Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan Zwanenpark
Tekst van het document
CO N
CE
PT
Duke n ...doe burg: t mee
Beeldkwaliteitplan Zwanenpark november 2023
Vera Yanovshtchinsky architecten en RRog stedenbouw en landschap in opdracht van Ten Brinke en Slokker Vastgoed bv november 2023
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding 1.1
Context, aanleiding en ambitie
1.2
Geldende documenten
1.3
Status van dit document
1.4
Leeswijzer
4
Kenmerken van de locatie 6 2.1
Ligging
2.2
Bestaande bebouwing en groen
2.3
Geluid
Stedenbouwkundig plan 13 3.1
Visie - Verbinding en vernieuwing
3.2
Planbeschrijving
3.3
Massa en hoogtes
3.4
Verkeer en parkeren
3.5
Duurzaam, klimaatadaptief en biodivers
3.6
Schematische themakaarten
Architectuur 24 4.1
Integrale visie op het totale plan
4.2
Architectonisch concept
Diversiteit aan gebouwen 27 5.1
Gebouwen P en K
5.2
Gebouwen A, B, E en F
5.3
Gebouwen C en G
5.4
Gebouw D en H
Architectonisch toetsingskader/spelregels 34 6.1
Grafiek van de gevels
6.2
Gevelmateriaal en detaillering
6.3
Kleur
6.4
Ingrepen in de massa
6.5
Dakbeëindiging
6.6
Aansluiting op het maaiveld
6.7
Entrees
6.8
Inrit van de parkeergarages
6.9
Parkeergarages
6.10
Gebouw gebonden buitenruimten en galerijen
6.11
Verbindingsbruggen
6.12
Installaties
6.13
Zonwering en rolluiken
6.14
Toevoegingen aan gebouwen: verlichting, huisnummers en reclame
2
7.
8.
Ontwerp buitenruimte 49 7.1
Integrale visie op het totale plan
7.2
Landschappelijk concept
7.3
Schetsontwerp
Landschappelijk toetsingskader 51 8.1
Eén Zwanenpark met twee identiteiten
8.2
Vier sfeergebieden
8.2.1
De kanaalzone en de trechter
8.2.2
Het centrale park
8.2.3
De hoven
8.2.4
De natuurwal
8.3
Variatie in glooiingen
8.3.1
Langs de buurtontsluiting
8.3.2
Langs de westzijde van het centrale park
8.3.3
Langs de oostzijde van het centrale park
8.3.4
De noordelijke rand van het centrale park
8.3.5
De kanaalzone
8.3.6
De westzijde
8.3.7
De natuurwal
8.4
Landschappelijke details
8.4.1
Pleinruimtes
8.4.2
In het hof
8.4.3
Afbakening private buitenruimtes op maaiveld
3
1. Inleiding 1.1
Context, aanleiding en ambitie
DUKENBURG DOET MEE! Voor u ligt het Beeldkwaliteitplan (BKP) landschap
verrijken met een nieuwe woon- en leefomgeving
en architectuur van de ROC locatie in de wijk
die de maatschappelijke cohesie bevorderen. De
Zwanenveld,
Nijmegen.
gebouwen en het landschap vormen een integraal
De locatie ligt aan de kanaalzone, in de uiterste
stadsdeel
Dukenburg,
plan met hoge ruimtelijke en landschappelijke
noordoosthoek van Zwanenveld en ‘kijkt uit’ over
kwaliteit en ambitie; ‘Een groene (park-achtige)
de stad. De ligging ten oosten van het Maas-
stedelijke woonbuurt met allure’ (ambitiedocument
Waalkanaal, in het stadsdeel Dukenburg en met het
hoofdstuk 4)
winkelcentrum 0,5 kilometer verderop, biedt het
De vormgeving van architectuur en landschap dient
de potentie om uit te groeien tot een verbindende
eigentijds, herkenbaar en uitgesproken te zijn en
schakel tussen het naoorlogse Dukenburg en het
de hoge ambities van het stedenbouwkundig plan te
historische centrum. Deze locatie is samen met de
weerspiegelen en versterken.
toekomstige gebiedstransformatie langs kanalzonezuid, 1 van de 4 beoogde steppingstones in de kanaalzone. Voor deze bijzondere plek is in samenwerking met de gemeente Nijmegen een stedenbouwkundig plan ontworpen dat de ambitie heeft ‘het aanzicht en het imago van Dukenburg blijvend te veranderen’ (ambitiedocument
hoofdstuk
4).
De
ambitie
krijgt vorm door Dukenburg en Zwanenveld te
centrum
locatie
locatie in Nijmegen
4
Het
plan
geeft
uitdrukking
aan
de
ambitie.
1.3
Dukenburg letterlijk en figuurlijk te verbinden met
Het
het centrum van de stad. Door deze ontwikkeling
gemeenteraad op …. En heeft hiermee een formele
maakt Dukenburg DE SPRONG OVER HET KANAAL
status gekregen.
en Doet Dukenburg mee! Het geldende beoordelingskader, zoals omschreven in
de
Uitwerkingsnota
Beeldkwaliteit
van
de
gemeente Nijmegen waarin reguliere criteria voor
ontwikkeling
en
het
beoogde
welstandsniveau
•
visie op de architectonische en landschappelijke vormgeving. Het geeft sturing aan de uitwerking van de gebouwen en het landschap en dient
door
de
Er is in de tekst onderscheid gemaakt tussen de zijn het toetsingskader.
•
Hoofdstukken 2 en 3 behandelen de ambitie en het plan als geheel. Deze toelichting is bedoeld als aanvullende achtergrondinformatie van het Beeldkwaliteitsplan en maakt geen deel uit van
stellen dat is toegespitst op de architectonische en
Dit Beeldkwaliteitsplan is de vertaling van onze
vastgesteld
omschrijving/toelichting en de regels. De regels
de aanleiding om een Beeldkwaliteitplan op te
ontwikkeling.
is
‘groot naar klein’.
“bijzonder” te kunnen borgen. Dit is dan ook
landschappelijke ambities van deze zeer specifieke
Beeldkwaliteiplan
1.4 Leeswijzer • In dit document wordt het plan beschreven van
de beoordeling met een toetsingsniveau ‘luw’ zijn opgenomen, is niet toereikend om de geplande
Status van dit document
het toetsingskader. •
Hoofdstuk
4
en
verder
gaan
over
de
architectonische en landschappelijke regels en toetsingskaders NB: De gebruikte referenties moeten worden gezien als ondersteuning en inspiratie en zijn niet letterlijk bedoeld.
als toetsingskader voor de beoordeling door de Commissie Beeldkwaliteit. 1.2
Geldende documenten
Bestemmingsplan d.d Ambitiedocument d.d juni 2022 Stedenbouwkundigplan d.d maart 2023
sprong over het kanaal
5
2. Kenmerken van de locatie 2.1
Ligging
De 3,5 hectare grote ROC-locatie ligt in de uiterste
Waalkanaal en is één van de beoogde ‘Stepping
noordoosthoek van de wijk Zwanenveld, grenzend
Stones’ van Kanaalzone zuid. De locatie heeft een
aan de spoordijk in het noorden en het Maas-
prominente ligging die haar tot de ‘entree van
Waalkanaal in het oosten. Tussen het plangebied
Dukenburg’ maakt.
en het kanaal ligt een openbare ruimte die getransformeerd wordt in een stedelijke recreatieve zone als onderdeel van Kanaalzone Zuid. Aan de zuid- en westzijde grenst de locatie aan de bestaande 41e en 43e straat en 51e straat van Zwanenveld. De locatie vormt de overgang tussen de kleinschalige naoorlogse woonomgeving en de grootschalige infrastructurele objecten zoals het spoor, de Graafseweg/Wijchenseweg en het Maas-
ijk
3m
51 e
st ra at
ca. 15
7m
ca. 23
lk -Waa Maas
anaa
l
Spoord
3.5 ha
e aat 43 str
locatie
6
entree van Dukenburg
43e straat
51e straat
kanaalzone
kanaalzone
7
even nog nader onderzoek. Hierbij zijn derdoorgangen onder het spoor bij bosch-Oost en de onderbreking in de )route bij Hatert (locatie “Fleuren-Hatert”) ijzonder belang. Binnen de ontwikkelvisie elsteeg wordt de aansluiting op de groene, west corridors vanuit Dukenburg verder rzocht.
ering van het kanaal erbinden met de dagelijkse rondjes door k geeft het kanaal verblijfswaarde en eit. We zetten in op goede verlichting ociale)veiligheid, maar ook op unieke jfs- en woonkwaliteiten. Hierbij houden balans tussen het verblijf van mensen en voor biodiversiteit in het oog, zo brandt cht bijvoorbeeld alleen wanneer dat nodig m.v. sensoren). Bij nieuwe ontwikkelingen Kanaalzone-Zuid wordt maximaal ingezet en op het kanaal en een levendige n op maaiveldniveau. We zien de oevers
trand Soja Utrecht
van het kanaal als een aaneenschakeling van stedelijke en groene verblijfsgebieden. Voor de stedelijke verblijfsgebieden streven we naar programma zoals bijvoorbeeld een stadsstrand in combinatie met horeca en werkfuncties. De Kanaalzone-Zuid is tevens de vestigingsplaats van het gemeentelijk en regionaal archeologisch depot, dit biedt mogelijk kansen om de rijke historie van het gebied en de stad in de publieke ruimte te tonen. Voor de groene verblijfsgebieden denken we aan plekken die voor alle doelgroepen geschikt zijn. Denk aan een natuurspeeltuin, een kade om te vissen of gewoon een plek om in de zon te zitten. Sport speelt ook een belangrijke rol in de KanaalzoneZuid. Er zijn al veel plekken door sport en spelprogramma geactiveerd, maar dit kan op nog meer plekken waar de wijk en kanaal elkaar omarmen. De kanaaloevers worden onderdeel van een urban fit-track door Winkelsteeg waar sport en speelknopen aan liggen waar jong en oud elkaar ontmoet.
ROC-locatie
7.
Zwanenveld
1.Kanaalzone-zuid 2.Dukenburg 3.Hatert 4.Neerbosch-oost 5.Winkelsteeg Stepping stone
6.De Kamp Economisch brandpunt
7.ZWANENVELD
Groen verlijfsgebied kanaaloever
Stepping stone
Stedelijk verlijfsgebied kanaaloever
Economisch brandpunt
Groene verbinding Woonwijk
Stepping stone
Groen verlijfsgebied kanaaloever
Economisch brandpunt
Stedelijk verlijfsgebied kanaaloever
Groen verlijfsgebied kanaaloever
Groene verbinding
Winkelsteeg
‘Stepping Stones’
Stedelijk verlijfsgebied kanaaloever Groene verbinding
Woonwijk Winkelsteeg
ligging aan de Maas-Waalkanaal
55 Stones Stepping
51
Woonwijk Winkelsteeg
De locatie is goed bereikbaar vanuit het stadscentrum en ligt op loopafstand van het winkelcentrum Dukenburg en het treinstation Nijmegen Dukenburg.
centrum locatie station Dukenburg
ligging in Nijmegen
8
2.2
Bestaande bebouwing en groen in Zwanenveld
De huidige bebouwing bestaat uit eengezinswoningen in een ‘woonerf-setting’ (bloemkool wijk) en enkele clusters van appartementsgebouwen (9 t/m 13 verdiepingen) aan de zuidelijke toegangsweg van de wijk (Van Schuylenburgstraat).
water
spoor
weg
groen
hoogbouw
fietspad
hoofdweg
laagbouw
locatie nieuwbouw
9
Over het algemeen hebben de appartementen
De
en
eengezinswoningen
weinig
verbinding
appartementsgebouwen
hebben
gesloten
met
anonieme gevels met bergingen op de begane grond
de openbare ruimte: Een groot deel van de
en geen ruimte met verblijfskwaliteit eromheen.
eengezinswoningen heeft een voordeur aan een
Het
verharde voortuin waar geen verblijf/ gebruik aan
ruimte; op straat bij de eengezinswoningen en
af te lezen is en/of ligt met zijn achtertuin aan
op grote parkeerterreinen aan de voet van de
de openbare ruimte waar een dichte schutting is
appartementsgebouwen.
parkeren
is
gesitueerd
in
de
openbare
opgetrokken om de privacy te garanderen.
schuttingen en verharde anonieme voortuinen
schuttingen direct aan de openbare ruimte
parkeren op straat
parkeervelden
10
Zwanenveld heeft groengebieden met grote bomen
Een opvallend typisch gegeven voor Zwanenveld
in de periferie (aan de Van Schuylenburgweg en
is dat alle straten Zwanenveld heten en zich
aan het kanaal), het spoortalud en een doorgaande
onderscheiden in de huisnummers, die ook de naam
ondergrondse watergang die op meerdere plekken
van de straat specifieker maken. Bijvoorbeeld de
bovengronds zichtbaar is in de vorm van kleine
43e straat met huisnummers 4300 t/m 4362. De
verdiept liggende vijvers.
gelijkvormigheid van de bebouwing en de hoge mate
Het groen en het water nodigen niet uit tot verblijf
van anonimiteit worden door deze straatnamen nog
en zijn ook niet als zodanig ingericht.
eens onderstreept.
grote bomen in de periferie
kleine verdiept liggende singels
straatnamen in Zwanenveld
11
2.3
Geluid
De stalen spoorbrug en het spoor zijn de bron van hoge geluidsbelasting, waardoor er op het gebied van geluid eisen gesteld worden aan deze ontwikkeling. Dit gegeven is dan ook een bepalend element in de planontwikkeling.
stalen spoorbrug
spoordijk
geluidsbelasting
12
3. Stedenbouwkundig plan 3.1
Visie - Verbinding en vernieuwing
Het stedenbouwkundige plan beoogt een woonen leefomgeving te realiseren die een verrijking en aanvulling is op de bestaande bebouwing en openbare ruimte in Zwanenveld in de breedste zin van het woord; niet ‘méér van hetzelfde’ maar juist vernieuwing in de wijk en aansluiten bij toekomstige ontwikkelingen zoals de Kanaalzone-zuid. De ambitie van dit plan is de sociale cohesie en sociale duurzaamheid te bevorderen. Het plan maakt de verbinding tussen de wijk en de stad, tussen bestaande en nieuwe groenstructuren, tussen huidige en toekomstige nieuwe bewoners en tussen bewoners en de openbare ruimte.
Het
plan voorziet in diversiteit in het woningaanbod en in een groene, bruikbare en toegankelijke openbare ruimte; woningen die aantrekkelijk zijn voor doorstromers èn nieuwkomers. Een nieuw gevarieerd landschap bestaande uit collectieve groene hoven, een openbaar park voor Zwanenveld, een groene ‘trechter’ als verbinding naar de kanaalzone en een natuurpark aan de voet van de spoordijk. Waardevolle bestaande bomen, zoals de vier Platanen, worden behouden en verrijken het nieuwe jonge park met de kwaliteit van mooie grote oude bomen.
verbeelding van de ontwerpgedachte van het nieuw te ontwikkelen Zwanenpark
13
Het parkeren voor bewoners en bezoekers is een integraal onderdeel van het ontwerp. De circa 70 centimeter verdiepte garages zijn hoofdzakelijk opgenomen onder de bebouwing en onder het nieuw aan te leggen geaccidenteerde landschap. Bezoekerparkeren bevindt zich grotendeels in de parkeergarages en voor een deel aan de 43e straat. De nu kale 43e straat wordt opnieuw ingericht en voorzien van een robuuste en verbeterde groenstructuur richting Maas-Waalkanaal. De ROC-locatie krijgt een eigen werknaam; het Zwanenpark. De naam doet recht aan het specifieke karakter van het plan en verwijst naar de ligging in de wijk.
verbeelding van de ontwerpgedachte van het nieuw te ontwikkelen hof
verbeelding van de ontwerpgedachte van de nieuwe situatie, met zicht op het park vanuit 43e straat
14
3.2
Planbeschrijving
Het stedenbouwkundig plan is te typeren als een
woonpark,
waarin
gebouw
en
landschap
integraal verweven zijn. Dit plan verzorgt een groenstedelijke
leefomgeving
voor
mens,
flora
en fauna. De woongebouwen staan hier in een glooiend vormgegeven en gevarieerd ingericht parklandschap.
De
bestaande
landschappelijke
structuren van (1) het Maas-Waalkanaal, (2) de spoorzone en (3) de groenblauwe zoom van de wijk, worden behouden en versterkt. Het gebied wordt ingericht, gebaseerd op principes van de gezonde stad. Het ontwerp: •
versterkt sociale cohesie:
Zwanenpark versterkt de onderlinge betrokkenheid
3 sterke landschappelijke structuren 1.
Maas-Waalkanaal
2.
Spoorzone
3.
Groen-blauwe zoom
en bevordert de ongedwongen ontmoeting •
is gericht op natuurlijke symbiose
Het gebied wordt ingericht voor mens, plant en dier •
is klimaatadaptief
Bestrijding
van
droogte,
voorkomen
van
wateroverlast en bestrijden van hittestress zijn de klimaatadaptieve uitgangspunten van het ontwerp •
vertoond veerkracht
Het plan kent flexibiliteit en biedt ruimte voor mogelijk toekomstige aanpassingen. •
bevordert gezonde mobiliteit
Het vertrekpunt van het ontwerp ligt in het zorgvuldig inpassen van de voetganger, het creëren van ommetjes en het stimuleren van gezonde beweging.
een woonpark met een omzoming van parkachtige en groen ingerichte buitenruimte.
15
De bebouwing bestaat uit diverse woongebouwen
en vormen twee collectieve hoven. De entrees van
die
vorm,
de gebouwen liggen aan het collectieve hof wat
hoogte en woonprogramma (A t/m H). Door de
de onderlinge betrokkenheid en verbondenheid
positionering
ontstaat
bevordert. Het spoorgebouw maakt eveneens deel
Aan
de
uit van de hoven, waar ook de entrees van dit gebouw
noordkant, parallel aan het spoor is een langgerekt
aan liggen. De gebouwen vormen een ensemble, een
spoorgebouw (P en K) gesitueerd dat functioneert als
compositie van volumes die ontworpen zijn in nauwe
geluidscherm voor het zwanenpark en de bestaande
samenhang met het landschap. De compositie biedt
eengezinswoningen aan de 43e straat. Ten noorden
doorzichten en vergezichten en geeft ruimte aan
van deze bebouwing, aan de voet van de spoordijk
doorgaande voetgangerspaden die de ROC -locatie
ligt een groenzone, die we de natuurwal noemen.
verbinden met haar omgeving.
er
van
een
elkaar van
verschillen de
in
volume,
woongebouwen
vanzelfsprekende
hiërarchie.
Diverse woongebouwen zijn alzijdig georiënteerd
impressie plankaart (september 2023)
H K
P02
E F
P01
G
D
A B
voetgangersroute en doorzichten
C
overzicht bebouwing
16
201810
Zwa
datum: 22.04.202
Tussen de twee ensembles in, ligt een nieuw
ruimtelijk en functioneel verbindt met de stedelijke
openbaar park dat vooral bedoeld is voor de
en recreatieve kanaalzone. De gewenste ‘Stepping
bewoners van Zwanenveld. In de gebouwen G en
Stone’ is hier gesitueerd. Door de positionering van
C aan 43e straat worden, grenzend aan dit park
de bebouwing, geflankeerd aan de ‘Stepping Stone’
maatschappelijke functies opgenomen, waarmee
(blok K en blok H), krijgt deze openbare ruimte een
het park wordt geactiveerd.
sterke ruimtelijke kwaliteit en verbijzondering en gaat het functioneren als een parkachtig onderdeel
Aan
de
zuidkant,
tegenover
de
bestaande
van de kanaalzone.
eengezinswoningen aan de 43e straat, ligt de bebouwing terug ten opzichte van de locatiegrens.
Door de herinrichting van dit park, in combinatie met
Gebouwen C en G hebben naast de hoofdentree
een collectieve en/of commerciële verblijfsfunctie in
aan de 43e straat een aantal woningen die aan de
de plint van gebouw H, worden de gewenste reuring
hofzijde worden ontsloten. De bebouwing aan deze
en het verblijf bevorderd.
kant ligt niet parallel aan de bestaande bebouwing. Zo ontstaat er een groene ‘trechter’ die de wijk
nieuw openbaar park
groene ‘trechter’
maatschappelijke en commerciële functies
commerciële functie
17
3.3
Massa en hoogtes
De
gebouwen
hebben
verschillende
bouwhoogtes, laag aan de kant van de bestaande eengezinswoningen en oplopend naar de Spoordijk en het kanaal. Zo wordt de overgang gemaakt tussen de kleinschalige eengezinswoningen en de
woonlagen
grootschalige infrastructurele objecten zoals het
parkeerlaag
spoor en het kanaal: De vorm van de massa in het stedenbouwkundig plan is schematisch weergegeven en zal in de uitwerking van het plan verder worden gedifferentieerd.
gebouwen A,B,D,E,F,H principe doorsnede met parkeerlaag
Hoogteaccenten op drie strategische posities: •
gebouw H (15-17+1p) aan het kanaal die samen met de Aak-toren aan de Draaiom de entree van Dukenburg markeert, (stadsniveau);
•
gebouw D (9-12+1p) aan de westkant van het
woonlagen
park, maakt op afstand zichtbaar waar het park
woonlaag/parkeer
ligt en brengt spanning in de compositie van de
parkeerlaag
gebouwen rondom het park (wijk niveau); •
gebouw P02 (9+1p) markeert in het perspectief vanuit de zuidkant de beëindiging van het park. (buurt niveau).
spoorgebouw P/K. principe doorsnede met parkeerlaag
overzic
entree van Dukenburg
view 19
hoogteaccenten
201810
datum: 2
18
Bebouwing aan de 43e straat:
Overige bebouwing:
•
•
Aan de 43e straat is de bebouwing (C en G)
De overige gebouwen tussen de bestaande
drie lagen hoog. Omwille van de privacy zijn
eengezinswoningen en de spoordijk maken een
de vloeren van de eerste woonlaag, de begane
geleidelijke overgang door een variatie van 5 tot
grond, geplaatst op een plint van ca. één meter
7 verdiepingen (4+1 parkeren, 6+1 parkeren).
hoogte. Bebouwing aan de spoordijk: •
Aan de spoordijkzijde (P en K) varieert de bebouwingshoogte van 4 tot 9 woonlagen. De tweede bouwlaag is een combinatie van wonen en parkeren (zie principe doorsnede).
•
gebouw P01 (4+1 laag parkeren) aan de westkant nabij de bestaande eengezinswoningen
•
gebouw P02 (9+1 laag parkeren) als accent / achtergrond van het park
•
gebouw K (8+1 laag parkeren) op de kop aan het kanaal als onderdeel van de compositie met gebouw H die de ruimtelijke verbreding van de Kanaalzone definieert en begrenst. Deze kop is trapsgewijs opgetild waardoor de ruimtelijke begrenzing luchtig, spannend en transparant is.
8 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
H
15-17 lagen wo + 1 laag P
7 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
K 4/5 lagen wo + 1 laag P
6 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
9 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
P02
E
4 lagen + 3m 6 lagen + 3m
6 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
F
P01
G
3 lagen wo + 1m plint
D
4 lagen wo + 1 laag P (2 laags parkeren aan spoorzijde)
4 lagen wo + 1laag P
10-12 lagen wo + 1laag P 4 lagen wo + 1laag P
A B
5 lagen wo + 1laag P
C 3 lagen wo + 1m plint
overzicht gebouwen
S
overzicht - vie 201810
Zwanenveld Nijmegen
datum: 22.04.2023
status: definitief
19
schaal: n
3.4
Verkeer en parkeren
Auto en fiets
•
De ontsluiting aan de zuidkant via de straten in
De woonhoven en het park zijn autovrij, fietsluw
Zwanenveld; deze geeft toegang tot de garages
en voetgangersvriendelijk. De garages, waarin
van de overige gebouwen.
de auto’s worden geparkeerd, worden ontsloten vanuit de randen van het plan. Fietsen worden
De voetganger
inpandig geparkeerd in stallingen, die bij voorkeur
•
De voetganger is de belangrijkste gebruiker in
ontsloten worden vanuit de randen. Aan de randen,
het plan. Dit wordt duidelijk door een stelsel van
in het park en de hoven, is rekening gehouden met
paden, helingbanen en trappen die uitnodigen
verkeersbewegingen voor nuts- en nood-diensten,
het plangebied te betreden en te doorwaden.
verhuizen,
Hierdoor
pakketbezorging
en
dergelijke.
Het
wordt
het
Zwanenpark
op
het
autoverkeer is verdeeld in twee stromen om de
niveau van de voetganger verbonden met het
bestaande straten in Zwanenveld zo min mogelijk
Zwanenveld en de kanaalzone.
te belasten met extra verkeersbewegingen. •
De ontsluiting aan de noordkant via de Draaiom. De Draaiom eindigt in de twee-laagse garage onder gebouw P/K en de garage van H. De auto’s kunnen niet verder de buurt in.
•
ontsluiting aan de westzijde via Zwanenveld. Dit geeft toegang tot de garage van blok A/B en een gedeelte van de 2 laagse garage van P.
verkeer en parkeren
voetgangersroute
20
3.5
Duurzaam, klimaatadaptief en biodivers
Het plan wordt voorzien van duurzame en natuurinclusieve
principes.
Zwanenpark
krijgt
geen
gasnetwerk, hiermee wordt het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO2 beperkt. De oriëntatie van de gebouwen biedt kansen voor zonnepanelen waarmee op een natuurlijke wijze energie opgewekt kan worden. Het plan voldoet aan de BENG. De technische installaties worden zorgvuldig ingepast en zijn vanaf de openbare ruimte beperkt zichtbaar. Voorkomen hittestress Belangrijk in het beperken van hittestress is het gebruik van verkoelende materialen, en het creëren van zoveel mogelijk schaduw. Om die reden worden zoveel mogelijk bestaande bomen ingepast in de planvorming en worden er nieuwe bomen van 1e orde aangeplant. Het grote percentage groen oppervlak in het plan is voordelig voor het beperken van hittestress. Biodiversiteit In het stedenbouwkundig plan is te zien dat het plan veel groen oppervlak bevat. Ter bevordering van de biodiversiteit wordt een verscheidenheid aan beplanting aangebracht zoals verschillende boom-
en
beplanting
plantensoorten,
maar
zoals
scheerheggen
knip-
en
ook
lagere
groene leefomgeving voor mens, flora en fauna
van
beuk en struweelbeplanting, gebruik bloemrijke grasmengels in de geplande groenvoorzieningen. De aanleg van planten- en bomensoorten wordt vastgelegd in het beplantingsplan. Daken worden waar mogelijk voorzien van groen. Integraal watersysteem Het hemelwater van het dakoppervlak en van de verharding wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en geïnfiltreerd in de bodem en/of in wadi’s in het openbaar gebied. Er wordt zo weinig mogelijk verharding
aangelegd.
Binnen
het
plangebied
bestaat voldoende capaciteit om al het hemelwater te infiltreren in de bodem. De infiltratie van hemelwater komt ten goede aan het grondwaterpeil, het beperkt verdere verdroging en het voorkomt
integraal watersysteem
overbelasting van rioolwaterzuiveringsinstallaties.
21
3.6
Schematische themakaarten
Van het stedenbouwkundig plan is een plankaart
speelplekken en dergelijke integraal in beeld is
gemaakt (zie hfst 7) met eem schetsontwerp
gebracht. Deze plankaart zal in de latere stadia van
waarin de te verwachten inrichting van gebouwen,
de planvorming verder worden uitgewerkt. Sturend
wegen, paden, groenstructuren, waterstructuren,
in de uitwerking zijn de onderstaande themakaarten.
geluidsbelasting
geluidsluwte creëren
nieuwe openbare park
hoven
aansluiting op de wijk en de kanaalzone zuid
maatschappelijk en commerciële functies
22
verkeer en parkeren
hoogteaccenten
stepping stone
voetgangersroute en doorzichten
entrees voor voetgangers
diversiteit aan gebouwen
23
4. Architectuur 4.1
Integrale visie op het totale plan
De gebouwen en het landschap zijn specifiek ontworpen voor de ROC–locatie. Ze hebben een uitgesproken aanwezigheid en geven het gebied een herkenbare eigen identiteit. Dit geldt voor zowel het plan als geheel als voor de afzonderlijke gebouwen. De gebouwen zijn als solitaire bomen/struiken in een park. Ze staan vrij in het landschap en vallen op door hun eigen herkenbare vorm en afmeting. Twee groepen van gebouwen staan in het landschap als clusters van verschillende soorten bomen/ struiken. Het gebouw langs het spoor leest als een aaneengesloten rij van verschillende ‘bomen’ die het decor vormen voor de rest van het plan. De bomen/gebouwen, die vanzelfsprekend van elkaar verschillen, zoals bijvoorbeeld de Eik, Plataan of Populier, worden verbonden door het parklandschap. De ‘verschillende bomen’ zijn zo geplaatst dat de rijkdom en diversiteit vanuit elk perspectief het beeld bepaald.
24
4.2
Architectonisch concept
De beeldspraak van een boom geeft richting aan de
•
Alle gebouwen krijgen een accent in materiaal,
verschijningsvorm van de gebouwen. •
kleur
Elk gebouwtype krijgt een specifiek ontwerp dat de hoofdvorm versterkt;
•
textuur,
ten
op
zichte
van
het
hoofdmateriaal. •
De grafiek is een compositie van verdichting en
Er wordt binnen de spelregels onderscheid gemaakt op hoofdlijnen tussen de verschillende
of
verdunning. •
De grafiek van de gevels is dynamisch, kent
gebouwen die voorkomen in het plan;
verschillende afmetingen van raamopeningen
- Gebouw C en G zijn laag, langgerekt en
binnen een herkenbaar, leesbaar en afwisselend
hoofdzakelijk horizontaal geleed.
patroon van verticale en horizontale richtingen
- Gebouw D en H zijn hoog en worden
en laat zich niet in één oogopslag doorgronden
hoofdzakelijk verticaal geleed.
•
Op afstand spreekt de grafiek, van dichtbij de
Het lagere deel vormt de overgang tussen
details, het materiaal en het reliëf.
de omliggende bebouwing en het hoge deel en wordt als zodanig vormgegeven. Het lage en hoge deel zijn één gebouw en vormen samen nadrukkelijk één compositie. - Gebouw A, B, E en F zijn middelhoge gebouwen en hebben beide richtingen in zich. - Gebouw P en K worden opgedeeld in meerdere herkenbare architectonische eenheden en krijgen een combinatie/ vervlechting van horizontale en verticale geleding.
B
P01
A
P02
K D K E
C
K
F
G
H
25
laagbouw= horizontaal
laagbouw= horizontaal
midden hoog: een weefsel
fijne maat in de hoeken
horizontaal/ verticaal
overgang van horizontaal naar verticaal
overgang van horizontaal naar verticaal
richting/grafiek
richting/grafiek
gebouw p/k. afwisseling van richting/grafiek (per volume)
26
5. Diversiteit aan gebouwen
P01
A
B
P02 K
D
K E
K
F
C
H
G
referentie P en K parkzijde
referentie P en K parkzijde In dit hoofdstuk worden de kenmerken en de architectonische gebouwen
ambitie
beschreven.
van Op
de
verschillende
hoofdlijnen
wordt
onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebouwen die voorkomen in het plan. Dit betreft kleur, grafiek en vorm van het volume. 5.1
Gebouwen P en K
Staan langs het spoor en vormen een doorgaande wandbebouwing variërend in hoogte. De gebouwen hebben hun entree aan de zuidzijde, tpv de hoven, en een galerij aan de noordzijde, ter plaatse van het spoor. De woningen op de ‘begane grond’ hebben een directe verbinding met het maaiveld aan de parkzijde. De woningen zijn georiënteerd op de geluidsluwe zuidzijde, uitkijkend over het openbare park en verbonden met de collectieve hoven. Het langgerekte volume wordt opgedeeld in architectonische eenheden die variatie in het beeld aanbrengen, met een verbijzondering in hoogte (gebouwdeel P02). De kop van gebouw K wordt ontworpen als sprekende en opvallende voorgevel die samen met gebouw H
referentie P02 parkzijde
de ‘entree van Dukenburg’ markeert.
27
Parkzijde
L1 L2
Regels; Materialisatie en vormgeving gevels
P en K
parkzijde •
Hoofdzakelijk gevels in metselwerk
•
Kleur zand/aarde kleuren
•
In de gevels komen zowel horizontaal als
L1
verticale geledingen voor. •
L2
Een accent in materiaal, kleur of textuur,
H
ten opzichte van het hoofd materiaal. de
onderste
een
verdiepingen
(mogen)
worden
vormgegeven
als
H
onderdeel
van
à
gebouw P/K paviljoen
het
hekwerk
en
is
paviljoen
de
E G
D
F
achterliggende gevel zichtbaar.
F
kanaal
openbaar park
transparant
collectief hof
openbaar park
volume. Daarboven hebben de balkons een
D openbaar park
twee
op
collectief hof
balkons
E G
collectief hof
De
openbaar park
•
snede L4 c
H
B
A
kanaal k
L1
L3
spoor
H
Zwaneveld
snede L4 c
L2 K parkeren P/K
P +0
collectief hof
snede L1
L
P1
Zwaneveld
Zwanenveld
k
spoor
spoor
P
P1
B A
E
H
L4a A
P +0
parkeren P
P +0
parkeren P/K
snede L2
D
B A
D C
Spoorzijde
P +0
snede L2
G
B
spoor
Zwanenveld
P
F
parkeren P
Spoorzijde snede snedeL2$2 L2$1 L2
P +0
collectief hof
collectief hof
snede L1
collectief hof
L4
openbaar park
snede L2
collectief hof
snede L1
collectief hof
P +0
Regels; Materialisatie en vormgeving gevels
Deze is ontworpen als een volume dat ’samen werkt’
spoorzijde
De gevels zijn opengewerkt en begroeid. B
•
F
C
De gevel aan de spoorzijde heeft een hoge geluidbelasting die om geluidswerende voorzieningen
G
toevoegingen. De gevel en het gebouw beschermen
De gehele gevel wordt als één repeterende compositie uitgewerkt
Vera Yanovshtchinsky
Kranenburgweg 134 2583 ER Den Haag T +31(0)70 35 88 391
V Y
architecten B.V.
a WWW.VYA.NL
project
status
Zwanenveld Nijmegen
definitief
projectnummer
schaal
formaat
•
Gevels in plaatmateriaal en/of metselwerk.
•
De galerijen liggen achter de ‘buitengevel’
vraagt. De geluidswerende voorzieningen worden geïntegreerd in het totale ontwerp en zijn geen losse
G
kanaal
collectief hof
D
paviljoen
met het natuurpark aan de voet van de spoordijk.
F
C
openbaar park
H
collectief hof
openbaar park
Aan de spoorzijde is de twee-laagse garage zichtbaar.
B
201810 fase
1:500
datum
07.04.2023 wijziging
onderdeel
profielen opdrachtgever
Slokker / Ten Brinke
tek. nr.
VO 450
en zijn onderdeel van het hoofdvolume •
De gevels van de woningen krijgen een grafische compositie van kleuren
het gehele plan tegen het spoor- en weggeluid. De ligging, de lengte en de functie maken dat deze gevel een ander karakter heeft dan de andere gevels in het plan Deze
gevel
wordt
opgevat
als
een
grafische
compositie van kleuren die qua beleving gericht is op de beleving vanuit de langsrijdende trein en auto. Er is sprake van systematische repetitie over de gehele lengte. In deze gevel zijn hoofdzakelijk de entrees van de woningen gesitueerd
28
referentie P en K spoorzijde
referentie P en K spoorzijde. grafische coompositie
29
Gebouwen A, B, E en F paviljoen
openbaar park
collectief hof
5.2
openbaar park
H
F
E G
Deze gebouwen hebben een corridorontsluiting met
Regels; Materialisatie en vormgeving
kanaal woningen die uitkijken op het collectieve hof en/of
•
Hoofdzakelijk gevels in metselwerk
op het openbare groen/park.
•
Kleur zand/aarde kleuren
snede L4 c
•
In de gevels komen zowel horizontaal als
Zowel gebouwen A en B als gebouwen E en F zijn
verticale geledingen voor.
verbonden door middel van verbindingsbruggen. H
•
moet het doorzicht tussen de gebouwvolumes op
•
De vormgeving en materialisatie van de bruggen
Een accent in materiaal, kleur of textuur, ten op zichte van het hoofd materiaal. De balkonhekken zijn transparant
alle verdiepingen garanderen. Er wordt gekozen voor een voor open en transparante constructie. Op ‘maaiveld’ is er geen gebouwde verbinding, zodat k
de voetpaden door het plan ook op deze positie Zwaneveld
doorlopen en het park verbinden met de hoven. spoor de gebouwen liggen de verdiepte garages. Onder
De entrees van de gebouwen liggen aan de hofzijde. P +0 De gebouwen zijn alzijdig georiënteerd en hebben parkeren P/K
gelijkwaardige gevels rondom. De balkonhekkencollectief hof snede L1 zijn transparant en de achterliggende gevels zijn zichtbaar.
spoor
Zwanenveld
P B A
P +0
parkeren P
P +0
collectief hof
snede L2
B
collectief hof
D A en B
openbaar park
L2
E en F
F
L2
G
C
Gebouw A,B,E en F: horizontaal/ verticaal binnen
Gebouw A,B,E en F
één gebouw
Gebouw A,B,E en F: horizontaal/ verticaal binnen
Gebouw A,B,E en F: accent in materiaal, kleur of
één gebouw
textuur
30
5.3
Gebouwen C en G H
•
noordzijde. De woningen op de ‘begane grond’
•
liggen ca. een meter boven maaiveld omGde privacy
•
collectief hof
paviljoen
E
collectief hof
ontsluiting die overgaat in een galerij aan de F
openbaar park
Regels; Materialisatie en vormgeving D
openbaar park
Zijn drielaagse volumes met hoofdzakelijk portiek-
Hoofdzakelijk gevels in metselwerk Kleur zand/aarde kleuren
B
De gevels zijn hoofdzakelijk horizontaal A
geleed.
te waarborgen. De woningen zijn georiënteerd op
kanaal
•
de 43e straat. De kopgevels zijn georiënteerd op
snede L4 c
Een accent in materiaal, kleur of textuur, ten op zichte van het hoofd materiaal. L3
een collectieve hof of het openbare park. De entrees H
•
liggen ook aan de zijde van de 43e straat. Op de
De maatschappelijk functieL2is afleesbaar in K
de gevel.
begane grond aan de parkzijde van elk gebouw is er een ruimte gesitueerd voor maatschappelijke functies/collectief gebruik. Aan de straatzijde liggen
P1 P1
de entree’s van parkeergarages. De gebouwen krijgen hoofdzakelijk een horizontale geleding. De
Zwaneveld
k
spoor
E
A
balkons ondersteunen het horizontale karakter van collectief hof
snede L1
D
P A
De galerijen aan de noordkant worden opgenomen het
volume
hekwerken.
en
voorzien
van
G
B
B
snede L2
F
L4 spoor
Zwanenveld
het volume.
in
H
parkeren P/K
P +0
transparante parkeren P
C
snede snedeL2$2 L2$1 L2
P +0
collectief hof
C
kanaal
F
openbaar park
paviljoen
B
collectief hof
D
openbaar park
H
collectief hof
P +0
L1
Vera Yanovshtchinsky architecten B.V. project
Zwanenveld Nijmegen
G
projectnummer
201810 fase
onderdeel
profielen opdrachtgever
aanzicht vanaf Zwanenveld
Slokker / Ten Brinke
G C
referentie C en G. horizontaal geleding gebouw C en G
referentie C en G. horizontaal karakter balkons
referentie C en G. horizontaal karakter balkons
31
5.4
Gebouw D en H
Gebouw D en H vormen de hoogte accenten.
v
Gebouw H is hierbij de hoogste.
Regels; Materialisatie en vormgeving
De gebouwen zijn vertikale volumes die uitlopen in
•
Hoofdzakelijk gevels in metselwerk
een horizontaal volume van vier a vijf lagen hoog.
•
Kleur zand/aarde kleuren
Ze hebben een portiekontsluiting die overgaat in
•
Een accent in materiaal, kleur of textuur,
een galerij-ontsluiting. Naast de hoofdentree aan
ten op zichte van het hoofd materiaal.
de hofzijde, heeft blok H ook een verbinding met de
•
kanaalzone aan de oostzijde. Onder de gebouwen
verticale geledingen voor.
ligt een verdiepte garage. De gebouwen zijn alzijdig georiënteerd
en
hebben
gelijkwaardige
In de gevels komen zowel horizontale als
•
gevels
Vorm van het volume als onderscheidend en tegelijk verbindend middel met de
rondom. De balkonhekken zijn transparant en de
andere planonderdelen.
achterliggende gevel is zichtbaar. De galerij maakt
•
deel uit van het volume.
Het hoge en lage volume vormen 1 compositie.
In blok H is op de begane grond aan de zijde van het
•
kanaal een toevoeging aan het volume. Dit is een
Commercieel
maatschappelijke
functie
blok H:
ruimte voor commercieel/ maatschappelijk gebruik.
- Onderscheidend in vorm
Dit volume onderscheidt zich in vorm en materiaal
- Onderscheidend in materiaal
van het hoofdvolume. Het nodigt uit tot verblijf en zorgt voor reuring in het park aan de Kanaalzone. gebouw H
gebouw D
openbaar park
H
paviljoen
collectief hof
openbaar park
collectief hof
D F
E G
B
A
kanaal
snede L4 c
snede L4
L3
H
L1
L2 K
P1 P1
Zwaneveld
k
spoor
E
H
L4a
L4
A
parkeren P/K
P +0
collectief hof
snede L1
L4
D
G
B
spoor
P Zwanenveld
F
L4
B A
C
P +0
parkeren P
D
snede snedeL2$2 L2$1 L2
P +0
collectief hof
snede L2
C
G
kanaal
gebouw D en H
openbaar park
collectief hof
F
paviljoen
B
collectief hof
D
openbaar park
H
Vera Yanovshtchinsky
Kranenburgweg 134 2583 ER Den Haag T +31(0)70 35 88 391
V Y
architecten B.V.
a WWW.VYA.NL
project
status
Zwanenveld Nijmegen
definitief
projectnummer
schaal
201810 fase
formaat
1:500 datum
07.04.2023 wijziging
onderdeel
profielen opdrachtgever
Slokker / Ten Brinke
tek. nr.
VO 450
overgangen binnen een systeem
32
ritme en grafiek
ritme en grafiek
ritme H en D
ritme H en D
33
6. Architectonisch toetsingskader/ spelregels
Dit hoofdstuk beschrijft de architectonische kaders en regels met betrekking tot massa, grafiek, materiaal, detail, kleur, etc. v 6.1 •
Grafiek van de gevels De grafiek is een compositie van verdichting en verdunning
•
De grafiek van de gevels is dynamisch, kent verschillende afmetingen van raamopeningen binnen een herkenbaar, leesbaar en afwisselend patroon van verticale en horizontale richtingen en laat zich niet in één oogopslag doorgronden
•
Op afstand spreekt de grafiek, van dichtbij het detail, het materiaal, de textuur en het reliëf.
De noordgevel van de blokken P/K vormen hierop een uitzondering (zie hoofdstuk 7) •
De gehele gevel wordt als één repeterende compositie uitgewerkt
•
De gevels van de woningen krijgen een grafische compositie van kleuren ritme en grafiek. dynamisch
ritme en grafiek. verdichting en verdunning
ritme en grafiek. verdichting en verdunning
noordgevel p/K. repeterende compositie
34
referentie detail, reliëf en textuur
referentie variatie in diepte van negges
referentie detail, reliëf en textuur
referentie metselwerkverbanden
v 6.2
Gevelmateriaal en detaillering
•
Het meest voorkomende materiaal is baksteen.
•
Eventuele
accenten,
versieringen
verbijzonderingen/sieraden
kunnen
en
middels
toepassing van natuursteen, hout, metaal, plaatmateriaal, en beton worden vormgegeven. •
Tactiliteit van de gevels staat voorop.
•
Neggen verrijken het plan waarbij variatie in diepte kan worden toegepast
•
Variatie in metselverbanden
•
Reliëf
in
metselwerk
versterkt
de
tactiele
kwaliteit •
Hemelwaterafvoeren worden zorgvuldig mee ontworpen.
metselwerk detaillering in combinatie met beton
35
metselwerkverbanden
accenten
combinatie van materialen
36
v 6.3 •
Kleur Variaties in kleurschakeringen worden ‘ton sur ton’ toegepast
•
Gemeleerde baksteenselectie toepassen.
•
Aardse
kleuren
zoals
bruin/zandkleur/
aardetinten
variatie in kleurschakering
37
variatie in kleur baksteen binnen één gevel
variatie in kleur baksteen binnen één gevel
38
v 6.4
Ingrepen in de massa
In het stedenbouwkundig plan zijn de gebouwen als rechthoekige volumes getekend. Dit is een schematische representatie die niet per definitie de uiteindelijke vorm hoeft te zijn. In de uitwerking zijn verschillende bewerkingen aan het schematische volume mogelijk, die het volume een concrete vorm geven zoals: •
Een set-back
•
Een uitbouw
•
Een verticale verschuiving
•
Een overstek voorbeeld volumes
set-back
set-back
bewerking volume
bewerking volume
vertikale verschuiving
39
v 6.5 •
Dakbeëindiging De gebouwen hebben platte daken, die worden ingericht als groen dak en/of geschikt gemaakt worden voor zonnepanelen.
•
De gevel krijgt ter plaatse van de dakrand een maat/bewerking die het einde van het gevelvlak verbijzonderd en de installaties uit het zicht houden.
hoge dakrand. verbijzondering dakbeeindiging
hoge dakrand. verbijzondering dakbeeindiging
hoge dakrand. verbijzondering dakbeeindiging
40
v 6.6
Aansluiting op het maaiveld
De aansluiting op het maaiveld wordt vormgegeven middels: •
Een
duidelijke
grens
tussen
gebouw
en
landschap •
Begrenzingen
van
de
privé
buitenruimten
worden landschappelijk geïntegreerd •
Buitenruimtes
op
maaiveld
dienen
als
incidenteel opgaand
uitbouw als overgang
groen tegen de gevel
overgangszone tussen publiek en privaat •
Duidelijk herkenbare entrees die uitgesproken zijn in vorm en een heldere markering vormen in verbinding tussen gebouw en landschap
buitenruimte als overgang
hoofdentree = uitbouw = tussenmaat
gebouw en landschap, opgaand groen parkeergarage
overgangszone tussen publiek en privaat
41
v 6.7 •
Entrees Entrees van de woongebouwen op het ‘maaiveld’ zijn herkenbaar, transparant, hebben allure en vallen op als bijzondere objecten die de overgang tussen gebouw en landschap markeren.
•
Voorop staat dat maat en vormgeving integraal onderdeel van het gebouw zijn.
•
De entrees worden, met uitzondering van de drie laagse blokken C en G, visueel twee verdiepingen hoog vormgegeven.
•
De entrees geven zicht op een goed ontworpen entreehal. - Kleur en vormgeving van de entreehal zijn afgestemd en vormen een integraal onderdeel van het plan.
herkenbaar en transparant
allure en herkenbaarheid
transparante entree
bijzondere objecten
42
v 6.8 •
Inrit van de parkeergarages De inritten worden ontworpen als een integraal en volwaardig onderdeel van het gebouw en het landschap inrit
parkeergarage met begroeide gevel
inrit v 6.9 •
Parkeergarages De parkeergarages zijn zowel voor de fiets als
P en K zicht op groen
de auto en vormen een integraal onderdeel van ieder gebouw en van het landschap. •
De ruimte dient licht, verzorgd en overzichtelijk te zijn. Thuiskomen begint voor veel bewoners in de garage. De woningentrees in de garage zijn herkenbaar en transparant en vormen een eenheid met de hoofdentree op maaiveld.
•
De garage ter plaatse van P en K heeft een bijzondere positie in het plan; deze is lang en
goed verlicht en verzorgd garage
beslaat twee verdiepingen. Aan de noordzijde is de garage voorzien van een semitransparante groene gevel die daglicht toelaat en zicht biedt op de zone langs de spoordijk. Dek op verdieping voorziet in parkeren in openlucht. Dek wordt op verdieping voorzien van geïntegreerd hekwerk/ pergola
en/of
doorlopende
groengevel
om
beeldkwaliteit van noordgevel en veiligheid te garanderen. •
In het
het
interieur
moet
bovengelegen
zichtbaar
zijn
de
connectie
gebouwdeel
middels
daglicht,
met
P en K daglicht in de garage
goed kleur,
materiaal en herkenbaarheid van de entrees. •
Nooduitgangen en ventilatie voorzieningen van de verdiepte garages worden ontworpen als een integraal en volwaardig onderdeel van het gebouw en het landschap
toegang woongebouw vanuit de garage
43
v 6.10
Gebouw gebonden buitenruimten en
galerijen Er komen verschillende type buitenruimten en galerijen in het plan voor: A.
Balkon/galerij welke architectonisch ondergeschikt is aan de gevel: - Dit type heeft een ‘slank’ ogende vloerplaat en is ‘onzichtbaar’ bevestigd aan het gebouw (geen consoles). - Hekwerken worden vormgegeven als ‘open hekken’ bijvoorbeeld als spijlenhek of stripstalen hek. Het hoofdvolume blijft zichtbaar door de (franse) balkons/ galerijen
.
heen.
balkons en galerijen in relatie tot volume
volume zichtbaar achter balkons
plattegrond plattegrond
aanzicht
icht
aanzicht
aanzicht plattegrond
egrond
hekwerktype 3
stalen kokers 10x60plattegrond
stalen kokers 10x60
stalen kokers 10x60
nzicht ht
ttegrond grond
aanzicht plattegrond
hekwerktype 1 hekwerktype 3
plattegrond hekwerktype 5
stalen kokers 10x60 balkon balustrade als onderdeel van de massa
plattegrond plattegrond
hekwerktype 5
plattegrond plattegrond
stalen kokers 10x60
aanzicht
aanzicht
aanzicht aanzicht plattegrond
aanzicht plattegrond
aanzicht
plattegrond
hekwerktype 2
hekwerktype 4
hekwerktype 6
plattegrond plattegrond kader; stalen kokers 10x60
plattegrond kader; stalen kokers 10x60
stalen kokers 10x60
spijlen ;rond 10 hekwerktype 5 hekwerktype 4 kader;stalen stalenkokers kokers10x60 10x60
egrond
aanzicht
spijlen ;rond 10 6 hekwerktype
stalen kokers 10x60 Typehekwerk: In het project worden verschillende types hekwerk toe gepast. ;rond Despijlen hekwerken zijn 10 opgebouwd uit standaard stalen profielen die per type anders worden verwerkt. Zie onderstaand overzicht en bijlage 002a voor impressies.
diversiteit in hekwerken en balustrades
type en kleur zie 002balkonhekken afwerkstaat diversiteit open
hekwerk toegangspoorten tpv doorgangen naar het dek en het hekwerk van de speedgate parkeerentree tpv blok B2, B4 en B6: rk toe gepast. hekwerken cf hekwerktype blok. Gezien de hoogte van deze hekwerken dimensionering profiel afstemmen iom leverancier len profielen die per type anders worden verwerkt.
mpressies. 0.2017
V Y
Kranenburgweg 134 2583 ER Den Haag
201501
type en kleur zie 002 afwerkstaatprincipe materiaal en textuur gevels
het dek en het hekwerk van de speedgate parkeerentree tpv blok B2, B4 en B6: a F +31(0)70 33 88 330 gte van deze hekwerken dimensionering profiel afstemmen iom leverancier WWW.VYA.NL 002a
zicht
T +31(0)70 35 88 391
201501
SuHa blok A en B Osdorp
principe materiaal en textuur gevels
aanzicht
SuHa blok A en B Osdorp
-
datum
13.10.2017
schaal
hekwerk type
tek.nr.
DO 002a
datum
13.10.2017
schaal
hekwerk type
tek.nr.
DO 002a
44
v B.
Balkon/ galerij welke een geluidswerende functie heeft: - Dit type heeft een dunne vloerplaat en is onzichtbaar bevestigd aan het gebouw (geen consoles). - Hekwerken kunnen worden voorzien van een glazen borstwering / al dan niet te openen scherm. Het hoofdvolume blijft zichtbaar door het balkon/galerij heen.
C.
Balkon en/of galerij welke architectonisch onderdeel vormt van de massa en deze mede
vormt.
- Dit type heeft een balustrade of een
referentie ‘open hek’
borstwering die het verlengde is van het materiaal van de gevel en het detail van het gebouw. D.
Dakterras: De sprong in de massa biedt ruimte voor een (groen) dakterras voor prive gebruik. -hekwerken en eventuele privacyschermen zijn integraal ontworpen. -Hekwerken uitvoeren cf hekwerk type behorende bij het blok zoals hierboven beschreven: Minimaal 1000mm van de gevel
E.
Daktuin: De sprong in de massa biedt ruimte voor een (groene) daktuin voor gemeenschappelijk gebruik. -Minimaal 50% groen in de vorm van
referentie ‘open hek’
kruiden/sedum en struiken of een hoogwaardiger vegetatie. -Hekwerken uitvoeren cf type van het blok: Minimaal 1000mm van de dakrand. -voetpaden/ verharding niet langs de randen van de daktuin positioneren en altijd . laten flankeren door groen. •
Hekken/
balustrades
worden
per
gebouw
verschillend vormgegeven en ondersteunen de diversiteit van de gebouwen. •
Noodtrappen ontworpen als een integraal en volwaardig onderdeel van het gebouw en het landschap
In de beschrijving van de afzonderlijke gebouwen is
galerij als onderdeel van de massa
45
v 6.11 Op
Verbindingsbruggen twee
plekken
in
het
plan
komen
verbindingsbruggen voor, tussen Gebouw A en B en gebouw E en F. •
De
bruggen
zijn
licht
vormgegeven
en
geconstrueerd, maximaal open, transparant en ondersteunen de vorm van de volumes. •
De bruggen zijn geen voortzetting van de volumes maar komen er ‘los’ van.
•
Vrije doorloop op maaiveldniveau en zicht tussen de gebouwen door is maximaal.
transparantie
bruggen komen los van het volume
vrije doorloop op maaiveldniveau
46
v 6.12
Installaties
Installaties die meegenomen worden tijdens de bouw •
Installaties
dienen
geïntegreerd
te
mee-ontworpen
worden
in
het
en
gebouw/
landschap •
Installaties op het dak, bij voorkeur zoveel mogelijk uit het zichtvanaf maaiveld; achter een hoge dakrand of in een daartoe ontworpen scherm o.i.d.
•
Glazenwas-installaties
hoogbouw
worden
geïntegreerd in het ontwerp •
Ruimten voor Trafo en warmte integraal en volwaardig onderdeel van gebouw en/of het landschap.
installaties zoveel mogelijk uit het zicht achter verhoogde dakrand of wand op het dak
Installaties toegevoegd na de oplevering •
Onvoorziene toevoegingen aan het gebouw na
oplevering
dienen
zodanig
te
worden
gepositioneerd en gedetaillerd dat ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en vanuit de collectieve hoven.
installaties zoveel mogelijk uit het zicht achter verhoogde dakrand of wand op het dak v 6.13 •
nestvoorzieningen
Nestkasten dienen mee-ontworpen te worden en worden afgestemd op de uitstraling en ritmiek van de gevel.
•
Ze zijn ingebouwd, ingetogen en onderdeel van de architectuur.
afgestemd op ritmiek gevel
ingebouwd, ingetogen en onderdeel van de architectuur
47
v 6.14
Zonweringen en rolluiken
Eventuele (toekomstige) zonweringen en/of (rol-) luiken dienen mee-ontworpen en worden afgestemd op de uitstraling en ritmiek van de gevel.
referentie luiken geintegreerd in het ontwerp
v 6.15
referentie zonwering geintegreerd in het ontwerp
Toevoegingen aan gebouwen:
verlichting, huisnummers en reclame Ter plaatse van de collectieve voorzieningen en/of commerciële functies is ruimte voor reclame. Deze wordt geïntegreerd in het ontwerp en zorgvuldig mee ontworpen. Verlichting, huisnummers en eventuele andere toevoegingen aan de gebouwen worden zorgvuldig mee ontworpen en dragen bij aan de kwaliteit van het gebouw.
referentie reclame geintegreerd in het ontwerp
48
7. Ontwerp buitenruimte 7.1 In
Integrale visie op het totale plan is
ontstaat er een gevarieerde ruimtelijke beleving
aangegeven dat Zwanenpark te typeren is als een
de
stedenbouwkundige
van hoogtes en laagtes. De glooiingen verzorgen
woonpark, waarin gebouw en landschap integraal
een prettige overgang naar de privé (buiten)
verweven
ontwerp
ruimtes van de nieuwe bewoners en dragen bij aan
borduurt hier als vanzelfsprekend op door, door het
de heldere overgang tussen openbaar en privaat.
vormgeven van een glooiend parklandschap. Hier
Het ontwerp van deze glooiingen en de hieraan
wordt ruimte geboden aan mens, flora en fauna.
verbonden overgangen tussen openbaar en privé,
Door de glooiingen van het landschap worden de
is een kenmerkende opgave voor de uitwerking van
parkeervoorzieningen aan het zicht onttrokken en
het plan.
zijn.
Het
visie
(hfst
landschappelijk
3)
Gebouwen in een glooiend landschap voor mens, flora en fauna
7.2
Landschappelijk concept
Het plan kent twee ruimtelijke principes: het hof (semi-openbaar) en het park (openbaar). Het hof is gelegen tussen de bouwblokken en vormt de binnenwereld van het plan. Hier wordt met scherpe en krachtige lijnvoering ontworpen. Het park ligt rondom de bouwblokken en vormt de overgang naar de omgeving. Dit park is landschappelijk
vormgegeven
met
verslingerde
lijnen.
= hof = park
Concept vormentaal hof en park
49
7.3
Schetsontwerp
Om de integrale kwaliteit van het plan te kunnen toetsen, is er een schetsontwerp gemaakt van de buitenruimte. Dit ontwerp vormt het vertrekpunt van de verdere uitwerking.
demarcatiekaart
plangrens grens ‘collectief’ - ‘privaat’
50
8. Landschappelijk toetsingskader
Het
ontwerp
van
de
buitenruimte
kent
twee
verschillende beheersystemen; een deel is openbaar gebied en wordt beheerd door de gemeente. Een ander deel is van de toekomstige bewoners en wordt in mandeligheid uitgegeven. Het is aan de toekomstige bewoners om dit deel te beheren, al dan niet uitgevoerd door een specialist. Het deel van de gemeente (het openbare gebied) wordt ingericht in lijn met de HIOR en in afstemming met de beheerders van de gemeente Nijmegen. Voor de uitwerking van het schetsontwerp (zie voorgaande
pagina)
zijn
een
viertal
principes
sturend, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht; 1.
Er is sprake van één herkenbare beeldtaal: Eén Zwanenpark
2.
Binnen
die
beeldtaal
deelgebieden en
het
zijn
gebaseerd
stedenbouwkundig
er
verschillende
op
de
context
ontwerp:
Vier
deelgebieden 3.
Het plan bestaat uit een glooiend landschap waarbij de glooiingen een belangrijk onderdeel vormen van de beleving van het gebied: Variatie in glooiingen
4.
Plekspecifieke inrichtingen verzorgen enerzijds herkenbaarheid en anderszijds een wenselijke variatie in het plan: Landschappelijke details.
51
8.1
Eén Zwanenpark met twee identiteiten
Er is sprake van twee ruimtelijke principes in het ontwerp van de buitenruimte; het hof en het park. Deze identiteiten worden onderscheidend van elkaar ingericht. Voor het hof wordt een ontwerpstijl
toegepast
met
scherpe
lijnen
en
overgangen. Het park wordt ingericht met vloeiende lijnen en zachte overgangen. Toch is het niet de bedoeling dat het hof een contrast vormt met het park. We ontwerpen het plan als één woonpark. Materiaalgebruik en beplanting worden op elkaar afgestemd tot een samenhangende beeldtaal. We noemen
deze
beeldtaal
‘natuurlijk
parkachtig’.
Kenmerkend voor deze beeldtaal is een natuurlijke uitstraling
van
grasruigtes
en/of
graszones,
bosplantsoen en solitaire bomen, een zichtbaar watersysteem in de vorm van singels en wadi’s, vaste plantenborders met een natuurlijk bloeiend beeld en verhardingsmaterialen en meubilair wat
Eén Zwanenpark - voor mens, flora en fauna
onderdeel wordt van het geheel. Het beeldspel met
hoogteverschillen
vormt
een
kenmerkend
onderdeel van de beleving van Zwanenpark. Van deze beeldtaal is een moodboard gemaakt die de sfeer van de toekomstige uitwerking verbeeld.
Ambitieniveau Zwanenpark - natuurlijk parkachtig
52
Het plan kent twee beheergebieden. De overgangen tussen
de
gebieden
zijn
voor
de
beheerders
zichtbaar, maar vanuit de ruimtelijke beleving niet.
Regels ‘één Zwanenpark’ •
Zwanenpark voelt als een ruimtelijk samenhangend
De beeldtaal van de uitwerking is ‘natuurlijk parkachtig’. De uitwerking moet aansluiten
ontwerp.
bij het moodboard van pag. 52
Ook de overgangen tussen de private tuinen en de
•
collectieve ruimtes zijn niet ‘op het eerste gezicht’ herkenbaar. De overgangen worden landschappelijk
Materiaalgebruik en beplanting worden samenhangend ontworpen
•
Het
totale
landschap
wordt
glooiend
ingepast en/of zijn onderdeel van de architectuur. Als
vormgegeven. De glooiingen zijn divers
beeldtaal voor deze inpassing wordt het glooiende
o.a. met verschillende steiltes) ontworpen
landschap benut.
en dragen bij aan beleving en gebruik. •
Overgangen tussen privaat en collectief
Omdat het plan voor zowel mensen als dieren is
worden landschappelijk vormgegeven en/
bestemd, dient er in de uitwerking een heldere
of zijn onderdeel van de architectuur
zonering te worden gemaakt. Sommige zones zijn
•
meer gericht op de mens, andere ruimtes zijn
zijn herkenbaar voor een beheerder, maar
meer gericht op de natuur en zijn daarom beperkt toegankelijk voor de mens. Hiermee maken we het
De overgangen tussen de beheergebieden niet voor bewoners en voorbijgangers.
•
Er dient een zoneringsplan te worden
mogelijk dat er een symbiose gaat ontstaan tussen
gemaakt
mens, flora en fauna.
mate van menselijke inmenging wordt
In
de
inrichting
gehouden
met
wordt de
nadrukkelijk
habitat
van
rekening
verschillende
voor
de
fauna,
waarin
de
omgeschreven •
Er wordt een habitatontwerp gemaakt
doelsoorten, waaronder in elk geval de huismus,
voor minimaal de doelsoorten ‘gewone
de
dwergvleermuis’, ‘huismus’ en ‘gierzwaluw’
gewone dwergvleermuis en de gierzwaluw.
Voor deze doelsoorten wordt aan de hand van de vier V’s (Voedsel, Verblijf/Veiligheid, Voortplanting, Verbinding) een onderbouwing gegeven van hun habitat.
Een glooiend landschap met gevarieerde overgangen
53
8.2
Vier sfeergebieden
Zoals in de toelichting op het stedenbouwkundig ontwerp in paragraaf 3.6 al is omschreven heeft het gebied een vanzelfsprekende hiërarchie gekregen door
de
positionering
van
de
gebouwen.
De
hiërarchie haakt aan op de bestaande structuren van de wijk. Door deze contextuele inpassing zijn er een viertal sfeergebieden te onderscheiden 1.
De kanaalzone en de trechter
2.
Het centrale park
3.
De natuurwal
4.
De hoven De kanaalzone en de trechter Het centrale park De natuurwal De hoven Vier sfeergebieden
8.2.1 De kanaalzone en de trechter De
kanaalzone
is
een
kenmerkende
landschapstructuur op de schaal van Nijmegen. Zwanenpark ligt aan deze kanaalzone. Hier wordt de grote schaal van het kanaal en de begeleidende bomenlaan omarmd. Aan de hand van een zestal landschappelijke ingrepen wordt het park ingericht. (Zie voor de verbeelding de volgende pagina.) De inrichting van het landschap wordt gecomponeerd op de bebouwing van Zwanenpark en de voorziening in de plint. De paden (fiets- en wandelpaden) volgen de gebogen vorm van de gevel van de commerciële ruimte in de voet van het torengebouw H. Door de verslingering van de paden ontstaan ruimtes in het park, die bestaande en nieuwe speel- en ontmoetingsplekken hun ruimtelijke positie geven. In dit deel van het park is er ruimte voor speel- en ontmoetingsplekken voor verschillende doelgroepen en het toepassen van kunst, als versterking van de oriëntatie en leefkwaliteit.
kanaalzone - schetsontwerp
54
De zes ontwerpprincipes van de kanaalzone
doorlopend landschap
positie aan het kanaal
bijzondere voorziening
park en wandeling
speelse alure
groep bomen
basketbalkooi
speelveld
voorzieningen in de openbare ruimte
ambitieniveau kanaalzone en trechter
55
Het is belangrijk dat de sfeer van de kanaalzone wordt verbonden met de sfeer van geheel Zwanenpark.
Regels ‘kanaalzone en trechter’
Dit gebeurt via de zone die we ‘de trechter’ noemen.
•
Hier lopen dezelfde wandelpaden in een verslingerde vormgeving, als in de kanaalzone. Ook de sfeer van
De kanaalzone wordt ingericht volgens de zes ontwerprincipes
•
de beplanting is afgestemd.
De trechter sluit qua sfeer aan op de inrichting van de kanaalzone
Als onderdeel van ‘de trechter’ wordt de 43e straat
•
heringericht tot een hoogwaardige buurtweg, met een parkachtige uitstraling. De weg wordt begeleid
Bestaande bomen worden zoveel mogelijk ingepast.
•
De bestaande buurtontsluiting (de 43e
met een sterke boomstructuur en hagen. Tussen
straat)
de groenvoorzieningen kan worden geparkeerd.
deze
Om te zorgen voor een veilige oversteek vanuit de wijk naar Zwanenpark worden er drempelplateaus
wordt
wordt
heringericht,
voorzien
van
een
waarbij sterke
boomstructuur. •
Eventuele parkeervoorzieningen worden
gemaakt ter plekke van verbindende voetpaden.
ingepast in hagen en/of andersoortige
De afwatering van de weg wordt aangesloten op
groenvoorzieningen.
de bestaande waterstructuur van Zwanenveld. parkeerplaatsen
ingepast.
Deze
moeten
•
zo
Er
worden
landschappelijk mogen worden ingepast, waarbij
verbindende
de bestaande bomen maatgevend zijn. Langs het
inpassing
centrale park mogen geen parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hier is een vrij zicht op deelgebied 2.
snelheidsremmende
maatregelen toegepast ter plekke van voetpaden,
van
waarbij
drempelplateus
de
wordt
onderzocht. •
Toegevoegde parkeerplaatsen bij voorkeur uitvoeren als grasparkeren.
de trechter - schetsontwerp
56
8.2.2 Het centrale park In het hart van Zwanenpark ligt het centrale park. Dit sfeergebied wordt parkachtig en natuurlijk ingericht,
conform
de
algehele
beeldtaal
van
Zwanenpark. Het park loopt tot aan de gevel van de gebouwen. Kenmerkend voor het centrale park is de glooiende parkachtige vormgeving die ontstaat door het toeppassen van een van waterberging in de vorm van een wadilandschap en de inpassing van verschillende parkeerdekken. De hoogteverschillen en glooiingen worden benut om speelaanleidingen en -plekken, verblijfsplekken en variatie in beplanting vorm te geven. In
het
park
is
ruimte
om
speel-
en/of
ontmoetingsplekken in te passen. Deze worden met een natuurlijke beeldtaal en in samenhang met elkaar ontworpen. Het park speelt met open- en besloten ruimtes, door het toepassen van gelaagde beplanting. Het beplantingsplan moet worden uitgewerkt in vier lagen; gazon en bodembedekkende beplanting, halfhoge heesters en vaste planten, (meerstammige) heesters en kleine bomen, parkbomen. In het park worden de bestaande platanen ingepast en worden solitaire parkbomen toegevoegd en clumps. De paden van het park sluiten aan op de paden van ‘de trechter’ en hebben eenzelfde verslingerde
het centrale park - schetsontwerp
beeldtaal. De paden worden zo ingericht dat er meerdere ommetjes in het park mogelijk zijn. Aan de noordzijde van het park wordt een bordes gemaakt
die
wordt
ingericht
als
belangrijke
Regels ‘centraal park’ •
‘gevel tot gevel’. De gebouwen staan dus
verblijfsplek in het park, deze wordt in afstemming met de bebouwing wordt gecomponeerd. Door te spelen met zichtlijnen worden de beleving van het park gevarieerd. De paden van het park eindigen aan de noordzijde in
een
bijzondere
overgang,
die
aansluit
Het park is eenduidig vormgegeven van met de voeten in het park.
•
De waterberging wordt integraal in het park ingepast als een wadilandschap.
•
Hoogteverschillen tot
op
een
in
het
park
versterking
van
de
leiden
beleving
en worden onder andere ingericht met
sfeergebied ‘de hoven’.
speelaanleidingen en/of verblijfsplekken. •
In de noordzijde van het plan worden hoogteverschillen gebruikt voor het maken van een belangrijke verblijfsplek in het park.
•
Paden sluiten aan op de paden uit de omgeving. Ze hebben een parkachtige uitstraling
•
Bestaande bomen worden ingepast.
•
In het centrale park ruimte is voor een aantal bomen van de eerste grootte.
• voorbeeld van een
voorbeeld van natuurlijk
wadilandschap
parkachtig
Er wordt een beplantingsplan opgesteld aan de hand van vier beplantingslagen
57
8.2.3 De hoven
verblijfsplekken gemaakt en een secundaire toegang
Binnen het sfeergebied ‘de hoven’, wordt het
aan de hofzijde, die de overgang vormen tussen
landschap ingericht als een verblijfsruimte voor
het grote collectief en de appartementengebouwen
de bewoners van de gebouwen. De hoven zijn
(zie voor een nadere toelichting het hoofdstuk
privaat collectief en worden derhalve beheerd en
‘landschappelijke details’.
onderhouden binnen een VvE. Bezoekers zijn hier ook welkom. De overgang tussen de hoven en de andere sfeergebieden wordt daarom zonder obstakels, zoals hekwerken, vormgegeven. Centraal in het hof ligt een wandelroute, die is omzoomd met beplante taluds en een parkachtige
Regels ‘hoven’
inrichting. De route is geschikt voor rolstoelgebruik
•
obstakels vormgegeven
en verbindt de 41e en 43e straat met de entrees van het spoorgebouw. De route is eveneens toegankelijk
• • • •
centrale
route
is
geschikt
voor
Het water wordt zichtbaar afgevoerd en vormt onderdeel van de beleving.
wandelroutes in de hoven zijn met elkaar verbonden middels een route voor het wandgebouw langs,
De
rolstoelgebruik en voor calamiteiten.
en de pleintjes zijn er kleine wandelroutes door de omgrenzende tuinen van de hoven. De centrale
De centrale route wordt ingericht als verblijfsruimte
verblijfsgebied wordt beleefd. Op de pleintjes wordt zitgelegenheid gemaakt. Vanaf de centrale route