Bijlage 6 Onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
27
Projectgerelateerd
Figuur 6.1 Handelingsperspectief plasbrand (Bron: Scenarioboek Externe Veiligheid)
Warme/koude BLEVE, wolkbrandexplosie, fakkelbrand Personen zijn na het ontstaan van een BLEVE, wolkbrandexplosie of fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie onderstaande tabel en afbeeldingen voor de mogelijkheden. Tabel 6.6 Overzicht handelingsperspectief Warme/koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand
Handelingsperspectief –Warme/koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand ◼
Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). Bij een koude BLEVE is vluchten voor de explosie/brand zelf niet mogelijk aangezien dit scenario direct optreedt. Voor bijkomende effecten in de omgeving is bij een koude BLEVE wel het advies te vluchten.
◼
Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Bij schuilen gelden aanvullend de volgende maatregelen: o Schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw; o Sluiten van gordijnen; o Verwijderd blijven van ramen; o Voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.); o Openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).
◼
Voor personen binnen is binnenblijven het advies.
◼
Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident.
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
28
Projectgerelateerd
Figuur 6.2 Handelingsperspectief koude BLEVE/fakkelbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Figuur 6.3 Handelingsperspectief wolkbrandexplosie (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Voorzieningen die een positieve invloed op de zelfredzaamheid hebben, zijn: Tabel 6.7 Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand
Warme/koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand ◼ ◼ ◼
Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen, hierbij vooral van de risicobronnen af; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een brand of explosie); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
29
Projectgerelateerd
Toxische wolk Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. ◼ Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling) 14; ◼ Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen; ◼ Voor personen binnen wordt binnenblijven geadviseerd en naar de hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Tabel 6.8 en Figuur 6.4 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een toxische wolk.
Figuur 6.4 Handelingsperspectief gifwolk (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Tabel 6.8 Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een toxische wolk
Toxische wolk ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
14
Handmatig afsluitbare ventilatie; Schuilmogelijkheden binnenshuis; Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen die haaks op de wind staan; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een gifwolk); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
Gebruik maken van een natte doek is afhankelijk van het type gevaarlijke stof)
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
30
Projectgerelateerd
6.5
Omgevingswet
Met de komst van de Omgevingswet verandert het externe-veiligheidsbeleid. Onder de Omgevingswet wordt het bestemmingsplan omgezet in een omgevingsplan. In het kader van externe veiligheid betekent dit dat er naast het plaatsgebonden risico getoetst dient te worden aan de aandachtsgebieden. Onder de Omgevingswet maakt het planvoornemen zogenoemde (beperkt) kwetsbare gebouwen mogelijk binnen brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden. Conform het Bkl is de gemeente verplicht om af te wegen of er een voorschriftengebied moet worden vastgesteld in het omgevingsplan (opvolger bestemmingsplan) vanwege de realisatie van het planvoornemen binnen brand- en explosieaandachtsgebieden. In een voorschriftengebied dient voldaan te worden aan de bouwkundige eisen die het Bbl stelt. Voor een gifwolkaandachtsgebied is het vaststellen van een voorschriftengebied niet nodig. De voorzieningen die getroffen kunnen worden ten aanzien van een gifwolk zijn reeds voorzien in het bouwbesluit/ Bbl ten behoeve van nieuwe bebouwing in zijn algemeen.
6.6
Conclusie elementen VGR
In het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico dient het bevoegd gezag een afweging te maken over mogelijk te nemen maatregelen om de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen in en in de omgeving van het planvoornemen. Hiervoor dient formeel gezien de veiligheidsregio om een advies te worden gevraagd; het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen) dient hierover een afweging te maken. -
-
-
De hoogte van het berekende groepsrisico kan beperkt worden door de bebouwing zoveel mogelijk van de risicobronnen (tankstation en hogedruk aardgastransportleiding) af te realiseren. Effecten van een ongeval bij het tankstation, de snelweg of de buisleiding op het planvoornemen kunnen worden beperkt door het nemen van bronmaatregelen, ruimtelijke maatregelen en/of bouwkundige maatregelen. o Langs de A15 ligt een sloot die de effecten van een plasbrand op het planvoornemen beperkt. o Bij bronmaatregelen kan worden gedacht aan het afschermen van de snelweg en de hogedruk aardgasleiding. o Qua ruimtelijke maartregelen kan worden gedacht om in het stedenbouwkundig ontwerp de bebouwing waarbinnen grote groepen personen langdurig verblijven zover mogelijk van het tankstation en de hogedruk aardgasleiding af te realiseren. o Bouwkundige maatregelen zijn scherfwerend glas en brandwerende gevels. In het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid moet in de aanwezigheid van voldoende bluswatervoorzieningen, vluchtroutes (van de risicobron af) en schuilmogelijkheden worden voorzien. Daarnaast is aandacht voor risicocommunicatie en alarmering essentieel. In het kader van het toxisch scenario dienen de gebouwen te worden voorzien van handmatig afsluitbare ventilatie.
In het kader van de Omgevingswet dient er een afweging te worden gemaakt om al dan niet een voorschriftengebied vast te stellen. Het planvoornemen ligt deels binnen het brandaandachtsgebieden van meerdere hogedruk aardgastransportleidingen en het tankstation. Daarnaast ligt het planvoornemen deels binnen de explosieaandachtsgebieden van de A15 en het tankstation. Het vaststellen van een voorschriftengebied is niet verplicht omdat er enkel (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gerealiseerd worden. Het is van belang om nu al voor te sorteren op de komst van de Omgevingswet.
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
31
Projectgerelateerd
7
Conclusie
De gemeente Nijmegen is voornemens om het bedrijventerrein de Grift verder uit te breiden als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Waalsprong. Het nieuwe bedrijventerrein is gericht op logistiek en lokale bedrijvigheid. Om dit mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Hiervoor is de externe-veiligheidssituatie in beeld gebracht en beoordeeld. Conform het Bevi betreft het planvoornemen de ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Om deze reden zijn de in de omgeving aanwezige risicobronnen onderzocht en beoordeeld ten aanzien van de normen voor externe veiligheid. Resultaten toetsing risicobronnen ◼ Windturbines o Binnen het planvoornemen staan drie windturbines. In het kader van externe veiligheid dient er rekening te worden gehouden met de ligging van de PR10 -5 (hierbinnen geen beperkt kwetsbare objecten) en PR10-6 (hierbinnen geen kwetsbare objecten) per jaar contouren. Daarnaast geldt dat de effecten van de windturbines in de risicoberekening van nieuwe inrichtingen moet worden meegenomen wanneer de inrichtingen binnen de werpafstand liggen. Hier moet in de planuitwerking rekening mee worden gehouden.
◼ Tankstation Rietgraaf o
o o o
Plaatsgebonden risico: De PR10-6 per jaar contour valt deels over een kavel wanneer het tankstation ook waterstof gaat verkopen. Hier dient in de planuitwerking rekening mee te worden gehouden. Groepsrisico: Het groepsrisico neemt toe van 0,08 naar 0,38 maal de oriëntatiewaarde ten gevolge van het planvoornemen. Verantwoordingsplicht groepsrisico: Het groepsrisico dient conform het Bevi volledig te worden verantwoord. Vooruitblik Omgevingswet: Het planvoornemen ligt deels binnen het brand- en explosieaandachtsgebied. Bevoegd gezag dient een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.
◼ Hogedruk aardgastransportleidingen o
o
o o
Plaatsgebonden risico: De PR10-6 van leiding A-524 en A-533 liggen op de leiding. Dit vormt geen beperking voor het planvoornemen. Ten gevolge van de ligging van de windturbines ten opzichte van leiding N-578-19 heeft deze leiding PR10-6 contouren buiten de leiding. In de planuitwerking dient rekening te worden gehouden met deze contour. Groepsrisico: Het planvoornemen ligt voor een klein deel binnen de het invloedsgebied (tussen de 100% en 1% letaliteit) van leiding A-524 en A-533. Hierdoor neemt het groepsrisico niet significant toe. Ten aanzien van leiding N-578-19 neemt het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen toe van 0,00 maal de oriëntatiewaarde naar 0,15 maal de oriëntatiewaarde. Verantwoordingsplicht groepsrisico: Het groepsrisico ten aanzien van de buisleidingen dient te worden verantwoord. Vooruitblik Omgevingswet: Het planvoornemen ligt deels binnen het brandaandachtsgebied van de verschillende leidingen. Bevoegd gezag dient een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.
◼ Griftdijk o
Over de Griftdijk vindt lokaal transport van gevaarlijke stoffen plaats. Dit betreft voornamelijk het transport van GF3 naar tankstation Rietgraaf. De Griftdijk heeft geen PR10-6 contour en de hoogte van het groepsrisico is beperkt. In het kader van de Omgevingswet krijgt een lokale weg geen
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
32
Projectgerelateerd
aandachtsgebieden. Het is aan het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico’s ten aanzien van deze weg.
◼ Autosnelweg A15 (traject knooppunt Valburg - knooppunt Ressen) o o o o
Plaatsgebonden risico: Het planvoornemen ligt buiten de PR10-6 van de autosnelweg. Het plaatsgebonden risico vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen. Groepsrisico: Het groepsrisico van de Autosnelweg ten gevolge van de ontwikkeling van de Grift ligt onder de 0,10 maal de oriëntatiewaarde. Verantwoordingsplicht Groepsrisico: Conform het Bevt dient er in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico in te worden gegaan op rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Vooruitblik Omgevingswet: Het planvoornemen ligt binnen het explosieaandachtsgebied van de A15. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.
◼ Spoorwegen o
In de nabijheid van het planvoornemen liggen drie spoorwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Spoorweg Nijmegen - Ressen (route 64), Betuweroute Meteren – Emmerich (route 202) en Spoorweg Elst noordwestboog – Ressen Noord (route 62). Het planvoornemen ligt op meer dan 200 meter van het planvoornemen waardoor er enkel in het kader van de verantwoordingsplicht rekening hoeft te worden gehouden betreffende rampenbestrijding en zelfredzaamheid. In het kader van de Omgevingswet ligt het planvoornemen eveneens buiten de brand- en explosieaandachtsgebieden.
◼ Containeruitwisselpunt Betuweroute o
Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied van het containeruitwisselpunt Betuweroute. Vanwege de afstand tot deze inrichting heeft het plaatsgebonden risico geen invloed op het planvoornemen en neemt het groepsrisico niet toe. Ook valt het planvoornemen naar verwachting buiten de brand- en explosieaandachtsgebieden. Betreffende de verantwoordingsplicht groepsrisico dient er in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid rekening te worden gehouden met het toxische scenario.
Verantwoordingsplicht groepsrisico In het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico dient het bevoegd gezag een afweging te maken over mogelijk te nemen maatregelen om de effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen in en in de omgeving van het planvoornemen. Hiervoor dient formeel gezien de veiligheidsregio om een advies te worden gevraagd; het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen) dient hierover een afweging te maken. -
De hoogte van het berekende groepsrisico kan beperkt worden door de bebouwing zoveel mogelijk van de risicobronnen (tankstation en hogedruk aardgastransportleiding) af te realiseren. Effecten van een ongeval bij het tankstation, de snelweg of de buisleiding op het planvoornemen kunnen worden beperkt door het nemen van bronmaatregelen, ruimtelijke maatregelen en/of bouwkundige maatregelen. o Langs de A15 ligt een sloot die de effecten van een plasbrand op het planvoornemen beperkt. o Bij bronmaatregelen kan worden gedacht aan het afschermen van de snelweg en de hogedruk aardgasleiding. o Qua ruimtelijke maartregelen kan worden gedacht om in het stedenbouwkundig ontwerp de bebouwing waarbinnen grote groepen personen langdurig verblijven zover mogelijk van het tankstation en de hogedruk aardgasleiding af te realiseren. o Bouwkundige maatregelen zijn scherfwerend glas en brandwerende gevels.
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
33
Projectgerelateerd
-
In het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid moet in de aanwezigheid van voldoende bluswatervoorzieningen, vluchtroutes (van de risicobron af) en schuilmogelijkheden worden voorzien. Daarnaast is aandacht voor risicocommunicatie en alarmering essentieel. In het kader van het toxisch scenario dienen de gebouwen te worden voorzien van handmatig afsluitbare ventilatie.
In het kader van de Omgevingswet dient er een afweging te worden gemaakt om al dan niet een voorschriftengebied vast te stellen. Het planvoornemen ligt deels binnen het brandaandachtsgebieden van meerdere hogedruk aardgastransportleidingen en het tankstation. Daarnaast ligt het planvoornemen deels binnen de explosieaandachtsgebieden van de A15 en het tankstation. Het vaststellen van een voorschriftengebied is niet verplicht omdat er enkel (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gerealiseerd worden. Het is van belang om nu al voor te sorteren op de komst van de Omgevingswet.
17 februari 2023
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BI5542-IB-RP-001-D02
34