CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 -5 (Dobbelmannweg 5-7) (30/2021) (HAMERSTUK)22.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van vuilwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van vuilwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Inpandige controleputten zijn toegestaan.

4.11

Flora en Fauna

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.

32

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan.

Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 4 januari 2019 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op Dobbelmannweg 7 (notitie met kenmerk 18-0997/19.00029/AnKar).

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

33

Op basis van de beschikbare informatie kan geen uitsluitsel worden gegeven over de betekenis van het plangebied voor steenmarter en vleermuizen. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is nader onderzoek nodig. Voor steenmarter is een eenmalig bezoek waarbij gezocht wordt naar sporen en verblijfplaatsen voldoende. Voor vleermuizen wordt in vijf ronden in de periode half mei tot en met september gezocht naar verblijfplaatsen. Indien het plangebied van betekenis is voor een of meer soorten, kan naar het oordeel van het bevoegd gezag een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn. Het schoolgebouw en gymzaal hebben geen functie voor vogels waarvan de nestlocatie jaarrond beschermd is. Het plangebied is geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of opgestart kan overtreding van verbodsbepalingen worden voorkomen. Voor andere beschermde soorten (incl. andere marterachtigen) heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Een aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Uit dit vervolgonderzoek 4 november 2019 (180997/19.08979/AnKar) komt naar voren dat het voormalig schoolgebouw aan de Dobbelmannweg 7 geen functie heeft voor gebouw bewonende vleermuizen en steenmarters.

Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels vastgelegd. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt. Groene ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling.

Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De oude ecologische verbindingszones (evz's) maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden.

34

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO), de waardevolle natuurgebieden die in de Omgevingsvisie Gelderland opgenomen zijn. De Omgevingsvisie is wat dat betreft niet van toepassing.

Gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven. Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is.

We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Het plangebied voldoet aan deze norm. Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling:

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

35

inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang;  een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad;  vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen;  de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Vanuit het groenplan is er geen hoofdstructuur aanwezig. Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan “De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft.

Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Binnen het plangebied is geen bomen hoofdstructuur aanwezig. Bijzondere bomen Monumentale bomen weerspiegelen net als monumentale gebouwen de geschiedenis van de stad. Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen, zijn de monumentale bomen geïnventariseerd. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, bijzondere en waardevolle bomen opgenomen.

Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud, hebben een cultuurhistorische betekenis en hebben een goede levensverwachting. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen. Alle bijzondere bomen vallen onder het regime van de omgevingsvergunning, het kappen van houtopstanden.

36

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Direct naast het plangebied zijn een groot aantal waardevolle bomen aanwezig. Daarnaast staan er meerdere bomen die niet direct waardevol zijn maar wel behoren tot het historische kastanjelaantje. Om te kunnen bepalen wat de effecten zijn op deze bestaande bomen is een BEA uitgevoerd (datum 7 november 2018/ Projectnummer PFBV.18.BP.131). Omdat het nog onduidelijk was hoe de bouwblokken eruit zouden komen te zien is met de BEA bepaald wat de minimale afstand moet zijn van de nieuwe bouwblokken tot aan de bestaande bomen. Op deze manier vinden er geen negatieve effecten plaats aan de bestaande bomen. Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Grootschalige natuurgebieden om de stad, zoals de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de Waal, De Ooypolder, het Hatertse Vennengebied, Heumensoord fungeren hierbij als brongebied voor natuurwaarden in de stad. We hebben de ecologische structuren, de ecologische hotspots en de ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht. Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad.

Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking. Ecologische hotspots zijn waardevolle gebieden die, in relatie met de gebieden om de stad, een functie vervullen voor algemene en zeldzame soorten. Hier stemmen we het beheer af op de natuurwaarden en wordt het gebruik van die gebieden voor recreatie meer gereguleerd en gestuurd wordt. Tevens waken we bij deze hotspots voor versnippering, aantasting en doorsnijding. De ecologische waardevolle wijkspots vervullen een rol op wijkniveau en maken het mogelijk om natuur dichtbij huis te beleven.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

37

Groen en gezondheid Groen heeft niet alleen een ecologische waarde, het draagt bij aan de gezondheid van mensen, het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Groen bevordert de gezondheid, het nodigt uit om te bewegen en patiënten herstellen sneller in een groene omgeving. Voor kinderen is het belangrijk om juist al op jonge leeftijd in contact te komen met een groene leefomgeving. Bij de inrichting van de (school-)omgeving is dit nadrukkelijk een aspect om rekening mee te houden. Met Nijmegen: Groen, gezond en in beweging (vastgesteld door het college op 14 maart 2017 en ook opgenomen in de gezondheidsagenda) werkt de gemeente aan gezonde inwoners in een gezonde omgeving. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd.

Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke

38

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat. Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.

4.12

Cultuurhistorie

Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. De uiterlijke verschijningsvorm van de stad weerspiegelt haar ontwikkelingsgeschiedenis en bepaalt mede de identiteit van een gebied. Archeologische vondsten en historische bebouwing vormen het fysieke archief van de stad. De grond, waarop we staan is laag voor laag opgebouwd, waarbij iedere laag iets vertelt over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de stad. Om deze redenen heeft het Rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen gebouwen, objecten en structuren met cultuurhistorische waarde te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg.

Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Rijksmonumenten komen in het plangebied niet voor, maar wel in de directe omgeving. De kerk en pastorie met tuinmuur op de hoek van de Groenestraat en de Dobbelmannweg zijn rijksmonument. Er lopen geen procedures om te komen tot aanwijzing van rijksmonumenten. Voor het plangebied is geen procedure voor aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht in voorbereiding.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

39

Gemeentelijk beleid Het gedachtengoed uit de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg en het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening zijn aanleiding geweest om ook het gemeentelijk erfgoedbeleid te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in de Nota Cultureel Erfgoed, die op 15 mei 2013 door de raad is vastgesteld. Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed wordt ingezet om bij gebiedsontwikkelingen de eigen identiteit van de locatie te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is een belangrijke factor die kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken.

De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

40

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dobbelmannweg in de wijk Hazenkamp. Het plangebied valt binnen gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart. In gebiedstype 2 gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke plannen. Het plangebied is niet gemeentelijk beschermd. Er ligt wel een aantal beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten in de directe omgeving. Het klooster met noviciaat Dobbelmannweg 1 en voormalige meisjespensionaat Dobbelmannweg 5 zijn gemeentelijk monument. De kapel en huishoudschool staan op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed.

Uitsnede Cultuurhistorische beleidskaart met centraal het plangebied

Cultuurhistorische analyse De Dobbelmannweg verbindt de Groenestraat en de Hazenkampseweg in een vrijwel rechte, noord-zuid gerichte lijn. De woonbebouwing bestaat uit rijwoningen en twee-onder-eenkapwoningen gebouwd in twee lagen met een kap. Het straatbeeld wordt in belangrijke mate gevormd door het structurerende karakter van de bebouwing, de van een gebouwde erfafscheiding voorziene groene voortuinen en de aanwezige bomen in het straatprofiel. De woonfunctie overheerst maar wordt afgewisseld met andere functies. Uitzonderingen op de hierboven beschreven ruimtelijke karakteristiek zijn de voormalige MULO op de hoek Dobbelmannweg – St Hubertusstraat, nu een sportschool, en de bebouwing van het voormalige kloostercomplex en kerk op de hoek Groenestraat – Dobbelmannweg. De historische bebouwing op het voormalige kloosterterrein bestaat uit de H. Antonius van Padua-St. Annakerk met pastorie (beide rijksmonumenten), het voormalig klooster/noviciaat met later aangebouwde kapel en een voormalig meisjespensionaat (beide gemeentelijke monumenten), allen ontworpen door de architecten vader en zoon Margry. Latere toevoegingen zijn de voormalige basisschool, in de jaren '80 gebouwd na sloop van een ouder schoolgebouw op dezelfde plaats, en een appartementengebouw uit de jaren '90. In het voormalige klooster wordt nu gemeenschappelijk gewoond.

Het voormalige pensionaat is in gebruik als atelierruimte voor beeldend kunstenaars.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

41

Hoewel er in de loop der jaren sprake is geweest van sloop en nieuwbouw en/of functiewijziging van gebouwen op het terrein, is het complex nog altijd herkenbaar en bepalend voor de sfeer en de ruimtebeleving van dit deel van de Dobbelmannweg. In ruimtelijk-stedenbouwkundige zin vertegenwoordigt het terrein een hoge waarde als een reeks van flinke (monumentale) gebouwen, waarvan de maat en schaal ('korrel') afwijkt van de woonbebouwing in de omgeving en die daardoor samen een ensemble vormen, waarachter een openbaar toegankelijke groene ruimte ligt (de oude kloostertuin) die de gebouwen als een groen tapijt met elkaar verbindt. De bijbehorende tuinmuren en hekwerken, die het kloostercomplex vanaf de straat begrenzen, dragen bij aan de herkenbaarheid en daardoor de ruimtelijke eenheid van het terrein. Het bijzondere karakter wordt verder versterkt door de monumentale gebouwen, de enigszins verscholen ligging van de vroegere kloostertuin met aangrenzende begraafplaats en de vele volwassen bomen op het terrein. Een laantje met kastanjebomen geeft vanaf de Dobbelmannweg toegang tot een ommetje door de kloostertuin. Het ommetje gaat achter langs de voormalige basisschool en het pensionaat en loopt via het appartementengebouw en de kloosterkapel weer terug naar de Dobbelmannweg.

Het terrein langs de Dobbelmannweg vanaf de hoek met de Groenestraat herinnert aan de katholieke emancipatie die zich vanaf het eind van de 19e eeuw in Nijmegen heeft afgespeeld. Deze ging gepaard met een toename van het aantal inwoners met een Rooms-Katholieke religie. Vanaf 1909 heeft het gebied zich ontwikkeld tot Rooms-Katholiek parochiecomplex. Het complex is van cultuurhistorisch belang vanwege de grote waarde voor de religieuze en ruimtelijke ontwikkeling van de stad Nijmegen, die vanaf de jaren twintig van de 20ste eeuw werd uitgebreid met arbeiders- en middenstandswijken ten zuidwesten van de bestaande stad (respectievelijk het Willemskwartier en de Hazenkamp). Dit parochiecomplex is een van de nog weinige herkenbare Rooms-Katholieke clusters in de stad. De ontwikkeling van het parochiecomplex begon met de bouw van de H. Antonius van Padua – St. Anna kerk aan de Groenestraat. Het ontwerp van kerk met pastorie was van de hand van architect A.A.J. Margry in de stijl van de neogotiek. Deze bouwstijl is kenmerkend voor de katholieke emancipatie, die vanaf 1853 plaatsvond in Nederland, toen de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld.

De katholieken mochten hun eigen kerken weer bouwen en gebruikten daarbij over het algemeen de neogotiek, een stijl die teruggrijpt op de middeleeuwse gotiek uit een periode waarin de reformatie nog niet had plaatsgevonden en de kerk nog één was. De eerste steen van de kerk is op 24 mei 1909 gelegd. Vanaf 1909 werden, door dezelfde architect en na zijn dood door zijn zoon Jos. Margry, achter kerk en pastorie onder meer nog een klooster, noviciaat, meisjespensionaat en een aantal schoolgebouwen aan de Dobbelmannweg gerealiseerd, waaronder een jongens- en een huishoudschool. Ook werd achter de gebouwen een begraafplaats aangelegd. In 1909 werd vergunning aangevraagd voor de bouw van het klooster (het huidige Dobbelmannweg 1) voor de nonnencongregatie La Compagnie de Marie Notre-Dame (Dochters van Onze Lieve Vrouw) en een meisjesschool, ontworpen door A.A.J. Margry. Het klooster was via een overdekte gang verbonden met de kerk. Tussen klooster en meisjesschool bevond zich een overdekte speelplaats. In 1912 werd het klooster aan de oostzijde uitgebreid met een noviciaat eveneens naar ontwerp van Jos Margry. Ook bouwde de congregatie in 1912 een meisjespensionaat (het huidige Dobbelmannweg 5) dat werd vernoemd naar de stichtster van de congregatie, de heilige Johanna de Lestonnac.

42

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Gevels kerk en pastorie 1909

Plattegrond klooster en meisjesschool 1909

Gevels klooster en meisjesschool 1909

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

43

Gevel meisjespensionaat 1912 In 1921 volgde de bouw van een huishoudschool ten noordoosten van het noviciaat (huidige Groenestraat 227B). Het ontwerp was van de hand van architect A. v.d. Boogaard. Uit 1931 zijn tekeningen bewaard gebleven van de verbouwing van een deel van het meisjespensionaat tot bewaarschool. Vermoedelijk is deze verbouwing niet doorgegaan, maar gewijzigd in het bijbouwen van een nieuwe bewaarschool. Uit de tekening voor aanleg van de riolering uit 1931 blijkt namelijk dat er een gebouw tegen de rechter zijgevel van het meisjespensionaat was. Van deze school zijn echter geen bouwtekeningen bekend. Het gaat om de voorloper van het huidige Dobbelmannweg 7. Op een foto uit 1935 is dit schoolgebouw te zien.

Meisjespensionaat en bewaarschool 1935 In 1936 volgde de bouw van een nieuwe kapel (het huidige Dobbelmannweg 1S), eveneens naar ontwerp van A. v.d. Boogaard. In 1937 werd het noviciaat nog uitgebreid. In 1959 werd achter de school naast het meisjespensionaat een gymnastiek- en handarbeidlokaal gebouwd naar ontwerp van J.C. Deur en C. Pouderoijen. In 1986 werd de school naast het meisjespensionaat afgebroken ten behoeve van een nieuwe basisschool. Het gymnastieken handarbeidlokaal uit 1959 bleef behouden. In 1993 is de meisjesschool uit 1912 afgebroken. Hiervoor in de plaats kwam een appartementencomplex, ontworpen door Mecanoo Architecten.

44

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Tekening kapel 1936

Cultuurhistorische waarde Een deel van de gebouwen is beschermd als monument (Kerk en pastorie met tuinmuur als rijksmonument, klooster met noviciaat Dobbelmannweg 1 en voormalige meisjespensionaat Dobbelmannweg 5 als gemeentelijk monument). De kapel en huishoudschool staan op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Het gaat echter niet alleen om de individuele gebouwen, maar om de samenhang van deze gebouwen met de bijbehorende erfafscheidingen, groenstructuren en begraafplaats. Al deze elementen samen vertellen het verhaal van het Rooms-Katholieke complex dat zo karakteristiek is voor de katholieke emancipatie van het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Het is een van de weinige vrijwel complete en daardoor nog herkenbaar aanwezige Rooms-Katholieke parochiecomplexen uit deze periode. De school Dobbelmannweg 7 vertegenwoordigt geen cultuurhistorische waarde. Het achterliggende handarbeid- en gymlokaal heeft enige architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de bekende architecten Deur en Pouderoijen. De waarde van de school ligt met name in de samenhang met de andere nog aanwezige gebouwen van het katholieke complex. Advies Vanwege de cultuurhistorische waarde van het complex is het wenselijk om het ensemble herkenbaar te houden. De verschillende gebouwen vertellen elk hun deel van de geschiedenis en vormen samen een herkenbaar ensemble.

Een zorgvuldige omgang met dit erfgoed is noodzakelijk. Bij de herontwikkeling van de schoollocatie Dobbelmannweg 7 zal daarom rekening gehouden moeten worden met de ensemblewaarde en de bescherming van de afzonderlijke monumenten. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is aansluiting bij het ensemble en de beschermde gebouwen qua afmetingen, rooilijn, hoogte en materialisering noodzakelijk.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

45

46

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

4.13

Archeologie

Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.

Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen.

De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties.

Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

47

Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied Dobbelmannweg 7 lag voor deze bestemmingsplanwijziging in een gebied met de dubbelbestemming waarde archeologie 3. Een waarde 3 is toegekend aan gebieden waar vanwege eerder onderzoek, de landschappelijke ligging en of historische bronnen en kaartmateriaal redelijk zeker is dat er zich belangwekkende archeologische resten in de ondergrond (kunnen) bevinden. In dit specifieke geval was de waarde 3 vooral toegekend vanwege de te verwachten resten uit de Tweede Wereldoorlog, alhoewel ook vindplaatsen uit andere perioden zeer wel mogelijk waren. Onderzoeken en aangepaste waarde dubbelbestemming in het plangebied In de zomer van 2020 is in het plangebied in enkele fasen een munitiesanering uitgevoerd, die gecombineerd is met archeologisch onderzoek. Ook de sloop van de bestaande bebouwing is zowel vanwege de aanwezigheid van munitie(resten) als mogelijke archeologische resten begeleid. Tijdens het archeologisch onderzoek zijn tenminste twee, en mogelijk drie, verschillende vindplaatsen ontdekt. Deze dateren uit de Tweede Wereldoorlog (toen hier o.a. een hospitaal van de 101ste Airborne Divisie gevestigd was), de middenbronstijd en een vooralsnog niet beter dan als prehistorisch te dateren vindplaats bestaande uit diverse gebouwsporen en daarmee samenhangende sporen.

Omdat deze archeologische resten volledig verstoord dreigden te worden door of de munitiesanering of de geplande nieuwbouw is het aanvankelijk beperkt ingestoken onderzoek opgewaardeerd naar een opgraving. Daardoor zijn deze resten ex situ veiliggesteld. Van het onderzoek is op moment van schrijven alleen een evaluatieverslag beschikbaar, inclusief kaartmateriaal van het onderzochte gebied. Dit bevat echter voldoende materiaal om als basis te dienen voor deze bijdrage. 

Damen, H, R. Kloosterman & M. van Kooten, Evaluatie- en selectierapport. Dobbelmannweg 7 kloosterterrein, gemeente Nijmegen. Opgraving, variant Archeologische Begeleiding (AB) met doorstart naar een DO-Opgraven Landbodems, Nijmegen 2020.

Op basis van dit rapport is een nieuwe indeling gemaakt, waarbij de onderzochte delen geclusterd zijn en waarvan we met vrij grote zekerheid kunnen aannemen dat hier geen archeologische resten meer aanwezig (zullen) zijn. Dit geheel vertaald zich in de verbeelding naar een gebied met de waarde 0, wat wil zeggen dat bij toekomstige ingrepen hier geen archeologisch onderzoek meer nodig zal zijn. Wel blijft de wettelijke meldingsplicht voor toevalsvondsten gelden, zie ook onderaan deze bijdrage. Van het resterende deel blijft de waarde op Waarde 3 staan. Hier is niet alleen meer archeologie gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog te verwachten, maar nu ook uit één of twee perioden uit de prehistorie. Deze vindplaatsen lopen vrij zeker door tot buiten het plangebied en zijn aan die kant(en) dus nog niet begrensd. Voor dit deel blijft dus gelden dat een omgevingsvergunning nodig is bij alle bodemverstorende werkzaamheden die dieper gaan dan 30 cm en die een groter oppervlak beslaan dan 50 m2. Alle onderzoekskosten en die van eventueel volgende maatregelen komen conform het “verstoorder betaalt principe” uit de Erfgoedwet voor rekening van de initiatiefnemer. Door het clusteren ontstaan twee aangesloten verschillende gebieden in plaats van een onoverzichtelijke lappendeken. Dit moet de toekomstige omgang met dit gebied, in het licht van vergunningverleningen, vergemakkelijken.

Bestemmingsplanregels Voor het onderzochte deel gaat een waarde 0 gelden. Voor de andere delen blijft een waarde 3 gelden. Benodigd onderzoek Indien een plan op basis van het bestemmingsplan vergunningplichtig is, kunnen voorwaarden ten aanzien van archeologie aan de vergunning worden verbonden. Uitgangspunt hierbij is de

48

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

verplichting van de initiatiefnemer om het bevoegd gezag te voorzien van gegevens die aantonen hoe het met de archeologische waarden in het plangebied is gesteld, zodat een besluit genomen kan worden hoe hiermee om te gaan bij de planrealisatie. De exacte eisen zullen daarom pas geformuleerd kunnen worden als de concrete, bodemverstorende ingrepen bekend zijn en er kan worden beoordeeld welke impact de voorgenomen ingrepen op die waarden hebben. Ten laatste bij de vergunningaanvraag zullen die als concrete plannen bekend moeten zijn. Belangrijk zijn de uitgangspunten van het gemeentelijk archeologiebeleid: streven naar behoud in situ en enkel daar waar nodig en noodzakelijk onderzoek ter behoud ex situ. Daar waar geopteerd wordt voor behoud in situ zijn parameters als behoud van de huidige waterhuishouding, grondsamenstelling en gronddruk van belang. Ook moet worden gelet op het weer ongedaan kunnen maken van de huidige ingrepen, dit zal t.z.t. geen extra schade mogen kunnen toebrengen. In samenspraak met het bevoegd gezag wordt, zodra het planvoornemen uitgewerkt is en de beleidsuitgangspunten indachtig, bepaald worden welke ingrepen wel of niet raadzaam zijn, en indien uitgevoerd, welke gevolgen daar vanwege de archeologie voor de initiatiefnemer aan verbonden zullen worden.

Deze maatregelen, en de archeologische onderzoeken die vooraf kunnen gaan aan een dergelijk besluit, worden bij voorkeur als maatwerk toegepast. Ze worden dus zoveel mogelijk per geval bekeken. Er zijn verschillende opties voor het te verrichten archeologisch onderzoek, die hieronder kort worden weergegeven.

Uitgebreid archeologisch Archeologie (KNA)

onderzoekschema,

naar

de

Kwaliteitsnorm

Nederlandse

Het ruitje in het midden van de bovenstaande afbeelding staat voor het rapport dat moet aantonen hoe het met de archeologie binnen het plangebied is gesteld. De daarboven staande onderzoekstappen kunnen elkaar opvolgen, maar er kan ook gekozen worden om maar één bepaald soort onderzoek uit te voeren. In het algemeen geldt dat hoe lager men in de boom komt, hoe hoger de kosten worden, maar ook dat de data die gegenereerd worden steeds beter worden. Als een onderzoek onvoldoende duidelijkheid biedt kan het nodig zijn

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

49

een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Elk project is maatwerk, waarbij het aan te bevelen is nauw contact te houden met het bevoegde gezag: de gemeente Nijmegen. Op basis van het advies kan de gemeente maatregelen opleggen. Deze variëren van het vrijgeven van het terrein tot het nemen van langdurige fysieke beschermingsmaatregelen. Een andere vorm kan het behoud van de archeologische waarden zijn door middel van een opgraving. Dit wordt ook wel behoud ex situ genoemd. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10).

Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

4.14

Verkeer en parkeren

Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer: Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Dobbelmannweg 5-7, maakt onderdeel uit van de wijk Hazenkamp en ligt in het stadsdeel Nijmegen-Midden. Het plangebied wordt ontsloten via de Dobbelmannweg deze weg valt onder de categorie gebiedsontsluitingsweg. Langzaam verkeer: plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Dobbelmannweg ontsloten.

Het

Openbaar vervoer: Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen van de Dobbelmannweg, deze bevinden zich op circa 200 meter loopafstand. Expeditie expeditieverkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer.

Het

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke” het plangebied 'Dobbelmannweg 5-7' valt in gebied "rest bebouwde kom".

50

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een gebiedsontsluitingsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 50 km/h.

4.15

Kabels en leidingen

Kabels en rioolleidingen vormen voor de planontwikkeling geen belemmering.

4.16

NGE (Niet Gesprongen Explosieven)

De veiligheid ten opzichte van explosieven (mits binnen het plangebied aanwezig) moet altijd verzekerd zijn voor er grondwerk verricht wordt. Het plangebied is verdacht op de volgende categorieën: - Geschutsmunitie - Dumpmunitie. Voor zowel geschutsmunitie als dumpmunitie hanteren we een verticale afbakening van maximaal 2,5 meter beneden maaiveld.

Mate van verdachtheid is gebaseerd op de beschikbare historische bronnen. De bebouwing is gebruikt door zowel Duitse als geallieerde troepen (o.a. noodhospitaal) en heeft enkele keren (o.a. 4-11-1944) onder vuur gelegen waarbij o.a. ook voertuigen in de kloostertuin zijn vernietigd.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

51

Er is een melding van 3-11-1944 van de vondst van “niet-ontplofte projectielen” op het terrein plus een melding van “de vondst van een partij Duitse granaten“ op 4-4-1945.

52

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Op basis van deze gegevens wordt geadviseerd om de werkzaamheden* in het plangebied voorafgaand te laten onderzoeken op CE. Daar waar dat niet mogelijk is omdat er nog bebouwing staat dienen de ondergrondse sloopwerkzaamheden begeleid te worden door een opsporingsbedrijf. Onder de funderingen dient dit plaats te vinden vanaf waar geroerde grond eindigt tot op maximaal 2,5 meter beneden maaiveld. Daar waar alleen in na de oorlog geroerde grond wordt gewerkt kunnen werkzaamheden uitgevoerd worden zonder OCE-begeleiding. Het is de verantwoording van de initiatiefnemer/opdrachtgever (in het kader van Arbowetgeving) om hieraan gevolg te geven. *inclusief werkzaamheden t.b.v. archeologie en bodemonderzoek

4.17

Duurzaamheid & Klimaat

Duurzaamheidsagenda en ambities De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat (2008) en de Duurzaamheidsagenda (2011). Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit is in het ontwerp goed meegenomen door volledig in hout te bouwen. Houtbouw kent veel voordelen ten opzichte van steen en beton, zoals een hoger comfort in de woning, een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet.

In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849 cfb1dac8e8da5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050.

Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

53

Klimaatadaptieve maatregelen Door de nabijheid van de kloosterruin en de aanwezigheid van meerdere bomen is het plangebied niet bijzonder gevoelig voor hittestress. Daarbij is wel van belang om de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden, vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen en ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Daarnaast zijn er nog andere maatregelen die kunnen worden genomen om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan:  

  

Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag, zorgt voor minder hittestress en droogte. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen. Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw.

Natuurinclusief bouwen Nijmegen zet natuurinclusief bouwen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Zowel in het gebouw als in de tuin worden maatregelen genomen om de biodiversiteit en de ecologie in het gebied te vergroten. Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie. Energiebehoefte beperken De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 juli 2020 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm.

Wij adviseren de woning nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden.

54

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er steeds meer opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning. Uit de warmtevisie en de warmtenetstrategie van Nijmegen blijkt dat de komende jaren nog geen warmtehoofdtransportleiding nabij de Dobbelmanweg 5-7 is voorzien. Een mogelijkheid om aardgasvrij te bouwen is gebruik te maken van een open of gesloten koude warmte opslagsysteem (WKO) in combinatie met een warmtepomp. Een bijkomend voordeel van een WKO-systeem is dat de woning hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een WKO-systeem. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

55

56

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Midden - 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

57

58

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Het perceel maakt deel uit van de grondexploitatie Tollensstraat-Dobbelmannweg, welke op 13 juni 2007 door de gemeenteraad van Nijmegen is vastgesteld. Het plangebied Dobbelmannweg 5-7 is gelegen in de wijk Hazenkamp. Tollensstraat is een op zichzelf staande inmiddels afgeronde herontwikkeling. De grondexploitatie bevat de aankoop en verkoop van grond en gebouwen, sloop- en grondwerk en de gemeentelijke plankosten. De totale investering van de grondexploitatie bedraagt ruim € 1 mln. Dekking vindt plaats door verkoop van grond voor de woningbouw en de grondexploitatie Tollensstraat-Dobbelmannweg. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingswijziging financieel-economisch uitvoerbaar is. Via beschikbare budgetten en grondverkoop is het kostenverhaal verzekerd en hoeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

59

60

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is op 25 november 2020 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken van donderdag 10 december 2020 tot en met woensdag 20 januari 2021 ter visie gelegen. De tervisielegging is gepubliceerd op woensdag 9 december 2020. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingekomen. Op deze plaats wordt verwezen naar de zienswijzennota, waarin de ingekomen zienswijze is weergegeven en van een gemeentelijke reactie is voorzien. Naar aanleiding van de zienswijze zijn er geen juridisch bindende wijzigingen in het plan doorgevoerd.

7.2

Overleg

Er spelen geen rijks-, provinciale dan wel waterschapsbelangen. Er heeft geen vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden.

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

61

62

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

63

Bijlage 1

64

Bezonningsstudie

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Bijlage 2

Aanvullende bezoningsstudie

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

65

Bijlage 3 bijlagen)

66

Ontwerpbesluit

HW

geluid

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

(incl.

Bijlage 4

Besluit HW geluid (incl. bijlagen)

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

67

Bijlage 5

68

Stikstofrapport

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Bijlage 6

Beleidsvisie externe veiligheid

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

69

Bijlage 7

70

Advies Veiligheidsregio

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Bijlage 8 Verkennend asbestonderzoek

bodem-

en

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

71

Bijlage 9

72

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

Bijlage 10

Quickscan beschermde soorten

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

73

Bijlage 11

74

Vervolgonderzoek

bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0f42207f-2442-476a-858f-7b15d30bdfe2