CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord Toelichting

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord (36/2024)27.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Nijmegen staat, zoals hiervoor aangegeven, landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om de toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. Ruimte voor nieuwe woningen gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus onder andere ligt op de Waalsprong, waar het betreffende perceel zich bevindt.

3.5.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat het een uitbreiding in bestaand bebouwd gebied betreft in de Waalsprong.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

31

32

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vorm vrije MER beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In de afgelopen jaren zijn diverse delen van de Waalsprong bebouwd. Een van de laatste grote gebieden die nog definitief moet worden ingevuld is gebied Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf (nu genaamd Koudenhoek). Zie ligging in onderstaande figuur.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

33

Globale ligging plangebied met oude naam 'Broodkorf' voor het plangebied 'Koudenhoek' Ten behoeve van besluitvorming over de Waalsprong is in 2003 een Milieueffectrapport (MER) voor de gehele Waalsprong opgesteld. (Gemeente Nijmegen, 2003). In 2016 en 2017, werden de kaders voor de invulling van Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf definitief gemaakt in bestemmingsplannen voor deze gebieden. Ten beghoeve van deze bestemmingsplannen is in het 'Milieueffectrapport Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf' onderzocht of de milieueffecten van de invulling van deze gebieden passen binnen de bandbreedte van de milieueffecten die in het MER van 2003 zijn onderzocht en of er wellicht een actualisatie van (een deel van) het MER 2003 nodig is. Dit actualisatieonderzoek milieueffectrapport is als bijlage aan het MER Hof van Holland, Woenderskamp en Broodkorf toegevoegd (opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan). De Commissie voor de m.e.r. heeft op 24 februari 2017 een positief advies uitgebracht voor dit m.e.r. Het Toetsingsadvies MER is ook als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting. Beoordeling 1. Kenmerken van het project Het project kenmerkt zich door de ontwikkeling van een woongebied voor 395 grondgebonden woningen en appartementen. 2.

Plaats van het project Het plangebied wordt begrensd door de Griftdijk Noord aan de westzijde, de Dijkstraat en de fietsstraat aan de zuidzijde en de Margaretha van Mechelenweg en de spoorlijn aan de oostzijde. De noordelijke gebiedsgrens wordt gevormd door de oever van de Oosterhoutse Plas.

34

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

3. Kenmerken van het potentiële effect. Het plan valt in de categorie D 11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarden voor een m.e.r. voor deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De activiteit voorziet niet in overschrijding van deze drempelwaarden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Conclusie Het potentiële effect door het voorgenomen bestemmingsplan kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een m.e.r. voor de aangevraagde activiteit noodzakelijk maakt.

4.2

Wonen

Woonagenda subregio Nijmegen Met de "Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030" en de Woondeal 2.0 hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. Er een grote behoefte aan het toevoegen van betaalbare en toegankelijke woningen voor 1-2 persoonshuishoudens voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters. In de koopsector spreidt de behoefte zich over verschillende categorieën en prijsklassen. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Ook na 2030 blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten voor het gebruik van de ruimte in Nijmegen. Het geeft daarmee de komende jaren richting aan de ontwikkeling van de stad. Vier opgaven en acht richtinggevende keuzesstaan centraal in de Omgevingsvisie: 1. Aantrekkelijke stad: Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Nijmegen behoort nog steeds tot de 3 steden in Nederland met het grootste woningtekort.

Daarom is het erg belangrijk om KoudenHoek Noord te ontwikkelen om met deze ontwikkeling te voorzien in de grote vraag naar woningen in Nijmegen. 2. Economische veerkrachtige stad; we gaan onze economische kansen beter benutten. Nijmegen Noord met de ontwikkeling van onder meer Hof van Holland draagt bij aan een nieuw centrum voor Nijmegen Noord met winkels, kantoren en voorzieningen en draagt bij aan werkgelegenheid en leefbaarheid vanwege dichtbij voorzieningen voor de inwoners van Nijmegen Noord.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

35

3. Sociale en gezonde stad: Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen. Ook in deze ontwikkeling van Koudenhoek Noord zetten we in op een gediffentieerd woningaanbod qua prijs en type. Van het programma in deze ontwikkeling is meer dan 2/3 betaalbaar (sociale huur, middeldure huur, betaalbare koop) en er wordt ingespeeld op de vraag van 1-2 persoonshuishoudens tot gezinnen en van starters op de woningmarkt tot senioren, kortom een heel divers woningaanbod.

4. Duurzame stad; Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang. Ook in Koudenhoek Noord is dit een heel belangrijke opgave in de gebiedsontwikkeling als woningbouwontwikkeling. De 4 opgaven worden gespecificeerd door 8 richtinggevende keuzes. Van de 8 richtinggevende keuzes zijn twee nadrukkelijk van toepassing op de ontwikkeling Koudenhoek Noord; Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streeft de gemeente onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. Dit in combinatie met de daarbij passende voorzieningen en woningen (levensloopbestendig en toekomstbestendig gebouwd). Groene, gezonde stad De ontwikkeling van de stad gaat gepaard met een gezonde leefomgeving voor de inwoners, met groen, en met het verbeteren van de biodiversiteit. Onderwerpen als luchtkwaliteit, geluid, hitte, beweging en mobiliteit, groen en water, ontmoeten en voorzieningen spelen daarbij een belangrijke rol.

In Koudenhoek Noord is hier heel erg op ingespeeld, zodat de inwoners straks fijn kunnen wonen en leven in dit gebied. Uitvoeringsagenda Wonen Nijmegen In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. De gemeente zet in op alle doelgroepen en extra in op de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast wordt ingezet op ouderen en mensen met een hulpvraag. Er wordt ruimte gemaakt om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. Er worden minimaal 10.000 woningen toegevoegd tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verlegt de gemeente de focus ook naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn naast Nijmegen Noord en Waalfront, de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het MaasWaalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten. Coalitieakkoord Nijmegen "Ons Nijmegen, Stad van Iedereen 2022-2026 In dit akkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: Nijmegen is een stad die groeit.

De stad heeft een van de grootste woningtekorten van Nederland. We willen dat er in onze stad voldoende en betaalbare woningen zijn. Voor veel Nijmegenaren is het lastig om een passende en betaalbare woning te vinden. We willen dat

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

iedere Nijmegenaar goed kan wonen in een fijne wijk, met voldoende groen en voorzieningen en goede bereikbaarheid. Woningbouwprogramma; Tot 2040 zijn 15.000 nieuwe woningen nodig, we zorgen dat die er komen. We gaan dan ook door met de ontwikkeling van het Stationsgebied en Winkelsteeg/Kanaalzone. We voltooien de Waalsprong en het Waalfront en blijven bouwen op vrijkomende schoollocaties en op andere plekken in de stad. Er zijn niet alleen meer, maar vooral betaalbare woningen nodig. Daarom zorgen we ervoor dat er bij nieuwbouw 30% sociale huur, 15% middeldure huur (max € 988, prijspeil 2022) en 20% betaalbare koopwoningen (tot € 280.000) worden gebouwd. De rest is vrije sector. We maken hier afspraken over met ontwikkelaars en we zetten de samenwerking met rijk, provincie en regio via de Woondeal en Verstedelijkingsstrategie door. We vragen ook van ontwikkelaars dat ze de woningcorporaties mee laten ontwikkelen. In Koudenhoek Noord ontwikkelen corporaties en commerciële partijen in de diverse vlekken en zorgen daarmee voor een divers woningaanbod van sociale huur, middeldure huur en vrije sector aanbod, ook voor diverse doelgroepen, starters, 1-2 persoonshuishoudens, gezinnen en senioren en aandachtsgroepen van een passende woning te voorzien.

Conclusie Met de ontwikkeling van Koudenhoek Noord spelen we in op de grote woningvraag, met een divers aanbod, waarvan minimaal 2/3 deel in het betaalbare segment. Als gemeente sturen we op een goede mix van woningen, in type, prijs en passend bij de doelgroep om te komen tot een fijne leefbare woonwijk in KoudenHoek Noord. Het plan met 395 woningen voorziet in al deze ambities en past binnen het vastgestelde woonbeleid.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.

4.3.1

Gebiedstypering

De VNG-publicatie maakt voor de beoordeling onderscheid in twee gebiedstypen. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Tevens kunnen woningen aan een drukke doorgaande weg of spoorweg gezien worden als gemengd gebied. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De directe omgeving van het plan bevat matig functiemenging van bedrijven, maatschappelijke bestemmingen en detailhandels en drukke infrastructuur als de Griftdijk Noord en het spoor.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

37

Daarom wordt het gebied getypeerd als een gemengd gebied. Nabij het plangebied Koudenhoek Noord zijn aan de zuidzijde de nieuwe VMBO en de hulpwarmtecentrale (hwc) aanwezig als milieubelastende activiteit. Verder wordt er met dit plan in de zuid-oosthoek van het plangebied, grenzend aan de hwc en het VMBO een multifunctioneel sportcomplex bestemd (ontwerp bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1, 14-7-2022). De hwc valt onder SBI code 35.12 'stadsverwarming', gasgestookt. Deze valt onder categorie 3.2 met de een richtafstand ten opzichte van een rustige woonwijk van respectievelijk 100, 50, 30 en 10 meter voor geluid, gevaar, geur en stof. Binnen het plan Koudenhoek wordt het eerstvolgende geluidgevoelig object op grotere afstand mogelijk gemaakt. Daarmee wordt er voldaan aan de richtafstanden uit de VNG brochure. Naast de hwc zal ook de VMBO-school geluid emiteren richting de nieuwe woningen. De school valt volgens de VNG brochure in categorie 2. De richtafstand van 30 meter hiervoor valt niet over het plangebied. Het schoolplein en de fietsenstalling zijn tussen de school en de hwc gerealiseerd. De afstand van deze potentiele geluidbronnen tot aan de te realiseren woningen is daarmee dusdanig dat ook daar geen overlast van te verwachten is. In de zuidoost hoek wordt tevens een sportveldencomplex gerealiseerd.

Dit sportvelden complex met verlichting heeft een richtafstand van 50 meter (categorie 3.1) tot aan woningen. Binnen het ontwerp bestemmingsplan is rekening gehouden met de ontwikkeling van woningen ten noorden en westen van de sportvelden door een groenbestemming te geven aan een 50 meter brede strook tussen sportvelden en de woonbestemming. Hiermee wordt de mogelijke hinder als gevolg van het sportcomplex op de woningen geminimaliseerd en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Op rond van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.4

Geluid

Wet geluidhinder Om voldoende leefkwaliteit te garanderen moet de hinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai beperkt worden. De wet Geluidhinder (wgh) ziet hierop toe door zones aan te wijzen en hierin grenswaardes voor de geluidbelasting op geluidsgevoelige gevels en terreinen te stellen. Zones zijn gebieden waar door de korte afstand tot wegen, spoorwegen of industrieterreinen verhoogde kans is op geluidshinder. Worden er nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen gepland in deze zones, dan moeten de geluidbelastingen onderzocht worden. Een voorkeursgrenswaarde mag enkel worden overschreden als het niet mogelijk is het geluid tot onder de voorkeursgrenswaarde te beperken dan wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige/ landschappelijke, verkeerskundige of om financiële redenen niet toepasbaar, wenselijk of doelmatig zijn. Overschrijding van een maximaal toelaatbare waarde is niet toegestaan.

Het gebied Koudenhoek Noord kent een overlap met de geluidszones van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem, de Margaretha van Mechelenweg, de Prins Mauritssingel en de Griftdijk Noord. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai wordt op meerdere posities overschreden. De maximaal toelaatbare waarde niet. Een overschrijding van een voorkeursgrenswaarde is hier toegestaan onder de voorwaarden in de 'Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder 2013'. Voor dit gebied geldt de regel dat geluidbelaste woningen toelaatbaar zijn als deze een afscherming bieden aan een gelijk of groter aantal woningen. Uit de maatregelafweging volgt dat er geen maatregelen voor

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

beperking van wegverkeerslawaai toepasbaar zijn.

Voor beperking van spoorweglawaai zouden raildempers ingezet worden kunnen worden. Het (dominante) wegverkeerslawaai maakt dat deze reductie maar beperkt waarneembaar is. Raildempers zijn daardoor pas doelmatig als er meer dan 58 woningen in de lijn langs de Margaretha van Mechelenweg op de 3e en 4e woonlaag een geluidbelasting door spoorweglawaai ondervinden hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Gemeente Nijmegen wil het aantal geluidbelaste woningen beperkt houden en dus wordt er een grens gesteld aan het aantal geluidbelaste woningen aan de oostzijde van het plan met de volgende aanduiding: "Specifieke bouwaanduiding - maximaal voorkeursgrenswaarde belaste woningen"

50

door

spoorweglawaai

hoger

dan

de

Door deze aanduiding zijn er maar 50 woningen met een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai toegestaan. Raildempers zijn daardoor niet doelmatig toepasbaar in dit gebied.

Toetsing aan het Hogere Waardebeleid Voor de Griftdijk Noord is het aantal geluidbelaste woningen beperkt door de intekening van concrete bouwvlakken en de geringe breedte van het nog niet nader uitgewerkte deel. Zodoende wordt er aan de gestelde voorwaarden voldaan. Voor de Margaretha van Mechelenweg, Prins Mauritssingel en de spoorlijn Nijmegen-Arnhem beperkt de in het bestemmingsplan opgenomen aanduiding het aantal geluidbelaste woningen. Op een totaal aantal van 400 zorgt deze voorwaarde ervoor dat er aan het Hogere Waardebeleid wordt voldaan. Conclusie De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai wordt overschreden. Er zijn geen doelmatige maatregelen mogelijk. De woningen waar de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde bieden afscherming voor die bronnen aan een groter aantal woningen. Op grond hiervan mag er zodoende een Hogere Waardebesluit worden afgegeven.

4.5

Trillingshinder

De handreiking nieuwbouw en spoortrillingen stelt dat als de afstand tot het spoor minder dan 100 meter is, het aspect trillingen beoordeeld moet worden. Vanaf 200 meter wordt deze beoordeling aanbevolen. Er komen woningen binnen 200 meter van de spoorlijn. Er is door DGMR een Trillingsonderzoek zodoende uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat er wordt voldaan aan de SBR-B richtlijn op 80 meter vanaf de spoorlijn voor de hier toegepaste lage bebouwing. Dat betekent dat er aangetoond moet worden dat er in de woning sprake is van een goed leefklimaat. Voor deze woningen geld dat er moet worden voldaan aan de nieuwbouwnorm of aan de norm voor bestaande bouw als aangetoond kan worden dat aanvullende maatregelen niet doelmatig zijn. De gestapelde bouw van 4 lagen en hoger is in dit gebied op het aspect trillingen zonder aanvullende maatregelen sprake van een goed leefklimaat.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

39

4.6

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet Milieubeheer uitgebreid met hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteiteisen. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's (Besluit niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen; Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen) en Ministeriele regelingen (Regeling niet in betekenende mate bijdragen luchtkwaliteitseisen; Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007; Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007). Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: - het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit en - het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit Grenswaarden voor luchtkwaliteit gelden voor de volgende stoffen: stikstofdioxide (NO2); fijn stof (PM10); benzeen (C6H6); zwaveldioxide (SO2); koolmonoxide (CO) en benzo(a)pyreen (BaP). In Nederland worden in het algemeen alleen voor NO2 en PM10 mogelijk overschrijdingen verwacht. De grenswaarden betreffen bestuurlijke normen, ook beneden de grenswaarden zijn in studies gezondheidseffecten waargenomen.

Getalsmatig kan de normering voor NO2 en PM10 als volgt weergegeven worden: norm ingangsdatum Jaargemiddelde grenswaarde NO2 40 µg/m3 1-1-2015 Jaargemiddelde grenswaarde PM10 40 µg/m3 1-6-2011 Daggemiddelde grenswaarde PM10 max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3 1-6-2011 Vaststelling van een ruimtelijk plan voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen indien: - aannemelijk is gemaakt dat het plan niet leidt tot het overschrijden van een grenswaarde (vanaf ingangsdatum) danwel niet leidt tot een toename van reeds bestaande overschrijding van een grenswaarde; - aannemelijk is gemaakt dat de luchtkwaliteit als gevolg van het plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; danwel bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, door een met het plan samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (saldering); - aannemelijk is gemaakt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen (zgn. NIBM-plan); - (art. 5.16 lid 1 onder d Wm) de activiteit waarvoor vergunning wordt gevraagd is genoemd, beschreven ofwel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een vastgesteld programma, bijvoorbeeld het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).

Een in betekende mate (IBM)-plan mag geen bijdrage leveren aan een verslechtering van de luchtkwaliteit op plaatsen waar de grenswaarden overschreden worden of dreigen te worden. Indien door een IBM-plan wel een bijdrage geleverd wordt aan een verslechtering boven de grenswaarde, dan moet aan het plan maatregelen gekoppeld worden om deze bijdrage te compenseren.

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht geworden. Het NSL is een programma als bedoeld in artikel 5.16 lid 1 onder d Wm. Het NSL bevat een pakket van ruimtelijke ontwikkelingen c.q. projecten (bijvoorbeeld (rijks)wegen, woningen, landbouw en industrie) en maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Met deze maatregelen zal Nederland tijdig aan de Europese luchtnormen voldoen. Deze maatregelen zijn onder meer: nationale, generieke maatregelen van het Rijk (stimulering roetfilters, belastingvoordeel voor schone auto's, etc.) en daarnaast maatregelen op het hoofd- of onderliggend wegennet zoals doorstromingsmaatregelen, snelheidsverlaging en schermen. Het plangebied past binnen de ontwikkeling van de Waalsprong welke als IBM-project is opgenomen in dit NSL. Tevens is de hoofdinfrastructuur van de Waalsprong (o.a. Nijmegen Stadsas onder IB-nr. 298, nu geheten Prins Mauritssingel) onderdeel van het NSL. In het NSL zijn tevens maatregelen opgenomen om de doorstroming op de Prins Mauritssingel te verbeteren. Het onderhavige bestemmingsplan maakt deze maatregelen niet onmogelijk. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van het NSL is het rekeninstrument Saneringstool (versie 3.1) ontwikkeld. De omvang van "de saneringsopgave" voor luchtkwaliteit wordt met dit instrument op een eenduidige en uniforme wijze in kaart gebracht.

Het positieve effect op de luchtkwaliteit van de maatregelen is bepaald door middel van de Saneringstool 3.1. In deze Saneringstool leidt het inbrengen van de IBM-projecten in Nijmegen alsmede de voorgestelde maatregelen tot het tijdig oplossen van de knelpunten in de luchtkwaliteit in Nijmegen. Het onderhavige bestemmingsplan voldoet met haar projectkenmerken aan de in het NSL opgenomen projectkenmerken. In de gebruikte verkeersmodellen voor de Saneringstool (versie 3.1) zijn de verkeerseffecten opgenomen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in Nijmegen (waaronder de eerdergenoemde in het NSL opgenomen IBM-projecten). Het onderhavige bestemmingsplan voldoet daarmee aan de luchtkwaliteitsregelgeving. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit Op 16 januari 2009 is het Besluit "gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)" in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan.

De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. In de recente landelijke "GGD-Richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid" adviseert de GGD ten aanzien van het bouwen van gevoelige bestemmingen langs drukke gemeentelijke wegen (meer dan 10.000 mvt/etm): - geen afstandscriterium; - niet bouwen direct langs een drukke weg (dus niet in 1e lijnsbebouwing); - GGD Amsterdam heeft het advies "niet in 1e lijnsbebouwing" aangevuld met dat dit minimaal moet gelden binnen 50 meter van de rand van de drukke gemeentelijke weg. Gemeente Nijmegen conformeert zich aan bestemmingsplan voldoet aan de GGD richtlijn.

deze

GGD-richtlijnen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Het

onderhavige

41

4.7

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het plangebied.

Betuwelijn; Het spoor van Nijmegen naar Arnhem; De Waal; A325 /Prins Mauritssingel;

4.7.1

Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR)

Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. De PR (PR*10-6) contour van de genoemde risicobronnen blijft ver van de voorgenomen ontwikkeling en vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.7.2

De verantwoording van het groepsrisico

Betuwelijn Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Het plangebied ligt op ongeveer 2700 meter van de Betuwelijn, en op ongeveer 1500 meter van de oeverlijn van de Waal. Op meer dan 200 meter afstand van deze bronnen is er alleen een zeer onwaarschijnlijk toxisch ongevalsscenario mogelijk welke tot over het plangebied reikt. In de beleidsvisie van februari 2014 (Beleidsvisie Externe Veiligheid Nijmegen, 2014 pagina 33) is daarvoor een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Het spoor van Nijmegen naar Arnhem Naast het plangebied ligt de spoorlijn van Nijmegen naar Arnhem. Hierover worden gevaarlijke stoffen vervoerd van de categorieën A,B2 C3, D3 en D4; respectievelijk 700, 200, 1050, 50 en 50 wagons per jaar volgens de prognose van het 'basisnet vervoer gevaarlijke stoffen'. In werkelijkheid zijn in 2016 respectievelijk 2522, 99, 400, 43 en 8 wagons vervoerd over dit traject. In het Bevt is een aandachtgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord dient te worden (200 meter vanaf het spoor). Buiten deze zone dient in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het plangebied Koudenhoek Noord ligt binnen deze 200 meter zone.

In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, 2015) zijn vuistregels geformuleerd op basis waarvan een inschatting kan worden gemaakt van het

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

groepsrisiconiveau. Hieruit blijkt dat een RBM II berekening noodzakelijk is. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) heeft voor het plangebied een nieuwe berekening (ODRN Koudehoek Noord 2023) gemaakt van het groepsrisico voor de bestaande situatie en voor de situatie na de planontwikkeling. Hieruit blijkt dat het groepsrisico ter hoogte van het plangebied vanwege alle ontwikkelingen in de laatste jaren inmiddels is toegenomen tot ongeveer 0,3 maal de oriëntatiewaarde. Dit plan heeft echter geen invloed op de hoogte van het groepsrisico van de hoogst belaste kilometer. Kortom er is geen toename van het groepsrisico meetbaar. De hoogte van het groepsrisico wordt met name bepaald door de ontwikkelingen in de buurt van Station Lent zoals aan de Spoorstraat. Onderstaande figuur geeft het totale groepsrisiconiveau weer met alle voorziene ontwikkelingen tot op heden.

Figuur: Groepsrisico (Fn curve) ter hoogte van het plangebied De dichtheid van het aantal personen in het plangebied van Koudehoek Noord is momenteel zeer laag (<25 personen /ha) en neemt toe tot 125personen per ha. Het berekende groepsrisico is dus in nieuwe situatie gelijk aan de oude situatie. Hierdoor kan volgens het Bevt worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico (Bevt, art 8 lid 2b) omdat het groepsrisico met niet meer dan 10% toeneemt. De woningen die worden gerealiseerd in het plangebied zijn kwetsbare objecten volgens de definitie van het Bevi. Volgens de beleidsvisie externe veiligheid van Nijmegen (feb 2014) dient de groepsrisicoverantwoording zwaar te worden uitgevoerd indien (zeer) kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen de 200 meter contour van het spoor. De beleidsvisie geeft aan dat het toevoegen van (zeer) kwetsbare objecten tussen de 0 en 200 meter vanaf het spoor zwaar verantwoord dient te worden. Zeer kwetsbare objecten zoals basisscholen en kinderdagverblijven worden niet voorzien in dit gebied en zijn ook expliciet uitgesloten. Kwetsbare objecten zoals woningen zijn wel voorzien. Sinds het vaststellen van de beleidsvisie is het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Hierdoor zijn ook landelijk afspraken gemaakt over het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen en zijn de risico's op het spoor aanzienlijk gedaald.

Voor de zekerheid is nog bovenstaande groepsrisicoberekening gemaakt waaruit dus blijkt dat het risico niet meetbaar toeneemt. De restrisico's die overblijven in het plangebied zijn het gevolg van het mogelijk optreden van een koude BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) -scenario en een toxisch scenario. Aangezien de gemeente geen invloed heeft op de veiligheid van het transport zelf en in de overdracht van bron naar de woningen weinig zinvolle maatregelen denkbaar zijn, blijven alleen de woninggebonden maatregelen over om te overwegen. Dit zijn bijvoorbeeld maatregelen die

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

43

mensen de gelegenheid geven langer te kunnen schuilen in een object of maatregelen die voorkomen dat onderdelen van gebouwen bezwijken bij een bepaalde overdruksituatie. Gezien het feit dat het groepsrisico niet meetbaar toeneemt en het transport van gevaarlijke stoffen over dit spoortraject beperkt is zouden aanvullende bouwkundige maatregelen disproportioneel zijn ten opzichte van de te bereiken veiligheidswinst.

A325/Prins Mauritssingel Het plangebied ligt op ongeveer 55 meter van de Prins Mauritssingel. Hierover wordt slechts een geringe hoeveelheid gevaarlijke stoffen getransporteerd vanaf de snelweg via het Trianusplein richting de gemeente Berg en Dal en eventueel terug. Gezien de bedrijven die aan dit traject liggen, en gezien eerdere schattingen van het vervoer op dit traject, is het zeer onwaarschijnlijk dat hier grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierdoor kan volstaan worden met een verwijzing naar de standaardverantwoording op pagina 34 van de beleidsvisie. Advies Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) De VRGZ heeft op 19 juli 2023 advies uitgebracht op de planontwikkeling. Hierin adviseert zij een primaire bluswatervoorziening te realiseren met een minimumcapaciteit van 60 m3/u. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met opstelplaatsen voor de tankspuitauto. Bij een verdere inrichting van het plangebied zal de gemeente hierover in contact treden met de VRGZ. Daarnaast doet de VRGZ de suggestie enkele maatregelen voor het overdrachtsgebied en/of aan de nieuwe woningen te overwegen. De VRGZ zal bij de verdere ontwikkeling van het plangebied worden betrokken.

Conclusie De ontwikkeling van kwetsbare objecten in dit bestemmingsplan is aanvaardbaar.

4.7.3

Brandveiligheid

De brandweerpost Nijmegen Noord ligt in de directe omgeving. De brandweer kan binnen 10 minuten ter plaatse zijn. Voor medische hulpverlening geldt dat de ambulance binnen de normtijd van 15 minuten ter plaatse kan zijn. Bij ontsluiting van de wijken is het belangrijk dat alle panden bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten langs twee, niet samenvallende routes. In beginsel moet de (brandweer)ingang van een pand tot op 10 meter benaderbaar zijn door brandweervoertuigen en overige hulpverleningsvoertuigen. Het plangebied zal binnen de normtijden bereikt worden door de hulpdiensten. Voor de bereikbaarheid op gebouwniveau kunnen op basis van de voorgelegde documenten nog geen conclusies worden getrokken; bij de verdere uitwerking van de plannen is het belangrijk om aandacht te schenken aan het aspect bereikbaarheid. De Veiligheidsregio kan hierbij betrokken worden.

4.8

Bodem

Algemeen Het plangebied is in het verleden gebruikt als boomgaard en als terrein voor productie en opslag van potgrond. De laatste jaren heeft het terrein grotendeels braak gelegen en is het bedrijfsgebouw gebruikt door het Citadelcollege als schoolgebouw.

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Voorafgaand aan de onderzoeken is historisch onderzoek uitgevoerd naar bodembedreigende activiteiten en het gebruik van bestrijdingsmiddelen in voormalige boomgaarden. In aanvulling op het standaard stoffenpakket is, waar nodig specifiek onderzocht op gebruikte stoffen. Binnen het plangebied zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De bodemonderzoeken voldoen aan de geldende NEN normen voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De bodemkwaliteit is beoordeeld op basis van de volgende rapporten: Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, cluster, d.d. 28-04-2022, rapportnr. NL21 51006154-01C0, Sweco; Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, cluster, d.d. 11-05-2022, rapportnr. NL21 51006154-02C0, Sweco; Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent, cluster, d.d. 04-05-2022, rapportnr. NL21 51006154-03C0, Sweco; Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Koudenhoek Noord Lent,, d.d. 05-05-2022, rapportnr. NL21 51006154-04C0, Sweco; Uit deze bodemonderzoeken blijkt dat in de bovengrond in het algemeen plaatselijk resten puin en sporen asbestmateriaal worden aangetroffen. Analyses tonen aan dat geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Door de aanwezigheid van gronddepots is bodemonderzoek ter plaatse van een beperkt deel van het plangebied nog niet afgerond.

Indien de uitkomst van het nog te leveren bodemonderzoek daartoe aanleiding geeft zullen sanerende maatregelen getroffen worden. Binnen cluster 1+2+3 zijn enkele kleine gevallen van niet ernstige bodemverontreiniging aangetroffen; tijdens het bouwrijp maken van de grond zullen deze ontgraven en afgevoerd worden. Samenvatting van de milieu hygiënische bodemkwaliteit Binnen het onderzochte plangebied zijn geen geval van ernstige bodemverontreiniging aangetroffen. Om de planrealisatie mogelijk te maken dienen lokaal sanerende maatregelen getroffen te worden. In de planexploitatie is ruimte gehouden voor de kosten voor bodemsanering.

4.9

Water

4.9.1

De watertoets

Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.9.2

Algemeen

Het plangebied Koudenhoek Noord maakt onderdeel uit van het grotere plangebied Broodkorf. Dat ligt in het zuidwesten van de Waalsprong. Het wordt aan de noordzijde begrensd door het landschapsgebied De Waaijer, aan de oostzijde door de Margaretha van Mechelenweg en aan de westzijde door de Griftdijk Noord. In het gebied worden woningen gerealiseerd. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (WIW 2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

45

Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.9.3

Oppervlaktewater

Het watersysteem van de Waalsprong bestaat uit drie grote plassen en singels. De singels hebben verschillende functies. Ze bergen afstromend hemelwater. Bij hevige neerslag voeren ze afstromend hemelwater naar de drie plassen af. Bij hoge waterstanden in de rivier voeren ze kwelwater naar de plassen af en bij lage waterstanden in de plassen ontvangen ze water uit de plassen. Ook hebben ze een drainerende functie voor de woongebieden en een ecologische functie. Verder bepalen ze in belangrijke mate de kwaliteit van de leefomgeving.

Figuur: Watersysteem Waalsprong De waterstand in de plassen fluctueert sterk. De waterstand in de singels fluctueert ook maar minder. Deze hebben een gemiddeld peil van NAP + 7,90 m. In de zomermaanden zal vaker een peil van NAP + 7,60 m optreden. Gemalen spoelen de singels vanuit de plassen door. Het watersysteem kent drie lussen van singels: het singelsysteem Stadseiland, waartoe Koudenhoek Noord behoort; het singelsysteem Oosterhout; de kleine lus van Laauwick. Omdat het plangebied in het oosten begrensd wordt door een hoog gelegen spoorlijn en in het westen door de Griftdijk watert het niet rechtstreeks naar de singels af. Het plangebied ligt ten zuiden van de Oosterhoutse plas. De waterstand in de plas fluctueert tussen circa NAP + 6,70 m en NAP + 8,70 m. Bij extreme droogte kan de waterstand verder uitzakken. De plas heeft natuurvriendelijke oevers voor doelstellingen op het gebied van ecologie, biodiversiteit en waterkwaliteit.

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Het watersysteem van de Waalsprong heeft een uitlaat naar de Linge. De uitlaatstuw bevindt zich aan het einde van de Rietgraaf, in de noordwestzijde van het singelsysteem Oosterhout. Er wordt alleen water uitgelaten, er wordt geen water ingelaten in het watersysteem. In de plassen vindt de seizoensberging van water plaats die het surplus en tekort in waterbehoefte kan opvangen. Het Waterschap Rivierenland beheert en onderhoudt de plassen en singels. De gemeente Nijmegen beheert alleen de kolken en wielen, Staatsbosbeheer beheert de slotgracht.

4.9.4

Grondwater

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. De planvorming bevindt zich op het niveau van het stedenbouwkundig proces.

Ten aanzien van het aspect grondwater zijn goede uitgangspunten nodig om het stedenbouwkundig plan verder uit te kunnen werken en het te ontwikkelen gebied optimaal mogelijk te laten aansluiten op het bestaande bebouwd gebied en de te behouden natuurhistorische elementen in het plangebied. In de omgeving van Koudenhoek Noord is een dijkteruglegging uitgevoerd. Daarbij zijn onder andere een waterkerend scherm (kwelscherm) en een pipingscherm aangelegd. Het waterkerende scherm heeft een dempende werking op de grondwaterstanden van alle achter de dijk gelegen plangebieden waaronder ook Koudenhoek Noord. Het ingenieursbureau Royal Haskoning DHV heeft een bestaand grondwatermodel dat eerder gebruikt is voor MER, bestemmingsplannen en voor de bepaling van de invloeden van grondwater op Nijmegen Noord, aangepast op basis van onder andere de laatste meetresultaten, de exacte liggingen van watergangen en dikte van deklagen. De definitieve rapportage daarvan is eind 2018 opgeleverd. In het plangebied kan de grondwaterstand tot circa 0,50 meter beneden maaiveld komen. De waterstand in de singels varieert normaal gesproken tussen NAP + 7,60 m en NAP + 7,90 m maar kan bij hevige neerslag of hoge waterstanden in de rivier tot ver boven NAP + 8,00 m stijgen. De hoogste grondwaterstand bedraagt volgens de uitgevoerde berekeningen NAP + 8,55 m bij een bodemhoogte van NAP + 6,60 m.

De Griftdijk Noord aan de westzijde langs het plangebied heeft een gemiddeld wegpeil van NAP + 10,90 m. De grondwaterstand in het plangebied wordt bepaald door de regionale grondwatersysteem dat sterk beïnvloed wordt door de waterstanden in de Waal. De drainage onder de wadi's en de drainage in de cunetten van de wegen worden tijdens de ontwerpfase nader ontworpen. Deze functioneren bij een grondwaterstand hoger dan of gelijk aan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Deze volgt uit de modelberekeningen in het

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

47

kader van de rapportage van het ingenieursbureau Royal Haskoning DHV en is NAP + 9,50 m. Bij lagere intensiteiten en waterstanden voeren deze systemen geen grondwater naar oppervlaktewater af. Hiermede wordt voldaan aan de eis van grondwater neutraal bouwen volgens de definitie hiervan in het WIW 2009.

Een belangrijk aspect bij de bepaling van de toekomstige maaiveldhoogten is het beperken van wateroverlast door hoge grondwaterstanden.

Wegpeil Bij het vaststellen van de toekomstige wegpeilen worden de volgende algemene randvoorwaarden gehanteerd: aan droogleggings- en ontwateringnormen voldoen; op de omliggende omgeving aansluiten (bestaande wegen) door maaiveldhoogten zo natuurlijk mogelijk op te vangen (minimaliseren civieltechnische constructies); grondverzet beperken goten voor bovengrondse afvoer van hemelwater toepassen. Vloerpeilen Vloerpeilen dienen in principe minimaal 0,15 m boven de kruin van de weg te liggen. De kruin van de weg is gedefinieerd als het hoogste punt van de aan te leggen verharding. Drooglegging en ontwateringsdiepte De ontwatering betreft het verschil tussen maaiveld en het grondwaterpeil. De drooglegging betreft het verschil tussen maaiveld en het oppervlaktewaterpeil. De benodigde drooglegging kan worden afgeleid aan de hand van de uitgangspunten vanuit het waterbeheer: voldoende mogelijkheden tot afwatering garanderen; afvoer van hemelwater garanderen; rekening houden met rioleringsberekeningen en overstortdrempels; rekening houden met peilstijgingen van oppervlaktewater; de lokale watersituatie respecteren. Deze eisen worden vertaald naar een toekomstig aanlegpeil voor de wegen binnen het plan. Voor het bouwrijp maken van het terrein moet voldaan worden aan de volgende technische uitgangspunten.

Dit zijn: een minimale drooglegging van 1,00 m; een minimale ontwateringsdiepte van: 1. 0,70 m beneden maaiveld ter plaatse van wegen/verharding; 2. 0,85 m beneden vloerpeil ter plaatse van bebouwing; 3. 0,50 m beneden maaiveld ter plaatse van woningen zonder kruipruimten; hierboven genoemde niveaus mogen gemiddeld één keer per jaar worden overschreden; om de afvoer van drains naar het oppervlaktewater onder vrij verval te laten plaatsvinden, heeft het de voorkeur dat het oppervlaktewaterpeil lager dan de uitmonding van de drainageleiding is. Om dit te kunnen realiseren is er een zekere drooglegging noodzakelijk. Voor een goede ontwatering wordt een drooglegging van 1,00 m gehanteerd. In de volgende figuur zijn enkele begrippen met betrekking tot drooglegging en ontwatering weergegeven.

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Figuur: Drooglegging en ontwateringsdiepte

De ontwateringsdiepte bij maatgevende grondwaterstanden geeft aan of aanvullende maatregelen genomen dienen te worden. Uit de rapportage van het ingenieursbureau Royal Haskoning DHV blijkt dat het gemiddeld maaiveld circa0,50 m opgehoogd moet gaan worden, uitgaande van een ontwateringsdiepte van 0,70 m. Aanpassing oever Oosterhoutse plas vanwege ontsluiting Om Koudenhoek Noord te ontsluiten dient er een aansluiting op de rotonde Griftdijk-Italiëstraat te worden gemaakt. Deze aansluiting gaat over een deel van de Zuid-West hoek van de Oosterhoutse plas. De aansluiting kan gerealiseerd worden door in deze hoek grond aan te brengen. De aanleg van deze aansluiting betekent een aanpassing van (de oever van) de Oosterhoutse plas. Het is wenselijk om dit te realiseren met behoud van de huidige waterberging en de plas-drasoever. Compensatie vindt plaats door verderop, richting het oosten, de oever van de plas recht te trekken. Deze aanpassing kan plaatsvinden binnen het vigerende bestemmingsplan voor de Landschapszone. In de verdere planontwikkeling zal dit nader worden uitgewerkt en worden afgestemd met het waterschap.

4.9.5

Hemelwater

Het hemelwater uit wordt zo veel mogelijk bovengronds via de straat of via molgoten naar wadi's afgevoerd. Het verhang bedraagt 5 ‰. De wadi's hebben conform WIW 2009 een minimale berging van 10 mm ten opzichte van het afwaterende oppervlak. De wadi's filteren het hemelwater van nutriënten en zware metalen. Onder de wadi's liggen drainageleidingen voor het afvoeren van het gefilterde water naar oppervlaktewater. Bij hevige neerslag kan water via slokops en overstortleidingen naar oppervlaktewater overstorten. De afvoercapaciteit van de overstorten dient te voldoen aan de minimale afvoercapaciteit uit de nota “Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer”. In wadi's mag niet gebouwd worden. Het groen heeft de dubbelfunctie van groen en water. In wadi's mogen in principe geen bomen toegepast worden en bij voorkeur reikt de kroonprojectie niet verder dan insteek van de wadi. De genoemde nota geeft richtlijnen voor het combineren van bomen en wadi's. De nota geeft ook richtlijnen voor het scheiden van de functies spelen en infiltratie. Voor de toetsing van de waterberging is bepaald of deze voldeed aan de bepalingen hierover in het WIW 2009. Het plangebied zelf is gebied 11 dat binnen het grotere deelgebied 3b valt. Dat gebied bestaat uit de gebieden Spoorstraat/Griftdijk Zuid, Westelijke Parallelroute, Broodkorf

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

49

zuid en Koudenhoek Noord. Voor deelgebied 3b is in de waterboekhouding Waalsprong een verhard oppervlak van 47,20 hectare en een wateroppervlak van 1,04 hectare opgenomen. De inschatting van het totaal verhard oppervlak van deelgebied 3b is als volgt. Spoorstraat / Griftdijk Zuid 3,2 hectare (bestaand) Westelijke parallelroute 3,0 hectare (inmiddels gerealiseerd) Broodkorf zuid en Koudenhoek Noord 9,7 hectare (verwacht) Woenderskamp 21,6 hectare (in aanleg) Het totale verharde oppervlak bedraagt ongeveer 37,5 hectare. Het wateroppervlak van de singel in het gebied Woenderskamp heeft op een niveau van NAP + 7,90 m een wateroppervlak van ongeveer 9.400 m2. Langs de Margaretha van Mechelenweg met toenmalige werknaam westelijke parallelroute is in de vorm van zaksloten in het verleden ongeveer 2.000 m2 oppervlaktewater gerealiseerd. Het deelgebied 3b volgens het WIW 2009: Verhard oppervlak

47,2 hectare

Wateroppervlak

1,04 hectare

Het deelgebied bij de huidige status van de planvorming: Verhard oppervlak

37,3 hectare

Wateroppervlak

0,96 hectare

Uit de getallen hierboven blijkt dat beduidend minder verhard oppervlak (circa 21 %) gerealiseerd wordt dan waarvan het WIW 2009 uitging, maar ook dat minder wateroppervlak (circa 8%) gerealiseerd wordt dan waarvan het WIW 2009 uitging. Uitgaande van een bepaalde relatie tussen verhard oppervlak en te realiseren wateroppervlak vallen de getallen niet nadelig voor de waterberging uit. De conclusie is daardoor dat het plan aan de uitgangspunten van het WIW 2009 voldoet. In overleg met Waterschap Rivierenland moet afgestemd worden of deze relatie er ook daadwerkelijk is. Eventuele aanpassingen die uit die afstemming voortkomen, moeten tijdens de planvorming doorgevoerd worden. Voor de benoemde gebieden is het nog niet geheel duidelijk hoe deze zich de komende jaren gaan ontwikkelen. Zodra daarover meer duidelijkheid ontstaat, is een controle aan de hand van het WIW 2009 vereist. In de tussentijd monitoren gemeente en waterschap de voortgang middels de waterboekhouding Waalsprong. Hierin wordt vooral ingegaan op de fasering in tijd van ontwikkeling en aanleg van de wateroppervlakte per fase. Uit de meest recente update van de waterboekhouding Waalsprong blijkt dat binnen het totale deelgebied voldoende ruimte aanwezig is om het ontbrekende wateroppervlak te compenseren.

Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Voor de woningen in dit plan gaat het waarschijnlijk niet om infiltreren op eigen terrein maar om bovengronds afvoeren naar de openbare ruimte. Echter ook dat moet

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

voldoende duidelijk en gedetailleerd beschreven en weergegeven zijn op de bij de aanvraag van de omgevingsvergunning in te dienen documenten.

4.9.6

Afvalwater

De riolering is uitgevoerd als duurzaam gescheiden stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Voor de inzameling en afvoer van afvalwater wordt vuilwaterriolering aangelegd. Voor de doorspoeling van de riolering ontvangt elke beginstreng via het aansluiten van een kolk voldoende regenwater. Het “Handboek openbare ruimte voor de Waalsprong” gaat nader in op de hiervoor geldende technische randvoorwaarden. De riolering voert het ingezamelde water onder vrij verval af naar het rioolgemaal in de wijk Woenderskamp. Het rioolstelsel wordt tijdens de ontwerpfase nader ontworpen. Afvalwater en hemelwater moeten zowel in de gebouwen als in de terreinen gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan. Voor de Waalsprong is in 2005 een pompenplan vastgesteld. Dat plan is in 2017 geactualiseerd. Het plan beschrijft de hoofdstructuur van het afvalwatertransportsysteem met rioolgemalen en persleidingen die het ingezamelde afvalwater naar het eindgemaal van de Waalsprong afvoeren.

Het afvalwater van het plangebied wordt conform pompenplan onder vrij verval ingezameld en afgevoerd naar het rioolgemaal in de wijk Woenderskamp aan de overzijde van de Griftdijk. Het is niet uitgesloten dat langs de Griftdijk Noord panden staan die nog niet op de riolering aangesloten zijn. Als dat het geval is, moeten die panden op de riolering aangesloten worden. De gemeente heeft voor die panden tijdelijk ontheffing van de zorgplicht van de provincie. Het tijdelijke karakter van die ontheffing heeft te maken met de ontwikkelingen in de Waalsprong waarin aansluiting op de openbare riolering meegenomen kan worden. Met de ontwikkeling van dit plan zou dat voor een aantal woningen het geval kunnen zijn.

4.10 Flora en Fauna 4.10.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 in werking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

51

4.10.2 Beschermde gebieden (Natura2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden.

Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt hemelsbreed op ongeveer 1000 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep veroorzaakt geen aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden (bijvoorbeeld als gevolg van geluid, trilling etc.). Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. De beoordeling van effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden is beschreven in hoofdstuk 4.10.7.

4.10.3 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.

Quick scan Om de effecten van het plan op beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb) te beoordelen is een quickscan Wnb uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming Koudenhoek te). Daaruit blijkt dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor teunisbloempijlstaart, steenmarter en kleine marterachtigen, vleermuizen, huismus, gierzwaluw en ransuil. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is aanvullend veldonderzoek nodig.

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Koudenhoek Noord

Voor de sloop van het oude Citadel college is een quickscan uitgevoerd (Quickscan Wet). Daaruit blijkt dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor steenmarter, vleermuizen en ransuil. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is aanvullend veldonderzoek nodig. Bij de uitvoering van werkzaamheden dient verder rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van amfibieën en broedende vogels om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Vervolgonderzoek In 2020 is nader onderzoek uitgevoerd naar teunisbloempijlstaart, steenmarter, vleermuizen, huismus en gierzwaluw. (Toetsing bestemmingsplan Koudenhoek Noord Nijmegen, Bureau). Kleine marterachtigen en ransuil maken geen deel uit van het onderzoek. Deze soorten maken deel uit van het Soortenmanagementplan (SMPN; Martens & Krijt, 2019). Uit het onderzoek blijkt het volgende Teunisbloempijlstaart Het plangebied heeft geen functie voor de teunisbloempijlstaart. Een overtreding van de Wet natuurbescherming is uitgesloten. Steenmarter De school heeft een functie als verblijfplaats voor de steenmarter en het plangebied maakt deel uit van een territorium. Het is niet bekend of de verblijfplaats een kraamfunctie heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7ff49e28-9239-4970-92b2-2ff9d210ece8