CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie Woonwagen Belangen Nijmegen - Rotterdamwet.pdf

Besluitronde (raadsvergadering) 20 oktober 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitbreiding woonwagenstandplaatsen (91/2021) (DEBATSTUK)24.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beste Gemeenteraad Weer zitten we hier, een paar jaar nadat is uitgesproken dat er hier in dit huis niet meer gediscrimineerd zou worden. Toch gebeurd dit weer! Waarom? Wij als groep woonwagenbewoners zijn niet de enige die dit vinden, maar ook enkele raadsleden, anti discriminatie bureau vizier oost, het Nederlands juridisch comité voor de mensen rechten en noem zo maar op. De evaluatie van de Rotterdam wet is een regelrechte aanfluiting, een discriminerend en stigmatiserend rapport dat vol staat met vooroordelen, aannames, leugens en tegenstrijdigheden. Zoals ook de eerdere aanvragen hier mee vol stonden. Het is ons dan ook een raadsel hoe die ooit door de gemeenteraad en de minister zijn goedgekeurd, dat zal deze keer niet gebeuren al moeten we naar de hoogste rechter. Genoeg is genoeg. Deze wet mag alleen worden toegepast wanneer er voor geweigerde woningzoekenden een passende woonruimte elders in de regio beschikbaar is. Dit is voor ons niet het geval, iedereen weet dat het schier onmogelijk is om in de regio of in de rest van Nederland een standplaats te bemachtigen en wanneer dit lukt is de wachttijd in de meeste gevallen wel 30 tot 40 jaar.

Waarom wordt hierover gelogen in de evaluatie? De schrijver hiervan en het college van BenW weten toch ook dat dit het geval is! Het nieuwe beleidskader is er natuurlijk niet voor niets gekomen na onderzoek van de Nationale Ombudsman. Ook worden er discriminerende opmerkingen gebruikt zoals '' nieuwe bewoners worden mogelijk beïnvloed door, en betrokken bij, criminele activiteiten. Het staat vol met vooroordelen zoals, dat woonwagencentra gesloten gemeenschappen zijn waar alles onderling wordt opgelost en waar geen meldingsbereidheid is. Het staat ook vol met aannames zoals de woorden, '' eventuele / het is dan ook de vraag / het vermoeden / vermoedelijk / mogelijk/ dit kan te maken hebben met'' en ga zo maar door. Ook staat het vol met tegenstrijdigheden, de ene keer wordt er geschreven dat de leefbaarheid goed is en de andere keer is deze weer niet goed. Cijfers worden misbruikt, bijvoorbeeld wanneer de cijfers omtrent leefbaarheid van een buurt goed zijn dan geven deze geen representatief beeld voor de woonwagen locatie omdat deze te klein is ten opzichte van de hele wijk. Maar wanneer de cijfers omtrent veiligheid in de buurt slecht zijn dan zijn deze ineens wel representatief voor de relatief kleine woonwagenlocatie. Zo wordt er nog veel meer gelogen en dit al 7 jaar lang.

Dit moet nu stoppen! Er zijn praktisch geen mutaties en de Rotterdam wet is ontworpen, om door middel van selectieve woning toewijzing de leefbaarheid te verbeteren, niet om zoals de gemeente het zo mooi noemt als voorwaarden om de beheersbaarheid te garanderen. Wij zijn geen vrijstaat , er wordt gewoon handhavend opgetreden op de locaties en er zijn geen problemen. Het college geeft aan dat het belang van de screening zwaarder weegt dan het mogelijke stigma op de locaties. Wanneer u dan niet eens nieuwe woonwagen locaties kan vinden, mede door deze stigma's en vooroordelen, dan vraag ik me oprecht af waar jullie mee bezig zijn!

  12 december 2017 X

 

4.3

Aanwijzingsbesluit Boa’s Bureau Toezicht en Handhaving Het College van Burgemeester en wethouders van de Gemeente Nijmegen Overwegende dat: De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebieden binnen de gemeente Nijmegen heeft aangewezen op grond van artikel 5, derde lid van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek( Wbmgp). Dat in verband met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de Wbmgp en de Huisvestingswet 2014 het noodzakelijk is op grond van artikel 33 van de Huisvestingswet ambtenaren aan te wijzen .Ambtenaren van het bureau Toezicht en Handhaving categoriaal aangewezen zijn als Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) en bevoegd zijn tot opsporing van strafbare feiten als genoemd in Domein I, openbare ruimte van Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar; ; De intentie is om de Boa’s categoriaal aan te wijzen als toezichthouder in de zin van artikel 33, eerste lid van de Huisvestingswet 2014;

Besluit

Alle Boa’s van Bureau Toezicht en Handhaving te belasten met toezicht op de naleving en opsporing van strafbare feiten als genoemd in artikel 33, eerste lid van de Huisvestingswet 2014.

Nijmegen 12 december 2017

De Burgemeester,

De Gemeentesecretaris,

drs. H.M.F. Bruls

mr. drs. A.H. van Hout

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Gemeenteraad Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Kenmerk 2017-0000440002

besluit Geachte gemeenteraad, In uw brief, door mij ontvangen op 13 juli 2017, hebt u verzocht om een aanwijzing voor de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg op grond van artikel 5, derde lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Bij brief d.d. 1 augustus 2017 heb ik u gevraagd om aanvullende informatie en daarmee de beslistermijn opgeschort. U hebt vervolgens deze aanvullende informatie op 29 september 2017 aangeleverd. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in uw huisvestingsverordening te bepalen dat een huisvestingsvergunning niet wordt verleend indien op basis van het instrument, bedoeld in artikel 5, derde lid onder b, blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in een woonruimte in dat complex, die straat of dat gebied willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in dat complex, die straat of dat gebied (artikel 10 Wbmgp). U behoort tot de gemeenten die in het verleden reeds een vorm van selectieve woningtoewijzing heeft toegepast door middel van politiescreening op basis van convenanten met politie en woningcorporaties. In het verleden hebt u gescreend in een aantal wijken en u wilt dit graag continueren in 3 gebieden: Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg.

U hebt aangegeven dat u met de betrokken woningcorporaties overleg heeft gepleegd en dat zij dit verzoek steunen. Afstemming met politie en Openbaar Ministerie heeft eveneens plaatsgevonden, ook zij steunen dit verzoek. Met de provincie en de regiogemeenten is overleg gevoerd en uit dat overleg zijn geen bezwaren gebleken. Ik kom na beoordeling van uw aanvraag tot het onderstaande besluit. Besluit Op grond van artikel 5, derde lid, van de Wbmgp besluit ik tot het aanwijzen van de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en de Ackerbroekweg als gebieden waarin aan personen die op het tijdstip van de aanvraag van een huisvestingsvergunning

Pagina 1 van 15

de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, op grond van artikel 10 van de Wbmgp geen huisvestingsvergunning voor in de huisvestingsverordening aangewezen categorieën wordt verleend, indien op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat hun huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in dat complex, die straat of dat gebied. De aanwijzing betreft die adressen die in de aanvraag zijn opgesomd. Beoordeling van de aanvraag U dient bij uw aanvraag, bedoeld in artikel 5, derde lid, naar het oordeel van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voldoende aannemelijk te maken dat de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde complexen, straten of gebieden: a. noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de gemeente, en b. voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Daarnaast dient u de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, derde lid, voldoende aannemelijk te maken dat woningzoekenden, aan wie als gevolg van die aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen complexen, straten of gebieden, voldoende mogelijkheden houden om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen passende huisvesting te vinden.

Bij de aanvraag bedoeld in artikel 5, derde lid, dient u tevens voldoende aannemelijk te maken waarom de verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a, of het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, het meest geschikte instrument is voor het bestrijden van overlast en criminaliteit. Aan te wijzen gebieden Zwanenveld De wijk Zwanenveld maakt deel uit van stadsdeel Dukenburg, en kent enkele rondlopende straten waaraan woningblokken zijn aangehaakt. De wijk is minder ruim opgezet dan elders in Dukenburg, 70% van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen. De mix etage laagbouw is 50-50. Gezien de vastgoedwaarde en economische positie van bewoners behoort de wijk tot het laagste stedelijke woningmarktsegment, zo geeft u aan. Een kwart van de huishoudens heeft een laag inkomen en ruim 10% heeft inkomensondersteuning (WWB). U beschouwt Zwanenveld als een aandachtsgebied. De leefbaarheids-problematiek concentreert zich rond de 40er straten (straten waarvan de straatnaam begint met nummer 40). Volgens wijkprofessionals zijn er in dit gebied vooral problemen achter de voordeur door een geringe zelfredzaamheid en een lage sociaaleconomische status. Er is verder sprake van verrommeling van de woonomgeving door afval en vernieling. Daarnaast komt drugshandel voor, hennepteelt, diefstal en woninginbraken plus

de daaraan gerelateerde criminaliteit als heling en witwassen, en jeugdcriminaliteit. U signaleert een cumulatie van problemen. Tolhuis/Teersdijk Tolhuis is eveneens een wijk in het stadsdeel Dukenburg. De boomvormige ruimtelijke structuur is kenmerkend voor deze wijk. Er is een grote verscheidenheid aan woningtypen. Gezien de vastgoedwaarde en economische positie van bewoners behoort Tolhuis eveneens tot het laagste woningmarktsegment in uw stad, zo geeft u aan. Teersdijk ligt pal naast de wijk Tolhuis in het stadsdeel Dukenburg, en is ruimtelijk-fysiek and.ers van karakter. Het gaat om een woonwagenlocatie die een aantal jaren geleden is gerenoveerd waarbij brandgevaarlijke situaties en milieuproblematiek zijn aangepakt. Daardoor zijn er een aantal standplaatsen verdwenen en ter compensatie zijn daarvoor 20 laagbouwwoningen gebouwd, direct naast de 62 standplaatsen. Een aantal voormalige bewoners van Teersdijk wonen ook in het naastgelegen Tolhuis. De sociaaleconomische positie is onder gemiddeld. De problemen concentreren zich op de woonwagenlocatie Teersdijk. Er is sprake van leefbaarheidsproblematiek die veelal te maken heeft met drugshandel, hennepteelt, intimidatie en gerelateerde criminaliteit als heling en witwassen. Dit brengt deviant woongedrag met zich mee met een negatieve uitstraling naar de rest van de wijk.

Ackerbroekweg De wijk 't Acker maakt deel uit van het stadsdeel Lindenholt. Deze wijk is gebouwd in de jaren '80, met veel groen en water aan de randen, 85% van de voorraad is laagbouw, het aandeel huurwoningen is 40%. Het woon- en leefklimaat is stabiel en geeft een gemiddeld beeld. Gezien de vastgoedwaarde en economische positie van bewoners hoort de wijk bij de middensegmenten van de Nijmeegse woningmarkt. Aan de rand van de wijk ligt de Ackerbroekweg, een straat met een woonwagenlocatie met 13 standplaatsen en 7 woningen. Daar concentreert zich problematiek die vergelijkbaar is met die op de Teersdijk zoals hiervoor beschreven. Noodzakelijkheid en geschiktheid De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid onder a, aan dat de gemeenteraad aannemelijk moet maken dat de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde gebieden noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de in de aanvraag genoemde gebieden. Noodzakelijkheid U hebt om de noodzakelijkheid aannemelijk te maken het volgende aangedragen. De Stads- en Wijkmonitor die tweejaarlijks verschijnt voegt gegevens samen tot een beeld en stand van zaken in een wijk. Via dit instrument kan, zo geeft u aan, vooruitgang, stabilisatie of achteruitgang worden geconstateerd.

Op wijkniveau beschikt u over cijfers uit de Stadspeiling en de Stadsgetallen die een goed beeld geven van de relatieve achterstandspositie en

leefbaarheidsproblematiek in de drie wijken waarin de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg zijn gelegen, zo geeft u aan. Er is sprake van een hoge werkloosheid, een lage bewonerswaardering van woon- en leefklimaat en een hoger percentage dat zich onveilig voelt in de buurt. In tabel 1 worden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg neergezet in relatie tot twee referentiewijken: Willemskwartier en Neerbosch Oost, en ten opzichte van het stedelijk gemiddelde in Nijmegen. De cijfers in de tabel laten voor de periode 2011-2015 voor Teersdijk een lichte verbetering zien op het% bewoners dat zich onveilig voelt en het % werkloosheid, maar de waardering van het woonen leefklimaat is na een opleving in 2013 onveranderd gebleven (6,4). De Ackerbroekweg is licht verbeterd op waardering woonklimaat en onveiligheidsgevoel en doet het ook iets beter qua werkloosheid. Zwanenveld valt na een opleving in 2013 weer terug op waardering woonklimaat (6,4) en ook de werkloosheid is gestegen. Dat is een belangrijke indicator volgens u en een reden voor stevig ingrijpen. De onveiligheidgevoelens nemen wel af, maar voor alle aan te wijzen gebieden geldt dat het % bewoners dat zich onveilig voelt ver onder het stedelijke gemiddelde scoort. Tabel 1. Indicatoren voor leefbaarheid indicator

1

1

1

2

2

2

3

3

3

2011

2013

2015

2011

2013

2015

2011

2013

2015

6,4

6,8

6,4

30°/o

240/o

250/o

13,6°/o

Ackerbroekweg 6,5

6,7

6,7

230/o.

240/o

220/o

Zwanenveld

6,4

6,8

6,4

300/o

24°/o

Willemskwartier

6,8

6,8

6,7

23%

26%

Neerbosch Oost

6,8

6,9

6,7

26%

25%

22%

7,6%

Nijmegen

7,5

7,6

7,5

19%

18%

17%

4,9%

Teersdijk

6,3°/o

-

4,9°/o

25°/o

8,6°/o

-

10,8°/o

21%

8,2%

-

10,4%

110/o

10,2% 6,1%

1 =waardering woon- en leefklimaat (schaal 1-10); bron: Stadspeiling 2 = % dat zich onveilig voelt; bron: Stadspeiling 3 = % WWB in beroepsbevolking; bron: Stadsgetallen (over 2013 zijn geen cijfers beschikbaar)

Tabel 2. Percentage huishoudens met een ondersteuningsregeling Leuvensbroek Stad dijk Zwanenveld (Teersdijk) (Ackerbroekweg) (Zwanenveld) Nijmegen aantal huishoudens

91

259

326

71025

% in inkomensregelingen

25%

26%

52%

18%

% in werkregelingen

3%

5%

10%

4%

% in jeugdregelingen

13%

12%

14%

7%

% in zorgleningen

8%

15%

28%

15%

% 5 of meer klantrelaties 5% Bron: Bureau O&S gemeente Nijmegen

5%

13%

4%

U geeft aan dat de zorg- en ondersteuningsbehoefte in de wijken Zwanenveld (Zwanenveld), Staddijk (Teersdijk) en Leuvensbroek (Ackerbroekweg) wat hoger dan gemiddeld is. In de laatste twee gebieden behoort 5% van de huishoudens tot de aandachtgroepen die gebruik maken van ondersteuning op een aantal terreinen: zorg, werk, inkomensondersteuning (bijstand) en jeugd. In Nijmegen als geheel kent 4% van de huishoudens minimaal 5 klantrelaties op het gebied van ondersteuningsregelingen. De wijk Zwanenveld scoort over de hele linie een stuk slechter. De stapeling van gebruik van regelingen in het relevante wijkdeel en wijk (waar deelgebieden Teersdijk, Ackerbroekweg en Zwanenveld in liggen) zit vooral in de jeugdregelingen en inkomensregelingen. Maar ook zorgregelingen en werkregelingen hebben betekenisvolle deelnamepercentages, waarbij Zwanenveld een uitschieter vormt. De drie gebieden waar de aanvraag betrekking op heeft, Zwanenveld, Ackerbroekweg en Teersdijk, zijn kleinere enclaves in de wijken, het gaat om een aantal standplaatsen voor woonwagens en een aantal complexen met woningen. Dit zijn locaties van beperkte omvang die de cijfers wel beïnvloeden maar zo klein zijn dat het totaalcijfer van de wijk niet direct een uitschieter op het terrein van leefbaarheid laat zien. De woonwagenlocaties Teersdijk en Ackerbroekweg tellen onvoldoende door in de cijfers op wijkniveau.

Ackerbroekweg vanwege een zeer kleine omvang: 13 standplaatsen en 7 woningen. De wijk 't Acker als geheel heeft 2.322 woningen. Het aan te wijzen gebied is dus 0,8 % van het totaal. Dat valt weg in de cijfers. Ook qua inwonertal: 't Acker heeft ca. 5.500 inwoners. Het gebied aan de Ackerbroekweg zit rond de 80 inwoners, dus ca.1,5% van het totaal. Voor het wat grotere Teersdijk geldt hetzelfde, zo geeft u aan. Op een aantal indicatoren is er op wijkniveau niet veel verschil met andere wijken (tabel 1), maar experts geven het volgende aan; experts van woningcorporaties, zorg- en welzijnswerk, wijkmanagement en politie wijzen de deelgebieden aan als kleine probleemcumulatiegebieden waarbij sprake is van leefbaarheidsproblematiek die in eenzelfde mate niet voorkomt in andere delen van de stad. Naast de informatie over de leefbaarheid uit uw eigen gegevens, leveren ook de registraties van de politie ondersteuning voor het beeld dat er in de drie gebieden sprake is van ernstige leefbaarheidsproblematiek, overlast en criminaliteit. Voor Zwanenveld hebt u een vergelijking gemaakt met referentiewijk Neerbosch Oost en met Nijmegen als geheel. Om dat op verantwoorde manier te doen is daarbij het aantal incidenten per 1.000 inwoners gehanteerd. Voor de kleinere gebieden Teersdijk en de Ackerbroekweg was dit niet mogelijk,

omdat ze te klein zijn. Daarom heeft u aangaande die woonwagenlocaties extra aandacht besteed aan de mate waarin huidige bewoners als verdachte staan geregistreerd in het politieregistratiesysteem (BVH). Een reden daarvoor is ook de gesloten cultuur en lage meldingsbereidheid in deze gebieden, die maakt dat het incidentenpatroon geen volledig beeld geeft van de problematiek. Ondanks dat de vergelijkbaarheid met andere gebieden niet goed mogelijk is, delen politie, corporatie en gemeente het beeld dat hier sprake is van grote leefbaarheidsproblematiek met expliciete veiligheidsaspecten. Zwanen veld Uit informatie van de politie blijkt dat het aantal incidenten in Zwanenveld de afgelopen jaren is gestegen. Het aantal incidenten per 1.000 inwoners ligt significant hoger dan het stedelijk gemiddelde.

Aan te wijzen gebied totaal aantal incidenten

2013

2014

2015

2016

158

158

240

256

incidenten per 1.000 inwoners Zwanenveld Neerbosch Oost Nijmegen totaal

324 198 246

In de 40er straten in Zwanenveld gaat het om inbraken, drugshandel, heling en witwassen, jeugdcriminaliteit en afval op straat (met als gevolg een rattenplaag afgelopen zomer). Uit de politiegegevens blijkt dat heel Zwanenveld 324 incidenten per 1.000 inwoners kent, dit is veel hoger dan in een vergelijkbare wijk als Neerbosch Oost (198 per 1.000), en ook hoger dan het stedelijk cijfer van 246 incidenten per 1.000 inwoners. Er is vooral een oververtegenwoordiging in de categorieën fietsendiefstal, winkeldiefstal, mishandeling en overlast. En volgens de politie neemt in de aan te wijzen straten het incidentenpatroon toe. Veel incidenten zitten in de sfeer van overlast en verstoringen van de openbare orde. Deze gegevens illustreren en ondersteunen de kwalitatieve informatie van de wijkprofessionals. De afgelopen jaren heeft er ook een aantal heftige incidenten plaatsgevonden. Dit heeft veel impact op de wijk gehad. Het ging om het beschieten van een woning, bedreiging met een vuurwapen en een schietincident bij aanhouding. Dat is de reden waarom u het noodzakelijk vindt om hier de instroom te reguleren met politiescreening voor nieuwe bewoners: het gaat beduidend slechter dan gemiddeld en het gaat nog steeds de verkeerde kant op.

Teersdijk De informatie van de politie over het gebied Teersdijk laat een patroon zien van 47 strafbare feiten en 15 tot 20 incidenten per jaar bij 89 huishoudens. Het soort incidenten is divers. Ruzie/twist, eenvoudige mishandeling, autoinbraak en vervaardigen softdrugs komen meer dan één keer voor. 16% van de personen boven 16 jaar komt de afgelopen 4 jaar één of meerdere keren voor als verdachte van een strafbaar feit. Voor totaal Nijmegen is dat cijfer 5%. Dat is dus drie keer zo hoog als gemiddeld. Bewoners komen het meest voor als verdachte van het vervaardigen van softdrugs. In de registraties van de politie is het aantal verdachten van strafbare feiten veel hoger dan het aantal meldingen. Ook hier duikt een aantal families op in meerdere opsporingsonderzoeken. De politie const?iteert dat een aantal bewoners dure auto's en luxe caravans bezitten die niet meteen te verklaren zijn met reguliere inkomsten. Ackerbroekweg Het incidentenpatroon uit de informatie van de politie voor dit kleine gebied laat het volgende zien: per jaar gaat het om 10 strafbare feiten en 3 tot 4 incidenten, met 2015 als uitschieter met 21 incidenten. In de eerste 5 maanden van 2017 vonden er 8 incidenten plaats. Het soort incidenten heeft hetzelfde profiel als op de Teersdijk. Het is een besloten gebied. Bewoners nemen het voor elkaar op.

Het is daarmee niet duidelijk in hoeverre het incidentenpatroon een reëel beeld geeft. Van de personen boven 16 jaar komt 25% de afgelopen 4 jaar voor als verdachte van een strafbaar feit. Dat is 5 keer zo hoog als voor Nijmegen gemiddeld. Wijkagenten geven aan dat er veel samenhang is tussen de bewoners, zowel in de familiaire- relationele sfeer als bedrijfsmatige en criminele sfeer. Een aantal bewoners is samen voorgekomen in meerdere opsporingsonderzoeken. Een bezoek van raadsleden aan het gebied in verband met een bestemmingsplan-wijziging liep uit op intimidatie en bedreiging van de raadsleden. Continuering van een aanpak met politiescreening blijft hier hard nodig om grip op de instroom te houden. Deze twee woonwagenlocaties hebben een afwijkend profiel ten opzichte van andere wijken in de stad. Het zijn tamelijk gesloten buurten, een beetje achteraf, waar men het liefst z'n eigen boontjes dopt. Instanties worden terughoudend en soms ronduit vijandig bejegend. In deze gebieden hanteert u al enige jaren een gerichte aanpak om leefbaarheids- en veiligheidsproblemen aan te pakken (zoals ik beoordeeld heb onder het kopje subsidiariteit). U boekt daarbij vooruitgang, waarbij u aangeeft dat grip op de instroom met politiescreening daarin cruciaal is. Teersdijk en de Ackerbroekweg zijn woonwagenlocaties met een eigen leefstijl.

De politie kenschetst het als een gesloten cultuur: er wordt niet over elkaar gepraat met de politie en de meldingsbereidheid is daardoor ook laag. Dat is een al jaren bekend feit, overigens niet alleen in Nijmegen. Als gevolg hiervan geeft het incidentenpatroon in deze gebieden geen volledig beeld. Om de problematiek, met name op het terrein van de veiligheid, beter te

onderbouwen en te duiden heeft de politie daarom extra informatie geleverd over de mate waarin bewoners van deze gebieden als verdachte staan geregistreerd in het politieregistratiesysteem (BVH). De bewoners in de gebieden Teersdijk en Ackerbroekweg staan ruim boven het gemiddelde geregistreerd bij de politie. Er is in beide gebieden een hoge concentratie verdachten in een relatief klein woongebied. Zoals hierboven opgemerkt zijn de indicatoren voor de leefbaarheid gemeten op wijkniveau. De selectieve woningtoewijzing is echter gericht op een aantal straten en complexen, waardoor het kwantitatieve beeld minder scherp naar voren komt. U baseert uw informatie over de leefbaarheidssituatie in de buurten mede op kwalitatieve informatie (expert opinions) van woonconsulenten en buurtbeheerders van woningcorporaties, wijkagenten, welzijnswerkers en uw eigen afdelingen Wijkmanagement en Veiligheid. U geeft aan dat daaruit een eensluidend beeld oprijst van buurten met leefbaarheidsproblemen die om een gerichte aanpak vragen. Zowel om problemen op te lossen als wel om reeds bereikte resultaten te borgen. De professionals wijzen in het gebied rond de 40er straten in Zwanenveld op de volgende incidenten: burenruzies, geluidsoverlast, woonfraude (met name gemeld door de corporatie en politie).

Wijkbeheer wordt geconfronteerd met overlast door illegale lozingen, storten van afval, parkeeroverlast, zwerfvuil, vernielingen in de openbare ruimte, en te lang gestalde aanhangwagens. De politie wijst op woninginbraken en criminaliteit rond drugshandel, heling, overvallen en straatroof. Verder is er sprake van overlast door jongeren. Het Regieteam richt zich op de aanpak van een aantal multiprobleemhuishoudens. Het betreft een opeenstapeling van problemen die de leefbaarheid ernstig aantasten. In Teersdijk en de Ackerbroekweg worden professionals meer geconfronteerd met overlast, intimidatie, heling, witwassen, (drugs)criminaliteit en "vrijstaatgedrag". Volgens u een risicovolle mix die het beleid om de gebieden te normaliseren en de negatieve uitstraling naar de rest van de wijk tegen te gaan, dreigt te frustreren. Gelet op bovenstaande beschrijving kan uws inziens worden geconcludeerd dat de leefbaarheidssituatie in de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg onder de maat en dermate kwetsbaar is dat u de inzet van selectieve woningtoewijzing op basis van het instrument politiescreening in die gebieden noodzakelijk vindt.

Geschiktheid De veiligheidsproblemen die zich in Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg voordoen hebben veelal te maken met drugshandel, hennepteelt, diefstal, woninginbraken en daaraan gerelateerde criminaliteit als heling en witwassen, en jeugdcriminaliteit. Dit brengt volgens u deviant woongedrag met zich mee waarin verstoring van de openbare orde, intimidatie, vernielingen, geweldpleging en ernstige overlast de leefbaarheid nadelig beïnvloeden.

Daarnaast zijn er ook veel overtredingen binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals illegale aanbouwen en schuurtjes. Goedwillende bewoners vertrekken en de negatieve spiraal is daarmee (opnieuw) ingezet. Er is een klimaat ontstaan waarin normoverschrijdend gedrag overheerst en dat moet uws inziens doorbroken worden. Genoemde activiteiten sluiten naadloos aan bij de in artikel lüa van de Wbmgp vermelde gedragingen. Ze hebben een sterke negatieve uitstraling naar de wijk en vormen een belangrijke bron van onveiligheidsgevoelens. Zoals hierboven al is aangegeven, geldt dat voor alle aan te wijzen gebieden het percentage bewoners dat zich onveilig voelt ver onder het stedelijke · gemiddelde scoort (zie tabel 1, indicator 2). In alle drie gebieden ligt de veiligheid nog niet op een aanvaardbaar niveau en vraagt om blijvende aandacht. De professionals wijzen op overlast en illegale praktijken die in die ernstige mate niet voorkomen in vergelijkingswijken als het Willemskwartier en Neerbosch Oost. Uw stelling dat de maatregelen geschikt zijn, baseert u op uw ervaringen in andere delen van de stad waar dezelfde aanpak is gehanteerd. Dat is deels gebeurd in de periode voor het in werking treden van de Wbmgp.

Sturen op instroom met politiescreening heeft positieve resultaten opgeleverd in de wijken Aldenhof, Meijhorst, Kop Tolhuis en de Kolpingbuurt, waar sprake was van vergelijkbare problematiek. De politiescreening is daar om die reden ook beëindigd. Het beëindigen van deze maatregel in deze wijken is gebaseerd op het oordeel van wijkprofessionals, die duidelijk verbetering zien. Zo constateren zij in die gebieden minder drugsgerelateerde problematiek, minder geluidsoverlast, vervuiling en vernieling. Het feit dat deze gebieden nu niet in de aanvraag zijn meegenomen geeft uws inziens aan dat de situatie is verbeterd. U vindt het evident dat politiescreening werkt. Immers door het stoppen van de instroom van personen en huishoudens met manifest of potentieel overlast gevend gedrag verbetert de leefbaarheid langzaam maar zeker, ook omdat er daarnaast een integrale aanpak gehanteerd wordt, waarbij sociale en fysieke maatregelen gecombineerd worden. Op basis van bovenstaande onderbouwing blijkt dat er een ernstige mate van overlastgevend en crimineel gedrag aanwezig is in de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg. Daarom vindt u dat de inzet van selectieve woningtoewijzing op basis van het instrument politiescreening in die gebieden een geschikt instrument is om de overlast en criminaliteit meer effectief aan te pakken.

Zonder continuering van de politiescreening dreigt een scherpe terugval. Politiescreening werkt goed om de ongewenste overlastgevende en criminele instroom tegen te houden. In 2016 zijn in 13 gevallen woningzoekenden geweigerd op grond van de convenanten omdat ze niet door de screening kwamen. Daarnaast geeft u aan dat er van de mogelijkheid tot selectieve woningtoewijzing een

preventieve werking uitgaat. Daarmee is uws inziens aangetoond dat dit instrument werkt. Zonder deze maatregel is volgens u scherpe terugval reëel. Gezien het door u aangebrachte hebt u voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van grootstedelijke problematiek die het noodzakelijk maakt om in te grijpen. U heeft tevens voldoende aannemelijk gemaakt dat de door u geschetste problematiek die speelt op het gebied van criminaliteit en overlast geschikt is om aan te pakken met inzet van het instrument van selectieve woningtoewijzing op grond van artikel 5, derde lid, juncto artikel 10 van de wet. Subsidiariteit en proportionaliteit Subsidiariteit Voordat een aanwijzing op grond van artikel 5 van de Wbmgp kan worden gegeven dient de gemeenteraad op grond van artikel 6, eerste lid, onder b, van de Wbmgp voldoende aannemelijk te maken dat er minder ingrijpende instrumenten zijn ingezet en dat het inzetten van dat instrumentarium alleen, geen afdoende oplossing biedt voor de geconstateerde grootstedelijke problematiek. In de gebieden Zwanenveld, de Teersdijk en de Ackerbroekweg worden tal van andere maatregelen ingezet. U geeft aan dat er minder ingrijpende instrumenten worden ingezet om de leefbaarheids- en veiligheidsproblemen in samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties, politie en welzijnsinstanties aan te pakken.

U constateert dat de instrumenten echter geen afdoende oplossing bieden voor de geconstateerde problematiek. Voor de aanpak van onveiligheid en van overlastgevend en crimineel gedrag worden de volgende maatregelen ingezet in de wijken waar deze drie gebieden deel van uitmaken: • Inzet van huismeesters voor beter contact met bewoners en meer toezicht op woning en woonomgeving. • Corporaties werken preventiever door eerder overleg met instanties over problematiek achter de voordeur en een gerichte aandacht voor huurachterstand en woonfraude. • Corporaties pakken samen met het regieteam overlast van multiprobleemhuishoudens aan (regieteams zijn stadsbreed speciaal voor dit doel ingesteld). Inzet van intensiever buurtbeheer met extra aandacht voor onderhoud • tuinen en vervuiling rondom complexen. Meer handhaving en repressief optreden van de politie. • De politie pleegt extra inzet in deze gebieden. Doel is om verloedering tegen te gaan door repressief op te treden bij foutgeparkeerde aanhangwagens, vuil op straat etc. Daarnaast is er speciale aandacht voor heling van auto's, hennepteelt en dealactiviteiten. De wijkagent heeft ruimte voor eigen initiatieven en acties t.b.v. zijn wijk en kan daardoor ook beter aansluiten bij wensen en behoeftes van bewoners. Dit

•

kan op allerlei terreinen, maar overlast door jongeren, (buren)ruzies, diefstallen en drugsoverlast scoren hoog. Extra investeringen in jongerenwerk. Het jongerenwerk investeert in de schakelleeftijd (groep 7 en 8 van de basisschool en het le en 2e voortgezet onderwijs) om contact te leggen en te onderhouden met jongeren en hun ouders/verzorgers. Eventuele signalen van de jongeren kunnen voor ouders/verzorgers van belang zijn om te weten. Ook wordt er contact gelegd met jongeren van 16+ (incl. het systeem dat bij deze jongeren hoort) die veelal rondhangen in de wijk. Verder worden jongeren ondersteund en geleid naar scholing, stage, werk, huisvesting etc. Onder andere via het jongerenloket. Het organiseren van activiteiten door en voor jongeren in de wijk wordt aangemoedigd en ondersteund. Er wordt verbinding gemaakt tussen de verschillende hulpinstanties in de wijk. Het sociaal wijkteam vervul een cruciale rol evenals het regieteam dat de aanpak van multiprobleemhuishoudens coördineert. Jongeren worden op deze manier geholpen wanneer ze vastlopen.

U geeft aan dat u bezig bent om op twee plaatsen in de stad een kleinschalig complex Skaeve Huse te realiseren. De Skaeve Huse zijn in beginsel niet bedoeld als alternatieve woonruimte voor notoire overlastgevers, maar zijn in uw gemeente bedoeld voor dak- en thuislozen. U bent van mening dat de toepassing van selectieve woningtoewijzing op basis van politiescreening in de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg voldoet aan de eisen van subsidiariteit, gelet op de beschrijving van de integrale aanpak, en de inzet van minder ingrijpende maatregelen die onvoldoende resultaat opgeleverd hebben. U hebt aangegeven dat u in het verleden in op basis van convenanten een vorm van selectieve woningtoewijzing heeft toegepast, waarbij gebruik werd gemaakt van politiescreening. In de drie gebieden is de leefbaarheidssituatie in de afgelopen jaren gestabiliseerd en op punten licht verbeterd. Dat was niet gelukt zonder selectieve woningtoewijzing. De scores blijven evenwel nog flink onder het stedelijk gemiddelde. Zonder continuering van de politiescreening dreigt een scherpe terugval, zo geeft u aan.

Gezien de door u geschetste blijvende problematiek en de onderbouwing met cijfermateriaal en ervaringen uit het verleden inzake de toepassing van een integrale aanpak, acht ik het voldoende aannemelijk gemaakt dat de inzet van het instrumentarium op grond van artikel 5, derde lid, juncto artikel 10 van de wet, voor de aangewezen gebieden voldoet aan de eisen van subsidiariteit. Proportionaliteit en voldoende mogelijkheden voor passende huisvesting binnen de regio De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid, onder b, aan dat de gemeenteraad voldoende aannemelijk moet maken dat de inzet van de maatregelen voor

selectieve woningtoewijzing proportioneel is. De gemeenteraad dient op basis van artikel 6, tweede lid, van de Wbmgp voor de toepassing van artikel 5, eerste en derde lid, tevens voldoende aannemelijk te maken dat woningzoekenden aan wie als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden houden om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen, passende huisvesting te vinden. U geeft ter onderbouwing het volgende aan. De selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag wordt precies daar toegepast waar de problemen en risico's het grootst zijn en effectief met deze maatregelen kunnen worden aangepakt. In totaal gaat het om 385 woningen en 75 standplaatsen op een totaal van 30.000 sociale huurwoningen in de gemeente Nijmegen, dat is nog geen 2%. Dit percentage wordt de komende jaren nog wat lager omdat de sociale voorraad in Nijmegen volgens de Woonvisie nog zal groeien. In de hele woningmarktregio Arnhem Nijmegen zijn ca. 107.000 sociale huurwoningen waarvan het vrijkomende aanbod (ca. 7 .000 woningen per jaar) via hetzelfde kanaal wordt aangeboden. De 385 woningen en 75 standplaatsen zijn op het niveau van de woningmarktregio minder dan een 0,5 %.

Zwanen veld In de wijk Zwanenveld gaat het om een aantal complexen woningen van woningcorporatie Portaal. In totaal gaat het om 358 woningen. Teersdijk De Teersdijk betreft een woonwagencentrum met een combinatie van 62 standplaatsen met woonwagens en 20 zogenaamde woonwagenwoningen. Ackerbroekweg Ackerbroekweg is ook een woonwagencentrum, alleen veel kleiner dan de Teersdijk, met 13 standplaatsen en 7 huurwoningen. De gemiddelde mutatie in deze complexen ligt rond de 8%. Dat betekent dat jaarlijks bij ca. 40 woningen de aanvullende eis wordt gesteld. Dat zijn zeer beperkte aantallen in een klein gebied. Woningzoekenden die worden afgewezen omdat ze niet door de screening komen worden, zo geeft u aan, op geen enkele wijze belemmerd in het vinden van een woning in een ander deel van de stad of regio. Gezien de beperkte schaal waarop de aanvullende eisen worden gesteld, zijn hun kansen op een andere woning nagenoeg gelijk aan die van andere woningzoekenden. In twee van drie deelgebieden gaat het om woonwagenstand plaatsen. Wat de standsplaatsen voor woonwagens betreft zijn er in Nijmegen buiten de aan te wijzen gebieden nog 6 standplaatsen. In de rest van de

woningmarktregio zijn dat er 336. Er is geen enkele andere gemeente in de regio die ook een beroep doet op selectieve woningtoewijzing via de Wbmgp. Uit bovenstaande beschrijving blijkt dat de selectieve woningtoewijzing op basis van politiescreening op een zeer beperkte schaal wordt toegepast. Het beïnvloedt de kansen op passende huisvesting van men.sen die worden afgewezen niet wezenlijk. Daarom acht u de inzet van de maatregel proportioneel. Overigens heeft u aangegeven ten aanzien van woonwagenlocaties zeker geen uitsterfbeleid te voeren. Wel wilt u sturen op leefbaarheid en veiligheid zodat iedereen in de stad goed kan wonen en leven en wil het instrument dus inzetten als ultimum remedium. Advies Gedeputeerde Staten Op grond van artikel 6, vierde lid, heb ik advies gevraagd aan Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland, aangaande de vraag of er voldoende mogelijkheden overblijven om passende huisvesting in de regio te vinden voor woningzoekenden aan wie als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend. De GS adviseren in te stemmen met de aanvraag en over te gaan tot het aanwijzen van genoemde straten in de gebieden Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg. De GS geven aan dat er voldoende huisvestingsmogelijkheden zijn voor woningzoekenden aan wie op grond van een negatief screeningsresultaat een huisvestingsvergunning wordt geweigerd.

Dit geldt binnen de sociale huurwoningmarkt in de stad Nijmegen en de regio Arnhem-Nijmegen. Elders in het regionale woningaanbod gelden geen beperkingen op grond van de Wbmgp. Ten aanzien van de woonwagenstandplaatsen geven GS aan dat uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen blijkt dat in Nijmegen 84 woonwagenstandplaatsen zijn gelegen en 27 woningen op woonwagenlocaties. Daarnaast zijn er nog circa 300 woonwagenstandplaatsen en een beperkt (onbekend) aantal woningen op woonwagenlocaties die in aanmerking komen als alternatief in de regio Arnhem- Nijmegen. Tevens maken GS een aantal opmerkingen over het gedeelde belang van een goede leefbaarheid in kwetsbare wijken, het in overeenstemming brengen van de huidige praktijk met de wet, het belang van i:nonitoring en de waardering voor het gebruik van het instrumentarium als ultimum remedium en dat gemeente Nijmegen voorheen heeft laten zien de maatregel niet langer dan strikt noodzakelijk in te zetten. Ik merk op dat voor wat betreft de woonwagenstandplaatsen, uitgaande van de cijfers van gemeente Nijmegen, geldt dat in Nijmegen 93% van de standplaatsen is aangewezen, en 18% van de standplaatsen in de totale regio. Ik wil u vragen om in het kader van een eventuele verlengingsaanvraag voldoende aandacht te besteden aan de woonwagenstandplaatsen.

Op basis van bovenstaande gegevens en het advies van GS ben ik van oordeel dat u voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aanwijzing

voldoet aan de eisen van proportionaliteit en dat voor woningzoekenden voldoende mogelijkheden overblijven om passende huisvesting te vinden binnen de regio waarin de gemeente Nijmegen is gelegen. Onderzoek op basis van politiegegevens De gemeenteraad dient op grond van artikel 6, derde lid, van de Wbmgp voldoende aannemelijk maken waarom de Verklaring omtrent het gedrag (VOG) of het onderzoek op basis van politiegegevens het meest geschikte instrument is voor het bestrijden van overlast en criminaliteit. U heeft naar voren gebracht dat u reeds gebruik maakte van een vorm van selectieve woningtoewijzing door middel van politiescreening en dat dat goed werkt om controle te houden op de instroom in de gebieden. U geeft aan dat de VOG alleen informatie over veroordelingen bevat, dat screening op basis van politiegegevens een grotere reikwijdte heeft en informatie geeft over gedrag en daarmee veel beter geschikt is. Een belangrijk punt dat u aangeeft is dat woonoverlast heel vaak niet tot veroordelingen leidt en daarmee in een VOG niet zichtbaar is. In de drie gebieden is de leefbaarheidssituatie in de afgelopen jaren gestabiliseerd en hier en daar licht verbeterd, hoewel nog flink onder het stedelijk gemiddelde. Dat was niet gelukt zonder selectieve woningtoewijzing.

Op basis van het door u naar voren gebrachte acht ik het voldoende aannemelijk gemaakt dat het onderzoek op basis van politiegegevens in dit geval het meest geschikte instrument is om overlast en criminaliteit aan te pakken. Monitoring en evaluatie U verwacht dat door de inzet van het instrumentarium de leefbaarheid op termijn in deze gebieden langzaam zal verbeteren. Dit wilt u meten door de scores op de leefbaarheidsindicatoren (uit tabel 1 en 2) te blijven vergelijken met de als kritische waarde .het stedelijk gemiddelde. Ook zult u blijven vergelijken met de twee referentiewijken die niet kampen met de mate van overlast en criminaliteit die de aangewezen gebieden kenmerkt. Deze cijfers geven een beeld op wijkniveau. U verwacht dat Zwanenveld wel door zal werken in de wijkcijfers, maar van de twee andere gebieden Teersdijk en Ackerbroekweg verwacht u dat niet. Voor een goede vergelijking zult u dus naast de informatie van de politie en de leefbaarheidsindicatoren, ook gebruik maken van informatie en de mening en nadere duiding van experts uit de wijk, zoals politie (meldfngen en verdachtenregistratie), woningcorporaties en werkers in de wijk. Kritische waarden zijn daarbij de scores op de indicatoren die in vergelijkbare wijken worden gehaald.

Maar bovenal zal er sprake moeten zijn van een substantiële daling van overlast en crimineel gedrag, blijkend uit informatie van de politie, woningcorporaties en werkers in de wijk. De monitorinformatie wordt iedere 2 jaar ververst, in de oneven jaren, met rapportage in de eerste helft van het jaar. Kwalitatieve informatie uit expert opinions is minder tijdsafhankelijk.

U maakt afspraken met de corporaties over het bijhouden van het aantal geweigerde woningzoekenden als gevolg van deze maatregel. In het woonruimteverdelingssysteem is te herleiden waar, en na hoeveel tijd, deze mensen alternatieve woonruimte hebben gevonden. Intrekken aanwijzing Ten overvloede maak ik u erop attent dat de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, derde lid, ingetrokken wordt op basis van artikel 7 van de Wbmgp indien mij is gebleken dat: a) niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 6, eerste lid, of b) de woningzoekenden, aan wie als gevolg van de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, derde lid, geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen complexen, straten of gebieden, onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen voor hen passende huisvesting te vinden, of c) de gemeenteraad een verzoek indient tot intrekking van de aanwijzing. Kennisgeving Volledigheidshalve maak ik u erop attent dat ik de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de provincie Noord-Brabant zal informeren . over de hierboven genoemde beslissingen.

De ministe van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

/

{

Il ngrJ Belanghebb nd;i/kunnen binnen zes ken na bekendmaking van dit besluit daartegen p P'brief bezwaar maken bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 20011, 2500 EA Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Sommige wooncomplexen, straten of gebieden in gemeenten kampen met een opeenstapeling van problemen die de leefbaarheid flink aantasten. Soms zijn deze problemen zo groot, dat de grens is bereikt. Bestaande instrumenten hebben dan onvoldoende effect. Er zijn ingrijpender maatregelen nodig.

Ondanks de inspanningen van de gemeente, corporaties, instellingen, actieve bewoners en ondernemers, blijft duurzame verbetering van de leefbaarheid soms uit in bepaalde buurten of wijken. In die situatie kan het nodig zijn om zo’n kwetsbaar gebied even op adem te laten komen. Dat is mogelijk door toepassing van een ingrijpende maatregel, namelijk selectieve woningtoewijzing op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). In dat verband biedt hoofdstuk 3 van de Wbmgp gemeenten de mogelijkheid om in aangewezen wooncomplexen, straten of gebieden: – de instroom van huurders met een zwakke sociaal-economische positie te beperken, – aan doelgroepen voorrang te verlenen bij de woningtoewijzing op basis van bepaalde sociaal-economische kenmerken, –d  e instroom van woningzoekenden met overlastgevend of crimineel gedrag tegen te gaan. De gemeente en andere partijen kunnen de zittende bewoners door de selectieve woningtoewijzing meer perspectief bieden. Bijvoorbeeld door de inzet van maatschappelijke ondersteuning, zorg- en hulpverlening en het begeleiden naar werk of andere vormen van participatie. Toepassing van de Wbmgp draagt bij aan een evenwichtiger bevolkingssamenstelling en aan het beperken van de overlastproblematiek en criminaliteit in de buurt of wijk.

Tegelijkertijd is het van belang om de leefbaarheid in de woonomgeving te blijven aanpakken met de bestaande, minder ingrijpende instrumenten in het kader van een integrale (gebieds)aanpak. In principe kan elke gemeente selectieve woningtoewijzing toepassen op grond van de Wbmgp. Dit is mogelijk als er sprake is van een opeenstapeling van leefbaarheidsproblemen in bepaalde wooncomplexen, straten of gebieden en de bestaande maatregelen onvoldoende effect sorteren. Het inzetten van de Wbmgp is dan ook een ultimum remedium.

Gebiedskenmerken voor toepassing van de Wbmgp In de gebieden die in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van de Wbmgp is er vaak sprake van selectieve migratie en een eenzijdige bevolkingssamenstelling. Huishoudens uit de middenen hogere inkomensgroepen trekken weg. Nieuwkomers en achterblijvers in het gebied behoren doorgaans tot de lagere inkomensgroepen en opleidingsniveaus. Zij zijn meer dan gemiddeld werkloos en (langdurig) aangewezen op een uitkering. Het gevolg hiervan is een relatief hoog aantal uitkeringsgerechtigden en bewoners in een zwakke sociaal-economische positie, veelal geconcentreerd in gebieden waar de leefbaarheid al erg onder druk staat. Deze bewoners doen een groot beroep op opvang, zorg, ondersteuning en sociale voorzieningen. Vaak is er in deze wijken ook sprake van verslavings-

problematiek, bovenmatig veel (woon)overlast en criminaliteit. Wat betreft de schaalgrootte van het gebied kan het voor de toepassing van de Wbmgp gaan om een of meer wooncomplexen, straten, buurten of om (delen van) wijken.

Mogelijkheden voor selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek biedt voor de hierboven omschreven gebieden een drietal mogelijkheden voor selectieve woningtoewijzing:

1. Op basis van de aard van het inkomen Op grond van artikel 8 van de Wbmgp kan de gemeente van potentiële huurders eisen dat zij inkomen uit arbeid of bedrijf hebben of bepaalde uitkeringen ontvangen, zoals pensioen of aanspraak hebben op studiefinanciering, om zich in bepaalde complexen, straten of gebieden te mogen vestigen. Deze complexen, straten of gebieden worden aangewezen door de Minister voor Wonen en Rijksdienst. De gemeenteraad kan daarvoor een verzoek indienen. Na goedkeuring van de gebiedsaanvraag wordt de toepassing van de maatregel door de gemeente vastgelegd in de huisvestings­ verordening. Op grond hiervan wordt al dan niet een huisvestingsvergunning verleend. De eis omtrent de aard van het inkomen kan alleen gesteld worden aan woningzoekenden die korter dan 6 jaar in de regio woonachtig zijn. De Wbmgp is de enige juridische grondslag op basis waarvan deze eis gesteld mag worden. De Huisvestingswet 2014 biedt in dit verband geen maatregelen waarmee gestuurd kan worden op leefbaarheid.

2. Voorrang op basis van sociaal-economische kenmerken Een andere manier om de selectieve migratie te doorbreken is om bepaalde doelgroepen juist aan te trekken. Artikel 9 van de Wbmgp biedt de mogelijkheid om potentiële huurders met bepaalde sociaaleconomische kenmerken met voorrang te huisvesten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kenmerken zoals de samenstelling van het huishouden, de leeftijd en het opleidingsniveau van de woning­ zoekende. Ook hier geldt dat - na goedkeuring van de gemeentelijke aanvraag door de Minister voor Wonen en Rijksdienst - de toepassing van de maatregel door de gemeente wordt vastgelegd in de huis­ vestingsverordening. Voorrang verlenen aan woningzoekenden op basis van sociaal-economische kenmerken is alleen mogelijk op basis van de Wbmgp. Dit kan niet op grond van de Huisvestingswet 2014.

3. Op basis van overlastgevend en crimineel gedrag Soms kan het huisvesten van de woningzoekende leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in een aangewezen complex,

straat of gebied. Dan biedt artikel 10 van de Wbmgp de mogelijkheid om aan die potentiële huurders een huisvestingsvergunning te weigeren. De Minister voor Wonen en Rijksdienst kan op verzoek van de gemeenteraad een of meer complexen, straten of gebieden aanwijzen waar deze maatregel kan worden toegepast. In de aanvraag en het besluit tot aanwijzing wordt opgenomen met welk instrument wordt beoordeeld of een huisvestingsvergunning kan worden verleend, namelijk op grond van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of door middel van een onderzoek op basis van politiegegevens. Dit wordt vastgelegd in de huisvestingsverordening van de gemeente. In deze huisvestingsverordening geeft de gemeenteraad ook aan naar welke gedragingen in geval van een onderzoek

Toepassing van selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp Voor de toepassing van zowel artikel 8, 9 als 10 geldt dat de gemeente­raad de aanvraag voor een gebiedsaanwijzing voorlegt aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst. De minister toetst vervolgens of de gemeenteraad voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de maatregel voor het aangevraagde gebied noodzakelijk en geschikt is. Ook wordt gekeken of de toepassing van de maatregel voldoet aan de eisen van subsidiariteit (er zijn geen minder ingrijpende maatregelen meer mogelijk) en proportionaliteit (toepassing van de Wbmpg moet in verhouding staan tot de problematiek). Verder wordt bekeken of de gemeenteraad in de aanvraag voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat woningzoekenden die op basis van artikel 8 of 10 zijn geweigerd in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden houden om elders in de regio passende huisvesting te vinden. Het is van belang om ter voorbereiding van de aanvraag voor een gebiedsaanwijzing in een vroegtijdig stadium (informeel) contact op te nemen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (directie Democratie en Burgerschap). Er is een hand­ reiking beschikbaar voor het opstellen van de aanvraag. Ook kan een gesprek voor een advies ’op maat’ nuttig zijn bij de voorbereiding.

Voor toepassing van de artikelen 8, 9 en/of 10 is altijd een gemeentelijke huisvestingsverordening nodig. Op grond hiervan wordt al dan niet een huisvestingsvergunning verleend aan de woningszoekende. De gemeente kan de bevoegdheid om te besluiten op de aanvraag van een huisvestingsvergunning mandateren aan de woningcorporatie(s). Een complex, straat of gebied kan voor een periode van maximaal vier jaar worden aangewezen en vervolgens maximaal vier keer met een periode van maximaal vier jaar worden verlengd. Voor een verlenging moet de gemeenteraad een nieuwe aanvraag bij de Minister voor Wonen en Rijksdienst indienen.

op basis van politiegegevens mag worden gekeken. Hiervoor geldt een limitatieve lijst van gedragingen die is vastgelegd in artikel 10a van de Wbmgp. Het kan bijvoorbeeld gaan om geluidshinder, vervuiling, openbare dronkenschap, beledigingen en intimidatie, gewelddadigheden, bedreiging, vernieling, vandalisme, maar ook om radicaliserende en extremistische gedragingen. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning op basis van politie­ gegevens is het mogelijk om voorschriften aan de vergunning te verbinden in de vorm van een gedragsaanwijzing. Dat is een verbod of gebod om iets na te laten of iets te doen, zoals een verbod om ‘s avonds meerdere bezoekers in de woning te ontvangen of een gebod om sociaal-maatschappelijke hulp te zoeken.

Indien voor een aangewezen complex, straat of gebied tevens de Huisvestingswet 2014 geldt in verband met de verdeling van schaarse, goedkope woonruimte, beziet de gemeente eerst of de woningzoekende voldoet aan de verplichtingen die daarvoor in de huisvestingsverordening zijn vastgelegd, voordat artikel 8 of 9 van de Wbmgp wordt toegepast. Indien artikel 10 wordt toegepast bekijkt de gemeente eerst of de potentiële huurder op basis van de bovengenoemde vereisten (Huisvestingswet 2014 of artikel 8 of 9 van de Wbmgp) in aan­ merking komt voor een huisvestingsvergunning. Is dat het geval, dan wordt van de woningzoekende een VOG verlangd of dan vindt er een onderzoek plaats op basis van politiegegevens (afhankelijk van wat in de huisvestingsverordening hierover is vastgelegd). Bij een onderzoek op basis van politiegegevens stelt het college van B en W de burgemeester in kennis van de aanvraag van een huisvestingsvergunning. Daarop vraagt de burgemeester aan de politiechef zo spoedig mogelijk een overzicht van de relevante politiegegevens. Bij die gegevens wordt door de politie een duiding verstrekt, zodat de burgemeester de verstrekte gegevens adequaat kan beoordelen.

De burgemeester beoordeelt aan de hand van in de Wbmgp vastgelegde wegingscriteria (bijvoorbeeld aard en ernst, frequentie en onderlinge samenhang, en tijdsverloop) en bepaalt vervolgens de inhoud van de zogenoemde woonverklaring. In deze woonverklaring geeft de burgemeester aan of er voor het college van B en W gronden zijn om de huisvestingsvergunning te weigeren of om daaraan voorschriften te verbinden. Voor de verwerking van de persoonsgegevens door de gemeente is een algemene maatregel van bestuur opgesteld. Hierin zijn regels opgenomen die aanvullend zijn op de Wet bescherming persoonsgegevens.

Andere mogelijkheden op grond van de Wbmgp Ondernemers ondersteunen door verlaging of afschaffing van de OZB Een gebied dat kampt met een slechte leefbaarheid is onaantrekkelijk voor ondernemers. Terwijl het aantrekken van startende onder­ nemers en het behoud van economische bedrijvigheid juist een positieve impuls kan geven aan de buurt. Om hun komst te stimuleren of hun aanwezigheid te belonen, biedt hoofdstuk 2 van de Wbmgp de gemeenteraad de mogelijkheid om zelf een gebied aan te wijzen en daar de Onroerend Zaak Belasting (OZB) te verlagen of af te schaffen. Voor het aanwijzen van een dergelijk gebied is geen toestemming van de Minister voor Wonen en Rijksdienst nodig. Wel moet het gebied aan een aantal kwantitatieve eisen voldoen: het percentage niet-actieven moet minstens 25% bedragen, het aantal huishoudens met een laag inkomen minstens 45% en het gebied moet een inwonertal hebben tussen de 5.000 en 30.000.

Waar kan ik de volledige wettekst van de Wbmgp vinden? De volledige Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek vindt u op wetten.nl.

Dit is een uitgave van; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Directie Democratie en Burgerschap Programma Bestuur en Veiligheid Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl oktober 2016

Beste Peter, De stukken heb ik kunnen bestuderen. Ik zie nog steeds veel vooroordelen en slappe constructies rond de cijfers. Ik kan me goed voorstellen dat jullie boos zijn over de gang van zaken. Het is belangrijk dat jullie dit aanvechten denk ik. Bezwaar kunnen we pas maken als het ministerie een beslissing gemaakt heeft. Maar het is denk ik wel raadzaam om de minister op de hoogte te brengen van onze bezwaren (en het feit dat we een beslissing juridisch gaan aanvechten). Het zou een goed signaal kunnen zijn als ik een brief stuur namens jullie. Maar we zouden ook kunnen wachten met mijn betrokkenheid tot de daadwerkelijke beslissing er ligt. Is een beetje wat jullie willen ook. Ik heb een concept geschreven voor een brief die ik zou kunnen sturen. Als jullie willen dat ik inderdaad een brief stuur, kijk er dan even goed naar en vul vooral aan. We kunnen ook nog even bellen erover deze week. Hartelijke groet, Jelle

Litigation director NJCM en mensenrechtenadvocaat Public Interest Litigation Project (PILP), strategisch procederen voor mensenrechten Het PILP is een project van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) Tel: +31 (0)20-525 29 66 Website: www.pilpnjcm.nl Email: jklaas@pilpnjcm.nl Twitter: @Advocaatklaas

De informatie verzonden met dit e-mailbericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde[n] en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten, beschermd door een beroepsgeheim. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde[n] en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is verboden. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.

Onderwerp Reactie Rotterdamwet Opsteller Peter Vos

Behandeldatum 11-1-2021

Inleiding Ultimum remedium’ De Rotterdamwet is volgens Blok een ‘ultimum remedium’, een laatste maatregel, die pas wordt genomen als eerdere, minder ingrijpende maatregelen, niet werken. De wet kan niet preventief worden ingezet. In Nijmegen zijn, in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (‘de Rotterdamwet’), in 2017 drie gebieden aangewezen waarin geen huisvestingsvergunning voor in de huisvestingsverordening aangewezen categorieën van woonruimte wordt verleend indien men niet aan de voorwaarden voldoet: Zwanenveld, Teersdijk en Ackerbroekweg. Twee van deze gebieden zijn woonwagenlocaties. Woonwagenbewoners hebben grote moeite met de toepassing van de Rotterdamwet op hun woongebied. Mede op basis van de stukken die wij hebben kunnen inzien menen wij dat van onjuiste feiten uitgegaan is en dat de toepassing mede gebaseerd is op vooroordelen over de woonwagengemeenschap en dat de toepassing stigmatiserend werkt. Dat deze Rotterdamwet helemaal niet nodig is blijkt alleen al uit het feit dat er nog nooit een woonwagenbewoner geweigerd is voor het huren van een standplaats en dat er nog nooit een standplaats/kavel gesloten is wegens de vervaardiging van softdrugs of andere criminele activiteiten. Terwijl dit in andere wijken in de stad wel gebeurd maar daar geen Rotterdamwet van toepassing is.

Met deze reactie willen wij het rapport Wgpm van de gemeente Nijmegen ontkrachten. We zijn met dit onderzoek zeer zorgvuldig te werk gegaan en hopen met dit onderzoek niet alleen de Rotterdam wet te laten verdwijnen op de woonwagenlocaties maar we hopen ook op rehabilitatie en dat hiermee onze naam gezuiverd wordt. In onze ontleding van het rapport komt vooral naar voren dat deze Rotterdamwet gestoeld is op het feit dat woonwagenbewoners meer dan gemiddeld geregistreerd staan in de politiesystemen VOG en BHV en dan vooral BHV dus de veroordelingen wordt niet zo sterk naar gekeken maar aannames wel, dit alleen mag niet als reden gebruikt worden om de Rotterdamwet toe te passen. Deze wet is er om de leefbaarheid in de wijk te vergroten door middel van woningtoewijzing en niet om woonwagenbewoners dwars te zitten in de uitbreiding van standplaatsen. Feit is dat de Rotterdamwet die sinds 2014 door de gemeente Nijmegen gebruikt wordt alleen op de Teersdijk en Ackerbroekweg deze gehele periode actief is telkens in combinatie met andere wijken. De eerste periode met Tolhuis en Kolping en de tweede periode met Zwanenveld. De Rotterdam wet is al sinds zijn ontstaan omstreden. Probleem is vooral de stigmatiserend gedachte die er aan ten grondslag ligt.

De individuele burger die een woonvergunning wil, wordt binnen het systeem van de wet puur afgerekend op het feit dat hij/zij tot een bepaalde groep behoort en krijgt geen huisvestingsvergunning. Dat riekt naar discriminatie en onrechtvaardige aantasting van de vestigingsvrijheid. Bovendien hebben striktere regels voor sociale huisvesting juist geleid tot een concentratie van mensen in een kwetsbare positie binnen bepaalde wijken en zijn er voor die mensen steeds minder andere mogelijkheden om betaalbare huisvesting te krijgen. Waardoor de realisatie van hun fundamentele recht op huisvesting in het gedrang komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=9bdac065-3376-4f63-aa8f-812bba1858ed