Herstelbesluit bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum - Weezenhof)
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
33
4.3.1.1
Regionaal woningmarktonderzoek 2019
De woningenmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat een tempoversnelling n productie nodig is: van 3.100 woningen per jaar (realisatie 2015-2018) naar 3.400 tot 3.900 per jaar. Dit is inclusief het inlopen van een groot deel van het actuele woningtekort (circa 5.800 woningen tot 2030). Het tekort is verhoudingsgewijs het grootst in de regio Nijmegen, vervolgens in de regio Arnhem en daarna in De Liemers. Het zwaartepunt voor de korte termijn ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is vooral het gevolg van het groeiende aantal kleine huishoudens Dit vertaalt zich in een behoefte aan gemaksvriendelijke kleinere appartementen. In de sociale en middeldure huursector is er in de hele regio een transformatieopgave van traditionele rijwoningen naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens.
4.3.1.2
Demografische ontwikkeling Nijmegen
De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030. De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser.
4.3.1.3
Woonbehoefteonderzoek 2019
Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de betaalbare woningvoorraad en middeldure huur; er is met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen.
4.3.1.4
Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025
In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd.
34
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten.
4.3.1.5
Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen
In maart 2020 heeft de gemeente Nijmegen samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem-Nijmegen een woondeal ondertekend. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. Met de woondeal gaan we een meerjarige samenwerking aan met het Rijk, provincie en regiogemeenten om vanuit de NOVI-propositie en de op stellen regionale verstedelijkingsstrategie samen invulling te geven aan de opgaven op de woningmarkt. Voor Nijmegen is de woondeal van belang om op korte en lange termijn invulling te geven aan de ontwikkeling van de stad. We willen tot 2030 minimaal 10.000 woningen bouwen, op korte termijn woningbouwversnelling realiseren en ook na 2030 zorgen voor een continue bouwstroom met een goede mix van woningen. Daarbij zetten we ons ook in voor voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Met de ondertekening van de woondeal erkennen partijen het strategisch belang van de complexe gebiedsontwikkelingen in het Stationsgebied/Binnenstad en in de Kanaalzone Zuid. In deze gebieden komen woonopgaven samen met duurzaamheids-, werk-, leefbaarheids en mobiliteitsopgaven. Door de gemaakte afspraken ontstaat het gewenste perspectief voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden.
4.3.2
Woonprogramma winkelcentrum Weezenhof
Het woonprogramma voor de locatie winkelcentrum Weezenhof bestaat uit 119 zelfstandige middeldure huurappartementen waarbij het de exploitant is toegestaan om maximaal 42 woningen binnen het hiervoor genoemde aantal woningen te verhuren in het duurdere segment. De levensloopgeschikte appartementen zijn (mede) bedoeld voor senioren en één- en tweepersoons huishoudens. Voor de appartemeten die géén privé buitenruimte hebben, is goed toegankelijk buitenruimte gecreëerd in de vorm van een daktuin. Overige onderdelen van het plan zijn mede een supermarkt, een apotheek, een gezondheidscentrum en ruimte voor commerciële functies. Het plan voldoet daarmee aan de gemeentelijke behoefte om te bouwen voor senioren in de nabijheid van voorzieningen. Met de aandacht voor ouderen voldoet het plan ook aan de subregionale woonuitgangspunten. Hierin is ook extra aandacht voor levensloopgeschikt bouwen en bouwen voor ouderen en (middel)dure huurwoningen. Uitgangspunt is dat de woningen levensloopgeschikt zijn. Daarmee blijven deze woningen geschikt bij veranderende levensomstandigheden zoals ouderen die (meer) zorg nodig hebben. In het meest recente planningskader wonen en zorg is deze locatie benoemd als kanslocatie die nader bekeken moet worden voor het realiseren van wonen voor ouderen.
Gezien de vergrijzing en het feit dat ouderen langer zelfstandig wonen, is de vraag naar woningen voor ouderen evident. In Dukenburg kan de bouw van deze woningen ook bijdragen aan de noodzakelijke doorstroming op de woningmarkt om zo meer doelgroepen een kans te geven op een geschikte woning.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
35
4.4
Economische ontwikkeling
Beleidskader detailhandel Nijmegen heeft een fijnmazig netwerk van buurt- en wijkwinkelcentra. De bestaande winkelzones spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid in de wijken. Daarom is het van belang te blijven streven naar goede ruimtelijke spreiding van het dagelijks aanbod en dat de omvang zich aanpast aan de bevolkingsgroei/spreiding in de stadswijken en buurten. De buurt- en wijkwinkelcentra zijn er vooral voor het boodschappen doen. Daarnaast levert de ontmoetingsfunctie van de kleine winkels en ook de supermarkt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving. Uitgangspunt voor het beleid is dat iedere wijk zijn eigen inwoners een basispakket van voorzieningen moet aanbieden zodat men niet ver hoeft te reizen voor het doen van de dagelijkse boodschappen. Landelijk gezien heeft de detailhandel zich in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Schaalvergroting, branchevervaging en toenemende mobiliteit hebben geleid tot meer concurrentie op de markt. De supermarktoorlog heeft deze ontwikkeling nog verder versterkt. De detailhandelsvoorzieningen op buurtniveau komen hierdoor onder druk te staan. Met name de buurtwinkelcentra verliezen hun functie. Ook branches als de groenteboer en slagers hebben het bijzonder moeilijk om het hoofd boven water te houden. De verwachting is dat het proces van schaalvergroting nog niet ten einde is.
Dit betekent toenemende leegstand in buurtwinkelcentra. In Dukenburg zijn deze trends ook in alle winkelcentra terug te vinden. Ten aanzien van de winkelstructuur in Dukenburg heeft de raad op in 2007 een principe besluit genomen. De raad heeft er toen voor gekozen om, naast het grotere stadsdeelcentrum Dukenburg bij Zwanenveld, ook twee andere winkellocaties in Meijhorst en Weezenhof te behouden. De berekende distributieve uitbreidingsruimte in Dukenburg Zuid (onderzoek BRO "Nijmegen, visie boodschappencentra stadsdeel Dukenburg, februari 2018) was in principe voldoende voor de beoogde nieuwbouw van winkelcentrum Meijhorst, maar onvoldoende om daarnaast ook de uitbreidingsplannen voor Malvert en Weezenhof te realiseren. Daarom is voor de herontwikkeling van wc Meijhorst een aanvullende Ladderonderbouwing opgesteld (rapport BRO "Nijmegen, herstructurering en uitbreiding winkelcentrum Meijhorst"). Conclusie was dat de plannen gezien de toenmalige situatie pasten, maar dat dit wel effecten zou hebben voor de ontwikkeling en het functioneren van de andere winkelcentra. Hiervoor diende een keuze gemaakt te worden voor de gewenste winkelstructuur in Dukenburg Zuid. Het college heeft op 25 september 2018 besloten om in te zetten op herontwikkeling van de winkelcentra in de Meijhorst en de Weezenhof.
De mogelijkheden voor nieuwe invulling van het winkelcentrum Malvert met andere functies worden nog nader onderzocht. De bestaande winkels in de Malvert kunnen eventueel in hun huidige vorm en omvang blijven functioneren, maar er wordt geen medewerking verleend aan uitbreiding. Het toekennen van een bredere bestemming behoort tot de mogelijkheden. De in 2007 door de raad vastgestelde beleidslijn om in te zetten op vernieuwing en beperkte uitbreiding van de winkelcentra in de Meijhorst en Weezenhof werd hiermee in consistente lijn voortgezet. In november 2018 heeft de raad hierover een definitief besluit genomen. In het zuidelijk deel van Dukenburg is in kwalitatief opzicht een sterke behoefte aan een upgrading van het winkelaanbod en de winkelomgeving, mede vanwege de bestaande druk op het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Om dit te doorbreken en Dukenburg tot een aantrekkelijker leefgebied te maken is vernieuwing van het winkelaanbod en de detailhandelsstructuur noodzakelijk. Sinds een brand in 2017 heeft winkelcentrum Weezenhof in Nijmegen een beperkt aanbod en uitstraling. Niet alle winkels zijn na de brand teruggekeerd en er zijn op de locaties van de afgebrande panden lege plekken ontstaan. Daarom zijn er al langer plannen voor herbouw,
36
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
modernisering en uitbreiding van het centrum. De concrete plannen voor het vernieuwen van winkelcentrum Weezenhof voorzien vooral kwalitatief in een behoefte. Het gaat om een gedifferentieerd programma betreffende uitbreiding van de supermarkt, winkels, horeca, een gezondheidscentrum en levensloopbestendige woningen (tabel 1).
Voor de nieuwbouw van het winkelcentrum is geen ladderonderbouwing noodzakelijk. Het gaat niet om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar een herontwikkeling van een bestaand winkelcentrum (zie paragraaf 3.2.3.2). Ook vindt er geen uitbreiding van het winkelcentrum plaats. In het vigerende bestemmingsplan 'Nijmegen Dukenburg' (vastgesteld 17-12-2008) geldt voor winkelcentrum Weezenhof dat detailhandel overal is toegestaan. Het aantal supermarkten is in het centrum wel beperkt tot maximaal 2, conform de bestaande situatie anno 2008. Destijds telde het winkelcentrum 2 supermarkten van 650 m2 en van 1.000 m2. Met de beoogde ontwikkeling zal de nieuwe planologische situatie één supermarkt toestaan (van maximaal 2.150 m2 bvo) in plaats van twee supermarkten. Het totale oppervlak van de nieuwe bebouwing (3.308,49 m2) zal kleiner zijn dan het bestaande totale oppervlak (3.572,63 m2). Eind 2018 heeft BRO onderzoek gedaan naar de distributieve haalbaarheid en effecten van plannen in de winkelcentra Meijhorst, Weezenhof en Malvert voor de consumenten-verzorging en detailhandelsstructuur in Dukenburg (Rapport Nijmegen, Visie boodschappencentra stadsdeel Dukenburg, d.d. 8 februari 2018). De resultaten van het onderzoek uit 2018 zijn gedateerd en nieuwe behoefteberekeningen waren nodig.
Daarom is een beknopte actualisatie van het economisch functioneren en de distributieve uitbreidingsruimte in Dukenburg Zuid voor de dagelijkse sector uitgevoerd. Uit het actualisatieonderzoek volgt dat de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof past bij de kwantitatieve - en kwalitatieve behoefte van de consument aan een compleet en modern dagelijks winkelaanbod. De conclusies zijn opgenomen in paragraaf 3.2.3.4. De analyse en onderbouwing is opgenomen in de bijlage van deze notitie.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
37
4.5
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.
4.5.1
Gebiedstypering
De publicatie maakt voor de beoordeling onderscheid in twee gebiedstypen. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De directe omgeving van het plan bevat matig functiemenging van bedrijven, maatschappelijke bestemmingen en detailhandels. Daarom wordt het gebied getypeerd als een gemengd gebied.
4.5.2
Quickscan notitie bedrijven en milieuzonering
Ten behoeve van de ontwikkeling is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. De quickscan is opgenomen in bijlage 3 van de toelichting. In het kader van de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof is middels een quickscan onderzocht of in de nabijheid van het plangebied bestemmingen aanwezig zijn die het woon- en leefklimaat nadelig kunnen beïnvloeden. Wegens de aanwezigheid van een supermarkt op de begane grond van het nieuw te realiseren winkelcentrum, wordt geadviseerd een nader akoestisch onderzoek uit te voeren in relatie tot de nieuwe woningen op de verdiepingen. Andere bestemmingen rondom het plan, zoals de Prins Clausschool zullen niet voor een belemmering zorgen. Hiervoor wordt nader onderzoek dan ook niet noodzakelijk geacht.
38
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
4.6
Geluid
4.6.1
Weg- en railverkeer
Volgens de Wet geluidhinder heeft iedere geluidsbron een eigen zone. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied langs een geluidbron. De zonebreedte van een weg is vastgelegd in de Wet geluidhinder. De ruimte boven de weg hoort ook bij de zone referentiepunten. In het geval van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geldt voor wegverkeer een voorkeurswaarde van 48 dB en afhankelijk van een binnenstedelijke of buitenstedelijke situatie geldt een maximale grenswaarde van 63 dB en 53 dB. Nabij het plangebied aan van winkelcentrum Weezenhof liggen gezoneerde geluidsbronnen die het gebied belasten: Weezenhof Van Boetbergweg
Ten behoeve van de ontwikkeling is een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in de bijlage 4 van de toelichting.
4.6.2
30 km/u wegen
Hoewel nu nog niet verplicht, dient er t.z.t. met de omgevingswet ook een toetsing voor de geluidsbelasting van wegen met een limiet van 30 km/u plaats te vinden. Dit geld dan voor wegen met intensiteiten van meer dan 4500 m.v.t. /etmaal ingediend voor 1-1-2026. Na die datum geldt dit voor alle 30 km/u wegen met een intensiteit van meer dan 1000 mvt/etmaal. Het 30 km/u segment van de Weezenhof dat langs het winkelcentrum loopt heeft in de prognose 2032 H een intensiteit van ruim 3500 voertuigen per etmaal. Ook al hoeft er wettelijk geen rekening met het verkeer op 30/km wegen te worden gehouden, zal dit verkeer wel van invloed zijn op de leefkwaliteit in de woningen.
4.6.3
Bouwbesluit
Als voor een nieuwe geluidgevoelige bestemming een hogere waarde nodig is schrijft het Bouwbesluit voor woningen een binnenniveau van 33 dB voor. Voor scholen bedraagt dat 28 dB. Een gebouw dat op basis van het bouwbesluit gerealiseerd wordt heeft een minimale gevelisolatie van 20 dB. Als de gevelbelasting hoger is dan 53 dB of 48 dB zijn extra gevelmaatregelen nodig als het woningen of scholen betreft.
4.6.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bij geluidsgevoelige bebouwing de voorkeurswaarde niet te overschrijden. Voor de eerstelijns bebouwing langs belangrijke vervoersassen kan een overschrijding van deze voorkeurswaarde acceptabel zijn. Bijvoorbeeld als deze bebouwing een afschermende werking heeft voor woningen of andere geluidsgevoelige bebouwing die daarachter liggen. Het beleid is er echter op gericht om hogere waarden spaarzaam toe te staan. Waar dat redelijkerwijs mogelijk is worden lagere waarden dan de wettelijke maxima aangehouden. De gemeente rekent zowel de hoofdwegen als de wijkontsluitingswegen tot belangrijke vervoersassen.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
39
Meetresultaten ten opzichte van het beleid Deze locatie ligt in de geluidzone van Boetbergweg en het 50 km/u gedeelte van de Weezenhof. In de onderstaande figuur 1 zijn de geluidcontouren van de Boetbergweg rond het plangebied weergegeven ter hoogte van de bestaande en geplande bebouwing. Het winkelcentrum ervaart als tweedelijns bebouwing geen hinder van deze weg.
Figuur 1: geluidscontouren en de geluidsbelasting door de Boetbergweg na aftrek van artikel 110 WGH.
Figuur 2 toont de belasting door alle gezoneerde wegen dus inclusief het 50 km/u gedeelte van de Weezenhof. Ten gevolge van deze wegen wordt de voorkeurswaarde van 48 dB (A) overschreden. Figuur 3 toont het beeld voor alle wegen inclusief de niet gezoneerde wegen. De waarde van 53 dB (A) wordt niet overschreden, ook niet als de 30 km/u wegen worden meegenomen.
Figuur 2: Weezenhof; geluidsbelasting door het gezoneerde deel van de Weezenhof na aftrek van artikel 110 WGH.
40
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Figuur 3: Weezenhof; geluidsbelasting door alle wegen na aftrik van artikel 110 WGH.
Het winkelcentrum Weezenhof is een gebouw op de eerste lijn ten opzichte van de Weezenhof. Tenzij het niet redelijkerwijs mogelijk is om tot een lagere waarde op de gevel te komen door enerzijds een andere invulling van het gebied en anderzijds bron en overdrachtsmaatregelen zal er voor dit plan een Hogere Waardenbesluit afgegeven moeten worden.
4.6.5
Conclusie
Het plangebied voorziet in bebouwing die bestaande bebouwing vervangt wat maakt dat dit ontwerp in aanmerking komt voor het verlenen van een Hogere Waardebesluit. Voor zover nu bekend wordt de volledige ruimte van het bestemmingsplan benut en zijn er geen bron en overdrachtsmaatregelen mogelijk. Dit betekent dat er woningen zullen zijn waarbij de voorkeurswaarde van 48 dB (A) na aftrek artikel 110 WGH wordt overschreden. Dit betekent dat als dit plan doorgang vindt er een Hogere Waardenbesluit afgegeven dient te worden. Dit kan onder de volgende voorwaarden: Elke woning groter dan 50 m2 dient minimaal een niet gemeenschappelijke buitenruimte te hebben. In minimaal een buitenruimte dient dan de geluidsbelasting beneden de 48 dB (A) blijven. Indien een gevel van de woning met meer dan 53 dB (A) wordt belast, dient er minimaal een slaapkamer aan een geluidsluwe gevel dient te liggen (<48 dB(A). In het kader van de goede ruimtelijke ordening adviseren wij om ook de geluidsbelasting als gevolg van de 30 km wegen in acht te nemen. Voor woningen die als gevolg hiervan ook een geluidsbelasting hoger dan 48 respectievelijk 53 dB (A) ervaren, is een gelijke benadering als bij de gezoneerde wegen wenselijk
4.6.6
Conclusie leefklimaat op gebied van geluid
Waarborging van een kwalitatief goed leefklimaat op het gebied van geluid wordt ondervangen in de wet Geluidhinder. Het activiteitenbesluit sluit hierop aan met richtlijnen voor het geluid van inrichtingen (wet Milieubeheer). Niet altijd biedt dit kader houvast. Soms is het beter om ook naar een besluit te kijken vanuit de optiek van een “goede ruimtelijke ordening”. Dit kan er toe leiden om strenger te zijn dan de wet voorschrijft. In het geval van het winkelcentrum Weezenhof is daarom gekeken of de aanwezigheid van een
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
41
hoog bouwvolume middels reflecties van invloed is op de geluidsbelasting en zodoende de geluidsbeleving. De bestaande bronnen zijn het wegverkeer en de Prins Clausschool. Uit ons onderzoek blijkt dat door reflecties de geluidsbelasting op de noordelijk gelegen woningen toeneemt in de ordegrote van 0,1dB tot 0,4dB. Aan de zuid, west en oostzijde is geen verschil meetbaar. Een dergelijke verschil in intensiteit is door het menselijk gehoor niet waarneembaar en zal dus geen merkbare gevolgen hebben voor de geluidsbeleving. Bezien vanuit een “goede ruimtelijke ordening” naar de geluidsbeleving als gevolg van reflecties, wordt dit in deze situatie aanvaardbaar geacht.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Toetsing aan regelgeving
Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
4.7.1.1
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.
In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2 Jaargemiddelde PM10
norm 40 ìg/m3
grenswaarde 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015 1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar 1 juni 2011 > 50 ìg/m3 Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: De ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit (NIBM), of; De luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; Bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel
42
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; Er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van een nieuw winkelcentrum met woningen.
De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe plan veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie op basis van het verkeersmodel in een toename van 247 mvt/etmaal (zie de verkeersnotitie “Verkeerszaken Winkelcentrum Wezenhof”, 8 november 2021). Hierdoor zal geen verslechtering van meer dan 3% ontstaan. Het plan is daarmee NIBM.
4.7.1.2
Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Uit de onderstaande figuur blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in 2019 ter plaatse onder de 18 ìg/m3 bedraagt.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
43
4.7.2
Conclusie
Een winkelcentrum en woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter plaatse van het plan worden de grenswaarden niet overschreden. Luchtkwaliteit is daarom geen beperking voor het plan.
4.8
Externe veiligheid
Binnen het plangebied ligt een propaantank. De propaantank is in gebruik ten behoeve van het tijdelijke 'Huis van de Weezenhof'. Bij de ontwikkeling van dit plan zal deze propaantank worden verwijderd. Een propaantank midden in een woonwijk is ongewenst vanwege de over het algemeen ruim aanwezige alternatieven (gas, warmte, Electra). Met name het laden en lossen met tankauto's van 20-40m3 kan in zeer uitzonderlijke gevallen een grote explosie veroorzaken.
Locatie tijdelijke propaantank Het 'Huis van de Weezenhof' is een tijdelijke voorziening die als gevolg van dit plan zal komen te vervallen en daarmee ook de propaantank.
44
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Aangezien de propaantank wordt verwijderd zijn er voor dit plan geen nadelige effecten vanuit externe veiligheid.
4.9
Bodem
De beoogde ontwikkeling betreft een functiewijziging ten opzichte van de huidige situatie. Hierom is er bodemonderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. Hiervoor is een bodemonderzoek uitgevoerd welke de conclusie van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken bevestigd (bijlage 5)
4.9.1 Bodemkwaliteit VOCl-verontreiniging 2021 (vluchtige organische gechloreerde koolwaterstoffen Ter plaatse van de Weezenhof 5508 is in de grond een achtergrondwaarde-overschrijding gemeten aan PER (tetrachlooretheen). Er vindt weinig of geen nalevering meer plaats naar het grondwater. In het grondwater is in het brongebied maximaal een tussenwaarde overschrijding gemeten aan PER en CIS (cis-dichlooretheen). Verder stroomafwaarts zijn licht verhoogde concentraties PER en CIS gemeten.
4.9.2
Algemene bodemkwaliteit 2021
Van zowel de onderzochte NEN parameters als asbest, zijn in de grond geen verhoogde gehalten gemeten. Daarnaast zijn in de bovengrond minimale gehalten PFAS gemeten. In het grondwater zijn, buiten de verhoogde concentraties PER en CIS geen andere parameters verhoogd.
4.9.3
Conclusie
De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde bouw op deze locatie.
4.10 Water 4.10.1 Watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
4.10.2 Algemeen Het plangebied ligt in de wijk Weezenhof en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied Dukenburg. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
45
betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
4.10.3 Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt het plangebied in een wijk waarin regenwaterriolering afstromend hemelwater naar oppervlaktewater afvoert. In de wijk Weezenhof ligt het oppervlaktewater rondom de wijk. De volgende figuur toont het plangebied en de dichtstbij gelegen watergang ten noorden van het plangebied. Het betreft de A-watergang met nummer A-140055.
Figuur 1. Overzicht legger wateren Waterschap Rivierenland. De gemeente heeft het oppervlaktewater overgedragen aan het Waterschap Rivierenland. Het regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief gezien geen sprake is van een toename van verhard oppervlak hoeft geen extra berging te worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is 9914 m2 verhard oppervlak aanwezig. In de nieuwe situatie wordt 9586 m2 verhard oppervlak aangelegd, waarvan een deel gerealiseerd zal worden als halfverharding of daktuin. De afname van het verharde oppervlak is tenminste 328 m2, Dit betekent dat hiervoor geen aanvullende waterberging gemaakt hoeft te worden vanuit de eisen van Waterschap Rivierenland.
4.10.4 Grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.
46
zich
niet
in
een
grondwaterwingebied
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
of
4.10.5 Riolering/ hemelwater Mogelijke riooltechnische ontsluitingen van het plangebied bevinden zich aan de omliggende straten. De riolering is uitgevoerd als gescheiden stelsel. Geadviseerd wordt om een rioolontwerp voor te leggen aan de afdeling rioolbeheer van de gemeente Nijmegen. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
Figuur . Overzicht riolering. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Conform eerder genoemde nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' dient 10 mm hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden. Hemelwater van verhard oppervlakte wordt eerst opgevangen op de daktuin. Voor het overige worden voorwaarden opgenomen in het waterhuishoudkundig plan. Hemelwater van verhard oppervlak wordt in principe op eigen terrein verwerkt, waardoor het afstromende hemelwater minder snel naar oppervlaktewater afgevoerd wordt dan in de huidige situatie het geval is. In de huidige situatie wordt afstromend hemelwater nog rechtstreeks naar oppervlaktewater afgevoerd. Verder is sprake van een afname van het totale verharde oppervlak in het plangebied. Conclusie is daarom dat het plan geen negatieve effecten heeft op het rioolstelsel of (indirect) het oppervlaktewatersysteem. Voor het hemelwater, dat afstroomt van de overige verhardingen, is een vorm van zuivering vereist. Deze zuivering moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het water in de vijver niet negatief beïnvloed wordt.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
47
Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden.
4.10.6 Conclusie Water en riolering vormen geen belemmering voor het plan.
4.11 Flora en Fauna 4.11.1 Natuur en groen
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (WNB) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De WNB is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om het Natura2000 gebied 'Rijntakken'.
48
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Provincie Gelderland, Natura2000
Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebied (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Zie hier verder paragraaf 4.10.4 van deze toelichting over. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen.
De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
4.11.2 Quickscan beschermde soorten
Op 30-03-2022 (definitief gemaakt met bevindingen vervolgonderzoek) heeft Bureau GRAS een quick scan beschermde soorten uitgevoerd met kenmerk P01590. Uit de rapportages komen de
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
49
volgende restricties naar voren: Vleermuizen In één van de gebouwen (bijlage 6 quickscan fauna en flora) zijn tijdens het veldbezoek openingen aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Bij de sloop van het gebouw gaan er mogelijk verblijfplaatsen van beschermde vleermuizen verloren. Foerageergebied De bomen en struiken in combinatie met het grasveld zijn in potentie geschikt als foerageer-gebied voor vleermuizen. Buiten de projectgrenzen maar in de directe omgeving zijn tuinen, bosschages en open veld aanwezig die mede kunnen dienen als (hoogwaardig) foerageergebied voor vleermuizen. Vliegroute De aanwezige bomen in het noorden en westen van het projectgebied (bijlage 4 quickscan fauna en flora) vormen een lijnachtige struc-tuur die mogelijk geschikt is als vliegroute. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is redelijker-wijs niet uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde gebouw bewonende vleermuizen, een mogelijke vliegroute en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd (zie bijlage 7 vervolgonderzoek). Kleine marterachtigen Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen.
Er zijn geen waarnemingen bekend van kleine marterachtigen in de directe omgeving van het projectgebied (NDFF). De aanwezige vegetatie in het oostelijke deel van het projectgebied is matig geschikt als leefgebied voor kleine marters. Het gaat om een geïsoleerd klein gebied, omsloten door wegen en bebouwing. Het is wel mogelijk dat de vegetatie in het projectgebied gebruikt wordt door passerende exemplaren. Aangezien er in de directe omgeving veel hoogwaardig leefgebied aanwezig is, is van een significant negatief effect door de geplande ontwikkeling op de kleine marterachtigen geen sprake. Vogels Er zijn geen broedende vogels aangetroffen. Er zijn wel meerdere waarnemingen gedaan van vogels vliegend boven het terrein en/of zittend in bomen of struiken in de directe omgeving, te weten ekster, mus, merel, kraai en houtduif. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het kan zijn dat zangvogels de bomen en struiken in het projectgebied gaan gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
4.11.3 Vervolgonderzoek quickscan beschermde soorten
Uit de quick-scan blijkt dat een vervolgonderzoek noodzakelijk is. Op 28-10-2021 is dit vervolgonderzoek uitgevoerd met eveneens kenmerk P01590. Hieruit komen de volgende conclusies: Vleermuis verblijfplaatsen De aanwezigheid van verblijfplaatsen is redelijkerwijs uitgesloten door het ontbreken van
50
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
waarnemingen hiervan. Doordat er geen verblijven zijn waargenomen binnen het projectgebied, is er geen sprake van een negatief effect op vleermuisverblijven als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Vliegroute De aanwezigheid van een vliegroute binnen het projectgebied is redelijkerwijs uitgesloten. Vlak buiten het projectgebied, aan de noordwest en zuidwestelijke zijden, ligt een vliegroute aan de overkant van de straten, zie afbeelding 4. Het gaat om 3 à 5 individuen die gericht af- en aanvliegen. Zolang de vliegroute aan de noordwest en zuidelijke zijden (buiten het projectgebied) tijdens het actieve seizoen niet verstoord wordt door kunstlicht, trillingen en geluid, zal deze zijn functie behouden waardoor er geen negatief effect zal zijn door de voorgenomen ontwikkeling. Foerageergebied De grote zomereiken aan de noordoostzijde van het plangebied worden zowel in het najaar als het voorjaar door 5 tot 10 gewone dwergvleermuizen intensief gebruikt als foerageergebied. Deze bomen worden be-schouwd als essentieel foerageergebied. De bomen vlak buiten het projectgebied, aan de overkant van de straat aan de zuidwestzijde van het project-gebied, ligt nog een foerageergebied. Om een negatief effect van de ontwikkeling op het foerageergebied binnen het projectgebied te voorkomen, moeten de twee grote zomereiken duurzaam worden behouden.
Daarnaast mag hier, tijdens het actieve seizoen, geen verstoring plaatsvinden door kunstlicht, trillingen en geluid. Het actieve seizoen voor gewone dwergvleermuizen loopt gewoonlijk van 15 april tot 15 oktober, afhankelijk van de klimatologische omstandig-heden kan deze eerder beginnen of later eindigen. Ook verstoring van het foerageergebied buiten het project-gebied moet worden voorkomen. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig, mits de als essentieel foerageergebied aangewezen zomereiken ongestoord blijven. Daarnaast mag tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie geen kunstverlichting op de bomen worden gericht. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ''De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
4.11.4 Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
51
Provincie Gelderland, Gelders Natuurnetwerk
Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing.
4.11.5 Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2020 – 2040, Nijmegen Stad in beweging Uitgangspunten Omgevingsvisie We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur. (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door met woningen in een hofje en gezamenlijke ontmoet- en speelplekken in de buurt. Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren.
We willen de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
zoveel mogelijk minimaliseren.
Het plangebied valt buiten de stedelijke groenstructuur. Er loopt wel een beweegroute door het hart van de wijk. Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. Er wordt voldaan aan de gestelde norm. Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. Binnen het plangebied is geen groene hoofdstructuur aanwezig. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een hoofdboomstructuur op wijkniveau.
Deze structuur dient gehandhaafd te blijven waarbij de bestaande bomen duurzaam behouden kunnen blijven. Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen.
Vanuit het Handboek Stadsbomen (2009) zijn de kaarten en de AVP richtlijnen nog van toepassing.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
53
Aan de noordzijde van het Winkelcentrum Winkelcentrum Weezenhof Weezenhof bevindt zich een hoofdboomstructuur op wijkniveau. Deze structuur dient gehandhaafd te blijven waarbij de bestaande bomen duurzaam behouden kunnen blijven. Voor de bestemmingsplanwijziging zijn er op dit punt geen bezwaren. Bomenplan Nijmegen (2021) Het bomenplan vervangt het Handboek Stadsbomen: het Groene Kapitaal van Nijmegen uit 2009. Binnen het bomenplan Nijmegen 2021 zijn enkel de teksten vastgesteld. Binnen het bomenplan is een tabel opgenomen waarbij individuele bomen worden ingedeeld in 3 categorieën. De kaart met waardevolle bomen komt daarmee te vervallen.
Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen, zijn de monumentale bomen geïnventariseerd. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, waardevolle en buitengewone bomen opgenomen. Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud, hebben een cultuurhistorische betekenis en hebben een goede levensverwachting. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen. Alle buitengewone bomen vallen onder het regime van de omgevingsvergunning, het kappen van houtopstanden. Binnen het plangebied zijn 3 monumentale bomen aanwezig (zie onderstaande afbeelding inrichtingsplan). Voor deze bomen is door Incite Projects een Bomen Effect Analyse (verder BEA) uitgevoerd (bijlage 8).
54
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
De bomen zijn genummerd van 1 t/m 3. De bomen zijn omstreeks 1910 geplant en zijn daarmee 112 jaar oud. Boom 1 heeft een verminderde conditie, boom 2 en 3 hebben een goede conditie. Het inrichtingsplan laat zien dat er negatieve effecten te verwachten zijn op de bestaande bomen. Boom 1 komt deels in het gebouw te staan, boom 2 krijgt te maken met een expeditie route en boom 3 krijgt deels parkeren onder de kroon. Voor boom 1 is overigens wel een uitsparing bedacht op kroonhoogte in het pand.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
55
De BEA geeft een diversiteit aan oplossingen voor boom 1. Hiervan is kroonreductie geen structurele oplossing aangezien de boom dit opnieuw gaat herstellen en voor extra groei zal gaan zorgen om de kroon weer in het oude biotoop te herstellen. Daarom zijn optie 2 t/m 4 structurele oplossingen die nader onderzocht moeten gaan worden. Het betreft: 2. Bouwkundig verlagen van de sparing totdat de begane grond onder de boom door kan worden gerealiseerd; 3. Bouwkundig verbreden van de sparing, waarbij mogelijk ook ontwikkelruimte (tot een boomkroon met een diameter van 25 m. mogelijk is); 4. Bouwkundig werken met overkluizingen of zwevende (brug-)constructies in het gebouw en aan het straatwerk zodat er geen- tot zeer weinig grondwerk in het rood gearceerde gedeelte hoeft plaats te vinden. Bij boom 2 wordt aangegeven de expeditie route te verleggen buiten de kroon. Hierbij wordt ook het toekomstige voetpad verplaatst waarbij onderzocht moet worden of dat deze daadwerkelijk noodzakelijk is op deze locatie.
56
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Over de parkeerplaatsen onder de kroon wordt niet gesproken. Deze oplossing dient nader onderzocht te worden inclusief het parkeren onder de bestaande kroon. Hetzelfde geldt voor boom 3. Vervolg Bomen effect analyse bij bouw en inrichting openbare ruimte en conclusie Realisatie van het bouwplan en inrichting van de openbare ruimte is mogelijk indien er een vervolg BEA wordt uitgevoerd met als uitgangspunt behoudt van de 3 bomen. Dit BEA zal inzichtelijk moeten maken op welke wijze de bomen duurzaam behouden kunnen worden tijdens en na de bouw en realisatie van de buitenruimte. De maatregelen kunnen daarna voorwaardelijk worden gesteld aan een omgevingsvergunning voor de bouw en realisatie van de buitenruimte. Hierbij dient in ieder geval rekening gehouden worden met; De kroonprojectie van de bomen; Uitgangspunten 'Werken rond bomen' volgens het Handboek Bomen, waarbij tijdens uitvoering van de werkzaamheden geen onnodige schade mag ontstaan aan bestaande wortels en groeiplaatsen; Een en ander na inwinning advies van boomtechnisch adviseur. Het laten opstellen van een BEA zal in de regels als voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. De bomenrij/bosje aan de zuidoostzijde van het plangebied direct naast de school wordt goed ingepast in het plan.
4.11.6 Fauna en flora – onderdeel Natura 2000 (stikstof)
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
57
een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of in de aanlegfase en de gebruiksfase wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) als gevolg van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase op voorhand uit te sluiten (zie bijlage). De berekeningen hebben plaatsgevonden met de laatste versie van Aerius (versie januari 2023). De Wnb staat dus gelet op het aspect stikstof niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
4.12 Cultuurhistorie en archeologie De ontwikkeling valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Bij gebiedstype 1 gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. De belangrijkste objecten en gebouwen zijn reeds aangewezen als monument of staan op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Voor dit gebiedstype wordt in het bestemmingsplan een regeling met betrekking tot bescherming van cultuurhistorische waarden opgenomen, indien sprake is van cultuurhistorisch waardevolle structuren.
Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart noord-zuidrichting het Maas-Waalkanaal
58
met
de
ligging
van
het
plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
In
4.12.1 Cultuurhistorische waarden De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor het plangebied geldt dat er geen cultuurhistorische waarden worden weergegeven. Cultuurhistorische analyse Ten behoeve van de herontwikkeling van het winkelcentrum en de daarbij behorende bestemmingsplanherziening is voor het plangebied een cultuurhistorische quick scan uitgevoerd. Deze quickscan is als bijlage 10 opgenomen. Op basis van de uitkomsten van deze verkenning kan worden geconcludeerd dat er binnen het bestemmingsplangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn die dateren van vóór 1970. De architectuurhistorische waarde van het winkelcentrum is laag, zeker nadat door brand meer dan de helft van het complex is verwoest. Cultuurhistorische waardevolle bebouwing en objecten Binnen het plangebied bevinden zich geen gemeentelijk monumenten en panden die zijn opgenomen op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed.
4.12.2 Archeologie Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen.
4.12.2.1 Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied Winkelcentrum Weezenhof lag voor de bestemmingsplanwijziging in een gebied met de wetgevingszone - waarde archeologie 1. Waarde 1 wordt aan een gebied toegekend vanwege een onbekende of een lage waarde van de in het gebied aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. In dit geval, omdat op het ontbrak aan nadere kennis omtrent de situatie ter plekke, betrof het een onbekende waarde. Onderzoek in het kader van de voorgenomen plannen Vanwege de voorgenomen ontwikkeling zijn er twee vooronderzoeken uitgevoerd, waarop door de Gemeente Nijmegen een beoordeling heeft plaatsgevonden. De resultaten van het vooronderzoek zijn gepubliceerd als: A. van de Water en R. Paulussen, Weezenhof te Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Bureauonderzoek, ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21042, 2021 (bijlage 12)
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
59
R. Paulussen, Weezenhof te Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennend booronderzoek, ArcheoPro Archeologisch rapport Nr.
60
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)
Op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan worden geconcludeerd dat binnen het plangebied de oorspronkelijke bodem nog grotendeels intact is en dat er een hoge archeologische verwachting bestaat voor holocene nederzettingsresten en/of begravingen vanaf het neolithicum tot en met Romeinse tijd. Ook kan nog geen gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld. Daarvoor dient meer onderzoek te worden uitgevoerd op basis waarvan de Gemeente Nijmegen als bevoegd gezag een selectiebesluit kan nemen over al dan niet het behouden van een eventuele vindplaats. Dit vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in de vorm van een 'Opgraving variant archeologische begeleiding' van de ondergrondse sloop gevolgd door een 'Inventariserend Veldonderzoek' door middel van proefsleuven waarbij het hele plangebied wordt onderzocht. Het is niet mogelijk om dit onderzoek voorafgaand aan de bestemmingsplanwijziging binnen het plangebied uit te voeren. Het winkelcentrum blijft namelijk tot aan de sloop en nieuwbouw in gebruik. De gemeente Nijmegen heeft besloten om de fase van onderzoek naar de fase van de benodigde omgevingsvergunning door te schuiven.
Er zal een vooraf door de gemeente Nijmegen goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen ten behoeve van een Opgraving (variant van archeologische begeleiding) van de sloop gevolgd door een Inventariserend Veldonderzoek door proefsleuven moeten worden aangeleverd. Afhankelijk van de uitkomst van deze onderzoeken neemt de Gemeente Nijmegen als bevoegde overheid een selectiebesluit over al dan niet het behouden van een eventuele vindplaats en de eventuele noodzaak van vervolgonderzoek.
4.12.3 Conclusie Het uitgevoerde onderzoek heeft voldoende gegevens opgeleverd om te kunnen concluderen dat de huidige wetgevingszone - waarde archeologie 1 , een lage of onbekende waarde, niet passend is voor het plangebied. Daarom zal het plangebied met deze bestemmingsplanwijziging worden opgewaardeerd en de dubbelbestemming waarde archeologie – 2 krijgen. Aan een waarde 2 gebied zijn ondergrenzen verbonden, waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt. Deze grenzen bedragen voor de geplande ingreep een oppervlak van tenminste 100 m2 en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm gaat.