CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Regels Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Besluitronde (raadsvergadering) 10 mei 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dorp Lent -14 (Spoorstraat) (33/2023)30.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat) Bijlagen bij de regels

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Dorp Lent - 14 (Spoorstraat) 28 november 2022 IDN: NL.IMRO.0268.BP141W14-VG01 Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van bedrijvigheid (toelichting)

Bijlage 2

Staat van bedrijvigheid

Bijlage 3

Staat van bedrijfsactiviteiten (toelichting)

Bijlage 4

Staat van bedrijfsactiviteiten

Bijlage 5

Beleidsregels Parkeren

1

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Bijlage 1 Staat van bedrijvigheid (toelichting) Algemeen Een goede ruimtelijke ordening omvat ook het zoveel als mogelijk voorkomen van hinder en gevaar voor kwetsbare bestemmingen door milieubelastende activiteiten. Dit kan onder meer worden bereikt door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten en hiervoor gevoelige functies. In de ruimtelijke ordening wordt dan ook gewerkt met "milieuzonering", die het mogelijk maakt om enerzijds hinder en gevaar voor alle betrokkenen te voorkomen en waarmee het anderzijds ook voor bedrijven mogelijk wordt gemaakt om zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.

Toepassing milieuzonering Sinds 1986 geeft de vereniging van Nederlandse Gemeenten een brochure uit over bedrijven en milieuzonering. Doel van deze brochure "Bedrijven en Milieuzonering" (verder: "de VNG-brochure") was, en is nog steeds, het bieden van een op de praktijk van de ruimtelijke planvorming gerichte handreiking voor maatwerk op lokaal niveau. De, in de tijd steeds geactualiseerde, VNG-brochure, is in Nederland inmiddels uitgegroeid tot het meest toegepaste en geaccepteerde hulpmiddel, om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen, concreet voor een locatie, in te vullen. Ook voor de toepassing van milieuzonering in dit plan wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure (editie 2009). Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het vestigen van nieuwe bedrijven. De uitgangspunten met betrekking tot nieuwe bedrijfsvestigingen, maar ook nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van bedrijvigheid, worden in dit bestemmingsplan bepaald aan de hand van de methodiek zoals omschreven in de VNG- brochure. Hierbij wordt in principe een "milieuzone" aangehouden tussen bedrijvigheid en "gevoelige objecten". De omvang van deze milieuzone is enerzijds afhankelijk van de mogelijke milieubelasting veroorzaakt door de soort bedrijvigheid, en anderzijds van de omgeving waarbinnen het gevoelige object is gelegen. Deze "VNG-methodiek" vereist uiteraard enige toelichting.

milieubelasting De potentiële milieubelasting veroorzaakt door een bepaalde vorm van bedrijvigheid wordt in de VNG-brochure per bedrijfstype bepaald in de bedrijvenlijst, in de VNG-brochure opgenomen als bijlage 1. De als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen Staat van Bedrijvigheid (verder: SvB), is een verbijzonderde afgeleide van deze bijlage 1 van de VNG-brochure. De SvB is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijvigheid (naar hoofdcategorieën), al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal milieucategorieën, veelal direct overgenomen uit de VNG-publicatie, waarbij afwijkingen, hieronder in deze toelichting, nader worden verduidelijkt.

De SvB is in zijn algemeenheid een categorale indeling, waarbij per bedrijfscategorie de mate van milieu-hygiënische hinderlijkheid, aan de hand van een aantal indicatoren (o.a. geur, gevaar, geluid, stof), wordt aangegeven. In de SvB behorende bij dit bestemmingsplan zijn slechts drie milieuhinder-categorieën opgenomen: 1, 2 en 3.1. Hiervoor gelden specifieke milieuzones, waarvan de straal wordt gegeven in door de zgn. "richtafstanden". Voor de genoemde milieuhinder-categorieën gelden richtafstanden van respectievelijk 10, 30 en 50 meter. Categorie 1 en 2 betreffen bedrijvigheid die wellicht toelaatbaar is tussen of soms zelfs onmiddellijk naast woonbebouwing. Categorie 3.1 betreft in principe kleine tot (middel)grote industrie. Deze categorie betreft activiteiten die slechts toelaatbaar zijn op afstand van woonbebouwing.

De omgeving De in de SvB genoemde richtafstanden gelden in principe ten opzichte van een rustige woonwijk. De ervaren hinderlijkheid van bepaalde activiteiten hangt echter sterk samen met de reeds aanwezige belasting van de betreffende milieuaspecten. In bepaalde wijken heerst dan ook al een woon- en leefklimaat waar, zonder dat dit de kwaliteit van de leefomgeving aantast, in principe ook zwaardere bedrijvigheid kan worden toegelaten. In dit soort wijken geldt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik niet wenselijk is om de functiescheiding zo ver mogelijk door te voeren. Op grond van dit alles onderscheidt men in de VNG-brochure, al vanaf de eerste publicatie, een tweetal omgevingstypen ('rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'), waarvoor verschillende richtafstanden gelden. Volgens de VNG-brochure kunnen de richtafstanden voor een 'rustige woonwijk', zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. Dit betekent dat voor de in deze SvB toegestane hindercategorieën 1, 2 en 3.1, in de gemengde gebieden afstanden gelden van resp. 0, 10 en 30 meter. Deze "verkleining van de milieuzones" is overigens alleen mogelijk bij die milieuaspecten waarvan de ervaren hinderlijkheid wordt bepaald door de heersende achtergrondniveaus, zoals het geval is bij geluid of geur.

Wanneer de richtwaarde voor gevaar (externe veiligheid) bepalend is voor de aan te houden afstand tussen bedrijvigheid en gevoelig object, is het uiteraard niet mogelijk om de milieuzone op deze manier te verkleinen.

Gemotiveerd toepassen (functiemengingsgebieden) De toepassing van milieuzones en richtafstanden ten opzichte van de verschillende omgevingstypen, zoals een rustige woonwijk of gemengd gebied, gaat uit van het principe van functiescheiding. Binnen bepaalde woongebieden bestaat echter van oudsher reeds een matige tot sterke functiemenging, waar milieubelastende en milieugevoelige functies op dusdanig korte afstand van elkaar zijn gesitueerd, dat de richtafstanden (en dus functiescheiding) niet goed toepasbaar zijn, zonder dat hiermee ook het karakter van het gebied (ongewild) wordt aangetast. Daarnaast blijkt dat de door de aanwezige bedrijvigheid optredende overlast, door de betrokken aanwonenden, ook niet zozeer als hinderlijk wordt ervaren. Deze (niet als zodanig ervaren) milieuhinder wordt, binnen zekere grenzen (uiteraard wordt de mate van overlast wel begrensd door de milieuregelgeving), in deze gebieden ook geaccepteerd als de consequentie van het leven in een levendig gebied met functiemenging.

2

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Functiemenging wordt in deze gebieden, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra en horecaconcentratiegebieden, dan ook welbewust nagestreefd en conflicteert hier dus met het principe van milieuzonering. De onderkenning van dit dilemma was de belangrijkste wijziging in het principe van milieuzonering zoals omschreven in de VNG-brochure van 2007. In deze publicatie werd dan ook voor het eerst een zoneringslijst opgesteld voor gebieden met functiemenging (bijlage 4 van de VNG-brochure). Een voor de VNG-brochure nieuwe omgevingscategorie, naast de al in eerdere publicaties omschreven "rustige woonwijk" en "gemengd gebied". In gebieden met functiemenging wordt niet gewerkt met richtafstanden. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie, ruimtelijk relevante, milieucategorieën: categorie A: activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen en andere milieugevoelige functies kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijvigheid zijn daarbij toereikend.

Gebouwen zijn aanpandig indien zij constructief aan elkaar zijn gebouwd, waardoor contactgeluid via een constructieve verbinding mogelijk is; categorie B: activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere milieugevoelige functies dienen plaats te vinden. Gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden, die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn (201303879/1/A2); categorie C: de activiteiten zoals genoemd onder categorie B, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

De gebiedsontsluitingswegen vormen de hoofdinfrastructuur waarlangs categorie C bedrijven kunnen worden toegestaan. Deze bedrijven kunnen direct of indirect (via een zijweg) zijn ontsloten op een gebiedsontsluitingsweg. Het is daarbij van belang dat er geen verkeershinder voor de omgeving plaatsvindt. Deze beoordeling geldt dus alleen voor als zodanig aangewezen gebieden met functiemenging. Buiten deze gebieden worden al deze bedrijven "gewoon" beoordeeld aan de hand van de in de VNG-brochure omschreven methodiek voor milieuzonering. Bijvoorbeeld een werkplaats waar kleding van leer gemaakt wordt, dient buiten de bovengenoemde aangewezen gebieden voor functiemenging, een minimale afstand van 30 meter in een woongebied en 10 meter in een gemengd gebied, aan te houden tot milieugevoelige objecten. Voor de duidelijkheid moet dan wel worden opgemerkt dat wat betreft de mate van overlast die een bedrijf mag veroorzaken naar gevoelige objecten (veelal genormeerd via het Activiteitenbesluit), geen verschil bestaat tussen een gebied met functiemenging en de andere woongebieden.

Wel zal het bevoegde gezag in functiemengingsgebieden gemakkelijker aan mogen nemen dat een bepaalde bedrijfsfunctie uit de A-, B- of C- categorie, past binnen een beoogde bestemming, zonder dat hiervoor diverse milieuonderzoeken moeten worden opgevraagd omdat niet wordt voldaan aan een bepaalde minimale afstand. Uiteraard geldt dit beleid niet voor alle bedrijfstypen. In een gebied met functiemenging wordt uiteraard niet beoogd om ruimte te maken voor een groot transportbedrijf of chemische fabriek, maar biedt de VNG-brochure een afwegingskader voor de soorten van bedrijvigheid waar functiemenging voor mogelijk is. Dit afwegingskader is ook toegepast bij de SvB, behorend bij dit bestemmingsplan: categorie A voor activiteiten in milieucategorie 1; categorie B voor activiteiten maximaal in categorie 1 voor wat betreft aspect gevaar;

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

3

categorie 2 voor stof en geur; categorie 3.1 voor geluid met een index van maximaal 1G (goederen) en 2P (personen); categorie C, als categorie B, maar met een maximale index van 2G (goederen) en 3P (personen).

Bovendien geldt de functiemenging-mogelijkheid niet voor alle bedrijven in een bepaalde bedrijfscategorie. Aangesloten wordt ook hier bij de VNG-brochure, waarin voor de toelaatbaarheid van de verschillende activiteiten, de volgende randvoorwaarden worden gegeven: 1. 2. 3. 4.

het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/ of laad en losactiviteiten vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten, inclusief opslag, geschieden hoofdzakelijk inpandig; de activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

Deze randvoorwaarden hebben als consequentie dat bepaalde gelijksoortige typen van milieubelastende activiteiten, juist in een gebied waar functiemenging wordt nagestreefd, toch volledig anders beoordeeld moeten worden. Bijvoorbeeld een school met een schoolplein kan dan op grond van de derde voorwaarde niet worden gezien als een type B activiteit. Milieuzonering blijft hier dus aangewezen, waardoor categorie 2 van toepassing blijft. Dit terwijl een school zonder schoolplein (of een schoolplein met een aantoonbaar ondergeschikte functie) in een functiemenging-gebied juist wel moet worden gezien als type B, conform de SvB. Het gaat immers, conform de jurisprudentie dienaangaande, bij de beoordeling om datgene wat "in hoofdzaak" plaats vindt bij een milieubelastende activiteit. Met andere woorden; het gaat hier om datgene wat in hoofdzaak milieubelastend is (in casu: het schoolplein). De acceptatie van het principe van functiemenging heeft er toe geleid dat de toepassing van de VNG-brochure in de bestemmingsplanpraktijk vanaf 2007 in plaats van het "gemotiveerd afwijken" als nieuw uitgangspunt het "gemotiveerd toepassen" heeft kozen. In de VNG-brochure (p.40) zelf wordt hierover opgemerkt: "Er kan naar keuze gebruik worden gemaakt van meerdere lijsten, voor de inpassing van activiteiten in gemengd gebied zijn de milieucategorieën A, B en C opgenomen [...].

Na vaststelling van de lijsten in het bestemmingsplan is bij afwijkingen uiteraard een zorgvuldige motivering nodig."

Gemotiveerd afwijken De VNG-brochure is bedoeld als hulpmiddel en niet als blauwdruk. Ook wanneer functiemenging niet aan de orde is, laat jurisprudentie zien dat, van de brochure kan/moet worden afgeweken wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat, ondanks het voldoen aan de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden, de bedrijfsvoering door nieuwe ontwikkelingen in sommige gevallen toch wordt beperkt. Of omgekeerd kan het ook aan de orde zijn dat een goed woon- en leefklimaat bij kleinere afstanden juist wel kan worden gewaarborgd. Belangrijke voorwaarde hierbij is echter wel dat aan dergelijke afwegingen een zeer gedegen nader onderzoek ten grondslag moet liggen. Er kan dus "mits zorgvuldig gemotiveerd", ook worden afgeweken van de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden voor functiescheiding. Hierbij dienen ook de mogelijke (toekomstige) gevolgen voor het woon- en leefmilieu, toch al direct te worden meegewogen in de belangenafweging. De Raad van State meent dat een bevoegd gezag zich reeds bij de bestemmingsplanprocedure een oordeel dient te vormen of, uitgaande van de "representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden", geen onoverkomelijke problemen zijn

4

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

te verwachten. Hierdoor kan de belangenafweging dienaangaande ook niet worden doorgeschoven naar de Wabo- (milieu)vergunningverlening (o.a. ABRvS 200408416/1, Zaanstad). Bestemmingsplannen mogen immers geen bestemmingen bevatten die niet kunnen worden gerealiseerd omdat bij voorbaat al vaststaat dat niet aan de milieueisen kan worden voldaan. Vooralsnog valt uit de jurisprudentie nog niet eenduidig af te leiden wat dan de toetsingsgrondslag van deze nadere motivatie zou moeten zijn. Waarschijnlijk is dat hiervoor het Activiteitenbesluit kan worden gebruikt. Het Activiteitenbesluit is een algemene maatregel van bestuur waarin regels zijn opgenomen die nodig zijn ter bescherming van het milieu tegen de nadelige gevolgen van bedrijfsactiviteiten, die gelden voor de overgrote meerderheid van de bedrijven in Nederland. De normen die het activiteitenbesluit bevat, hebben in principe geen 'omgekeerde werking', het bevat dus geen normen voor een 'redelijk woon- en leefklimaat' voor milieugevoelige functies. Het bestemmingsplan, dan wel een besluit tot afwijking daarvan, blijft hierdoor het middel om een woon- en leefklimaat van omwonende te beschermen (o.a. ABRvS 201302600/1/A1, Lingewaard). Toch kent de bestuursrechter in de praktijk al wel degelijk een omgekeerde werking toe aan de normen van het Activiteitenbesluit.

Wanneer een bedrijf, door bijvoorbeeld nieuwvestiging van een woning, niet meer aan de normen van het Activiteitenbesluit zou kunnen voldoen, wordt het bestemmingsplan geacht niet meer te voldoen aan het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Dit vanuit de gedachte dat indien aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan, er in beginsel sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Of er bij vestiging van milieubelastende functies in een bestemmingsplan een redelijk woon- en leefklimaat aan milieugevoelige functies wordt geboden, wordt dus, zoals hierboven al uitgewerkt, in beginsel bepaald aan de hand van de richtafstanden, of mogelijkheid tot functiemenging, als omschreven in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Ook toekomstige ontwikkelingen worden dan geacht te zijn meegewogen. Wanneer aan de VNG-richtafstand, of voorwaarde voor functiemenging, wordt voldaan, dan hoeft er dus in principe geen toets meer aan het Activiteitenbesluit, of (soms) vigerende vergunning, plaats te vinden. Uiteraard geldt hiervoor wel de uitzondering dat, wanneer (onderbouwd) aannemelijk wordt gemaakt dat de criteria van de VNG-brochure in het concrete geval niet volstaan, nader onderzoek noodzakelijk is.

Wanneer de richtafstand echter groter is dan in een voorliggende situatie kan worden gehaald, of wanneer niet aan de criteria voor functiemenging kan worden voldaan, is bedrijfsvestiging toch nog steeds niet helemaal uitgesloten. Dit omdat, door middel van een algemene afwijkingsbevoegdheid, ook de mogelijkheid geboden wordt, om van de, op de VNG-brochure gebaseerde, SvB af te wijken. Deze afwijkingsbevoegdheid geldt ook voor bedrijfssoorten die niet op de lijst voorkomen en/of voor bedrijven uit een hogere milieuhindercategorie dan het bestemmingsplan toelaat. Uiteraard dient hieraan wel een zorgvuldige motivering, in de bovenstaande zin, ten grondslag te liggen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij kwetsbare bestemmingen worden gerealiseerd, dient ook rekening te worden gehouden met de milieuzones rondom de bedrijven. Ook hier geldt dat bij inachtneming van de VNG-criteria in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is.

Maar net zoals bedrijven soms kunnen worden gerealiseerd op kortere afstanden dan volgens de VNG-richtlijnafstanden wenselijk is, kunnen omgekeerd ook woningen op geringere afstanden dan de richtafstanden toelaatbaar zijn, wanneer het betreffende bedrijf enerzijds geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft (wanneer er dus aannemelijk wordt gemaakt dat wordt uitgegaan van de "representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden") en er anderzijds sprake is van een "goed woon- en leefklimaat" ter plaatse van de geprojecteerde nieuwbouw. Of deze situatie zich inderdaad voordoet, kan worden beoordeeld aan de hand van het aanvullend toetsingskader, zoals opgenomen in bijlage 5 van de VNG-brochure. De

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

5

jurisprudentie laat hierbij echter zien dat aan de normstelling van het Activiteitenbesluit de plaats toekomt die de VNG-brochure reserveert voor haar eigen normstelling in het "Toetsingskader voor ontheffingen en planherzieningen". De gemeente Nijmegen zoekt dan ook bij de toepassing van dit VNG-toetsingskader aansluiting bij de jurisprudentie.

De verbijzonderde Staat van Bedrijvigheid De keuze voor de bovenstaande wijze van milieuzonering betekent tevens dat, anders dan in voorgaande bestemmingsplannen van de gemeente Nijmegen, ook detailhandel, dienstverlening, kantoren, sport, maatschappelijke, culturele en recreatieve functies zijn onderworpen aan de VNG-methodiek. Het doel hiervan is om duidelijkheid en rechtszekerheid ten aanzien van deze functies, met een vaak grote maatschappelijke impact, te verschaffen. De SvB is dan ook gemodelleerd in deze zin. De SvB van dit bestemmingsplan wijkt dan ook op enkele onderdelen af van de bedrijvenlijst van bijlage 1 van de VNG-publicatie. Allereerst valt qua vormgeving op dat, anders dan in de VNG-brochure (bijlage 1 van de VNG-brochure volgt de SBI-indeling), de indeling van de methodiek van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012), is aangehouden. Hierbinnen werden vervolgens de verschillende functies en hoofdgroepen van de VNG-brochure (inclusief code) ingebracht. Tevens is aangegeven of de betreffende categorie in aanmerking komt voor functiemenging en zo ja, welk type (A, B of C) van toepassing is.

Bijlage I van de VNG-brochure kan worden gezien als een samenvatting en tevens uitwerking van de door het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) uitgewerkte "Index per klasse bij de SBI 2008" (het bestand: sbi2008versie2012indexperklasse.xls; verder: "de CBS-lijst"). Voor zover niet geheel duidelijk is of een concreet bedrijf te plaatsen is in een bepaalde bedrijfscategorie van SvB, is er in dit bestemmingsplan voor gekozen om de (veel gedetailleerder) indeling uit de CBS-lijst uit 2012 bepalend te laten zijn. Om hierover echter onduidelijkheid te voorkomen, is dan ook bij ieder met name genoemd bedrijf de meer gedetailleerdere SBI-code van de CBS-lijst opgenomen, terwijl bij de omschrijving toch is aangesloten bij de Bijlage I van de VNG-brochure, waardoor de betreffende categorie-indeling van het specifieke bedrijf toch duidelijk te herleiden is. Daarnaast zijn er enkele inhoudelijke wijzigingen, die in het onderstaande puntsgewijs zullen worden toegelicht: in de lijn van het gestelde in de casus ABRvS 200004956/1 (Amsterdam) en de aanbevelingen dienaangaande in de VNG-brochure, zijn, gelet op de karakteristieken van het plangebied, in de SvB alleen bedrijven ondergebracht tot en met milieucategorie 3.1; gelet op het karakter van de omgeving zijn agrarische bedrijven, evenals dienstverlenende bedrijven in deze sector, niet opgenomen in de SvB.

In aansluiting met de SVBP2012 hebben kantoren een eigen hoofdcategorie (sub D) gekregen, waarbinnen de diverse kantoor-aanduidingen in de VNG-brochure zijn ondergebracht. Het betreft hier kantoren zonder overwegende baliefunctie, waarvan de grootte in principe dus bepalend is voor de te verwachten milieuhinder. Kantoren met (overwegende) baliefunctie zijn gerangschikt onder de categorie dienstverlening; ten opzichte van de VNG-publicatie is gekozen voor een afwijkende beoordeling van de hinderaspecten die samen hangen met autohandel- en reparatiebedrijven, benzinestations en aanverwante bedrijven. Gebleken is dat de overlast ten aanzien van "reparaties waarbij de garagedeuren niet zijn gesloten" of "buitenreparaties" in de woonbebouwing vooral 's zomers tot grote problemen kan leiden. Dit terwijl de opslag van brandstoffen en olieachtige producten op zichzelf voor ongewenste risico's zorgen, waardoor wij van mening zijn dat nieuw vestiging in woongebieden in principe niet gewenst is. Daarnaast zijn het naar onze mening niet alleen de bedrijfsprocessen zelf die in dit verband als risicovol

6

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

moeten worden beoordeeld, maar ook de frequente verkeersbewegingen van en naar dit soort bedrijven, ook met motorvoertuigen die niet optimaal functioneren (en daarom voor onderhoudsbeurten of ter reparatie worden aangeboden). De bedrijfstypen met SBI-2008 codes 45 en 473 zijn dan ook niet opgenomen in de SvB voor dit gebied; vergelijkbare overwegingen hebben bij bedrijfstypen die in de VNG-brochure zijn gerangschikt onder SBI-2008 code 4752 (bouwmarkten, tuincentra en hypermarkten), SBI-code 82992 (veilingen voor huisraad, kunst e.d.) en SBI-code 47.1 (supermarkten, warenhuizen) waar een potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking vanuit gaat (als bedoeld in categorie 2P, blz 83 van de VNG-brochure), er voor gezorgd dat deze niet zijn opgenomen, dan wel zijn uitgezonderd in de SvB; in relatie tot de systematiek die bij dit bestemmingsplan ten aanzien van de categorie-indeling wordt gehanteerd, kon echter niet worden volstaan met het simpelweg niet benoemen van de bovenbedoelde detailhandel, die als categorie 2 hinderlijk wordt beschouwd in de VNG-brochure. Dit omdat dit type bedrijven dan via de restcategorie 47: "Detailhandel voor zover n.e.g." toch positief bestemd zou worden. Dit is opgelost door te verwijzen naar categorie 47.5/47.7 Winkels in overige (huishoudelijke) artikelen, excl.

bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten (cat.2), waarmee deze uitzondering expliciet is gemaakt. Ook supermarkten en warenhuizen, beide met een verkeersbelasting 2P, zijn uitgezonderd door te verwijzen de SBI-categorieën 47.11 en 47.19.2, waarbij deze vormen van detailhandel expliciet zijn uitgezonderd.

Op basis van de hiermee opgedane ervaringen is de methodiek van de "Staat van horeca-activiteiten (model Nijmegen)" gehandhaafd. Deze horeca-activiteiten zijn nu weliswaar ook ondergebracht in de SvB, maar er worden nog steeds in de in de volgende drie categorieën onderscheiden:

Categorie 1: lichte horeca Dit betreft bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds geopend zijn en slechts in beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Hierbij gaat het vooral over (kleinschalige): restaurants, cafetaria's, ijssalons, koffiebars en dergelijke. Bedrijven van deze categorie met openingstijden uitsluitend in de dagperiode zijn geplaatst in categorie A. Bedrijven met avondopenstelling zijn ondergebracht in categorie B. Dit komt overeen met categorie 1 en 2 bij milieuzonering.

Categorie 2: middelzware horeca Onder categorie 2 vallen de volgende bedrijven: bedrijven die grotere hinder kunnen veroorzaken voor omwonenden door de ruime openingstijden (ook 's nachts). Hierbij kan worden gedacht aan café's en bars zonder al te zware muziekbelasting, taveernes, cocktailbars, etc. Deze bedrijven zijn over het algemeen passend binnen weinig gevoelige gebieden, zoals centrumgebieden met primair een functie voor detailhandel en voorzieningen. Het zijn bedrijven die passen binnen type B, of categorie 3.1 bij functiescheiding; bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking: grotere restaurants, grotere hotels e.d. maar ook restaurants met een potentieel zeer hinderlijke haal- en brengservice. Deze bedrijven zijn vooral toelaatbaar langs de hoofdinfrastructuur. Dit zijn bij uitstek de categorie C bedrijven.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

7

Categorie 3: zware horeca Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts zijn geopend en tevens een groot aantal bezoekers (verkeer) aantrekken, hetgeen grote hinder voor de omgeving met zich mee kan brengen, zoals: dancings, discotheken en partycentra. Gelet op het aantal incidenten wat bij dit type bedrijven heeft plaatsgevonden de afgelopen jaren, blijkt aan de aanwezigheid van dergelijke bedrijven ook meer risico's verbonden dan tot uiting komt in de VNG-brochure. Deze bedrijven zijn naar onze mening dan ook alleen toelaatbaar in specifiek voor dergelijke bedrijven aangewezen gebieden. Bovendien wordt bij dit soort bedrijven zeker niet voldaan aan de randvoorwaarden voor bedrijven die aan de methodiek voor functiemenging gesteld zijn. Deze bedrijven zijn dan ook niet opgenomen in de hierboven uitgewerkte methodiek voor functiemenging (A,B en C-typering).

8

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Staat van bedrijvigheid

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL

Bedrijven

10, 11

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

10.1

Slachterijen en vleesverwerking:

10.13

- vleeswaren en conservenfabrieken: p.o. <= 1000 m²

50

0

50 C

30

50

3.1

1G

1

10.13

- vleeswaren en conservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

30

0

50

10

50

3.1

1G

1

10.20

Visverwerkingsbedrijven:

10.20

- verwerken (excl. Drogen, conserveren of roken): p.o. <= 300 m²

50

10

30

10

50

3.1

1G

1

10.31

Aardappelprodukten fabrieken:

10.31

- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²

50

10

50

50 R

50

3.1

1G

1

10.5

Vervaardiging van zuivelproducten

10.52

- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²

B

10

0

30

0

30

2

1G

1

10.71

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²

B

30

10

30 C

10

30

2

1G

1

B

30

10

30

10

30

2

1G

1

B

30

10

30

10

30

2

1G

1

50

0

50

10

50

3.1

2G

1

10

0

30 C

0

30

2

1G

1

50

0

50

10

50

3.1

2G

2

B

10

0

50

10

50

3.1

1G

1

C

10

10

30

10

30

2

2G

2

B

30

0

50

0

50

3.1

1G

1

50

10

10

10

50

3.1

1G

1

50

10

30

10

50

3.1

2G

2

50

10

50

10

50

3.1

2G

1

-

10.71 10.82.2 10.82.2

- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m²

10.85 11.02 t/m 11.04

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

13.30

Textielveredelingsbedrijven

13.9, excl. 13.93 14.1 14.3

Vervaardiging van overige textielwaren, excl. Vloerkleden en tapijt Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

14.11

Vervaardiging kleding van leer

B

15.1

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

15.2

Schoenenfabrieken

16.10.2

Houtconserveringsbedrijven:

16.10.2

C

10

30

50

10

50

3.1

2G

1

16.2

- met zoutoplossingen Timmerwerkfabrieken, vervaardiging artikelen van hout, p.o. < 200 m2

B

0

30

50

0

50

3.1

1G

1

16.29

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

B

10

10

30

0

30

2

1G

1

17.12

Papier- en kartonfabrieken:

17.12

- p.c. < 3 t/u Drukkerijen, reproductie van opgenomen media

50

30

50 C

30 R

50

3.1

1G

2

14.2, 15.1

18

D

LUCHT

GEVAAR

A

FUNCTIEMENGING

GELUID

INDICES

STOF

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

B

B

B

L

Staat van bedrijvigheid 18.12.9

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

B

10

0

30

0

30

2

1P

1

B

18.13

Grafische reproduktie en zetten

C

30

0

10

10

30

2

2G

1

B

18.14

Grafische afwerking

B

0

0

10

0

10

1

1G

1

18.14

Binderijen

C

30

0

30

0

30

2

2G

1

18.14

Overige grafische aktiviteiten

C

30

0

30

10

30

2

2G

1

18.2

Reproduktiebedrijven opgenomen media

B

0

0

10

0

10

1

1G

1

20.59

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

50

10

50

50 R

50

3.1

3G

2

B

21.20

Farmaceutische produktenfabrieken:

21.20

- formulering en afvullen geneesmiddelen

50

10

50

50 R

50

3.1

2G

1

B

21.20

- verbandmiddelenfabrieken

10

10

30

10

30

2

2G

1

22.11

Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

22.11

- vloeropp. < 100 m2

50

10

30

30

50

3.1

1G

1

22.2

Kunststofverwerkende bedrijven:

22.22; 22.23

- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen

23.12 23.19

Glasbewerkingsbedrijven

C

D

B

50

30

50

30

50

3.1

2G

1

B

10

30

50

10

50

3.1

1G

1

B

10

10

30

10

30

2

1G

1

23.7

Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²

B

10

30

50

0

50

3.1

1G

1

23.91

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

B

10

30

50

10

50

3.1

1G

2

25.1, 33.1

Constructiewerkplaatsen

25.1, 33.1

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

B

30

30

50

10

50

3.1

1G

1

B

30

30

50

10

50

3.1

D

1G

2

B

B

10

30

50

10

50

3.1

D

1G

2

B

B

30

30

50

10

50

3.1

1G

2

B

B

30

10

30

10

30

2

1G

1

0

50

30

50

3.1

2G

1

B

50

30

50

3,1

2G

1

B B

L

23.2, 23.3 23.4 Aardewerkfabrieken: 23.2, 23.3 23.5 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 23.7

25.5, 33.1 25.61, 33.11

26, 28, 33

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 Kantoormachines- en computer reparatiebedrijven

26.1, 26.3, 26.4, 33.1

Vervaardiging van audio-, video- en telecomapparatuur e.d. incl. reparatie

30

26

Vervaardiging van audio, video- en telecomapparatuur ed incl. reparatie

30

25.62, 33.11 25.9, 33.1

26.12

D

D

26, 32, 33

Fabrieken voor gedrukte bedrading Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

30.1, 33.15

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

30.1, 33.15

- houten schepen

C

30

30

50

10

50

3.1

2G

1

95.24

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

A

0

10

10

0

10

1

1P

1

32.1

Fabricage van munten, sieraden e.d.

B

30

10

10

10

30

2

1G

1

32.2

Muziekinstrumentenfabrieken

C

30

10

30

10

30

2

2G

2

32.3

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

2G

2

32.4

Speelgoedartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

2G

2

50

10

50

30

50

3.1

1G

2

B

30

0

30

0

30

2

1G

1

L

B

B

Staat van bedrijvigheid 32.99.1

Sociale werkvoorziening

32.99.9 35.13

Vervaardiging van overige goederen n.e.g. Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

35.13

- < 10 MVA

35.13

- 10 - 100 MVA

35.13

B

0

30

30

0

30

2

30

10

50

30

50

3.1

0

0

30 C

10

30

0

0

50 C

30

50

0

0

10 C

10

10

35.13

Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

0

0

30 C

10

30

35.13

- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D

0

0

50 C

50 R

35.12

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

35.12

- blokverwarming

10

0

30 C

36.00

10

0

36.00

Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

36.00

- < 1 MW

0

38.11

Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.

38.12

Gemeentewerven (afval-inzameldepots)

41, 42, 43

41, 42, 43

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

46

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING (geen auto's of motorfietsen)

46.1

Handelsbemiddeling

46.21

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders, excl. 46.21.7 Ruwe tabak, verwerkingscapaciteit <500 ton/h

35.13

36.00

41, 42, 43

46.22

46.21.7, 46.31

Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder (incl. halffabrikaten) Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

46.32, 46.33

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, spijsoliën en- vetten en eieren,

46.24

46.34

1P

1

2G

2

2

1P

1

B

3.1

1P

1

B

1P

1

2

1P

1

50

3.1

1P

1

10

30

2

1P

1

50 C

30

50

3.1

1G

2

0

30 C

10

30

2

1P

1

50

30

50

10

50

3.1

2G

1

30

30

50

30 R

50

3.1

2G

1

B

C

10

30

50

10

50

3.1

2G

1

B

C

10

30

50

10

50

3.1

2G

1

B

B

0

10

30

10

30

2

1G

1

B

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

30

30

50

30 R

50

3.1

2G

2

10

10

30

0

30

2

2G

1

50

0

30

0

50

3.1

2G

1

30

10

30

50 R

50

3.1

2G

1

10

0

30

50 R

50

3.1

2G

1

B

B

B

C

D

Grth in dranken (geen zuivel) Grth in tabaksprodukten en rokersbenodigheden

C

0

0

30

0

30

2

2G

1

C

10

0

30

0

30

2

2G

1

C

10

10

30

0

30

2

2G

1

C

30

10

30

0

30

2

2G

1

46.38, 46.39

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen (geen ruwe) Grth in overige voedings- en genotmiddelen (incl. halffabrikaten)

C

10

10

30

10

30

2

2G

1

46.4, 46,5,46.73.3

Grth in consumentenartikelen, non-food (excl. Vuurwerk en munitie)

C

10

10

30

10

30

2

2G

1

4.64.99

Grth in vuurwerk en munitie:

46.35 46.36 46.37

Staat van bedrijvigheid

46.49.9 46.64; 46.65; 46.66

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

46.69

Groothandel in overige machines, apparaten en toebehoren voor industrie en handel

C

0

10

50

0

50

3.1

2G

1

46.9

Niet-gespecialiseerde groothandel

C

0

0

30

0

30

2

2G

1

46.71.1

Grth in vaste brandstoffen:

46.71.1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

10

50

50

30

50

3.1

2P

2

46.73

Grth in hout en bouwmaterialen:

46.73

- algemeen: b.o. > 2000 m²

C

0

10

50

10

50

3.1

2G

2

46.73

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

B

0

10

30

10

30

2

1G

1

46.73.5

zand en grind:

46.73.5

B

0

10

30

0

30

2

1G

1

46.74

- algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

46.74

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

C

0

0

50

10

50

3.1

2G

2

46.74

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

B

0

0

30

0

30

2

1G

1

46.76

Grth in overige intermediaire goederen

C

10

10

30

10

30

2

2G

2

47.91

Postorderbedrijven

C

0

0

50

0

50

3.1

2G

1

49.32

Vervoer per taxi

B

0

0

30 C

0

30

2

2P

1

0

0

50 C

30

50

3.1

2G

1

0

0

30 C

10

30

2

D

1P

1

30

10

50 C

50 R

50

3.1

D

2G

2

46.49.9

C

10

0

30

10 V

30

2

2G

1

10

0

30

50 V

50

3.1

2G

1

C

0

0

30

0

30

2

2G

1

B

52.10.2, 52.10.9

- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen Opslag in koelhuizen e.d.; Opslag in distributiecentra en overige opslag (niet in tanks, koelhuizen e.d.)

52.10.9

Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

B

0

0

30 C

10

30

2

2G

1

56.2

Cateringbedrijven

B

10

0

30 C

10

30

2

1G

1

58.1

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

A

0

0

10 C

0

10

1

1P

1

62

Uitgeverijen (kantoren) Telecommunicatiebedrijven, excl. zendinstallaties Computerservice- en informatietechnologiebureau's e.d.

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

58, 63

Datacentra

B

0

0

30 C

0

30

2

1P

1

68

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

77.11

Verhuur van en handel in onroerend goed Verhuur en lease van personenauto's en lichte bedrijfsauto's

B

10

0

30

10

30

2

2P

1

77.12

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)

C

10

0

50

10

50

3.1

D

2G

1

C

10

10

30

10

30

2

D

2G

2

C

10

0

50

10

50

3.1

D

2G

1

B

D

B

49.4 49.5

61

77.2

81.22

Verhuur van consumentenartikelen Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Gespecialiseerde reiniging van gebouwen en industriële reiniging

50

10

30

30

50

3.1

1P

1

96.01.1

Tapijtreinigingsbedrijven

30

0

50

30

50

3.1

2G

1

96.01.1

Wasserijen en strijkinrichtingen

30

0

50 C

30

50

3.1

2G

1

96.01.2

Chemische wasserijen en ververijen

30

0

30

30 R

30

2

2G

1

96.01.3

Wasverzendinrichtingen

0

0

30

0

30

2

1G

1

77.3

B

B

L

B

L

Staat van bedrijvigheid B

Detailhandel

47

Detailhandel voor zover n.e.g. Winkels met algemeen assortiment, voedingsen genotmiddelen (geen supermarkten of vergelijkbare winkels met verkeersbelasting 2P)

47.11

47.5, 47.7

Winkels met een algemeen assortiment nonfood (geen warenhuizen ) Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken of bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Winkels in overige (huishoudelijke) artikelen, excl. Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten (cat.2)

47.78.9

Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt

47.19.2 47.22 47.24

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

A

10

0

10

10

10

1

1P

1

A

10

10

10 C

10

10

1

1P

1

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

B

0

0

10

10 V

10

1

1P

1

B

0

0

30 C

0

30

2

2P

1

A

0

0

10 C

0

10

1

1P

1

30

10

30

30 R

30

2

1P

1

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

C

Dienstverlening

53

72.2

Post en koeriers FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

74.20.3

Ontwikkelcentrales (foto en film)

C

10

0

30 C

10

30

2

2G

1

79.1

Reisbemiddeling en reisorganisatie

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

2P

1

64, 65, 66 72.1

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, Overige zakelijke dienstverlening: kantoren 80tm82 met overwegende baliefunctie Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en 95.2 motorfietsen)

B

0

0

10

0

10

1

A

0

0

10

10

10

1

1P

1

96.01.3

Wasserettes, wassalons

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

96.02

Haar- en schoonheidsverzorging

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

96.09

Overige dienstverlening (rest)

A

0

0

10 C

0

10

1

1P

1

D

Kantoor A

0

0

10

0

10

1

1P

1

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

C

0

0

30

0

30

2

3P

1

1

1P

1

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, Kantoor zonder overwegende baliefunctie 80tm82 p.o. <500 m2 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, Kantoor zonder overwegende baliefunctie, 80tm82 p.o. >500 en <1000m2 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, Kantoor zonder overwegende baliefunctie, 80tm82 p.o. >1000m2

D

D

E

Maatschappelijke functies

47.73; 47.74

Apotheken; Winkels in drogisterij-, medische en orthopedische artikelen

A

0

0

0

10

10

84

Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

84.25

Brandweerkazernes

0

0

50 C

0

50

3.1

1G

1

85.2; 85.31 85.32; 85.4; 85.5

Primair en speciaal onderwijs; Algemeen vormend voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs

B

0

0

30

0

30

2

1P

1

B

10

0

30

10

30

2

2P

1

86.1

Ziekenhuizen

C

10

0

30 C

10

30

2

3P

2

D

B

Staat van bedrijvigheid 86.21; 86.22; 86.23

Artsenpraktijken, klinieken en dagbehandelcentra

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

86.91, 86.92.3

Praktijken van verloskundigen en paramedici; preventieve gezondheidszorg

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

87.1

Verpleeghuizen

B

10

0

30 C

0

30

2

1P

1

88.91

B

0

0

30

0

30

2

2P

1

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

94.1; 94.2

Kinderopvang en peuterspeelzaalwerk Culturele uitleencentra en openbare archieven; Musea, kunstgalerieën en expositieruimten Bedrijfs-, werkgevers- en beroepsorganisaties; Werknemersorganisaties

A

0

0

10

0

10

1

1P

1

94.91

Levensbeschouwelijke organisaties

B

0

0

30

0

30

2

2P

1

94.99.1

B

0

0

30 C

0

30

2

2P

1

96.03

Gezelligheidsverenigingen Uitvaartverzorging, mortuaria en begraafplaatsen, excl. crematoria

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

F

Cultuur en ontspanning

59; 60

productie films, geluidopnamen, radio en TV

C

0

0

30 C

10

30

2

2G

1

59.14

Bioscopen

C

0

0

30 C

0

30

2

3P

1

85.52

Cultureel onderwijs

B

0

0

30

0

30

2

2P

1

85.52.1

Dansscholen

B

0

0

30 C

0

30

2

2P

1

90.04

Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen

C

0

0

30 C

0

30

2

3P

1

91.01; 91.02

Musea, ateliers, e.d.

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

91.04.1

B

30

10

30 C

0

30

2

1P

1

92.00.9

Kinderboerderijen Exploitatie van amusements- en speelautomaten

B

0

0

30 C

0

30

2

1P

1

96.04

Sauna's, solaria, baden e.d.

B

10

0

30 C

0

30

2

1P

1

91.01; 91.02

D

G

Sport

93.11.1

Zwembaden:

93.11.1

- overdekt

C

10

0

50 C

10

50

3.1

3P

1

93.11.2

Sporthallen, excl. Ijshallen - en banen

C

0

0

50 C

0

50

3.1

2P

1

93.11.9

Overige sportaccomodaties:

93.11.9

skelter- en kartbanen, in een hal

B

10

0

50

10

50

3.1

2P

1

93.11.9

kunstskibanen

0

0

30 C

50 R

50

3.1

2P

2

93.11.9 93.12.1; 93.12.2

Golfbanen

B

0

0

10

0

10

1

2P

1

Veldsportcomplex (met verlichting)

B

0

0

50 C

0

50

3.1

2P

2

93.12.4

Tennisbanen (met verlichting)

B

0

0

50 C

0

50

3.1

2P

2

93.12.5

Paardensport en maneges

50

30

30

0

50

3.1

2P

1

93.12.9

Schietinrichtingen:

93.12.9

- buitenbanen met voorzieningen: boogbanen

0

0

30

30

30

2

1P

1

93.12.9

- binnenbanen: boogbanen

A

0

0

10 C

10

10

1

1P

1

93.13

Fitnesscentra

B

10

0

30 C

0

30

2

1P

1

93.14.4

Bowlen, kegelen, biljarten e.d.

B

0

0

30 C

0

30

2

2P

1

B

10

0

10

10

10

1

2P

1

A

10

0

10 C

10

10

1

1P

1

I

Horeca

55.10

Hotels e.d.

56.1

Lichte Horeca maaltijdenverstrekking

56.1

alleen dagopenstelling: automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, luchroom, ijssalon, snackbar e.d. (zonder bezorg- of brengservice)

Staat van bedrijvigheid

56.1 56.3

tevens avondopenstelling: bistro, brasserie, grillroom, restaurant zonder bezorg- en of afhaalservice

56.3

Lichte horeca drankenverstrekking alleen dagopenstelling: tearoom, koffiebar e.d. tevens avondopenstelling: huiskamercafe, schaakcafe, bar, ed

56.1

Middelzware horeca, maaltijdenverstrekking

56.1

Restaurant met afhaal- en brengservice (o.a. grillroom, pizzeria, chinees, shoarma)

56.3

Middelzware horeca, drankenverstrekking

56.3

56.3

Grand café's, Bierhuizen, Irish pubs, tavernes, cocktailbars, nachtclub's, etc. zalenverhuur zonder regulier gebruik tbv feesten of evenementen

56.1; 56.3

bedrijven in SBI- categorie 561 of 563 met een vloeroppervlake van meer dan 250 m2

56.3

Zware horeca

56.3

Feestcafé's, podiumcafé's, muziekcafé's Discotheken,Partycentra, zalenverhuur met regulier gebruik tbv feesten of evenementen e.d.

56.3

56.3

B

10

0

30 C

10

30

2

2P

1

A

10

0

10 C

10

10

1

1P

1

B

10

0

30 C

10

30

2

2P

1

C

0

0

30 C

10

30

2

3P

1

B

0

0

50 C

10

50

3.1

2P

1

B

0

0

50 C

10

50

3.1

2P

1

C

0

0

50 C

10

50

3.1

3P

1

0

0

50 C

30

50

3.1

D

3P

1

0

0

50 C

30

50

3.1

D

3P

1

Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten (toelichting) Algemeen

Voor de toepassing van milieuzonering in dit plan gebruik gemaakt van de VNG-brochure (editie 2009). De uitgangspunten met betrekking tot nieuwe bedrijfsvestigingen, maar ook nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van bedrijvigheid, worden in dit bestemmingsplan bepaald aan de hand van de methodiek zoals omschreven in deze VNG-brochure. Hierbij wordt in veel gevallen een "milieuzone" aangehouden tussen bedrijvigheid en "gevoelige objecten". De omvang van deze milieuzone is enerzijds afhankelijk van de mogelijke milieubelasting veroorzaakt door de soort bedrijvigheid, en anderzijds ook van de omgeving waarbinnen het gevoelige object is gelegen.

milieubelasting De potentiële milieubelasting veroorzaakt door een bepaalde vorm van bedrijvigheid wordt in de VNG-brochure per bedrijfstype bepaald in de bedrijvenlijst, in de VNG-brochure opgenomen als bijlage 1. In bijlage 3 van de VNG-brochure is, op basis van de lijst opgenomen in bijlage 1 een voorbeeld Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen (verder: SvB) opgenomen, die weer dient als uitgangspunt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen SvB. De SvB is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijvigheid (naar hoofdcategorieën), al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal milieucategorieën, veelal direct overgenomen uit de VNG-publicatie, waarbij afwijkingen, hieronder in deze toelichting, nader worden verduidelijkt. De SvB is in zijn algemeenheid een categorale indeling, waarbij per bedrijfscategorie de mate van milieu-hygiënische hinderlijkheid, aan de hand van een aantal indicatoren (o.a. geur, gevaar, geluid, stof ), wordt aangegeven. In de SvB behorende bij dit bestemmingsplan zijn bedrijven opgenomen tot milieucategorie 5.3. Hiervoor gelden specifieke milieuzones, waarvan de straal wordt gegeven in door de zgn. "richtafstanden", die zijn opgenomen in de SvB (de "grootste afstand", afgeleid van de verschillende hierboven benoemde indicatoren).

de omgeving De in de SvB genoemde richtafstanden gelden in principe ten opzichte van een rustige woonwijk. De ervaren hinderlijkheid van bepaalde activiteiten hangt echter sterk samen met de reeds aanwezige belasting van de betreffende milieuaspecten. In bepaalde wijken heerst dan ook al een woon- en leefklimaat waar, zonder dat dit de kwaliteit van de leefomgeving aantast, in principe ook zwaardere bedrijvigheid kan worden toegelaten. In dit soort wijken geldt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik niet wenselijk is om de functiescheiding zo ver mogelijk door te voeren. Op grond van dit alles onderscheidt men in de VNG-brochure, al vanaf de eerste publicatie, een tweetal omgevingstypen ('rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'), waarvoor verschillende richtafstanden gelden. Volgens de VNG-brochure kunnen de richtafstanden voor een 'rustige woonwijk', zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied.

Voor de toepassing van milieuzonering op een industrieterrein worden in de VNG-brochure, zoals al aangegeven in de inleiding, geen handreikingen gegeven. In de VNG-brochure staat dat de richtafstandenlijsten niet zonder meer worden toegepast indien gevoelige functies óp een bedrijventerrein voorkomen. "Het gaat hier om historisch gegroeide situaties waar burgerwoningen (verspreid of gegroepeerd) zijn vermengd met milieubelastende bedrijvigheid. Het gaat ook om gevoelige functies die bewust op een bedrijventerrein of industrieterrein zijn gesitueerd. Deze situaties vallen buiten de kaders van de richtafstandenlijsten." Opvallend is te noemen dat in de VNG-brochure nog niet wordt ingegaan op de mogelijkheid om bedrijven onderling, ten opzichte van elkaar, eveneens te beschouwen als 'gevoelig' voor bepaalde vormen van milieuhinder. Dat neemt echter niet weg dat de Raad van State meent dat de in de VNG-brochure opgenomen richtafstanden ook in deze situaties een indicatie kunnen vormen voor de aanvaardbaarheid van een bestemmingsplan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en door de raad als zodanig kunnen worden toegepast. De jurisprudentie laat dan ook zien dat toepassing van de VNG-brochure zich niet alleen hoeft te beperken tot de omgevingstyperingen "rustige woonwijk" en "gemengd gebied".

In de casus 201306680/1/R4 van 18 maart 2015 (Schiedam) wordt bijvoorbeeld door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgesproken dat het bij bedrijfswoningen van derden in de directe nabijheid van een industrieterrein geen sprake is van 'gemengd gebied' en dat het hier redelijk is om de richtafstanden uit de VNG-brochure met twee afstandstappen te verlagen. Echter, datgene wat hierboven geldt voor het woonklimaat van een bedrijfswoning, kan indicatief evenzeer gelden voor het leefklimaat van een bedrijf wat gevoelig is voor een bepaalde vorm van hinder. Dit zou dus betekenen dat voor gevoelige objecten op een industriegebied de richtafstanden uit de VNG-brochure met twee afstandstappen worden verlaagd. Deze "verkleining van de milieuzones" is overigens alleen mogelijk bij die milieuaspecten waarvan de ervaren hinderlijkheid wordt bepaald door de heersende achtergrondniveaus, zoals het geval is bij stof, geluid of geur. Wanneer de richtwaarde voor gevaar (externe veiligheid) bepalend is voor de aan te houden afstand tussen bedrijvigheid en gevoelig object, is het uiteraard niet mogelijk om de milieuzone op deze manier te verkleinen. Dit kan echter omgekeerd niet gelden voor "geluidhinder" omdat in een geluidgezoneerd industrieterrein het speciale vestigingsklimaat voor inrichtingen niet mag worden aangetast.

Dit komt in dit gedeelte van het bestemmingsplan dus overeen met een zwaarte van 3.1 voor gevaar, en gelet op het bovenstaande (toepassing van het gestelde in de casus 201306680/1/R4), een zwaarte van 4.1 voor stof en geur. Voor wat betreft de zwaarte van de geluidsbelasting wordt overal op het terrein aangesloten bij de indeling van het vigerende plan. Door aansluiting te zoeken bij de bestaande indeling wordt immers veilig gesteld dat de autonome ontwikkeling van het gebied, in milieuhygiënische zin, niet in negatieve zin wordt beïnvloed door voorliggend plan. Wanneer door het treffen van maatregelen de bovengenoemde afstanden tot gevoelige objecten haalbaar zijn en dit aan de hand van nadere onderzoeken objectief kan worden aangetoond, kunnen ook bedrijven in hogere milieucategorieën, begrenst door de hoogste waarde die op de plankaart is weergegeven, zich ter plaatse vestigen (zie ook onder het kopje "gemotiveerd afwijken"). Dit uiteraard onverlet de criteria die gelden vanuit de milieuregelgeving (BRZO, BEVI, Activiteitenbesluit, etc.). Deze methodiek kan, blijkens de bestaande jurisprudentie, overigens niet onverkort worden toegepast wanneer er sprake is van "bijzondere gevoeligheid" van een bepaald bedrijf voor een van de genoemde vormen van milieuhinder. In dit geval is maatwerk noodzakelijk.

gemotiveerd afwijken

2

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

De VNG-brochure is bedoeld als hulpmiddel en niet als blauwdruk. Er kan van de brochure worden afgeweken wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat, ondanks het voldoen aan de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden, de bedrijfsvoering door nieuwe ontwikkelingen in sommige gevallen toch wordt beperkt. Of omgekeerd kan het ook aan de orde zijn dat een goed- woon- en leefklimaat bij kleinere afstanden juist wel kan worden gewaarborgd. Belangrijke voorwaarde hierbij is echter wel dat aan dergelijke afwegingen een zeer gedegen nader onderzoek ten grondslag moet liggen. Er kan dus "mits zorgvuldig gemotiveerd", ook worden afgeweken van de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden voor functiescheiding. Hierbij dienen ook de mogelijke (toekomstige) gevolgen voor het woon- en leefmilieu, toch al direct te worden meegewogen in de belangenafweging. De Raad van State meent dat een bevoegd gezag zich reeds bij de bestemmingsplanprocedure een oordeel dient te vormen of, uitgaande van de "representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden", geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Hierdoor kan de belangenafweging dienaangaande ook niet worden doorgeschoven naar de Wabo-(milieu)vergunningverlening (o.a. ABRvS 200408416/1, Zaanstad).

Bestemmingsplannen mogen immers geen bestemmingen bevatten die niet kunnen worden gerealiseerd omdat bij voorbaat al vaststaat dat niet aan de milieueisen kan worden voldaan. Vooralsnog valt uit de jurisprudentie nog niet eenduidig af te leiden wat dan de toetsingsgrondslag van deze nadere motivatie zou moeten zijn. Meer dan aannemelijk is echter dat hiervoor in vele gevallen het Activiteitenbesluit kan worden gebruikt. Het Activiteitenbesluit is een algemene maatregel van bestuur waarin regels zijn opgenomen die nodig zijn ter bescherming van het milieu tegen de nadelige gevolgen van bedrijfsactiviteiten, die gelden voor de overgrote meerderheid van de bedrijven in Nederland. De normen die het activiteitenbesluit bevat, hebben in principe geen 'omgekeerde werking', het bevat dus geen normen voor een 'redelijk woon- en leefklimaat' voor milieugevoelige functies. Het bestemmingsplan, dan wel een besluit tot afwijking daarvan, blijft hierdoor het middel om een woon- en leefklimaat van omwonenden te beschermen (o.a. ABRvS 201302600/1/A1, Lingewaard). Toch kent de bestuursrechter in de praktijk al wel degelijk een omgekeerde werking toe aan de normen van het Activiteitenbesluit.

Wanneer een bedrijf, door bijvoorbeeld nieuwvestiging van een woning, niet meer aan de normen van het Activiteitenbesluit zou kunnen voldoen, wordt het bestemmingsplan geacht niet meer te voldoen aan het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Dit vanuit de gedachte dat indien aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan, er in beginsel sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Of er bij vestiging van milieubelastende functies in een bestemmingsplan een redelijk woon- en leefklimaat aan milieugevoelige functies wordt geboden, wordt dus, zoals hierboven al uitgewerkt, in beginsel bepaald aan de hand van de richtafstanden, of mogelijkheid tot functiemenging, als omschreven in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Ook toekomstige ontwikkelingen worden dan geacht te zijn meegewogen. Wanneer aan de VNG-richtafstand, of voorwaarde voor functiemenging, wordt voldaan, dan hoeft er dus in principe geen toets meer aan het Activiteitenbesluit plaats te vinden. Kanttekening die hierbij bij dit bestemmingsplan gemaakt moet worden is dat het industrieterrein Westkanaaldijk in principe bedoeld is voor zware bedrijvigheid die niet in alle gevallen afdoende of volledig wordt gereguleerd door het Activiteitenbesluit.

In deze gevallen dient de haalbaarheid van bedrijfsvestiging- en/of uitbreiding te worden getoetst aan de van toepassing zijnde specifieke regelgeving, zoals bijvoorbeeld het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO), Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of de Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). Uiteraard geldt hiervoor wel de uitzondering dat, wanneer (onderbouwd) aannemelijk wordt gemaakt dat de criteria van de VNG-brochure in het concrete geval niet volstaan, nader onderzoek noodzakelijk is. Wanneer de richtafstand echter groter is dan in een voorliggende

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

3

situatie kan worden gehaald, is bedrijfsvestiging dan ook nog steeds niet uitgesloten. Dit omdat, door middel van een algemene afwijkingsbevoegdheid, ook de mogelijkheid geboden wordt, om van de, op de VNG-brochure gebaseerde, SvB af te wijken. Deze afwijkingsbevoegdheid geldt ook voor bedrijfssoorten die niet op de lijst voorkomen en/of voor bedrijven uit een hogere milieuhindercategorie dan het bestemmingsplan toelaat. Uiteraard dient hieraan wel een zorgvuldige motivering, in de bovenstaande zin, ten grondslag te liggen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij kwetsbare bestemmingen worden gerealiseerd, dient ook rekening te worden gehouden met de milieuzones rondom de bedrijven. Ook hier geldt dat bij inachtneming van de VNG-criteria in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is. Maar net zoals bedrijven soms kunnen worden gerealiseerd op kortere afstanden dan volgens de VNG-richtlijnafstanden wenselijk is, kunnen omgekeerd ook gevoelige objecten op geringere afstanden dan de hierboven genoemde richtafstanden toelaatbaar zijn, wanneer het betreffende bedrijf enerzijds geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft (wanneer er dus aannemelijk wordt gemaakt dat wordt uitgegaan van de "representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden") en er anderzijds sprake is van een "goed leefklimaat" ter plaatse van de geprojecteerde nieuwbouw.

Of deze situatie zich inderdaad voordoet, kan worden beoordeeld aan de hand van het aanvullend toetsingskader, zoals opgenomen in bijlage 5 van de VNG-brochure. De jurisprudentie laat hierbij echter zien dat aan de normstelling van het Activiteitenbesluit de plaats toekomt die de VNG-brochure reserveert voor haar eigen normstelling in het "Toetsingskader voor ontheffingen en planherzieningen". De gemeente Nijmegen zoekt dan ook, bij de toepassing van dit VNG-toetsingskader, aansluiting bij de jurisprudentie in deze.

De verbijzonderde Staat van Bedrijfsactiviteiten Zoals hierboven al aangeduid is bijlage 3 van de VNG brochure leidraad geweest bij de samenstelling van de in dit bestemmingsplan opgenomen SvB. De bijlage 3 van de VNG-brochure kan overigens ook worden gezien als een samenvatting en tevens uitwerking van de door het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) uitgewerkte "Index per klasse bij de SBI 2008". Mogelijk is bij het gebruik van de SvB verwarrend dat bepaalde bedrijven van een categorie specifiek nog worden benoemd, terwijl de hoofdgroep tevens is benoemd (bijvoorbeeld: hoofdcategorie 'Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven' (SBI-codes 4511, 452, 453, 454), maar ook worden Autoplaatwerkerijen (SBI-code 45204)) genoemd die onder deze groep bedrijven is te rekenen. Dit heeft echter daarmee te maken dat de milieubelasting van dergelijke bedrijven afwijkt van die de hoofdcategorie (in het voorbeeld heeft de hoofdgroep milieucategorie 2, terwijl het specifieke bedrijf autoplaatwerkerijen valt onder milieucategorie 3.2). In het bestemmingsplan (regels en verbeelding) is aangegeven welke milieucategorie is toegestaan.

Daarnaast zijn er enkele inhoudelijke wijzigingen, die in het onderstaande puntsgewijs zullen worden toegelicht: gelet op het karakter van de omgeving zijn agrarische bedrijven, evenals dienstverlenende bedrijven in deze sector, niet opgenomen in de SvB; detailhandel (met uitzondering van garagebedrijven en productiegebonden en ondergeschikte detailhandel), zelfstandige kantoren en commerciële dienstverlening zijn niet toegestaan; vormen van demontage (scooters, bromfietsen, motorfietsen), maar ook de reparatie en handel in vrachtwagens zijn vanwege een ongewenste ruimtelijke uitstrailing niet toegestaan. De bedrijfsactiviteiten (met SBI-codes (2008): 4677, 45.19) zijn dan ook niet opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten van dit bestemmingsplan;

4

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

benzineservicestations worden niet als categorie genoemd in bijlage 3 van de VNG-brochure. Hierbij wordt aansluiting gezocht, omdat de mening wordt gedeeld dat dergelijke bedrijven in principe niet thuishoren op een industrieterrein. Om verwarring dienaangaande te vermijden, die mogelijk wel wordt veroorzaakt door de betiteling van de hoofdcategorie in de VNG-brochure: 'Handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations', wordt deze betiteling in overeenstemming gebracht met de bovenstaande bepalingen, namelijk: 'Handel/reparatie/keuring van auto's, motorfietsen'.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

5

OMSCHRIJVING

101, 102

7

108 102 102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 1042 1042 1042 1051 1051 1051 1051 1051 1051 1052 1052 1061 1061

8 0 2 5 6 0 2 0 1 2 3 0 1 0 1 2 0 1 2 3 4 5 1 2 2

- loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - conserveren - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken: - gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u - geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken

CATEGORIE

GROOTSTE AFSTAND

GEVAAR

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

GELUID

0 1 4 5 6

STOF

10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

-

nummer

SBI-2008

100 100 50 30

0 0 0 0

100 C 100 C 50 C 50

50 R 50 R 30 10

100 D 100 50 50

3.2 3.2 3.1 3.1

50

0

50

10

50

3.1

50

0

50

10

50

3.1

200 100 50

0 10 10

100 C 50 30

30 30 10

200 100 50

4.1 3.2 3.1

50

10

50

50 R

50

3.1

50 50 100

10 10 10

100 C 100 C 100 C

10 10 10

100 100 100

3.2 3.2 3.2

200

30

100 C

30 R

200

4.1

100 200

10 10

200 C 300 C Z

30 R 50 R

200 300

4.1 4.2

200 200 50 100 50 50 10 100 50

100 30 0 0 50 0 0 50 100

500 C Z 500 C Z 100 C 300 C Z 300 C 100 C 30 200 C 200 C

50 50 50 50 50 50 0 50 50

500 500 100 300 300 100 30 200 200 D

5.1 5.1 3.2 4.2 4.2 3.2 2 4.1 4.1

R R R R R R R

OMSCHRIJVING

STOF

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

200 200 200

50 50 100

200 C 200 C 200 C

30 R 30 30

200 200 200

4.1 4.1 4.1

30 100 100

10 30 10

30 C 100 C 100 C

10 30 30

30 100 100

2 3.2 3.2

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²

100

30

50

30

100

3.2

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Soep- en soeparomafabrieken: - zonder poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: - p.c. < 5.000 t/j Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

30 100 30 50

10 30 10 30

30 50 30 10

10 30 R 10 10

30 100 30 50

2 3.2 2 3.1

100 200 200 200

10 30 30 50

30 50 50 50

10 10 30 50 R

100 200 200 D 200

3.2 4.1 4.1 4.1

100 200

10 50

50 50

10 30

100 200

3.2 4.1

200 10 10

30 0 0

200 C 30 C 100

30 R 0 50 R

200 30 100

4.1 2 3.2

200

30

50 C

30

200

4.1

10

50

100

30

100

3.2

1062 1062 1091 1092 1071 1071 1071 1072 10821

0

Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u - mengvoeder, p.c. < 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b4c853c3-41e1-4ff5-a5c9-c00416e235ec