Jaarrapportage luchtkwaliteit 2019 en 2020
Tekst van het document
Ontwikkeling luchtkwaliteit in Nijmegen Stand van zaken eind 2021
Gemeente Nijmegen Afdeling Stadsontwikkeling April 2022
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Samenvatting Sinds 2020 is een nieuw Uitvoeringprogramma Luchtkwaliteit van kracht waarin verschillende doorlopende en nieuwe maatregelen zijn opgenomen. Een onderdeel daarvan is de jaarlijkse monitoring van de luchtkwaliteit. In dit rapport is de luchtkwaliteit in Nijmegen beschreven aan de hand van metingen, analyses en berekeningen. Ook is een vooruitzicht gegeven op de ontwikkeling van de luchtkwaliteit naar de toekomst en de maatregelen die op korte termijn in uitvoering worden gebracht. Monitoring luchtkwaliteit Luchtkwaliteit wordt gemonitord, zowel op landelijk niveau als op gemeentelijk niveau. Voor Nijmegen zijn de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10 en PM2,5), roet (EC) en benzeen (C6H6) relevant voor de monitoring. In de eerste plaats wordt gekeken of wordt voldaan aan de Europese grenswaarden voor deze luchtverontreinigende stoffen. De gemeente streeft verdere verbetering van de luchtkwaliteit na. Dit is vormgegeven met de invoering en ondertekening van het Schone Lucht Akkoord (SLA), waarbij de gemeente de strengere WHO adviesnormen uit 2005 nastreeft voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Op 22 september 2021 heeft de WHO de adviesnormen verder aangescherpt. In samenwerking met het Rijk en andere SLA-gemeenten wordt gekeken welke gevolgen deze nieuwe advieswaarden hebben voor het SLA.
Op basis van de laatste landelijke monitoring van luchtkwaliteit (Monitoringstool NSL 2020), waarbij voor het jaar 2019 is getoetst aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10 en PM2,5) , wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. Dit wordt ondersteund door de gemeentelijke berekeningen over 2019 en 2020, waarbij aan de wettelijke normen wordt voldaan. Er wordt echter niet overal voldaan aan de niet-wettelijke advieswaarden van de WHO (2005) voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Op landelijk niveau zijn in 2020 in het kader van de Klimaat en Energieverkenning (KEV) emissieramingen gedaan voor luchtverontreinigende stoffen. Tot 2030 wordt voor alle relevante stoffen een verdere daling van de uitstoot verwacht. Deze verdere daling is met name het effect van Europese maatregelen op het gebied van mobiliteit. Deze dalende trend is terug te zien binnen de gemeente Nijmegen in de gemeten concentraties voor stikstofdioxide (NO2) en roet (EC). Bij deze aanhoudende dalende trend wordt in 2022 het gemeentelijke doel van de roetreductienorm bereikt, waarbij de concentratie roet 40% lager is ten opzichte van 2014. In 2019 en 2020 zijn ook benzeenmetingen gedaan. In alle gevallen liggen de gemeten concentraties onder de wettelijke grenswaarde en ook onder de in Nederland gemiddelde stedelijke concentratie van 1 µg/m³.
Ontwikkeling wagenpark Het bij het RDW geregistreerde wagenpark in Nijmegen is in 2021 in omvang toegenomen ten opzichte van 2020 en 2019 zowel voor personenauto’s, lichte en zware bedrijfswagens. Ook nam in 2021 het aantal personenauto’s per 1000 inwoners toe (van 386 in 2020 naar 394 in 2021). Bij personenauto’s zet de daling van het aandeel diesels zich door. Het aandeel volledig elektrische personenauto’s blijft met 1,3% achter bij het landelijk gemiddelde van 2%. Bedrijfswagens rijden nog voornamelijk op diesel. Zowel voor lichte bedrijfswagens als bij zware bedrijfswagens is het aandeel van de meest schone dieselmotor, Euro 6, verder toegenomen. Van de nieuwe registraties van lichte bedrijfsauto’s is slechts 3,9 % in 2021 volledig elektrisch, maar neemt wel toe (1,8 % in 2020 en 0,3 % in 2019). Daarmee is nog geen sprake van een sterke versnelling van de elektrificatie van het bedrijfswagenpark. Bij het passerend wagenpark ligt het aandeel bedrijfswagens met Euro 6 motor hoger dan bij het geregistreerd wagenpark. In het passerend wagenpark is het aandeel volledig elektrische personenauto’s gelijk aan het landelijk gemiddelde van 2 %.
1
De geregistreerde brom- en snorfietsen rijden grotendeels op benzine, maar het aandeel elektrische brom- en snorfietsen neemt toe van 3,3 naar 5,5 % in 2021. Het aandeel brom- en snorfietsen dat ouder is dan 2011 (het jaar waarin emissie-eisen werden ingevoerd) is afgenomen van 49,9 naar 44,5 %. Maatregelen in uitvoering Eind 2020 is een subsidieregeling voor de sloop van brom- en snorfietsen van voor 2011 in werking getreden. Deze loopt door tot 2022 met ieder jaar een subsidieplafond. Er wordt goed gebruik gemaakt van de regeling. Overige nieuwe maatregelen uit het Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit worden op dit moment uitgewerkt of voorbereid op uitvoering. Uitbreiding monitoring Overeenkomstig de dalende trend in de metingen in Nijmegen en de ramingen in het kader van het KEV is de verwachting dat de concentraties van luchtverontreinigende stoffen de komende jaren verder zullen dalen. Om de effecten van Europees/landelijk beleid en lokale maatregelen beter te monitoren is in 2021 het meetnet uitgebreid. Aan het meetnet van NO2 zijn in 2021 2 locaties toegevoegd en het meetnet voor fijnstof is op kleinere schaal geherintroduceerd. Voor het industriële gebied Nijmegen West en Weurt en de directe woonomgeving is in 2021 een meetplan voor luchtkwaliteit in de leefomgeving opgesteld. Dit meetplan voor Nijmegen-West en Weurt behelst o.a.
meer meetlocaties; meer componenten (w.o. ook geur) en een website waar de meetgegevens weergegeven kunnen worden. Dit meetplan wordt in 2022 opgestart. Er zijn bewonersinitiatieven die met ondersteuning van de gemeente, in het kader van ‘Samen meten’, met sensoren fijnstof zijn gaan meten vanaf medio 2021.
2
Inhoudsopgave Samenvatting
1
Inhoudsopgave
3
1
Inleiding
4
2 2.1 2.2 2.3
Luchtkwaliteit Streven naar gezonde lucht Beoordelingskader luchtkwaliteit Samengestelde concentraties
5 5 5 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Monitoring Inleiding monitoring Emissies Metingen Berekeningen Wagenpark
8 8 9 11 14 15
4
Stand van zaken Uitvoeringsprogramma 2020 – 2030
19
5
Vooruitzicht
22
6
Conclusies
24
Referenties
26
Bijlage 1 Beschrijving monitoring op landelijk en gemeentelijk niveau Bijlage 2 Emissie CO2 per broncategorie in Nijmegen in 2018 en 2019 Bijlage 3 Berekeningen luchtkwaliteit gemeente Nijmegen
27 33 35
3
1
Inleiding
Op weg naar een schone en gezonde stad is er binnen de gemeente Nijmegen al vele jaren aandacht voor het verminderen van luchtverontreinigende stoffen. Nadat er vanaf 2014 op geen enkele plek met gevoelige bestemmingen meer overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden plaatvinden is in 2016 door de gemeente Nijmegen de roetreductienorm vastgesteld [ref. 1]. Met deze norm wordt in 2022 een reductie van 40% nagestreefd ten opzichte van de roetconcentratie in 2014. Begin 2020 is het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) [ref. 2] medeondertekend door de gemeente Nijmegen. Met de ondertekening van dit akkoord stellen partijen als doel om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten opzichte van 2016, door schonere lucht. Daarbij wordt toegewerkt naar de in 2005 vastgestelde niet-wettelijke advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 1 voor luchtkwaliteit in 2030 voor fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De gezondheidswinst wordt bepaald op basis van indicatoren, waarbij vermindering van de emissie stikstofdioxide en fijnstof de basis vormt. Binnen het SLA wordt gewerkt om de uitstoot van stoffen te verminderen van een aantal binnenlandse bronnen, namelijk binnenvaart, mobiliteit, mobiele werktuigen, industrie, landbouw, woningen en houtstook.
Halverwege 2020 is een nieuw Nijmeegs Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit: ‘Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit in 2030’ vastgesteld [ref. 3]. Hierin zijn in lijn met de relevante thema’s uit het Schone Lucht Akkoord 29 geactualiseerde en nieuwe maatregelen opgenomen om de luchtkwaliteit in Nijmegen verder te verbeteren. Daarnaast heeft Nijmegen, als deelnemer aan het SLA, een decentraal uitvoeringsplan gemaakt en ingediend voor het SLA. Dit uitvoeringsplan is grotendeels gebaseerd op het vastgestelde Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2020-2030. Om het nut en noodzaak van toekomstige maatregelen af te wegen is inzicht nodig in de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in de afgelopen jaren, de huidige stand van zaken en een doorkijk naar de toekomst.
Effect covid-19 In maart 2020 is een pandemie van het covid-19 virus een feit. Maatregelen om het virus onder controle te krijgen en houden betreffen met name de vervoersbewegingen. Analyses van landelijke metingen laten een afname zien van de jaargemiddelde concentraties, voornamelijk als gevolg van vermindering van vervoersbewegingen als gevolg van de lockdowns en periode van aanscherping van maatregelen. De daling van de jaargemiddelde concentraties is voor stikstofdioxide (NO2) met 20% het grootst, de effecten op jaargemiddelde concentraties voor fijnstof zijn kleiner [ref. 4, 5]. Het RIVM verwacht dat de dalingen ten gevolge van de pandemie slechts tijdelijk zullen zijn
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het kader van luchtkwaliteit beschreven. In hoofdstuk 3 wordt kort de verschillende manieren van landelijke en lokale monitoring beschreven. In bijlage 1 wordt hier uitgebreider op in gegaan. In hoofdstuk 4 wordt de huidige stand van zaken beschreven voor de luchtkwaliteit binnen Nijmegen. In hoofdstuk 5 wordt een vooruitzicht gegeven wat er verwacht wordt voor de komende tijd. Er wordt afgesloten met conclusies in hoofdstuk 6.
1
De advieswaarden van de WHO zijn opgenomen in de 2005 WHO Air Quality Guidelines. Op 22 september 2021 zijn nieuwe, aangescherpte WHO-advieswaarden gepresenteerd. In samenwerking met het Rijk en andere SLA-gemeenten wordt onderzocht welke gevolgen deze nieuwe advieswaarden hebben voor het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast onderzoekt de gemeente welke gevolgen dit heeft voor het Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2020 – 2030.
4
2
Luchtkwaliteit
Met de luchtkwaliteit wordt de mate van aanwezigheid van luchtverontreinigende stoffen aangegeven. Gebruikelijk is om de luchtkwaliteit te beoordelen op basis van stoffen die bij langdurige blootstelling een nadelig effect op de gezondheid kunnen veroorzaken.
2.1
Streven naar gezonde lucht
De gezondheidseffecten van luchtverontreiniging zijn fors. Naast verlies in levensverwachting tast luchtverontreiniging ook de kwaliteit van leven aan en heeft het impact op de natuur. De lijst met bewezen gezondheidseffecten is lang. Blootstelling aan luchtverontreiniging is verantwoordelijk voor 3,5% van de totale ziektelast in Nederland [ref. 6]. Na roken (9,4%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot een van de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid, in dezelfde orde van grootte als overgewicht (3,7%). Kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen (vooral astmapatiënten) en hart- en vaataandoeningen zijn extra gevoelig voor de effecten van luchtverontreiniging. De GGD’s van Gelderland brengen tweejaarlijks voor Gelderland de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op de gezondheid in kaart. In het meest recente rapport [ref. 7] wordt op basis van de beschikbare gegevens, de situatie van 2019 in beeld gebracht. Aantal conclusies uit het rapport: • Blootstelling aan luchtverontreiniging in Gelderland in 2019 is lager dan in voorgaande jaren. • De blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) is in Nijmegen het sterkst gedaald. Ook voor PM10 en PM2,5 waren de afnames fors te noemen. • In Gelderland wordt op geen enkel woonadres aan de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voldaan.
• Inwoners van Gelderland sterven gemiddeld 11 maanden eerder ten opzichte van als er geen luchtverontreiniging zou zijn. • De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging is gemiddeld in Gelderland te vergelijken met het meeroken van 4,5 sigaret per dag. • De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Nijmegen zijn wegverkeer, binnenvaart, houtstook en industrie. Naast enkele andere indicatoren is voor gemeenten de verloren levensdagen bepaald. Nijmegen staat hierin in de hoogste categorie (tussen 355 en 370 dagen eerder overlijden als gevolg van blootstelling aan stikstofdioxide NO2 en fijnstof PM10), dit is 30 a 40 dagen meer dan gemiddeld over Gelderland. Dat Nijmegen hierin hoog scoort, komt onder andere door de relatief compacte bouw van de stad, de scheepvaart door de stad en het beperkte buitengebied van de gemeente. Door maatregelen gericht op voorkomen en verlagen van luchtemissies is gezondheidswinst te behalen binnen de gemeente Nijmegen.
2.2
Beoordelingskader luchtkwaliteit
Gebruikelijke stoffen om de effecten van luchtkwaliteitsbeleid te toetsen zijn stikstofdioxide (NO2) , fijnstof (PM10 en PM2,5) 2 en roet (EC). Met uitzondering van roet zijn voor deze stoffen wettelijke grenswaarden van kracht 3, waarmee een maat wordt gegeven aan de toegestane concentraties op leefniveau. Alle gemeenten in Nederland moeten hier aan voldoen. Ook voor benzeen zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd. In Nederland wordt deze grenswaarde voor benzeen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen benaderd, rond grote industriële bronnen. Toetsing aan de grenswaarde voor benzeen vindt doorgaans plaats in vergunningprocedures van deze industriële bronnen. Naast de wettelijke grenswaarden heeft de WHO in 2005 ook gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld voor o.a. de stoffen stikstofdioxide (NO2) , fijnstof (PM10 en PM2,5) [ref. 8]. Het SLA werkt toe naar deze niet-wettelijke 2 Fijnstof bestaat uit deeltjes in de lucht die niet met het blote oog waarneembaar zijn. Het is gebruikelijk fijnstof verder in fracties te verdelen, namelijk PM10 en PM2,5. Hierbij is PM10 de fractie fijnstof kleiner dan 10 µm, afkomstig van bronnen als industrie, verkeer en scheepvaart. PM2,5 is de fractie kleiner dan 2,5 µm afkomstig van dezelfde bronnen, maar ook van huishoudens. 3 De wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer.
5
gezondheidskundige advieswaarden. Voor benzeen heeft de WHO ook een advieswaarde vastgesteld. Deze is niet als doel opgenomen in het SLA. In tabel 1 zijn de wettelijke grenswaarden en de WHO-advieswaarden opgenomen. In 2021 zijn door de WHO aangescherpte advieswaarden opgesteld [ref. 9]. Deze zijn voor de volledigheid hier ook toegevoegd. Voor de vergelijking van de verschillende normen is in de tabel alleen ingegaan op de jaargemiddelde concentraties 4. Voor roet is er vooralsnog geen wettelijke grenswaarde 5, daarom is deze stof niet opgenomen in Tabel 1. Op de normen voor benzeen wordt nader ingegaan in het tekstkader.
Tabel 1 Overzicht van de wettelijke grenswaarden en WHO-advieswaarden voor jaargemiddelde concentraties (µg/m3) van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen in Nederland Wettelijke grenswaarden, WHO-advieswaarde WHO-advieswaarde Stof waar alle gemeenten 2005 2021 aan moeten voldoen Stikstofdioxide NO2 40 40 10 Fijnstof PM10 40* 20 15 Fijnstof PM2,5 25 10 5 * Benzeen C6H6 5 0,17 Geen update t.o.v. 2005 * Voor toelichting op de WHO-advieswaarde voor benzeen zie tekstkader onder.
Benzeen Voor benzeen is met ingang van 1 januari 2010 een wettelijke grenswaarde vastgesteld op 5 µg/m³ jaargemiddeld. Deze grenswaarde is afkomstig uit Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit. In het verleden is het kader van milieukwaliteitsnormen een zogenaamd verwaarloosbaar risico (VR) gehanteerd. Hierbij werd rekening gehouden met gelijktijdige blootstelling aan meer stoffen. De VR voor benzeen was vastgesteld op 1 µg/m³. Door ontwikkelingen in beleid en een minimalisatieplicht voor zeer zorgwekkende stoffen wordt deze norm niet meer gebruikt. In de GGD richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid uit 2018 is opgenomen dat de WHO in 2000 een risicoschatting heeft gemaakt voor benzeen. De WHO hanteert een advieswaarde van 0,17 µg/m³. Dit betreft een zogenaamd verwaarloosbaar risico, de concentratie in de lucht waarbij de extra kans op kanker bij levenslange blootstelling 1 op de miljoen is. Het maximaal toelaatbaar risico (een extra kans op kanker bij levenslange blootstelling van 1 op de 100.000) is bepaald op een niveau van 1,7 µg/m³ . In Nederland ligt de concentratie benzeen in de buitenlucht regionaal gemiddeld rond de 0,3 µg/m³ in het noorden en rond de 0,6 µg/m³ in het zuiden. In de steden ligt de concentratie rond de 1 µg/m³ . Om verdere klimaatverandering tegen te gaan zijn op internationaal en nationaal niveau afspraken gemaakt.
Naast voorbereiden op klimaatverandering door klimaatadaptatie wordt er ook gewerkt aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Een van de broeikasgassen waarop beleid wordt gemaakt is koolstofdioxide (CO2). De belangrijkste bronnen voor CO2 zijn verbranding van fossiele brandstoffen en verandering van landgebruik. In Nederland zijn in de klimaatwet afspraken opgenomen om de uitstoot van CO2 te verminderen 6. Voor 4
Naast de jaargemiddelde concentraties zijn ook een wettelijke grenswaarden van kracht voor uurgemiddelde NO2 concentraties. Deze worden niet overschreden en zijn derhalve niet opgenomen in de tabel. Voor PM10 geldt ook een etmaalgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 welke maximaal 35 maal per jaar overschreden mag worden, deze daggemiddelde norm komt ongeveer overeen met 32 µg/m3 jaargemiddeld. De grenswaarde voor de daggemiddelde concentraties is bepalend voor de toetsing aan de wettelijke grenswaarden. 5 In 2019 is een advies grenswaarde (MTR) voor arbeid gerelateerde blootstelling aan roet vastgesteld op 1µ/m³ uitgaande van 40 jaar beroepsmatige blootstelling (Gezondheidsraad, Diesel Engine Exhaust Health-based recommended occupational exposure limit No. 2019/02, The Hague, March 13, 2019) 6 49% minder CO2 uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 en 95% minder CO2 uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990.
6
luchtkwaliteitsbeleid is CO2 weinig relevant omdat CO2 pas bij veel hogere buitenconcentraties gezondheidseffecten heeft. Voor CO2 is ook sprake van inzet op vermindering van de uitstoot. Mogelijke oplossingen om CO2-uitstoot te verminderen resulteren echter niet altijd in een zelfde gunstig effect op de stoffen die voor luchtkwaliteit en daarmee gezondheid van belang zijn. Een voorbeeld hiervan is toepassing van nieuwe typen brandstoffen. Hiermee is de uitstoot van CO2 lager dan bij reguliere brandstoffen, maar bijvoorbeeld de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) hoger. Dit kan spanning tussen de doelen van klimaatadaptatie en schonere luchtkwaliteit opleveren.
2.3
Samengestelde concentraties
De concentraties op leefniveau zijn opgebouwd uit verschillende niveaus zoals schematisch weergegeven in Figuur 1. Er is sprake van een zogenaamde achtergrondconcentratie (GCN). Dit is een gemiddeld concentratieniveau afkomstig van internationale en nationale bronnen. In stedelijk gebied is eveneens door de grote hoeveelheid bronnen sprake van een gemiddelde stedelijke achtergrondconcentratie.
Figuur 1 Schematische weergave van de opbouw van de concentraties luchtverontreinigende stoffen in Nederland [ref. 6] Daarnaast zijn er pieken van specifieke bronnen, zoals (drukke) wegen of industriële bronnen, die lokaal voor verhoogde concentraties zorgen. Met name deze lokale bronnen kunnen door de gemeente worden beïnvloed met maatregelen. Lokale bronnen dragen gemiddeld niet meer dan 50% bij aan de totale concentratie van een luchtverontreinigende stof op leefniveau. Ook wisselt de lokale bijdrage sterk tussen de componenten, voor NO2 en roet is de lokale bijdrage over het algemeen het hoogst. Overigens zijn concentraties binnenshuis, door beperkte ventilatie, over het algemeen hoger dan concentraties in de buitenlucht.
7
3
Monitoring
3.1
Inleiding monitoring
Monitoring van de luchtkwaliteit gebeurt zowel op landelijk niveau als gemeentelijk niveau door middel van metingen en berekeningen (zie Figuur 2). Doel van de monitoring is om te controleren of aan wettelijke grenswaarden wordt voldaan. Met het langdurig monitoren kunnen trends in luchtkwaliteit worden gevolgd en waar nodig beleid worden bijgesteld.
Figuur 2 Schematische weergave van de monitoring luchtkwaliteit in de gemeente Nijmegen Op landelijk niveau vindt monitoring plaats door metingen binnen het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, bijhouden van emissies door de emissieregistratie en modelberekeningen aan luchtkwaliteit via de NSL monitoringstool (daarbij wordt wel lokale inbreng geleverd door lokale verkeers- en omgevingsgegevens). Voor het monitoren van de effecten van het SLA is een gezondheidsindicator ontwikkeld. Deze wordt in de loop van 2022 voor het eerst doorgerekend als nulmeting. Gemeentelijke monitoring van luchtkwaliteit vindt plaats door metingen van NO2 en benzeen in de leefomgeving. Daarnaast wordt jaarlijks de luchtkwaliteit voor de gehele gemeente in beeld gebracht op basis van modelberekeningen. Om ontwikkelingen op het gebied van uitstoot van verkeer te volgen worden wagenparkscans gedaan voor zowel het geregistreerde als het passerende wagenpark in Nijmegen. Een uitgebreidere beschrijving van de landelijke en gemeentelijke monitoring is opgenomen in bijlage 1. Luchtkwaliteit wordt veelal beoordeeld op basis van jaargemiddelden. Dit betekent voor onder andere metingen en berekeningen dat een heel jaar voorbij moet zijn voordat de data kan worden uitgewerkt, gevalideerd, gepresenteerd en geïmplementeerd kunnen worden.
Waar beschikbaar zullen in dit rapport gevalideerde gegevens over 2021 worden gepresenteerd. In alle andere gevallen worden de gegevens van 2020 gepresenteerd.
8
3.2
Emissies
Voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen beschreven in dit rapport, benzeen (C6H6), stikstofoxiden (NOx), roet (EC) en fijnstof (PM10 en PM2,5), wordt vanuit de emissieregistratie jaarlijks de emissies per broncategorie gerapporteerd 7. De laatst gerapporteerde cijfers zijn die van 2019. De correctie op de PM2,5 emissies als gevolg van condenseerbaar fijnstof voor houtstook is hierin verwerkt 8. Grafieken voor de emissies van deze stoffen (alsook voor broeikasgas koolstofdioxide CO2) van de lokale bronnen in Nijmegen zijn opgenomen in figuur 3. De broncategorie bedrijven omvat alle emissies van afvalverwijdering, industrie, bouw, energiebedrijven en handel, diensten en overheid. De categorie huishoudens omvat zowel energieverbruik als productverbruik 9. De categorie overig omvat landbouw en overig verkeer en vervoer. De figuren geven inzicht in welke bronnen bijdragen aan de verschillende luchtverontreinigende stoffen en hoe deze zich ontwikkelen in de tijd. In de grafieken valt op dat voor een aantal stoffen de emissie in 2015 veel hoger is dan in de daaropvolgende jaren. Deze piek is het gevolg van de energiecentrale Gelderland (van ENGIE) die in december 2015 is stilgelegd. Vanaf 2016 is als gevolg daarvan de uitstoot van CO2, NO2 en fijnstof sterk afgenomen. Voor de meeste broncategorieën en luchtverontreinigende stoffen is een (licht) dalende trend zichtbaar.
Uitzonderingen hierop zijn kooldioxide (CO2) van mobiele werktuigen, fijnstof (PM10 en PM2,5) van bedrijven, en benzeen van bedrijven, waar een lichte stijging in de emissie is te zien. De grootste bronnen van uitstoot van NOx binnen Nijmegen vormen binnenvaart en wegverkeer. Aan fijnstof en roet dragen binnenvaart, wegverkeer, huishoudens en bedrijven het meest bij. Voor fijnstof is de grootste bijdrage afkomstig van huishoudens. Bij roet is dit de binnenvaart. De grootste bronnen van uitstoot van benzeen worden gevormd door het wegverkeer en huishoudens, bedrijven zijn een relatief kleine bron van benzeenemissie. In 2015 was de CO2-emissie in Nijmegen voor 95% afkomstig van de energiecentrale. Om een beter beeld te krijgen van de bijdrage van bronnen na sluiting van de energiecentrale is in bijlage 2 een grafiek opgenomen met emissies van CO2 in 2018 en 2019. Hier zijn met name bedrijven, wegverkeer en huishoudens de grotere bronnen binnen de gemeente.
7
www.emissieregistratie.nl
8
https://www.rivm.nl/nieuws/definitieve-emissiecijfers-over-2019-bekend
9
Emissie-oorzaken die door de emissieregistratie worden gehanteerd zijn o.a. vuurhaarden voor verwarming, koken en warmwatervoorziening, maar ook afsteken van vuurwerk, autobranden sfeerverwarming en roken van sigaretten en sigaren.
9
Figuur 3 Emissies benzeen (C6H6), koolstofdioxide (CO2), stikstofdioxide (NO2), roet (EC) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in Nijmegen per broncategorie (bron: Emissieregistratie november 2021)
10
3.3
Metingen
In Nijmegen bevindt zich langs de Graafseweg en De Ruyterstraat een meetstation dat onderdeel uitmaakt van het landelijk luchtmeetnet 10 (LML van het RIVM). Gevalideerde meetgegevens van deze stations worden gebruikt voor kalibratie en validatie van metingen uit het eigen meetnetwerk voor NO2. De roetmetingen van de LML-stations worden door de gemeente geanalyseerd om de doelstelling van de roetreductienorm te monitoren. In 2019 hebben benzeenmetingen plaatsgevonden in kader van het ontgassingendossier. In 2021 is een meetplan opgesteld voor extra metingen in Nijmegen-West en Weurt. Deze extra metingen worden in 2022 opgestart.
Stikstofdioxide Sinds 2009 wordt in Nijmegen stikstofdioxide gemeten op verschillende locaties in heel Nijmegen. Een overzicht en kaart van de meetlocaties in 2020 is opgenomen in bijlage 1. In Figuur 4 zijn voor een selectie van meetlocaties de meetresultaten weergegeven van 2012 tot en met 2020. Figuur 4 laat de over het algemeen dalende trend van de NO2 concentraties zien. Het merendeel van de meetlocaties bevindt zich langs wegen in Nijmegen en daarmee illustreert deze figuur het schoner worden van het lokale wagenpark, maar ook de afname van achtergrondconcentraties 11. Ook in 2020 zet deze trend zich voort, behalve aan de Sint Annastraat. Een mogelijke verklaring voor de lichte stijging aan de St. Annastraat kan zijn dat in 2020 wegwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Stagnatie van verkeer en gebruik van mobiele werktuigen kunnen zorgen voor een extra bijdrage aan de concentratie NO2 ten opzichte van een jaar zonder werkzaamheden. Omdat het wagenpark steeds minder uitstoot wordt de afname van de concentraties NO2 op termijn relatief steeds kleiner. Op alle meetlocaties wordt voor NO2 in 2020 voldaan aan de Europese grenswaarde alsmede de WHOadvieswaarde uit 2005 12. RIVM maakt op basis van de overzichtskaarten voor luchtkwaliteit, de GCN-kaarten, melding van een daling van 20% voor de concentraties NO2 in 2020 ten opzichte van het jaar 2019 13.
Dit is volgens het RIVM grotendeels toe te schrijven aan de afname van het verkeer door de thuiswerkmaatregelen in relatie tot de bestrijding van de covid19 pandemie. In Nijmegen bedraagt de gemiddelde afname van de NO2 concentratie 11% ten opzichte van 2019. Het RIVM verwacht dat deze extra daling tijdelijk zal zijn.
10
Langs de Graafseweg worden de stoffen NO2, NO, PM10, PM2,5 en EC gemeten. Langs De Ruyterstraat worden de stoffen NO2, NO, O3, PM2,5 en EC gemeten. 11 Achtergrondconcentraties betreffen een gemiddeld concentratieniveau afkomstig van internationale en nationale bronnen, daling van achtergrondconcentraties is het gevolg van Europees, landelijk en provinciaal beleid. 12 De Europese grenswaarde voor NO2 is gelijk aan de WHO advieswaarde, namelijk 40 µg/m3. 13 https://www.rivm.nl/nieuws/luchtkwaliteit-verbeterd-in-2020 , publicatiedatum 5 juli 2021.
11
Figuur 4 Gemeten jaargemiddelde concentraties NO2 in µg/m³ op een selectie van locaties voor 2012 t/m 2020.
12
Roet Sinds 2015 wordt via het LML roet gemeten in Nijmegen aan de Graafseweg en De Ruyterstraat. Het lokale effect van verkeer op de roetconcentratie, de zogenaamde verkeerstoevoeging, wordt bepaald door het verschil tussen beide stations. Aan de hand van deze metingen wordt gekeken of de in 2016 vastgestelde roetreductienorm, een reductie van 40% in 2022 ten opzichte van 2014, wordt bereikt. In Figuur 5 zijn de jaargemiddelde concentraties roet opgenomen vanaf de start van de metingen in 2015. De hier gespresenteerde gemeten concentraties voor 2020 zijn door het RIVM gevalideerd. Met de gestippelde lijn is per station aangegeven wat de te bereiken reductie in 2022 is ten opzichte van de start van de metingen in 2015 en niet in het referentiejaar 2014.
Figuur 5 Jaargemiddelde concentratie roet in µg/m³ in Nijmegen gemeten voor 2015 t/m 2020, de gestippelde lijn geeft per station de te bereiken roetreductie in 2022 Figuur 5 laat zien dat sinds de start van de metingen in 2015 de gemeten roetconcentraties bij het meest verkeersbelaste meetstation langs de Graafseweg in 2020 is gedaald met 42 % 14. Langs de De Ruyterstraat bedraagt in 2020 de afname 26% ten opzichte van 2015. Deze afnames zijn voornamelijk toe te schrijven aan de ontwikkeling van het wagenpark die met nieuwere motoren minder roet uitstoot. Langs de Graafseweg is de roetreductienorm bereikt. Gezien de dalende trend is de verwachting dat de roetreductienorm in 2022 ook langs de De Ruyterstraat wordt bereikt. Dit laatste kan pas medio 2023 bepaald worden.
14
Analyse door afdeling O&S van gemeente Nijmegen; gevalideerde meetresultaten afkomstig van RIVM https://www.lml.rivm.nl/
13
Benzeen In 2019 is, in het kader van emissies als gevolg van scheepvaart, door Primair Air Consultancy gedurende 6 perioden van 4 weken (april tot oktober) benzeen gemeten op 12 locaties [ref. 8]. Naast locaties met in de buurt van verkeer en scheepvaart fungeerde één van de meetlocaties, Heumensoord, als achtergrondlocatie. Deze locatie ligt ver van scheepvaart en is weinig verkeersbelast. In Nederland ligt de concentratie benzeen in de buitenlucht regionaal gemiddeld rond de 0,3 µg/m3 in het noorden en rond de 0,6 µg/m3 in het zuiden. In de steden ligt de benzeenconcentratie in de buitenlucht rond de 1 µg/m3 [ref. 6]. Gemiddeld is over de meetperiode in 2019 een benzeenconcentratie van 0,38 µg/m³ gemeten. Hiermee wordt ruim voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 5 µg/m³ jaargemiddeld. De gemeten concentratie ligt ook lager dan de landelijk gemiddelde stedelijke concentratie voor benzeen. Vanaf 2022 zal in het kader van meetplan luchtkwaliteit voor Nijmegen-West en Weurt op meer locaties benzeen gemeten worden.
3.4
Berekeningen
Voor de uitvoering van berekeningen voor luchtkwaliteit wordt aangesloten bij de vereisten uit het Rbl2007 15. Berekeningen zijn gemaakt voor het jaar 2019 en 2020 voor NO2, PM10, PM2,5. Dit heeft te maken met de doorlooptijd om (wettelijk) vereiste invoergegevens te implementeren in de rekenmodellen. Wel zijn aanvullend ook de concentraties roet, CO en benzeen berekend.
Monitoringstool De monitoringstool 16 is het instrument van de Rijksoverheid om te toetsen aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De tool is gevuld met lokale Nijmeegse invoergegevens voor wegverkeer en kenmerken van de wegen en hun omgeving. Conform het Rbl2007 wordt gerekend op een toetsafstand van 10 meter van de weg of ter hoogte van de gevel van woningen als deze dichter bij de weg liggen. De belangrijkste doorgaande wegen van Nijmegen zijn opgenomen in de monitoringstool. Op alle toetspunten langs deze wegen wordt in het jaar 2019 en 2020 (Monitoring NSL 2020) voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5.
Gemeentelijke berekeningen Jaarlijks worden berekeningen uitgevoerd voor het gehele grondgebied van de gemeente. Hiervoor wordt zo goed als mogelijk aangesloten bij de actuele situatie. In de berekeningen zijn de volgende bronnen opgenomen: Verkeer, lokaal binnenstedelijk Scheepvaart over de Waal en over het Maas-Waalkanaal Railverkeer met dieseltractie richting Arnhem, Den Bosch en Venlo Industrie langs het kanaal en in het havengebied Snelwegen A73, A15 en (buitenstedelijke) provinciale wegen. De emissiefactoren voor wegverkeer zijn aangepast voor de betreffende jaren. Berekeningen worden uitgevoerd met het softwarepakket Geomilieu, versie 2022.01. Hierin is een module opgenomen voor luchtkwaliteitsberekeningen (de STACKS+ module). Het rekenmodel in deze module is door het ministerie van I&W goedgekeurd voor berekeningen conform standaardrekenmethode 1 (wegen binnen de bebouwde kom), standaardrekenmethode 2 (snelwegen en wegen in open gebied) en standaardrekenmethode 3 (puntbronnen). In deze versie van Geomilieu zijn de meest recente emissiefactoren voor wegverkeer en GCN kaarten opgenomen. Een nadere beschrijving van de uitgangspunten is opgenomen in de bijlage.
15
Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007, hierin is vanuit de Rijksoverheid vastgelegd op welke manier luchtkwaliteitsberekeningen moeten worden uitgevoerd. Hierin zijn onder andere eisen opgenomen over te gebruiken emissiefactoren, rekenmethoden, toetsingsafstanden. 16 https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/
14
De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd voor de componenten NO2, PM10, PM2,5, EC en benzeen. De berekende jaargemiddelde concentraties worden per component gepresenteerd door middel van contouren. 2019 en 2020 In de bijlage 3 zijn de concentraties van alle componenten weergegeven. Daaruit blijkt dat voor alle stoffen die beschouwd zijn een lichte afname te zien is in 2020 ten opzichte van 2019. In Nijmegen is in 2019 en 2020 nergens sprake geweest van een overschrijding van de grenswaarden. In 2020 voldeden de concentraties NO2 en PM2,5 aan de WHO-advieswaarden die tot voor kort nog van kracht waren, namelijk respectievelijk voor NO2, PM10 en PM2,5 waren die 40, 20 en 10 µg/m³. In 2019 voldeed PM2,5 nog net niet aan deze advieswaarden in 2020 wel. PM10 voldeed in 2019 en 2020 ter hoogte van woningen aan die advieswaarden. Nog niet overal wordt voldaan aan de nieuwe WHO-advieswaarden. De nieuwe WHO-advieswaarden (eind 2021) voor NO2, PM10 en PM2,5 bedragen respectievelijk 10, 15 en 5 µg/m³ . De advieswaarde voor NO2 is ernstig naar beneden bijgesteld met 30 µg/m³ ! Dat is een forse verlaging die de nodige inzet vergt. Uit de berekeningen blijkt dat nog de nodige inspanning nodig zal zijn om aan de nieuwe niet-wettelijke advieswaarden te gaan voldoen.
2031 Uit voorlopige berekeningen voor 2031 blijkt dat we nog niet voldoen voor alle componenten aan de nieuwe advieswaarden van de WHO. Hierbij is overigens geen rekening gehouden met de effecten van de maatregelen uit het SLA, zijn de emissiefactoren voor scheepvaart van 2020 gebruikt (geen betere bekend) en is geen rekening gehouden met dubbeltelling wat betreft scheepvaart.
3.5
Wagenpark
Sinds 2018 worden wagenparkscans uitgevoerd binnen de gemeente, doorgaans in de maand november voor het passerend wagenpark en in december voor het geregistreerde wagenpark. Analyses vinden plaats op basis van gegevens horend bij kentekens uit de kentekenregistratie van de RDW 17.
Geregistreerd wagenpark Op basis van in Nijmegen geregistreerde kentekens wordt jaarlijks een analyse uitgevoerd door Buck Consultants International [ref. 12]. Dit jaar is, in het kader van maatregelen uit het nieuwe Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit, ook het bezit van elektrische personenauto’s nader bekeken en een analyse gedaan van het bezit van brom- en snorfietsen. Het bij het RDW geregistreerde wagenpark in Nijmegen is in 2021 in omvang toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Ter illustratie is figuur 6 voor personenauto’s opgenomen. Ook nam in 2021 het aantal personenauto’s per 1000 inwoners toe (van 386 in 2020 naar 394 in 2021).
Figuur 6 Ontwikkeling volume bij RDW geregistreerde personenauto’s in Nijmegen 17
Op basis van de kentekenregistratie van de RDW is per kenteken informatie beschikbaar over o.a. leeftijd, brandstof en voertuigtype. Voor het passerend wagenpark kunnen buitenlandse voertuigen enkel worden geteld, via de RDW is geen informatie beschikbaar, omdat dit een registratie is van enkel Nederlandse kentekens.
15
Bij personenauto’s zet de daling van het aandeel diesels zich door. Het aandeel volledig elektrische personenauto’s blijft met 1,3% achter bij het landelijk gemiddelde van 2%.
Figuur 7 Ontwikkeling aandeel brandstoffen/aandrijving bij geregistreerde personenauto’s in Nijmegen
Figuur 8 Ontwikkeling aandeel brandstoffen/aandrijving bij geregistreerde bedrijfswagens in Nijmegen Bedrijfswagens rijden nog voornamelijk op diesel. Zowel voor lichte bedrijfswagens als bij zware bedrijfswagens is het aandeel van de meest schone dieselmotor, Euro 6, verder toegenomen. Van de nieuwe registraties van lichte bedrijfsauto’s is slechts 3,9 % in 2021 volledig elektrisch, maar neemt wel toe (1,8 % in 2020 en 0,3 % in 2019). Daarmee is nog geen sprake van een sterke versnelling van de elektrificatie van het bedrijfswagenpark.
Figuur 9 Ontwikkeling aandeel brandstoffen/aandrijving bij geregistreerde brom-/snorfietsen in Nijmegen De geregistreerde brom- en snorfietsen rijden grotendeels op benzine, maar het aandeel elektrische brom- en snorfietsen neemt toe van 3,3 naar 5,5 % in 2021. Het aandeel brom- en snorfietsen dat ouder is dan 2011 (het jaar waarin emissie-eisen werden ingevoerd) is afgenomen van 49,9 naar 44,5 %.
16
Passerend wagenpark Dufec heeft voor de gemeente analyses uitgevoerd op het passerend wagenpark op basis van cameraregistraties gedurende 2 werkdagen. Analyses worden uitgevoerd op basis van informatie uit het kentekenregister van de RDW. Voertuigen met een buitenlandse kentekens kunnen alleen worden geteld, maar niet nader worden geanalyseerd op voertuigkenmerken en herkomst 18. Metingen zijn uitgevoerd langs belangrijke invalswegen voor verkeer in één rijrichting. Het merendeel van de meetpunten wordt het verkeer de stad in gemeten. Een kaartje met meetlocaties en beschrijving is opgenomen in bijlage 1. Op basis van de metingen kunnen voertuigen worden geclassificeerd op voertuigtype 19 en brandstof. In onderstaande figuren zijn de resultaten van de meetlocaties opgeteld om daarmee een totaalbeeld van het passerend verkeer te kunnen geven.
Figuur 10 Brandstoftype en emissieklasse van personenauto’s in passerend wagenpark
Figuur 11 Brandstoftype en emissieklasse van lichte bedrijfswagens in passerend wagenpark
18
Voor nadere analyse voor voertuigkenmerken wordt gebruik gemaakt van informatie uit het kentekenregister van de RDW. Hierin zijn alleen Nederlandse kentekens opgenomen. 19 De volgende voertuigtypen worden gebruikt: personenauto’s, lichte bedrijfswagens (tot 3500kg, voornamelijk bestelauto’s), zware bedrijfsvoertuigen (vanaf 3500 kg, voornamelijk vrachtwagens) en voertuigen met een buitenlands kenteken.
17
Figuur 12 Brandstoftype en emissieklasse van zware bedrijfsauto’s in passerend wagenpark Figuren 10, 11 en 12 laten zien hoe het passerend wagenpark is samengesteld per voertuigtype op basis van brandstof. Op hoofdlijnen is de samenstelling van het passerend wagenpark vergelijkbaar met het geregistreerde wagenpark. Het merendeel van de personenauto’s rijdt op benzine, het percentage dieselrijders ligt bij de passanten wel hoger dan voor het geregistreerde wagenpark. Vergelijkbaar met het geregistreerde wagenpark neemt ook in het passerend wagenpark het aandeel hybride en elektrische personenauto’s toe in de tijd. Uit figuren 11 en 12 blijkt dat het merendeel van de passerende bedrijfsvoertuigen op diesel rijdt. In de tijd is een kleine ontwikkeling zichtbaar naar gebruik van elektrisch voor lichte bedrijfswagens en alternatieve brandstoffen voor zware bedrijfswagens. In de figuren 11 en 12 is ook de samenstelling van de passerende diesel-bedrijfswagens op basis van emissieklasse weergegeven. De figuren laten zien dat in de afgelopen jaren de passerende diesel-bedrijfswagens schoner zijn geworden. Er wordt meer gebruik gemaakt van hogere emissieklassen, waarvan Euro 6 op dit moment de strengste emissie-eisen heeft en daarmee de laagste uitstoot van vervuilende stoffen. Van de lichte bedrijfswagens op diesel die passeren heeft 52% een Euro 6 motor.
Van de passerende zware bedrijfsvoertuigen heeft 2 op de 3 een Euro 6 motor. Hiermee zijn de passerende bedrijfsvoertuigen niet meer vervuilend dan de in Nijmegen geregistreerde voertuigen. Er is geen inzicht in het brandstoftype of emissieklasse van de voertuigen met een buitenlands kenteken, omdat daarvoor geen gegevens beschikbaar zijn.
18
4
Stand van zaken Uitvoeringsprogramma 2020 – 2030
De gemeente werkt continue aan een veilige en gezonde leefomgeving. Luchtkwaliteit is daarbij een belangrijk thema. Op basis van ons bestaande beleid in het Uitvoeringsprogramma 2020-2030 “Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit” worden concrete stappen gezet op de belangrijkste bronnen wegverkeer, binnenvaart, industrie en houtstook. Het programma loopt tot 2030 en met een groot deel van de maatregelen is al begonnen. In hoofdlijnen is de voortgang als volgt weer te geven. Wegverkeer: Hier wordt vol op ingezet. Er is een subsidieregeling voor de vervanging of sloop van oude brom- en snorfietsen opgezet en in uitvoering (zie kader). Tevens wordt de effectiviteit van een zero emissiezone voor bromen snorfietsen op de fietspaden onderzocht in vergelijking tot de voorgenomen milieuzones. Ook wordt de invoering van de drie zero emissiezones stadslogistiek voorbereid. De omslag naar elektrisch is een belangrijk moment om bundeling te stimuleren. Deze kans is te benutten door de realisatie en het gebruik van logistieke stadsrandhubs aan te moedigen. Ook voor bouwprojecten liggen hier kansen met bouwhubs.
19
Subsidieregeling brom- en snorfietsen De subsidieregeling is in december 2020 van start gegaan, doorlopend tot en met 2022 waar per jaar een bepaald bedrag beschikbaar is. Door het succes van de regeling was begin maart 2021 het subsidieplafond voor 2021 al bereikt. Via Rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor uitvoering van projecten binnen het SLA (de zogenaamde Spuk-regeling) is een budget aangevraagd om een tweede tranche van de subsidieregeling in de loop van 2021 mogelijk te maken. Deze is toegekend, waarmee de subsidieregeling in de tweede helft van 2021 opnieuw kon worden opengesteld . Op 1 oktober 2021 is de 2e tranche van deze sloopregeling voor brommers en scooters weer van start gegaan. Zowel gemeente Nijmegen als de Rijksoverheid hebben hiervoor ieder €100.000,- ingelegd. Ook nu is de regeling weer een succes. Vier maanden na start van de 2e tranche is alweer 80% van het subsidiebedrag besteed. Zo’n 330 brommers en scooters van vóór 2011 zijn hierbij al naar de sloop gebracht. 70 oud-eigenaren van deze voertuigen hebben gelijktijdig een alternatief elektrische scooter of fiets teruggekocht.
Binnenvaart: Er gebeurt veel op dit onderwerp, vooral op het gebied van lobby. Daarnaast wordt onderzocht of onder andere de mogelijkheid voor uitbreiding van walstroompunten, een waterstoftankstation en een laadstation voor batterijcontainers voor de binnenvaart, een effectievere korting op haven- en overslaggelden voor schone schepen, toegangseisen voor schepen voor de binnenhavens en het stimuleren we schonere motoren mogelijk is. Er liggen kansen voor de transitie van vracht van weg naar water, gezien de strategische ligging van de haven langs de Waal en het Maas-Waalkanaal. Bedrijven: We hebben veel tijd en energie op dit urgente thema gezet. Er is een meetplan voor Nijmegen West opgesteld, de website met actuele informatie over de luchtkwaliteit is vernieuwd, we hebben de belangrijkste bedrijven met relevante luchtemissies geïnventariseerd en maken nadere afspraken met ODRN om scherper toe te zien op de naleving van de wettelijke normen. Ook is de samenwerking met de GGD geïntensiveerd om de gezondheidseffecten beter in beeld te brengen en bewoners hierover te informeren. We gaan door met deze aanpak en voegen het onderwerp geur toe als een belangrijk aandachtspunt. Houtstook: Binnen het Schone Lucht Akkoord wordt houtstook aangemerkt als bron met een negatief effect op de luchtkwaliteit.
In de toelichting op het SLA wordt door RIVM aangegeven dat houtstook 9% bijdraagt aan de gezondheidseffecten in de gebouwde omgeving in Nederland. Dit cijfer betreft dan zowel het stoken van hout binnen (voor (sfeer)verwarming) als buiten (o.a. houtkorven). Op 15 februari 2021 heeft het RIVM nieuwe emissiecijfers bekend gemaakt [ref. 12]. Het aandeel van houtstook in de emissies van fijnstof (PM2,5) is daarin aangepast van 10% naar 23% wat neerkomt op een relatieve extra bijdrage van 4% aan de achtergrondconcentratie PM2,5. Dit komt door de toevoeging van de uitstoot van condenseerbaar fijnstof aan de reeds aanwezige fijnstofuitstoot (vaste deeltjes) door particuliere houtstook. Sinds januari 2021 heeft de gemeente Nijmegen zich aangesloten bij de landelijke pilot houtstook van het SLA. Binnen de pilot vinden onderzoeken plaats naar toepassing van communicatie, subsidiemogelijkheden en mogelijkheden om delen van een stad houtstookarm in te richten. De gemeente onderzoekt in 2021/2022 met een lokale pilot de inzet op stookworkshops en subsidiëring van emissieverlagende filters en verwijdering van rookgaskanalen. Verder ontwikkelen we een lokale communicatiecampagne voor bewustwording rondom houtstook. Ook is er medio 2021 een bewonerspeiling gehouden onder het Stadspanel rond het thema houtstook.
De resultaten hiervan worden meegenomen in een nog uit te voeren evaluatie van onze lokale pilot. Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen deelgenomen aan de landelijke pilot Stookverbod bij stookalert, van het SLA. In deze pilot is in 2021 een ambtelijke verkenning gedaan naar de mogelijkheden van een stookverbod tijdens een RIVM stookalert. De pilot heeft nieuwe inzichten opgeleverd voor de verdere ontwikkeling van beleid, inclusief
20
keuzemogelijkheden en knelpunten, voor het verminderen van houtstookemissies en overlast middels een stookverbod. Juridisch is er mogelijk een optie beschikbaar om het verbod in te voeren. Er is (nog) geen bestuurlijk besluit genomen door de gemeentelijke SLA-deelnemers om het verbod in te voeren. We overwegen verdere deelname als deze landelijke pilot een vervolg krijgt in het volgende stookseizoen 2022/2023.
21
5
Vooruitzicht
Door autonome ontwikkelingen en uitvoering van het maatregelenprogramma zal de luchtkwaliteit verder verbeteren. Toekomstige situaties kunnen in beeld gebracht worden door prognoses. Deze prognoses worden doorgaans op landelijk niveau gegeven. Trends en de verwachte ontwikkeling in de toekomst kunnen worden afgeleid op basis van langjarige metingen.
Autonome ontwikkelingen In opdracht van de Rijksoverheid wordt jaarlijks de klimaat en energieverkenning (KEV) opgesteld [ref. 10]. In de KEV 2020 is beschreven hoe de ontwikkeling van de broeikasgasemissies in Nederland tot en met 2030 verloopt. De ontwikkeling van luchtverontreinigende stoffen is in 2020 meegenomen 20. In de ramingen voor de emissies van 2030 is vastgesteld en voorgenomen beleid opgenomen dat per 1 mei 2020 officieel is bekend gemaakt en voldoende concreet is uitgewerkt. In de periode van 2018 naar 2030 worden emissiedaling verwacht voor de uitstoot van NO2 en fijnstof voornamelijk als gevolg van Europese emissiewetgeving op het gebied van mobiliteit. Ook voor de uitstoot van niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS, o.a. benzeen) wordt een emissiedaling van enkele procenten voorzien, ook hier voornamelijk als gevolg van Europese emissiewetgeving op het gebied van mobiliteit. De emissieverlagingen door Europees beleid zullen de komende jaren doorwerken in de emissiefactoren voor bronnen en de achtergrondconcentraties, zowel bij berekeningen als bij metingen. De langjarige metingen voor NO2 en roet laten deze dalende trend ook zien.
Uitbreiding meetnetwerk In 2021 is het luchtmeetnet binnen de gemeente Nijmegen uitgebreid. Dit geldt voor langjarige metingen van NO2 en fijnstof en metingen van benzeen. Uitbreiding van het meetnet heeft als doel om stoffen langdurig te monitoren op plaatsen waar door de omgeving zorgen zijn over de luchtkwaliteit. Het gebied Nijmegen-West en Weurt is een haven- en industriegebied rondom het Maas-Waalkanaal, waar industrie is gevestigd met uitstoot van geur en luchtverontreinigende stoffen. Dit gebied wordt omgeven door woongebieden. Voor dit gebied is in 2021 een (uitgebreid) meet- en monitoringsplan opgesteld en wordt in 2022 in uitvoering gebracht In de periode 2005 – 2015 is door de gemeente langdurig fijnstof (PM10 en PM2,5) gemeten met behulp van Osiris meetapparatuur 21. In 2021 zijn deze apparaten gereviseerd om opnieuw ingezet te worden voor fijnstofmetingen.
Samen meten In de periode 2014 – 2017 heeft de gemeente Nijmegen deelgenomen aan het project Smart Emission in samenwerking met de Radboud Universiteit. Samen met inwoners is in de woonomgeving luchtkwaliteit en geluidsbelasting gemeten in de woonomgeving. Via een app worden de resultaten gepresenteerd en kan data met andere sensoren worden vergeleken. Er is een digitaal forum en er worden bijeenkomsten georganiseerd om het kennisniveau van de inwoners te verhogen. Onderzoek toont aan dat deze informatie en het openbaar delen daarvan inzicht geeft in het lokale leefklimaat en een brugfunctie levert in de samenwerking tussen inwoners en overheid. De technologie om te meten verandert snel. Sensoren worden doorontwikkeld en verbeterd. Ook wordt er vanuit het SLA door het RIVM onderzoek gedaan naar de inzet van sensoren. Er wordt onderzocht op welke manier zinvolle informatie verkregen kan worden door te kijken naar de inzet en op welke manier door bijvoorbeeld 20
De ontwikkeling van luchtverontreinigende stoffen wordt 1 maal per 2 jaar beschouwd.
21
De Osiris meet continu met behulp van lasertechniek de deeltjesgrootte en de concentratie stof. Zowel PM10 als PM2,5 kan gemeten worden. Door regelmatige kalibratie van apparatuur en verificatie met de LML-stations in de stad kunnen jaargemiddelde concentraties worden gemeten.
22
kalibratie de meetdata beter kan worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Sensoren hebben door hun onzekerheden geen formele status, omdat ze niet aan kwaliteitseisen kunnen voldoen. Wel kunnen sensoren, mits goed gekalibreerd, bij langdurig meten inzicht geven in trends in de lokale luchtkwaliteit [ref. 11]. Medio 2020 is een bewonerscollectief gestart met het project Lentse Luchten met het meten fijnstof met Ohnics sensoren rond de Prins Mauritssingel. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Het project heeft zich aangesloten bij het ‘Samen meten’-netwerk van het RIVM 22. Via een dataportaal is de ruwe gemeten data van de sensoren zichtbaar.
Stand van zaken Schone Lucht Akkoord Het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) heeft als doel om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Nijmegen is één van de circa negentig gemeenten die samen met het rijk en de provincies een actieve bijdrage leveren aan de uitvoering van het SLA. Luchtvervuiling houdt zich niet aan grenzen van gemeenten of provincies. Alleen samen met andere partners kan de lucht sneller gezond maken. Het doel van het SLA is om 2030 een gezondheidswinst van 50% gerealiseerd te hebben van binnenlandse bronnen. Onlangs is de eerste voortgangsmeting uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het realistisch is te verwachten dat de doelen voor 2030 behaald worden. Volgens de voortgangsmeting zal in 2030 47% tot 52% gezondheidswinst door schonere lucht gehaald worden. Daarmee ligt het Schone Lucht Akkoord mooi op koers om het doel van 50% te halen. Ook worden de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005 vrijwel overal gehaald. Mensen leven daardoor langer en in een betere gezondheid. In het eerste jaar na ondertekening van het akkoord zijn al veel maatregelen in uitvoering of in voorbereiding. Om de doelen daadwerkelijk te realiseren is het wel noodzakelijk dat alle maatregelen uitgevoerd worden en dat er een gebiedsgerichte aanpak komt voor de gebieden met de meeste vervuiling.
Ook zou het winst opleveren als meer gemeenten gaan deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord.
22
Het RIVM faciliteert een kennisportaal voor het meten aan luchtkwaliteit met sensoren https://www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl/ De ruwe data van verschillende sensoren is beschikbaar via het dataportaal https://www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl/dataportaal
23
6
Conclusies
Sinds 2020 is een nieuw Uitvoeringprogramma Luchtkwaliteit van kracht waarin verschillende doorlopende en nieuwe maatregelen zijn opgenomen. Een onderdeel daarvan is de jaarlijkse monitoring van de luchtkwaliteit. In dit rapport is de luchtkwaliteit in Nijmegen beschreven aan de hand van metingen, analyses en berekeningen. Ook is een vooruitzicht gegeven op de ontwikkeling van de luchtkwaliteit naar de toekomst en de maatregelen die op korte termijn in uitvoering worden gebracht. Monitoring luchtkwaliteit Luchtkwaliteit wordt gemonitord, zowel op landelijk niveau als op gemeentelijk niveau. Voor Nijmegen zijn de stikstofdioxide, fijnstof, roet en benzeen relevant voor de monitoring. Ten eerste wordt gekeken of wordt voldaan aan de Europese grenswaarden voor deze luchtverontreinigende stoffen. Met de invoering van het Schone Lucht Akkoord streeft men de strengere WHO adviesnormen na voor NO2, PM10 en PM2,5. Op basis van de landelijke monitoring van luchtkwaliteit, waarbij getoetst wordt aan de Europese grenswaarden voor NO2, PM10, PM2,5 en benzeen, wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. Dit wordt ondersteund door de gemeentelijke berekeningen, waarbij aan de wettelijke normen wordt voldaan. Er wordt echter nog niet overal voldaan aan de niet-wettelijke advieswaarden van de WHO.
De nulmeting in het kader van het SLA, waarmee op termijn de gezondheidswinst in beeld kan worden gebracht, wordt in de loop van 2021 uitgevoerd door het RIVM. In Nijmegen worden verschillende stoffen gemeten in het kader van monitoring van luchtkwaliteit. Binnen het meetnetwerk voor NO2 zet de dalende trend die zich in de afgelopen jaren heeft afgetekend door. De gemeten concentraties zijn ten opzichte van vorige jaren wederom gedaald. Deze dalende trend geldt ook voor de roetconcentratie. Als de trend zich voortzet is de verwachting dat de in 2016 aangenomen roetreductienorm voor 2022 wordt gehaald. De jaargemiddelde roetconcentratie is dan met 40% afgenomen ten opzichte van 2014. De gemeten concentraties benzeen liggen in alle gevallen onder de wettelijke grenswaarde van 5 µg/m³ alsook onder de gemiddelde stedelijke waarde van 1 µg/m³. Ontwikkeling wagenpark Met de wagenparkscans ontstaat een beeld van het geregistreerde wagenpark en het passerende wagenpark. In 2021 is het aantal geregistreerde kentekens toegenomen. In 2021 is het aandeel volledig elektrische personenauto’s toegenomen naar 1,3 %. Dit blijft wel achter bij het landelijk gemiddelde met een aandeel circa 2% elektrische personenauto’s in 2021. De bedrijfswagens, nog steeds voornamelijk rijdend op diesel, laten een verschuiving zien naar schonere motoren.
Bij de lichte bedrijfswagens is men voornamelijk overgestapt op Euro 6 motoren, de schoonste motoren op dit moment beschikbaar. Ook bij zware bedrijfswagens neemt het aandeel Euro 6 motoren toe naar 65%. De geregistreerde brom- en snorfietsen rijden grotendeels op benzine. Ongeveer 45% van de brom- en snorfietsen is ouder dan 2011, het jaar waarin emissie-eisen werden ingevoerd, en daarmee relatief meer vervuilend. In de samenstelling is te zien dat het aandeel elektrische personenauto’s van het passerend wagenpark wel ongeveer 2% is, vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Ook bij het passerend wagenpark rijdt het merendeel van de bedrijfsvoertuigen op diesel. Ook hier is een verschuiving te zien naar schonere motoren. Bij de zware bedrijfswagens heeft 75% een Euro 6 motor, dit aandeel is 10 procentpunten hoger ten opzichte van het geregistreerd wagenpark. Eind 2020 is een subsidieregeling voor de sloop van brom- en snorfietsen van voor 2011 in werking getreden. Deze loopt door tot 2022 met ieder jaar een subsidieplafond. Er wordt goed gebruik gemaakt van de regeling. Overige nieuwe maatregelen zijn worden op dit moment uitgewerkt of voorbereid.
24
Uitbreiding monitoring Op basis van landelijke emissieraming is in de periode tot 2030 nog een afname in de emissies van luchtverontreinigende stoffen voorzien. Dit is met name het effect van Europese maatregelen op het gebied van mobiliteit. De verwachting is dat de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de gemeente Nijmegen de komende jaren verder zullen dalen, overeenkomstig de dalende trend die in de metingen is te zien. Om de effecten van Europees/landelijk beleid en lokale maatregelen te monitoren is in 2021 het meetnet uitgebreid. Aan het meetnet van NO2 zijn 2 locaties toegevoegd en het meetnet voor fijnstof wordt op kleinere schaal geherintroduceerd. Voor het industriële gebied Nijmegen West en Weurt en de directe woonomgeving is in 2021 een meetplan opgesteld. Er zijn bewonersinitiatieven die met ondersteuning van de gemeente, in het kader van ‘Samen meten’, met sensoren fijnstof zijn gaan meten vanaf medio 2021. Prioriteiten 2022 De beschreven rapportages en voortgangsmetingen laten zien dat vooral ingezet moet worden op de volgende stoffen en bronnen: Fijn stof: Huishoudens (houtstook), wegverkeer, industrie NO2: wegverkeer, binnenvaart Benzeen: wegverkeer (m.n. brom-/snorfietsen) Daarnaast geeft de onrust in Nijmegen-West en Weurt aanleiding om zowel aan monitoring als maatregelen bij industriële bronnen extra inzet te plegen.
Dat geldt voor alle componenten en ook voor geur. Dat betekent dat voor 2022 het accent op de volgende maatregelen komt te liggen: 1. Voortzetting aanpak om in Nijmegen-West vaker te meten, zowel aan de uitstoot als aan de luchtkwaliteit in de leefomgeving. 2. In samenwerking met de ODRN scherper sturen op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bedrijven. Ook wordt gestreefd naar een cumulatief geurbeleid in de nabije toekomst. 3. De maatregelen om het wegverkeer schoner te maken wordt voortgezet daarbij ligt de focus voornamelijk op bestelwagens en vrachtwagens in verband met de komst van de zero emissiezones stadslogistiek en brom- en snorfietsen gezien de directe impact op fietsers en voetgangers. 4. Doorzetten van lobby bij provincie, rijk en Europa voort om de binnenvaart schoner te maken en stimuleren initiatieven die daaraan bij kunnen dragen. 5. Evalueren van de aanpak op het gebied van houtstook (campagne, workshop en subsidies) en doorontwikkelen om de overlast verder terug te dringen. Aansluiting bij landelijke netwerken om samen maatregelen uit te werken die lokaal de overlast verder terug kunnen dringen worden doorgezet. Om beter te kunnen prioriteren wordt preciezer in beeld gebracht wat het effect van de verschillende maatregelen is op de belangrijkste type stoffen, zodat we desgewenst gerichter onze maatregelen kunnen inzetten.
25
Referenties 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.
Roetreductienorm: Raadsbesluit d.d. 28 september 2016 Schone Lucht Akkoord, d.d. 13 januari 2020 Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit: Uitvoeringsprogramma Nijmegen 2020 – 2030, d.d. juli 2020 Coronalockdown goed voor de luchtkwaliteit, Velder, G. et al., Tijdschrift Lucht, maart 2021 Effecten coronamaatregelen op de luchtkwaliteit in 2020, Willers, S.M. et al, DCMR, 2 juni 2021 Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, RIVM, 19 juni 2018 Luchtkwaliteit en gezondheid in Gelderland, GGD’s Gelderland, 1 maart 2022 WHO air quality guidelines: global update 2005, World Health Organization, 2005 WHO global air quality guidelines (2021): particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide, World Health Organization, 2021 GGD Richtlijn medische milieukunde: Luchtkwaliteit en gezondheid, Dijkema et al., RIVM, 2018 Monitoring van benzeen in Nijmegen – april – oktober 2019, W. van Doorn, Primair Air Consultancy, december 2019 Monitor wagenpark Nijmeegse voertuigeigenaren 2021, E. Lubberding en B. Lips, Buck Consultants International, maart 2022 Emissieramingen Luchtverontreinigende stoffen – Rapportage bij Klimaat- en Energieverkenning 2020, PBL, 30 november 2020.
Sensoren voor luchtkwaliteit, RIVM, stand van zaken februari 2021 Persbericht RIVM/Emissieregistratie, 15 februari 2021, https://www.rivm.nl/nieuws/definitieve-emissiecijfers-over-2019-bekend Methoderapport gezondheidsindicatoren – Schone Lucht Akkoord, Gerlofs-Nijland et al., RIVM, 2019