bijlage 2 bij C6 d.d. 31 maart 2025 van de MGR Rijk van Nijmegen over Ontwerpjaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
onze eigen onderzoeken blijkt dat werkgevers behoefte hebben aan een meer geïntegreerde dienstverlening en betere vindbaarheid van onze diensten. Het Rijk wil daarom de werkgeversdienstverlening en matching in de regio versterken. We streven naar een inclusieve, werkende arbeidsmarkt, waarin plaats is voor iedereen. We vormen samen hét punt, waar werkgevers ondersteund worden bij het vinden van het juiste personeel en het juiste advies. We zijn met werkgevers verbonden, omdat we hun taal spreken en die van werkzoekenden. Samen met onderwijs en kennisinstellingen, vakbonden en andere partners werken we aan inclusiviteit op de arbeidsmarkt, het optimaal inzetten van talenten, waarbij duurzaam passend werk voor velen hand in hand gaat met het bevorderen van economische groei in de regio. • RMT 204.000 Voor het Regionale Mobiliteitsteam ontvangen wij middelen conform de ingediende begroting bij het Rijk. We ramen in 2024 € 204.000 te gaan uitgeven. • Perspectief op Werk 210.000 Het RTA beslist over de inzet van de middelen binnen Perspectief op Werk (POW). Het budget wordt meegenomen in de planning van het RTA over de jaren 2025 t/m 2029
• Collectief sociaal ondernemen 212.000 het budget van collectief sociaal ondernemen wordt toegevoegd aan de begroting (tot en met 2027) Hiermee voorkomen we dat de initiatieven een incidentele impuls zijn voor Sociaal Ondernemers en creëren we een structurelere en stevigere basis. Om dit te realiseren is er een collectief van sociaal ondernemers opgezet onder de naam TOSSS. Sociaal ondernemingen in de regio Rijk van Nijmegen die werken met kandidaten van WerkBedrijf kunnen zich aansluiten. Oude verplichtingen 140.000 afname De ‘oude verplichtingen’ betreft de verplichtingen in het kader van de vroegere WIW- en ID deelnemers. Deze verplichtingen van de gemeenten heeft WerkBedrijf overgenomen. Doordat er geen instroom meer is, nemen de uitgaven jaarlijks af. We verwachten € 1,3 miljoen uit te gaan geven in 2026
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
50
5.2.3 Toerekening baten en lasten naar taakgebieden Onderstaand maken we een eerste stap in het toerekenen van onze baten en lasten naar de drie taakgebieden die we eerder omschreven en uitwerkten: 1. Voorkomen van afhankelijkheid uitkering 2. Beëindigen van afhankelijkheid uitkering 3. Minimaliseren van afhankelijkheid publieke middelen We zien bij voorkomen van afhankelijkheid vooral personele inzet die we doen voor jongeren en NUG’ers. Bij het beëindigen van afhankelijkheid van de uitkering zien we een flink deel personele inzet, inzet instrumenten en inzet van overhead. Bij het minimaliseren van publieke afhankelijkheid zien we een stuk personele inzet, loonkostensubsidies, arbeidsmatige dagbesteding, ID-banen, kosten voor uitvoering beschut werk en overhead.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
51
Voorkomen van afhankelijkheid uitkering
Bedragen in € 1.000
Gemeentelijke bijdragen P Gemeentelijke bijdragen P extra
Beëindigen van afhankelijkheid uitkering
Minimaliseren van publieke afhankelijkheid
2025P
2025W
2026b
2027B
2028B
2029B
2025P
2025W
2026b
2027B
2028B
2029B
2025P
2025W
2026b
2027B
2028B
2029B
0
0
0
0
0
0
16.231
14.447
15.780
16.964
18.282
19.538
0
0
0
0
0
0
890
923
950
961
842
842
2.911
2.955
0
0
0
5.018
4.423
4.283
4.283
4.283
4.283
Gemeentelijke bijdragen P Nieuw beschut
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.457
3.361
3.615
3.868
4.118
4.372
Gemeentelijke bijdragen P Nieuw beschut
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-2.911
-2.955
0
0
0
Bijdragen loonkostensubsidie
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7.432
8.655
8.655
8.655
8.655
8.655
Bijdragen loonkostensubsidie (ADS)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
393
317
652
695
695
695
Bijdragen OWNW
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3.164
3.288
3.288
3.288
3.288
3.288
Omzet A-structurele bijdragen Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
455
182
363
376
376
376
400
400
535
588
0
0
802
1.591
891
1.366
329
329
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
279
125
164
425
435
435
1.290
1.323
1.485
1.549
842
842
17.033
18.949
19.626
18.330
18.611
19.867
19.198
17.441
18.065
21.590
21.851
22.104
Personele lasten (primair)
972
998
1.107
1.150
673
673
8.200
9.945
9.737
9.637
9.217
9.217
2.128
2.283
2.283
2.283
2.283
2.283
Voorzieningen/instrumenten
0
0
0
0
0
0
3.931
3.530
4.404
3.673
4.378
5.634
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
Restant nieuw beschut
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.770
0
0
3.409
3.649
3.902
Operationele lasten
76
76
101
112
0
0
987
1.138
1.114
1.113
992
992
0
0
0
0
0
0
Directe kosten kandidaten (nieuw beschut)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.105
754
1.508
1.615
1.625
1.625
Inzet nieuw beschut overige
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
687
50
60
70
80
80
Verstrekte loonkostensubsidies
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7.432
8.655
8.655
8.655
8.655
8.655
Vergoeding ID-participatiebanen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.397
1.397
1.256
1.256
1.256
1.256
Vergoeding dagdelen zorgleveranciers
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2.827
2.939
2.939
2.939
2.939
2.939
Inzet tijdelijke middelen budgetoverheveling Overhead Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
337
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
243
249
277
288
168
168
3.578
4.336
4.370
3.906
4.025
4.025
1.852
1.363
1.363
1.363
1.363
1.363
1.290
1.323
1.485
1.549
842
842
17.033
18.949
19.626
18.330
18.611
19.867
19.198
17.441
18.065
21.590
21.851
22.104
In bovenstaande figuur doen we een toerekening naar taakgebieden
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
52
5.3
Onderdeel SW
In deze paragraaf staan we in detail stil bij onze begroting voor het onderdeel SW. Na het overzicht van de totale baten en lasten in 2024 – 2029 en de overhead, lichten we in 5.3.1 de baten en in 5.3.2 de lasten toe. Per (sub)paragraaf lichten we de begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 toe.
Werkbedrijf-onderdeel SW
Bedragen in € 1.000 Taakveld
Categorie
Algemene uitvoering WSW en beschut werk
Detachering SW
subcategorie
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
Gemeentelijke bijdragen
33.217
38.164
33.171
32.400
29.677
26.752
24.489
Overige bedrijfs opbrengsten
779
57
57
57
57
57
57
Overige bijdragen
175
218
218
218
218
218
218
Materiaal verbruik netto omzet
Totaal WSW en beschut werk
De begrotingstotalen van de sociale werkvoorziening (SW) dalen van € 45,2 miljoen in 2025 naar € 35,3 in 2029. Een afname van €9.9 miljoen. Dit komt doordat er geen mensen meer in de SW stromen.
Overhead
overhead
B2027
B2028
B2029
0
-18
-18
-18
-18
-18
-18
8.139
7.947
7.947
7.619
7.304
7.001
6.711
42.310
46.367
41.375
40.275
37.238
34.009
31.456
3.871
3.871
3.871
3.871
3.871
3.912
Totaal Overhead
3.912
3.871
3.871
3.871
3.871
3.871
Totaal baten
46.222
46.367
45.246
44.146
41.109
37.880
35.327
-203
0
0
0
0
0
0
Operationele lasten
89
61
61
61
58
55
55
Overige kosten SW medewerkers
2.609
2.456
2.283
2.132
1.987
1.856
1.841
Personele lasten
3.797
3.725
3.874
3.718
3.568
3.425
3.290
Productiekosten
722
877
877
852
852
852
852
Salariskosten SW medewerkers
35.353
35.376
34.213
33.392
30.733
27.858
25.527
42.368
42.495
41.309
40.156
37.198
34.046
31.565
3.854
3.871
3.937
3.990
3.911
3.835
3.762
46.222
46.367
45.246
44.146
41.109
37.880
35.327
0
0
0
0
0
0
0
Lage inkomensvoordeel
WSW en beschut werk
Algemene uitvoering
Totaal WSW en beschut werk Overhead
Tabel 10 Totale baten en lasten WerkBedrijf onderdeel SW 2024 t/m 2029
Gemeentelijke bijdragen
B2026
Totaal lasten Saldo baten en lasten
Totaal Overhead MGR
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
53
5.3.1 Baten onderdeel SW Toelichting op de begrotingswijziging 2025
Werkbedrijf-onderdeel SW
Bedragen in € 1.000 Taakveld
Categorie
WSW en beschut werk
Gemeentelijke bijdragen 1,1 miljoen lagere baten. Dit is inclusief taakveld overhead. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid wordt een deel van de gemeentelijke bijdrage ad € 33,1 miljoen onder het taakveld WSW en beschut werk verantwoord en € 3,9 miljoen onder het taakveld overhead. In totaal bedraagt de gemeentelijke bijdrage bedraagt daarmee € 37,0 miljoen. De gemeentelijke bijdrage daalt met € 1,1 miljoen ten opzichte van de primaire begroting 2025. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van SE’s anderzijds heeft de daling een dempend effect door de indexering van de lonen SW met gemiddeld 4,8%. De kostprijs per SE daalt hierdoor met 1,40% ten opzichte van de primaire begroting 2025. Een daling van € 39.630 per SE in 2025 primair naar € 39.074 in de gewijzigde begroting van 2025. De Rijksbijdrage 2025 voor de SW bedraagt op basis van de septembercirculaire 2024 € 36,0 miljoen. In de stand van september 2024 is nog niet meegenomen de indexering over 2025. Deze
Algemene uitvoering WSW en beschut werk
Detachering SW
subcategorie
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
Gemeentelijke bijdragen
33.217
38.164
33.171
32.400
29.677
26.752
24.489
Overige bedrijfsopbrengsten
779
57
57
57
57
57
57
Overige bijdragen
175
218
218
218
218
218
218
Materiaal verbruik
0
-18
-18
-18
-18
-18
-18
8.139
7.947
7.947
7.619
7.304
7.001
6.711
42.310
46.367
41.375
40.275
37.238
34.009
31.456
3.912
0
3.871
3.871
3.871
3.871
3.871
netto omzet Totaal WSW en beschut werk Overhead
Overhead
Gemeentelijke bijdragen
B2026
B2027
B2028
B2029
Totaal Overhead
3.912
0
3.871
3.871
3.871
3.871
3.871
Totaal baten
46.222
46.367
45.246
44.146
41.109
37.880
35.327
Tabel 11 Totale baten WerkBedrijf onderdeel SW 2024 t/m 2029 wordt met de meicirculaire bekend gemaakt. WerkBedrijf vraag voor 2025 een SW bijdrage van €37,0 miljoen. Dit houdt vooralsnog een tekort in van € 1,0 miljoen. Dit tekort zal met de meicirculaire verder verkleind worden doordat op dat moment de indexering over 2025 ontvangen gaat worden.
Overige bedrijfsopbrengsten € 0 Ten opzichte van de primaire begroting 2025 zijn er geen wijzigingen in de bijgestelde begroting van 2025. We verwachten € 57.000 aan opbrengsten vervoer. Overige bijdrage € 0 Ten opzichte van de primaire begroting 2025 zijn er geen wijzigingen in de bijgestelde begroting
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
54
van 2025. In 2025 verwachten we € 218.000 te ontvangen van de gemeente Nijmegen inzake de uitvoering van de oud WIW- en ID-banen. Netto omzet € 0 Ten opzichte van de primaire begroting 2025 zijn er geen wijzigingen in de bijgestelde begroting van 2025. De tarieven worden geïndexeerd met 7%. Toch verwachten we dat de omzet gelijk is aan de primaire begroting. Dit wordt veroorzaakt doordat er een verschuiving is geweest van de medewerkers in de hoge tarieven naar de medewerkers in de lage tarieven en het aantal declarabele uren ten opzichte van de primaire begroting is afgenomen met 11%. Deze lagere productiviteit komt enerzijds door de hogere uitstroom in 2024 dan bij de begroting verwacht en anderzijds door het hogere ziekteverzuim. In de primaire begroting hadden we rekening gehouden met een ziekteverzuim van 18%. In de bijgestelde begroting houden we rekening met een ziekteverzuim van 21%. Toelichting op de begroting 2026 WSW en beschut werk
Gemeentelijke bijdragen € 771.000 lagere baten. Dit is inclusief taakveld overhead.
In het kader van de begrotingsrechtmatigheid wordt een deel van de gemeentelijke bijdrage ad € 32,4 miljoen onder het taakveld WSW en beschut werk verantwoord en € 3,9 miljoen onder het taakveld overhead. In totaal bedraagt de gemeentelijke bijdrage bedraagt daarmee € 36,3 miljoen. De gemeentelijke bijdrage daalt met € 771.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2025. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van SE’s anderzijds heeft de daling een dempend effect door de indexering van de lonen SW met gemiddeld 4,0%. De kostprijs per SE neemt hierdoor toe met 5,6% ten opzichte van de bijgestelde begroting 2025. Een toename van € 39.074 per SE in de bijgestelde begroting 2025 naar € 41.264 in de begroting van 2026. De Rijksbijdrage 2025 voor de SW bedraagt op basis van de septembercirculaire 2024 € 34,4 miljoen. In de stand van september 2024 is nog niet meegenomen de indexering over 2025 en 2026. Deze wordt met de meicirculaire 2025 en 2026 bekend gemaakt. WerkBedrijf vraagt voor 2026 een SW bijdrage van € 36,3 miljoen. Dit houdt vooralsnog een tekort in van € 1,9 miljoen. Dit tekort zal met de meicirculaire 2025 en 2026 verder verkleind worden doordat op dat moment
de indexering over 2025 respectievelijk 2026 ontvangen gaat worden. Overige bedrijfsopbrengsten € 0 Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2025 zijn er geen wijzigingen in de begroting 2026. We verwachten € 57.000 uit aanvullende vervoersopbrengsten. Overige bijdrage € 0 In 2026 verwachten we € 218.000 te ontvangen van de gemeente Nijmegen inzake de uitvoering van de oud WIW- en ID-banen. Wij verwachten geen uitstroom in 2026 anders dan waar we reeds rekening mee gehouden hebben. Netto omzet 328.000 lagere baten In 2026 verwachten we € 328.000 lager omzet. Dit wordt met name veroorzaakt door de uitstroom van SW medewerkers. Voor het overige houden we bij het bepalen van de omzet 2026 rekening met dezelfde uitgangspunten als voor 2025.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
55
5.3.2 Lasten onderdeel SW Toelichting op de bijstelling van de begroting 2025 We lichten hieronder de onderdelen toe die aan de batenkant niet zijn besproken. Operationele lasten De operationele lasten ter grootte van € 61.000 betreffen met name productie-gerelateerde uitgaven zoals Compas. Hier verwachten we geen wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting 2025. Overige kosten SW-medewerkers € 173.000 lagere lasten De afname wordt deels veroorzaakt door de hogere uitstroom van SW medewerkers. Daarnaast wordt de daling veroorzaakt door een daling van de kosten van de arbodienstverlening en de reiskosten. We hebben nieuwe afspraken met onze arbodienstverlener gemaakt waardoor de dienstverlening efficiënter en daarmee goedkoper is geworden. Omdat de hoogte van de reiskostenvergoeding voor de SW medewerkers is verbeterd in de CAO SW stoppen we vanaf 2025 van de aanvullende bijdrage.
Werkbedrijf-onderdeel SW
Bedragen in € 1.000 Taakveld
WSW en beschut werk
Categorie
Algemene uitvoering
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
Lage inkomensvoordeel
-203
0
0
0
0
0
0
subcategorie
B2027
B2028
B2029
Operationele lasten
89
61
61
61
58
55
55
Overige kosten SW medewerkers
2.609
2.456
2.283
2.132
1.987
1.856
1.841
Personele lasten
3.797
3.725
3.874
3.718
3.568
3.425
3.290
Productiekosten
722
877
877
852
852
852
852
Salariskosten SW medewerkers
35.353
35.376
34.213
33.392
30.733
27.858
25.527
42.368
42.495
41.309
40.156
37.198
34.046
31.565
3.854
3.871
3.937
3.990
3.911
3.835
3.762
46.222
46.367
45.246
44.146
41.109
37.880
35.327
0
0
0
0
0
0
0
Totaal WSW en beschut werk Overhead
B2026
Totaal Overhead MGR
Totaal lasten Saldo baten en lasten
Tabel 12 Totale lasten WerkBedrijf onderdeel SW 2025 t/m 2029 Personele lasten € 149.000 hogere lasten We verwachten dat de personele lasten met € 149.000 gaan toenemen. We hebben de cao lonen van het ambtelijk personeel conform de ontwikkelingen met 4% verhoogt voor 2025. Productiekosten € 0 Hier verwachten we geen wijzigingen ten opzichte
van de primaire begroting 2025. We verwachten op het onderdeel productiekosten € 877.000 uit te geven. Dit betreft met name de exploitatiekosten van de locatie Boekweitweg. Het kostenverloop daarvan is vrij autonoom en ook beperkt te beïnvloeden ondanks dat sprake is van een dalend aantal SW medewerkers is tot op heden de bezetting van de Boekweitweg goed, omdat
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
56
oudere medewerkers vanuit buiten terugkomen naar de locatie, omdat ze het buiten minder goed kunnen volhouden. Salariskosten SW-medewerkers € 1,2 miljoen (lagere lasten) De salariskosten van de SW worden jaarlijks in de bijgestelde begroting herrekend op basis van de realisatie van het voorgaande jaar, de verwachte ontwikkeling van de salarislasten en de verwachte uitstroom van de verloonde formatie. De afname van de loonkosten valt als volgt te verklaren: • In de primaire begroting 2025 zijn we uitgegaan van gemiddelde verloonde fte van 870 we hebben dit bijgesteld naar gemiddeld 822 fte. Dit houdt in dat de loonkosten daarmee afnemen met € 1,5 miljoen. • Het restant van de LPO 2024 ad 3,31% wordt vanaf januari 2025 verwerkt in de lonen. Daarnaast verwachten we per 1 juli 2025 een toename van 3%. In de primaire begroting hadden we rekening gehouden met een toename van 3,6%. De extra stijging leidt tot een toename van de loonkosten met € 300.000
Overhead
Overhead MGR € 66.000 (hogere lasten) Aan overhead verwachten we in 2025 € 3,9 miljoen te gaan uitgeven. De overheadkosten bestaan voor € 1,9 miljoen uit operationele lasten. Deze lasten bestaan voornamelijk uit kosten van de Gastheer en iRvN. De operationele lasten wijzigen niet ten opzichte van de primaire begroting 2025. Daarnaast bestaan de overheadkosten uit € 2,0 miljoen personele lasten. Door de nieuwe cao verwachten we een stijging van de ambtelijke salarislasten van € 66.000.
Toelichting op de begroting 2026 WSW en beschut werk
Operationele lasten € 0 De operationele lasten begroten wij op € 61.000 en betreffen met name productie-gerelateerde uitgaven zoals Compas. Hier verwachten we geen wijzigingen ten opzichte van de begroting 2025 Overige kosten SW-medewerkers € 150.000 lagere lasten De afname wordt volledig veroorzaakt door de hogere uitstroom van SW medewerkers.
Daarnaast is het budget verhoogt met de BRN norm van 2,71%. Personele lasten € 156.000 lagere lasten We verwachten dat de personele lasten met € 156.000 gaan dalen in 2026. De daling wordt veroorzaakt door de uitstroom van het aantal SW medewerkers. Daarmee nemen tevens de kosten van het ambtelijk personeel af. Productiekosten € 25.000 lagere lasten We verwachten op het onderdeel productiekosten € 852.000 uit te geven. Dit is een daling van €25.000 ten opzichte van 2025. Dit betreft met name de exploitatiekosten van de locatie Boekweitweg. Dit neemt af omdat het aantal SW medewerkers ook afneemt. Salariskosten SW-medewerkers € 820.000 (lagere lasten) De salariskosten van de SW worden jaarlijks in de bijgestelde begroting herrekend op basis van de realisatie van het voorgaande jaar, de verwachte ontwikkeling van de salarislasten en de verwachte uitstroom van de verloonde formatie. Het restant van de LPO 2025 schatten wij in op 3,0% en wordt vanaf januari 2026 verwerkt in de lonen. Daarnaast verwachten we per 1 juli 2026 een toename van 2%. Hierdoor nemen de lonen
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
57
toe met € 1,9 miljoen. Ten slotte verwachten we een uitstroom van verloonde formatie ten opzichte van de primaire begroting van gemiddeld 67. Dit heeft een effect van € 2,7 miljoen waarmee de loonkosten afnemen. Overhead
Overhead MGR € 53.000 (hogere lasten) Aan overhead verwachten we in 2026 € 4,0 miljoen te gaan uitgeven. De overheadkosten bestaan voor € 2,0 miljoen uit operationele lasten. Deze lasten bestaan voornamelijk uit kosten van de Gastheer en iRvN.de operationele lasten stijgen conform de BRN norm. Daarnaast bestaan de overheadkosten uit € 2,0 miljoen personele lasten.
5.4
Onderdeel Vastgoed
Toelichting op de gewijzigde begroting 2025 Ten opzichte van de primaire begroting 2025 zijn er geen wijzigingen. De verbouwing van de Boekweitweg is eind 2024 volledig afgerond. Daarmee heeft het pand een A+++ label gekregen. Dit moet tevens leiden tot een besparing in de energielasten. Deze besparing is nog niet meegenomen in de begroting, omdat een deel
Werkbedrijf-onderdeel vastgoed
Bedragen in € 1.000 Taakveld
Overhead
WSW en beschut werk
Categorie
subcategorie
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
Programma
Gemeentelijke bijdragen
95
157
157
Vastgoed
Overige bedrijfsopbrengsten
Totaal baten Overhead
WSW en beschut werk
Programma
Vastgoed
B2026
B2027
161
B2028
161
B2029
161
161
549
490
490
504
504
504
504
777
935
935
912
912
912
912
1.421
1.582
1.582
1.577
1.577
1.577
1.577
Kapitaallasten
70
135
135
138
138
138
138
Operationele lasten
749
544
544
544
544
544
544
Kapitaallasten
28
164
164
169
169
169
169
Operationele lasten
Totaal lasten
575
739
739
725
725
725
725
1.421
1.582
1.582
1.577
1.577
1.577
1.577
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
Tabel 13 Totale baten en lasten WerkBedrijf onderdeel Vastgoed 2025 t/m 2029
van de besparing tevens zal terugvloeien naar de huurders. We verwachten dat de kosten van de sint Teunismolenweg verder gaan afnemen. In 2025 gaan we bezien of we de gemeentelijke bijdrage ter grootte van € 50.000 hierdoor vanaf 2026 kunnen laten vervallen.
Toelichting op de begroting 2026 De baten en de lasten in de begroting van 2026 zijn geïndexeerd conform de BRN norm. Daarnaast verwachten we door de verbouwing minder onderhoudskosten in de komende jaren.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
58
6 Baten en Lasten ICT Rijk van Nijmegen In tabel 14 is de meerjarenbegroting 2025 tot en met 2029, inclusief de realisatie 2024 te zien. De baten bestaan uit de gemeentelijke bijdragen, de overige bijdragen (aandeel WBRN) en de overige bedrijfsopbrengsten (plusproducten & gedeelte renteopbrengsten). In 2025 (B 2025 W) wordt verwacht in totaal € 24,8 miljoen nodig te hebben. Ten opzichte van de primaire begroting 2025 is dit een stijging van € 389.000. Deze stijging heeft te maken met een toename van de bijdragen en een toename in de plusproducten binnen het onderdeel Automatisering. De bijdragen Automatisering worden opgehoogd vanwege de toevoeging van twee formatieplaatsen (Product owner & Functionele inrichting). De plusproducten binnen het onderdeel Automatisering nemen toe vanwege de Tenantscheiding, die voor een gedeelte nog in 2025 uitgevoerd moet worden. Buiten de Tenantscheiding is het MKS-beheer en het Transportnetwerk toegevoegd als plusproduct voor 2025. De plusproducten worden één-op-één doorbelast aan de betreffende gemeenten en hebben geen effect op het uiteindelijke resultaat.
ICT Rijk van Nijmegen
Bedragen in € 1.000 Baten/lasten
Taakveld
Arbeidsparticipatie Baten
Overhead Nog in te vullen taakstelling Totaal Baten Arbeidsparticipatie
Lasten
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
317
422
385
396
396
396
396
23.755
23.976
24.402
25.114
25.237
25.361
25.361
0
0
0
-552
-555
-558
-558
24.073
24.398
24.787
24.959
25.078
25.199
25.199
317
422
385
396
396
396
396
B2026
B2027
B2028
B2029
Overhead
21.622
21.490
22.066
22.711
22.834
22.959
22.959
Totaal programmalasten
21.939
21.912
22.450
23.107
23.230
23.355
23.355
Overhead MGR
2.134
2.486
2.337
2.403
2.403
2.403
2.403
Subtotaal lasten
24.073
24.398
24.787
25.510
25.633
25.758
25.758
Nog in te vullen taakstelling Totaal lasten Saldo baten en lasten
0
0
0
-552
-555
-558
-558
24.073
24.398
24.787
24.959
25.078
25.199
25.199
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 14 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen 2024 t/m 2029 De effecten van de taakstellende bezuinigingen worden nog uitgewerkt en zijn derhalve in de vervolgtabellen nog niet geland. Voor een totaaloverzicht van alle geraamde plusproducten voor het jaar 2025 wordt verwezen naar bijlage 4. Binnen het onderdeel Applicatiebeheer dalen de gemeentelijke bijdragen van gemeente Nijmegen met € 90.000 als gevolg van het begroten op
basis van schaal max-1. Het is zeker dat op het onderdeel Applicatiebeheer eind 2025 een tekort zal ontstaan wanneer er begroot wordt volgens de max-1 systematiek. De plusproducten binnen het onderdeel Applicatiebeheer veranderen nauwelijks en blijven vrijwel volledig gelijk aan de doorbelastingen 2024.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
59
Deelnemersbijdrage (bedragen in € 1 miljoen) 26,0 25,5 25,0 24,5 24,0 23,5
24,8
25,5
25,6
25,8
25,8
24,1
24,3
24,4
24,4
2026
2027
2028
2029
23,3
23,0 22,5 22,0 2025
Begroting incl. Plusproducten
Begroting excl. Plusproducten
Tabel 15 Deelnemersbijdrage inclusief en exclusief plusproducten
Voor nadere details wordt verwezen naar de financiële toelichting op het onderdeel Automatisering en de financiële toelichting op het onderdeel Applicatiebeheer in de paragrafen hieronder. Bovenstaande grafiek heeft betrekking op de totale deelnemersbijdrage over de komende jaren. De totale bijdragen bestaan uit een gedeelte gemeentelijke bijdragen en overige bijdragen. De overige bijdragen hebben betrekking op de
bijdragen vanuit Het WerkBedrijf. Voor de vergelijkbaarheid is in de grafiek een tweetal lijnen opgenomen. Een lijn inclusief en een lijn exclusief plusproducten. In 2025 wordt € 1,4 miljoen aan totale doorbelasting in verband met plusproducten verwacht. Voor een detaillering van de plusproducten wordt verwezen naar de tabel in bijlage 4.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
60
Personele lasten In tabel 16 zijn de personele lasten niet meer volledig zichtbaar, omdat een deel van deze lasten onderdeel uitmaakt van de Overhead MGR. Hierbij gaat het onder anderen over de leidinggevende functies (directie & teamleiders). De personele lasten in tabel 16 bestaan uit de volledige loonsom inclusief het inhuurbudget. Overige personele lasten zijn in deze tabel buiten beschouwing gelaten.
Bedragen in € 1.000 Arbeidsparticipatie
R 2024
B 2025
305
B 2025 W
371
334
B 2026
B 2027
344
B 2028
344
B 2029
344
344
Overhead
13.162
13.218
13.489
13.874
13.874
13.874
13.874
Totaal
13.467
13.589
13.823
14.217
14.217
14.217
14.217
Tabel 16 Overzicht personele lasten ICT Rijk van Nijmegen 2024 t/m 2029
De personele lasten zijn gebaseerd op de max-1 systematiek in combinatie met de loonsomtarieven uit 2024 plus 5%. Enkel de personele lasten van Het WerkBedrijf en de ODRN binnen het onderdeel Applicatiebeheer zijn gebaseerd op de werkelijke loonkosten. De personele lasten nemen in 2025 naar verwachting met € 234.000 toe ten opzichte van de primaire begroting 2025. Een gedeelte van deze stijging wordt gedekt met extra inkomsten vanuit de plusproducten. Dit betreft onderanderen het MKS-beheer en 1 formatieplaats in verband met het plusproduct Transportnetwerk voor gemeente Nijmegen. Daarnaast worden de bijdragen opgehoogd met € 112.000 voor 1 formatieplaats Product owner
(schaal 11) en € 98.000 voor 1 formatieplaats Functionele inrichting (schaal 10). De personele lasten binnen de begroting van het onderdeel Applicatiebeheer dalen vanwege het begroten volgens de begrotingssystematiek max-1. De bijdragen voor gemeente Nijmegen daalt hierdoor met € 90.000.
In 2026 stijgen de personele lasten met € 394.000 ten opzichte van 2025. Dit betreft de indexering, conform de BRN-norm met 2,85%.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
61
6.1
Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering
Het onderdeel Automatisering valt volledig onder het taakveld Overhead. Er wordt gerapporteerd over de totale baten en lasten, waarbij de Overhead MGR apart is opgenomen, conform de richtlijnen van de BBV. In de tabel hieronder (tabel 17) is de realisatie 2024 en de meerjarenbegroting tot en met 2029 te zien.
Taakveld
Overhead
Hiernaast volgt een toelichting op de afwijkingen tussen de primaire begroting 2025 en de gewijzigde begroting 2025 (B 2025 vs. B 2025 W). De wijzigingen worden per taakveld toegelicht en zijn onderverdeeld in baten en lasten. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2026 – 2029 nader gespecificeerd. Baten De totale baten stijgen in 2025 met € 514.000 ten opzichte van de primaire begroting 2025. Deze stijging heeft te maken met de volgende oorzaken:
Categorie
Programma
subcategorie
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
Gemeentelijke bijdragen
16.190
17.573
17.768
18.387
18.502
18.616
18.616
Overige bedrijfsopbrengsten
1.591
356
660
573
573
573
573
Overige bijdragen
1.539
1.436
1.452
1.503
1.511
1.522
1.522
19.321
19.365
19.879
20.463
20.586
20.710
20.710
2.190
2.464
2.475
2.548
2.852
2.963
2.572
Totaal baten Kapitaallasten Overhead
Programma
Totaal programmalasten Overhead
Toelichting begrotingswijzigingen 2025
ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering
Bedragen in € 1.000
Totaal lasten
Overhead MGR
B2026
B2027
B2028
B2029
Operationele lasten
7.570
7.302
7.654
7.886
7.705
7.719
8.110
Personele lasten
8.060
7.902
8.146
8.378
8.378
8.378
8.378
17.820
17.669
18.275
18.813
18.935
19.060
19.060
1.500
1.696
1.605
1.651
1.651
1.651
1.651
19.321
19.365
19.879
20.463
20.586
20.710
20.710
0
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
Tabel 17 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Automatisering 2024 t/m 2029
• Ten eerste worden de bijdragen (Gemeentelijke bijdragen & Overige bijdragen) opgehoogd met € 112.000 in verband met de formatieplaats Product owner en € 98.000 in verband met de formatieplaats Functionele inrichting. Ook worden de Gemeentelijke bijdragen verder aangepast vanwege de overgang van BRIKS-taken van de ODRN
naar gemeente Nijmegen. Dit betreft een verschuiving van € 156.000 en heeft geen effect op de totale omvang van de bijdragen. Een gedetailleerde ontwikkeling van de bijdragen over de komende vijf jaar is te zien in bijlage 4. • De Overige bedrijfsopbrengsten bestaan grotendeels uit plusproducten en worden
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
62
één-op-één doorbelast aan de betreffende gemeenten. 2025 zullen de Overige bedrijfsopbrengsten naar verwachting met € 304.000 stijgen ten opzichte van de primaire begroting. € 40.000 hiervan zijn eenmalige rentebaten en de rest betreft extra plusproducten. Toegevoegd aan de plusproductopbrengsten is € 107.000 in verband met Transportnetwerk voor gemeente Nijmegen en € 64.000 voor het MKS-beheer voor gemeente Berg en Dal, Beuningen en Heumen. Ook € 103.000 aan opbrengsten in verband met de Tenantscheiding zijn toegevoegd, omdat deze 2024 nog niet volledig afgerond is. • Ten slotte zijn een aantal kleinere wijzigingen binnen de plusproducten doorgevoerd. Een gedetailleerd overzicht van alle verwachte plusproducten per gemeente is in bijlage 4 te zien.
met € 244.000. In de primaire begroting 2025 waren de personele lasten gebaseerd op de personele begroting 2024 plus 6,54% (destijdse BRN-norm). Binnen de begrotingswijziging 2025 is gerekend met de loonsomtarieven 2024 plus 5%. Daarnaast stijgen de personele lasten met € 210.000 in verband met de twee nieuwe formatieplaatsen (Product owner & Functionele inrichting). Deze stijging wordt gedekt door een ophoging van de deelnemers bijdrage.
Lasten De totale lasten stijgen 2025 met € 514.000 ten opzichte van de primaire begroting 2025. De wijzigingen en ontwikkelingen worden hieronder per taakveld nader toegelicht.
• Operationele lasten Verwacht wordt dat de operationele lasten 2025 in totaal met € 352.000 zullen stijgen. Een aantal posten binnen de operationele lasten zullen naar verwachting wat lager uitvallen. De stijging wordt voornamelijk door het volgende verklaard: € 134.000 hiervan hebben te maken met eenmalige kosten voor
• Personele lasten De personele lasten stijgen naar verwachting
Buiten dat zijn de lasten in verband met nieuwe personele plusproducten toegevoegd aan de personele lasten. Dit om de plusproducten binnen de baten en lasten gelijk aan elkaar te houden. Ten slotte is de formatie met 1 FTE opgehoogd en het inhuurbudget hiervoor verlaagd. Dit heeft geen effect op de totale personele lasten.
de implementatie in verband met GT Connect 2. Deze kosten kunnen gedekt worden door verwachte lagere kosten binnen de Overhead MGR en het meevallen van andere posten binnen de operationele lasten. Daarnaast stijgen de kosten met € 103.000 in verband met het plusproduct Tenantscheiding. Dit betreft de Tenantscheiding voor drie deelnemers, die 2025 nog uitgevoerd moet worden (ODRN, WDW & WBRN). € 115.000 van de stijging binnen de operationele lasten heeft te maken met de kostenstijging voor de werkplek (onder anderen licenties), die gedekt wordt uit de jaarlijks oplopende bijdragen tot en met 2028. • Kapitaallasten De kapitaallasten zullen 2025 vrijwel hetzelfde blijven als verwacht in de primaire begroting. Het komende jaar ligt de focus met betrekking tot investeringen op het vervangen van netwerkapparatuur. De aanbesteding hiervoor is in 2024 gestart. Daarnaast blijft het vervangen van fysieke werkplekken (voornamelijk laptops) en het vervangen van mobiele telefoons van belang. De investering in 2023 in nieuwe back-up
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
63
& storage faciliteiten (€ 4,2 miljoen) zorgt ook de komende jaren nog voor hogere kapitaallasten. De volledige staat van investeringen is terug te vinden in bijlage 9. • Overhead MGR De Overhead MGR zal naar verwachting met € 91.000 dalen ten opzichte van de primaire begroting. Deze daling heeft voor een gedeelte te maken met de verwachte lasten van leidinggevende functies (directie & teamleiders). In de primaire begroting zijn deze lasten gebaseerd op de kosten 2024 plus 6,54%. In de bijgestelde begroting is gerekend met de werkelijke loonsomtarieven 2024 plus 5%. Daarnaast worden lagere kosten vanuit de gastheer verwacht. In de primaire begroting is rekening gehouden met de verwachte gastheerschapskosten 2024 plus 6,54% (destijdse BRN-norm). In de gewijzigde begroting 2025 wordt rekening gehouden met de werkelijke factuur 2024 plus 5%. Het gevolg hiervan is een verwachte daling van € 40.000 binnen de Overhead MGR.
het onderdeel Applicatiebeheer (43%) verdeeld. Ook de doorbelasting vanuit Het WerkBedrijf voor financieel administratieve diensten zal naar verwachting € 24.000 lager zijn dan voorheen begroot. Toelichting begroting 2026 Voor 2026 zijn de Gemeentelijke bijdragen, Overige bedrijfsopbrengsten en Overige bijdragen geïndexeerd, conform de BRNnorm met 2,85%. Daarnaast stijgen tot en met 2028 jaarlijks de bijdragen in verband met de kostenontwikkelingen. Een gedetailleerd jaarlijks overzicht van de ontwikkelingen in bijdragen (per gemeente) is terug te vinden in bijlage 4. De daling binnen de Overige bedrijfsopbrengsten heeft te maken met een verandering in plusproducten. Het plusproduct “Tenantscheiding” verdwijnt vanaf 2026. De Personele lasten stijgen 2026 met € 232.000 en de Overhead MGR stijgt met € 45.000. In beiden gevallen betreft dit de indexering met 2,85%. De kapitaallasten stijgen 2026 met € 73.000 en zijn voor de komende jaren doorgerekend met een jaarlijks standaard investeringsvolume van € 2,5 miljoen.
De operationele lasten zullen naar verwachting in totaal met € 232.000 stijgen. Vanaf 2026 komt € 103.000 in verband met het plusproduct “Tenantscheiding” te vervallen. Daarnaast vervallen € 134.000 voor de eenmalige implementatie GT Connect 2 in 2026. De kosten in verband met de werkplek (licenties etc.) zullen naar verwachting met € 213.000 stijgen. Ten slotte zijn ook de operationele lasten met 2,85% geïndexeerd. De indexering veroorzaakt een stijging van € 217.000. Het restant van de stijging (€ 39.000) heeft te maken met verwachte prijsstijgingen. Tot en met 2025 wordt gebruik gemaakt van een vaste prijsafspraak met betrekking tot de Microsoft licenties. Vanaf 2026 zullen deze kosten naar verwachting stijgen. De indexering 2026, die Microsoft doorvoert zal invloed op de begroting hebben, aangezien 2024 de factuur voor de Microsoft licenties € 2 miljoen bedroeg.
De totale gastheerschapskosten worden intern tussen het onderdeel Automatisering (57%) en
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
64
6.2
Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer
ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer
Bedragen in € 1.000 Taakveld
Categorie
Arbeidsparticipatie
Het onderdeel Applicatiebeheer valt voor een gedeelte onder het taakveld Overhead en voor een gedeelte onder het taakveld Arbeidsparticipatie. Er wordt gerapporteerd over het totaal aan baten en lasten, waarbij Overhead MGR apart is opgenomen, conform de BBVrichtlijnen. In de tabel hiernaast (tabel 18) is de realisatie 2024 en de meerjarenbegroting tot en met 2029 te zien. Toelichting begrotingswijzigingen 2025 Hieronder volgt een toelichting op de afwijkingen tussen de primaire begroting 2025 en de gewijzigde begroting 2025 (B 2025 vs. B 2025 W). De wijzigingen worden per taakveld toegelicht en zijn onderverdeeld in baten en lasten. Daarnaast worden de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 2026 – 2029 nader gespecificeerd.
Overhead
Realisatie 2024
B2025(P)
2025 Wijziging
317
422
385
396
396
396
396
Gemeentelijke bijdragen
3.535
3.826
3.736
3.842
3.842
3.842
3.842
Overige bedrijfsopbrengsten
899
785
787
809
809
809
809
4.752
5.033
4.907
5.047
5.047
5.047
5.047
subcategorie
Overige bijdragen Programma
Totaal baten Arbeidsparticipatie Programma Overhead Totaal programmalasten Overhead Totaal Lasten Saldo van baten en lasten
Overhead MGR
B2026
B2027
B2028
B2029
Operationele lasten
12
51
51
52
52
52
52
Personele lasten
305
371
334
344
344
344
344
Kapitaallasten
7
7
7
7
7
7
7
Operationele lasten
261
288
295
303
303
303
303
Personele lasten
3.534
3.526
3.489
3.588
3.588
3.588
3.588
4.119
4.244
4.175
4.294
4.294
4.294
4.294
633
790
732
753
753
753
753
4.752
5.033
4.907
5.047
5.047
5.047
5.047
0
0
0
0
0
0
0
Tabel 18 Totale baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen onderdeel Applicatiebeheer 2024 t/m 2029
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
65
Baten De totale baten dalen 2025 met € 126.000 ten opzichte van de primaire begroting 2025. Deze daling heeft te maken met de volgende oorzaken: • De Gemeentelijke bijdragen dalen met € 90.000 als gevolg van het begroten van de personele lasten op basis van de schaal max-1 systematiek. Wel moet hierbij vermeld worden dat zeker is dat deze begrotingssystematiek voor een tekort binnen het onderdeel Applicatiebeheer Nijmegen zal zorgen. Wij verwachten 2025 een tekort rond € 100.000 op de personele lasten. • De Overige bedrijfsopbrengsten veranderen met € 2.000. De verwachte bedragen per plusproducten veranderen minimaal omdat, nu de werkelijke doorbelastingen 2024 plus 5% gebruikt worden voor de gewijzigde begroting 2025. Daarnaast is het plusproduct “Functioneel beheer BRIKS-applicatie (0,22 FTE)” voor gemeente Nijmegen toegevoegd. De tabel met alle verwachte plusproducten per gemeente is terug te vinden in bijlage 4. • De Overige bijdragen vanuit Het WerkBedrijf dalen met € 37.000. De afname komt door een daling van de benodigde formatie. De lasten nemen met een gelijk bedrag af.
Lasten De totale lasten dalen 2025 met € 126.000 ten opzichte van de primaire begroting 2025. De wijzigingen en ontwikkelingen worden hieronder per taakveld nader toegelicht. • Personele lasten De personele lasten dalen 2025 in totaal met € 37.000. De personele lasten met betrekking tot ODRN en Het WerkBedrijf worden begroot op basis van de werkelijke loonkosten. Voor ODRN komt dit neer op € 233.000 en voor Het WerkBedrijf op € 334.000. De personele lasten met betrekking tot gemeente Nijmegen worden begroot middels de max-1 systematiek. Hierdoor dalen in de begroting de totale personele lasten met € 90.000 (een stuk van deze daling valt ook binnen de Overhead MGR). De personele lasten stijgen met € 12.000 door de toevoeging van het plusproduct “Functioneel beheer BRIKS-applicatie”. Daarnaast worden de personele plusproducten nu ook binnen de lasten begroot op basis van de werkelijke loonkosten. Dit om de opbrengsten en kosten van de plusproducten gelijk aan elkaar te houden. De tabel met alle verwachte
plusproducten per gemeente is terug te vinden in bijlage 4. • Operationele lasten De operationele lasten zullen naar verwachting met € 7.000 stijgen. De operationele lasten binnen het onderdeel Applicatiebeheer bestaan uit € 38.000 voor het Jeugdvolgsysteem gedeelte Nijmegen en het additionele budget met een waarde van € 105.000. Het restant van € 152.000 heeft te maken met operationele plusproducten voor de regio gemeenten (Jeugdvolgsysteem, VSV, Siteimprove, Anonimiseringssoftware en beheer scaninrichting). In bijlage 4 is een overzicht van alle plusproducten per gemeente te zien. • Kapitaallasten De kapitaallasten veranderen niet ten opzichte van de primaire begroting 2025. • Personele lasten (Arbeidsparticipatie) De personele lasten binnen het taakveld Arbeidsparticipatie dalen met € 37.000 in verband met minder benodigde formatie. De bijdragen vanuit Het WerkBedrijf daalt met hetzelfde bedrag.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
66
• Operationele lasten (Arbeidsparticipatie) Deze verandert niet ten opzichte van de primaire begroting 2025. • Overhead MGR Naar verwachting zal de Overhead MGR met € 58.000 dalen vergeleken met de primaire begroting 2025. Dit heeft voor een gedeelte te maken met het begroten van leidinggevende functies op basis van de schaal max-1 systematiek. Daarnaast worden lagere kosten vanuit de gastheer verwacht. In de primaire begroting is rekening gehouden met de verwachte gastheerschapskosten 2024 plus 6,54% (destijdse BRN-norm). In de gewijzigde begroting 2025 wordt rekening gehouden met de werkelijke factuur 2024 plus 5%. Het gevolg hiervan is een verwachte daling van € 29.000 binnen de Overhead MGR. De totale gastheerschapskosten worden intern tussen het onderdeel Automatisering (57%) en het onderdeel Applicatiebeheer (43%) verdeeld. Ook de doorbelasting vanuit Het WerkBedrijf voor financieel administratieve diensten zal naar verwachting € 18.000 lager zijn dan voorheen begroot.
Toelichting begroting 2026 Voor het begrotingsjaar 2026 is de totale begroting van het onderdeel Applicatiebeheer (baten en lasten) geïndexeerd met de BRN-norm van 2,85%. Dit heeft een stijging van de baten en lasten van € 140.000 tot gevolg. Verder zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd met impact op de personele omvang of materiële lasten.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
67
Deel 3
Paragrafen
Een begroting moet een aantal paragrafen bevatten die in de BBV voorgeschreven zijn. Dit noemen we de paragrafen. In dit deel van de begroting gaan we achtereenvolgens in op: • • • • • •
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Verbonden partijen Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) • Duurzaamheid Tot slot formuleren we op het eind van dit deel het besluit van het algemeen bestuur.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
68
7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de MGR Rijk van Nijmegen in staat is tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen en de mogelijkheden waarover de MGR Rijk van Nijmegen beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken; b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf over het weerstandsvermogen bevat minimaal: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s. Voor nadere informatie verwijzen we naar de notitie risico-inventarisatie van de MGR.
Weerstandscapaciteit De MGR kiest ervoor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten. Risico’s De inventarisatie van risico’s heeft tot doel om verantwoording af te leggen over en inzicht te geven in de risico’s die voor de MGR Rijk van Nijmegen (zowel procesmatig als voor het bedrijf zelf) van belang zijn. Het is essentieel dat de risicoparagraaf voldoende vooruitkijkt naar toekomstige risico’s in beleid en uitvoering en de gevolgen daarvan voor de middelen. De risicoparagraaf geeft informatie over de houdbaarheid van de strategie voor de komende periode. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s inzake: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency.
Ad 1 Wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s
Afbouw en ontschotting Participatiebudget Per 1 januari 2023 is het gemeentefonds opnieuw ingericht waardoor het klassieke reintegratiebudget, de begeleiding nieuw Wajong en de begeleiding nieuw regulier zijn overgeheveld naar het sociaal domein, onderdeel participatie. Daarmee is de inzichtelijkheid van de financiering voor WerkBedrijf komen te vervallen, omdat uit het onderdeel participatie meer gefinancierd moet worden dan alleen de taken die WerkBedrijf uitvoert. Hieruit moet ook het minimabeleid en de uitvoering van de uitkeringenverstrekking bekostigd worden. 2025 is het eerste jaar dat de regio met de nieuwe systematiek gaat werken. Tevens is in dit besluit een korting opgenomen van € 1,2 miljoen. De nieuwe systematiek van het gemeentefonds kent een grotere dynamiek door de door het rijk gekozen indicatoren. Dit leidt ertoe dat pas in september van het lopend boekjaar duidelijk is welk budget beschikbaar is voor Werkbedrijf. Tezamen met de korting, maakt dat het vanaf 2025 uitdagende jaren worden. Om het risico enigszins te dempen mag jaarlijks een voorstel gedaan worden om ontstane overschotten in een jaar tot een bedrag van 10% van het participatiebudget toe te voegen aan een
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
69
risicoreserve om onverwachte tegenvallers voor de regio mee te kunnen opvangen. Aanbieden beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet Kandidaten die uitsluitend in een beschutte werkomgeving betaald werk kunnen verrichten, ondersteunen we zoveel mogelijk om actief te kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Voor kandidaten die een positief advies beschut werk (nieuw) van UWV krijgen, organiseren we (indien mogelijk) een tijdelijk dienstverband in een beschutte omgeving van maximaal 23 maanden, met 100% Wettelijk minimumloon (WML). In totaal waren eind 2024 67 kandidaten aan het werk met een beschut werk (nieuw) dienstverband. Dit zijn kandidaten die we zelf in dienst hebben en kandidaten die in dienst zijn bij werkgevers. We sturen op duurzame plaatsingen en bemiddelen de kandidaat naar een volgende of vaste werkplek. De kosten dekken we uit de loonkostensubsidie. Die wordt overgeheveld vanuit het bijstandsbudget (BUIG) van de gemeenten. Uit het Participatiebudget financieren we de begeleidingsvergoeding en eventuele werkplekaanpassingen. Het eerste risico is dat deze dekking afneemt of wegvalt, terwijl
de loonkosten voor kandidaten met een nieuw dienstverband beschut blijven bestaan. Een tweede risico is het niet tegen kostendekkende tarieven kunnen plaatsen van kandidaten met een dienstverband. Een derde risico is de stijging van de loonkosten. Wanneer de structurele kosten niet meer gedekt kunnen worden vanuit deze middelen, ontstaat een financieel risico voor de gemeenten. Voor (naar schatting) drie jaar hebben we dit financieel risico afgedekt, daarna niet meer. De omvang van dit risico is pas te bepalen als het aantal kandidaten met een vast dienstverband bekend is. In de begroting van 2025 bijgesteld en 2026 en volgende jaren is daar een inschatting voor gemaakt. Het vierde risico is dat wij op dit moment substantieel minder nieuw beschut plaatsen realiseren dan onze taakstelling, terwijl we wel bekostigd krijgen op deze taakstelling. Het Rijk is voornemens om vanaf 2026 de bekostiging te baseren op basis van realisatie. In dat geval gaat de regio rond de € 1,8 minder middelen ontvangen, die nu voor andere uitvoeringstaken ingezet worden. De middelen die we nog wel zullen ontvangen zijn volledig nodig voor de uitvoering van beschut werk. In de loop van 2025 komt er meer duidelijkheid over de nieuwe financieringswijze van (Nieuw) beschut.
Uittreden van een gemeente Uittreding van een gemeente uit de MGR of uit één of meerdere modules heeft tot gevolg dat er frictiekosten ontstaan bij de MGR. Vooral als er langlopende verplichtingen zijn aangegaan, kunnen de frictiekosten aanzienlijk zijn. Ad 2
Maatschappelijke risico’s
Klant- en marktrisico’s onderdeel SW Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende risicofactoren: • Lagere uurtarieven gedetacheerde SWmedewerkers; • Kostendekkende tarieven detacheringsbanen; • Minder productieve uren gedetacheerde SW-medewerkers en/of lagere stijging toegevoegde waarde in beschut werk door ouder wordende doelgroep en cao-afspraken; • Onvoldoende detacheringsmogelijkheden in de markt. ICT Dit betreft met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. De MGR anticipeert op dit risico door het uitvoeren van tests en door permanent te werken aan het verbeteren van haar ICT omgeving. Het voldoen aan de vereisten van de BIO maakt daar onderdeel van
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
70
uit. Desondanks blijft de mogelijkheid van uitval bestaan. Dit brengt risico’s in de continuïteit van dienstverlening met zich mee en kan tevens leiden tot hoge herstelkosten. De impact daarvan laat zich vooraf moeilijk bepalen. Ad 3 Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
Belastingen Ten aanzien van de vennootschapsbelasting, de loonheffing en de omzetbelasting zijn momenteel geen risico’s bekend. Naleving van de fiscale regels borgen wij door instructies en toetsing achteraf bij de BTW-aangiften en bij de uitvoering van interne controles op bijvoorbeeld het gebruik van de poolauto’s, etc. Daarnaast laten wij ons bij fiscale vraagstukken bijstaan door externe deskundigen.
Informatiebeveiliging en Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Informatiebeveiliging vormt een belangrijk onderwerp binnen de MGR Rijk van Nijmegen. Met name aan de borging van de privacy van betrokkenen wordt veel aandacht besteed. De noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om tijdig te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Het grootste risico is dat bijzondere persoonsgegevens uitlekken. Ook het uitlekken van bedrijfsinformatie valt onder deze risico’s. Ondanks de getroffen maatregelen kunnen zich dergelijke incidenten voordoen. De impact van een dergelijk incident is niet vooraf in te schatten. De maximale geldboete kan oplopen tot ruim € 20 miljoen of 4% van de omzet van een organisatie. Voor MGR houdt dit in een maximale boete van circa € 4,0 miljoen en er kan sprake zijn van veel negatieve publiciteit.
Juridisch Op juridisch gebied zijn op dit moment geen risico’s bekend. Naleving van wet- en regelgeving borgen we door het geven van voorlichtingsbijeenkomsten. We werken het zo concreet als mogelijk uit in instructies, verordeningen en beleidsregels. Ten slotte toetsen onze kwaliteitsmedewerkers op de naleving ervan.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
71
Bruto risico
Netto (rest) risico
Politiek
Ad 4
Economische risico’s
Landelijk politiek niveau
2.316.000
2.010.000
Regionaal politiek niveau
300.000
140.000
Subtotaal
2.616.00
2.150.000
Maatschappelijk
De geopolitieke ontwikkelingen in 2024, zoals de voortdurende oorlogen, toenemende protectionisme, haperende toeleveringsketens, het ruime liquiditeitsbeleid van de centrale banken en de energietransitie hebben geleid tot schaarste en oplopende prijzen. Daar ondervindt de MGR nadeel van door oplopende prijzen van haar contracten, schaarste aan personeel, het moeilijker kunnen plaatsen van kandidaten en de kwaliteit van toestroom van kandidaten.
Imagoschade
735.000
452.000
Ecologisch/milieu
0
0
Subtotaal
735.000
Juridisch/wettelijk
Juridisch/wettelijk
1.260.000
Subtotaal
435.00 1.260.000
435.00
Financieel/economisch
Economisch
2.080.000
Financieel
0
Subtotaal
Conclusie risico-inventarisatie In tabel 19 staat de risico-inventarisatie. Het netto (rest)risico is het ingeschatte, te betalen schadebedrag als het risico zich daadwerkelijk voordoet. Het totale netto (rest)risico na aftrek van de voorzieningen is het risico waarmee de MGR rekening moet houden. Aangezien de MGR geen weerstandsvermogen opbouwt, betekent dit dat de deelnemende gemeenten rekening dienen te houden met dit risico bij het bepalen van hun weerstandscapaciteit. In bijlage 11 is de verdeling per gemeente te vinden.
452.000
860.000 0 2.080.000
860.000
ICT
Algemeen
0
0
Tevredenheid regiogemeenten
400.000
210.000
Informatiebeveiliging / privacy
1.830.000
345.00
Subtotaal
2.230.000
555.000
Organisatorisch/Bestuurlijk
Bestuurlijk
0
0
Personeel
3.100.000
1.190.00
Vastgoed
350.000
70.000
Subtotaal
3.450.000
1.260.000
Subtotaal
12.371.000
5.712.000
Reserves & voorzieningen
Voorziening SPP
Tabel 19 Risico-inventarisatie MGR
Totaal risico-inventarisatie MGR
1.357.000
1.357.000 11.014.000
4.355.000
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
72
8 Financiering Het doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Op de MGR is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, verstandige en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de MGR met een statuut te regelen. In het statuut zijn regels opgenomen over de algemene doelstellingen, de te hanteren richtlijnen en limieten en de administratieve organisatie van de financieringsfunctie.
Treasurybeheer Volgens artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient de begrotingsparagraaf betreffende de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer te bevatten. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: • De MGR mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan door het algemeen bestuur goedgekeurde derde partijen. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. • De MGR kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, als deze uitzettingen vertrouwd zijn en niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het vertrouwde karakter van deze leningen c.q. uitzettingen wordt gewaarborgd met richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; • Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Wij sturen erop niet af te wijken van deze uitgangspunten.
Risicobeheer; de kasgeldlimiet en renterisiconorm De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Koersrisico’s De MGR heeft geen leningen in buitenlandse valuta. Transacties in buitenlandse valuta komen niet of nauwelijks voor. Het koersrisico is dus nihil. De MGR heeft geen beleggingen en staatsobligaties. De MGR is verplicht eventuele overtollige middelen bij de schatkist te stallen (schatkistbankieren) en gaat dus geen nieuwe beleggingen aan. Renterisicobeheer De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van deze limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente, grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de MGR moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet is beperkt tot 8,5% van het totaal van de primaire begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,2% is in 2024 niet overschreden.
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
73
Ook het meerjarenperspectief is dat het niet structureel wordt overschreden.
het Rijk. Dit wordt schatkistbankieren genoemd. Hierdoor kan de MGR geen gelden meer beleggen en is ze voor rentevergoedingen afhankelijk van de vergoedingen die het Rijk geeft. De ‘overtollige middelen’ zijn de gelden boven een drempelbedrag. Dat drempelbedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van het begrotingstotaal. In enig kwartaal mag dit drempelbedrag aan eigen (gemiddeld) banksaldo niet worden overschreden.
Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal (leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). In tabel 20 is te zien dat de renterisiconorm de komende vier jaren ruimschoots wordt gehaald.
Begrotingstotaal
Realisatie 2024
10.793
B2025(P)
107.256
2025 Wijziging
106.735
B2026
B2027
107.789
B2028
107.165
Vervaldatum
Rente
Aflossing
2015
€ 1.200.000
02-jan-35
1,74%
Jaarlijks
2017
€ 4.500.000
27-apr-37
1,73%
Einde looptijd
2018
€ 2.500.000
25-jun-38
1,71%
Einde looptijd
102.844
Percentage renterisiconorm
20%
20%
20%
20%
20%
20%
20%
21.359
21.451
21.347
21.558
21.433
20.778
20.569
Aflossing
Omvang
B2029
103.888
Toetsbedrag renterisiconorm
Ruimte
Overige geldleningen De MGR heeft niet de intentie om de komende jaren nieuwe leningen aan te gaan. Vooralsnog wordt de financiering toereikend geacht. Onderstaand een overzicht van opgenomen geldleningen: Jaar van afsluiten
Schatkistbankieren Sinds de oprichting in 2015 is de MGR verplicht om haar overtollige middelen aan te houden bij
Bedragen in € 1.000
Gewaarborgde geldleningen De MGR is geen gewaarborgde geldleningen aangegaan bij een externe partij.
57
55
55
55
55
55
55
21.302
21.396
21.292
21.503
21.378
20.723
20.514
Tabel 20 Renterisiconorm en ruimte in de periode 2023 t/m 2029
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
74
9 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren.
vastgelegd. In 2024 hebben wij met rapportages tussentijds aan de regio verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het jaar sluiten we af met de jaarrekening waarin we verantwoording afleggen over boekjaar 2024.
Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van het beleid, de dienstverlening aan kandidaten en ondernemers en de uitvoering van projecten. De kwaliteit van de uitvoering van de taken van de MGR is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste bedrijfsvoeringsprocessen binnen de MGR. U treft informatie aan over het beleid, de organisatie, het personeelsbeleid, informatisering, de administratieve organisatie en de kansen en bedreigingen voor de MGR.
Naast de verantwoordingsdocumenten zijn de volgende documenten opgesteld om de bedrijfsvoering verder vorm te geven: • Notitie weerstandsvermogen • Notitie en richtlijn activeren en afschrijving • Treasurystatuut • Financiële verordening • Controleverordening • Controleplan • Beschrijvingen van de primaire processen • Gastheerrol • Re-integratieverordening • Mandatering • Informatiebeveiligingsbeleid
Beleid van de bedrijfsvoering De organisatiestructuur van de MGR is een afgeleide van het zogenoemde afdelingenmodel. De organisatie staat onder algemene leiding van een algemeen directeur en de secretaris van de MGR. Binnen de MGR is de planning & control cyclus ingericht. Deze start met de begroting waarin de afspraken over het te voeren beleid worden
Bijgaande notities moeten waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. De resultaten hiervan leggen we aan het dagelijks en het algemeen bestuur ter besluitvorming voor.
Organisatiestructuur De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen kent de volgende drie bestuursorganen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. Daarnaast hebben we een bestuurscommissie Werk en een agendacommissie vanuit de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat uit 15 leden (inclusief de voorzitter). Dit zijn leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, evenals alle bevoegdheden die op basis van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of de bestuurscommissie Werk zijn opgedragen. Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur telt drie leden inclusief de voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het dagelijks bestuur de bevoegdheid toe die in de gemeente toekomt aan het college van
Begroting 2026 - 2029 MGR Rijk van Nijmegen
75
burgemeester en wethouders dan wel het college van Gedeputeerde Staten. De voorzitter De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur benoemd. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks en het algemeen bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in- en buiten rechte. Bestuurscommissie Werk De leden van de bestuurscommissie Werk worden door het algemeen bestuur benoemd. De bestuurscommissie Werk is verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van Werk als het gaat om re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding. De bestuurscommissie Werk adviseert hierin het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Agendacommissie De agendacommissie bestaat uit raadsleden van de zeven deelnemende gemeenten en kent zeven leden, inclusief de voorzitter. De agendacommissie heeft haar taken en rolopvatting beschreven in haar reglement van orde. Zij heeft als taak de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van de gemeenteraden van de aan de MGR deelnemende gemeenten en
schept randvoorwaarden zodat de raden hun kaderstellende en controlerende taak goed kunnen vervullen. Verder adviseert zij het dagelijks bestuur over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR, denkt zij mee over de inrichting van de juridische regeling voor de MGR en organiseert ze regionale bijeenkomsten. Uitvoeringsorganisatie en platform De uitvoeringsorganisatie kenmerkt zich door een platte organisatie met twee modules die worden geleid door een directeur/algemeen manager. De MGR kent daarnaast een secretaris/directeur die zorgdraagt voor de coördinatie en afstemming tussen de modules, de verantwoording naar het bestuur en de ontwikkeling van de platformfunctie voor de regio. Binnen iedere module is sprake van een beperkt aantal afdelingen en teams. Administratieve organisatie De administratieve organisatie is zodanig opgesteld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet opgemerkt worden dat de MGR de basisadministratie uitbesteed heeft aan de gastheer. Middels een