voor elkaar krijgen. Daarbij is het van belang om onderscheid te maken in soorten en achtergronden van het verzuim. Het ene verzuim is het andere niet. Het verzuim kan een signaal zijn dat er meer aan de hand is. Voor zowel het onderwijs als de leerplichtambtenaar is het belangrijk om de juiste aandacht aan het verzuim te besteden. Wel lijkt het dat er steeds vaker sprake is van jongeren met meer en complexere problematiek. Er zijn 4 kaders die het werk van de leerplichtambtenaar in de gemeente Nijmegen mede bepalen: 1. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (de MAS). 2. Taken leerplicht. 4
3. 4.
Taken RMC. De verzuimprotocollen.
1.1 de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) In maart 2017 is de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) gepresenteerd als landelijke visie op de aanpak van schoolverzuim. De MAS is opgesteld door het Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, HALT en Ingrado. In deze visie staat niet de strafrechtelijke kant centraal, maar wordt primair ingezet op de preventie en vrijwillige (jeugd)hulp. De leerplichtambtenaar vervult de schakelrol voor gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners. Deze kanteling is ingezet vanuit de overtuiging dat het volgen van onderwijs essentieel is voor de ontwikkeling van een kind en voor het verwerven van een goede plek in de maatschappij. Structureel verzuim kan een voorbode zijn van (ernstige) gedragsproblemen en leidt niet zelden tot criminaliteit. Ook kan schoolverzuim de voorbode zijn van voortijdige schooluitval, waardoor jongeren het onderwijs verlaten zonder diploma en/of startkwalificatie en/of niet zijn toegerust voor de arbeidsmarkt. Werkloosheid of uitkeringsafhankelijkheid kunnen het gevolg zijn. De kanteling die door de bespreking tussen ketenpartners al rond 2015 is ingezet, is door de formele lancering van de MAS in maart 2017, ook in het afgelopen schooljaar zowel landelijk als ook in het Nijmeegse, verder geactualiseerd (april 2020) en uitgekristalliseerd.
In de MAS zijn de volgende uitgangspunten leidend: Het doel van de aanpak is terug-/toeleiding naar een passend onderwijsprogramma. Vroegtijdige inzet van (jeugd)hulp bij verzuim staat voorop. Ketensamenwerking draagt bij aan een effectieve aanpak van schoolverzuim. De aanpak is licht waar het kan en zwaar(der) waar het nodig is, maatwerk dus. De leerplichtambtenaar: Vervult de schakelrol voor gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners. Neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op de verzuimmeldingen. Dit gebeurt in overleg met de ketenpartners en vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid. Start een verzuimonderzoek bij het constateren van gemeld verzuim en monitort het vervolg. Afspraken over de regie worden lokaal gemaakt. Afhankelijk van de achterliggende redenen en het type verzuim kunnen verschillende routes worden gevolgd. De stappen in elke route worden niet noodzakelijk allemaal doorlopen of volgtijdig doorlopen. De 4 routes zijn: 1. Inzet (vrijwillige) jeugdhulp 2. Jeugdhulp in verplicht kader 3. Halt aanpak schoolverzuim (Nota bene, inzet Halt aanpak is alleen voor jongeren van 12 jaar en ouder) 4.
Aanpak via het strafrecht We zoeken steeds minder de oplossing in het strafrecht (het aantal processen verbaal dat we opmaken neemt gestaag af) en we zoeken steeds meer naar mogelijkheden om op een andere manier te zorgen voor de aanpak van onderliggende problematiek, waarvan verzuim vaak slechts een signaal is.
1.2 Taken Leerplicht De taken van Bureau Leerplicht, onderdeel Leerplicht (5-16 jarigen) zijn als volgt geformuleerd. De insteek is: Geen leerling valt tussen wal en schip en niemand zit thuis; leerlingen hebben participatiekansen en optimale ontwikkelingsmogelijkheden. Dit doet bureau Leerplicht en RMC door op een preventieve manier de leerplichtwet uit te voeren gericht op het minimaliseren van schooluitval en op een zo volledig mogelijke ontplooiing van zijn persoonlijkheid, kwaliteiten, en geestelijke en lichamelijke vermogen. Bij preventieve uitvoering gaat het om acties die erop zijn gericht om te komen tot naleving van de regels, waarbij feitelijk handhavend optreden juist zoveel mogelijk wordt voorkomen. Om dit te bereiken is een intensieve en constructieve samenwerking met ouder(s)/verzorger(s) en leerling, het onderwijs, de jeugdhulpverlening en de uitvoering RMC van belang. Waar nodig spreekt Bureau Leerplicht en RMC ketenpartners aan op hun verantwoordelijkheden zodat iedere leerling zich kan ontwikkelen. De ondersteuning van Bureau Leerplicht en RMC is op maat, omdat elk kind en elke situatie uniek is. De taken van Leerplicht zijn: 1. Iedere (leerplichtige) leerling is in beeld. 5
2.
3.
4.
5.
6. 7.
Voor ieder verzuim een passende aanpak. Onder een passende verzuimaanpak verstaan we dat de leerplichtambtenaar in staat is om: - de juiste prioriteit aan verzuim van een leerling te geven; eenvoudig wanneer dit kan, intensief wanneer dit moet. - De leerplichtambtenaar beschikt over een breed palet aan instrumenten, van signalering tot verwijzing en vrijstelling tot handhaving en zet deze waar nodig in. De leerplichtambtenaar is een partner in het jeugdbeleid en in het komen tot passend onderwijs. De leerplichtambtenaar komt op voor de leer- en ontwikkelmogelijkheden van de leerling en spreekt partners aan op hun verantwoordelijkheden om dit voor de leerling te realiseren. De leerplichtambtenaar werkt met een outreachende aanpak: - spreekuren op scholen, - preventieve samenwerking met scholen waarin leerplichtambtenaren samen met scholen werken volgens vastgestelde verzuimprotocollen en onderzoek doen naar het verzuimbeleid, de zorgstructuur en de uitvoeringspraktijk van scholen en geeft daarmee invulling aan haar signalerende rol naar de Inspecteur van het Onderwijs. Scholenbenadering: - staffunctionarissen Leerplicht en RMC bezoeken de scholen in de regio Nijmegen gericht op het optimaliseren van het verzuimbeleid op de scholen en de uitvoering van de afspraken in het verzuimprotocol.
- In deze bezoeken worden ervaringen met de uitvoering van het verzuimbeleid besproken en geëvalueerd. Waar nodig zullen partijen de uitvoeringspraktijk bijstellen. Van dit schoolbezoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt aan de schoolleiding en het bestuur toegestuurd. - Als Bureau Leerplicht en RMC zich ernstig zorgen maakt over leerlingen op school (leerlingen vallen tussen wal en schip en/of de school is niet in control) dan kan het bureau hierover een signaal afgeven aan de onderwijsinspectie. De schoolleiding, het bestuur en de wethouder onderwijs zullen hierover vooraf geïnformeerd worden. Bureau Leerplicht en RMC zoekt regionale en bovenregionale samenwerking daar waar zinvol. Bureau Leerplicht en RMC is een professionele organisatie: - zorgt ervoor dat voldoende leerplichtambtenaren als BOA kunnen optreden. - De leerplichtambtenaren krijgen scholing en training. - Jaarlijks wordt er een jaarverslag opgeleverd met resultaten van het uitgevoerde beleid en een korte analyse daarvan. - Bureau Leerplicht en RMC levert op afroep beleidsrapportages. - Er is ruimte voor uitvoeringsbeleid, zoals (door)ontwikkeling (regionaal) verzuimprotocol.
1.3 Taken RMC De regionale taken kwalificatieplicht 16-18 jaar en RMC-taken 18-23 jaar zijn beschreven. Het doel is: In beeld hebben van iedere jongere zonder startkwalificatie in de leeftijd van 16 tot 23 jaar Het is de opdracht om jongeren die verzuimen en jongeren die uitvallen actief te benaderen en te begeleiden, met als doel dat deze jongeren terugkeren naar onderwijs, werk of een combinatie van beiden De taken op het gebied van RMC zijn te verdelen in 2 categorieën: 1. In beeld: Een sluitende melding en registratie van alle jongeren tussen 16 en 23 jaar die niet op school zitten en nog geen startkwalificatie behaald hebben. Het gaat om jongeren die ingeschreven zijn als inwoner van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. En het gaat zowel om jongeren mét een onderwijsinschrijving als jongeren zonder een onderwijsinschrijving. 2. In behandeling/begeleiding: Actief benaderen en zorgdragen voor begeleiding van jongeren die zijn uitgevallen, gericht op terugleiden naar school, naar werk of een combinatie daarvan en, indien nodig, in samenhang met zorg.
Ad. 1. In beeld: 1. 2.
Iedere jongere zonder startkwalificatie (16-23 jaar) is in beeld bij Bureau Leerplicht. Er is constante en accurate monitoring via het Jeugdvolgsysteem (JVS) Iedere jongere in een kwetsbare positie (JIKP’er) is in beeld bij Bureau Leerplicht. Dit zijn jongeren die na het volgen van onderwijs in het PRO/VSO/VMBO-bb/Entree doorstromen naar vervolgonderwijs of uitstromen naar de arbeidsmarkt of zonder startkwalificatie of, de MBO niveau 2 opleiding verlaten. 6
Ad.2. In behandeling/begeleiding: 3.
4. 5.
6.
Iedere kwalificatieplichtige leerling zonder startkwalificatie (16-18 jaar) met een DUO verzuimmelding komt in behandeling bij de leerplichtambtenaar. Er volgt een aanpak, gericht op het oplossen van (de oorzaken van) het verzuim, het hervatten van schoolbezoek of het vinden van een andere meest passende en haalbare oplossing. Iedere leerling zonder startkwalificatie (18-23 jaar) met een DUO-verzuimmelding komt in behandeling bij de RMC-consulent. Er volgt een traject op vrijwillige basis gericht op het terugdringen van verzuim. De school heeft vanuit haar onderwijstaak de inspanningsverplichting om met jongeren aan de slag te gaan die dreigen uit te vallen. De school kan potentieel voortijdig schoolverlaters melden bij Bureau Leerplicht. Iedere preventieve melding van school rondom een potentieel voortijdig schoolverlater (vsv’er) wordt opgevolgd door Bureau Leerplicht. Er kan een traject volgen, gericht op het terugleiden naar school of naar werk of een combinatie van beiden. Iedere nieuwe vsv’er wordt benaderd door de consulent. Er volgt een traject op vrijwillige basis gericht op ondersteuning richting school of werk. Vanaf 2021 zijn de functies van RMC-consulenten en VSV-consulenten samengevoegd binnen Bureau Leerplicht. Dit betekent dat de RMC-consulenten zowel de preventieve als de curatieve taken uitvoeren.
Hierdoor ontstaat er meer flexibiliteit binnen het team en is er voor jongeren mogelijk om een vast contactpersoon te behouden, zowel binnen als buiten het onderwijs.
Nota bene: Het jaarverslag RMC wordt opgesteld door de RMC coördinator. De beschrijving van RMC taken, werkwijzen en resultaten is verder dus niet opgenomen in dit voorliggende jaarverslag van Bureau Leerplicht en RMC.
1.4 Verzuimprotocollen Een adequaat verzuimbeleid op scholen is een belangrijk preventief middel om verzuim en eventueel voortijdig schoolverlaten op latere leeftijd te voorkomen en mogelijke andere problematieken te signaleren. Sinds 2012 zijn de afspraken en verwachtingen over de samenwerking in de protocollen vastgelegd tussen de betrokken gemeenten en de in het convenant genoemde besturen. Deze protocollen worden geregeld geactualiseerd. Er zijn verschillende verzuimprotocollen: Het Nijmeegse Verzuimprotocol Primair Onderwijs d.d. 12 feb 2018 Het Regionaal Verzuimprotocol Voortgezet (Speciaal) Onderwijs d.d. 12 feb 2018 Het Regionaal Verzuimprotocol ROC Nijmegen en gemeenten Rijk van Nijmegen d.d.20 feb 2020 Het Regionaal Verzuimprotocol Helicon MBO Nijmegen d.d. 20 feb 2020 In de protocollen zijn afspraken vastgelegd die voortvloeien uit de geldende wet- en regelgeving en de afspraken om schoolverzuim te voorkomen. Het protocol bevat afspraken betreffende de in- en uitschrijvingen van een leerling of student, wat er precies onder verzuim wordt verstaan, hoe verzuim gemeld wordt, wie welke verantwoordelijkheid draagt en de rol van de leerplichtambtenaar hierin. Het is een ondersteunende en praktische handreiking om het verzuimbeleid uit te voeren. Het schept duidelijkheid naar scholen, ouder(s)/verzorger(s) en leerplichtambtenaren over regels, afspraken en taken.
7
2. Aanpak Bureau Leerplicht en RMC 2.1 Aanpak Het doel van de Leerplichtwet is dat jongeren de kennis en vaardigheden krijgen die zij nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te verwerven. Jongeren van 5 t/m 16 jaar zijn leerplichtig. Wanneer ze bij de start van het nieuwe schooljaar 16 jaar zijn, vallen ze tot hun 18e verjaardag onder de kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is een diploma MBO-2 of hoger of een diploma op HAVO/VWO niveau. De taken met betrekking tot de kwalificatieplicht worden regionaal uitgevoerd door Bureau Leerplicht Nijmegen. Daarnaast voert de gemeente Nijmegen voor de gemeente Berg en Dal de leerplichttaken uit. In dit jaarverslag zijn alleen de cijfers opgenomen van kinderen/jongeren die woonachtig zijn in Nijmegen.
Preventieve aanpak verzuim
Er wordt steeds meer over leerrecht in plaats van over leerplicht gesproken en over het investeren in ontwikkelingskansen van jongeren in plaats van het behalen van een startkwalificatie voor iedere leerling als ultiem te bereiken doel te zien. Leerplicht is niet de verantwoordelijke partij als het gaat om het vinden van een juiste onderwijsplek, maar in de praktijk blijk dat de leerplichtambtenaar steeds vaker de rol van bemiddelaar heeft. De preventieve inbreng van de leerplichtambtenaar kan bestaan uit advies geven, meedenken over oplossingen, of een bemiddelende rol spelen tussen ouder(s)/verzorger(s) en school, om bijvoorbeeld te voorkomen dat een leerling door de ouder(s)/verzorger(s) wordt thuisgehouden, gaat verzuimen of wordt geschorst door de school. De leerplichtambtenaar is zoveel mogelijk op (school)locatie beschikbaar als meedenkende ketenpartner en streeft er naar de rol van casusregisseur helder te beleggen bij één van de ketenpartners. De leerplichtambtenaar realiseert een verbinding tussen onderwijs-, zorg- en strafrechtketen. Zoals al eerder gezegd: in deze aanpak staat niet de strafrechtelijke inzet centraal, maar wordt primair ingezet op analyse van het achterliggende probleem en waar nodig op de inzet van vrijwillige (jeugd)hulp.
Onderzoek naar oorzaak problematiek en meldcode
Wanneer er sprake is van schoolverzuim, heeft dit meestal een achterliggende reden. De leerplichtambtenaar heeft verschillende instrumenten om schoolverzuim te stoppen. Een leerplichtambtenaar gaat altijd eerst in gesprek met de jongere en ouder(s)/ verzorger(s) om de oorzaak van het verzuim te achterhalen. Dit kan op school, op het gemeentehuis of tijdens een huisbezoek. De leerplichtambtenaar kan doorverwijzen naar hulp en zorg, bemiddelen tussen school en leerling, of wanneer nodig, de jongere doorsturen naar Halt voor een leerstraf. In uiterste gevallen kan de leerplichtambtenaar ook een proces-verbaal opmaken. Bij al deze mogelijkheden blijft contact met leerling en ouder(s)/ verzorger(s) het belangrijkste. Nota bene: de interventie van de leerplichtambtenaar stopt ook niet na het opmaken van het proces verbaal. Bureau Leerplicht en RMC werkt met de landelijke verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Aan de hand van vijf stappen bepaalt de leerplichtambtenaar of hij/zij een melding moet doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Met ingang van januari 2019 is de meldcode aangescherpt. De aanscherping betekent een aanpassing van de vijfde, tevens laatste stap uit de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Bij (vermoedens van) acuut of structureel onveilige situaties van kindermishandeling of huiselijk geweld is het een vereiste om, ook als de professional zelf hulp verleent, melding te doen.
Normaliseren versus problematiseren
Het werk van de leerplichtambtenaar wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen en tendensen. Eén van die ontwikkelingen is het medicaliseren van opvoedvragen. Door toegenomen kennis en kunde, zijn professionals in staat om meer ‘afwijkingen’ te definiëren, te herkennen en te diagnosticeren. De invoering van de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs zijn bedoeld om ook zonder diagnose voor bekostiging in aanmerking te komen. Uitgegaan moet worden van de ondersteuningsbehoefte, wat heeft een kind/jongere nodig, in plaats van diens diagnose. Om toegang te krijgen tot bijvoorbeeld bekostiging van zorg door een zorgverzekeraar is echter nog steeds een diagnose nodig. Daarnaast wordt in de samenleving sterk uitgegaan van normen als: Streven naar maximale resultaten en prestaties van leerlingen in het onderwijs. De prestaties van een individu worden vergeleken met leeftijdgenoten. Er wordt gezocht naar oorzaken en oplossingen om het kind aan de norm te laten voldoen. Of anders om het afwijken van de norm te rechtvaardigen.
8
Deze maatschappelijk tendens is één van de redenen waardoor casuïstiek van de leerplichtambtenaar in de afgelopen jaren steeds complexer geworden.
Informatie functie
Er zijn naast de leerplichtambtenaren, meerdere medewerkers (leerplichtambtenaren binnendienst), die dagelijks vragen van allerlei mensen beantwoorden, zowel telefonisch als via mail. Het gaat om vragen van ouder(s)/verzorger(s), scholen en andere organisaties over algemene en informatieve zaken die leerplicht gerelateerd zijn, maar ook om specifieke situaties of leerlingen, zoals vragen van ouder(s)/verzorger(s), contact met hulpverlening, contact met leerlingen, vragen over studie en bemiddeling, enz. Vragen kunnen ten alle tijden doorgezet worden naar een van de leerplichtambtenaren.
2.1.1 Aanpak melding afhankelijk van type verzuim Voor de aanpak van verzuim is het van belang onderscheid te maken in de verschillende categorieën verzuim/thuiszitten. Het onderscheid is niet altijd eenduidig te maken omdat factoren elkaar onderling beïnvloeden. Uit eerdere registratie van categorieën verzuim is gebleken dat een strakke toedeling van een casus aan één van de categorieën lastig is. Om die reden registreren de leerplichtambtenaren dit onderscheid niet meer. Toch is de vraag van ‘verwijtbaarheid’ een belangrijke voor de verdere aanpak van de casus.
Aan ouder(s)/verzorger(s)/leerling ‘verwijtbaar’ verzuim/thuiszitten
De categorisering ‘verwijtbaar’ is gerelateerd aan het niet mee (willen) werken aan een constructieve oplossing. Bij een deel van de thuiszitters is de afstemming tussen onderwijs en zorg niet of deels voorhanden, wat kan leiden tot geheel of gedeeltelijke schoolweigering van een leerling. Als er sprake is van schoolweigering, dan is het thuiszitten niet altijd verwijtbaar aan leerling en/of ouder(s)/verzorger(s). Vaak speelt hier een combinatie van persoonlijke (niet ondersteunend gezinssysteem/multi problem) en psychische problematiek. De leerplichtambtenaar doet onderzoek naar: 1. de bereidheid en het vermogen bij ouder(s)/verzorger(s)/jongere om hulp te aanvaarden en 2. aanwezigheid van emotionele, lichamelijke, leer- en/of gedragsproblemen (waaronder een mismatch van mogelijkheden leerling en onderwijsniveau) bij de jeugdige en/of 3. aanwezigheid van opvoedingsproblemen bij de ouder(s)/verzorger(s). Vervolgens zal, na eventuele consultatie bij de Raad voor de Kinderbescherming, ingezet worden op de inzet van hulpverlening in een vrijwillig kader. Mocht dit echter niet effectief zijn en er sprake is van ernstig aanhoudend schoolverzuim en er geen bereidheid of vermogen is om hulp te aanvaarden dan kan de leerplichtambtenaar samen met betrokken ketenpartners besluiten de route dwang in civiel kader te volgen.
Dat kan ook als er sprake is van ernstige opvoedingsproblemen bij de ouder(s)/verzorger(s) en/of signalen van huiselijk geweld/kindermishandeling. Als waarschuwingen en afspraken niet hebben geholpen en/of er geen bereidheid of vermogen is om hulp te aanvaarden en het verzuim kan de jongere/ouder(s)/verzorger(s) worden verweten dan is dwang in strafrechtelijk kader een mogelijke route.
Verzuim/thuiszitten niet verwijtbaar aan ouder(s)/verzorger(s)/leerling en ook niet verwijtbaar aan ‘het onderwijs-zorg systeem’
Bij een deel van de jongeren is er sprake van een belastbaarheidsprobleem i.v.m. (vastgestelde) medische en of psychische problematiek. In deze gevallen is het thuiszitten niet verwijtbaar aan leerling en/of ouder(s)/verzorger(s). In een dergelijk geval zal de leerplichtambtenaar, waar nodig een schakelrol op zich nemen om te zorgen dat betrokken partners hun rol pakken. De leerplichtambtenaar ziet er op toe dat de jeugdarts wordt ingeschakeld zodat deze een uitspraak kan doen over de belastbaarheid van de leerling. Daarnaast ziet de leerplichtambtenaar er op toe dat er heldere afspraken zijn of komen over de noodzakelijke ondersteuning en mogelijke opbouw van belastbaarheid van de leerling. We zien de afgelopen jaren dat casuïstiek met een belastbaarheidsprobleem steeds vaker voorkomt. Nota bene: slechts een deel van de leerlingen die (gedeeltelijk) niet belastbaar is met onderwijs, komt terecht bij de leerplichtambtenaar. Het aantal kinderen/jongeren dat als gevolg van verminderde belastbaarheid daadwerkelijk thuis zit, is vele malen hoger dan uit de casuïstiek van ons bureau blijkt. Dit komt omdat meldingen alleen bij de leerplichtambtenaar terecht komen als er ook sprake is van ongeoorloofd verzuim. Ziekteverzuim is geoorloofd verzuim en mag niet gemeld worden bij leerplicht. Landelijk wordt de discussie over het mogelijk opheffen van het 9
verschil tussen geoorloofd en ongeoorloofd verzuim al een paar jaar gevoerd. Vanwege de optimale ontwikkeling van kinderen en jongeren pleiten leerplichtambtenaren er voor om het onderscheid niet zo hard te hanteren. Immers: de kans is groot dat de ontwikkeling van kinderen/jongeren die thuis zitten (langdurig) stagneert, of het verzuim nou geoorloofd is of ongeoorloofd.
Aan het onderwijs-zorg systeem ‘verwijtbaar’ thuiszitten
In deze categorie vallen jongeren die in afwachting zijn van: - plaatsing in het SO/VSO, - een intake bij het ROC of een zorginstelling, - wachtlijsten bij zorginstellingen, - het doorlopen van juiste procedures. Vaak gaat het over leerlingen waarvoor (nog) geen passend aanbod onderwijs en of zorg voorhanden is. Dit kunnen ook verhuisleerlingen zijn met een zorgdossier. De samenwerking tussen onderwijs- en zorgpartners gaat nog niet altijd vanzelf. Wetgeving, financieringsmogelijkheden, wachtlijsten, afstemmingsproblemen of interpretatieverschillen kunnen er toe leiden dat het tot stand komen van een passend onderwijs-zorgaanbod lang duurt. Ook hier vervult de leerplichtambtenaar soms een initiërende rol, maar vaak een bemiddelende en bewakende rol.
2.2 Samenwerking en schakelrol van de leerplichtambtenaar Om het ‘volgen van onderwijs’ voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners in het sociaal domein en/of de jeugdstrafrechtketen vereist. De leerplichtambtenaar vervult in deze aanpak van schoolverzuim een schakelrol en neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op verzuimmeldingen. Dit gebeurt in overleg met de ketenpartners. De leerplichtambtenaar start een verzuimonderzoek zodra verzuim gemeld is en monitort het vervolg. Afspraken over de regie worden per casus gemaakt. Afhankelijk van de achterliggende redenen en het soort verzuim kunnen verschillende routes worden gevolgd. Terug- dan wel toeleiding naar een passend onderwijsprogramma staat in elke route centraal. Uiteindelijk gaat het om het recht op passend onderwijs van de jongere en het gezamenlijk met de ketenpartners streven naar één kind, één gezin, één plan om dit doel te realiseren. Zoals hiervoor al gezegd, heeft de formele lancering van de MAS gemaakt dat ook deze schakelrol in de afgelopen schooljaren verder heeft vorm gekregen. Deze kanteling vraagt echter nog steeds aandacht in de communicatie over de rol van de leerplichtambtenaar en de verwachtingen die partners nog met regelmaat hebben over de handhavende rol van de leerplichtambtenaar.
Het is nog geen gemeengoed dat de leerplichtambtenaar slechts in het uiterste geval proces verbaal opmaakt.
2.2.1 Samenwerking met scholen In de verzuimprotocollen is de gemeente met de schoolbesturen een adviserende rol voor de leerplichtambtenaar overeengekomen. Op deze manier brengen ze samen eventuele tekortkomingen en ontwikkelpunten in beeld, in de veronderstelling dat alle partijen de intentie hebben om het verzuimbeleid op orde te hebben en te houden en daarmee te voldoen aan de Leerplichtwet. Scholen melden verzuim soms niet, te weinig of te laat. Als dat het geval is, dan betekent dat dat we niet weten wat er speelt en we ook geen rol kunnen spelen in het oplossen van eventuele knelpunten. Goed contact met scholen is een voorwaarde voor leerplicht om het werk goed te kunnen doen. Continuering en waar nodig verbetering van het contact is een belangrijk aandachtspunt.
Werken op locatie
Aan elke school(locatie) is een leerplichtambtenaar als vaste contactpersoon gekoppeld. Hierbij is zoveel als mogelijk, vervanging geregeld. De leerplichtambtenaar werkt normaliter zoveel mogelijk 1 dagdeel per week, op vrijwel alle VO-schoollocaties, op de Nijmeegse locaties op het ROC en op Helicon MBO Nijmegen. Op basisscholen wordt niet standaard op locatie gewerkt. In het basisonderwijs is het aantal meldingen per school veel lager dan op scholen voor voortgezet onderwijs en op het MBO. Als er wel sprake is van meldingen, dan wordt per melding bekeken waar gesprekken plaatsvinden. Dit kan zijn op school, op kantoor van de leerplichtambtenaar of bij een andere samenwerkingspartner (bijvoorbeeld het samenwerkingsverband of een hulpverleningsorganisatie) of op huisbezoek. Door aanwezig te zijn binnen de school, krijgt de leerplichtambtenaar een gezicht. Er zijn korte lijnen tussen intern begeleiders, zorgcoördinatoren of andere netwerkpartners die met een casus zitten en leerlingen en ook de ouder(s)/verzorger(s) kunnen op school gesproken worden. Daarnaast heeft de aanwezigheid van de leerplichtambtenaar op school een preventieve werking naar de andere leerlingen en hun ouder(s)/verzorger(s). Wanneer dit niet gebeurt, zal leerplicht ervaren worden als een op afstand staande partij, die weinig feeling heeft met de dagelijkse praktijk op school.
Het werken op scholen is onderdeel van het preventieve werken. 10
Afgelopen schooljaar was het werken op locatie slechts in uitzonderingssituaties toegestaan vanwege de coronamaatregelen. Er is telefonisch of online contact geweest met scholen, waardoor onze dienstverlening zoveel als mogelijk is voortgezet. We hebben gemerkt dat het online contact hebben mogelijkheden biedt in die zin dat het soms eerder lukt tot een afspraak te komen. De hoop is dat het daadwerkelijk op locatie werken volgend schooljaar weer mogelijk is. Het aanwezig zijn op school maakt het contact zoeken voor beide partijen informeler en laagdrempelig.
Jaarlijkse schoolbezoeken In Nijmegen is ingezet op het verbeteren van verzuimmeldingen door te investeren in de scholenaanpak. Hierin streven scholen en leerplicht samen naar oplossingen voor structurele voor problemen rond verzuim en thuiszitten. De aanpak wordt opgesteld in overleg met de mensen uit de uitvoering als ook op directie- en waar nodig, op bestuurlijk niveau. De staffunctionarissen Leerplicht en RMC leggen jaarlijks schoolbezoeken af. In deze gesprekken worden wederzijdse ervaringen met de uitvoering van het verzuimbeleid besproken en geëvalueerd. Afgesproken is dat waar nodig partijen de uitvoeringspraktijk bijstellen. Van een dergelijk schoolbezoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt aan de schoolleiding en het bestuur gestuurd. Als leerplicht zich ernstig zorgen maakt over leerlingen op school, (leerlingen vallen tussen wal en schip en/of de school is niet in control) dan kan de leerplichtambtenaar hierover een signaal afgeven aan de inspectie. De schoolleiding, het bestuur en de wethouder onderwijs zullen hierover vooraf geïnformeerd worden. De onderwerpen zijn: in- en afschrijvingen, verzuimregistratie, verzuimmeldingen, vrijstellingen, schorsingen, verwijderingen, verzuimbeleid, thuiszitters en eventuele actuele ontwikkelingen, zoals in het afgelopen schooljaar de consequenties van de corona epidemie en het effect op de scholen.
In verband met de Corona- periode hebben er geen fysieke, maar online schoolbezoeken plaatsgevonden. Helaas zijn niet alle basisscholen bezocht. De scholen die afgelopen jaar niet zijn bezocht, worden in de eerste helft van het schooljaar 2021-2022 alsnog benaderd.
2.2.2 Passend onderwijs en samenwerking Vanuit de wet passend onderwijs zijn scholen er verantwoordelijk voor om alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere scholen en speciaal onderwijs samen in regionale samenwerkingsverbanden. De term passend onderwijs impliceert dat het gaat om «zo passend mogelijk onderwijs». Die verwachtingen kunnen niet worden waargemaakt en waren ook nooit de intentie, mede omdat onderwijs een collectieve aangelegenheid is. Passend onderwijs lijkt door velen een grotere belofte in zich te dragen, namelijk: onderwijs op maat. We zien echter dat de ondersteuningsbehoefte van leerlingen complexer aan het worden is. Er is een groter wordend aantal mensen dat -hoewel scholen, samenwerkingsverbanden en hun partners in de (jeugd)zorg zoeken naar een passend aanbodniet tevreden is over het onderwijs- en/of zorgaanbod. Om schoolverzuim tegen te gaan, is samenwerking met andere partijen noodzakelijk. Wanneer leerplicht door scholen sneller betrokken wordt bij kinderen en jongeren die dreigen uit te vallen, dan kan met elkaar preventief worden ingezet en gekeken naar de benodigde ondersteuning en een juiste plek en passende oplossing voor het kind/de jongere worden gevonden om de schoolgang te kunnen behouden of hervatten.
School heeft hierbij uiteraard de belangrijkste rol: zij doen (vanuit wettelijke verplichting) de meldingen van verzuim en proberen de schoolgang van een kind/de jongere te behouden.
2.2.3 Samenwerking met ouder(s)/verzorger(s) Ouder(s)/verzorger(s) hebben een complexe maar essentiële rol: Soms worden de ouder(s)/verzorger(s) door professionals onvoldoende betrokken en/of voelen zich niet serieus genomen tijdens gesprekken over hun kind(eren), terwijl zij een eigen visie hebben van wat hun kind(eren) nodig hebben. Een gebrek aan zeggenschap voor kinderen en ouder(s)/verzorger(s) leidt vaak tot een gebrek aan gedragen oplossingen. Kennis over bepaalde ondersteuningsbehoeften of hulpvragen in de ondersteuningsstructuur laat soms te wensen over of ontbreekt geheel, waardoor ouder(s)/verzorger(s) soms zelf veel moeten/gaan uitzoeken. Soms hebben ouder(s)/verzorger(s) te hoge verwachtingen van het onderwijs al dan niet in combinatie met een zorgaanbod. 11
De assertiviteit van ouder(s)/verzorger(s) is groter dan een aantal jaar geleden. Soms hebben ouder(s)/verzorger(s) een aandeel in het probleem van hun kind(eren). Denk aan de invloed van psychische problemen, verslavingsproblematiek, schuldenproblematiek, etc. Ouder(s)/verzorger(s) staan soms een oplossing in de weg (willen niet). Voor betrokken professionals rondom een gezin is het van belang zich blijvend bewust zijn van de context binnen een gezin (denk aan bijvoorbeeld geloofsovertuiging, licht verstandelijke beperking, hoogbegaafdheid, culturele achtergrond, enzovoort). -
2.2.4 Samenwerking met de jeugdarts Om frequent en langdurig ziekteverzuim van leerlingen scherper te kunnen signaleren en aanpakken, werkt Leerplicht nauw samen met de jeugdartsen van de GGD. De rol van de jeugdarts is beschreven in de verzuimprotocollen. Bij ongeveer 30% van de thuiszitters spelen medische en/of psychische problemen een belangrijke rol in het verzuim. De jeugdarts is daarmee een cruciale partner als het gaat om de aanpak van ziekteverzuim. In het gesprek tussen leerplichtambtenaar en school wordt actief ingezet op het analyseren van het verzuim en de rol die de jeugdarts daarin heeft. Op het moment dat een leerling op school regelmatig afwezig is door ziekte, dan kan de school doorverwijzen naar de jeugdarts van de GGD. Dit consult heeft als doel de school feedback te geven over de te verwachte belastbaarheid van de leerling, zodat school passende afspraken kan maken over de schoolgang en eventuele aanpassingen. Deze ‘medische’ inschatting is voorbehouden aan een arts en niet aan een functionaris van school of leerplichtambtenaar. De jeugdarts adviseert ook de leerling en ouder(s)/verzorger(s), maar neemt niet de rol van behandelend arts over. Het doel is dat goede afspraken kunnen worden gemaakt die leiden tot meer balans en duidelijkheid in de belasting van de leerling en een terugkeer naar het onderwijs.
Pilot aanpak ziekteverzuim in het Voortgezet Onderwijs
Wat betreft de aanpak van ziekgemelde leerlingen heeft er vorig schooljaar een uitgebreide procesdoorlichting plaatsgevonden van ziekgemelde leerlingen. Deze procesdoorlichting is uitgevoerd onder leiding van een Stuurgroep en een door de gemeente beschikbaar gestelde projectleider. Aan de procesdoorlichting hebben twee Nijmeegse scholen voor VO deelgenomen, een vertegenwoordiging van leerplicht, het samenwerkingsverband en de jeugdartsen. Aanleiding voor de procesdoorlichting was de veronderstelling dat ziekteverzuim het nieuwe ‘spijbelen’ is, er regelmatig veel achterliggende problematiek speelt en het feit dat de capaciteit van de jeugdartsen onvoldoende leek, voor de toestroom van ziekgemelde leerlingen. Wat de procesdoorlichting in hoofdlijnen heeft opgeleverd is het volgende: • de aanpak van ziekteverzuim draait om contact: elke leerling wil gezien en gehoord, maar ook gemist worden. De kern van de aanpak is als volgt: • houdt tenminste wekelijks contact met een ziekgemelde leerling, • maak, liefst wekelijks, tijd voor laagdrempelig interprofessioneel contact/overleg over leerlingen. De pilot bestaat uit een aantal verbeterthema’s: 1. Rol receptie school: bij elke ziekmelding krijgt de ouder/verzorger twee korte vragen voorgelegd die ertoe bijdragen dat de school over meer informatie beschikt om een volgende stap te zetten. Doel: inzicht krijgen.
Wat is er aan de hand? 2. Rol mentor: bij elke ziekmelding is er (snel) contact tussen mentor en leerling en/of ouder(s)/verzorger(s). Doel: gehoord en gezien worden. Je wordt gemist. 3. Triage op school: Een goede triage volgens afgesproken criteria is nodig om: - de beschikbare capaciteit van de jeugdartsen zo effectief mogelijk in te zetten, - de doorlooptijd in casuïstiek te verkorten, waar school denkt dat aanvullende zorg nodig is. Deze triage kan door school worden gedaan, of in samenspreek met de jeugdarts en de leerplichtambtenaar. 4. Afspraken over casusregie en monitoring: deze moeten helder zijn voor alle betrokkenen. 5. Proces van uitnodigen door de jeugdarts wordt aangepast, met als doel de hoge ‘No Show’ terug te brengen en de beschikbare tijd van de jeugdarts beter te kunnen benutten. 6. Effectiever samen optrekken met jeugdarts, leerplichtambtenaar en zorgcoördinator: er wordt zoveel mogelijk gewerkt volgens het principe van Same Time Same Place, zodat de betrokkenen elkaar snel kunnen bereiken en doorlooptijden in verband met het steeds opnieuw moeten maken van afspraken voor overleg niet meer nodig is, omdat iedereen op eenzelfde dagdeel liefst wekelijks beschikbaar of bereikbaar is.
12
Deze verbeterthema’s zijn, gedetailleerd uitgewerkt in een geactualiseerde versie van bijlage 3 van het Regionale Verzuimprotocol V(S)O. In het afgelopen schooljaar is deze pilot op 4 VO scholen uitgevoerd. Gezien alle corona perikelen is de implementatie niet op alle scholen op alle verbeterthema’s gerealiseerd. De stuurgroep heeft onlangs besloten de pilotperiode met een schooljaar te verlengen en met een aantal VO scholen uit te breiden. Momenteel worden andere scholen geënthousiasmeerd om komend schooljaar deel te gaan nemen. De intentie is om aan het einde van het komende schooljaar 2021-2022 de pilot te evalueren en een besluit te nemen over het structureel aanpassen van het regionaal verzuimprotocol V(S)O en om te kijken naar een verbreding van deze aanpak naar het primair onderwijs Nijmegen en het MBO Nijmegen.
2.2.5 Samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming Het is de taak van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om bij een strafrechtelijk proces tegen een jongere een onderzoek uit te voeren naar de levensomstandigheden van deze jongere en de officier van justitie te adviseren over de strafrechtelijke vervolging. Zo ook bij jongeren die vanaf twaalf jaar strafrechtelijk worden vervolgd voor het overtreden van de Leerplichtwet. Schoolverzuim is namelijk een belangrijke indicator voor vroegtijdig schoolverlaten en soms van crimineel gedrag. Tijdig en adequaat ingrijpen is belangrijk. De leerplichtambtenaar, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) van de gemeente, is bevoegd een procesverbaal op te maken. De civiele aanpak van schoolverzuim heeft echter de voorkeur. Schoolverzuim is namelijk veelal een symptoom van achterliggende problematiek. Wanneer afspraken met jeugdhulp niet nagekomen worden, kan de leerplichtambtenaar alsnog besluiten een proces-verbaal schoolverzuim op te maken. Voordat de leerplichtambtenaar dit inzet, moet er, conform de MAS, advies worden ingewonnen bij een medewerker van de Rvdk. Deze medewerker is normaliter wekelijks een ochtend aanwezig op kantoor bij Bureau Leerplicht, maar was afgelopen schooljaar telefonisch beschikbaar voor consultatie.
2.2.6 Samenwerking met jeugdcoaches (voorheen straatcoaches) Afgelopen schooljaar hebben we de samenwerking met de jeugdcoaches nieuw leven in geblazen. In de nieuwe Aanpak van de jeugdcoaches staat de jongere als individu centraal te staan in tegenstelling tot de eerdere gebiedsgerichte aanpak, waarbij jongerenoverlast centraal stond. Het gaat er in de nieuwe aanpak om dat de jongere zelf zijn mogelijkheden leert ontdekken en ontwikkelen voor een verantwoorde en gezonde dagbesteding, gericht op scholing, werk en een nuttige en/of geaccepteerde invulling van zijn vrije tijd. Dit sluit nauw aan bij de insteek van Leerplicht en RMC. In het afgelopen schooljaar is er een hernieuwde kennismaking geweest, wat maakt dat we elkaar weer eerder en laagdrempelig opzoeken.
2.2.7 Samenwerking met andere partners Samenwerking met andere partners is vrijwel altijd van belang voor de aanpak van schoolverzuim. Als jongeren verzuimen dan is er vrijwel altijd meer aan de hand dan een spijbelende jongere die even geen zin heeft om alle lessen op school te volgen. Om jongeren goed te kunnen begeleiden en ondersteunen bij de oorzaken van hun verzuim en hetgeen ze in hun leven tegenaan lopen, is goed contact met scholen, samenwerkingsverbanden en hulpverlening essentieel. Hier zal dan ook blijvend op worden ingezet. In Nijmegen zijn de Sociale Wijkteams (SWT’s) een belangrijke partij. Vanaf 1 juli jl is hun taak overgenomen door de Buurtteams Jeugd en Gezin. Zij zijn verantwoordelijk voor passende ondersteuning en hulpverlening, zowel op school als in de thuissituatie. Naast de Sociale wijkteams/Buurtteams zijn er ook andere (zorg)organisaties die hulp en ondersteuning kunnen bieden, zoals GGZ (geestelijke gezondheidszorg) instellingen, voogdij instellingen, Veilig Thuis. Binnen de gemeente werkt de leerplichtambtenaar samen met de procesregisseurs en er is geregeld contact met het Zorg- en Veiligheidshuis, waar ook de Jeugd Beschermingstafel plaatsvindt. Signalen van jongeren die dreigen af te glijden worden besproken en de jongeren zijn in beeld.
Daarnaast maakt bureau Leerplicht en RMC deel uit van de ontwikkelingen rondom “Burger Centraal”, een beweging die binnen de afdeling Zorg en Inkomen gaande is. Leerplicht heeft, in lijn met de ontwikkelingen die zijn ingezet met de MAS, steeds meer een rol in het organiseren van hulp of in vastlopende casuïstiek. De nieuwste ontwikkelingen zijn dat Bureau Leerplicht Nijmegen casuïstiek kan inbrengen bij De Jeugdbeschermingstafel Regio Nijmegen (de JBT). De gebruikelijke weg zal zijn dat de leerplichtambtenaar de andere genoemde partijen vraagt de casus voor te dragen. Maar als dit om welke reden dan ook niet wordt gedaan, of als er geen andere partijen betrokken zijn en de leerplichtambtenaar is van mening dat bespreking toch nodig is, dan kan ook de leerplichtambtenaar sinds kort zelf een Verzoek tot Bespreking indienen. 13
Daarnaast kan de leerplichtambtenaar eveneens casuïstiek inbrengen bij het overleg Passende Hulp (de OPH). De bedoeling van dit expertteam is dat zij verwijzers/inbrengers adviseren bij het organiseren van passende hulp, op korte termijn, voor elk kind, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten bij aanbieders.
2.3 Opschaling en interventiemogelijkheden 2.3.1 Intern opschalingsmodel Aangezien samenwerking in een casus niet altijd vanzelf gaat, of niet zoals door een ieder gewenst of nodig gevonden wordt, heeft Bureau Leerplicht een intern opschalingsmodel afgesproken. Als een leerplichtambtenaar in een casus vastloopt in de samenwerking met een samenwerkingspartner, dan bespreekt de leerplichtambtenaar dit met de betreffende professional. Leidt dit niet tot een bevredigende uitkomst, dan legt de leerplichtambtenaar een signaal neer bij de staffunctionaris leerplicht en RMC. Deze zoekt vervolgens contact met de manager van de betreffende professional om incidentele, maar vaker incident overstijgende signalen te bespreken. Het uitwisselen van ervaringen en wederzijdse beelden en verwachtingen blijkt regelmatig nodig te zijn om een casus vlot te kunnen trekken of om afspraken over toekomstige samenwerking in casuïstiek te maken. We beschrijven al een aantal jaar in ons jaarverslag dat we verder gaan met investeren in onze samenwerkingsrelaties (op alle niveaus), omdat we geloven dat we door de samenwerking te verbeteren, een betere bijdrage leveren aan het voorkomen van afglijden van jongeren en het vergroten van de kans op het behalen van een startkwalificatie door de jongere. Dit voornemen blijft ook dit jaar onverminderd en voortdurend noodzakelijk.
We constateren namelijk, evenals voorgaande schooljaren, dat het ontstaan van situaties waarin een leerling thuis komt te zitten niet altijd door de jeugdhulpverlening en het onderwijs te voorkomen is. Er ontstaan regelmatig situaties waar instanties geen invloed op hebben. Het gaat om leerlingen die op meerdere domeinen kampen met problemen die de ondersteuningsstructuur van de school, het samenwerkingsverband en/of hulpverlening overstijgen en daardoor uitvallen of dreigen uit te vallen. De ervaring van afgelopen schooljaar leert dat er geen snelle oplossingen zijn, maar dat de samenwerking en afstemming tussen verschillende betrokken partijen beter moet. Het realiseren van het uitgangspunt één kind, één gezin, één plan is niet eenvoudig en geen vanzelfsprekendheid. Ondanks de inspanningen gebeurt het helaas nog steeds dat casussen opnieuw vastlopen, dat problematiek zich herhaalt of verergert. We zien casussen die we al jaren kennen en waarbij betrokken professionals zich toch vaak onmachtig (blijven) voelen. Te vaak is er nog onduidelijkheid over rol, verantwoordelijkheid en casusregie, zowel op het niveau van de uitvoerende professionals als binnen de betrokken organisaties. Ook in situaties waarin wel duidelijkheid is aangebracht, blijkt dit na verloop van tijd ook weer te vervagen. Het is belangrijk dat wij hier met elkaar aandacht voor behouden.
2.3.2 Samenwerking en regie In steeds meer casussen hebben we te maken met meer verschillende samenwerkingspartners. Dit betekent dat afstemming en samenwerking essentieel is. Het soepel laten verlopen van interprofessioneel samenwerken, kent nog wel wat uitdagingen. Al hebben alle samenwerkingspartners wel de intentie om de samenwerking te verbeteren. Uit o.a. een nog lopend wetenschappelijk onderzoek (Weten wat werkt: Op weg naar een handreiking voor interventies bij schoolweigering van David Heyne) is gebleken dat één van de bouwstenen voor effectieve interventies voor jongeren die vastlopen is dat er wordt samengewerkt tussen onderwijs, jeugdhulp en welzijnspartners. Geconstateerd wordt dat samenwerking niet vanzelf gaat, maar meer als een ‘gearrangeerd huwelijk’ wordt ervaren, waarbij de gezamenlijke kinderen, samen opgevoegd dienen te worden. Respect, vertrouwen en vaste relaties zijn sleutelwoorden voor samenwerking. In de huidige situatie is het nog niet vanzelfsprekend dat professionals uit het onderwijs, de jeugdhulpverlening en het welzijnswerk samen optrekken. Het is wenselijk dat jeugdhulp de informatie over of de relatie die school al met de leerlingen en/of ouder(s)/ verzorger(s) benut, immers de school kent de leerling vaak al en kan een rol spelen in het aangeven wat er nodig is.
Aan de andere kant is het goed als school interventies van jeugdhulp partners ondersteunt door af te stemmen over een wenselijke aanpak voor de leerling. De scholen ontvangen hierover niet altijd de benodigde informatie vanuit hulpverlening. Regels over privacy, drukte en onduidelijke werkafspraken spelen hierin een rol. Scholen geven aan behoefte te hebben aan vaste partners en vaste gezichten. Professionals uit het onderwijs en de hulpverlening hebben vaak weinig beeld van elkaars werk en (on)mogelijkheden. 14
Met de komst van het nieuwe buurtteam is er een nieuwe kans en uitdaging om elkaar te leren kennen en beelden van elkaars werk helder te krijgen. Tussen de Buurtteams en onderwijs zijn inmiddels ook samenwerkingsafspraken gemaakt, de uitvoering hiervan moet de komende periode blijken. Daarnaast wordt er, mede vanuit het regionaal programma VSV, extra geïnvesteerd om de samenwerking te versterken.
2.3.3 De rol van casusregisseur Als meerdere partijen betrokken zijn is casusregie volgens ons essentieel. Casusregie wordt ervaren als een zeer complexe taak, waar collega’s van samenwerkingspartners zich vaak ook niet voor toegerust en/of gelegitimeerd voelen. Daarnaast blijft het elkaar aanspreken op ieders verantwoordelijkheden lastig, omdat zowel binnen zorg als onderwijs dit niet gebruikelijk is in de cultuur. In complexe casussen zijn vaak veel verschillende organisaties betrokken, met vaak wisselende professionals. Dat maakt dat het lastig is een samenwerkingsrelatie op te bouwen. Wat betreft de rol van casusregisseur, is de leerplichtambtenaar in principe geen casusregisseur. Bureau Leerplicht en RMC is echter van mening dat dit bij uitzondering, tijdelijk, wel een rol is die de leerplichtambtenaar op zich kan nemen: de leerplichtambtenaar neemt de rol op zich als niemand anders deze rol op zich neemt en het in het belang is van de leerling. Als de leerplichtambtenaar de casusregie op zich neemt, dan doen we dit met als doel alle partijen samen te brengen en de casusregie bij een andere partij te beleggen. Bureau Leerplicht en RMC verstaan het volgende onder ‘regie’: het monitoren van het proces rondom een casus, het signaleren als taken niet worden opgepakt of afspraken niet worden nagekomen.
En als het proces stagneert, dan gaat het om het oppakken van een oplossende en dirigerende rol.
2.3.4 Aansluiting onderwijs-jeugdhulp in het VO In opdracht van het Samenwerkingsverband VO VSO Nijmegen e.o. en de gemeenten in het Rijk van Nijmegen heeft Stoutgroep alle VO- en VSO-scholen en alle gemeenten in de Nijmegen Rijk van Nijmegen gesproken, evenals het samenwerkingsverband over de aansluiting tussen jeugdhulp en voortgezet onderwijs en hoe en op welke vlakken deze gerealiseerd moet gaan worden. Deze uitvraag/inventarisatie heeft geresulteerd in een aantal pilot-voorstellen. Hieronder een heel korte weergave van de pilots die zijn benoemd. Pilot Uitgangspunt 1. Gezamenlijke Beschikkingsvrije jeugdhulp op school via een specifiek inkoopcontract, dat door de gemeente georganiseerd wordt. Eén of meerdere zorg-aanbieders leveren de zorg. financiering Eén goede verbinding tussen school en sociale team(s), vanuit de menselijke maat en op basis van echte samenwerking vanuit een concreet plan.
4. Projecten i.k.v. preventie 5. Doorbraakaanpak thuiszitters
Specifiek project of programma gericht op (mentale) gezondheid en de aansluiting met JGZ, GGZ of medische zorg (huisartsen). Aanpak om casussen van langdurige thuiszitters vlot te trekken, zodat deze leerlingen zich kunnen blijven ontwikkelen en verzuim tegen te gaan. Middels een doorbraakaanpak in pilotvorm op te zetten. Wetgeving in de maak. De pilot aanpak ziekteverzuim in het VO wordt hier onderdeel van.
Pilots in combinatie mogelijk
2. Vaste gezichten en solide samenwerking 3. Versterken SMW
Versterking van het schoolmaatschappelijk werk door een pilot die gericht is op samenwerking met relevante partners, afbakening en ondersteuning.
2.3.5 Overeenkomst gegevensuitwisseling Samenwerkingsverband VO en Bureau leerplicht en RMC Nijmegen Aangezien het proces om te komen tot een dergelijk convenant complex is en de nodige tijd zal vragen, hebben Bureau leerplicht en RMC Nijmegen en het samenwerkingsverband (SWV) VO voor de periode tot aan vaststelling van een dergelijk privacy convenant, een overeenkomst inzake de uitwisseling van persoonsgegevens van thuiszitters of dreigend thuiszitters, ondertekend. Met deze Overeenkomst worden afspraken rondom de uitwisseling en het verder gebruik van persoonsgegevens rond thuiszittende leerlingen gemaakt tussen het samenwerkingsverband VO Nijmegen, en de gemeente Nijmegen in haar hoedanigheid als toezichthouder op de naleving van de leerplichtwet. 15
Wat betekent dit concreet?
Leerplicht zal komend schooljaar meerdere keren aansluiten bij het consulenten overleg van het SWV V(S)O, waar de (dreigend) thuiszitters besproken zullen worden. Doel is thuiszitters nog beter in beeld krijgen, SMART afspraken maken over de verdere aanpak van thuiszitters die langer dan 3 maanden thuis zitten, het verdere verloop van de casus gezamenlijk monitoren en waar nodig opschalen als voortgang stagneert.
16
3.
Algemene cijfers
3.1 Leerplichtigen Leerplichtig zijn alle kinderen tussen 5 en 16 jaar die in Nederland wonen. Bureau Leerplicht is verantwoordelijk voor de kinderen tussen deze leeftijd die in de gemeente Nijmegen wonen. Dit zijn 18515 leerlingen. Kwalificatieplichtig zijn jongeren tussen 16 en 18 jaar die geen startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Per peildatum 01-01-2021 waren er 2712 kwalificatie plichtige jongeren zonder startkwalificatie. 797 jongeren hebben in het schooljaar 2020-2021 een startkwalificatie behaald.