C6 d.d. 9 april 2021 van de MARN inzake Jaarrekening 2020, Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
Wij zijn van mening dat voldoende maatregelen zijn getroffen om de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking en informatievoorziening te waarborgen.
Administratieve Organisatie en Interne Beheersing In het kader van de controle van de jaarrekening 2020 hebben wij onder meer werkzaamheden verricht ten aanzien van de Administratieve Organisatie en Interne Beheersing (hierna te noemen: AO/IB). Hierbij is tevens de geautomatiseerde gegevensverwerking betrokken, voor zover van belang voor de jaarrekeningcontrole. Tijdens de uitvoering hebben wij ons gericht op de opzet en het bestaan van de AO/IB en de daarin opgenomen maatregelen van interne beheersing.
Wet Normering Topinkomens (WNT) De WNT is van toepassing op uw organisatie. Daarom hebben wij de WNT verantwoording in de jaarrekening gecontroleerd op basis van het ‘Controleprotocol WNT 2020’. Bij deze werkzaamheden zijn geen bijzonderheden geconstateerd. In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij geen controlewerkzaamheden verricht op gegevens in de WNT-verantwoording, of het ontbreken daarvan, op grond van de anticumulatiebepaling van artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 onderdeel j Uitvoeringsregeling WNT. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Dit hebben wij in onze controleverklaring ook kenbaar gemaakt. Pagina 6
2. Financiële analyse
Pagina 7
3. Financiële analyse Analyse van het resultaat Het resultaat over 2020 toont een positief saldo van € 134.958 ten opzichte van een positief saldo van € 160.854 over het boekjaar 2019. In de begroting 2020 is uitgegaan van een positief resultaat van € 125.522.
Financiering Zoals blijkt uit de paragraaf Financiering is in 2020 de kasqeldlimiet niet overschreden. Er is daarnaast geen sprake van een overschrijding van de renterisiconorm.
Analyse van het eigen vermogen Het eigen vermogen, inclusief het gerealiseerde resultaat, bedraagt per jaareinde 2020 volgens de jaarrekening € 9.860.156.
Schatkistbankieren Vanaf de invoering van de wet verplicht schatkistbankieren zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Per 31 december 2020 heeft GR MARN € 168.276 in ‘s Rijks schatkist aangehouden. GR MARN heeft in de toelichting bij de jaarrekening adequaat gerapporteerd over het schatkistbankieren. Hierbij blijkt dat het drempelbedrag niet is overschreden.
De bestemmingsreserve “uitkering gemeenten” heeft ten doel de opbrengst van de verkoop van de gronden in 20 jaar aan gemeenten uit te keren volgens een vast schema. Gedurende 2020 is conform resultaatbestemming 2019 € 584.317 uitgekeerd aan de deelnemers betreffende het gerealiseerd resultaat 2019 ad € 160.854 tezamen met de vrijval uit hoofde van de grondverkoop ad € 423.463. Financiële ratio’s Als onderdeel van de paragraaf Weerstandsvermogen zijn financiële kengetallen opgenomen conform artikel 11 van het BBV. Tevens is daar een inhoudelijke toelichting opgenomen ten aanzien van de ontwikkeling. De financiële kengetallen tonen aan dat er sprake is van een gezonde financiële huishouding.
Pagina 8
4. Aandachtspunten en bevindingen in de controle
Pagina 9
4. Aandachtspunten en bevindingen in de controle Vanuit onze controle van de jaarrekening van de GR MARN hebben wij een aantal onderwerpen en/of bevindingen die wij specifiek aan u willen melden. Deze onderwerpen zijn het meest significant geweest voor onze controle. Onderstaand is een uiteenzetting van deze onderwerpen opgenomen. 4.1 Financieel effect van grondtransactie in meerjaren prespectief Het belangrijkste risico is ons inziens gelegen in de inbaarheid van de uitstaande lening bij ARN B.V. als gevolg van de verkoop van de gronden. De hoogte van deze lening bedraagt per 31 december 2020 € 9.723.438 en wordt over een periode van 20 jaar na de eerste betaling in maandelijkse gelijke termijnen (inclusief rente) betaald aan de GR Marn. Om meer zekerheid te verkrijgen rondom de daadwerkelijke ontvangst van de resterende termijnen heeft ARN B.V. aan MARN dan ook zekerheid verstrekt in de vorm van een eerste recht van hypotheek op de percelen die onderdeel uitmaken van de verkoop. Hiermee wordt het risico op een eventuele oninbaarheid verder gemitigeerd. Door de verkoop van uw grondpositie heeft u ieder jaar recht op de bijhorende rentebaten, maar vervallen de verhuuropbrengsten welke in het verleden vanuit ARN werden ontvangen. Deze verhuuropbrengsten waren hoger dan de (toekomstige) jaarlijkse rentebaten.
Daarnaast nemen de rentebaten uit hoofde van de lening met de ARN ieder jaar af gezien deze een annuïtaire grondslag kennen. Dit zal dan ook in toekomstige jaren een financieel effect hebben op uw jaarresultaten, waarbij naar mate het verstrijken van de looptijd het (nadelig) financieel effect hoger zal worden. Wij adviseren u dan ook hier in de toekomst rekening mee te houden.
4.2 Rechtmatigheid Bij onze controle op de rechtmatigheid hebben wij aandacht gegeven aan de volgende onderwerpen: Begrotingsrechtmatigheid Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium toetsen wij of het budgetrecht van het algemeen bestuur is gerespecteerd. Wij beoordelen bij onze controle de overschrijdingen ten opzichte van de begrote lasten per programma. Dit betreffen enkel de lasten omdat hierop een beoordeling en rapportering van de accountant wordt gevraagd vanuit de Kadernota Rechtmatigheid. Indien desondanks budgetten worden overschreden en niet meer gedurende het jaar kunnen worden voorgelegd aan het algemeen bestuur, is strikt genomen sprake van een onrechtmatigheid. Deze overschrijdingen hoeven echter niet in alle gevallen te worden meegewogen in het accountantsoordeel. Voor een juiste oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het algemeen bestuur geformuleerde beleid, deze wordt gecompenseerd door hogere opbrengsten of kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen. Deze overschrijdingen dienen te worden weergegeven in de jaarrekening en kunnen door het vaststellen van de jaarrekening alsnog door het algemeen bestuur worden geautoriseerd.
Pagina 10
4. Aandachtspunten en bevindingen in de controle 4.4 Rechtmatigheid Wij hebben beoordeeld of de financiële beheershandelingen tot stand zijn gekomen binnen de grenzen van de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting. Wij hebben hierbij vastgesteld dat de lasten overschrijdingen op programmaniveau passen binnen het bestaand beleid en adequaat zijn toegelicht in de jaarrekening. Het dagelijks bestuur stelt uw algemeen bestuur voor genoemde overschrijdingen te autoriseren in het kader van de vaststelling van de jaarrekening 2020. Vooruitlopend hierop zijn wij hiervan reeds uitgegaan bij het vormen van ons oordeel over de (begrotings)rechtmatigheid. Misbruik en oneigenlijk gebruik In de externe en interne regelgeving zijn diverse bepalingen opgenomen die erop zijn gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Er zijn geen bevindingen die invloed hebben op
Niet-financiële beheershandelingen Handelingen en beslissingen van niet-financiële aard vallen buiten de scope van de rechtmatigheidscontrole door de accountant. De accountant toetst deze handelingen en beslissingen niet inhoudelijk door gegevensgericht onderzoek. Volstaan wordt in dit kader met het beoordelen van het interne systeem van risicoafwegingen. Binnen dit systeem moeten voorwaarden zijn geschapen om risico’s goed te kunnen beoordelen en in de tijd te kunnen volgen. Wij hebben ons een beeld gevormd over de wijze van totstandkoming van de inventarisatie van de risico’s en de getrouwe weergave van de hieruit mogelijk voortvloeiende financiële gevolgen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van het jaarverslag. Daarnaast hebben wij gericht geïnformeerd naar de lopende procedures waarbij GR MARN betrokken is, teneinde indicaties te verkrijgen over de eventuele risico’s op dit vlak. Op grond hiervan beschikken wij niet over aanwijzingen die een nader onderzoek naar de (financiële) gevolgen noodzakelijk maakt.
Pagina 11
5. Kwaliteit van de beheersorganisatie
Pagina 12
5. Kwaliteit van de beheersorganisatie 5.1 Interne beheersing Bij de planning en uitvoering van de controle van de jaarrekening 2020 van uw gemeenschappelijke regeling hebben wij de interne beheersmaatregelen, welke onderdeel uitmaken van de administratieve organisatie, in onze overwegingen betrokken. Wij hebben de opzet en het bestaan van de interne beheersmaatregelen onderzocht, voor zover wij dit in het kader van de jaarrekening noodzakelijk achten en niet met het doel om een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing te geven.
5.2 Fraude en naleving wet- en regelgeving Het dagelijks bestuur is primair verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude, het naleven van wet- en regelgeving en voor een cultuur van eerlijkheid en integriteit en dient zowel preventieve als repressieve beheersingsmaatregelen te nemen om de kans op fraude en overtreding van wet- en regelgeving zo veel mogelijk te beperken. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het toezicht op het dagelijks bestuur in de uitvoering van deze taken.
Wij merken volledigheidshalve op dat wij de werking van de interne beheersmaatregelen niet hebben getest. Wij hebben onze controleaanpak voor de jaarrekeningcontrole 2020 op een gegevensgerichte manier ingestoken. Onderdeel van deze controleaanpak is het uitvoeren gegevensgerichte detailtesten, waarbij wij de getrouwheid en rechtmatigheid van transacties binnen de reguliere processen door ons wordt vastgesteld en het uitvoeren van (data-)analyse op de verantwoorde opbrengsten en het onderhanden werk. Onze volledig gegevensgerichte controleaanpak is onder meer ingegeven door de meer stringente eisen welke aan interne beheersmaatregelen worden gesteld. Hierdoor is een meer gegevensgerichte controleaanpak voor ons en voor u op dit moment efficiënter.
Voor het uitoefenen van deze verantwoordelijkheid maakt het management gebruik van diverse beheersingsmaatregelen, zoals interne richtlijnen en gedragscodes, controle technische functiescheiding en periodieke rapportages over financiën.
Op basis van onze tussentijdse controle is gebleken dat de processen binnen GR MARN in de basis op orde zijn. Wij hebben geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd in de interne beheersing, voor zover dat relevant is voor onze jaarrekeningcontrole.
Ten behoeve van onze jaarrekeningcontrole identificeren wij, in het kader van NV COS 240/250, de risico’s met betrekking tot fraude en overtreding van wet- en regelgeving en vormen wij ons een beeld van de interne beheersingsmaatregelen die gericht zijn op het voorkomen en signaleren van (materiële) fraude en niet naleving van wet- en regelgeving. Voor zover relevant voor onze controle voeren wij gegevensgerichte controlewerkzaamheden uit. Onze controle is echter niet specifiek gericht op het signaleren van fraude en niet-naleving van wet- en regelgeving. In het kader van onze controle hebben wij geen bevindingen te melden met betrekking tot fraude.
Pagina 13
Bijlagen
Pagina 14
Bijlagen De met u afgesproken goedkeurings- en rapporteringstoleranties Op grond van het Bado stelt het algemeen bestuur de goedkeuringstolerantie en rapporteringstolerantie vast die de accountant bij zijn jaarrekeningcontrole dient te hanteren. Op grond van de jaarrekening 2020 bedraagt de goedkeuringstolerantie voor fouten afgerond € 2.250 (1% van de lasten) en voor onzekerheden € 6.750 (3% van de lasten). Als de goedkeuringstolerantie niet wordt overschreden, kan een goedkeurende controleverklaring afgegeven worden. Deze goedkeuringstolerantie is een kwantitatief criterium. De uiteindelijke oordeelsvorming is echter altijd een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve afwegingen.
Bevestiging onafhankelijke positie De onafhankelijkheid van de accountant behoort tot het fundament van zijn beroep. In de maatschappelijke discussie over kwaliteitsverbetering van de controle speelt de onafhankelijkheid van accountants een belangrijke rol. Hierbij is op alle assurance opdrachten onder Nederlands recht de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van toepassing. Wij hebben alle aspecten geanalyseerd die onze onafhankelijkheid gedurende het jaar zouden kunnen bedreigen. Wij kunnen u bevestigen dat we zowel als organisatie en als controleteam onafhankelijk zijn van de GR MARN.
Goedkeurings-tolerantie
Goedkeurend
Beperking
Oordeel-onthouding
Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% lasten)
< 1%
> 1 < 3%
-
> 3%
Onzekerheden in de controle (% lasten)
< 3%
> 3 < 10%
> 10%
-
Pagina 15
Bijlagen (Niet-) gecorrigeerde fouten en onzekerheden Tijdens onze controle hebben wij de volgende ongecorrigeerde controleverschillen geconstateerd, die zowel individueel als in totaliteit niet van materiaal belang worden geacht in relatie tot de financiële overzichten als geheel: Goedkeurings-tolerantie
Rechtmatigheid * 1.000
Getrouwheid * 1.000
Niet gecorrigeerde fouten
N.V.T.
N.V.T.
Gecorrigeerde fouten
N.V.T.
N.V.T.
Onzekerheden in de controle
N.V.T.
N.V.T.
Het hierboven opgenomen overzicht met ongecorrigeerde controleverschillen is verstrekt aan het dagelijks bestuur en is als bijlage bij de Bevestiging bij de jaarrekening gevoegd. Wij hebben de ongecorrigeerde verschillen met het dagelijks bestuur besproken. Wij zijn van mening dat verschillen zoveel mogelijk door het dagelijks bestuur moeten worden gecorrigeerd. Echter wij kunnen instemmen met de overwegingen van het dagelijks bestuur om deze verschillen niet te corrigeren, aangezien deze bedragen niet materieel zijn voor het inzicht van de jaarrekening. De geconstateerde fouten (totaal getrouwheid) en onzekerheden zijn lager dan de door u vastgestelde controletolerantie.
Pagina 16
BEGROTING 2022 Versie 1.0
INHOUD
1
INLEIDING .......................................................................................................................................... 1
2
PROGRAMMA MARN ......................................................................................................................... 1
3
4
2.1
Inleiding ............................................................................................................................................... 1
2.2
Taakveld 0.1: Bestuur .......................................................................................................................... 1
2.3
Taakveld 7.3: Afvalverwerking ............................................................................................................ 2
PARAGRAFEN..................................................................................................................................... 4 3.1
Financiële paragraaf ........................................................................................................................... 4
3.2
Verbonden partijen ............................................................................................................................. 6
3.3
Weerstandsvermogen ......................................................................................................................... 7
3.4
Bedrijfsvoering .................................................................................................................................... 8
3.5
Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................. 9
PROGRAMMABEGROTING 2021 ...................................................................................................... 10 4.1
Begrote balanspositie ultimo 2021 ................................................................................................... 10
4.2
Begrote baten 2021........................................................................................................................... 11
4.3
Begrote lasten 2021 .......................................................................................................................... 12
4.4 Kostenverdeelstaat............................................................................................................................ 13 4.4.1 Lasten ...................................................................................................................................... 13 4.4.2 Baten........................................................................................................................................ 14 5
MEERJARENRAMING 2022 – 2024.................................................................................................... 16 5.1
Baten Meerjarenraming 2022 – 2024 ............................................................................................... 16
5.2
Lasten Meerjarenraming 2022 – 2024 .............................................................................................. 17
1
INLEIDING
De MARN is een gemeenschappelijke regeling met acht deelnemende gemeenten in de regio Nijmegen. De gemeenschappelijke regeling behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van milieu, waaronder in ieder geval begrepen een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen.
2
PROGRAMMA MARN
2.1 Inleiding Doelstelling, taken en bevoegdheden In 2017 is op basis van een evaluatie de taak van de GR MARN beperkt. Concreet betekent dit dat de netwerkondersteuning die GR MARN verzorgde is gestopt. De regeling richt zich nu vooral op de rol van aandeelhouder en leverancier van afval aan ARN B.V. Daardoor zullen onderwerpen met betrekking tot afval een rol blijven spelen. De ondersteuning van de MARN wordt vanaf 2018 door Dar N.V. uitgevoerd. In 2020 heeft het bestuur besloten om meer aandacht te besteden aan mogelijke bijdragen in de energietransitie. Op basis van ditzelfde besluit en de zienswijzen die de gemeenten hebben ingebracht, leidt dit vooralsnog niet tot een wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling en/of een begrotingswijziging. Rechtskarakter en producten De Gemeenschappelijke Regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, dat is opgericht op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Ter uitvoering van de doelstelling van de MARN worden de volgende taakvelden onderscheiden: 1. Bestuur; 2. Afvalverwerking, in het bijzonder de relatie met ARN B.V. 2.2 Taakveld 0.1: Bestuur Wat willen we bereiken? Een openbaar lichaam als de MARN heeft wettelijk een aantal organen met een doelstelling zoals omschreven in de tekst van de gemeenschappelijke regeling.
Om de doelstelling te kunnen realiseren en als ondersteuning voor de taken en bevoegdheden kent de MARN een bestuur en een (gedetacheerde) ambtelijke coördinatie. Met deze ondersteuning willen we bereiken dat de doelstelling, de taken en bevoegdheden zoals omschreven in de tekst van de regeling in goed overleg kunnen worden gerealiseerd. Wat doen we ervoor? Voor een omschrijving van de organisatie wordt verwezen naar paragraaf 3.4 Bedrijfsvoering. Gedurende het gehele jaar wordt een aantal vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur gepland. Na besluitvorming in het Dagelijks en, indien van toepassing, het Algemeen Bestuur worden de besluiten waar nodig uitgewerkt en uitgevoerd door de secretaris. Indien gewenst of noodzakelijk vindt de uitwerking plaats door een externe partij, waarbij de secretaris een coördinerende rol heeft. Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 1
Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2022 en 2021 opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2020. Taakveld 0.1 Bestuur
2.3
Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Wat willen we bereiken? Aangezien dit taakveld het geheel aan (financiële) relaties met ARN B.V. betreft, betekent dat een goede en constructieve relatie met de ARN B.V. wordt onderhouden, waarbij (i) de (financiële) risico’s zoveel mogelijk worden beheerst dan wel waar mogelijk verlaagd, (ii) een zo laag mogelijk tarief wordt nagestreefd, (iii) er een maximale uitoefening van bevoegdheden plaatsvindt in de aandeelhoudersvergadering en (iv) waarbij ARN B.V. een bijdrage levert aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de deelnemers in de MARN. Wat doen we ervoor? Het taakveld Afvalverwerking betreft het geheel aan (financiële) relaties die de MARN heeft met de besloten vennootschap, ARN B.V. De MARN is op een aantal wijzen verbonden met ARN B.V.: 1. Aandeelhouder in het aandelenkapitaal; en 2. Contractpartner voor aanlevering van afval en indirect leverancier van afvalstoffen (via de gemeenten); Begin 2017 heeft MARN de gronden waarop de stortlocatie en de installaties zijn gevestigd verkocht aan ARN B.V. In het kader van de aanlevering van het afval aan de ARN B.V. is een vereveningsbijdrage transportkosten opgesteld voor de acht MARN-gemeenten. Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2022 en 2021 inzake het taakveld Afvalverwerking opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2020. Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 2
Uit het voordelige saldo op afvalverwerking dekt de MARN de organisatie-, bestuurskosten en de overige kosten die ten laste komen van de MARN.
3
PARAGRAFEN
3.1 Financiële paragraaf Uitgangspunten De gemeenschappelijke regeling houdt zich aan de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen voor wat haar financieel beleid betreft. Positieve resultaten op basis van een vastgesteld jaarverslag worden conform besluiten van het Algemeen Bestuur uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten conform de bepalingen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN (zie ook weerstandsvermogen). De paragraaf betreffende de financiering bevat onder andere de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders ten aanzien van risicobeheer zijn vastgelegd in de Financiële Verordening MARN en het Treasurystatuut. Beide zijn begin 2017 gewijzigd en aangepast aan de nieuwe regels. Wet FiDo In de wet Financiering Decentrale Overheden, afgekort de wet FiDo, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden Het verplichte schatkistbankieren, in feite schatkistbeleggen, houdt in dat onder andere gemeenten en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen (‘beleggingen’) aanhouden bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. De middelen die een decentrale overheid aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. Het principe van schatkistbankieren is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Wet Houdbare overheidsfinanciën De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) betreft de Nederlandse uitwerking van Europese afspraken ten aanzien van de overheidsfinanciën. De Europese begrotingsafspraken zijn gericht op het terugdringen van het nationale EMU-tekort tot onder de 3 procent. In de wet worden de afspraken vertaald naar nadere doelstellingen ten aanzien van de schuldomvang en het begrotingstekort van decentrale overheden. Aangegane en verstrekte leningen De MARN is in het verleden tevens een aantal leningen aangegaan in het kader van de aanschaf van de gronden waarop de installaties van ARN B.V. zijn gebouwd en de stortplaats wordt geëxploiteerd evenals de financiering van de aandelen in ARN B.V.
Van deze leningen resteert Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 3
alleen nog een kasgeldlening bij BNG van € 2.000.000 met een rentepercentage van 1,330% waarop wordt afgelost over een periode van 20 jaar. MARN heeft aan ARN B.V. een lening verstrekt ten behoeve van de aankoop door ARN B.V. van de gronden die in eigendom waren van MARN. Dit bedrag is groot € 11.500.000. Hierop wordt door ARN B.V. jaarlijks rente en aflossing betaald. Het rentepercentage van deze lening is gesteld op een vaste rente van 3,09% op jaarbasis voor de gehele periode van aflossing. Wij refereren naar de toelichting bij de jaarrekening. Rentebaten en -lasten MARN zal gedurende 2022 rente ontvangen van ARN B.V. voor de aan haar verstrekte lening. Deze worden geraamd op € 274.829. Gedurende het jaar 2022 zal de MARN rente betalen over de door haar aangegane lening. Deze worden geraamd op € 21.210. Schatkistbankieren De gelden die de gemeenschappelijke regeling niet direct nodig heeft voor haar eigen exploitatie zullen gedurende het jaar 2022 worden ondergebracht bij de ING-bank. Conform het bepaalde bij “Schatkistbankieren” zullen bedragen boven de € 400.000 (gemiddeld over een maand) worden gezet op een speciaal daartoe geopende rekening bij het Rijk. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s die samenhangen met de rentelasten van decentrale overheden.
Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij begin van het jaar. Artikel 4, lid 1 Wet FIDO bepaalt, dat de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal niet de kasgeldlimiet overschrijdt. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 4
De geprognosticeerde ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2022 blijkt uit volgende opstelling:
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Op basis van de Wijzigingswet stelt de beoogde renterisiconorm in de kern dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherzieningen niet meer dan 20% van de begroting mogen bedragen. Het maximum percentage van 20% moet voor de komende vier jaar worden berekend op basis van de begroting voor het komende jaar. De horizon van het begrotingsjaar plus de komende drie jaar komt overeen met de periode van de meerjarenraming. In 2022 zal naar verwachting geen sprake zijn van herfinanciering, renteherziening en zullen tevens geen leningen worden aangetrokken en/of verstrekt. Derhalve is de MARN binnen de minimale renterisiconorm van € 2.500.000 gebleven.
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 5
Resumé Bij de MARN zijn geen voorzieningen voor financieringsrisico’s getroffen. In artikel 27 lid 1 van de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN wordt vermeld dat de gemeenten gezamenlijk garant staan voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door het openbaar lichaam gesloten en af te sluiten langlopende en kasgeldleningen en in rekening opgenomen en op te nemen gelden, en voor de door het openbaar lichaam verstrekte garanties. In lid 2 van dat artikel wordt verder vermeld dat elke deelnemende gemeente hierbij is verbonden naar verhouding van haar inwonertal. Daarbij zijn de inwonertallen bepalend zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden bekend gemaakt. Tevens zijn er geen claims van derden, noch zijn er bijzondere risico’s in de deelnemingen (ARN B.V.) of rechtsgedingen. 3.2
Verbonden partijen
Aandeelhouderschap Sinds 18 mei 2020 heeft ARN B.V. twee aandeelhouders: de GR MARN als publieke partij met 51% van de aandelen en Remondis als private partij met 49% van de aandelen. Het aantal aandelen van GR MARN is 3.750. Deze aandelen zijn door de MARN voor 100% volgestort. Elk aandeel heeft een nominale waarde van € 454. Stemrecht Bij het opstellen van de begroting 2022 heeft de MARN in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ARN B.V. in overeenstemming met de 51% van de aandelen een stemrecht van 51% .
Raad van Commissarissen De ARN B.V. kent naast de directie tevens een Raad van Commissarissen. Namens de regioaandeelhouders, waaronder de MARN, zal een aantal leden in het jaar 2022 zitting hebben in de Raad van Commissarissen. Financiële gegevens De jaarstukken van ARN B.V. worden medio elk jaar vastgesteld in de Algemene vergadering van Aandeelhouders waarin de MARN zitting heeft. Deze stukken worden vooraf in de vergadering van het Algemeen Bestuur besproken. Bij het opstellen van de begroting 2022 van de MARN zijn alleen de cijfers van de Jaarrekening 2019 van ARN B.V. bekend. Het eigen vermogen van ARN B.V. bedraagt €19.656.612 per ultimo 2019. Op basis van de jaarrekening 2019 heeft ARN B.V. langlopende schulden in de hoogte van € 19.023.437 tegen een bedrag van € 22.688.053 het jaar er voor. Het resultaat over 2019 bedroeg € 1.861.001 tegen € 279.998 in het jaar ervoor. MARN heeft voor de verwerking van het afval van de deelnemers in MARN een vast tarief met een jaarlijkse indexering. De aanleverovereenkomst loopt tot 2026. MARN is sinds begin 2017 geen eigenaar meer van de gronden die zij voorheen verhuurde aan ARN B.V. ARN B.V. is nu eigenaar. Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 6
3.3 Weerstandsvermogen Door het Algemeen Bestuur is in juni 2014 besloten dat de MARN geen weerstandsvermogen dient aan te houden anders dan de € 10.000 Post onvoorzien uit de begroting. Het eigen vermogen van de MARN, bestaande uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en het gerealiseerd resultaat over het jaar 2020, bedraagt per 31-12-2020 € 9.860.156. Indien de Algemene reserve onvoldoende is om in een bepaald jaar tekorten, die voortvloeien uit de rekening, op te vangen en er geen andere dekking kan worden gevonden, wordt het bepaalde in artikel 28 van de Gemeenschappelijke Regeling MARN van toepassing. Daarin is bepaald dat de gemeenten naar rato van het inwonerstal dienen bij te dragen in tekorten van de MARN. Daarbij dienen cijfers van het CBS over het inwonertal te worden gebruikt. Risicobeheersing De risico’s van de MARN zijn beperkt. Het Algemeen Bestuur heeft in de notitie Weerstandsvermogen bepaald dat voor de afdekking van de risico’s de begrotingspost Onvoorzien voldoende is. Daarnaast is MARN aandeelhouder in ARN B.V. Zij heeft één lening (in verband met grondverkoop) en geen garanties meer uitstaan naar ARN B.V. De lening is afgedekt met een eerste recht van hypotheek. Tevens heeft MARN met ARN B.V. een vast tarief van indexering voor het door de deelnemers in de MARN aangeleverde afval.
Het risico dat MARN loopt, bedraagt ten hoogste de waarde van de aandelen die MARN heeft in ARN B.V. Deze zijn gewaardeerd op verkrijgingsprijs en wel voor een waarde van € 1.701.675. Verder wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen. Liquiditeitstekort Bij ongewijzigd beleid zal op korte termijn een liquiditeitstekort optreden. De rente-inkomsten nemen ieder jaar af en de aflossing is aangemerkt als bestemmingsreserve en wordt jaarlijks uitgekeerd aan de gemeenten. De dalende rente-inkomsten zijn in de toekomst niet meer toereikend voor de exploitatiekosten, want dit zal naar verwachting niet afnemen. In 2023 zal hierdoor een negatief banksaldo ontstaan. Bovendien zal het resultaat vanaf 2027 negatief zijn. In de begroting zijn twee scenario’s uitgedacht en doorgerekend om dit risico te beheersen. Onderstaand een samenvatting per scenario: Scenario 1: Het resultaat (rente-inkomsten minus exploitatiekosten) wordt niet meer jaarlijks uitgekeerd en vanaf 2026 wordt slechts 65% van de bestemmingsreserve aan de gemeenten uitgekeerd. Doordat vanaf 2026 jaarlijks 35% van de bestemmingsreserve naar het eigen vermogen wordt geboekt, zal er tot het eind van de looptijd van de lening geen negatief banksaldo ontstaan. De rente-inkomsten vallen echter volledig weg nadat de lening door ARN B.V. is afgelost in 2036.
Er zal dan vanuit de gemeenten jaarlijks een bedrag beschikbaar moeten worden gesteld, zodat de MARN alle exploitatiekosten kan betalen. Scenario 2: Het resultaat (rente-inkomsten minus exploitatiekosten) wordt niet meer jaarlijks uitgekeerd en vanaf 2027 wordt slechts het gedeelte van de bestemmingsreserve aan de gemeenten uitgekeerd dat overblijft nadat alle exploitatiekosten en aflossing van de lening zijn voldaan. Doordat vanaf 2027 een deel van de bestemmingsreserve naar het eigen vermogen wordt geboekt, zal er tot het eind van de looptijd van de lening geen negatief banksaldo ontstaan. De rente-inkomsten en inkomsten uit aflossing vallen echter volledig weg nadat de lening door ARN B.V. in 2036 is afgelost. Er zal dan vanuit de gemeenten jaarlijks een bedrag beschikbaar moeten worden gesteld, zodat de MARN alle exploitatiekosten kan betalen. Dit bedrag zal jaarlijks worden bepaald op basis van de begroting. Kengetallen Het BBV vereist dat kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel ruimte de organisatie beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. Onderstaand zijn de voorgeschreven kengetallen opgenomen.
De wijze waarop de kengetallen moeten worden berekend is opgenomen in de Regeling van de Minister van BZK van 9 juli 2015 en gewijzigd 26 oktober 2015. Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 7
Interpretatie kengetallen Bij de normering volgens de provincie Gelderland worden bovenstaande waarden ingedeeld in 3 categorieën, zoals aangegeven in de brief van 7 oktober 2015. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Op basis van de kengetallen ontstaat een beeld dat MARN voor 3 van de 4 onderdelen onder de categorie A valt, de minst risicovolle. De netto schuldquote valt in categorie C, dit komt doordat er bij gelijkblijvende schulden, minder baten zijn (in 2017 grondverkoop). Kengetallen:
Cat. A
Cat. B
Cat. C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
3.4 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling kent op basis van de tekst van de regeling de volgende te onderscheiden organen: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast bestaat er een ambtelijke ondersteuning bestaande uit een secretaris en een vakberaad voor afval. Bestuursorganen Het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur zal bestaan uit acht leden, te weten de leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Tevens zijn er evenzoveel plaatsvervangende leden aangewezen. Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vier leden inclusief de Voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toe zoals in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de tekst van de GR MARN is toebedeeld. Het Dagelijks Bestuur stuurt de secretaris aan. De Voorzitter De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Dagelijks als ook het Algemeen Bestuur. De Voorzitter vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. In de eerste vergadering na de gemeenteraadsverkiezingen van het jaar 2018 is de mevrouw H. Tiemens verkozen tot Voorzitter van het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de MARN.
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 8
Ambtelijke organisatie Secretariaat Het secretariaat zal gedurende het jaar 2022 worden verzorgd door Dar N.V. Administratie De administratie zal gedurende het jaar 2022 worden verzorgd door Dar N.V. Informatievoorziening De verschillende onderwerpen en projecten worden regelmatig besproken in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Voor specifieke onderwerpen worden Colleges van Burgemeester en Wethouders als ook Raden tussentijds geïnformeerd en naar hun opvattingen gevraagd naar gelang het onderwerp. Voor een aantal voorstellen is dat zelfs verplicht, zoals voor de begroting en de rekening. 3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De MARN beschikt niet over kapitaalgoederen.
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 9
4
PROGRAMMABEGROTING 2022
4.1
Begrote balanspositie ultimo 2022
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 10
4.2
Begrote baten 2022
In onderstaande tabel zijn de begrote lasten voor 2022 als ook die nog van 2021 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2020 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen. Begrote baten
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 11
4.3
Begrote lasten 2022
In onderstaande tabel zijn de begrote lasten voor 2022 als ook nog die van 2021 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2020 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen. Begrote lasten
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 12
4.4
Kostenverdeelstaat
In onderstaande tabel is de kostenverdeelstaat opgenomen gevolgd door een nadere toelichting. Kostenverdeelstaat 2022 Hierna volgt voor alle kosten en baten een toelichting per categorie.
4.4.1
Lasten
1. Personeel (economische categorie 1.1) Met ingang van 1 juli 2018 wordt het secretariaat en de administratie verzorgd door Dar N.V. De lasten hiervan worden hier verantwoord. De kosten zullen jaarlijks worden geïndexeerd met dezelfde index als in de reguliere contracten met de gemeenten, te weten 30% NEA-index, 40% CBS Lonen en 30% CBS Overheidsconsumptie. 2. Overige goederen en diensten (economische categorie 3.8) Overzicht begrote kosten Overige goederen en diensten
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 13
3. Rente (economische categorie 5.1) Overzicht begrote Rente
4. Vereveningsbijdrage: uit te keren bedragen (economische categorie 7.5) Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten uit te keren Totaal
56.723 56.723
5. Onvoorzien Overzicht begrote Onvoorzien Onvoorzien Totaal
€ €
10.000 10.000
4.4.2 Baten 1. Renteopbrengst verkoop (economische categorie 5.1) Met ingang van begin 2017 zijn de gronden die de MARN in eigendom had verkocht aan ARN B.V. . ARN B.V. betaalt aan MARN rente met risico-opslag. Deze wordt hier verantwoord. Overzicht begrote Renteopbrengst verkoop gronden
2. Vereveningsbijdrage transportkosten: te ontvangen bedragen (economische categorie 7.5) De totaal te ontvangen gelden zijn exact gelijk aan de door de MARN uit te keren bedragen. Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten te ontvangen Totaal
€ €
56.723 56.723
3. Voordelig exploitatiesaldo Hieronder wordt het voordelige exploitatiesaldo voor 2022 geraamd.
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 14
Overzicht opbouw exploitatiesaldo MARN
De ontvangen rente wordt jaarlijks gerealiseerd en is onderdeel van de resultaatsverdeling. Naast rente betaalt ARN B.V. ook aflossing. Met ARN B.V. is overeengekomen dat de verkoopsom over een periode van 20 jaar door haar wordt afbetaald. Vanuit de ingestelde bestemmingsreserve zullen bedragen na de eventuele aftrek voor de aflossing van de lening en het aanvullen van de exploitatiekosten over 20 jaar worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het rentebedrag neemt met de jaren af maar tegelijkertijd met het afnemen van de rentebaten nemen de vrijval uit de bestemmingsreserve toe. 4. Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Totaal
€
-
€ €
-
5. Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen Totaal
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 15
5
MEERJARENRAMING 2023 – 2025
5.1
Baten Meerjarenraming 2023 – 2025
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 16
5.2
Lasten Meerjarenraming 2023 – 2025
Begroting inclusief meerjarenraming 2020 concept def V1.0V1.0 17