CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Onderzoek externe veiligheid

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D25 d.d. 28 februari 2023 inzake Ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte Uitbreiding bedrijventerrein De Grift10.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Bedrijventerrein de Grift Nijmegen Onderzoek externe veiligheid Klant:

Gemeente Nijmegen

Referentie: BI5542-IB-RP-001-D02 Status:

00/Definitief

Datum:

17 februari 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Bedrijventerrein de Grift Nijmegen Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BI5542-IB-RP-001-D02 Status: 00/Definitief Datum: 17 februari 2023 Projectnaam: Onderzoek externe veiligheid De Grift Projectnummer: BI5542 Auteur(s): JV, MW, LS

Opgesteld door: JV, MW, LS Gecontroleerd door: RS Datum: 24 november 2022 Goedgekeurd door: NB Datum: 17 februari 2023

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

I

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Waarom onderzoek externe veiligheid?

1

2

Toetsingskader externe veiligheid

2

2.1

Wet- en regelgeving externe veiligheid

2

2.2

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

2

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

3

2.4

Externe veiligheid onder de Omgevingswet

3

2.5

Beleidskaders externe veiligheid in de Gemeente Nijmegen

4

3

Inventarisatie relevante risicobronnen

5

3.1 3.2

Methodiek Beschouwing

5 6

3.3

Beoordeling relevante risicobronnen

8

4

Risicoberekening tankstation Rietgraaf

13

4.1 4.2

Onderzochte situaties en rekenmethodiek Ingevoerde bevolkingsgegevens

13 13

4.3

Resultaten vigerende wetgeving

15

4.4 4.5

Resultaten vooruitblik Omgevingswet Toetsing wettelijk kader

18 19

5

Risicobeoordeling Autosnelweg A15

20

5.1

Beoordeling vigerende wetgeving

20

5.2 5.3

Beoordeling vooruitblik Omgevingswet Toetsing wettelijk kader

21 21

6

Elementen verantwoording groepsrisico

22

6.1

Inventarisatie elementen verantwoordingsplicht groepsrisico

22

6.2 6.3

Personendichtheid en hoogte groepsrisico Bronmaatregelen en/of ruimtelijke maatregelen

23 23

6.4

Rampenbestrijding en zelfredzaamheid

23

6.5

Omgevingswet

31

6.6

Conclusie elementen VGR

31

7

Conclusie

32

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

II

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Nijmegen is voornemens om het bedrijventerrein De Grift verder uit te breiden als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Waalsprong. Het nieuwe bedrijventerrein is gericht op logistiek en lokale bedrijvigheid. Figuur 1.1 geeft de globale ligging van het plangebied weer. De totale oppervlakte van de geplande kavels is 287.614m2, waarvan 180.259m2 bebouwbaar is. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.

Figuur 1.1 Globale ligging planvoornemen

1.2

Waarom onderzoek externe veiligheid?

In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de gebouwen die het planvoornemen mogelijk maakt te beschouwen als (beperkt) kwetsbare objecten. Rond en binnen het plangebied liggen enkele risicobronnen die invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

1

Projectgerelateerd

2

Toetsingskader externe veiligheid

Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.

2.1

Wet- en regelgeving externe veiligheid

◼ Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1 . In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. ◼ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater. ◼ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd. ◼ Beleidsvisie Externe Veiligheid Nijmegen4. In haar beleidsvisie externe veiligheid heeft de gemeente Nijmegen verschillende restrictieniveaus aangegeven voor bevi-bedrijven en verantwoordingsniveaus vastgelegd.

2.2

Plaatsgebonden risico en groepsrisico

Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10 -6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 -5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde.

1

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit van 27 mei 2004, Staatsblad 2004, nummer 250, inwerkingtreding 27 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015. 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Besluit van 11 november 2013, Staatsblad 2013, nummer 465, inwerkingtreding 1 april 2015. 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 2010, nummer 686, inwerkingtreding 1 januari 2011. Laatste wijziging op 21 maart 2018. 4 Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen. Gemeente Nijmegen, januari 2014. 17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

2

Projectgerelateerd

*Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.

2.4

Externe veiligheid onder de Omgevingswet

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het kwantitatieve groepsrisicobeleid komt te vervallen, het kwalitatieve groepsrisicobeleid en de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico blijven in gewijzigde vorm bestaan. De verantwoordingsplicht als zodanig komt te vervallen, maar het het blijft verplicht om aandacht te besteden aan aspecten zoals zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid, risicocommunicatie en de afweging van risico’s voor groepen personen. Het groepsrisico mag overigens (in specifieke situaties) nog steeds berekend worden. De verplichting hiertoe vervalt. Het plaatsgebonden risico blijft als norm wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoordingsplicht worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen vastgesteld 5 . Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet aandacht worden besteed aan de betreffende risico’s en bijbehorende effecten.

Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (=de gemeente) in beginsel zogenaamde voorschriftengebieden moet aanwijzen in het omgevingsplan. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Voor zeer kwetsbare gebouwen is de gemeente wettelijk verplicht om een voorschriftengebied aan te wijzen.. Binnen een aangewezen voorschriftengebied geldt de verplichting om bouwkundige (of gelijkwaardige) maatregelen te treffen aan nieuwbouw. Deze verplichting geldt altijd, zowel voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Een voorschriftengebied hoeft niet voor het gehele aandachtsgebied te gelden. Een gemeente kan er gemotiveerd voor kiezen om slechts een deel van een aandachtsgebied als voorschriftengebied aan te wijzen.

5

Afhankelijk van het type risicovolle milieubelastende activiteit gelden voor de aandachtsgebieden vaste afstanden of moeten deze worden berekend (zie Bijlage VII Bkl). 17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

3

Projectgerelateerd

2.5

Beleidskaders externe veiligheid in de Gemeente Nijmegen

In de Beleidsvisie Externe Veiligheid Nijmegen heeft de gemeente Nijmegen haar beleidskader met betrekking tot verschillende risicobronnen uitgewerkt. Hierin wordt in eerste instantie de vigerende wetgeving met betrekking tot externe veiligheid (bevi, bevt, en bevb) uitgelegd, en hoe dit van toepassing is binnen de gemeente Nijmegen. In de beleidsvisie worden restrictieniveaus aangeduid voor het bouwen van Bevi-bedrijven. Voor het bestaande bedrijventerrein De Grift betekent dit specifiek dat nieuwe bevibedrijven met hun PR 10-6 per jaar contour niet over andere percelen mogen vallen, maar wel over infrastructuur en openbaar groen. Daarnaast zijn er verantwoordingsniveaus vastgelegd voor het opstellen van de verantwoording groepsrisico.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

4

Projectgerelateerd

3

Inventarisatie relevante risicobronnen

Dit hoofdstuk inventariseert de externe veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.

3.1

Methodiek

Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens wordt geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de genoemde besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden. Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing.

1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk en/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of ◼ de risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ de invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of ◼ binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen. ◼ de risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ de invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

5

Projectgerelateerd

3.2

Beschouwing

3.2.1

Inventarisatie planvoornemen

Het planvoornemen maakt geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk. In het plangebied worden onder andere een distributiecentrum en kantoren gerealiseerd. Conform het Bevi zijn een distributiecentrum en kantoren te kwalificeren als (beperkt) kwetsbare objecten. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk maakt relevant in het kader van externe veiligheid en zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied beschouwd.

3.2.2

Inventarisatie risicobronnen

Op basis van de Signaleringskaart6 is onderzocht welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.

15 

6, 7 & 8

11 t/m 14

1

5 4

2

3

9 &10

Figuur 3.1 Ligging risicobronnen t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in rood (Uitsnede Signaleringskaart-EV)

6

Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Laatst geraadpleegd 7-11-2022

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

6

Projectgerelateerd

Tabel 3.1 geeft aan onder welke wetgeving de risicobron valt en of deze relevant is voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de veiligheidsafstand over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of veiligheidsafstand groter is dan de afstand tussen de risicobron en het plangebied.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

7

Projectgerelateerd

Tabel 3.1 Overzicht risicobronnen Nummer op kaart

Risicobron

Afstand tot Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving plangebied [m] veiligheidsafstand [m] Bevb

Ja

Activiteitenbesluit milieubeheer

Ja

150

Bevi

Ja

Binnen het plangebied

355

Bevt

Ja

Autosnelweg A15 (traject Knp. Valburg - Knp. Ressen)

30

880

Bevt

Ja

6

Spoorweg Nijmegen - Ressen (route 64)

500

> 4.000

Bevt

Ja

7

Spoorweg Betuweroute Meteren – Emmerich (route 202)

230

> 4.000

Bevt

Ja

8

Spoorweg Elst noordwestboog – Ressen Noord (route 62)

230

460

Bevt

Ja

9

Hogedruk aardgasleiding A-524

200

545

Bevb

Ja

10

Hogedruk aardgasleiding A-533

200

545

Bevb

Ja

11

Hogedruk aardgasleiding N-578-20

680

95

Bevb

Nee

12

Hogedruk aardgasleiding A-505

680

430

Bevb

Nee

13

Hogedruk aardgasleiding A-507

680

485

Bevb

Nee

14

Hogedruk aardgasleiding A-663

680

585

Bevb

Nee

15

Container Uitwisselpunt Betuweroute

2000

3.000

Bevi

Ja

3.3

1

Hogedruk aardgasleiding N-578-19

Binnen het plangebied

75

2

Windturbines

Binnen het plangebied

149 =PR10-6

3

Tankstation Rietgraaf (LPG)

Binnen het plangebied

4

Griftdijk

5

Relevant?

Beoordeling relevante risicobronnen

Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid: 1. Windturbines 2. Tankstation Rietgraaf 3. Hogedruk aardgasleidingen: ▪ Hogedruk aardgasleiding N-578-19 ▪ Hogedruk aardgasleiding A-524 ▪ Hogedruk aardgasleiding A-533 4. Griftdijk 5. Autosnelweg A15 (traject Knp. Valburg - Knp. Ressen) 6. Spoorwegen: ▪ Spoorweg Nijmegen - Ressen (route 64) ▪ Spoorweg Betuweroute Meteren – Emmerich (route 202) ▪ Spoorweg Elst noordwestboog – Ressen Noord (route 62) 7. Container Uitwisselpunt Betuweroute

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

8

Projectgerelateerd

1. Windturbines Vigerende wetgeving: Binnen het plangebied staan drie windturbines waar in de planuitwerking rekening mee gehouden moet worden. Windturbines zijn geen directe risicobron in het kader van externe veiligheid maar kunnen wel risico verhogend werken voor aanwezige risicobronnen. Daarnaast hebben windturbines een plaatsgebonden risico die ruimtelijke beperkingen oplegt. Windturbines vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Binnen de PR10-5-contouren (50 meter conform vigerend bestemmingsplan) mogen geen beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Binnen de PR10-6-contouren (149 meter) mogen geen kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor de windturbines zelf geldt geen groepsrisico. Wanneer zich een Bevi-inrichting binnen de werpafstand van een windturbine wil vestigen dient in het externe veiligheidsonderzoek bij de vergunning hier rekening mee te worden gehouden. Dit betekent dat in de risicoberekening de effecten van de windturbine moeten worden meegenomen. Dit kan van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico van deze inrichting. Hier dient rekening mee te worden gehouden in de planuitwerking. Vooruitblik Omgevingswet: Onder de Omgevingswet blijven de bovenstaande bepalingen van toepassing. 2. Tankstation Rietgraaf In het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt tankstation Rietgraaf.

Het tankstation valt onder de werkingssfeer van het Bevi vanwege de verkoop van LPG. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied. Conform het Bevi dienen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico te worden beschouwd middels een kwantitatieve risicoanalyse, onder de Omgevingswet gelden er aandachtsgebieden, dit is beschreven in hoofdstuk 4. Daarnaast geldt de verantwoordingsplicht groepsrisico, een aanzet hiertoe is beschreven in hoofdstuk 6. 3. Hogedruk aardgasleidingen De hogedruk aardgasleiding N-578-19 ligt binnen het plangebied. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (75 meter) van deze hogedruk aardgasleiding, waardoor de hogedruk aardgasleiding relevant is in het kader van externe veiligheid. De hogedruk aardgasleidingen A-524 en A-533 liggen op ca 200 meter ten zuiden van het plangebied. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (545 meter) van deze hogedruk aardgasleidingen, waardoor deze hogedruk aardgasleidingen relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Tabel 3.2 geeft de eigenschappen van de hogedruk aardgastransportleidingen weer. Het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding loopt tot de 1% letaliteit. Daarnaast is binnen de invloedsgebieden een 100% letaalgrens berekend. De verwachting is dat binnen deze afstand 100% van de aanwezige personen bij een ongeval overlijdt.

Tabel 3.2 Aardgasleidinggegevens N-578-19 Hogedruk aardgasleiding

Druk

Diameter

Invloedsgebied (1% letaal)

Invloedsgebied (100% letaal)

Aardgasleiding N-578-19

40 bar

7 inch

75 meter

40 meter

Aardgasleiding A-524

66 bar

48 inch

545 meter

205 meter

Aardgasleiding A-533

66 bar

48 inch

545 meter

205 meter

Vigerende wetgeving Buisleidingen met een druk hoger dan 16 bar vallen onder de werkingssfeer van het Bevb.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

9

Projectgerelateerd

Conform het Bevb dient er in het kader van externe veiligheid toetsing uitgevoerd te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico: Hogedruk aardgastransportleidingen A-524 en A-533 hebben een PR10-6 per jaar contour die op de leiding ligt. Het plaatsgebonden risico van deze leidingen vormt daarmee geen beperking voor het planvoornemen. Vanwege de ligging in de nabijheid van de windturbines geldt dit niet voor de N-578-19 daarom is er in 2014 een risicoberekening uitgevoerd waarbij de PR10-6 contour is berekend buiten de leiding 7.Dit betekent dat er in het planvoornemen rekening met de ligging van de PR10-6 per jaar contour moet worden gehouden. Figuur 3.2 geeft een impressie van de ligging van de PR 10-6 contour.

Figuur 3.2 Ligging PR10-6 (groene contour), 10-7 (blauwe contour), 10-8 (paarse contour) leiding N-578-19. (Bron: DNV,2015)

Groepsrisico: Voor hogedruk aargastransporleidingen A-524 en A533 geldt dat het planvoornemen buiten de 100% letaliteitszone van deze leidingen ligt. Dit betekent dat de bevolking die het planvoornemen toevoegt geen verandering van het groepsrisico van deze leidingen ten gevolg heeft. Het planvoornemen ligt binnen de 100% letaliteitszone van hogedruk aardgastransportleiding N-578-19, dit betekent dat de bevolking die het planvoornemen toevoegt het groepsrisico kan beïnvloeden. Conform het

7

DNV, 2015; Kwantitatieve risicoanalyse N-578-19 te Nijmegen, DNV GL Oil & Gas, 2014, Report No. 74103015.001, Rev. 1. 28 februari 2015. 17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

10

Projectgerelateerd

Bevb dient het groepsrisico berekend te worden. In de risicoberekening van 2014/15 is rekening gehouden met het planvoornemen. Uit de risicoberekening blijkt dat het groepsrisico stijgt door de toevoeging van het planvoornemen, van 0,00 maal de oriëntatiewaarde naar 0,15 maal de oriëntatiewaarde. NB: Het berekende groepsrisico van hogedruk aardgastransportleiding N-578-19 ten gevolge van de planontwikkeling is gebaseerd op gegevens uit 2014/15. De invoergegevens, zoals de bevolkingsinvoer zijn niet veranderd ten opzichte van de huidige inzichten. Hiermee kan worden volstaan met de toepassing van het onderzoek van DNV, 2015.

Verantwoordingsplicht groepsrisico: Het bevoegd gezag heeft de verplichting het groepsrisico te verantwoorden. De te beschouwen elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Belemmeringenstrook: Naast het plaatsgebonden risico en het groepsrisico geldt op grond van het Bevb voor buisleidingen een belemmeringenstrook van minimaal 5 meter (gemeten vanuit het hart van de buisleiding) aan weerszijden. Deze strook leidt tot beperkingen voor onder meer bouwwerken (niet gerelateerd aan de buisleiding) en voor graafwerkzaamheden. Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet blijft de beoordeling van het plaatsgebonden risico en de belemmeringenstrook gelijk als onder de vigerende wetgeving. In plaats van een invloedsgebied krijgen de buisleidingen binnen de 1% letaalzones een brandaandachtsgebied. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de brandaandachtsgebieden van alle drie de leidingen. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken betreffende het aanwijzen van voorschriftengebieden. 4. Griftdijk Binnen het plangebied bevindt zich de Griftdijk, die in het noorden overgaat in de Rijksweg Zuid, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg valt onder het Bevt. Het invloedsgebied van deze weg wordt bepaald door het vervoer van brandbare gassen (GF3) en bedraagt 355 meter. Het plangebied bevindt zich hier gedeeltelijk binnen.

Plaatsgebonden risico: Conform de Hart heeft een lokale weg geen PR10 -6 per jaar contour. Dit levert dus geen beperkingen op voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Groepsrisico: De griftdijk wordt enkel gebruikt voor het transport van GF3 naar het tankstation Rietgraaf hierdoor is de hoeveelheid transporten beperkt. Daarnaast voegt het planvoornemen beperkt bevolking toe binnen het invloedsgebied. Dit betekent dat het groepsrisico enkel dient te worden verantwoord. De elementen hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Vooruitblik Omgevingswet: Onder de Omgevingswet krijgen lokale wegen geen aandachtsgebieden. Het is aan het lokale bevoegd gezag hoe om te gaan met externe veiligheid ten gevolge van het lokale transport van gevaarlijke stoffen. 5. Autosnelweg A15 (traject Knp. Valburg - Knp. Ressen) Op 30 meter ten noorden van het plangebied ligt de autosnelweg A15 (traject Knp. Valburg - Knp. Ressen). Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een rijksweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De autosnelweg heeft een invloedsgebied van 880 meter8 gebaseerd op het transport van toxische vloeistoffen (LT2). Het vervoer van brandbare gassen (GF3) is echter maatgevend voor de hoogte van het groepsrisico; het invloedsgebied van GF3 bedraagt 355 meter.

Conform het Bevt is een beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico een verplichting wanneer het plangebied binnen 200 meter van de transportroute ligt. Tevens dient het bevoegd gezag te

8

RIVM, 2017; Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2, 11 januari 2017.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

11

Projectgerelateerd

voldoen aan de verantwoordingsplicht groepsrisico. Toetsing aan het plaatsgebonden risico en groepsrisico is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet krijgt de autosnelweg een brandaandachtsgebied (30 meter) en een explosieaandachtsgebied (200 meter). Deze aandachtsgebieden worden gemeten vanaf de buitenste kantstreep van de doorlopende rijbaan (bij invoegstroken de blokmarkering). Het planvoornemen ligt hiermee net buiten het brandaandachtsgebied maar binnen het explosieaandachtsgebied. Binnen een explosieaandachtsgebied dient de gemeente een afweging te maken of ze een voorschriftengebied vaststelt. 6. Spoorwegen Op ruim 270 meter ten noorden van het plangebied liggen de Betuweroute tracé Meteren – Emmerich (route 202) en Elst tracé noordwestboog – Ressen Noord (route 62). Op ruim 500 meter ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Nijmegen - Ressen (route 64). Op basis van de Regeling basisnet vindt over deze trajecten vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De invloedsgebieden van route 64 en route 202 zijn gebaseerd op het vervoer van toxische vloeistoffen (D4) en bedragen conform de HART meer dan 4.000 meter.

Het invloedsgebied van route 62 is gebaseerd op het vervoer van brandbare gassen (A) en bedraagt conform de HART 460 meter. Conform het Bevt is een beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico een verplichting wanneer het plangebied binnen 200 meter van de transportroute ligt. Voor alle spoorlijnen geldt dat deze op meer dan 200 meter van het planvoornemen liggen. Dit betekent dat verdere toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico niet nodig is en dat dit verder geen beperkingen oplegt voor het planvoornemen. Wel dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hoofdstuk 6 gaat hier verder op in. Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet krijgen de spoorlijnen een brandaandachtsgebied (30 meter) en een explosieaandachtsgebied (200 meter). Deze aandachtsgebieden worden gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van de buitenste doorlopende spoorbaan (doodlopende sporen tellen dus niet mee). Het planvoornemen ligt buiten deze aandachtsgebieden. 7. Container Uitwisselpunt Betuweroute Op circa 2000 meter van het plangebied ligt het container uitwisselpunt van de Betuweroute. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied (3000m) van deze terminal.

Conform het Bevi dient er in het kader van externe veiligheid toetsing uitgevoerd te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Vanwege de afstand van de terminal tot het planvoornemen zal het groepsrisico niet toenemen ten gevolge van het planvoornemen. Daarnaast ligt het planvoornemen buiten de PR10 -6 per jaar contour. Het containeruitwisselpunt vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen. In het kader van de verantwoordingsplicht dient er enkel rekening te worden gehouden met het vrijkomen van een toxische wolk wanneer er een ongeval plaatsvindt. Dit scenario is meegenomen in hoofdstuk 6. Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet krijgt het containeruitwisselpunt aandachtsgebieden. De verwachting is dat het planvoornemen buiten het brand en explosie aandachtsgebied ligt.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

12

Projectgerelateerd

4

Risicoberekening tankstation Rietgraaf

Dit hoofdstuk werkt de kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uit voor het tankstation Rietgraaf aan de Stationsstraat 27. Conform het Bevi is getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Ook is vooruitgeblikt op de komst van de Omgevingswet.

4.1

Onderzochte situaties en rekenmethodiek

Tankstation Rietgraaf beschikt over een vergunning voor onder andere het verladen van lpg. Momenteel is een aanvraag omgevingsvergunning in procedure om dit uit te breiden met waterstof (H 2). Beide situaties zijn in de QRA9 voor deze vergunningaanvraag beschreven. Dezelfde rekenmethodiek is toegepast voor voorliggende QRA, hierbij is gebruik gemaakt van de laatste versie van Safeti-NL (versie 8.510). Tabel 4.1 beschrijft de onderzochte situaties. Hiermee is voldaan aan de toetsingsvoorwaarden conform het Bevi. Tabel 4.1 overzicht getoetste situaties Onderzochte situaties de Grift Situatie tankstation Rietgraaf

Ingevoerde bevolkingsgegevens

Huidige situatie

Vergunde situatie (LPG)

Vigerend bestemmingsplan

Toekomstige situatie

Vergunde situatie (LPG)

Vigerend bestemmingsplan + planvoornemen

Huidige situatie

Voorgenomen situatie (LPG+H2)

Vigerend bestemmingsplan

Toekomstige situatie

Voorgenomen situatie (LPG+H2)

Vigerend bestemmingsplan + planvoornemen

4.2

Ingevoerde bevolkingsgegevens

Huidige situatie Voor de berekening van het groepsrisico is de aanwezigheid van personen geïnventariseerd binnen het invloedsgebied. Dit invloedsgebied is in de eerdergenoemde QRA berekend. Voor deze inventarisatie is uitgegaan van de situatie waarin ook waterstof betrokken is. Dit leidt namelijk tot het grootste invloedsgebied (benaderd met de PR 1*10-30 per jaar), wat is weergegeven in Figuur 4.1. De populatie is ontleend aan de BAG-populatieservice11, waarbij gebruik is gemaakt van de selectiebasis 202207.

Figuur 4.1: Invloedsgebied Tankstation Rietgraaf 9

Risicoanalyse / LPG/H2-tankstation De Rietgraaf Nijmegen, Adviesgroep AVIV BV, project 224796, 8 juni 2022. Rekenpakket Safeti-NL, DNVGL, versie 8.5 (8.5.100.0), augustus 2022. 11 BAG populatieservice, https://populatieservice.demis.nl/#/., laatst bekeken 2 november 2020 10

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

13

Projectgerelateerd

Toekomstige situatie Het plangebied maakt een bedrijventerrein mogelijk aan de west-, oost-, en noordzijde van tankstation Rietgraaf. Dit bedrijventerrein valt deels binnen het invloedgebied. In dit onderzoek is de gehele gebiedsontwikkeling van De Grift betrokken. Figuur 4.2 toont de aanduiding van de gebieden en Figuur 4.3 geeft de milieuzonering weer.

Figuur 4.2: Aanduiding gebieden

Figuur 4.3: Aanduiding milieuzonering

Per gebied zijn hieronder de aangenomen populatiegegevens toegelicht: • De Grift-Noord is aan de noordzijde bestemd voor bedrijven met milieuzonering 4.2. Volgens het voorgenomen bestemmingsplan komen hier naar verwachting X(X)L logistieke bedrijven. Conform de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico12Error! Reference source not found. is uitgegaan van é én werknemer per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (b.v.o.). • De zuidzijde van De Grift-Noord is bestemd voor bedrijven met milieuzonering 3.2 en wordt naar verwachting gebruikt door regionale en reguliere logistiek. Aangesloten is bij het kental ‘kantoren’ zoals vermeld in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Hierbij is uitgegaan van één werknemer per 30 m2 b.v.o. • De Grift-Zuid bestaat uit kavels die onder milieuzonering 3.2 vallen. Naar verwachting vestigen zich hier kleinschalige lokale bedrijven. Twee kavels zijn bestemd voor grotere bedrijven in bijvoorbeeld groothandel of bouw- en installatie. Aangesloten is bij het kental ‘kantoren’ zoals vermeld in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Hierbij is uitgegaan van één werknemer per 30 m 2 b.v.o. • De Grift-West bestaat uit kavels die onder milieuzonering 3.1 vallen. Dit gebied is vooral bestemd voor kleinschalige lokale bedrijven. Aangesloten is bij het kental ‘kantoren’ zoals vermeld in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico.

Hierbij is uitgegaan van één werknemer per 30 m 2 b.v.o. Conservatief is aangenomen dat personen zowel in de dagperiode (8:00 – 18:30) als nachtperiode (18:30 – 8:00) aanwezig kunnen zijn. Deze populatiegegevens zijn toegevoegd aan de populatie in de bestaande situatie. Tabel 4.2 geeft het overzicht van de ingevoerde bevolkingsgegevens.

12

Handreiking verantwoording groepsrisico, VROM, versie 1.0, november 2007.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

14

Projectgerelateerd

Tabel 4.2 Populatiegegevens voorgenomen ontwikkelingen Gebied

Bebouwbaar oppervlakte (m2) a)

Aanname aantal personen per b.v.o.

Aantal personen b)

De Grift-Noord (cat. 4.2)

116.109

1 persoon per 100 m2 b.v.o.

1.161

De Grift-Noord (cat. 3.2)

13.407

1 persoon per 30 m2 b.v.o.

447

De Grift-Zuid (cat. 3.2), drie oostelijke kavels

14.531

1 persoon per 30 m2 b.v.o.

484

De Grift-Zuid (cat. 3.2), overige westelijke kavels

13.666

1 persoon per 30 m2 b.v.o.

456

De Grift-West (cat. 3.1)

22.546

1 persoon per 30 m2 b.v.o.

752

a) b)

Bebouwbaar oppervlak is gelijkgesteld aan het b.v.o. Gedurende de dag- en nachtperiode.

4.3

Resultaten vigerende wetgeving

4.3.1

Plaatsgebonden risico

Figuren 4 en 5 tonen de maatgevende PR 1*10-6 per jaar contouren van de vergunde en voorgenomen situatie van Rietgraaf. Hieruit blijkt dat in de vergunde situatie van tankstation Rietgraaf geen van de voorgenomen ontwikkelingen van De Grift binnen de maatgevende PR 1*10 -6 per jaar ligt. In de voorgenomen situatie van tankstation Rietgraaf (inclusief waterstof) komt een deel van een bebouwbaar kavel van milieucategorie 3.1 binnen deze contour te liggen. Opgemerkt wordt dat de omvang van het PRcontour onafhankelijk is van de populatie binnen het invloedsgebied van de risicoveroorzakende inrichting.

Figuur 4.4: PR 10-6 per jaar contour, vergunde situatie Rietgraaf Figuur 4.5: PR 10-6 per jaar contour, voorgenomen situatie Rietgraaf (inclusief waterstof)

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

15

Projectgerelateerd

4.3.2

Groepsrisico

Conform het Bevi is het groepsrisico van tankstation de Rietgraaf en de verandering ten gevolge van het planvoornemen berekend. Dit is toegepast voor zowel de vergunde als de voorgenomen situatie van tankstation Rietgraaf.

Figuur 4.6 toont de FN-curve’s. Het groepsrisico neemt toe ten gevolge van het planvoornemen. Het groepsrisico ligt in alle vier de situaties onder de oriëntatiewaarde. De toevoeging van de verkoop van waterstof (voorgenomen situatie Rietgraaf) laat geen verschil zien in de hoogte van het groepsrisico toe ten opzichte van enkel de verkoop van LPG (vergunde situatie).

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

16

Projectgerelateerd

Figuur 4.6: Groepsrisico Rietgraaf beschouwde situaties. N.B. de curves van de vergunde en voorgenomen situatie van Rietgraaf inclusief ontwikkeling van De Grift (groene en blauwe doorgetrokken lijnen) liggen exact op elkaar.

Tabel 4.3 laat de resultaten van de groepsrisicoberekening zien. Voor de huidige situatie ligt het groepsrisico op maximaal 0,08 maal de oriëntatiewaarde bij 36 slachtoffers met een kans van 6,3*10-8 per jaar. Voor de toekomstige situatie neemt het groepsrisico toe en ligt op maximaal 0,38 maal de oriëntatiewaarde bij 110 slachtoffers met een kans van 3,1*10-8 per jaar. Het maximale aantal dodelijke slachtoffers neemt toe van 73 naar 200 personen bij een kans van 1*10-9 per jaar. Tabel 4.3 Resultaten groepsrisico berekening Maximale hoogte van het GR Overschrijdingsfactor oriëntatiewaarde

Aantal dodelijke slachtoffers

Frequentie (per jaar)

Maximaal aantal dodelijke slachtoffers

Huidige situatie

0,08

36

6,3*10-8

73

Toekomstige situatie

0,38

110

3,1*10-8

200

Huidige situatie

0,08

36

6,3*10-8

73

110

-8

200

Situatie

Populatiegegevens

Vergunde situatie Rietgraaf (LPG) Voorgenomen situatie Rietgraaf (LPG+H2)

17 februari 2023

Toekomstige situatie

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

0,38

3,1*10

BI5542-IB-RP-001-D02

17

Projectgerelateerd

4.4

Resultaten vooruitblik Omgevingswet

4.4.1

Aandachtsgebieden

Vanwege de komst van de Omgevingswet zijn het brand- en explosieaandachtsgebied van tankstation Rietgraaf in beeld gebracht. Vanwege de aard van de gevaarlijke stoffen binnen de inrichting is geen sprake van een gifwolkaandachtsgebied. De grootte van de aandachtsgebieden is voor zowel de vergunde (LPG) als de voorgenomen situatie (LPG+H2) betreffende tankstation Rietgraaf gelijk. Figuur 4.7 geeft het brandaandachtsgebied weer en Figuur 4.8 het explosieaandachtsgebied. Uit deze figuren blijkt dat zowel het brand- als het explosieaandachtsgebied over de voorgenomen ontwikkelingen van De Grift liggen.

Figuur 4.7: Brandaandachtsgebied

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

Figuur 4.8: Explosieaandachtsgebied

BI5542-IB-RP-001-D02

18

Projectgerelateerd

4.5

Toetsing wettelijk kader

Vigerende wetgeving De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van het planvoornemen zijn getoetst conform het Bevi. ▪ Plaatsgebonden risico o Vergunde situatie (LPG): Tankstation Rietgraaf heeft zowel voor het vulpunt, als de opslagtank en de afleverzuil een PR10-6 per jaar contour. Dit is gelijk voor de huidige en voor de toekomstige situatie. Het planvoornemen ligt niet binnen deze PR-contouren. Het plaatsgebonden risico vormt hiermee geen beperking voor de planontwikkeling. o Voorgenomen situatie (LPG & H2): Door de komst van de waterstof installatie wordt de PR10-6 vergroot. Een deel van een bebouwbare kavel (Grift-West, milieucategorie 3.1) komt binnen de PR-contour. In de planontwikkeling dient de gemeente hier rekening mee te houden. Binnen een PR10-6 per jaar contour is de ontwikkeling van kwetsbare objecten niet toegestaan. Het oprichten van een beperkt kwetsbaar object binnen een PR10-6 per jaar contour dient conform het Bevi te worden gemotiveerd. ▪ Groepsrisico o Het groepsrisico van tankstation Rietgraaf neemt ten gevolge van de ontwikkeling van de Grift toe van 0,08 maal de oriëntatiewaarde naar 0,38 maal de oriëntatiewaarde. Dit is onafhankelijk van de vergunde en de voorgenomen situatie van tankstation Rietgraaf.

▪ Verantwoordingsplicht Groepsrisico o Conform artikel 12 van het Bevi dient het groepsrisico binnen het invloedsgebied van tankstation Rietgraaf volledig verantwoord te worden. Het bevoegd gezag dient advies te vragen aan de veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Vooruitblik Omgevingswet Vanwege de komst van de Omgevingswet zijn de aandachtsgebieden zoals genoemd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) inzichtelijk gemaakt. De beoordeling van het plaatsgebonden risico blijft gelijk. ▪ Aandachtsgebieden o Het geprojecteerde brand- en explosieaandachtsgebieden van tankstation Rietgraaf liggen zowel in de vergunde als de voorgenomen situatie over de geplande ontwikkelingen van De Grift. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

19

Projectgerelateerd

5

Risicobeoordeling Autosnelweg A15

Dit hoofdstuk gaat in op de risicobeoordeling van de autosnelweg A15 (traject knooppunt Valburg knooppunt Ressen). Conform het Bevt is een beoordeling gegeven betreffende het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Ook is vooruitgeblikt op de komst van de Omgevingswet.

5.1

Beoordeling vigerende wetgeving

5.1.1

Plaatsgebonden risico

De autosnelweg A15 is een basisnetroute waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Conform de regeling basisnet heeft het traject knooppunt Valburg, knooppunt Ressen een PR10 -6 per jaar van 8 meter, gemeten vanuit de as van de weg. Dit betekent dat de PR10-6 contour net buiten de weg ligt. Dit geldt voor zowel de huidige als de toekomstige situatie na realisatie van het planvoornemen.

5.1.2

Groepsrisico

Het groepsrisico wordt bepaald door een combinatie van de hoeveelheid en de aard van het transport van gevaarlijke stoffen en de bevolkingsdichtheid langs de route. Hierbij geldt hoe dichter de bevolking bij de weg aanwezig is, hoe meer invloed dit heeft op de hoogte van het groepsrisico. De planontwikkeling vindt plaats binnen 200 meter van de weg. Dit betekent dat er een indicatie moet worden gegeven van de hoogte van het groepsrisico. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de vuistregels uit de bijlagen van de HART en is getoetst of de 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Hiervoor is invulling gegeven aan onderstaande parameters.

◼ Type weg: Autosnelweg met gescheiden rijbanen en een maximumsnelheid van 100 km/u. ◼ Bebouwing: Eénzijdige bebouwing, toepassing tabel 1-4, geanalyseerde bevolking zie Figuur 5.1. ◼ Aantal transporten gevaarlijke stoffen: Gf3=4000, LF1=14114, LF2=37147, LT1=96, LT2=501

Figuur 5.1 Ingevoerde bevolkingsvlakken binnen 200 meter voor beoordeling A15, lichtroze bestaande bebouwing, felroze bevolkingsvlak planvoornemen.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

20

Projectgerelateerd

Om te bepalen of het groepsrisico de 10% van de oriëntatiewaarde overschrijdt is in het basisnet gekeken naar de hoeveelheid transporten GF3 (brandbare gassen), dit betreffen maximaal 4000 transporten per jaar conform de regeling basisnet. Voor de bevolkingsdichtheid is uitgegaan van een dichtheid van 45 personen per hectare op 30 meter afstand van de weg (gebaseerd op de gegevens uit het stedenbouwkundig plan). Hiermee wordt een worst-case aanname gedaan. Dit komt omdat deze bevolkingsdichtheid in werkelijkheid enkel geldt voor het deel van plangebied wat tussen de 30 en 200 meter van de weg ligt over een lengte van 800 meter. Terwijl in het model wordt uitgegaan van een lengte van een kilometer weg. Uit tabel 1-4 Bijlagen HART blijkt dat de 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden wanneer er meer dan 12440 transporten GF3 per jaar over de weg getransporteerd worden. Dit geldt dan bij een dichtheid van 50 personen per hectare. De getoetste situatie haalt dit niet. Dit betekent dat het groepsrisico ten gevolge van de snelweg A15 onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde ligt. Het bevoegd gezag dient ten aanzien van de verantwoording groepsrisico in te gaan op rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hoofdstuk 6 gaat daar verder op in.

5.2

Beoordeling vooruitblik Omgevingswet

5.2.1

Aandachtsgebieden

Onder de Omgevingswet krijgt een autosnelweg die valt onder de regeling basisnet conform het Bkl een brand- en een explosie aandachtsgebied. Het brandaandachtsgebied ligt op 30 meter, gemeten vanaf de kantlijn van de buitenste doorgaande rijbaan en het explosieaandachtsgebied op 200 meter. Het planvoornemen ligt buiten het brandaandachtsgebied maar binnen het explosieaandachtsgebied. Onder de Omgevingswet dient het bevoegd gezag een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.

5.3

Toetsing wettelijk kader

Vigerende wetgeving De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van het planvoornemen zijn getoetst conform het Bevi. ▪ Plaatsgebonden risico o Het planvoornemen ligt buiten de PR10-6 van de autosnelweg. Het plaatsgebonden risico vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen. ▪ Groepsrisico o Het groepsrisico van de Autosnelweg ten gevolge van de ontwikkeling van de Grift ligt onder de 0,10 maal de oriëntatiewaarde. ▪ Verantwoordingsplicht Groepsrisico o Conform het Bevt dient er in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico in te worden gegaan op rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Vooruitblik Omgevingswet Vanwege de komst van de Omgevingswet zijn de aandachtsgebieden zoals genoemd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) inzichtelijk gemaakt. De beoordeling van het plaatsgebonden risico blijft gelijk. ▪ Aandachtsgebieden o Het planvoornemen ligt binnen het explosieaandachtsgebied van de A15. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

21

Projectgerelateerd

6

Elementen verantwoording groepsrisico

6.1

Inventarisatie elementen verantwoordingsplicht groepsrisico

In het kader van de verantwoording groepsrisico zijn de onderstaande risicobronnen relevant: 1. Tankstation Rietgraaf 2. Hogedruk aardgasleidingen: ▪ Hogedruk aardgasleiding N-578-19 ▪ Hogedruk aardgasleiding A-524 ▪ Hogedruk aardgasleiding A-533 3. Griftdijk 4. Autosnelweg A15 (knooppunt Valburg - knooppunt Ressen) 5. Spoorwegen: ▪ Spoorweg Nijmegen - Ressen (route 64) ▪ Spoorweg Betuweroute Meteren – Emmerich (route 202) ▪ Spoorweg Elst noordwestboog – Ressen Noord (route 62) 6. Container Uitwisselpunt Betuweroute Op basis van de beoordeling en de toetsing zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken blijkt dat voor een aantal van deze risicobronnen het groepsrisico (beperkt) moet worden verantwoord. Hierbij dient gekeken te worden naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Onderstaande tabel maakt de elementen voor de verantwoordingsplicht die van toepassing zijn voor transportroutes (Bevt), buisleidingen (Bevt) en inrichtingen (Bevi) inzichtelijk. Tabel 6.1 Overzicht van toepassing zijnde elementen verantwoording groepsrisico Elementen verantwoording groepsrisico

Volledige VGR (Bevi, Bevb)

Beperkte VGR (Bevb, Bevt)

Tankstation Rietgraaf, Leiding N-578-19

Spoorlijnen, A15/Griftdijk, Buisleidingen, Containerterminal

De dichtheid van personen binnen het invloedsgebied

x

De hoogte van het groepsrisico (per kilometer)

x

De maatregelen ter beperking van het groepsrisico, zowel bronmaatregelen en als ruimtelijke maatregelen

x

De mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen ervan (alternatieve locaties)

x

De mogelijkheden voor het voorkomen, beperken en bestrijden van het incidenten (bestrijdbaarheid)

x

x

De mogelijkheden voor zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied

x

x

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

22

Projectgerelateerd

6.2

Personendichtheid en hoogte groepsrisico

Uit hoofdstuk 4 blijkt dat het groepsrisico van het tankstation Rietgraaf, ten gevolge van het planvoornemen significant toeneemt. De oorzaak hiervan is een toename van het aantal aanwezige personen ten opzichte van de huidige situatie binnen het invloedsgebied. Dit geldt eveneens voor de hogedruk aardgastransportleiding N-578-19. Het groepsrisico van de transportroutes de overige hogedruk aardgastransportleidingen en de containeroverslag neemt niet significant toe.

6.3

Bronmaatregelen en/of ruimtelijke maatregelen

Tankstation Rietgraaf Het groepsrisico van het tankstation neemt ten gevolge van het planvoornemen toe van 0,08 naar 0,38 maal de oriëntatiewaarde. De precise invulling van het planvoornemen is nog niet bekekend. Voor het tankstation zijn de locatie van opslagtanks en de afleverzuilen ten opzichte van de bebouwing de meest voor de hand liggende ruimtelijke maatregelen. In de inrichting van de nieuwe kavels is het advies om de verblijfsfuncties van personen (zoals kantoren) zo ver mogelijk van het tankstation af te realiseren. Hogedruk aardgastransportleiding N-578-19 Ten gevolge van het planvoornemen neemt het groepsrisico van de leiding toe van 0,00 maal de oriëntatiewaarde naar 0,15 maal de oriëntatiewaarde. Qua maatregelen aan de buisleiding zelf kan gedacht worden aan afscherming met platen. Voor het planvoornemen dient te worden gekeken naar de inrichting. In de inrichting van de nieuwe kavels is het advies om de verblijfsfuncties van personen (zoals kantoren) zo ver mogelijk van het tankstation af te realiseren.

6.4

Rampenbestrijding en zelfredzaamheid

6.4.1

Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen

Tabel 6.2 geeft per risicobron de ongevalsscenario’s weer die een effect hebben op het planvoornemen. Inzicht in deze scenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. De scenario’s overgenomen uit het "Scenarioboek externe veiligheid” 13. Om te bepalen of een scenario relevant is, wordt gekeken naar de afstand tussen de risicobron en het planvoornemen en de aard van de geproduceerde, getransporteerde of opgeslagen gevaarlijke stoffen bij de risicobron. Tabel 6.2 Overzicht relevante scenario’s per risicobron met effecten tot in het plangebied Ongevalscenario’s Type gevaar

Risicobron

Type effect Tankstation Rietgraaf

Brand

Explosie

Plasbrand

Koude BLEVE

Warme BLEVE

Fakkelbrand

Wolkbrandexplosie

x

x

x

x

x

Hogedruk aardgastransportleidingen

13

Toxische wolk

x

Griftdijk

x

x

x

x

A15

x

x

x

x

x

x

Spoorwegen

x

Containeruitwisselpunt Betuweroute

x

Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 10 november 2022.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

23

Projectgerelateerd

Tabel 6.3 beschrijft generiek de meest relevante ongevalsscenario’s zoals beschreven in het ScenarioboekEV. Hiermee onstaat een generiek beeld van de effecten die kunnen optreden. Er kunnen maatregelen worden getroffen om de effecten van sommige scenario’s te beperken. Tabel 6.3 Beschrijving meest relevante scenario’s Scenario

Risicobron

Beschrijving

Plasbrand

A15/Griftdijk tankstation

Een plasbrand ontstaat doordat de tank van de tankwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de benzine in korte tijd uit. De benzine verspreidt zich over de grond. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand.

Koude BLEVE

A15/Griftdijk tankstation

Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de tank open. LPG komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.

Warme BLEVE

A15/Griftdijk tankstation

Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPG-tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.

A15/Griftdijk tankstation

Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing een afsluiter afbreekt van de LPG-tank. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is.

Hogedruk aardgasleidingen

Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk aardgasleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt.

A15/Griftdijk tankstation

Een wolkbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing de afsluiter van de LPG-tank afbreekt. Hierdoor ontstaat een gat waar LPG uit stroomt. Er wordt een wolk gevormd die zich over de grond verspreidt en eenvoudig kan worden ontstoken. Het ontsteken van de gaswolk leidt tot een kortdurende vlammenzee. Als de wolk bij het ontbranden niet kan expanderen ontstaat er een gaswolkexplosie.

A15/spoorlijnen

Een plas ontstaat doordat de afsluiter van de tank van de tankwagen afbreekt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de vloeibare giftige stof in korte tijd uit. De stof verspreidt zich over de grond, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich snel met de wind mee.

Containerterminal Betuweroute

In een container met gevaarlijke stoffen ontstaat een brand. De brand veroorzaakt rook met giftige verbrandingsproducten. Bij een beginnende- of zuurstof beperkte brand is er weinig hitte waardoor er geen pluimstijging plaatsvindt. De rookwolk wordt door de wind meegevoerd.

Fakkelbrand

Wolkbrandexplosie

Toxische wolk

NB: Voor de A15 geldt dat er tussen het planvoornemen en de snelweg een brede sloot ligt. Dit zorgt ervoor dat een eventuele plasbrand het plangebied niet kan bereiken. Ook langs de Griftdijk liggen sloten die de gevolgen van een plasbrand op het planvoornemen kunnen beperken.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

24

Projectgerelateerd

6.4.2

Rampenbestrijding

Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen. Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Plasbrand De opkomsttijd en de opbouwtijd van het materieel zijn vaak te hoog om effectief een plasbrand te kunnen bestrijden.

Wanneer bronbestrijding niet mogelijk is, richten de hulpverleningsdiensten zich op het redden van mensen en het blussen van de secundaire branden. De beschikbaarheid van primaire bluswatervoorzieningen, bijvoorbeeld een stationaire bluswaterinstallatie, kan de inzet versnellen. Dit geldt ook voor vaste (droge) bluswaterleidingen. Bronmaatregelen, bijvoorbeeld hoogteverschillen, kunnen de plas verkleinen. Hierdoor is een plasbrand sneller en beter bestrijdbaar. Koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand De koude BLEVE heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Voor de wolkbrand en fakkelbrand geldt hetzelfde. De ontwikkeltijd is hier slechts iets langer. Warme BLEVE De snelheid waarmee het scenario warme BLEVE zich ontwikkelt is afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie en bedraagt afhankelijk van de aanwezige inhoud van de tankauto en de eigenschappen daarvan (coating) circa 10 minuten tot een uur. De brandweer kan de situatie stabiliseren door het koelen en afschermen van de tank. Daarnaast moeten zij uit voorzorg het effectgebied veiligstellen. Indien de explosie optreedt is de ontwikkeltijd zeer snel.

De effectbestrijding is dan gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding: Tabel 6.4 Overzicht mogelijke voorzieningen

Rampenbestrijding ◼ ◼

Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten.

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

25

Projectgerelateerd

17 februari 2023

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID

BI5542-IB-RP-001-D02

26

Projectgerelateerd

Toxische wolk Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. Onderstaande tabel geeft een overzicht van mogelijke voorzieningen. Tabel 6.5 Overzicht mogelijke voorzieningen

Rampenbestrijding ◼ ◼ ◼

Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten; Opkomsttijd brandweer en alarmering.

6.4.3

Zelfredzaamheid

Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. Het cruiseschip zelf moet beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie. Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied.

Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn. Plasbrand NB. Plasbrand is niet bepalend voor het groepsrisico. Voor het complete overzicht is het handelingsperspectief hier wel inzichtelijk gemaakt.

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie ook Figuur 6.1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=2f27e2a5-4dcd-469c-a2a5-118776ffec40