CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Inkoopdocument ambulante jeugd en wmo-begeleiding

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D29 d.d. 16 april 2024 over Regionale inkoop specialistische en ambulante jeugdhulp en Wmo-begeleiding per 202514.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 Met EMVI Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning

Begeleiding, logeeropvang en vaktherapie voor jeugdigen Begeleiding voor volwassenen

2025 – 2028

Regio Rijk van Nijmegen

In lijn met versie 1.1 van de landelijke contractstandaarden jeugd d.d. 1 november 2023, en de landelijke concept-standaarden Wmo d.d. januari 2024

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

Wijzigingsbeheer Dit inkoopdocument met alle bijbehorende bijlagen is met zorg samengesteld. Mocht een potentiële aanbieder desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden tegenkomen dan dient hij dat aan te geven met vragen in de Nota van Inlichtingen via het elektronisch aanbestedingsplatform. Als later blijkt dat het inkoopdocument tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden bevat die een potentiële aanbieder redelijkerwijze had kunnen opmerken, dan zijn deze voor zijn risico. Uit dit inkoopdocument vloeien geen verplichtingen voort voor Regio Rijk van Nijmegen (verder: ‘Gemeente’) anders dan de verplichting zich aan de ingestelde procedure te houden. De Gemeente behoudt zich het recht voor de inkoopprocedure te staken, in te trekken of op te schorten. In dat geval hebben potentiële aanbieders geen recht op schadevergoeding voor de gemaakte kosten in het kader van deze inkoopprocedure. Potentiële aanbieders hebben zowel vanwege beschreven voorbehouden als in het algemeen geen recht op vergoeding van enigerlei kosten gemaakt in het kader van deze inkoopprocedure, tenzij in dit inkoopdocument anders aangegeven. Potentiële aanbieders kunnen geen rechten ontlenen aan de elektronisch gepubliceerde planning voor deze inkoopprocedure. © 2024 – Regio Rijk van Nijmegen

2 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

Inhoud Inkoopdocument

1

1. Aanbestedende dienst

6

1.1 Aanbestedende dienst

6

1.2 Contactpersonen en -gegevens

6

1.3 Algemene informatie

6

2 Beschrijving opdracht

7

2.1 Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen

7

2.1.1 Algemene beleidsuitgangspunten

7

2.1.2 Norm voor opdrachtgeverschap

12

2.1.3 Inkoopdoelstelling(en)

12

2.1.4 Omschrijving en afbakening in te kopen voorzieningen

13

2.2 Toeleiding naar de voorzieningen

16

2.3 Monitoring, sturing, toezicht en leren

17

2.4 Bekostiging

19

2.4.1 Uitvoeringsvariant

19

2.4.2 Berekening [tarieven

19

2.4.3 Declaratie

20

2.5 Overeenkomst en algemene voorwaarden

20

2.5.1 Type overeenkomst

20

2.5.2 Algemene voorwaarden

20

2.5.3 Looptijd

20

2.5.4. Overgang richting deze overeenkomst

21

3. Aanbestedingsvoorwaarden 3.1 Inleiding

21

3.2 Algemeen

21

3.3 Uitsluitingsgronden

22

3.4 Geschiktheidseisen

24

4 Gunningscriteria

29

5 Procedure voor aanmelding en beoordeling

35

3 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

5.1 Procedure

35

5.3 Beoordeling van inschrijvingen of verzoeken tot deelneming en inschrijvingen

36

5.3.1 Stap 1: Controle op uitsluitingsgronden

36

5.3.2 Stap 2: Controle op geschiktheidseisen

36

5.3.3 Stap 3: Controle op akkoord uitvoeringseisen

37

5.3.4 Stap 4: Beoordeling gunningscriteria

37

5.3.5 Stap 5: volumeselectie

37

5.3.6 Stap 6: Verificatie na voornemen tot gunning

38

5.3.7 Beoordelingscommissie

38

5.3.8 Planning

38

5.4 Aanmelden als hoofdaannemer, combinatie of groepsonderneming

39

5.4.1 Hoofdaannemer

39

5.4.2 Combinatie

39

5.4.3 Groepsonderneming

39

5.5 Vragen over de procedure en de documenten

40

5.5.1 Vertrouwelijkheid

40

5.6 Klachten en rechtsgang

40

5.6.1 Klachten

40

5.6.2 Rechtsgang

41

4 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

Definities Gedefinieerde begrippen hebben in enkelvoud en meervoud overeenkomstige betekenis. De begrippen zoals vastgelegd in artikel 1.1 Jeugdwet, artikel 1.1 Besluit Jeugdwet, artikel 1 Regeling Jeugdwet, in artikel 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (‘Wmo 2015’), artikel 1.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 1 Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de Gemeentelijke verordeningen, beleids- en nadere regels en artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 zijn onverkort van toepassing. Verder gelden de begrippen zoals opgenomen in artikel 1.D Contractstandaard.

5 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

1. Aanbestedende dienst 1.1 Aanbestedende dienst De aanbestedende dienst (hierna Gemeente) is de Regio Rijk van Nijmegen. Deze bestaat uit de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. De gemeente Nijmegen is door de andere gemeenten gemandateerd om deze inkoopprocedure, en de daaruit volgende overeenkomsten, aan te gaan en uit te voeren. 1.2 Contactpersonen en -gegevens Het is niet toegestaan medewerkers van de Gemeente tijdens deze inkoopprocedure te benaderen over deze inkoopprocedure. Communicatie over deze inkoopprocedure verloopt uitsluitend in de Nederlandse taal en uitsluitend via het aanbestedingsplatform Mercell. Voor alle communicatie over het Bibob-onderzoek geldt een uitzondering. In verband met de gevoelige gegevens die in dit onderzoek worden beoordeeld, verloopt alle communicatie over deze gegevens direct tussen de aanbieder en de beoordelingscommissie: team Bibob van de afdeling veiligheid van de gemeente Nijmegen. De contactpersoon is: Tom Vriesema, bibob@nijmegen.nl. De contactpersonen en –gegevens van de Gemeente voor de samenwerking gedurende de looptijd van de overeenkomst worden gecommuniceerd na deze inkoopprocedure. 1.3 Algemene informatie Het Nijmeegse inkoopbeleid wordt gehanteerd. Ook de Nijmeegse Beleidsregels Wet Bibob worden gehanteerd.

Het beleid is gepubliceerd op de website van het Regionaal Ondersteuningsbureau (hierna ROB) (https://robregionijmegen.nl).

6 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

2 Beschrijving opdracht Deze inkoop betreft begeleiding voor volwassenen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en begeleiding, logeeropvang en vaktherapie voor jeugdigen in het kader van de jeugdwet. Deze inkoop is onderverdeeld in 2 Wmo-percelen en 4 Jeugd-percelen.

Percelen 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 1A

Perceel 1B

Perceel 1C

Perceel 1D

Reguliere + specialistische begeleiding

Logeeropvang (incl. vervoer)

Vaktherapie

Persoonlijke verzorging

Percelen 2: Ambulante WMO Perceel 2A

Perceel 2B

Begeleiding + begeleiding plus

Praktische begeleiding

2.1 Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen 2.1.1 Algemene beleidsuitgangspunten Percelen 1 Jeugd In het document ‘Regioprogramma Jeugd 2023-2028’ (zie website ROB) staat beschreven wat de regionale ambitie, leidende principes en doelen (ook wel opgaven) zijn van de Gemeente en langs welke actielijnen en binnen welke context er meerjarig aan deze opgaven wordt gewerkt. De centrale ambitie in het Regioprogramma is het versterken van jeugdigen en gezinnen zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is. Van potentiële aanbieders wordt verwacht dat deze goed bekend zijn met het Regioprogramma Jeugd 2023-2028. In lijn met het Regioprogramma werken gemeenten ook lokaal aan de opgaven, al dan niet aan de hand van lokale plannen. Deze opgaven moeten worden gerealiseerd in complexe netwerken met een grote diversiteit aan partijen. De Gemeente heeft (en gemeenten hebben) in deze netwerken de rol van netwerkregisseur. De complexiteit van het netwerk vraagt om duidelijke opdrachten voor de verschillende partijen. Partijen moeten weten wat hun rol en positie is in het netwerk en weten welke bijdrage zij in het netwerk hebben te leveren aan de opgaven. De Gemeente kan niet effectief en opgavegericht regievoeren als partijen, hoe goedbedoeld ook, zonder overleg andersoortige bijdragen gaan leveren.

De Gemeente moet altijd de mogelijkheid hebben om af te wegen óf een bijdrage wenselijk is en zo ja, bij welke partij (gezien rol en positie) deze bijdrage het beste past. Dit betekent ook dat 7 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

voor partijen ook duidelijk moet zijn wat hun rol, positie en verwachte bijdrage in het netwerk is in het kader van deze opdracht. De Gemeente heeft ervoor gekozen om lokaal vorm te geven aan een aantal ontwikkelingen en potentiële aanbieders hierin op een bepaalde manier te positioneren. Daar waar potentiële aanbieders gedurende de looptijd redenen zien om deze positionering te veranderen, treden zij in dialoog met de Gemeente. Daarmee stellen zij de Gemeente in staat om als regisseur van het jeugdnetwerk een afweging te maken. De uitkomst van deze afweging kan ook zijn om een voorstel van een aanbieder niet te omarmen. Ook dan wordt van aanbieders verwacht dat zij zich conformeren aan hun positie in het netwerk. De gemeenten hebben ervoor gekozen om lokaal de ontwikkeling van sterke lokale teams die ook jeugdhulp bieden en een beschikkingsvrije schil rondom deze lokale teams vorm te geven. Ook wordt er lokaal vormgegeven aan de ontwikkeling van integrale hulp in de wijk vanuit een sterke lokale sociale (en pedagogische) basis. De gemeenten geven lokaal vanuit gebiedsgerichte samenwerking vorm aan het versterken van algemene-/basisvoorzieningen om zo de mentale veerkracht en inclusie van inwoners/jeugdigen en hun gezin in de basis te versterken.

Lokale partijen (lokale teams, huisartsen en –jeugdartsen, organisaties die vrij toegankelijke voorzieningen organiseren in de basis) vormen hierbij de verbindende schakel tussen potentiële aanbieders en de populatie. Dit betekent in ieder geval het volgende: 1. Presentie op vindplaatsen (zoals welzijn, kinderopvang, onderwijs, maar ook sportverenigingen) wordt verzorgd door lokale partijen. Aanbieders zijn uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van geïndiceerde geïndiceerde/gecollectiveerde jeugdhulp voor een jeugdige aanwezig op vindplaatsen. In dit kader kunnen aanbieders personen op de vindplaatsen (bijvoorbeeld voetbaltrainer of docent) betrekken bij de ondersteuning. Aanbieders hebben geen structurele rol op vindplaatsen. Daar waar een structurele rol gewenst is, wordt deze vorm gegeven door lokale partijen. Zo geven lokale teams op het regulier onderwijs vorm aan een sterke structurele driehoeksamenwerking met het schoolteam en het samenwerkingsverband passend onderwijs. 2. De organisatie van voorlichtend-, preventief-, gestandaardiseerd kindgericht- en thematisch groepsaanbod voor jeugdigen, gezinnen en professionals van vindplaatsen wordt verzorgd door lokale partijen (in het bijzonder lokale teams en welzijn).

Aanbieders signaleren in het kader van de uitvoering van deze overeenkomst op basis van vraagpatronen kansen voor de ontwikkeling van dergelijk aanbod en delen deze met de Gemeente. Daar waar aanbieders door vindplaatsen of gezinnen gevraagd worden om een andere rol te spelen (bijvoorbeeld het coachen van alle voetbaltrainers in het omgaan met drukkere kinderen) of een andere rol willen spelen (bijvoorbeeld een school ondersteunen in het versterken van de steunstructuur voor docenten) gaan aanbieders niet over tot ‘doen’ , maar treden aanbieders in dialoog met de Gemeente. De Gemeente vanuit haar rol als netwerk- en opgaveregisseur de afweging of dit aanbod (nu) passend is en zo ja, bij de opdracht van welke (lokale) partij dit aanbod het beste past. De aanbieder mag op de ingangsdatum van de overeenkomst geen presentie vormgeven op vindplaatsen. Met aanbieders die ten tijde van de inschrijving eerdergenoemd groepsaanbod bieden, treedt de Gemeente in overleg om afspraken te maken over de overgang naar lokale partijen en bijbehorend tijdspad. Uitgangspunt van de Gemeente is dat een aanbieder 8 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

uitsluitend (tijdelijk) de aangewezen partij is als aanbod (tijdelijk) niet (lokaal) door een lokale partij kan worden georganiseerd. Dit is altijd op initiatief en in opdracht van de Gemeente. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het tijdelijk beschikbaar stellen van expertise voor professionals van een welzijnsorganisatie in het opzetten van groepsaanbod. De vorm en het tempo van deze lokale ontwikkelingen verschilt per gemeente en hebben, ook gedurende de looptijd van deze overeenkomst, invloed op de omvang van de opdracht voor potentiële aanbieders. Van aanbieders wordt verwacht dat zij zich zoveel mogelijk gebiedsgericht organiseren om goed aan te kunnen sluiten op deze lokale ontwikkelingen. Percelen 2 Wmo De regio Rijk van Nijmegen wil de Wmo-ondersteuning lokaal, toegankelijk en integraaluitvoeren, dicht bij de inwoners. Dit sluit aan bij de vier uitgangspunten geformuleerd in het `inkoopkader Wmo ambulant, dagbesteding & kortdurend verblijf' om deze opgave te vervullen (zie website ROB). Kernbegrippen uit de uitgangspunten zijn: veerkracht, sociale netwerk, zelfredzaamheid, kostenbewustzijn, proportionaliteit, dichtbij de eigen leefomgeving, pragmatisch, doelmatig. In het inkoopkader wordt hier dieper op ingedoken. De opgaven moeten worden gerealiseerd in complexe netwerken met een grote diversiteit aan partijen.

De Gemeente heeft (en gemeenten hebben) in deze netwerken de rol van netwerkregisseur. De complexiteit van het netwerk vraagt om duidelijke opdrachten voor de verschillende partijen. Partijen moeten weten wat hun rol en positie is in het netwerk en weten welke bijdrage zij in het netwerk kunnen leveren aan de opgaven. De Gemeente kan niet effectief en opgavegericht regievoeren als partijen, hoe goedbedoeld ook, zonder overleg andersoortige bijdragen gaan leveren. De Gemeente moet altijd de mogelijkheid hebben om af te wegen óf een bijdrage wenselijk is en zo ja, bij welke partij (gezien rol en positie) deze bijdrage het beste past. Dit betekent ook dat voor partijen ook duidelijk moet zijn wat hun rol, positie en verwachte bijdrage in het netwerk is in het kader van deze opdracht. Hieronder worden beschreven: de ontwikkelingen die lokaal worden vormgegeven en de rol, positie en verwachte bijdrage van de potentiële aanbieder in deze ontwikkeling. Allereerst: er wordt lokaal, zoveel als mogelijk, vormgegeven aan de ontwikkeling van integrale hulp in de wijk vanuit een sterke lokale sociale basis. De gemeenten geven vanuit gebiedsgerichte samenwerking vorm aan het versterken van algemene-/basisvoorzieningen om zo de mentale veerkracht en inclusie van inwoners in de basis te versterken.

Lokale partijen (lokale teams, huisartsen en organisaties die vrij toegankelijke voorzieningen organiseren in de basis) vormen hierbij de verbindende schakel tussen potentiële aanbieders van maatwerkvoorzieningen en de populatie. Dit betekent in ieder geval het volgende: 1. Presentie op vindplaatsen (zoals ontmoetingsplekken in de sociale basis, welzijn en sportverenigingen) wordt in principe verzorgd door lokale partijen. Aanbieders zijn uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van geïndiceerde individuele Wmo-ondersteuning voor inwoners aanwezig op vindplaatsen. In dit kader kunnen aanbieders personen op de vindplaatsen (bijvoorbeeld voetbaltrainer of docent) betrekken bij de ondersteuning van het individu. Daar waar mogelijkheden zitten voor kwaliteitsverbetering voor de dienstverlening aan inwoners of wanneer aanbieders door vindplaatsen of inwoners gevraagd worden om een andere rol te spelen (bijvoorbeeld het coachen van alle voetbaltrainers) of een andere rol willen spelen (bijvoorbeeld een activiteit 9 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

ondersteunen in het versterken van de steunstructuur voor vrijwilligers) gaan aanbieders niet over tot ‘doen’ , maar treden aanbieders in dialoog met de Gemeente. 2. De organisatie van voorlichtend, preventief en thematisch groepsaanbod voor inwoners/ en professionals van vindplaatsen wordt in de basis verzorgd door lokale partijen en/of maatschappelijke partners (in het bijzonder lokale teams en welzijn). In overleg tussen aanbieder en Gemeente kan besloten worden dat een aanbieder een rol gaat spelen in deze activiteiten. Aanbieders van groepsaanbod gaan voorafgaand aan het ontwikkelen of opstarten van nieuw groepsaanbod de dialoog aan met de Gemeente. Deze keuze betekent dat het potentiële aanbieders is toegestaan om dit aanbod pas te bieden na goedkeuring van Gemeente. Dit geldt voor voorlichtend, preventief en thematisch groepsaanbod, maar niet voor het collectiveren van het groepsaanbod (groepsbegeleiding) dat ter vervanging van individuele begeleiding is. Dit besluit komt voort uit de wens het groepsaanbod duidelijker te positioneren en te plaatsen op het juiste niveau van ondersteuning. 3. De ontwikkeling van Nijmegen voor sterke lokale teams die ook ondersteuning bieden. Deze keuze heeft invloed op de omvang van de opdracht voor potentiële aanbieders gedurende de looptijd van de overeenkomst. 4.

De mogelijke ontwikkeling van een beschikkingsvrije schil rondom de lokale teams. Deze keuze kan invloed hebben op de omvang van de opdracht voor potentiële aanbieders gedurende de looptijd van de overeenkomst. Percelen 1 Jeugd en 2 Wmo: Duurzaam versterken Van aanbieders wordt verwacht dat zij bijdragen aan het duurzaam versterken van inwoners en jeugdigen. De opgave om inwoners/jeugdigen en hun gezinnen duurzaam te versterken kan niet alleen vanuit de zorg worden gerealiseerd, maar is een brede maatschappelijke opgave waarbij verschillende actoren een rol en verantwoordelijkheid hebben. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan de kinderopvang, het onderwijs, de publieke gezondheid, bestaanszekerheid en huisvesting. Tegelijkertijd kunnen aanbieders een belangrijke rol vervullen om inwoners en gezinnen duurzaam te empoweren. De Gemeente ziet een aantal elementen die cruciaal zijn in het handelen van aanbieders om te werken aan een duurzame versterking. A. Kritische afweging bij de toelating tot zorg De Gemeente verwacht van aanbieders dat zij bij een aanmelding hun verantwoordelijkheid nemen en kritisch afwegen of de vraag van de inwoner/jeugdige en het gezin (enkel) met zorg moet worden beantwoord. Niet ieder probleem vereist namelijk een zorgoplossing. Oplossingen zijn, wellicht vaker dan we denken, ook voorhanden in de sociale basis c.q. bij algemene voorzieningen.

Is er sprake van een zorgvraag, dan verwacht de Gemeente van een zorgaanbieder dat deze ook afweegt of hij het meest passende aanbod in huis heeft of er een gecombineerd aanbod geboden moet worden. Er wordt dus al aan de voorkant gereflecteerd op een aanmelding vanuit een verwijzer en niet uitgegaan van automatismen. De samenwerking en interactie met verwijzers wordt gedurende de zorgverlening en in de fase van afsluiting voortgezet. 10 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

B. Aansluiten bij inwoners/gezinnen en hun omgeving De samenwerkingsrelatie tussen professionals en inwoner/jeugdigen en gezinnen is een belangrijke voorspeller van de doeltreffendheid van de geboden hulp. De Gemeente vindt het dan ook belangrijk dat aanbieders daarin investeren. Het ene individu/gezin, is het andere niet. Er is sprake van een grote diversiteit onder individuen en gezinnen (cultureel, religieus, sociaaleconomisch, etc.). Het succes van de hulp wordt onder meer bepaald door de mate waarin aanbieders kunnen aansluiten bij deze diversiteit. Dit vereist een behoorlijke set aan skills van professionals. Aansluiten bij inwoners/gezinnen betekent nadrukkelijk niet: ‘U vraagt, wij draaien’. Maar wel: •

Ouders/het sociale netwerk en partijen rondom de inwoner/het gezin (zoals het onderwijs) aanspreken op hun verantwoordelijkheden en het niet onnodig overnemen van verantwoordelijkheden als aanbieder;

•

Het inzetten op zo veel mogelijk zelfregie door de inwoner/het gezin;

•

Het versterken van de redzaamheid en oplossend vermogen van de inwoner/het gezin;

•

De hulp inzetten vanuit nabijheid in zo veel mogelijk alledaagse, ‘normale’ settings voor inwoners/jeugdigen en gezinnen.

C. Systeem- en omgevingsgerichte analyse Er wordt niet enkel gefocust op het individu(ele kind), maar ook zijn gezin en omgeving worden betrokken bij de analyse en het vormgeven van oplossingen. De blik is daarbij in de basis positief: wat gaat al goed? Welke beschermende factoren, krachten en mogelijkheden zijn er en welke in de omgeving? Hoe kunnen deze positieve bronnen worden aangeboord? De blik is ook breed: wat moet er op de diverse levensgebieden worden aangepakt om de inwoner/het gezin te versterken, en welke partij is primair verantwoordelijk om deze veranderingen te realiseren? Deze verantwoordelijk ligt immers niet vanzelfsprekend bij een aanbieder. Ook vormt veiligheid altijd de ondergrens. Als de veiligheid van een kind of jongere in het geding is, geldt dat samen met gezinnen, op basis van vertrouwen en partnerschap, wordt gezorgd dat veiligheid hersteld wordt. De aanbieder betrekt waar nodig verwijzer en veiligheidspartners. D. Oog houden voor kansen in de sociale omgeving en sociale basis Een nog te weinig benutte mogelijkheid om inwoner/jeugdigen en gezinnen te versterken is de inzet van hun eigen sociaal netwerk (bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon) of informele ondersteuningsmogelijkheden vanuit de sociale basis. Ook zijn er meer combinaties te maken van zorginzet, inzet van het eigen netwerk en benutting van algemene voorzieningen.

Dit vereist minimaal dat aanbieders de sociale omgeving van de inwoner/het gezin in kaart hebben gebracht en oog hebben voor de kansen en krachtbronnen daarin, een goede kennis hebben van de sociale basisinfrastructuur van de betreffende gemeente én in de directe leefomgeving van inwoners/gezinnen samenwerkingsrelaties opbouwen met partijen in deze infrastructuur. E. Doelbepaling: nalaten van perfectie SMART-opgestelde doelen zijn onmisbaar voor effectieve en efficiënte zorg. Deze moeten worden opgesteld in dialoog met de inwoner/het gezin en worden gestoeld op de vraag van 11 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

de verwijzer. Bij de bepaling van deze doelen dienen zorgaanbieder én verwijzer een grotere acceptatie van verschillen aan de dag te leggen en moeten bredere marges van ‘normaal’ worden gehanteerd. Perfecte inwoners, kinderen en gezinnen bestaan in het echte leven niet, soms wel in de hoofden van volwassenen. De ondersteuningsdoelen dienen daarom ook geen perfectie na te streven. Bij de bepaling van doelen dient uitgegaan te worden van de gedachte dat een voldoende goed genoeg is. Daar moet ook duidelijk over worden gecommuniceerd richting de inwoner/ouders. Dat is namelijk niet alleen realistischer, maar ook een maatschappelijke noodzaak vanwege een toenemend tekort aan zorgpersoneel en financiële middelen. F. Methodisch werken aan efficiënte doelrealisatie Duurzaam versterken van inwoners/gezinnen vereist ook een werkwijze waarbij methodisch, planmatig, navolgbaar en zo efficiënt mogelijk wordt gewerkt aan de realisatie van opgestelde doelen. Er zijn vanaf de start evaluatiemomenten ingebouwd met inwoner/jeugdige, gezin en verwijzer. De ingezette zorg is in principe tijdelijk en zo kortdurend mogelijk van aard. Er wordt geïnvesteerd in het vakmanschap van professionals. Ook zijn de interne aansturing en processen zodanig ingericht dat efficiënte doelrealisatie optimaal wordt gefaciliteerd en gestimuleerd.

2.1.2 Norm voor opdrachtgeverschap In het document ‘Regionaal opdrachtgeverschap’ (zie website ROB) staat beschreven hoe de Gemeente invulling geeft aan de landelijke ‘Norm voor opdrachtgeverschap jeugd’. De samenwerking op het gebied van Wmo-begeleiding wordt ook kort beschreven in dit document. 2.1.3 Inkoopdoelstelling(en) Percelen 1 Jeugd Deze inkoop draagt bij aan het realiseren van de opgaven geformuleerd in het Regioprogramma door het:

1. Realiseren van een dekkend zorglandschap; 2. Versterken van de kwaliteit en de positie van het ‘gewone leven’ bij alle vormen van specialistische jeugdhulp; 3. Een duidelijke positionering van aanbieders in het jeugdnetwerk.

Percelen 2 Wmo Het doel van de Aanbesteding is het sluiten van een Overeenkomst met Ondernemers die begeleiding bieden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De aanleiding voor deze Aanbesteding is het van rechtswege eindigen van de huidige Overeenkomsten. Deze inkoop draagt op de volgende manieren bij aan het realiseren van de uitgangspunten geformuleerd in het inkoopkader: 1. Dekkend zorglandschap: Wij streven naar een dekkend gecontracteerd zorglandschap, kwantitatief en kwalitatief. Dat betekent dat we een zorgaanbod gecontracteerd hebben dat aansluit bij de vele verschillende zorgvragen en het aantal zorgvragen. 2. Toekomstbestendig zorglandschap: Gezien de beperkte beschikbaarheid van middelen, menskracht en expertise is het extra belangrijk dat we hierin samenwerken, creatief en 12 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

resultaatgericht zijn om de ondersteuning beschikbaarheid, kwaliteit en efficiëntie te houden en te verbeteren. In het inkoopkader zijn de doelen verder uitgewerkt. Marktconsultaties De Gemeente heeft in 2023 en 2024 diverse marktconsultaties gehouden voor beide percelen waarbij de verkregen informatie van de aanbieders is verwerkt in verslagen. De verslagen van de marktconsultaties zijn te raadplegen via Mercell. De informatie over de jeugd-percelen is te raadplegen via Mercell-nummer: T58321 Aankondiging van openbare aanbestedingstrajecten Jeugdhulp regio Nijmegen. De informatie over de Wmo-percelen 2 is te raadplegen via Mercell-nummer: T65377 Vooraankondiging aanbestedingstrajecten WMO Regio Rijk van Nijmegen en Regio Rivierenland. 2.1.4 Omschrijving en afbakening in te kopen voorzieningen Deze inkoop betreft begeleiding voor volwassenen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en begeleiding, logeeropvang en vaktherapie voor jeugdigen in het kader van de jeugdwet. Wmo-dagbesteding en Wmo-kortdurend verblijf zijn geen onderdeel van deze inkoop. Deze inkoop is onderverdeeld in Jeugd-percelen en Wmo-percelen. In onderstaande tabel staat per perceel beschreven uit welke producten de verschillende percelen bestaan. Alle producten worden inspanningsgericht bekostigd.

In bijlage Productenboek staan de producten, productcodes, eenheden en de definities van declarabele tijd beschreven. De potentiële aanbieder dient in bijlage Standaard inschrijfformulier aan te geven op welke (producten binnen de) percelen wordt ingeschreven. Percelen 1. Jeugd Perceel 1A. Reguliere- en specialistische begeleiding

Perceel 1B. Persoonlijke verzorging

Perceel 1C. Vaktherapie

Perceel 1D. Logeeropvang (incl. vervoer)

Reguliere begeleiding

Persoonlijke verzorging

Vaktherapie

Logeeropvang

Vaktherapie in een groep

Vervoersdiensten (add-on)

Reguliere begeleiding in een groep Specialistische begeleiding Specialistische begeleiding in een groep Casemanagement (add-on) Percelen 2. Wmo

13 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

Perceel 2A. Begeleiding & begeleiding plus Begeleiding

Perceel 2B. Praktische begeleiding

Praktische begeleiding

Begeleiding in een groep Begeleiding plus Begeleiding plus in een groep Casemanagement (add-on)

Jeugd- en Wmo-percelen Voor alle percelen geldt: •

De Gemeente behoudt zich het recht voor om aanvullend in te kopen als de inkoopprocedure regionaal of lokaal niet resulteert in een dekkend landschap. Dit kan ook voor een specifieke gemeente, perceel, doelgroep.

•

De potentiële aanbieder kan gedurende de uitvoering van de overeenkomst alleen producten bieden die zijn gegund. De potentiële aanbieder mag geen producten bieden waarvoor hij niet is gegund;

•

De potentiële aanbieder moet de producten waarop is ingeschreven en gegund in alle gemeenten kunnen bieden.

Jeugdperceel 1A Reguliere- en specialistische begeleiding Voor dit perceel geldt het volgende: •

De Gemeente behoudt zich het recht voor om de producten in dit perceel (onderhands) te gunnen aan aanbieders waarbij de begeleiding direct gerelateerd is deelname aan- of duurzame uitstroom uit een specialistische voorziening;

•

Geen onderdeel van dit perceel is meerzorg. Meerzorg kan alleen worden geboden door aanbieders van specialistische jeugdhulp en is daarom ook onderdeel van het contract specialistische jeugdhulp.

•

Geen onderdeel van dit perceel is begeleiding gericht op een duurzame uitstroom uit een specialistische jeugdhulpvoorziening geboden door de aanbieder van deze voorziening. Deze begeleiding (jeugd en Wmo) mag voor de duur van maximaal 1 jaar worden geboden door deze aanbieder van specialistische jeugdhulp vanuit het contract specialistische jeugdhulp. Voorbeelden zijn terugkeer naar huis vanuit een time-out voorziening of uitstroom vanuit residentiële jeugdhulp naar een WBBwoning.

14 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

•

Geen onderdeel van het dit perceel is ‘Zorg binnen Onderwijs’ op scholen waarvoor de Gemeente (of gemeente) een aanbieder financiert middels een populatiegerichte bekostiging. Bij aanvang van de overeenkomst gaat het om de volgende scholen: St. Maartensschool (Nijmegen), Tarcisius (Nijmegen), De Kom (Druten), Mikado (Gennep). Gedurende de looptijd van de overeenkomst volgen mogelijk ook andere speciaal onderwijs (SO/VSO)-scholen. Deze ontwikkeling heeft invloed op de omvang van het perceel gedurende de looptijd. Zolang er geen sprake is van een taakgerichte bekostiging van Zorg in Onderwijs op een school, mag een aanbieder deze hulp bieden binnen onder het product ‘reguliere begeleiding’.

•

Potentiële aanbieder dient zich in te schrijven op de individuele producten die hij per 1 januari 2025 kan en wil bieden.

•

Aanbieder krijgt alleen die individuele producten gegund waarop de aanbieder heeft ingeschreven. Bij gunning van een individueel product krijgt de aanbieder ook het groepsproduct gegund. Voorbeeld: als een aanbieder inschrijft op ‘reguliere begeleiding’, krijgt deze bij gunning de producten ‘reguliere begeleiding’ en ‘reguliere begeleiding in een groep’ gegund.

•

Op dit perceel worden niet meer overeenkomsten gegund dan nodig voor het gewenste totale volume (uren) aan begeleiding. Zie hoofdstuk XXX voor volumeselectie.

Jeugdperceel 1B Persoonlijke Verzorging Voor dit perceel geldt het volgende: •

Potentiële aanbieder kan zich alleen inschrijven op dit perceel als deze per 1 januari 2025 persoonlijke verzorging kan bieden.

•

Er wordt per perceel gegund. Een aanbieder krijgt bij gunning van het perceel alle producten binnen het perceel gegund;

Jeugdperceel 1C vaktherapie Voor dit perceel geldt het volgende: •

•

Dit perceel is bedoeld voor aanbieders die: o

niet door de Gemeente zijn gecontracteerd voor ggz of ambulante behandeling. Partijen die wél gecontracteerd zijn voor ggz of ambulante behandeling declareren vaktherapie onder de gecontracteerde behandelproducten.

o

Vaktherapie uitvoeren onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar van een aanbieder gecontracteerd voor ggz of ambulante behandeling of in opdracht van een aanbieder gecontracteerd voor ggz of ambulante behandeling.

Er wordt per perceel gegund. Een aanbieder krijgt bij gunning van het perceel alle producten binnen het perceel gegund;

Jeugdperceel 1D Logeeropvang Voor dit perceel geldt het volgende: 15 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

•

Er wordt per perceel gegund. Een aanbieder krijgt bij gunning van het perceel alle producten binnen het perceel gegund;

•

Een aanbieder die zich inschrijft op dit perceel en gegund krijgt, dient ook vervoer te organiseren van en naar de voorziening voor jeugdigen met een toewijzing vervoer;

Wmo-perceel 2A begeleiding en begeleiding plus •

De Gemeente behoudt zich het recht voor om de producten in dit perceel (onderhands) te gunnen aan aanbieders waarbij de begeleiding direct gerelateerd is deelname aan- of duurzame uitstroom uit een specialistische voorziening. Bijvoorbeeld op de uitstroom van dagbesteding naar werk.

•

Geen onderdeel van dit perceel is begeleiding gericht op een duurzame uitstroom uit een specialistische jeugdhulpvoorziening geboden door de aanbieder van deze voorziening. Deze begeleiding (jeugd en Wmo) mag voor de duur van maximaal 1 jaar worden geboden door deze aanbieder van specialistische jeugdhulp vanuit het contract specialistische jeugdhulp. Voorbeelden zijn terugkeer naar huis vanuit een time-out voorziening of uitstroom vanuit residentiële jeugdhulp naar een WBBwoning.

•

Potentiële aanbieder dient zich in te schrijven op de individuele producten die hij per 1 januari 2025 kan en wil bieden.

•

Aanbieder krijgt alleen die individuele producten gegund waarop de aanbieder heeft ingeschreven en waarvoor aan de product-specifieke referentie-eis wordt voldaan. Bij gunning van een individueel product krijgt de aanbieder ook het groepsproduct gegund. Voorbeeld: als een aanbieder inschrijft op ‘begeleiding’, krijgt deze bij gunning de producten ‘begeleiding’ en ‘begeleiding in een groep’ gegund.

•

Op dit perceel worden niet meer overeenkomsten gegund dan nodig voor het gewenste totale volume (uren) aan begeleiding. Zie hoofdstuk XXX voor volumeselectie.

Wmo-perceel 2B praktische begeleiding •

Potentiële aanbieder kan zich alleen inschrijven op dit perceel als deze per 1 januari 2025 praktische begeleiding kan bieden.

•

Er wordt per perceel gegund. Een aanbieder krijgt bij gunning van het perceel alle producten binnen het perceel gegund;

2.2 Toeleiding naar de voorzieningen De toeleiding van inwoners naar de voorzieningen wordt uitgevoerd door de wettelijke verwijzers. Perceel 1C Jeugd-vaktherapie Uitzondering: uitsluitend een regiebehandelaar, werkzaam voor een aanbieder die door de Gemeente is gecontracteerd voor ambulante behandeling of ggz, waar de cliënt op dat moment een lopende indicatie heeft kan verwijzen naar het product vaktherapie. Een aanbieder van vaktherapie kan met een verwijzing van deze regiebehandelaar een JW315 naar de gemeente versturen met als verwijzer ‘medisch specialist’.

16 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

2.3 Monitoring, sturing, toezicht en leren De volgende documenten spelen een belangrijke rol in de wijze waarop de Gemeente invulling geeft aan monitoring, sturing, toezicht en leren: 

Deze overeenkomst;

Het Regioprogramma Rijk van Nijmegen 2023-2028 (Jeugd) dan wel het inkoopkader Wmo (Wmo) en de daar uit afgeleide lokale plannen waarin staat geformuleerd welke doelen (ook wel opgaven) wij willen realiseren, hoe wij daar (regionaal) op sturen en hoe daar lokaal invulling aan wordt gegeven;

Het actuele regionale controleplan (zie website ROB: ‘Algemeen controleplan Wmo 2015 en Jeugdwet’) waarin staat beschreven hoe de Gemeente de controle op rechtmatigheid en doelmatigheid van gedeclareerde zorg vormgeeft;

De gemeentelijke verordeningen waarin (o.a.) staat bestuursrechtelijke maatregelen de Gemeente kan treffen;

beschreven

welke

De Gemeente stuurt in het kader van deze overeenkomst instellingsgericht en netwerkgericht. De Gemeente organiseert dialogen op verschillende niveaus: -

Regionale contractmanagementgesprekken rondom de uitvoering van deze overeenkomst (instellingsgericht);

-

Regionale netwerkbijeenkomsten rondom de uitvoering van het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 en/of het inkoopkader ambulante Wmo en regionale samenwerking (netwerkgericht);

-

Lokale netwerkbijeenkomsten rondom de lokale samenwerking (netwerkgericht)

Via netwerkbijeenkomsten geeft de Gemeente vorm aan de collectieve verantwoordelijkheden die aanbieders, Gemeente en samenwerkingspartners hebben om in lijn met het Regioprogramma jeugdigen en gezinnen te versterken en daartoe noodzakelijke (lokale) samenwerking te optimaliseren. Aanbieders kunnen vraagstukken aandragen voor deze netwerkbijeenkomsten. Op de ambulante Wmo vinden momenteel geen netwerkbijeenkomsten plaats. De Gemeente sluit niet uit dat deze ontwikkeling in de toekomst wel gaat komen. Actieve deelname aan deze netwerkbijeenkomsten is, waar de Gemeente daarom vraagt, onderdeel van deze overeenkomst. Het Regioprogramma Jeugd, inkoopkader Wmo of de lokale ontwikkelingen genoemd in 2.X kunnen leiden tot nadere afspraken met aanbieders. Deze, per aanbieder verschillende afspraken kunnen afhankelijk van de aard gemonitord worden via de uitvoering van het regioprogramma (netwerkgericht), de lokale samenwerking (netwerkgericht) of onderdeel uitmaken van contractmanagementgesprekken (instellingsgericht). Afspraken die worden gemaakt met een aanbieder zijn onderdeel van de overeenkomst. De monitoring richt zowel op de uitvoering van de overeenkomst als op de samenwerking rondom deze uitvoering. De monitoring bestaat uit zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie. De aanbieder dient, waar de Gemeente daarom vraagt, informatie te delen ten behoeve van deze monitoring.

Dit kan ook neerkomen op het delen van informatie met een 17 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

door de Gemeente aangewezen onderzoeker. De aanbieder (of een netwerk) kan ook worden gevraagd om informatie te duiden of (op basis van casusanalyses) te genereren. Bij kwantitatieve informatie kan (niet uitputtend) worden gedacht aan cijfers over de instroom, uitstroom, trajectintensiteit, trajectduur, ziekteverzuim, verloop, inzet van PNIL of stapeling van ondersteuning. Bij kwalitatieve informatie kan (niet uitputtend) worden gedacht aan een cliënt-of medewerkerstevredenheidsonderzoek, opleidingsplan, auditrapportage, klachtenrapportage of kwaliteitsjaarverslag, vraagpatronen, bottlenecks in de procesdoorloop of de kwaliteit van de samenwerking. De Gemeente kan ook onderzoek (laten) doen naar de uitvoering van en samenwerking rondom een specifiek perceel of specifieke opgave. Bijvoorbeeld naar hoe aanbieders sturen op doelen en doelrealisatie, de samenwerking daarbij met verwijzers, onderwijs en andere betrokken professionals of het werken aan perspectief voor jeugdigen of volwassenen. Alle leeraspecten, positief (good practice) en zaken die verbetering behoeven, zullen worden gedeeld met het veld. Eventuele aanbevelingen dienen te resulteren in een niet-vrijblijvende verbeteraanpak van alle relevante actoren richting alle relevante actoren.

De Gemeente maakt, onder andere op basis van de omvang, kansen, impact en risico’s van aanbieders, keuzes voor de inrichting van deze dialogen. De rol en gevraagde bijdrage van aanbieders hierin verschilt per aanbieder. De Gemeente maakt afspraken met aanbieders over de deelname aan de dialogen en de monitoring. Van de Gemeente mogen aanbieders verwachten dat de Gemeente, in overleg met de aanbieder, zorgvuldige keuzes en afwegingen maakt waarin ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de (totale) belastbaarheid van aanbieders. Signaalplafonds en bestedingsruimte De Gemeente kan met signaalplafonds (zie overeenkomst, deel 1B, artikel Signaalplafonds) en bestedingsruimtes (zie overeenkomst, deel 2, artikel B) werken. Signaalplafonds en bestedingsruimte kunnen zowel op het niveau van de gemeente als voor de Gemeente (regio) worden bepaald. Signaalplafonds en bestedingsruimtes hebben een verschillend karakter. Signaalplafond ondersteunen de Gemeente in het tijdig signaleren van overschrijdingen van budgetten. Overschrijdingen worden vergoed, zolang de aanbieder voldoet aan de vooraf voorwaarden. Bestedingsruimte ondersteunen de Gemeente in het realiseren van doelen, zoals de substitutie van geïndiceerde (jeugd)hulp door (indicatievrije) collectieve- en/of algemene voorzieningen en het doeltreffend en doelmatig inzetten van schaarse middelen.

Overschrijdingen worden niet vergoed, tenzij de aanbieder en de individuele casus voldoen aan de gedefinieerde voorwaarden gedefinieerd in bijlage X. In bijlage X staat beschreven: •

voor welke percelen er signaalplafonds dan wel bestedingsruimte gelden vanaf 1-12025;

•

welk(e) signaalplafond/bestedingsruimte er gelden in 2025;

•

tussen welke percelen substitutie tussen signaalplafonds (conform overeenkomst, deel 1b, artikel X, lid 4) dan wel bestedingsruimtes (conform overeenkomst, deel 2, artikel D, lid 4) is toegestaan;

•

hoe de Gemeente deze signaalplafonds/bestedingsruimtes vaststelt; 18 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

•

hoe de informatie-uitwisseling tussen Gemeente en aanbieder eruitziet;

•

hoe het plan zoals bedoeld in overeenkomst, deel 2, artikel B of D, lid 4 eruit ziet.

De potentiële aanbieder kan in lijn met Deel 2, artikel B, lid 1 sub b) zijn zienswijze kenbaar maken over de wijze van informatie-uitwisseling gedurende het proces . Dit kan tot uiterlijk X (einddatum NVI). Uiterlijk 30 september 2024 publiceert de Gemeente de definitieve bijlage X. Bijlage X kan gedurende de looptijd van de overeenkomst worden herzien conform de voorwaarden genoemd in de overeenkomst deel 2, A, B en deel 1B, artikel Signaalplafonds. Toezicht en handhaving Gemeente behoudt zich zowel gedurende de inkoopprocedure als gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst het recht voor Aanbieder te onderzoeken of te controleren. Aanbieder is gehouden de medewerking aan een onderzoek/controle te verlenen die redelijkerwijs kan worden gevergd. Indien zij geen of onvoldoende medewerking verleent aan een onderzoek/controle is de Gemeente gerechtigd de Inschrijver uit te sluiten van deelname aan de inkoopprocedure dan wel de overeenkomst met Aanbieder te beëindigen. Bij de uitvoering van onderzoek/controle maakt de Gemeente gebruik van de middelen die haar ter beschikking staan, met inachtneming van haar wettelijke verplichtingen en bevoegdheden en de vereiste zorgvuldigheid en proportionaliteit. Deze middelen bestaan in ieder geval uit: •

Het door een Aanbieder laten overleggen van bewijsstukken, zoals een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van de bestuurder/medewerkers;

•

Het (laten) doen van onderzoek in open bronnen;

•

Het (laten) doen van onderzoek in gesloten bronnen;

•

Het uitvoeren van een Bibob-onderzoek door de afdeling Veiligheid van de gemeente Nijmegen, dan wel het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.

2.4 Bekostiging 2.4.1 Uitvoeringsvariant De Gemeente past voor de in te kopen voorzieningen de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant toe. De Gemeente betaalt voor de levering van ondersteuning in een afgesproken tijdseenheid tegen een bepaald tarief.

2.4.2 Berekening [tarieven

Percelen 1 Jeugd De wijze waarop de Gemeente de tarieven/het taakgerichte budget heeft berekend is opgenomen in bijlage ***. Zij heeft bij die berekening expliciet rekening gehouden met en voldaan aan wettelijke verplichtingen op basis van artikel 2.12 van de Jeugdwet, de

19 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

gemeentelijke verordeningen en jurisprudentie en de ‘Handreiking inzicht in tarieven’1 in het kader van het Convenant ‘bevorderen continuïteit jeugdhulp’. Percelen 2 WMO De wijze waarop de Gemeente de tarieven heeft berekend is opgenomen in bijlage ***. Zij heeft bij die berekening expliciet rekening gehouden met en voldaan aan wettelijke verplichtingen op basis van de basis van de gemeentelijke verordeningen, artikel 2.6.6 Wmo 2015, artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en jurisprudentie. 2.4.3 Declaratie Voor de wijze van declaratie verwijzen we naar het regionale administratieprotocol, te vinden op de website van het ROB (zie ‘berichtenverkeer & administratie’). Het regionale administratieprotocol bevat aanvullende afspraken op het standaardadministratieprotocol. 2.5 Overeenkomst en algemene voorwaarden 2.5.1 Type overeenkomst Er is een raamovereenkomst voor de percelen 1 Jeugd en een raamovereenkomst voor de percelen 2 Wmo opgesteld. De Gemeente is genoodzaakt om te werken met twee raamovereenkomsten, omdat de landelijke contractstandaarden ook bestaan uit een jeugd en wmo-variant. De Gemeente sluit met de potentiële aanbieder die zich kwalificeert voor deelname aan de inkoopprocedure en vervolgens succesvol de gunningsfase doorloopt een of twee raamovereenkomsten voor de percelen die de potentiële aanbieder is gegund.

De raamovereenkomst kent geen afnameverplichting of afnamegarantie. Op basis van de raamovereenkomst gunt de Gemeente individuele opdrachten tot levering van voorzieningen aan inwoners. 2.5.2 Algemene voorwaarden Op de inkoopprocedure is het meest recente model algemene inkoopvoorwaarden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (maart 2018) van toepassing, voor zover dit inkoopdocument of de overeenkomst daarvan niet afwijken. Niet van toepassing zijn de artikelen: 8, 16.3, 19, 20, 21 en 23.3. De potentiële aanbieder verklaart deze algemene inkoopvoorwaarden te hebben ontvangen en akkoord bevonden. De algemene voorwaarden van de potentiële aanbieders en/of derden (waaronder onderaannemers), onder welke naam of in welke vorm dan ook, zijn uitdrukkelijk niet van toepassing.2 2.5.3 Looptijd De raamovereenkomst voor de Jeugd-percelen gaat in op 1-1-2025 en eindigt op 31 december 2028. Partijen kunnen de raamovereenkomst na het verstrijken van de looptijd drie (3) keer schriftelijk verlengen met steeds een periode van zesendertig (36) kalendermaanden. De raamovereenkomst voor de Wmo-percelen gaat in op 1-1-2025 en eindigt op 31 december 2028. Partijen kunnen de raamovereenkomst na het verstrijken van de looptijd

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 1

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2021/07/01/handreiking-inzicht-in-tarieven

2

Gelijk aan artikel 23 lid 6 contractstandaard.

20 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

drie (3) keer schriftelijk verlengen met steeds een periode van zesendertig (36) kalendermaanden. 2.5.4.Overgang richting deze overeenkomst Er is een regeling opgesteld voor de overgang naar deze overeenkomst. Zie bijlage X. Met Inschrijving gaat de potentiële aanbieder akkoord met deze regeling.

3. Aanbestedingsvoorwaarden 3.1 Inleiding De potentiële aanbieder die in aanmerking wil komen voor de opdracht, moet aantonen dat: • uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn; en • de geschiktheidseisen op hem van toepassing zijn; • hij akkoord is met de uitvoeringseisen en deze ook kan uitvoeren. Als een potentiële aanbieder aantoonbaar voldoet aan één van de uitsluitingsgronden, niet aantoonbaar voldoet aan één van de geschiktheidseisen of niet aantoonbaar onvoorwaardelijk akkoord gaat met alle uitvoeringseisen, dan sluit de Gemeente hem uit van deelname aan de procedure en legt de inschrijving terzijde.. •

Verder moet de Gemeente de potentiële aanbieder die in aanmerking wil komen voor gunning op het Jeugd-perceel 1A Reguliere en specialistische begeleiding en/of Wmo-perceel 2A Begeleiding en begeleiding plus selecteren op basis van gunningscriteria en volumeselectie. Voor perceel 2B Praktische begeleiding Wmo geldt dat de Gemeente de potentiële aanbieder die in aanmerking wil komen voor gunning moet selecteren op basis van het gestelde gunningscriterium. Ook gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst kan er op basis van signalen een Bibob-onderzoek plaatsvinden. Een Bibob-onderzoek gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst zal zich mede uitstrekken over de zakelijke relaties (in de zin van artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob) van de partij met wie de Raamovereenkomst na de gunningsbeslissing is gesloten en de zakelijke relaties van eventuele Onderaannemers. In deze Aanbesteding worden alle Inschrijvers bij verificatie onderworpen aan een Bibobonderzoek. In bijlage X checklist bewijsmiddelen staat opgenomen welke bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd voor de Bibob-toets. Deze bewijsmiddelen verschillen afhankelijk van de ondernemingsvorm(en). Het kan zijn dat er verschillende ondernemingsvormen betrokken zij bij de inschrijving. In dat geval geldt dat voor elk van de ondernemingsvormen de bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd.

Tijdens de looptijd van de overeenkomst kan een Bibob-onderzoek uitgebreider zijn. Hierbij kan alle informatie opgevraagd worden die op grond van de Wet Bibob en de Regeling Bibob-formulieren opgevraagd mag worden.

3.2 Algemeen De uitsluitingsgronden die van toepassing zijn op deze inkoopprocedure, zijn opgenomen in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (verder: UEA) (format opgenomen in bijlage ***). 21 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

Om aan te geven dat de potentiële aanbieder: • niet voldoet aan de uitsluitingsgronden (zie paragraaf 3.3); • wel voldoet aan de geschiktheidseisen (zie paragraaf 3.4); dient de potentiële aanbieder dit UEA in te vullen en rechtsgeldig te ondertekenen en in te dienen bij zijn inschrijving. De uitvoeringseisen die van toepassing zijn op deze inkoopprocedure en de te sluiten overeenkomst, zijn opgenomen in het programma van eisen (verder: pve) in bijlage ***. De potentiële aanbieder dient bij zijn inschrijving een standaardformulier inschrijf- en referentieformulier XX (format opgenomen in bijlage ***) te voegen. 3.3 Uitsluitingsgronden De Gemeente kan voor een toets op uitsluitingsgronden op verzoek nadere bewijsmiddelen opvragen en een onderzoek instellen om die bewijsmiddelen te verifiëren. De potentiële aanbieder dient steeds binnen tien werkdagen het door de Gemeente opgevraagde, aanvullend bewijsmateriaal aan te leveren bij de Gemeente, tenzij de Gemeente een andere termijn hanteert bij haar opvraag. Het niet (tijdig) aanleveren van bewijsmiddelen leidt tot uitsluiting van de procedure. De potentiële aanbieder verleent steeds kosteloos zijn medewerking aan deze verificatie. In bijlage X staat opgenomen welke bewijsmiddelen de Gemeente opvraagt.

Ernstige beroepsfout De Gemeente hanteert de volgende definitie voor het begrip “ernstige fout in de uitoefening van het beroep” ofwel ernstige beroepsfout:

1. kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst met betrekking tot het: • doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht; • vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen; • verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen; • handelen of nalaten te handelen waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht, waaronder begrepen (arbeids)discriminatie; • direct of indirect gebruikmaken van in de Europese Unie verboden vormen van kinderarbeid; • begaan van overtredingen op het gebied van milieuwetgeving; • handelen in strijd met door de daartoe bevoegde autoriteit vastgestelde import-, export-, aankoop-, vervoers- en/of investeringsverboden; • maken van afspraken met andere Aanbieders of het begaan van feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat mededinging verhinderd, beperkt of vervalst wordt of het anderszins handelen in strijd met mededingingsregelgeving;

22 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

•

onrechtmatig handelen of tekortkomen in de nakoming van de overeenkomst waaruit ernstige schade voortvloeit, als gevolg van grove nalatigheid, opzet of bewuste roekeloosheid; • het begaan van gedragingen in strijd met specifiek voor het beroep of bedrijf van een Jeugdhulpaanbieder relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes; • het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; • een delict zoals genoemd in art. 2.86 lid 2 AW 2012 zonder dat dit (al) heeft geleid tot een (onherroepelijke) veroordeling; • alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep’. 2. het aanwezig zijn van enige mate van gevaar dat de op grond van deze Inkoopprocedure gesloten overeenkomst door de Jeugdhulpaanbieder mede zal worden gebruikt om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of (ii) strafbare feiten te plegen. 3. Het bovenstaande geldt niet enkel ten aanzien van de inschrijver, maar ook voor: • een persoon die lid is of (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving lid is geweest van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan.

• een persoon die lid is of (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving lid is geweest van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan heeft (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving een bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende functie gehad bij een aanbieder die (inmiddels) in staat van faillissement, liquidatie of surseance verkeert, waarvan de werkzaamheden zijn gestaakt of in een andere vergelijkbare staat verkeert. De Gemeente kan de ernstige beroepsfout in ieder geval, maar niet uitsluitend, aannemelijk maken door:

• • • • • • • •

Erkenning van de fout door Inschrijver; Eigen ervaring van voor de gemeente(n) werkzame ambtenaren, ambtsdragers of door de gemeente(n) ingehuurd personeel; Een rechterlijke uitspraak, bindend advies of arbitrale of tuchtrechtelijke uitspraak; Een strafrechtelijke transactie, een fiscale ruling of fiscale vaststellingsovereenkomst; Een (niet onherroepelijke) fiscale vergrijpboete; Het uitvoeren van een onderzoek op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob); Een relevante constatering van een daartoe bevoegde toezichthouder of een geschillencommissie; Een lopend strafrechtelijk onderzoek.

De feiten en omstandigheden die voor het onderzoek naar de aanwezigheid van een ernstige beroepsfout relevant zijn worden altijd in concreto en individueel beoordeeld, waarbij de artikelen 2.87 lid 2, 2.87a, 2.88 onder a en 2.88 onder b van de Aanbestedingswet van toepassing zijn. 23 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

3.4 Geschiktheidseisen In deze inkoopprocedure gelden de hierna genoemde geschiktheidseisen. Bij elke eis is aangegeven hoe de potentiële aanbieder moet aantonen dat de eis op hem van toepassing is. Dit bewijsmiddel dient de potentiële aanbieder bij zijn inschrijving mee te sturen. Stuurt de potentiële aanbieder het bewijsmiddel niet, onvolledig of op onjuiste wijze met zijn inschrijving mee, dan legt de Gemeente de inschrijving terzijde. De Gemeente kan op basis van de ontvangen bewijsmiddelen een onderzoek instellen om de bewijsmiddelen te verifiëren. De potentiële aanbieder dient steeds binnen tien werkdagen het door de Gemeente opgevraagde, aanvullend bewijsmateriaal aan te leveren bij Gemeente, tenzij Gemeente een andere termijn noemt bij haar opvraag. Het niet (tijdig) aanleveren van bewijsmiddelen leidt tot uitsluiting van de procedure. De potentiële aanbieder verleent steeds kosteloos zijn medewerking aan deze verificatie. In bijlage X staat opgenomen welke bewijsmiddelen de potentiële aanbieder dient te overleggen, wanneer deze bewijsmiddelen moeten worden overlegd en binnen welke termijn. G1 Ervaring a.d.h.v. referenties Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen.

De potentiële aanbieder dient in bijlage X per perceel waarvoor hij inschrijft naar tevredenheid van de referent uitgevoerde referenties op te geven waaruit blijkt dat hij beschikt over de vereiste kerncompetenties. Er mogen maximaal 5 referenten per kerncompetentie worden opgegeven. Als de Gemeente (Regio Rijk van Nijmegen) de enige referent is (op een perceel), volstaat het vermelden van ‘Regio Rijk van Nijmegen’ in bijlage X. Uitsluitend referentieopdrachten waarbij de potentiële aanbieder als eindverantwoordelijke partij heeft gefungeerd zijn geldig. Dit betekent dat uitsluitend de gemeente(n) of zorgkantoor of zorgverzekeraar geldige referenten kunnen zijn. Dit betekent ook dat referentieopdrachten waarbij de potentiële aanbieder als onderaannemer heeft gefungeerd niet gelden. In het geval de potentiële aanbieder de referentieopdracht in (andere) combinatie met andere ondernemers heeft verricht dan waarmee hij nu de inschrijving vormgeeft, dan telt slechts zijn aandeel in de referentieopdracht mee bij de beoordeling of aan de ervaringseis wordt voldaan. Daar waar een referentieopdracht nog niet is afgerond, geldt dat uitsluitend de tot dan naar behoren geleverde prestaties moeten aantonen dat de potentiële aanbieder beschikt over gevraagde kerncompetenties. De Gemeente behoudt zich het recht voor om de referentie(s) op juistheid te controleren.

Onwaarheden, onjuistheden of onvolledigheden ten aanzien van de opgegeven referentie(s) kunnen leiden tot uitsluiting van de inkoopprocedure. De Gemeente kan van de opgegeven referenties een tevredenheidsverklaring opvragen. Hieronder wordt per perceel (jeugd)/per product (Wmo) de vereiste kerncompetentie beschreven. Jeugdperceel 1A Reguliere- en specialistische begeleiding

24 / 41

Inkoopdocument Procedure voor Sociale & Andere Specifieke diensten – Artikel 2.38 Aanbestedingswet 2012 - Met EMVI t

•

Ervaring met het bieden van begeleiding aan jeugdigen in het kader van de Jeugdwet. Minimaal 30 jeugdigen in het afgelopen jaar.

Jeugdperceel 1B Persoonlijke verzorging •

Ervaring met het bieden van persoonlijke aan jeugdigen in het kader van de Jeugdwet. Minimaal 2 jeugdigen in het afgelopen jaar.

Jeugdperceel 1C Vaktherapie •

Ervaring met het bieden van vaktherapie aan jeugdigen als zelfstandig vaktherapeut in het kader van de Jeugdwet. Minimaal 15 jeugdigen in het afgelopen jaar.

Jeugdperceel 1D Logeeropvang •

Ervaring met het bieden van logeeropvang (met overnachting) aan jeugdigen in het kader van de Jeugdwet. Minimaal 3 jeugdigen in het afgelopen jaar;

•

OF: ervaring met het bieden van >24 uurs verblijf aan jeugdigen in het kader van de Jeugdwet. Minimaal 3 jeugdigen in het afgelopen jaar.

Wmo-perceel 2A Begeleiding en begeleiding plus •

Ervaring met het bieden van begeleiding aan volwassenen in het kader van Wmo/Wlz. Minimaal 30 volwassenen in het afgelopen jaar;

•

OF: ervaring met het bieden van begeleiding jongeren (16+) én begeleiding van jongvolwassenen in het kader van Wmo/Wlz/Jeugdwet. Minimaal 15 jongvolwassenen in het afgelopen jaar in het kader van Wmo/Wlz én minimaal 15 jongeren in het kader van de Jeugdwet in het afgelopen jaar.

Wmo-perceel 2B Praktische begeleiding •

Ervaring met het aanleren van huishoudelijke taken én praktische vaardigheden voor een gestructureerd huishouden aan volwassenen in het kader van Wmo/Wlz. Minimaal 5 volwassenen in het afgelopen jaar.

•

OF: ervaring met het bieden van begeleiding aan volwassenen in het kader van Wmo/Wlz. Minimaal 30 volwassenen in het afgelopen jaar.

G2 Kwaliteitsmanagement Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen, behalve jeugdperceel 1C Vaktherapie. De potentiële aanbieder draagt zorg voor de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit door aantoonbaar met een kwaliteitsmanagementsysteem te werken. Potentiële aanbieder toont bovenstaande aan door •

een voor de dienstverlening relevant HKZ, ISO 9001, Prezo, ISO 9001 voor de zorg (NEN-EN 15224) certificaat of een ter zake relevant keurmerk of gelijkwaardig bewijsmiddel te overleggen. Het is aan de potentiële aanbieder om desgevraagd de gelijkwaardigheid van een certificaat, keurmerk of ander bewijsstuk aan te tonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=499dc8c5-7462-4168-bfe4-a99a581bc5ed