Integraal Veiligheidsplan 2027-2030
Tekst van het document
samen houden we Nijmegen veilig
INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN 2027-2030
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding Insteek van het Integraal Veiligheidsplan 2027-2030 Belangrijke ontwikkelingen in het veiligheidsdomein Centrale uitgangspunten van het veiligheidsbeleid Systematiek van het veiligheidsbeleid Ambitie I We zijn een veilige en weerbare stad voor iedereen waar we overlast en criminaliteit voorkomen en tegengaan. Veilige wijken Ondermijning Digitale Veiligheid Ambitie II We zijn een veilige en zorgzame stad voor iedereen waarin we (ernstige) overlast, crimineel en gevaarzettend gedrag van personen of groepen, waarbij sprake is van (multi)problematiek, tegengaan en voorkomen. Zorg en Veiligheid Jonge aanwas in de criminaliteit Discriminatie Straatintimidatie Polarisatie en maatschappelijke ontwrichting Ambitie III We zijn een stad waarin de openbare orde en fysieke veiligheid zijn geborgd. Veiligheidsmaatregelen zijn altijd redelijk, billijk en evenwichtig. Veilige Horeca en Evenementen Voorbereid op incidenten, rampen en crises Openbare orde
2
▪ ▪
2 3 4 4 4 6 8 10 10 11 13 15 17
17 18 21 23 24 25 27 27 28 30 32
Voorwoord Nijmegen is een stad om trots op te zijn. Een stad met een rijke geschiedenis, een diverse bevolking en een levendig karakter. Een stad waar mensen graag wonen, werken en verblijven. Maar een veilige stad ontstaat niet vanzelf. Een veilige stad vraagt om voortdurende aandacht, inzet en samenwerking — van inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners én de gemeente. Met het Integraal Veiligheidsplan 2022-2026 hebben we hiervoor samen een stevige basis gelegd. We hebben geïnvesteerd in vroegsignalering, in preventie en in daadkrachtig optreden waar dat nodig was. Die aanpak werpt zijn vruchten af, maar de opgave is niet af. Met dit plan voor 2027-2030 bouwen we daarom voort op wat werkt en geven we woorden aan de waarden die onze aanpak dragen. Onlosmakelijk verbonden met een veilige stad is leefbaarheid. Leefbaarheid gaat over de kwaliteit van de dagelijkse omgeving: een goed ingerichte openbare ruimte, maar vooral ook een buurt waar mensen elkaar kennen en respecteren. Op die basis bouwen we aan veiligheid en veiligheidsgevoelens thuis, op straat en online. Niet iedereen ervaart die veiligheid in gelijke mate, en die ongelijkheid nemen we serieus. Veiligheid is kwetsbaar. Daarom investeren we in weerbaarheid, het vermogen van de stad om weerstand te bieden aan bedreigingen van buitenaf en van binnenuit.
Van ondermijnende criminaliteit tot digitale aanvallen en polarisatie. Ten slotte willen we een zorgzame stad zijn. Dit houdt in dat we tijdig passende hulp en/of zorg willen bieden. Ook wanneer sprake is van overlast en onveiligheid veroorzaakt door mensen met ingewikkelde problematiek op verschillende leefgebieden, zoeken we een aanpak op het snijvlak van zorg en veiligheid. De vier waarden veiligheid, leefbaarheid, weerbaarheid en zorgzaamheid versterken elkaar en vormen samen de basis van dit plan. Maar veiligheid creëer je niet alleen. Echte veiligheid ontstaat in de wijk, in de straat en in ontmoeting. Wanneer buren elkaar kennen. Wanneer ondernemers misstanden melden. Wanneer jongeren perspectief hebben en mensen zich gehoord voelen. Dit plan is dan ook niet alleen van de gemeente. Het is van iedereen die bijdraagt aan een veilig Nijmegen. We nodigen inwoners, ondernemers, partners en andere organisaties van harte uit om die verantwoordelijkheid samen met ons te dragen. Samen houden we Nijmegen veilig.
3
Inleiding Insteek van het Integraal Veiligheidsplan 2027-2030 Het waarborgen van een veilige, weerbare en zorgzame stad is een voortdurende opgave die constante aandacht vereist. Met het integraal veiligheidsplan 2022-2026 ‘Samen Veilig en Weerbaar’ hebben we samen met de stad een stevige en stabiele basis gelegd voor het verbeteren van de veiligheid en leefbaarheid en daarmee samenhangende onveiligheidsgevoelens. Belangrijke uitgangspunten daarin zijn risicoen informatiegestuurd werken, gericht op vroegtijdig signaleren, interveniëren en waar nodig handhavend optreden. Het doel was het voorkomen en tegengaan van uiteenlopende veiligheidsproblemen om een veilige en weerbare stad voor iedereen te kunnen zijn. Op die wijze is hieraan de afgelopen jaren uitvoering gegeven en verantwoording afgelegd (zie onder andere https://raadzaam.nijmegen.nl/instrument/brief-aan-de-raad-veiligheidsbrief-2026). Het veiligheidsbeleid is gericht op een lange termijn aanpak met een stevige basis. Grotendeels is deze basis op orde. De gestelde ambities en doelen vragen ook in de komende periode nog inzet en aandacht. De insteek van het integraal veiligheidsplan voor 2027 tot en met 2030 is daarom de basis verder te versterken en hierop voort te bouwen. We zien op dit moment ook geen signalen of ontwikkelingen die vragen om het vaststellen van nieuwe ambities en doelen.
In dit integraal veiligheidsplan scherpen we de doelen aan en geven we op onderdelen een verdere concretisering. Ontwikkelingen die we op ons af zien komen, geven we een plek binnen de bestaande ambities en doelen.
Belangrijke ontwikkelingen in het veiligheidsdomein We zien een aantal algemene maatschappelijke trends en ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het veiligheidsdomein in Nijmegen. De belangrijkste ontwikkelingen worden hier op een rij gezet, zonder daarbij de ambitie te hebben compleet te zijn. Daarbij worden ook meer specifieke trends en ontwikkelingen op het gebied van veiligheid geschetst. Deze trends en ontwikkelingen geven inzicht in de context waarmee we bij ons veiligheidsbeleid rekening moeten houden. 1. De stad groeit Het aantal inwoners van Nijmegen is de afgelopen jaren toegenomen en de verwachting is dat deze groei de komende jaren verder doorzet. Dit betekent dat steeds meer mensen binnen dezelfde stadsgrenzen wonen, werken en leven. Dit heeft gevolgen voor de (ervaren) drukte in de stad. Per vierkante kilometer openbare ruimte wonen en verblijven meer mensen. Dit heeft direct effect op de openbare ruimte, het aantal vervoersmiddelen, de hoeveelheid openbaar vervoer, voorzieningen, recreatie en activiteiten. Meer mensen vraagt ook om meer en soms kleinere, woningen en wooneenheden, waardoor mensen ook dichter op elkaar wonen. Vaak verloopt dit zonder problemen, maar botsende belangen resulteren meer dan eens in veiligheidsproblemen. De groei van de stad roept dan ook de vraag op hoeveel de stad kan opvangen en wanneer er sprake is van overbelasting.
Dit speelt op verschillende niveaus: in wijken en buurten, maar ook voor de stad als geheel. 2. Krapte op de arbeidsmarkt en tekort aan personeel
4
▪ ▪
Zowel de gemeentelijke organisatie als onze (veiligheids)partners ervaren schaarste van personeel. De capaciteit van ons en onze partners groeit niet altijd evenredig met de groei van de stad. Bovendien blijkt het steeds lastiger voldoende geschikt personeel aan te trekken en te behouden. Dit zien we bijvoorbeeld bij het (duurzaam) aantrekken van boa’s. Ook onze partners hebben hiermee te maken. Gebrek aan bijvoorbeeld politiecapaciteit of zorgpersoneel is niet altijd een probleem door onvoldoende middelen, maar heeft ook te maken met krapte op de arbeidsmarkt, onderbezetting, personele wisselingen en ziekteverzuim. 3. Woningtekort en gebrek aan passende woon- en zorgplekken Op verschillende manieren heeft het veiligheidsdomein te maken met gevolgen van het woningtekort. We constateren dat er onvoldoende passende opvang- en verblijfsplekken (zoals bij zorgorganisaties) en woningen zijn voor kwetsbare mensen. Het gaat om mensen die bijvoorbeeld op dit moment in een (justitiële) jeugdzorginstelling, penitentiaire instelling of verblijf vanuit de WMO, verblijven. Ook gaat het om mensen die eerder in een residentiele instelling, al dan niet tijdelijk konden verblijven en nu noodgedwongen thuis of elders verblijven. Dit heeft enerzijds tot gevolg dat sommige mensen langer thuis moeten blijven wonen dan goed voor hen en hun omgeving is.
Anderzijds verblijven mensen in instellingen omdat er geen geschikte (zorg)plek of verblijfplaats is, waardoor zij geen vervolgstap kunnen zetten in hun ontwikkeling of re-integratie. De doorstroom wordt hierdoor belemmerd. Bovendien bestaat de kans dat mensen op straat komen te staan wat kan leiden tot overlast en criminaliteit. 4. Geopolitieke onrust en toegenomen spanningen in de wereld Toegenomen spanningen en gewelddadige conflicten die elders in de wereld plaatsvinden, hebben invloed op de situatie in Nederland en ook in Nijmegen. We hebben te maken met buitenlandse inmenging (in onze democratie en met verspreiding van desinformatie) en dreigingen (waaronder cyberaanvallen) die als doel hebben onze samenleving te ontwrichten. De gevolgen hiervan voor onze inwoners kunnen enorm zijn. Dit vraagt enerzijds om bescherming hiertegen, maar anderzijds ook op goede voorbereiding voor wanneer zich een crisis voordoet. Versterking van de weerbaarheid en veerkracht zijn van belang. Daarnaast zien we een toenemende behoefte onder de bevolking om onvrede over onder andere geopolitieke spanningen en conflicten te uiten. Het aantal demonstraties is over de afgelopen jaren fors toegenomen (Document Viewer - Raadzaam Nijmegen). Hoewel het merendeel hiervan vreedzaam verloopt, vraagt dit om steeds meer inzet van onze organisatie en onze veiligheidspartners. 5.
Ontwikkelingen overlast en criminaliteit De criminaliteitscijfers over de afgelopen vier jaar laten voor Nijmegen een aantal ontwikkelingen zien. Bepaalde vormen van vermogenscriminaliteit en geweldsdelicten zijn afgenomen. Zo is het aantal woninginbraken al langere tijd relatief laag en is zakkenrollerij afgenomen. Geregistreerde geweldsdelicten als mishandeling en huiselijk geweld laten ook een dalende trend zien. Hier tegenover staat dat het aantal fietsendiefstallen in Nijmegen hoog is en dat het aantal diefstallen van/uit overige voertuigen is toegenomen (denk hierbij aan diefstal van fietsaccu’s). Het aantal slachtoffers van digitale criminaliteit is nog steeds aanzienlijk. In Nijmegen zien we een lichte daling van het aantal Nijmegenaren dat aangeeft slachtoffer zijn geweest van online criminaliteit (16% in 2023, 15% in 2025).
5
Landelijk zien we overigens een lichte stijging van het aantal slachtoffers ten opzichte van 2023 op basis van de veiligheidsmonitor (16% in 2023, 17% in 2025, dit zijn ongeveer 2,5 miljoen mensen) (6. Online criminaliteit | CBS). Daarnaast zien we dat een aantal categorieën overlast relatief vaak of vaker voorkomt. Het gaat dan om jeugdoverlast, drugs/drankoverlast, overlast door dak- en thuisloze mensen en overlast door mensen met verward en onbegrepen gedrag. Ten slotte laten de cijfers met betrekking tot onveiligheidsgevoelens zien dat deze licht zijn toegenomen. Met name vrouwen en LHBTIQA+ personen voelen zich vaker onveilig. 6. Verharding en gespannen verhoudingen De verhoudingen tussen groepen inwoners en overheidsinstanties vragen om aandacht. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat er sprake is van een groeiende groep mensen die hun vertrouwen in politiek en democratische instituties verliest (Meerderheid Nederlanders vindt dat politiek niet opkomt voor mensen zoals zij | Sociaal en Cultureel Planbureau). Bij sommigen is zelfs sprake van wantrouwen. Daarnaast zijn verhoudingen tussen verschillende groepen inwoners punt van aandacht.
Onderzoek uit 2024 laat zien dat het beeld dat polarisatie afgelopen jaren toeneemt onterecht is en wordt overschat (Nieuw onderzoek: geen sprake van polarisatie | Tilburg University; Nederlanders overschatten polarisatie - Nieuws - Universiteit Utrecht). Toch maken veel mensen zich zorgen om verharding in de samenleving en een verharde toon in het politieke en maatschappelijke debat (Driekwart van de Nederlanders denkt dat polarisatie toeneemt | Sociaal en Cultureel Planbureau). Tolerantie en begrip voor elkaar lijken soms ver te zoeken. Ook in Nijmegen hebben we te maken met dergelijke spanningen. 7. De digitale samenleving We leven in een gedigitaliseerde samenleving. De online en offline wereld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit biedt vele kansen. Tegelijkertijd zien we dat er ook negatieve kanten en risico’s aan zitten die onder andere gevolgen hebben voor de (ervaren) veiligheid. Denk hierbij aan nepnieuws en desinformatie die online worden verspreid, sociale media die invloed hebben op welzijn, openbare ordeverstoringen die online worden aangejaagd en talloze online mogelijkheden om mensen op te lichten of te intimideren. De ontwikkelingen op het gebied van AI en de brede toegankelijkheid daarvan zijn daarbij ook van belang.
Centrale uitgangspunten van het veiligheidsbeleid Voordat in dit IVP de ambities en doelen worden uitgewerkt, staan we hier stil bij de centrale uitgangspunten. Deze uitgangspunten gelden in meer of mindere mate bij alle ambities en doelen. 1. Veiligheid creëer je samen Centraal uitgangspunt is dat veiligheid alleen in gezamenlijkheid kan worden gecreëerd. De hiervoor geschetste trends en ontwikkelingen benadrukken dit nog eens te meer. Een belangrijke voorwaarde voor een effectief veiligheidsbeleid is (actieve) betrokkenheid van inwoners en ondernemers. Dit helpt bij het signaleren van problemen en het vinden van passende en gedragen interventies. Betrokkenheid is bovendien vaak een sleutel tot herstel van eigenaarschap over de eigen leefomgeving en ervaren leefbaarheid en
6
▪ ▪
veiligheid. Daarnaast draagt het bij aan verbinding, stevige sociale netwerken en een sterke gemeenschap. Inwoners mogen van de gemeente verwachten dat wij samen met onze (netwerk- en veiligheids)partners de voorwaarden creëren voor een veilige, weerbare en zorgzame stad. Dat we waar nodig daadkrachtig en corrigerend optreden. Maar ook dat hulp, ondersteuning en perspectief geboden blijft aan mensen die dit nodig hebben. Juist inwoners en wijken met de grootste uitdagingen vragen om die extra inzet en steun in de rug. 2. Een mix van preventie en repressie De basis voor ons veiligheidsbeleid wordt gevormd door preventie; het investeren in vroegtijdige signalering van risico's, het verhogen van bewustwording en daarmee het bevorderen van gedrag. Wanneer preventie niet voldoende blijkt te zijn, investeren we in repressieve maatregelen. Deze kunnen gericht zijn op herstellen van de veiligheid, het beperken van schade en het handhaven van de wet- en regelgeving. Handhavend optreden is, ook buiten het veiligheidsdomein, noodzakelijk om (verdere) veiligheidsproblemen te voorkomen. Dit IVP voorziet dan ook in een mix van preventie en repressie. 3. Samenwerking en regievoering Samenwerking binnen, tussen en over de grenzen van domeinen heen is noodzakelijk.
Alleen dan kunnen instrumenten optimaal worden benut om (complexe) problematiek structureel aan te pakken en daarbij het benodigde maatwerk te leveren. De beleidsterreinen moeten elkaar versterken en zeker niet tegenspreken. Dit vraagt om sterke regievoering door de gemeente, zodat prioriteiten kunnen worden gesteld en een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt. Een groot deel van onze taken in het veiligheidsdomein hebben dan ook te maken met het aanjagen, versterken, onderhouden en coördineren van samenwerking. Dit is een continue opgave die om voortdurende aandacht vraagt. Daar komt bij dat de samenwerking niet beperkt blijft tot de gemeentegrenzen. Ook op regionaal en nationaal niveau is het van belang samen te werken. Als centrumgemeente en een van de tien grootste steden van het land hebben we hierin een voortrekkersrol, ook op het gebied van veiligheid. 4. Structurele duurzame aanpak Ons veiligheidsbeleid is gericht op een structurele en duurzame aanpak. Dit heeft de voorkeur boven een incidentgerichte aanpak. Dit betekent dat we korte termijn interventies altijd afwegen tegen onze lange termijn doelstellingen. We bouwen daarom ook voort op ons bestaande veiligheidsbeleid waarmee we een stevige basis hebben gelegd.
Ten slotte: er zitten grenzen aan de maakbaarheid van veiligheid De inspanningen van onze inwoners, ondernemers, partners en gemeenteorganisatie ten spijt, moeten we ons blijven realiseren dat de maakbaarheid van de samenleving en daarmee van veiligheid beperkt is. We leven immers in een complexe samenleving. Bij het ontstaan van onveiligheid spelen uiteenlopende factoren en omstandigheden een rol. Bovendien hebben we op verschillende terreinen te maken met schaarste en moeten wij en onze partners, zoals politie en zorgpartners, soms scherpe keuzes maken.
7
Niet alleen een passend veiligheidsbeleid is daarom nodig. We vragen onze inwoners in onze groeiende stad om onderlinge verdraagzaamheid, geduld, verbinding en begrip voor elkaar. Hiermee verlichten we druk en spanning in de samenleving. We roepen op om elkaar niet de maat te nemen, maar juist het open gesprek met elkaar te blijven voeren. Vrijheden en rechten die voor de een gelden, gelden immers ook voor de ander. Met ons IVP ondersteunen we onze inwoners en ondernemers om naar elkaar om te kijken en samen een veilige stad te creëren.
Systematiek van het veiligheidsbeleid De kern van het veiligheidsbeleid is gericht op het bevorderen en bewaken van de openbare orde en veiligheid Een groot deel van de hieronder uitgewerkte thema's van het veiligheidsbeleid is gericht op het voorkomen van openbare ordeproblemen. Echter, het geheel voorkomen van incidenten en openbare ordeverstoringen is niet mogelijk. De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde. Hiertoe heeft de burgemeester diverse bevoegdheden. De inzet van deze middelen zien we als uiterst redmiddel wanneer de preventieve inzet vanuit alle andere facetten van het IVP niet toereikend zijn. De daadwerkelijke inzet bij openbare ordeverstoringen is daarom een sluitstuk van onze gehele aanpak. Hieronder volgt per veiligheidsthema een uitwerking van de ambities en doelen De volgorde van deze thema's zegt niets over de prioritering daarvan. Eerst worden acht thema's uitgewerkt die we van belang achten voor het voorkomen en tegengaan van onveiligheid. De laatste drie thema's gaan over de kerntaken van de overheid. Per thema schetsen we eerst de Nijmeegse context, waarna we het doel bij het thema verder uitwerken. Het IVP vormt het kader voor de uitvoering van het veiligheidsbeleid De (mate van) uitvoering van het volledige integraal veiligheidsplan is afhankelijk van de beschikbare middelen.
De bestaande begroting is niet toereikend de in dit plan gewenste uitvoering tot stand te brengen. Voor de uitvoering van de kernthema’s Veilige horeca en evenementen, Voorbereid op incidenten, rampen en crises en Openbare orde zijn meer middelen nodig (zie hiervoor de financiële paragraaf in het raadsvoorstel en collegevoorstel ‘Integraal veiligheidsplan 2027-2030' d.d. 26 mei 2026). De financiële kaders voor het integraal veiligheidsplan 2027-2030 worden vastgelegd in de stadsbegroting waarbij een integrale afweging kan plaatsvinden. De uitkomsten daarvan zijn bepalend voor het niveau van uitvoering van de hier gestelde ambities en doelen. Jaarlijks leggen wij per thema over de (voortgang van de) uitvoering hiervan verantwoording af in de zogenoemde ‘Veiligheidsbrief’. Daarnaast blikken we in de veiligheidsbrief vooruit op de uitvoering van het IVP in het volgende jaar. Daarbij werken we informatiegestuurd. Dit betekent dat op basis van maatschappelijke ontwikkelingen, criminaliteitscijfers, ontwikkeling van onveiligheidsgevoelens en evaluatie van de uitvoering van beleid wordt bepaald op welke thema's focus moet worden gelegd. Zoals gebruikelijk doen wij dit in de veiligheidsbrief die aan het begin van ieder nieuw jaar verschijnt, zodat de jaarcijfers van het afgelopen jaar kunnen worden betrokken.
8
▪ ▪
9
Ambitie I We zijn een veilige en weerbare stad voor iedereen, waar we overlast en criminaliteit voorkomen en tegengaan.
10
▪ ▪
Veilige wijken Context: Veilige wijken zijn leefbare wijken waar overlast en criminaliteit zoveel mogelijk worden voorkomen en beperkt en waar mensen zich veilig voelen De (ervaren) veiligheid in de wijken hangt samen met verschillende aspecten. Naast meer algemene gevoelens van onveiligheid en onbehagen spelen hierbij zowel overlast en criminaliteit, als leefbaarheid in de wijken een belangrijke rol. Dit betekent dat het werken aan veilige wijken niet los kan worden gezien van het verbeteren van de leefbaarheid. Leefbaarheid en veiligheid betekenen niet voor iedereen op ieder moment en op elke plaats hetzelfde. Contextgebonden en op maat werken zijn daarom essentieel. Groei van de stad en drukte in de openbare ruimte Doordat het inwonersaantal in Nijmegen stijgt, zien we dat de drukte in de openbare ruimte toeneemt. Over het algemeen gaat dit goed, maar daar waar veel tegenstrijdige belangen samenkomen, kan spanning ontstaan die invloed heeft op (het gevoel van) leefbaarheid en veiligheid. Ontwikkeling overlast, criminaliteit en onveiligheidsgevoelens De laatste vier jaar zien we zowel positieve als negatieve ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in de wijken. Een aantal categorieën overlast en criminaliteit neemt af, terwijl andere categorieën hoog blijven of een stijging laten zien.
Daarnaast is na een jarenlange daling van onveiligheidsgevoelens de laatste jaren een lichte stijging te zien. Uit de meest recente stad- en wijkmonitor volgt dat deze stijging vooral onder vrouwen en LHBTIQA+ personen speelt. Niet altijd is feitelijke criminaliteit de oorzaak hiervan, maar ook andere vormen van overlast en leefbaarheidsaspecten spelen een rol. Zo weten we dat een goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte bijdraagt aan de leefbaarheid en veiligheid(sgevoelens). Inwoners vinden de aanpak van veiligheid en leefbaarheid in de wijk heel belangrijk Dit blijkt uit de stadspanelpeiling van maart 2026. De aanpak van veiligheid en leefbaarheid in de wijken staat in de top drie van belangrijkste prioriteiten. Doel: We voorkomen en gaan overlast, veelvoorkomende criminaliteit en high impact criminaliteit tegen. We richten ons op een aanpak vanuit de wijken Om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren werken we wijkgericht. Dit doen we om een aanpak op maat te kunnen maken die past bij de belangen van de inwoners. Vanuit de Veiliger Wijkteams (VWT) wordt, afhankelijk van de overlast en criminaliteitsproblematiek die in de wijken in de openbare ruimte speelt, een veiligheidsaanpak geprogrammeerd en uitgevoerd.
Daarbij wordt ingespeeld op actualiteiten, trends en ontwikkelingen, zowel op het gebied van objectieve veiligheid (feiten) als subjectieve veiligheid (veiligheidsgevoel). We betrekken informatie (data/gegevens) en signalen van bewoners en onze (veiligheids)partners, zoals wijkagenten, toezichthouders, woningcorporaties en jongerenwerk. Deze wijkgerichte aanpak is gericht op vroegtijdig signaleren en interveniëren om problemen of escalatie daarvan te voorkomen. Daarbij vormt handhaving een belangrijk sluitstuk van de aanpak en wordt waar nodig repressief opgetreden. De wijkgerichte aanpak is de basis voor de inzet en aanpak van onder andere
11
jongerenoverlast, overlast door dak- en thuisloze mensen, overlast door drugs(dealen) en overlast in aanloop naar/tijdens de jaarwisseling. Het werken aan veilige en leefbare wijken is een gedeelde opgave We werken daarom vanuit de wijken in wijkteams integraal samen aan schone, hele, sociale en veilige wijken. De steeds drukkere en vollere openbare ruimte vraagt om nauwe afstemming tussen sociale, fysieke en veiligheidsperspectieven. Alleen dan kunnen we recht blijven doen aan de verschillende belangen. Bewonersbetrokkenheid is essentieel Bij de aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsproblematiek in de wijken is bewonersbetrokkenheid een belangrijke voorwaarde. Het helpt bij het signaleren van problemen en het vinden van passende en gedragen interventies. Betrokkenheid is vaak een sleutel tot herstel van eigenaarschap over de eigen leefomgeving en ervaren leefbaarheid en veiligheid. Bovendien draagt het bij aan verbinding en een sterke gemeenschap. We stimuleren hierbij dat bewoners en ondernemers zich bewust zijn van (veiligheids)risico’s, voorkomen dat zij slachtoffer worden en weten hoe zij moeten handelen als problemen zich voordoen. Bewoners en ondernemers worden hiermee in staat gesteld verantwoordelijk en zelfredzaam op te treden.
We zijn zichtbaar, aanspreekbaar en betrokken in de wijken aanwezig Samen met onze partners richten we ons hierop, zodat we vroegtijdig preventief kunnen optreden, de informatiepositie versterken en de onderlinge verbinding met inwoners, ondernemers en partners verbeteren. Onze wijkboa's spelen hierbij ook een belangrijke rol. Zij geven voor een belangrijk deel uitvoering aan het IVP. Daarbij zijn zij zichtbaar, aanspreekbaar en betrokken aanwezig in de wijken.
12
▪ ▪
Ondermijning Context: Legale structuren worden gebruikt voor drugscriminaliteit, zorgcriminaliteit en mensenhandel Door criminele netwerken worden legale structuren gebruikt om illegale activiteiten te kunnen ontplooien. Hiervan kan een ondermijnende en ontwrichtende invloed op onze stad uitgaan. Deze vorm van criminaliteit en de gevolgen daarvan zijn niet altijd direct zichtbaar. Risico is dat de integriteit onder druk kan komen staan. Ook lopen kwetsbare mensen in onze samenleving in het bijzonder risico betrokken te raken bij deze vorm van criminaliteit. In Nijmegen zien we de laatste jaren een verschuiving op het gebied van drugscriminaliteit. Meldingen van onze inwoners (bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem) en partners geven ons meer inzicht over waar de criminaliteit zich afspeelt. Zo is er minder productie en transport van hennep in woningen en opslagplaatsen, maar wel meer druggerelateerde overlast op straat. Daarnaast zien we steeds meer verwevenheid tussen georganiseerde criminaliteit en zorg. De manier waarop het zorgsysteem is ingericht, maakt het fraudegevoelig en kwetsbaar voor misbruik als verdienmodel. Ook heeft het thema mensenhandel blijvende aandacht nodig in onze gemeente om te voorkomen dat het ongezien blijft.
Doel: We vergroten de weerbaarheid van de samenleving en de (gemeente)organisatie tegen (invloeden van) ondermijnende criminaliteit en we verstoren criminele processen. De afgelopen jaren hebben we op drie pijlers ingezet. Komende vier jaar gaan hiermee verder, zoals we ook hebben afgesproken in het Gelders Akkoord (Document Viewer Raadzaam Nijmegen). We richten ons hierbij op drugscriminaliteit, zorgcriminaliteit en mensenhandel. Pijler 1: Versterken van interne weerbaarheid van onze organisatie Dit houdt in dat we intern werken aan bewustwording, signalering en het versterken van de interne weerbaarheid. Voor drugscriminaliteit, zorgcriminaliteit en mensenhandel kan gebruik worden gemaakt van legale structuren waar we als overheid een belangrijke rol in spelen. Bewustwording onder bestuurders, raadsleden en ambtenaren is van belang om de kwetsbaarheden in onze processen te kennen, weten hoe daar misbruik van kan worden gemaakt en te weten waar signalen hierover gemeld kunnen worden. Alleen dan kan de interne weerbaarheid worden versterkt. Daarnaast zetten we de wet Bibob in om te voorkomen dat we als gemeente direct of indirect criminelen faciliteren. Dit doen we onder andere op het terrein van horeca- en seksinrichtingen en het sociaal domein. Dit continueren we komende vier jaar.
Pijler 2: Samen met onze inwoners en ondernemers werken aan een weerbare samenleving Wat voor onze interne weerbaarheid geldt, geldt ook voor onze inwoners en ondernemers. Van belang om ondermijnende criminaliteit een halt toe te roepen is dat inwoners en ondernemers tijdig signalen hiervan herkennen en deze melden. Daarnaast is het belangrijk te voorkomen dat (kwetsbare) inwoners en ondernemers betrokken raken bij of slachtoffer worden van drugscriminaliteit, zorgcriminaliteit of mensenhandel. Als
13
gemeente hebben we een belangrijke rol inwoners en ondernemers bewust te maken en handelingsperspectief te bieden. Pijler 3: Verstoren van criminele processen in onze stad Op basis van via het RIEC-convenant ‘opgewerkte’ signalen van inwoners, ondernemers, onze organisatie en (veiligheids)partners kunnen we criminele processen verstoren. Een multidisciplinaire aanpak (strafrechtelijk, bestuurlijk en fiscaal) is hierbij noodzakelijk. Ons bestuurlijk instrumentarium, waaronder toezicht, burgemeestersbevoegdheden, integrale controles, toepassing van de wet Bibob, zetten we hiervoor in. Voor het vergunde en onvergunde sekswerk (waarbij sprake kan zijn van mensenhandel) geldt dat we komende jaren inzetten op het bestuurlijk toezicht. Zowel landelijk als regionaal is afgesproken dat de politie zich primair richt op strafrechtelijke opsporing en de gemeenten de verantwoordelijkheid voor het bestuurlijk toezicht weer gaan uitvoeren. Ten slotte richten we ons bij de aanpak van straathandel in drugs ook op het voorkomen daarvan, onder andere met de last onder dwangsom kennelijk dealen. Daarnaast is van belang het landelijk experiment gesloten coffeeshopketen te vermelden. Een van de belangrijke doelstellingen van het experiment is de illegale, criminele wietteelt en de achterdeurproblematiek van coffeeshops te beperken dan wel te beëindigen. Nijmegen is een van de experimentgemeenten.
Op 7 april 2025 is de experimenteerfase van start gegaan. Het experiment loopt naar verwachting tot en met 2029. In de laatste fase van het experiment moet duidelijk worden welke keuze het Rijk gaat maken ten aanzien van het vervolg. Daarop zullen we ons te zijner tijd voorbereiden.
14
▪ ▪
Digitale Veiligheid Context: Noodzaak tot een digitaal weerbare stad We leven in een gedigitaliseerde samenleving. De fysieke en online wereld zijn met elkaar verweven. Dit biedt onze inwoners, ondernemers en onze organisatie vele kansen. De keerzijde is dat we ook te maken hebben met online onveiligheid en dreiging. Dit geldt voor de nationale en lokale overheid en vraagt om een veilige (ict-)organisatie en -cultuur en voorbereiding op digitale ontwrichting, cyberincidenten en -crises. Voor de interne organisatie sturen we hierop vanuit het programma bestuur en organisatie en vanuit het thema Voorbereid op incidenten, rampen en crises. Vanuit dat laatste thema is een cyberweerbare samenleving ook van belang. Bij het thema digitale veiligheid richten we ons op de online weerbaarheid onder inwoners en ondernemers. Het gaat hierbij zowel om voorkomen van slachtoffer- en daderschap van online criminaliteit, als het bevorderen van online omgangsvormen. Uit de criminaliteitscijfers blijkt zowel landelijk als lokaal dat het aantal slachtoffers van digitale criminaliteit nog steeds aanzienlijk is. Per delictsvorm verschilt wie daarvan slachtoffer worden en wat de gevolgen daarvan zijn. • Jongeren blijken veruit het vaakst slachtoffer te zijn van online bedreiging en intimidatie. De psychische en sociale gevolgen hiervan kunnen groot en langdurig zijn.
Jongeren zijn bovendien kwetsbaar om al dan niet onder druk betrokken te raken bij (online) crimineel gedrag. Steeds vaker zien we dat jongeren digitale criminaliteit plegen. • Huishoudens met een lage sociaaleconomische status worden relatief vaak getroffen door (online) oplichting en fraude. Financiële problemen kunnen hierdoor groter worden. Daarnaast blijkt dat senioren, naast de financiële schade die zij oplopen, vaak emotioneel hard worden getroffen wanneer zij slachtoffer zijn geworden van (online) oplichting en fraude. • Een andere relatief grote groep slachtoffers bestaat uit het midden- en kleinbedrijf. Onder deze groep is, naast de persoonlijke impact, de financiële schade soms erg groot. Bovendien is de continuïteit van deze bedrijven van belang voor het goed functioneren van onze stad, ook in tijden van grote of langdurige ontwrichting. Daar komt bij dat de technologische ontwikkelingen snel gaan, waardoor telkens nieuwe mogelijkheden ontstaan om mensen op te lichten, nepberichten te verspreiden en anderen te pesten, intimideren of bedreigen. Het grote aantal slachtoffers, de impact ervan en de risico's van ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld AI, waarbij feit en fictie nog moeilijker te onderscheiden zijn, rechtvaardigen structurele aandacht van de lokale overheid om inwoners en ondernemers te ondersteunen bij het vergroten van hun digitale weerbaarheid.
Doel: We vergroten de weerbaarheid van jongeren, senioren en ondernemers tegen digitale onveiligheid. We richten ons op deze doelgroepen gelet op de omvang van het aantal slachtoffers, de kwetsbaarheid van deze groepen, de impact op deze groepen en de maatschappelijke gevolgen hiervan.
15
Voorkomen van slachtofferschap van de meest voorkomende vormen van digitale criminaliteit Hierop richten we ons bij alle drie de doelgroepen. Uitgangspunt daarbij is het vergroten van het risicobewustzijn en het bieden van handelingsperspectief, zowel ter preventie als bij ervaren slachtofferschap. Daarbij richten we ons op de jongeren en senioren zelf én op hun omgeving: ouders/verzorgers/kinderen, vrijwilligers en professionals. Zij zijn regelmatig in contact deze groepen en kunnen direct ondersteunen bij het nemen van voorzorgsmaatregelen en bijdragen aan het vergroten van de weerbaarheid. Waar mogelijk werken we hierbij samen met onze (netwerk)partners en andere gemeenten (in de regio). Voor de doelgroep jongeren breiden we de aanpak uit Bovenop de hiervoor genoemde aanpak, besteden we komende jaren meer aandacht aan de doelgroep jongeren. Bij het voorkomen van slachtofferschap van de meest voorkomende vormen van digitale criminaliteit hebben we specifieke aandacht voor kwetsbare jongeren. We differentiëren daarom met onze interventies. Daarnaast richten we ons bij de doelgroep jongeren op het voorkomen van ronselen voor (digitale en andere vormen van) criminaliteit. Ten slotte richten we ons op online omgangsvormen en groepsdruk en besteden we aandacht aan online gemanipuleerde of fake (nieuws)berichten en beelden en de gevaren daarvan.
Dit doel sluit aan bij het thema ‘Jonge aanwas in de criminaliteit’.
16
▪ ▪
Ambitie II We zijn een veilige en zorgzame stad voor iedereen waarin we (ernstige) overlast, crimineel en gevaarzettend gedrag van personen of groepen, waarbij sprake is van (multi)problematiek, tegengaan en voorkomen.
17
Zorg en Veiligheid Context: Toename aantal mensen in kwetsbare positie en druk op de samenleving We zien dat met de groei van de stad getalsmatig het aantal mensen in een kwetsbare positie ook toeneemt. In drukkere buurten en wijken wonen mensen dichter bij elkaar en zien en horen zij ook meer van elkaar. Dat vraagt iets van de onderlinge verdraagzaamheid. In veel situaties gaat dat goed, maar soms leidt dit ook tot spanningen of gevoelens van onveiligheid. We zien dat het aantal situaties van woonoverlast toeneemt. De afgelopen jaren is het aantal meldingen over personen met onbegrepen gedrag (in de stad) gestegen tot nu ongeveer 2400 meldingen per jaar. De overlast concentreert zich met name in Nijmegen Oost en in het stadscentrum. Deze problematiek blijft in de komende jaren onze aandacht vragen. In 2024 is deelgenomen aan de Ethos-telling waarmee dakloosheid in kaart wordt gebracht. Op dat moment zijn 569 dak- en thuisloze mensen in Nijmegen geteld en 69 kinderen (de kinderen slapen niet op straat). De toename van het aantal dak- thuisloze mensen leidt naast een toename van overlast ook tot een stijgende druk op de opvangvoorzieningen. De draagkracht en de draaglast van de stad staan onder druk en dat heeft direct effect op de kwaliteit van de leefomgeving. De stad is aantrekkelijk, ook voor deze mensen.
De vraag ligt echter voor of er grenzen zijn aan het aantal mensen en de vraag naar voorzieningen en zo ja, waar die grenzen dan liggen. Als centrumgemeente heeft de stad daarnaast een organiserende en coördinerende rol binnen de regio. Dat vraagt, naast een beleidsinhoudelijke inzet, ook om goede samenwerking en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en verdeling van taken binnen de regio. Tekort aan zorgpersoneel De krapte op de arbeidsmarkt, ook bij de ketenpartners, veroorzaakt direct een effect op de inzet vanuit casusregie. We hebben te maken met lange wachtlijsten voor passende zorg en/of ondersteuning. In sommige situaties is de benodigde hulp zelfs tijdelijk niet beschikbaar. We zien dat er een tekort is aan passende maatwerkvoorzieningen en verblijfsvormen met ambulante ondersteuning. Dit vergroot de druk op zowel het individu als de directe omgeving. Dit betekent dat het belangrijk is dat we investeren in (tijdelijke) opvangplekken en de doorstroom verbeteren. Het is ook van belang om de verschillende problematieken goed te differentiëren waardoor een meer opvang en begeleiding kan worden georganiseerd.
Tekort aan woningen, residentiële plekken en andere verblijfsvormen Naast de krapte op de woningmarkt is een aantal jaar geleden, als gevolg van een landelijk besluit, het aantal residentiële plekken voor verschillende doelgroepen, zoals binnen de GGZ en de jeugdzorg, afgebouwd. Inmiddels bestaat er dan ook een tekort aan residentiele plekken, waardoor mensen vaker en langer thuis moeten blijven wonen of vanuit een instelling niet kunnen doorstromen naar een meer passende vorm van verblijf. Dit komt de situatie van deze mensen om te kunnen herstellen of ondersteuning te ontvangen, niet ten goede. Een passend alternatief is lang niet altijd beschikbaar. Ondanks de inzet van verschillende partijen zien we op dit punt beperkte verbetering, terwijl de vraag naar verschillende vormen van verblijf en ondersteuning naar verwachting ook de komende jaren hoog blijft. Verder zien we een tekort aan (nood)opvang voor slachtoffers van geweld tegen vrouwen en kinderen en voor slachtoffers van mensenhandel. Ook voor plegers van geweld is er een
18
▪ ▪
tekort aan opvanglocaties. Inwoners prioriteren aandacht voor kwetsbare mensen en beperken van overlast Uit de stadspanelpeiling van maart 2026 blijkt dat Nijmeegse inwoners prioriteit willen geven aan de aanpak van zorg en veiligheid en daarmee aan de mensen en problematiek die in dit hoofdstuk worden beschreven. Doel: We beperken en voorkomen (ernstige) overlast en criminaliteit door personen, huishoudens en groepen waarbij sprake is van (multi)problematiek. We zorgen voor passende ondersteuning Het is belangrijk dat personen met (multi)problematiek passende ondersteuning krijgen op verschillende leefgebieden. Door tijdig de juiste zorg en begeleiding te bieden, wordt de kans verkleind dat mensen kwetsbaar worden voor misbruik, overlast veroorzaken of betrokken raken bij criminele activiteiten. We staan voor ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Vroegtijdig interveniëren van belang bij persoonsgerichte aanpak We zien dat mensen soms als individu maar vaak ook als gezin ondersteuning nodig hebben. De benodigde inzet lijkt langduriger, complexer en intensiever te worden. Vroegtijdige interventies zijn daarom van belang. Zo kunnen onveilige situaties zoveel mogelijk worden afgewend of gede-escaleerd. De inzet die geleverd wordt, is hierop gericht maar niet altijd haalbaar.
De samenwerking met de verschillende andere beleidsdomeinen is cruciaal voor de verschillende situaties maar ook om als input te dienen, hierop de beleidsprocessen eventueel aan te passen en op te nemen in de beleidscyclus. We zetten in op de volgende maatregelen: • Het voorkomen of beheersbaar maken van problemen in de woon- en leefomgeving door vroegtijdig signalen te zien en te duiden. Daar waar problemen ontstaan of zijn, wordt er zoveel mogelijk integraal onder regie van de gemeente naar een oplossing toegewerkt. • Het zoveel mogelijk beperken van het risico dat iemand tussen wal en schip terecht komt door tijdig/ preventief handelen, met partners en de inzet van vroeg interventie en zo de juiste hulp en ondersteuning aan te bieden. • We zetten in op gerichte interventies bij doelgroepen waarbij er sprake is van hoge kans op recidive en van (ernstige) multiproblematiek en kunnen zorgen voor onveiligheid in de stad. • Het borgen van de samenwerking tussen zorg en veiligheid, waardoor inwoners altijd kunnen rekenen op een integrale aanpak van de problematiek. Dwingende controle en geweld in afhankelijkheidsrelaties De aandacht voor huiselijk geweld, intieme terreur, gendergerelateerd geweld en femicide is ook in de komende jaren belangrijk. Hiervoor hanteren we de overkoepelende termen dwingende controle en geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Van belang is dat we hierbij alle vormen van geweld, zowel fysiek als geestelijk, bespreken en onder de aandacht blijven brengen. Wanneer we spreken van dergelijke vormen van geweld gaat het veelal over een patroon van dominantie, intimidatie, isolatie en controle binnen een (partner)relatie gecombineerd met fysiek en/of seksueel geweld. Daarbij is ook aandacht voor femicide: de opzettelijke moord op een vrouw vanwege haar gender, veelal gepleegd door een (ex-
19
)partner of iemand uit de directe relationele sfeer. De relatie tussen geweld en gender wordt vaak gekenmerkt door ongelijkheid, macht en controle. Deze situaties vragen om een aanpak waarbij vroegtijdige signalering, risicotaxatie en intensieve ketensamenwerking van groot belang zijn. Mogelijke casussen met geweldspatronen en escalatierisico’s worden multidisciplinair besproken, onder meer aan de HGITS-tafel (Huiselijk Geweld, Intieme Terreur en Stalking). Door de behoeften van mensen centraal te stellen werken we aan een geïntegreerd netwerk van samenwerkende partners. Belangrijk is het snel en effectief reageren op signalen van huiselijk geweld, kinder- en oudermishandeling en het vergroten van de samenwerking tussen de betrokken partijen. Maar ook de data-analyse en informatieuitwisseling tussen betrokken partijen leiden tot een effectievere aanpak en de inzet van passende expertise. Hoewel femicide nooit volledig kan worden uitgesloten, draagt deze geïntegreerde en risicogerichte aanpak bij aan het vergroten van de veiligheid van slachtoffers, het beperken van escalatie en het bevorderen van duurzame gedragsverandering bij plegers.
20
▪ ▪
Jonge aanwas in de criminaliteit Context: Kwetsbaarheid voor instroom in criminaliteit Ook in onze stad zien we groepen jongeren die problematisch groepsgedrag laten zien en de openbare orde en veiligheid hierdoor verstoren. Deze fluïde groepen variëren in samenstelling, omvang, leeftijden en achtergronden. Deze groepen houden zich niet aan grenzen van stadsdelen of wijken en dat maakt dat we op deze manier ook kijken vanuit een stadsbrede visie naar de ‘jonge aanwas’ in het programma Preventie met Gezag. Jongeren kunnen onder verschillende omstandigheden kwetsbaar zijn voor instroom in criminaliteit. Factoren zoals het ontbreken van perspectief, schoolverzuim, opgroeien in een omgeving waar criminaliteit aanwezig is of ingrijpende gebeurtenissen in het leven kunnen deze kwetsbaarheid vergroten. Criminele netwerken spelen hierop in door jongeren te verleiden met status, spanning of de belofte van snel geld. Ook de behoefte om ergens bij te horen kan een rol spelen. Ronselen via sociale media, in de buurt of op school speelt daarbij een steeds grotere rol. Jongeren worden verleid met aantrekkelijke leefstijlen of onder druk gezet om betrokken te raken bij criminele activiteiten. In de stadspeiling die is gedaan in maart 2026 is jonge aanwas in de criminaliteit als een van de drie belangrijkste prioriteiten genoemd.
Doel: We voorkomen en gaan tegen dat jongeren in de criminaliteit belanden. We nemen deel aan het Rijksprogramma Preventie met Gezag Preventie met Gezag is een meerjarig programma om te voorkomen dat kinderen en jongeren (8–27 jaar) betrokken raken bij ondermijnende of georganiseerde criminaliteit of hierin doorgroeien. Deze ambitie wordt waargemaakt door te investeren in weerbaarheid, het bieden van perspectief, het stellen van duidelijke grenzen en het aanpakken van de voedingsbodem van criminaliteit. Een integrale aanpak, dicht bij de leefwereld van jongeren, is cruciaal Dit om te voorkomen dat zij afglijden richting of doorgroeien in de criminaliteit. Hierbij wordt ingezet op preventie, weerbaarheid en het bieden van perspectief, waarbij ook de nazorg en resocialisatie van (ex-)gedetineerden een belangrijk onderdeel vormt. Jongeren worden ondersteund op de belangrijkste leefgebieden, zodat zij succesvol kunnen terugkeren in de samenleving en doorstroom naar criminele circuits wordt voorkomen. Door de verbinding te leggen tussen de online leefwereld, onderwijs, zorg, veiligheid en de wijk ontstaat een samenhangende lokale aanpak, met nadruk op preventie waar mogelijk en repressie waar nodig.
Vroegsignalering, samenwerking tussen partners en lokaal maatwerk verkleinen de kans dat jongeren betrokken raken bij criminaliteit en voorkomen concentratie van problemen in kwetsbare wijken. De online leefwereld speelt een belangrijke rol Digitale middelen spelen een steeds grotere rol in het benaderen en betrekken van jongeren bij criminele activiteiten, waaronder cyber gerelateerde criminaliteit, zoals online oplichting. Het versterken van digitale weerbaarheid en bewustwording is daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak jonge aanwas. Zie hiervoor ook het onderdeel digitale veiligheid, met een specifiek onderdeel voor jeugdigen.
21
Onze doelen willen we bereiken door: • Intensieve samenwerking met het onderwijs (V(S)O, MBO en groep 8 van het primair onderwijs), met nadruk op schoolveiligheid, vroegsignalering en het versterken van ondersteuningsstructuren in en om scholen. Daarbij investeren we ook in deskundigheidsbevordering van onderwijspersoneel over signalering en over inzet van specifieke interventies. • Sturen op een sterke inzet van jongerenwerk en jeugdcoaches, die een belangrijke rol spelen in het bereiken en ondersteunen van jongeren in kwetsbare situaties en het versterken van hun weerbaarheid. • Het inzetten van gerichte interventies voor jongeren, gericht op het vergroten van risicobewustzijn en het bieden van handelingsperspectief om zo het slachtofferschap van de meest voorkomende vormen van digitale criminaliteit te voorkomen. • Kansen bieden op werk of scholing aan jongeren die binnen de doelgroep ‘potentiële jonge aanwas’ vallen, en tegelijkertijd mogelijkheden benutten om financiële druk, zoals schulden, te verlagen. • Gerichte nazorg en resocialisatie van (ex-)gedetineerden, waarbij jongeren worden ondersteund op de belangrijkste leefgebieden, zoals onderdak, werk, inkomen en schulden en het versterken van het sociale netwerk.
• Samenwerking met de strafrechtketen verder te verstevigen door zichtbaar aanwezig te zijn, crimineel gedrag aan te pakken en het doorbreken van criminele structuren waarin jongeren worden geworven of ingezet. Tot slot is het doel om systematisch te blijven leren van wat werkt, aan de hand van een goede monitoring onderbouwd met kwalitatieve en kwantitatieve data. Naast een stevige lokale monitoring volgen we nauwgezet de landelijke ontwikkelingen. Inzichten uit landelijke trends en de lokale monitoring worden benut voor beleidsontwikkeling en bijsturing waar nodig.
22
▪ ▪
Discriminatie Context: Noodzaak tot gelijke behandeling Uitgangspunt in het Beleidskader Inclusie (2025) is dat aandacht voor volwaardig meedoen in onze stad, hand in hand moet gaan met aandacht voor mogelijke uitsluiting en discriminatie. Het anders behandelen van iemand, achtergesteld of uitgesloten worden vanwege persoonlijke kenmerken, is discriminatie. Ook in onze stad vinden vormen van discriminatie plaats op onder meer gender en afkomst. We zetten daarom in op sociale samenhang en veiligheid in onze stad en zichtbare preventie. Artikel 1 van de Grondwet vormt hierbij het uitgangspunt: Iedere inwoner van Nijmegen wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld. In Nijmegen is in 2025 het aantal meldingen bij Vizier gestegen tot 494 meldingen. Bij politie in Nijmegen zijn in 2025 188 geregistreerde incidenten bekend. Uit onderzoek naar discriminatie blijkt dat het vaak gestapeld en intersectioneel plaatsvindt: mensen ervaren het niet op één terrein, maar tegelijk op de arbeidsmarkt, bij instanties, in onderwijs en in het dagelijks leven (Spierings, 2025). Juist die opeenstapeling heeft grote gevolgen voor vertrouwen en welzijn. Training en bewustwording zijn noodzakelijk, omdat veel uitsluiting voortkomt uit onbewuste aannames, stereotypen en routines. Zonder kennis en reflectie blijven mensen denken dat discriminatie “wel meevalt”.
Doel: We voorkomen veiligheidsproblemen die kunnen ontstaan door discriminatie. We organiseren een meldpunt discriminatie Het melden en bespreekbaar maken van discriminatie is belangrijk. Door meldingen wordt het probleem zichtbaar en kunnen passende maatregelen worden getroffen. Hiervoor willen we en zijn we ook wettelijk verplicht om een antidiscriminatievoorziening te organiseren. Vizier vervult deze rol voor de gemeente Nijmegen. Vizier is een laagdrempelige, onafhankelijke voorziening waar inwoners terechtkunnen met klachten over discriminatie. Vizier biedt advies, ondersteuning, zorgvuldige begeleiding en deskundige klachtbehandeling, ongeacht de grondslag of vorm van discriminatie. Vanuit het veiligheidsdomein richten we ons op horeca en publieke ruimte Naar verwachting wordt in 2026 de antidiscriminatie-agenda voor Nijmegen vastgesteld. Op basis van input van bewoners, organisaties en meldpunten treffen we maatregelen om discriminatie aan te pakken en te voorkomen. De agenda richt zich allereerst op onderwijs, wonen, gemeentelijke dienstverlening en horeca. Daarnaast is bewustwording een belangrijk aandachtspunt. Vanaf 2028 volgen cultuur en sport, arbeidsmarkt/werk & inkomen en publieke ruimte/openbare orde.
Vanuit het programma Veiligheid zetten we expliciet in op maatregelen die relevant zijn voor horeca en publieke ruimte om de veiligheid daar te versterken (zie ook de thema’s Veilige horeca en evenementen en Straatintimidatie). Daarbij sluiten we aan bij de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan, de Nachtvisie en de Regenboogagenda.
23
Straatintimidatie Context: Intimidatie en grensoverschrijdend gedrag op straat en in het uitgaansleven Nijmegen wil een rechtvaardige en sociale stad zijn. Toch krijgt ook Nijmegen te maken met (seksuele) intimidatie en grensoverschrijdend gedrag, wat kan leiden tot gevoelens van onveiligheid. Straatintimidatie en grensoverschrijdend gedrag vragen om meer aandacht. Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt nog te vaak voor en wordt soms als normaal beschouwd binnen onder meer het uitgaansleven in de stad. Met name voor vrouwen, meisjes en LHBTQIA+ personen is je veilig voelen in het nachtleven geen vanzelfsprekendheid. Doel: We voorkomen en gaan onveilige situaties als gevolg van (seksuele/straat)intimidatie tegen. We richten ons op een inclusief en veilig nachtleven Om straatintimidatie en grensoverschrijdend gedrag en overlast te voorkomen, zetten we in op bewustwording, deskundigheidsbevordering, meldingsmogelijkheden en het uitdragen van de norm. Dit doen we via campagnes, samenwerking met netwerkpartners en gesprekken binnen sectoren zoals onderwijs, sport, openbaar vervoer en evenementen. Daarom is een gerichte en inclusieve veiligheidsaanpak belangrijk. In 2026 is de Aanpak van Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag in de Nijmeegse Nachthoreca - van praktijkanalyse naar systeemaanpak geschreven en in de loop van 2026 wordt dit opgeleverd.
Dit onderzoek zal inzicht geven in de huidige praktijk en biedt zo mogelijk richting voor uitvoerbare vervolgstappen. Wij werken met de verschillende ondernemers, de Stichting Nachtburgemeester en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan, samen om te komen tot de implementatie van mogelijke maatregelen. Met name de verbinding met de landelijke aanpak tegen (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de horeca, de Nijmeegse Nachtvisie en de Regenboogagenda is belangrijk zodat we kunnen komen tot een gezamenlijke, integrale aanpak. Op deze manier willen we de avond en nacht veiliger maken in de stad. Inrichting openbare ruimte van belang voor (ervaren) veiligheid Zowel feitelijke incidenten als gevoelens van onveiligheid spelen een rol in hoe mensen de openbare ruimte, waaronder straten, pleinen, parken en openbaar vervoer, gebruiken. Intimidatie en geweld en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, kunnen ervoor zorgen dat inwoners zich beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid of bepaalde plekken en tijdstippen vermijden, wat impact heeft op de leefbaarheid en inclusiviteit van de stad. Specifiek bij ruimtelijke en ontwerpvraagstukken nemen we diverse perspectieven en behoeften mee. Daarbij besteden we expliciet aandacht aan de veiligheid en ervaringen van vrouwen, meisjes en LHBTIQA+ personen. We organiseren schouwen, daar waar in de verschillende stadsdelen overlast wordt ervaren.
We doen dit met brede vertegenwoordiging, om te komen tot een set van verbetermaatregelen op korte en langere termijn.
24
▪ ▪
Polarisatie en maatschappelijke ontwrichting Context: Noodzaak tot een verbonden en weerbare samenleving Polarisatie kan zich op veel plekken manifesteren: in de buurt, op scholen, op de werkvloer en online, bijvoorbeeld via sociale media. Het is een proces waarbij tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker worden, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Polarisatie hoort bij een gezonde, open samenleving. In een democratie botsen verschillende meningen, waarden en belangen nu eenmaal. Polarisatie wordt problematisch wanneer mensen elkaar (online) alleen nog verwijten maken en niet meer de moeite nemen om naar elkaar te luisteren. Verhoudingen tussen verschillende groepen inwoners blijven daarom een aandachtspunt. Bij sommige groepen bestaat wantrouwen richting de overheid en andere inwoners. Effecten van geopolitieke spanningen en internationale conflicten laten zien dat deze ook in onze stad het debat en contact tussen inwoners kunnen beïnvloeden en kunnen bijdragen aan maatschappelijke onrust. Doel: We voorkomen veiligheidsrisico’s door polarisatie en maatschappelijke onrust. We stimuleren het open gesprek Het innemen van een duidelijke positie en het voeren van het debat is onderdeel van een open samenleving. Het voeren van een open gesprek is in deze van belang om elkaar niet te verliezen.
We stimuleren daarom dat inwoners het gesprek met elkaar blijven voeren, dat zij maatschappelijke onvrede zichtbaar kunnen maken en aandacht kunnen vragen voor misstanden. We zijn zichtbaar aanwezig en zoeken we verbinding met inwoners Meningsverschillen en andere denkbeelden zijn op zich geen probleem. Om te voorkomen dat polarisatie verscherpt en er ongewenste spanningen of onveilige situaties ontstaan, is het voor ons en onze (veiligheids)partners belangrijk om verbinding aan te gaan en goed in gesprek te blijven met mensen in de stad. Dit doen we niet alleen door ons beleid daarop te richten, maar ook door zichtbaar aanwezig te zijn in alle stadsdelen. Context: Radicalisering kan leiden tot spanningen en uitsluiting in de samenleving Radicalisering kan leiden tot spanningen, uitsluiting en ontwrichting in de samenleving. Mensen willen gehoord en gezien worden en daarom blijven we inzetten op het contact en het gesprek met inwoners, scholen, buurtorganisaties en zorginstellingen. Op deze manier kunnen we ook van inwoners en partners in de stad horen welke signalen van radicalisering hen opvallen. Een effectieve gemeentelijke aanpak richt zich niet alleen op het voorkomen dat mensen radicaliseren, maar ook op het bieden van passende ondersteuning aan kwetsbare individuen en hun omgeving.
Doel: We voorkomen veiligheidsproblemen die kunnen ontstaan door extremisme en radicalisering. We werken regionaal samen Naast de lokale aanpak blijft regionale afstemming van groot belang. De gemeente draagt bij aan de coördinatie van kennisdeling over trends en regionale problematiek, het adviseren van partners en het aanvragen van (landelijke) financiële ondersteuning. Zo
25
wordt een consistente aanpak van mogelijke radicalisering bij individuen en groepen geborgd. We organiseren een casustafel extremisme en bevorderen deskundigheid De casustafel extremisme van het Zorg- en Veiligheidshuis blijft het centrale instrument voor de duiding en opvolging van complexe casussen in Gelderland-Zuid. Vroegtijdige signalering is hierbij essentieel ter voorkoming van de doorontwikkeling naar mogelijke radicalisering. Om deze ontwikkeling te voorkomen en beperken is blijvende deskundigheidsbevordering van professionals om signalen snel te herkennen en adequaat op te volgen van belang.
26
▪ ▪
Ambitie III We zijn een stad waarin de openbare orde en fysieke veiligheid zijn geborgd. Veiligheidsmaatregelen zijn altijd redelijk, billijk en evenwichtig.
27
Veilige Horeca en Evenementen Context: Nijmegen is een levendige stad met een omvangrijk evenementenprogramma en veel horeca Horeca-activiteiten, terrassen en evenementen zoals festivals, straatfeesten, markten, kermissen en sportwedstrijden dragen bij aan de levendigheid van de stad en hebben een belangrijke economische en sociale functie. We vinden het belangrijk dat hier in Nijmegen ruimte voor is. Tegelijkertijd constateren we dat de druk op de openbare ruimte de laatste jaren sterk is toegenomen en nog steeds toeneemt. Met name het centrum wordt intensief gebruikt door bewoners, bezoekers, toeristen en ondernemers. Vaak verloopt dit goed en versterken functies elkaar onderling, maar we zien soms ook dat sprake is van overlast en (ervaren) onveiligheid en de leefbaarheid onder druk kan staan. Ondernemers, organisatoren en (veiligheids)partners staan vaak voor een complexe uitdaging. Zij moeten met verschillende belangen rekening houden en passende maatregelen treffen om overlast en onveiligheid te voorkomen en tegen te gaan. Daarbij worden ondernemers en evenementenorganisatoren geconfronteerd met nieuwe regelgeving, vaak op landelijk of provinciaal niveau ingegeven. Denk bijvoorbeeld aan stikstofregels, regels voor natuurbescherming en zero emissiezones.
Ten slotte zijn de verwachtingen die aan de overheid worden gesteld op het gebied van transparantie en dienstverlening toegenomen. Doel: We vergroten de veiligheid van horeca en evenementen risicogestuurd waarbij we ondernemers, organisatoren en inwoners stimuleren verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid. Met risicogestuurd werken bedoelen we dat de nadruk ligt op maatwerk op basis van daadwerkelijke of verwachte risico’s, in plaats van het toepassen van vaste, generieke regels op alle situaties. De kern hiervan is dat niet ieder evenement of project dezelfde risico’s met zich brengt en dat beleid en besluitvorming proportioneel worden afgewogen op de werkelijke omstandigheden. In samenhang aandacht vragen voor veilige horeca en evenementen Afgelopen jaren hebben we vanuit verschillende perspectieven ondernemers, organisatoren en inwoners gestimuleerd om verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid bij horeca-activiteiten en evenementen. Voor de gemeente is een belangrijke rol weggelegd om hen daarbij te ondersteunen en samenhang te creëren in de veelheid aan vragen en verwachtingen die wij en onze (veiligheids)partners van hen hebben. Bij (grootschalige) evenementen hebben we hierin belangrijke stappen gezet.
We hebben aandacht voor verschillende aspecten van veilige evenementen, zoals crowd management, waarmee we mobiliteits- en openbare orde vraagstukken integraal oppakken. Komende jaren gaan we hiermee verder. Ook in de horeca hebben we aandacht voor verschillende aspecten van veilig uitgaan. Het gaat hierbij onder andere om een veilige horeca inrichting, voorkomen van geweld in de horeca (al dan niet onder invloed van drank en andere middelen) en voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. De komende vier jaar gaan we dit steviger in samenhang neerzetten en verder uitbreiden. Dienstverlening en risicosturing bij het vergunningenproces Het vergroten van de veiligheid van horeca en evenementen doen we onder andere door middel van vergunningverlening. Daarmee stimuleren we ondernemers, organisatoren en
28
▪ ▪
inwoners verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid bij het uitgaan. Afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in de kwaliteit van vergunningverlening, waarbij we dienstverlenend te werk gaan. Dit betekent dat we transparant, helder en begrijpelijk communiceren en uitleggen waarom we bepaalde eisen stellen. Daarnaast ondersteunen we organisatoren en ondernemers in gesprek zoveel mogelijk om tot een passende en kwalitatieve vergunningsaanvraag te komen. Voor de komende vier jaar hebben we als doel deze kwaliteit te continueren en waar nodig te verbeteren en aan te passen aan veranderende eisen. Daarnaast blijven we integraal samenwerken met alle intern en extern betrokkenen. De eisen die we stellen aan organisatoren en ondernemers voor het bevorderen van de veiligheid zijn ingegeven door de kans dat een bepaald risico optreedt. We accepteren dat niet alle risico’s kunnen of moeten worden uitgesloten. Regels zijn hierbij niet altijd leidend en ook geen doel op zich, maar een middel om tot een goed plan te komen. We zetten in op integrale controles voor veilige horeca en evenementen De (integrale) controles zijn onder meer gericht op het veilig inrichten van een horecapand, terras of evenemententerrein en alle geldende regelgeving.