CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Gewijzigde Stedenbouwkundig- en Beeldkwaliteitsplan Winkelsteeg Kanaalknoop

Besluitronde (raadsvergadering) 27 september 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Kanaalknoop Noord en het opleggen van geheimhouding op gespreksverslagen (86/2023)10.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Noord

bieden een fantastisch uitzicht over park Winkelsteeg. Dit zijn de leidende principes: •

Energiewinning, waterretentie en klimaatinstallaties worden op passende wijze op daken opgelost (zie referentiebeeld B);

•

Diverse daken worden geschikt gemaakt als dakterras voor privé of collectief gebruik en bieden zicht op de omgeving;

•

De rand richting het park kent een terrasachtige opbouw

Zuid

waarbij bewoners optimaal zicht hebben op het park. Het dak

Eenduidig ensemble

voelt als een verlengde van dit park (zie referentiebeeld C). De referentiebeelden aan de rechterzijde laten zien dat bij grondgebonden woningen het daklandschap op verschillende manieren ingepast kan worden. Kappen en dynamiek van de

Wate r v asth oude n

gevel dragen bij aan de levendige uitstraling van het blok (zie referentiebeeld A). Bij platte daken kan groen goed met installaties gecombineerd worden (zie referentiebeeld B). Bij set-backs en

Moes t u in en

platte daken kunnen balkons en daken meedoen met de biotoop van de aangrenzende openbare ruimte (zie referentiebeeld C).

Biod ivers it eit

Zicht op het landschap 54 |

Inse cte n

Verb lijf plaat s en

Energie/zonnepanelen/ waterretentie

Ku n s to b j ec t en

A.

B.

Variatie in de kapvorm Verschilt tussen Noord en Zuid

C o l l ec t i eve d a ken F u nct i on el e d a ken

Kleine voedselproductie/ kruidentuin

C. 55 |

2.3.2.4 Collectieve binnentuin + bergingen De binnentuinen maken onderdeel uit van de landschappelijke inrichting van dit deelgebied. Bepaalde systemen gericht op

Noord

biodiversiteit en de afvoer van regenwater lopen door in deze gebieden en sluiten aan op de grotere structuren. De binnentuinen zijn gericht op rust en kennen een open karakter. De inrichting is informeel van aard. Binnentuinen kunnen ook in gezamenlijkheid beheerd of ingezet worden voor kleinschalige voedselproductie door bewoners. Elke binnentuin kan gezien worden als een kleine gemeenschap. Dit zijn de belangrijkste principes: •

Zuid

Binnentuinen vormen een onderdeel van het grotere netwerk van landschap;

•

Open binnentuin

De binnentuinen doen mee in het openbare en collectieve groen en wandelnetwerk (zie referentiebeeld B);

•

De binnentuinen krijgen een luw karakter (zie referentiebeeld C);

•

Doordat parkeren in hubs plaatsvindt hebben de binnentuinen de ‘volle grond’ (geen gebouwd parkeren eronder). Hiermee wordt een groene, lommerrijke en klimaatadaptieve inrichting een uitgangspunt;

•

I n f ilt rat ie

Yoga Ve rbl i j fp l aatse n

Woningen krijgen beperkte privé-buitenruimtes als verlengstuk van de collectieve tuinen (zie referentiebeeld A). Biod ivers it eit

De referentiebeelden aan de rechterzijde laten zien op welke wijze een binnentuin vorm kan krijgen. Het parkachtige karakter is leidend in de binnentuin. De overgangen tussen openbare ruimte, collectieve ruimte en privé-ruimtes reageren hier passend op.

Verlengen van het landschap 56 |

Rust

B.

Plek om gemeenschap op te bouwen A.

B r eken r efl ec t i e g eve l

Bergingen meeontworpen

D.

C. 57 |

2.3.2.5 Private voor- en achtertuinen In beperkte mate zijn privé tuinen toegestaan. De private voor- en achtertuinen kunnen beschouwd worden als transitiezone tussen

Ver bl i j fp l aatse n

Noord

de gevel en het collectieve binnen gebied. Ze ontstaan doordat ze zijn mee ontworpen met de woningen en bijvoorbeeld fungeren als ruimte tussen berging en de gevel, of als een balkon op maaiveld. De voor- en/of achtertuinen hebben hierdoor een beperkte maat en worden gescheiden door architectonische afscheidingen die laag zijn. Schuttingen, hagen en andere woning scheidende voorzieningen de geen onderdeel zijn van de architectuur zijn niet toegestaan.

Zuid

Dit zijn de belangrijkste principes: •

Voor- / achtertuin als onderdeel van het bouwwerk

De private voor- en/of achtertuinen zijn onderdeel van het architectonische bouwwerk. Erfafscheiding mag meegenomen worden in de architectuur;

•

Bergingen aan woningen mogen geïntegreerd worden in de private ruimte;

•

Afscheidingen mogen maximaal 1,20m hoog zijn. Ze bestaan

Verb lijf plaatse n

niet uit schuttingen, hoge hagen, plaat en zeil materiaal; •

De maximale diepte van een voor- of achtertuin bedraagt 3m. bij een situatie met voor- en achtertuin bedraagt de totale O ntmoe te n

diepte max 5m. Breken ref lect ie gevel

De referentiebeelden in het rodevenster aan de rechterzijde laten zien wat niet wenselijk is; hoge schuttingen, diepe achtertuinen, vrijstaande bergingen onsamenhangende inrichting/ erfafscheiding. De voor- of achtertuin, inclusief erfafscheiding, is onderdeel van de architectuur(zie referentiebeeld B+C) en is onderdeel van de transitie van gevel naar publieke of collectieve ruimte (zie referentiebeeld A+D).

P

riv

é P

riv

é

Bergingen meeontworpen 58 |

Voor/achterdeuren in de plint met kleine privé ruimte

NIET WENSELJK

A.

B.

D.

C. 59 |

2.3.3 Woontorens De Kanaalknoop kent ook woontorens in verschillende hoogtes. In enkele delen zullen de bouwwerken met hun hoogtes op torens lijken, maar in veel gevallen ook op urban villa’s. Belangrijk is dat dit type bouwwerk onderdeel is van een bouwblok, het landschap of de stedenbouwkundige structuur. Losstaande woontorens mogen in geen enkel geval negatieve invloed hebben op hun omgeving zoals: schaduwhinder, windhinder, parkeerhinder, dode plinten en gevels. Ze dragen bij aan een klimaatadaptieve en biodiverse woonomgeving.

2.3.3.1 Plint De woontorens hebben een open plint die onderdeel is van het

Voor/achterdeuren in de plint met kleine privé ruimte

landschap. De plint is transparant en heeft een levendig karakter. In de plint mag gewoond worden, maar er dienen ook gezamenlijke ruimtes en entrees te worden ingepast om de relatie met het landschap of het kanaal te vergroten. Dit zijn de belangrijkste principes: •

De plint wordt verhoogd ten opzichte van andere bouwlagen en heeft een open karakter (zie referentiebeeld B);

•

De plint kan voor een deel gebruikt worden als fietsenstalling,

Verb lijf plaat s en Verb lijf plaat s en

maar dient altijd ruimtes te hebben die andere functies hebben I n s ect e n

dan berging of halzijde (zie referentiebeeld A+C); •

B i odi v e rsi te i t

De inrichting van de ruimte rondom het bouwwerk dient omgevingsgerichte aspecten te versterken (zie referentiebeeld

I n f ilt rat ie

C+D); •

De plint mag onderdeel zijn van het bouwwerk en hoeft, buiten het open karakter, geen afzonderlijke materialisatie te hebben;

•

De delen van de plint waarin een woonfunctie zit mogen een meer gesloten karakter hebben dan de gezamenlijke ruimtes in de plint.

De referentiebeelden rechts laten zien dat de torens onderdeel kunnen zijn van verschillende landschappen. De uniformiteit van het gebouw mag doorlopen in de plint zodat deze voldoet aan bovenstaande eisen. 60 |

uitnodigende plint

Transparante plint

A.

B.

C.

D.

O n t moet en

Bergingen uit het zicht, fietsparkeren is toegestaan in de plint

61 |

2.3.3.3 Opbouw De woontorens die los staan in het landschap mogen leesbaar zijn als één gebouw. In situaties waar meerdere torens of urban villa’s geclusterd of in een rij naast elkaar staan, dienen deze als familie te worden ingepast. Belangrijk is dat de torens als geheel met de plint landen in het landschap. De torens die hoger zijn dan 8 bouwlagen hebben een set-back of verandering in de gevel waarna de opbouw wordt voorgezet. De alzijdige oriëntatie zorgt voor voldoende leefkwaliteit rondom het hele gebouw. Dit zijn de belangrijkste principes: •

De opbouw bestaat uit voldoende plasticiteit die ritmiek doorbreek. Bijvoorbeeld doormiddel van materialisatie en balkons;

•

De opbouw is alzijdig georiënteerd en heeft een dynamisch karakter;

•

De opbouw en de balkons zijn onderdeel van het klimaatadaptieve en natuurinclusieve systeem van de Kanaalknoop;

•

De opbouw vormt samen met de plint één gebouw die op het maaiveld land.

De referentiebeelden aan de rechterzijde laten zien dat vrijstaande

Breken ref lect ie gevel

gebouwen een opbouw kunnen hebben die zorgt voor dynamiek en leesbaarheid van de ruimte, maar anders zijn dan hun plint (zie referentiebeeld A+D). Ook kunnen bouwwerken éénheid uitstralen waarbij de schaal en maat past bij de omgeving (zie referentiebeeld B+C).

Set-backs 62 |

Differentiatie in opbouw

B.

Wo ne n & w er ken

A. Ver b l i j fpl a a ts en

Alzijdige orientatie

C.

D. 63 |

2.3.3.4 Daklandschap Daken op de torens worden als vanzelfsprekend ingezet voor duurzaamheidsdoeleinden. De daken maken ook deel uit van de klimaatadaptieve en groene route die door de gebieden heen loopt. Vergroening van het dak (en eventueel balkons) moet bijdragen aan waterretentie en natuurinclusieve doelstellingen. Dit zijn de belangrijkste principes: •

Daken hoeven niet toegankelijk te zijn voor mensen, maar kunnen met openstelling wel dienen als collectieve plek;

•

Daken doen mee met de klimaatadaptieve doelstellingen en zijn natuurinclusief ingericht;

•

Onderdeel van het daklandschap is de energievoorziening die niet zichtbaar is vanaf het maaiveld;

•

Ruimtes grenzend aan een dak doen mee in de groene beleving van het dak.

De referentiebeelden aan de rechterzijde laten een aantal voorbeelden zien van gevels, daken en balkons die bijdragen

Wate r v asth oude n

aan de klimaat adaptieve en natuur inclusieve doelstellingen. De plasticiteit van het gebouw en de invulling van het landschap dragen bij aan de woonkwaliteit. Het dubbel gebruik van

Moes t u in en

daken kan ontmoetingsplekken voor bewoners creëren (zie referentiebeeld A+B). Het vergroenen van aan elkaar geschakelde

Biod ivers it eit

Inse cte n

Verb lijf plaat s en

gevels en daken voor dieren (zie referentiebeeld C)bevorderd de biodiversiteit. Toepassen van de juiste beplanting op hoogtes, dus geen bomen maar ook bloemen, kruiden en grassen, op balkons draagt bij aan de plasticiteit van het gebouw en het natuurlijke biodiverse hoogteopbouw (zie referentiebeeld D).

Zicht op het landschap 64 |

Energie/zonnepanelen/ waterretentie

Ve r b l i j fpl a a ts en

I n s ec ten B i o d i ver si t e i t I n f i l t r a ti e

Groen loopt door in het gebouw A.

B.

C.

D.

C o l l ec t i eve d a ken F u nct i on el e d a ken

groen op het dak

65 |

2.4 Sportvelden en bedrijvigheid Fu n ct ion ele dake n

Aan de noordzijde van de kanaalknoop komt een bijzonder gebouw, gelegen aan het Urban Sportpark. Dit gebouw is qua korrelgrootte dusdanig dat er ruimte is om de voetbalvelden op het

Ve rbonde nh e i d

dak te plaatsen of om het dak groen en robuust in te richten. Dit gebied maakt met het dak en de sportvelden deel uit van de (semi) openbare structuren van Winkelsteeg en vormt een belangrijke schakel tussen NTC en de Kanaalknoop. De volgende principes zijn leidend voor het bouwwerk en de sportvelden: •

Het gebouw krijgt naast de uitstaling van bedrijvigheid ruimte voor parkeren en sporten. Tevens wordt ruimte gereserveerd om de plint goed te laten aansluiten op het Urban Sportpark

Interactie tussen dak en landschap

(eventueel in functie) (zie referentiebeeld B); •

Een deel van het dak ‘vouwt’ zich richting de openbare ruimte om zo een integraal onderdeel te vormen van het Urban Sportpark (zie referentiebeeld C);

•

De hoeken van het gebouw verdienen bijzondere aandacht en krijgen een functie naast parkeren en sport, om zo ook dit gebied waar mogelijk te activeren en van de ‘ogen op straat’ te voorzien;

•

Het gebouw aan het sportpark moet een herkenbare en zichtbare bestemming worden. Daarom krijgt het gebouw een klein accent in de hoek die grenst aan dit sport park;

•

Opbreken van de plint om eentonige uitstraling te

On t m oet en

voorkomen in het utilitaire onderdeel van het bouwwerk (zie referentiebeeld A). De referentiebeelden aan de rechterzijde laten zien op welke wijze een dak bijdraagt aan de verbinding tussen dak en maaiveld en welke invulling deze overgang kan krijgen in de inrichting.

Opbreken van de plint 66 |

Accent richting het Sportpark

Atrium om lichtinval te creëren

A.

Ba l sp o r ten Sp el en

Sportvoorzieningen op het dak

B.

C. 67 |

Colofon TITEL

Winkelsteeg | Stedenbouwkundig - en Beeldkwaliteitsplan Kanaalknoop

O P D R AC HTG EV ER

Gemeente Nijmegen

STATU S

Definitief

DAT U M

15 augustus 2023

I N SAM E N WERKIN G MET

IMOSS | STEDENBOUW LANDSCHAP BUITENRUIMTE

68 |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=496390ca-6946-4585-a1b2-34729e3ebe3c