Bijlage 24 Archeologisch bureau oz en verkennend booroz
Tekst van het document
12106168 NIJ.TBV.ARC
Pagina 17 van 21
Is het bodemprofiel binnen het plangebied intact of (geheel of gedeeltelijk) verstoord en indien verstoord, tot welke diepte gaat deze verstoring? Binnen het gehele plangebied is de bodem verstoord tot minimaal 60 en maximaal 140 cm -mv, gemiddeld tot 80. De diverse bodemingrepen en bouwwerkzaamheden hebben het plangebied dusdanig verstoord dat kenmerken van het oorspronkelijke bodemprofiel zijn meer zijn waar te nemen.
Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied. Aangezien er binnen nagenoeg het gehele plangebied het oorspronkelijke bodemprofiel volledig verstoord is, zullen in het verleden eventueel aanwezige archeologische resten niet meer worden verwacht of zullen niet meer in situ worden aangetroffen. Voor het gehele plangebied geldt dan ook een lage verwachting voor resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum.
5 5.1
CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES Conclusie
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, in de vorm van een verkennend booronderzoek. De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een 30 cm dikke laag cunet-/stabilizatiezand, gevolgd door een geroerde/verstoorde laag en vervolgens de directe overgang naar de C-horizont. De in de geroerde/verstoorde laag antropogene resten zijn van recente datum. Het oorspronkelijk moedermateriaal betreft rivierzand (Formatie van Kreftenheye). De binnen het gehele plangebied uitgevoerde bodemingrepen hebben het oorspronkelijke bodemprofiel volledig verstoord. Resterende kenmerken hiervan zijn in geen van de boringen waargenomen. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en dat archeologische indicatoren niet zijn aangetroffen, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer aanwezig zullen zijn of alleen nog maar in een verstoorde context zullen voorkomen. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het booronderzoek niet bevestigd voor zowel de verwachte bodemopbouw als voor de archeologie. 5.2
Selectieadvies
Op grond van het ontbreken van een intact bodemprofiel en het ontbreken van archeologisch relevante indicatoren adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Dit selectieadvies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling door mevrouw M. Smit, senior beleidsadviseur archeologie gemeente Nijmegen, d.d. 3 december). Met bovenstaand selectieadvies wordt ingestemd.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Pagina 18 van 21
Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Nijmegen (mevrouw M. Smit, senior beleidsadviseur archeologie gemeente Nijmegen) hiervan per direct in kennis te stellen.
Econsultancy Doetinchem, 3 december 2012
12106168 NIJ.TBV.ARC
Pagina 19 van 21
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000 Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Fysische Geografie van Nederland, deel 4: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's. Van Gorcum, Assen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Locher, W.P. & Bakker, H. de, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. e Malmberg Den Bosch, 2 druk. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1974: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 40 West/Arnhem.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Pagina 20 van 21
BRONNEN AHN; internetsite, oktober 2012. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis2, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, oktober 2012. http://archis2.archis.nl/archisii/html/index.html Bodematlas provincie Gelderland: internetsite, oktober 2012. http://ags.prvgld.nl/gld.atlas/(S(bfc2m0vv3kro0e45hz2sgy45))/Default.aspx?applicatie=bodematlas Dinoloket, internetsite, oktober 2012. http://www.dinoloket.nl/ Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie; internetsite, oktober 2012. http://www.kich.nl Numis, internetsite, oktober 2012. http://www.geldmuseum.nl/museum/content/zoeken-numis SIKB; internetsite, oktober 2012. http://www.sikb.nl Wat Was Waar; internetsite, oktober 2012. http://www.watwaswaar.nl Wateratlas provincie Gelderland: internetsite, oktober 2012. http://geodata2.prvgld.nl/apps/wateratlas_kaarten
12106168 NIJ.TBV.ARC
Pagina 21 van 21
Figuur 1.
Situering van het plangebied binnen Nederland
RESSEN RESSEN RESSEN RESSEN RESSEN RESSEN
DEEST DEEST DEEST DEEST DEEST DEEST
Bemmel Bemmel Bemmel Bemmel Bemmel Bemmel
HAALDEREN HAALDEREN HAALDEREN HAALDEREN HAALDEREN HAALDEREN
SLIJK SLIJK SLIJK EWIJK EWIJK EWIJK EWIJK SLIJK SLIJK SLIJK EWIJK OOST OOST OOSTERHOUT ERHOUT ERHOUT ERHOUT GLD GLD GLD GLD OOST OOST OOST ERHOUT ERHOUT GLD
WINSSEN WINSSEN WINSSEN WINSSEN WINSSEN WINSSEN
EWIJK EWIJK EWIJK EWIJK EWIJK EWIJK LENT LENT LENT LENT LENT LENT 430000
BEUNINGEN BEUNINGEN BEUNINGEN GLD GLD BEUNINGEN BEUNINGEN BEUNINGENGLD GLD GLD GLD WEURT WEURT WEURT WEURT WEURT WEURT
OOIJ OOIJ OOIJ OOIJ OOIJ OOIJ
BERGHAREN BERGHAREN BERGHAREN BERGHAREN BERGHAREN BERGHAREN
Nijmegen Nijmegen Nijmegen Nijmegen Nijmegen Nijmegen PERSINGEN PERSINGEN PERSINGEN PERSINGEN PERSINGEN PERSINGEN UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN
HERNEN HERNEN HERNEN HERNEN HERNEN HERNEN
BEEK BEEK BEEK UBBERGEN UBBERGEN BEEK BEEK BEEK UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN UBBERGEN
425000
LEUR LEUR LEUR LEUR LEUR LEUR
HEILIG HEILIG HEILIGLANDST LANDST LANDST LANDSTICHT ICHT ICHT ICHTING ING ING ING HEILIG HEILIG HEILIG LANDST LANDST ICHT ICHT ING ING
Wijchen Wijchen Wijchen Wijchen Wijchen Wijchen
NIFT NIFT NIFTRIK RIK RIK RIK NIFT NIFT NIFT RIK RIK
N N N N N N BALGOIJ BALGOIJ BALGOIJ BALGOIJ BALGOIJ BALGOIJ
Malden Malden Malden Malden Malden Malden
420000
NEDERASSELT NEDERASSELT NEDERASSELT NEDERASSELT NEDERASSELT NEDERASSELT HEUMEN HEUMEN HEUMEN HEUMEN HEUMEN HEUMEN 0 00 00 0
5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m
Groesbeek Groesbeek Groesbeek Groesbeek Groesbeek Groesbeek MOLENHOEK MOLENHOEK MOLENHOEK LB LB LB
OVERASSELT OVERASSELT OVERASSELT OVERASSELT OVERASSELT OVERASSELT
Grav Grav Grav Grav Grav Grave ee ee e 175000
VELP VELP VELP NB NB NB NB VELP VELP VELP NB
180000
LINDEN LINDEN LINDEN 185000 LINDEN
Mook Mook Mook Mook Mook Mook 190000
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Situering van het plangebied binnen Nederland bron: Geodan
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 2.
Detailkaart van het plangebied
426450
Wijch enseweg
426400
e pad Graa fs
W estk
g nse we W ijch e
426200
426250
426300
426350
ldijk a na a
N N N N N N
0
426100
426150
ve ld Zwan en
50m
183650
183700
183750
183800
183850
183900
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
183950
184000
Figuur 3.
Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan)
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Luchtfoto van het plangebied (bron: Google Maps) Legenda Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 4.
Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan)
N NN NN N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan) Legenda Plangebied
Figuur 5.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1894 (Bonneblad)
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Militaire topografische kaart uit 1894 Legenda Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 6.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1931 (Bonneblad)
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Militaire topografische kaart uit 1931 Legenda Plangebied
Figuur 7.
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Topografische kaart uit 1966 Legenda Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 8.
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1977
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Topografische kaart uit 1977 Legenda Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 9.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland
Figuur 10.
Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda in meter +NAP Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Figuur 11.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland
Figuur 12.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied
Figuur 13.
Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Nijmegen
N N N N N N
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Nijmegen Legenda zie hieronder Plangebied
12106168 NIJ.TBV.ARC
Boorpuntenkaart
426400
426450
Figuur 14.
426350
18 11
22
4
17 10
426300
19 12
21
5
16
426250
9
20
3
13 6
1
15
426200
8 2
14 7
426150
N N N N N N
0
50m
183700
183750
183800
183850
183900
Nijmegen (gemeente Nijmegen) - Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorlocatie
12106168 NIJ.TBV.ARC
183950
184000
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
12106168 NIJ.TBV.ARC
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
1950
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
12106168 NIJ.TBV.ARC
Bijlage 2
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot ca. 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, ca. 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (ca. 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (ca. 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat zich voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, dat plaats maakte voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine spitse vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (ca. 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Bronstijd (ca. 2000-800 voor Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (ca. 800-12 voor Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd.
Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields'). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (ca. 12 voor Chr. - 450 na Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron.
Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 na Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van hane delscontacten en het uitwisselen van geschenken.
In de tweede helft van de 3 eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen e voortduurde tot in de 5 eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Middeleeuwen (ca. 450-1500 na Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 na Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. e
e
Vanaf de 10 - 11 eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adelijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling wat zich uit in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt.
Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In e verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 tot het begin van de e 20 eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat e zich tot in het begin van de 20 eeuw uit in de kunsten.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Bijlage 3
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een selectiebesluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan het bevoegd gezag besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermt te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het belopen van het maaiveld van het plangebied.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan het bevoegd gezag beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. De Derde fase: Archeologische Begeleiding (AB) of Opgraven (AAO) Archeologische Begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan het bevoegd gezag besluiten over te gaan tot een Algehele Archeologische Opgraving (AAO).
Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Selectiebesluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Selectiebesluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** ▼ Selectiebesluit (door bevoegd gezag op basis van resultaten) ▼ ▼ ▼ Opgraven*** Begeleiding*** Beschermen Verwijderen Begeleiding Bescherming van de van de van de archeologie werkzaamheden archeologie door door door archeologen archeologen planaanpassing * ** *** **** ***** ******
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
►
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
►
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
►
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door bevoegd gezag Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door bevoegd gezag. Na een verkennend booronderzoek kan het bevoegd gezag besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van het bevoegd gezag. Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van het bevoegd gezag.
12106168 NIJ.TBV.ARC
Bijlage 4
12106168 NIJ.TBV.ARC
Inrichtingsplan
Bijlage 5
Overzichtsfoto’s plangebied en enkele opgeboorde profielen
Vanuit oostelijke richting
Vanuit westelijke richting
Vanuit zuidwestelijk richting
Vanuit zuidoostelijke riching
Funderingen
Funderingen
12106168 NIJ.TBV.ARC
Boring 3
Boring 4
Boring 8
Boring 12
Boring 18
Boring 20
12106168 NIJ.TBV.ARC
Bijlage 6
12106168 NIJ.TBV.ARC
Boorprofielen
Bijlage 6
Boring: X: Y:
Boorstaten
01
X: Y:
8.5 m +NAP
0
Boring:
183696 426231 0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, geroerde/verstoorde laag 50
50
80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten puin, resten baksteen, grijsbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, beige, C-horizont, rivierzand
100
02
183737 426202
8.6 m +NAP
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten puin, resten baksteen, resten glas, grijsbruin, geroerde/verstoorde laag
50
100
130 140
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, C-horizont, rivierzand
150
200
200
Boring: X: Y:
03
X: Y:
8.5 m +NAP
0
Boring:
183727 426251 0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkergeel, cunet-/stabilisatiezand
04
183753 426333
8.7 m +NAP
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
40
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
50
50
75
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
100
100 110
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige, C-horizont, rivierzand
140 150
150
Boring: X: Y: 0
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
05
Boring:
183762 426284
8.4 m +NAP
150
150
X: Y: 0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag
0
06
183795 426243
8.4 m +NAP
0
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, resten puin, resten plastic, donker bruinzwart, geroerde/verstoorde laag
40
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
80
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht bruinbeige, geroerde/verstoorde laag
100
130
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
50
50
80
100 110
150
Locatie: Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen
150
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
Bijlage 6
Boring: X: Y:
Boorstaten
07
X: Y:
8.4 m +NAP
0
Boring:
183781 426186 0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten puin, resten kolengruis, geelzwart, geroerde/verstoorde laag 50
50
80
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, resten puin, licht bruingrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
100
150
150
Boring: X: Y:
8.4 m +NAP
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten kolengruis, brokken glas, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
50
80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
100
150
150
09
Boring:
183814 426279
X: Y:
8.4 m +NAP
0
08
183820 426213
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten puin, resten baksteen, resten glas, zwartbruin, geroerde/verstoorde laag
50
10
183797 426316
8.6 m +NAP
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker bruingeel, geroerde/verstoorde laag 40 50
50 60
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand 100
100
130
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, C-horizont, rivierzand 150
150
Boring: X: Y: 0
11
Boring:
183832 426348
9
m +NAP
X: Y: 0
40
50
50
90
100 110
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten puin, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten puin, beigebruin, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten puin, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
0
12
183841 426299
8.6 m +NAP
50
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten puin, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag 50
70
100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigebruin, geroerde/verstoorde laag 150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige, C-horizont, rivierzand
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, resten puin, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, bruin, C-horizont, rivierzand
150
Locatie: Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen
150
Bijlage 6
Boring: X: Y:
Boorstaten
13
X: Y:
8.6 m +NAP
0
Boring:
183848 426254 0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, cunet-/stabilisatiezand
14
183860 426201
8.6 m +NAP
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten puin, resten baksteen, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag
40
50
55 70
Zand, matig grof, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten puin, bruinzwart, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, beigegrijs, geroerde/verstoorde laag
100
50 60
80
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
100
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand 150
150
Boring: X: Y:
15
Boring: X: Y:
8.6 m +NAP
0
150
150
183895 426233 0
35
50 70
100
100
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, resten puin, resten baksteen, zwartgrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, resten puin, resten baksteen, resten glas, grijsbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingeel, C-horizont, rivierzand
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingeel, geroerde/verstoorde laag
16
183885 426299
8.6 m +NAP
0
0
20
45
50
80
Zand, matig grof, zwak siltig, licht bruinbeige, cunet-/stabilisatiezand Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, bruinzwart, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
100
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand 150
150
Boring: X: Y: 0
17
Boring:
183871 426328
8.9 m +NAP
150
150
X: Y: 0
Zand, matig grof, zwak siltig, donkergeel, cunet-/stabilisatiezand
0
9
m +NAP
30
0
30
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, zwak baksteenhoudend, resten puin, resten kolengruis, zwartgrijs, geroerde/verstoorde laag
50
18
183917 426365
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige, cunet-/stabilisatiezand Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, resten puin, resten baksteen, resten kolengruis, resten plastic, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag
50
90
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, bruingrijs, geroerde/verstoorde laag
100
100 120
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbeige, C-horizont, rivierzand
140
150 170
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
150
180
Locatie: Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen
Bijlage 6
Boring: X: Y:
Boorstaten
19
X: Y:
8.8 m +NAP
0
Boring:
183916 426313 0
30
50 70
100 110
130
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige, cunet-/stabilisatiezand Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten puin, resten baksteen, resten plastic, zwartbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten baksteen, bruin, geroerde/verstoorde laag
20
183929 426266
8.8 m +NAP
0
0
25 40
50 70
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, bruinzwart, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
100 120
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, geroerde/verstoorde laag Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, C-horizont, rivierzand
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geel, cunet-/stabilisatiezand
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
180
Boring: X: Y: 0
50
21
Boring:
183964 426298
8.8 m +NAP
X: Y: 0
25
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag
55
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geel, cunet-/stabilisatiezand
0
8.8 m +NAP
0
30
50 60
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, donkerbruin, geroerde/verstoorde laag 100
22
183955 426347
100
100
110
140
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, C-horizont, rivierzand
150
120
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker grijsbruin, geroerde/verstoorde laag
Locatie: Zwanenveld percelen 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, matig grindig, resten puin, donker bruinzwart, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donker bruingrijs, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, bruinbeige, geroerde/verstoorde laag Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht bruingrijs, C-horizont, rivierzand
150
180
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, cunet-/stabilisatiezand
180