Facetbestemmingsplan Molenbiotoop toelichting en regels
Tekst van het document
Hiervoor zou het destijds gemaakte rapport van De Hollandsche Molen met de daarin gemaakte aanbevelingen als uitgangspunt kunnen dienen. Reactie gemeente Op het effect van snoei en kandelaberen en mogelijke maatregelen is hiervóór reeds ingegaan. Op termijn zullen er bomen uitvallen door ziekte of omwaaien. Als gemeente gaan we niet actief kappen. We richten ons op het niet verder aantasten van de molenbiotoop. Op termijn zal er door uitval een lichte verbetering mogelijk worden. Daarmee voldoen we aan de vereisten van de provinciale omgevingsverordening.
5
Bescherming omgeving van monumenten in Omgevingswet Appellant verwijst naar de regels van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.130 Bkl) waarin regels zijn opgenomen om de omgeving van een (rijks)monument te beschermen. Toegelicht is dat bebouwing en beplanting in de omgeving van een molen van invloed is op de windvang van een molen. Reactie gemeente De tervisielegging van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vóór 1 januari 2024 plaatsgevonden, dus vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. In formele zin is daarmee het Besluit kwaliteit leefomgeving niet van toepassing op voorliggend bestemmingsplan, aangezien dit bestemmingsplan nog onder de wetgeving van de Wro en bijbehorende wet- en regelgeving tot stand komt. Om toch inhoudelijk te reageren, het volgende: Voorliggend bestemmingsplan is juist opgesteld om verdere aantasting van de molenbiotoop te voorkomen. Daarin doen we als gemeente een belangrijke concessie op de groene omgeving. In de Omgevingsvisie is groen als belangrijke drager opgenomen van Nijmegen als ‘Duurzame stad’: “Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. ….
het draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn en zorgt voor vermindering van hittestress.” Hierbij komt bij uitstek de belangenafweging die gemaakt is naar voren. Voor de toekomst laten we als gemeente de molens prevaleren boven het groen, en daarbij het meest merkbaar in de Hoofdbomenstructuur. Voor de huidige situatie prevaleren de reeds bestaande bomen en hechten we als gemeente veel waarde aan de kwaliteit die deze bomen op de omgeving hebben, zoals ook in de Omgevingsvisie verwoord. Door een natuurlijke uitval van bomen zal de molenbiotoop in de toekomst verbeteren. Huurcontract In het huurcontract dat appellant met de gemeente Nijmegen heeft is de verplichting opgenomen om schade te voorkomen. Huurder zal daarbij al het nodige doen ter voorkoming van schade aan de molen ten gevolge van weersomstandigheden of anderszins. Appellant benoemt dat het noodzakelijk is dat gemeente, molenaars en molenadviesorganisaties in goed overleg met elkaar hier actief vorm aan geven. Reactie gemeente Gemeente Nijmegen is zich bewust van deze bepaling. Met het oog daarop zullen de in 2022 aangeplante bomen aan de Graafseweg worden verwijderd. Voor de toekomst zal de aanplant van bomen worden getoetst aan de regels van de molenbiotoop. Voor wat betreft snoeien of kappen wordt verwezen naar de hiervoor opgenomen beantwoording in deze zienswijze.
Conclusie Toelichting: 1.1 Vermelding Gelderse Molenbiotoopverordening. 3.1 Herformulering tekst over instructieregels Omgevingsverordening Gelderland. Opnemen als bijlage 2: Molenbiotooprapport Witte Molen te Nijmegen Regels: Geen aanpassing Verbeelding: Geen aanpassing NB: de 19 aangeplante bomen aan de Graafseweg in 2022 worden elders herplant.
6
2. Zienswijze 2 De Hollandsche Molen
Inhoud zienswijze en beoordeling Bestaand groen De bestemmingsplanregels richten zich alleen op bescherming tegen nieuwe ontwikkelingen. Het facetbestemmingsplan gaat geheel voorbij aan het bestaande groen dat de molenbiotoop aantast. De zienswijze van de molenaar wordt volledig ondersteund door appellant. Reactie gemeente De Hollandsche Molen betreft een belangenorganisaties die opkomt voor het belang van molens. Het snoeien van bomen zal niet doelmatig zijn om bomen in hun hoogte te beperken, want snoei stimuleert juist de groei van bomen. Het kandelaberen van bomen, waarbij de kruin van een boom sterk wordt ingenomen, waarbij doorgaans de takken van de kroon met 50% tot 80% worden ingekort, is een zeer drastische ingreep die ernstige gevolgen kan hebben. Kandelaberen is een omstreden maatregel die de boom verminkt en verzwakt, maar in een aantal gevallen het (tijdelijk) behoud van de boom kan betekenen. In ‘Bijlage 1 Bestaande bomen en beoordeling maatregelen’ bij deze zienswijzennota zijn de bomen in beeld gebracht die een knelpunt vormen voor de molenbiotoop, gebaseerd op het rapport van belangenorganisatie De Hollandsche Molen. Hierop heeft gemeente Nijmegen een beoordeling gedaan of en welke maatregelen er mogelijk zijn. Het rapport van De Hollandsche Molen rapport wordt aan de toelichting als bijlage toegevoegd.
Vanwege het belang dat gemeente Nijmegen hecht aan groen en bomen, zie ook de Omgevingsvisie, is er voor gekozen om aan te sluiten bij de regeling van de provinciale verordening die zich enkel richt op een regeling voor de aanplant van bomen, en dus niet op het opnemen van een snoeiverplichting en/of kapverplichting. Gelderse Molenverordening en aanplant bomen aan Graafseweg Appellant benoemt dat als sinds de jaren 80 de molenbiotoop beschermd is via de Gelderse Molenverordening. De gemeente heeft dus al ruim 35 jaar de plicht om rekening te houden met de molenbiotoop. Toch zijn er in 2022 nieuwe bomen aan de Graafseweg aangeplant die in volwassentoestand hoger worden dan de molenbiotoop toelaat. Reactie gemeente De Gelderse Molenverordening bood zelfstandig de bescherming van de molenbiotoop. Een regeling in het bestemmingsplan was daarvoor niet noodzakelijk. Inmiddels is het op grond van de provinciale omgevingsverordening verplicht een beschermende regeling in het bestemmingsplan op te nemen. In de vigerende bestemmingsplannen Nijmegen Oud West 2015 en Nijmegen Midden 2015 is op de bijbehorende Cultuurhistorische waardenkaart de molenbiotoop en de bijbehorende molenbiotoopformule opgenomen. Deze regeling is echter niet voldoende juridisch hard. Dat is met voorliggend facetbestemmingsplan hersteld.
En er is aangesloten op de reikwijdte van de verplichting, die zich enkel richt op de nieuwe aanplant van bomen en niet op bestaande situaties. Gemeente Nijmegen hecht een groot belang aan bomen en specifiek aan de Hoofdbomenstructuur. De aanplant bij de Graafseweg in 2022 heeft plaatsgevonden in het kader van de reconstructie van de Graafseweg. De Graafseweg is onderdeel van de Hoofdbomenstructuur. Het belang van het kunnen aanplanten van de Hoofdbomenstructuur en het tegengaan van hittestress heeft daarbij geprevaleerd ten opzichte van de bescherming van de molenbiotoop. Nu vindt hierop een heroverweging plaats. De molenbiotoop prevaleert voor de toekomst op de Hoofdbomenstructuur bij de aanplant van nieuwe bomen. In 2022 heeft deze afweging minder nadrukkelijk plaatsgevonden. De bomen zijn nog niet van zodanige omvang dat ze om die reden op zichzelf als waardevol gezien worden. We gaan daarom deze in de
7
zienswijze genoemde bomen verwijderen, en herplanten op andere locaties buiten de molenbiotoop. Er worden nieuwe bomen aan de Graafseweg teruggeplant. Deze bomen zullen in volwassenstaat voldoen aan de hoogtebeperkingen van de molenbiotoop. Convenant of beheerplan Appellant verzoekt, indien om juridisch onderbouwde redenen, het niet mogelijk of niet wenselijk is om regels voor bestaande beplanting in het facetbestemmingsplan op te nemen, om het bestaande groen in overeenstemming te brengen met de molenbiotoop, overeenkomstig het eerder gegeven advies: De Hollandsche Molen adviseert de gemeente Nijmegen om een convenant (of beheerplan) op te stellen waarin te hoge bomen binnen 400 meter vervangen worden bij einde levensduur door kleinere boomsoorten conform de molenbiotoophoogtes. Daarnaast adviseert De Hollandsche Molen om voor de eerste 100 meter vanuit de molen een apart regime te ontwikkelen, waarbij te hoge bomen rigoureuzer en frequenter te snoeien om zo de hoogte zoveel als mogelijk te reduceren, zonder de boom daadwerkelijk schade aan te doen. In geval van ziektes, plagen of schade aan bomen, zou de aanwezigheid van de molenbiotoop als extra argument in de afweging van een kapvergunning meegenomen dienen te worden.
Verder adviseert De Hollandsche Molen om een bewonersbijeenkomst te organiseren voor omwonenden met hoge bomen in de tuinen en daar uitleg te geven over de molenbiotoop en de invloed van de inrichting van particuliere tuinen. Desgewenst kan De Hollandsche Molen hierin ondersteuning geven. Reactie gemeente Het opstellen van een convenant (of beheerplan) over de aanpak van bomen bij einde levensduur is niet doelmatig, aangezien dit geen aanvullende werking heeft op de regels van voorliggend facetbestemmingsplan. Het einde van de levensduur wordt bepaald door ziekte of omwaaien. Er is niet een ‘administratief’ einde levensduur. Voor nieuwe aanplant gelden de regels van de molenbiotoop met de bijbehorende beperkingen in hoogte van volwassen bomen. Binnen de eerste 100 m zou volgens appellant een apart regime moeten gaan gelden voor rigoureuzer en frequenter snoeien. Snoei zorgt voor meer groei, dus dat biedt geen oplossing. In het geval van ziektes en plagen kan de molenbiotoop geen extra argument opleveren bij een kapvergunning, want de kapvergunning is gebonden aan de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarin het afwegingskader is opgenomen. Appellant adviseert om een bewonersbijeenkomst te organiseren voor omwonenden. De gemeente ziet hierin geen rol voor zichzelf weggelegd.
De regels zijn voldoende duidelijk, en gemeente Nijmegen voldoet aan de verplichting die er geldt. Het staat appellant vrij om de omgeving te informeren over het effect van de omgeving op het functioneren van de molen.
Toelichting: 1.1 Vermelding Gelderse Molenbiotoopverordening. 3.1 Herformulering tekst over instructieregels Omgevingsverordening Gelderland. Opnemen als bijlage 2: Molenbiotooprapport Witte Molen te Nijmegen Regels: Geen aanpassing Verbeelding: Geen aanpassing NB: de 19 aangeplante bomen aan de Graafseweg in 2022 worden elders herplant.
8
Bijlage 1 Bestaande bomen en beoordeling maatregelen
Boomsoort
Eigendom
Omschrijving
maatregel volgens molenbiotooprapport
Onderbouwing gemeente Nijmegen
Taxus
gemeente
9,4 m hoog
De boom zou getopt en in vorm gesnoeid kunnen worden, waarbij op het oude hout minimaal 3,4 meter wordt teruggenomen
Akkoord, maatregel kan uitgevoerd worden
Bruine beuk
particulier
Monumentale boom
In vorm snoeien
Onwenselijk voor het behoud van de boom i.v.m. grote snoeiwonden. Geen eigendom Nijmegen
Rij eiken
particulier
Bomen zijn te hoog
kandelaberen
Onwenselijk voor het behoud van de boom i.v.m. grote snoeiwonden. Geen eigendom Nijmegen
Rij platanen
gemeente
te hoog, langs Floraweg
kandelaberen
Historisch waardevolle hoofdboomstructuur. Grote bomen hebben voor de stad een hele grote waarde (historisch ecologisch, klimaat, ecosysteemdiensten). Kandelaberen is hierom niet wenselijk. We stellen dan ook voor de bestaande bomen in hun huidige vorm te behouden, het is net als de bebouwing een voldongen feit. Het weghalen van deze bomen lost het probleem van de verslechterde windvang niet op. De bestaande bebouwing maakt ook dat dit probleem blijft.
9
Regels
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
85
86
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop met NL.IMRO.0268.FBPMolenbiotoop-VG01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.6 a.
b.
1.7
bestaand bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.8
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
87
1.9
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.10
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.11
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.12
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.13
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.14
omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.15
werk
een werk, geen bouwwerk zijnde.
88
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
peil
de plaats van waar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten wordt als volgt bepaald: a. b.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peil 23.5 m NAP' op 23,5 m +NAP; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peil 30.5 m NAP' op 30,5 m +NAP.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
89
90
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
Hoofdstuk 2
Algemene regels
Van toepassingverklaring Dit bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Molenbiotoop' is een aanvulling op de bestemmingsplannen die vóór de inwerkingtreding van dit facetbestemmingsplan zijn vastgesteld binnen het op de verbeelding opgenomen gebied/ gebieden. Het bepaalde in die bestemmingsplannen blijft van toepassing, met uitzondering van eventuele regels omtrent de molenbiotoop. Voor de regels omtrent de molenbiotoop geldt voorliggend 'Facetbestemmingsplan Molenbiotoop'.
Artikel 3
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
91
Artikel 4
Algemene aanduidingsregels
4.1
Vrijwaringszone - molenbiotoop
4.1.1
Algemene regels molenbiotoop
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden ter bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element en ter behoud, beheer en bescherming van de cultuurhistorische waarden van de molen de hierna volgende bepalingen.
4.1.2
Bouwregels
Op de in artikel 4.1.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken die ten dienste staan van de daar geldende bestemming. Bouwen ten behoeve van die geldende bestemmingen is uitsluitend toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. b. c.
d.
het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen ten behoeve van de bestemming Wonen, Woongebied, Woondoeleinden, Erf en Tuin; het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; het bouwen van gebouwen, anders dan bedoeld onder a, met een bouwhoogte die niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' met deze aanduiding is aangegeven; het herbouwen van bestaande gebouwen met de bestaande situering, nokrichting en kapvorm, waarbij de bestaande goot- en bouwhoogte en bebouwde oppervlakte als maximum geldt.
4.1.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1.2, teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden geldende bestemmingen toe te staan, mits de hierdoor hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en het toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering, de waarde van de molen als landschapselement en de cultuurhistorische waarde, niet onevenredig in gevaar worden gebracht. Hiertoe wordt advies ingewonnnen bij een terzake deskundige.
4.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op of in de in 4.1.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: 1. 2.
3.
92
het ophogen van gronden, voorzover dit gepaard gaat met bouwen; het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, voor zover het geen bouwwerken betreft, met een grotere hoogte dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' met deze aanduiding is aangegeven en gemeten vanaf peil; het planten van bomen en andere hoog opgaande begroeiing met een grotere
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
volwassenhoogte dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' met deze aanduiding is aangegeven; waarbij bouwhoogte gelezen moet worden als hoogst toelaatbare hoogte van de volwassen boom en gemeten vanaf peil.
b Uitzonderingen Het onder 4.1.4 onder a vervatte verbod geldt niet voor de volgende werken of werkzaamheden: 1. 2. 3.
binnen het kader van het op de bestemming van die gronden gerichte normale onderhoud en beheer, dan wel die welke voortvloeien uit het normale gebruik; waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren.
c Voorwaarden voor verlenen De onder 4.1.4 onder a bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en/of toekomstig functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering, de waarde van de molen als landschapselement en de cultuurhistorische waarde van de molen, niet onevenredig in gevaar worden gebracht. Hiertoe wordt advies ingewonnen bij een terzake deskundige.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
93
94
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
5.1
Overgangsrecht bouwwerken
5.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
5.1.2
Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 5.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 5.1.1 met maximaal 10%.
5.1.3
Uitzonderingen
Artikel 5.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
5.2
Overgangsrecht gebruik
5.2.1
Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
5.2.2 a.
b.
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 5.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 5.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
95
5.2.3
Uitzonderingen
Artikel 5.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
96
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
Artikel 6
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Molenbiotoop'.
vastgesteld bestemmingsplan Facetbestemmingsplan Molenbiotoop
97