BP Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Tekst van het document
Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7) bestemmingsplan
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijvingtoekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevantregionaalbeleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie
15 15 15 17 17 19
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17
Sectorale aspecten Vormvrije M.E.R.-beoordeling Wonen Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur- onderdeel Natura 2000 (stikstof) Externe veiligheid Ruimtelijke veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie Archeologie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen NGE (Niet Gesprongen Explosieven) Duurzaamheid & Klimaat
21 21 21 24 24 25 27 28 28 29 30 32 39 47 50 51 51 53
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
57 57 57
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
59
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
61 61 61
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bezonningsstudie Bijlage 2 Aanvullende bezoningsstudie Bijlage 3 OntwerpbesluitHW geluid (incl. bijlagen) Bijlage 4 Besluit HW geluid (incl. bijlagen) Bijlage 5 Stikstofrapport Bijlage 6 Beleidsvisie externe veiligheid Bijlage 7 Advies Veiligheidsregio Bijlage 8 Verkennendbodem- enasbestonderzoek
2
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
63 64 65 66 67 68 69 70 71
Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10 Quickscan beschermde soorten Bijlage 11 Vervolgonderzoek Bijlage 12 Boom Effect Analyse Bijlage 13 Archeologie - Evaluatie- en selectierapport Dobbelmannweg 7 Bijlage 14 Proces Verbaal van Oplevering (OCE) Bijlage 15 Proces Verbaal van Oplevering (OCE Explosieven WO2)
Regels
72 73 74 75 76 77 78
79
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
81 81 95
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Groen Woongebied Waarde- Archeologie 3
99 99 101 104
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
107 107 108 109 110 111
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel
113 113 115
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
3
4
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
5
6
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In de voormalige kloostertuin aan de Dobbelmannweg 5-7 in Nijmegen, op de locatie waar een oud schoolgebouw met gymzaal stond, wil de gemeente Nijmegen een woningbouwontwikkeling zien, maar zij heeft niet de wens deze zelf te realiseren. De gemeente heeft de overtuiging en verwachting dat de markt een goede en creatieve invulling aan woningbouw op deze locatie kan geven. De gemeente ziet de ontwikkeling van deze bijzondere plek als een kans voor zowel ontwikkelaars als ook georganiseerde CPO's. Het te ontwikkelen gebied heeft een eigen karakteristiek en er wordt gezocht naar een ontwikkelingsmogelijkheid waarbij samenhang met de omgeving van belang is. De gemeente heeft hiervoor onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het object betreft een perceel grond met een voormalig schoolgebouw en gymzaal. De gebouwen zijn door de verkoper gesloopt. Het object ligt in de voormalige (historische) kloostertuin aan de Dobbelmannweg 5-7 in Nijmegen in de woonwijk Hazenkamp en in de nabijheid van het Goffertpark. De wijk Hazenkamp is een groene woonwijk met veel volgroeide straatbomen. De bebouwing in het oostelijk gedeelte van de wijk bestaat uit ruime jaren-30-woningen, het westelijke deel omvat vooral naoorlogse woningen en lage flats. In de uiterste noordwesthoek van de wijk ligt het voormalige Smitdraad fabrieksterrein dat is herontwikkeld tot kleinschalig winkelcentrum met onder meer een supermarkt. Het object is in eigendom bij de gemeente Nijmegen en kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie M, perceelsnummers 3480 (gedeeltelijk), 3481 (geheel) en 4364 (gedeeltelijk) en is totaal circa 3.887 m2 groot. Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het object is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan 'Nijmegen Midden 2015' (vastgesteld op 2-11-2016) en heeft de enkelbestemming 'Maatschappelijk' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3'. Het bestemmingsplan laat Wonen niet toe. Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
Uitsnede: bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 met in blauw de grenzen van onderhavig plan.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.).
8
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
9
10
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Beschrijving huidige situatie
De Dobbelmannweg verbindt de Groenestraat en de Hazenkampseweg in een vrijwel rechte, noord-zuid gerichte lijn. De woonbebouwing bestaat uit rijwoningen en twee-onder-eenkapwoningen gebouwd in twee lagen met een kap. Het straatbeeld wordt in belangrijke mate gevormd door het structurerende karakter van de bebouwing, de van een gebouwde erfafscheiding voorziene groene voortuinen en de aanwezige bomen in het straatprofiel. De woonfunctie overheerst maar wordt afgewisseld met andere functies. Uitzonderingen op de hierboven beschreven ruimtelijke karakteristiek zijn de voormalige MULO op de hoek Dobbelmannweg – St Hubertusstraat, nu een sportschool, en de bebouwing van het voormalige kloostercomplex en kerk op de hoek Groenestraat – Dobbelmannweg. De historische bebouwing op het voormalige kloosterterrein bestaat uit de Antonius van Padua-Sint Annakerk met pastorie (beide rijksmonumenten), het voormalig klooster/novicaat met later aangebouwde kapel en een voormalig meisjespensionaat (beide gemeentelijke monumenten), allen ontworpen door de architecten vader en zoon Margry. Latere toevoegingen zijn de voormalige basisschool, in de jaren '80 gebouwd na sloop van een ouder schoolgebouw op dezelfde plaats, en een appartementengebouw uit de jaren '90. In het voormalige klooster wordt nu gemeenschappelijk gewoond.
Het voormalige pensionaat is in gebruik als atelierruimte voor beeldend kunstenaars. De cultuurhistorische waarden van het voormalige kloostercomplex zijn beschreven in de paragraaf cultuurhistorie. Alhoewel er in de loop der jaren sprake is geweest van sloop en nieuwbouw en/of functiewijziging van gebouwen op het terrein, is het complex nog altijd herkenbaar en bepalend voor de sfeer en de ruimtebeleving van dit deel van de Dobbelmannweg. In ruimtelijk-stedenbouwkundige zin vertegenwoordigt het terrein een hoge waarde als een reeks van flinke (monumentale) gebouwen, waarvan de maat en schaal ('korrel') afwijkt van de woonbebouwing in de omgeving en die daardoor samen een ensemble vormen, met de achterzijde gelegen aan een openbaar toegankelijke groene ruimte (de oude kloostertuin) die de gebouwen als een groen tapijt met elkaar verbindt. De bijbehorende tuinmuren en hekwerken, die het kloostercomplex vanaf de straat begrenzen, dragen bij aan de herkenbaarheid en daardoor de ruimtelijke eenheid van het terrein. Het bijzondere karakter wordt verder versterkt door de monumentale gebouwen, de enigszins verscholen ligging van de vroegere kloostertuin met aangrenzende begraafplaats en de vele volwassen bomen op het terrein. Een laantje met kastanjebomen geeft vanaf de Dobbelmannweg toegang tot een ommetje door de kloostertuin.
Het ommetje gaat achterom de voormalige basisschool en het pensionaat en loopt via het appartementengebouw en de kloosterkapel weer terug naar de Dobbelmannweg.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Bouwvlak Ten aanzien van het bouwvlak is nauwkeurig gekeken naar het vigerende bestemmingsplan en de ruimtelijke karakteristiek van het terrein. Tevens is afstemming gezocht met de bestaande bebouwing, groenzones en bomen. Het is gewenst dat het kloosterterrein een herkenbare ruimtelijke eenheid blijft. De vorm van het nieuwe bouwvlak volgt uit de bestaande en historische orthogonale schakering van de gebouwen op het terrein. De nieuwbouw voegt zich op een logische wijze in deze structuur.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
11
Aan de Dobbelmannweg is de bouwvlakgrens gelegd op 6 meter uit de erfgrens, wat bij benadering overeenkomt met de voorgevelrooilijnen van het bestaande schoolgebouw en die van het naastgelegen pensionaat. Aan de noordzijde ligt de grens van het bouwvlak 4 meter uit de nieuwe erfgrens tussen de planlocatie en het pensionaat. De zuidelijke en meest oostelijke bouwgrenzen worden bepaald door de kroonprojectie van de aanwezige (kastanje)bomen, zodat deze duurzaam in stand gehouden kunnen worden. Het nieuwe bouwvlak heeft een woonbestemming en is circa 1.600 m2 groot. Het bouwvlak mag voor 70% worden bebouwd. Bouwhoogte De gebouwen op het kloosterterrein vormen een ruimtelijk ensemble (mede) door hun afwijkende maat en schaal ten opzichte van de directe omgeving. Om de ensemblewaarde van de bebouwing in stand te houden is er voor de hoofdmassa een minimale goothoogte van 7 meter en een maximale goothoogte van 9 meter vastgelegd. De maximale bouwhoogte is 12 meter. Bouwplan In de gebouwenreeks van het katholieke complex is gekozen voor een eigentijdse toevoeging met respect voor het bestaande, cultuurhistorische ensemble. Op de planlocatie komen twee volledig houten woongebouwen met 11 bijzonder duurzame woningen, grenzend aan een gezamenlijke tuin.
Tussen de twee woongebouwen ontstaat een markante toevoeging van het poortgebouw als gezamenlijke entree, een van de invullingen die naast de duurzame-, en natuurinclusieve bouw ook een sociaal duurzame invulling aan het plan geeft. Hier is plek voor spontane ontmoeting, samenkomen en het delen van goederen.
De twee nieuwe bouwmassa's staan in goede verhouding tot het belendende pensionaat en overige bestaande kloostergebouwen zonder te overheersen. De situering van de nieuwbouw is passend, met een goed gekozen sprong in de rooilijn. De ordening en afmetingen van de nieuwe volumes zijn gebaseerd op de korrelgrootte van de bestaande kloostergebouwen aan de Dobbelmannweg en daarnaast interpreteert het ontwerp op eigentijdse wijze de monumentale gevels. De houten volumes verschillen in materiaalgebruik van de bakstenen monumentale gebouwen, maar de compositie van de gevel is wel gebaseerd op de verhoudingen, raamopeningen en dakkapellen van het naastgelegen gebouw. Ook de ritmiek van de horizontale lijnen door de spekbanden bij de gebouwen in het ensemble zijn in een moderne interpretatie teruggebracht in de detaillering van de houten gevels van Hortus Ludi. Alles tezamen levert dit een visueel sterk samenspel op tussen oud en nieuw.
12
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
De kloostertuin De woningen liggen allemaal aan de gezamenlijke tuin. De naam van het bouwplan verwijst naar deze tuin, een van de 3 typologieën omsloten tuinen: 'Hortus Ludi'; een open plek met aangename elementen die eenvoudigweg bij elkaar zijn geplaatst en omheind om veilige en aangename plekken te creëren. De gezamenlijke tuin is te bereiken via het poortgebouw of het toegankelijke karakteristieke kastanjelaantje aan de zuidzijde van het bouwplan. Door middel van een lage haag en pergola's krijgt de tuin een semi- openbaar karakter. De gezamenlijke tuin geeft, naast dat de bewoners beschikken over een eigen veranda, een toegevoegde waarde als tuin en tevens een mooie tussenstap tussen privé en openbaar. Er zullen bijvoorbeeld speel- en zitmogelijkheden komen waar meerdere mensen kunnen samenkomen. De inrichting, het gebruik en het onderhoud van de tuin wordt in co-creatie met de toekomstige bewoners vormgegeven. Daarbij zal een speciaal aangesteld bureau de tuin een invulling geven op ecologisch aspect voor onder andere de beplanting en om gebiedseigen vogels en zoogdieren leefruimte te bieden. In de gevel zijn zo honderden vogelen vleermuisnestkasten verwerkt in het ontwerp. In de tuin komen o.a. bloemen- en kruiden pluktuinen, een kruidentuin en een moestuin.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
13
14
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Relevant rijksbeleid
Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).
De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. Behoefte Het plan is een toevoeging voor het woonmilieu aan de Dobbelmannweg. Het toevoegen van bijzonder duurzame woningen heeft een meerwaarde voor de wijk. De kwaliteit van het gebied neemt hierdoor toe. Ook levert deze ontwikkeling een bijdrage aan de realisatie van meer koopwoningen waar veel vraag naar is. Benutting van beschikbare gronden Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.
3.2
Relevant provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland? De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
15
Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners.
Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
16
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
3.3
Relevant regionaal beleid
Sinds 1 juli 2015 bestaat de Stadsregio Arnhem-Nijmegen niet meer als officiële bestuurslaag. Hierdoor is er geen instantie meer direct verantwoordelijk voor het regionale beleid op het gebied van mobiliteit, ruimte, wonen en werken. Voor de beleidsvelden wonen, detailhandel en bedrijventerreinen geldt dat provincie Gelderland in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening nog wel verwijst naar de regionale afspraken. Voor deze beleidsvelden worden nog steeds regionale afspraken vastgelegd in gezamenlijk overleg met regiogemeenten en provincie.
3.4
Relevant gemeentelijk beleid
Structuurvisie Nijmegen 2013, kansen voor ontwikkeling tot 2030 De Structuurvisie 2013 geeft het ruimtelijk beleid weer tot 2020. Het accent zal de komende jaren in de wijken meer op consolidatie en kleinschalige vernieuwing komen te liggen. De focus ligt op behoud, verduurzaming, eigentijdse aanpassingen, herbestemming en transformatie van bestaande woningen en gebouwen naast de ontwikkeling van het Waalfront, Nijmegen CS en de Waalsprong. Duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie en kent een brede invulling. In de Structuurvisie is gekozen voor duurzame stedelijke ontwikkeling als leidend principe en de volgende speerpunten: - Typisch Nijmegen: de ambitie is om de bestaande en voor Nijmegen unieke kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken. De typerende kwaliteiten zijn: de unieke ligging in het landschap, de ruimtelijke dragers van de stad, de historische gelaagdheid, de dynamiek: Nijmegen is een stad in beweging en de duurzaamheid krijgt een prominente rol in deze visie met een brede invulling; - Economische structuurversterking: de ruimtelijke kwaliteit van een stad is afhankelijk van de economische aantrekkingskracht. We willen ruimte bieden voor de ontwikkeling van de economische dynamiek van een wijk.
We willen de creativiteit van ondernemers de ruimte geven; - Karakteristieke wijken: onze ambitie is om wijken te hebben waarin mensen graag wonen met een variatie in het aanbod van woningen (zowel in woningtype als in prijsklasse). Coalitieakkoord 2018-2022, Nijmegen: samen vooruit In het coalitieakkoord zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. De aandacht voor de woningbouwopgave in de Waalsprong en het Waalfront is onverminderd. We veranderen de beleidslijn door het 'nee, tenzij' beleid, waarbij we voornamelijk voorrang gaven aan ontwikkelingen in de Waalsprong en Waalfront, te veranderen in 'ja, mits' beleid. Daarbij zetten we op een stedelijk niveau in op een mix van woonmilieus en per wijk een wisselende mix van woningtypen. Daarbij is nadrukkelijk ook groei mogelijk voor de bestaande stad waarbij we zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft, waarbij we op geschikte locaties inzetten op extra sociale en middeldure huurwoningen. Daarbij hebben we ook blijvende aandacht voor de kwaliteit en binnenklimaat van woningen en de betaalbaarheid van de energierekening. De beleidswijziging van ja, mits vraagt om een uitwerking die gericht zal zijn op het bouwen naar behoefte en een ongedeelde stad.
De extra opgave van sociale en middeldure huurwoningen verdelen we over de stad en Waalsprong. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
17
De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad 2. Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen 3. Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente 4. Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad: De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad intact en bovendien helpt verdichting om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal.
Opgaven en ruimtelijke keuzes: 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
18
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
3.5
Conclusie
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
19
20
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van de woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is.
4.2
Wonen
Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027 Met de “Woonagenda subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027” hebben we samen met de regio afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De gemeente Nijmegen heeft hierin als richtlijn het bouwen van 12.050 woningen tot 2027 (op basis van de meest recente Primosprognose). Om de versnelling vorm te geven mag 70% van het totale aantal woningen in de eerste jaren worden toegevoegd. Centraal staat goed wonen en leven voor alle huidige en toekomstige inwoners van de regio gemeenten. De woningvoorraad en woonomgeving moet kunnen voldoen aan de (veranderende) woonbehoeften van de inwoners met voldoende aanwezige of bereikbare voorzieningen in de buurt. Afgesproken is aandacht te schenken aan de relatie tussen wonen en mobiliteit, versterking van openbaar groen, energieneutraliteit, alternatieve energieopwekking en voldoende levensloopbestendige woningen. Met de subregionale woonagenda is daarnaast afgesproken dat bij de onderbouwing (kwalitatief en kwantitatief) van nieuwe woningbouwplannen in ieder geval in een onderbouwing aangeven wordt hoe het plan zich verhoudt tot/bijdraagt aan:
De in de woonagenda benoemde kwalitatieve uitgangspunten De eigen gemeentelijke woonvisie De meest recente provinciale Primos-prognose De meest recente gezamenlijke regionale woningmarktanalyse In het geval van CPO/zelfbouw projecten: aantonen directe vraag wanneer mogelijk
Primos-prognose en regionale woningmarktanalyse Met het uitkomen van de regionale woningmarktanalyse 2017 en de provinciale doorrekening van de Primos huishoudensprognoses 2016 zijn er nieuwe inzichten ontstaan over de ontwikkeling van de bevolking en de woningmarkt in de subregio. De nieuwste Primosprognoses leveren de volgende conclusies op: De totale bevolking in de regio groeit. Dit komt vooral door Nijmegen. De bevolking kent een afnemende groei na 2020 waarbij het omslagpunt in de regio rond 2035 ligt. Veel gemeenten hebben of krijgen op langere termijn te maken met een krimpende bevolking. Het aantal huishoudens groeit met ca 8% tot 2025.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
21
Er is vooral groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Op de korte termijn is er groei in alle leeftijdsgroepen, behalve in de groep 45-64 jarigen. De groep alleenstaande 75+ die de woningmarkt verlaat en een woning achterlaat, wordt groter en laat ook steeds vaker een koopwoning achter. Op 28 februari 2014 is de laatste woningmarktverkenning “De Nijmeegse Woningmarkt 2013-2020” vastgesteld. Sinds 2014 is de woningmarkt flink veranderd. Woningmarktonderzoek waarin de recente vraag wordt bepaald, wordt dit voorjaar uitgevoerd en dit najaar vastgesteld. Op basis van cijfers uit de markt blijkt een groot tekort aan woningen in Nijmegen. Dit zijn zowel appartementen als grondgebonden woningen. Door het passend toewijzen door corporaties zijn starters op de zelfstandige woningmarkt steeds meer aangewezen op de middeldure huurwoningen. Zij verdienen teveel voor een sociale huurwoningen maar kunnen of willen (nog) geen woning kopen. Uit onderzoek blijkt dat deze groep specifiek in Nijmegen groot is (veel net afgestudeerden). Zij kiezen veelal voor een appartement in een stedelijke woonomgeving. Demografische ontwikkeling Nijmegen De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien, daarover zijn alle prognoses het eens. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario's, van 185.000 tot 195.000 inwoners in 2030.
De toename zal het sterkst zijn bij de groep zeventigplusser. Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen uit. Vergroten van het aantal levensloopgeschikte woningen. Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld.
basis
van
het
Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het MaasWaalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten. Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord Nijmegen “Samen Vooruit 2018-2022” zijn de contouren voor het woonbeleid van de komende jaren beschreven: bouwen aan een aantrekkelijke stad. We maken groei mogelijk en zorgen dat de bestaande stad aantrekkelijk blijft. In de periode tot 2022 besteden we extra aandacht aan de behoefte van sociale huur en middeldure huur. We bouwen in deze periode 2000 (400 extra) sociale en 1200 (500 extra) middeldure huurwoningen.
22
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in de sociale huur in kaart gebracht. Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten. Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen In maart 2020 heeft de gemeente Nijmegen samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem-Nijmegen een woondeal ondertekend. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. Met de woondeal gaan we een meerjarige samenwerking aan met het Rijk, provincie en regiogemeenten om vanuit de NOVI-propositie en de op stellen regionale verstedelijkingsstrategie samen invulling te geven aan de opgaven op de woningmarkt. Voor Nijmegen is de woondeal van belang om op korte en lange termijn invulling te geven aan de ontwikkeling van de stad. We willen tot 2030 minimaal 10.000 woningen bouwen, op korte termijn woningbouwversnelling realiseren en ook na 2030 zorgen voor een continue bouwstroom met een goede mix van woningen. Daarbij zetten we ons ook in voor voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens.
Met de ondertekening van de woondeal erkennen partijen het strategisch belang van de complexe gebiedsontwikkelingen in het Stationsgebied/Binnenstad en in de Kanaalzone. In deze gebieden komen woonopgaven samen met duurzaamheids-, werk-, leefbaarheids- en mobiliteitsopgaven. Door de gemaakte afspraken ontstaat het gewenste perspectief voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Het Rijk heeft landelijk € 2 miljard beschikbaar gesteld om een impuls te geven aan de woningbouw. € 1 miljard wordt ingezet voor een korting op de verhuurdersheffing, ingeval van nieuwbouw door woningcorporaties. Het Rijk zet daarnaast € 1 miljard in om een bijdrage te leveren aan het versnellen van de woningbouw, de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, inclusief de bijdragen aan de fysieke bereikbaarheid die daarvoor nodig is en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving. In het kader van de woondeal voor de regio Arnhem-Nijmegen besluit de provincie in het kader van het Actieplan Wonen binnenkort over een additionele financiële bijdrage bovenop het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld door het Rijk. Woonprogramma Dobbelmannweg 5-7 Op de locatie Dobbelmannweg 5-7 zijn 11 ruime houten zeer duurzame woningen voorzien. Het gaat hierbij om koopwoningen die vallen in het dure segment. Door de omvang van de woningen gaat het om 11 levensloopgeschikte woningen.
De locatie maakt deel uit van de locaties die vrijgekomen zijn door de doordecentralisatie van het basisonderwijs. Conform het raadsbesluit uit 2007 wordt het terrein herontwikkeld, waarbij het financieel resultaat op zijn minst sluitend moet zijn. Hierdoor is op deze locatie niet ingezet op het ontwikkelen van betaalbare woningen.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
23
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Daarnaast zijn verkeer en visuele aspecten van belang en mogelijk andere hinderaspecten. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones, elektromagnetische velden, etc.. In de omgeving van deze planlocatie liggen diverse woonbestemmingen. Aan de Sint Hubertusstraat 2, direct tegenover de herontwikkeling ligt een sportschool (SBI 2008: 931). Deze school is te vergelijken met een sportzaal en valt derhalve onder een categorie 2 activiteit met een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Dit is ook de categorie die maximaal toelaatbaar is volgens het bestemmingsplan. Hoewel de sportzaal een adres heeft aan de St. Hubertusstraat en daar een snelheidsbeperking geldt tot 30 km/u ligt het plangebied aan de Dobbelmannweg met een 50 km/u snelheidslimiet.
Het plangebied inclusief de sportzaal maakt deel uit van een gebied met functiemenging. Voor dit gemengd gebied geldt dus een richtafstand van 10 meter van de sportschool tot het bouwvlak van de planlocatie. De werkelijke afstand is ongeveer 21 meter. Ook de begraafplaats aan de oostzijde van het plangebied ligt op meer dan 10 meter van het bouwvlak van de planlocatie. Enige overlast hiervan is dan ook niet te verwachten. Conclusie Milieuzonering is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een weg. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig. De voorkeurswaarde uit de Wgh voor wegverkeer bedraagt 48 dB. De maximum toegestane geluidbelasting voor wegverkeer bedraagt 63 dB. De voorkeurswaarde mag worden overschreden als geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige, verkeerskundige of om financiële redenen niet wenselijk zijn. Na deze maatregelenafweging moet aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder worden voldaan. De voorwaarden zijn als volgt:
Er moet een ontheffingscriterium van toepassing zijn; Elke woning moet minimaal één geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB); Elke woning moet minimaal één buitenruimte aan de geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB); Als de geluidbelasting op een woning hoger is dan 53 dB vanwege wegverkeer dan geldt voor een woning een indelingseis, minimaal één slaapkamer moet aan een geluidluwe zijde liggen (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB).
Als aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder wordt voldaan, kan een hogere waarde worden vastgesteld. De huidige bebouwing, voormalig schoolgebouw, maakt plaats voor woningen. De woningen liggen binnen de zone van de Dobbelmannweg. Vanwege deze weg is akoestisch onderzoek verricht.
24
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Uit akoestisch onderzoek blijkt dat bij de woningen de voorkeurswaarde van 48 dB vanwege het wegverkeer op de Dobbelmannweg wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 54 dB. De maximum toegestane geluidbelasting van 63 dB wordt daarmee niet overschreden. Verder voldoet het plan aan het ontheffingscriterium 'de woning vervangt bestaande bebouwing'. De geplande ontwikkeling kan alleen worden gerealiseerd als voor de woningen een hogere waarde is vastgesteld. Een hogere waarde procedure is dus noodzakelijk. Een procedure voor de hogere waarde loopt, qua tijd, gelijk op met de procedure voor het bestemmingsplan. De hoogste vast te stellen waarde voor de woningen bedraagt 54 dB. Een vastgestelde hogere waarde is inclusief de aftrek van 5 dB volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder.
Pas bij de omgevingsvergunning worden er in het kader van het Bouwbesluit eisen gesteld aan de geluidwering van de gevel van de woning en het appartement. De woning en het appartement moeten voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Bij toetsing aan het Bouwbesluit gaat het niet om de geluidbelastingen maar om de geluidniveaus. Bij de geluidniveaus mag geen 5 dB van de berekende waarde worden afgetrokken.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
25
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Tabel: luchtkwaliteit
Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden.
Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Gevraagd is de mogelijkheid te creëren voor 11 woningen. Ten opzichte van de bestaande bestemming gaat dat aantal woningen geen toename van meer dan 3% veroorzaken. Het plan is daarom NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO 2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve
26
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties fijn stof (max. 20 ìg/m 3 fijn stof) echter niet hoger dan de richtwaarde van WHO (tot 20 ìg/m3 fijn stof).
Er zijn daarom geen bezwaren voor het plan wat betreft luchtkwaliteit.
4.6
Natuur - onderdeel Natura 2000 (stikstof)
Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) op voorhand zijn uit te sluiten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in Bijlagen bij toelichting). De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
27
4.7
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Het plangebied ligt alleen in de nabijheid van het spoor van Nijmegen naar Den Bosch (ongeveer 600 meter afstand). Over het plangebied valt geen enkele plaatsgebonden risicocontour. Dus dit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor het groepsrisico geldt (gezien de afstand tot het spoor) dat er kan worden verwezen naar de standaard verantwoording die is opgenomen op pagina 34 van de beleidsvisie externe veiligheid van Nijmegen van februari 2014. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.8
Ruimtelijke veiligheid
In het kader van ruimtelijke veiligheid is gekeken naar de volgende aspecten: • Gezondheid • Externe veiligheid • Hoogwater • Evenementen • Bereikbaarheid en opkomsttijden • Verkeer • Natuurbrand • Sociale Veiligheid Hieronder zal per aspect een korte beschouwing gegeven worden van de situatie. Vervolgens wordt e.e.a. onder 'adviezen' nog even kort samengevat. Constateringen Aan de hand de bovengenoemde stukken wordt het volgende geconstateerd: Gezondheid: Indien het woongebied gelegen zou zijn in de nabijheid van drukke verkeerswegen (10.000 voertuigen per etmaal of meer) dan zou dit gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit voor de woningen. De woningen in het plangebied liggen echter niet langs wegen met zeer veel verkeersbewegingen. Externe veiligheid: De geplande ontwikkeling valt niet in het invloedgebied van scenario's met gevaarlijke stoffen van (Bevi)-bedrijven of vervoersassen. Hoogwater: plangebied ligt niet in een overstroombaar gebied (volgens overstroomik.nl). Evenementen: In het plangebied is geen evenemententerrein voorzien.
28
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Het
Bereikbaarheid en opkomsttijden: Het plangebied is binnen 6 minuten bereikbaar door de brandweer langs 2 onafhankelijke routes. De bereikbaarheid op niveau van de gebouwen is, mogelijk een aandachtspunt bij verdere uitwerking, aangezien de woningen via een binnentuin ontsloten lijken te worden. Conform Bouwbesluit dient de ingang van een pand benaderbaar te zijn tot op 10 meter door brandweervoertuigen en er dient een opstelplaats op 40 meter van de ingang van een pand te zijn. Bluswater: Voor dit plan volstaat een bluswatervoorziening van 60 m3/u op (conform Bouwbesluit) max. 40 meter van de ingang van de pand(en). Overigens vraagt de bouwwijze (houten gebouw(en)) om een goede detaillering om de risico's op branddoor- en overslag te kunnen toetsen. In de verdere uitwerking dient hier aandacht voor te zijn. Aan de Dobbelmannweg liggen brandkranen met voldoende debiet, maar gekeken moet worden hoe dit aansluit aan de ontsluiting van het complex voor hulpdiensten. Verkeer: In het plangebied worden geen functies met een verkeersaanzuigende werking voorzien. Natuurbrand: Het plangebied kan mogelijk bedreigd worden door natuurbrand (rookoverlast). Gezien de functie (woonfunctie niet specifiek gericht op verminderd zelfredzamen) is dit geen groot risico. Sociale Veiligheid: Het Politiekeurmerk Veilig Wonen richt zich op woongebieden.
Voor sociale veiligheid zijn onder meer zichtlijnen op parkeerterreinen van belang. De politie kan hier nader op adviseren. Adviezen Uit voorgaande constateringen kunnen de volgende adviezen worden gedestilleerd: Bereikbaarheid en bluswater Bij verdere detaillering in het kader van de omgevingsvergunning dient aandacht te zijn voor de bereikbaarheid van het pand en, in combinatie daarmee, de bluswatervoorziening.
4.9
Bodem
Uitgevoerd bodemonderzoek
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Dobbelmannweg 7 te Nijmegen, Tauw BV, referentie R001-1272007MXR-V02-srb-NL, van 12 september 2019; Verkennend bodemonderzoek Dobbelmannweg 7 te Nijmegen, Tauw BV, referentie R001-1276408LFK-V02-mwl-NL, van 28 mei 2020.
Bodemkwaliteit - In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan metalen, PAK, PCB en/of minerale olie gemeten; - Het grondwater zit op meer dan 5 meter diepte. Conform de onderzoeksnorm NEN5740 is het grondwater daarom niet onderzocht; - Tijdens de veldwerkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal waargenomen in de grond. In de bovenste halve meter grond is geen asbest aangetoond; - Er zijn in de bovenste halve meter grond licht verhoogde gehalten PFAS gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de normen uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS niet. Advies en opmerkingen De aangetoonde lichte verontreinigingen vormen geen risico voor het beoogde gebruik van de locatie voor wonen met tuin. Bij het realiseren van de gewijzigde bestemming verwachten we zodoende geen maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
29
bodemverontreiniging.
4.10
Water
De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst de sloop van een voormalig schoolgebouw en de realisatie van een appartementencomplex op de voormalige locatie van de school. Het plangebied ligt in de wijk Hazenkamp en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het hoofdbemalingsgebied de Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er inden geen wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het Waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door: - een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden; - maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen.
Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.
30
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Dobbelmannweg. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. Bestemmingsplan en omgevingsvergunningsaanvraag, activiteit bouwen moeten een goedgekeurd rioleringsplan / waterhuishoudkundig plan bevatten. De nota 'Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag.
Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn:
bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 - 5 (Dobbelmannweg 5-7)
31
is)
het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig
Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Bouwen boven gemeentelijke riolering is niet toegestaan en kan betekenen dat riolering verlegd of dat de inrichting gewijzigd moet worden. Bij hoofdtransportleidingen dient rekening gehouden te worden met niet te bebouwen stroken aan weerszijden van de leiding van 6 m. Deze eis is vastgelegd in artikel 2.5.19 van de Nijmeegse bouwverordening. Vuilwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling vuilwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren.