Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan Zwanenpark
Tekst van het document
De centrale route is geknikt vormgegeven en verbindt verblijfspleintjes.
voor hulpdiensten. Rondom deze route worden kleine pleintjes gemaakt, waardoor de route als een
De toegangen tot de hoven zijn zonder
•
Van
het
hof
wordt
een
integraal
deze route is ook toegangkelijk voor hulpdiensten.
ontworpen inrichtingsplan gemaakt. Het
De
vormgegeven,
beplantingsplan is minimaal opgebouwd
maar liggen met hun hoofdentrees aan de hoven
uit een structuur van onderbeplanting,
(met uitzondering van de gebouwen langs de 43e
opgaande beplanting en bomen.
woongebouwen
zijn
alzijdig
straat). Rondom de hoofdentrees worden kleine
de hoven - schetsontwerp
58
Het groenbeeld van de hoven bestaat uit een structuur van onderbeplanting waaronder vaste planten, opgaande beplanting (heesters en kleine bomen) en bomen. Van de plantenkeuze dient een beplantingsplan te worden opgesteld. In het opstellen van het beplantingsplan wordt rekening gehouden met het creëren van een habitat voor verschillende doelsoorten, waaronder minimaal ‘de huismus’, ‘de gierzwaluw’ en ‘de dwergvleermuis’. Hierin wordt toegelicht hoe er invulling wordt gegeven aan de vier V’s (Voedsel, Verblijf/Veiligheid,
voorbeeld zichtbare afwatering
Voortplanting, Verbinding) Water wordt zichtbaar afgevoerd in het hof en vormt het door het ontwerp een onderdeel van de beleving.
Principedoorsnede sfeergebied Hof
Helling 1:25
verbindingspleintje
Helling 1:24
Voorbeelduitwerking sfeergebied Hof
59
8.2.4 De natuurwal Aan de noordzijde van het plan vormt een natuurwal
Regels ‘natuurwal’
de overgang tussen gebouw en spoorzone. Hier
•
fauna en heeft een natuurlijk beeld.
wordt de parkruimte ingericht met het oog op flora en fauna. Het beeld is natuurlijk, met ruigte.
•
Medegebruik van de mens is in deze zone toegestaan.
Het bestaande talud van de spoorzone wordt verlengd met een wadi en/of greppel en landschappelijke
De natuurwal wordt ingericht voor flora en
•
Er
wordt
ruimte
in
de
volle
grond
glooiingen.
vrijgehouden voor het begroeien van de
De rand van de bebouwing bestaat hier uit een
parkeervoorziening.
parkeervoorziening, waarbij de gebouwstructuur
•
Bestaande bomen worden zoveel mogelijk
begroeid met klimmende beplanting. Waar mogelijk
gehandhaafd. Bomen die niet behouden
worden bestaande bomen ingepast. Het wordt
kunnen
mogelijk gemaakt om in deze zone te wandelen.
gecompenseerd.
worden
dienen
te
worden
voorbeeld van een natuurlijke inrichting met een greppel / wadi
de natuurwal - schetsontwerp
60
De Kanaalzone en de trechter
De hoven
De hoven
Het centrale park
Variatie in glooiingen
De natuurwal
8.3
Gebouwen in een glooiend landschap voor mens, flora en fauna In de randen van de vier sfeergebieden liggen glooiingen, die ervoor zorgen dat het parkeren aan het zicht is onttrokken. Deze glooiingen dienen gevarieerd te worden vormgegeven. Zo dragen ze bij aan de beleving van Zwanenpark. Er zijn een zevental te onderscheiden glooiingen. 1. Langs de buurtontsluiting 2. Langs de westzijde van het centrale park 3. Langs de oostzijde van het centrale park 4. De noordelijke rand van het centrale park 5. De overgang tussen gebouw en kanaalzone 6. De westelijke overgang 7. De natuurwal
7 4
5
2 6 3
1
61
8.3.1 Langs de buurtontsluiting De bebouwing langs de buurtontsluiting staat met
Regels ‘langs de buurtontsluiting’
de voeten in het park. Bij de hoofdentrees van de
•
uitgevoerd.
gebouwen sluiten de gebouwen aan op het maaiveld •
van de buurtontsluiting.
Het talud van de overgang wordt circa 1:3 Het beeld bestaat uit een natuurlijke
Bij een deel van de bebouwing ligt het vloerpeil
parkachtige
enigszins hoger. Hier wordt een lichte glooiing
grasland, bomen en ruigtes. •
gemaakt. Dit talud wordt circa 1:3 uitgevoerd. Door het inpassen van een wadi ontstaat een dubbele
inrichting
met
bloemrijk
Het wandelpad heeft een parkachtige uitstraling.
glooiing. In deze zone wordt bloemrijk grasland, bomen en ruigte geplant en gezaaid. Door
deze
zone slingerd een pad, die qua uitstraling aansluit bij de parkachtige uitstraling.
Principeprofiel - Langs de buurtontsluiting
Voorbeelden van een parkpad met een verslingering, langs een buurtontsluiting
62
8.3.2 Langs de westzijde van het centrale park Het centrale park loopt tot aan de gebouwen. Aan
Regels ‘langs de westzijde van het centrale park’
de westzijde van het park ligt een deel van de
•
Het talud wordt gevarieerd ontworpen met steilte en flauwtes van circa 1:3 tot 1:7
parkeervoorziening onder het park. De overgang •
tussen het park in de volle grond en het park op
Het beeld van het park loopt tot aan de voet van het gebouw.
het parkeerdek mag niet zichtbaar zijn. Op het •
dek wordt daarom een substraatlaag aangebracht
In de voet van het gebouw is het toegestaan
waarin vaste planten en grassen kunnen groeien.
om privé ruimtes in te passen. Dit mag ‘als
Op enkele plekken (boven de kolommen van de
onderdeel van het park’ of ‘geïntegreerd in de architectuur.
parkeergarage) worden meerstammige heesters •
geplant. De taluds worden met steilte en flauwte
Op het parkeerdek wordt een substraatlaag
ingepast en varieert van 1:3 tot 1:7.
toegepast waarin vaste planten, grassen
In de voet van de gebouwen worden buitenruimtes
en heesters kunnen groeien. •
ingepast. Dat mag op twee manieren; ‘geïntegreerd
De buitenruimtes bij maatschappelijke functies worden ingepast als privéterras of
de eerste gaat het bijvoorbeeld om meeontworpen
tuin. Hekwerken worden voorkomen. De
begrenzing, of een buitenruimte (balkon) die boven
afbakening van deze buitenruimtes wordt
het park zweeft. Bij de tweede mogelijkheid gaat
gerealiseerd met een een landschappelijke
het om begrenzingen en overgangen die onderdeel
haag. De inrichting van de buitenruimtes
zijn van de parkachtige inrichting, bijvoorbeeld met
is parkachtig waarbij volledige verharding
landschappelijke hagen.
niet is toegestaan.
DEMARCATIE
de architectuur’ of ‘als onderdeel van het park’. Bij erblijfspark in - private overgangen private parktuin
eergarage
park op het parkeerdek
park in volle grond
Principeprofiel - Langs de westzijde van het centrale park
Voorbeeld van een privéplek
Voorbeeld van een privéplek ‘als
‘geïntegreerd in de architectuur’
onderdeel van het park’
63
8.3.3 Langs de oostzijde van het centrale park Aan
de
oostzijde
parkeervoorziening
van
het
onder
de
park
ligt
de
gebouwen.
Hier
Regels ‘langs de westzijde van het centrale park’ •
tussen de 1:3 tot 1:7
loopt het centrale park vanzelfsprekend tot aan de gebouwen. De taluds varieren in deze zone tussen
Het talud wordt gevarieerd ontworpen
•
Het beeld van het park loopt tot aan de voet van het gebouw.
de 1:3 en 1:5. In de voet van de gebouwen is het toegestaan
•
In de voet van het gebouw is het toegestaan
om privé ruimtes in te passen. Dat mag op twee
om privé ruimtes in te passen. Dit mag ‘als
manieren; ‘geïntegreerd in de architectuur’ of ‘als
onderdeel van het park’ of ‘geïntegreerd in
onderdeel van het park’. Bij de eerste gaat het
de architectuur.
bijvoorbeeld
om
meeontworpen
begrenzingen,
of een buitenruimte (balkon) die boven het park
zweeft. Bij de tweede mogelijkheid gaat het om Verblijfspark - private overgangen
begrenzingen of overgangen die onderdeel zijn
2b - parkglooiing tot aan de gevel van de parkachtige inrichting, bijvoorbeeld met landschappelijke hagen.
Principeprofiel - Langs de oostzijde van het centrale park
Voorbeeld van een privéplek
Voorbeeld van een privéplek ‘als
‘geïntegreerd in de architectuur’
onderdeel van het park’
64
8.3.4 De noordelijke rand van het centrale park
Regels ‘noordelijke rand van het centrale park’
Aan de noordzijde van het centrale park, gaat het
•
park over in een zone die onderdeel uitmaakt van
bestaat zowel uit groene en beplante
het private gebied van de appartementen (onderdeel sfeergebied ‘de hoven’). De rand van het park wordt
Het talud wordt steil vormgegeven en taluds, als bouwkundige taluds.
•
In de taluds worden (landschappelijke)
hier ingericht met deels een steil talud en keermuur.
trappen
Hier worden (landschappelijke) trappen in worden
verblijfsplek kunnen dienen.
opgenomen.
•
opgenomen,
die
tevens
als
In de voet van het gebouw is het toegestaan
In de voet van de gebouwen is het toegestaan
om privétuinen in te passen. Dit mag ‘als
om privé ruimtes in te passen. Dat gebeurt ‘als
onderdeel van het park’. De tuinen worden
onderdeel van het park’. Kleine privétuinen worden
daarbij omzoomd met landschappelijke
omzoomd met landschappelijke hagen. Langs de gebouwen loopt een breed voetpad, die verhoogd
hagen. •
ligt ten opzichte van het park. Dit pad is geschikt
Het voetpad langs het spoorgebouw is geschikt voor hulpdiensten
voor medegebruik door hulpdiensten.
Principeprofiel - De noordelijke rand van het centrale park
Voorbeeld van een landschappelijke trap
Voorbeeld van een landschappelijke haag
65
8.3.5 De kanaalzone Aan de zijde van het kanaal komt het hoogste
Regels ‘kanaalzone’
gebouw van Zwanenpark. In de plint van dit
•
ingepast met een wandelpad.
gebouw bevindt zich de parkeervoorziening en wordt tevens een (horeca)voorziening opgenomen.
Bij de horecavoorziening wordt een terras
•
Bij de parkeervoorziening wordt glooiing
Bij de horecavoorziening wordt de overgang tussen
gemaakt in de parkzone, met een talud van
park en gebouw bouwkundig vormgegeven met de
circa 1:3, waarmee de parkeervoorziening aan het zicht wordt onttrokken.
gevel van de voorziening. Aansluitend op deze gevel wordt een terras gemaakt.
•
Bij de parkeervoorziening wordt een talud toegepast,
De bestaande bomen worden, voor zover mogelijk, ingepast.
die de parkeerlaag aan het zicht onttrekt. Hier worden, waar mogelijk, de bestaande bomen ingepast.
Principeprofiel - kanaalzone met horecavoorziening
Principeprofiel - kanaalzone met inpassing parkeervoorziening
66
8.3.6 De westzijde Aan de westzijde van Zwanenpark, in de overgang
Regels ‘westzijde’
naar de bestaande woningen ligt een boszoom, als
•
In
deze
gemaakt.
boszoom Deze
wordt
weg
een
wordt
zo
bomen
worden
zoveel
als
mogelijk gehandhaafd.
onderdeel van sfeergebied ‘de trechter’. Hier worden de bestaande bomen zoveel mogelijk ingepast.
Bestaande
•
De inrit van de parkeervoorziening van
erftoegangsweg
gebouw A en B wordt landschappelijk
smal
ingepast.
mogelijk
vormgegeven en heeft een informeel karakter. Het
•
gemaakt.
beeld van de weg borduurt voort op de uitstraling van de huidige weg. Aan deze route zijn de inritten van
De ontsluitingsweg wordt zo smal mogelijk
•
Het
wandelpad en
is,
waar
mogelijk,
heeft
een
parkachtige
twee parkeervoorzieningen gelegen. De inrit wordt
vrijliggend
landschappelijk ingepast. In de boszoom wordt een
uitstraling. Restgroen dient te worden
talud gemaakt, waarmee de parkeervoorziening aan
voorkomen.
het zicht wordt onttrokken. Eveneens wordt hier een vrijliggende wandelroute gemaakt. Deze wordt als parkpad aangelegd, omgeven door een groene inrichting.
Principeprofiel - De westzijde
Voorbeelden van een landschappelijk ingepaste parkeerentree
67
8.3.7 De natuurwal Aan de noordzijde vormt een natuurwal de overgang
Regels ‘natuurwal’
tussen gebouw en spoorzone. Hier wordt de
•
De natuurwal wordt ingericht met een
parkruimte ingericht met het oog op flora en fauna en
wadi en/of greppel en voorziet tevens in
struinen. In het basisprofiel van deze zone wordt het
een struinpad.
bestaande talud van de spoorzone verlengd met een
•
wadi en/of greppel en landschappelijke glooiingen.
Natuurtalud
De parkeervoorziening krijgt een begroeide gevel met een verticaal groenscherm.
De rand van de bebouwing bestaat hier uit een parkeervoorziening, waarbij de gebouwstructuur begroeid met klimmende beplanting. Waar mogelijk worden bestaande bomen ingepast.
Parkeergarage
Principeprofiel - De natuurwal
Voorbeelden van een parkeergarage met
Voorbeelden van een
een begroeide gevel
wadi-inrichting
68
8.4
Landschappelijke details Regels ‘pleinruimtes’
Het plan kent een variatie aan plekken. De inrichting
•
Pleinruimtes
worden
ingericht
als
van deze plekken draagt bij aan de zorgvuldige
verblijfsgebied waarin de het laden en
overgang tussen de verschillende deelgebieden, als
lossen, opstelplekken voor hulpdiensten,
ook aan de overgangen tussen binnen en buiten.
tijdelijk
parkeren,
pakketdiensten
en
dergelijke ondergeschikt zijn in het beeld. •
8.4.1 Pleinruimtes Het gebied heeft een viertal pleinruimtes, waarin de
Alle
pleinen
worden
integraal
en
in
afstemming met de architectuur ingericht.
inritten van de parkeergarages zorgvuldig worden ingepast. Op de pleintjes is ruimte voor het inpassen van de afvalinzameling en voor locaties voor laden en lossen. Bij de pleintjes aan de zuidzijde van Zwanenpark zijn tevens de entrees van de hier gelegen bouwblokken voorzien. Het utilitaire karakter van de pleintjes is ondergeschikt aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent onder andere dat de pleinen worden ingericht als verblijfsgebied
Entreeplein A heeft een logistieke functie
waarin de auto te gast is. De twee pleinen aan de noordzijde (entreeplein A) vormen een integrale ontwerpopgave met de gebouwen. Doordat de inrit van de parkeergarage deels in de gebouwde structuur is voorzien, dienen hier gebouw en buitenruimte verweven te worden vormgegeven.
Bijzondere
aandacht
moet
worden gegeven aan de relatie binnen/buiten.
hier
Entreeplein B heeft een maatschappelijke functie als hoofdentree en verblijfsplek
Entreeplein A Entreeplein B
69
8.4.2 In het hof Het
hof
vormt
een een
ontmoetingsplek
voor
heldere
werkgrens
voor
de
verschillende
de
beheersvormen (openbaar en privaat) en verzorgd
toekomstige bewoners. Om die reden worden alle
tevens een gevoel van ‘te gast’ voor niet-bewoners.
entrees van de gebouwen ontsloten via het hof. Bij de entrees worden subruimtes gemaakt in het grotere collectief. Deze plekken noemen we Urban Lobby’s. Hier wordt een verblijfsplek gemaakt, die een verbinding maakt tussen binnen en buiten. Dit is de plek in het hof waar de bewoners van één gebouw(ensemble) elkaar ontmoeten. Bij deze
Regels ‘in het hof’ •
Urban Lobby gemaakt. •
landschappelijke overgang, bijvoorbeeld in
bijzondere boom geplant. De Urban Lobby’s worden Omwonenden en passanten zijn welkom om het
de vorm van een wadibrug. •
de
ontmoetingsplekken
zijn
we
tussen
openbaar
of
privaat wordt vormgegeven met een bijzonder van een landschappelijke glooiing, met bijvoorbeeld een landschappelijke trap. En aan de zuidzijde, aansluitend
op
de
buurtontsluitingsweg,
een
duiding
aan
de
eigendomsituatie
opsluitband mag ook als bankelement
en
landschappelijk detail; aan de noordzijde in de vorm
en
en het hierbij behorende beheer. Deze
zitgelegenheden en boomvakken met meerdere overgang
openbaar
we ‘de landschappelijke grens’. Zo geven
ruim gedimensioneerd en ingericht met meerdere De
tussen
een herkenbare opsluitband. Dit noemen
voor
bewoners en passanten worden deze plekken
bomen.
overgangen
van het hof, worden vormgegeven met
routes komen uit in centrale Ontmoetingspleinen. dit
De
(collectief) privaat, aan de noordzijde
gebied te doorkruizen en te beleven. Kruisende Omdat
Bij de entree van een hof wordt aan de zijde van de buurtontsluiting ingericht met een
plek is zitgelegenheid en wordt (minimaal) één als familie van elkaar ontworpen.
Bij de entrees van de gebouwen wordt een
landschappelijke
trap
worden
hof
worden
vormgegeven. •
Centraal
in
het
ontmoetingspleintjes
gemaakt.
Hier
worden zitelementen gemaakt.
vlakke landschappelijke entree. Dit detail verzorgt
Urban lobby Entree Ontmoetingsplein Landschappelijke grens Indicatieve plattegrond met landschappelijke details binnen sfeergebied ‘de hoven’
70
Voorbeeld overgang met een
Principedoorsnede landschappelijke trap
opsluitband in de vorm van een landschappelijke trap
Voorbeeld wadibrug
Principedoorsnede wadibrug
Voorbeeld Urban Lobby
Principedoorsnede Urban Lobby
Voorbeeld ‘verblijfsplein’
Principedoorsnede ‘verblijfsplein’
71
8.4.3 Afbakening private buitenruimtes op maaiveld
Regels ‘afbakening private buitenruimtes op maaiveld’
Verrommeling van de plint van de gebouwen en het
•
Zijdelingse
afbakeningen
buitenruimtes
park dient te worden voorkomen. Om die reden zijn
op
van
private
maaiveld
worden
gerealiseerd als:
de afbakeningen die de onderlinge privacy tussen de privétuinen / -terrassen verzorgen, bouwkundig,
1.
Onderdeel van de architectuur.
dan wel niet-uitneembaar vormgegeven.
2.
Een ontworpen hekwerk, passend bij de
Voor
deze
afbakeningen
zijn
een
inrichting van het park.
viertal 3.
mogelijkheden: Als onderdeel van de architectuur.
•
Als een ontworpen hekwerk, passend bij de
4.
•
Een robuuste plantstrook die onderdeel uitmaakt van de collectieve tuin.
inrichting van het park. •
Een begroeid hekwerk, passend bij het beeld van de architectuur.
•
Als een begroeid hekwerk, passend bij het beeld
•
Afbakeningen van private buitenruimtes
van de architectuur.
op maaiveld aan de hof- en parkzijde
Als een robuuste plantstrook die onderdeel
worden ingepast als onderdeel van de
uitmaakt van de collectieve tuin.
parkachtige inrichting. Deze afbakening heeft een maximale hoogte van 1 meter.
Voor de afbakeningen van private buitenruimtes op maaiveld aan de park- en hofzijde worden de erfgrenzen
ontworpen
als
onderdeel
van
de
parkachtige uitstraling. Wanneer er hekwerken of muurtjes worden toegepast, dan worden deze niet
zichtbaar
toegepast.
Het
is
noodzakelijk
om de privacy van de bewoners te voorzien in het landschappelijke ontwerp, zodat gebouwde
Gevel
afbakeningen worden voorkomen. •
Zijdelingse erfgrens
Dit kan door: voldoende afstand te borgen tussen privétuinen en wandelpaden, •
door het toepassen van landschappelijke hagen
•
door het gebruik maken van hoogteverschillen.
•
door een combinatie van bovenstaande opties.
Erfgrens aan park- en hofzijde
Principe ‘afbakeningen private buitenruimtes op maaiveld’
voorbeelden van afbakeningen private buitenruimtes op maaiveld
72