Biodiversiteitsplan Nijmegen
Tekst van het document
Na vaststelling van de definitieve Hoofdgroenstructuur bij de actualisatie van de Omgevingsvisie kan dit groen worden beschermd, behouden en versterkt. Het is belangrijk om terughoudend te zijn met het bouwen binnen de Hoofdgroenstructuur, tenzij er redenen zijn van groot maatschappelijk belang. We bevelen aan om in de komende tijd nader in te zoomen op de globale Hoofdgroenstructuur, mede vanuit die ontwikkelplannen, waarna deze in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd en hiermee in bestemmingsplannen/omgevingsplan rekening mee wordt gehouden. Op die manier krijgen de geselecteerde groengebieden een betekenisvolle status. Voor de bos- en natuurgebieden is dat al in bestemmingsplannen geregeld, maar dat is niet het geval voor de tussenliggende ecologische verbindingen. Ook is het belangrijk om een compensatieregeling te overwegen. In het Bomenplan Nijmegen is dit ook al aangegeven en voor beide plannen wordt dit later uitgewerkt.
3.4
Deelgebieden Van de globale Hoofdgroenstructuurkaart hebben we per stadsdeel een deelgebiedskaart gemaakt. Op deze deelkaarten hebben we voor de belangrijkste verbindingen doelsoorten aangegeven met symbolen. In hoofdstuk 4 gaan we dieper in op maatregelen die gunstig zijn voor biodiversiteit en op deze deelgebiedskaarten te vinden zijn.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
29
Figuur 3.1. Globale Hoofdgroenstructuurkaart gemeente Nijmegen (zie bijlage I voor grotere weergave). Verschillende gebieden die zijn aangegeven als ‘Bestaand groen’ bestaan naast groen en water ook uit gebouwen of wegen en er zijn gebieden met beplanting die niet als ‘Bestaand groen’ op de kaart staan. Dit moet nog nader worden uitgewerkt tot een definitieve Hoofdgroenstructuur.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
30
4 Mogelijke maatregelen per deelgebied De gemeente Nijmegen neemt nu al diverse maatregelen om de kwaliteit van het groen en water te behouden en te verbeteren. Het gaat bijvoorbeeld om beter beheer van de graslanden, het aanplanten van klimaatbestendige bomen en het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers. Daarnaast worden bij diverse projecten verblijf- en nestplaatsen voor fauna gemaakt zoals de nestplaatsen voor huiszwaluw onder de bruggen over de Spiegelwaal en verblijfplaatsen voor marterachtigen in nieuwe bruggen. In dit hoofdstuk zijn per deelgebied in een tabel doelsoorten aangegeven. Voor elke soort is aangegeven in welke categorie de doelsoorten vallen (parelsoort, bijzondere soort of basiskwaliteit soort; zie hoofdstuk 2.4). Per deelgebied zijn enkele specifieke en mogelijke verbetermaatregelen benoemd, eerst met betrekking tot natuurverbindingen en daarna overige verbetermogelijkheden. In bijlage III en IV is per soort of soortgroep een extra toelichting gegeven op de maatregelen of zijn aanvullende verbetermogelijkheden beschreven. De maatregelen in dit hoofdstuk en in de bijlagen zijn bedoeld ter inspiratie. Later volgt een concreet maatregelenpakket voor behoud en versterking van onze biodiversiteit (uitvoeringsprogramma).
Bij de keuze welke maatregelen wel of niet en wanneer worden uitgevoerd wordt de specifieke bijdrage aan de biodiversiteit en de specifieke haalbaarheid van de maatregelen nader beoordeeld. Daarbij worden ook de (ruimtelijke en financiële) consequenties in kaart gebracht en afgewogen. Het is daarbij belangrijk om te beseffen dat er overal en op elke plek maatregelen kunnen worden genomen die gunstig kunnen zijn voor biodiversiteit, ook buiten de gebieden aangegeven op de toekomstige Hoofdgroenstructuurkaart. Per deelgebied staat hieronder een detailkaart met de globale Hoofdgroenstructuur. In deze deelgebiedskaarten zijn ook de gewenste verbindingen aangegeven. Per verbinding is aangegeven voor welke soortgroep de verbinding bedoeld is. Er zijn acht typen verbindingen: algemeen (voor alle soortgroepen), kleine marterachtigen, das, eekhoorn, vlinder, amfibie, reptiel en vleermuis. Elke soortgroep stelt specifieke eisen aan de natuurverbinding. Verschillende verbindingen zijn nog niet optimaal of moeten nog ontwikkeld worden. Het gaat dan om het opwaarderen van groengebieden tot natuurverbinding (met name door een ander beheer) of het creëren van nieuwe natuurverbindingen (door een aangepaste inrichting en beheer). Soms kunnen bijvoorbeeld bermen of bomenrijen daartoe dienstdoen. In stenige ruimten kunnen tuinen die functie vervullen, maar bijvoorbeeld ook balkons en daken.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
31
4.1
Nijmegen-Noord Tabel 4.1
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Noord.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Graslathyrus
Parelsoort
Dagvlinders
Koninginnepage
Basiskwaliteit
Rugstreeppad*, poelkikker*,
Bijzondere- en parelsoort
Amfibieën
kamsalamander Grote modderkruiper*
Vissen
Bijzondere- en (super)parelsoort
Wezel*, hermelijn*, bunzing*
Wezel en bunzing: Bijzondere soort
Grondgebonden
Hermelijn: Bijzondere- en
zoogdieren
(super)parelsoort Steenuil*, ransuil*, kerkuil*, buizerd*,
Basiskwaliteit
roek*, oeverzwaluw, gierzwaluw, Vogels
huismus
Soorten aangegeven met een * zijn soorten uit het SMP-N (zie tekstkader).
Soortenmanagementplan Nijmegen De gemeente Nijmegen heeft voor Nijmegen-Noord een Soortenmanagementplan (SMP-N; Martens & Krijt, 2020). Dit soortenmanagementplan voorziet in inrichtings- en beheermaatregelen waardoor een duurzame instandhouding van de beschermde soorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker, wezel, hermelijn en bunzing is geborgd. Er geldt daarom een vrijstelling van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor deze soorten. Het realiseren van de inrichtings- en beheermaatregelen uit het SMP-N zijn niet vrijblijvend. Het is een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van deze vrijstelling. Naast het realiseren van maatregelen moeten de populaties van de betreffende soorten ook gemonitord worden. Daarnaast bevat het Soortenmanagementplan een ambitie, een zogenoemde ‘plus’. Deze plus bestaat uit het realiseren van extra groengebieden en uit maatregelen ten behoeve van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis (duurzaam ontwikkelen en bouwen). Hierdoor wordt een additionele bijdrage geleverd aan versterking van de biodiversiteit in Nijmegen Noord.
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.1 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Noord aangegeven. De Watersingel is een mooi voorbeeld van een functionele verbinding voor grondgebonden zoogdieren zoals kleine marterachtigen en egel. Er zijn hier nog maatregelen te bedenken waarmee bruggen en wegen makkelijker passeerbaar worden voor dieren. Langs de waterlijn wordt er altijd voor gezorgd dat er aan minimaal één zijde ruige oevervegetatie (beschutting) aanwezig is. Ten aanzien van de Watersingel is de gemeente echter ook afhankelijk van de medewerking van het waterschap als beheerder.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
32
Onder de Prins Mauritssingel ligt een looprichel in de duiker die de plassen aan weerszijden van de weg met elkaar verbindt. Deze (en alle andere faunavoorzieningen in de gemeente) wordt jaarlijks gecontroleerd om de functionaliteit te garanderen. Op de lange termijn is het van belang om het deelgebied Nijmegen-Noord te verbinden met Nijmegen ten zuiden van de Waal voor diverse soorten zoogdieren zoals boom- en steenmarter en kleine marterachtigen.
Figuur 4.1. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Noord.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
33
Overige verbetermogelijkheden Vegetatie • Op brede dijken en taluds ecologisch beheer toepassen. Om de soortenrijkdom te versterken maaisel van nabijgelegen soortenrijke graslanden uitleggen. Dit wordt meestal al gedaan door het waterschap. • Rondom de zandwinplassen (natuurparel 29) liggen goede kansen om bloemrijke graslanden te creëren waar doelsoorten van profiteren. Bijvoorbeeld door te zorgen voor natuurgraslanden die geen ligweide functie krijgen, te zorgen voor wat distels en ruige stukjes, en sinusbeheer toe te passen op de grote percelen. Amfibieën & vissen • De Grift: aanleg van een leefgebied voor grote modderkruiper & rugstreeppad in combinatie met berging retentiewater. • Aanleg geïsoleerde poelen voor o.a. kamsalamander, rugstreeppad en libellen die eens in de paar jaar droogvallen om opbouw van visstand te voorkomen. Tussen het Fort Lent en de Watersingel kunnen poelen in stapstenen aangelegd worden. Van belang is om geschikt biotoop rondom de poel aan te leggen voor de doelsoorten. Bij de zandwinplassen kunnen bij zandige stukjes poelen voor rugstreeppad worden aangelegd. Vogels & vleermuizen • Bij de zandwinplassen zijn goede mogelijkheden voor oeverzwaluwwanden. • Waalbruggen zijn kunstwerken waar we faunamaatregelen kunnen realiseren. De bruggen over de Spiegelwaal huisvesten al ruim 70 huiszwaluwnesten.
• De gierzwaluw en huismus zijn doelsoorten voor nieuwe wijken. Bij nieuwbouw kan nestgelegenheid voor deze soorten worden aangebracht. • Katten en honden rondom woonwijken zijn een bedreiging voor grondbroeders. Maatregelen voor grondbroeders daarom niet realiseren naast woonwijken maar bijvoorbeeld in de buurt van park Waaijenstein en park Ressen. Langs vogelbroedgebieden barrières leggen voor grondgebonden roofdieren (sloten, dicht struweel). Omwonenden kunnen we bewust maken van het effect van katten en honden op vogels (inspiratie: www.poesindemand.nl) of via een losloopverbod voor honden in broedgebied. • Door te zorgen voor gescheiden functies in kelders van Fort Beneden Lent kan het Fort een vleermuiswinterverblijfplaats worden. Voorkom verstoringen en zorg voor een goed stabiel, vochtig klimaat. • Het plaatsen van knotwilgen langs de watersingels en waterpartijen zorgt voor verblijfplaatsen/nestplaatsen voor vleermuizen en vogels. Overig • In natuurparel Uiterwaarden Waal grote rustzones realiseren, door recreatie te sturen (paden en meubilair alleen in de gebieden waar we recreatieruimte bieden). • Bosjes zijn zeldzaam in Nijmegen-Noord. Denk aan roekenbosje bij De Grift, zorg voor goed bosbeheer en plant een mix van bomen aan. In het Spiegelbos en andere delen van Park De Woerdt zijn kansen voor natuurontwikkeling.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
34
4.2
Nijmegen-Centrum Tabel 4.2
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Centrum.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Muurvaren, gewone salomonszegel,
Parelsoort m.u.v.
Vaatplanten
maarts viooltje
muurvaren
Dagvlinders
Atalanta, div. soorten wilde bijen
Basiskwaliteit
Grondgebonden
Steenmarter
Basiskwaliteit
Vleermuizen
Laatvlieger
Parelsoort
Vogels
Gierzwaluw, huiszwaluw, huismus
Basiskwaliteit
zoogdieren
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.2 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Centrum aangegeven. Op de Waalkade kunnen stapstenen worden gemaakt die zorgen dat vliegende dieren (insecten, vogels en vleermuizen) leefgebied vinden en zich via de zuidzijde van de Waal kunnen verplaatsen.
Figuur 4.2. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Centrum. Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
35
Vanaf de Waalbrug loopt een groene laan via de Canisiussingel-Oranjesingel naar het parkachtige Keizer Karelplein. Vanaf het Keizer Karelplein is er een vergelijkbare groene laan naar Kronenburgerpark en vanaf daar richting de Nieuwe Hezelpoort. Deze is momenteel niet voor grondgebonden dieren geschikt. Voor vleermuizen, vogels en vliegende insecten is dit wel een goede verbinding. De verbinding kan nog verder verbeterd worden door te zorgen voor een gevarieerd en robuust bomenbestand en de aanplant van stapstenen met inheemse vrucht- en nectar leverende struweelvakken. Ook dwars door de stad (Burchtstraat-Lange Hezelstraat) is een bomenverbinding gewenst. In het deelgebied Nijmegen-Centrum zijn verbindingen voor grondgebonden dieren lastig te realiseren. We zetten in op goed maaibeheer met als doel kruidenrijk gras om zoveel mogelijk leefgebied voor insecten te creëren waar vogels en vleermuizen van profiteren. Overige verbetermogelijkheden • Bij renovatie en nieuwbouw de Toolbox Natuurinclusief Bouwen gebruiken (o.a. toepassen van groene daken en groene gevels). • Alle groenvakken deels ecologisch inrichten en beheren waardoor we voor allerlei dieren beschutting en leefgebied creëren. Plant inheemse planten en bomen die elkaar in bloeiperiode zoveel mogelijk aanvullen waardoor voor een lange periode nectar beschikbaar is.
Behoud oude bomen en zorg dat het aandeel bomen in het deelgebied toeneemt. Beheer bermen en graslandjes extensief om de ontwikkeling van kruidenrijk grasland te bevorderen.
4.3
Nijmegen-Oud-West Tabel 4.3
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Oud-West.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Knoopkruid
Basiskwaliteit
Dagvlinders
Icarusblauwtje
Basiskwaliteit
Grondgebonden zoogdieren
Eekhoorn, egel
Basiskwaliteit
Vleermuizen
Laatvlieger
Parelsoort
Vogels
Gierzwaluw, huismus
Basiskwaliteit
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.3 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Oud-West aangegeven. Om een verbinding op de zuidoever van de Waal te maken voor dieren is bij de Waalbandijk ter hoogte van de Waalhaven een lijnvormige beplanting nodig. Een verbinding onder de Hezelpoort is wenselijk als verbinding van deelgebied Centrum naar het groen aan de westzijde van de spoorlijn, waar een groene corridor wordt aangelegd bij de stationsomgeving ontwikkeling. We willen de bosjes aan weerszijden van de Wolfskuilseweg bij de Graafseweg voor de doelsoorten eekhoorn en egel (faunabuis en eekhoornbrug) verbinden.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
36
Figuur 4.3. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Oud-West.
Overige verbetermogelijkheden • Het bosje bij de Graafseweg (gelegen in Oud-West en Nieuw-West) is versnipperd en het bomenbestand heeft te leiden van droogte. Intensief gebruik en loslopende honden zorgen dat dieren geen rustig leefgebied hebben en dat nesten worden verstoord. Dit kan verholpen worden door in het bosje rustzones aan te leggen, die begroeid zijn met o.a. hulst en vuilboom, zonder paadjes (een deel van de paadjes dicht leggen met takken en stammen). Met het plaatsen van vleermuiskasten en vogelnestkasten blijft het holtes aanbod in onze stadsbosjes op peil. Het bomenplan zorgt dat we in de toekomst weer een aanbod aan natuurlijke holten hebben voor vogels en vleermuizen.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
37
4.4
Nijmegen-Nieuw-West Tabel 4.4
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Nieuw-West.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Geel walstro of grote ratelaar
Basiskwaliteit
Dagvlinders
Icarusblauwtje
Basiskwaliteit
Amfibieën
Kleine watersalamander
Basiskwaliteit
Grondgebonden
Eekhoorn, egel, bunzing
Basiskwaliteit; Bunzing
zoogdieren Vleermuizen
Vogels
Bijzondere soort Laatvlieger, rosse vleermuis
Parelsoort
Groene specht, gierzwaluw,
Basiskwaliteit
huismus
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.4 zijn de bestaande en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nieuw-West aangegeven. Het Maas-Waalkanaal is een groene verbinding voor allerlei dieren (doelsoort das). Er zijn op de oostoever een aantal knelpunten zoals de Oostkanaalhavens. We willen dit knelpunt voor grondgebonden soorten oplossen door stapstenen en een corridor te maken langs de oever van de havens (bloemrijke eilandjes aanleggen of robuuste groene oevers, doelsoorten kleine marters en dagvlinders). Bij kruisingen van kunstwerken over het kanaal is een doorlopende verbinding van belang. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van stobben of faunabuizen op maaiveld. Het verbinden van de huidige leefgebieden van de doelsoort eekhoorn kan worden gerealiseerd door groene verbindingen aan te leggen en eekhoornpassages over drukke wegen te maken. Overige verbetermogelijkheden • Deelgebied Nijmegen- Nieuw-West is een belangrijk gebied voor huismus, gierzwaluw en steenmarter. Maatregelen voor het duurzaam behouden van deze soorten dragen daaraan bij (zie bijlage III en IV). • De bosjes in het stadsdeel ook op particuliere terreinen zoals de kloostertuinen zijn belangrijke natuurgebieden. Het is belangrijk de ecologische waarde van deze stadsbossen te verbeteren en te zorgen voor rustzones voor natuur (voorkomen verstoring door recreatie en honden).
• De poelen in Park West zijn belangrijke landschapselementen voor planten, amfibieën en insecten. Met goed beheer kan de ecologische waarde van deze wateren verbeteren. Voorkom dat de ecologische waarde van poelen worden verstoord door spelende kinderen en honden. • De vijvers in het Westerpark ecologisch beheren (gefaseerd maaien droge oever). • Bij de Waaloevers rondom het Engie en Vasim/Nyma-terrein is het belangrijk om op een natuurlijke wijze te beheren, zoals in vele uiterwaarden van de Waal reeds gebeurt. Stichting Ark wordt hiervoor om advies gevraagd.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
38
Figuur 4.4. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Nieuw-West.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
39
4.5
Nijmegen-Oost Tabel 4.5
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Oost.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Brede wespenorchis, maarts
Maarts viooltje: Parelsoort;
viooltje, schubvaren
Schubaren: Bijzondere soort; Brede wespenorchis: Basiskwaliteit
Vaatplanten Vliegend hert Kevers
Bijzondere- en (super)parelsoort
Amfibieën
Kamsalamander
Bijzondere- en parelsoort
Reptielen
Hazelworm, zandhagedis
Bijzondere- en parelsoort
Eekhoorn, wezel, boommarter
Eekhoorn: Basiskwaliteit; Wezel: Bijzondere soort
Grondgebonden
Boommarter: Bijzondere- en
zoogdieren
parelsoort
Vleermuizen
Vogels
Rosse vleermuis
Parelsoort
Zwarte specht, groene specht,
Basiskwaliteit; Zwarte specht:
buizerd, gierzwaluw, huismus
Parelsoort
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.5 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Oost aangegeven. Het is belangrijk om de verbindingen voor dieren langs de spoorzone te optimaliseren. Onderdoorgangen bij kunstwerken worden beoordeeld op functionaliteit. Dit kan door extra beschutting aan te brengen in de vorm van stobben of faunabuizen op maaiveld onder kunstwerken. Overige optimalisatiemaatregelen zijn: • De Sophiaweg moet veilig passeerbaar worden voor de bossoorten eekhoorn, das en ree. Dit kan door op de risicolocaties snelheidsbeperkende maatregelen te nemen. Er worden op de Sophiaweg en Koning Davidlaan regelmatig vliegende herten (kevers) doodgereden. Tijdelijke afsluiting van wegen kan helpen om slachtoffers onder deze zeldzame kever te voorkomen, maar is niet toepasbaar. • Onder de zuidelijke op-afrit Waalbrug heeft beschutting waarlangs dieren kunnen passeren meerwaarde. Voor de kleine marterachtigen is een passage over het Hollands-Duits gemaal wenselijk (Ooysedijk). • Op het fietspad aan de oostzijde van het spoor kunnen schermen en onderdoorgangen slachtoffers onder reptielen voorkomen worden. Op locaties waar onderdoorgangen zijn, sluit het leefgebied aan op de ingangen van de voorzieningen. Op locaties waar geen schermen zijn, is geen geschikt leefgebied om slachtoffers te voorkomen.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
40
Figuur 4.5. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Oost.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
41
Overige verbetermogelijkheden • De kleine bosgebieden op zandgronden hebben te lijden onder droogte. In het Limosbosje bijvoorbeeld takelen de monumentale beuken af. Het is belangrijk om hier op termijn een nieuw bomenbestand te planten met soorten bomen die beter tegen droogte kunnen en op termijn holten voor vleermuizen en vogels bieden. • Door verdroging van poelen en plassen kunnen we amfibieën kwijtraken, zoals de alpenwatersalamander. Dit speelt vooral op de hogere zandgronden. Daarom is het belangrijk om een poelenplan voor de stad op te stellen, eventueel in combinatie met waterberging (wadi’s). Doelsoorten zijn alle soorten amfibieën en libellen. Ook zijn poelen belangrijke drink- wasplaatsen voor vogels. • Gericht beheer in de bosgebieden en bosranden van deelgebied Nijmegen-Oost op het laten staan van oude boomstammen en stobben voor spechten en vliegend hert. • Verschillende laanbermen bijvoorbeeld aan de Sionsweg, Sophiaweg en Panovenlaan zijn uitstekende groeiplaatsen voor allerlei paddenstoelen. Door parkeren wordt de bodem verdicht en beschadigd. Het zou gunstig zijn maatregelen te nemen die parkeren in dergelijke bermen tegengaat.
Stadsbosjes voor de toekomst De gemeente heeft nog verschillende stadsbossen en bomenrijke parkjes en tuinen. We behouden deze stadsbosjes voor de toekomst. Daarvoor maken we een nieuw overkoepelend beheerplan Stadsbosjes. In dit beheerplan is uitgelegd hoe we zorgen voor een duurzaam bomenbestand waarin bomen oud kunnen worden (o.a. door breuksnoei) en een rijke flora en fauna in onze stadsbosjes. We richten ons op verjonging met soorten die goed tegen droge perioden kunnen. Nieuwe aanplant met inheemse soorten kan veilig oud worden en zorgt voor een rijke strooisellaag waar verschillende soorten planten, paddenstoelen en dieren van leven. We houden ons strooisel in het bos en verwerken takken en stammen in het bosje. We creëren zones zonder verstoring, door olifantenpaadjes dicht te leggen met takkenrillen en stammen. Honden moeten aan de lijn. Waar mensen mogen komen, zorgen we voor schone paden en meubilair. Paden houden we onverhard. Het is van meerwaarde als we zorgen dat de bossen donker blijven door geen verlichting in de bossen te plaatsen en straatlantaarns rondom het bos te voorzien van LED-armaturen die zo weinig mogelijk strooilicht veroorzaken en gedimd worden of uitgaan als er geen verkeer is.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
42
4.6
Nijmegen-Lindenholt Tabel 4.6
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Lindenholt.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Rietorchis
Basiskwaliteit
Oranjetipje, blauwe
Basiskwaliteit
Insecten
breedscheenjuffer
Amfibieën
Kleine watersalamander
Basiskwaliteit
Kleine modderkruiper, Vissen
bittervoorn
Bijzondere- en parelsoort
Eekhoorn, bever
Eekhoorn: Basiskwaliteit;
Grondgebonden
Bever: Bijzondere- en
zoogdieren
parelsoort
Vleermuizen
Rosse vleermuis
Parelsoort
Vogels
Roek, gierzwaluw, huismus
Basiskwaliteit
Optimaliseren verbindingen De groenblauwe dooradering van deelgebied Nijmegen-Lindenholt is voldoende. Er zijn enkele knelpunten bij wegen, spoorwegen en het Maas- Waalkanaal waar maatregelen nodig zijn om deze passeerbaar te maken voor grondgebonden dieren (Zie figuur 4.6). Belangrijke knelpunten en kansen zijn er bij bestaande en nieuw aan te leggen kunstwerken over het kanaal. Door een buis onder het wegdek te leggen of door aan de onderzijde een looprichel te maken, zijn ze passeerbaar voor fauna. Knelpunt is de kwaliteit van de blauwe dooradering. De kwaliteit van het water in de vijvers in Lindenholt laat te wensen over. Jaar op jaar is er sprake van blauwalg in een aantal vijvers. In overleg met waterschap Rivierenland probeert de gemeente Nijmegen om dit knelpunt op te lossen, waardoor de biodiversiteit en de visstand verbetert. De maatregelen die recent genomen zijn, zorgden al voor verbetering. Aan de noordkant van het deelgebied kan de verbinding tussen de ecologische verbindingszone Heumen Horssen en het Natura 2000 gebied langs de Waal worden versterkt. Het vergroten van de biodiversiteit op het bedrijventerrein Westkanaaldijk geeft deze maatregel meer impact. Hier kan o.a. een Tiny Forest worden aangelegd.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
43
Figuur 4.6. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Lindenholt.
Overige verbetermogelijkheden • Maatregelen voor waterdieren en waterkwaliteit (zie bijlage IV: natuurvriendelijke oever en schonen oppervlaktewater). • Maatregelen voor amfibieën: veel wateren zijn te grootschalig en door aanwezigheid vissen ongeschikt als voortplantingswater voor amfibieën. Een poelenplan voor een optimaal beheer van bestaande en nieuwe poelen is een hulpmiddel om de waarde van de poelen te vergroten. Hieraan wordt gewerkt door IVN Rijk van Nijmegen. • Nestgelegenheid aan de bruggen over het Maas- Waalkanaal voor huiszwaluw en verblijfsplaatsen voor vleermuizen. Evt. uitvoeren bij renovatie en onderhoud. • Kinderdorp Neerbosch is een groen gebied met soorten zoals steenuil, roek, das, steenmarter, eekhoorn, torenvalk. Er zijn kansen om het leefgebied te versterken en maatregelen te nemen om leefgebied voor deze en andere soorten te versterken. Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
44
•
4.7
Langs de A73 en Neerboscheweg ligt een langgerekte groenstrook met deels een recreatieve en deels een sportbestemming, Vanuit het Stadsdeel Lindenholt heeft de ‘Groengroep Lindenholt’ in overleg met het Bewoners Overleg Lindenholt een notitie opgesteld met ideeën om de biodiversiteit voor dit gebied te versterken door de aanleg van een hoogstam boomgaard, kleinschalige stadslandbouw, pluktuin en tiny forest. Elementen die refereren aan de voorheen agrarische functies in Lindenholt.
Nijmegen-Midden Tabel 4.7
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Midden.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Wilde averuit
Bijzondere- en (super)parelsoort
Bruin blauwtje, grote
Bruin blauwtje: Parelsoort
Insecten
keizerlibel
Grote keizer libel: Basiskwaliteit
Amfibieën
Alpenwatersalamander
Basiskwaliteit
Grondgebonden
Eekhoorn, egel, bunzing,
Basiskwaliteit; Bunzing en wezel:
zoogdieren
wezel
Bijzondere soort
Vleermuizen
Laatvlieger
Parelsoort
Ransuil, gierzwaluw,
Basiskwaliteit
Vogels
huismus
Ontwikkelvisie In deelgebied Nijmegen-Midden ligt het bedrijventerrein Winkelsteeg. In 2021 is daarvoor de Ontwikkelvisie Winkelsteeg vastgesteld, die een nadere invulling geeft voor de gewenste groenstructuur. Op de hoofdgroenstructuurkaart van dit deelgebied (figuur 4.7) is deze structuur op hoofdlijnen overgenomen. Zie tekstkader hieronder voor meer uitleg.
Ontwikkelvisie Winkelsteeg In 2021 is een Ontwikkelvisie Winkelsteeg opgesteld. Op het huidige bedrijventerrein komt een woon-werkgebied. In de toekomst zal Winkelsteeg een groendooraderd gebied zijn met het Goffertpark en Park Winkelsteeg als grote groengebieden. Zie onderstaande kaart met een ontwerp hoe deze ontwikkeling er uit zou kunnen zien. Een robuuste groenstructuur door het gebied zorgt voor behoud en versterking van de biodiversiteit, waterberging en infiltratie, verkoeling en recreatiemogelijkheden voor omwonenden. Er komt een multifunctionele groenstructuur die bijdraagt aan de omgevingskwaliteit van het gebied en de stad Nijmegen. De historische groenstructuren van Winkelsteeg met o.a. landgoed Winkelsteeg en het Jonkerbosch willen we behouden en verder versterken.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
45
In Winkelsteeg wordt ruimte gereserveerd voor een groene-blauwe structuur die op verschillende schalen verbindingen legt. Op de schaal van de stad is de connectie met het Goffertpark van belang. In de ambitie voor Kanaalzone- Zuid is omschreven dat het kanaal een groene ruggengraat vormt waaraan verschillende wijken gesitueerd zijn. Aan de westzijde in Dukenburg is deze zone verbonden met stadspark Staddijk via groene aders in de tussengelegen woonwijken. Aan de oostzijde wordt met het Goffertpark een verbinding gecreëerd door middel van de nieuwe groenstructuur in Winkelsteeg. De groenstructuur wordt een belangrijke drager voor het gebied – voor de identiteit en het gebruik – waarbinnen meerdere functies kunnen samenkomen, van looproutes en sport- en speelaanleidingen tot waterretentie. Er wordt nader onderzocht welke combinaties mogelijk zijn en wat dit vraagt van de maatvoering en specifieke invulling van de groenstructuur.
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.7 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Midden aangegeven. Het is zeer waardevol om de verbindingen te versterken tussen Goffertpark/Jonkerbos en Heumensoord en Winkelsteeg door de boomstructuur en beplanting op maaiveld beter op elkaar aan te laten sluiten en te verbreden. Op knelpunten met wegen zijn passages onder de weg door of via eekhoornbruggen (bijvoorbeeld over de Muntweg en het spoor ter hoogte van Slotemaker de Bruïneweg en over de Weg door Jonkerbos bij het ziekenhuis) belangrijk.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
46
Ook zijn passages over het kanaal voor kleine marterachtigen via bestaande kunstwerken en via de nieuw aan te leggen fiets- en wandelbrug (zie ook 4.1.8) van belang.
Figuur 4.7. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Midden.
Overige verbetermogelijkheden • Als er niets gedaan wordt aan verdrogen van poelen en plassen raken we amfibieën kwijt, zoals de alpenwatersalamander. Een poelenplan opstellen is behulpzaam, waarin een combi wordt gemaakt met waterberging (wadi’s). Doelsoorten zijn alle soorten amfibieën en libellen. Ook zijn poelen belangrijk als drink- en wasplaatsen voor vogels. • Leg poelen aan in de grotere natuurterreinen zoals Winkelsteeg, Goffert, Heumensoord en het universiteitsterrein. Belangrijk is om wegen in het poelennetwerk veilig passeerbaar te maken voor amfibieën en dieren te geleiden naar deze locaties.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
47
4.8
Nijmegen-Dukenburg Tabel 4.8
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Dukenburg.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Zwartblauwe rapunzel,
Zwartblauwe rapunzel:
bosanemoon, daslook, brede
Bijzondere- en
wespenorchis
(super)parelsoort; Daslook: Parelsoort Overig: Basiskwaliteit
Vaatplanten Sleedoornpage, gewone oeverlibel
Sleedoornpage: Parelsoort Gewone oeverlibel: Basiskwaliteit
Insecten Kamsalamander, kleine
Kamsalamander: Bijzondere-
watersalamander
en parelsoort; Kleine watersalamander: Basiskwaliteit
Amfibieën Vissen
Bittervoorn
Bijzondere- en parelsoort;
Grondgebonden
Das, eekhoorn, bever
Basiskwaliteit; Bever:
zoogdieren Vleermuizen
Vogels
Bijzondere- en parelsoort Laatvlieger, rosse vleermuis
Parelsoort
Appelvink, groene specht,
Basiskwaliteit; Appelvink:
huismus
Parelsoort
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.8 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Dukenburg aangegeven. We verbinden de stadsbosjes en parken zoals onderdelen van voormalig landgoed De Duckenburg, Uilenbosje, Geologenstrook, Staddijk voor eekhoorn en amfibieën. • Belangrijk zijn verbindingen over de A73 via bestaande infrastructuur en door een nieuwe natuurbrug/brede duiker aanleggen voor eekhoorn, boommarter, ree, kamsalamander. Deze maatregelen moeten opgepakt worden in overleg met de gemeenten Heumen en Beuningen en Rijkswaterstaat (aansluiten bij het project Infranatuur waar Rijkswaterstaat aan deelneemt). • Watergang in Dukenburg (Staddijk noord) langs oevers aan beide zijden verbinden onder viaducten wegen en spoor. Loopplanken maken over kruisende watergangen. • Verbinden van onderdelen van voormalig landgoed De Duckenburg. • Verbindingen realiseren voor grondgebonden zoogdieren over het MaasWaalkanaal. Bijvoorbeeld bij renovatie van bruggen of bij aanleg nieuwe bruggen.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
48
Figuur 4.8. Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Dukenburg.
Overige verbetermogelijkheden • Maaisel en zaden van huidige groeiplaatsen op andere plaatsen uitstrooien en het beheer aanpassen om de groeiplaatsen van soorten als zwartblauwe rapunzel, daslook, bosanemoon, maarts viooltje en gewone salomonszegel uit te breiden • Beheer en de inrichting bij bestaande wateren afstemmen op amfibieën. Tussen deze wateren maken van nieuwe stapstenen, zoals poelen, kruidenrijke graslanden en struweel, takkenrillen en bosjes voor amfibieën om huidige leefgebieden met elkaar te verbinden. • In zuidhoek tegen A73 zijn kansen voor ontwikkeling agrarische natuurwaarden bij Vogelenzang (Gelders Landschap). Het gaat om leefgebied van allerlei plant- en diersoorten die passen bij het agrarisch gebied (groen- blauwe dooradering).
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
49
•
Actualiseer het beheerplan m.b.t. paddenstoelen in Staddijk. Verschraling van de graslanden, extensief beheer van de bosrijke delen en tegengaan vermesting door hondenpoep zijn belangrijke beheermaatregelen.
Figuur 4.9.Groeiplaats van de zwartblauwe rapunzel in Nijmegen-Dukenburg.
4.9
Nijmegen-Zuid Tabel 4.9
Doelsoorten deelgebied Nijmegen-Zuid.
Soortgroep
Nederlandse naam
Doelsoort categorie
Vaatplanten
Schubvaren
Bijzondere soort
Insecten
Oranjetipje
Basiskwaliteit
Das, eekhoorn, wezel,
Basiskwaliteit; Wezel:
boommarter
Bijzondere soort
Grondgebonden
Boommarter: Bijzondere- en
zoogdieren
parelsoort
Vleermuizen
Vogels
Laatvlieger, rosse vleermuis
Parelsoort
Appelvink, zwarte specht,
Parelsoort; Huismus:
huismus
Basiskwaliteit
Optimaliseren verbindingen In figuur 4.10 zijn de bestaande- en te ontwikkelen/optimaliseren verbindingen in deelgebied Nijmegen-Zuid aangegeven. • Het is waardevol om de Scheidingsweg op twee locaties passeerbaar te maken voor steenmarter, eekhoorn, boommarter om de bosjes in het stedelijk gebied te verbinden met Heumensoord.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
50
•
•
Het Maas-Waalkanaal kan passeerbaar worden gemaakt voor dieren over de bestaande brug (Hatertseweg) en door de onderdoorgang van dit kunstwerk langs het kanaal te optimaliseren met stobben of een buis. Bij planontwikkeling van het bedrijventerrein Hatert-Winkelsteeg mogelijkheden voor versterking van de biodiversiteit meenemen in de uitgangspunten. In het ambitiedocument is dit samen met klimaatadaptatie maatregelen al benoemd.
Figuur 4.10 Hoofdgroenstructuur deelgebied Nijmegen-Zuid.
Overige verbetermogelijkheden • Beter inrichten en beheren van de graslanden en bossen van Driehuizen/Driehuizerbos voor hazelworm en zandhagedis (ook relevant voor aangrenzend gebied met reptielenbiotoop in stadsdeel oost). Zie bijlage III en IV voor maatregelen. • De graslanden en bosranden optimaal inrichten en beheren voor insecten. Het gaat om wilde bloem bezoekende insecten, sprinkhanen en mieren. Vogels en vleermuizen profiteren hiervan. Zie bijlage III en IV voor maatregelen.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
51
5 Uitvoeringsagenda 5.1
Inleiding In hoofdstuk 3 staat beschreven wat de ambities van de gemeente zijn voor de komende jaren, zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Deze bouwsteen Biodiversiteit zorgt voor de verdere onderbouwing en uitwerking van de ambities en doelstellingen, maar stelt nog niet de definitieve Hoofdgroenstructuur vast. Hiervoor is een verdiepingsslag nodig met name vanuit de ontwikkelopgave van de gemeente. Voorafgaand aan het opstellen van deze bouwsteen Biodiversiteit is het Bomenplan tot stand gekomen. Deze twee plannen zijn met elkaar verbonden. Beide hebben een ruimtelijke component (de hoofdstructuren) en beide zorgen voor het versterken van de groene leefomgeving. Bij de actualisatie van de Omgevingsvisie worden beide plannen meegenomen. Hoofdstuk 4 geeft voor de deelgebieden van Nijmegen een overzicht van bestaande en bijzondere natuurwaarden, doelsoorten voor de deelgebieden en potentiele verbetermogelijkheden. In bijlage III is voor de doelsoorten uitgelegd welke concrete maatregelen er mogelijk zijn en in bijlage IV staan die maatregelen uitgelegd. Dit alles biedt een uitgebreid handvat voor wat we kunnen doen om de biodiversiteit in Nijmegen te behouden en te verbeteren. De maatregelen moeten nog beoordeeld worden op haalbaarheid en (ruimtelijke en financiële) consequenties.
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente Nijmegen ervoor kan zorgen dat de maatregelen ter verbetering van de biodiversiteit worden uitgevoerd. De ambitie is groot. De gemeente staat voor een bouwopgave, die we willen combineren met opgaven als klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving. De uitdaging is om dus zowel de ontwikkelingen te laten plaatsvinden, als om de biodiversiteit te beschermen èn te vergroten binnen realistische financiële kaders naast onze andere beleidsdoelstellingen. We zullen per project (ontwikkelopgave) deze afweging moeten maken. De Hoofdgroenstructuurkaart en de deelgebiedskaarten geven de kwaliteiten van de Natuurparels en de tussenliggende groenblauwe structuren weer. Het is belangrijk dat de Hoofdgroenstructuurkaart wordt uitgewerkt en uiteindelijk wordt vastgelegd bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. Belangrijk voor het biodiversiteitsherstel is dat we al vroeg in het proces van stedelijke (her)inrichting aandacht moeten hebben voor de waarden van de biodiversiteit voor onze groene leefomgeving. Net als klimaatadaptatie en bescherming van cultuurhistorie/archeologie is biodiversiteitsbehoud en -herstel een aspect dat meegenomen moet worden in de grotere belangenafweging bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
52
Figuur 5.1
5.2
Zandblauwtje op de rand van een wadi in Hatert Nijmegen (bron: A. Vernhout NL Bloeit!).
Hoe kan de gemeente Nijmegen de biodiversiteit verbeteren? De biodiversiteit kan de gemeente Nijmegen verbeteren door bestaande groengebieden te behouden en te beschermen (Basiskwaliteit Natuur), door de kwaliteit van het leefgebied te verbeteren, door het oppervlak van het leefgebied te vergroten en door verbindingen te leggen. In het algemeen kunnen we de kwaliteit van leefgebieden verbeteren door te zorgen voor meer variatie in omstandigheden en in soorten, gebaseerd op de drie pijlers van het natuurlijke systeem (de bodem, het (grond)water en het groen). Hiervoor zijn zowel de gemeente als de andere eigenaren en alle bewoners en gebruikers van de groengebieden en de private tuinen aan zet. Voorlichting hierover is van essentieel belang!
5.2.1. Behouden en beschermen van het bestaande groen (Basiskwaliteit Natuur) •
•
Het bestaande groen in de openbare ruimte en de natuurterreinen zijn het leefgebied van plant- en diersoorten. Daarnaast is er privaat groen (tuinen etc.). Gezamenlijk vormt dit de Basiskwaliteit Natuur. Het bestaande groen in is op kaarten weergegeven (zie figuur 3.1) en vormt de basis van het biodiversiteitsbehoud. Op weg naar een Basiskwaliteit Natuur is het van belang dat de biodiversiteit in alle stadsdelen voldoet aan de door het Rijk gestelde basiskwaliteitsnormen. Dus ook buiten de Hoofdgroenstructuur moet verkend worden of er streefwaarden kunnen worden ontwikkeld en ingezet voor het bepalen van de kwaliteit van onze biodiversiteit aan de hand van een aantal soortgroepen. Daartoe wordt samengewerkt met organisaties op het vlak van natuuronderzoek en bescherming zoals de soortenorganisaties. Een eerste stap is om mee te draaien in de pilot van het rijksonderzoek op het gebied van Basiskwaliteit in het stedelijk gebied.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
53
•
•
•
•
•
•
•
•
Het is van belang om de waardevolle gebieden (Natuurparels) en de verbindingen daartussen (ecologische verbindingszones) na de verdiepingsslag op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. De begrenzing moet nog in detail worden uitgewerkt. Om de leefgebieden van soorten zoveel mogelijk te beschermen is het van belang om terughoudend te zijn met bebouwing binnen de Hoofdgroenstructuur. Veel van deze gebieden zijn ook cultuurhistorisch waardevol (landgoederen en kloostertuinen). Dit moet met het erfgoedbeleid bij de uitvoering worden afgestemd. De Hoofdgroenstructuur is een belangrijke structuur voor de gemeente. In die gebieden beschermen we het groen en water zoveel mogelijk. Per stedelijke ontwikkeling wegen we af of en zo ja hoe en waar in een project of daarbuiten, bij aantasting van het groen en water, deze gecompenseerd moet worden. De aanleg van de Hoofdgroenstructuur is ook een zelfstandige stedelijke ontwikkeling met name in de bestaande stad. Bij gebiedsvisies en ambitiedocumenten wordt het behouden van de biodiversiteit en de versterking van de Hoofdgroenstructuur meegegeven als belangrijke randvoorwaarde voor de integrale ruimtelijke afweging. Het is belangrijk dat het behoud en versterking van groen en water aan de voorkant van het proces wordt meegenomen zodat kansen in een vroegtijdig stadium kunnen worden uitgewerkt.
In overeenkomsten bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (privaatrechtelijke) randvoorwaarden worden opgenomen voor groen en biodiversiteit, onder andere door voorwaarden over natuurinclusief bouwen en/of compensatie van groen en onder de voorwaarde dat dit juridisch gezien mogelijk is. Bestuursrechtelijke vastlegging in bestemmingsplannen is een mogelijkheid als daarvoor ruimtelijke argumenten zijn. Beide vormen worden op dit moment als pilots toegepast en te zijner tijd geëvalueerd op voor- en nadelen. Borging van biodiversiteit vraagt om maatwerk per project en is afhankelijk van welke maatregel het meest effectief is op de locatie. Er moet op projectniveau gekeken worden naar hoe de oppervlakte aan groen/water zo groot mogelijk kan worden gemaakt, welke kwaliteit van het groen en welke doelsoorten het beste passen bij de omgeving en hoe wordt bijgedragen aan het in standhouden / maken van verbindingen of het slechten van barrières. In projecten wordt aandacht besteed aan het tijdig (laten) uitvoeren van onderzoek naar de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen en beheer en onderhoud op beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving. De gemeentelijke organisatie is onderdeel van een netwerk van andere organisaties die met groen, landschap en natuur bezig zijn. De gemeente kan hierin verschillende partijen en doelen met elkaar verbinden.
Bijvoorbeeld bij het benutten van kansen voor natuurontwikkeling in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone. De gemeente werkt mee aan de aanvraag van subsidies voor landschap, natuurontwikkeling, vergroening en verbetering van de biodiversiteit en communiceert over regelingen en kansen bij derden, zoals subsidie Vergroening van bedrijventerreinen en Groene Winkelcentra.
5.2.2. Vergroten van het leefgebied: meer groen en water •
Met omvorming van verharding naar groen valt veel oppervlakte-winst te behalen. Iedere tegel die je in de tuin vervangt door planten draagt bij aan de biodiversiteit. Dit is één van de kernboodschappen van Operatie Steenbreek. Ook op bedrijventerreinen,
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
54
•
•
schoolpleinen en in de openbare ruimte is nog veel verharding die vervangen kan worden door groen. Denk aan groene daken en groene gevels. Het is belangrijk om zowel vanuit de campagne Steenbreek als vanuit de gemeente deze boodschap uit te blijven zenden. Parkeren neemt veel ruimte in beslag. Ondergronds parkeren levert meer ruimte voor groen en natuur. De Radboud Universiteit en het UMC geven hiervoor al het goede voorbeeld bij hun transitie van de campus. We adviseren de gemeente Nijmegen om zich in te spannen om bij ontwikkelings- en inrichtingsprojecten en de vervangingsopgaves meer ruimte voor groen te realiseren. Bij ‘natuur inclusief ontwerpen/bouwen’ wordt biodiversiteit vanaf het begin van (her)ontwikkelingen en in groot onderhoud meegenomen. Op die manier zijn de groenmaatregelen veel gemakkelijker en goedkoper te realiseren dan achteraf. Bij groot onderhoud van wegen kan bijvoorbeeld meteen een ecoduiker aangelegd worden, zodat amfibieën en kleine zoogdieren veilig een weg kunnen oversteken. Bij de bouw van woningen kunnen standaard inbouwvoorzieningen aangebracht worden waar vogels en vleermuizen in kunnen nestelen of verblijven. Groene gevels, groene daken en gevarieerde groenstroken dragen bij aan biodiversiteit. Voor Nijmegen-Noord is dit vastgelegd in een Toolbox vanuit het soortenmanagementplan Nijmegen-Noord.
Voor sommige ontwikkellocaties zoals Waalfront is de Toolbox vertaald in het bestemmingsplan. Voor de rest van de stad moeten we dit nog ontwikkelen.
5.2.3. Verbeteren van de kwaliteit van het leefgebied •
•
•
• •
Het beheer van de openbare ruimte, de bermen, watergangen en poelen kan nog meer worden geoptimaliseerd en afgestemd op de gewenste doelsoorten. Het is belangrijk om de periode waarin planten tot zaadzetting komen te respecteren niet of zo weinig mogelijk in deze periode te maaien. Deze periode is van essentieel belang voor de voortplanting en daardoor het voortbestaan van de insectenfauna. Wel moeten de randen van bermen langs wegen, fietspaden en trottoirs regulier worden gemaaid. Ook is het van belang om rekening te houden met de locaties waarvan we weten dat er gespeeld, gesport en gerecreëerd wordt. De basis hiervoor zijn beheernota’s (Nota maaibeheer, Nota Beplantingenbeheer en Nota poelenbeheer) en beheerplannen. De bedoeling is dat daarbij meer ingezet wordt op een streefbeeld passend bij een specifiek biotoop en het gebruik van de openbare ruimte. Bij de inrichting van groene sociale knooppunten waar jong en oud welkom zijn om te spelen, bewegen en ontmoeten, kunnen kansen worden benut om de ruimte zo in te richten dat er ook plaats is voor biodiversiteit, avontuur en ontdekking. Vaak kunnen we maatregelen voor verschillende doelen combineren, bijvoorbeeld de maatregelen die nodig zijn om ons aan te passen aan de klimaatverandering. Groen is een middel om hitte, droogte en wateroverlast tegen te gaan.
Er zijn nu bijvoorbeeld al natuurvriendelijke oevers en wadi’s aangelegd om te zorgen voor meer waterberging. Hierdoor wordt tegelijk ook het leefgebied voor veel planten en dieren vergroot. De gemeente werkt actief aan verduurzaming van sportparken. Hiervoor worden biodiversiteitsplannen opgesteld (bijvoorbeeld voor Sportpark Oscar Carréstraat). De gemeente wil de openbare ruimte inrichten met een zo groot mogelijke variatie aan inheemse beplantingssoorten en type beplantingslagen (boom-heester- en kruidlaag).
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
55
•
• • •
Maar dit kan niet altijd. Als er betere opties zijn die niet inheems zijn en meer kans van slagen hebben of beter passen bij de doelstelling van de aanplant, dan is niet-inheems het alternatief. Met name speelt dit bij de aanplant van bomen in het stedelijk gebied, waar resistentie tegen droogte en hitte vraagt om een andere boomkeuze. In de grotere groengebieden is een verbetering van de kwaliteit mogelijk door aanleg van kleinere landschapselementen. Bijvoorbeeld met kruidenrijk gras, bloemrijke randen of zachtere overgangen tussen beplanting en grazige vegetatie. Met de Nota beplantingen geven we hier een kader voor. In de stad vindt op allerlei plekken kleinschalige stadslandbouw plaats (moestuinen, pluktuinen, voedselbossen), waar biodiversiteit ook door versterkt wordt. Werken aan de verbetering van de waterkwaliteit en aan waterberging gecombineerd met natuurontwikkeling is een gezamenlijke opgave van waterschap en gemeente. Werken aan bodemverbetering in onze groengebieden en vooral bij onze (oude) bomen heeft zowel een positieve invloed op het groen zelf als op onze kwetsbaarheid voor regenwateroverlast. Door meer organisch materiaal in de bodem te brengen wordt meer water vastgehouden en wordt het bodemleven weer rijker.
Beheer en inrichting van deze tijd Goed beheer is de sleutel voor het creëren en behouden van natuurwaarde. We adviseren de gemeente om de komende jaren sterk in te zetten op ecologisch beheer van het groen en om daarin particuliere eigenaren mee te nemen. Soortenorganisaties informeren burgers over een natuurvriendelijk tuinbeheer. Zo zorgen we samen voor een basis voor biodiversiteit. We adviseren de gemeente om het beheer van Natuurparels en belangrijke natuurterreinen af te stemmen op de soorten die daar voorkomen of die we daar willen faciliteren. Betrek ecologische kennis bij het opstellen en actualiseren van inrichtings- en beheerplannen. Ga zelf meer monitoren en betrek bewoners hierbij door het opzetten van Citizen Science projecten. We adviseren de gemeente om uitvoerders van het beheer op te leiden om ecologisch/natuur inclusief te werken. Onder andere door te werken volgens de methode Kleurkeur (bij het maaien rekening houden met de aanwezige bloemenvegetatie). Het is belangrijk om minder te maaien en ook vegetatie te laten staan in de winter. Maai alleen als en waar dat nodig is zonder insporing en schade te veroorzaken. Loop de onderhoudsbestekken hierop na. De gemeente kan groengebieden met lage natuurwaarden zoals gazon interessanter maken voor flora en fauna door beheer en inrichting aan de randen te extensiveren en waardplanten aan te brengen.
Waar ruimte is adviseren we om braakliggende terreinen met rust (tijdelijke natuur) te laten. Op terreinen die tijdelijk nog geen functie hebben kunnen mooie natuurwaarden ontstaan voor mobiele soorten Het beheer en onderhoud aan de poelen en vijvers wordt op een ecologische wijze uitgevoerd. Daarbij wordt uitgegaan van verschillende deelbiotopen die met elkaar samenhangen en de habitat vormen voor amfibieën en andere soorten planten, dieren en insecten.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
56
We bevelen aan om afvallend blad zoveel mogelijk terug te brengen in de groenstroken en de bodem waar mogelijk met rust te laten en onnodige verdichting van de bodem te voorkomen. Snoei bomen en struiken alleen als dat vanwege de veiligheid nodig is. En richt groenstroken zo in dat schoffelen niet meer nodig is. Daarnaast blijven er cultuurlijk beheerde groenperken aanwezig. We adviseren de gemeente om met het waterschap af te stemmen wat zij kunnen doen op hun waterkeringen en in hun watergangen om samen de biodiversiteit te versterken. Bijvoorbeeld om in de winter geen bodembeheer uit te voeren in watersystemen bij duikers en andere locaties waar vissen overwinteren. En om samen de kansen en overlast die bevers geven op te pakken. Op alle plekken waar de eikenprocessierups een risico is, kan ecologisch maaibeheer worden toegepast om natuurlijke vijanden te stimuleren. Omwonenden kunnen goede vogelkasten aangeboden worden. Invasieve exoten moeten worden bestreden, met name de planten zoals Japanse duizendknoop, reuzenbereklauw, reuzenbalsemien en ambrosia. Hiermee zorgen we ervoor dat deze soorten niet de inheemse planten verdringen en bevorderen we ook de gezondheid van mensen (minder allergie problemen).
5.2.4. Verbinden van leefgebieden •
•
•
•
•
Verbinden van leefgebieden gebeurt door op alle schaalniveaus zoveel mogelijk groen en water toe te passen. Dat zorgt voor een aaneengesloten netwerk, van groene gevels tot grote groengebieden en van agrarische percelen tot aan natuurgebieden. Aaneengesloten groen- en waterstructuren zijn belangrijk voor verbindingen tussen grotere leefgebieden. Bermen, bomenrijen, watergangen, natuurvriendelijke oevers en wadi’s vormen die structuren, die het groen en water in de stad en het buitengebied met elkaar verbinden. Het hoeft daarbij niet voor alle soorten een aaneengesloten verbinding te zijn. Soms volstaat het om te werken met stapstenen tussen de Natuurparels en andere waardevolle gebieden. Samen met het IVN wil de gemeente een netwerk creëren van onderling verbonden landschapselementen, zoals amfibiepoelen. Poelen dragen bij aan de uitwisseling van planten en dieren en vergroten daarmee de stabiliteit van populaties. In woningbouwprojecten moeten de gemeente zorgen voor een groenblauwe structuur die door de hele wijk heen loopt, vanaf de gevel tot aan verbindingen met andere groen- en watergebieden en het buitengebied. Met de Toolbox natuur inclusief bouwen en de vastlegging van de Hoofdgroenstructuur dragen we hiervoor instrumenten aan. Op de Hoofdgroenstructuurkaart in hoofdstuk 3 is een aantal barrières in Nijmegen aangegeven.
Voor een goede dooradering moeten we die barrières samen met de weg- en waterbeheerders gaan wegnemen. Door het opstellen van een plan voor de aanleg en voor het beheer van faunapassages zetten we de eerste stap.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
57
5.2.5. Bewustwording vergroten Het is van groot belang om te communiceren over het versterken van de biodiversiteit.. • De hoofdgroenstructuurkaarten zijn een goed hulpmiddel in de communicatie met derden. Hieruit valt af te lezen wat de belangrijkste groengebieden zijn. • Een publieksvriendelijke website met documenten zoals de Biodiversiteitsagenda en het Bomenplan geeft ieder inzicht in wat er is en waarmee we werken. De Bastei kan hierin mogelijk een rol oppakken. • De gemeente kan natuurmaatregelen voor bewoners en bedrijven aanbieden, zoals nestkasten voor vogels en vleermuizen. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. Via bijvoorbeeld de Toolbox natuur inclusief bouwen geven we richting aan dit beleid. • De Bastei en IVN zien kansen om bij de scholenexcursies meer in te zetten op welke soorten er op welke plek voorkomen. Er worden in dit plan veel locaties genoemd waar IVN hun schoolgroepen ontvangen, maar ze kunnen nu nog te weinig informatie geven over de soorten die in dat betreffende gebied voorkomen, het waarom en hoe belangrijk dit is. Dan heb je het echt over je eigen leefomgeving leren kennen. • De Bastei neemt in haar NME-activiteiten biodiversiteit ook mee. Er komt een nieuwe les met de watertafel (waarbij hitte, natte voeten en biodiversiteit centraal staan).
• Ook de kinderboerderijen en de stadslandbouwproducenten kunnen een rol vervullen in educatie over natuur en milieu met algemene informatiepanelen en uitleg over hun maatregelen om de biodiversiteit op hun terreinen te verbeteren (gezondere bodems in hun weides en daardoor meer voedsel en dierlijk leven). • Een groot deel van de oppervlakte in de stad is particulier terrein. Door meer variatie in beplanting aan gebouwen, in tuinen en op bedrijventerreinen te realiseren wordt ook de kwaliteit van het leefgebied in de stad verbeterd. Door voorlichting te geven aan bewoners, woningcorporaties en bedrijven en hen te betrekken bij het groenbeheer kunnen zij ook begrijpen wat het streefbeeld voor groen en water is en dat het zinvol is dat zij meehelpen. De campagne Operatie Steenbreek (De Bastei) en het Waterservicepunt helpen ons daarbij. • We adviseren de gemeente om woningbouwcorporaties, bedrijven en burgers te informeren over de functie van gebouwen als verblijf- en nestplaats voor beschermde vleermuizen en vogels. En partijen te adviseren, die met na-isolatie projecten aan de slag willen, over mogelijkheden om rekening te houden met deze dieren en hoe de dieren toch een plaats kan worden geboden en energiebesparende maatregelen kunnen worden uitgevoerd.
• De stadsecoloog zal voorlichting geven in krantjes en op social media aan burgers en bedrijven om proactief rekening te houden met natuurwaarden in de tuin en om het huis. Bijvoorbeeld: niet kappen en snoeien in het broedseizoen en zorgen dat honden aan de lijn buiten lopen en dat katten in het broedseizoen binnen blijven.
5.3
Wie gaat het doen? In Nijmegen, het Rijk van Nijmegen, het land van Maas en Waal en Gelderland zijn vele bewoners en organisaties bezig met de biodiversiteit. Iedereen met zijn eigen kennis en specialiteit en van groot tot klein. Door de krachten te bundelen ontstaan er nieuwe
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
58
mogelijkheden. Een voorbeeld is samenwerking bij de natuurontwikkeling in de Landschapszone in Nijmegen-Noord bij de ontwikkeling van de Dorpensingel. Organisaties zoals de Provincie, het waterschap, buurgemeenten, Natuurplaza, Landschapsbeheer Gelderland, de gemeente, Agrarische Natuurverenigingen, scholen, De Bastei (NME), CLM etc. en natuurlijk grondeigenaren in het buitengebied en (actieve) inwoners kunnen een rol spelen bij deze integrale ontwikkelingen. Wat adviseren we de gemeente te gaan doen? • Biodiversiteit als basis meenemen in het beheer en inrichting en nog meer optimaliseren. Voorbeelden hiervan zijn Kleurkeur en ecologisch maaibeheer (zie kader ‘Beheer en inrichting van deze tijd’). Door verschillende pilotprojecten te starten, te monitoren wat het oplevert aan biodiversiteitswinst en hierover te communiceren. • Natuur inclusief te werken door ecologen mee te laten denken bij (her)inrichting en te monitoren wat het oplevert. Sinds eind 2020 is een stadsecoloog aanspreekpunt voor Biodiversiteitsvragen. • Bewoners, ondernemers, organisaties en terreinbeheerders te informeren over wat de gemeente doet en wat zij zelf kunnen doen om de biodiversiteit te verbeteren. • Bewoners, ondernemers en terreinbeheerders te stimuleren om zelf aan de slag te gaan om biodiversiteit te stimuleren en resultaten te monitoren.
• Een Toolbox natuurinclusief bouwen voor de hele stad op te leveren met kaders voor nieuwbouw. • Deze Toolbox als verplichting mee te geven bij nieuwe (her)ontwikkelingen. Denk aan bestemmingsplannen, omgevingsplan, anterieure overeenkomsten. Wat kunnen inwoners van Nijmegen doen? • Maatregelen nemen aan eigen huis, tuin en erf. Zie bijlage IV voor maatregelen ter inspiratie. • Meedenken met gemeente om kansen en knelpunten te signaleren. • Op specifieke locaties een selectie van ambassadeurssoorten kiezen en voor deze soorten maatregelen realiseren en jaarlijks de aanwezigheid van deze planten en/of dieren volgen (kleine watersalamander, gierzwaluw, wilde averuit of schubvaren). • Invloed uitoefenen op medebewoners, gemeente, provincie, grondeigenaren/gebruikers/-beheerders. Wat kunnen organisaties aanvullend op hun huidige inzet doen? • Grondeigenaren/-gebruikers/-beheerders, zoals Prorail of Waterschap kunnen ecologisch beheren en aanvullende maatregelen nemen op hun percelen. • Provincie kan subsidies en handreikingen beschikbaar stellen voor de inrichting en het ecologisch beheer van natuur. • Waterschap Rivierenland kan kennis delen en samen optrekken bij behoud en herstel van de biodiversiteit in aangrenzende systemen (water en oever). • Partijen Natuurplaza leveren input van kennis en coördineren Citizen Science.
• Agrarische Natuurverenigingen zoals de Ploegdriever of Coöperatie Oregional kunnen meedenken met biodiversiteitsherstelprojecten op agrarische gronden. • IVN en De Bastei geven voorlichting over natuur/biodiversiteit en campagnes zoals Operatie Steenbreek. Ook komt er een tentoonstelling over stadslandbouw.
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
59
Biodiversiteit op de campus! Radboud heeft in het voorjaar van 2021 een Tiny Forest aangelegd op een kruidenrijk stukje gazon. Het doel is om het meest biodiverse stukje campus te creëren. Studenten van AGREEn monitoren de ontwikkelingen van soorten en nemen bodemmonsters. Er wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan communicatie. Ze willen mensen informeren dat een bosje met bladeren en takken niet onopgeruimd is maar een waardevolle plek voor flora en fauna en dat we niet zonder natuur kunnen op onze aarde. Radboud Universiteit en Radboud UMC hebben samen een klankbordgroep biodiversiteit opgericht, die meedenkt bij onderwerpen over verhoging van de biodiversiteit op de campus. Inmiddels is door Bureau Stroming een Biodiversiteitsplan opgesteld voor de hele Radboud campus. Dit plan krijgt geen eigen status, maar zal worden opgenomen in het Campusplan. Hieronder staat de visiekaart.
Figuur 5.1
Toekomstschets Structuurvisie Biodiversiteit op de Radboud campus (bron: Biodiversiteitsvisie Radboudcampus finaal concept-EOS, oktober 2022).
Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen
60
5.4
Uitvoeringsagenda
5.4.1
Hoofdthema’s uitvoeringsagenda In een uitvoeringsagenda voor groen en biodiversiteit kunnen concrete maatregelen en financiering worden opgenomen, maar ook (bestuurlijke) acties om samenwerking met partners te verkennen. Hierbij kunnen combinaties worden gemaakt met andere opgaven zoals klimaatadaptatie of verbetering van de leefbaarheid in een wijk. In Bijlage 6 staan allerlei ideeën en maatregelen die bijdragen aan behoud en herstel van biodiversiteit zo concreet mogelijk benoemd. Dat betekent niet dat alle genoemde maatregelen uitgevoerd (kunnen) worden. Ze zijn bedoeld ter inspiratie voor de uitvoeringsagenda, die apart wordt opgesteld. We adviseren om per jaar een concreet overzicht te maken van de groenblauwe projecten die uitgevoerd gaan worden. En om in de uitvoeringsagenda realistische maatregelen op te nemen en aan te sluiten bij al bestaande initiatieven of maatregelen die snel, makkelijk of met weinig financiële middelen te realiseren zijn. Aan de uitvoeringsagenda hangt ook een budget ter uitvoering ervan. Als maatregelen binnen ontwikkelgebieden liggen, wordt de haalbaarheid en (ruimtelijke en financiële) consequenties binnen de doelstellingen van de ontwikkelopgave afgewogen.
5.4.2
Aansluiten bij andere opgaven De komende jaren werkt Nijmegen aan een aantal opgaven waarop kan worden aangesloten met verbetering van de biodiversiteit. • Bij de update van de Omgevingsvisie voor Nijmegen wordt dit Biodiversiteitsplan opgenomen met Hoofdgroenstructuur, de ontwikkelingsrichting voor het verbeteren van de biodiversiteit en de bescherming van bijzondere natuurwaarden. De transitie van de landbouw biedt kansen voor verbetering van de biodiversiteit in het buitengebied. Ook dat wordt verder in de Omgevingsvisie meegenomen. • Het Bomenplan Nijmegen streeft naar een divers bomenbestand, waarbij biodiversiteit een belangrijk aspect is, evenals het tegengaan van ziekten en plagen. • Voor Nijmegen is in het klimaatadaptatieplan te lezen waar onder andere wateroverlast en hitte optreedt. Groen is een van de middelen die we in zetten als oplossingsrichting. Bij de mogelijke maatregelen wordt ook verbetering van de biodiversiteit meegenomen. • Met ondernemers en inwoners wordt samengewerkt aan vergroening van de binnenstad. Doel is meer sfeer, opvang van water, tegengaan van hitte, verbeteren van biodiversiteit en verbeteren van de waterkwaliteit. Hierbij is het zoeken naar een balans tussen deze doelen en de cultuur-historische en economische waarden. • Stadsdeel Nijmegen Noord is nog in ontwikkeling.