Huisvestingsverordening gemeente Nijmegen 2024
Tekst van het document
wethouders ingesteld. Burgemeester en wethouders bepalen ook de taken en werkzaamheden van deze adviescommissie.
In het derde lid zijn enkele bijzondere weigeringsgronden opgenomen voor de
onttrekkingsvergunning. Deze vergunning wordt geweigerd als het gaat om sloop. Hierop is een aantal uitzonderingen. In de gevallen wanneer een woonruimte wordt gesloopt ten behoeve van een
volkshuisvestelijk belang, belang van herstructurering, stedelijke vernieuwing of in het kader van het algemeen belang, dan wordt een onttrekkingsvergunning wel verleend.
Ook vinden onttrekkingen plaats ten behoeve van een andere bestemming. Wanneer een onttrekking
plaatsvindt ten behoeve van een andere economische functie dan bestaat daartegen in beginsel geen bezwaar. Dit geldt niet voor de onttrekking van goedkope woonruimte (artikel 15, tweede lid, derde onderdeel). Ook geldt dit niet wanneer een woonruimte wordt onttrokken ten behoeve van een middelzware of zware horecagelegenheid in het centrum.
Hierbij wordt onder middelzware of zware horeca verstaan bedrijven in de categorie 2a of 3 zoals een
bar, bierhuis, biljartcentrum, café, proeflokaal, shoarma/grillroom, zalenverhuur, dancing, discotheek, nachtclub, partycentrum. Onder “centrum” wordt in dit verband verstaan: de beide zijden van de
Smetiusstraat, Bloemerstraat, Augustijnenstraat, Burchtstraat, Kelfkensbos, Gerard Noodtstraat, van Broeckhuijsenstraat, van Welderenstraat, en In de Betouwstraat, alsmede de daartussen gelegen straten, en de beide zijden van de Lange Hezelstraat, de Stikke Hezelstraat en Houtstraat.
Bij beoordeling van een aanvraag voor onttrekking ten behoeve van een middelzware of zware
horecagelegenheid in het centrum is bescherming van de huidige woonfunctie uitgangspunt. In geval van een dergelijke aanvraag wordt gekeken of de te onttrekken woning gelegen is in een horecaaccentgebied.
Buiten de horeca-accentgebieden geldt dat een onttrekking alleen wordt toegestaan indien het een
aanvraag betreft ten behoeve van toilet, kantoor of opslag direct grenzend aan en ter ondersteuning en uitbreiding van een bestaande (middel)zware horecagelegenheid.
In de horeca-accentgebieden dient de aanvrager aan te tonen dat de onttrekking geen hinder oplevert voor bestaande woonfuncties in de directe omgeving. Bij beoordeling van de aanvraag wordt getoetst of er sprake is van aangrenzende (naast- of bovengelegen) woningen waar in het afgelopen jaar ook werkelijk gewoond is. Als hier sprake van is dan wordt een onttrekkingsvergunning niet verleend. In andere gevallen wordt een onttrekkingsvergunning in principe wel verleend.
Wanneer in het verleden een omzettingsvergunning is verleend voor drie kamers en de situatie wordt
gewijzigd in die zin dat 5 onzelfstandige woonruimte wordt gerealiseerd, dan dient hiervoor opnieuw een vergunning te worden aangevraagd.
Voorwaarden en voorschriften
22/32
Aan een vergunning kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden. In artikel 16 is
aangegeven waarop deze voorschriften betrekking kunnen hebben, zoals goed verhuurderschap en het
waarborgen van een geordend woon- en leefklimaat in de omgeving van de woonruimte. Wanneer deze voorschriften niet worden nageleefd kan een vergunning op grond van artikel 26 van de
Huisvestingswet worden ingetrokken. Daarom vinden wij het belangrijk dat ook aan in het verleden verleende vergunningen, alsnog voorschriften kunnen worden verbonden.
Artikel 18 tot en met 23 Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte Algemeen Op 1 januari 2022 is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de wet in
werking getreden. Hierdoor is het mogelijk geworden een regeling op te nemen om in aangewezen gebieden van de gemeente koopwoningen in het goedkope en middeldure segment te beschermen
tegen het opkopen door ondernemingen of particulieren die dergelijke woningen willen omzetten in (veelal dure) huurwoningen. Daarvan is gebruikgemaakt in deze verordening. Door deze omzetting
gaan immers de woningen verloren voor de meeste starters en andere niet zeer bemiddelden die op
zoek zijn naar een betaalbare koopwoning. Voor het verhuren van aangewezen koopwoningen geldt
een vergunningstelsel, waarmee kan worden verzekerd dat de omzetting van een koopwoning in een verhuurwoning alleen wordt toegestaan in gevallen waarin dat alleszins redelijk is.
Burgemeester en wethouders hebben geconstateerd dat in de gehele gemeente sprake is van een
omzettingspraktijk waarbij teveel woningen worden onttrokken aan de schaarse markt van betaalbare koopwoningen. Daarom is voor die gebieden een stelsel van opkoopbescherming ingevoerd door een nieuw hoofdstuk (3A) in de Huisvestingsverordening op te nemen. Wij verwijzen naar de
onderbouwing: ‘Onderbouwing opkoopbescherming huisvestingsverordening gemeente Nijmegen
2024’. Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. Deze dringende reden volgt uit de genoemde onderbouwing.
Duur van het stelsel en aanpassingen Voor de Huisvestingsverordening zegt artikel 4 van de wet dat die voor maximaal vier jaren kan
worden vastgesteld. Verlenging of nieuwe vaststelling is echter mogelijk. Dat geldt ook voor het
hoofdstuk over opkoopbescherming. Onze huidige Huisvestingsverordening is geldig tot en met 31
december 2027 en zal daarna van rechtswege vervallen. De verhuurvergunning opkoopbescherming zal worden meegenomen in de voorbereiding van de nieuwe Huisvestingsverordening. Voor dit
hoofdstuk geldt echter nog een specifieke bijzonderheid. Het betreffende hoofdstuk van de wet heet ‘7. Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming’. Die tijdelijkheid is uitgewerkt in artikel 51 van de wet, vijfde tot en met achtste lid. Uiterlijk elke vijf jaar moet de praktijk van hoofdstuk 7 door de
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden geëvalueerd. Die evaluatie kan leiden
tot het vervallen van hoofdstuk 7. Dan geldende bepalingen over opkoopbescherming in gemeentelijke verordeningen blijven vervolgens nog twee jaren van kracht.
Uitzonderingen (artikel 19, tweede lid) De aanhef en onderdeel a uit het tweede lid bepalen de eigenlijke keus voor de beschermde
woonruimten. De onderdelen b en c zijn wettelijk verplicht. Omdat de gemeente en woningcorporaties beschermde woonruimte alleen zullen verhuren als daarvoor een goede reden is, en tegen passende,
matige prijzen, is het niet nodig de vergunningplicht ook te laten gelden voor de woonruimten uit hun
23/32
bezit (onderdeel d). Omdat de ‘opkooppraktijk’ zich vrijwel alleen voordoet bij bestaande woningen, is door onderdeel e verzekerd dat het stelsel niet geldt voor nieuwbouwwoningen.
In het derde lid is opgenomen dat de vergunningplicht niet geldt voor een situatie met een
hospes/hospita. Inwoning bij een hospes/hospita is niet vergunningplichtig mits sprake is van maximaal twee onzelfstandige woonruimten. Hierbij dient de eigenaar van de woning (de
hospes/hospita) het hoofdverblijf te hebben in de woning en voor 100% economisch en juridisch eigenaar te zijn. Hij/zij dient de woning voor meer dan 50% te gebruiken voor zijn/haar eigen
huishouden. Zij maken gebruik van de voorzieningen zoals badgelegenheid, keuken en/of toilet van de hospes/hospita. Zo niet, dan is er sprake van drie onzelfstandige woonruimten. Analoog aan artikel 13 van deze verordening.
Beslistermijn en ‘silencio positivo’ (artikel 20) De beslistermijn voor aanvragen voor een verhuurvergunning opkoopbescherming is in de wet
geregeld. Volgens artikel 43, derde en vierde lid, van de wet bedraagt de beslistermijn acht weken, met
een eenmalige verlengingsmogelijkheid van zes weken. Als de termijn wordt verlengd, zal de noodzaak daartoe moeten worden gemotiveerd, omdat dan wordt afgeweken van de gewone achtwekenregel. Die noodzaak kan er bijvoorbeeld zijn omdat een bibob-advies is gevraagd maar niet op tijd is ontvangen. Is niet op tijd beslist, dan geldt het silencio-positivostelsel (§ 4.1.3.3 van de Awb), aldus artikel 43,
vijfde lid, van de wet. Dit betekent dat de aanvraag is ingewilligd als burgemeester en wethouders niet binnen de termijn anders hebben beslist. De termijn wordt ‘opgeschort’, verlengd dus, als
burgemeester en wethouders de aanvrager om nadere informatie verzoeken. De verlenging is gelijk aan de antwoordtermijn die burgemeester en wethouders hebben gesteld voor het geven van de
nadere informatie, of, als de informatie binnen de termijn binnenkomt, de tijd tussen het vragen en het ontvangen daarvan (artikel 4:13 van de Awb).
Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend (artikel 21) De in het eerste lid genoemde gevallen van ‘verplichte vergunningverlening’ staan in artikel 41, derde lid, van de wet. Het tweede lid verzekert dat de vergunning ophoudt te gelden als de reden waarom
deze is verleend, is komen te vervallen. De betrokkenen worden eraan herinnerd doordat de naam van de betrokken persoon in de vergunning moet worden vermeld.
De ‘bibob-weigering’, genoemd in de aanhef van het eerste lid, ziet op gevallen waarin er ernstig
gevaar bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt om, kort gezegd, illegaal verkregen geld wit te
wassen of om strafbare feiten te plegen. Zie artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet bibob). Artikel 43, eerste lid, van de wet bepaalt dat de vergunning dan kan worden geweigerd; daarom wordt daarnaar verwezen.
De vergunning vervalt zodra deze huurder niet meer huurder is die in de woonruimte verblijft (tweede lid).
Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend (artikel 22) Dit artikel noemt de gevallen waarin een gevraagde vergunning in beginsel zal worden verleend (eerste lid), en dat er andere, bijzondere gevallen kunnen zijn waarin het belang van de verhuurder of de
huurder zo zwaar moet wegen dat vergunningverlening redelijk is (tweede lid). In alle andere gevallen wordt de vergunning geweigerd (derde lid). Er is dus sprake van een aflopende reeks: De
24/32
verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend, wordt in beginsel verleend, kan misschien worden verleend, moet worden geweigerd.
Drie typen gevallen waarin verlening van een verhuurvergunning aan de orde kan zijn (artikelen 17d en 17e).
De artikelen 17d en 17e maken samen dat er drie typen gevallen zijn waarin verlening van een verhuurvergunning opkoopbescherming aan de orde kan zijn: 1. 2.
3.
de vergunning moet worden verleend in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft: artikel 17d;
de vergunning wordt hoogstwaarschijnlijk verleend in de in of meer sociale gevallen van artikel 17e, eerste lid. Dan is er een sterk vermoeden dat het verhuren van de nieuw gekochte woonruimte alleszins aanvaardbaar is (‘kan in beginsel worden verleend’);
de vergunning kan soms worden verleend in bijzondere gevallen, waarin het belang om te kunnen verhuren bijzonder zwaar weegt. Bijvoorbeeld bij verhuur aan een
kunstenaarscollectief of als de vergunning niet meer geldt doordat de vergunde situatie is
gewijzigd maar van de verhuurder in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij de verhuur beëindigt.
Afgezien van de ‘verplichte’ gevallen van artikel 17d en de bibob-weigeringen, gaat het om het afwegen van het verhuurbelang waarvoor de vergunning wordt gevraagd tegen het belang van
opkoopbescherming, waarop dit hoofdstuk is gericht. Al met al staat de opkoopbescherming duidelijk voorop, maar is er een genuanceerd afwegingskader voor de in het eerste en het tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen.
Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming (artikel 23) Hier is volstaan met de bibob-intrekking en de intrekking op grond van onjuiste inlichtingen. Het niet
meer verhuren aan een ‘geprivilegieerde huurder’ als genoemd bij de moet-worden-verleend-gevallen van artikel 17d, eerste lid, hoeft niet te leiden tot intrekking van de vergunning: dan vervalt de
vergunning automatisch (tweede lid van dat artikel). Daarom kan die situatie hier buiten beschouwing blijven.
De mogelijkheid van een ‘bibob-intrekking’ is in artikel 44, eerste lid, van de wet geregeld. De onder a toegevoegde intrekkingsgrond is klassiek en eigenlijk vanzelfsprekend. De vergunning kan worden ingetrokken als blijkt dat deze op grond van een verkeerde voorstelling van zaken is verleend.
In artikel 2 is bepaald dat zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
huurtoeslag niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen
huisvestingsvergunning is verleend. Het handelen zonder huisvestingsvergunning is een overtreding waartegen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Ook tegen het onttrekken en omzetten een woonruimte zonder vergunning kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit geldt tot slot ook voor het zonder verhuurvergunning opkoopbescherming verhuren van een beschermde woonruimte. In de tabel in bijlage 4 is de hoogte van de boetes, gespecificeerd per overtreding, aangegeven.
Artikel 24. Monitoring en verantwoording Deze verordening is gericht op het rechtvaardig verdelen van schaarse woonruimte en het bestrijden
van ongewenste en onevenwichtige effecten van die schaarste. Het is om die reden van belang om de effecten goed te volgen. Daarom is de woonruimteverdeling onderwerp van een systeem van
25/32
monitoring en verantwoording. In artikel 18 is opgenomen welke regels daarvoor gelden. De
corporaties die belast zijn met de uitvoering van de woonruimteverdeling, leveren de informatie aan het college van burgemeester en wethouders.
Daarnaast is opgenomen dat de verordening 1 jaar voor het einde van de wettelijke termijn van 4 jaar geldigheidsduur, integraal wordt geëvalueerd.
Artikel 25. Bestuurlijke boete In artikel 2 is bepaald dat zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
huurtoeslag niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen
huisvestingsvergunning is verleend. Het handelen zonder huisvestingsvergunning is een overtreding waartegen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de tabel in bijlage 4 is de hoogte van de boetes, gespecificeerd per overtreding, aangegeven.
Bijlage 2 Richtlijnen voor levensloopgeschikte woonruimten en rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8) Levensloopgeschikte woonruimten 1.
Goed bereikbare entree
a.
b. c.
d. e. f.
g. h. i.
j.
2.
De entree van de woonruimte dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat een
bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken:
De toegangsroute naar een woning dient verhard en voldoende stroef te zijn Breedte van de toegangsroute dient groter dan 900 mm te zijn
Hoogteverschil dient kleiner dan 250 mm te zijn, te overbruggen met helling niet steiler dan 1:12
De toegangsroute naar een woongebouw dient verhard en voldoende stroef te zijn Breedte van de toegangsroute groter dan 1200 mm
Hoogteverschil tussen 250 en 500 mm, te overbruggen met een helling niet steiler dan 1:12
Hoogteverschil vanaf openbare weg mag niet meer zijn dan 500 mm
Bij appartementen dient een lift aanwezig te zijn voor woonruimten die niet op de begane grond liggen.
Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1200 x 1200 mm
te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde minimaal 1200 m breed en 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe.
Indeling
Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze
onderling verbonden door een veilige trap. Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken,
toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet tevens de 3.
mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen. Drempels en draaicirkels
a.
In de woonruimte zijn lage (max. 20 mm) of geen drempels. Dat geldt ook voor de
toegangsdeuren tot de woonruimte of het woongebouw (in het geval van appartementen e.d.).
26/32
b.
Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door een hellingbaan te worden
c.
De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat
d. 4.
a.
c. d. e.
f.
lengterichting van de toiletpot te staan.
Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 750 mm breed zijn.
Een woonruimte van minimaal 19 m2 en een breedte van minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij uitzicht.
Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 x 1200 mm, met de bereikbaarheid conform punt 1c.
Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij voorkeur 2400 mm en een vrije ruimte achter het aanrecht van minimaal 1200 mm diep.
Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m2, een breedte van minimaal 2700 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 800 mm.
Een badruimte met een bij voorkeur drempelloze douche, wastafel en toilet, en antislipvloer.
voorzieningen te worden getroffen:
a.
De aanwezigheid van een intercom/videofoon.
c.
Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree.
d. e. f. g. h. i.
7.
In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur bij voorkeur haaks op de
Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende
b.
6.
een draaicirkel van 1200 mm mogelijk is.
De vertrekken
b.
5.
overbrugd.
j.
Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen, enz. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare berging.
Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de buitenzijde van minimaal 1500 mm x 1500 mm, op waterpas niveau.
In de entreehal een vrije ruimte van 1500 mm x 1500 mm excl. een vaste zitplaats voor 2 personen
Een lift met een binnenbreedte van minimaal 900 mm breed en 1300 mm diep, met schuifdeur of automatische deur .
Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1200 mm breed.
Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 800 mm breed en drempelloos dan wel met een lage drempel.
Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobiel.
In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn. Indien sprake is van een
woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te bieden.
Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van het Handboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen stellen.
Rolstoelgeschikte woonruimten Naast de hierboven voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor rolstoelgeschikte woonruimten de volgende aanvullende voorschriften: 1.
Goed bereikbare entree
a.
De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil zeggen dat een
bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken.
27/32
b.
2.
mm diep met ruimte voor een garderobe.
a.
c. d. e. f.
4.
mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde eveneens minimaal 1500 mm x 1500
De vertrekken
b.
3.
Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1500 mm x 1500
Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 mm x 1500 m.
Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m2, een breedte van minimaal 3000 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobekast van minimaal 900 mm;
De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1500 mm mogelijk is.
Het aanrecht dient onderrijdbaar en nastelbaar te zijn voor iemand in een rolstoel.
Een badruimte met extra ruimte in voor de grotere draaicirkel van een rolstoel en extra parkeerruimte naast closet en douchezitje.
Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede toilet van minimaal 1100 mm x 850 mm.
In het geval van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen alle deuropeningen
minimaal 850 mm breed en drempelloos te zijn. Indien dit niet anders kan, dient een drempel maximaal 20 mm hoog te zijn.
Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen:
a.
Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een bergingsgang van minimaal
b.
Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1500 mm breed.
c.
1100 mm breed.
Bij voorkeur licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 850 mm breed en drempelloos.
Bijlage 3. Doelgroepen situaties voor bemiddeling
28/32
Bemiddeling of adverteren met voorrang
Reden Alternatief aanbod na fout corporatie
Bijzonder project/Leefbaarheid
Omschrijving De corporatie heeft een fout gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld een syseemfout of een fout van een medewerker zijn. De woningzoekende krijgt een aanbieding van een andere woning Bijv. Voorrang voor middeninkomens, houden van intakegesprekken over het leveren van een bijdrage aan de leefomgeving, leefstijl, communitybuilding
Eisen aan leeftijd: * 55+ * 60+ * 65+ * tot 21 (tot 2024: 23 Jaar) * t/m 27 jaar
Zoveel mogelijk uniformiteit in leeftijden. Geen andere grenzen gebruiken. In advertentietekst: i.c.m. geen kinderen.
Voorrang voor huishoudgrootte: * minimaal 3 personen * minimaal 8 personen
Uniformiteit in huishoudgrootte. Voorrang voor grotere huishoudens van minimaal 3 personen kan incidenteel toegepast worden bij grote woningen met 4 of meer (slaap)kamers, minimaal 8 personen bij woningen met 6 of meer (slaap)kamers.
Calamiteit
Een calamiteit is bijv brand of lekkage in een woning waardoor er tijdelijk en/of vervangende woonruimte wordt geboden.
Kolom 3 Aanbieden via bemiddeling
Kolom4 Adverteren met voorrang
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja (uitsluitend adverteren voor specifieke doelgroep)
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Doorstroombevordering vanuit sociale huur voor 55-plussers
Aansluiten bij nieuwe regeling 'Van groot naar beter wonen'.
Individuele herhuisvesting
Onhoudbare situaties zoals bijv. ernstige overlast of woonprobleem
indicatie Levensloopgeschikte woning
Toewijziging van een woning die geschikt is voor een woningzoekende die een levensloopgeschikte woning nodig heeft
indicatie Rolstoelgeschikte woning
Toewijzing van een woning die geschikt is voor een woningzoekende die afhankelijk is van een rolstoel
Omklappen woning
Registreren van een woning nadat de huurovereekomt is overgezet van hulpverleningsinstantie naar de bewoner/huurder
Ja
Nee
Woongroep
Toewijzing via coöptatie in verband met een woongroep.
Ja
Nee
Zorg- Werkgroep Bijzondere Bemiddeling
Toewijzing van woningen via de werkgroep bijzondere bemiddeling in de regio Nijmegen
Ja
Nee
Zorg- Doorstroomtafel: toewijzing doorstroom cliënten instellingen
Toewijzingen van woningen via doorstroomtafel Arnhem
Ja Toewijzing van een woning aan een hulpverleningsinstantie (of cliënt van een hulpverleningsinstantie) buiten doorstroomtafel of WBB om Ja
Nee
Hulpverleningsinstantie
Onderstaande telt niet mee bij 15% afspraak bij bemiddeling: Reden
Omschrijving
Aanbieden via directe Bemiddeling
Nee
Adverteren met voorrang
Urgentie Urgent uit tijdelijke noodopvang
Toewijzing aan een urgent uit de tijdelijke opvang (die staat op de lijst van erkende instellingen).
Nee Ja, indien dit op de Mantelzorgurgentie verklaring is aangegeven Ja, indien dit Toewijzing aan een urgent woningzoekende die vanwege sociale, op de sociaal/medische urgentie via urgentiecommissie medische of financiele problematiek een urgentie heeft gekregen. verklaring is aangegeven
Ja
Toewijzing aan een woningzoekende met een mantelzorgurgentie.
Herstructureringsurgentie
Toewijzing van een woning aan een stadsvernieuwingsurgent.
Ja
Ja
Ja
Ja
Overige Statushouder
Toewijzing van een woning aan een statushouder
Ja
Nee
Vrije sector
Toewijzing van een vrije sector woning i.v.m. middenhuur tot € 1026 die vanaf 2024 wordt gereguleerd
Ja
Nee
Woning herhaaldelijk geadverteerd
Toewijzing van een woning die meerdere keren is geadverteerd zonder een passende kandidaat
Ja
Nee
Woningruil
Toewijzing van een woning voor woningruil
Zorgwoningen
Ja Nee * woonconcepten in samenwerking met zorgpartijen bijv. Bij Ja, maar valt Woonzorg buiten de * Toewijzing van een fokuswoning aan deze specifieke doelgroep huisvestingsver (woningzoekenden met een fysieke beperking of handicap) ordening Nee
Bijlage 4 Monitorgegevens (artikel 24) 29/32
De inhoud van de monitorrapportage bevat in ieder geval: 1.
Een overzicht van de actief woningzoekenden • •
Totalen per jaar
En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: -
2.
• •
Herkomst
Urgent woningzoekenden
En naar de volgende onderscheiden doelgroepen:
-
Starters
Doorstromers
Inkomensgroepen Leeftijdsgroepen Herkomst
Urgent woningzoekenden
Slaagkansen en zoektijd en meettijd -
Totalen
En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: Starters
Doorstromers
Inkomensgroepen Leeftijdsgroepen
Zoektijd voor staters en doorstromers
Meettijd voor starters en doorstromers
Toewijzing naar verdeler (aanbodmodel, loting, bemiddeling, direct te huur) Verhuisbewegingen •
6.
Leeftijdsgroepen
Percentage sociale nieuwbouw naar eigen inwoners
-
5.
Inkomensgroepen
Totalen per jaar
-
4.
Doorstromers
Een overzicht van de verhuurde woningen •
3.
Starters
Weergave verhuisbewegingen (>20) binnen en tussen gemeenten in de woningmarktregio.
Weergave kerngegevens voor de woningmarktregio en per gemeente
Een en ander bij voorkeur volgens het vanaf 2018 door Entree gehanteerde model.
Bijlage 5 Bestuurlijke boetes (artikel 25) Overtreding
Grondslag Huisvestingswet 2014
Eerste
Recidive
Eerste overtreding
Tweede overtreding
Derde overtreding
Vierde en volgende overtredingen
In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning (8, lid 1 en 2, Hvw)
2, lid 1
€ 435
€ 435
€ 435
€ 435
Een woonruimte anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de
13, lid 1
€ 5000,-
€ 7.500,-
€7.500.-
€ 7.500,-
30/32
eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden (21, lid 1, onder a, Hvw) Een woonruimte anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden vanuit een bedrijfsmatige exploitatie (21, lid 1, onder a, Hvw) Een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden zonder vergunning (21, onder c, Hvw) Een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden zonder vergunning vanuit een bedrijfsmatige exploitatie (21, onder c, Hvw) Niet naleven van de in de vergunning opgenomen voorwaarden of voorschriften (26, lid 1, onder c, jo 24 Hvw) Niet naleven van de in de vergunning opgenomen voorwaarden of voorschriften ten aanzien van een woonruimte die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd (26, lid 1, onder c, jo 24 Hvw) Het zonder de daarvoor vereiste verhuurvergunning opkoopbescherming verhuren van een beschermde woonruimte (artikel 41, lid 1 jo 45 Hvw)
13, lid 1
€ 10.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000,-
13, lid 1
€ 5.000,-
€ 7.500,-
€ 7.500,-
€ 7.500,-
13, lid 1
€ 10.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000,-
16
€ 5.000,-
€ 7.500,-
€ 7.500,-
€ 7.500,-
16
€ 10.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000,-
€ 15.000.-
19, lid 2
€ 22.500,-
€ 22.500,-
€ 22.500,-
€ 22.500
Bijlage 6 Horeca-accentgebied in het centrum van de gemeente Nijmegen (artikel 15, derde lid)
31/32
32/32