CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij Toelichting bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 – 1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

Besluitronde (raadsvergadering) 7 juni 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum Weezenhof) (36/2023)21.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof) Bijlagen bij toelichting

Versie: vastgesteld

Colofon bestemmingsplan

Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof) IDN: NL.IMRO.0268.BP4018-ON01

Gemeente Nijmegen

Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Behoefte onderbouwing

Bijlage 2

Vorm vrije mer beoordeling

Bijlage 3

Bezonningsstudie

Bijlage 4

Windklimaatonderzoek

Bijlage 5

Quickscan bedrijven en milieuzonering

Bijlage 6

Wegverkeerslawaai

Bijlage 7

Bodemrapport Tauw

Bijlage 8

Quickscan fauna en flora

Bijlage 9

Aanvullend onderzoek fauna en flora

Bijlage 10

Boom effect analyse

Bijlage 11

Stikstofrapportage

Bijlage 12

Cultuurhistorische verkenning

Bijlage 13

ArcheoPro rapport 21126

Bijlage 14

ArcheoPro rapport 21042

Bijlage 15

Parkeerbalans

Bijlage 16

Participatie overzicht

1

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021-1 (Winkelcentrum- Weezenhof)

notitie

notitie

Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof projectnaam Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof datum 24 mei 2022 opdrachtgever Gemeente Nijmegen projectnummer P05356 opgesteld door DBo, SJo

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds een brand in 2017 heeft winkelcentrum Weezenhof in Nijmegen een beperkt aanbod en uitstraling. Niet alle winkels zijn na de brand teruggekeerd en er zijn op de locaties van de afgebrande panden lege plekken ontstaan. Daarom zijn er al langer plannen voor herbouw, modernisering en uitbreiding van het centrum. Het gaat om een gedifferentieerd programma betreffende uitbreiding van de supermarkt, winkels, horeca, een gezondheidscentrum en levensloopbestendige woningen (tabel 1).

Tabel 1: Programma winkelcentrum Weezenhof Functie Supermarkt (Lidl) Aanvullende commerciële voorzieningen

Omvang 2.150 m² bvo 525 m² bvo

waaronder winkels en horeca Gezondheidscentrum

700 m² bvo

Woningen

119

In het vigerende bestemmingsplan ‘Nijmegen Dukenburg’ (vastgesteld 17-12-2008) geldt voor winkelcentrum Weezenhof dat detailhandel overal is toegestaan. Het aantal supermarkten is in het centrum wel beperkt tot maximaal 2, conform de bestaande situatie anno 2008. Destijds telde het winkelcentrum 2 supermarkten van 650 m2 en van 1.000 m2. Met de beoogde ontwikkeling zal de nieuwe planologische situatie één supermarkt toestaan (van maximaal 2.150 m2 bvo) in plaats van twee supermarkten. Het totale oppervlak van de nieuwe bebouwing (3.308,49 m2) zal kleiner zijn dan het bestaande totale oppervlak (3.572,63 m2), zie figuur 1.

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Eind 2018 heeft BRO onderzoek gedaan naar de distributieve haalbaarheid en effecten van plannen in de winkelcentra Meijhorst, Weezenhof en Malvert voor de consumentenverzorging en detailhandelsstructuur in Dukenburg (Rapport Nijmegen, Visie boodschappencentra stadsdeel Dukenburg, d.d. 8 februari 2018). De resultaten van het onderzoek uit 2018 zijn gedateerd en nieuwe behoefteberekeningen zijn nodig. Daarom wenst de gemeente een beknopte actualisatie van het economisch functioneren en de distributieve uitbreidingsruimte in Dukenburg Zuid voor de dagelijkse sector. Figuur 1: Bebouwing nieuwe situatie t.o.v. bestaande situatie.

1

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

1.2 Opzet onderzoek Voor de dagelijkse detailhandel wordt het economisch functioneren en de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht:  Vraaganalyse: inzicht in samenstelling en ontwikkeling verzorgingsgebied (inwoners, bevolkingssamenstelling, bevolkingsprognose en bestedingen) en de relevante koopstromen (koopkrachtbinding en koopkrachttoevloeiing).  Aanbodanalyse: specifiek ten aanzien van dagelijkse sector en supermarkten (omvang, samenstelling, spreiding, concurrentie, kwaliteit). Dit is gebaseerd op de meest recente Locatus-data. Ook worden relevante plannen en initiatieven in de omgeving in kaart gebracht.  Bepaling economisch functioneren (dagelijkse sector): op basis van deze berekening geven we aan in hoeverre er distributieve uitbreidingsruimte is (marktruimte) en wat de ruimtelijk-functionele effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling op het overige aanbod.

De conclusies zijn opgenomen in de volgende paragraaf. De analyse en onderbouwing is opgenomen in de bijlage van deze notitie.

1.3 Conclusies 

Het bestaande dagelijks aanbod in Dukenburg Zuid is circa 325 m2 per 1.000 inwoners, wat relatief beperkt is ten opzichte van het landelijk gemiddelde van circa 380 m2 per 1.000 inwoners. Daarnaast is het aandeel leegstand in Dukenburg Zuid zeer beperkt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit geeft een indicatie dat de buurt- en wijkcentra in Dukenburg Zuid relatief goed functioneren. Het goed functioneren van het dagelijkse aanbod in Dukenburg Zuid komt ook naar voren uit de omzet per m2 wvo, die rond het landelijk gemiddelde ligt.

dinsdag 24 mei 2022

Tot 2030 ontstaat in de dagelijkse sector uitbreidingsruimte van maximaal 300 m2 wvo. Met de beoogde uitbreiding van de Lidl neemt het functionele aanbod in Dukenburg Zuid toe met circa 815 m2 wvo. Door de uitbreiding daalt de vloerproductiviteit met 4% tot maximaal 9% ten opzichte van de huidige vloerproductiviteit. Dit is weliswaar een afname maar deze kan worden gezien als een aanvaardbaar ondernemersrisico. Het betreft bovendien uitbreiding van een bestaande supermarkt, er wordt geen nieuwe speler toegevoegd in Dukenburg Zuid. Ook dat maakt dat het effect op de bestaande detailhandelsstructuur minder groot zal zijn. De ontwikkeling in winkelcentrum Weezenhof moet bezien worden in relatie tot de ontwikkelingen in omliggende centra. Anno 2022 zijn er (sinds 2018) 3 supermarkten gemoderniseerd in Dukenburg Zuid. Er is bewust de keuze gemaakt om de supermarkt in Malvert enkel intern uit te breiden en het winkelvloeroppervlak niet verder uit te breiden, kijkend naar de relatief beperkte uitbreidingsruimte op niveau van Dukenburg Zuid. De supermarkten in Meijhorst en Weezenhof krijgen wel de ruimte om uit te breiden. Daarbij is belangrijk dat de nieuwe planologische situatie in Weezenhof slechts 1 supermarkt toestaat in plaats van 2 (huidige situatie).

Tot slot is een vernieuwing van het supermarktaanbod in Weezenhof nodig om de consumenten in de wijk goed te kunnen blijven bedienen: de supermarkt is nu te klein, het winkelcentrum is qua opbouw en uitstraling sterk gedateerd en bezoekers zijn ontevreden over het centrum. Een uitbreiding van de Lidl zorgt voor het verstreken van de consumentenverzorging in Dukenburg Zuid. Modernisering van het aanbod draagt bovendien bij aan de mate waarin de supermarkten kunnen concurreren met elkaar, maar ook met online-aanbod.

2

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

Bijlage 1: Onderbouwing kwantitatieve behoefte 1.1

Vraaganalyse

Verzorgingsgebied De aard en omvang van een initiatief zijn bepalend voor het verzorgingsgebied. Het gebied waar de meeste bestedingen vandaan komen en dus in potentie ook de grootste omzeteffecten wordt doorgaans als verzorgingsgebied gehanteerd. Dit onderzoek gaat uit van Dukenburg Zuid als verzorgingsgebied met de buurten Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst en Weezenhof (figuur 2). De resultaten uit de Burgerpeiling 2019 bevestigen dit verzorgingsgebied: winkelcentrum Weezenhof trekt met name inwoners uit deze buurten.

Bevolkingsprognose 

In heel gemeente Nijmegen woonden in 2021, volgens gegevens van het CBS, ongeveer 177.359 inwoners. De komende jaren blijft de bevolking van Nijmegen groeien. Over hoe sterk die groei zal zijn, zijn er uiteenlopende scenario’s, van 187.000 tot 202.000 inwoners in 2035.1 Volgens de meest actuele prognose zal de bevolkingsgroei in de gehele gemeente het sterkst zijn onder de 70+ leeftijdsklasse, wat in lijn ligt met de landelijke vergrijzingstrend. Dit onderstreept het belang van moderne boodschappenvoorzieningen dicht bij huis die gemakkelijk, efficiënt en doelgericht bezocht kunnen worden.

Het verzorgingsgebied Dukenburg Zuid heeft momenteel 13.825 inwoners.2 Volgens de meest recente bevolkingsprognose (2022) van Nijmegen op buurt- en wijkniveau krijgen sommige delen van Dukenburg te maken met krimp en sommige delen met groei. De bevolkingsontwikkeling voor het hele verzorgingsgebied hangt af van het scenario en de mate waarin de komende jaren woningen worden ontwikkeld. In de laatste demografische verkenning (2018) werd uitgegaan van circa 13.450 inwoners in 2025.3 Na deze prognose zijn er voor Dukenburg Zuid echter nog woningbouwplannen bijgekomen. Volgens de gemeentelijke planningslijst van april 2021 komen er in Meijhorst 240 woningen bij en in Lankforst 160 woningen, wat neerkomt op 400 nieuwe woningen. Het betreft allemaal etagewoningen. Volgens het CBS is de gemiddelde huishoudensgrootte in Nederland 2,14 personen, maar bij etagewoningen zal dit lager uitvallen. We schatten in dat deze woningbouwplannen zullen resulteren in circa 700 extra inwoners. Voor de behoefteberekeningen houden we rekening met een bandbreedte tussen de 13.450 en 14.150 inwoners in Dukenburg Zuid.

1.2

Aanbodanalyse

Omvang dagelijks aanbod Dukenburg: een ruim aanbod met kleine vestigingen  Het dagelijks artikelenaanbod in het gehele stadsdeel Dukenburg bestaat uit 26 winkels met een totale omvang van 9.710 m² wvo. Dit aanbod bevindt zich nagenoeg enkel in de wijkcentra.

Economisch draagvlak 

Gemiddeld is het jaarlijks inkomen per inwoner van Nijmegen circa €25.600,- per jaar, wat ongeveer 5% beneden het landelijk gemiddelde ligt van €27.000,- per jaar. In de wijk Dukenburg ligt het inkomen nog verder beneden het landelijk gemiddelde: gemiddeld €22.600,- per inwoner per jaar, oftewel 16% beneden het landelijk gemiddelde.4 Figuur 2: Dagelijks aanbod Dukenburg en Dukenburg Zuid (rood omlijnd)

1 2 3 4

Stads- en Wijkmonitor Nijmegen 2022. CBS Kerncijfers wijken en buurten 2021. De buurten Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst en Weezenhof. Demografische verkenning Nijmegen, 2018. CBS Kerncijfers wijken en buurten 2020.

dinsdag 24 mei 2022

3

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof 

Voor de gehele wijk Dukenburg, met circa 21.955 inwoners, betekent dit een aanbod van circa 442 m2 wvo per 1.000 inwoners. Ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 380 m² wvo per 1.000 inwoners is dit relatief ruim. Dukenburg heeft in totaal 5 supermarkten met een totale omvang van circa 7.029 m² wvo. Dit betekent 320 m² wvo per 1.000 inwoners, wat eveneens relatief ruim is ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 291 m² wvo per 1.000 inwoners. Het relatief ruime dagelijkse artikelenaanbod kan worden verklaard doordat ruim de helft (55%) van het dagelijks aanbod gelegen is in wijkcentrum Dukenburg, waaronder een Albert Heijn XL. Dit wijkcentrum heeft niet alleen een verzorgingsfunctie voor Dukenburg, maar ook voor het stadsdeel Lindenholt en enkele andere aangrenzende woonwijken.

Het supermarktaanbod in de gehele wijk Dukenburg is divers, met 3 full service supermarkten en 2 discountsupermarkten. Verder is er een multicultureel aanbod met een oriëntaalse en Turkse levensmiddelenzaak. De supermarkten in Dukenburg hebben een relatief kleine omvang: behalve de Albert Heijn XL met 3.100 m2 hebben de supermarkten een winkelvloeroppervlak tussen de 795 en 1.200 m2. De kleinschaligheid van de meeste supermarkten en de relatief korte afstanden tussen de wijkcentra geven Dukenburg een relatief fijnmazig supermarktenstructuur.

Dukenburg Zuid: beperkt in aanbod en omvang  In het verzorgingsgebied Dukenburg Zuid is er een dagelijks aanbod van in totaal 4.487 m2 wvo, wat neerkomt op 325 m2 wvo per 1.000 inwoners. Dit betekent dat het dagelijks aanbod in Dukenburg Zuid beneden het landelijk gemiddelde ligt van 380 m2 wvo.

Leegstand 

Tabel 2: Dagelijks aanbod5 Dukenburg en Dukenburg Zuid Dukenburg Zuid

Aantal verkooppunten

WVO (m2)

Dagelijks aanbod

8

4.372

4

3.929

Overig Dukenburg

Aantal verkooppunten

WVO (m2)

Dagelijks aanbod

18

5.338

Waarvan supermarkten

1

3.100

Totaal geheel Dukenburg

26

9.710

Waarvan supermarkten

5

7.029

Waarvan supermarkten

5

Van de 5 supermarkten in Dukenburg liggen er 4 in Dukenburg Zuid. Deze 4 supermarkten bestaan uit 2 full service supermarkten en 2 discountsupermarkten (Lidl). De supermarkten zijn allemaal geconcentreerd in winkelgebieden, met in Weezenhof enkel een Lidl supermarkt met een beperkt winkelvloeroppervlak van 795 m 2. Het aanvullende dagelijks aanbod in wijkcentra beperkt zich tot voornamelijk een slijterij naast enkele supermarkten. In Weezenhof is er zelfs geen dagelijks aanbod aanvullend aan de Lidl supermarkt. In de wijkcentra in Dukenburg Zuid is er wel een relatief compleet niet-dagelijks aanbod dat te verwachten is in wijkcentra, met onder andere kappers, bloemenwinkels en fastfood/afhaalzaken.

In de gehele wijk Dukenburg staan 22 panden leeg, met een totale omvang van 5.317 m² wvo. Ten opzichte van het totale aanbod betekent dit een leegstandspercentage van 15,1% in het aantal verkooppunten en 14,6% in aantal m² wvo. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde is de leegstand in Dukenburg in zowel omvang en aantal verkooppunten bovengemiddeld (resp. 7,4% en 6,8% landelijk). De leegstand is primair in wijkcentrum Dukenburg aanwezig. De leegstand in Dukenburg Zuid is zeer beperkt, aangezien hier slechts één pand leeg staat, met een vloeroppervlak van 80 m2 wvo. Van het totale aanbod bedraagt de leegstand 1,4% van het oppervlak en 3,2% van de vestigingen in Dukenburg Zuid. Dit ligt ver beneden het landelijk gemiddelde, wat een indicatie geeft dat de buurt- en wijkcentra in Dukenburg Zuid goed functioneren.

Exclusief apotheken.

dinsdag 24 mei 2022

4

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

Plannen in de omgeving Op basis van artikelen en bekendmakingen is geanalyseerd welke harde en zachte plannen er bestaan die relevant zijn voor de marktbehoefte en eventuele effecten. Samenvattend is het volgende relevant:  In 2021 zijn door het college verschillende locaties in Dukenburg aangewezen voor de ontwikkeling van woningen en bedrijvigheid. Hier zitten ook verschillende ontwikkellocaties bij in Dukenburg Zuid, waaronder rondom Weezenhof.6 Deze ontwikkellocaties zouden de bevolkingskrimp in de wijk moeten tegengaan door onder andere jongeren naar het gebied te trekken.  Recent zijn zowel de supermarkten in winkelcentrum Meijhorst (2021/2021) als de supermarkt in winkelcentrum Malvert (2022) vernieuwd. De nieuwe omvang van de supermarkten in Meijhorst is opgenomen in de Locatus data en toegelicht in de voorgaande paragraaf. Bij de supermarkt in Malvert was sprake van een interne verbouwing, waarbij er geen extra winkelvloeroppervlak is gerealiseerd.  Mogelijk komt er een extra supermarkt bij in winkelcentrum Dukenburg. Dit winkelcentrum is geen onderdeel van het verzorgingsgebied (Dukenburg Zuid).

betekent dat dus aanbod dat juridisch planologisch (direct) mogelijk is, maar (nog) niet in Locatus is opgenomen omdat hier (nog) geen betreffend aanbod aanwezig is. Uit de Mastbosch uitspraak blijkt dat rekening moet worden gehouden met alle harde plancapaciteit (ECLI:NL:RVS:2019:1668, Hotel Mastbosch Breda). Uit deze uitspraak blijkt ook dat de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte in samenhang bezien moet worden. Ook voor de kwalitatieve behoefte moet een confrontatie tussen vraag en aanbod plaatsvinden. Daarbij dienen de volgende kwalitatieve aspecten van het initiatief te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod: locatie (meerwaarde voor de voorzieningenstructuur), doelgroep (meerwaarde voor de consumentenverzorging), onderscheidend vermogen van het concept en de vraag in hoeverre het initiatief (deels) een eigen vraag (behoefte) creëert. De kwantitatieve behoefte voor detailhandel wordt op basis van landelijke afspraken (Omzetkengetallennotitie 2020, Retailinsiders) berekend op basis van distributief planologisch onderzoek (DPO). Dit is een modelmatige berekening waarin vraag en (feitelijk) aanbod op basis van diverse aannames tegen elkaar afgezet worden. De koopstromen, die gebaseerd zijn op feitelijk koopgedrag bij feitelijk aanbod, zijn een belangrijke bron voor deze bere-

Context harde plancapaciteit detailhandel Bij het inzichtelijk maken van de behoefte aan een ontwikkeling, dient rekening te worden gehouden met de zogenoemde harde plancapaciteit (uitspraak van 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:24). Met harde plancapaciteit wordt het aanbod bedoeld dat volgt uit onherroepelijke planologische besluiten, ook als dat aanbod feitelijk (nog) niet is gerealiseerd. In dit geval

6

kening. Detailhandel creëert in algemene zin altijd een eigen vraag. Het simpelweg aftrekken van de harde plancapaciteit van de distributieve uitbreidingsruimte is modelmatig onjuist, omdat hierdoor geen recht wordt gedaan aan een verschuiving van koopstromen. Als aanbod wordt toegevoegd zullen immers meer bestedingen gebonden worden en kan mogelijk meer toevloeiing ontstaan. Deze nuance dient in acht te worden genomen bij de afweging van de harde plancapaciteit.

1.3

Economisch functioneren

Uitgangspunten Toelichting berekening  Er is een distributieve berekening voor het verzorgingsgebied opgesteld (tabel 4). Dit is een modelmatige verrekening van vraag en aanbod. In tabel 3 zijn de uitgangspunten van de berekeningen opgenomen met bronvermelding.  De berekening is opgesteld voor de sector dagelijkse artikelen en voor de huidige situatie (2022) en de toekomstige verwachte situatie (2030). Deze circa 10 jaarstermijn is gebruikelijk en conform de Handreiking voor de Ladder voor duurzame verstedelijking.  De berekening geeft enerzijds inzicht in het economisch functioneren van het bestaande aanbod in de huidige en toekomstige situatie. Dit uit zich in de totale omzet en de gemiddelde vloerproductiviteit. Anderzijds geeft de berekening inzicht in de distributieve uitbreidingsruimte door het economisch functioneren af te zetten tegen een ‘norm voor goed functioneren’.  De ‘norm voor goed functioneren’ wisselt sterk per verzorgingsgebied. In perifere delen van Nederland blijkt uit onderzoek dat aanbod op een lager niveau nog steeds goed kan functioneren, met name als gevolg van lagere huurlasten. Ook bestaan er grote verschillen binnen de detailhandel en tussen formules.

 Aangezien de berekeningen slechts een indicatie geven van de situatie in hoeverre het aanbod goed, gemiddeld of slecht functioneert en in hoeverre sprake is van kwantitatieve behoefte, dienen de uitkomsten ook genuanceerd geïnterpreteerd te worden.

https://www.rn7.nl/15704-college-zet-in-op-2000-nieuwe-woningen-en-nieuwe-bedrijvigheid-in-dukenburg

dinsdag 24 mei 2022

5

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

Toelichting gehanteerde koopstromen  Er zijn geen koopstromen beschikbaar voor het verzorgingsgebied Dukenburg Zuid, maar wel voor de gehele wijk Dukenburg. Deze zijn gehanteerd voor het berekenen van het economisch functioneren en de uitbreidingsruimte voor dagelijks aanbod in Dukenburg Zuid.  Uit het meest recente KSO voor Nijmegen (2016) blijkt dat er voor de wijk Dukenburg/Lindenholt sprake is van een binding van 63% in de dagelijkse sector. Het is waarschijnlijk dat de binding sinds 2016 wat is toegenomen, met de modernisering van drie supermarkten binnen het verzorgingsgebied. Met de beoogde uitbreiding en modernisering van een nieuwe supermarkt (Lidl), en de toevoeging van andere voorzieningen, hebben inwoners van de wijk minder reden om buiten het verzorgingsgebied de boodschappen te doen. De afvloeiing wordt daardoor mogelijk minder. Bovendien zou de toenemende vergrijzing kunnen leiden tot een stijgende koopkrachtbinding. Een toenemende groep mensen zal namelijk dicht bij huis boodschappen willen doen. Om deze redenen zou de binding tot 2030 licht kunnen stijgen. We hanteren een binding van maximaal 70%.  Uit het KSO (2016) blijkt dat er sprake is van een toevloeiing van € 14 miljoen in de dagelijkse sector in Dukenburg/Lindenholt.

Uit de koopstroomgegevens komt naar voren dat Winkelcentrum Dukenburg veel koopkracht van buiten het stadsdeel trekt, onder meer uit Lindenholt, maar bij de drie buurtcentra is dat slechts in zeer beperkte mate het geval. Wel wordt tamelijk veel koopkracht getrokken uit de wijken Zwanenveld en Tolhuis. Het aandeel omzet van buiten Dukenburg Zuid raamt BRO op ca. 30-35% (gehanteerd in berekening: 32,5%).

7

Tabel 3: Uitgangspunten distributieve verzorgingsgebied Variabele

Waarde

Bron

Inwonertal

2022: 13.825 inwoners.

CBS, Demografische verken-

2025/2030: 13.450 en 14.150 inwoners.

ning Nijmegen (2018)

Omdat er voor 2030 geen bevolkingsprognose voor de wijk Dukenburg-Zuid beschikbaar is, is het verwachte inwonertal voor 2025 gehanteerd. Daarna zou het inwonertal licht kunnen afnemen, of als gevolg van de door het college aangewezen ontwikkellocaties weer iets kunnen toenemen. Daarom is de verwachte bandbreedte voor het inwonertal in 2025 een geschikt gemiddelde om vanuit te gaan. Bestedingen per hoofd (€)

Landelijk bedraagt de gemiddelde besteding per hoofd van de bevol-

Retailinsiders (2020), Omzet-

king over 2019 (meest actueel) voor dagelijkse artikelen € 2.587,-

kengetallennotitie 2019

(excl. BTW). Dit cijfer wordt gewoonlijk naar de lokale situatie gecorri-

CBS Statline, Gemiddeld inko-

geerd als het inkomensniveau in het verzorgingsgebied afwijkt van

men per inwoner, 2018

het landelijke gemiddelde. Het gemiddeld inkomen per inwoner in de

(meest actueel)

wijk Dukenburg ligt 16% lager dan het landelijk gemiddelde. Daarom is een correctie op het landelijke bestedingscijfer toegepast en zodoende komt de besteding uit op € 2.418,-.7 In de dagelijkse sector is al jaren sprake van een groei van online bestedingen. Tegelijkertijd is jaarlijks sprake van een groei van de toonbankbestedingen van 1% tot 3% per jaar. Deze effecten strepen we tegen elkaar weg. Koopkrachtbinding

63% (huidig), maximaal 70% (2030)

KSO, Nijmegen 2016

Koopkrachttoevloeiing als

32,5%

KSO, Nijmegen 2016

aandeel van de omzet

Raming BRO

Huidig winkelvloeroppervlak

4.372 m² wvo (exclusief Apotheken)

Locatus, 2022

Landelijk gemiddelde vloer-

€ 7.577,- per m² wvo (5 jaars gemiddelde)

Retailinsiders (2021)

productiviteit (€ per m² wvo).

Uitgaande van een prijselasticiteit van 0,4

dinsdag 24 mei 2022

6

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

Huidig functioneren 2022 

Tabel 4: Economisch functioneren verzorgingsgebied, dagelijks

Het dagelijks aanbod in Dukenburg Zuid functioneert momenteel op een vloerproductiviteit van circa € 7.150 per m² wvo. Dit ligt rond het landelijke vijfjaarsgemiddelde. Op basis hiervan moet geconcludeerd worden dat het dagelijks aanbod momenteel goed en gezond kan functioneren.

Distributieve uitbreidingsruimte 2030 

Richting 2030 neemt de bevolking in de gemeente Nijmegen toe, maar varieert de bevolkingsontwikkeling van de wijk Dukenburg Zuid van bevolkingskrimp in bepaalde delen tot bevolkingsgroei in andere delen. We houden rekening met een bandbreedte van 13.450 tot 14.150 inwoners. Op basis van de prognose en de mogelijke stijging van koopkrachtbinding, ontstaat er in 2030 een distributieve uitbreidingsruimte van maximaal 300 m² wvo.

2022

2030

Aantal inwoners

13.825

13.450 – 14.150

Bestedingen per hoofd (€)

2.418

2.418

Totale bestedingspotentieel (in mln. €)

33,4

32,5 – 34,2

Koopkrachtbinding (%)

63%

70%

Gebonden bestedingen (in mln. €)

21,1

22,8 – 24,0

32,5%

32,5%

Koopkrachttoevloeiing absoluut (in mln. €)

10,1

11,0 – 11,5

Totale bestedingen / omzet (in mln. €)

31,2

33,7 – 35,5

Huidig winkelvloeroppervlak (m² wvo)

4.372

4.372

Haalbaar winkelvloeroppervlak (m² wvo)

4.118

4.451 – 4.683

Landelijk gemiddelde vloerproductiviteit (€ per m² wvo)

7.577

7.577

Distributieve uitbreidingsruimte (m² wvo) afgerond

-

100 – 300

Koopkrachttoevloeiing als aandeel van de omzet (%)

Kwaliteit boven kwantiteit

Effecten

Modelmatige berekening zijn gebaseerd op meerdere aannames.

Het gaat immers om toekomstige ontwikkelingen en op voorhand kunnen die nooit exact voorspeld worden. De uitkomsten moeten als indicatie worden gezien. Bij winkelontwikkelingen wordt steeds meer waarde gehecht aan kwalitatieve aspecten. In de ruimtelijke ordening dient op basis van ruimtelijk relevante argumenten beoordeeld te worden of het consumentenbelang op de langere termijn wordt gediend (geen duurzame ontwrichting); het gaat niet om een verslechterde concurrentiepositie voor individuele bedrijven. Bovendien gaat het om de aanvaardbaarheid van eventuele leegstandseffecten, niet om de aanvaardbaarheid van omzeteffecten. Inzicht in het omzeteffect is echter noodzakelijk om inzicht te krijgen in de kans op leegstand.

dinsdag 24 mei 2022

Het winkelvloeroppervlak (wvo) van de nieuwe Lidl is niet bekend, enkel het bruto vloeroppervlak (bvo). De meest gangbare verhouding wvo/bvo is 0,75. Dit betekent dat het winkelvloeroppervlak van de nieuwe Lidl rond de 1.610 m2 wvo zal liggen. Met aftrek van het winkelvloeroppervlak van de bestaande Lidl (795 m2), zal met dit initiatief dus circa 815 m2 aan winkelvloeroppervlak worden toegevoegd in Dukenburg Zuid. Dit ligt boven de berekende uitbreidingsruimte voor de dagelijkse sector in Dukenburg Zuid. Wanneer rekening wordt gehouden met deze uitbreiding komt de toekomstige vloerproductiviteit op circa € 6.5256.850 per m2 wvo te liggen. Door de uitbreiding daalt de

vloerproductiviteit met 4% tot maximaal 9% ten opzichte van de huidige vloerproductiviteit. Dit is weliswaar een afname maar deze kan worden gezien als een aanvaardbaar ondernemersrisico. De beoogde uitbreiding en modernisering van de Lidl kan, samen met de andere nieuwe voorzieningen van dit initiatief, zorgen voor een sterkere binding aan en toevloeiing naar Dukenburg Zuid. In de rapportage uit 2018 werd geconstateerd dat bij uitbreiding/realisatie van 2 supermarkten in Meijhorst, uitbreiding van 1 supermarkt in Weezenhof én uitbreiding van 1 supermarkt in Malvert de vloerproductiviteit van het bestaande en nieuwe aanbod ca. 10% onder het lan-

7

notitie Nijmegen, behoefteonderbouwing winkelcentrum Weezenhof

delijk gemiddelde komt te liggen en sluiting van een supermarkt niet uit te sluiten is. Anno 2022 zijn er 3 supermarkten gemoderniseerd in Dukenburg Zuid. Er is bewust de keuze gemaakt om de supermarkt in Malvert enkel intern uit te breiden en het winkelvloeroppervlak niet verder uit te breiden, kijkend naar de relatief beperkte uitbreidingsruimte op niveau van Dukenburg Zuid. De supermarkten in Meijhorst en Weezenhof krijgen wel de ruimte om uit te breiden. Positief is dat met deze ontwikkeling moderne supermarkten overal dichtbij worden gerealiseerd en in de behoefte van de consument wordt voorzien. Uit de Burgerpeiling 2019 blijkt dat winkelcentrum Weezenhof zeer slecht wordt beoordeeld, dit maakt actie noodzakelijk.

dinsdag 24 mei 2022

8

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In april 2017 is het winkelcentrum Weezenhof verwoest door een uitslaande brand. Vanaf 2019 worden plannen ontwikkeld om herbouw en herontwikkeling van het winkelcentrum mogelijk te maken. De thans voorliggende herontwikkeling betreft de bouw van een appartementencomplex boven op het te herbouwen winkelcentrum. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.2) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen of een oppervlakte van 100 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden (119 woningen). Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2 Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de kenmerken van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

2. Plaats en kenmerken van het project 2.1 Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan Weezenhof 10e straat. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door Weezenhof 5525-5512 en aan de westzijde door Weezenhof 5317-5301. Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door Weezenhof 10e straat en Weezenhof 5524-5516. In figuur 1 is de ligging van het plangebied globaal weergegeven.

Figuur 1

2.2 Kenmerken van het project Met het plan wordt de herontwikkeling van het winkelcentrum Weezenhof mogelijk gemaakt. De nieuwbouw gaat uit van het winkelcentrum en woningen in de plint met daarboven appartementen. In totaal betreft de ontwikkeling 119 wooneenheden. Het complex varieërt in bouwhoogte van drie tot maximaal twaalf bouwlagen in een carré opstelling. Het parkeren voor bewoners, winkelend publiek en bezoekers zal op maaiveldniveau plaatsvinden.

3. Milieueffecten In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Hiervoor wordt per sectoraal aspect een analyse gedaan om te bepalen of het project leid tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

3.1 Verkeer en parkeren Voor het verkeer is het belangrijke te bepalen dat het extra verkeer opgevangen kan worden op het huidige wegennet. Het plangebied wordt ontsloten door de Weezenhof 10e straat die aansluit op de Van Boetbergweg. De ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking. Op basis van het beoogde aantal woningen en winkels is berekend dat de verkeersgeneratie 1900 mvt/etmaal zal zijn. Gezien de uitstekende ontsluiting van de locatie zal deze verkeerstoename niet tot knelpunten leiden. Andere effecten zoals een afname van verkeersveiligheid zijn ook niet te verwachten. Op basis van de gemeentelijke parkeercijfers zouden er ongeveer 183 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden om de parkeerbehoefte op te vangen. De parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden opgevangen. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de aspecten verkeer en parkeren zijn daarmee uitgesloten.

3.2 Geluid De functies die mogelijk worden gemaakt zijn in de Wet geluidhinder beschreven als geluidgevoelige functies (wonen). Gezien de ligging binnen de gezoneerde geluidsbronnen van de Weezenhof en de Van Boetbergweg is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Dit is verricht door Eco Consultancy (bijlage 4). Voor wegverkeerslawaai geldt dat ten gevolge van het wegverkeer over de gezoneerde wegen wel sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Er is geen sprake van overschrijding van de maximale ontheffingswaarde. Om de realisatie mogelijk te maken is het aanvragen van hogere waarden benodigd. In dit kader is gekeken of wordt voldaan aan de ontheffingsvoorwaarden, dit blijkt het geval. Daarmee kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect geluid worden uitgesloten. Waarborging van een kwalitatief goed leefklimaat op het gebied van geluid wordt ondervangen in de wet Geluidhinder. Het activiteitenbesluit sluit hierop aan met richtlijnen voor het geluid van inrichtingen (wet Milieubeheer). Niet altijd biedt dit kader houvast. Soms is het beter om ook naar een besluit te kijken vanuit de optiek van een “goede ruimtelijke ordening”. Dit kan er toe leiden om strenger te zijn dan de wet voorschrijft.

In het geval van het winkelcentrum Weezenhof is daarom gekeken of de aanwezigheid van een hoog bouwvolume middels reflecties van invloed is op de geluidsbelasting en zodoende de geluidsbeleving. De bestaande bronnen zijn het wegverkeer en de Prins Clausschool. Uit ons onderzoek blijkt dat door reflecties de geluidsbelasting op de noordelijk gelegen woningen toeneemt in de ordegrote van 0,1dB tot 0,4dB. Aan de zuid, west en oostzijde is geen verschil meetbaar. Een dergelijke verschil in intensiteit is door het menselijk gehoor niet waarneembaar en zal dus geen merkbare gevolgen hebben voor de geluidsbeleving. Bezien vanuit een “goede ruimtelijke ordening” naar de geluidsbeleving als gevolg van reflecties, wordt dit in deze situatie aanvaardbaar geacht.

3.3 Luchtkwaliteit Het plan heeft een verkeersaantrekkende werking. Het plan voorziet in de realisatie van een nieuw winkelcentrum met woningen. De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe plan veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie een toename van 247 mvt/etmaal (zie de verkeersnotitie “Verkeerszaken Winkelcentrum Wezenhof”, 8 november 2021). Hierdoor zal geen verslechtering van meer dan 3% ontstaan. Een verdere luchtverontreinigende werking wordt niet verwacht. De ontwikkeling valt daarbij onder de noemer ‘woningbouw tot 1.500 woningen langs één ontsluitingsweg’. Daarmee valt het onder de regeling NIBM (Niet in betekenende mate). Dit betekent dat nader onderzoek niet noodzakelijk is, de bijdrage aan luchtverontreinigende stoffen in de lucht is dusdanig klein dat deze niet in betekenende mate is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nog wel een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan met behulp van de NSL-monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde rekenpunten liggen over het plangebied. Uit de onderstaande figuur 2 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in 2019 ter plaatse onder de 18 μg/m3 bedraagt.

Figuur 2

Gezien de achtergrondwaar-den ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden liggen zal de projectbijdrage met zekerheid niet leiden tot een overschrijding. Er is dan ook geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect luchtkwaliteit.

3.4 Externe veiligheid Binnen het plangebied ligt nu een propaantank. De propaantank is ten behoeve van het tijdelijke ‘Huis van de Weezenhof’. Bij de ontwikkeling van dit plan dient deze propaantank te worden verwijderd. Een propaantank midden in een woonwijk is ongewenst vanwege de over het algemeen ruim aanwezige alternatieven (gas, warmte, Electra). Met name het laden en lossen met tankauto’s van 20-40m3 kan in zeer uitzonderlijke gevallen een grote explosie veroorzaken.

Locatie tijdelijke propaantank

Het ‘Huis van de Weezenhof’ is een tijdelijke voorziening die als gevolg van dit plan zal komen te vervallen en daarmee ook de propaantank. Onder voorwaarde dat de propaantank verwijderd wordt zijn er voor dit plan geen nadelige effecten vanuit externe veiligheid.

3.5 Bodem en water 3.5.1 Bodem De beoogde ontwikkeling betreft een functiewijziging ten opzichte van de huidige situatie. Hierom is er bodemonderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. Hiervoor is een bodemonderzoek uitgevoerd welke de conclusie van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken bevestigd (bijlage 7) Bodemkwaliteit VOCl-verontreiniging 2021 (vluchtige organische gechloreerde koolwaterstoffen) Ter plaatse van de Weezenhof 5508 is in de grond een achtergrondwaarde-overschrijding gemeten aan PER (tetrachlooretheen). Naar verwachting vindt weinig of geen nalevering meer plaats naar het grondwater. In het grondwater is in het brongebied maximaal een tussenwaarde overschrijding gemeten aan PER en CIS (cis-dichlooretheen). Verder stroomafwaarts zijn licht verhoogde concentraties PER en CIS gemeten. Algemene bodemkwaliteit 2021 Van zowel de onderzochte NEN parameters als asbest, zijn in de grond geen verhoogde gehalten gemeten. Daarnaast zijn in de bovengrond minimale gehalten PFAS gemeten. In het grondwater zijn, buiten de verhoogde concentraties PER en CIS geen andere parameters verhoogd. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde bouw op deze locatie.

3.5.2 Water Het plan behelst de herontwikkeling van Winkelcentrum Weezenhof, waarbij zowel commerciële/maatschappelijke voorzieningen als woningen gerealiseerd zullen worden. Het gaat hierbij om maximaal 119 huurwoningen. De ontwikkelingen zullen plaatsvinden op terrein van het door een

brand verwoeste deel van het winkelcentrum. Het gaat hier om kadastraal perceel Hatert O 789 en omliggende percelen. In de bestaande situatie is het terrein grotendeel verhard, in de nieuwe situatie zal meer groen terugkomen. Er is daardoor een afname van verhard oppervlak. In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt het plangebied in een wijk waarin regenwaterriolering afstromend hemelwater naar oppervlaktewater afvoert. In de wijk Weezenhof ligt het oppervlaktewater rondom de wijk. De volgende figuur toont het plangebied en de dichtstbij gelegen watergang ten noorden van het plangebied. Het betreft de Awatergang met nummer A-140055.

Figuur 1. Overzicht legger wateren Waterschap Rivierenland.

De gemeente heeft het oppervlaktewater overgedragen aan het Waterschap Rivierenland. Het regenwater wordt via het gescheiden stelsel van Dukenburg geloosd op het oppervlaktewater. Aan de lozing van water stelt het waterschap eisen. Als kwantitatief gezien geen sprake is van een toename van verhard oppervlak hoeft geen extra berging te worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is 9914 m2 verhard oppervlak aanwezig. In de nieuwe situatie wordt 9586 m 2 verhard oppervlak aangelegd, waarvan een deel gerealiseerd zal worden als halfverharding of daktuin. De afname van het verharde oppervlak is tenminste 328 m 2, Dit betekent dat hiervoor geen aanvullende waterberging gemaakt hoeft te worden vanuit de eisen van Waterschap Rivierenland. De eerste waterberging zal plaatsvinden in de wadi’s binnen het plangebied. Vanuit de wadi’s wordt het water vertraagd naar de nieuw te graven watergang afgevoerd. Alleen bij nood situaties kan er directe overstort via de slokops plaatsvinden. Hierdoor stelt het Waterschap Rivierenland eisen aan de benodigde berging. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem zijn hiermee uitgesloten.

3.6 Fauna en flora Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebied (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten.

Voor het plangebied is een quickscan fauna en flora uitgevoerd en een vervolg onderzoek. Hieruit komt de volgende conclusie: De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen is redelijkerwijs uitgesloten door het ontbreken van waarnemingen hiervan. Doordat er geen verblijven zijn waargenomen binnen het projectgebied, is er geen sprake van een negatief effect op vleermuisverblijven als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Tevens is er een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd voor drie bomen binnen het plangebied. Bij een vervolg BEA moet bepaald worden welke maatregelen genomen moeten worden voor duurzaam behoud van de bomen. Fauna en flora staat de realisatie van het plan niet in de weg.

3.7 Niet gesprongen explosieven Het plangebied betreft een niet verdacht gebied. Er worden geen niet-gesprongen explosieven verwacht. Het protocol toevalstreffers is wel van toepassing.

3.8 Cultuurhistorie en archeologie 3.8.1 Cultuurhistorie Het plangebied valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart van de gemeente Nijmegen. Bij gebiedstype 1 gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor het plangebied geldt dat er geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied worden weergegeven. Negatieve gevolgen voor cultuurhistorische waarden zijn daarmee uitgesloten.

3.8.2 Archeologie Het plangebied Winkelcentrum Weezenhof lag voor de bestemmingsplanwijziging in een gebied met de wetgevingszone - waarde archeologie 1. Vanwege de voorgenomen ontwikkeling zijn er twee vooronderzoeken uitgevoerd, waarop door de Gemeente Nijmegen een beoordeling heeft plaatsgevonden. De resultaten van het vooronderzoek staan in bijlagen 11 en 12. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan worden geconcludeerd dat binnen het plangebied de oorspronkelijke bodem nog grotendeels intact is en dat er een hoge archeologische verwachting bestaat voor holocene nederzettingsresten en/of begravingen vanaf het neolithicum tot en met Romeinse tijd. Ook kan nog geen gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld. Daarvoor dient meer onderzoek te worden uitgevoerd op basis waarvan de Gemeente Nijmegen als bevoegd gezag een selectiebesluit kan nemen over al dan niet het behouden van een eventuele vindplaats. Dit vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in de vorm van een Opgraving variant archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop gevolgd door een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven waarbij het hele plangebied wordt onderzocht. Het is niet mogelijk om dit onderzoek voorafgaand aan de bestemmingsplanwijziging binnen het plangebied uit te voeren.

Het winkelcentrum blijft tot namelijk tot aan de sloop en nieuwbouw in gebruik. De gemeente Nijmegen heeft besloten om de fase van onderzoek naar de fase van de benodigde omgevingsvergunning door te schuiven. Er zal een vooraf door de gemeente Nijmegen goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen ten behoeve van een Opgraving (variant van archeologische begeleiding) van de sloop gevolgd door een Inventariserend Veldonderzoek door proefsleuven moeten worden aangeleverd.

Het uitgevoerde onderzoek heeft voldoende gegevens opgeleverd om te kunnen concluderen dat de huidige wetgevingszone - waarde archeologie 1 , een lage of onbekende waarde, niet passend is voor het plangebied. Daarom zal het plangebied met deze bestemmingsplanwijziging worden opgewaardeerd en de dubbelbestemming waarde archeologie – 2 krijgen. Archeologie levert geen belemmering voor de ontwikkeling op.

3.9 Mitigerende maatregelen Uit voorgaande analyse van de verschillende sectorale aspecten blijkt dat er geen mitigerende maatregelen benodigd zijn om belangrijke nadelige milieugevolgen uit te kunnen sluiten. Wel geldt er een uitvoeringsvereiste. Zo is er met betrekking tot geluid een besluit hogere waarden benodigd.

4. Conclusie Uit de analyse van de verschillende sectorale aspecten blijkt dat er geen sprake zal zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r. procedure wordt niet noodzakelijk geacht.

bezonningsstudie winkelcentrum en woningen weezenhof nijmegen 3 november 2021

colofon

Project winkelcentrum en woningen Weezenhof Nijmegen Projectnummer 2008.13 Opdrachtgever Dornick BV Sint Canisiussingel 32 6511 TJ Nijmegen Auteur Flow Architecten Fort Kijk in de Potstraat 12 6521 BV Nijmegen +31 (0)24 388 99 89 info@flow-architects.org www.flow-architects.org Opsteldatum 03-11-2021 Versie 01

inhoud inleiding

pagina 5

A - normstelling en opzet van de studie

pagina 6

normstelling en opzet van de studie

pagina 7

situatie bestaand en nieuw

pagina 8

locatie

pagina 9

B - opnamen

pagina 10

bezonning op 21 juni

pagina 11

bezonning op 21 maart

pagina 14

bezonning op 21 september

pagina 18

bezonning op 21 december

pagina 20

C - conclusie

pagina 23

conclusie

pagina 24

4

inleiding In opdracht van Dornick BV, de ontwikkelaar, is deze bezonningsstudie opgesteld voor de bouw van een winkelcentrum en woningen in de Weezenhof te Nijmegen. Locatie is het huidige winkelcentrum Weezenhof. Het doel van de studie is om hiermee de schaduwwerking op de omliggende bebouwing te onderzoeken. Er wordt een zo realistisch mogelij-ke vergelijking gemaakt tussen de schaduwwerking met de huidige bebouwing, en het nieuw te realiseren gebouw. Voor dit doel zijn twee massa modellen vervaardigd: één met de huidige bebouwing op het te bebouwen terrein, en één met de nieuwe bebouwing. Als onderlegger voor de situatie heeft de gemeentelijke basiskaart gediend. Door middel van vergelijkend beeldmateriaal van de bestaande en nieuwe situatie zal tot een conclusie gekomen worden.

5

A normstelling en opzet van de studie

6

normstelling

opzet van de studie

In Nederland zijn geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van

Aangezien het hier om een stedelijke ontwikkeling gaat zal er een vergelijk-

de bezonning van gebouwen. Gemeenten zijn daarom vrij om een eigen

ing worden gemaakt tussen de huidige en de nieuwe situatie, en de daaruit

invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel is er een norm van

volgende schaduwwerking op de omliggende bebouwing.

TNO, die een lichte en strenge variant omvat. Er zal gekeken worden of de toename in bouwhoogte op de locatie een Volgens de lichte norm is er sprake van een goede bezonning wanneer er

verandering zal geven van de hoeveelheid bezonning, getoetst aan de lichte

twee bezonningsuren zijn per etmaal, in de periode 19 februari tot en met

TNO-norm. De nieuwbouw zal in het kader van de vergelijking dan ook

21 oktober, in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het

niet als ‘solo’ beschouwd worden. De huidige omliggende bebouwing, en

raam.

bomen, zijn net zo belangrijk bij de beoordeling.

Volgens de strenge norm is er sprake van een goede bezonnning wanneer er drie bezonningsuren zijn per etmaal, in de periode 21 januari tot en met

Het onderzoek zal zich concentreren op de volgende data en tijden:

22 november, in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het

21 juni - de dag dat de zon het hoogst staat

raam.

21 maart - de dag dat de zon ‘half’ staat 21 september - de dag dat de zon ‘half’ staat

Er zijn vooralsnog geen gemeenten bekend die de strenge TNO-norm

21 december - de dag dat de zon het laagst staat

hanteren. Gemeenten met eigen bezonningseisen hebben deze meestal gebaseerd op de lichte TNO-norm.

De peildatum 21 december is geen vereiste volgens de TNO norm, maar is

Zo stelt de gemeente Den Haag de eis van tenminste 2 mogelijke bezon-

voor de volledigheid wel meegenomen in het onderzoek.

ningsuren per dag in de periode 19 februari tot 21 oktober, uitgaand van een zonshoogte van meer dan 10 graden. De bezonningsduur aan de voor- en

De opnamen zullen genomen worden om 9:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en

achterzijde van de woning mag worden opgeteld.

18:00 uur, Nederlandse standaardtijd.

In de Notitie Hoogbouw d.d. mei 2005 van de gemeente Nijmegen staat het volgende beschreven met betrekking tot bebouwing van meer dan 25 meter hoogte: “Bij hoogbouw worden bijzondere eisen gesteld ten aanzien van de

technische, fysische en milieuaspecten als windhinder, schaduwwerking, geluidhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid.” Voor zover bekend stelt de gemeente Nijmegen, naast bovenstaande, geen specifieke eisen waaraan de bezonning moet voldoen.

7

situatie bestaand en nieuw

 



 stedenbouwkundige situatie bestaand









 stedenbouwkundige situatie nieuw



















    

foto 1

foto 2

foto 3

foto 4

      

     



 

   

       

 



      

  



               





8

   



locatie

n Va e Ap ren lte we

eg

g

w erg etb

Van

Bo

of

nh

ze

ee W

of

nh

ze

ee W We eze nh

of

plangebied

of

enh

ez We

luchtfoto Weezenhof en omgeving - Nijmegen

9

B opnamen

10

bezonning op 21 juni Er is te zien dat tijdens de meetpunten (9:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur) er géén schaduw valt op de omliggende bebouwing, zowel in de bestaande als nieuwe situatie. Er valt alleen schaduw op het eigen terrein en de straat. In de nieuwe situatie valt er na 18:30 uur ‘s avonds een schaduw van de nieuwbouw op de eengezinswoningen aan de zuidkant (zie afbeeldingen pagina 13). Om circa 20:50 uur gaat de zon onder. Aan de TNO-norm wordt ruimschoots voldaan: er is minimaal 2 uur bezonning op de omliggende bebouwing.

9:00 uur bestaande situatie

9:00 uur nieuwe situatie

12:00 uur bestaande situatie

12:00 uur nieuwe situatie

11

15:00 uur bestaande situatie

15:00 uur nieuwe situatie

18:00 uur bestaande situatie

18:00 uur nieuwe situatie

12

schaduw vanaf 18:30 uur

19:00 uur perspectief nieuwe situatie

19:00 uur nieuwe situatie (zonder bomen)

13

bezonning op 21 maart Er is te zien dat tijdens het meetpunt om 9:00 uur in de nieuwe situatie schaduw valt op de ‘hippe hoogbouw’ ten noorden van de nieuwbouw. In de opname om 12:00 uur is nog sprake van een klein beetje schaduw op de onderste lagen. Om 12:30 is alle ‘hippe hoogbouw’ vrij van schaduw, tot circa 16:00 uur wanneer deze gebouwen een schaduw over zichzelf beginnen te werpen (zie afbeeldingen pagina 16). In de nieuwe situatie valt er na 17:30 een schaduw van de nieuwbouw op de eengezinswoningen aan de oostkant. Zoals te zien op het kaartje zorgen de bestaande bomen ook voor (veel) schaduw (zie afbeeldingen pagina 15 en 17). Om circa 18:45 uur gaat de zon onder. Aan de TNO-norm wordt voldaan: er is minimaal 2 uur bezonning op de omliggende bebouwing.

9:00 uur bestaande situatie

9:00 uur nieuwe situatie

12:00 uur bestaande situatie

12:00 uur nieuwe situatie

14

15:00 uur bestaande situatie

15:00 uur nieuwe situatie

18:00 uur bestaande situatie

18:00 uur nieuwe situatie

15

schaduw op 3 blokken

09:00 uur perspectief nieuwe situatie schaduw op onderste lagen

11:00 uur perspectief nieuwe situatie

schaduw op 2 blokken

10:00 uur perspectief nieuwe situatie schaduw op onderste lagen

12:00 uur perspectief nieuwe situatie

16

schaduw vanaf 17:30 uur

17:30 uur perspectief nieuwe situatie

17:30 uur nieuwe situatie (zonder bomen)

17

bezonning op 21 september De bezonning op 21 september is erg vergelijkbaar met 21 maart. In de nieuwe situatie valt in de ochtend tot 12:30 uur schaduw op delen van de ‘hippe hoogbouw’. Vanaf dat tijdstip is de ‘hippe hoogbouw’ vrij van schaduwen van de nieuwbouw. Vanaf circa 16:00 begint de ‘hippe hoogbouw’ een schaduw over zichzelf te werpen. Vergeljikbaar met 21 maart valt er in de nieuwe situatie vanaf 17:30 een schaduw van de nieuwbouw op de eengezinswoningen aan de oostkant (niet weergegeven). Zoals te zien op het kaartje (pagina 19) zorgen de bestaande bomen ook voor schaduw. Om circa 18:30 uur gaat de zon onder. Aan de TNO-norm wordt voldaan: er is minimaal 2 uur bezonning op de omliggende bebouwing.

9:00 uur bestaande situatie

9:00 uur nieuwe situatie

12:00 uur bestaande situatie

12:00 uur nieuwe situatie

18

15:00 uur bestaande situatie

15:00 uur nieuwe situatie

18:00 uur bestaande situatie

18:00 uur nieuwe situatie

19

bezonning op 21 december Op 21 december - de kortste dag van het jaar - valt gedurende de hele dag schaduw van de nieuwbouw op de omliggende bebouwing. In de winter geven de bomen minder schaduw; we hebben daarom voor deze periode de schaduwen van de bomen uitgeschakeld. Vanaf zonsopgang (circa 7:45 uur) valt er schaduw op de ‘hippe hoogbouw’, beginnend bij de meest westelijke blokken. De schaduw op de ‘hippe hoogbouw’ verplaatst steeds verder naar het oosten, waardoor alle blokken ook bezonning krijgen (zie afbeeldingen pagina 22). Vanaf circa 16:00 uur valt er schaduw van de nieuwbouw op de eengezingswoningen en ‘hippe hoogbouw’ten oosten hiervan (niet weergegeven). Om circa 16:20 uu gaat de zon onder. Deze datum is geen vereiste volgens de TNO-norm, maar is voor het jaaroverzicht wel meegenomen ter illustratie. Aan de norm wordt wel voldaan: er is minimaal 2 uur bezonning op de omliggende bebouwing.

9:00 uur bestaande situatie

9:00 uur nieuwe situatie

12:00 uur bestaande situatie

12:00 uur nieuwe situatie

20

15:00 uur bestaande situatie

15:00 uur nieuwe situatie

21

schaduw op 3 blokken

schaduw op onderste lagen

09:00 uur perspectief nieuwe situatie

schaduw op 2 blokken

11:00 uur perspectief nieuwe situatie

schaduw op 3 blokken

13:00 uur perspectief nieuwe situatie

schaduw op onderste lagen

15:00 uur perspectief nieuwe situatie

22

C conclusie

23

conclusie Uit de onderzoeksresultaten kunnen een aantal conclusies getrokken worden met betrekking tot de bezonning en schaduwwerking van de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse van winkelcentrum Weezenhof. In de zomer (peildatum 21 juni) is er vrijwel geen vermindering van bezonning op de omliggende bebouwing. In de andere seizoenen (peildata 21 maart, 21 september en 21 december) is er wel een vermindering van de bezonning op de ‘hippe hoogbouw’ ten noorden van de nieuwbouw, en de eengezinswoningen ten oosten van de nieuwbouw. De schaduw van de nieuwbouw draait mee met de oriëntatie van de zon, en treft daardoor de omliggende bouwblokken steeds voor een korte periode. Uit de opnamen kan geconcludeerd worden dat voor alle omliggende bebouwing voldaan zal worden aan zowel de lichte TNO-norm (> 2 uren bezonning) als de zware TNO-norm (> 3 uren bezonning). In de opnamen van 21 december is te zien dat enkele laag gelegen delen van de ‘hippe hoogbouw’ naar verhouding voor een langere periode van de dag een afname van bezonning krijgen. Alhoewel deze datum geen vereiste is volgens de TNO-norm, krijgt de laag gelegen bebouwing ook op deze dag minimaal 2 uur zon. Samenvattend valt te stellen dat de omliggende bebouwing wel wat hinder van de voorgenomen nieuwbouw zal ervaren, maar dat de bezonning nog steeds ruimschoots binnen de TNO-normen valt.

Aangezien de gemeente Nijmegen verder geen specifieke normen of eisen voor de bezonning heeft vastgesteld, wordt gesteld dat de bezonning op de omliggende bebouwing ruimschoots voldoende is na ontwikkeling van de nieuwbouw.

24

Flow Architecten 25

Winkelcentrum Weezenhof te Nijmegen Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

Rapportnummer O 16596-2-RA-001 d.d. 14 maart 2023

Winkelcentrum Weezenhof te Nijmegen Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

opdrachtgever

Flow Architecten

rapportnummer

O 16 59 6- 2 - R A- 0 01

datum

1 4 m a a r t 20 23

referentie

O O / M a V / / O 1 65 96 - 2- R A - 00 1

verantwoordelijke O.E. Otten opsteller

ir. M.A. Verbruggen +31 858 228 623 m.verbruggen@peutz.nl

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon O 16596-2-RA-001 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Normstelling en uitgangspunten

5

2.1

Beslismodel NEN 8100

5

2.2

Windhinder en windgevaar volg ens NEN 8100

5

2.2.1

Windhinder

5

2.2.2

Windgevaar

6

2.3

Windklimaat op de locatie

7

2.4

Simulatie windsnelheden met CFD

9

3

Rekenresultaten

10

4

Samenvatting en conclusies

12

O 16596-2-RA-001 3

1

Inleiding In opdracht van Flow Architecten is met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) een indicatief onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing Winkelcentrum Weezenhof te Nijmegen. Voor het vervaardigen van het CFD model is onder meer gebruik gemaakt van een door Flow Architecten aangeleverd 3D model. De stedenbouwkundige omgeving en de begroeiing is meegenomen aan de hand van gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd is van circa 700 bij 700 meter. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving.

f1.1 Het gehanteerde 3D-model van de geplande bebouwing

In dit rapport wordt verslag gedaan van het verrichte onderzoek waarbij de volgende indeling is gehanteerd. In hoofdstuk 2 worden de normstelling en uitgangspunten van het onderzoek toegelicht. De rekenresultaten worden gepresenteerd in hoofdstuk 3 van dit rapport. Tot slot is in hoofdstuk 4 een samenvatting van het onderzoek opgenomen en worden conclusies gegeven.

O 16596-2-RA-001 4

2

Normstelling en uitgangspunten

2.1 B e s l i s m o d e l N E N 8 1 0 0

De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, kan in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFDof windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van 36,9 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd.

2.2 W i n d h i n d e r e n w i n d g e v a a r v o l g e n s N E N 8 1 0 0

De gevoeligheid van de mens voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij een laag activiteitenniveau (bijvoorbeeld wachten bij een bushalte, op een terrasje zitten) zullen lagere windsnelheden als hinderlijk ervaren kunnen worden dan bij een hoger activiteitenniveau. In de NEN 8100 wordt voor de beoordeling van het windklimaat derhalve onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan tevens sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst aan het specifieke gevaarcriterium.

2.2.1 W i n d h i n d e r

Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend gehouden wordt voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde v DR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten bij de ervaring van het windklimaat een rol spelen zoals bijvoorbeeld het omslaan van paraplu’s, in de ogen waaien van stof en in meer extreme vorm het dichtwaaien van een autoportier en dergelijke. Aan de hand van onderstaande tabel 2.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder.

O 16596-2-RA-001 5

t2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans

Kwaliteitsklasse

p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar

Activiteit I. Doorlopen

II. Slenteren

III. Langdurig zitten

< 2,5

A

Goed

Goed

Goed

2,5 – 5

B

Goed

Goed

Matig

5 – 10

C

Goed

Matig

Slecht

10 – 20

D

Matig

Slecht

Slecht

≥ 20

E

Slecht

Slecht

Slecht

Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie tabel 2.1). Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. Activiteitenklasse ‘langdurig zitten’ is dusdanig kritisch dat deze met terughoudendheid wordt toegepast. 2.2.2 W i n d g e v a a r

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=9621838d-1a53-47a9-863f-c1fb4323f56f