CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief besluit Bloemerstraat 133

Besluitronde (raadsvergadering) 9 juni 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Projectafwijkingsbesluit Nijmegen Centrum Binnenstad -2 (Bloemerstraat 133) (41/2021) (DEBATSTUK)11.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De houder van de vergunning is verplicht deze op eerste vordering van een ambtelijk toezichthouder ter inzage te geven aan deze ambtenaar. De omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert. Als iemand anders gebruik gaat maken van de vergunning dan moet de vergunninghouder dat tenminste een maand voordien aan ons melden onder vermelding van de volgende gegevens (art. 2.25 Wabo en artikel 4.8 van het Besluit Omgevingsrecht): a) zijn naam en adres; b) de omgevingsvergunning (registratienummer); c) de naam, het adres en het telefoonnummer van degene die gebruik gaat maken van de vergunning; d) een contactpersoon van degene die gebruik gaat maken van de vergunning; e) het beoogde tijdstip dat de vergunning zal gaan gelden voor die ander.

W.Z12.002469.02

Pagina 22 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Brandveiligheid In het kader van de brandveiligheid merken wij het volgende op: 1. Op het trappenhuis as E-F/9-10 is meer dan 600 m2 vloeroppervlakte aan verblijfsgebied aangewezen. De aanvrager heeft aangegeven dat het hier een noodtrappenhuis uitsluitend voor vluchten betreft, dus minimaal 0,8m breed. Aanvrager/gebruiker dient hier bij de bedrijfsvoering rekening mee te houden. Gezien de bouw van het pand is niet ondenkbaar dat deze trap ook voor regulier gebruik gebruikt gaat worden. In dat geval dient de trap minimaal 1,2 meter breed te zijn. Mocht aanvrager/gebruiker de trap wel willen gebruiken in de dagelijkse bedrijfsvoering, dan dient de breedte van de trap hierop aangepast te worden. Achteraf herstellen is vaak niet meer mogelijk. Het advies is om dit van te voren met de gebruiker te bespreken, zodat dit vooraf duidelijk is. Los hiervan is het wenselijk dat ook noodtrappenhuizen voldoen aan de eis voor de doorstroom capaciteit. 2. Het pand wordt voorzien van noodverlichting. Het is geen vereiste om deze ook toe te passen in de kelder. Wij adviseren om dit wel te doen, zodat dit overal consequent is doorgevoerd.

W.Z12.002469.02

Pagina 23 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Archeologie (meldingsplicht) Een persoon die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt, waarvan deze weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), is verplicht dit binnen drie dagen te melden bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of bij Bureau Archeologie van de Gemeente Nijmegen, via telefoonnummer 14024 (artikel 5.10 Erfgoedwet) Tijdelijk gebruiken van openbaar terrein Als u tijdelijk bouwmaterialen of andere bouwobjecten op openbaar terrein wilt plaatsen, dan moet u dat melden bij de gemeente (een "bouwobject" is bijvoorbeeld een steiger, hoogwerker, verhuislift, container, schaftkeet, eco-toilet of pompinstallatie). Gaat het om méér dan 4 bouwobjecten? Duurt het langer dan 4 weken? Of voldoet u niet aan de nadere regels die vooral betrekking hebben op veiligheid? Dan heeft u een bouwobjectenvergunning nodig. Voor het doen van de melding of de vergunningaanvraag, verwijzen wij u door naar de Digitale Balie van de website van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl/digitalebalie). Bouwbesluit 2012 In paragraaf 1.6 van het Bouwbesluit 2012 staan verplichtingen die tijdens de bouwwerkzaamheden, bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk moeten worden nagekomen.

In afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012 staan voorschriften omtrent het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Het gaat om de volgende verplichtingen: Artikel 1.23: Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. vergunning voor het bouwen; b. bouwveiligheidsplan; c. afschrift van een besluit ingevolge artikel 13, 13a, of 14 van de Woningwet, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom, en d. overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen. Artikel 1.24: Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor vergunning is verleend wordt, onverminderd de voorwaarden bij de vergunning, niet begonnen voordat voor zover nodig door of namens het bevoegd gezag: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet, en b. het straatpeil is uitgezet. Artikel 1.25: Mededeling aanvang en beëindiging bouwwerkzaamheden 1.

Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend door de houder van die vergunning schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis gesteld. 2. Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend, door de houder van die vergunning schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld. 3. Een bouwwerk voor het bouwen waarvan een vergunning voor het bouwen is verleend, wordt niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid.

W.Z12.002469.02

Pagina 24 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Artikel 8.1: Aansturingsartikel het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden De uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Artikel 8.2: Veiligheid in de omgeving Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouwterrein onbevoegd betreden, en; c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. Artikel 8.3: Geluidhinder 1. Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7:00 uur en 19:00 uur uitgevoerd. 2. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden. Tabel 8.3 Dagwaarde maximale blootstellingsduur

≤ 60 dB(A) onbeperkt

> 60 dB(A) 50 dagen

> 65 dB(A) 30 dagen

> 70 dB(A) 15 dagen

> 75 dB(A) 5 dagen

> 80 dB(A) 0 dagen

3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken. 4. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in artikel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden. Artikel 8.4: Trillingshinder 1. Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingssterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B (Hinder voor personen in gebouwen) 2006. 2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingssterkte, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8.5: Stofhinder Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen. Artikel 8.6: Grondwaterstand Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. Artikel 8.7: Veiligheidsplan De op grond van de artikelen 8.2 tot en met 8.6 te treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een veiligheidsplan. Het plan bevat ter beoordeling door het bevoegd gezag:

W.Z12.002469.02

Pagina 25 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

a. ten minste een tekening waaruit de bouw- of sloopplaatsinrichting blijkt met: 1. de toegang tot de bouw- of sloopplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouw- of sloopplaats; 2. de ligging van het perceel waarop gebouwd of gesloopt wordt en de omliggende wegen en bouwwerken; 3. de situering van het te bouwen of te slopen bouwwerk; 4. de aan- en afvoerwegen; 5. de laad-, los- en hijszones; 6. de plaats van bouwketen; 7. de in of op de bodem van het perceel aanwezige leidingen; 8. de plaats van machines, werktuigen en andere hulpmaterieel en opslag van materialen; 9. de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen; b. gegevens en bescheiden over de toe te passen bouw- of sloopmethodiek en de toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij de bouw- of sloopwerkzaamheden; c. indien een bouwput wordt gemaakt: zie voorschriften constructie d. een rapport van een akoestisch onderzoek, indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt de waarden, bedoeld in artikel 8.3, tweede en derde lid, of indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels als bedoeld in artikel 8.3, vierde lid; e.

een rapport van een trillingsonderzoek, indien aannemelijk is dat het uitvoeren van bouwof sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte bedoeld in artikel 8.4, eerste lid. Artikel 8.8: Aansturingsartikel afvalscheiding Bouw- en sloopwerkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat tijdens de uitvoering vrijkomend bouw- en sloopafval deugdelijk wordt gescheiden. Artikel 8.9: Scheiden bouw- en sloopafval Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheiden categorieën bouw- en sloopafval en de opslag en afvoer daarvan op en van het terrein bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden.

W.Z12.002469.02

Pagina 26 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Bijlage 3: Inhoudelijke beoordeling activiteit “WABO: Afwijken van een bestemmingsplan, beheersverordening e.a.: Projectbesluit” Wettelijke grondslag Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover die geheel of gedeeltelijk ziet op het “gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of een beheersverordening” kan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (zie artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo jo artikel 2.12 lid 1 sub a Wabo) en: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen (zie bijlage 2, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht), of 3. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Toets aan het bestemmingsplan Het plan, waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, hebben wij getoetst aan het bestemmingsplan “Nijmegen Centrum Binnenstad”, “Facetbestemmingsplan Archeologie” en “Facetbestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 13 september 2017). Wij hebben geconstateerd dat het plan op de volgende punten in strijd is met het bestemmingsplan: Hoofdgebouwen mogen uitsluiten worden opgericht binnen het bouwvlak. De verdiepingen worden gebruikt voor wonen. Dit gebruik is strijdig met het bestemmingsplan.

Het bouwplan is daarnaast ook hoger dan dat in het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Mogelijkheid om dit strijdig gebruik te vergunnen Het plan is niet mogelijk met toepassing van een in het bestemmingsplan opgenomen regel inzake afwijking (er bestaat geen “binnenplanse afwijkingsmogelijkheid”). Het plan valt tevens niet onder de situatie zoals die wordt beschreven in bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht. Er is dus geen buitenplanse afwijkingsmogelijkheid o.g.v. bijlage II, artikel 4 Bor (kruimelgevallenregeling) mogelijk. Er is een uitgebreide procedure buitenplanse afwijking vereist, “een projectbesluit” (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) Motivering om de omgevingsvergunning voor deze activiteit te verlenen Voor de motivering om de omgevingsvergunning voor deze activiteit te verlenen wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing die voor dit plan is opgesteld en deel uitmaakt van dit besluit. Motivering om de omgevingsvergunning voor deze activiteit te verlenen Het plan is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit bevat een goede ruimtelijke onderbouwing. Voor de motivering om de omgevingsvergunning voor deze activiteit te verlenen wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing die voor dit plan is opgesteld en deel uitmaakt van dit besluit.

Conclusie met betrekking tot de aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover deze geheel of gedeeltelijk toeziet op het “gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of een beheersverordening” (artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo): Gelet op wat wij hiervoor hebben gezegd, is er geen reden om de omgevingsvergunning ten aanzien van deze activiteit te weigeren.

W.Z12.002469.02

Pagina 27 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Voorschriften Wij verbinden ten aanzien van deze activiteit het volgende voorschrift aan de omgevingsvergunning, welke volledig moet worden nagekomen: 1. Laden en lossen ten behoeve van de winkel is uitsluitend toegestaan in de dagperiode (07:00 – 19:00 uur). Algemene opmerkingen Wij hebben ten aanzien van deze activiteit geen opmerkingen.

W.Z12.002469.02

Pagina 28 / 29

Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening

Bijlage 4: Dossierlijst Nader toe te voegen

W.Z12.002469.02

Pagina 29 / 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=89f2e5ce-41cb-4771-a28e-2d6b6fa986ce