CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Biodiversiteitsplan Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D29 d.d. 13 december 2022 inzake Biodiversiteitsplan Nijmegen17.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen Aanbevelingen voor behoud en verbetering van de biodiversiteit 2022-2030

A.A. van Helsdingen G. Hoefsloot T. van den Oetelaar J.D. Buizer

Eindrapport Gewijzigd Gemeente Nijmegen oktober 2022

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen Beleidsuitgangspunten voor behoud en verbetering van de biodiversiteit 2021-2030 A.A. van Helsdingen G. Hoefsloot T. van den Oetelaar J.D. Buizer Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

20-326

Projectnummer:

20-0876

Datum uitgave:

22 december 2021, gewijzigd gemeente Nijmegen oktober 2022

Foto's omslag:

Bureau Waardenburg bv

Projectleider:

ir. A.A. van Helsdingen

Tweede lezer:

J.D. Buizer

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente Nijmegen RO10 Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Referentie opdrachtgever:

Opdrachtbrief met kenmerk E20.00s308

Akkoord voor uitgave:

Drs. D. Emond

Paraaf: Graag citeren als: A.A. van Helsdingen, G. Hoefsloot, T. van den Oetelaar & J.D. Buizer. 2021. Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen. Beleidsuitgangspunten voor behoud en verbetering van de biodiversiteit 2021-2030. Bureau Waardenburg Rapportnr. 20-326. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Biodiversiteit, gemeente Nijmegen, klimaat, Hoofdgroenstructuur, bomen, natuur, groenbeheer. Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

2

Voorwoord Aan deze bouwsteen voor het Biodiversiteitsplan is vanuit Bureau Waardenburg met veel plezier gewerkt door: Gerlof Hoefsloot (rapportage) Arda van Helsdingen (projectleider en rapportage) Tom van den Oetelaar (data-analyse, kaart- en figuurvervaardiging) Jan Dirk Buizer (inspiratie maatregelen voor biodiversiteit)

Vanuit de gemeente zijn we begeleid door een projectgroep bestaande uit: Ton Verhoeven (beleidsmedewerker groen en klimaatadaptatie) Tanja Martens (senior-adviseur openbare ruimte) Ingeborg Swart (stadsecoloog) Bas de Beijer (kwaliteitsbeheerder groen) Hartelijk bedankt voor jullie positieve feedback en samenwerking. Daarnaast is er gewerkt met een brede werkgroep van de gemeente (interdisciplinair) en een klankbordgroep, bestaande uit inwoners en betrokken partijen uit Nijmegen grotendeels afkomstig uit de Expertgroep Groene Vitale Stad. Zij hebben input geleverd op diverse bijeenkomsten en conceptrapportages van commentaar voorzien. Bedankt voor deze input en enthousiasme! Het definitieve rapport van Bureau Waardenburg is door de gemeente Nijmegen in 2022 geredigeerd, zodat het beter aansluit bij de gemeentelijke werkprocessen, de ruimtelijke ontwikkelopgave en de juridische verantwoordelijkheden van de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland. Ook is de titel veranderd van Biodiversiteitsplan Gemeente Nijmegen in de huidige titel. Dit rapport zal net als het Natuurparelrapport dienen als bouwsteen voor de Biodiversiteitsagenda en de actualisatie van de Omgevingsvisie.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

3

Inhoud

1

2

3

4

5

Voorwoord

3

Samenvatting

5

Inleiding

7

1.1

Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk?

8

1.2

Samen werken aan biodiversiteit

9

1.3

Groene leefomgeving

9

1.4

Basiskwaliteit Natuur en Hoofdgroenstructuur

10

1.5

Ontwikkelopgave

10

Natuurwaarden situatie 2021

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Natuur in Nijmegen

11

2.3

Natuurparelkaart

15

2.4

Doelsoorten

17

2.5

Natuurwaarden per deelgebied

20

Ambitie

28

3.1

Beleidsuitgangspunten

28

3.2

Omgevingsvisie

28

3.3

Hoofdgroenstructuur

29

3.4

Deelgebieden

29

Mogelijke maatregelen per deelgebied

31

4.1

Nijmegen-Noord

32

4.2

Nijmegen-Centrum

35

4.3

Nijmegen-Oud-West

36

4.4

Nijmegen-Nieuw-West

38

4.5

Nijmegen-Oost

40

4.6

Nijmegen-Lindenholt

43

4.7

Nijmegen-Midden

45

4.8

Nijmegen-Dukenburg

48

4.9

Nijmegen-Zuid

50

Uitvoeringsagenda

52

5.1

Inleiding

52

5.2

Hoe kan de gemeente Nijmegen de biodiversiteit verbeteren?

53

5.3

Wie gaat het doen?

59

5.4

Uitvoeringsagenda

62

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

4

Literatuur Bijlage I

Natuurwaardenkaart en Hoofdgroenstructuurkaart

Bijlage II Natuurpareks in de gemeente Nijmegen Bijlage III Maatregelen voor doelsoorten en andere flora en fauna Bijlage VI Maatregelen voor biodiversiteit Bijlage V Groene wet- en regelgeving

Leeswijzer Hoofdstuk 1 is een korte inleiding over wat biodiversiteit inhoudt. In hoofdstuk 2 staat wat de huidige natuurwaarden zijn, in hoofdstuk 3 wat de ambitie is en hoofdstuk 4 beschrijft ideeën en kansen per deelgebied. De haalbaarheid van deze ideeën en kansen moet nog worden beoordeeld. Dit zal plaatsvinden via de uitvoeringsagenda of binnen onze ontwikkelopgaven (zie paragraaf 1.5). In hoofdstuk 5 wordt een aanzet gegeven tot een eerste uitvoeringsagenda. In de bijlagen zijn de grote kaarten te vinden, het Natuurparelrapport en verdere uitwerkingen van maatregelen en de kaders voor natuur, zoals natuurwetgeving.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

5

Samenvatting Deze bouwsteen voor de Biodiversiteitsagenda is opgesteld in het kader van de uitwerking van de omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in Beweging. Het is de bedoeling om de Omgevingsvisie in 2024 te actualiseren. Nog te ontwikkelen kaders over biodiversiteit zullen dan opgenomen worden in onze nieuwe ruimtelijke visie op de stad. Deze bouwsteen dient als basis voor de nog op te stellen Biodiversiteitsagenda, die het kader gaat bieden om in de komende jaren gestructureerd te werken aan behoud en versterking van de biodiversiteit. Enerzijds door bestaande groen- en natuurgebieden zoveel mogelijk te beschermen en anderzijds door meer te monitoren en maatregelen te nemen die zorgen voor toename van de biodiversiteit. De Biodiversiteitsagenda geeft ook aan waar de gemeente Nijmegen naartoe wil met partners, zoals buurgemeenten, waterschap, provincie, woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars, de Radboudcampus, natuurorganisaties en natuurlijk de bewoners van Nijmegen. Behoud en herstel van biodiversiteit kunnen we alleen samen bereiken! Ter bescherming en versterking van de biodiversiteit wil de gemeente Nijmegen bij de actualisatie van de Omgevingsvisie een Hoofdgroenstructuur vaststellen. Deze is gebaseerd op de aanwezige doelsoorten in de belangrijke groengebieden in de stad (Natuurparels) en de ecologische verbindingen daartussen.

De Hoofdgroenstructuur levert een bijdrage aan een gezonde en veilige omgeving voor mens en dier en versterkt de biodiversiteit en identiteit van Nijmegen. In deze bouwsteen is een globale Hoofdgroenstructuur getekend. De uiteindelijke Hoofdgroenstructuur wordt opgenomen in de gemeentelijke Biodiversiteitsagenda en dient als input voor de actualisatie van de Omgevingsvisie en heeft dan nog geen juridische status. Die juridische verankering zal plaatsvinden in het omgevingsplan. Bij alle ontwikkelingen in de stad wordt met de Hoofdgroenstructuur rekening gehouden in de integrale afweging. We wegen hierbij ook belangen mee van onze ontwikkel- en verdichtingsopgave (wonen, werken, voorzieningen en infrastructuur). Naast de Hoofdgroenstructuur is een groter groenblauw netwerk aanwezig, dat samen met de groene private ruimte (tuinen, balkons, dakterrassen en groendaken) de Basiskwaliteit Natuur in de stad vormt. Hier liggen kansen om door inrichting en beheer het leefgebied voor doelsoorten verder te verbeteren en de biodiversiteit te verhogen. Daarnaast is biodiversiteitsherstel mogelijk op locaties waar nu nog geen natuurwaarden aanwezig zijn, bijvoorbeeld door het vergroenen van bedrijventerreinen. Door elk jaar een uitvoeringsagenda met vervolgacties te maken, kan de biodiversiteit steeds verder worden ontwikkeld en versterkt. Daarbij hoort ook een financieel plaatje.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

6

1 Inleiding In de gemeente Nijmegen vind je veel verschillende landschappen. Rivieren met uiterwaarden, de stuwwal met droogdalen, bossen en polders. Nijmegen is een compacte stad met weinig buitengebied. Het buitengebied rond Nijmegen ligt grotendeels op grondgebied van onze buurgemeenten. Een deel van de bossen is wel Nijmeegs eigendom (Heumensoord en Westermeerwijk). Het Nijmeegse stedelijk gebied heeft lokaal een hoge soortenrijkdom. Tuinen en parken vormen een belangrijk onderdeel van de stedelijke natuur. Er wonen bijna 180.000 mensen in de gemeente en Nijmegen is daarmee de grootste stad van de provincie Gelderland. De bevolkingsdichtheid zal de komende jaren verder toenemen wat het belang van een goede groene leefomgeving verhoogt. Door de invloed van de mens op het landschap en het klimaat zijn veel soorten planten en dieren verdwenen. Ook in het Rijk van Nijmegen is het aantal soorten de afgelopen jaren afgenomen en zijn soorten, die vroeger algemeen voorkwamen, nagenoeg verdwenen. Het is belangrijk om de algehele afname van soortenrijkdom in en rond Nijmegen te stoppen en te zorgen dat deze in de stad toeneemt. Voorliggend rapport geeft aanbevelingen hoe die Basiskwaliteit Natuur bereikt kan worden. We willen allemaal zo gezond en aangenaam mogelijk leven in een groene stad en we willen tevens de biodiversiteit herstellen.

Voor een deel is de gemeente daarvoor aan zet. De gemeente Nijmegen heeft de “Omgevingsvisie 2020-2040 Nijmegen Stad in beweging” vastgesteld. Daarin zijn de ambities van de vier ruimtelijke hoofdopgaven verder uitgewerkt in acht richtinggevende keuzes, zoals het thema Groene Gezonde stad. Het doel van dit thema is: We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Dat doen we op allerlei manieren, waaronder het creëren van een gezonde leefomgeving. Een gezonde leefomgeving is een integraal thema waarin het gaat om onder andere luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Die gezonde leefomgeving noemen we in ruimtelijke zin onze Basiskwaliteit Natuur en omvat al het groen en water in de stad. De Hoofdgroenstructuur bestaat alleen uit de belangrijke groengebieden met natuurwaarden in de stad, ook wel de Natuurparels genoemd, en de bestaande en nog te ontwikkelen ecologische verbindingen daartussen. Op basis van de Natuurparelkaart (gemaakt door de natuurorganisaties van Natuurplaza) is een globale Hoofdgroenstructuurkaart1 in de Omgevingsvisie opgenomen. In deze bouwsteen zijn aan die globale Hoofdgroenstructuur doelsoorten toegevoegd.

Voor de Biodiversiteitsagenda werken we deze globale structuur verder uit in de aanloop naar het vaststellen van een definitieve Hoofdgroenstructuur bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. De Biodiversiteitsagenda zal handvatten en GIS-kaartmateriaal aanreiken om bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging te kunnen maken tussen de diverse belangen waaronder een gezonde en groene leefomgeving.

In de omgevingsvisie heet de Hoofdgroenstructuur nog de Stedelijke groenstructuur. Ten behoeve van een eenduidigheid van termen spreken we vanaf nu van de Hoofdgroenstructuur. 1

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

7

1.1

Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk? Biodiversiteit is de variatie aan in het wild levende organismen op de wereld. In dit Biodiversiteitsplan noemen we biodiversiteit ook wel de soortenrijkdom. Niet alle soorten zijn voor de mens direct zichtbaar. Ook bacteriën, schimmels en allerlei ongewervelde dieren in de bodem dragen bij aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier. In Nederland en Europa is de soortenrijkdom de afgelopen jaren sterk afgenomen. In 2010 was in Nederland nog maar 15% over van de oorspronkelijke biodiversiteit (PBL, 2014). Een afname aan soortenrijkdom betekent dat soorten verdwijnen en/of genetisch verarmen. Als soorten verdwijnen en populaties kwetsbaarder worden heeft dat een effect op de leefomgeving. Dat kan nadelige effecten hebben op onze samenleving. We hebben insecten bijvoorbeeld nodig voor bestuiving en bescherming van onze gewassen. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van allerlei soorten voor een gezonde en fijne leefomgeving waarbij soorten elkaar in balans houden. Dit zorgt voor minder heftige overlast van plagen, zoals de eikenprocessierups. Als mens zijn we onderdeel van het ecosysteem en de kwaliteit daarvan is essentieel voor onze samenleving.

Figuur 1.1

Kamsalamander (foto uit Brochure Habitatbeheer voor Brabantse amfibieën, stichting RAVON 2012).

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

8

In Nijmegen zijn soorten waar het niet goed mee gaat. Een voorbeeld is de kamsalamander. Deze soort was nog niet zo lang geleden algemeen in het buitengebied van Nijmegen, maar is nu zeldzaam geworden. Van andere soorten zijn binnen de gemeentegrenzen nog kleine kwetsbare populaties over zoals schubvaren en grote modderkuiper. Er zijn ook soorten die de afgelopen jaren sterk toenemen, ofwel door introductie, bijvoorbeeld de bever, ofwel door kolonisatie van Nederland op eigen kracht, bijvoorbeeld de Cetti’s zanger. Er zijn ook ongewenste soorten die hun leefgebied uitbreiden. We noemen dit invasieve exoten. Voorbeelden hiervan zijn Amerikaanse zoetwaterkreeften, Aziatische duizendknopen en grote waternavel, die ook in Nijmegen voor problemen zorgen. Sommige planten en dieren zijn specifiek gebonden aan de grotere groengebieden in onze gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de das en kamsalamander. Andere soorten leven ook in kleinere parken en groenstroken in de bebouwde kom zoals egel en alpenwatersalamander. Er zijn ook soorten die afhankelijk zijn van de bebouwing zoals verschillende soorten vleermuizen en de gierzwaluw.

1.2

Samen werken aan biodiversiteit Nijmegen wil zich de komende jaren inzetten voor het verbeteren van biodiversiteit in stad en het beperkte eigen buitengebied. Buiten de gemeentegrenzen moet dat samen met de omliggende gemeenten en de terreinbeheerders worden opgepakt. De biodiversiteit of soortenrijkdom verbeteren kan de gemeente dus niet alleen. Het is belangrijk om inwoners en bedrijven te informeren en stimuleren om bestaande of nieuwe initiatieven uit te voeren. Biodiversiteit is van ons allemaal en iedereen is daar onderdeel van en verantwoordelijk voor. Dit rapport is daar een voorbeeld van. Het is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners en belangengroepen van Nijmegen. We hebben mensen uitgenodigd uit de Expertgroep Groene Vitale Stad en andere mensen uit ons netwerk, die zich kundig hebben getoond op het vlak van biodiversiteit. Ook is een brede interne werkgroep van de gemeente Nijmegen betrokken vanuit vele beleidsvelden. Daarmee is het een zo integraal mogelijk bouwsteen voor de Biodiversiteitsagenda geworden met de doelstelling om biodiversiteitsherstel realistisch en haalbaar te maken.

1.3

Groene leefomgeving Biodiversiteitsherstel raakt aan een aantal opgaven waar de gemeente ook voor staat. Waar mogelijk worden doelen gecombineerd. Samenhang is er bijvoorbeeld met diverse klimaatopgaven, zoals het tegengaan van hittestress en het opvangen van hevige regenbuien. Ook kan groen een belangrijke bijdrage leveren om de gezondheid van de bewoners te versterken (spelen en ontmoeten). Tenslotte versterkt het groen de identiteit van Nijmegen. Voorafgaand aan dit rapport, is een bomenplan voor Nijmegen opgesteld waarin staat wat de belangrijke boomstructuren zijn en hoe de gemeente deze duurzaam wil behouden en versterken.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

9

1.4

Basiskwaliteit Natuur en Hoofdgroenstructuur De gemeente Nijmegen maakt onderscheid in de Basiskwaliteit Natuur en de Hoofdgroenstructuur in de stad. De Basiskwaliteit Natuur omvat al het groen en water in en om de stad. Een deel daarvan vormt de Hoofdgroenstructuur. Dit zijn gebieden die belangrijke waarden vertegenwoordigen voor de biodiversiteit. Daarnaast hebben deze groen- en watergebieden een functie bij het tegengaan van onder andere hittestress en zorgen ze voor een gezonde leefomgeving. De Hoofdgroenstructuur bevat: • Natuurgebieden zoals bosgebied Vogelenzang en Park Staddijk in Nijmegen zuid, de Uiterwaarden langs de Waal en de schrale graslanden bij Driehuizen-Panoven. • Grote parken, zoals Park Staddijk, het Goffertpark, het voormalig kazerneterrein Limos, Landgoed De Duckenburg, Park Waaijenstein en Park Brakkenstein. • Verbindingen tussen natuurgebieden binnen en buiten de gemeentegrenzen in de vorm van bomenrijen, laanbeplantingen, brede bermen, watergangen en oevers. Voorbeelden zijn het Maas-Waalkanaal, groenstroken langs spoorlijnen, wegen en sportparken. • Oversteekplaatsen voor dieren bij wegen zodat deze veilig infrastructuur kunnen passeren, faunavoorzieningen genoemd. • De Stadsbosjes, relicten van oude bosgebieden in en om de toenmalige stad.

• Landschapselementen in het buitengebied zoals bosjes in de uiterwaarden, poelen of natuurvriendelijke oevers, houtwallen en hagen. • Particulier groen, zoals tuinen en balkons en vijvers, speelt ook een belangrijke rol ter versterking van het netwerk. • Onder de hele stad ligt een bodem vol leven, die onder druk staat. Samen met het groen en water erboven vormt de bodem ons Natuurlijk Systeem.

1.5

Ontwikkelopgave De gemeente Nijmegen heeft in de stad belangrijke ontwikkelopgaven op het gebied van wonen, werken en voorzieningen. Zo ligt er de komende jaren een aanzienlijke woningbouwopgave, die de woningnood deels moet oplossen. Bij de ontwikkelopgaven houdt Nijmegen zich minimaal aan het gestelde in de Wet natuurbescherming als het gaat om het doen van onderzoek naar en het treffen van maatregelen ten behoeve van door die wet beschermde soorten. Na vaststelling van de hoofdgroenstructuur bij de actualisatie van de Omgevingsvisie zal hiermee rekening worden gehouden bij deze ontwikkelingen. Het werken aan behoud en herstel van biodiversiteit wordt echter niet alleen afgewogen binnen de ontwikkelprojecten. In een groot deel van de stad zijn ook andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit, gezondheid- en welzijnsbevordering. De biodiversiteitsagenda helpt bij deze transities om een goede afweging te maken en geeft veel kansen voor het werken aan biodiversiteitsbehoud en -herstel.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

10

2 Natuurwaarden situatie 2021 2.1

Inleiding In dit hoofdstuk is aangegeven waar natuurwaarden zich in de gemeente bevinden. Er wordt een globaal beeld gegeven op basis van landschap en bodem en ingezoomd op stadsdelen/deelgebieden. Per landschapseenheid en deelgebied wordt beschreven wat onderscheidende kenmerken zijn en wat er aan natuur is en wat de waarde daarvan is.

2.2

Natuur in Nijmegen Nijmegen-Zuid ligt tussen de rivieren de Waal en de Maas, deze rivieren zijn met elkaar verbonden door het Maas-Waalkanaal (figuur 2.1). Het landschap in de omgeving Nijmegen is gevormd door rivierafzettingen en de stuwende werking van landijs in de voorlaatste ijstijd. Vervolgens heeft de mens het landschap grootschalig aangepast voor landbouw en wonen. Recenter is Nijmegen-Noord als nieuw woongebied ontstaan in het rivierengebied en voormalig tuinbouwgebied ten noorden van de Waal rondom het dorp Lent. We onderscheiden in de gemeente en de omgeving daarvan drie landschappelijke hoofdeenheden (figuur 2.1). De overgang van stuwwal naar rivierengebied zorgt voor overgangen zoals van hoog naar laag, van droog naar nat en van zand naar klei. Dat levert veel variatie op in leefomstandigheden. Er kunnen daarom veel verschillende planten en dieren leven binnen onze gemeente. Een groot deel van de gemeente is bebouwd. In onze stedelijke omgeving leven veel planten en dieren als er voldoende geschikte groei en verblijfsplaatsen zijn. Maar er zijn nog veel kansen onbenut, die kunnen bijdragen aan een grotere soortenrijkdom. Stuwwal (stuwwal, spoelzandvlakte, es en dekzandvlakte) De zuidoostkant van de stad ligt hoog op de stuwwal (bestaande uit stuwwal, spoelzandvlakte, es en dekzandvlakte op de kaart in figuur 2.1).

Deels bestaat het uit bebouwd gebied en deels uit natuurgebieden, parken, kleinere stukken groen (en water), bermen en tuinen. De bodem bestaat hier voornamelijk uit zand. De natuurgebieden op de stuwwal bestaan voornamelijk uit bosgebieden en bloemrijk grasland waar bijzondere planten en dieren leven zoals zandblauwtje, vliegend hert, alpenwatersalamander, hazelworm, das, eekhoorn, franjestaart en zwarte specht. Er zijn kleine snippers bos zoals het Limosbosje en Park Brakkenstein en ook grotere bosgebieden zoals Kwakkenberg, Jonkerbos en Mariënbosch. Het terrein De Driehuizen is een groot perceel met schraalgrasland. Ten zuiden van de spoorlijn ’s Hertogenbosch-Nijmegen bevinden zich de bosrijke parken De Goffert en Jonkerbos. Aan de zuidrand van de gemeente ligt Landgoed Grootstal dat grenst aan het bosrijke Elshof (buiten gemeentegrens). In dit gebied worden allerlei stadslandbouw initiatieven gerealiseerd. Het Maas- Waalkanaal met stortstenen oevers en groene linten van bos en struweel is deels gegraven in de dekzandvlakte en de esgronden.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

11

Riviergronden (oeverwallen en uiterwaarden) In het rivierengebied hebben we te maken met oeverwallen en uiterwaarden (figuur 2.1). Binnen de gemeente komen de lagergelegen riviergronden niet voor. Nijmegen-Noord ligt in dit gebied, evenals de noordzijde van stadsdelen Nieuw-West, Oud-West en Centrum. Hier zijn de natuur en het groen over het algemeen waterrijk. Aan de noordoever van de Waal is een groot uiterwaardengebied aanwezig. Dit is het grootste natuurgebied binnen de gemeente. Soorten die horen bij de uiterwaarden en oeverwallen zijn bijvoorbeeld kattendoorn, rivierrombout, grote modderkruiper, rugstreeppad, meervleermuis.

Figuur 2.1

De landschappelijke hoofdeenheden en de stadsdelen in de gemeente Nijmegen.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

12

Rivierterras Op de voormalige rivierterrassen (groen, linksonder in figuur 2.1) treffen we een variatie aan stedelijk gebied met meer of minder groen en water per wijk aan. De stadsdelen Dukenburg en Lindenholt liggen grotendeels in het gebied. De wijken hebben veel groen en water. Bijzondere planten en dieren die in het gebied leven zijn bijvoorbeeld zwartblauwe rapunzel, rapunzelklokje, grote keverorchis, kleine modderkruiper, das & bever. In park de Omloop in Lindenholt bevindt zich een nat schraalgrasland, een bosje met stinsenplanten en een oud Rabattenbos. In de wijk Leuvensbroek ligt een oude hoogstamboomgaard, relict van het voormalig agrarisch landschap. In Dukenburg zijn nog sporen te vinden van voormalig landgoed De Duckenburg en hier ligt het park Staddijk. Staddijk is in 1973 aangelegd en heeft een verscheidenheid aan biotopen, veel waterpartijen en een variatie aan grondsoorten. Het Maas-Waalkanaal met stortstenen oevers en groene linten van bos en struweel langs het kanaal loopt nog een stukje door het rivierterrasgebied. Natuur in een bebouwde multifunctionele omgeving In voorgaande is de stad bekeken vanuit grotere landschappelijke hoofdeenheden. Daarnaast heeft de stad zich ontwikkeld van een Romeinse vesting aan de rivier tot de stad die het nu is met alle mogelijkheden van en overtuigingen over bouwen en wonen passend bij die tijd.

Dat heeft invloed op de hoeveelheid groen en water en bijbehorende natuurwaarden in de wijk. Wanneer je door je oogharen naar het groen op een luchtfoto of topografische kaart kijkt, is dit goed te zien. Over het algemeen geldt dat wanneer er meer groen en water aanwezig is, de natuurwaarden ook groter zijn. Tot halverwege de 19e eeuw leefde men vooral binnen de stadswallen. De vestingwerken zijn na 1874 afgebroken. Met de aanleg van de 19e-eeuwse schil werden grote groengebieden rondom de oude binnenstad gelegd (Kronenburgerpark, Hunnerpark en rondom het Trajanusplein) en werden laanbeplantingen en kleine plantsoenen aangelegd. Bij deze stadsuitbreiding speelden de radialen vanaf het Keizer Karelplein een belangrijke rol. Dit zijn nu nog steeds zowel barrières (verkeer) als kansen voor natuur door de continue lijn met bomen. Dit geldt ook voor de Waal, het Maas-Waalkanaal en de spoorlijnen. Het zijn belangrijke doorgaande lijnen binnen de stad die door de landschappelijke hoofdeenheden lopen en het groen rondom de stad en binnen de stad met elkaar verbinden. In de naoorlogse wijken bouwde men compact. Daar bepalen bomen in de straat of de wijk een groene uitstraling heeft met eventueel bijbehorende natuurwaarden, zoals in de wijk Grootstal het geval is.

In het stuwwalgebied werd zo veel mogelijk bos opgenomen in de wijk en kregen de villa’s grote tuinen, waardoor er een groene aansluiting met de stuwwalbossen is. Dit is te zien in een wijk als Kwakkenberg en Brakkenstein. In de naoorlogse stadsuitbreiding worden dorpskernen opgenomen in de stad. Deze dorpen waren groener en dat is nog terug te zien (bijvoorbeeld Hees). Als de stad aan de andere kant van het Maas-Waalkanaal wordt uitgebreid worden ruimere opgezette wijken gebouwd. De filosofie uit de jaren ‘70 van de 20e eeuw was wonen in het groen. In het rivierengebied werd groen gecombineerd met water, zoals in Dukenburg/Lindenholt. Nijmegen-Noord wordt in nauwe samenhang met de ondergrond en aanwezige structuren ontwikkeld.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

13

Natuur in Nijmegen Het grootste deel van de gemeente bestaat uit bebouwd gebied, wegen en spoorlijnen. Wat zijn in deze stedelijke omgeving de resterende natuurwaarden en waarom? Bodem De bodem is de grondlegger voor de natuurwaarden en ons landbouwsysteem. Zonder bodemleven kunnen planten en bomen niet groeien, omdat ze dan geen voedingsstoffen kunnen opnemen. Dit bodemleven is op veel plekken zwaar verstoord door het gebruik van chemische middelen in het verleden (voormalig agrarisch landschap) en in het heden (tuinen) en door de overmaat aan verharding in een stad. Het is van belang om bodems met hoge bodembiodiversiteit te behouden en op andere plaatsen te werken aan een hogere bodembiodiversiteit. Dit kan onder andere door natuurlijke compostering in bodems een kans te geven en in de landbouw duurzame teelttechnieken toe te passen die zorgen voor een gezonde bodem (regeneratieve landbouw). Stedelijk gebied Belangrijke natuurwaarden bevinden zich rondom onze woning. Soms zelfs in onze eigen woning! Gebouwen met nest- en verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen zijn zeer belangrijk voor een fijne leefomgeving en zorgen voor balans in het stadsgroen. Met groen en water in eigen tuin, op balkon of dak- of geveltuin kan al worden bijdragen aan leef- en fourageergebied voor diverse soorten en een fijne gezonde leefomgeving voor onszelf.

Stadsbosjes De stadsbossen zijn zonder uitzondering belangrijke natuurgebieden. Ze zijn leefgebied voor verschillende soorten planten en dieren. Zonder bosjes raken we bijvoorbeeld buizerd, appelvink, eekhoorn, bont zandoogje, diverse soorten nachtvlinders en bosanemoon kwijt. Hoogstam fruitboomgaarden In de stad zijn nog een aantal hoogstamfruitboomgaarden aanwezig. In Lindenholt, in de wijk Leuvensbroek en in Nijmegen-Noord rondom Lent. Bijna elk huis in Lent had vroeger zijn eigen boomgaard. Hier en daar zijn ze behouden. Ze zijn van groot belang voor diersoorten en hebben een landschappelijke waarde en behoren tot het cultureel erfgoed van de regio. Soortenrijke graslanden Graslanden zijn belangrijk leefgebied voor planten en dieren. In een berm die ecologisch beheerd wordt, komen vaak meer dan 20 soorten planten voor. Diverse insecten en muizen hebben zo’n berm als leefgebied en vogels profiteren van het voedsel wat hier te vinden is. Hoe groter het oppervlakte grasland, hoe meer variatie er mogelijk is in inrichting en beheer. We maaien onze graslanden ecologisch, voeren het maaisel af en bemesten ze niet. Watergangen en oevers Watergangen en hun oevers zijn een netwerk aan natuurverbindingen. Met een natuurvriendelijke inrichting en beheer kunnen ze een hoge biodiversiteit herbergen.

Poelen en vijvers met flauwe natte en droge oevers en een goed beheer zorgen voor een divers leefgebied waar veel soorten planten en dieren kunnen leven. Langs watergangen kunnen natuurgebiedjes gemaakt worden als stapstenen voor dieren.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

14

Heidevegetatie Het areaal heide en heischraalgrasland in de stad is marginaal. Maar in de ons omringende bossen zoals Heumensoord en Mulderskop komt nog heide voor. Heidevegetatie is een belangrijk biotoop voor specifieke soorten planten en dieren en kwam vroeger veel voor in Nijmegen en omgeving. De terreinbeherende organisaties hebben een beheerplan gericht op instandhouding en uitbreiding van heidegebieden. Stroomdalgrasland De graslanden langs de Waal herbergen een unieke flora en fauna. Voedselrijke stukjes worden afgewisseld met zandige stukjes. Een goed beheer en voorkomen van verstoring is belangrijk om deze waarden te behouden. De uiterwaarden langs onze rivier zorgen voor hoogwaardige natuur dicht bij de stad!

2.3

Natuurparelkaart In 2020 is door diverse soortenorganisaties in opdracht van de gemeente het rapport ‘Natuurparels in de gemeente Nijmegen’ opgesteld (Zollinger, et al., 2020, zie bijlage II). In het rapport zijn tientallen hotspots voor natuur geselecteerd op basis van waarnemingen van bijzondere planten en dieren (zie hoofdstuk 2.2 bijlage II voor een toelichting op soortenselectie). Afhankelijk van het aantal waarnemingen van deze soorten worden Natuurparels, mogelijke Natuurparels, stapstenen en corridors onderscheiden. De Natuurparels betreffen grotendeels de grotere groengebieden/parken binnen de gemeente. De Natuurparelkaart, die op basis van het rapport is gemaakt, is de basis voor de globale Hoofdgroenstructuurkaart, die onderdeel is van de huidige Omgevingsvisie en dit rapport. Het is van belang deze globale kaart verder uit te werken en vast te laten stellen bij de actualisatie van de Omgevingsvisie.

In het rapport Natuurparels in Nijmegen worden Natuurparels, mogelijke Natuurparels, stapstenen en corridors onderscheiden. Dit is gedaan op basis van het voorkomen van beschermde en Rode Lijstsoorten (Zollinger, et al., 2020). In hoofdstuk 3.2 in bijlage II staan de verschillende parels, stapstenen en corridors beschreven. Natuurparels zijn de groen- en watergebieden binnen de gemeente waar 10 of meer bijzondere soorten planten en dieren voorkomen. Het betreft in het algemeen de grotere natuurterreinen in de gemeente die een volwaardig leefgebied zijn voor allerlei planten en dieren. Een mogelijke natuurparel is een natuurgebied waar minder soorten waargenomen zijn, maar wel kansen zijn die bijdragen aan versterking van de biodiversiteit. Stapstenen zijn groen- en watergebieden waar bijzondere soorten voorkomen en die op zichzelf geen volwaardig leefgebied zijn maar wel bijdragen aan de verbinding van de Natuurparels voor planten en dieren. Planten en dieren kunnen zich via de stapstenen tussen Natuurparels verplaatsen. Corridors zijn overige groene verbindingen zoals bomenlanen die voor vleermuizen belangrijk zijn. Er is onderscheid gemaakt tussen corridors die lopen door openbaar groen, langs grote wateraders en door/langs particuliere tuinen.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

15

In de natuurwaardenkaart (figuur 2.2) is het overzicht te zien van de natuurwaarden binnen de gemeente. Daarin staan zowel de waardevolle groengebieden (de Natuurparels) als de aanwezige groenblauwe verbindingen ertussen. Bij de beschrijvingen van de deelgebieden verderop wordt een selectie van de Natuurparels en natuurverbindingen nader toegelicht.

Figuur 2.2 Natuurwaardenkaart Nijmegen (zie bijlage I voor grotere weergave).

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

16

2.4

Doelsoorten Om vast te stellen wat er nodig is voor meer soortenrijkdom maken we in dit rapport gebruik van doelsoorten. Doelsoorten zijn soorten planten of dieren die thuishoren in de stad en het Nijmeegse landschap en die daar kunnen leven als de kwaliteit daarvan goed is. De doelsoorten zijn een goede indicator voor een gezonde staat van de biodiversiteit in de gemeente. Als het leefgebied voor de doelsoorten op orde is, kunnen er ook tal van andere soorten planten en dieren leven. Deze planten en dieren geven richting aan de keuzes die we maken voor de inrichting en het beheer van het groen. De lijst met doelsoorten zoals gebruikt in dit rapport vertegenwoordigt niet de gehele verscheidenheid aan natuurwaarden die we willen behouden en versterken. Voor diverse terreinen en locaties is maatwerk nodig in inrichting en beheer om de echte bijzondere soorten voor die plek te behouden. Denk bijvoorbeeld aan de orchideeënweide (Bloemendal), het paddenstoelenreservaat in Staddijk of de poelen voor de rugstreeppad in het Spiegelbos bij Lent.

Doelsoorten staan in principe los van de lijsten met soorten die een wettelijke bescherming hebben. De wettelijke bescherming én de mate van zeldzaamheid zijn wel belangrijke criteria die worden gebruikt voor de selectie. De volgende typen doelsoorten worden onderscheiden: Natuurparelsoorten Ten behoeve van de selectie van zogenaamde Natuurparels binnen de gemeente, dat wil zeggen plekken waar sprake is van een hoge natuurkwaliteit, is een lijst met natuurparelsoorten opgesteld (Zollinger et al. 2020, bijlage II). Daar waar deze soorten veel in de gemeente voorkomen is sprake van gebieden van hoge kwaliteit. De natuurparelsoorten zijn geselecteerd uit een landelijke lijst van 1035 soorten mossen, korstmossen, paddenstoelen, vaatplanten, insecten, vissen, amfibieën, reptielen, broedvogels en zoogdieren. Die lijst is gebaseerd op soorten van bijlage 2 en 4 van de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn, de typische soorten van de Natura 2000 habitattypen en de bedreigde en ernstig bedreigde soorten van de Rode Lijsten die er voor de verschillende groepen bestaan. Van deze soorten komen er 180 soorten voor in de gemeente Nijmegen. Binnen deze groep zijn ‘superparelsoorten’ aangewezen. Dat zijn parelsoorten die bijzondere eisen aan hun leefomgeving stellen en zeer indicatief zijn voor een goede lokale habitatkwaliteit.

Het gaat om 42 superparelsoorten met veelal een zeer lokaal voorkomen in Nijmegen. Voorbeelden van superparelsoorten zijn zwartblauwe rapunzel, knautiabij, muskuskruid, torenkruid, grote modderkruiper en middelste bonte specht. Bijzondere soorten Bijzondere soorten zijn soorten die aanvullend in de Natuurbeschermingswet worden genoemd en of Rode Lijstsoorten uit de categorieën kwetsbaar of gevoelig. Het gaat om 57 soorten in Nijmegen (deels overlap met parelsoorten). Voorbeelden zijn maarts viooltje, nachtkoekoeksbloem, grote vos, eikenpage, zandhagedis, wezel, appelvink en wespendief. Basiskwaliteit soorten Dit zijn soorten die verwacht kunnen worden in de stad of in stadsdelen als de omgeving voldoet aan de voorwaarden van een Basiskwaliteit Natuur (zie kader verderop). Vaak zijn het gewone soorten die in principe in grote aantallen of in hoge dichtheden kunnen voor komen. Maar dat betekent nog niet dat dit ook gebeurt. In ons land staat vaak de natuur zodanig onder druk dat zelfs de ‘gewone’ soorten hier niet meer kunnen voor komen. Voorbeelden van basiskwaliteit soorten zijn pinksterbloem, oranjetipje, kleine watersalamander, snoek, steenmarter, gewone dwergvleermuis en groene specht.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

17

Los van deze typeringen voor doelsoorten kunnen soorten fungeren als ambassadeursoort. Dat is een selectie van soorten die kan worden ingezet om draagvlak onder een breed publiek te creëren, waarbij gedacht moet worden aan meer algemene soorten als gierzwaluw, egel, bruine kikker, oranjetipje e.d. De uiteindelijke keuze voor ambassadeursoorten zal dan ook in samenspraak met bewoners en natuurorganisaties worden gemaakt.

Tekst aangeleverd door R. Foppen en R. Zollinger. De kleine watersalamander is een basiskwaliteit soort. De kleine watersalamander stelt geen hele hoge eisen aan zijn omgeving en komt ook voor in tuinen. Voorwaarde is dat er vijvers of watergangen zijn met een goede waterkwaliteit, veel waterplanten en flauwe oevers. In de omgeving van deze wateren moet kruidenrijk grasland met schuilplaatsen zijn waar ze ongestoord kunnen overwinteren. Op deze plaatsen kunnen ook andere soorten leven zoals libellen, kokerjuffers, slakken en andere soorten amfibieën zoals bruine kikker en gewone pad.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

18

Basiskwaliteit Natuur Onze natuur staat onder druk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor zeldzame en kritische soorten zoals otter, korhoen, adder, vuursalamander, zilveren maan en veel orchideeën, maar dat geldt in steeds grotere mate ook voor (vroeger) algemeen voorkomende soorten, zeker voor soorten in stedelijk en landelijk gebied dus buiten de klassieke natuurgebieden. Met Basiskwaliteit Natuur wordt een minimumniveau aangegeven waar onze omgeving aan zou moeten voldoen om deze leefbaar te houden voor natuur en mens. Daarmee kunnen gewone soorten gewoon blijven. De Basiskwaliteit Natuur is op orde als de voor dat landschap karakteristieke en algemene soorten algemeen zijn en blijven. De bepalende factoren daarbij zijn het milieu, de inrichting en het beheer en gebruik. Deze factoren moeten aan minimum vereisten voldoen om de Basiskwaliteit duurzaam te garanderen. Het concept Basiskwaliteit Natuur vindt langzaam maar gestaag zijn weg in beleid en bescherming. Veel partijen in het landelijk gebied en in een stedelijke omgeving proberen invulling hieraan te geven. Een mijlpaal was het recentelijk georganiseerde congres Basiskwaliteit Natuur door Vogelbescherming Nederland.

Naast inspirerende voorbeelden werd hier ook een boek gepresenteerd waarin voor vogels meetbare waarden, uitgedrukt in dichtheden broedvogels per soort, worden gepresenteerd per landschapstype en habitat (Kwak & Louwe Kooijmans, 2021). Die vormen de basis voor streefwaarden voor Basiskwaliteit (benchmarks). Op dit moment lopen er diverse initiatieven om ook voor andere soortgroepen streefwaarden vast te stellen. Dat kan worden toegepast om aan te geven hoe de stand van zaken is in bijvoorbeeld wijken van Nijmegen betreffende Basiskwaliteit maar is ook de noodzakelijke basis om te bepalen wat er kan worden gedaan om te voldoen aan het gewenste minimumniveau.

Bron: Vogelbescherming.nl.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

19

2.5

Natuurwaarden per deelgebied We kennen nu de natuurwaarden in de gemeente op hoofdlijnen. Om iets meer detail aan te geven, zoomen we nu in op de situatie in negen stadsdelen. In figuur 2.3 en tabel 2.1 zijn de stadsdelen binnen onze gemeente aangegeven. Stadsdelen hebben vergelijkbare én unieke natuurwaarden. Voor elk stadsdeel is een korte kenschets gegeven met de belangrijkste natuurwaarden en bijbehorende flora en fauna. We beginnen met een beschrijving van natuurwaarden in stedelijk gebied omdat die in alle deelgebieden voorkomen en het grootste oppervlakte innemen van de gemeente.

Figuur 2.3

Stadsdelen/deelgebieden gemeente Nijmegen.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

20

Tabel 2.1

Stadsdeel

Landschappelijke hoofdeenheden en een selectie van waardevolle natuurgebieden per stadsdeel. Landschappelijke

Selectie

hoofdeenheid

(grotendeels Natuurparels en stapstenen, zie

van

waardevolle

natuurgebieden

bijlage II) Rivier, uiterwaard,

Uiterwaarden Waal, boomgaarden, Lentse en

oeverwal

Zandse Plas, Buitenplaats Oosterhout, Kolk

Noord

van Van Elferen Stuwwal, rivierterras

Centrum

hofjes Benedenstad Rivier, oeverwal,

Oud west

Westerpark, diverse parken Hees, Kanaal

rivierterras Stuwwal, uiterwaard,

Oost

Haven & Waalkade, spoor en bosje Wolfskuil

rivierterras Rivier, oeverwal,

Nieuw west

Valkhofpark, Kronenburgerpark, Waalkade,

Bossen, groene wijken & Stadswaard

oeverwal Komgronden, rivierterras

Groenblauwe dooradering, groene linten tegen A73 en Maas Waal-kanaal, Kinderdorp

Lindenholt

Neerbosch Rivierterras en stuwwal

Midden

Spoorkuil, Goffertpark, voormalig landgoed park Brakkenstein, Groene Campus Radboud

Stuwwal Zuid

Driehuizerbos, Waterwinbosje, Landgoed Grootstal

Riviergronden Dukenburg

Staddijk, bosgebied Vogelenzang, Landgoed De Duckenburg, Geologenstrook

Deze tabel is geen volledige opsomming van natuurgebieden, een kleine selectie. Een uitgebreid overzicht van waardevolle gebieden staat in het rapport ‘Natuurparels in de gemeente Nijmegen’ (Zollinger, et al., 2020; zie bijlage II).

2.5.1

Natuurwaarden in stedelijk gebied De gemeente Nijmegen heeft een oppervlakte van ongeveer 5763 ha. Het grootste gedeelte is stedelijk gebied (4737ha, situatie december 2020). Groen binnen de bebouwde kom is 662 ha, buiten de bebouwde kom gaat het om 45 ha openbaar groen (Westermeerwijk en Vierperken). Daarnaast is Heumensoord (ca 600ha) in erfpacht gegeven en beheert Natuurmonumenten dit bos voor de gemeente en voor Vitens. In het stedelijk gebied zijn natuurwaarden aanwezig. In parkjes, groenstroken, tuinen, bermen en watergangen leven allerlei planten en dieren. De planten en dieren die hier leven zijn vergelijkbaar voor de negen deelgebieden. Deze gebieden en soorten maken de leefomgeving voor mensen prettig en leefbaar en zorgen daarnaast als groene verbindingen voor soorten die in de natuurgebieden leven.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

21

Soorten die horen bij stedelijk gebied zijn bijvoorbeeld muurvaren, madeliefje, dagpauwoog, gewone pad, driedoornige stekelbaars, egel, steenmarter, gewone dwergvleermuis, wilde eend, gierzwaluw en huismus. Deze soorten zijn goed aangepast aan een intensief gebruikte omgeving. We kunnen deze planten en dieren met eenvoudige maatregelen een plekje geven in wijken en industrieterreinen. Daarmee leggen we een basis voor een gezonde leefomgeving in de gehele gemeente (Basiskwaliteit Natuur).

De steenmarter De steenmarter (basiskwaliteit soort voor dit plan) komt vooral in de oostelijke helft van Nederland voor. In de gemeente Nijmegen is het dier vrij algemeen, zowel in noord als in de deelgebieden oost van het kanaal. Deze marter leeft in stedelijk gebied, is iets kleiner dan de huiskat en staat wat lager op zijn poten. Het is een alleseter die zijn jongen grootbrengt in gebouwen en schuilplaatsen zoals takkenhopen en holen. De dieren hebben een groot leefgebied en er moeten voldoende schuilplaatsen en voedselgebieden zijn waar ze zonder verstoring hun jongen groot kunnen brengen. Kortom, een doelsoort voor groene gevarieerde wijken! De Nijmeegse GEO-organisaties (De Bastei, IVN, Natuurtuin, Warmoes, Dierenambulance, Hortus) zijn op dit moment digitale lessen aan het ontwikkelen inclusief video’s vanaf deze locaties, waarbij leerlingen in een week tijd meegenomen worden op zoek naar een mysterieus dier. Dit betreft uiteindelijk de steenmarter. Per locatie worden er bijzonderheden in beeld gebracht die gelinkt zijn aan de steenmarter (voedsel, slaapplek, vijanden, etc.).

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

22

2.5.2

Nijmegen-Noord Deelgebied Nijmegen-Noord is door de Waal gescheiden van de rest van de gemeente. De bodem bestaat voornamelijk uit kleigrond. Langs de rivier zijn ook zandafzettingen aanwezig. Er zijn drie Natuurparels geselecteerd in het deelgebied: Buitenplaats Oosterhout, Uiterwaarden Waal en Lentse en Zandse Plas (bijlage II). Natuurparel Uiterwaarden Waal is deel van het internationaal beschermde natuurgebied Rijntakken en het grootste aaneengesloten natuurgebied in de gemeente. De spoorlijn Arnhem-Nijmegen is aangewezen als corridor op de natuurparelkaart. Er zijn in dit tracé nog enkele knelpunten die opgelost moeten worden waaronder de Waal. Voor de veel soorten flora en fauna is dit een barrière voor noord-zuid bewegingen. Vogels en vleermuizen steken de Waal op willekeurige locaties over. Bij Lent is de afgelopen jaren een enorme nevengeul gegraven, de Spiegelwaal. Er wordt de komende jaren nog veel gebouwd in Nijmegen-Noord, er wordt ook een nieuwe weg aangelegd: de Dorpensingel. Enkele natuurwaarden in het gebied: • Nijmegen-Noord (en Stadswaard) kent enkele unieke soorten die niet in de rest van de gemeente voorkomen: grote modderkuiper, kamsalamander en rugstreeppad. • Buitenplaats Oosterhout is een landgoed met een waardevol kwelbos en veel voorjaarsflora. Bosjes in Nijmegen-Noord zijn zeldzaam.

• Er is een Historische Tuin (Warmoes) en er zijn nog enkele oude (hoogstam)boomgaarden waar de steenuil voorkomt. • In de Kolk van Van Elferen komt de bever voor. • In het Spiegelbos zijn enkele amfibieënpoelen aangelegd waar onder andere kamsalamander en kleine watersalamander zich voortplanten.

2.5.3

Nijmegen-Centrum Deelgebied Nijmegen-Centrum ligt ten zuiden van de Waal. De begrenzing is globaal de Generaal James Gavinweg in het oosten, de spoorlijn in het westen en de Oranjesingel en Keizer Karelplein in het zuiden. Het is een stedelijk gebied met nog heel wat groen in het straatbeeld en twee parken: Het Kronenburgerpark en Valkhofpark. De bomen langs o.a. de Canisiussingel, Oranjesingel en Nassausingel zorgen voor een groene verbinding voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Voor grondgebonden dieren zijn de verbindingen zeer beperkt. De Waalkade is aangegeven als corridor op de natuurparelkaart (bijlage II). In de huidige situatie is dit geen functionele verbinding voor de meeste diersoorten. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In de toren van de Stevenskerk en op de Waalbrug broedt een slechtvalk. • Op het Keizer Karel Plein komt de kleine watersalamander voor. • Er zijn grote binnentuinen bij monumentale panden met veel stadsvogels • Schoraas (zomersneeuw) is te zien in de zomer bij de oevers van de Waal.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

23

2.5.4

Nijmegen-Oud-West Deelgebied Nijmegen-Oud-West ligt ten zuiden van de Waal naast deelgebied centrum. De begrenzing is globaal de spoorlijn in het oosten en de Rivierstraat in het westen. In het zuiden ligt de wijk Wolfskuil. Het is een stedelijk gebied met nog heel wat groen in het straatbeeld. In het deelgebied bevindt zich de mogelijke natuurparel Spoorzone centrum. Komende jaren wordt het stationsgebied herontwikkeld, er zijn kansen voor het verbeteren van het leefgebied van planten en dieren en verbindingen voor dieren langs het spoor. Daarnaast zijn er diverse groengebieden aanwezig die ook van belang zijn voor flora en fauna in dit stedelijke deelgebied. Bijvoorbeeld Speelplaats Heselaan, het bosgebiedje west van de Wolfskuilseweg en Park Leeuwenstein met exotische bomen als restant van de oude villa tuin. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In het bosgebied ten oosten van de Wolfkuilseweg komt de eekhoorn voor. • De Waalhaven is mogelijk een belangrijk gebied voor vissen (winterclustering, opgroeigebied rivierpriklarven).

2.5.5

Nijmegen-Nieuw-West Deelgebied Nijmegen-Nieuw-West ligt ten westen van deelgebied Oud-West. De begrenzing is globaal de Waal, het Maas-Waalkanaal en de spoorlijn richting ’s Hertogenbosch. Het is een stedelijk gebied met grote groengebieden en waterpartijen zoals het kanaal met oevers en het havengebied. In het deelgebied bevinden zich de natuurparel Bosgebied Oude Graafseweg, mogelijke Natuurparels Park West en Kanaalhavens-Oost, stapstenen en een corridor. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In het bosje Graafseweg en het bosje van de Baron (stapsteen Neerbosch-Oost) komt de eekhoorn voor. Het bosje van de Baron herbergt verschillende koloniebomen van o.a. rosse vleermuis. • Er zijn verschillende waarnemingen van bunzing gedaan in de periode 2016-2021. • De havens aan het kanaal zijn mogelijk belangrijk overwinteringsgebied voor vissen. • Het vele groen in het oude dorp Hees waar bunzing, buizerd, grote bonte specht en appelvink voorkomen. • In Park West zijn poelen met bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. • Er zijn verschillende oude kloostertuinen met veel groen en natuurwaarden voor vogels en insecten (tuinen van Capucijnerklooster, St.Jozefklooster, Sancta Maria en Rosa de Lima). Deze monumenten vormen een stapsteen en bufferzone in een stedelijk gebied voor diverse soorten.

2.5.6

Nijmegen-Oost Deelgebied Nijmegen-Oost ligt grotendeels op de stuwwal en grenst aan de Ooijpolder en diverse bosgebieden en aan de spoorlijn Nijmegen-Venlo. De Stadswaard is een volwaardig en divers uiterwaardengebied. Enkele wijken zijn groen door bomenlanen,

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

24

parken en natuurgebieden. Er liggen diverse Natuurparels in het gebied zoals Kopse Hof, een gebied met bos en graslanden op de stuwwal met archeologische waarden (aanstaand Unesco werelderfgoed), het Mariënbosch, de Kwakkenberg een groene villawijk met volwaardig bosgebied en natuurparel Driehuizen, een botanisch rijk gebiedje op zandgrond. De wijken Bottendaal, Hengstdal en Altrade zijn steniger van karakter. Hier vormen de tuinen en enkele lanen langs wegen het groene aspect. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In natuurparel Spoorkuil Bottendaal is een mooie schrale vegetatie aanwezig waar onder andere wilde averuit groeit. • Er zijn verschillende waarnemingen van wezel, hermelijn en bunzing gedaan in de periode 2016-2021. De steenmarter komt in het deelgebied algemeen voor. • De natuurtuin in Bottendaal heeft een poel met gewone pad en kleine watersalamander. • Das, vos en vliegend hert worden regelmatig waargenomen. • Nabij Kopse Hof is een slaapplaats van tientallen ransuilen. • Langs de Holleweg nabij de Maartenkliniek ligt een van de weinige groeiplaatsen van de geschubde boleet in ons land. • De alpenwatersalamander komt vrij algemeen voor bij wateren waaronder tuinvijvers. • Op het Limosterrein zijn overwinteringskelders voor vleermuizen waar jaarlijks diverse soorten gebruik van maken.

• Nijmegen-Oost is het enige deelgebied in de gemeente waar reptielen voorkomen: zandhagedis en hazelworm.

2.5.7

Nijmegen-Lindenholt Deelgebied Nijmegen-Lindenholt ligt aan de westzijde van het Maas-Waalkanaal. De wijken zijn aangelegd met een nadrukkelijke blauwe en groene dooradering. Langs diverse uitvalswegen, het bedrijventerrein TPN-West, het kanaal en de A73 zijn brede groenstroken aanwezig die functionele verbindingen zijn voor planten en dieren. Er liggen diverse grote stapstenen in het gebied (o.a. Park Lindenholt met o.a. stukjes nat schraalgrasland met echte koekoeksbloem) en verschillende corridors. Aan de westzijde van de A73 bevindt zich een agrarisch gebied (Bijsterhuizen) waar kansen liggen voor biotoopverbetering voor landelijke natuur. Het gebied Kinderdorp Neerbosch heeft parkachtige natuur met bos waar o.a. soorten als steenuil, buizerd, torenvalk roek, huismus, das, steenmarter en eekhoorn leven. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In 2021 is een das waargenomen in gebied Kinderdorp Neerbosch. • In plangebied Kinderdorp Neerbosch is een kolonie van roek aanwezig. • De bever komt voor in de wijken van Lindenholt en breidt zijn leefgebied uit. • In het stadsdeel liggen een achttal poelen, waar diverse soorten amfibieën voorkomen, waaronder de kleine watersalamander. • In 2020 zijn bij een monitoring blauwe breedscheenjuffers waargenomen in het stadsdeel.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

25

2.5.8

Nijmegen-Midden Deelgebied Nijmegen-Midden is een groot gebied globaal tussen de spoorlijnen aan de noordzijde, het Maas-Waalkanaal en de deelgebieden zuid en oost. Het ruim opgezette en groene universiteitsterrein, het Goffertpark en industriegebied Winkelsteeg behoren o.a. tot het gebied. Er liggen diverse Natuurparels in het gebied, zoals Speeltuin ’t Veldje. In natuurparel Willemskwartier spoorkuil groeit sinds kort ook de beschermde wilde averuit, een in Nederland zeer zeldzame plant (zie ook stadsdeel oost). Het Goffertpark is leefgebied van verschillende soorten bijzondere insecten, planten, vogels en zoogdieren. Tegen het kanaal aan ligt de stapsteen De Winckelsteeg (een restant bosgebiedje dat bij landgoed Winkelsteeg hoorde). Samen vormen deze gebieden een groene oase met bomen, water en graslanden waar diverse soorten planten, vlinders, amfibieën en zoogdieren leven. Enkele natuurwaarden in het gebied: • In Park Brakkenstein staan veel oude bomen en is de botanische tuin. • In de Hortus in Brakkenstein komen zandhagedissen voor. • In het Goffertpark komen veel bijzondere soorten voor zoals eikenpage, bruine winterjuffer, grote leeuwenklauw (beschermde plant), kruisbladwalstro, mosbloempje, rapunzelklokje, bosuil, zwarte specht.

• In het Goffertpark ligt de Educatieve Natuurtuin de Gofffert met verschillende biotopen, leefgebied voor veel soorten vogels, amfibieën, kleine zoogdieren en insecten.

2.5.9

Nijmegen-Dukenburg Deelgebied Nijmegen-Dukenburg heeft zowel groene woonwijken met veel waterpartijen als grote natuurgebieden en parken. Twee grote Natuurparels bevinden zich in het deelgebied: Staddijk en Vogelenzang. Staddijk is een oud waterrijk park met bossen en graslanden dat ligt op een Maasterras. Er zijn zeer rijke botanische graslanden aanwezig met bijzondere soorten. Vogelenzang (Gelders Landschap) is een volwaardig bosgebied met agrarische percelen. In het bos groeien oorspronkelijk inheemse bomen en struiken. Het deelgebied grens aan de westzijde aan Berendonck en Hatertse en Overasseltse Vennen. Onder de A73 liggen diverse faunabuizen waar o.a. dassen gebruik van maken. De zuidberm van de Van Appelterenweg is een botanisch waardevol graslandje. Enkele natuurwaarden in het gebied: • Er zijn naast botanisch waardevolle weiden in Staddijk (orchideeënweide Bloemendal) ook bermen en parken met voorjaarsflora en groeiplaatsen van zwartblauwe rapunzel. • Staddijk is een paddenstoelenreservaat. • In Staddijk zijn in 2020 bij een monitoring 15 soorten libellen waargenomen waaronder vroege glazenmaker, glassnijder en smaragdlibel. • Er zijn enkele dassenburchten aanwezig (o.a. bij Streekweg). • De bever komt voor op diverse waterrijke locaties en breidt zijn leefgebied uit. • Dukenburg heeft grote waterpartijen met een goede kwaliteit waar o.a.

diverse libellensoorten en vissoorten leven zoals bittervoorn, kleine modderkruiper en ruisvoorn.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

26

2.5.10

Nijmegen-Zuid Deelgebied Nijmegen-Zuid grenst aan de zuidzijde aan de bosgebieden van Heumensoord. In het deelgebied bevinden zich ook twee bospercelen die zijn gescheiden van Heumensoord door de Scheidingsweg: het Driehuizerbos en Waterwinbosje. Mogelijke natuurparel Grootstal (buiten de gemeentegrens) bevindt zich ook deels in deelgebied zuid, leefgebied van ree en das (bijlage II). Met regeneratieve landbouw ontstaat hier een voorbeeld voor het samengaan van natuur, landbouw, cultuurhistorie en recreatie. De schraalgraslanden van Driehuizen liggen deels in deelgebied zuid. Enkele natuurwaarden in het gebied: • De begraafplaats St Barbara herbergt groeiplaatsen van bijzondere planten, bijvoorbeeld een van de twee groeiplaatsen van de zeldzame en beschermde schubvaren. • Op landgoed Grootstal bevindt zich een dassenburcht. • De eekhoorn komt voor in de bosgebieden, zoals het Schaapskooibosje. • Langs het Maas-Waalkanaal zijn verschillende ecologisch beheerde graslanden aanwezig, leefgebied van diverse soorten wilde bijen, vlinders en sprinkhanen.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

27

3 Ambitie 3.1

Beleidsuitgangspunten De gemeente Nijmegen wil het behoud en herstel van de biodiversiteit in stad aanpakken. Wij bevelen aan om daarbij de volgende beleidsuitgangspunten te hanteren: 1. De Hoofdgroenstructuur gaan we uitwerken, vastleggen, beschermen en versterken samen met natuurorganisaties, omliggende gemeenten, provincie en waterschap; 2. De Basiskwaliteit Natuur wordt zoveel mogelijk behouden; 3. Er komt meer ruimte waar (wilde) planten en dieren kunnen leven door cultuurlijk groen en overbodige verharding om te vormen tot ecologisch groen; 4. Met het juiste beheer wordt de kwaliteit van die gebieden beter, zodat ze geschikt worden voor meerdere soorten planten en dieren; 5. Door gebieden zo goed mogelijk met elkaar te verbinden kunnen planten en dieren er komen en vindt er tussen populaties voldoende genetische uitwisseling plaats; 6. Door op een ecologisch verantwoorde werkwijze uitvoering te geven aan de plannen van bewoners, organisaties en bedrijven wordt hun betrokkenheid en inzet benut (Citizen Science).

3.2

Omgevingsvisie Bij het opstellen van de Nijmeegse Omgevingsvisie zijn het Groenbeleidsplan (De Groene Draad, 2007) en het Bomenbeleidsplan gebruikt (Handboek Bomen, 2009). Beide plannen leverden geen actueel beeld meer op van de gewenste situatie in Nijmegen. Op basis van een Natuurparelkaart uit 2020 (gemaakt door de natuurorganisaties van Natuurplaza) is een globale Hoofdgroenstructuurkaart in de Omgevingsvisie opgenomen. Dit rapport levert een verdere uitwerking van de Hoofdgroenstructuur op door naast de belangrijkste groengebieden ook de tussenliggende gewenste ecologische verbindingen aan te geven met een onderbouwing voor welke diersoorten die verbindingen moeten dienen. In de actualisatie van de Omgevingsvisie wordt de definitieve Hoofdgroenstructuur vastgelegd. Hiervoor is eerst nog een verdiepingsslag nodig, onder andere vanuit de ontwikkelopgave van de gemeente. De uiteindelijke Biodiversiteitsagenda geeft handvatten om bij ruimtelijke ontwikkelingen en andere transities een goede afweging te kunnen maken van de diverse belangen waar de gemeente voor staat, waaronder een gezonde en groene leefomgeving waarin allerlei planten en dieren kunnen leven.

In de Ruimtelijke opgaves van de Omgevingsvisie staan onze ambities als volgt verwoord: • We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door Natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden. • We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. • We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor ‘natuur inclusief bouwen’. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur en in onze bebouwde omgeving.

Biodiversiteit in de gemeente Nijmegen

28

•

•

3.3

Gezamenlijk versterken we de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving.

Hoofdgroenstructuur De Hoofdgroenstructuur geeft inzicht in de belangrijkste leefgebieden met goede kwaliteit en verbindt de belangrijkste natuurterreinen (Natuurparels). Daarnaast vervullen de groenen watergebieden een functie bij het tegengaan van hittestress en verdroging en draagt de Hoofdgroenstructuur bij aan de groene beeldkwaliteit en de herkenbaarheid van de deelgebieden. De kwaliteit wordt bepaald door een gezonde bodem, voldoende en goed water en zoveel mogelijk inheemse (en biologisch geteelde) beplanting. De Hoofdgroenstructuur vormt ook de basis voor een fraaie en gezonde leefomgeving om in te ontmoeten, te bewegen of te sporten. Deze groenblauwe structuur is een aanvulling op de gebouwde omgeving, die gebaat is bij een hoge (beeld)kwaliteit van de openbare ruimte. De Hoofdgroenstructuur is ook nauw verweven met cultuurhistorisch waardevol groen. Historische groenstructuren en gebieden maken deel uit van de Nijmeegse identiteit. Het is belangrijk om structuren en gebieden te willen behouden en zo mogelijk te versterken. De Hoofdgroenstructuur vertelt het verhaal waar de gemeente Nijmegen zich voor wil inzetten. Het is een streefbeeld voor een groen netwerk door de stad. In figuur 3.1 staat een verder uitgewerkte globale Hoofdgroenstructuur (zie ook bijlage I).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0fb1854b-5d14-4e27-a1a5-ffbe06f4b2b1