Bijlage 2 Inkoopdocument jeugdhulp met verblijf
Tekst van het document
Inkoopdocument Toelatingsprocedure (‘open house’) Specialistische Jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf en ambulante behandeling 2025 – 2029
Regio Rijk van Nijmegen
In lijn met versie 1.1 van de landelijke contractstandaarden 1 november 2023
Inkoopdocument toelatingsprocedure Dit inkoopdocument met alle bijbehorende bijlagen is met zorg samengesteld. Mocht een potentiële aanbieder desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden tegenkomen dan dient hij dat aan te geven met vragen in de Nota van Inlichtingen via het elektronisch aanbestedingsplatform. Als later blijkt dat het inkoopdocument tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden bevat die een potentiële aanbieder redelijkerwijze had kunnen opmerken, dan zijn deze voor zijn risico. Uit dit inkoopdocument vloeien geen verplichtingen voort voor Regio Rijk van Nijmegen (verder: ‘Gemeente’) anders dan de verplichting zich aan de ingestelde procedure te houden. De Gemeente behoudt zich het recht voor de inkoopprocedure te staken, in te trekken of op te schorten. In dat geval hebben potentiële aanbieders geen recht op schadevergoeding voor de gemaakte kosten in het kader van deze inkoopprocedure. Potentiële aanbieders hebben zowel vanwege beschreven voorbehouden als in het algemeen geen recht op vergoeding van enigerlei kosten gemaakt in het kader van deze inkoopprocedure, tenzij in dit inkoopdocument anders aangegeven. Potentiële aanbieders kunnen geen rechten ontlenen aan de elektronisch gepubliceerde planning voor deze inkoopprocedure. © 2024 – Regio Rijk van Nijmegen
Inhoud 1 Inkopende organisatie 1.1 Inkopende organisatie 1.2 Contactpersonen en -gegevens 1.3 Algemene informatie
6 6 6 6
2 Beschrijving opdracht 2.1 Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen 2.1.1 Algemene beleidsuitgangspunten 2.1.2 Norm voor opdrachtgeverschap 2.1.3 Inkoopdoelstelling(en) 2.1.4 Omschrijving en afbakening in te kopen voorzieningen 2.2 Toeleiding van jeugdigen naar de voorzieningen 2.3 Monitoring, sturing, toezicht en leren 2.4 Bekostiging 2.4.1 Uitvoeringsvariant 2.4.2 Berekening tarieven en taakgericht budget 2.4.3 Declaratie 2.5 Overeenkomst en algemene voorwaarden 2.5.1 Type overeenkomst 2.5.2 Algemene voorwaarden 2.5.3 Looptijd 2.5.4 Overgang richting deze overeenkomst
7 7 7 9 9 10 13 13 18 18 18 18 18 18 19 19 19
3 Voorwaarden inkoopprocedure 3.1 Inleiding 3.2 Algemeen 3.3 Uitsluitingsgronden 3.4 Geschiktheidseisen
20 20 20 21 22
4 Toelatingscriteria 28 4.1 Algemene voorwaarden en vormvereisten 28 4.2 Toelatingscriterium perceel 1B: Orthopedagogische behandeling basis en specialistisch 29 4.3 Toelatingscriterium perceel 3A: Gezinshuiszorg 30 4.4 Toelatingscriterium Perceel 4 Woongroepen en Perceel 5 residentieel verblijf 31 5 Procedure voor aanmelding en beoordeling 5.1 Procedure 5.2 Procedurevoorschriften 5.3 Beoordeling van aanmeldingen 5.3.1 Stap 1: Controle op uitsluitingsgronden 5.3.2 Stap 2: Controle op geschiktheidseisen 5.3.3 Stap 3: Controle op akkoord uitvoeringseisen 5.3.4 Stap 4: Beoordeling toelatingscriteria 5.3.5 Stap 5: Verificatie na voorlopig toelatingsbesluit 5.3.6 Beoordelingscommissie
32 32 32 32 32 33 33 33 34 34
5.3.7 Planning De planning voor deze inkoopprocedure is gepubliceerd op Mercell.
5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.5.1 5.6 5.6.1 5.6.2
Aanmelden als hoofdaannemer, combinatie of groepsonderneming Hoofdaannemer Combinatie Groepsonderneming Vragen over de procedure en de documenten Vertrouwelijkheid Klachten en rechtsgang Klachten Rechtsgang
34 34 34 35 35 35 36 36 36 37
Definities Gedefinieerde begrippen hebben in enkelvoud en meervoud overeenkomstige betekenis. De begrippen zoals vastgelegd in artikel 1.1 Jeugdwet, artikel 1.1 Besluit Jeugdwet, artikel 1 Regeling Jeugdwet en de Gemeentelijke verordeningen, beleids- en nadere regels en artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 zijn onverkort van toepassing. Verder gelden de begrippen zoals opgenomen in artikel 1.D Contractstandaard.
1
Inkopende organisatie
1.1
Inkopende organisatie De inkopende organisatie (hierna Gemeente) is de regio Rijk van Nijmegen. Deze bestaat uit de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. De gemeente Nijmegen is door de andere gemeenten gemandateerd om deze inkoopprocedure, en de daaruit volgende overeenkomsten, aan te gaan en uit te voeren.
1.2
Contactpersonen en -gegevens Het is niet toegestaan medewerkers van de Gemeente tijdens deze inkoopprocedure te benaderen over deze inkoopprocedure. Communicatie over deze inkoopprocedure verloopt uitsluitend in de Nederlandse taal en uitsluitend via het aanbestedingsplatform Mercell. Voor alle communicatie over het Bibob-onderzoek geldt een uitzondering. In verband met de gevoelige gegevens die in dit onderzoek worden beoordeeld, verloopt alle communicatie over deze gegevens direct tussen de aanbieder en de beoordelingscommissie: team Bibob van de afdeling veiligheid van de gemeente Nijmegen. De contactpersoon is: Tom Vriesema, bibob@nijmegen.nl. De contactpersonen en –gegevens van De Gemeente voor de samenwerking gedurende de looptijd van de raamovereenkomst worden gecommuniceerd na deze inkoopprocedure.
1.3
Algemene informatie Het Nijmeegse inkoopbeleid wordt gehanteerd. Ook de Nijmeegse Beleidsregels Wet Bibob worden gehanteerd. Het beleid is gepubliceerd op de website van het Regionaal Ondersteuningsbureau (hierna ROB) (https://robregionijmegen.nl).
2
Beschrijving opdracht
2.1
Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen
2.1.1 Algemene beleidsuitgangspunten In het document ‘Regioprogramma Jeugd 2023-2028’ (zie website ROB) staat beschreven wat de regionale ambitie, leidende principes en doelen (ook wel opgaven) zijn van de Gemeente en langs welke actielijnen en binnen welke context er meerjarig aan deze opgaven wordt gewerkt. Van potentiële aanbieders wordt verwacht dat deze goed bekend zijn met het Regioprogramma Jeugd 2023-2028. Voor deze inkoop is in het bijzonder de opgave 4 ‘terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk’ relevant. Visie op kleinschaligheid Een kleinschalige vorm van residentiële zorg gaat om meer dan het verkleinen van het aantal jeugdigen op een groep. Net als bij jeugdigen die opgroeien in een gezin, pleeggezin of gezinshuis staat het gewone leven centraal. Door kleinschalig verblijf hebben kinderen en jongeren een (tweede) thuis, met zoveel mogelijk een huiselijke gezinssfeer. Een kleinschalige vorm van residentiële zorg kan een middel zijn om goed passende zorg te bieden. Er is meer ruimte en aandacht voor jongeren en begeleiders. Daardoor zijn er meer mogelijkheden om beter passend(e) onderwijs en zorg te bieden. Tegelijkertijd is kleinschaligheid kostbaar. De personele inzet is, met minder kinderen op de groep, namelijk groter. Dit is een uitdaging met een krappe arbeidsmarkt en eindige financiële mogelijkheden.
Ook is kleinschaligheid niet voor elke jongere noodzakelijk om goed passende zorg te bieden. De Gemeente wil daarom dat aanbieders zorgvuldig omgaan met kleinschaligheid. De Gemeente is van mening dat kleinschaligheid past bij de meest intensieve residentiële zorg voor jeugdigen van wie de problemen zeer complex zijn (bijvoorbeeld ernstige gedragsen ontwikkelingsproblemen én suïcidaliteit). Voor deze jeugdigen is de zorg in een pleeggezin of gezinshuis niet voldoende passend. De Gemeente werkt op bovenregionaal niveau samen met de andere Gelderse jeugdzorgregio’s aan de inkoop van essentiële jeugdhulpfuncties voor deze jeugdigen en hun gezinnen. De nadruk in die inkoop ligt op kleinschaligheid, omdat de complexiteit van de problematiek van de jeugdigen (en hun gezinnen) daartoe noodzaakt. In de onderhavige inkoop van de Gemeente ligt de nadruk NIET op kleinschalige residentiële verblijfsvormen. De Gemeente wil geen kleinschalige zorg bij: 1. Gezinshuizen en pleeggezinnen. Deze zijn naar hun aard al kleinschalig; 2. Fasehuizen of kamertraining of ander aanbod dat jongeren ondersteunt richting zelfstandigheid. Voor deze hulpvragen is kleinschaligheid niet noodzakelijk. 3. Woongroepen voor een specifieke doelgroep jongeren die richting zelfstandigheid meer bescherming of beschutting nodig hebben. Voor deze hulpvragen is kleinschaligheid niet noodzakelijk.
4. Residentiële jeugdhulp waarbij de problematiek van de jeugdigen nog niet helder is, (crisis) of waarbij de ontwikkeling gestimuleerd kan worden door het pedagogisch, therapeutisch klimaat. Voor deze hulpvragen is kleinschaligheid niet noodzakelijk. Duurzame versterking van gezinnen met doeltreffende jeugdhulp De opgave om jeugdigen en gezinnen duurzaam te versterken kan niet alleen vanuit de zorg worden gerealiseerd maar is een brede maatschappelijke opgave waarbij verschillende actoren een rol en verantwoordelijkheid hebben. Daarbij moet onder meer gedacht worden aan de kinderopvang, het onderwijs, de publieke gezondheid, bestaanszekerheid en huisvesting. Tegelijkertijd kunnen jeugdzorgaanbieders een belangrijke rol vervullen om gezinnen duurzaam te empoweren. De Gemeente ziet een aantal elementen dat cruciaal is in het handelen van zorgaanbieders om te werken aan een duurzame versterking. a. Kritische afweging bij de toelating tot zorg De Gemeente verwacht van zorgaanbieders dat zij bij een aanmelding hun verantwoordelijkheid nemen en kritisch afwegen of de vraag van de jeugdige/het gezin (enkel) met zorg moet worden beantwoord. Niet ieder probleem vereist namelijk een zorgoplossing. Oplossingen zijn, wellicht vaker dan we denken, ook voorhanden in de sociale basis c.q. bij voorliggende voorzieningen.
Is er sprake van een zorgvraag, dan verwacht de Gemeente van een zorgaanbieder dat deze ook afweegt of hij het meest passende aanbod in huis heeft. Er wordt dus al aan de voorkant gereflecteerd op een aanmelding vanuit een verwijzer en niet uitgegaan van automatismen. De samenwerking en interactie met verwijzers wordt gedurende de zorgverlening en in de fase van afsluiting voortgezet. b. Aansluiten bij gezinnen en hun omgeving De samenwerkingsrelatie tussen hulpverleners en jeugdigen en gezinnen is een belangrijke voorspeller van de doeltreffendheid van de geboden hulp. De Gemeente vindt het dan ook belangrijk dat zorgaanbieders daarin investeren. Het ene gezin, is het andere niet. Er is sprake van een grote diversiteit onder gezinnen (cultureel, religieus, sociaal-economisch, etc.). Het succes van de hulp wordt onder meer bepaald door de mate waarin zorgaanbieders kunnen aansluiten bij deze diversiteit. Dit vereist een behoorlijke set aan skills van professionals. Aansluiten bij gezinnen betekent nadrukkelijk niet: ‘U vraagt, wij draaien’.
Maar wel: • Ouders en partijen rondom het gezin (zoals het onderwijs) aanspreken op hun verantwoordelijkheden en het niet onnodig overnemen van verantwoordelijkheden als zorgaanbieder; • Het inzetten op zo veel mogelijk zelfregie door het gezin; • Het versterken van de redzaamheid en oplossend vermogen van het gezin; • De hulp inzetten vanuit nabijheid in zo veel mogelijk alledaagse, ‘normale’ settingen voor jeugdigen en gezinnen. c. Systeem- en omgevingsgerichte analyse Er wordt niet enkel gefocust op het individuele kind, maar ook zijn gezin en omgeving worden betrokken bij de analyse en het vormgeven van oplossingen. De blik is daarbij in de basis positief: wat gaat al goed? Welke beschermende factoren, krachten en mogelijkheden zijn er in het gezin en zijn omgeving aanwezig? Hoe kunnen deze positieve bronnen worden aangeboord? De blik is ook breed: wat moet er op de diverse levensgebieden worden aangepakt om het gezin te versterken, en welke partij is primair verantwoordelijk om deze veranderingen te realiseren? Deze verantwoordelijk ligt immers niet vanzelfsprekend bij een zorgaanbieder. Ook vormt veiligheid altijd de ondergrens. Als de veiligheid van een kind of jongere in het geding is, geldt dat samen met gezinnen, op basis van vertrouwen en
partnerschap, wordt gezorgd dat veiligheid hersteld wordt. De aanbieder betrekt waar nodig verwijzer en veiligheidspartners. d. Oog houden voor kansen in de sociale omgeving en sociale basis Een nog te weinig benutte mogelijkheid om jeugdigen en gezinnen te versterken is de inzet van hun eigen sociaal netwerk (bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon) of informele ondersteuningsmogelijkheden vanuit de sociale basis. Ook zijn er meer combinaties te maken van zorginzet, inzet van het eigen netwerk en benutting van voorliggende voorzieningen. Dit vereist minimaal dat zorgaanbieders de sociale omgeving van het gezin in kaart hebben gebracht en oog hebben voor de kansen en krachtbronnen daarin, een goede kennis hebben van de sociale basisinfrastructuur van de betreffende gemeente én in de directe leefomgeving van gezinnen samenwerkingsrelaties opbouwen met partijen in deze infrastructuur. e. Vakmanschap De samenleving heeft zeer hoge en niet-realistische verwachtingen van de jeugdzorg. De veronderstelling dat met het op juiste wijze vaststellen van de stoornis de juiste behandeling ingezet kan worden die leidt tot het wegnemen van de problematiek wordt niet gesteund door de praktijk. Zeker bij meervoudige problematiek is het samen met het gezin en de jeugdige zoeken naar inzicht en een aanpak die werkt het belangrijkst.
We verwachten van behandelaren dat zij vakkennis hebben, maar ook meester zijn in het op het juiste moment toepassen van hun kennis. We noemen dit vakmanschap. We verwachten van behandelaren dat zij (moderne) wetenschappelijke kennis toevoegen aan hun ervaringskennis over wat werkt. We verwachten dat zij interventies en methoden zien als gereedschap, dat ingezet kan worden als uit de dialoog met het gezin/de jeugdige blijkt dat dit helpend is om zo te komen tot een effectieve behandeling. We beseffen dat veel in onze jeugdhulp (richtlijnen, onderzoek) is ingesteld op de indeling van DSM. In onze optiek is diagnostiek echter altijd onderdeel van de behandeling en geen losstaande zorgactiviteit. Tijdens de behandeling dient vooral continue goed bekeken te worden wat de jeugdige nodig heeft en kan niet volstaan worden met een diagnose die in één keer duidelijk zou maken wat er aan de hand is. De inschatting wat nodig is, dient gedurende het gehele behandeltraject plaats te vinden en daarom zien we diagnostiek niet als een los product. Alleen indien echt noodzakelijk, kan een specialist handelingsgerichte diagnostiek uitvoeren. 2.1.2 Norm voor opdrachtgeverschap In het document ‘Regionaal Opdrachtgeverschap’ (zie website ROB) staat beschreven hoe de Gemeente invulling geeft aan de landelijke ‘norm voor opdrachtgeverschap jeugd’.
2.1.3 Inkoopdoelstelling(en) Deze inkoop is een van de actielijnen binnen de opgave ‘terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk’ van het regioprogramma. Deze inkoop draagt bij aan het realiseren van deze opgave door het: 1. Versterken van de kwaliteit en de positie van het ‘gewone leven’ bij alle vormen van specialistische jeugdhulp door: o.a. alternatieven op uithuisplaatsingen te stimuleren, om/afbouw van de residentiële jeugdhulp en specialistische expertise beter beschikbaar maken; 2. Realiseren van een dekkend zorglandschap voor alle jeugdigen waarbij een uithuisplaatsing dreigt of heeft plaatsgevonden 3. Versterken van de netwerksamenwerking in de transformatie van specialistische jeugdhulp
Marktconsultaties De Gemeente heeft in 2023 en 2024 diverse marktconsultaties gehouden waarbij de verkregen informatie van de aanbieders is verwerkt in verslagen. De verslagen van de marktconsultaties zijn te raadplegen via Mercell ‘’ T58321 Aankondiging van openbare aanbestedingstrajecten Jeugdhulp regio Nijmegen’’ 2.1.4 Omschrijving en afbakening in te kopen voorzieningen Deze inkoop betreft Specialistische Jeugdhulp in het kader van de jeugdwet. De inkoop bestaat uit de volgende percelen: Perceel 1 Ambulante behandeling
Perceel 2 Inverbindingsteam (IVT) met Jouw Ingebrachte Mentor (JIM)
Perceel 3 Gezinsvormen
Perceel 4 woongroepen
Perceel 5 Residentieel verblijf
Geen onderdeel van deze inkoop zijn de door de Gemeente samen met de andere Gelderse jeugdzorgregio’s bovenregionale ingekochte essentiële jeugdhulpfuncties. Hieronder worden per perceel beschreven uit welke subpercelen en/of producten de verschillende percelen bestaan. In bijlage X is een volledige productenlijst opgenomen waarin ook staat beschreven op welke manier de verschillende producten bekostigd worden. In bijlage X Productenboek staan de producten inhoudelijk beschreven. De potentiële aanbieder dient in bijlage X Standaard aanmeld- en referentieformulier aan te geven voor welke (producten binnen de) percelen wordt aangemeld. Perceel 1 Ambulante Behandeling Dit perceel bestaat uit de volgende percelen en producten: Perceel 1A MST en ASH Producten perceel 1A Multi Systeem Therapie (MST) Ambulante Spoedhulp (ASH)
Perceel 1B orthopedagogische behandeling Producten perceel 1B Orthopedagogische behandeling basis Orthopedagogische Behandeling Specialistisch
•
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden voor de producten die hij op de ingangsdatum van de overeenkomst kan bieden.
•
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden op perceel 1B product orthopedagogische behandeling specialistisch als hij zich ook aanmeldt voor minimaal één van de percelen 3,4 of 5. Een potentiële aanbieder die zich aanmeldt voor het product orthopedagogische behandeling krijgt ook het product orthopedagogische behandeling basis toegewezen.
•
Potentiële aanbieder kan alleen op producten een toelatingsbesluit krijgen waarop de aanbieder heeft zich heeft aangemeld.
•
Het product ‘orthopedagogische behandeling specialistisch’ is bedoeld voor aanbieders die geen contract met de Gemeente hebben voor het bieden van specialistische ggz. Aanbieders die dit contract wel hebben, mogen de interventies beschreven in het product orthopedagogische behandeling specialistisch declareren onder het product specialistische ggz.
Perceel 2 Inverbindingsteam (IVT) met Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) Dit perceel bestaat uit het volgende product: Product IVT met JIM •
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden op dit perceel als hij het product op de ingangsdatum van de overeenkomst kan bieden.
•
Er wordt per perceel een toelatingsbesluit genomen.
•
Van de aanmelder met als specialisatie J&O vraagt de Gemeente formatie van bruto 56 uur per week (1,56 FTE) jeugd- en gezinsprofessional HBO Jeugd, loonschaal 9 CAO Jeugdzorg en bruto 30 uur per week (0,83 FTE) Systeemtherapeut Jeugd loonschaal 12 CAO Jeugdzorg. Van de aanmelder met als specialisatie LVB vraagt de Gemeente bruto 60 uur per week (1,67 FTE) jeugd- en gezinsprofessional HBO Jeugd, loonschaal 9 CAO Jeugdzorg.
•
Perceel 3 Gezinsvormen Dit perceel bestaat uit de volgende percelen en producten: Perceel 3A Gezinshuiszorg Producten perceel 3A Gezinshuis met lichte begeleidingsintensiteit Gezinshuis met middel begeleidingsintensiteit Gezinshuis met zware begeleidingsintensiteit
Perceel 3B Pleegzorg Producten perceel 3B Pleegzorg Deeltijd-pleegzorg Orthopedagogische behandeling basis (netwerkonderzoek kindgericht werven) Add-on producten specifiek t.b.v. realiseren uitstroom Begeleiding Wmo Begeleiding plus Wmo •
•
•
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden op perceel 3A als hij alle producten binnen het perceel 3A op de ingangsdatum van de overeenkomst kan bieden Een aanbieder krijgt bij toelating van perceel 3A alle producten binnen het perceel 3A toegewezen. Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden op perceel 3B als hij de producten pleegzorg én deeltijd-pleegzorg beide kan bieden op de ingangsdatum van de overeenkomst. Een aanbieder krijgt bij gunning van perceel 3B beide producten toegewezen. Potentiële aanbieder die ook netwerkonderzoek/kindgericht werven wil en kan bieden op de ingangsdatum van de overeenkomst kan zich binnen het perceel 3B aanmelden op het product ‘orthopedagogische behandeling basis’. Een aanbieder
•
krijgt bij het toelatingsbesluit van pleegzorg dit product uitsluitend toegewezen voor het doen van netwerkonderzoek/kind gericht werven. Potentiële aanbieder die ook andere interventies dan netwerkonderzoek kindgericht werven wil bieden, moet zich aanmelden op het product orthopedagogische behandeling basis in perceel 1. Een aanbieder krijgt bij het toelatingsbesluit van perceel 3A c.q. 3B ook de producten Wmo-begeleiding en Wmo-begeleiding plus toegewezen. Deze producten worden uitsluitend toegewezen voor het realiseren van een duurzame uitstroom van een jeugdige naar zelfstandig wonen (bijv. richting WBB-woning of Kamers met Aandacht). Deze begeleiding mag oor de duur van maximaal 1 jaar na start uitstroom worden geboden door de aanbieder met het toelatingsbesluit op perceel 3A c.q. 3B. Van deze duur kan in overleg met de Gemeente worden afgeweken.
Perceel 4 Woongroepen Dit perceel bestaat uit de volgende producten: Producten Beschermd Wonen Jeugd Fasehuis Kamertraining Add-on producten specifiek t.b.v. realiseren uitstroom Begeleiding Wmo Begeleiding plus Wmo Add-on product specifiek t.b.v. meerzorg Reguliere begeleiding jeugd •
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden voor de producten die hij op de ingangsdatum van de overeenkomst kan bieden.
•
Potentiële aanbieder kan alleen producten gegund krijgen waarvoor de aanbieder heeft aangemeld.
•
Een aanbieder krijgt bij het toelatingsbesluit ook de producten Wmo-begeleiding en Wmo-begeleiding plus toegewezen. Deze producten worden uitsluitend toegewezen voor het realiseren van een duurzame uitstroom van een jeugdige naar zelfstandig wonen (bijv. richting WBB-woning of Kamers met Aandacht). Deze begeleiding mag voor de duur van maximaal 1 jaar na start uitstroom worden geboden door de aanbieder met een toelatingsbesluit op perceel 4. Van deze duur kan in overleg met de Gemeente worden afgeweken.
•
Een aanbieder krijgt het toelatingsbesluit ook het product reguliere begeleiding jeugd toegewezen. Dit product wordt uitsluitend toegewezen voor meerzorg. Meerzorg kan alleen tijdelijk worden ingezet door een verwijzer nadat de verwijzer positief heeft geoordeeld over de inhoudelijk onderbouwde meerzorg-aanvraag van de aanbieder.
Perceel 5: Residentieel verblijf Producten
Residentieel verblijf met terreinvoorziening Residentieel verblijf zonder terreinvoorziening Moeder Kind Huis Add-on producten specifiek t.b.v. realiseren uitstroom Begeleiding Wmo Begeleiding plus Wmo Add-on product specifiek t.b.v. meerzorg Reguliere begeleiding jeugd
2.2
•
Potentiële aanbieder kan zich alleen aanmelden voor de producten die hij op de ingangsdatum van de overeenkomst kan bieden.
•
Potentiële aanbieder kan alleen producten gegund krijgen waarop de aanbieder heeft ingeschreven.
•
Een aanbieder krijgt bij het toelatingsbesluit ook de producten Wmo-begeleiding en Wmo-begeleiding plus toegewezen. Deze producten worden uitsluitend toegewezen voor het realiseren van een duurzame uitstroom van een jeugdige naar zelfstandig wonen (bijv. richting WBB-woning of Kamers met Aandacht). Deze begeleiding mag voor de duur van maximaal 1 jaar na start uitstroom worden geboden door de aanbieder met een toelatingsbesluit op perceel 4. Van deze duur kan in overleg met de Gemeente worden afgeweken.
•
Meerzorg Een aanbieder krijgt bij het toelatingsbesluit ook het product reguliere begeleiding jeugd toegewezen. Dit product wordt uitsluitend toegewezen voor meerzorg. Meerzorg kan alleen tijdelijk worden ingezet door een verwijzer nadat de verwijzer positief heeft geoordeeld over de inhoudelijk onderbouwde meerzorg-aanvraag van de aanbieder.
Toeleiding van jeugdigen naar de voorzieningen De toeleiding van jeugdigen naar de voorzieningen wordt uitgevoerd door de wettelijke verwijzers. Een verwijzer kan in het toeleidingsproces een overlegtafel, expertteam of het Doorbraakteam betrekken (zie bijlage PVE X). Voor het bieden van jeugdzorg in het kader van deze overeenkomst is in elk individueel geval een verwijzing van een wettelijk verwijzer nodig.
2.3
Monitoring, sturing, toezicht en leren De volgende documenten spelen een belangrijke rol in de wijze waarop de Gemeente invulling geeft aan monitoring, sturing, toezicht en leren; • Deze overeenkomst; • Het Regioprogramma Rijk van Nijmegen 2023-2028 (Jeugd) en de daar uit afgeleide lokale plannen waarin staat geformuleerd welke doelen (ook wel opgaven) wij willen realiseren, hoe wij daar (regionaal) op sturen en hoe daar lokaal invulling aan wordt gegeven;
•
•
Het actuele controleplan (zie website ROB ‘Algemeen controleplan Wmo 2015 en jeugdwet’) waarin staat beschreven hoe de Gemeente de controle op rechtmatigheid en doelmatigheid van de gedeclareerde zorg vormgeeft; De gemeentelijke verordeningen waarin (o.a.) staat beschreven welke bestuursrechtelijke maatregelen de Gemeente kan treffen.
De Gemeente stuurt in het kader van deze overeenkomst aanbieder gericht en netwerkgericht. De Gemeente organiseert dialogen op verschillende niveaus; • De regionale contractmanagementgesprekken rondom de uitvoering van deze overeenkomst (aanbieder gericht) • De regionale contractmanagementgesprekken met de samenwerkende aanmelders voor het perceel InVerbindingsTeam met JIM. • Regionale netwerkbijeenkomsten Specialistische Jeugdhulp (netwerkgericht) • Regionale netwerkbijeenkomsten rondom de uitvoering van het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 (netwerkgericht) Via netwerkbijeenkomsten geeft de Gemeente vorm aan de collectieve verantwoordelijkheden die aanbieders, Gemeente en samenwerkingspartners hebben om in lijn met het Regioprogramma jeugdigen en gezinnen te versterken en daartoe noodzakelijke samenwerking te optimaliseren. Aanbieders kunnen vraagstukken aandragen voor deze netwerkbijeenkomsten. Actieve deelname aan deze netwerkbijeenkomsten is, waar de Gemeente daarom vraagt, onderdeel van deze overeenkomst. Het regioprogramma jeugd, de regionale netwerkbijeenkomsten Specialistische Jeugdhulp en contractmanagementgesprekken kunnen leiden tot nadere afspraken met aanbieders. Deze, per aanbieder verschillende afspraken kunnen afhankelijk van de aard gemonitord worden via de uitvoering van het regioprogramma (netwerkgericht) of onderdeel uitmaken van contractmanagementgesprekken.
Afspraken die worden gemaakt met een aanbieder zijn onderdeel van deze overeenkomst. De monitoring richt zich zowel op de uitvoering van de overeenkomst als op de samenwerking rondom deze uitvoering. De monitoring bestaat uit zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie. De aanbieder dient, waar de Gemeente daarom vraagt, informatie te delen ten behoeve van deze monitoring. Dit kan ook neerkomen op het delen van informatie met een door de Gemeente aangewezen onderzoeker. De aanbieder (of een netwerk) kan ook gevraagd worden om informatie te duiden of (op basis van casusanalyses) te genereren. Bij kwantitatieve informatie kan (niet uitputtend) gedacht worden aan cijfers over de instroom, uitstroom, doorplaatsing, trajectintensiteit, trajectduur, kosten, cliëntaantallen, stapeling van ondersteuning, ingezette behandelinterventies uit de registratie van de aanbieder, meerzorg, afwezigheidsdagen, personeelsverloop, ziekteverzuim en inzet van PNIL. Bij het perceel InVerbindingsteam met JIM ook; de koppeling van JIM aan een gezin en het voorkomen van uithuisplaatsing bij afgeronde trajecten. Bij kwalitatieve informatie kan (niet uitputtend) worden gedacht aan cliëntervaringsonderzoeken, auditrapportage, klachtenrapportage, kwaliteitsjaarverslag, vraagpatronen, bottlenecks in procesdoorloop,
kwaliteit van de samenwerking, medewerktevredenheidsonderzoeken, medewerkerstevredenheidsonderzoek en opleidingsplan. De Gemeente kan ook onderzoek (laten) doen naar de uitvoering van en samenwerking rondom een perceel of specifieke opgave. Bijvoorbeeld naar hoe aanbieders sturen op doelen en doelrealisatie, de samenwerking daarbij met verwijzers en onderwijs of het werken aan perspectief voor jeugdigen op de thema’s van de Big 5 (wonen, werk/school, inkomen welzijn en support), het realiseren van een huiselijk leefklimaat of het toepassen van de JIM-methodiek. Alle leeraspecten, positief (good practice) en zaken die verbetering behoeven, zullen worden gedeeld met het veld. Eventuele aanbevelingen dienen te resulteren in een niet-vrijblijvende verbeteraanpak richting alle relevante actoren. De Gemeente maakt, onder andere op basis van de omvang, kansen, impact en risico’s van de aanbieders, keuzes voor de inrichting van deze dialogen. De rol en gevraagde bijdrage van aanbieders hierin verschilt per aanbieder. De Gemeente maakt afspraken met aanbieders over de deelname aan de dialogen en de monitoring. Van de Gemeente mogen aanbieders verwachten dat de Gemeente, in overleg met de aanbieder, zorgvuldige keuzes en afwegingen maakt waarin ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de (totale) belastbaarheid van aanbieders. Netwerk Specialistische Jeugdhulp.
(kortweg Netwerk genoemd):
Samen leren: naar een niet-verblijvende vorm van netwerksamenwerking De Gemeente vormt met de aanbieders Specialistische Jeugdhulp een netwerk. Partijen die de overeenkomst ondertekenen zijn lid van dit netwerk. Het netwerk omvat daarnaast ook gecertificeerde instellingen, lokale teams en andere samenwerkingspartners zoals onderwijs. Een lerend netwerk is noodzakelijk omdat er geen quick fix bestaat voor de vraagstukken van de jeugdzorg. Middels gezamenlijk leren, ontwikkelen, innoveren realiseren we een passend zorgaanbod voor de kwetsbare jeugdigen en gezinnen in het Rijk van Nijmegen. Samen kunnen we bereiken te bereiken wat niemand alleen kan. Dit gezamenlijk leren vraagt balanceren. Om de kunst van het balanceren in unieke situaties te kunnen ontwikkelen, hebben we naast kennis en kunde ook de kunst van het leren nodig om te bepalen wat ‘het goede doen’ inhoudt. In het complexe jeugdveld is het nodig om ontwikkelgericht te kunnen transformeren. Daarbij gaat niet alleen aandacht uit naar de rol van de ander, maar ook naar de eigen rol. Transformeren vraagt meer dan het implementeren van een vooraf bedacht plan. Om in complexe situaties de praktijk van hulpverlenen en besturen af te stemmen op de leefwereld van kinderen en gezinnen is het vormgeven van een gezamenlijke ambitie belangrijk.
Daarbij hanteren we een aantal leidende principes zoals bijvoorbeeld; niemand gaat op de stoel van de ander zitten, iedereen houdt het werken aan de gezamenlijke opgave vol en haakt niet af, iedereen spreekt elkaar aan op gedrag dat hiervan afwijkt. Dat doen we omdat we weten dat geen van ons allen de vormgegeven ambitie alleen kan realiseren. We beseffen dat we afhankelijk zijn van elkaar en dat samenwerken niet vrijblijvend is omdat het maatschappelijk resultaat op het spel staat.
In het kader van netwerksamenwerking organiseert de Gemeente samen met netwerkpartners minimaal 3 maal per jaar een netwerkbijeenkomsten. Op basis van omvang in de regio, impact op de regio van de aanbieder en relevante risico’s (uniek aanbod) maakt de Gemeente een keuze voor de aanbieders die structureel worden uitgenodigd. Op basis van de agenda of verzoeken kan het aantal genodigden uitgebreid worden. De aanbieder vaardigt vanuit haar organisatie één vaste vertegenwoordiger af voor het netwerk. Samen vormen deelnemers een lerend samenwerkingsverband. In de netwerkbijeenkomsten deelt de Gemeente cijfers en trends en bespreekt deze. Daarbij worden hiaten in het zorglandschap geagendeerd en mogelijkheden om deze op te lossen met zorginhoudelijke innovaties. Ook is ruimte voor netwerksamenwerking en het realiseren van transformatie doelen. De Gemeente en leden van het netwerk dragen beiden agenda onderwerpen aan en geven gezamenlijk de netwerkbijeenkomsten inhoudelijk vorm. Van elke bijeenkomst wordt een verslag gemaakt, dat wordt verspreidt onder alle aanbieders Specialistische Jeugdhulp. De Gemeente kan indien nodig coaching inschakelen om het leren in het netwerk te optimaliseren. Signaalplafonds: De Gemeente werkt met signaalplafonds (zie overeenkomst, deel 1B, artikel Signaalplafonds). Signaalplafonds worden voor de Gemeente bepaald.
Signaalplafonds zijn te onderscheiden van bestedingsruimte. Signaalplafond ondersteunen de Gemeente in het tijdig signaleren van overschrijdingen van budgetten. Overschrijdingen worden vergoed, zolang de aanbieder voldoet aan de vooraf gestelde voorwaarden. In bijlage X staat beschreven • voor welke percelen er signaalplafonds gelden vanaf 1-1-2025; • welk(e) signaalplafonds gelden in 2025; • tussen welke (sub)percelen substitutie tussen signaalplafonds (conform overeenkomst, deel 1b, artikel Signaalplafonds, lid 4) is toegestaan; • hoe de Gemeente deze signaalplafonds vaststelt; • hoe de informatie-uitwisseling tussen Gemeente en aanbieder eruitziet; Uiterlijk 30 november 2024 communiceert de Gemeente de hoogte van de signaalplafonds voor 2025 met aanbieders. Bijlage X kan gedurende de looptijd van de overeenkomst worden herzien conform de voorwaarden genoemd in de overeenkomst deel 2, A, B en deel 1B, artikel Signaalplafonds. Toezicht en handhaving Gemeente behoudt zich zowel gedurende de inkoopprocedure als gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst het recht voor Aanbieder te onderzoeken of te controleren. Aanbieder is gehouden de medewerking aan een onderzoek/controle te verlenen die redelijkerwijs kan worden gevergd.
Indien zij geen of onvoldoende medewerking verleent aan een onderzoek/controle is de Gemeente gerechtigd de Inschrijver uit te sluiten van deelname aan de inkoopprocedure dan wel de overeenkomst met Aanbieder te beëindigen.
Bij de uitvoering van onderzoek/controle maakt de Gemeente gebruik van de middelen die haar ter beschikking staan, met inachtneming van haar wettelijke verplichtingen en bevoegdheden en de vereiste zorgvuldigheid en proportionaliteit. Deze middelen bestaan in ieder geval uit: • Het door een Aanbieder laten overleggen van bewijsstukken, zoals een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van de bestuurder/medewerkers; •
Het (laten) doen van onderzoek in open bronnen;
•
Het (laten) doen van onderzoek in gesloten bronnen;
•
Het uitvoeren van een Bibob-onderzoek door de afdeling Veiligheid van de gemeente Nijmegen, dan wel het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
Tussentijdse toetreding Na afronding van deze inkoopprocedure wordt de procedure open gezet wanneer er lokaal of regionaal behoefte is aan nieuwe aanbieders. Bijvoorbeeld doordat er geen sprake (meer) is van een lokaal en/of regionaal dekkend en/of passend aanbod zorglandschap. Het systeem wordt open gezet onder één of meerdere specifieke voorwaarden: • •
• • •
Er is behoefte van de gemeente aan een of meerdere nieuwe aanbieder(s); De behoefte vanuit de gemeente kan niet worden ingevuld vanuit het gecontracteerde aanbod van dienstverlening. Er is sprake van een ontbrekend aanbod waardoor de zorgvraag binnen de één of meer gemeenten in de regio niet voldoende afgedekt is; De behoefte vanuit de gemeente is gewijzigd als gevolg van uitvoering essentiële functies (regionale vervolgplekken) of wijzigingen in de regionale zorgvraag; Er is een ontoereikend volume gecontracteerd voor verblijfsplekken, bijvoorbeeld een tekort aan plekken voor gezinshuiszorg. Er is sprake van nieuwe unieke producten/diensten die een duidelijke toegevoegde waarde hebben en die nog geen deel uitmaken van het al gecontracteerde aanbod.
De uitgangspunten bij tussentijdse toetreding zijn: • Nieuwe aanbieders voldoen aan alle gestelde criteria waaraan ook de gecontracteerde aanbieders aan voldoen op het moment van de ingangsdatum voor de nieuw af te sluiten raamovereenkomst. Nieuwe aanbieders worden gecontracteerd onder exact dezelfde voorwaarden waaronder de aanbieders zijn gecontracteerd. Met nieuwe aanbieders die voldoen aan de vereisten wordt een overeenkomst gesloten met een looptijd gelijk aan de resterende looptijd van de reeds gesloten overeenkomsten met de reeds gecontracteerde aanbieders • De Gemeente kan besluiten een aanbieder niet toe te laten als de Gemeente de raamovereenkomst eerder heeft beëindigd of niet verlengd. • de Gemeente behoudt zich het recht voor alleen het (sub)perceel of product waar nieuwe aanbieders nodig zijn open te stellen. • de Gemeente behoudt zich het recht voor alleen het product waar nieuwe aanbieders nodig zijn open te stellen.
•
•
2.4
Gedurende de looptijd van de overeenkomst kunnen nieuwe aanbieders toetreden dan wel gecontracteerde aanbieders hun dienstverlening uitbreiden met producten en naar gemeenten welke ze nog niet bedienden. Het toevoegen van producten is direct van toepassing na acceptatie door de gemeente. Alleen aanmeldingen die zijn ontvangen in de periode van openstelling worden beoordeeld zoals beschreven in de eerste aanmelding.
Bekostiging
2.4.1 Uitvoeringsvariant De Gemeente past verschillende uitvoeringsvarianten toe. Voor de percelen 1 Ambulante behandeling, 3 Gezinsvormen, 4 woongroepen en 4 residentieel verblijf wordt de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant toegepast. De Gemeente betaalt voor de levering van jeugdhulp in een afgesproken tijdseenheid tegen een bepaald tarief. Voor perceel 5 In VerbindingsTeam met JIM wordt de taakgerichte uitvoeringsvariant toegepast. De Gemeente stelt voor de levering van jeugdhulp binnen een afgesproken taak een bepaald budget beschikbaar. 2.4.2 Berekening tarieven en taakgericht budget De wijze waarop de Gemeente de tarieven/het taakgerichte budget heeft berekend is opgenomen in bijlage ***. Zij heeft bij die berekening expliciet rekening gehouden met en voldaan aan wettelijke verplichtingen op basis van artikel 2.12 van de Jeugdwet, de gemeentelijke verordeningen en jurisprudentie en de ‘Handreiking inzicht in tarieven’1 in het kader van het Convenant ‘bevorderen continuïteit jeugdhulp’. 2.4.3 Declaratie Voor de wijze van declaratie verwijzen we naar het regionale administratieprotocol, te vinden op de website van het ROB (zie ‘berichtenverkeer & administratie’). Het regionale administratieprotocol bevat aanvullende afspraken op het standaardadministratieprotocol.
Specifieke afspraken over de declaratie van afwezigheidsdagen zijn opgenomen in de productomschrijvingen bijlage Y. 2.5
Overeenkomst en algemene voorwaarden
2.5.1 Type overeenkomst Voor de percelen 1 Ambulante behandeling , 3 Gezinsvormen, 4 woongroepen en Residentieel Verblijf sluit De Gemeente sluit met de potentiële aanbieder die zich kwalificeert voor deelname aan de inkoopprocedure en die het aanbod van de Gemeente aanvaardt een raamovereenkomst. De raamovereenkomst kent geen afnameverplichting of afnamegarantie. Op basis van de raamovereenkomst gunt de Gemeente individuele opdrachten tot levering van voorzieningen aan jeugdigen. Voor perceel 2 In VerbindingsTeam met JIM sluit De Gemeente met de potentiële aanbieder die zich kwalificeert voor deelname aan de inkoopprocedure een overeenkomst van opdracht.
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2021/07/01/handreiking-inzicht-in-tarieven
Waar in de inkoopdocumenten wordt gesproken over de overeenkomst, worden zowel de raamovereenkomst als de overeenkomst van opdracht bedoeld. 2.5.2 Algemene voorwaarden Op de inkoopprocedure is het meest recente model algemene inkoopvoorwaarden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (maart 2018) van toepassing, voor zover dit inkoopdocument of de overeenkomst daarvan niet afwijken. Niet van toepassing zijn de artikelen: 8, 16.3, 19, 20, 21 en 23.3. De potentiële aanbieder verklaart deze algemene inkoopvoorwaarden te hebben ontvangen en akkoord bevonden. De algemene voorwaarden van de potentiële aanbieder en/of derden (waaronder onderaannemers), onder welke naam of in welke vorm dan ook, zijn uitdrukkelijk niet van toepassing.2 2.5.3 Looptijd De raamovereenkomst gaat in op 1 januari 2025 en eindigt op 31 december 2029 Partijen kunnen de raamovereenkomst na het verstrijken van de looptijd drie (3) keer schriftelijk verlengen met steeds een periode van vierentwintig (24) kalendermaanden. De looptijd sluit aan op de looptijden van de overeenkomst voor essentiële functies van de G7 jeugdzorgregio’s, van het regioprogramma jeugd Rijk van Nijmegen en de hervormingsagenda Jeugd. 2.5.4 Overgang richting deze overeenkomst Er is een regeling opgesteld voor de overgang naar deze overeenkomst. Zie bijlage X. Met Aanmelding gaat de potentiële aanbieder akkoord met deze regeling.
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– 2
Gelijk aan artikel 23 lid 6 contractstandaard.
3
Voorwaarden inkoopprocedure
3.1
Inleiding De potentiële aanbieder die in aanmerking wil komen voor de opdracht, moet aantonen dat: • uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn; en • de geschiktheidseisen op hem van toepassing zijn; en • hij akkoord is met de uitvoeringseisen en deze ook kan uitvoeren en; • Voldoende scoort op de toelatingscriteria van het betreffende perceel. Als een potentiële aanbieder aantoonbaar voldoet aan één van de uitsluitingsgronden, niet aantoonbaar voldoet aan één van de geschiktheidseisen of niet aantoonbaar onvoorwaardelijk akkoord gaat met alle uitvoeringseisen of geen voldoende scoort op de toelatingscriteria dan sluit de Gemeente hem voor het betreffende perceel uit van deelname aan de procedure. De Gemeente wenst bij zowel de uitvoering van de inkoopprocedure als bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik te (kunnen) maken van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (hierna: Wet Bibob). In de inkoopprocedure wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd om te toetsen of er uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Het Bibob-onderzoek richt zich op de betrokken (rechts)personen van de potentiële aanbieder en zeggenschapshebbenden van betrokkenen. Met betrokken (rechts)personen worden bedoeld: de leidinggevenden van betrokkene. Dit zijn bijvoorbeeld de bestuurders van een BV, NV of Stichting.
Het gaat hier zowel om rechtspersonen, als om natuurlijke personen. Wie de zeggenschaphebbende is, verschilt per ondernemingsvorm. Een Bibob-onderzoek kan mede bestaan uit het onderzoek als bedoeld in hoofdstuk 2a van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) en het inwinnen van advies als bedoeld in artikel 5 en 9 van die wet; of Onderzoek naar uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen, niet vallend onder de Wet Bibob. In bijlage X overzicht bewijsmiddelen staat opgenomen welke bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd voor de Bibob-toets. Deze bewijsmiddelen verschillen afhankelijk van de ondernemingsvorm(en). Het kan zijn dat er verschillende ondernemingsvormen betrokken zij bij de aanmelding. In dat geval geldt dat voor elk van de ondernemingsvormen de bewijsmiddelen moeten worden aangeleverd. Tijdens de looptijd van de overeenkomst kan een Bibob-onderzoek uitgebreider zijn. Hierbij kan alle informatie opgevraagd worden die op grond van de Wet Bibob en de Regeling Bibob-formulieren opgevraagd mag worden.
3.2
Algemeen De uitsluitingsgronden die van toepassing zijn op deze inkoopprocedure, zijn opgenomen in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (verder: UEA) (format opgenomen in bijlage *** ).
Om aan te geven dat de potentiële aanbieder: • niet voldoet aan de uitsluitingsgronden (zie paragraaf 3.3), • wel voldoet aan de geschiktheidseisen (zie paragraaf 3.4) dient de potentiële aanbieder dit UEA in te vullen en rechtsgeldig te ondertekenen en in te dienen bij zijn aanmelding. De uitvoeringseisen die van toepassing zijn op deze inkoopprocedure en de te sluiten overeenkomst, zijn opgenomen in het programma van eisen (verder: pve) in bijlage ***. De potentiële aanbieder dient bij zijn aanmelding een standaardformulier inschrijving en referentie (format opgenomen in bijlage ***) te voegen. 3.3
Uitsluitingsgronden De Gemeente kan voor een toets op uitsluitingsgronden op verzoek nadere bewijsmiddelen opvragen en een onderzoek instellen om die bewijsmiddelen te verifiëren. De potentiële aanbieder dient steeds binnen tien werkdagen het door de Gemeente opgevraagde, aanvullend bewijsmateriaal aan te leveren bij de Gemeente, tenzij de Gemeente een andere termijn hanteert bij haar opvraag. Het niet (tijdig) aanleveren van bewijsmiddelen leidt tot uitsluiting van de procedure. De potentiële aanbieder verleent steeds kosteloos zijn medewerking aan deze verificatie. In bijlage X staat opgenomen welke bewijsmiddelen de Gemeente opvraagt. 1.
kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst met betrekking tot het: o doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht; o vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen; o verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen; o handelen of nalaten te handelen waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht, waaronder begrepen (arbeids)discriminatie; o direct of indirect gebruikmaken van in de Europese Unie verboden vormen van kinderarbeid; o begaan van overtredingen op het gebied van milieuwetgeving; o handelen in strijd met door de daartoe bevoegde autoriteit vastgestelde import-, export-, aankoop-, vervoers- en/of investeringsverboden; o maken van afspraken met andere Aanbieders of het begaan van feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat mededinging verhinderd, beperkt of vervalst wordt of het anderszins handelen in strijd met mededingingsregelgeving; o onrechtmatig handelen of tekortkomen in de nakoming van de overeenkomst waaruit ernstige schade voortvloeit, als gevolg van
grove nalatigheid, opzet of bewuste roekeloosheid;
het begaan van gedragingen in strijd met specifiek voor het beroep of bedrijf van een Jeugdhulpaanbieder relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes; o het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; o een delict zoals genoemd in art. 2.86 lid 2 AW 2012 zonder dat dit (al) heeft geleid tot een (onherroepelijke) veroordeling; o alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep’. 2. het aanwezig zijn van enige mate van gevaar dat de op grond van deze Inkoopprocedure gesloten overeenkomst door de Jeugdhulpaanbieder mede zal worden gebruikt om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of (ii) strafbare feiten te plegen. 3. Het bovenstaande geldt niet enkel ten aanzien van de inschrijver, maar ook voor: o een persoon die lid is of (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving lid is geweest van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan.
o een persoon die lid is of (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving lid is geweest van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan heeft (bijvoorbeeld) in het jaar voorafgaand aan inschrijving een bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende functie gehad bij een aanbieder die (inmiddels) in staat van faillissement, liquidatie of surseance verkeert, waarvan de werkzaamheden zijn gestaakt of in een andere vergelijkbare staat verkeert. o
De Gemeente kan de ernstige beroepsfout in ieder geval, maar niet uitsluitend, aannemelijk maken door: o Erkenning van de fout door Inschrijver; o Eigen ervaring van voor de gemeente(n) werkzame ambtenaren, ambtsdragers of door de gemeente(n) ingehuurd personeel; o Een rechterlijke uitspraak, bindend advies of arbitrale of tuchtrechtelijke uitspraak; o Een strafrechtelijke transactie, een fiscale ruling of fiscale vaststellingsovereenkomst; o Een (niet onherroepelijke) fiscale vergrijpboete; o Het uitvoeren van een onderzoek op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob); o Een relevante constatering van een daartoe bevoegde toezichthouder of een geschillencommissie; o Een lopend strafrechtelijk onderzoek. De feiten en omstandigheden die voor het onderzoek naar de aanwezigheid van een ernstige beroepsfout relevant zijn worden altijd in concreto en individueel beoordeeld, waarbij de artikelen 2.87 lid 2, 2.87a, 2.88 onder a en 2.88 onder b van de Aanbestedingswet van toepassing zijn.
3.4
Geschiktheidseisen In deze inkoopprocedure gelden de hierna genoemde geschiktheidseisen. Bij elke eis is aangegeven hoe de potentiële aanbieder moet aantonen dat de eis op hem van toepassing
is. Dit bewijsmiddel dient de potentiële aanbieder bij zijn aanmelding mee te sturen. Stuurt de potentiële aanbieder het bewijsmiddel niet, onvolledig of op onjuiste wijze met zijn aanmelding mee, dan legt de Gemeente de aanmelding terzijde. De Gemeente kan op basis van de ontvangen bewijsmiddelen een onderzoek instellen om de bewijsmiddelen te verifiëren. De potentiële aanbieder dient steeds binnen tien werkdagen het door de Gemeente opgevraagde, aanvullend bewijsmateriaal aan te leveren bij Gemeente, tenzij Gemeente een andere termijn noemt bij haar opvraag. Het niet (tijdig) aanleveren van bewijsmiddelen leidt tot uitsluiting van de procedure. De potentiële aanbieder verleent steeds kosteloos zijn medewerking aan deze verificatie. In bijlage X staat opgenomen welke bewijsmiddelen de potentiële aanbieder dient te overleggen, wanneer deze bewijsmiddelen moeten worden overlegd en binnen welke termijn. G1 Ervaring a.d.h.v. referenties Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen. Per perceel is de vereiste kerncompetentie beschreven. De potentiële aanbieder dient in bijlage aanmeld- en referentieformulier per perceel/product waarvoor hij aanmeldt naar tevredenheid van de referent uitgevoerde referenties op te geven waaruit blijkt dat hij beschikt over de vereiste kerncompetenties. Er mogen maximaal 5 referenten per kerncompetentie worden opgegeven.
In dit formulier kan aanbieder aangeven dat de Gemeente de enige referentie is die wordt opgegeven om aan te tonen dat de potentiële aanbieder over de vereiste kerncompetentie voor een perceel/product beschikt. Uitsluitend referentieopdrachten waarbij de potentiële aanbieder als eindverantwoordelijke partij heeft gefungeerd zijn geldig. Dit betekent dat uitsluitend de gemeente(n) of zorgkantoor, zorgverzekeraar of Dienst Justitiële Inrichtingen geldige referenten kunnen zijn. Dit betekent ook dat referentieopdrachten waarbij de potentiële aanbieder als onderaannemer heeft gefungeerd niet gelden. In het geval de potentiële aanbieder de referentieopdracht in (andere) combinatie met andere ondernemers heeft verricht dan waarmee hij nu de aanmelding vormgeeft, dan telt slechts zijn aandeel in de referentieopdracht mee bij de beoordeling of aan de ervaringseis wordt voldaan. Daar waar een referentieopdracht nog niet is afgerond, geldt dat uitsluitend de tot dan naar behoren geleverde prestaties moeten aantonen dat de potentiële aanbieder beschikt over gevraagde kerncompetenties. Uitsluitend referentieopdrachten waarbij de potentiële aanbieder feitelijk heeft gedeclareerd/gefactureerd op een (soort)gelijk product zoals genoemd in de vereiste ervaring, zijn geldig. Ervaring die niet is gedeclareerd/gefactureerd onder een (soort)gelijk product, is niet geldig.
Op verzoek van de Gemeente toont aanbieder aan dat er sprake is van een (soort)gelijk product. De Gemeente behoudt zich het recht voor om de referentie(s) op juistheid te controleren.
Onwaarheden, onjuistheden of onvolledigheden ten aanzien van de opgegeven referentie(s) kunnen leiden tot uitsluiting van de inkoopprocedure. De Gemeente kan van de opgegeven referenties een tevredenheidsverklaring opvragen. Hieronder wordt per perceel en product de vereiste kerncompetentie beschreven. Perceel 1 Ambulante Behandeling Perceel 1A: Product Multisysteemtherapie (MST) Ervaring met het bieden MST in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 1A: Product Ambulante Spoedhulp (ASH) Ervaring met het bieden Ambulante Spoedhulp in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 1 B: Product Orthopedagogische behandeling basis Ervaring met het bieden orthopedagogische behandeling basis in het kader van de jeugdwet. Minimaal 20 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 1B: Product Orthopedagogische behandeling specialistisch Ervaring met het bieden orthopedagogische behandeling specialistisch in het kader van de jeugdwet. Minimaal 20 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 2 Inverbindingsteam (IVT) met Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) Perceel 2 IVT met JIM Ervaring met het in samenwerking met LVB, J&O en JGGZ aanbieders koppelen volgens de JIM-methodiek van een JIM aan een gezinssysteem in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar.
Perceel 3 Gezinsvormen Perceel 3A Gezinshuiszorg Ervaring met het bieden van gezinshuiszorg het kader van de jeugdwet. Minimaal 4 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 3B Pleegzorg Ervaring met het bieden van pleegzorg in het kader van de jeugdwet. Minimaal 20 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 4 Woongroepen Perceel 4: Product Beschermd Wonen Ervaring met het bieden van Beschermd Wonen het kader van de jeugdwet, of ervaring met het bieden van Beschermd Wonen in het kader van forensische zorg (DJI) Minimaal 2 cliënten per jaar in de afgelopen 2 jaar.
Perceel 4: Product Fasehuis Ervaring met het bieden van fasehuis woonzorg in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 4: Product Kamertraining Ervaring met het bieden van kamertraining in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 unieke jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 5 Residentieel verblijf Perceel 5: Product Residentieel verblijf met terreinvoorziening Ervaring met het bieden van Residentieel verblijf met terreinvoorziening in het kader van de jeugdwet of WLZ. Minimaal 20 unieke jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 5: Product Residentieel verblijf zonder terreinvoorziening Ervaring met het bieden residentieel verblijf zonder terreinvoorziening het kader van de jeugdwet of WLZ. Minimaal 5 unieke jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. Perceel 5: Product Moeder Kind Huis Ervaring met het bieden Moeder Kind Huis in het kader van de jeugdwet. Minimaal 5 unieke jeugdigen per jaar in de afgelopen 2 jaar. G2 Kwaliteitsmanagement Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen. De potentiële aanbieder draagt zorg voor de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit door aantoonbaar met een kwaliteitsmanagementsysteem te werken.
Potentiële aanbieder toont bovenstaande aan door een HKZ, ISO 9001, ISO 9001 voor de zorg (NEN-EN 15224) certificaat of een ter zake relevant keurmerk of gelijkwaardig bewijsstuk te overleggen. Het is aan de potentiële aanbieder om desgevraagd de gelijkwaardigheid van een certificaat, keurmerk of ander bewijsstuk aan te tonen. De potentiële aanbieder draagt zorg voor de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit door aantoonbaar met een kwaliteitsmanagementsysteem te werken. Potentiële aanbieder toont bovenstaande aan door: • een voor de dienstverlening relevant HKZ, ISO 9001, Prezo, ISO 9001 voor de zorg (NEN-EN 15224) certificaat of een ter zake relevant keurmerk of gelijkwaardig bewijsmiddel te overleggen. Het is aan de potentiële aanbieder om desgevraagd de relevantie en de gelijkwaardigheid van een certificaat, keurmerk of ander bewijsstuk aan te tonen. •
Of een verklaring van een certificerende organisatie te overleggen waaruit blijkt dat een traject is gestart en dat de verwachting is dat er uiterlijk 1 mei 2025 een voor de dienstverlening relevant certificaat/keurmerk wordt toegekend.
G3 Sanctiepakketten Rusland Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen. De Gemeente handelt conform de door de Europese Raad vastgestelde sanctiepakketten Rusland. De aanmelding van de potentiële aanbieder mag niet in strijd zijn met hetgeen beschreven in de sanctiepakketten. Informatie over de sanctiepakketten is te vinden op https://www.pianoo.nl/nl. De Gemeente heeft op elk moment de mogelijkheid om een aanmelding te onderzoeken en kan aanbieders verzoeken om op onderdelen een verduidelijking te geven. Als blijkt dat een aanmelding in strijd is met het sanctiepakket, wordt deze aanmelding ongeldig verklaard. Met het indienen van de aanmelding verklaart de potentiële aanbieder dat de aanmelding niet in strijd is met hetgeen beschreven in de sanctiepakketten. G4: Productieverantwoording Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen. De potentiële aanbieder heeft procesmatig de basis voor het beheersen van risico’s op fouten en fraude op orde en kan dat verantwoorden.
De potentiële aanbieder voldoet aan deze eis, indien: a) Indien de potentiële aanbieder over 2023 in een gemeente meer dan 125.000 euro omzet Wmo OF jeugdhulp had: er is sprake van een goedkeurende controleverklaring bij de financiële productieverantwoording voor de gemeente Nijmegen of (indien in Nijmegen een kleinere omzet dan 125.000 euro) de gemeente waar de meeste omzet Wmo OF jeugdhulp (groter dan 125.000 euro) is gerealiseerd; b) Er is geen sprake van het genoemde onder a) maar naar het oordeel van de experts aangewezen door de Gemeente blijkt uit de toelichting van de accountant bij de verklaring over 2023 en/of de controleverklaring bij de financiële productieverantwoording over 2022 dat er sprake is van een incident dan wel een bijzondere omstandigheid die niet afdoet aan een deugdelijke interne beheersing en controle door de potentiële aanbieder. c) Indien de potentiële aanbieder over 2023 in geen enkele gemeente meer dan 125.000 euro omzet Wmo OF jeugdhulp heeft gerealiseerd: met inschrijving verklaart de potentiële aanbieder te voldoen aan deze eis; Als de potentiële aanbieder over 2023 een goedkeurende controleverklaring bij de financiële productieverantwoording heeft aangeleverd bij de gemeente Nijmegen, volstaat het vermelden van ‘gemeente Nijmegen’ in bijlage X Standaardformulier.
G5: standaardformulier aanmelding Deze geschiktheidseis geldt voor alle percelen. De potentiële aanbieder dient het ‘standaardformulier aanmelding en referentie (bijlage X) volledig ingevuld aan te leveren.
G6: omvang gezinshuis perceel 3A Gezinshuiszorg Deze geschiktheidseis geldt voor perceel 3A Gezinshuiszorg. De Gemeente beschouwt gezinshuizen met een structurele groepsgrootte van meer dan 6 jeugdigen als onwenselijk. De maximale structurele groepsgrootte van een gezinshuis is maximaal 6 jeugdigen. In bijlage X ‘standaardformulier aanmelding en referentie’ dient Aanmelder te verklaren dat hij bij inschrijving met een gezinshuis met meer dan 6 verblijfsplekken in overleg treedt met de Gemeente. Aanmelder licht dan opbouw van het gezinshuis toe en maakt met de Gemeente nadere afspraken over te volgen plan van aanpak om te gaan voldoen aan de maximale omvang.
4
Toelatingscriteria 4.1 Algemene voorwaarden en vormvereisten • Aanmelder mag per toelatingscriterium maximaal het aantal pagina’s indienen dat staat benoemd bij het toelatingscriterium. Alle pagina's boven het maximum worden niet meegenomen in de beoordeling. Bijlagen tellen ook als pagina’s. Pagina’s hebben A4-formaat en antwoorden lettergrootte 11. • Aanmelder dient vragen te beantwoorden onder het betreffende toelatingscriterium. Verwijzingen naar andere antwoorden worden niet meegenomen in de beoordeling; • Voor alle criteria geldt dat een ‘’voldoende’’ of ‘’onvoldoende’’ kan worden gescoord. Er wordt een voorlopig toelatingsbesluit genomen voor Aanmelders die voor het toelatingscriterium een voldoende scoren voor de percelen waarvoor zij zich aanmelden. Indien een Aanmelder op een onderdeel onvoldoende scoort wordt de aanmelding voor dat specifieke perceel ter zijde gelegd. • De invulling van de toelatingscriteria wordt onderdeel van de overeenkomst. Het niet waarmaken of niet voldoen aan de Aanmelding tijdens de uitvoering van de opdracht geldt daarom als een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de Aanmelder. Alles wat in de offerte van Aanmelder wordt beschreven dient meetbaar en toetsbaar te zijn. • De invulling van de toelatingscriteria dient te voldoen aan de eisen genoemd in de inkoopdocumenten.