Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Toelichting
Tekst van het document
Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal.
Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat. 7. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 8.
32
We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
verdere verkenning en onderzoek.
Toetsing In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied zijn de richtinggevende keuzes 1, 2, 3 en 5 relevant. Met de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift wordt aangesloten bij de ambities uit de omgevingsvisie om te komen tot een duurzame, natuurinclusieve en klimaatadaptieve leefomgeving. De ontwikkeling van bedrijventerrein De Grift is in de omgevingsvisie bovendien al als concrete ontwikkeling benoemd. Met dit Chw-bestemmingsplan wordt hier uitvoering aan gegeven.
3.4.2
Coalitieakkoord 2022-2026 'Ons Nijmegen, Stad van iedereen'
In dit akkoord beschrijven de partijen alle nieuwe plannen die zij hebben voor Nijmegen, bovenop de afspraken en het beleid dat er al ligt. Met voorliggend Chw-bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan het coalitieakkoord, onder meer door in te zetten op klimaatadaptatie, het opwekken van duurzame energie en het vergroenen van de openbare ruimte en particuliere terreinen.
3.4.3
Conclusie
De plannen voor uitbreiding van het bedrijventerrein De Grift passen binnen de doelstellingen van het gemeentelijk beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
33
34
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Toetsingskader
De Wet milieubeheer (Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) bepalen voor welke activiteiten, die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, het bevoegd gezag die gevolgen moet beoordelen (artikel 7.2 Wm). Activiteiten die over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de C-lijst (m.e.r.-plicht); andere activiteiten die afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben staan op de D-lijst (m.e.r-beoordelingsplicht). Het doel van de m.e.r.-procedure is om het milieubelang volledig mee te wegen in de besluitvorming over activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben.
4.1.2
Toetsing
Omdat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift niet kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling van die effecten nodig (artikel 2.8 Wet natuurbescherming). Vanwege de noodzaak van een passende beoordeling, is besloten ook een plan-MER (artikel 7.2a Wet milieubeheer) uit te voeren. In het plan-MER is beoordeeld of en zo ja, welke belangrijke nadelige gevolgen de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift kan hebben voor het milieu.
4.1.2.1
Actualisatietoets
Met een actualisatietoets - die als bijlage 2 bij de toelichting is opgenomen - is de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die voor het plan nodig is en voor het milieueffectrapport (artikel 7.8 Wet milieubeheer) bepaald. De ontwikkeling van de bedrijventerrein De Grift is sinds eind jaren '90 onderdeel van de gebiedsontwikkeling Waalsprong. Daarmee waren ook de milieueffecten van deze ontwikkeling onderdeel van het MER Waalsprong 2003. Bij het opstellen van dit MER was de gemeente Nijmegen zich ervan bewust dat de ontwikkeling van de omvangrijke stadsuitbreiding - gezien de jarenlange realisatietijd - niet bij de start geheel zou kunnen worden vastgelegd. Daarom zijn in het MER Waalsprong 2003 bouwstenen en alternatieven breed onderzocht op milieueffecten. Nadien heeft nog een actualisatie van het MER plaatsgevonden vanwege een wijziging in de verkeersstructuur: Aanvulling MER Waalsprong 2007. Omdat negatief effecten op Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is in de eerste plaats een passende beoordeling van die effecten nodig, in aanvulling op het MER Waalsprong 2003/2007. In de tweede plaats moet worden nagegaan of – en zo ja op welke punten – een actualisatie van de andere milieueffecten nodig is voor de vaststelling van het bestemmingsplan (of omgevingsplan) voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift.
Daartoe is een vergelijking gemaakt tussen de uitgangspunten waarop de milieueffecten voorheen waren gebaseerd (MER Waalsprong 2003/2007) en het huidige plan voor het bedrijventerrein. Specifiek is daarbij gelet op de factoren die bepalend zijn voor de aard en omvang van de milieueffecten, zoals het profiel van de bedrijvigheid. Veranderen deze factoren niet, dan worden ook geen andere effecten verwacht. Als de effecten gelijk blijven, is het mogelijk dat de wet- en regelgeving voor milieueffecten sinds 2003/2007 is veranderd en dat de effecten
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
35
inmiddels niet meer passen binnen de bandbreedte van het MER Waalsprong 2003. De verwachte effecten van het stedenbouwkundig plan 2022 zijn aanleiding om voor een groot deel van de omgevingsaspecten het MER Waalsprong 2003/2007 aan te vullen of te actualiseren: vanwege gewijzigde omstandigheden en nieuwe wet- en regelgeving (vallen/) valt (delen van) de ontwikkeling die de milieueffecten (veroorzaken) veroorzaakt niet meer binnen de bandbreedte van de uitgangspunten van de alternatieven die in het MER Waalsprong 2003 zijn onderzocht. Dit is nader uitgewerkt in het plan-MER.
4.1.2.2
Plan-MER
De voornaamste resultaten van het plan-MER zijn navolgend beschreven, het volledige MER-rapport is als bijlage 16 bij de toelichting opgenomen. De bijlagen van de plan-MER zijn als bijlage 18 t/m 21 opgenomen. Alternatieven in het MER Op basis van de voorgeschiedenis van de gebiedsontwikkelingen en de daarbij reeds uitgewerkte alternatieven, bevat voorliggend MER geen locatiealternatieven voor het bedrijventerrein en de infrastructuur. De locatie en ontwikkelingen en de gebiedsindeling liggen vast en zijn in MER Waalsprong 2003/2007 uitgebreid onderzocht op omgevingseffecten. De factor die het onderscheid in effecten van alternatieven bepaald, is in dit geval het al dan niet doortrekken van de snelweg A15 vanaf Bemmel naar Zevenaar. Deze factor is in het MER relevant voor de thema's verkeer en de daaraan gerelateerde aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, stikstof en gezondheid. Thema's als bodem en water zijn niet verkeer gerelateerd en het eventueel doortrekken van de A15 is als factor daarin niet onderscheidend voor de onderzoeksresultaten. Uit de alternatievenvergelijking volgt een toelichting op de belangrijkste omgevingseffecten. Omdat de doortrekking van de A15 verder los staat van de uitbreiding van de Grift, is deze niet onderscheidend voor de gebiedsontwikkeling. Er wordt in het MER dan ook geen voorkeursalternatief uitgewerkt.
Conclusies De uitbreiding van De Grift, speelt zich grotendeels af binnen de bandbreedte van inrichtingsmogelijkheden die in het MER Waalsprong 2003 is onderzocht. Enkele milieuaspecten zijn in het kader van deze Aanvulling op het MER nader bekeken, vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving, vanwege nieuwe informatie over de huidige waarden en vanwege nieuwe inzichten. Het betreft onderzoeken naar: Verkeer (Bijlage 18) Geluid (Bijlage 19) Externe veiligheid (Bijlage 20) Stikstof (Bijlage 21) Daarnaast is een aantal onderzoeken in het MER aangevuld en toegevoegd, zodat deze actueel zijn en toekomstbestendig bij de uitbreiding van De Grift. Daarbij gaat het onder andere om luchtkwaliteit, natuur, klimaat en gezondheid. In de effectbeoordeling worden de effecten ten opzichte van de referentiesituatie per criterium vertaald naar een score ten opzichte van de referentiesituatie: Positief (+) - Alternatief zorgt voor een verbetering van het criterium in vergelijking met de referentiesituatie. Neutraal (0) - Alternatief heeft geen veranderend effect ten opzichte van de referentiesituatie. Negatief (-) - Alternatief zorgt voor een verslechtering van het criterium in vergelijking met de referentiesituatie.
36
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
In het MER zijn de milieueffecten van de voorgenomen uitbreiding van bedrijventerrein De Grift onderzocht. De belangrijkste en meest onderscheidende conclusies die uit MER getrokken worden zijn: De uitbreiding van De Grift, speelt zich grotendeels af binnen de bandbreedte van inrichtingsmogelijkheden die in het MER Waalsprong 2003 is onderzocht. Enkele milieuaspecten zijn in het kader van deze Aanvulling op het MER nader bekeken, vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving, vanwege nieuwe informatie over de huidige waarden en vanwege nieuwe inzichten. Het doortrekken van de A15 is als onderscheidend thema in het MER beschouwd bij de beschrijving van alternatieven. Daar waar het doortrekken van de A15 relevante verschillen opleverde, is daarvan een uitwerking gemaakt. Het betreft de onderzoeken: verkeer, natuur-stikstofdepositie, geluid en indirect gezondheid. In het geval de A15 een onderscheiden effect heeft, is uitgegaan van de worst-case situatie. Daarmee zijn de maximale milieueffecten van het plan in beeld gebracht. Voor een aantal onderzoeken is de doortrekking van de A15 niet onderscheidend en is een beschrijving gegeven van de te verwachte toekomstige situatie na uitbreiding van De Grift, ten opzichte van de referentiesituatie. Denk daarbij aan externe veiligheid, natuur-flora en fauna, water, klimaat en energie, en landschap en cultuurhistorie.
Het aantal verkeersbewegingen neemt als gevolg van de uitbreiding van De Grift toe ten opzichte van de referentiesituatie. Dat geldt voor zowel de situaties mét als zonder doortrekking A15. De infrastructurele maatregelen die in het planvoornemen zijn opgenomen, zorgen er voor dat de verkeersafwikkeling rondom het plangebied verbetert ten opzichte van de referentiesituatie in de Waalsprong. De uitbreiding van het bedrijventerrein en de verandering van de verkeersstromen als gevolg daarvan, hebben effecten op de emissie van stikstof uit het wegverkeer en de depositie van stikstof op nabijgelegen Natura2000 gebieden. Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift, is ongeacht het doortrekken van de A15, op het milieuaspect stikstof negatief. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om extern te salderen. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 4.6. Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect Natuur – Flora en Fauna is negatief. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft effecten op de leefen verblijfsgebieden van een aantal voorkomende soorten in het plangebied. Het effect van het uitbreiden van bedrijventerrein De Grift op het milieuaspect geluid is negatief ten opzichte van de referentiesituatie, ongeacht het doortrekken van de A15. In de
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
37
toekomstige situatie neemt het aantal geluidgevoelige objecten toe. Daarnaast is ten gevolge van de planontwikkeling een toename van het aantal woningen dat een cumulatieve geluidbelasting van meer dan 48 dB ondervindt. De reconstructie van de infrastructuur zorgt niet voor significante veranderingen. Externe veiligheid vraagt om aandacht in de verdere planuitwerking. Plaatsgebonden risico scoort negatief ten opzichte van de referentiesituatie ten aanzien van de bestaande windturbines. Groepsrisico scoort negatief ten opzichte van de referentiesituatie ten aanzien van het LPG-tankstation. Het voornemen scoort gelet op de Omgevingswet negatief ten opzichte van de referentiesituatie, ten aanzien van de hogedruk aardgastransportleidingen op Brandaandachtsgebieden (Bag), het LPG-tankstation op brand en explosieaandachtsgebieden (Bag en Eag) en de A15 (Eag). Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein worden zowel de in praktijk beperkt zichtbare landschappelijke als cultuurhistorische waarden in het plangebied beïnvloed. Het aanzien van De Griftdijk, als historische ruimtelijke drager met aanliggende bebouwing zal daarmee binnen het plangebied veranderen. Ook het historisch verkavelingspatroon wordt met de ontwikkeling naar verwachting doorsneden. Dit vertaalt zich in een negatieve score op het aspect Landschap en Cultuurhistorie.
Advies Commissie m.e.r. en oplegnotitie Op 10 mei 2023 heeft de Commissie m.e.r. een voorlopig advies uitgebracht over de plan-MER voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. In haar advies constateert de Commissie m.e.r. dat er essentiële informatie voor de besluitvorming ontbreekt. Daarop is besloten dat er een aanvulling op het MER noodzakelijk is om tot een volledig onderzoeksrapport te komen. Het betreft aanpassingen en uitbreiding op: Alternatieven Concretisering van ambities voor duurzaamheid Geluid Verkeer Stikstof
Zodoende is een oplegnotitie bij het MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen opgesteld, die als bijlage 18 bij de toelichting is opgenomen. De gemeente neemt het advies van de Commissie m.e.r. over en kan zich vinden in de benoemde punten. De veronderstelling bij de vervolgaanpak is dat een groot deel van de ontbrekende informatie en achtergrond beschikbaar is (geweest) in de voorgeschiedenis van het project en de achtergrondonderzoeken bij de bestemmingsplanwijziging. Er is al veel onderzocht in het kader van het project (sinds MER 2003). De aanwijzing van De Grift als XXL-locatie in het Regionaal Programma Werklocaties, de IOW-aanvraag, actualisatietoets en totstandkoming van het bestemmingsplan hebben een geresulteerd in de keuzes die ervoor gezorgd heeft dat het voorliggend MER het plangebied en programma toetst zoals het is. In de oplegnotitie is daarom een toelichting opgenomen over het projectverleden: welke besluiten zijn genomen, wat is onderzocht, welke keuzes zijn gemaakt en hoe heeft dit geleid tot het stedenbouwkundig raamwerk. Bij de gebiedsontwikkelingen in Nijmegen staat duurzaamheid centraal. Zo wordt bij de ontwikkeling van De Grift vastgehouden aan de gemeentelijke ambities om in 2045 een 'energie neutrale stad' te zijn.
De Commissie adviseert daarom de gemeentelijke ambities uit te werken en aan te geven in hoeverre dit als randvoorwaarden geldt voor de ontwikkeling van het terrein. Deze gemeentelijke duurzaamheidsambities in relatie tot De Grift zijn in deze aanvulling nader uitgewerkt.
38
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Verder is door verschillende specialisten een aanvulling gemaakt op de berekeningen en toelichting op de onderdelen geluid, verkeer en stikstof. Voor de aanvulling op het geluidsonderzoek zijn zowel het MER rapport, het akoestisch onderzoek bij het bestemmingsplan én de oplegnotitie aangevuld. In de oplegnotitie wordt verwezen naar de aanpassingen die in het MER en akoestisch onderzoek worden gemaakt. Naast aanpassingen op het MER in voorliggend rapport zijn voor de volledigheid ook aanpassingen in het MER gemaakt voor het onderdeel Geluid. In de oplegnotitie wordt naar deze aanpassingen verwezen. De oplegnotitie vormt hiermee een aanvulling op het MER en is als bijlage 17 bij de toelichting opgenomen. Op 17 augustus 2023 heeft de Commissie haar definitieve advies uitgebracht. Daarin concludeert de Commissie dat het aangevulde MER de doelstellingen concreter heeft gemaakt. Daardoor komen verplichtingen voor duurzaam bouwen en het optimaliseren van duurzame energie voldoende aan bod. Ook is het onderzoek naar geluid, verkeer en stikstof uitgediept en aangevuld. Hierdoor geeft het rapport meer inzicht in de milieugevolgen. Er is daarnaast een aanzet gemaakt voor een monitoringsprogramma. De Commissie vindt dat daarmee voldoende milieu-informatie beschikbaar is om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan.
Wel beveelt de Commissie de gemeente aan om de doelstellingen te vertalen in randvoorwaarden en dit te monitoren.
4.1.3
Conclusie
In het MER zijn de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling onderzocht. Op een aantal milieuaspecten scoort de ontwikkeling neutraal (archeologie, luchtkwaliteit, water en gezondheid) of heeft het zelfs een positief effect (verkeer, klimaat en energie en bodem). Zo zorgen de beoogde infrastructurele maatregelen er voor dat de verkeersafwikkeling in en rondom het plangebied verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Daar staat echter tegenover dat de beoogde ontwikkeling op een aantal milieuaspecten (natuur, geluid, externe veiligheid en cultuurhistorie) tot een negatief effect leidt. Daarbij zijn wel enkele nuances te maken. Voor het aspect stikstof is de beoogde ontwikkeling an sich als negatief beoordeeld, maar door het intrekken van de toestemming voor het houden van vee van een nabijgelegen veehouderij, gelegen aan de Hoeksehofstraat 9 te Nijmegen, kan worden geborgd dat de stikstofdepositie op alle relevante gebieden (zogenaamde hexagonen uit het rekeninstrument Aerius) binnen de Natura2000-gebieden niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Er is per saldo (dus na saldering) zelfs sprake van een afname van de stikstofdepositie op de verschillende Natura2000 gebieden. Daarmee is sprake van een positief milieueffect. Ook ten aanzien van flora en fauna is een nuancering op zijn plaats.
Als gevolg van de ontwikkeling zal een deel van het essentieel foerageergebied van de boomvalk en sperwer aangetast worden. Indien het verlies aan foerageergebied passend gecompenseerd wordt (conform kennisdocumenten en andere beschikbare protocollen), kan een ontheffing verkregen worden. Ook voor vleermuizen, steenmarters en huismussen geldt dat de beoogde ontwikkeling met de juiste maatregelen geen negatief effect op de duurzame instandhouding van (de leefgebieden van) deze soorten heeft. Het bovenstaande neemt niet weg dat er op een aantal aspecten sprake is van een (licht) negatief milieueffect. Over de hele breedte genomen - wanneer de plussen en minnen tegen elkaar worden weggestreept en de bovenstaande nuances in acht worden genomen - is het milieueffect van de voorgenomen ontwikkeling (met en zonder doortrekking van de A15) als neutraal te boordelen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet tot onomkeerbare negatieve gevolgen voor het milieu zal leiden.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
39
4.2
Economie
4.2.1
Algemeen
4.2.1.1
Economische visie Kans voor Nijmegen 2020 - 2025
Het versterken van de economische veerkracht van de stad Nijmegen en haar inwoners is één van de hoofdopgaven van de gemeente Nijmegen. Het belangrijkste doel van deze economische visie is het creëren van banen op alle niveaus. De ambitie is om in 10 jaar tijd 10.000 extra banen te creëren en het ecosysteem in stad en regio te versterken. In tegenstelling tot veel andere gemeenten in Gelderland blijft Nijmegen in aantal inwoners de komende jaren toenemen. Deze groei van inwoners vraagt om groei van het aantal banen. Nijmegen wil bedrijven voor de regio behouden en ondersteunen in hun groei én ruimte bieden zodat nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen. Nijmegen heeft een positief ondernemersklimaat met financieel gezonde en hoogwaardige bedrijven. De stad kan bouwen op sterke economische sectoren als stuwende economische kracht. Nijmegen ligt bovendien strategisch, heeft een aantrekkelijke historische binnenstad en ligt in een prachtige groene omgeving aan de rivier. De belangrijkste sectoren voor de stad zijn Health & High Tech, MKB/Zakelijke Dienstverlening en Logistiek. Health en High Tech zijn economisch krachtige sectoren en onderscheidend. Daar horen aantrekkelijke campussen (Novio Tech Campus en campus Heijendaal) bij. Nijmegen is voor de logistieke sector goed gelegen tussen de Randstad en het Ruhrgebied.
De Waal, de A15 en de Betuweroute zijn gunstige vestigingsplaatsfactoren. Logistiek is belangrijk voor Nijmegen én de regio. De afgelopen jaren is Bijsterhuizen succesvol ontwikkeld tot een logistiek en gemengd bedrijventerrein, een belangrijke bron van werkgelegenheid. Park15 is in ontwikkeling, de Railterminal Gelderland wordt ontwikkeld en Nijmegen wil op de Grift met duurzame logistiek aan de slag. Het op peil houden van de kwaliteit van het vestigingsklimaat en daarbinnen de werklocaties is belangrijk.
4.2.2
Toetsing
Uitbreiding van De Grift is belangrijk voor de invulling van de economische ambities van Nijmegen. Nijmegen beschikt nog slechts over beperkte uitgeefbare meters bedrijventerrein en kan de reguliere marktvraag niet meer adequaat bedienen. Bedrijventerrein Bijsterhuizen is volledig uitgegeven en ook voor XXL-logistiek en klassiek gemengd is er in Nijmegen geen aanbod meer. Voor het werkmilieu maakindustrie is er theoretisch nog aanbod beschikbaar op Mercuriuspark, maar in de praktijk zal hier andere bedrijvigheid gerealiseerd worden (vestiging van perifere detailhandel, horeca (hotel) en sportvoorzieningen/leisure is hier ook mogelijk). Bedrijventerrein Winkelsteeg wordt in de toekomst getransformeerd naar een werk-woongebied. In theorie is er op Winkelsteeg nog 10 ha aanbod: 4 ha op het voormalig Compaqterrein aan de Nieuwe Dukenburgseweg en 6 ha rond de Novio Tech Campus op Winkelsteeg Noord (onderdeel van de specials in het RPW). Op het voormalig Compaqterrein worden in het kader van de woningbouwimpuls dit najaar 500 tijdelijke woningen gerealiseerd. Deze functie blijft er naar verwachting tenminste 15 jaar op; er kan gesteld worden dat dit terrein niet langer meer uitgeefbaar is als bedrijventerrein (klassiek gemengd werkmilieu). Voor de realisatie van de werkgelegenheidsambities van 1.000 banen per jaar is een nieuw bedrijventerrein van belang.
Voor een deel (26%) wordt deze werkgelegenheid op bedrijventerreinen gerealiseerd. Ofwel door intensivering en revitalisering van bestaande terreinen, ofwel door nieuwe werklocaties en/of uitbreiding van bestaande werklocaties. Doel is om 2.600 arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen te realiseren over een periode van 10 jaar.
40
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Hiervoor is in de komende 10 jaar ongeveer 62 ha bedrijventerrein nodig (gem. 42 arbeidsplaatsen per hectare). Het is de ambitie om 1.050 banen te realiseren door het intensiveren en herstructureren van 25 ha bedrijventerrein (o.a. Winkelsteeg (10 ha) en ENGIE-terrein (15 ha)) en 1.315 banen te creëren door circa 30 hectare nieuw terrein te ontwikkelen. Uitgaande van een gemiddelde uitgifte van 5 ha per jaar vanaf 2023 kan De Grift tot 2030 in de ruimtebehoefte voorzien. De uitbreiding van De Grift brengt een geraamde groei van zo'n 1.300 arbeidsplaatsen met zich mee. De Grift draagt hiermee substantieel bij aan de economische en werkgelegenheidsambities van Nijmegen. Aansluiting op regionale DNA Met de uitbreiding van De Grift wordt bijgedragen en aangesloten bij het regionale DNA: 1.
2. 3.
4.
5.
De ontwikkeling van De Grift draagt bij aan de opgave(n)binnen de productieve regio als onderdeel van de Groene Metropoolregio: economische structuurversterking en duurzame groei van werkgelegenheid. Vanuit de Goene Metropoolregio wordt gewerkt aan de visie 'Economie van de Toekomst'. Voor Nijmegen wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van de topsectoren Healt en High Tech en Energy. Logisitiek wordt daarbij als randvoorwaardelijk gezien en staat bij voorkeur ten dienste van de topsectoren. Voldoende aanbod van werklocaties en versterking van de kwaliteiten van werklocaties zodat nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen en bestaande kunnen uitbreiden. De Grift biedt ruimte aan reguliere logistieke bedrijvigheid en stadsdistributie; dit in aansluiting op de ruimte voor distributiecentra (XXL-logistiek). De Grift biedt kansen voor duurzame stadsdistributie. Naast grotere e-fulfilment-centers is de locatie aan de rand van de stad ook geschikt voor kleinere depots of hubs. De grootste regionale economische waarde hebben die logistieke activiteiten die verbonden zijn met de regio (vanwege historie, lokale markt en verbondenheid met lokaal MKB of omdat andere bedrijfsactiviteiten ook in de regio gevestigd zijn). De logistieke sector is bovendien de enabler voor de topsectoren Food, Health en High Tech en Energy. Voorbeelden DHL/Health en Heinz/Nabuurs.
De insteek van logistieke bedrijvigheid op De Grift betekent ook extra werkgelegenheid in deze belangrijke sector voor de regio. De uitbreiding zet ook in op bedrijvigheid in het klassiek-gemengde werkmilieu en de maakindustrie. Dit zijn vaak MKB-bedrijven. De arbeidsintensiteit is over het algemeen groot bij deze bedrijven. Ook dit biedt net als logistiek veel kansen voor banen voor praktisch en middelbaar opgeleiden. De Grift faciliteert de groei en/of uitbreiding van bestaande bedrijven en biedt ruimte aan verplaatsing of nieuwbouw van lokale bedrijven elders uit de stad.
Triple Helix De triple helix is een model voor het kijken naar en het sturen op innovatie in de kenniseconomie. Essentie van het model is de samenwerking tussen drie partijen: onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Dit model wordt in Nijmegen al volop toegepast en heeft onder geresulteerd in ondersteuningsprogramma’s voor startups en mkb-bedrijven op het gebied van o.a. health en life sciences. Ook voor bedrijventerrein De Grift gaat de voorkeur uit naar bedrijvigheid die het triple helix model omarmt en bijdraagt aan het versterken van de topsectoren in onze regio.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
41
4.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het versterken van de economische veerkracht. Het aspect economie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit Chw-bestemmingsplan.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
4.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die hinderveroorzakende functies mogelijk maken, moet worden aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat voor omliggende gevoelige functies (o.a. woningen) voldoende gewaarborgd is. Om dit te beoordelen wordt doorgaans gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009). In deze VNG-publicatie zijn indicatieve richtafstanden opgenomen tussen bedrijven en gevoelige functies, afhankelijk van het gebiedstype waarin de gevoelige functies zijn gelegen ('rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'). In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorziening en horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteiten tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel.
4.3.2
Toetsing
Bedrijvigheid in de zin van de Wet milieubeheer is die bedrijvigheid die onder het Activiteitenbesluit valt en/of een omgevingsvergunning nodig heeft. In het nieuwe bestemmingsplan zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten gekoppeld worden aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Model Nijmegen). Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten in Nijmegen al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu zijn ingedeeld in milieucategorieën. Hierbij zijn alleen de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar, verkeer en visuele aspecten van belang. De Staat van Bedrijfsactiviteiten Model Nijmegen is een verbijzonderde afgeleide van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Naast de afstandseisen uit de VNG-brochure moet uiteraard ook rekening worden gehouden met overige milieuhinder die aan de orde kan zijn bij bepaalde bedrijfscategorieën, waaraan speciaal overheidsbeleid en hierop gerichte jurisprudentie nadere invulling geven. Hierdoor wordt ook rekening gehouden met hinder die buiten de kaders van de VNG-brochure valt. Gebiedstypen Het plangebied en de directe omgeving is zowel in de bestaande als toekomstige situatie aan te merken als een gemengd gebied. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging.
In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals bedrijvigheid en detailhandel . Ook lintbebouwing met verspreid liggende bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de inrichtingsgrens tot aan de gevel van
42
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Uitzondering op het bovenstaande vormt de nieuw te realiseren woonwijk Zuiderveld, ten zuiden van De Grift. Deze nieuwe wijk is aan te merken als een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk kenmerkt zich door het feit dat er vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voorkomen. De Grift Noord In het noordelijk deel van De Grift Noord - bestemd voor (grote) logistieke bedrijven - wordt bedrijvigheid tot milieucategorie 4.2 toegelaten. De indicatieve richtafstand voor bedrijven in deze milieucategorie tot een rustige woonwijk bedraagt 300 meter en tot een gemengd gebied 200 meter. In het zuidelijke deel van De Grift Noord - gelegen tussen het bestaande bedrijventerrein De Grift en de Griftdijk - wordt uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. De indicatieve richtafstand voor bedrijven in deze milieucategorie bedraagt 100 meter tot een rustige woonwijk en 50 meter tot een gemengd gebied. In de directe nabijheid van De Grift Noord zijn geen reguliere woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde reguliere woningen bevinden zich aan de Stationsstraat 45 en Stationsstraat 26. Voor beide woningen wordt voldaan aan de indicatieve richtafstanden. De afstand van de woning aan de Stationsstraat 45 tot de bedrijvigheid in De Grift Noord bedraagt meer dan 300 meter.
De afstand van de woning aan de Stationsstraat 26 tot De Grift Noord bedraagt ruim 250 meter. Omdat in het zuidelijke deel uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 wordt toegestaan, wordt voldaan aan de indicatieve richtafstanden. In het plangebied en de directe omgeving zijn tevens enkele (agrarische) bedrijfswoningen aanwezig. Voor bedrijfswoningen geldt een minder zwaar beschermingsniveau dan voor reguliere woningen, maar ook voor bedrijfswoningen (op een bedrijventerrein) geldt dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Doorgaans wordt daarbij getoetst aan de gereduceerde richtafstanden van de VNG. Voor de bedrijfswoningen aan de Griftdijk 234 en 236 - deze liggen ín het plangebied - is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. om de geluidbelasting op deze woning inzichtelijk te maken. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 4.4. Aan de Stationsstraat 28 bevindt zich een agrarische bedrijfswoning. De afstand van deze bedrijfswoning tot (het zuidelijke deel van) De Grift Noord bedraagt meer dan 100 meter. Voor deze woning wordt dus voldaan aan de richtafstand voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.2. Daarnaast is er tevens een bedrijfswoning aanwezig bij het LPG-tankstation op de hoek Griftdijk - Stationsstraat.
Deze bedrijfswoning bevindt zich op circa 90 meter afstand van (het zuidelijke deel van) De Grift Noord, waar bedrijvigheid in milieucategorie 3.2 is toegestaan. Daarmee wordt voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 50 meter voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.2. Tot slot bevindt zich op het bestaande bedrijventerrein De Grift een bedrijfswoning. Deze is gelegen aan de Stationsstraat 29. De afstand van deze woning tot de bedrijvigheid in milieucategorie 3.2 bedraagt ruim 200 meter, waarmee ruimschootsvoldaan wordt aan de richtafstand. De afstand tot het noordelijke deel van De Grift Noord - waar bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.2 wordt toegelaten - bedraagt circa 90 meter. Daarmee wordt niet zonder meer voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 200 meter. Maatgevend aspect voor bedrijvigheid in milieucategorie 4.2 is doorgaans het aspect geluid. In het kader van het plan-MER is daarom een akoestisch onderzoek verricht naar (onder meer) industrielawaai. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 4.4. Aan de westzijde van de Griftdijk bevindt zich Chaletpark De Halve Weg. Recreatiewoningen
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
43
dienen in enige mate beschermd te worden tegen overmatige milieuhinder. In de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering is echter niet specifiek aangegeven welke bescherming recreatiewoningen behoeven. De systematiek van de VNG-brochure is gebaseerd op een 'rustige woonwijk'. Het feit dat de genoemde afstanden indicatief zijn impliceert dat voor situaties die niet vergelijkbaar zijn met een rustige woonwijk andere (gereduceerde) afstanden kunnen worden aangehouden. Recreatiewoningen kunnen op basis van aard en gebruik niet gelijk worden gesteld aan een rustige woonwijk, met name door de verminderde aanwezigheid. Een vergelijking tussen beschermingsniveaus in verschillende sectorale wetgeving is in lijn met deze lezing. Zo zijn recreatiewoningen in de Wet geluidhinder niet gevoelig en in de Nederlandse emissierichtlijn Lucht (NeR) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wel, maar in minder mate dan gewone woningen. Aanvullend kan het gehele gebied rond de Griftdijk en Stationsstraat worden aangemerkt als 'gemengd gebied', waarvoor in de VNG-brochure in elk geval een lagere indicatieve afstand wordt voorgesteld dan voor rustige woonwijken. De afstand van de dichtstbijzijnde chalet (Griftdijk 291) tot het zuidelijke deel van De Grift Noord bedraagt tenminste 50 meter.
Daarmee wordt voldaan aan de gereduceerde richtafstand voor bedrijven in milieucategorie 3.2 (50 meter). De afstand tot het noordelijke deel van De Grift Noord - waar bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.2 is toegestaan - bedraagt circa 130 meter. Daarmee wordt niet zonder meer voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 200 meter. Maatgevend aspect voor bedrijvigheid in milieucategorie 4.2 is doorgaans het aspect geluid. In het kader van het plan-MER is daarom een akoestisch onderzoek verricht naar (onder meer) industrielawaai. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 4.4 De Grift Zuid In De Grift Zuid wordt in de basis bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. De indicatieve richtafstand voor bedrijven in deze milieucategorie tot een rustige woonwijk bedraagt 100 meter en tot een gemengd gebied 50 meter. Ten zuiden van De Grift Zuid is de nieuwbouwwijk Zuiderveld gelegen, die in beginsel is aan te merken als een rustige woonwijk. Om deze reden worden in het zuidelijke deel van De Grift Zuid uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Op een afstand van (ten minste) 100 meter uit de dichtstbijzijnde woningen in Zuiderveld wordt bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. Daarmee wordt voldaan aan de indicatieve richtafstanden voor een rustige woonwijk.
Naast de woningen in Zuiderveld is de dichtstbijzijnde reguliere woning gelegen aan de Stationsstraat 45, op een afstand van bijna 200 meter. Voor deze woning wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstand voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.2. De afstand van De Grift Zuid tot de agrarische bedrijfswoning aan de Stationsstraat 28 bedraagt ruim 110 meter. Ook voor deze woning wordt dus voldaan aan de richtafstand voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.2. Tot slot bevindt zich aan de Stationsstraat 29 nog een bestaande bedrijfswoning. Deze bevindt zich op ruim 70 meter afstand. Omdat deze is gelegen op een bedrijventerrein, wordt getoetst aan de gereduceerde richtafstanden. Voor bedrijvigheid in milieucategorie 3.2 bedraagt deze 50 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Aan de oostzijde van bedrijventerrein De Grift Zuid ligt de zaadhandel Barenbrug Holland BV. Hinder van deze bedrijvigheid over en weer wordt niet verwacht. Ook is er geen hinder te verwachten van de veehouderij aan de Stationsstraat 28. Er wordt immers nu ook al voldaan aan de geurbelastingsnormen op geurgevoelige objecten die dichterbij het emissiepunt liggen van de stal. Daarnaast is het maar zeer de vraag of de nieuwe bedrijvigheid als geurgevoelig is aan te merken. De Grift West In De Grift West wordt uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. De
44
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
indicatieve richtafstand voor bedrijven in deze milieucategorie tot een rustige woonwijk bedraagt 50 meter en tot een gemengd gebied 30 meter. De omgeving van De Grift West is aan te merken als een gemengd gebied, onder meer vanwege de aanwezigheid van een veldsportcomplex, bedrijvigheid en een LPG tankstation. Daardoor is de gereduceerde richtafstand van toepassing. De afstand van De Grift West tot de (bedrijfs)woningen aan de zuidzijde van de Stationsstraat bedraagt in alle gevallen 30 meter of meer. Ook de bedrijfswoning aan de Stationsstraat 27 ligt op meer dan 30 meter afstand. Daarmee wordt voor alle (bedrijfs)woningen voldaan aan de gereduceerde richtafstand. Hiermee is een bedrijvigheid in de milieucategorie 3.1 toelaatbaar. De Grift West grenst aan de noordzijde aan Chaletpark De Halve Weg. De afstand van de dichtstbijzijnde chalets tot De Grift West bedraagt circa 5 meter. Daarmee wordt niet zonder meer voldaan aan de gereduceerde richtafstand. Zodoende is aan de noordzijde De Grift West een inwaartse zonering aangebracht. Dit houdt in dat op een afstand van 0-10 meter uit de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' uitsluitend bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 zijn toegestaan. In de zone van 10-30 meter zijn uitsluitend bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan.
Vanaf 30 meter uit de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zijn bedrijven in milieucategorie 3.1 toegestaan. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voor de chalets te allen tijde gewaarborgd. Bovendien is in de zone tussen bedrijventerrein De Grift West en de chalets van de Halve weg een groenstrook voorzien. Het realiseren van deze groenvoorziening is mogelijk binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'.
4.3.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
4.4.1
Toetsingskader
Wet geluidhinder De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Ook wijzigingen aan bestaande wegen kunnen invloed hebben op het akoestische klimaat van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. De Wet geluidhinder treedt bij wijzigingen aan bestaande verkeerswegen onder twee voorwaarden in werking: als het gaat om een fysieke wijziging aan de weg; door de wijziging is er in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen een significante toename is van de geluidsbelasting (2 dB toename). Deze laatste voorwaarde geldt per geluidsgevoelige bestemming; als door de toename de maximale wettelijk toegestane grenswaarde dreigt te worden overschreden (met afgerond maximaal 1 dB) en niet wordt voldaan aan de uitzonderingscriteria hiervoor. Als voldaan wordt aan deze voorwaarden is er sprake reconstructie in het kader van de Wgh. De geluidsbelasting op de woningen moet dan getoetst worden aan de grenswaarden uit de Wgh.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
45
Handreiking industrielawaai en vergunningverlening De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening is opgesteld als hulpmiddel bij het voorkomen en beperken van hinder door industrielawaai. De handreiking heeft geen wettelijke status, maar is algemeen geaccepteerd in de rechtspraak. In de handreiking zijn grenswaarden (langtijdgemiddelden en maximale geluidniveaus) voor industrielawaai opgenomen, deze zijn afhankelijk van het gebiedstype waarin de woningen zijn gelegen. Voor woningen in een rustige woonwijk wordt een grenswaarde van 50 dB(A) gehanteerd. Is een (bedrijfs)woningen in de nabijheid van een bedrijventerrein gelegen, dan bedraagt de grenswaarde 55 dB(A). Voor bedrijfswoningen óp een bedrijventerrein worden ruimere richtwaarden gehanteerd: een streefwaarde van 55 dB(A) en een maximale geluidbelasting van 65 dB(A). Op grond van genoemde wet- en regelgeving mag het binnenniveau ten gevolge van industrielawaai in woningen in nieuwe situaties niet hoger zijn dan 35 dB(A) etmaalwaarde. Voor bestaande situaties is de grenswaarde 40 dB(A) etmaalwaarde. In de praktijk is de geluidwering bij goed onderhouden woningen tenminste 20 dB(A). Er zullen derhalve pas daadwerkelijk maatregelen moeten worden uitgevoerd als de geluidsbelasting hoger is dan 55 dB(A). Dit uiteraard geheel afhankelijk van de akoestische kwaliteit van de woningen in het gebied.
4.4.2
Toetsing
4.4.2.1
Algemeen
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Daarin zijn de geluidbelastingen inzichtelijk gemaakt van: het industrielawaai van het uitgebreide bedrijventerrein; het geluid van de windturbines; het railverkeerslawaai van de Betuwespoorlijn; het wegverkeerslawaai van de Griftdijk, Stationsstraat en de overige wegen van het onderliggende wegennet; het wegverkeerslawaai van de A15.
De resultaten van het akoestisch onderzoek worden navolgend besproken, de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen.
4.4.2.2
Wet geluidhinder
Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) mogelijk. Wel maakt het bestemmingsplan de aanleg van nieuwe wegen op het bedrijventerrein mogelijk, alsmede de wijziging van het kruispunt Griftdijk - Stationsstraat van een rotonde naar een kruising met verkeersregelinstallatie. Wijziging kruising Griftdijk en Stationsstraat Uit het akoestisch onderzoek volgt dat er op de 145 geluidgevoelige bestemmingen (woningen) binnen de zone van de Griftdijk en Stationsstraat in de toekomstige situatie geen reconstructie-effect optreedt. Ten gevolge van de Griftdijk bedraagt de toename 0,95/1,04 dB. Ten gevolge van de Stationsweg blijft de toename beperkt tot 0,65/0,76 dB. In beide gevallen is er geen sprake van een wettelijk reconstructie-effect. Er worden dus geen verdere eisen aan deze wegen gesteld en maatregelen zijn niet nodig.
46
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Aanleg nieuwe wegen op het bedrijventerrein Dit Chw-bestemmingsplan faciliteert de aanleg van een aantal nieuwe wegen ten behoeve van de ontsluiting van het terrein. De gemeente Nijmegen is voornemens een snelheidsregime van 50 km/u op deze nieuwe wegen in te voeren. Zodoende is aandacht besteed aan de optredende geluidbelasting van deze wegen in relatie tot de bestaande (bedrijfs)woningen aan de Griftdijk 234 en 236. De hoogste geluidbelasting Lden die wordt ondervonden ten gevolge de nieuwe wegen bedraagt 47 dB op de woning aan de Griftdijk 236. Dit voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) voor de aanleg van een nieuwe weg. De Wet geluidhinder stelt geen aanvullende eisen aan de nieuw aan te leggen (ontsluitings)wegen. Potentiële maatregelen Uit de resultaten is gebleken dat voor de Griftdijk en de Stationsstraat niet overal wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Voor de overschrijding van de voorkeurswaarde (van 48 dB) ten gevolge van de geluidbelasting van de Griftdijk en Stationsstraat is overwogen om geluidreducerend asfalt toe te passen. Uiteindelijk is besloten om dit niet te doen vanwege civieltechnische overwegingen. Door zwaar wringend verkeer zou na korte tijd het wegdek al schade oplopen en gaan rafelen ver binnen de normale levensduur van dit soort asfalt.
Eventueel is te overwegen in het kader van beheer en onderhoud om bij de eerstvolgende overlaging van de Stationsstraat om hier een geluidreducerend wegdek toe te passen (met de beperking voor wat betreft de nabijgelegen kruising).
4.4.2.3
Geluidbelasting op woningen in het plangebied
In het plangebied bevinden zich in de toekomstige situatie twee bedrijfswoningen; aan de Griftdijk 234 en 236. Het blijkt dat ten gevolge van het voorliggende Chw-bestemmingsplan: de uitbreiding van het bedrijventerrein op de twee woningen aan de Griftdijk een overschrijding van de etmaalwaarde (van 50 dB(A)) geeft, met een maximum van 63 dB (A) op Griftdijk 236. De geluidbelasting voor Griftdijk 234 bedraagt maximaal 61 dB(A). Het benutten van de maximale planologische ruimte volgend uit de toegestane milieucategorieën voor het bestaande bedrijventerrein geeft nagenoeg geen wijziging in de geluidbelasting; De geluidbelasting Lden van de Betuwespoorlijn en overige spoorlijnen bedraagt maximaal 58 dB; De geluidbelasting Lden ten gevolge van de windturbines bedraagt maximaal 50 dB en in de nachtperiode 44 dB; De geluidbelasting Lden ten gevolge van het onderliggend wegennet bedraagt maximaal 58 dB; De geluidbelasting Lden ten gevolge van de A15 bedraagt maximaal 50 dB; De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 66 dB. Vanwege het doortrekken van de A15 in de toekomst zal de geluidbelasting met 1 dB toenemen. Op het onderliggend wegennet wordt een kleine toename van enkele tienden van een dB geconstateerd. Er wordt door de doortrekking van de A15 een kleine toename van de cumulatieve geluidbelasting opgemerkt van 0,1 dB. De hoogste waarde blijft 66 dB.
De uitbreiding van het bedrijventerrein De Grift veroorzaakt op de aanwezige twee woningen aan de Griftdijk een toename van de geluidbelasting. Doordat bij de uitbreiding van het bedrijventerrein is uitgegaan van bronvermogen per m2 op basis van de toegestane milieucategorie en er nog geen afscherming is op het terrein waar volgens het bestemmingsplan de bedrijven mogen komen, worden hogere geluidbelastingen geregistreerd. Evenwel zal door het oprichten van bedrijfsbebouwing het effect van het industrielawaai van de bedrijven veel beperkter zijn dan nu wordt aangenomen in dit rapport. Het dient aanbeveling
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
47
om bij de vestiging van bedrijven aandacht te besteden aan de locatie van de bedrijven ten opzichte van de ligging van de woningen.
4.4.2.4
Geluidbelasting op woningen nabij het plangebied
In de nabijheid van het plangebied zijn diverse (bedrijfs)woningen aanwezig. In de toekomstige situatie zal de geluidbelasting op een aantal omliggende (bedrijfs)woningen hoger zijn dan de grenswaarde van 50 dB(A), maar lager dan 55 dB(A). Een dergelijke geluidbelasting wordt als 'redelijk' gekwalificeerd en acceptabel geacht voor (bedrijfs)woningen in de nabijheid van een bedrijventerrein. Voor een aantal woningen geldt dat de geluidbelasting meer dan 55 dB(A) bedraagt. Voor de meeste van deze woningen geldt dat er in de huidige situatie ook reeds sprake is van een geluidbelasting hoger dan 55 dB(A) en de toename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling marginaal is. In de huidige situatie zijn er 17 woningen (of andere geluidgevoelige bestemmingen) die een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) ondervinden. Hiervan zijn er 7 met een geluidbelasting van meer dan 55 dB. Indien gebruik gemaakt wordt van de maximaal beschikbare planologisch toegestane ruimte op het bestaande bedrijventerrein dan neemt het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) met 7 tot 24 toe. Bij twee extra woningen neemt de geluidbelasting tot meer dan 55 dB(A) toe. In het geval dat het bedrijventerrein wordt uitgebreid dan neemt het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) tot 60 woningen toe.
Hiervan is er één woning extra die een geluidbelasting van meer dan 55 dB(A) ondervindt. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein waarbij ook op het bestaande terrein de maximale planologisch ruimte wordt benut, worden 70 woningen geconstateerd met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A). Hiervan zijn er 13 met een geluidbelasting van meer dan 55 dB(A). De volgende adressen kennen een geluidbelasting groter dan 50 dB(A): Griftdijk 198, 234 en 236 Stationsweg 11, 14, 15, 15A, 15B, 15C, 16, 18, 19A, 20, 22, 22A, 24, 26 en 28 Stationsstraat 27, 28, 29, 45, 45 A6, 47, 49, 50, 51, 52, 53 en 54 Op de Set 134, 146, 148, 150 en 152 Billy Wilderstraat 67 34 geprojecteerde woningen in Zuiderveld-West
Bij de uitbreiding van het bedrijventerrein treedt voornamelijk een toename op van de woningen die een geluidbelasting gaan ondervinden in de toekomstige situatie tussen 40 en 50 dB(A). Volgens het Activiteitenbesluit wordt het echter toegelaten dat de geluidbelasting vanwege het industrielawaai tot maximaal 50 dB(A) toeneemt. Het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) neemt in de toekomstige situatie ten opzichte van de huidige situatie met ongeveer een factor 2 toe. Dit geldt ook voor de woningen met een geluidbelasting van meer dan 55 dB(A). Absoluut is het aantal woningen dat een toename van meer dan 50 dB(A) dan wel 55 dB(A) zeer beperkt. Rest hier op te merken dat de MER-beoordeling uitgaat van een theoretische invulling van de geluidruimte op het bestaande en nieuwe bedrijventerrein. Op het nieuwe bedrijventerrein ontbreekt nog de afschermende bedrijfsbebouwing die bij realisatie de overdracht naar de omgeving zal beperken. Net zoals nu al niet de volledige geluidruimte op het bestaande bedrijventerrein zal worden benut. Ook voor het nieuwe bedrijventerrein zal de beschikbare geluidruimte dusdanig worden gebruikt, zodat maximaal de afstraling naar de omgeving toe zo beperkt mogelijk zal zijn (inwaartse zonering). In de praktijk zullen daarmee de beschreven effecten minder duidelijk optreden.
Wel moet rekening worden gehouden dat door de vestiging van bedrijven op het nieuwe terrein de geluidbelasting ten opzichte van de
48
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
bestaande situatie wel zal toenemen.
4.4.2.5
Aanvullende berekening Zuiderveld-West
De woningen in Zuiderveld-West zijn abusievelijk niet betrokken in het akoestisch onderzoek dat is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Om die reden is een aanvullende notitie opgesteld, waarin de geluidbelasting als gevolg van de beoogde ontwikkeling op de geprojecteerde (nog te bouwen) woningen in Zuiderveld-West inzichtelijk te maken. De resultaten worden navolgend besproken, de volledige notitie is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. Het blijkt in de huidige situatie dat de woningen ten gevolge van het bestaande bedrijventerrein voldoen aan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) voor het industrielawaai van het bedrijventerrein. Dit verandert niet als de maximale toegestane planologische situatie voor de milieucategorieën uit het bestemmingsplan voor het bestaande bedrijventerrein zouden worden benut. Door de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein neemt op 32 nieuwbouwwoningen de geluidbelasting toe en wordt een geluidbelasting van maximaal 52 dB(A) ten gevolge van het industrielawaai ondervonden. Ook bij de benutting van de maximaal toegestane planologische ruimte verandert dit in de toekomstig situatie niet. Alleen neemt door een kleine toename van de geluidbelasting van 52,02 naar 52,34 dB(A) het aantalwoningen met meer dan 50 dB (van 32) tot in totaal 34 toe.
Doordat in het geluidmodel geen afschermende bedrijfsbebouwing is opgenomen is de geluidafstraling worst case benaderd. In werkelijkheid zal afschermende bedrijfsbebouwing en hetfeit dat geluidbronnen inpandig zijn gelegen de optredende geluidbelasting naar de omgeving toe beperken, waardoor de daadwerkelijke geluidbelasting lager zal uitvallen, waarbij nagenoeg wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van de samenloop van alle geluidbronnen bedraagt in de huidige situatie 56 dB en dit neemt in de toekomstige situatie toe tot 61 dB. Een deel van deze toename komt toe aan het doortrekken van de A15.
4.4.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit Chw-bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. 2. 3. 4.
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen; het project draagt alleen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging conform het Besluit NIBM en Regeling NIBM. Een project is twee gevallen 'niet in betekenende mate':
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
49
a. b.
4.5.2
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2 µg /m³).
Toetsing
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd. De voornaamste resultaten worden navolgend besproken, de volledige rapportage is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. De plandrempel voor de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) wordt in de huidige situatie (2020) niet overschreden. Ten gevolge van de dalende trend in de achtergrondconcentratie neemt de concentratie nog verder af in 2032. De grenswaarde voor stikstofdioxide van 40 µg /m³ wordt in de deze jaren met en zonder plan niet overschreden. In 2032 bedraagt - voor de situatie inclusief de realisatie van de verlengde A15 - de toename ten opzichte van de autonome situatie maximaal 0,92 µg /m³ ter plaatse van een nieuw te realiseren ontsluiting van het bedrijventerrein. In de huidige situatie (2020) wordt aan de jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof (PM10) van 40 µg /m³ in ruime mate voldaan. De etmaalgemiddelde grenswaarde voor PM10 wordt met 6 dagen eveneens niet overschreden. In 2032 wordt de jaargemiddelde concentratie in zowel de autonome als de gewenste situatie niet overschreden. In 2032 bedraagt - voor de situatie inclusief de realisatie van de verlengde A15 - de toename ten opzichte van de autonome situatie maximaal 0,15 µg /m³ ter plaatse van een nieuw te realiseren ontsluiting van het bedrijventerrein.
In de huidige situatie (2020) wordt aan de jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof (PM2,5)van 25 µg /m³ in ruime mate voldaan. In 2032 wordt de jaargemiddelde concentratie in zowel de autonome als de gewenste situatie niet overschreden. In 2032 bedraagt - voor de situatie inclusief de realisatie van de verlengde A15 - de toename ten opzichte van de autonome situatie maximaal 0,04 µg /m³ ter plaatse van een nieuw te realiseren ontsluiting van het bedrijventerrein. Omdat de toename van NO2 en PM10 minder is dan 1,2 µg /m³, draagt de ontwikkeling 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.5.3
Conclusie
De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien is aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering.
50
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
4.6
Stikstof
4.6.1
Toetsing en conclusie
In het kader van de plan-MER is een onderzoek gedaan naar de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de emissie en depositie van stikstof in relatie tot beschermde natuurgebieden (Natura2000-gebieden). Uit dit onderzoek blijkt dat het extra verkeer, de tijdelijke effecten tijdens de aanleg en mogelijk ook emissies van bedrijven die zich vestigen op het bedrijventerrein, gepaard kunnen gaan met (beperkte) toenamen van de stikstofbelasting op diverse Natura2000-gebieden. Geconstateerd wordt dat er zonder mitigatie geen zekerheid is dat negatieve effecten voor de Natura2000-gebieden zijn uit te sluiten en dat er mitigatie nodig is. Om dit te kunnen beoordelen zijn in een afzonderlijke memo de gevolgen van de ontwikkeling (aanleg- en gebruiksfase) inzichtelijk gemaakt. De voornaamste conclusies worden navolgend besproken, de volledige memo is als bijlage 6 bij de toelichting opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling heeft een toename van bedrijfsemissies, verkeersaantrekkende werking en een verandering in de verkeersituatie rondom het plangebied tot gevolg. Ook de bouw werkzaamheden voor de aanleg van het bedrijventerrein zorgen voor een stikstofemissie.