Bijlage 13. Mer beoordeling Hoge Bongerd
Tekst van het document
Waarbij het effect is het bieden van een geluidluwe gevel, geluidluwe slaapkamer, geluidluwe buitenruimte en het bieden van voldoende akoestische en ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte. In de ruimtegebruikskaart is de gebiedsaanduiding ‘Overschrijding standaardwaarde railverkeer’ opgenomen. In de regels zijn voorschriften opgenomen voor dit gebied. In het gebied moet worden voldaan aan de standaardwaarde voor (wegverkeerslawaai en) spoorweglawaai of aan de voorschriften. De aanvrager van de Omgevingsvergunning voor de realisatie of wijziging van het geluidgevoelige gebouw moet met een akoestische onderbouwing aantonen dat hieraan voldaan kan worden. 4.3.3 Industrie Er is geen overlap met een geluidaandachtsgebied van een industrieterrein met vastgestelde GPPwaarden of de zone van een gezoneerd industrieterrein op basis van de Wet geluidhinder. Er wordt hiermee voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en kan bij de cumulatieve geluidbelasting op basis van Bkl artikel 3.38 ook buiten de cumulatieve geluidbelasting blijven. Op basis van de grote afstand (1,5 km) is er geen aanleiding om industrielawaai toch mee te nemen.
4.3.4
Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten; bedrijven en maatschappelijke voorzieningen In de Hoge Bongerd worden commerciële en maatschappelijke functies toegestaan. In het besluitgebied zijn locaties waar commerciële functies en maatschappelijke voorzieningen op korte afstand van woningen mogelijk zijn. Bij de maximale benutting van de planologische ruimte is er kans op te hoge geluidbelastingen bij geluidsgevoelige gebouwen. De planologische ruimte moet daarom beperkt worden. Er zijn daarom voorschriften opgenomen (zie kader).
26
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
PCUDEROYEN TDNNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
4.3.1 Technische (klimaat)installaties voor woningen In de Hoge Bongerd zijn zowel hoge appartementencomplexen als grondgebonden woningen mogelijk. De geluidbelasting door (cumulatie van) dit installatiegeluid is daarom een risico voor de geluidsbelasting. Installatiegeluid kent een sterk tonaal karakter wat ook als hinderlijk wordt ervaren in de openbare ruimte. Voor dit installatiegeluid zijn normen opgenomen in de voorschriften (zie kader). Deze norm geldt, in lijn met de systematiek van de geluidzones, op de perceelsgrens. Op deze manier is de norm ook toepasbaar voor toekomstige situaties. De normen beschermen enkel als er gemeten wordt daar waar omringende gebouwen niet afgeschermd zijn (op een meethoogte van 4,5 en hoger is dit gegarandeerd het geval). Voorschriften geluid door activiteiten en (klimaat)installaties Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten als voldaan wordt aan het volgende voorschrift: In de zones waar zowel de functie wonen als een van de twee functies commercieel of maatschappelijk mogelijk is gelden de volgende waarden: Middels akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de waarden in Tabel 2.
Bij deze waarden worden stemgeluid en indirecte hinder door verkeersstromen in een berekening op basis van algemeen geaccepteerde kengetallen bij toetsing meegenomen. • Een technische installatie van maatschappelijke of commerciële functie veroorzaakt op erfgrens van deze maatschappelijke functie en/of bij de gevels van woningen geen geluidbelasting boven de waarden uit
•
onderstaande tabel
Tabel 7: normen volgend vanuit het kader voor een rustige woonwijk op gevel van geluidsgevoelig gebouw 7:00-19:00
19:00-
23:00-7:00
23:00 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr.Li als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
65 dB(A)
60 dB(A)
55dB(A)
In de zone waar deze menging niet optreedt, worden de bovenstaande waarden met 5 dB verminderd.
Mochten deze voorschriften ertoe leiden dat er door de grote afstand tot geluidgevoelige gevels geen beperking geldt, dan dient ter bescherming van de kwaliteit van de openbare ruimte en beperking van onnodige geluidruimte uitgegaan worden van de waarden in bovenstaande tabel bij de begrenzing van de commerciële of de maatschappelijke functieaanduiding.
4.3.2
Cumulatieve geluidbelasting
De rekenresultaten van de cumulatieve en/of gezamenlijke geluidbelasting leiden niet tot wezenlijk
andere conclusies ten opzichte van de hoogste geluidbelasting per bronsoort. De geluidwering kan daarom bepaald worden aan de hand van de waarde per meest belastende bronsoort. De locaties waar de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden kennen een relatief lage geluidbelasting door spoorweglawaai. De logisch te voorziene bebouwing zal die geluidbelasting verder verlagen waardoor er geen sprake is van een significante cumulatie. Dit geldt andersom ook. De berekeningen voor het gezamenlijke en cumulatieve geluid zullen zodoende niet leiden tot andere conclusies wat betreft geluidwering en ruimtelijke kwaliteit en zijn zodoende niet in de afweging betrokken. In het akoestisch onderzoek zijn voorschriften vastgesteld die moeten worden opgenomen in de BOPA. Wanneer deze voorschriften zijn opgenomen, is het aspect geluid aanvaardbaar en vormt geluid geen belemmering voor de ontwikkeling van Hoge Bongerd.
Mer beoordeling Hoge Bongerd
Pouderoyen B.V.
POU240163.001.004.R1/ELO
4.4
Trillingen
Trillingen kunnen hinder geven aan personen, gebouwen en activiteiten door golfbewegingen via de bodem. De trillingen verplaatsen zicht niet door de lucht (zoals bij geluid), maar door een vaste materie. Trillingen kunnen worden veroorzaakt door weg- en railverkeer, industriële machines en bouw- en sloopactiviteiten. Naarmate de afstand groter is, nemen de trillingen af. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl zijn voor de bescherming van de gezondheid en het milieu instructieregels voor het omgevingsplan (en omgevingsvergunning voor een BOPA) opgenomen ter voorkomen en beperking van trillingshinder. In trillinggevoelige ruimtes binnen trillinggevoelige gebouwen mogen geen onaanvaardbare trillingen met een frequentie van 1 tot 80 Herz plaatsvinden. Ruimtes en gebouwen zijn trillinggevoelig wanneer zij woonfuncties, onderwijsfuncties, gezondheidsfuncties (met bed) en bijeenkomstfuncties voor kinderopvang hebben. In de instructieregels zijn standaardwaarden opgenomen voor toelaatbare trillingen in trillinggevoelige ruimten. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen. De instructieregels voor trillingen uit het Bkl zijn echter niet van toepassing op doorgaand verkeer, spoorwegen en vaarwegen.
In de bruidsschat (onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan) zijn regels opgenomen die trillingsgevoelige gebouwen bescherming bieden tegen trillingen in een frequentie van 1 tot 80 hz. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen (artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat). Voor de toetsing van trillingen veroorzaakt door een spoorlijn, wordt aangesloten bij de meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen van Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR-richtlijn), Beleidsregel trillinghinder spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Er zijn streef- en standaard- en grenswaarden opgenomen om trillinghinder te voorkomen. Bij overschrijding van deze waarden is er een reële kans op hinder. Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw worden getoetst aan spoortrillingen. Uit verschillende trillingshinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde van Vmax van 0,1. In Hoge Bongerd worden woningen en overige (commerciële) functies, waaronder detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen sport en wellness, lichte bedrijvigheid, kantoren en eventueel een kinderopvang mogelijk gemaakt. Delen hiervan zijn trillinggevoelige gebouwen. Hoge Bongerd ligt binnen de invloedsfeer van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem.
De minimale afstand tot de spoorlijn bedraagt ongeveer 30 meter. Voor de spoorlijn is een onderzoek uitgevoerd naar de mate en de effecten van trillingen op de nieuwbouw (Onderzoek spoortrillingen – Nijmegen - Bouwplan Hoge Bongerd, DGMR, 3 december 2024). In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een eerder door DMGR verricht trillingsonderzoek in onder andere Hoge Bongerd. Dit onderzoek is aangevuld met de geplande snelheidsverhoging van treinen door het PHS Nijmegen. Nieuwe woonbebouwing, nabij weg of spoorlijn, voldoet aan de SBRB als de maximale effectieve trillingssterkte Vmax kleiner is dan 0,2 (nacht) en de gemiddelde trillingssterkte Vper niet hoger is dan 0,05. Als Vmax kleiner is dan 0,1, komt de toetsing van de Vper te vervallen.
28
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
PCUDEROYEN TDNNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
Uit de trillingsprognose blijkt de minimumafstanden in tabel 10 moeten worden aan gehouden voor bouwontwikkeling om te kunnen voldoen aan de trillingsrichtlij n SBR-B. Tabel 9: grenswaarden voor installatiegeluid bij erfgrens Type bouw Type woning
Minimum afstand (m)
Betonbouw
Grondgebonden woningen (1-3 lagen) in beton, op palen
70
Appartementen (3-5 lagen) in beton, op palen
35
Houtbouw
Grondgebonden woningen (1-3 lagen) in hout, op staal
85
Appartementen (3-5 lagen) in hout, op palen
55
In de prognoses is uitgegaan van relatief stijve vloeren met een laagste buig-eigenfrequentie van 12 Hz. Als slappere vloeren worden toegepast kunnen trillingssterkten aanmerkelijk hoger uitvallen en zal moeten worden aangetoond dat dit toelaatbaar is. Vloeren met een laagste buigeigen-frequentie onder 10 Hz is binnen een afstand van 100 meter tot het spoor af te raden.
Wanneer bovenstaande voorwaarden en minimumafstanden worden aangehouden doen trillingen geen afbreuk aan een goed woon- en leefklimaat. Trillingen vormen geen belemmering voor het vooremen.
4.5
Omgevingsveiligheid
Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor in elk geval activiteiten, dient ook rekening te worden gehouden met risico's van branden, rampen en crises (paragraaf 5.1.2 Bkl). Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water of via buisleidingen, de veiligheid van bedrijven en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Daarbij gaat het om de "feitelijke" risico's (met soms grote onzekerheden), maar ook om hoe risico's worden ervaren. Ten behoeve van deze wijziging van het Omgevingsplan zijn de relevante risico's geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van deze BOPA beoordeeld. Hierbij wordt gekeken naar het risico dat een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Er wordt getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke
risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een projectgebied worden toegestaan.
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Plaatsgebonden risico (PR) De kans dat één persoon buiten het inrichtingsterrein overlijdt als gevolg van een calamiteit bij het bedrijf is het plaatsgebonden risico. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die onbeschermd en continu aanwezig is op een willekeurige plaats buiten de begrenzing van de locatie van de risicovolle activiteit.
Mer beoordeling Hoge Bongerd
Pouderoyen B.V.
POU240163.001.004.R1/ELO
In een omgevingsplan wordt op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de miljoen per jaar. Voor nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties geldt dat het plaatsgebonden risico van 10-6/jaar een grenswaarde is. Dit betekent dat binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar geen nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties gerealiseerd mogen worden. Dit geldt niet voor het toelaten van kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties in verband met externe veiligheidsrisico’s van binnenwateren die behoren tot het Basisnet, met uitzondering van zeevaartroutes, het Amsterdam-Rijnkanaal en het Lekkanaal. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers (tien of meer personen) valt met een bepaalde omvang. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Het groepsrisico hoeft niet berekend te worden, maar biedt een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in een aandachtsgebied. De oriëntatiewaarde kan als richtwaarde gehanteerd worden en blijft een kwalitatieve beoordeling.
Aandachtsgebieden Naast een toetsing aan het plaatsgebonden risico is soms ook het groepsrisico relevant (zie kader). Voor het groepsrisico gelden aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Wanneer een plan is gelegen binnen aandachtsgebieden van risicobronnen is extra aandacht nodig voor de bescherming van mensen als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Binnen een aandachtsgebied bepaalt het bevoegd gezag de benodigde beschermde maatregelen. Er zijn drie typen aandachtsgebieden: • Een brandaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen warmtestraling van een brand. De grens van het gebied ligt waar de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. • Een explosieaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen overdruk als gevolg van een explosie. De grens van het gebied ligt waar de warmtestraling van een gaswolkexplosie (BLEVE) wordt begrensd door een intensiteit van 35 kW/m2 of een explosie met een overdruk van ten hoogste 10 kPa. • Een gifwolkaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen een concentratie van giftige stoffen in de lucht. Binnen het gebied kunnen personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan een gifwolk. Voor het gifwolkaandachtsgebied geldt volgens artikel 5.12 lid 4 van het Bkl een grens van 1,5 kilometer vanaf de locatie van de activiteit.
Voorschriftengebied Door de verplichte aanwijzing van voorschriftengebieden voor brand en explosie binnen een aandachtsgebied zijn groepen van niet of verminderd zelfredzame personen, beter beschermd. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Voor locaties waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten, moet de gemeente het brand- of explosieaandachtsgebied aanwijzen in het omgevingsplan als voorschriftengebied. Binnen dit gebied gelden extra bouwkundige eisen uit het Besluit bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl) zoals extra eisen aan de brandwerendheid en de brandklasse van een gebouw. Voor zeer kwetsbare gebouwen is dit verplicht. Wanneer in het omgevingsplan geen voorschriftengebieden zijn aangewezen, gelden binnen het aandachtsgebied geen aanvullende bouweisen, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen.
30
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
P UDEROYEN
TPNNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
Gifwolkaandachtsgebieden kunnen niet als voorschriftengebied worden aangewezen. Voor de bescherming tegen gifwolken gelden de bouweisen in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 uit het Bbl. De bouweisen in de genoemde artikelen gelden ook voor beschermingen tegen de effecten van brand of explosie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in activiteiten waarmee sprake is van toevoeging van veiligheidsrisico's voor de omgeving. De grondgebonden woningen in de ontwikkeling Hoge Bongerd worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen. In onderhavig onderzoek geldt de plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar als een grenswaarde en is extra aandacht nodig voor woningen binnen aandachtsgebieden. Het plangebied heeft geen overlap met risicocontouren van 10-6/jaar (Figuur 10). Het plangebied overlapt met het gifwolk- en explosieaandachtsgebied van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem. Activiteiten met gevaarlijke stoffen Seveso A
TankenBrandsïoKen
• OpsJagtarAGas o AnoennslurtSysteem
• Opslagtank^oeistof Aardgas«atiorv**tnbouw
Opsiagverpakt
vervoer Ammoniak »oe*nsta»atie
•BaöGftig •Mestimrgisting Vlnxwerk •óp Ontplofbaar
O
slag
A Nucleair
Windturbine e Restcategorie Terreingrens
/ Buisleidng / Basisnet weg
/ Basisnet Water J Basrsnet Spoor / Onbekend tvpe vervoer
Aandacht sgebieden Brandaandachtagebied C E^loaieaandachtagebied
(incL vuurwerk en CmeO
Gifwolk aandacht sgebwd piacehoider
Plaatsgebonden risico C PP 10 5
D PR 104
PR 10-7 PR 10-6
Kwetsbare gebouwen Beperkt kwetsbaar
rwetsbaar Zeer kwetsbaar Te bevestigen
Figuur 10 Omgevingsveiligheid ter plaatse van Hoge Bongerd – Atlas van de leefomgeving (april 2025)
Ter plaatse van het explosieaandachtsgebied kan een voorschriftengebied worden aangewezen voor de kwetsbare gebouwen, zoals woningen. In een voorschriftengebied gelden aanvullende bouweisen om mensen binnen het aandachtsgebied beter te beschermen tegen de gevolgen van een explosie. Zo is bijvoorbeeld in een explosievoorschriftengebied de beglazing zodanig, dat bij een explosie letsel door scherfwerking voorkomen wordt. Voor zeer kwetsbare gebouwen zoals kinderdagverblijven, is deze afwegingsruimte er niet. Voor de zeer kwetsbare gebouwen geldt de extra bouwkundige eis van artikel 4,90 eerste lid en specifiek voor explosies artikel 4,96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het aantal ketelwagons met explosie-gevaarlijke stoffen die over het traject komen is relatief laag (maximaal 700 ketelwagons met explosie-gevaarlijke stoffen) en er is ter hoogte van het projectgebied
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
31
POU240163.001.004.R1/ELO
geen spoorovergang of spoorwissel aanwezig die het risico kan verhogen. Maatregelen in de overdacht (5 meter hoge muur) van een explosie zijn disproportioneel en niet mogelijk omdat het spoor hoger ligt dan het plangebied. Daarnaast kan de proportionaliteit van andere maatregelen niet worden bepaald omdat de veiligheidswinst (aantal vermeden slachtoffers) niet kan worden gekwantificeerd. Dit komt doordat er sprake is van een lijnbron, waardoor het ongeval zich op diverse afstanden van het projectgebied kan voordoen. Er is geen voorschriftengebied opgenomen voor het explosieaandachtsgebied van de spoorlijn. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Giftige gassen kunnen het binnenmilieu van een woning bedreigen. Een mechanische ventilatievoorziening moet daarom handmatig worden uitgeschakeld. Dit is een verplichting volgens artikel 4.124 lid 4 van het Bbl. Er zijn geen verdere (bouwkundige) maatregelen nodig. Binnen aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met het groepsrisico. De toename van het groepsrisico door het voornemen is voor de spoorlijn berekend met het voorgeschreven rekenprogramma RBM II versie 2.3.
Het groepsrisico voor de spoorlijn als afstand van de oriëntatiewaarde blijft gelijk en is zeer laag (0,002* OW). De hoogte van het groepsrisico en de toename door onderhavige plan vormen dus geen aanleiding om het plan aan te passen. De BOPA is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect omgevingsveiligheid als voldaan wordt aan de volgend voorschrift: Zeer kwetsbare gebouwen zijn alleen toegelaten binnen een brand- of explosieaandachtsgebied als wordt voldaan aan de regels in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De veiligheidsregio Gelderland Zuid heeft een advies uitgebracht, bij brief van 10 april 2025 (bijlage 12 Advies VRGZ). Hierin geeft zij aan geen opmerkingen te hebben en bovenstaande analyse met de eindconclusie te onderschrijven.
4.5.1
Ontplofbare Oorlogsresten
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er op het grondgebied van de gemeente Nijmegen langdurig en intensief gevochten. Daarom is er in grote delen van de gemeente kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (niet gesprongen explosieven). Omdat er voor de realisatie van Hoge Bongerd gebouwd moet worden, moet inzicht worden verkregen in de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in het projectgebied. Delen van de gronden ter plaatse van Hoge Bongerd zijn verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van geschutsmunitie (figuur 11). Het grootste gedeelte van het projectgebied is echter al onderzocht (tot -4,5 meter). Om werkzaamheden veilig te laten uitvoeren, is het nodig om de niet-onderzochte gebieden binnen het projectgebied te onderzoeken.
32
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
POUDEROYEN TONNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
Figuur 11: Verdachte gebieden ontplofbare oorlogsresten (kaart.nijmegen.nl)
4.6
Bodem
Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). Uitgangspunten hierbij zijn het voorkomen van nieuwe verontreinigingen of aantasting van de bodem, het meewegen van de bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot de functies en het op een duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen. In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het projectgebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (Omgevingsplan gemeente Nijmegen, bijlage IIA Bal). Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.
Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook het aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Het project voorziet in een functieverandering van agrarische functie naar een woonfunctie en de realisatie van bodemgevoelige gebouwen (woningen, school). Binnen het besluit gebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Er is een indicatief bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
33
POU240163.001.004.R1/ELO
door Sweco (Indicatief bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek, referentienummer SWNL0271084, Sweco, 12 januari 2021). Uit het milieukundig onderzoek blijkt dat er zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen zijn van PCB, kwik, lood, zink, nikkel, PAK of minerale olie. De licht verhoogde gehalten vormen echter geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek en vormen milieuhygiënisch gezien ook geen beperkingen voor een toekomstige woningbouw. Voor asbest geldt dat er buiten het gat van boring H-15 (plaatmateriaal met asbest aangetroffen) en het dak van het schuurtje er geen asbest is aangetroffen of aangetoond. Zowel het schuurtje als boring H-15 bevinden zich in het noordoostelijk deel van het plangebied (achterzijde van de woningen aan de Weverstraat). In de grond is geen asbest aangetoond, maar het aangetroffen plaatmateriaal is asbesthoudend en resulteert in een gehalte van meer dan 100 mg/kg ds (grenswaarde) aan asbest in de grond. Mogelijk is nog meer plaatmateriaal aanwezig en is sprake van een geval van bodemverontreiniging met asbest. In het onderzoek wordt aanbevolen om in de directe omgeving van H-15 een aantal sleuven te graven om de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudend plaatmateriaal na te gaan. Op basis van de resultaten kan dan worden vastgesteld of er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest.
Ook wordt aanbevolen de asbesthoudende dakplaten van het schuurtje zo snel mogelijk af te voeren. Er wordt geconcludeerd dat, met uitzondering van de omgeving van H-15 de onderzoekslocatie geschikt is voor het gebruik. Bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling als voldaan wordt aan de voorwaarde: • Er wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de asbest verontreiniging in de directe omgeving van boring H-15. Wanneer er asbest wordt aangetroffen, zijn sanerende maatregelen noodzakelijk (in de planexploitatie is rekening gehouden met saneringskosten).
4.7
Water
In de Omgevingswet is vastgelegd dat bij het verlenen van een vergunning voor een BOPA rekening moet worden gehouden met de waterbelangen. Verschillende overheden en beheerders houden zich bezig met de waterbelangen. Wanneer een ontwikkeling invloed heeft op de belangen van andere overheden of beheerders, moet er afstemming tussen de partijen plaatsvinden. Bij de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor (het beheer van) de watersystemen. Grondwaterbeschermingsgebieden Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied, een waterwingebied of in een boringsvrije zone. Regionale normering wateroverlast In de omgevingsverordening Gelderland (3 maart 2025) is een norm voor wateroverlast regionale wateren opgenomen. Dit zorgt er onder andere voor dat er een inspanningsverplichting is voor het waterschap in het verwezenlijken van de omgevingswaarde van het wateroverlast. Het plangebied ligt in waterschap Rivierenland. Er geldt een normering voor wateroverlast in het beheergebied van waterschap Rivierenland binnen het stedelijk gebied een overstromingskans van 1:100 per jaar voor
34
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
POUDEROYEN TONNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn en 1:10 per jaar voor het overige gebied. Grondwaterstand Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. Deze zijn opgenomen op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000). De grondwatertrappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Gebiedsdelen met grondwatertrap VI, VII en VIII hebben een goede ontwatering. De kaart BRO Grondwaterspiegeldiepte Grondwatertrappen GT geeft in het plangebied 16, wat zou resulteren in een grondwatertrap van VIIo. Vanwege deze diepe grondwaterstand is het niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden. Wateradvies 'Het wateradvies' (voormalige digitale watertoets) moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren.
Ook verkleint het de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Ook kunnen nadelige milieueffecten ten aanzien van water worden voorkomen. Zo streeft het waterschap bijvoorbeeld bij nieuwebouw naar gescheiden rioleringssystemen, het schone hemelwater komt in de sloten terecht en alleen het vuilwater in de riolering. Het uiteindelijke resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Zo wordt er gezorgd voor veilige dijken en een evenwichtig watersysteem. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies. Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Voor Hoge Bongerd is een wateradvies opgevraagd. Uit het wateradvies van waterschap Rivierenland blijkt dat de gangbare watertoetsprocedure gevolgd moet worden. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Verder volgt er dat in het plangebied een primaire of A-watergang ligt. Hierom wordt gevraagd de Awatergangen te bestemmen als water. Voor het boezemgebied op het winterbed wordt verzocht om de dubbelbestemming Waterstaat - Waterberging op te nemen. Ook ligt er een beschermingszone van een primaire of A-watergang in het plangebied. Er wordt dan ook gevraagd de beschermingszone te bestemmen als groen.
Voor het boezemgebied op het winterbed wordt verzocht de dubbelbestemming Waterstaat - Waterberging op te nemen. Nieuwe plannen mogen de waterveiligheid niet in gevaar brengen. Daarom staan in de Keur beperkingen voor bouwen en andere activiteiten op en langs waterkeringen. Het plangebied raakt of ligt langs een waterkering. Er wordt dan ook gevraagd om het waterstaatswerk op te nemen met de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering en om de beschermingszone op te nemen met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1'. Verder wordt er gevraagd om de buitenbeschermingszone aan te duiden met een algemene aanduidingsregel: Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. In buitenbeschermingszones zijn de volgende zaken niet toegestaan zonder watervergunning;
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
35
POU240163.001.004.R1/ELO
afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar, aanleggen van bodemenergiesystemen en werken met explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Verder heeft het waterschap in een brief (met kenmerk 2024107785/2024114493) maatwerkafspraken over het bouwen van nieuwe permanente bouwwerken en constructies in het gebied gedeeld. 1. Bouwen in de zonering van het vigerende waterstaatswerk (vastgesteld) is uitsluitend toegestaan in dat gedeelte van het waterstaatswerk dat gelegen is: a. Buiten de zonering van het voormalige waterstaatswerk (was) b. In het binnendijkse gebied 2. Voor deze bouwactiviteiten zijn de overige beleidsregels zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5, artikel 18a van de beleidsregels bij de waterschapsverordening Waterschap Rivierenland onverminderd van kracht. Bebouwing zal daarmee in ieder geval buiten het leggerprofiel en buiten het profiel van vrije ruimte moeten worden gerealiseerd. 3. Bouwen in de zonering van de voormalige waterstaatwerk (was) is niet toegestaan. 4. Bouwen in het buitendijkse gebied blijft niet toegestaan. Wanneer deze afspraken in de regels geborgd zijn is er geen probleem wat betreft water.
4.8
Archeologie
Voor het bestemmingsplan moet inzichtelijk zijn welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en of deze waarden door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). De Erfgoedwet is opgesteld om te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Gemeentelijk archeologisch beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met het Verdrag van Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen.
De gemeente Nijmegen heeft een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en van het facetbestemmingsplan archeologie (2023).
36
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
POUDEROYEN TONNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen is het grootste gedeelte van het plangebied een gebied zonder waarde/verwachting of vrijgegeven, hier zijn geen beperkingen. Op twee relatief kleine gebieden in het plangebied geldt er een vastgestelde waarde van 1. Binnen deze waarde is er al een archeologisch vooronderzoek gedaan en is er sprake van een vastgestelde archeologische waarde. Elke bodemingreep in dit gebied moet voorafgaand worden onderzocht. Aangezien op deze gebieden volgens het plan alleen groen komt of openbaar toegankelijk gebied zullen er geen bodemingrepen nodig zijn.
Gebied zonder waarde ƒ verwachting of vrijgegeven: geen beperkingen Gebied van (zeer) grote archeologische waarde (50 m2 / 30 cm -mv) Vastgestelde waarde (0 m2 / 0 cm -mv)
Gebied van middelhoge archeologische verwachting (500 m2 / 30 cm -mv) Gebied van hoge archeologische verwachting (1 00 m2 i 30 cm -mv) Gebied van lage archeologische verwachting (2500 m2 ƒ 30 cm -mv)
Figuur 12: Archeologische beleidskaart gemeente Nijmegen
Archeologische Monumentenkaart (AMK) De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten en terreinen in Nederland. De terreinen zijn ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Op basis van bovengenoemde overwegingen, vormt archeologie geen belemmering voor de ontwikkeling van Hoge Bongerd.
4.9
Cultuurhistorie
Het gemeentelijke erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij gebiedsontwikkelingen. In de erfgoedverordening Nijmegen 2021 is de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, beeldbepalende panden en beschermde stadsbeelden met stadsbeeld projecten bepaalt. Welke monumenten worden beschermd is vastgelegd in de monumentenlijst. Afhankelijk van de beschermingsvorm, is voor een wijziging, verbouwing of sloop van het monument een Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten nodig. Daarnaast heeft de gemeente de ‘Aandachtslijst Cultureel Erfgoed’ (2015) opgesteld om ongewenste sloop van niet-beschermd erfgoed te voorkomen. De lijst is bedoelt als signaleringslijst. Sloopplannen
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
37
POU240163.001.004.R1/ELO
of een sloopmelding kunnen aanleiding zijn voor de start van een beschermingsprocedure. In de beschermingsprocedure vindt er nader onderzoek plaats over de exacte monumentale waarden. Binnen het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het betreffende projectgebied valt binnen gebiedstype 3 van de cultuurhistorische beleidskaart (2013). Dit betekent dat er sprake is van een rijke cultuurhistorische gelaagdheid. Zowel de zichtbare als de niet-zichtbare geschiedenis van het gebied zal uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, maar worden afgestemd op het karakter van het gebied. Wanneer er in het beeldkwaliteitsplan rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden, vormt cultuurhistorie geen belemmering voor de ontwikkeling.
versie 1.0.1 (12 december 2012) gebiedstype 4/beschermingsgebied gebiedstype 3
gebiedstype 2 gebiedstype 1 monument waterwegen
Figuur 13: Cultuurhistorische beleidskaart gemeente Nijmegen
4.10 Klimaat Het klimaat verandert, ook in Nederland. De zeespiegel stijgt, de temperatuur gaat omhoog, het wordt droger en tegelijkertijd wordt de neerslag intenser en extremer. Klimaatverandering is in Nijmegen de laatste jaren merkbaar door steeds vaker wateroverlast, extreme hitte en droogte. De gemeente Nijmegen heeft het voornemen om in 2035 klimaatbestendig te zijn. Voor de gemeente is het belangrijk zicht te hebben op de kwetsbaarheid van een gebied voor klimaatverandering. Want klimaatverandering beïnvloedt de veiligheid, gezondheid en economie. Met inzicht in de risico’s wordt ook duidelijk welke (ruimtelijke) maatregelen nodig zijn. De klimaateffectatlas (www.klimaateffectatlas.nl) bevat een diversiteit aan kaarten, met informatie over mogelijke effecten, risico’s en kwetsbare functies. Deze informatie kan worden gebruikt bij de beoordeling van milieueffecten. Uit de klimaateffectatlas volgen voor het plangebied geen grote knelpunten op gebiedsniveau, ook niet voor de komende jaren: • Zeer kleine kans op overstromingen; • Weinig tot geen wateroverlast, ook niet door inundatie; • Gemiddelde grondwaterstanden; • Het potentieel maximaal neerslagtekort is beperkt; • Laag risico op droogtestress; • Laag risico op hittestress.
De gemeente Nijmegen heeft de klimaatadaptatiestrategie ‘Samen voorbereid op het weer van de toekomst’ opgesteld, waarin de strategie wordt beschreven om klimaatbestendig te worden. Een van de doelen is om structurele schade aan bebouwing, fundering, wegen, groen, grond- en
38
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
POUDEROYEN TONNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
oppervlaktewater en vitale en kwetsbare functies door langdurige droogte en hevige neerslag te voorkomen. Daarnaast moeten er voldoende koelteplekken zijn en moeten vitale en kwetsbare functies en groengebieden bestand zijn tegen hitte. Ook gevolgbeperking van overstromingen behoort tot de doelstellingen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden hieraan getoetst. Natuurlijke klimaatbuffers zijn mogelijkheden om bijvoorbeeld wateroverlast te verminderen. Bouwkundige maatregelen, meer water en meer groen in de bebouwde omgeving verminderen het risico op hittestress, droogtestress en wateroverlast. Binnen het plangebied is naast de nieuwe bebouwing en verharding nog voldoende ruimte beschikbaar voor groene invulling van het terrein en realiseren van een waterbergingsvoorziening, waardoor hittestress en wateroverlast kan worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt. Er is nog geen uitgewerkt stedenbouwkundig programma, waardoor toetsing nog niet mogelijk is. Daarom worden er voorwaarden gesteld aan de uitwerking van het stedenbouwkundig programma. Deze bopa is uitsluitend uitvoerbaar voor het aspect klimaatadaptatie als voldaan wordt aan de volgende voorschriften: Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Groen te realiseren’ gelden de volgende bepalingen: 1.
Binnen de gebiedsaanwijzing ‘Groen te realiseren’ wordt minimaal 10.000 m2 groen gerealiseerd inde vorm van een gevarieerde groene inrichting. 2. Van het hiervoor genoemde groen wordt minimaal 5.000 m2 aaneengesloten gerealiseerd, waarbinnen een schaduwrijke ontmoetingsplek van minimaal 1.000 m² aanwezig is. Alle woningen en andere functies worden aangesloten op het warmtenet, dit betekent dat er geen stikstofuitstoot plaatsvindt tijdens het gebruik voor de verwarming van de woningen en gebouwen.
4.11 Duurzaamheid Duurzaamheid gaat om een verantwoorde omgang met de natuurlijke leefomgeving. In een duurzame omgeving zijn mens, milieu en economie met elkaar in evenwicht, zodat het natuurlijke systeem niet wordt uitgeput. Bij ruimtelijke ontwikkelingen spelen de thema’s circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal een belangrijke rol. Circulariteit De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) wil zich profileren als circulaire regio. In de Woondeal Arnhem Nijmegen is aangegeven dat voor ontwikkelingen van meer dan 50 woningen de regio de ambitie heeft om vanaf 2025 minimaal 25% en vanaf 2030 minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. Om in het vervolg van het ontwikkelingsproces te onderbouwen welke prestatie het project bereikt, stelt de GMR de online tool “Circulaire impactladder” ter beschikking. De gemeente streeft ernaar om zoveel mogelijk conceptueel, modulair en losmaakbaar (demontabel) te bouwen. De Gemeentelijke Praktijkrichtlijn (GPR methodiek) wordt voor gemeentelijk vastgoed gebruikt als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. De bopa biedt de ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke randvoorwaarden en ambities op het gebied van circulair bouwen.
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
39
POU240163.001.004.R1/ELO
Energie Nijmegen heeft zich tot doel gesteld uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. Het gaat daarbij om het minimaliseren van zowel de energievraag van gebouwen als die van bedrijfsprocessen. Nieuwbouw in de bestaande stad en de Waalsprong is aardgasvrij. De Waalsprong valt binnen het concessiegebied van het warmtenet. Nieuwbouw in de Waalsprong moet hier verplicht worden aangesloten op het warmtenet. Dit geldt ook voor de Hoge Bongerd. Daarnaast biedt het project ruimte voor een optimale toepassing van zonne-energie. Het plan gaat uit van het warmtenet en biedt ruimte voor optimale toepassing van zonne-energie. Het voldoet aan de uitgangspunten en randvoorwaarden van het Nijmeegse energiebeleid.
40
Mer beoordeling Hoge Bongerd Pouderoyen B.V.
PCUDEROYEN TDNNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
5 Samenvatting en conclusies Op basis van de kenmerken van de activiteiten en de kenmerken en ligging van de locatie en de omgeving zijn verschillende milieuaspecten beoordeeld. De effecten van deze aspecten zijn samengevat in onderstaande samenvattende tabel. Uit de beschreven milieugevolgen volgt dat er geen sprake is van significant nadelige milieueffecten. Voor een groot deel van de milieuaspecten geldt, dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu
alleen kunnen worden uitgesloten wanneer er aan bepaalde voorwaarden worden gehouden. De voorwaarden die daarvoor nodig zijn, staan in de bijbehorende alinea (en deelconclusies) van het milieueffect. Uitgaande dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, kunnen belangrijke nadelige gevolgen worden uitgesloten. Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie ten behoeve van de vergunningsaanvraag voor de BOPA Hoge Bongerd voorziet in alle voor de activiteit relevante informatie die het bevoegd gezag nodig heeft voor verdere besluitvorming.
Algemene conclusie plan-m.e.r.-beoordeling Op basis van voorgaande conclusies per aspect kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen, gezien de kenmerken, plaats en potentiële effecten geen aanzienlijke milieueffecten kan vooroorzaken die een volwaardige m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken.
Mer beoordeling Hoge Bongerd
Pouderoyen B.V.
POU240163.001.004.R1/ELO
Aspect
Conclusies over effecten van het project
Kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu
worden uitgesloten? Luchtkwaliteit
Natuur gebiedsbescherming
De wettelijke grenswaarde voor NO2 en PM10 en de gezondheidskundige advieswaarden worden niet overschreden Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project leidt niet tot knelpunten met betrekking tot de geurbelasting op voor geur gevoelige functies. Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of in het GNN Negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten Significante negatieve effecten, anders dan stikstofdepositie, op Natura 2000-gebieden en GNN kunnen worden uitgesloten.
Ja
Ja
Er zijn geen nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het GNN
Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Vogel- en Habitatrichtlijngebieden / Natura 2000-gebieden
Natuur soortenbescherming
Geluid
kunnen uitgesloten worden. Voor de vergunningsaanvraag en de activiteiten mogelijk gemaakt worden is geen Passende beoordeling vereist. In het projectgebied kunnen zowel beschermde als algemene soorten voorkomen Uit ecologisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de uit te voeren activiteit mogelijk schadelijke gevolgen heeft voor de grote leeuwenklauw en de teunisbloempijlstaart. Nader onderzoek is nodig om de functie van het plangebied voor beide soorten te bepalen. Mogelijk is voor deze twee soorten een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Het plangebied heeft mogelijk een functie voor rugstreeppad, kleine marterachtigen en steenuil. Deze soorten zijn opgenomen in het SMPN. De gemeente Nijmegen moet maatregelen nemen om een duurzame instandhouding van deze soorten te waarborgen. Er moeten preventieve maatregelen worden genomen om negatieve effecten op de verbindende functie voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en algemene broedvogels te voorkomen. Er moeten specifieke maatregelen worden genomen om aan de specifieke zorgplicht te voldoen De geluidbelastingen door wegverkeerslawaai zijn op enkele locaties in dit plan hoger dan de standaardwaarde.
In erftoegangswegen dient daar waar risico is op overschrijding van de standaardwaarde gewerkt te worden met stillere wegdekken voor zover dit technisch en verkeerskundig wenselijk is De geluidbelastingen door spoorweglawaai zijn voor het overgrote deel van dit plan hoger dan de standaardwaarde. Als maatregelen moet er een (mini)spoorscherm worden geplaatst (of andere maatregel die een gelijkwaardige akoestische en ruimtelijke kwaliteit
Onder voorwaarden
Onder voorwaarden
bereikt). Om de kwaliteit passend voor een rustige woonwijk te waarborgen dienen er aanvullende voorschriften opgenomen te worden voor de
maatschappelijke en commerciële functies. De voorwaarden in het akoestisch rapport moeten als voorschriften in de bopa worden opgenomen.
Trillingen
42
Trillingen veroorzaakt door omliggende bedrijven vormen geen risico voor Hoge Bongerd
Mer beoordeling Hoge Bongerd
Pouderoyen B.V.
Onder voorwaarden
PCUDEROYEN TDNNAER
POU240163.001.004.R1/ELO
Op de kavel komen hoge trilniveaus voor door spoor
Om te kunnen voldoend aan de trillingsrichtlijn SBR-B moet er voldaan worden aan minimumafstanden zoals opgenomen in het
trillingenonderzoek. Bij het toepassen van slappere vloeren dan buig-eigenfrequentie van 12 Hz, moet worden aangetoond dat dit toelaatbaar is. Omgevingsveiligheid
De trillingen doen dus geen afbreuk aan een goed woon- en leefklimaat. Het plangebied ligt binnen het gifwolk- en explosieaandachtsgebied van het spoor
Onder voorwaarden
Binnen het gifwolkaandachtsgebied moet de mechanische ventilatievoorziening handmatig kunnen worden uitgeschakeld (artikel 4.124 lid 4 van het Bbl) Zeer kwetsbare gebouwen zijn alleen toegelaten binnen een brand- of explosieaandachtsgebied als wordt voldaan aan de regels in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De hoogte van het groepsrisico en de toename door onderhavige plan vormen dus geen aanleiding om het plan aan te passen.
Bodem
Er wordt geen voorschriftengebied aangewezen voor de woningen binnen de aandachtsgebieden Gronden binnen het plangebied die nog niet zijn onderzocht op ontplofbare oorlogsresten, moeten worden onderzocht Er is een aanvullend onderzoek nodig in de directe omgeving van boring H-15 naar de aanwezigheid van asbest en waar nodig gesaneerd
Onder voorwaarden
De asbesthoudende platen in het schuurtje in het noordoosten van het plangebied moet worden verwijderd Water
Archeologie
Cultuurhistorie
Klimaat Duurzaamheid
Overige lichte verontreinigingen vormen geen risico voor het beoogde gebruik. Bij de uitwerking van het plan moet rekening gehouden worden met de toetsingspunten en de afspraken van het waterschap.
Er zijn geen belemmeringen om aan de voorwaarden van het waterschap te kunnen voldoen. De voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit, waterkwantiteit en afkoppelen moet worden betrokken in de planvorming en de waterbergingsvoorziening moet conform de norm worden gedimensioneerd. Op twee relatief kleine gebieden in het plangebied geldt er een vastgestelde waarde van 1. Elke bodemingreep in dit gebied moet voorafgaand te worden onderzocht. Ter plaatse van deze gebieden komt 'groen' en vinden geen bodemingrepen plaats De rest van het plangebied heeft geen waarde/verwachting en gelden geen beperkingen Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen In het projectgebied zijn geen beschermde gebouwde monumenten (rijks en gemeentelijk) aanwezig Met de cultuurhistorische waarden moet in het beeldkwaliteitsplan rekening worden gehouden. Voor het plangebied zijn er geen grote knelpunten op gebiedsniveau, ook niet voor de komende jaren Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig programma moet worden voldaan aan de voorwaarden voor 'groen te realiseren'. Het plan biedt de ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke randvoorwaarden en ambities op het gebied van circulair bouwen Het plan gaat uit van het warmtenet en biedt ruimte voor optimale toepassing van zonne-energie. Het voldoet aan de uitgangspunten en randvoorwaarden van het Nijmeegse energiebeleid.
Mer beoordeling Hoge Bongerd
Pouderoyen B.V.
Onder voorwaarden
Ja
Onder voorwaarden Onder voorwaarden Ja
POU240163.001.004.R1/ELO
Bronnen De geraadpleegde bronnen zijn als bijlagen bij de BOPA gevoegd:
• Verkeersonderzoek Hoge Bongerd en Veur Lent, kenmerk 017014.20240703.Rl.03, Goudappel, 21 augustus 2024.
• Stikstofonderzoek Hoge Bongerd, Pouderroyen Tonnaer, rapportnummer POU240163.006/ELO, 3 maart 2025.
• Quickscan soortenbescherming voor de Hoge Bongerd, Nijmegen. Toetsing in het kader van de Omgevingswet, rapportnummer 24-316, Waardenburg Ecology, 18 september 2024.
• HabitatbeoordelingTeunisbloempijlstaart de Waalsprong, rapportkenmerk P24034/rap01/v2, De Interim Ecoloog B.V., 13 december 2024.
• Akoestisch onderzoek t.b.v. de Hoge Bongerd, kenmerk PRS2024097 versie 1.0, gemeente Nijmegen, 20 maart 2025.
• Indicatief bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek, referentienummer SWNL0271084, Sweco, 12 januari 2021.