CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D25 d.d. 28 februari 2023 inzake Ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte Uitbreiding bedrijventerrein De Grift93.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

RAPPORT Akoestisch onderzoek Uitbreiding Bedrijventerrein De Grift Akoestische bevindingen ten behoeve van het bestemmingsplan, de reconstructie van de kruising van de Griftdijk met de Stationsstraat en nieuwe aanleg van wegen op het bedrijventerrein Klant:

Gemeente Nijmegen

Referentie: BI5542-MI-RP-221230-1535 Status:

S0/P01.01

Datum:

17 februari 2023

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Akoestisch onderzoek Uitbreiding Bedrijventerrein De Grift Sub titel: Akoestische bevindingen ten behoeve van het bestemmingsplan, de

reconstructie van de kruising van de Griftdijk met de Stationsstraat en nieuwe aanleg van wegen op het bedrijventerrein Referentie: BI5542-MI-RP-221230-1535 Status: P01.01/S0 Datum: 17 februari 2023 Projectnaam: Bedrijventerrein De Grift Projectnummer: BI5542-101-100 Auteur(s): Fred Wittekamp Opgesteld door: Fred Wittekamp Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: Datum:

Classificatie Open

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

i

Open

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

ii

Open

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Wettelijk kader

6

Algemeen

6

Omvang geluidzones

6

Geluidgevoelige objecten

7

Definitie gevel conform Wgh

8

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting

8

Aftrek conform art. 110g Wgh

9

De plicht tot toetsing aan grenswaarden

9

Sanering Reconstructie van een weg

9 9

Cumulatie

13

Uitstraling van de effecten

14

Gemeentelijk/provinciaal beleid

14

2.11

Industrielawaai ten gevolge van het bedrijventerrein De Grift

14

2.12

Windturbines

15

3

Uitgangspunten

16

Wegontwerp

16

Onderzoeksgebied

16

De onderzochte situatie

18

Gebruikte rekenmethode

18

Etmaalintensiteiten

18

Snelheden van de voertuigen

20

Verharding wegdek

20

Optrektoeslag

20

Afschermende voorzieningen

21

Te onttrekken geluidgevoelige objecten en af te breken bebouwing

21

Rekenpunten

22

3.12

Werkwijze en modellering industrielawaai van het bedrijventerrein

22

4

Werkwijze akoestische beoordeling

24

4.1

Bestemmingsplan uitbreiding De Grift

24

4.2

De reconstructie van de kruising van de Griftdijk en de Stationsstraat

25

2.3

2.7.1 2.7.2

3.8

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

iii

Open

5

Akoestische beooordeling Bestemmingsplan uitbreiding De Grift

26

5.1

Inleiding

26

5.2

Methodiek voor de beoordeling

26

5.3

Resultaten akoestische beoordeling

27

5.3.1 5.3.2

Beoordeling op rekenpunten Beoordeling door middel van contouren

28 30

5.4 Effect van de aanleg van het bedrijventerrein op de dichtst buiten het bestemmingsplangebied gelegen geluidgevoelige bestemmingen

32

5.5

Conclusie

35

6

Akoestische beoordeling reconstructie kruising Griftdijk – Stationsstraat 36

6.1

Inleiding

36

6.2

Reconstructie kruising Griftdijk-Stationsstraat

36

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

Methodiek voor de beoordeling Resultaten akoestische beoordeling reconstructie kruising Beoordeling op rekenpunten Conclusie

37 39 41 42

6.3

Akoestische beoordeling nieuwe wegen uitbreiding

43

7

Geluidbeperkende maatregelen

44

De Griftdijk

44

De Stationsstraat

45

Conclusie

46

8

Bijlagen Bijlage 1: Bestemmingsplan met het wegontwerp Bijlage 2: Verkeersgegevens Bijlage 3: Beoordelingspunten op woningen in het bestemmingsplan en de zone van de reconstructie Bijlage 4: Rekenresultaten bestemmingsplan Bijlage 5: Rekenresultaten reconstructie van de Griftdijk en de Stationsstraat en de nieuwe aanleg van wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein Bijlage 6: Effecten van de uitbreiding van het bedrijventerrein op de dichtst bij het bestemmingsplangebied gelegen woningen

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

iv

Open

Managementsamenvatting Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van de gemeente Nijmegen een akoestisch onderzoek verricht naar de optredende geluidbelasting voor de uitbreiding van het bedrijventerrein de Grift. Ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt een bestemmingsplan opgesteld dat naast de mogelijkheid voor de vestiging van bedrijven ook de aanleg van nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein en de reconstructie van de kruising Griftdijk-Stationsstraat mogelijk maakt. De kruising van de Griftdijk en de Stationsstraat wordt gewijzigd van een rotonde in een kruising met verkeersregelinstallatie om tot een betere afwikkeling van het verkeer te komen. Het voorliggende akoestisch onderzoek geeft inzicht in de optredende geluidbelasting op de twee in het bestemmingsplangebied gelegen woningen Griftdijk 234 en 236. Vanwege hun ligging op het bedrijventerrein zullen zij effect ondervinden van de uitbreiding. Ook is weergegeven welke geluidbelasting zij ten gevolge van de windturbines, Betuwespoorlijn en overige spoorlijnen, rijksweg 15, het onderliggend wegennet en de nieuw aan te leggen wegen ondervinden. Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in de geluidbelasting als gevolg van de uitbreiding op woningen buiten het bestemmingsplangebied.

Bij de reconstructie van de kruising van de Griftdijk en Stationsstraat is een onderzoeksgebied bepaald waarin 145 woningen gelegen zijn waarop de effecten van de wijziging van de kruising van de Griftdijk en de Stationsstraat zijn weergegeven (inclusief de 5 tijdelijke zorgwoningen Skaeve Huse). Tevens is het effect van de nieuwe wegen in de uitbreiding op deze woningen bepaald. Resultaten Bestemmingsplan In het bestemmingsplangebied zijn de woningen Griftdijk 234 en 236 gelegen. Het blijkt dat ten gevolge van het plan: • De uitbreiding van het bedrijventerrein op de twee woningen aan de Griftdijk een overschrijding van de voorkeurswaarde Letmaal van 50 dB(A) voor woningen op een bedrijventerrein geeft tot een maximum van 63 dB (A) op Griftdijk 236. Het benutten van de maximale planologische ruimte volgend uit de toegestane milieucategorieën voor het bestaande bedrijventerrein geeft nagenoeg geen wijziging in de geluidbelasting. • De geluidbelasting Lden van de Betuwespoorlijn en overige spoorlijnen bedraagt maximaal 58 dB. • De geluidbelasting Lden ten gevolge van de windturbine bedraagt maximaal 50 dB en in de nachtperiode Lnight 44 dB. • De geluidbelasting Lden ten gevolge van het onderliggend wegennet bedraagt maximaal 58 dB Inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh).

• De geluidbelasting Lden ten gevolge van rijksweg A15 bedraagt maximaal 50 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh). • De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 66 dB. Vanwege het doortrekken van rijksweg A15 zal de geluidbelasting van rijksweg 15 met 1 dB toenemen. Op het onderliggend wegennet wordt een kleine toename van enkele tienden van een dB geconstateerd. Er wordt door de doortrekking van rijksweg A15 een kleine toename van de cumulatieve geluidbelasting opgemerkt van 0,1 dB. De hoogste waarde verandert niet en blijft 66 dB. Voor de woningen in de directe nabijheid van het bedrijventerrein wordt over het algemeen een toename van 1 tot 2 dB(A) geconstateerd vanwege de uitbreiding van het terrein, met uitzondering van Stationsstraat 29. Hier is de toename groter.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

1

Open

Het toestaan van de benutting van de maximale milieucategorieën voor het bestaande bedrijventerrein laat toenamen zien van 1 tot 8 dB(A) op de woningen afgezien van de uitbreiding van het terrein. Reconstructie van de kruising van de Griftdijk en de Stationsstraat Uit de rekenresultaten volgt: • In de huidige situatie bedraagt de hoogste geluidbelasting Lden (inclusief aftrek ex artikel 110g) o Ten gevolge van de Griftdijk maximaal 62 dB; o Ten gevolge van de Stationsstraat maximaal 59 dB; o Ten gevolge van het overig onderliggend wegennet 50 dB; o Ten gevolge van rijksweg 15 50 dB. • In de toekomstige situatie met plan zonder doorgetrokken rijksweg 15 o Ten gevolge van de Griftdijk maximaal 58 dB; o Ten gevolge van de Stationsstraat maximaal 59 dB; o Ten gevolge van het overig onderliggend wegennet 50 dB; o Ten gevolge van rijksweg 15 51 dB. • In de toekomstige situatie met plan en doorgetrokken rijksweg 15 o Ten gevolge van de Griftdijk maximaal 58 dB; o Ten gevolge van de Stationsstraat maximaal 58 dB; o Ten gevolge van het overig onderliggend wegennet 50 dB.

o Ten gevolge van rijksweg 15 52 dB • De toename voor de toekomstige situatie met plan zonder doorgetrokken rijksweg 15 ten opzichte van de huidige situatie bedraagt: o Voor de Griftdijk maximaal 0,95 dB (op Rondweg 5); o Voor de Stationsstraat maximaal 0,65 dB (op Stationsstraat 26); o Voor het overig onderliggend wegennet maximaal 0,45 dB (op Rondweg 5); o Voor rijksweg 15 maximaal 1,70 dB (op Griftdijk 236); • De toename voor de toekomstige situatie met plan en doorgetrokken rijksweg 15 ten opzichte van de huidige situatie bedraagt: o Voor de Griftdijk maximaal 1,04 dB (op Rondweg 5); o Voor de Stationsstraat maximaal 0,76 dB (op Stationsstraat 26); o Voor het overig onderliggend wegennet maximaal 0,47 dB (op Rondweg 5); o Voor rijksweg 15 maximaal 2,62 dB (op Griftdijk 236). Doordat in de toekomstige situatie de wettelijke snelheid (vanaf de aansluiting met de nieuwe weg naar het bedrijventerrein) op de Griftdijk van 80 km/u naar 50 km/u afneemt en ten zuiden van 60 km/u naar 50 km/u, neemt de geluidbelasting af. Enerzijds door de snelheidsreductie en anderzijds door de hogere aftrek die volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag worden toegepast. Nieuw aanleg van de nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein De woningen aan de Griftdijk 234 en 236 zijn de meest nabijgelegen woningen.

De hoogste geluidbelasting Lden die wordt ondervonden ten gevolge de nieuwe wegen bedraagt 47 dB op de woning aan de Griftdijk 236. Dit voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) voor de aanleg van een nieuwe weg. De Wet geluidhinder stelt vanwege deze wegen geen aanvullende eisen aan de wegen. Conclusie De constateringen en aanbevelingen zijn: • Ten gevolge van de uitbreiding van het bedrijventerrein De Grift zal op de woningen aan de Griftdijk 234 en 236 een toename van de geluidbelasting gaan optreden. Het industrielawaai zal 63 dB(A) gaan bedragen. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 66 dB;

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

2

Open

•

•

•

• • •

Voor de woningen in de directe nabijheid van het bedrijventerrein wordt over het algemeen een toename van 1 tot 2 dB(A) geconstateerd vanwege de uitbreiding van het terrein, met uitzondering van Stationsstraat 29. Hier is de toename groter. Het toestaan van de benutting van de maximale milieucategorieën voor het bestaande bedrijventerrein laat toenamen zien van 1 tot 8 dB(A) op de woningen afgezien van de uitbreiding van het terrein. Door de wijziging van de kruising van de Griftdijk en de Stationsstraat van een rotonde in een kruising met een verkeersregelinstallatie, het aanbrengen van een kruisingsvlak met verkeersregelinstallatie met de nieuwe ontsluitingsweg en de Windmolenweg treedt er geen wettelijk reconstructie-effect op. Wel worden kleine toelaatbare toename geconstateerd Op basis van de verkeersgegevens die zijn afgeleid voor rijksweg 15 wordt een toename geconstateerd voor de geluidbelasting van rijksweg 15. Zowel ten gevolge de Stationsstraat als voor de overige wegen treedt geen reconstructie-effect op zonder en met doorgetrokken rijksweg op; Voor de aanleg van de nieuwe wegen wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan op de geluidgevoelige bestemmingen.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

3

Open

1

Inleiding

De gemeente Nijmegen is voornemens om het bedrijventerrein de Grift uit te breiden. Daartoe stelt zij een bestemmingsplan op. Om de effecten van de uitbreiding van het bedrijventerrein goed te kunnen beoordelen wordt tevens een MER uitgevoerd om de impact op de omgeving te kunnen beoordelen (dit wordt in een apart rapport beschreven). In het bestemmingsplangebied voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift zijn twee woningen gelegen; Griftdijk 234 en 236. Voor deze woningen wordt inzichtelijk gemaakt welke geluidbelasting wordt ondervonden ten gevolge van het bedrijventerrein en de andere aanwezige bronnen. Ook geeft het onderzoek inzicht in de geluidbelasting als gevolg van de uitbreiding op woningen buiten het bestemmingsplangebied. Daarnaast wordt in het bestemmingsplan de reconstructie van de kruising van de Griftdijk met de Stationsstraat en de aanleg van de nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein opgenomen. Het voorliggende rapport vormt een akoestische onderbouwing van het bestemmingsplan, de reconstructie van de kruising van de Griftdijk met de Stationsstraat en de nieuwe aanleg van de wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein. In de onderstaande figuur is een afbeelding van het plangebied weergegeven. Om een betere ontsluiting mogelijk te maken wordt de kruising van de Griftdijk met de Stationsstraat opnieuw ingericht.

De aanwezige rotonde wordt vervangen door een kruising met een verkeersregelinstallatie. Het aandachtsgebied voor de reconstructie betreft het deel van de Griftdijk tussen aansluiting met de Rietgraaf en de rotonde met de Keizer Hendrik VI Singel en de Stationsstraat net ten westen van de Lidl tot voorbij het bedrijf Barenbrug Holland B.V. aan de oostzijde van de rotonde. Figuur 1: Overzicht van het plangebied voor de uitbreiding van bedrijventerrein de Grift met gearceerd het bestemmingsplangebied (links). Binnen dit gebied worden de nieuw aan te leggen wegen gerealiseerd. Rechts het onderzoeksgebied voor de reconstructie van de Griftdijk en de Stationsstraat.

De wijzigingen in de omgeving betreffen: • De reconstructie van de kruising van de Griftdijk en Stationsstraat die wordt gewijzigd van een rotonde naar een kruising met verkeersregelinstallaties; • De aanleg van een kruisingsvlak met verkeersregelinstallatie voor de Griftdijk en de nieuwe ontsluitingsweg naar de uitbreiding van het bedrijventerrein; • De aanleg van een kruisingsvlak met verkeersregelinstallatie voor de Griftdijk en de Windmolenweg;

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

4

Open

• •

De aanleg van de nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein; De inrichting van de beoogde vlakken van het bestemmingsplan met een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van de Grift.

In bijlage 1 is een overzicht gegeven van het wegontwerp. Het studiegebied is in bovenstaande figuur 1 aangegeven en in bijlage 2 worden de gehanteerde verkeersintensiteiten op te onderzoeken wegvakken weergegeven. Volgens de Wet geluidhinder dienen de wijzigingen aan de wegvakken te worden getoetst aan de regelgeving en de grenswaarden van deze wet. Voor het bedrijventerrein wordt aangesloten op het kader van de handreiking Bedrijven en milieuzonering van VNG en het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Doel van het onderzoek is te bepalen of sprake is van “reconstructie” zoals omschreven in de Wet geluidhinder. Indien sprake is van reconstructie dan wordt onderzocht welke geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden. Indien de maatregelen niet mogelijk zijn of stuiten op bezwaren dan wordt aangegeven voor welke geluidgevoelige objecten een hogere waarde dient te worden vastgesteld. Voor de nieuwe aanleg van de wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein moet worden vastgesteld of in principe wordt voldaan aan de voorkeurswaarde die opgenomen in is de Wet geluidhinder. Bij de nieuwe aanleg worden de wegen ingericht voor een maximale snelheid van 30 km/u en vallen daarmee strikt genomen niet onder de Wet geluidhinder. Hier wordt in de geest van de Wet geluidhinder getoetst of sprake is van een Goede Ruimtelijke Ordening.

In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 het wettelijk kader geformuleerd en in hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor het onderzoek nader beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de systematiek voor de akoestische beoordeling van het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan en het onderzoek voor de reconstructie en de nieuwe aanleg. Hierna is hoofdstuk 5 gewijd aan het akoestisch onderzoek voor de geluidgevoelige bestemmingen gelegen in het bestemmingsplangebied. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de resultaten van het akoestisch onderzoek naar de reconstructie van de rotonde voor de kruising van Griftdijk en de Stationsstraat in een met een verkeersregelinstallatie geregelde kruising en de nieuwe aanleg van de wegen beschreven. De eventuele geluidbeperkende maatregelen zijn in hoofdstuk 7 beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de conclusie.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

5

Open

2

Wettelijk kader Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige objecten ten gevolge van de wijziging van een weg. Op grond van afdeling 4 van hoofdstuk VI van de Wgh moet onderzoek worden verricht naar de te wijzigen weg(vakken). Van deze wegen moet de geluidbelasting vóór de wijziging van de bestaande wegen en de toekomstige geluidbelasting na wijziging van deze wegen worden onderzocht. Het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) stelt de regels voor het bepalen van de geluidbelastingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is volgens het Rmg2012 het zogenoemde maatgevende jaar. In beginsel is dit het 10de jaar na realisatie van de wijziging aan de weg. De toekomstige geluidbelasting is bepalend voor het treffen van eventuele geluidmaatregelen. Ten aanzien van de wijzigingen aan de bestaande wegen dient ook de heersende geluidbelasting te worden bepaald. Dit is één jaar vóór de wijziging van de weg. In paragraaf 3.3 zijn de toetsjaren beschreven. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing voor zover het gaat om geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van de wegen. Binnen deze zones wordt de geluidbelasting getoetst aan de grenswaarden. De grenswaarden zijn opgenomen in de Wgh en Besluit geluidhinder (Bg).

Omvang geluidzones In art. 74 Wgh zijn de geluidzones gedefinieerd. De geluidzones zijn te beschouwen als aandachts- of onderzoeksgebieden. Zones zijn van rechtswege aanwezig. Dat wil zeggen dat er geen apart besluit nodig is om ze in te stellen. Op het moment dat het aantal rijstroken van de weg zodanig wordt gewijzigd dat daar een andere wettelijke zonebreedte bij hoort, is die nieuwe zonebreedte automatisch van kracht. De wettelijke breedte van de geluidzone wordt bepaald door het aantal rijstroken van de weg, en het binnen- of buitenstedelijke karakter van de omgeving langs de weg. In de volgende tabel zijn de wettelijke zonebreedten opgesomd die de Wgh kent. Tabel 2.1: Zonebreedten wegverkeer. Aantal rijstroken

Breedte van de geluidzone Buitenstedelijk gebied

Stedelijk gebied

1 of 2

250 m

200 m

3 of 4

400 m

350 m

5 of meer

600 m

350 m

In art. 1 Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: • buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (bepaald door borden komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; • stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

6

Open

Voor de geluidgevoelige objecten langs: • de Griftdijk vanaf rijksweg 15 tot net voorbij de kruising met de Stationsstraat, en • de Griftdijk ten zuiden de kruising met de Stationsstraat tot net ten noorden van de rotonde met de Keizer Hendrik VI singel (60 km/u zone), en • de Stationsstraat ten oosten van de kruising met de Griftdijk is sprake van een buitenstedelijk gebied. De zonebreedte langs deze wegen is 250 meter. Voor de geluidgevoelige objecten langs: • de Stationsstraat ten westen van de kruising met de Griftdijk, en • voor de nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein (waarvoor een maximumsnelheid van 50 km/u geldt), is sprake van een binnenstedelijk gebied. De zonebreedte langs deze weg is 200 meter. Wegen die geen zone (art. 74,2 Wgh) hebben, en waarop de Wet geluidhinder dus niet van toepassing is, zijn: • wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

2.3

Geluidgevoelige objecten

Onder geluidgevoelige objecten worden in de Wet geluidhinder verstaan: woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen. De grenswaarden van de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidgevoelige objecten voor zover deze liggen binnen de geluidzone van een weg. Woning Onder een woning wordt verstaan: gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bovengenoemde (art. 1 Wgh). Ander geluidgevoelig gebouw Onder een ‘ander geluidgevoelig gebouw’ wordt verstaan: een bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw, niet zijnde een woning, dat vanwege de bestemming daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft (art. 1 Wgh). Wat betreft het gebruik wordt uitgegaan van het bovengenoemde. Wat andere geluidgevoelige gebouwen zijn, is bepaald in art. 1.2,1 Bg: a. een onderwijsgebouw; b. een ziekenhuis; c. een verpleeghuis; d. een verzorgingstehuis; e. een psychiatrische inrichting; f. een kinderdagverblijf. Geluidgevoelig terrein Onder een ‘geluidgevoelig terrein’ wordt verstaan: een bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft. Wat betreft het gebruik wordt uitgegaan van het bovengenoemde. Onder geluidgevoelige terreinen wordt verstaan (art. 1.2,3 Bg): a. een woonwagenstandplaats; b.

een ligplaats in het water, die in het bestemmingsplan is aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

7

Open

Definitie gevel conform Wgh In art. 1 Wgh is de definitie voor een gevel opgenomen. Onder een gevel wordt verstaan: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of ander geluidgevoelig gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Ingevolge art. 1b,4 Wgh wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. De geluidgevoelige ruimte binnen een woning omvat de ruimte voor zover deze kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2 (art. 1 Wgh). Indien in het bestemmingsplan enkel het geluidgevoelige gebouw als geheel is genoemd en er geen aparte bestemming wordt gegeven voor verschillende delen van het gebouw, valt het geluidgevoelige gebouw in zijn geheel onder de werking van de Bg en is voor alle delen van het gebouw sprake van een gevel.

Als in het bestemmingsplan een aparte bestemming is gegeven voor verschillende delen van het gebouw, dan is alleen sprake van een gevel als zich achter deze gevel een verblijfsruimte bevindt zoals opgenomen in art. 1.1,1d Bg.

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting Reken en meetvoorschrift geluid 2012 In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) is bepaald hoe de geluidbelastingen op geluidgevoelige objecten bepaald moeten worden. Daarbij geldt dat in het rapport de te toetsen geluidbelastingen als afgeronde waarden moeten worden gepresenteerd. Verschillen tussen geluidbelastingen moeten echter worden berekend uit niet-afgeronde waarden, en pas daarna afgerond worden. Bij het afronden van geluidbelastingen of van verschillen tussen geluidbelastingen wordt een waarde die precies op 0,50 eindigt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal (art. 1.3 Rmg2012). Zo wordt een verschilwaarde van 1,49 afgerond naar 1, en een verschilwaarde van 1,50 wordt afgerond naar 2. Een verschil van 2,50 wordt echter ook afgerond naar 2, het dichtstbijzijnde even getal. Een geluidbelasting van bijvoorbeeld 57,50 dB wordt afgerond naar 58 dB, maar een geluidbelasting van 58,50 dB wordt ook afgerond naar 58 dB, het dichtstbijzijnde even getal. Geluidbelasting De geluidbelasting wordt berekend als het gemiddelde van een geheel jaar. Overeenkomstig art.

1 Wgh wordt onder de Lden-waarde verstaan het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden: • het equivalente geluidniveau gedurende de dagperiode Lday (van 07:00 uur tot 19:00 uur); • het equivalente geluidniveau gedurende de avondperiode L evening (van 19:00 uur tot 23:00 uur) vermeerderd met 5 dB; • het equivalente geluidniveau gedurende de nachtperiode Lnight (van 23:00 uur tot 07:00 uur) vermeerderd met 10 dB. Voor onderwijsgebouwen en kinderdagverblijven worden de waarden van de geluidbelasting in de avond- of nachtperiode buiten beschouwing gelaten voor zover de betreffende geluidgevoelige gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt (art. 1.6 Bg).

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

8

Open

Op de berekende de Lden-waarden wordt overeenkomstig art. 110g Wgh een aftrek toegepast bij wegverkeerslawaai.

Aftrek conform art. 110g Wgh Voordat wordt getoetst aan de grenswaarden in de Wgh dient volgens art. 110g Wgh de berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeer te worden gecorrigeerd. In art. 3.4,1 Rmg2012 is de aftrek van art. 110g Wgh omschreven. Deze aftrek is tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a. en b. genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen. Bij het vaststellen van een verschil tussen twee geluidbelastingen wordt afgeweken van de bovenstaande waarden (art. 3.4,3 Rmg2012): a. Indien eerder een hogere waarde is vastgesteld tussen 20 mei 2014 en 1 juli 2018 voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer is het mogelijk dat er een afwijkende aftrek is toegepast van 3 dB of 4 dB.

Voor het bepalen van het verschil tussen de geluidbelastingen dient in dat geval uit te worden gegaan van dezelfde (afwijkende) aftrek. b. In de overige gevallen wordt uitgegaan van de onderstaande aftrek: a. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; b. 5 dB voor de overige wegen. In paragraaf 3.6 zijn de snelheden weergegeven van de wegen die in dit onderzoek zijn beschouwd.

De plicht tot toetsing aan grenswaarden 2.7.1

Sanering

Er is alleen sprake van een saneringsgeval indien deze bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is gemeld vóór 1 januari 2009 en nog niet zijn afgehandeld als sanering. Voor de woningen die reeds zijn afgehandeld/gereed zijn gemeld is een hogere waarde vastgesteld. Deze hogere waarde wordt meegenomen in de toetsing aan de grenswaarde

2.7.2

Reconstructie van een weg

In art. 1 Wgh is de volgende definitie van een reconstructie van een weg opgenomen: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in art. 77, eerste lid, onder a, en art. 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidbelasting die op grond van art. 100 dan wel het bepaalde krachtens art. 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

9

Open

Er is sprake van “reconstructie” als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: • Er moet sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan de weg. Het gaat dan bijvoorbeeld om een wijziging van het profiel, de wegbreedte, de hoogteligging, het wegdek, het aantal rijstroken, de aanleg van kruispunten of rotondes, de aanleg van aansluitingen, op- en afritten, het verhogen van de maximumsnelheid. • Ten gevolge van de wijziging(en) en de verwachte groei van het verkeer in de eerste tien jaar na de wijziging(en) moet er sprake zijn van een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de grenswaarde met (afgerond) 2 dB of meer. Om dit te kunnen bepalen moet dus eerst voor elke geluidgevoelig object de geldende “grenswaarde” worden bepaald. Vervolgens wordt bezien of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, doorgaans het 10e jaar na openstelling van de gewijzigde weg, afgerond met tenminste 2 dB wordt overschreden. In art. 1b,5 Wgh is beschreven dat er geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is als de wijziging van de weg bestaat uit: a. een snelheidsverlaging, of b. de vervanging van de wegdeklaag door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidreducerende werking.

Bepalen grenswaarde Om de grenswaarde te kunnen bepalen, is het allereerst van belang om te weten of sprake is van een in het verleden vastgestelde hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (in het vervolg van dit rapport kortweg “hogere waarde” genoemd). Als geen sprake is van een eerder vastgestelde hogere waarde, is de grenswaarde gelijk aan de heersende geluidbelasting (dat is de geluidbelasting één jaar voor de wijziging van de weg). Hierbij geldt conform de Wet geluidhinder dat een geluidbelasting van 48 dB of lager altijd is toegestaan. Als echter in het verleden voor de te wijzigen weg al eens een hogere waarde is vastgesteld die lager is dan de geluidbelasting in het jaar voor wijziging, dan geldt deze hogere waarde als grenswaarde (art. 99 Wgh). Zodoende is de geldende grenswaarde de laagste waarde van: • de geluidbelasting één jaar voor de fysieke ingreep; • een eventueel eerder vastgestelde hogere waarde, zo nodig omgerekend naar een L den-waarde in dB (zie onder). Vervolgens wordt bezien of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, het 10e jaar na openstelling van de weg, en zonder geluidmaatregelen, met 2 dB (onafgerond 1,50 dB) of meer overschreden wordt.

Omrekening eerder vastgestelde hogere waarden Als voor een geluidgevoelig object in het verleden een hogere waarde is vastgesteld in een etmaalwaarde in dB(A) dient deze te worden omgerekend naar een vergelijkbare Lden-waarde in dB (art. 110h Wgh). Alleen dan kan op de juiste manier de hogere waarde worden vergeleken met de geluidbelasting in dB in het jaar voorafgaand aan de wijziging van de weg. Het omrekenen moet volgens het Rmg2012 op de volgende wijze gebeuren (art. 3.7 Rmg2012): 1. Bepaal op basis van de situatie in het jaar voorafgaand aan de wijziging van de weg het verschil tussen Lden en de etmaalwaarde (niet afgerond getal); 2. Corrigeer de hogere waarde in dB(A) (geheel getal) op basis van het bij 1 gevonden verschil (niet afgerond getal) naar een hogere waarde in dB (dit levert een niet afgerond getal op); 3. Indien het resultaat van 2 lager is dan 48 dB, dan krijgt de omgerekende hogere waarde per definitie de waarde 48 dB (ondergrens).

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

10

Open

In de volgende tabel zijn de grenswaarden voor het bepalen van het “reconstructie-effect” samengevat. Tabel 2.2: Grenswaarden bij reconstructie. Situatie Niet

eerder

Grenswaarden hogere

waarde

vastgesteld

en

heersende

geluidbelasting <=48 dB (art. 100,1 Wgh, art. 3.3,1 en 3.3,4 Bg) Niet

eerder

hogere

waarde

vastgesteld

en

heersende

geluidbelasting > 48 dB (art. 100,3 Wgh, art. 3.3,3 en 3.3,4 Bg)

48 dB

Heersende geluidbelasting (= 1 jaar voor wijziging van de weg)* Laagste van:

Eerder vastgestelde hogere waarde (art. 100,2 Wgh, art. 3.3,2 en 3.3,4 Bg)

• Heersende geluidbelasting (= 1 jaar voor wijziging van de weg) met een minimum van 48 dB • Eerder vastgestelde hogere waarde

* Als een geluidgevoelig object of weg pas na 1 januari 2007 voor het eerst is opgenomen in een bestemmingsplan, en voor dit geluidgevoelige object of vanwege deze weg géén hogere waarde is vastgesteld, geldt voor altijd een vaste grenswaarde van 48 dB.

Bepalen toename Of er sprake is van “reconstructie” in de zin van de Wet geluidhinder wordt per geluidgevoelig object bepaald. Het kan dus zo zijn dat voor het ene object wel sprake is van reconstructie en voor het andere object niet. Bepalen maatregelen Indien er sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder, moet worden onderzocht of er maatregelen kunnen worden getroffen om de overschrijding van de grenswaarde ongedaan te maken. Het doel daarbij is om de toekomstige geluidbelasting zo veel mogelijk terug te brengen tot de grenswaarde. Daarbij wordt eerst gekeken naar maatregelen bij de bron (stiller wegdek) en vervolgens naar maatregelen in de overdracht (geluidschermen of -wallen). Hierbij is niet alleen van belang of het technisch mogelijk is om dergelijke maatregelen te treffen, ook het kostenaspect is van belang. Er wordt daarom ook zo nodig beoordeeld of maatregelen als geluidschermen niet te duur zouden worden. Van de maatregelen wordt eventueel een indicatie gegeven van de kosten. Naast het kostenaspect kunnen ten slotte nog bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard bestaan tegen het realiseren van bepaalde geluidmaatregelen. Als maatregelen niet mogelijk zijn of stuiten op bezwaren moet een hogere grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare toekomstige geluidbelasting worden vastgesteld.

Grenswaarden In beginsel is de ten hoogste toelaatbare overschrijding van de grenswaarde als gevolg van “reconstructie van de weg” 5 dB (minder dan onafgerond 5,50 dB). Een toename van meer dan 5 dB is alleen toegestaan indien ten gevolge van de reconstructie de geluidbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen (art. 100a,1a Wgh). De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting mag echter niet worden overschreden. De ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen die kunnen worden vastgesteld, zijn mede afhankelijk of eerder de Wet geluidhinder van toepassing is geweest en of sprake is van stedelijk of buitenstedelijk gebied. Voor de onderhavige situatie is sprake van zowel buitenstedelijk als binnenstedelijk gebied.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

11

Open

Tabel 2.3: Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting bij reconstructie (stedelijk gebied). Geluidgevoelige object

Voorkeurswaarde

Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting

Indien: • Eerder hogere waarde vastgesteld

Woning

63 dB

art. 100a,1,b2º Wgh

68 dB

art. 100a,2 Wgh

63 dB

art. 3.4,2,2º Bg

Alle overige gevallen

68 dB

art. 3.4,3 Bg

Alle situaties

53 dB

art. 3.4,5 Bg

• Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB Alle overige gevallen Indien:

Ander geluidgevoelig

• Eerder hogere waarde vastgesteld

gebouw

• Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB

Geluidgevoelig terrein

Tabel 2.4: Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting bij reconstructie (buitenstedelijk gebied). Geluidgevoelige object

Voorkeurswaarde

Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting

Indien: • Eerder hogere waarde vastgesteld

Woning

58 dB

art. 100a,1,b1º Wgh

68 dB

art. 100a,2 Wgh

58 dB

art. 3.4,2,1º Bg

Alle overige gevallen

68 dB

art. 3.4,3 Bg

Alle situaties

53 dB

art. 3.4,5 Bg

• Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB Alle overige gevallen Indien:

Ander geluidgevoelig

• Eerder hogere waarde vastgesteld

gebouw

• Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB

Geluidgevoelig terrein

Vaststellen hogere grenswaarde (art. 110a Wgh) Een hogere waarde dan de voorkeurswaarde kan worden vastgesteld in gevallen waarin de toepassing van maatregelen (bron- en overdrachtsmaatregelen) onvoldoende doeltreffend is, of waarin deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Bij bezwaren van financiële aard moet er sprake zijn van bovenmatige kosten, alsmede het ontbreken van alternatieven (art. 110a,5 Wgh). Voor de reconstructie van provinciale wegen is Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland bevoegd gezag voor het vaststellen van hogere waarden. Voor de reconstructie van lokale wegen dient het College van Burgemeester en Wethouders de hogere waarden vast te stellen. Als het bevoegd gezag geluidbeleid heeft voor het toestaan van hogere waarden, dan wordt ook aan deze voorwaarden getoetst. Voor het verkrijgen van een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde dient de procedure gevolgd te worden zoals is omschreven in art. 110c Wgh. Dit betreft de procedure zoals geregeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eén van de aspecten hierbij is een ter visie legging van het (ontwerp)besluit en de akoestische rapportage. 17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

12

Open

Binnenwaarde Wanneer een hogere waarde wordt vastgesteld dient krachtens art. 112 Wgh en art. 3.10 Bg het College van Burgemeester en Wethouders er op toe te zien dat de geluidbelasting in de geluidgevoelige ruimten van de geluidgevoelige objecten de in de wet gestelde waarden niet overschrijdt. Hieronder zijn de grenswaarden samengevat: Woningen • 33 dB indien voor de eerste maal een hogere waarde wordt vastgesteld (art. 112a Wgh); • voor woningen waarvoor eerder een hogere waarde is vastgesteld, geldt de waarde die voor deze situatie eerder is bepaald (art. 112b Wgh); • voor woningen waarvoor sprake is van een saneringssituatie, geldt een waarde van 43 dB (art. 111b,3 Wgh). Andere geluidgevoelige gebouwen Afhankelijk van de verblijfsruimte van het gebouw geldt: • 28 dB voor verblijfsruimte, genoemd in art. 1.1,1d onder 1° t/m 3° Bg (art. 3.10,1a Bg); • 33 dB voor verblijfsruimte, genoemd in art. 1.1,1d onder 4° t/m 5° Bg (art. 3.10,1b Bg). Indien sprake is van een saneringssituatie dan geldt: • 38 dB voor verblijfsruimte, genoemd in art. 1.1,1d onder 1° t/m 3° Bg (art. 3.10,2a Bg); • 43 dB voor verblijfsruimte, genoemd in art. 1.1,1d onder 4° t/m 5° Bg (art. 3.10,2b Bg). Geluidgevoelige terreinen De aanwijzing van een woonwagenstandplaats of een ligplaats voor een woonschip brengt met zich mee dat een woonwagen of woonschip geen verblijfsruimte heeft.

Derhalve zijn de binnenwaarden uit de Wgh niet van toepassing.

Cumulatie Bij het vaststellen van een hogere grenswaarde voor een geluidgevoelig object moet op grond van art. 110f Wgh aandacht geschonken worden aan de eventuele cumulatie met andere gezoneerde geluidbronnen, indien het geluidgevoelig object tevens binnen de geluidzone van een of meer van deze geluidbronnen ligt. Hierbij wordt de geluidbelasting gecumuleerd met de andere gezoneerde geluidbronnen waarbij sprake is van een geluidbelasting hoger dan de zogenaamde voorkeurswaarden. De geluidbelastingen van verschillende bronnen kunnen echter niet eenvoudigweg gesommeerd worden tot één totaalniveau. Verschillende soorten geluid leveren bij dezelfde geluidbelasting in dB namelijk in verschillende mate hinder op. Voor de cumulatie is aangesloten op de methodiek in hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het Rmg2012. Hierbij dient de aftrek ingevolge art. 110g Wgh niet te worden toegepast. Er zijn voor gecumuleerde geluidbelastingen geen grenswaarden in de Wet geluidhinder opgenomen. Op basis van de hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting dient het bevoegd gezag een afweging te maken over de toelaatbaarheid (art. 110a,6 Wgh).

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

13

Open

Uitstraling van de effecten In art. 99.2 Wgh is omschreven dat indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat de reconstructie van een weg zal leiden tot een toename van de geluidbelasting van 2 dB of meer vanwege andere wegen dan de te reconstrueren weg of wegdelen, ook inzicht dient te worden gegeven in de effecten op die andere wegen. Op de geluidbelastingen vanwege het extra verkeer van het plan op de andere wegen zijn de grenswaarden uit de Wet geluidhinder niet van toepassing. Voor het bepalen van de effecten is aangesloten op de methodiek zoals beschreven in de Handleiding “Akoestisch Onderzoek Wegverkeer – 2009” (HAOW - 2009) van Rijkswaterstaat1. De strekking hiervan is dat er twee stappen zijn voor het bepalen van de effecten. Stap 1 Allereerst wordt onderzocht of de toename van 2 dB of meer toegeschreven kan worden aan de reconstructie van de weg. Bij deze eerste toetsing wordt de autonome ontwikkeling vergeleken met de toekomstige situatie met plan. Eerder vastgestelde hogere waarden blijven hierbij buiten beschouwing. Uit deze vergelijking blijkt de werkelijke invloed van de reconstructie op de geluidbelasting. Stap 2 Als na stap 1 sprake is van een toename van de geluidemissie van 2 dB of meer dan is er sprake van een omstandigheid dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de geluidtoename van 2 dB of meer moet worden toegeschreven aan de reconstructie.

In dat geval moet het akoestisch onderzoek worden uitgebreid, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de autonome verkeersgroei. Daarbij dienen eventueel geluidbeperkende maatregelen te worden afgewogen. Er bestaat echter geen formele plicht op grond van de Wgh om maatregelen te treffen vanwege de geluidtoename van die andere weg of wegdeel. Wel moeten de resultaten van het onderzoek worden meegewogen in de besluitvorming.

Gemeentelijk/provinciaal beleid De gemeente Nijmegen heeft beleid opgesteld voor het toestaan van hogere grenswaarden. In dit beleid zijn voorwaarden opgenomen waaronder een hogere grenswaarde kan worden aangevraagd.

2.11

Industrielawaai ten gevolge van het bedrijventerrein De Grift

Het bedrijventerrein De Grift en de uitbreiding van het bedrijventerrein De Grift worden niet bestempeld als gezoneerd industrieterrein. Er geldt daarom geen geluidzone die gerespecteerd moet worden bij de inrichting van het terrein door de vestiging van bedrijven. Ook hoeven voor de bestaande woningen bij de uitbreiding van het bedrijventerrein geen hogere geluidbelastingen dan de voorkeurswaarde worden vastgesteld. Uiteraard wil de gemeente Nijmegen wel met zorg voor de aanwezige bewoners in de al aanwezige (en nog te realiseren) woningen streven naar een zo goed mogelijk geluidklimaat met volledig benut terrein. Daartoe wordt naast de geluidbelasting van de nu aanwezige bedrijven op het bestaande terrein ook de planologisch maximale situatie op basis van de toegestane milieucategorieën inzichtelijk gemaakt.

De HAOW is in oktober 2013 vervangen door het ‘Kader Akoestisch Onderzoek Wegverkeer’ (KAOW). In de KAOW is echter geen methodiek meer opgenomen hoe deze effecten inzichtelijk moeten worden gemaakt. Om de uitstraling inzichtelijk te maken is voor deze studie ervoor gekozen om toch aan te sluiten op de methodiek van de HAOW. 1

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

14

Open

Voor het industrielawaai op het bedrijventerrein geldt het Activiteitenbesluit milieubeheer en de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Volgens artikel 2.17 lid 1 (met de relevante paragrafen a, b en f) geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, dat: a. de niveaus op de in tabel 3.1 genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 3,1 opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; f. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten. Tabel 2.5: Toegestane waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau LAmax. 07:00 – 19:00 uur (dag)

19:00 – 23:00 uur (avond)

23:00 – 07:00 uur (nacht)

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Beoordelingscriterium

2.12

Windturbines

In artikel 3.14 van de Wet milieubeheer wordt de oprichting en vestiging van grote industriële windturbines geregeld. Artikel 3.14a geeft aan welke geluidbelasting is toegestaan bij een in bedrijf zijnde windturbine. Vanwege de hinderlijkheid wordt naast een norm voor het gehele etmaal ook specifiek een beperking gegeven voor het geluid dat ’s nachts mag worden geproduceerd. Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. Ten aanzien van het bovenstaande geldt de kanttekening dat deze normen niet van toepassing zijn op windmolenparken (vanaf 3 windmolens en meer). In de uitspraak van de Raad van State (202003882/1/R3 van 30 juni 2021) over het windturbinepark Delfzijl Zuid oordeelt de Raad van State (RvS) dat de algemene Rijksregels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer buiten toepassing moeten worden gelaten. De uitspraak heeft géén gevolgen voor 1 of 2 losse windturbines. Daarvoor blijven de regels in het Activiteitenbesluit gelden.

Voor windturbineparken kunnen de rijksregels niet meer worden toegepast, totdat een MER is gemaakt. Overheden zullen tot die tijd voor nieuwe windturbineparken zelf moeten afwegen welk milieubeschermingsniveau zij aanvaardbaar vinden. De bovenstaande normstelling moet dan ook louter als indicatief worden beschouwd en niet als maatgevend.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

15

Open

3

Uitgangspunten Wegontwerp

Het wegontwerp is aangeleverd door de gemeente Nijmegen. In bijlage 1 is het bestemmingsplan met het wegontwerp weergegeven.

Onderzoeksgebied Voor het bepalen van het onderzoeksgebied is aangesloten op de werkwijze in de Handleiding Akoestisch Onderzoek Wegverkeer – 2009 (HAOW - 2009) van Rijkswaterstaat. De basis voor het onderzoeksgebied is de wettelijke zonebreedte langs het wegvak dat wordt gewijzigd (de begrenzing van het werkgebied). Vervolgens is het onderzoeksgebied uitgebreid door het werkgebied met ⅓ van de breedte van de geluidzone door te trekken (zie onderstaand figuur). einde wijziging

einde wijziging

onderzoeksgebied weg d d/3

Figuur 3.1: Onderzoeksgebied (d = zonebreedte).

Zonebreedte langs aansluitingen Bij aansluitingen van kruisende wegen varieert het aantal rijstroken en daarmee ook de zonebegrenzing. Voor het bepalen van de zonebegrenzing is aangesloten op de Handleiding Akoestisch Onderzoek Wegverkeer – 2009 (HAOW - 2009) van Rijkswaterstaat. Hierin wordt gesteld dat het uitgangspunt is dat: ➢ Op- en afritten, verbindingsbogen en parallelbanen onderdeel uitmaken van de weg om de begrenzing van de buitenste rijstrook te bepalen; ➢ De zonebreedte wordt uitgezet vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook; ➢ Ter hoogte van het begin en het einde van de toe- en afritten loopt de verwijding van het onderzoeksgebied met ⅓ van de zonebreedte door.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

16

Open

Toepassing van deze uitgangspunten houdt in dat ter plaatse van een aansluiting van de weg de zonebreedte wordt bepaald door het aantal rijstroken op de hoofdrijbaan en deze breedte wordt uitgezet vanaf de buitenkant van de op- en afritten. In de onderstaande figuur is een voorbeeld voor de begrenzing van het onderzoeksgebied schematisch weergegeven.

Figuur 3.2: Voorbeeld onderzoeksgebied langs aansluitingen (d = zonebreedte) – niet rijkswegen.

Dit uitgangspunt is ook toepgepast op de opstel- c.q. voorsorteerstroken ter hoogte van kruisingen voor het bepalen van het onderzoeksgebied. Geluidzone en onderzoeksgebied In de onderstaande tabel is de breedte van de geluidzone langs de wegvakken weergegeven met het onderzoeksgebied langs de wegvakken. Tabel 3.1: Geluidzone en onderzoeksgebied langs wegvakken. Wegvak Omgeving

Aantal rijstroken hoofdrijbaan

Breedte geluidzone

Uitbreiding aan weerszijde onderzoeksgebied (+1/3 breedte geluidzone)

De Griftdijk (van rijksweg 15 tot net voorbij de kruising met de Stationsstraat)

Buitenstedelijk

2

250 meter

+84 meter

De Griftdijk (van net voorbij de kruising met de Stationsstraat tot aan de rotonde met de Keizer Hendrik VI Singel)

Buitenstedelijk

2

250 meter

+84 meter

Stationsstraat (ten oosten van de kruising met de Griftdijk)

Buitenstedelijk

2

250 meter

+ 84 meter

Stationsstraat (ten westen van de kruising met de Griftdijk)

Binnenstedelijk

2

200 meter

+ 67 meter

Nieuwe wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein

Binnenstedelijk

2

(200 meter)

+ 67 meter

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

17

Open

De wegen waarop een 30 km/uur regime van toepassing is, hebben geen geluidzone volgens de Wgh en zijn de grenswaarden in de Wgh niet van toepassing. Volledigheidshalve zijn in dit onderzoek de effecten van deze wegen wel inzichtelijk gemaakt.

De onderzochte situatie De geluidberekeningen voor de te wijzigen wegen zijn uitgevoerd voor de huidige situatie (2020) en het toekomstige maatgevende jaar (2032+). Voor de nieuwe wegen wordt het toekomstige maatgevende jaar (2032+ gehanteerd. De in de Wgh gestelde grenswaarden zijn van toepassing op de geluidbelasting vanwege de afzonderlijke geluidbronnen. In dit onderzoek is de geluidbelasting daarom per weg berekend en getoetst.

Gebruikte rekenmethode De berekeningen voor de wegen zijn overeenkomstig art. 3.2 Rmg2012 uitgevoerd. Hierin zijn de factoren voorgeschreven waarmee rekening dient te worden gehouden, zoals bijvoorbeeld samenstelling van het verkeer, afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, hoogteligging. Er is gebruik gemaakt van het rekenprogramma GeoMilieu, V2022.31. Dit rekenprogramma voldoet aan Standaardrekenmethode 2 (SRM2) van het Rmg2012. De adressen van de bestaande gebouwen zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) of Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) die door gemeente ter beschikking is gesteld. Het aantal bouwlagen is bepaald aan de hand van Google Maps. In het akoestisch model zijn alle gebouwen ingevoerd voor zover deze door reflectie of afscherming invloed hebben op de geluidbelasting op de geluidgevoelige objecten.

Etmaalintensiteiten Met betrekking tot de wegen worden de verkeersintensiteiten uitgedrukt in het gemiddeld aantal motorvoertuigen dat in de betreffende dag-, avond- en nachtperiode per uur over de weg rijdt (weekdagjaargemiddelden). De verkeersgegevens 2020 en 2032+ zijn ontleend aan het verkeersmodel van de gemeente Nijmegen en omgeving. Voor de verkeersgegevens 2032+ is onderscheid gemaakt in de situatie met doorgetrokken rijksweg 15 van Bemmel naar Zevenaar en zonder doortrekking van rijksweg 15. Voor het reconstructie en bestemmingsplan wordt uitgegaan van de verkeersintensiteiten waarbij de uitbreiding van het bedrijventerrein in beschouwing is genomen. Ten behoeve van het MER-onderzoek zijn tevens de verkeersintensiteiten in de autonome ontwikkeling 2032+ zonder de planontwikkeling in beeld gebracht. Ook weer zonder en met doortrekking van rijksweg 15. De uitgebreide invoergegevens voor de huidige en toekomstige situatie met planontwikkeling zijn in bijlage 2 opgenomen.

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

18

Open

Figuur 3.3 en tabel 3.2: Etmaalintensiteiten voor de huidige situatie 2020 en de toekomstige situatie 2032+ met plan zonder en met doorgetrokken rijksweg 15.

Wegvak

Huidige situatie Toekomstige situatie met plan

Nummer Omschrijving

Etmaal intensiteiten

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22

Griftdijk Griftdijk Griftdijk Griftdijk Griftdijk Griftdijk Stationsstraat Stationsstraat Stationsstraat Stationsstraat Rotonde Rotonde Rotonde Rotonde Rietgraaf Aansluiting bedrijventerrein oostzijde Aantakking oostelijke richting Aantakking zuidelijke richting Windmolenweg/Rondweg Aansluiting bedrijventerrein noordzijde Aansluiting bedrijventerrein zuidzijde Op de set

17 februari 2023

DEGRIFT

van

naar

rijksweg 15 Rietgraaf Aansluiting bedrijventerrein oostzijde Windmolenweg/Rondweg Rotonde met Stationsstraat Op de set Westelijk richting Aansluiting bedrijventerrein noordzijde Rotonde met Stationsstraat Aansluiting bedrijventerrein zuidzijde noordoostelijk kwadrant noordwestelijk kwadrant zuidwestelijk kwadrant zuidoostelijk kwadrant Rijksweg 15 - afrit/oprit zuidzijde Griftdijk Aansluiting bedrijventerrein oostzijde Aansluiting bedrijventerrein oostzijde Griftdijk Stationsstraat Stationsstraat Griftdijk

Rietgraaf Aansluiting bedrijventerrein oostzijde Windmolenweg/Rondweg Rotonde met Stationsstraat Op de set In zuidelijke richting Aansluiting bedrijventerrein noordzijde Rotonde met Stationsstraat Aansluiting bedrijventerrein zuidzijde Oostelijke richting N325

Griftdijk aantakking oostelijke richting Oostelijke richting N325 zuidelijke richting bedrijventerrein op noordelijke richting zuidelijke richting Oostelijke richting N325

16.574 15.944 15.944 15.633 10.078 10.177 7.226 7.226 6.922 6.604 10.281 9.853 9.714 9.900 10.958 -

zonder doortrekking rijksweg 15

met doorgetrokken rijksweg 15

22.792 20.993 18.988 18.588 11.766 10.163 7.993 8.498 6.683 5.693 17.649 3.145 2.145 1.000 1.063 527 744 2.029

BI5542-MI-RP-221230-1535

24.689 21.365 19.261 18.783 11.800 10.141 8.241 8.747 6.343 5.662 19.215 3.145 2.145 1.000 1.063 527 744 2.084

19

Open

Snelheden van de voertuigen In de onderstaande tabel zijn de maximumsnelheden van de beschouwde wegvakken opgenomen. Tabel 3.3: Snelheden beschouwde wegvakken. Weg(vak)

Wettelijke snelheid (km/uur) Huidig

Toekomst

Griftdijk (rijksweg 15 tot de aansluiting op het nieuwe bedrijventerrein aan de oostzijde)

80

80

Griftdijk (Vanaf de aansluiting op het nieuwe bedrijventerrein tot net voorbij de rotonde met de Stationsstraat)

80

50

Griftdijk (net voorbij de rotonde met de Stationsstraat tot aan de rotonde met de Keizer Hendrik VI Singel)

60

50

Stationsstraat (net voorbij ten oosten van de kruising met de Griftdijk)

80

Stationsstraat (net ten westen van de kruising met de Griftdijk)

50

Rotonde van Griftdijk en de Stationsstraat

40

80 880

50 --

Verharding wegdek De wegdekverharding van de wegen bestaat in de huidige en de toekomstige situatie in eerste instantie uit het referentiewegdek van dichtasfaltbeton (DAB). De emissieparameters voor deze wegdektypen zijn ontleend aan de CROW-publicatie 316 "De wegdekcorrectie voor geluid van wegverkeer 2012”. Op de website van InfoMil worden de actuele wegdekcorrectiefactoren van verschillende wegdektypen bijgehouden met het toepassingsbereik waarbinnen de wegdekcorrectiefactoren mogen worden toegepast.

3.8

Optrektoeslag

De optrektoeslag is een correctieterm ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt. De optrektoeslag mag alleen worden toegepast als ten gevolge van deze snelheidsbeperkende maatregel de gemiddelde snelheid van de motorvoertuigen ten minste wordt gehalveerd. De optrektoeslag is alleen van toepassing op middelzware en zware motorvoertuigen. In het Rmg2012 wordt de optrektoeslag onderscheiden in een kruispunt- en een obstakeltoeslag. Obstakeltoeslag In de huidige en toekomstige situatie is het kruispunt van de Griftdijk met de Keizer Hendrik VI Singel voorzien van een rotonde. In de huidige situatie is het kruispunt van de Griftdijk met de Stationsstraat voorzien van een rotonde. Deze wordt in de toekomstige situatie vervangen door een kruispunt met een verkeersregelinstallatie. Op deze kruispunten is een obstakeltoeslag toegepast. De snelheid, waarmee op de rotondes in het rekenmodel is gerekend, is 30 km/uur. Dit is de minimale snelheid waarmee met het rekenmodel kan worden gerekend. Kruispunttoeslag Bij kruispunten zonder verkeersregelinstallatie wordt geen kruispunttoeslag in rekening gebracht.

In verband met de reconstructie van de Griftdijk en nieuwe aanleg van de wegen op de uitbreiding van het bedrijventerrein worden op 2 nieuw te realiseren kruisingen met de Griftdijk verkeersregelinstallaties 17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

20

Open

aangebracht. Het gaat om de kruising van de Griftdijk met de nieuwe weg aan de oostzijde die ter hoogte van de waterpartij wordt aangelegd. De kruispunten van • de Rietgraaf met de Griftdijk in de huidige en toekomstige situatie; • de nieuw aan te leggen weg naar de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de oostzijde van de Griftdijk met de Griftdijk in de toekomstige situatie; • de Windmolenweg met de Griftdijk in de toekomstige situatie; • de Griftdijk met de Stationsstraat in de toekomstige situatie, zijn geregeld met een verkeersregelinstallatie. Op deze kruispunten is een kruispunttoeslag toegepast.

Afschermende voorzieningen Langs de Betuwespoorlijn zijn afschermende voorzieningen aangebracht van 1 meter tot een maximale hoogte van 4 meter (naar het spoor toe gebogen schermen).

Te onttrekken geluidgevoelige objecten en af te breken bebouwing De woningen aan de Griftdijk 212, 238, 252 en Stationsstraat 25, 46 en 48 en het gebouw met industriefunctie aan de Stationsstraat 23A worden gesloopt ten behoeve van de aanleg van de uitbreiding van het bedrijventerrein de Grift (groen gearceerd). De woningen Griftdijk 234 en 236 (rood gearceerd) blijven gehandhaafd. Figuur 3.4: Te slopen woningen en gebouwen aan Griftdijk en de Stationsstraat (in groen gearceerd). Tevens worden de te handhaven woningen aan de Griftdijk 234 en 236 aangegeven (in rood gearceerd).

17 februari 2023

DEGRIFT

BI5542-MI-RP-221230-1535

21

Open

Rekenpunten Op elk geluidgevoelig object binnen de geluidzone van de weg is een rekenpunt gelegd. Geluidgevoelige objecten waarvan de akoestische omstandigheden gelijk zijn, zijn vertegenwoordigd door één punt. Bij twijfel over de maatgevende gevel, zijn op meerdere gevels waarneempunten neergelegd. De geluidbelastingen zijn berekend voor alle bouwlagen. Op de begane grond is er gerekend op een hoogte van 1,5 meter. De rekenhoogte voor de 1e verdieping is 4,5 meter. Vervolgens is er een verdiepingshoogte aangehouden van 3 meter. In bijlage 3 zijn overzichtsplots met de ligging van de rekenpunten weergegeven.

3.12

Werkwijze en modellering industrielawaai van het bedrijventerrein

Uiteraard wil de gemeente Nijmegen met zorg voor de aanwezige bewoners in de al aanwezige (en nog te realiseren) woningen streven naar een zo goed mogelijk geluidklimaat met volledig benut terrein. Daartoe wordt naast de geluidbelasting van de nu aanwezige bedrijven op het bestaande terrein ook de planologisch maximale situatie op basis van de toegestane milieucategorieën inzichtelijk gemaakt. De situaties die zijn onderzocht zijn: • De bestaande situatie van het bedrijventerrein (HS_BT) met bestaande bedrijven en bedrijfsbebouwing; • De bestaande situatie van het bedrijventerrein met de planologisch maximaal toegestane situatie (HS_BT_MS) (zonder bestaande bedrijfsbebouwing); • De bestaande situatie (met bestaande bedrijfsbebouwing) met de uitbreiding van het terrein op basis van de op het nieuwe terrein toegestane milieucategorieën (TS_BT); • De bestaande maximaal planologisch toegestane situatie (zonder bestaande bedrijfsbebouwing) met de uitbreiding van het terrein op basis van de op het nieuwe terrein en bestaande terrein maximaal toegestane milieucategorieën (TS_BT_MS). Voor de aanwezige bedrijven is nooit akoestische onderzoek uitgevoerd om te onderzoeken welke geluidbelasting wordt veroorzaakt naar de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8b95ff2c-15d0-454c-a4d4-84c6ecd77378