CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2. Personeelshandboek Gemeente Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Besluiten rechtspositie ombudsman en formatie bureau ombudsman (78/2024)33.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

ons declareren via Youforce, Self Service. Je moet dan wel een kopie van de rekening meesturen en de originelen bewaren. 5. Je kunt met je eigen auto reizen als je daarvoor toestemming hebt van ons. Je krijgt dan een kilometervergoeding. Wij kunnen deze toestemming geven als: a. Je functie volgens ons vereist dat je met je eigen auto reist; b. Dit voor ons financieel voordeliger is; en/of c. Dit voor ons een aanzienlijke tijdsbesparing oplevert.

We vergoeden alleen de kilometers die je werkelijk hebt gemaakt vanaf je vertrekpunt. 6. De vergoeding bedoeld in lid 5 is een vast bedrag per daadwerkelijk gereden kilometer. Je kunt deze kilometers binnen 3 maanden na je dienstreis bij ons declareren via Youforce, Self Service. De hoogte van het bedrag per kilometer is afhankelijk van het aantal kilometers dat je in het kalenderjaar rijdt: a. In eerste instantie is de vergoeding per gereden kilometer gelijk aan de maximale netto vergoeding per kilometer die de Belastingdienst hanteert (in 2023: € 0,21), vermeerderd met € 0,10 bruto per kilometer. b. Als je in het kalenderjaar 6.000 kilometer of meer rijdt, is de vergoeding per gereden kilometer gelijk aan de maximale netto vergoeding per kilometer die de Belastingdienst hanteert (in 2023: € 0,21), vermeerderd met € 0,17 bruto per kilometer. Ook over de eerste 5.999 kilometer. We beoordelen aan het begin van het opvolgende kalenderjaar of je in het voorgaande kalenderjaar 6.000 kilometer of meer hebt gereden. Als dat zo is, zorgen we voor nabetaling aan jou van het verschil tussen de hiervoor genoemde vergoedingen per kilometer.

7. Je moet je auto zo onderhouden dat je verzekerd bent van een normaal, betrouwbaar en regelmatig gebruik. 8. Je moet voor je auto ook een verzekering hebben afgesloten, waarmee het risico van wettelijke aansprakelijkheid voor ons gedekt is op de wijze die bij ons gebruikelijk is. 9. We vergoeden ook onkosten voor het meenemen van bagage en benodigdheden, parkeerkosten, kosten van tolwegen, kosten van veerponten en soortgelijke kosten. Je kunt deze kosten binnen 3 maanden na je dienstreis bij ons declareren via Youforce, Self Service. Je moet dan wel een kopie van de betaalbewijzen meesturen en de originelen bewaren.

Artikel 3 Verblijfkosten binnenlandse dienstreis 1. Je hebt recht op een vergoeding van noodzakelijke verblijfkosten als je tijdens het uitvoeren van jouw functie een dienstreis maakt in Nederland. Je kunt deze kosten binnen 3 maanden bij ons declareren via Youforce, Self

Service. Je moet dan kopieën van de betaalbewijzen meesturen met jouw declaratie en de originelen bewaren. 2. De vergoeding bestaat uit een bedrag voor ontbijt, lunch, diner, logies en kleine uitgaven. 3. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten. Hierbij gelden de voorwaarden en de maximale bedragen die staan in de Cao Rijk, paragraaf 10.2 Dienstreizen binnenland, onderdeel Verblijfskosten en onderdeel Verblijfskostenvergoeding.

Artikel 4 Reis- en verblijfkosten buitenlandse dienstreis 1. Als je met onze toestemming een buitenlandse dienstreis maakt, vergoeden wij de noodzakelijke reiskosten en verblijfskosten. Deze toestemming krijg je als: a. Het doel van je reis rechtstreeks ons belang dient, of als je reis gericht is op een noodzakelijke vergroting of aanvulling van jouw kennis en/of ervaring die nodig is voor een goede vervulling van je functie; én b. De kosten van je dienstreis in verhouding staan met het rendement dat daarvan te verwachten is. 2. De hoogte van de reiskostenvergoeding, bedoeld in lid 1, is gelijk aan de kosten van je vervoer, met als maximum de kosten van openbaar vervoer eerste klas. Meerkosten krijg je niet vergoed. Als je een noodzakelijke reis met het vliegtuig maakt, is de hoofdregel dat je hoogstens de kosten van de economyclass vergoed krijgt. Als businessclass nodig mocht zijn en de voorkeur verdient, kunnen wij daartoe beslissen. Daarnaast vergoeden wij andere noodzakelijke kosten, zoals luchthavenbelasting, bagagekosten en premie reiskostenverzekering. 3. De hoogte van de verblijfskostenvergoeding, bedoeld in lid 1 is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten. Hierbij gelden de voorwaarden en de maximale bedragen voor logies en overige kosten die staan in de Cao Rijk, paragraaf 10.3 Dienstreizen buitenland, onderdeel Verblijfskosten.

Daarnaast vergoeden we congreskosten, kosten voor entree, catalogi en dergelijke. Je kunt de kosten in dit lid binnen 3 maanden bij ons declareren via Youforce, Self Service. Je moet dan kopieën van de betaalbewijzen meesturen met jouw declaratie en de originelen bewaren. 4. We vergoeden geen reis- en verblijfskosten als anderen deze kosten vergoeden.

Artikel 5 Vergoeding avondmaaltijd bij overwerk 1. Als je overwerk moet verrichten tussen 17.00 uur en 20.00 uur en je daardoor niet je diner op de normale plaats kunt eten, zorgen wij voor een diner. Als dit niet kan, dan kun je de werkelijk gemaakte kosten voor je diner binnen 3 maanden bij ons declareren via Youforce, Self Service. Je moet dan een kopie van het betaalbewijs meesturen met jouw declaratie en het origineel bewaren. 2. Als je anders dan door overwerk in opdracht van ons moet werken tussen 17.00 uur en 20.00 uur, dan is lid 1 ook van toepassing. Als je deze

werkzaamheden structureel verricht, kunnen we voor de wijze van declareren en uitbetalen van de vergoeding een afwijkende (forfaitaire) regeling vaststellen. 3. De vergoeding in lid 1 en 2 kan nooit meer bedragen dan het bedrag genoemd voor een diner in de Cao Rijk, paragraaf 10.2 Dienstreizen binnenland, onderdeel Verblijfskostenvergoeding.

Artikel 6 Vergoeding woon-werkverkeer Als je met het openbaar vervoer reist voor je woon-werkverkeer, kun je de kosten daarvan binnen 3 maanden na je reis bij ons declareren via Youforce, Self Service. Je krijgt je reiskosten dan terugbetaald tot maximaal 50% van de reiskosten op basis van tweede klastarief. Je moet dan wel kopieën van je reisbewegingen en betaalbewijzen meesturen.

Artikel 8 Gevallen waarin deze regeling niet voorziet We kunnen in jouw voordeel afwijken van deze regeling, als sprake is van een individueel geval waarin deze regeling volgens ons niet of niet naar redelijkheid en billijkheid voorziet.

Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2023.

33. Regeling ‘Gesprekken die Werken’ Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Artikel 1 Begrippen 3. Artikel 2 Startgesprek 4. Artikel 3 Gesprek 5. Artikel 4 Inwerkingtreding

Inleiding Je leidinggevende en jij bespreken regelmatig met elkaar hoe het in je werk gaat. Binnen Gemeente Nijmegen ligt daarbij de focus op je sterke punten en talenten, op hoe we die optimaal kunnen inzetten, op vooruit kijken (toekomstgericht) en op ruimte geven. We noemen dat ‘Gesprekken die Werken’. Dit past ook bij de manier waarop we flexibel willen inspelen op de steeds veranderende behoeften van de stad. In deze regeling staan de kaders die gelden bij ‘Gesprekken die Werken’. Met ‘Gesprekken die Werken’ geven we ook invulling aan het voorschrift in de Cao om regelmatig je functioneren te bespreken. De kaders in deze regeling bieden je

leidinggevende en jou een zekere ruimte en gaan uit van gezamenlijkheid. Dit doet echter niet af aan de bevoegdheden die je leidinggevende als zodanig heeft. Bij ‘Gesprekken die Werken’ is het uitgangspunt dat we niet meer voor iedereen formele beoordelingsgesprekken hebben. Daar zijn twee uitzonderingen op: (1) als volgens je leidinggevende verbetering van je functioneren vereist is voor voldoende uitvoering van je functie/werk; (2) als je om een beoordelingsgesprek vraagt. In die gevallen geldt een andere regeling uit ons Personeelshandboek: de Regeling beoordelingsgesprekken.

Artikel 1 Begrippen In deze regeling gebruiken we de volgende begrippen met de volgende betekenis: 1. We: de werkgever, gemeente Nijmegen. 2. Je of jij: de medewerker. 3. Leidinggevende: je direct leidinggevende. 4. Startgesprek: een gesprek, als bedoeld in artikel 2, waarmee je leidinggevende en jij ‘Gesprekken die Werken’ met elkaar beginnen. 5. Gesprek: een gesprek, als bedoeld in artikel 3, waarin je leidinggevende en jij met elkaar bespreken hoe het gaat in je werk.

Artikel 2 Startgesprek 1. Je leidinggevende en jij beginnen ‘Gesprekken die Werken’ met een startgesprek. Dit geldt niet alleen als je bij ons in dienst komt, maar ook als je van leidinggevende verandert, bijvoorbeeld door een functieverandering. 2. Je leidinggevende en jij bepalen de datum en tijd van het startgesprek in overleg. Dit gebeurt minimaal twee weken van te voren. 3. Je leidinggevende en jij zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het startgesprek. Hieronder valt ook de voorbereiding van het gesprek, zoals het tijdig van te voren opstellen van een overzicht van gespreksonderwerpen. 4. In het startgesprek bepalen je leidinggevende en jij samen hoe jullie invulling geven aan ‘Gesprekken die Werken’. Jullie maken dan afspraken met elkaar over in ieder geval de volgende onderwerpen: a. Welke onderwerpen jullie met elkaar bespreken in een gesprek. Dit kan een nadere invulling zijn van of een aanvulling op de onderwerpen in artikel 3 lid 5. b. Hoe vaak, waar en wanneer jullie een gesprek met elkaar hebben (minimaal één keer per kalenderjaar). c. Hoe jullie de uitkomsten van een gesprek vastleggen. 5. Je leidinggevende en jij leggen de uitkomsten van het startgesprek vast. De onderwerpen in lid 4 komen terug in de vastlegging. Ook zorgen jullie ervoor

dat uit de vastlegging duidelijk blijkt dat jullie je daarin allebei kunnen vinden. En jullie zorgen ervoor dat de vastlegging in je personeelsdossier komt. Voor het overige zijn jullie vrij in hoe jullie de vastlegging vormgeven. 6. Je leidinggevende en jij zorgen ervoor dat jullie de afspraken nakomen die jullie in het startgesprek hebben gemaakt. En dat jullie waar nodig anderen informeren over die afspraken.

Artikel 3 Gesprek 1. Het doel van een gesprek is contact en verbinding tussen je leidinggevende en jou en een continue dialoog over je persoonlijke ontwikkeling, werk en resultaten en hoe je optimaal kunt functioneren. De focus ligt daarbij op je sterke punten en talenten, op hoe we die optimaal kunnen inzetten, op vooruit kijken en op ruimte geven. 2. Een gesprek kan plaatsvinden op ieder moment dat je leidinggevende en/of jij dat nodig of wenselijk vindt. Jullie hebben sowieso minimaal één keer per kalenderjaar een gesprek met elkaar. 3. Je leidinggevende en jij bepalen de datum en tijd van een gesprek in overleg. Dit gebeurt minimaal twee weken van te voren. 4. Je leidinggevende en jij zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van een gesprek. Hieronder valt ook de voorbereiding van een gesprek, zoals het tijdig van te voren opstellen van een overzicht van gespreksonderwerpen. 5. Tijdens een gesprek komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a. Terugblik op hoe je je werk de afgelopen periode hebt gedaan, ook in relatie tot de afspraken die jullie hebben gemaakt over je doelstellingen en resultaten. b. Je doelstellingen en resultaten voor de komende periode. En wat je nodig hebt om optimaal te kunnen functioneren. c. Je persoonlijke ontwikkeling, je ambities voor de komende periode en opleidingen die nodig of wenselijk zijn.

Volgens de Cao moet dat minimaal één keer per 36 maanden leiden tot een persoonlijk ontwikkelingsplan. d. Je arbeidsomstandigheden. Daarbij besteden jullie ook aandacht aan je werk/privébalans en je andere werkplek(ken) dan kantoor (hybride werken). e. Je werkbelasting en belastbaarheid. Dat staat expliciet in de Cao voor als je 50 jaar of ouder bent, met de mogelijkheid om zo nodig afspraken te maken over aanpassingen in je individuele takenpakket. f. Ons integriteitsbeleid, inclusief gedragscode, en of er voor jou iets in de weg (kan) staan om individueel en/of collectief integer te handelen, zoals eventuele nevenwerkzaamheden. Door dit belangrijke onderwerp aan bod te laten komen in een gesprek, geven we ook invulling aan het voorschrift in de Ambtenarenwet om integriteit terug te laten komen in functioneringsgesprekken. g. Overige onderwerpen die je leidinggevende en jij met elkaar willen bespreken. 6. Je leidinggevende en jij leggen de uitkomsten van een gesprek vast. De onderwerpen in lid 5 komen terug in de vastlegging. Uit deze vastlegging is

te herleiden in welke mate je goed op je plek zit en welk beeld je leidinggevende heeft van je functioneren. Daarnaast zorgen je leidinggevende en jij ervoor dat uit de vastlegging duidelijk blijkt dat jullie je daarin allebei kunnen vinden. En jullie zorgen ervoor dat de vastlegging in je personeelsdossier komt. Voor het overige zijn jullie vrij in hoe jullie de vastlegging vormgeven. 7. Je leidinggevende en jij zorgen ervoor dat jullie de afspraken nakomen die jullie in een gesprek hebben gemaakt. En dat jullie waar nodig anderen informeren over die afspraken.

Artikel 4 Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking op 1 april 2023 . 2. Je leidinggevende en jij zorgen ervoor dat jullie zo spoedig mogelijk daarna een startgesprek hebben, indien en voor zover jullie dat nog niet hebben gehad.

34. Studiefaciliteitenregeling Inhoudsopgave 1. Artikel 1 Begrippen 2. Artikel 2 Verplichte studie 3. Artikel 3 Studiefaciliteiten 4. Artikel 4 Intrekken studiefaciliteiten 5. Artikel 5 Studiekosten 6. Artikel 6 Terugbetalen studiekosten 7. Artikel 7 Verlof 8. Artikel 8 Informatie geven 9. Artikel 9 Nadere regels 10. Artikel 10 Slotbepaling

Artikel 1 Begrippen In deze regeling verstaan we onder: 1. Je of jij: de medewerker. 2. We: de werkgever, gemeente Nijmegen. 3. Gesprekken die Werken: één of meer gesprekken als bedoeld in de regeling ‘Gesprekken die Werken’. 4. Studie: een scholing, opleiding, cursus of studie waarover je tijdens Gesprekken die Werken met ons een afspraak hebt gemaakt. 5. Verplichte studie: een scholing, opleiding, cursus of studie die wij verplicht zijn aan jou te

verstrekken om het werk te doen waarvoor je bent aangenomen. Het moet dan gaan om een verplichting op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of een toepasselijke regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2 Verplichte studie Wij bieden jou een verplichte studie kosteloos aan. Ook beschouwen wij deze verplichte studie als werktijd en vindt deze, zo mogelijk, plaats tijdens de tijdstippen waarop je jouw werk moet doen.

Artikel 3 Studiefaciliteiten 1. Tijdens Gesprekken die Werken kunnen wij met jou afspraken maken over onder andere de opleidingsvorm of het -instituut en over de periode waarin jij jouw studie zal volgen. 2. Wij geven jou studiefaciliteiten voor een bepaalde termijn, die we afleiden van de normale duur van de studie. 3. Wij kunnen de termijn in lid 2 in bijzondere gevallen verlengen. 4. We gaan ervan uit dat de termijnen in de voorgaande leden in elk geval is verstreken op de datum waarop jouw dienstverband met ons eindigt.

Artikel 4 Intrekken studiefaciliteiten Wij kunnen de gegeven studiefaciliteiten al dan niet tijdelijk intrekken. Dat kunnen wij doen als wij, op grond van informatie die wij hebben ingewonnen, vinden dat jij niet regelmatig of niet voldoende studeert. En jij je studie daardoor naar verwachting niet kan volbrengen binnen de termijn in artikel 3.

Artikel 5 Studiekosten 1. Wij vergoeden volledig de studiekosten die je volgens ons redelijk gezien maakt. 2. Onder de redelijk gemaakte studiekosten in lid 1 verstaan we in ieder geval: a. cursus-, les- of collegegelden, examen- en diplomagelden en benodigd studiemateriaal, met uitzondering van schrijfbenodigdheden, verzendkosten, duurzame gebruiksartikelen en boeken die verband houden met je studie en niet verplicht zijn voorgeschreven; b. noodzakelijke reis- en verblijfkosten. We berekenen jouw reiskosten volgens de minst kostbare wijze van openbaar vervoer.

Artikel 6 Terugbetalen studiekosten 1. We vergoeden je studiekosten pas, nadat jij schriftelijk hebt verklaard, dat jij de ontvangen bedragen zal terugbetalen als:

a. jij de studie, waarvoor we de vergoeding hebben gegeven, beëindigt voordat de termijn in artikel 3 lid 2 is verstreken zonder dat jij je diploma hebt behaald; b. we de studiefaciliteiten intrekken op grond van artikel 4; c. jij binnen twee jaren na het beëindigen van de studie zelf uit dienst gaat of wij jou ontslaan als gevolg van feiten of omstandigheden die aan jezelf te wijten zijn; 2. De terugbetalingsverplichting in lid 1 onder a of b vervalt, als we voortzetting van de studie redelijkerwijs niet van jou kunnen verlangen. 3. Wij kunnen jou op jouw verzoek, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, ontheffen van de verplichting tot terugbetaling die op jou rust.

Artikel 7 Verlof We bepalen de omvang van het studieverlof in artikel 3 in redelijkheid. Daarbij houden we rekening met onder andere het belang van de opleiding voor ons, jouw persoonlijke omstandigheden en de zwaarte van de studie.

Artikel 8 Informatie geven Jij bent verplicht die informatie te geven, die wij voor de toepassing van deze regeling noodzakelijk vinden

Artikel 9 Nadere regels Wij kunnen nadere regels stellen ter uitvoering van deze regeling.

Artikel 10 Slotbepaling Wij kunnen in gevallen, waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, een voorziening treffen.

35. Verplaatsingskosten Inhoudsopgave 1. Artikel 1 Begrippen 2. Artikel 2 Tegemoetkoming verhuiskosten 3. Artikel 3 Tegemoetkoming verhuiskosten 4. Artikel 4 Aanvraag tegemoetkoming 5. Artikel 5 Voorschot 6. Artikel 6 Bijzondere omstandigheden 7. Artikel 7 Vergoeding reiskosten in afwachting van verhuizing 8. Artikel 8 Inwerkingtreding

Artikel 1 Begrippen

In deze regeling gebruiken we de volgende begrippen met de volgende betekenis: 1. We: de werkgever, gemeente Nijmegen. 2. Je of jij: de medewerker 3. Standplaats: het grondgebied van de gemeente Nijmegen; 4. Woongebied: een door ons aan te wijzen gebied aansluitend aan de standplaats. Dat is op dit moment het gebied waarvan de grens wordt gevormd door de plaatsen Elst, Gendt, Leuth, Groesbeek, Mook, Grave, Wijchen, Ewijk en Valburg; 5. Eigen huishouding voeren: als je zelfstandig een woonruimte bewoont; 6. Berekeningsbasis: twaalf keer je salaris, IKB en eventuele salaristoelage(n); 7. Gezinsleden: je echtgenoot, geregistreerde partner of levenspartner en kinderen, stief- en pleegkinderen van jou en/of van je echtgenoot, geregistreerde partner of levenspartner, voor zover jullie samenwonen.

Artikel 2 Tegemoetkoming verhuiskosten 1. Als je, in verband met jouw indiensttreding, in opdracht van ons bent verhuisd en bent gaan wonen in een woning binnen de standplaats, krijg je een tegemoetkoming in de verhuiskosten. 2. Als je, in verband met jouw indiensttreding, in opdracht van ons bent verhuisd en bent gaan wonen in een woning buiten de standplaats, krijg je een tegemoetkoming in de verhuiskosten, als wij vooraf hebben vastgesteld dat je met jouw verhuizing voldoet aan de opdracht om naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen . 3. Als je zonder opdracht van ons bent verhuisd en bent gaan wonen in een woning binnen de standplaats, krijg je een tegemoetkoming in de verhuiskosten. 4. Als je, in verband met jouw indiensttreding, zonder opdracht van ons bent verhuisd en bent gaan wonen in een woning buiten de standplaats maar binnen het woongebied, krijg je een tegemoetkoming in de verhuiskosten. Hierbij geldt dat de afstand tussen je oude en je nieuwe woning, te rekenen van gemeentegrens tot gemeentegrens, ten minste 50 kilometer moet zijn. 5.

Je moet de tegemoetkoming in de verhuiskosten die je volgens lid 1, 2 of 4 hebt gekregen, terugbetalen als je in verband met jouw indiensttreding bent verhuisd en je binnen twee jaar na de datum van verhuizing zelf ontslag neemt of we je binnen twee jaar na die datum ontslaan als gevolg van feiten of omstandigheden die aan jou te wijten zijn. 6. Je krijgt de tegemoetkoming in verhuiskosten volgens lid 1, 2 of 4 alleen als je schriftelijk hebt verklaard dat je bekend bent met de verplichting tot terugbetalen in lid 5. 7. Je krijgt geen tegemoetkoming in verhuiskosten volgens lid 1, 2 of 4 als je verhuizing niet binnen twee jaar na de datum van jouw indiensttreding heeft plaatsgevonden.

Artikel 3 Tegemoetkoming verhuiskosten 1. De tegemoetkoming in verhuiskosten volgens artikel 2 lid 1 en 2 kan slechts bestaan uit: a. een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en inboedel van jou en jouw gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder de kosten van het in- en uitpakken ; b. een bedrag voor alle andere kosten die direct uit de verhuizing voortvloeien. 2. Als je op de dag van jouw verhuizing een eigen huishouding voert, is het bedrag in lid 1 onderdeel b een tegemoetkoming van 12% van de berekeningsbasis, met een maximumbedrag van € 4.600,3. Als je verhuist met je gezin en jij en je echtgenoot, geregistreerde partner of levenspartner beiden medewerkers zijn in de zin van deze regeling en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen, berekenen wij de tegemoetkoming over de gezamenlijke berekeningsbasis. 4. Als je geen eigen huishouding voert, krijg je geen tegemoetkoming volgens lid 1 onderdeel b. In bijzondere omstandigheden kunnen wij voor deze kosten toch een tegemoetkoming geven van 3% van de berekeningsbasis. 5. De tegemoetkoming in verhuiskosten volgens artikel 2 lid 3 bedraagt € 1.825,-. 6. De tegemoetkoming in verhuiskosten volgens artikel 2 lid 4 bedraagt € 1.375,-.

Artikel 4 Aanvraag tegemoetkoming 1. Je moet je aanvraag voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten bij ons indienen voor de datum van jouw verhuizing. 2. Zo snel mogelijk na jouw verhuizing en in ieder geval binnen 6 maanden daarna, laat je ons weten welke kosten je hebt gemaakt als bedoeld in artikel 3 lid 1 onderdeel a.

Artikel 5 Voorschot Wij kunnen de tegemoetkomingen in deze regeling bij wijze van een voorschot aan je geven.

Artikel 6 Bijzondere omstandigheden 1. Wij kunnen in individuele gevallen, waarin deze regeling volgens ons niet of niet in redelijkheid voorziet, voor zover nodig een beslissing nemen in afwijking van deze regeling. 2. In bijzondere omstandigheden kunnen wij voor een door ons aan te wijzen groep medewerkers een beslissing nemen in afwijking van deze regeling.

Artikel 7 Vergoeding reiskosten in afwachting van verhuizing

Als wij je opdracht hebben gegeven om te verhuizen, kunnen wij jou, in afwachting van jouw verhuizing, in individuele gevallen een reiskostenvergoeding verlenen onder de volgende voorwaarden: 1. de vergoeding is maximaal de kosten van de goedkoopste wijze van openbaar vervoer; 2. de salarisadministratie betaalt jouw reiskostenvergoeding om fiscale spelregels te bewaken; 3. wij kennen jouw vergoeding toe vanaf de datum van jouw indiensttreding tot het moment van jouw verhuizing, en voor maximaal één jaar; 4. wij kunnen jouw vergoeding één jaar verlengen als jij op dat moment verklaart dat je nog steeds de intentie hebt om te verhuizen naar Nijmegen of directe omgeving; 5. jij verklaart schriftelijk dat jij, als jij toch van verhuizing afziet, de aan jou betaalde vergoeding terugbetaalt aan ons.

Artikel 8 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

36. Coördinatiemodule, regeling i Inhoudsopgave 1. Artikel 1 Regeling coördinatiemodule 2. Artikel 2 Regeling coördinatiemodule 3. Artikel 3 Regeling coördinatiemodule 4. Artikel 4 Regeling coördinatiemodule 5. Artikel 5 Regeling coördinatiemodule 6. Artikel 6 Regeling coördinatiemodule

Artikel 1 Regeling coördinatiemodule Aan een werknemer kan de coördinatiemodule toegewezen worden voor bepaalde of voor onbepaalde tijd.

Artikel 2 Regeling coördinatiemodule De werknemer met een functie in salarisschaal 10 of lager die voor bepaalde tijd de coördinatiemodule krijgt toegewezen heeft recht op een toelage.

Artikel 3 Regeling coördinatiemodule De toelage als bedoeld in het vorige artikel bedraagt het verschil tussen het maximumsalaris van zijn functieschaal en het maximumsalaris van de naast hogere schaal. Aan de werknemer die buiten zijn toedoen de coördinatiemodule

niet meer krijgt toegewezen, wordt een aflopende toelage toegekend indien hij de toelage gedurende minimaal twee jaar heeft ontvangen. Het eerste jaar bedraagt de toelage 50% van het oorspronkelijke bedrag. Het tweede jaar 25% van het oorspronkelijk bedrag en het derde jaar 0.

Artikel 4 Regeling coördinatiemodule De werknemer met een functie in salarisschaal 10 of lager die voor onbepaalde tijd de coördinatiemodule krijgt toegewezen wordt ingeschaald in de naast hogere schaal.

Artikel 5 Regeling coördinatiemodule Werknemers die in HR21 worden ingeschaald in 11 of hoger hebben geen recht op extra beloning, omdat de coördinatiemodule in die gevallen niet meer functieniveau bepalend is.

Artikel 6 Regeling coördinatiemodule De moduletaken zijn: • • • • •

plant en verdeelt de werkzaamheden en verzorgt de afstemming bewaakt, borgt en toetst voortgang, kwaliteit en kwantiteit van de werkzaamheden treedt op als vraagbaak en klankbord voor de werknemers binnen het betreffende vakgebied verzorgt de vakinhoudelijke ondersteuning en begeleiding van werknemers bij de uitvoering van de werkzaamheden is informant bij gesprekken in het kader van de jaarlijkse gesprekscyclus

37. Functiebeschrijving en -waardering, procedureregeling Inhoudsopgave 1. Artikel 1 Definities 2. Artikel 2 Vaststelling functiebeschrijvingen 3. Artikel 3 Vaststelling waarderingen 4. Artikel 4 Vaststelling conversietabel 5. Artikel 5 Voorbereiding indelingsadvies, indelingsbesluit, bezwaar en beroep 6. Artikel 6 Nieuwe en gewijzigde taken 7. Artikel 7 Wijziging functiebeschrijvingen 8. Artikel 8 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 1 Definities

1. Functie: Het samenstel van taken en of werkzaamheden dat, afgeleid uit de taakstelling van de organisatie, is opgedragen aan een functiehouder. 2. Functiebeschrijving: De normbeschrijving dan wel de lokale functiebeschrijving die een resultaatgerichte weergave is van aard, overwegend karakter, niveau en complexiteit van taken. 3. Normbeschrijving: De generieke functiebeschrijving zoals opgenomen in het normbestand van HR21. De normbeschrijving is voorzien van een vaste waardering (puntenreeks). 4. Lokale functiebeschrijving: De volgens het format van HR21 lokaal gewijzigde normbeschrijving of toegevoegde (nieuwe) functiebeschrijving. 5. Functiehouder: • de werknemer in de zin van of • de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, is aangegaan. 6. Functiewaardering: Het bepalen van de relatieve functiewaarde van een functiebeschrijving aan de hand van de in HR21 vastgelegde waarderingsmethode. 7. Bevoegd gezag: Het college van burgemeester en wethouders. 8. Bestuurder: De bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). 9. Directie: De algemeen directeur/gemeentesecretaris en de directeuren. 10. Externe deskundige: Een door de systeemhouder (VNG) erkend deskundige inzake de ontwikkeling, toepassing en werking van HR21. 11.

Gecertificeerde gebruiker: De volgens de normering van de extern deskundige opgeleide lokale gebruiker die geautoriseerd is om te werken met HR21. 12. Bezwarencommissie: De commissie als bedoeld in de ‘Verordening op de commissie voor bezwaarschriften inzake rechtspositionele besluiten’, die is ingesteld ingevolge artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht en die zich bezig houdt met de advisering over bezwaarschriften inzake personele aangelegenheden.

Artikel 2 Vaststelling functiebeschrijvingen Lid 1 De leden van de directieselecteren namens het bestuur (in samenspraak met de externe deskundige en/of een gecertificeerde gebruiker) per functie een normbeschrijving uit HR21. Indien de normbeschrijving voor de functie onvolledig is, dan wel een voor de functie dekkende normbeschrijving niet beschikbaar is, wordt een lokale functiebeschrijving opgesteld. Lid 2

De geselecteerde normbeschrijving(en) en/of lokale functiebeschrijving(en), wordt/worden besproken binnen de directie en door of namens de bestuurder voorlopig vastgesteld. De voorlopig vastgestelde functiebeschrijving(en) wordt/worden door de bestuurder ter informatie aangeboden aan de ondernemingsraad (OR). Lid 3 Indien sprake is van een organisatiebrede functiebeschrijvingsronde, of indien sprake is van een organisatorische verandering zoals bedoeld in artikel 25 lid 1 van de WOR, dan stelt de bestuurder de OR in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen vaststelling van de functiebeschrijvingen. Artikel 25 lid 2 tot en met 6 en artikel 26 WOR zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Lid 4 Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 of 3, legt de Directiede functiebeschrijvingen ter vaststelling voor aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag stelt de aldus voor de gemeentelijke functies tot stand gekomen (norm- en lokale) functiebeschrijvingen bij algemeen verbindend voorschrift vast.

Artikel 3 Vaststelling waarderingen Lid 1 In opdracht van het bevoegd gezag worden door de gecertificeerde gebruiker en/of externe deskundige, aan de hand van de in HR21 vastgelegde functiewaarderingsmethode, alle lokale functiebeschrijvingen gewaardeerd. Lid 2 De waarderingsresultaten van de lokale functiebeschrijvingen worden ter toetsing aangeboden aan de directie. Lid 3 De waarderingsresultaten worden opgenomen in een eindadvies functiewaardering aan het bevoegd gezag. Het waarderingsadvies bevat in ieder geval: 1. Een motivering, gerubriceerd per invalshoek en dimensie, van de subscores en de totaalscore per lokale functiebeschrijving; 2. Een overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle lokale functiebeschrijvingen; 3. Een gecombineerd overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen; 4. Een verslag van de toetsing als bedoeld in lid 2 van dit artikel. Lid 4 Het bevoegd gezag stelt de waarderingen vast met inachtneming van het eindadvies functiewaardering. Afwijking van het advies kan slechts plaatsvinden op basis van zwaarwegende argumenten. Het bevoegd gezag stelt de waarderingen van de lokale functiebeschrijvingen en normbeschrijvingen bij algemeen verbindend voorschrift vast.

Artikel 4 Vaststelling conversietabel Lid 1 Het bevoegd gezag stelt op basis van de vastgestelde gemeentelijke salarisstructuur, na verkregen overeenstemming binnen de commissie voor Lokaal Overleg, een conversietabel vast. Wijziging van de gemeentelijke salarisstructuur vindt niet plaats zonder overeenstemming binnen de commissie voor Lokaal Overleg. Lid 2 Door middel van toepassing van de vastgestelde conversietabel worden de waarderingen van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen omgezet naar functionele schalen.

Artikel 5 Voorbereiding indelingsadvies, indelingsbesluit, bezwaar en beroep Lid 1 De directie adviseert (in samenspraak met de externe deskundige en/of een gecertificeerde gebruiker) het bevoegd gezag over de indeling van de functies in norm- en/of lokale functiebeschrijvingen. Lid 2 In geval van een organisatiebrede functiebeschrijvingsronde, of indien sprake is van een ingrijpende organisatorische verandering, wordt het indelingsadvies ter toetsing voorgelegd aan een indelingscommissie. De gecertificeerde gebruiker en/of extern deskundige zijn als adviseur(s) aanwezig bij de vergaderingen van de indelingscommissie. De indelingscommissie bestaat uit: 1. een lid aan te wijzen door het bevoegd gezag, niet zijnde een bestuurder van de gemeente of anderszins werkzaam voor of bij de gemeente; 2. een lid aan te wijzen door de werknemersdelegatie vanuit de commissie voor Lokaal Overleg/ondernemingsraad, niet werkzaam bij of voor de gemeente of vaste adviseur van de werknemersdelegatie in de Commissie voor Lokaal Overleg; 3. een voorzitter, aan te wijzen door de leden onder a en b. Lid 3 Het bevoegd gezag maakt aan de functiehouder schriftelijk bekend welke (norm- of lokale) functiebeschrijving zij voornemens is op de functie van toepassing te verklaren (indelingsbesluit).

In het voorgenomen indelingsbesluit zijn tevens de gevolgen opgenomen voor de inschaling, het salaris en/of de salaris (en eventuele toelage(n) en ikb). Lid 4 De functiehouder wordt in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijze over de indeling aan de norm- of lokale functiebeschrijving kenbaar te maken. De termijn voor het kenbaar maken van de zienswijze bedraagt vier weken. De zienswijze

wordt schriftelijk en gemotiveerd kenbaar gemaakt aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag legt de zienswijze ter advisering voor aan de directie. Lid 5 Na het verstrijken van de termijn als bedoeld in lid 4, maakt het bevoegd gezag, indien van toepassing na kennisneming van de ingediende zienswijze(n) van de functiehouder(s) en het advies van de directie, schriftelijk en gemotiveerd aan de functiehouder bekend in welke functiebeschrijving de functie van de functiehouder is ingedeeld en welke de gevolgen zijn voor de inschaling, het salaris en/of salaris (en eventuele toelage(n) en ikb). Deze mededeling is een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Tegen dit besluit kan de functiehouder schriftelijk en gemotiveerd bezwaar maken bij het bevoegd gezag.

Artikel 6 Nieuwe en gewijzigde taken Lid 1 Indien aan een functiehouder, door of namens de directie, nieuwe of gewijzigde taken worden opgedragen, dan heroverweegt het bevoegd gezag, na en met inachtneming van het advies van directie/managementteam, de indeling in de functiebeschrijving. Lid 2 Indien de heroverweging leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan is het bepaalde in artikel 5 (met uitzondering van lid 2) van overeenkomstige toepassing. In het geval dat de heroverweging niet leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan wordt de functiehouder hiervan onverwijld in kennis gesteld.

Artikel 7 Wijziging functiebeschrijvingen Lid 1 Bij wijziging van de structuur, taken of doelstellingen van de organisatie wordt, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, door of namens de bestuurder bezien of de vastgestelde functiebeschrijvingen volledig en/of toereikend zijn. Het selecteren, wijzigen of opstellen van nieuwe functiebeschrijvingen verloopt volgens de procedure als beschreven in artikel 2. Lid 2 Een verzoek tot heroverweging van de bestaande functiebeschrijvingen kan ook worden ingediend door de OR.

Artikel 8 Overgangs- en slotbepalingen Lid 1 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent hetgeen in deze procedureregeling is neergelegd voor zover aard en strekking van deze regeling zich daartegen niet verzet. Indien en voor zover bij nadere regels van deze regeling wordt afgeweken, dient hierover voorafgaand instemming te worden gevraagd aan de ondernemingsraad. Het bepaalde in artikel 27 lid 2 t/m 7 WOR is van overeenkomstige toepassing.

Lid 2 In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet beslist het bevoegd gezag. Lid 3 Deze regeling, welke kan worden aangehaald als ‘Procedureregeling functiebeschrijving en -waardering gemeente Nijmegen’, treedt terstond in werking na publicatie / bekendmaking dezes en vervangt alle voorgaande regelingen, in het bijzonder de Nijmeegse Methode van Functiewaardering (NMF) in de voormalige Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Nijmegen (AGN). Conversietabel 1 0-51 10 2 52-61 15 3 62-76 65 4 77-141 75 5 142-216 75 6 217-291 80 7 292-371 80 8 372-451 80 9 452-531 95 10 532-626 80 11 627-706 65 12 707-771 50 13 772-821 50 14 822-871 60 15 872-931 40 16 932-971 14 17 972-985 18 986-1000 bandbreedte schaal punten Functiematrix Klik hier voor de volledige en vergrote versie van de functiematrix.

38. Overgangsregeling Inconveniënten Bij de invoering van HR 21 vervalt de inconvenientenregeling. Voor de werknemers aan wie een inconvenient zijn toegekend op peildatum 1 april 2016 geldt de volgende overgangsregeling. • •

Aan nieuwe functiehouders worden vanaf 1 april 2016 geen inconveniententoeslagen meer toegekend. Bij het zittend personeel is per 1 april 2016 één van onderstaande situaties van toepassing: 1. 1. In het geval de functieschaal op grond van indeling op basis van HR21 gelijk blijft: De toegekende inconvenienten worden gegarandeerd in een persoonlijke garantietoelage, zolang de werknemer in een functie werkt waaraan de inconveniënten destijds waren toegekend. 55plussers behouden de toeslag, ongeacht de toekomstige functie. De consequentie is dat er geen sprake is salarisachteruitgang bij de invoering van HR21. 2. 2. Als de functie op grond van HR 21 hoger is ingedeeld: De op 31 maart 2016 bestaande inconveniententoeslag wordt beëindigd op het moment dat het nieuwe salaris uitgaat boven het oude salaris inclusief inconveniententoeslag. Voor zover het nieuwe salaris niet uitgaat boven het oude salaris plus de toeslag geldt een

garantietoelage. Ook hier weer geen sprake van salarisachteruitgang door de invoering van HR 21. 3. 3. Als de functie op grond van HR 21 lager ingedeeld wordt dan de oude functie: Op grond van de AGN wordt de oude salarisschaal gegarandeerd. Verder wordt de regeling als onder 1. toegepast. Nota Bene. De toeslag is een garantietoelage als bedoeld in Hoofdstuk 3 nieuw. Deze overgangsregeling treedt in werking met ingang van 1 april 2016

39. Uitruil IKB voor een tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer Inhoudsopgave 1. 1. Hoe werkt deze uitruilregeling? 2. 2. Hoe wordt de reisafstand en aantal reisdagen bepaald? 3. 3. Combinatie thuiswerkdag en reisdag 4. 4. Randvoorwaarden Deze regeling is een aanvulling op de CAO hoofdstuk 4; Individueel Keuze Budget. Deze regeling beschrijft de wijze van uitruil van je Individueel Keuze Budget (hierna: IKB) voor een tegemoetkoming van je gemaakte reiskosten voor woonwerkverkeer.

1. Hoe werkt deze uitruilregeling? 1. Je kan maximaal jouw volledige IKB inzetten voor een vergoeding in de reiskosten van jouw woon-werkverkeer. Hierdoor heb je een fiscaal voordeel. 2. Het maakt niet uit met welk vervoermiddel je reist. 3. Deze uitruilregeling geldt alleen voor de daadwerkelijke reisdagen naar de werklocatie die je per kalendermaand hebt opgegeven in Youforce. Deze uitruilregeling geldt dus niet voor de aangemerkte thuiswerkdagen. 4. Geef je geen reisdagen op, dan kan de uitruil niet plaatsvinden in het systeem en kan geen berekening reiskosten woon-werkverkeer worden gemaakt. 5. De vergoeding per reiskilometer woon-werkverkeer is gelijk aan de maximaal onbelaste kilometervergoeding die geldt bij het reizen met eigen vervoer (vast gesteld door de belastingdienst). 6. Youforce berekent na opgave van jouw reisbewegingen voor jou de fiscale ruimte en de maximale inzet voor de uitruil woon-werkverkeer. Hierop worden eventuele andere uitgekeerde vergoedingen voor woonwerkverkeer, zoals een (gedeeltelijke) vergoeding van het OV-abonnement, in mindering gebracht. 7. Door het indienen van het aanvraagformulier ‘uitruil reiskosten ww’ in Youforce te bevestigen, ben je akkoord met de verlagen van (een deel van) je IKB. Je verklaart hiermee ook op de hoogte te zijn en aanvaardt de

mogelijke consequenties die een verlaging van het IKB kan hebben, doordat deze worden uitgewisseld tegen een bestedingsdoel. Het gaat dan onder andere om; a. Een verlaging van het loon in het kader van de sociale verzekeringswetten; b. Een verlaging van het inkomen in het kader van inkomensafhankelijke subsidies.

2. Hoe wordt de reisafstand en aantal reisdagen bepaald? 1. Voor de bepaling van het aantal kilometer van het woon-werkverkeer, wordt de ‘kortste route’ van jouw woonadres naar de standplaats van jouw werklocatie berekend via de routeplanner Europa van de ANWB. Een print screen van de berekening van de routeplanner wordt bij de aanvraag gevoegd. 2. Heb je meerdere standplaatsen, dan wordt de gemiddelde reisafstand woon-werkverkeer vastgesteld voor het reizen naar de standplaatsen. 3. Voor de berekening van het aantal kilometers woon-werkverkeer, is jouw feitelijke situatie op de reisdagen, zoals ingevuld in het declaratieformulier ‘Declaratie reis- en/of thuiswerkdagen’, leidend. 4. De declaratieformulieren voor jouw reis- en/of thuiswerkdagen moeten uiterlijk op een bepaalde datum zijn ingediend: • Voor de maanden januari tot en met november is dat uiterlijk 4 december van het betreffende jaar. • Voor de maand december is dat uiterlijk 4 januari van het daaropvolgende jaar. Je bent zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van deze declaratieformulieren. 5. De hierboven vermelde declaratieformulieren worden in Youforce door jouw leidinggevende goedgekeurd. Als deze goedkeuring na het verstrijken van de hierboven genoemde termijn wordt ontvangen, kun je niet meer deelnemen aan deze regeling. 6.

Geef de wijzigingen die invloed hebben op de juiste berekening van het aantal kilometers, zoals een verhuizing of wijziging van de standplaats, tijdig door. 7. Wanneer je onjuiste gegevens doorgeeft en/of onrechtmatig gebruik maakt van deze regeling, wordt de eventuele naheffingsaanslag (inclusief boete en heffingsrente) van de Belastingdienst met terugwerkende kracht op jou verhaald.

3. Combinatie thuiswerkdag en reisdag 1. Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de thuiswerkvergoeding worden ontvangen èn een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer worden uitgeruild.

2. Als je het grootste deel van de dag thuiswerkt en het andere deel van de dag vanuit een standplaats, dan wordt óf alleen de thuiswerkvergoeding verstrekt óf kan alleen de reiskostenvergoeding worden uitgeruild. Je kiest zelf welke vergoeding je toepast voor deze werkdag. 3. Als je een deel van de dag thuis werkt en diezelfde werkdag een dienstreis moet maken naar een andere plek dan de standplaats, dan kun je zowel een thuiswerkvergoeding ontvangen als een vergoeding voor de dienstreis.

4. Randvoorwaarden 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1-1-2022 2. Met inwerkingtreding van deze regeling vervallen alle voorgaande regelingen op het gebied van het uitruilen van bruto beloningsbestanddelen, zoals een eindejaarsuitkering, voor een tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer. De toepassing van deze regeling past binnen de fiscale wet- en regelgeving. 3. Indien er fiscale wijzigingen zijn, kan de werkgever de regeling aanpassen. 4. Als er door de Belastingdienst bijzondere voorwaarden worden verbonden voor de belastingvrije uitbetaling, dan houd je je aan deze voorwaarden. Dit kun je desgewenst aantonen. Een eventuele naheffing als gevolg van het niet voldoen aan deze voorwaarden, zijn voor jouw rekening. 5. Deze regeling is van kracht indien en voor zover het op grond van wetgeving, jurisprudentie of beleidsregel van de Staatssecretaris van Financiën mogelijk is het IKB uit te ruilen tegen een onbelaste tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer. 6. De werkgever is bevoegd om in gevallen waarin deze regeling niet of niet in billijkheid voorziet, een voorziening te treffen. 7. Deze regeling wordt aangehaald als: “Regeling uitruil Individueel Keuze Budget tegen een tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer”.

40. Gedragscode voor ambtenaren gemeente Nijmegen Inhoudsopgave 1. 1. Onze gedragscode 2. 2. Onze kernwaarden integriteit 3. 3. Onze regels 4. 4. Aandacht voor integriteit en gedrag 5. 5. Als integriteit en goed gedrag in het gedrang is Ingangsdatum 7 november 2023

1. Onze gedragscode Waarom deze gedragscode?

Als gemeente Nijmegen zijn wij er om een bijdrage te leveren aan het functioneren van onze mooie stad. Als ambtenaren zetten wij ons daar dagelijks voor in. Deze positie van ambtenaar brengt bijzondere verantwoordelijkheden met zich mee, ook buiten werktijd. Dat we trouw zijn aan onze publieke taak en aan het algemeen belang. Maar ook dat we ons als goed ambtenaar gedragen. Op een manier die past bij onze bijzondere positie als overheidswerknemer. Die bijzondere positie komt ook tot uitdrukking in het afleggen van de eed/belofte. Integer handelen staat daarin centraal en is niet iets dat we ‘erbij doen’. Integriteit maakt onderdeel uit van ons handelen als ambtenaar en onze identiteit als gemeente. Integer handelen is een voorwaarde om als Nijmegen tot resultaat te komen voor onze inwoners. Dit betekent onder andere dat we elkaar met respect behandelen en dat we zorgvuldig omgaan met spullen van de gemeente. Maar ook dat we onze inwoners op een gelijke manier behandelen en geen bekenden bevoordelen. Dit lijkt misschien voor zich te spreken, maar toch is het goed daar met elkaar afspraken over te maken. In deze gedragscode leggen we daarom vast wat we onder integer handelen verstaan en welk gedrag van ons verwacht mag worden. Zowel tegenover elkaar als in contact met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen.

Handvatten voor integer handelen Van ons als ambtenaren wordt verwacht dat we integer handelen. In hoofdstuk 3 van deze gedragscode zijn regels opgenomen over welk gedrag wel en niet is toegestaan. Tegelijkertijd zijn er allerlei situaties waarin het veel lastiger is te bepalen wat nu wel of niet gepast gedrag is. Dit komt mede doordat onze rol als overheid is veranderd. We doen het niet meer alleen, maar samen met inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers in de stad en in de regio. Daarnaast wordt van ons verwacht dat we maatwerk leveren waar mogelijk. Dat we inspelen op wensen en behoefte van onze inwoners. Dit betekent meer ruimte voor ons als ambtenaren om afwegingen te maken en een groter grijs gebied waarin niet altijd duidelijk is wat integer handelen inhoudt. Ook zijn de normen in de maatschappij en onze organisatie veranderd en zullen deze blijven veranderen. Bijvoorbeeld op het gebied van ongewenste omgangsvormen. Iets dat 5 jaar geleden nog ‘normaal’ werd gevonden kan nu ‘not done’ zijn. Dit alles maakt dat je als ambtenaar steeds vaker in situaties terecht kunt komen waarin de regels of procedures niet helder zijn óf de toepassing van regels en procedures niet tot de gewenste oplossing leidt. En wat is dan integer handelen? Dit is vaak niet eenvoudig te bepalen.

In deze situaties is het aan onszelf om de juiste keuze te maken, deze te kunnen motiveren en daar transparant over zijn. Deze gedragscode biedt ons daarom handvatten voor het maken van een keuze in dat grijze gebied. Binnen dit grijze gebied hebben we namelijk houvast nodig om ons werk op een goede manier te kunnen doen. Ons belangrijkste houvast zijn nu vaak onze eigen normen en waarden, maar we weten ook dat deze niet voor iedereen binnen onze organisatie gelijk zijn. Door afspraken te maken over de invulling van het grijze gebied werken we toe naar gezamenlijke normen en waarden binnen onze organisatie en team.

Ook spreken we met elkaar drie kernwaarden integriteit af: transparantie, vertrouwen en verantwoording. Deze kernwaarden kleuren het begrip integriteit in en geven houvast in het grijze gebied.

Aandacht voor integriteit Wij beseffen dat de regels, afspraken en kernwaarden geen waarde hebben wanneer ze pas uit de kast worden getrokken op het moment dat er iets aan de hand is. Afspraken moeten namelijk bekend zijn om ze na te kunnen komen. Kernwaarden moeten vertaald worden naar het eigen werk om waarde te hebben. En gedrag en integriteit moeten een vast onderdeel worden van ons werk. Onze leidinggevenden hebben daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. Zowel in het onder de aandacht houden van integriteit als in het geven van het goede voorbeeld. Daarom maken we in deze gedragscode ook met elkaar afspraken over hoe we gedrag en integriteit blijvend de aandacht geven die het verdient. Deze afspraken moeten voorkomen dat gedrag en integriteit na een korte opleving weer wegzakken en ervoor zorgen dat het duurzaam op de agenda blijft. Kortom, gedrag is niet iets voor erbij, maar maakt onderdeel uit van ons werk en van wie we zijn.

Voor wie geldt deze gedragscode? Deze gedragscode geldt voor alle medewerkers van de gemeente Nijmegen. Hieronder vallen alle ambtenaren die een arbeidsovereenkomst met de gemeente Nijmegen hebben. Maar ook alle andere personen die werkzaam zijn voor de gemeente Nijmegen zoals tijdelijk ingehuurde medewerkers, stagiairs en mensen met een werkervaringsplaats. Voor onze inwoners is er namelijk geen verschil.

2. Onze kernwaarden integriteit Als organisatie hebben we met elkaar een aantal uitgangspunten vastgesteld die richting geven aan ons handelen. Dit zijn: • • • •

Kiezen voor contact Vertrouwen als vertrekpunt Gewoon doen wat nodig is Leren van wat we doen

Wanneer het gaat over integriteit en ‘goed gedrag’ helpt het ons om deze uitgangspunten te vertalen naar een aantal kernwaarden integriteit. Deze kernwaarden integriteit kunnen ons helpen bij het inkleuren van het ‘grijze gebied’. Ze vormen de basis voor integer handelen en voor ons integriteitbeleid.

Kernwaarden integriteit Tijdens bijeenkomsten en gesprekken met medewerkers over integriteit zijn verschillende waarden genoemd. De waarden transparantie, vertrouwen en verantwoording kwamen tijdens deze gesprekken in het bijzonder naar voren. Dit

zijn waarden die breed genoemd en herkend worden binnen onze organisatie als het om integer handelen gaat. Tegelijkertijd krijgen deze kernwaarden integriteit pas echt betekenis wanneer ze worden vertaald naar ons eigen werk. Een waarde als ‘vertrouwen’ heeft namelijk een heel andere betekenis voor een straatcoach dan voor een medewerker van de sociale recherche. Onderstaand volgt daarom een korte omschrijving waarin de essentie van het begrip is beschreven. Daarbij wordt ook de verbinding gelegd met de uitgangspunten van onze organisatie. Deze kernwaarden integriteit vormen de basis voor de uitwerking van deze gedragscode. Verdere doorvertaling van deze begrippen vindt plaats binnen de teams. Transparantie We zijn zo open en transparant mogelijk. Dit betekent dat we twijfels en dilemma’s met elkaar delen, dat we onze belangen en relaties op tafel leggen en met elkaar bespreken hoe we daar mee omgaan; we kiezen voor contact. Transparantie wordt begrensd door privacy, maar we waken ervoor dat privacy als excuus wordt gebruikt om niet transparant te hoeven zijn. We bevorderen transparantie door binnen ons team regelmatig met elkaar dilemma’s te bespreken. Onze leidinggevenden geven daarin het goede voorbeeld. Maar we zijn ook zo transparant mogelijk over incidenten binnen de organisatie en rapporteren jaarlijks over de stand van zaken op het gebied van integriteit.

Vertrouwen Vertrouwen als vertrekpunt. Dat betekent vanuit het oogpunt van integriteit en gedrag dat we uitgaan van het goede, dat we erop vertrouwen dat onze collega’s uitlegbaar handelen én dat we ruimte geven om fouten te maken. Vertrouwen is echter niet vrijblijvend, en zeker geen synoniem voor ‘zomaar loslaten’. Vertrouwen komt met grote verantwoordelijkheid. Vertrouwen geven en krijgen gaat namelijk hand in hand met transparantie over fouten, dilemma’s en twijfels. Ook op het gebied van (integer) gedrag. Vertrouwen betekent ook dat we verplicht zijn te leren van onze fouten. Dit is niet vrijblijvend en vergt oefening en aandacht. Vertrouwen kun je daarnaast alleen waarmaken als je in staat bent in lastige situaties het goede gedrag te vertonen. Dit vereist kennis van het toepasselijke kader en ervaring in de omgang met dilemma’s. En vertrouwen mag tot slot nooit een excuus zijn om weg te kijken als iets niet goed voelt, of wanneer gedrag tot vraagtekens leidt. Vertrouwen gaat hand in hand met veiligheid. In een veilige omgeving durven we los te laten, keuzes te maken én fouten te maken omdat we weten dat we daar niet meteen op worden afgerekend. Samen zorgen we voor een veilige omgeving waarin het mogelijk om vertrouwen als vertrekpunt te nemen. De leidinggevende heeft de bijzonder verantwoordelijkheid daar op toe te zien en deze veiligheid te bevorderen.

Verantwoording We kunnen op elk moment ons handelen uitleggen en zijn hier ook toe bereid. Zowel richting collega’s als inwoners. Dit is een belangrijk onderdeel van ons werk. We doen dit zowel proactief als wanneer ons daarnaar wordt gevraagd. Als we iets (moeten) doen dat we onvoldoende kunnen verantwoorden dan bespreken we dit met elkaar. Meestal doen we dan namelijk niet het goede. In verantwoording zit ook de begrenzing van ons uitgangspunt ‘Gewoon doen wat nodig is’. Ja, we doen wat nodig is, maar tegelijkertijd kunnen en willen we hierover altijd verantwoording afleggen. We doen wat nodig is maar binnen de grenzen van deze gedragscode. Hiervoor geldt dat het normaal moet worden dat we elkaar bevragen op gedrag en dat we daarover uitleg geven. Maar ook dat we als leidinggevenden elkaar bevragen op de wijze waarop we het gewenste gedrag binnen onze teams bevorderen.

3. Onze regels We stellen met elkaar een aantal regels op over het gewenste gedrag. De reden daarvoor is dat het soms helpt om duidelijkheid te scheppen over wat wel en niet mag. Met deze regels kleuren we het grijze gebied dus voor een deel in. Door gedrag te normeren kan bovendien worden teruggevallen op de gedragscode op het moment dat integriteit in het gedrang is. Wie onze regels schendt, die schendt de gedragscode. We maken onderscheid tussen de volgende onderwerpen waarbij enige overlap onvermijdelijk is. • • • • • •

Omgang met belangen Omgang met elkaar Omgang met uitnodigingen en geschenken Omgang met middelen van de gemeente Omgang met kennis, informatie en data Omgang met gedrag in privésfeer

Voor elk van deze onderwerpen wordt beschreven wat ze inhouden en welke regels er gelden. Elk onderwerp wordt afgesloten met handelingsperspectief. Daarin is opgenomen hoe met (morele) dilemma’s om te gaan. Het belangrijkste is om deze altijd bespreekbaar te maken. Uiteraard met respect voor ieders privacy. Bespreekbaar maken is iets anders dan het doen van een melding op basis van de ‘Regeling melden vermoeden integriteitsschending, ongewenst gedrag of misstand gemeente Nijmegen 2023’ (hierna: meldregeling).

Omgang met belangen

Als ambtenaar ben jij er zelf verantwoordelijk voor dat er geen belangenverstrengeling optreedt. Ook dien je te waken voor de schijn van belangenverstrengeling. Belangenverstrengeling Bij belangenverstrengeling gaat het om situaties waarin je jouw functie als ambtenaar gebruikt om je eigen belang te behartigen. Dit kan heel subtiel door je toegang tot een bestuurder of je ambtelijke contacten te gebruiken om een goed woordje te doen voor jezelf of iemand die je kent. Maar het er is ook sprake van belangenverstrengeling als je gebruikt maakt van geheime informatie voor het verkrijgen van een vergunning. En we spreken ook van belangenverstrengeling als je jezelf, vrienden, kennissen of een vereniging waarmee je verbonden bent op enige wijze bevoordeelt. Bijvoorbeeld door een subsidieaanvraag met voorrang te behandelen of beleid zodanig vorm te geven dat dit in hun voordeel is. Schijn van belangenverstrengeling Een veel gebruikte term is schijn van belangenverstrengeling. Daarmee wordt bedoeld dat de schijn wordt gewekt dat sprake is van vermenging van het publieke belang met je eigen belang. Deze schijn kan al snel gewekt zijn. Bijvoorbeeld doordat je een subsidieaanvraag behandelt van de sportvereniging waar je lid van bent of door te werken aan een bestemmingsplan voor je eigen buurt. Het is niet gezegd dat je daarmee jezelf bevoordeelt maar de schijn is wel gewekt.

Onze regels • • • •

•

•

•

Je behoudt altijd een onafhankelijke instelling, weegt belangen op een objectieve wijze tegen elkaar af en bevoordeelt niet de een boven de ander. Je gebruikt je positie en/of kennis als ambtenaar niet om een eigen belang te dienen. Je vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling. Je bent alert op het aanwezig zijn of mogelijk ontstaan van (de schijn van) belangenverstrengeling. Bij twijfel over de aanwezigheid van (de schijn van) belangenverstrengeling geldt: pas op de plaats maken en overleg met je leidinggevende. Je leidinggevende neemt, eventueel na intern beraad, het besluit over hoe met de situatie om te gaan. Je verricht geen nevenwerkzaamheden en hebt geen financiële belangen waardoor de goede vervulling van je functie of de goede functionering van gemeente Nijmegen, voor zover deze in verband staat met je functie voor de gemeente, belemmeren. Je doet opgave van nevenwerkzaamheden die je verricht of voornemens bent te gaan verrichten, die de belangen van de gemeente voor zover deze in verband staan met je functievervulling, kunnen raken. Bij twijfel of een nevenwerkzaamheid raakt aan je functie binnen de gemeente meld je dit. Samen met je leidinggevende wordt bepaald of er maatregelen nodig zijn. Je doet opgave van een financieel belang dat de belangen van de gemeente, voor zover deze in verband staan met je functievervulling, kunnen raken.

Bij twijfel of een financieel belang raakt aan je functie binnen

• •

•

de gemeente meld je dit. Samen met je leidinggevende wordt bepaald of er maatregelen nodig zijn. In de regeling openbaarmaking nevenfuncties is opgenomen welke nevenwerkzaamheden gepubliceerd moeten worden. Je neemt geen deel aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de gemeente Nijmegen, tenzij je daarvoor expliciet toestemming hebt van je leidinggevende. Je wordt binnen een jaar na uitdiensttreding niet als externe ingehuurd (anti draaideurconstructie) tenzij daar, in uitzonderlijke gevallen, en altijd in overleg met P&O van wordt afgeweken.

Handelingsperspectief •

•

•

• •

•

Je zoekt niet de grenzen op waar het om (de schijn van) belangenverstrengeling gaat. Op het moment dat een mogelijk eigen belang in aanraking komt of dreigt te komen met een gemeentebelang maak je dit direct transparant en bespreek je dit met je leidinggevende. Gezamenlijk maak je een afweging. Je leidinggevende heeft daarin het laatste woord. De resultaten van deze afweging worden door je leidinggevende, zo mogelijk, gedeeld binnen het team en met collega-leidinggevenden. Als je een vermoeden hebt dat sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling bij een collega dan stel je hierover een vraag en/of spreek je de collega hierop aan. Als dit niet in redelijkheid van je verlangd kan worden of dit niet tot een bevredigend antwoord leidt dan bespreek je dit met je leidinggevende. Voor advies of ondersteuning over je vermoeden van (de schijn van) belangenverstrengeling en het bespreekbaar maken daarvan kun je terecht bij de vertrouwenspersoon Integriteit. Een leidinggevende kan voor advies of ondersteuning terecht bij een collega leidinggevende en/of het intern meldpunt. Bij twijfel, een dilemma, afwezigheid van een regel of onduidelijkheid over een regel kan de leidinggevende er ook voor kiezen dit binnen het team, de afdeling of het GMT te bespreken om zo gezamenlijk tot een norm te komen. Het laatste woord is daarbij voor de leidinggevende(n).

Naast het bespreken van je vermoeden bestaat de mogelijkheid om bij (de leidinggevenden van) je leidinggevende of het intern meldpunt op basis van de meldregeling een melding te doen van een vermoeden van een integriteitsschending. Anoniem kan een melding gedaan worden bij de vertrouwenspersoon Integriteit.

Omgang met elkaar We gaan op een respectvolle manier met elkaar om. Respectvol omgaan met elkaar vormt namelijk de basis voor een goede samenwerking. Dit geldt naar buiten toe maar ook intern. Zowel offline als online op websites (interne) social media en appgroepen. Omdat (on)gewenst gedrag niet voor iedereen hetzelfde betekent, is het van belang daar met elkaar afspraken over te maken. Ongewenst gedrag

Bij ongewenst gedrag gaat het formeel om gedrag dat valt binnen de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in de Algemene wet gelijke behandeling en agressie, geweld en pesten zoals bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet. Voorbeelden van ongewenst gedrag zijn het stelselmatig buitensluiten van een collega, het maken van onderscheid op basis van iemand zijn huidskleur of seksuele geaardheid, of het maken van ongepaste opmerkingen over het uiterlijk van een collega. In aanvulling op de formele definities kan het voorkomen dat er andere gedragingen plaatsvinden die door een persoon als ongewenst worden ervaren. Of een gedraging ongewenst is, is namelijk subjectief. De een zal een bepaalde gedraging niet als ongewenst ervaren, terwijl een ander dit wel zo ervaart. Zoek daarom niet de grens op en blijf met elkaar in gesprek over (on)gewenst gedrag. Onze regels •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=e592e545-6eba-43b6-9b18-82102ae7bfa5